19.1 Rekenkameronderzoek Armoedebeleid.pdf
Tekst van het document
Bijna drie op de tien respondenten wordt hierover niet geïnformeerd. De gemeente probeert dit te verbeteren door meer te sturen op samenwerking en inzet van communicatie en voorlichting. Ook kan de vindbaarheid van informatie over regelingen worden verbeterd. Deze zijn volgens de organisaties lastig te vinden op de website van de gemeente. Afhandeling van de aanvraag De aanvraag wordt afgehandeld door de klantmanagers bijzondere bijstand en minimaregelingen. Zij hebben een behoorlijke autonomie bij deze afhandeling: er vindt geen aansturing plaats op de werkprocessen. Er is geen sprake van collegiale toetsing, alleen bij nieuwe medewerkers vindt toetsing door de kwaliteitsmedewerkers plaats. De klantmanagers geven aan dat er af en toe een Interne controle plaatsvindt. Samenwerking en uitvoering binnen de gemeente Binnen de gemeente is er door te weinig bezetting op de beleidsafdeling een periode geen overleg geweest tussen de medewerkers van het beleid en de klantmanagers in de uitvoering van het minimabeleid. De klantmanagers geven aan dit werd gemist, omdat regelingen uitvoeringstechnisch niet goed zijn ingericht. Als voorbeeld wordt de eerder aangehaalde fietsenregeling genoemd. Bij de start zou de gemeente zelf de fietsen regelen, maar er was geen voorraad. Hierdoor hebben inwoners lang moeten wachten.
Uiteindelijk is de fietsregeling omgezet naar een geldelijke vergoeding, maar ook deze is nog niet optimaal. De fietsregeling
50
Definitief
wordt nu verder aangepast, maar de uitvoering had graag sneller de aanpassingen gezien omdat de regeling dan beter uitvoerbaar is. Met de huidige werkwijze wordt niet gecontroleerd of het geld uit de fietsregeling daadwerkelijk wordt uitgegeven aan fietsen. Weliswaar dient de inwoner de aankoop bon binnen twee weken op te sturen, maar dit wordt vrijwel niet gedaan. Ook de afstemming tussen de klantmanagers van de minimaregelingen en het Sociaal Loket vindt men vanuit de uitvoering onder de maat. Wel is er regelmatige afstemming tussen de kwaliteitsmedewerkers en klantmanagers. Dit komt mede doordat de klantmanagers sinds kort een nieuwe teamleider hebben. Het contact tussen klantmanagers onderling en met inkomensconsulenten is goed, zij zoeken voornamelijk afstemming bij elkaar op klantniveau. Ketenpartners zien dat de losse afdelingen en aanspreekpunten binnen de gemeente zorgen voor onduidelijkheid. Medewerkers weten niet altijd bij wie ze waarvoor terecht kunnen, mede door het verloop van collega’s. Ook geven medewerkers aan dat afspraken niet overal duidelijk zijn. Het komt wel eens voor dat inwoners van verschillende medewerkers tegenstrijdige informatie krijgen. Ten slotte is de sociale kaart van de gemeente Noordoostpolder niet goed bekend bij alle medewerkers, dit bemoeilijkt het kunnen vinden van de juiste organisatie of afdeling binnen de eigen organisatie30.
Ervaringen samenwerking tussen de gemeente en ketenpartners 31 Er vinden periodieke overleggen plaats tussen de gemeente en managers en andere medewerkers van de ketenpartners. Ook is er met de partners een manifest afgesproken (zie kader hoofdstuk 1) en betrekt de gemeente maatschappelijke partners in de beoordeling van de voortgang. Dit wordt meegenomen in de evaluatie van het beleid. De ketenpartnerorganisaties geven aan goed onderling contact te onderhouden en korte lijnen te hebben. Er zijn geen brede netwerkoverleggen waarbij alle organisaties aan tafel zitten. Organisaties organiseren zelf overleggen wanneer dit nodig is, bijvoorbeeld op casuïstiekniveau. De ketenpartnerorganisaties hebben daarnaast gesprekken met de gemeente, op zowel management- als op uitvoeringsniveau. De gemeente wijst gericht door naar de ketenpartners en de ketenpartners verwijzen door naar de gemeente voor voorzieningen. Ketenpartners missen echter een terugkoppeling van de gemeente wanneer een aanvraag wordt afgewezen. De partnerorganisaties hebben het (niet geverifieerde) idee dat zij sneller naar de gemeente doorverwijzen dan dat de gemeente contact met hen opneemt. De ketenpartners zien verbeterpunten in de samenwerking. Momenteel werken de organisaties niet integraal samen om inwoners te ondersteunen. Dit heeft als gevolg dat elke organisatie een eigen intake heeft met een inwoner.
Een ander gesignaleerd verbeterpunt is meer duidelijkheid creëren over wie de verantwoordelijke organisatie is bij problematieken. Zo is het eerste aanspreekpunt voor inwoners het Sociaal Loket, vervolgens helpt een andere organisatie als Humanitas of Carrefour bij het indienen van een aanvraag. Ervaringen minimadoelgroep In de behoeftepeiling onder de minimadoelgroep komt naar voren dat de meeste respondenten aan informatie over de minimaregelingen komen via familie, vrienden en kennissen. De tweede grootste informatiebron is de website van de gemeente. Een kwart van de respondenten vindt de informatie in lokale kranten of folders. Van de respondenten vindt 42 tot 46 procent de aanvraag duidelijk, weet waar ze hulp kan vragen, weet welke regelingen aangevraagd kunnen worden en hoe het vervolg van de aanvraag eruit zou komen te zien. Ongeveer een kwart van de respondenten kan zich daarentegen niet vinden 30 De sociale kaart staat op https://socialekaartflevoland.nl/ak-organisation/gemeente-noordoostpolder/ en
er is een steunwijzer https://noordoostpolder.steunwijzer.nl/ 31 De gemeente beschrijft in het Deelplan Minima hoe de samenwerking met ketenpartners is ingericht, in de interviews wordt dit verder toegelicht. De weergave van hoe ketenpartners de samenwerking beoordelen is afkomstig uit het interview met ketenpartners. De input uit deze bronnen is gebruikt in de huidige paragraaf.
51
Definitief
in deze ervaringen. De meerderheid van de respondenten is tevreden over het contact met de medewerkers van de gemeente bij hun aanvraag. Ook is gevraagd naar redenen voor het niet gebruiken van minimaregelingen. Een vijfde van de respondenten geeft als reden dat het aanvragen te moeilijk is. Het lukt daarbij 15 procent van de respondenten niet om zelfstandig de bewijsstukken te verzamelen voor de aanvraag. Ervaringen inwoners (burgerpanel) Vanuit het burgerpanel32 komt naar voren dat acht op de tien inwoners ervan op de hoogte zijn dat de gemeente Noordoostpolder regelingen aanbiedt bij geldzorgen. Driekwart van de respondenten weet bovendien dat ze hiervoor terechtkunnen bij het Sociaal Loket. Zelfs negen op de tien respondenten weten dat maatschappelijke organisaties ondersteuning kunnen geven bij geldzorgen.
Aan inwoners is gevraagd of zij gemeentelijke ondersteuning zouden aanvragen bij de gemeente, als zij te maken krijgen met geldzorgen. De helft van de respondenten geeft aan dat ze geen ondersteuning zouden vragen. Als belangrijkste reden komt naar voren dat respondenten zelfredzaam en onafhankelijk willen blijven en hun situatie zelf willen oplossen, of wanneer nodig een vrijwilligersorganisatie inschakelen. Verder benoemen respondenten dat ze slechte ervaringen hebben (gezien bij anderen) met de gemeente door beperkte bereikbaarheid, wachttijden en ingewikkelde aanvraagprocedures. Ook onwetendheid over de mogelijkheden en schaamte vormen beweegredenen om geen hulp te vragen. Daarnaast geeft 40 procent van de respondenten aan dat ze wél hulp zouden vragen. Beweegredenen zijn met name dat respondenten dankbaar zijn voor de mogelijkheden en willen accepteren dat ze hulp nodig hebben, anderen benoemen dat ze complexere problematiek willen voorkomen door tijdig hulp te vragen. Wat de toegankelijkheid van informatie betreft, zouden inwoners het liefst via de website van de gemeente of organisatie (69 procent) of via het Sociaal Loket (29 procent) informatie inwinnen over de hulpmogelijkheden. Qua vorm nemen respondenten informatie het liefst tot zich middels een gesprek met een medewerker (52 procent) of via het lezen van een advertentie of tekst (36 procent).
2.5. Het minimabeleid past binnen de financiële kaders 2.5.1. Doelen, acties en monitoring Doelen In de uitvoering streeft de gemeente ernaar om binnen de beschikbare budgetten te werken. De volgende doelen zijn opgesteld: • we besteden de beschikbare budgetten doelmatig en rechtmatig; • we bereiken in 2024 met het minimabeleid de taakstelling, zoals opgenomen in het uitvoeringsplan ‘Grip op het sociaal domein’. Voorgenomen acties De doelen wil de gemeente bereiken door budget alleen te gebruiken voor de doelgroep waarvoor deze is bedoeld en niet voor voorzieningen waar voorliggende regels gelden. Verder gaat de gemeente de voorwaarden van de individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand in 2022 evalueren en aanpassen waar nodig. Tot de evaluatie blijven de bedragen voor de individuele inkomenstoeslag in 2022 op het niveau van 2021. Ook wil de gemeente meer inzetten op alternatieve besparingsmogelijkheden voor inwoners, zoals de eerder genoemde voorzieningenwijzer.
32 In de gemeente Noordoostpolder is een burgerpanel actief. Inwoners kunnen zich inschrijven voor dit
panel. Vanuit het burgerpanel wordt een aantal keer per jaar vragenlijsten verspreid, op deze manier kunnen inwoners hun mening geven over verschillende onderwerpen. De gemeente krijgt zo zicht op wat er in de gemeente leeft.
52
Definitief
Voorgenomen monitoring De gemeente wil het beoogd resultaat gaan monitoren door het beeld van de financiële gevolgen te monitoren bij aanpassingen in het beleid. Verder wordt de reguliere Planning & Control cyclus als basis voor de monitoring aangehouden. Hierin wil de gemeente de uitgewerkte indicator meenemen zoals uitgewerkt in de visie sociaal domein: “We brengen (financieel) afwijkende ontwikkelingen in beeld, zodat we hierop tijdig kunnen anticiperen” en “Rapportages zijn tijdig geleverd”. Financiën Per onderdeel van het minimabeleid zijn de beschikbare financiële middelen vastgesteld. In tabel 2.5.1 is de meerjarenbegroting weergegeven. Voor het sociale domein geldt dat de uitgaven, bij een ongewijzigd beleid, zouden oplopen met € 3,2 miljoen. Er is daarom besloten om structureel € 1,2 miljoen toe te voegen aan het sociaal domein, tegelijkertijd zal ongeveer € 2 miljoen bezuinigd moeten worden. In het uitvoeringsplan ‘Grip op sociaal domein’ is een set concrete maatregelen uitgewerkt om deze taakstelling te bereiken. Deze maatregelen zijn uitgesplitst naar de domeinen Participatie/Minima, Wmo en Jeugd. De bezuinigingen zijn qua taakstelling niet bij het minimabeleid terechtgekomen.
53
Definitief
Tabel 2.5.1 Meerjarenbegroting minimabeleid en sociaal domein33 Bijzondere bijstand Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Individuele inkomenstoeslag Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Meedoenregeling Individuele studietoeslag Algemeen (o.a. ontwikkeling, subsidie) Grip op het sociaal domein Totaal Minimabeleid Overige middelen Sociaal Domein Totaal Sociaal Domein
2021 € 745.529
2022 € 745.529
2023 € 745.529
2024 € 745.529
€ 546.184 € 211.612
€ 546.184 € 211.612
€ 546.184 € 211.612
€ 546.184 € 211.612
€ 107.500 € 206.601 € 10.180
€ 107.500 € 206.601 € 10.180
€ 107.500 € 206.601 € 10.180
€ 107.500 € 206.601 € 10.180
€ 68.058 € 1.896.664
€ 66.705 - € 20.000 € 1.875.311
€ 66.705 - € 20.000 € 1.875.311
€ 66.705 - € 20.000 € 1.875.311
€ 41.713.336 € 43.610.000
€ 41.284.689 € 43.160.000
€ 41.240.689 € 43.116.000
€ 41.076.689 € 42.952.000
2.5.2. Resultaten Monitoring algemeen De sturing op het minimabeleid vindt plaats middels de reguliere cyclus van begroting en verantwoording. De gemeente rapporteert jaarlijks de voortgang van speerpunten die vallen onder de vier leidende principes van een ‘Krachtig Noordoostpolder’34. Rondom minimabeleid staan in de jaarverslagen 2021 en 2022 echter andere speerpunten benoemd dan in het Deelplan Minima. Onderstaande tekst is letterlijk overgenomen uit de jaarverslagen: 1. Minder mensen in armoede. Wij willen voorkomen dat mensen in armoede terecht komen. Daarom nemen wij maatregelen die gericht zijn op financiële ondersteuning, het voorkomen van sociale uitsluiting onder kinderen en bieden we schuldhulpverlening. 2. Een samenleving waarin iedereen meedoet. Meedoen in de samenleving zorgt voor eigenwaarde en zingeving. Dat vergroot het welzijn en helpt om zorgvragen te voorkomen. Dit is opgenomen in de deelplannen Participatie, Wmo en Volksgezondheid. 3. Snelle integratie van nieuwe Nederlanders. Het is belangrijk dat nieuwkomers snel meedoen in de samenleving. De kennis van praktische leefgewoonten en het spreken van de taal zijn daarbij voorwaarden. Daarom gaan wij daarmee aan de slag.
Ten aanzien van doelstelling 1, minder mensen in armoede, wordt in 2022 alleen gerapporteerd over de implementatie van vroegsignalering van schulden en een onderzoek naar de mogelijkheden om bewindvoering anders vorm te geven. Beide onderdelen komen voort uit het beleidsplan schuldhulpverlening en niet uit het Deelplan Minima. In 2021 wordt ten aanzien van deze doelstelling alleen gemeld dat het geactualiseerde Deelplan Minima is vastgesteld in 2021. Er vindt geen inhoudelijke verantwoording plaats op het minimabeleid zelf. De gemeente rapporteert dus niet per opgestelde indicator of doelstelling voor het minimabeleid over de mate van realisatie. Dit geldt zowel voor de eigen inspanningen als de verantwoordingseisen die zijn neergelegd bij de ketenpartners. Vanuit de interviews wordt aangegeven dat het niet verantwoorden op de vastgelegde doelen onder andere te maken heeft met het verloop onder en het tekort aan personeel. Beleidsadviseurs kijken momenteel inhoudelijk zelf naar de voortgang, maar stellen hier geen verantwoordingsrapportages over op. Daarnaast is de gemeente bezig met de ontwikkeling van een dashboard Jeugd in plaats van een schriftelijk rapportage. Mocht dit goed werken dan is het 33 De informatie over de financiële middelen zijn afkomstig uit het beleidsplan van het sociaal domein en
het uitvoeringsplan ‘Grip op sociaal domein’. 34 Jaarrekening 2022, gemeente Noordoostpolder.
54
Definitief
de bedoeling ook voor de andere deelgebieden als het minimabeleid een dergelijk dashboard te ontwikkelen. Op welke termijn dit gebeurt, is nog onduidelijk. Financiële realisatie Onderstaande tabel geeft inzicht in de begroting en de realisatie over 2021 en 2022 voor de verschillende regelingen. Tabel 2.5.2 Begroting versus realisatie, kosten inclusief personeelskosten, bron gemeente Noordoostpolder 2021 Programmakosten regelingen Bijzondere bijstand Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Individuele studietoeslag Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Meedoenregeling Individuele inkomenstoeslag Totaal
2022
Begroting na wijzigingen 505.804
Realisatie 282.955
Begroting na wijzigingen 484.626
Realisatie 172.018
520.000 10.180
466.058 15.000
520.000 23.218
395.931 21.306
107.500 166.601
90.266 142.807
109.220 215.907
65.118 144.038
211.612 1.521.697
264.295 1.261.381
194.998 1.547.969
248.692 1.047.103
Bij dit financieel overzicht is een aantal opmerkingen geplaatst door de gemeente Noordoostpolder: - De lagere kosten voor de kwijtschelding gemeentelijke heffingen in 2022 komt door het effect van het invoeren van de diftar35. Een deel van de kwijtschelding komt daardoor pas later, omdat de heffing van het variabele eerst definitief vastgesteld moet worden en dat gebeurt jaarlijks achteraf. - In de begroting is een taakstelling van 20.000 euro opgenomen voor de individuele inkomenstoeslag, dit staat in het deelplan GRIP op sociaal domein, dat is opgesteld naar aanleiding van te realiseren bezuinigingen in het sociaal domein. In 2022 is besloten deze taakstelling voorlopig niet door te voeren. De gemeente was voornemens om de IIT te bevriezen en niet meer jaarlijks te indexeren, om daarmee deze taakstelling te behalen. Vanwege de in 2022 plotseling gestegen energielasten en overige inflatie, is besloten af te zien van deze bevriezing. De IIT wordt nog steeds geïndexeerd. - De kosten bijzondere bijstand is inclusief TONK36, zelfstandigen en bijvoorbeeld buiten invorderingstelling. - Ten aanzien van de Meedoenregeling was het aanvangsbudget 2021 wel 206.601 euro, maar is dat budget in verband met onderbesteding bij einde jaar bijgesteld. In 2021 zijn de uitgaven voor de regelingen circa 260.000 onder de begroting gebleven, in 2022 was dit 500.000 euro.
Per regeling zijn er grote verschillen. De individuele inkomenstoeslag kost jaarlijks circa 50.000 euro meer dan begroot. De bestedingen voor bijzondere bijstand en de Meedoenregeling blijven behoorlijk achter ten opzichte van de begroting. Doelmatigheid minimabeleid In het interview met de gemeente is de doelstelling rond de doelmatigheid van het minimabeleid aan de orde gekomen. Daarmee beoogt de gemeente dat de verstrekte regeling ook daadwerkelijk wordt gebruikt door de inwoner voor het doel van de verstrekking. Bij de verstrekking van de meeste regelingen wordt op voorhand om bewijsstukken gevraagd. Dit geldt 35 Diftar zijn gedifferentieerde tarieven voor de inzameling van afval waarbij per huishouden of
rechtspersoon geregistreerd wordt hoeveel en wat voor soort afval wordt aangeboden. 36De regeling Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) was bedoeld voor huishoudens die door de coronasituatie te maken kregen met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer konden voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas boden.
55
Definitief
voor de kwijtschelding, bijzondere bijstand, regeling chronisch zieken. De Individuele Inkomenstoeslag is een vrij te besteden bedrag, waarvoor geen verantwoording verschuldigd is. De Meedoenregeling bestaat uit een tegoed, dat alleen te gelde kan worden gemaakt wanneer gebruik gemaakt wordt van aanbod vanuit deelnemende organisaties. Er wordt niet gecontroleerd of inwoners dit budget hier daadwerkelijk aan spenderen. Formeel vragen klantmanagers wel om betalingsbewijzen bij inwoners, maar hier wordt niet actief op gecontroleerd en de klantmanagers ontvangen deze nagenoeg niet.
56
Definitief
3. Rol van de gemeenteraad 3.1. Informatie richting gemeenteraad De gemeente rapporteert middels jaarverslagen de voortgang terug aan de gemeenteraad. Momenteel wordt de voortgang van alle indicatoren uit het Deelplan Minima niet aan de gemeenteraad teruggekoppeld. Indicatoren die in de begroting zijn ingebouwd, gaan wel richting de gemeenteraad. Verslagen die de gemeente terugkrijgt van de ketenpartners, worden niet doorgezet naar de gemeenteraad. De Participatieraad vertegenwoordigt indirect de doelgroep. Leden van de Participatieraad komen per jaar tien keer bij elkaar. De gemeente vraagt om advies aan de Participatieraad, wanneer er een nota naar de gemeenteraad wordt gestuurd. Dit advies gaat richting de gemeenteraad.
3.2. Controle vanuit de gemeenteraad Het beleidsplan voor het sociaal domein en het minimabeleid is in samenwerking met de gemeenteraad opgesteld. De voorlopige doelstellingen, normen en indicatoren zijn voorgelegd aan de gemeenteraad en besproken in de commissies. Aan de hand van de evaluatie door de gemeenteraad is het plan definitief vastgelegd. Het Deelplan Minima is vastgesteld door de gemeenteraad op 13 september 2021. Een amendement om voor een aantal regelingen de inkomensgrens te verhogen naar 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum is vanwege te hoge kosten afgewezen. Wel is de toezegging gedaan een onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een ‘geleidelijke schaal’ bij inkomensondersteunende maatregelen met het oog op de armoedeval Onderwerpen die de gemeenteraad aandraagt, zijn voornamelijk op basis van ontwikkelingen in de samenleving. De onderwerpen die de raad wil bespreken, staan op de strategische raadsagenda. In de periode van het Deelplan Minima heeft de gemeenteraad een enkele keer vragen gesteld over hoe de minima-ondersteuning het beste ingericht kan worden en hoe de doelgroep het beste bereikt kan worden37. In november 2022 heeft de gemeenteraad antwoord gekregen op een toezegging vanuit juli 2022 over de financiële gevolgen van het verhogen van de inkomensgrens armoedebeleid naar 130 procent Wsm.
Deze verhoging is niet doorgegaan, omdat de motie is verworpen. In dezelfde maand heeft de gemeenteraad een motie ingediend om de inkomensgrens voor alle minimaregelingen te verhogen naar 120%, vanaf 1 januari 2023 en in de tussenliggende periode de Mee(r)doen-regeling ruimhartiger toe te passen. Ook deze motie is verworpen. Zoals eerder vermeld, ontvangt de gemeenteraad geen verantwoording over het afgesproken beleid. In de jaarverslagen wordt gerapporteerd over andere doelen dan in het Deelplan Minima staan. De gemeenteraad heeft hier ook niet om gevraagd: er zijn bij de behandeling van het Deelplan Minima geen afspraken gemaakt over de informatievoorziening en de verantwoording. De gemeente werkt aan een integraal dashboard met onderwerp van het sociaal domein om de gemeenteraad te informeren.
37 In bijlage 5 staat een overzicht van de momenten waarop het minimabeleid is besproken door de
gemeenteraad.
57
Definitief
4. Bijlagen Bijlage 1. Normenkader Bijlage 2. Resultaten behoeftepeiling doelgroep Bijlage 3. Resultaten burgerpanel Bijlage 4. Overzicht indicatoren vanuit beleidsplan sociaal domein Bijlage 5. Chronologisch overzicht belangrijkste stukken gemeenteraad Bijlage 6. Lokale context gemeente Noordoostpolder Bijlage 7. Wettelijk kader armoedebeleid Bijlage 8. Inkomenseffectrapportage
58
Definitief
Bijlage 1. Normenkader Onderzoeksvraag 1
2
3
4
5
Norm Beleid en kaders Wat is de definitie van armoede in Er is een eenduidige definitie van armoede de gemeente?; vastgesteld door de gemeente Noordoostpolder. Er is door de gemeenteraad vastgesteld beleid dat geldt voor de onderzoeksperiode. Wat zijn de doelen? De doelstellingen zijn helder, toetsbaar en in samenhang met elkaar geformuleerd Is deze definitie actueel en De definitie sluit aan bij de actuele situatie en bij de afgestemd door samenstelling samenstelling van de doelgroep in de gemeente van de samenleving in de Noordoostpolder, ook naar centrum en de dorpen. gemeente? Welke minimaregelingen zijn Er is een duidelijk overzicht van de regelingen die beschikbaar? de gemeente Noordoostpolder aanbiedt. De doelgroep per regeling is duidelijk beschreven,. Voor welke doelgroepen zijn deze bedoeld?
De doelgroep is op de hoogte van de regelingen. Regelingen sluiten goed aan op elkaar aan; witte vlekken in het beleid zijn bekend.
6
Hoe zijn de financiële middelen begroot? Uitvoering (van regelingen), demografische en armoedeanalyse van indicatoren
7
Zijn de doelgroepen voor de diverse regelingen duidelijk geïdentificeerd (eventueel ook uitgesplist naar centrum en dorpen)?
Er zijn kerngegevens over de actuele armoede en doelgroepen voor de diverse regelingen in de gemeente Noordoostpolder (2021 of 2022) beschikbaar. De kerngegevens zijn uitgesplitst naar centrum en dorpen. Er is een eenduidige relatie tussen de beschikbare regelingen en de samenstelling van de doelgroep.
8
9
Wat is de duiding en verklaring van de scores van de verschillende beleidsindicatoren met betrekking tot armoede in de Noordoostpolder? Wat zijn de ontwikkelingen van de doelgroepen (instroom en uitstroom) en het bereik van de doelgroepen (in centrum en dorpen) van de verschillende instrumenten? Wat zijn de mogelijke oorzaken van de mismatch? Heeft de gemeente zicht op deze ontwikkelingen?
Er is gespecificeerd hoe gemeten wordt dat de doelstellingen voor beleid rond armoede worden gerealiseerd. De prestaties zijn beoordeeld en verklaard. Er wordt actief gemonitord op de kerngegevens rond armoede: doelgroepen en bereik van de verschillende instrumenten. De redenen voor het realiseren van de en / of de afwijkingen van de doelstellingen rond bereik zijn bekend.
59
Definitief
De belangrijkste partners in de aanpak tegen armoede zijn bekend.
10
Hoe verloopt de samenwerking met ketenpartners op het gebied van armoede voor de verschillende doelgroepen en inwoners in het centrum en de dorpen?
Er zijn samenwerkingsafspraken met deze partners. De samenwerkingspartners beoordelen de samenwerking met de gemeente als positief. De doelstellingen en inhoud van het beleid sluiten aan bij de wensen van de externe organisaties c.q. ketenpartners. Doelbereik De wijze van monitoring en het meten van resultaten is beschreven en gedefinieerd.
11
Zijn de beoogde effecten van de genomen maatregelen duidelijk en worden doeltreffendheid en doelmatigheid voldoende geëvalueerd? Wat is er dan op grond van de beschikbare gegevens te zeggen over de doelmatigheid en doeltreffendheid? Welke indicatoren worden gehanteerd?
Er is een eenduidige relatie tussen de geformuleerde doelstellingen en de te bereiken resultaten. De meting van de resultaten worden toegepast in een PDCA-cyclus De redenen voor het realiseren van en / of de afwijkingen van de doelstellingen zijn bekend. Afwijkingen van de realisatie worden opgevolgd door verbetervoorstellen en bijsturing.
12
13
14
Is het doelbereik voldoende of mist het beleid van de gemeente doelgroepen of instrumenten, gezien vanuit de samenstelling van de inwoners van de gemeente? Zo ja, welke doelgroep(en) of instrumenten zijn dat? Is er ook ruimte in het gemeentelijk beleid om inwoners buiten de armoedecriteria tegemoet te komen? Zo ja, in welke aantallen gebeurt dat? Hoe is de gemeenteraad geïnformeerd over de uitvoering van het beleid en de besteding van de beschikbare financiële middelen?
Regelingen sluiten goed aan op elkaar aan en op de samenstelling van de inwoners (centrum en dorpen). Witte vlekken in het beleid zijn bekend. De gemeente heeft beleid en instrumenten voor inwoners die buiten het reguliere armoedebeleid vallen. Er is zicht op het aantal inwoners dat hier gebruik van maakt. De gemeenteraad krijgt periodiek de vastgestelde set informatie over het armoedebeleid ten aanzien van de mate van realisatie van de beleidsdoelstellingen en ingezette financiële middelen; De oorzaken van eventuele afwijkingen hiervan.
15
Welke aanvullende beleidsinstrumenten heeft de gemeente om armoede onder haar inwoners te bestrijden? Wat is het mogelijke effect van die aanvullende instrumenten?
Het is duidelijk welke regelingen de gemeente Noordoostpolder nog kan aanbieden. Er is zicht op het mogelijk effect van een dergelijke regeling.
60
Definitief
16
Op welke wijze kan de raad (beter) in staat worden gesteld om de uitvoering van het beleid en de besteding van de beschikbare financiële middelen te controleren?
De gemeenteraad is in staat op basis van het bovenstaande de uitvoering van het beleid en de besteding van de beschikbare financiële middelen te controleren. Armoedeval
17
18
19
In hoeverre veroorzaken landelijke regelingen op het gebied van inkomensondersteuning armoedeval? Wat zijn de effecten van het gemeentelijke beleid op het inkomen van minima en in welke situatie(s) is er sprake van armoedeval? Welke oplossingsrichtingen zijn mogelijk voor de gesignaleerde knelpunten?
Het effect van de landelijke regelingen op het gebied van inkomensondersteuning op de armoedeval is duidelijk.
Het effect van de gemeentelijke regelingen van de gemeente Noordoostpolder op de armoedeval is duidelijk.
De invloed die de gemeente heeft op de armoedeval zijn in beeld.
61
Definitief
Bijlage 2. Resultaten behoeftepeiling doelgroep B2.1 Respons De vragenlijst is verstuurd naar 2.200 inwoners in de gemeente Noordoostpolder. In totaal hebben 389 respondenten de enquête ingevuld (61 online en 328 op papier). Dat brengt de respons op 18 procent. De respons is voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep van huishoudens die gebruikmaken van het minimabeleid in de gemeente Noordoostpolder. Om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen, zijn er 328 respondenten nodig voor een betrouwbaarheid van 95 procent.
B2.2 Regelingen bij geldzorgen Figuur B2.2.1 De gemeente heeft verschillende regelingen voor inwoners. Maakt u (of iemand in uw gezin) gebruik van de regelingen? (n=272~377) Figuur B2.2.2 Als u sommige regelingen niet gebruikt, waarom is dat? (n=389)
Gebruik en bekendheid gemeentelijke regelingen Ja, gebruik ik Nee, maar ken ik wel Energietoeslag Kwijtschelding
Nee, ken ik niet 1
0 0
0
Individuele inkomenstoeslag
0
Bijzondere Bijstand
0
0
0
0
0 0
0
Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
0
0
0
Meedoen pakket jongeren (sport, cultuur)
0
0
0
Meedoen pakket ouderen (sport, cultuur) Studietoeslag 0
0
0
1
0
1
Redenen voor het niet gebruiken van regelingen Ik ken de regelingen niet
33%
Ik heb de regelingen niet nodig
22%
Ik vind het aanvragen moeilijk
19%
Ze passen niet bij wat ik nodig heb
11%
Ik vind het aanvragen van de regelingen teveel werk/moeite
10%
Mijn inkomen is te hoog
9%
Ik wil niet dat iemand weet dat ik weinig geld heb/Ik wil geen hulp vragen
5%
De vergoeding van de gemeente is te laag 3% Anders Geen reden/niet van toepassing
62
14% 20%
Definitief
Aanvullingen op de redenen voor het niet gebruiken van regelingen (n=52) Respondenten noemen bij de antwoordmogelijkheid ‘Anders’, aanvullende redenen voor het niet gebruiken van de regelingen. Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan niet in aanmerking te komen voor een regeling door een te hoog inkomen of te veel spaargeld (n= 25). Daarnaast geven respondenten aan dat zij niet weten of zij in aanmerking komen voor een regeling of waar/hoe zijn informatie kunnen vinden (n=11). Figuur B2.2.3 In de gemeente Noordoostpolder zijn verschillende organisaties die inwoners met geldzorgen helpen. Van welke organisaties heeft u weleens hulp gekregen? (n=62~309) Gebruik en bekendheid van andere hulporganisaties in de gemeente (n=39)38
Gebruik en bekendheid hulporganisaties Ja
Nee, maar ken ik wel
Voedselbank
0
Stichting Leergeld
0
Kerk
0
Humanitas
0
0
0
0 1
0
1
Schuldhulpmaatje 0 Anders
Nee, ken ik niet 1
0
0
1
0
0
0
Bij de antwoordcategorie ‘Anders’ noemen respondenten aanvullend organisaties die actief zijn in de gemeente. Voorbeelden van organisaties of hulpverleners zijn (Stichting) Samen zijn we er voor elkaar (n=5), bewindvoerder (2), Carrefour (n=1), Vluchtelingenwerk (n=1) en Lionsclub (n=1).
B2.3 Meedoen Figuur B2.3.1 Kunt u meedoen in de samenleving? (n=308~340) Figuur B2.3.2 Zijn er dingen die ervoor zorgen dat u niet volledig mee kunt doen? (n=389)
Participatie in de samenleving Ja
Soms wel, soms niet
Ik kan actief meedoen in de samenleving
0
Ik voel mij actief betrokken bij de samenleving
0
Nee 0 0
0 0
Participatiebelemmeringen Slechte gezondheid
37%
Weinig geld
28%
Weinig sociale contacten Weinig werk/vrijwilligerswerk Anders
19% 4% 13%
Niet van toepassing/geen belemmeringen
26%
38 Schuldhulpmaatje is niet actief in de gemeente Noordoostpolder.
63
Definitief
Aanvullingen op de participatiebelemmeringen (n=47) Respondenten noemen bij de antwoordmogelijkheid ‘Anders’, aanvullende belemmeringen voor participatie. Respondenten zien bijvoorbeeld hun leeftijd (n=8) als belemmering. Ook vervoer (n=5) is meermaals als belemmering voorgedragen. Andere belemmeringen zijn taal (n=3), fysieke en/of mentale gezondheid (n=12) Figuur B2.3.3 Zijn er dingen die u voor uzelf niet kunt betalen, omdat het te duur is? (n=389) Aanvullingen op dingen die te duur zijn om te betalen (n=31)
Te duur om te betalen (volwassenen) Leuke dingen doen (dagje uit)
34%
Noodzakelijke spullen kopen (kleding, fiets,…
21%
Meedoen aan sport/cultuur
18%
Op bezoek gaan bij familie en/of vrienden
16%
(Gezond) eten en drinken
15%
Behandeling/controle bij de tandarts
14%
Naar het ziekenhuis, een fysiotherapeut of dokter gaan
13%
Betalen van de vaste lasten (huur, energie)
8%
Anders
8%
Niet van toepassing
38%
Respondenten noemen bij de antwoordcategorie ‘Anders’ verschillende dingen die ze niet kunnen doen of kopen. Zo kunnen respondenten niet op vakantie (n=3), hun huis (voldoende) onderhouden (n=2) of vervoerskosten betalen (n=2). Figuur B2.3.4 Zijn er dingen die u voor uw kinderen niet kunt betalen, omdat het te duur is? Onder ouders met kinderen jonger dan 18 jaar (n=46)39
Te duur om te betalen (kinderen) Leuke dingen doen (dagje uit)
63%
Activiteiten op school betalen waarvoor een ouderbijdrage…
48%
Noodzakelijke spullen kopen (kleding, fiets)
46%
Lesgeld betalen
37%
Meedoen aan sport/cultuur
35%
De verjaardag van mijn kinderen vieren
30%
Naar de orthodontist (beugel) gaan Naar het ziekenhuis of de dokter gaan
22% 7%
Anders 4% Niet van toepassing/Ik heb geen kinderen
9%
39 De antwoorden zijn weergeven over alle respondenten die hebben aangegeven kinderen te hebben die
jonger zijn dan 18 jaar en bij de respondent in huis wonen.
64
Definitief
Aanvullingen op dingen die te duur zijn om te betalen (n=2) Respondenten noemen bij de antwoordcategorie ‘Anders’, dat er nog geen sprake van is vanwege de jonge leeftijd van het kind (n=1) of dat vakantie te duur is om te betalen (n=1).
B2.4 Aanbod minimaregelingen en andere hulp Figuur B2.4.1 Vindt u dat de gemeente voldoende doet voor inwoners met geldzorgen? (n=313) Toelichting van respondenten waarom de gemeente niet voldoende doet voor inwoners met geldzorgen (n=85) Respondenten geven onder andere aan dat ze meer (specifieke) hulp nodig hebben (n=19). Bijvoorbeeld een tegemoetkoming voor zorgkosten, hulp voor zorgjongeren of een geldelijke ondersteuning om te sporten. Ook vinden respondenten dat ze te weinig worden geïnformeerd over de ondersteuningsmogelijk-heden van de gemeente (n=14). Verder komen respondenten om verschillende redenen niet in aanmerking voor regelingen (n=11). Figuur B2.4.2 Zijn er kosten waarvoor u graag hulp van de gemeente zou willen krijgen? (n=338)
De gemeente doet voldoende voor inwoners met geldzorgen
Nee, want…
Ja
30 %
Toelichting van respondenten voor welke kosten zij graag ondersteuning willen (n=144) De meeste respondenten willen ondersteuning voor energiekosten (n=22). Ook willen respondenten ondersteuning voor participatiekosten (n=20), voornamelijk om te sporten. Verder willen respondenten ondersteuning voor gemeentelijke belastingen (n=18), vervoerskosten, zoals een fiets, rijbewijs of taxipas, (n=18), zorgkosten (n=17) en huishoudelijke apparaten (n=6).
70 %
Figuur B2.4.3 Zijn er nog andere dingen waarvoor u graag hulp wilt krijgen? (n=343)
Respondenten die hulp willen van de gemeente voor kosten Ja, namelijk… Hulp voor iets Nee anders Ja, namelijk…
Nee
19 %
55%
81 %
45%
Toelichting van respondenten voor welke andere dingen zijn graag hulp willen (n=64) De meeste respondenten willen graag hulp bij het invullen van formulieren (n=33) voor bijvoorbeeld de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen of andere regelingen. Ook willen respondenten hulp bij het digitaal aanvragen van regelingen. Daarnaast willen respondenten begeleiding bij het opbouwen van sociale contacten (n=8) of voor het vinden van werk en het opstellen van CV (n=3). Verder wordt er door een aantal respondenten begeleiding in het algemeen genoemd of begeleiding gericht op tuinonderhoud, huisonderhoud of omgaan met computers.
65
Definitief
B2.5 Aanvragen van regelingen Figuur B2.5.1 Hoe komt u aan informatie over de regelingen (uit vraag 1)? (n=389) Aanvulling op de manier waarop respondenten aan informatie over de gemeentelijke regelingen komen (n=25)
Bron van informatievoorziening gemeentelijke regelingen Via familie, vrienden of kennissen
38%
Via de website van de gemeente/organisatie
36%
Uit de lokale krant of folder
28%
Via een hulpverlener/consulent
14%
Via een welzijnsorganisatie (Carrefour, Zorggroep Oude…
12%
Via het sociaal loket
11%
Via mijn bewindvoerder
6%
Via sociale media (Facebook, Instagram)
6%
Via een vrijwilligersorganisatie (Schuldhulpmaatje of… 3% Anders
11%
Respondenten noemen bij de optie ‘Anders’ hulpverleners of organisaties (n=10) als een ambulant begeleider, doktersassistent, Humanitas, Vluchtelingenwerk of een werkcoach. Andere respondenten komen aan informatie via media kanalen (n=9) zoals een televisie, journaal, Google of een kerkblad. Figuur B2.5.2 Wat vindt u van het aanvragen van regelingen? (n=295~352)
Ervaringen met het aanvragen van regelingen Eens
Neutraal
Ik kan zelf de bewijsstukken verzamelen.
Oneens 57%
28%
15%
Het was duidelijk hoe ik een aanvraag kon doen.
46%
30%
24%
Ik weet bij wie ik moet zijn om hulp te vragen.
45%
33%
23%
Ik wist welke regelingen ik kon aanvragen.
44%
30%
26%
Ik wist hoe het verder zou gaan met mijn aanvraag.
42%
33%
25%
66
Definitief
Figuur B2.5.3 Wat vond u van het contact met de medewerker van de gemeente? (n=160~200)
Ervaringen met het contact met een medewerker Eens
Neutraal
Oneens
De medewerker nam mij serieus.
1
De medewerker legde alles duidelijk uit.
0
1
De medewerker zocht samen met mij naar een oplossing.
0
1
De medewerker vertelde mij over andere organisaties waar ik ondersteuning kan krijgen.
0
0 0
0 0
0 0
B2.6 Invloed van de regelingen Invloed van de regelingen Eens
Neutraal
Oneens
De regelingen passen bij wat ik nodig heb.
62%
Door de regelingen kan mijn kind meedoen.
55%
Ik ben bang dat ik de regelingen kwijtraak als ik aan het werk ga en/of meer inkomen verdien.
49%
32%
17%
Door de regelingen heb ik minder zorgen over geld.
48%
32%
20%
De regelingen passen bij wat mijn kinderen nodig hebben.
48%
Door de regelingen kan ik elke maand rondkomen.
38%
Door de regelingen kan ik meedoen.
32%
30% 35%
41% 44%
48%
Figuur B2.6.1 Helpen de regelingen u (en uw gezin) bij het rondkomen?(n=61~52)
B2.7 Rapportcijfers De respondenten hebben cijfers gegeven aan verschillende onderdelen van het gemeentelijke minimabeleid. De beoordeling is als volgt: • Een 7,0 als beoordeling van de kwaliteit van de huidige regelingen (n=307); • Een 6,5 voor het aanbod aan minimaregelingen (n=290); • Een 6,1 als beoordelingen van de kwaliteit en duidelijkheid van de informatie over regelingen (n=301); • Een 6,7 als beoordeling voor de kwaliteit van de hulp van de gemeente (n=314); • Een 6,7 voor de invloed van regelingen op het rondkomen (n=305).
4.1. B2.8 Tips voor de gemeente Respondenten willen meer en beter geïnformeerd worden over de regelingen van de gemeente en het aanvragen ervan (n=28)
67
8% 10%
11% 18%
20%
Definitief
‘Als er één hulpvraag bij jullie aangekomen is, er gelijk een infopakket naar de inwoner gaat om te laten weten welke voorzieningen er nog meer zijn. Zodat men gelijk kan kijken wat voor hulp er nog meer mogelijk is.’ ‘Eens in de zoveel tijd een infobrief sturen over de regelingen die er zijn, en hoe eventueel in contact te komen/aanvragen van de regelingen, van vele was deze vragenlijst de eerste keer dat ik er überhaupt van hoorde!’ ‘maak bv meer reclame hoe mensen dingen kunnen aanvragen.’ ‘Misschien voor de digibeet (ouderen veelal) een nieuwsbrief met overzicht van regelingen per post sturen.’
Respondenten geven tips over hoe de gemeente de hulp meer op maat en laagdrempelig kan bieden (n=25)
‘(…) een groot nadeel is dat je alles digitaal moet aanleveren en daar heb ik grote moeite mee. De hulp die je daar bij kunt krijgen van de gemeente is bijna altijd op kantooruren. Ik moet overdag gewoon werken, dus zou het fijn zijn als dit ook in de avonduren kan.’ ‘Dat er meer aandacht is voor ouderen en mensen die niet met een computer kunnen werken en hebben vanwege ziekte of beperkingen. Altijd aanmelden via online. Bijna nooit een telefoonnummer vermeld.’ ‘Het gemeentehuis meer uren openstellen voor aanloop, niet uitsluitend 's morgens.’
‘De regelingen zijn erg versnipperd waardoor het overzicht krijgen en aanvragen doen enorm veel energie kost. (…)’ ‘Graag formulieren sturen in eenvoudige, duidelijke taal’ ‘Meer begeleiding ook voor mensen die de taal niet goed spreken of begrijpen’.
Respondenten hebben behoefte aan een regeling voor participatie (n = 13)
‘Kinderen kunnen sporten, de ouder niet, terwijl ik graag mee zou willen doen (…).’ ‘Meedoenpakket Volwassenen aanbieden. Jullie onderschatten het sociale isolement van een minima als doorslag naar de kinderen. Positieve gezondheid is voor de ouder net zo belangrijk als voor het kind!’ ‘Meer dingen regelen ook voor de volwassenen en niet alleen de ouderen. ‘Zorg dat de volwassenen tussen de 18-65 ook een (klein) budget voor sport kunnen krijgen. Het kan het 'uitje' van de week zijn die je even uit je situatie haalt, je oppept, energie geeft, frustraties helpt loslaten zodat je de komende week weer aankan..
68
Definitief
Respondenten willen ruimere voorwaarden om in aanmerking te komen voor de regelingen (n=11) “Weekje vakantie op camping aanbieden, dat is in andere gemeentes wel” “De kwijtscheldingsregeling mag wat minder streng” “Verhoog de inkomensgrens naar 130% of hoger (140/150%) zodat meer mensen die het echt nodig hebben hulp kunnen krijgen, ook zij die net teveel verdienen nu” “Meer energie en geld steken in jongeren/jong volwassen met medische indicatie, die slechts een uitkering hebben en niet of deels kunnen werken (met behoud uitkering of slecht betaalde baan), die al 10 jaar wachten op een woning, maar als ze er een toegewezen krijgen, de inrichting niet kunnen betalen maar ook het levensonderhoud niet. Ze mogen ook nog eens niets sparen. Dit is een groep die aan alle kanten gestraft wordt. Heel hard gestraft. Ze leven zonder toekomst.” Respondenten hebben behoefte aan vergoeding voor noodzakelijke kosten (n=6)
‘Af en toe setje cadeaubonnen/kaarten voor extra boodschappen/een keer naar de kapper/kleding.’ ‘Als gemeente zorgen dat mensen genoeg geld hebben om gezond eten te kunnen kopen of even weg kunnen (…)’ ‘Extra hulp bij jaarlijkse huishoudelijke aankopen (…).’
Respondenten willen ondersteuning bij het werken of om werk te vinden (n=6)
‘Begeleiding en ondersteuning in het zoeken naar een baan.’ ‘Het zou fijn zijn dat volwassenen zonder vervoer met vrijwilligerswerk ook een goede fiets kunnen krijgen!’ ‘Ik wil graag stabiel werk van 32 uur, maar wegens mijn leeftijd krijg ik maar 24 uur contract.’
69
Definitief
B2.9 Achtergrondinformatie respondenten Figuur B2.9.1 Leeftijd (n=364) & Woonsituatie (n=386) Alleenwonend 1 18 t/m 27 jaar 2 28 t/m 45 jaar Leeftijd
Alleenstaande ouder met kinderen
Woonsituatie Samenwonend/gehuwd 3 46 t/m 66 jaar
4 67 jaar of ouder
Samenwonend/gehuwd met kinderen Anders
3% 13%
4% 4% 21%
49% 35%
61%
10%
Figuur B2.9.2 Woonplaats (n=384)
Woonplaats 1% 29% Emmeloord Dorp: Marknesse, Tollebeek, Nagele, Ens, Kraggenburg, 70%Espel, Creil, Rutten, Bant of Luttelgeest Dat zeg ik liever niet
Figuur B2.9.3 Thuiswonende kinderen (n=356) & Belangrijkste inkomensbron (n=388)
Respondenten met thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar Ja
Loon of salaris (loondienst)
Bijstandsuitkering
AOW en/of pensioen Ondernemer of ZZP'er Inkomensbron Anders
Dat zeg ik liever niet
Nee 1%8%
13%
19% 20%
2%
50% 87%
70
Definitief
5. Bijlage 3. Resultaten Burgerpanel B3.1 Respons Voor het burgerpanel zijn 1396 mensen aangeschreven. Daarvan hebben 437 mensen de vragenlijst ingevuld (al dan niet volledig). Door de oproep in de krant (De Noordoostpolder) en via sociale media hebben nog 76 mensen de vragenlijst ingevuld. In totaal hebben dus van 513 mensen de enquête ingevuld.
B3.2 Ondersteuning van de gemeente Figuur B3.2.1 Wat weet u van de ondersteuning die de gemeente biedt voor inwoners met een
Bekendheid ondersteuning bij een laag inkomen Ja
Nee
Ik weet dat er maatschappelijke orgnaisaties actief zijn die ondersteuning bieden bij geldzorgen
1
0
Ik weet dat de gemeente regelingen aanbiedt
1
0
Ik weet dat er een sociaal loket is waar ik terechtkan met vragen
1
0
laag inkomen? (n = 443)
Figuur B3.2.2 Stel dat u te maken krijgt met geldzorgen, zou u dan ondersteuning vragen bij de gemeente (n = 443)
Ondersteuning aanvragen Ja
Misschien
Nee
40% 50%
10%
Gegeven redenen voor het al dan niet aanvragen van ondersteuning Respondenten konden aangeven waarom zij wel of geen ondersteuning bij geldzorgen zouden aanvragen bij de gemeente, als respondenten hiermee te maken zouden krijgen. In totaal hebben 263 respondenten een toelichting gegeven op hun antwoord.
Wanneer respondenten ondersteuning zouden aanvragen, geven zij hiervoor de volgende redenen: • Acceptatie en dankbaarheid voor de mogelijkheden (76 respondenten) Een groot deel van de respondenten geeft aan dat ze gemeentelijke ondersteuning zouden aanvragen wanneer het nodig is, omdat alle hulp welkom is als hun eigen mogelijkheden beperkt zijn (geworden). Sommige respondenten beschouwen de gemeente als een eerste aanspreekpunt bij geldzorgen (ook voor eventuele verdere doorverwijzing) en zouden graag gebruikmaken van de beschikbare ondersteuning. Anderen voelen drempels om deze ondersteuning aan te vragen maar zouden de hulp toch aanvragen als ze vinden dat dit nodig is, omdat ze erop rekenen dat ze zelf dan niet
71
Definitief
•
meer voldoende kunnen voorzien (voor hun kinderen) en andere mogelijkheden hebben geprobeerd. Complexiteit van problemen waar mogelijk voorkomen (11 respondenten) Respondenten geven aan dat ze hulp zouden vragen om intensivering van de complexiteit van hun problematiek te voorkomen.
Als respondenten aangeven dat ze geen ondersteuning zouden aanvragen, doen zij dit met de volgende motivaties: • Zelfredzaamheid (56 respondenten) Vele respondenten benoemen dat ze zelfredzaamheid belangrijk vinden en ‘onafhankelijk’ willen blijven. Ze zouden daarom (eerst) hun situatie zelf proberen op te lossen en waar nodig hun sociale netwerk vragen. Daarnaast geven enkele respondenten aan dat ze eerder bij een vrijwilligersorganisatie om hulp zouden vragen, zoals Humanitas of de plaatselijke diaconie. • Ingewikkeld proces / slechte ervaringen (22 respondenten) Respondenten geven aan dat ze slechte ervaringen hebben (gezien bij anderen) met het aanvragen van ondersteuning bij de gemeente. Met name beperkte bereikbaarheid, lange wachttijden en ingewikkelde aanvraagprocedures worden als redenen genoemd. • Onwetendheid over de mogelijkheden (14 respondenten) Sommige respondenten geven aan dat ze hulp zouden willen vragen bij de gemeente, maar niet weten hoe het hulpaanbod eruitziet of welke maatschappelijke organisaties actief zijn. • Schaamte (9 respondenten) Uit schaamte zouden sommige respondenten geen ondersteuning vragen.
5.1. B3.3 Informatie Figuur 5.1.1. Figuur B3.3.1 U kunt op meerdere manieren informatie krijgen of zoeken over ondersteuning bij een laag inkomen. Hoe zou u deze informatie het liefst krijgen of zoeken? (n = 513)
Informatiekanalen Via de website van de gemeente/organisatie
68%
Via het Sociaal Loket
29%
Via een welzijsorganisatie
24%
Uit de lokale krant of folder
23%
Via een vrijwilligersorganisatie
18%
Via een hulpverlener/consulent
16%
Via familie, vrienden of kennissen
14%
Via sociale media
14%
Via mijn bewindvoerder Anders, namelijk
7% 3%
Aanvullingen op gewenste informatiebronnen Bij de optie ‘anders, namelijk’ konden respondenten andere informatiebronnen noemen die zij wenselijk zouden vinden. In totaal hebben 15 respondenten van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Zij noemen een mailing als optie, of via maatschappelijke- of zorgorganisaties (vrouwencentrum, huisarts, bank, kerk).
72
Definitief
Figuur B3.3.2 Welke vorm werkt voor u het beste om informatie te krijgen? (n = 513)
Informatievorm Een gesprek met een medewerker (praten + luisteren)
52%
Een advertentie of tekst (lezen)
36%
Een telefoonnummer bellen (praten + luisteren)
24%
Een poster of folder met plaatjes (zien + lezen)
16%
Een filmpje (kijken) Anders, namelijk
14% 4%
Aanvullingen op gewenste informatievorm In totaal hebben 20 respondenten een andere optie als gewenste informatievorm genoemd. Veruit de grootste groep benoemt dat zij informatie graag op een website willen lezen (12 respondenten, eventueel aangevuld met een chatfunctie via de website of een applicatie (5 respondenten). Daarnaast benoemen respondenten dat ze zich graag eerst zouden inlezen, zodat ze daarna geïnformeerd het gesprek in kunnen gaan.
B3.4 Financiële situatie Figuur B3.4.1 Heeft u in de afgelopen 12 maanden moeite gehad om van het inkomen van uw huishouden rond te komen? (n = 435)
Financiële situatie 58%
30%
10% 2% Nee, geen Nee, enkele geen moeite moeite, maar ik moet wel letten op mijn Ja, enige uitgaven moeite
73
Ja, grote moeite
Definitief
Figuur 5.1.2. Figuur B3.4.2 Zijn er dingen die u voor uzelf niet kunt betalen, omdat het te duur is? (n = 435)
Uitgaven voor volwassenen
Ja, vaak
Ja, soms
Nee, (bijna nooit)
Leuke dingen doen
0
(Gezond) eten en drinken
0
Noodzakelijke spullen kopen
0
Meedoen aan sport/cultuur
0 0
Behandeling/controle bij de tandarts Naar het ziekenhuis, een fysiotherapeut of dokter gaan
0
Niet van toepassing
0
1
0
0
1
0
0
1
0
0
0
0
1
0
0 0
1
0
Het betalen van de vaste lasten 0 0
1
0
Op bezoek gaan bij familie en/of vrienden 0 0
1
0
Figuur B3.4.3 Zijn er dingen die u voor uw kinderen niet kunt betalen, omdat het te duur is? (n = 95)40
Uitgaven voor kinderen
Ja, vaak
Ja, soms
Nee, (bijna) nooit
Leuke dingen doen
0
Noodzakelijke spullen kopen
0
Niet van toepassing
0
1
0
De verjaardag van mijn kinderen vieren
0 0
Naar de orthodontist gaan
0 0
0
1
0
1 1
0 0
Activiteiten op school betalen waarvoor een…0
0
1
0
Meedoen aan sport/cultuur 0
0
1
0
Lesgeld betalen 0 0
1
Naar het ziekenhuis of dokter gaan 0 0
1
40 De resultaten zijn afgezet tegen de groep respondenten die thuiswonende kinderen heeft die jonger zijn
dan 18 jaar. Om die reden is de doelgroep kleiner dan in de andere enquêtevragen.
74
0 0
Definitief
B3.5 Achtergrondinformatie respondenten Figuur B3.5.1 Leeftijd (n = 429) & Thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar (n = 435) 18 t/m 27 jaar 46 t/m 66 jaar
67 jaar of ouder 1%
Leeftijd
Thuiswonende kinderen
28 t/m 45 jaar
Ja
Nee
19%
22%
37%
43%
78%
Figuur B3.5.2 Woonsituatie (n = 429) & Woonplaats (n = 429) Alleenwonend Samenwonend Alleenstaande ouder met kinderen Samenwonend/gehuwd met kinderen Anders
Emmeloord Marknesse, Tollebeek, Nagele, Ens, Kraggenburg, Espel, Creil, Rutten, Bant of Luttelgeest
Woonplaats
Woonsituatie
1% 22% 21%
2% 33%
4%
65% 52%
Figuur B3.5.3 Hoe hoog is uw netto gezinsinkomen per maand (zonder toeslagen)? (n = 429)
Inkomen Lager dan € 1.800 per maand 1.800 tot € 2.000 per maand € 2.000 tot € 2.500 per maand € 2.500 tot € 3.000 per maand Hoger dan € 3.000 per maand Dat zeg ik liever niet
14%
13% 5% 13%
39% 16%
75
Definitief
Bijlage 4. Overzicht indicatoren vanuit beleidsplan sociaal domein Indicatoren leidend principe: Iedereen doet mee • Bevorderen van ontmoeting, contact en participatie. o Aandeel inwoners dat aangeeft voldoende betekenisvolle contacten te hebben met andere mensen. o Aandeel inwoners dat soms of vaak eenzaamheid ervaart o Aandeel inwoners dat aangeeft nauwelijks tot geen belemmering ervaren om deel te nemen aan het maatschappelijk leven. • Meedoen door te integreren in onze samenleving. o Aandeel van de 15 tot 74-jarige met betaald werk o Aandeel van de 4-23 jarigen dat onderwijs volgt o Aandeel van de inwoners dat mantelzorg dan wel vrijwilligerswerk doet • Meedoen door inkomensondersteuning. o Indicatoren worden uitgewerkt in het deelplan Minima • Meedoen door te werken (al dan niet betaald) of het volgen van onderwijs. o Aandeel van de 15 tot 74-jarige met betaald werk o Aandeel van de 4-23 jarigen dat onderwijs volgt o Aandeel van de inwoners dat mantelzorg dan wel vrijwilligerswerk doet Indicatoren leidend principe: Voorkomen staat voorop • Inwoners weten waar ze terecht kunnen voor hulp. o Percentage inwoners met ondersteuningsvragen die wisten waar ze moesten zijn • Inwoners ervaren de toegang tot ondersteuning als niet belemmerend.
o Percentage ondersteuningsvragers dat de toegang als niet belemmerend • Inwoners maken in toenemende mate gebruik van algemene voorzieningen en hun eigen netwerk. o Aandeel van de inwoners die vanuit het loket doorverwezen wordt naar een algemene voorziening ten opzichte van doorverwijzingen naar een maatwerkvoorziening • Inwoners hebben een gezonde leefstijl. o Aantal inwoners met een gezonde leefstijl (wordt 4-jaarlijks gemeten door de GGD, in de leefstijl monitor GGD) o Aandeel van de inwoners (18+) wat voldoet aan de beweegnorm (kanttekening: dit geeft niet een volledig beeld weer van de hele leefstijl) • Bij mantelzorgers is de draagkracht en draaglast in balans. o Aandeel van de inwoners dat mantelzorg verleent o Aandeel van de mantelzorgers dat zich soms/vaak belemmerd voelt in dagelijkse dingen • Inwoners zoeken tijdig hulp en zijn tijdig in beeld bij beginnende schulden. o Aantal inwoners in vroegsignalering/met beginnende schulden o Aantal inwoners in actieve vroegsignalering o Aantal nieuwe schuldhulpverleningstrajecten
Indicatoren: Het Loket sociaal domein • De klanttevredenheid van bezoekers aan het loket neemt toe o Aandeel bezoekers van het loket sociaal domein dat aangeeft hier (zeer) tevreden mee te zijn • Meer inwoners weten waar ze moeten zijn met hun (ondersteunings)vraag • Meer inwoners met een (ondersteunings)vraag worden naar de juiste plek verwezen o Aandeel hulpvragen wat wordt doorgegeven van het ene naar het andere proces • Inwoners hebben meer vertrouwen in het goed afhandelen van de (ondersteunings)vraag
76
Definitief
Indicatoren leidend principe: Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft • Meer inwoners maken gebruik van het eigen netwerk en algemene voorzieningen. o Aantal maatwerktrajecten (exclusief huishoudelijke ondersteuning, woonvoorzieningen en hulpmiddelen) o Aantal ondersteuningsvragen die bij de toegang worden beantwoord met een verwijzing naar een algemene voorziening/eigen netwerk o Aandeel van de inwoners die mantelzorg verleent o Aandeel van de inwoners die kunnen terugvallen op het eigen netwerk • Meer doen wat werkt, zodat ineffectieve ondersteuning voorkomen wordt. o Mate van behalen van individuele resultaatafspraken: uitstroomratio o Aandeel cliënten Wmo en jeugd dat aangeeft door de ondersteuning zich beter te redden • Passende ondersteuning is tijdig beschikbaar. o Tijd tussen contact loket en start zorg maatwerktrajecten (ten opzichte van de gestelde norm) • Passende ondersteuning dichter bij huis, zodat meer inwoners langer (zelfstandig) thuis kunnen wonen en eigen regie kunnen houden over het leven. o Aandeel zelfstandig wonende personen 75+-jarigen o Aantal jongeren in residentiële zorg (met uitzondering van pleegzorg) o Aantal inwoners in beschermd wonen en maatschappelijke opvang • Passende ondersteuning, zodat meer inwoners adequate ondersteuning ontvangen in onveilige thuissituaties.
o Aantal onderzoeken Veilig Thuis o Aantal huishoudelijke huisverboden o Aantal Inbewaringstelling (wet zorg en dwang) o Aantal Onder Toezicht Stellingen o Aantal onderzoeken Veilig Thuis afgezet tegen aantal ingezette maatregelen (huisverboden, inbewaringstelling, Onder Toezicht Stellingen)
Indicatoren: Team procesbegeleiders • Alle betrokkenen bij het plan weten wat van hen verwacht wordt o Aandeel betrokkenen bij een plan dat weet wat van hen wordt verwacht • Meer betrokkenen hebben vertrouwen in dat het plan goed gaat werken o Aandeel betrokkenen bij een plan dat vertrouwen heeft in de werking van het plan • Er wordt meer samen met de inwoner naar een oplossing gezocht bij het maken van het plan o Aandeel betrokkenen bij een plan dat aangeeft dat het plan is gemaakt met alle betrokkenen Indicatoren: Team maatwerk • We streven naar een doorlooptijd naar maatwerk die binnen de wettelijk termijn wordt afgehandeld • Inwoners hebben meer vertrouwen in het goed afhandelen van de ondersteuningsvraag o Aantal bezwaren op afgegeven beschikkingen • Meer inwoners weten wat het resultaat van de ondersteuning moet zijn • Meer inwoners weten dat ze gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning • Aandeel cliënten Wmo en Jeugd dat weet dat ze gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuning
77
Definitief
Bijlage 5. Chronologisch overzicht belangrijkste stukken gemeenteraad In het onderstaande tabel worden de belangrijkste stukken voor de gemeenteraad in chronologische volgorde benoemd. Raadsverslagen Wanneer
Onderwerp
Toelichting
23-1-2017
Uitstel verkoop aandelen Enexis
De gemeente heeft besloten om de aandelen van Enexis pas in 2019 te verlopen. Het plan was om de opbrengst van een miljoen euro te investeren in armoedebestrijding. De meerderheid van de gemeenteraad wil wachten met de verkoop.
16-10-2017
Onjuiste informatie Carrefour
Onjuiste informatie in een folder brengt de ‘politieke onafhankelijkheid’ van welzijnsorganisatie Carrefour in gevaar. Carrefour spreekt in de uitgave over zestienhonderd kinderen die in de polder in armoede opgroeien. Volgens onderzoek van de gemeente zijn dat er ruim zeshonderd. Carrefour heeft de onjuiste informatie op de website al veranderd. “De organisatie bracht de folder uit op het moment dat de cijfers van de gemeente nog niet bekend waren.
19-2-2018
Zwemtas voor kinderen uit arme gezinnen
Kinderen van 5 tot 18 jaar uit gezinnen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm kunnen nu op zwemles.
1-10-2018
Gemeenteraad unaniem akkoord met ‘meedoenpakket’
De gemeenteraad omarmde unaniem het meedoenpakket. Kinderen uit armere gezinnen kunnen daarmee meedoen aan sport en cultuur. Ook maakt het pakket de aanschaf van een fiets (vanaf 6 jaar) en een computer voor brugklassers mogelijk. Het meedoenpakket is een van de voorstellen van de werktafels ‘Krachtig tegen armoede’ en vervangt de ‘meedoenregeling’. In dit pakket wordt de bijdrage verhoogd van 150 naar 350 euro. Bovendien komen meer kinderen in aanmerking voor de regeling: de inkomensgrens is 120 procent van de bijstandsnorm, waar dat tot dusver 110 procent was.
3-6-2019
Duurzaamheid en inkomensverschillen
‘Duurzaamheid’ mag inkomensverschillen niet vergroten Duurzame maatregelen en de energietransitie gaan de inkomensverschillen in de Noordoostpolder niet vergroten. Het college beschrijft de duurzame maatregelen van dit jaar in het ‘Uitwerkingsprogramma duurzaamheid 2019’ Een gemeentelijke zonneweide maakte daarvan geen onderdeel uit. Volgens het college is er geen goede en financieel haalbare locatie beschikbaar. Wel komt er een onderzoek naar andere de mogelijkheden zoals waterstof.
78
Definitief
16-12-2019
Besluit subsidie auto Samen Zijn We Er Voor Elkaar
Gemeente Noordoostpolder draagt definitief niet bij aan een nieuwe auto voor de Stichting Samen Zijn We Er Voor Elkaar
27-1-2020
Scenario’s sociaal domein
Toekomst sociaal domein leidt tot discussie. De Wethouder moet vier scenario’s uitwerken over de toekomst van het sociaal domein. Dat dwong de gemeenteraad af. Noordoostpolder stevent net zoals veel gemeenten af op een miljoenentekort op bijvoorbeeld Jeugdzorg en Wmo. Sinds de landelijke overheid de verantwoordelijkheid daarvoor bij de gemeenten neerlegde, kampen die met oplopende tekorten. In de Noordoostpolder kan dat bedrag oplopen tot meer dan drie miljoen euro. Bovendien is onduidelijk hoeveel het Rijk de komende jaren bijdraagt. Volgens de Wethouder is daarom een discussie nodig over de toekomst. “Zes jaar geleden kwam één op de twintig kinderen in aanraking met Jeugdzorg, dat is nu één op de negen. We moeten ons afvragen wat onder Jeugdzorg, onderwijs of opvoeding hoort.”
19-10-2020
Mondkapjes voor minima
Gemeente Noordoostpolder zorgt dat voedselbanken voldoende mondkapjes op voorraad hebben voor minima.
11-9-2021
Deelplan minimabeleid
De gemeenteraad stemde in met het Deelplan minimabeleid. Daarmee wil gemeente Noordoostpolder voorkomen dat inwoner in langdurige armoedebeleid belanden, daarnaast willen zij eventuele armoedevallen voorkomen door meer regelingen open te stellen voor mensen met een inkomen tot 120 procent van de bijstand norm. Dit was echter niet financieel haalbaar.
14-11-2022
Inkomensgrens minimaregeling niet omhoog
Motie van ChristenUnie-SGP en GroenLinks voor de verhoging inkomensgrens minimaregelingen naar 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum is niet aangenomen. Ook niet toen ze een nieuwe motie voor 120 procent van het minimumloon indienden.
Wanneer
Onderwerp
Toelichting
19-2-2018
Deelname zwemtasregeling naar 120 % bijstandsnormAangenomen
Zwemtas regeling voor kinderen van 5 tot 18 jaar voor kinderen uit gezinnen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm
19-2-2018
Deelname zwemtasregeling naar 130 % bijstandsnormVerworpen
Zwemtas regeling voor kinderen van 5 tot 18 jaar voor kinderen uit gezinnen met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm
Amendementen
79
Definitief
12-11-2018
Programmabegroting – De (meerjaren-)programmabegroting 2019-2022 als Een beter welzijn voor volgt gewijzigd vast te stellen: de activiteit onder ouderen- Verworpen speerpunt 02 aan te passen (pag. 76): Met de vergrijzing neemt ook de eenzaamheid toe. Daarom willen wij ontmoeting, contacten en meedoen onder ouderen vergroten, door: • het aanbod van specifieke vervoersoplossingen te vergroten • maatschappelijke activiteiten bereikbaarder te maken • het intensiveren van dagbestedingen; met als doel het percentage eenzaamheid voor 2020 te halveren.