CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

19.1 Rekenkameronderzoek Armoedebeleid.pdf

Gemeenteraad 3 juni 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 19: Rekenkameronderzoek Armoedebeleid34.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Binnen Emmeloord zijn er verschillen in de sociale basis tussen de wijken. Een aantal meer kwetsbare wijken kennen een minder sterke sociale basis en krijgen ook meer aandacht van de gemeente. De dorpen krijgen geen specifieke extra aandacht. De gemeente heeft in de gesprekken aangegeven dat met de verstrekking van de energietoeslag een nieuwe doelgroep in beeld is gekomen. Vanuit de interviews komt de waarneming dat deze groep al een laag inkomen had, maar door de energiecrisis en inflatie moeilijker kan rondkomen. Daarbij signaleren zowel de medewerkers van de gemeente als de ketenpartners dat een deel van deze doelgroep wel in staat is om naar de omstandigheden juist te handelen en dat dit bij een deel niet lukt. Deze laatste groep is kwetsbaar.

1.2. Beleidsvisie en doelstellingen armoedebeleid Verschillende documenten Noordoostpolder10.

geven

informatie

over

het

actuele

armoedebeleid

in

1.2.1. Voorgaande beleidsperiode en beleidsontwikkelingen In het onderstaande schema staat een overzicht van de verschillende beleidsplannen in de afgelopen jaren.

8 Waar staat je gemeente (z.d.). https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive?workspace_guid=5095a348-

f74b-4fed-a889-7ca27e407bec..Het CBS baseert het aantal huishoudens met problematische schulden op registraties over betalingsachterstanden bij de Belastingdienst, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), bij BKR geregistreerde betalingsachterstanden en schuldregelingen, wanbetalers van de zorgverzekering, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) en het Centraal Curatele en Bewind Register (CCBR). 9 De sociale basis bestaat uit alle inwoners, organisaties en netwerken die zich inzetten voor een veilige, gezonde en fijne plek om met elkaar samen te leven. 10 Als basis zijn voor dit hoofdstuk het beleidsplan voor het sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ voor de visie en leidende principes en het Deelplan Minima ‘Iedereen doet mee’ voor de doelstellingen gebruikt. Het huidige beleidsplan voor het minimabeleid in Noordoostpolder geldt voor de periode 20212024.

31

Definitief

1.Schematische weergave ontwikkelingen in beleidsplannen 2015-2018

Tussenperiode/ 2019-2020

Vanaf 2021

Perspectiefnota 2021-2024

Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Beleidsplan sociaal domein 'Krachtig Noordoostpolder 2.0’ 2021

Deelplan Minimabeleid 2015-2018

Ontwikkelagenda 'Krachtig tegen armoede' 2017

Deelplan Minima 'Iedereen doet mee' 20212024

Beleidsmatig is het armoedebeleid onderdeel van het bredere beleid rond het sociaal domein. Opvallend is dat er in de tussenperiode 2019 geen actueel beleidsplan sociaal domein was. Het eerdere beleidsplan was op dat moment nog actueel. Er was echter geen vigerend beleidsplan. Sinds 2021 geldt het ‘beleidsplan sociaal domein ‘Krachtig Noordoostpolder 2.0’ 2021’ als overkoepelend beleidsplan. Het huidige beleidsplan voor het sociaal domein is gebaseerd op het voorgaande beleidsplan sociaal domein 2015-2018 en de leidende principes zijn grotendeels hetzelfde. Aan de hand van de financiële evaluatie in de Perspectiefnota 2021-2024 is gewerkt aan strakkere kaders voor met name de onderdelen Jeugdzorg en Wmo. Voorafgaand aan het Deelplan Minima 2021-2024, was het ‘Deelplan Minimabeleid, Beleidsplan sociaal domein 2015-2018’ leidend. In de periode tussen deze deelplannen zijn doorontwikkelingen van het gemeentelijke minimabeleid gebaseerd op de ontwikkelagenda “Krachtig tegen armoede’. Deze agenda is in de loop van 2017 opgesteld. Evaluatie van de ontwikkelagenda ‘Krachtig tegen armoede’ In 2019 is de ontwikkelagenda ‘Krachtig tegen armoede’ geëvalueerd11. Inzichten uit deze evaluatie zijn meegenomen in het huidige Deelplan Minima. De ontwikkelagenda is opgezet vanwege de toenmalige stijging van het aantal mensen dat in armoede leeft.

Ook liep het Deelplan Minimabeleid (2015-2018) ten einde. Dat deelplan is niet apart geëvalueerd. De agenda is in samenwerking met maatschappelijke partners, ervaringsdeskundigen en inwoners opgesteld. In de ontwikkelagenda zijn zeven thema’s onderscheden: 1) Preventie 2) Meedoen aan de samenleving 3) Kinderen in armoede 4) Aansluiten op het gedrag van mensen in armoede 5) Het bereiken van mensen in armoede 6) Overzicht creëren van het bestaande aanbod 7) Werkwijze (gemeentelijke) regelingen herzien Naar aanleiding van de thema’s zijn in 2017 tien werktafels geformeerd met betrokken partijen en ervaringsdeskundigen uit de gemeente Noordoostpolder. In 2019 zijn de vastgelegde werktafels niet meer in tact. In de evaluatie van de ontwikkelagenda constateert de gemeente dat zij een deel van de doelen heeft bereikt. Tegelijkertijd komen de volgende aandachtspunten naar voren: • Borging van samenwerking met het actief betrokken netwerk van maatschappelijke partners, vrijwilligers en geïnteresseerden op het gebied van armoedebestrijding. Uit de 11 Evaluatie ontwikkelagenda ‘Krachtig tegen armoede’, 2019

32

Definitief

• • • •

evaluatie kwam naar voren dat de samenwerking actief onderhouden en gestimuleerd diende te worden. Toegankelijkheid van het hulpaanbod voor inwoners en hulpverleners. De toegang was bij de gemeente verspreid over verschillende afdelingen en loketten. Het voornemen in de evaluatie was te komen tot een loket, het Sociaal loket. Voorkomen van overlap in het aanbod van voorzieningen. Dit gaat zowel om de regelingen als ook in het aanbod van de ketenpartners en de gemeente rond hulp en ondersteuning. Verduidelijking/uitleg van bepaalde regelgeving, met name rond de Meerkostenregeling chronisch zieken en gehandicapten omdat daar de grondslag is veranderd in 2019 in combinatie met het Meedoenpakket. Het bereik van de doelgroep, met name het bereik onder ouderen. Die laatste groep kon vanaf 2019 voor het eerst namelijk gebruik maken van de Meedoenbon Ouderen.

1.1.2.Visie en leidende principes sociaal domein De gemeente Noordoospolder heeft als visie voor het sociaal domein het volgende geformuleerd: “Sociaal en vitaal, op eigen kracht. Want een sociaal en vitaal Noordoostpolder is een toekomstbestendig Noordoostpolder.” Het beleid voor het sociaal domein (2021) is gebaseerd op vier leidende principes: • Iedereen doet mee. Inwoners doen, zelfstandig of met hulp, mee aan de samenleving en aan de arbeidsmarkt. • Voorkomen staat voorop. Er is een preventieve infrastructuur van vrijwilligers, mantelzorgers, initiatieven en andere oplossingen aanwezig. • Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft. De ondersteuning is afgestemd op de vraag van inwoners en gaat uit van wat zij wél kunnen. De ondersteuning kan bestaan uit een zelfstandige oplossing van de inwoner, hulp uit de sociale omgeving en/of de inzet van een algemene- en/of een maatwerkvoorziening • Financieel houdbaar stelsel. Inwoners worden zo goed mogelijk ondersteund, zonder dat hier financiële problemen mee gepaard gaan voor de gemeente.

1.1.3.Kaders Deelplan Minima 2021-2024 (iedereen doet mee) De leidende principes vanuit de visie sociaal domein zijn in het Deelplan Minima vertaald naar een vijftal kaders. Ook gaat de gemeente in het deelplan in op de definitie van het armoedebeleid. Definitie armoedebeleid De gemeente geeft niet expliciet aan in het Deelplan Minima welke definitie ze hanteert voor het armoedebeleid. Voor de vergelijking met andere gemeenten vindt de gemeente de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de lage inkomensgrens, het meest passend. De gemeente Noordoostpolder geeft in het Deelplan Minima ook aan dat de gemeente in de praktijk er tegen aan loopt dat de daadwerkelijke inkomenshoogte en opbouw vaak wat afwijken van deze definitie. Kaders Deelplan Minima De leidende principes van het sociaal domein zijn in het Deelplan Minima 2021-2024 omgezet naar een vijftal kaders. 1. Versterken van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners. De gemeente spreekt in eerste instantie de eigen kracht en het zelf organiserend vermogen van inwoners met geldzorgen aan. Lukt dit niet, dan ondersteunt de gemeente de inwoner om voldoende zelfredzaam te worden. 2. De gemeentelijke regie versterken. De gemeente wil gebruik maken van de mogelijkheden die zij krijgt vanuit het Rijk om inwoners te ondersteunen.

De gemeente stelt regels op en kijkt of er bij aanvragen voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn en wijst de inwoner op bestaande (aanvullende) mogelijkheden. 3. Naar een overzichtelijk zorglandschap. Er zijn diverse regelingen beschikbaar voor inwoners met een laag inkomen, zowel bij de gemeente als bij maatschappelijke partners. Om inwoners

33

Definitief

met geldzorgen zo snel mogelijk te ondersteunen, zet de gemeente in op een eenvoudige, centrale toegang, een overzichtelijk hulpaanbod, heldere communicatie en een goede samenwerking met partners. Hiermee wil de gemeente overzicht bieden aan inwoners in de mogelijkheden voor landelijke, gemeentelijke en algemene voorzieningen. 4. Resultaatgericht werken. De gemeente wil inwoners zo snel mogelijk helpen. De gemeente brengt samen met de inwoners de hulpvraag zo vroeg mogelijk in kaart en kijkt samen met de inwoner naar de ondersteuningsmogelijkheden en past wanneer nodig maatwerk toe. 5. Werken binnen de beschikbare budgetten. Dit wil de gemeente doen door de beschikbaar gestelde middelen effectief en efficiënt in te zetten. De gemeente gebruikt de budgetten alleen voor de doelgroep waarvoor deze bedoeld zijn en niet voor voorzieningen waar voorliggende regels gelden. Op basis van deze kaders heeft de gemeente vijf beoogde resultaten geformuleerd. 1. Inwoners zijn zoveel mogelijk zelfredzaam. 2. Minimaregelingen zijn activerend en gericht op meedoen. 3. Meedoen- en inkomensondersteunende regelingen zijn vindbaar en de doelgroep wordt beter bereikt. 4. De toegang tot gemeentelijke minimaregelingen is laagdrempelig en gericht op de doelgroep. 5. Het minimabeleid past binnen de financiële kaders. Deze beoogde resultaten worden in hoofdstuk 2 nader toegelicht.

1.3. Uitvoering armoedebeleid op hoofdlijnen 1.3.1. Werkwijze gemeentelijke toegang Via één centraal telefoonnummer en emailadres worden inwoners door het Sociaal Loket op weg geholpen met vragen over werk, inkomen, bijstand, wonen, zorg en ondersteuning, werk, onderwijs, financiën, vervoer, regelingen en toelichting op de Wmo en de Jeugdwet. Het Sociaal Loket is beschikbaar voor vragen en advies en wijst inwoners op de mogelijkheden van onafhankelijke cliëntondersteuning. Waar nodig wijst het loket door naar algemene voorzieningen van de partners, naar het Team procesbegeleiders voor het organiseren van een planbijeenkomst, naar het Team maatwerk (Uitvoering Sociaal Domein) voor een maatwerkvoorziening of naar het Financieel Loket voor financiële vragen en schulddienstverlening12. De klantmanagers bijzondere bijstand en minimaregelingen voeren de regelingen in het kader van het minimabeleid uit. De aanvragen gaan altijd met een aanvraagformulier en komen met name via het Sociaal Loket bij de klantmanagers binnen. Soms komen inwoners ook via een bewindvoerder bij de gemeente.

1.3.2. Regelingen armoedebeleid De gemeente kent verschillende regelingen voor mensen met een laag inkomen. In tabel 1.3.1 staan de regelingen weergegeven met de bijbehorende inkomensgrens en doelgroep.

12 Beleidsplan sociaal domein, 2021

34

Definitief

Tabel 1.3.1 Minimaregelingen binnen kader armoedebeleid gemeente Noordoostpolder Gemeentelijke regeling

Inkomensgrens / criteria

Doelgroep

Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen

Inkomensgrens maximaal 100% bijstandsnorm. Daarnaast wordt gekeken naar vermogen dat meer waard is dan € 3.350,0013.

Alle inwoners, geen leeftijdsgrens

Individuele inkomenstoeslag

Drie jaar of langer 100% Vanaf 21 jaar tot de AOW-leeftijd die Wettelijk sociaal minimum. langdurig moeten rondkomen van een Er is ruimte voor marginale minimuminkomen. overschrijding zodat niet per direct aanspraak verloren gaat bij kortdurend werk met weinig inkomen.

Studietoeslag

100% Wettelijk sociaal minimum

Studenten die niet in staat zijn om het minimumloon te verdienen naast hun studie, als gevolg van een beperking of handicap.

Bijzondere bijstand

Geen harde inkomensgrens: Tot 110% van de bijstandsnorm is er geen sprake van draagkracht. Van het inkomen daarboven wordt 35% tot de draagkracht gerekend.

Alle inwoners, geen leeftijdsgrens

Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

110% Wettelijk sociaal minimum (geen vermogensgrens)

De inwoner die als rechtstreeks gevolg van een beperking meerkosten heeft. Er is pas sprake van meerkosten als de kosten die uit de beperking voortvloeien op jaarbasis minimaal € 385,00 zijn. De persoon die een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanuit het UWV krijgt, kan pas later in het jaar aanvragen omdat diegene vanuit het UWV ook een tegemoetkoming kan krijgen. Die tegemoetkoming vanuit het UWV wordt met de tegemoetkoming CZG verrekend. Dit leidt dus tot een lager bedrag tegemoetkoming CZG voor die doelgroep.

Meedoenpakket ouderen

110% Wettelijk sociaal minimum (geen vermogensgrens) of schuldhulpverleningstraject

Inwoners vanaf de AOW-leeftijd.

13 Voor kwijtschelding geldt een inkomensgrens en een vermogensgrens. Er wordt echter ook rekening

gehouden met een normhuur en zorgkosten. Met een hoger inkomen is daardoor soms toch recht op kwijtschelding

35

Definitief

Gemeentelijke regeling

Inkomensgrens / criteria

Doelgroep

Meedoenpakket kinderen

120% Wettelijk sociaal minimum (geen vermogensgrens) of schuldhulpverleningstraject

Meedoen aan activiteiten: kind vanaf 4 tot en met 17 jaar. Fiets: kind vanaf 6 tot en met 17 jaar. Onder voorwaarden kan tweemaal ‘omruil’ plaatsvinden. Zwemdiploma A: kind vanaf 5 tot en met 17 jaar. Ook een vergoeding voor de zwemkleding. Laptop / tablet: kind dat overstapt van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs, als een school een laptop verplicht stelt.

Energietoeslag

130% Wettelijk sociaal minimum (geen vermogensgrens)

Tijdelijke regeling, vervallen in 2024. Het huishouden dat in de gemeente Noordoostpolder woonde, een laag inkomen heeft en zelf energiekosten maakt.

Maatwerkbudget

Incidenteel een eenmalig in te zetten voorziening als er geen andere passende voorziening of regeling is. Voorwaarde voor het inzetten van het maatwerkbudget is onder meer dat de vergoeding binnen een plan past dat de uitvoerder (zoals klantmanager, procesbegeleider, adviseur financieel loket) opstelt. De uitvoerder gaat in overleg met de kwaliteitsmanager om het inzetten van het budget goed te keuren.

Het maatwerkbudget wordt toegepast bij de afwezigheid van een passende voorziening of regeling of om tijd te winnen in situaties waarin het inzetten van een regeling op dat moment niet helpend of snel genoeg is. De inzet is incidenteel en eenmalig. Het wordt ingezet als overbrugging naar een structurele oplossing. Ook staat de financiële ondersteuning niet op zichzelf. Het draagt bij aan het stabiliseren of verbeteren van de situatie van de inwoner en neemt financiële belemmeringen weg die een goede oplossing in de weg staan.

Kinderen van 4 tot 18 jaar, uit gezinnen met een besteedbaar inkomen van 120% van het Wettelijk Sociaal Minimum. Sinds 1/1/2022 is de inkomensgrens tijdelijk 150% van het Wettelijk Sociaal Minimum.

Men kan vergoedingen aanvragen voor activiteiten op het gebied van school, sport, cultuur en welzijn. Leergeld kijkt eerst naar voorliggende landelijke of gemeentelijke (Zwemslag regeling en het Meedoenpakket voor kinderen) voorzieningen.. Leergeld heeft geen subsidierelatie met de gemeente.

Niet-gemeentelijk aanbod Stichting Leergeld

De gemeente Noordoostpolder biedt regelingen aan voor minima tot en met 110 procent van het wettelijk sociaal minimum, met uitzondering van het Meedoenpakket kinderen (120 procent wettelijk sociaal minimum) en de eenmalige energietoeslag (130 procent van het wettelijk sociaal minimum).

36

Definitief

Maatwerkbudget De concrete werking van het maatwerkbudget is in de interviews nader toegelicht. Het maatwerkbudget kent als doelen het vergroten van de eigen regie en participatie van inwoners en het voorkomen van maatschappelijke kosten. Het maatwerkbudget wordt in de praktijk ingezet voor onder andere sport voor volwassenen, wanneer het in verband staat met re-integratie naar het werk, hoge zorgkosten en voor inwoners die net buiten de grenzen vallen van de inkomensregelingen. Formeel kan het maatwerkbudget echter enkel worden ingezet als er een participatiedoeleinde aan verbonden zit. In de werkinstructie van het maatwerkbudget is beschreven dat de kwaliteitsmedewerker zorg draagt voor de evaluatie van de toekenning. Daarbij is ten minste ook de uitvoerende aanwezig die het maatwerkbudget heeft ingezet. Als achteraf blijkt dat de ondersteuning binnen een (voorliggende) voorziening of regeling past dan wordt hier alsnog een beroep op gedaan. Knelpunten waardoor de inzet van de voorziening of regeling niet direct werd ingezet, worden onder leiding van de kwaliteitsmedewerker onderzocht. Het doel daarvan is om knelpunten waar mogelijk weg te nemen voor de toekomst en/ of het beleid aan te passen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd voor de laptopregeling. Die is verruimd op basis van signalen uit het maatwerkbudget dat deze criteria te krap waren.

De evaluatie van de toekenning wordt als volgt vormgegeven: - De kwaliteitsmedewerker plant één maand na inzet een evaluatie met de uitvoerende. - De bevindingen van deze evaluatie worden ingevuld in het tweede blok van het onderzoekformulier ‘evaluatie maatwerkbudget’ in WIZ-portaal. - Jaarlijks wordt de evaluatie afgestemd met de beleidsadviseur BO. De gegevens voor de evaluatie worden gegenereerd uit WIZ-portaal. - Op basis van de uitkomsten van de evaluatie worden de afspraken voor het komend jaar al dan niet bijgesteld.

1.1.3.Samenwerking met maatschappelijke partners en landelijke initiatieven De gemeente wil samen met maatschappelijke partners de zelfredzaamheid en het participeren van inwoners in de samenleving stimuleren. De samenwerking met partners wil de gemeente daarbij integraal oppakken. Externe partners als Carrefour, Zorggroep ZONL, Mercatus, Humanitas, Voedselbank, stichting Present, Onderwijs en Vluchtelingenwerk en Stichting Leergeld ziet de gemeente als essentieel in de integrale aanpak. De gemeente Noordoostpolder geeft in het beleid aan voornemens te zijn aansluiting te zoeken met enkele landelijke initiatieven: • ‘Bereken uw recht’, dit is een initiatief van het NIBUD14. Een inwoner kan op de site berekenen op welke tegemoetkomingen van de overheid hij aanspraak maakt. De gemeente wil de doelgroep hierop wijzen in communicatie. Uit de interviews komt naar voren dat inwoners hier niet op worden gewezen door (alle) medewerkers van de gemeente. Wel staat de site gelinkt op de website van de gemeente onder het onderwerp ‘geld besparen’15. • Het Jeugdeducatiefonds, zij komen in beeld als er geen voorliggende voorzieningen zijn. Aanvragen lopen via basisscholen. De gemeenteraad heeft in 2022 het amendement aangenomen om middelen te reserveren voor een cofinanciering van het Jeugdeducatiefonds in de Programmabegroting van 2023-202616.

• Sam&, de Stichting Samen voor alle kinderen (Sam&) is een samenwerkingsverband van Nationaal Fonds Kinderhulp, Stichting Jarige Job, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Zij bieden hulp als andere instanties niet (meer) kunnen helpen. Noordoostpolder is momenteel nog niet aangesloten bij Sam& voor alle kinderen.

14 .Richting inwoners communiceren wij De Voorzieningenwijzer/datgeldtvoormij 15 Geld besparen (z.d.) https://www.noordoostpolder.nl/geld-besparen 16 Amendement 2022-11-6a, Programmabegroting 2023-2026 – Jeugdeducatiefonds (2022)

37

Definitief

Lokaal onderhoudt de gemeente actief de relatie met de lokale aanbieders die betrokken zijn bij de uitvoering van de Meedoenregeling. Stichting Leergeld Noordoostpolder ziet de gemeente als een belangrijke maatschappelijke partner. Stichting Leergeld fungeert als vangnet voor zaken waar andere instanties niet in voorzien, zoals schoolreisjes en schoolbenodigdheden. Daarbij wijst Stichting Leergeld op voorliggende voorzieningen van de gemeente. Stichting Leergeld ontvangt bewust geen subsidie van de gemeente. Ze wil hiermee een onafhankelijke organisatie blijven. De gemeente en Stichting Leergeld overleggen periodiek. De samenwerking met maatschappelijke partners is opgenomen in het overkoepelende plan “Krachtig Noordoostpolder 2.0”. De bedoeling is dat hiermee een gemeentelijke zorginfrastructuur wordt gerealiseerd, zodat de problematiek integraal wordt behandeld en dus ook de armoede. Dit geldt zowel intern bij de gemeente als samen met de externe partners. Manifest 2022 – 2040 Een bloeiende polder, nu en in de toekomst Bestuurders van maatschappelijke partners in Noordoostpolder hebben in 2021 een Manifest opgesteld voor de periode 2022-2040. Hierin staan zes ambities geformuleerd voor 2040. 1. Verbonden en betrokken samenleving: in Noordoostpolder kijken inwoners naar elkaar om. 2. Iedereen doet mee: in Noordoostpolder leeft niemand in armoede.

Iedereen heeft een basis om op te staan en kan voorzien in de eigen levensbehoeften. 3. Vitaal en leefbaar: in de gemeente is ruimte om op te groeien, brengt onderwijs en scholing kansen dichterbij voor iedereen, is uitstekende zorg dichtbij en gezonde voeding beschikbaar voor iedereen. 4. Woongeluk in de polder: inwoners vinden direct een huis. 5. Werken vanuit onze gedeelde waarden: wat we nu kunnen oplossen, stellen we niet uit tot later. Noordoostpolder schuift geen rekeningen door, maar deelt zorg én verantwoordelijkheid samen. 6. Samen werken aan welzijn: Noordoostpolder is de gezondste gemeente en werkt iedere dag samen om welzijn te verbeteren. De gemeente wil met de hervorming van het voorveld, dus de maatschappelijke organisaties die actief zijn in de gemeente Noordoostpolder rond zorg en samenleving, een overzichtelijk en toegankelijk zorglandschap realiseren met meer sturing op inhoud en resultaten. De input is afkomstig van de betrokken partners Carrefour, ZONL, Youth for Christ, GGD, Humanitas en Triade Vitree en er is informatie verzameld bij betrokkenen zonder subsidierelatie middels vragenlijsten. Ook hebben verschillende afdelingen van de gemeente en de participatieraad inbreng gehad. In de nieuwe aanpak werken de partners volgens de ‘Partnerschap onder gemeentelijke regie’.

Dit houdt in dat elke organisatie eigen verantwoordelijkheid draagt en de gemeente de regierol heeft. Dat betekent dat de gemeente partijen ondersteunt, zich inzet om partijen samen te brengen, samenwerking stimuleert en partijen aanspreekt op hun (maatschappelijke) verantwoordelijkheid. Op het gebied van een integrale samenwerking is een aantal afspraken gemaakt: De gemeente neemt in 2023 en 2024 het voortouw in het stimuleren en ontwikkelen van integrale samenwerking waarbij van de partners wordt verwacht dat zij niet alleen participeren maar vooral ook mee-organiseren. Een door-ontwikkelopdracht voor de toegang. Doel is de toegang voor inwoners te verbeteren door betere samenwerking tussen de afzonderlijke onderdelen waaruit de toegang bestaat. Faciliteren van het fysiek samenwerken in een vorm van huisvesting die de toegang en samenwerking in het voorveld, het maatwerk beter ondersteunt en tegelijk zorgt voor een besparing van € 100.000, -.

De bedoeling is om in een uitvoeringsplan de maatregelen verder uit te werken. In deze uitwerking worden de partners betrokken. Dit plan is momenteel nog niet opgesteld.

38

Definitief

2. Resultaten Deelplan Minima In hoofdstuk 1.2.3. zijn de kaders van het “deelplan minima 2021-2024 (iedereen doet mee)” nader toegelicht. Daar werd aangegeven dat de gemeente op basis van die kaders vijf beoogde resultaten heeft geformuleerd: Op basis van deze kaders heeft de gemeente vijf beoogde resultaten geformuleerd. 1. Inwoners zijn zoveel mogelijk zelfredzaam. 2. Minimaregelingen zijn activerend en gericht op meedoen. 3. Meedoen- en inkomensondersteunende regelingen zijn vindbaar en de doelgroep wordt beter bereikt. 4. De toegang tot gemeentelijke minimaregelingen is laagdrempelig en gericht op de doelgroep. 5. Het minimabeleid past binnen de financiële kaders. In dit hoofdstuk wordt de realisatie van deze beoogde resultaten toegelicht.

2.1. Inwoners zijn zoveel mogelijk zelfredzaam 2.1.1. Doelen, acties en monitoring Doelen De gemeente wil de zelfredzaamheid van de inwoners vergroten. De gemeente signaleert een aantal sociaaleconomische risicogroepen (bijstandsgerechtigden, werkende armen en ZZP’ers, inwoners bij wie ingrijpende levensgebeurtenissen plaatsvinden en laagopgeleiden) en demografische risicogroepen (eenoudergezinnen, alleenstaanden onder de AOW-leeftijd en vluchtelinghuishoudens) die het risico lopen op een (langdurig) laag inkomen. De gemeente wil deze groep tijdig in beeld hebben. De gemeente spreekt aan op hun eigen kracht en wil het zelfvertrouwen van mensen vergroten. Hiervoor heeft de gemeente de volgende doelen zijn opgesteld: • meer inwoners zijn voldoende zelfredzaam; • inwoners met (dreigend) armoederisico weten de weg naar ondersteuning; Voorgenomen acties De gemeente wil deze doelen bereiken met het subsidiëren van laagdrempelige ondersteuning en het aansluiten bij activiteiten die gericht zijn op de versterking van zelfregie en het sociale netwerk (bijvoorbeeld opvoedondersteuning of beweegcoaches). Daarbij financiert de gemeente algemene voorzieningen die gericht zijn op het voorkomen van financiële problemen.

De gemeente zet in op preventie door samenwerking met en/of subsidiëring van diverse organisaties in het voorliggend veld, onder andere de formuliereninloop, hulp bij thuisadministratie, vroegsignalering door de jeugdverpleegkundigen en budgetcursussen. Deze organisaties dragen bij aan preventie van armoede en schulden, doordat zij contact hebben met inwoners en problemen (vroegtijdig) signaleren. Op het gebied van preventie zijn verschillende organisatie betrokken als maatschappelijk werk en de Kredietbank Nederland. Zij organiseren trainingen over budgetteren en doen voorlichting op scholen. Verder zijn tal van organisaties17 actief in de gemeente. Ook werkt de gemeente met gebiedsregisseurs in de gemeente Noordoostpolder. Ook de welzijnsorganisatie Carrefour werkt gebiedsgericht met buurtwerk en gaat de wijk in voor werk- en leervragen. Ketenpartners geven aan dat het opbouwwerk in de omliggende dorpen wordt gemist. Zij brachten verbinding aan in de buurt door gesprekken te voeren bij inwoners thuis. De gemeente denkt dat de inzet van de gebiedsregisseur en het gebiedsgericht werken van Carrefour voldoende is. In 2022 zijn er resultaatafspraken gemaakt met Carrefour over de rol van het buurtwerk op basis van verwijzingen door en naar het Sociaal Loket en de afbouw vanuit maatwerkvoorzieningen. Hier zijn nog geen resultaten van bekend.

17 Humanitas, thuisadministratie, vrijwilligers, het sociaal loket, het zelfstandigen loket, formuliereninloop,

voorzieningenwijzer, baanbegeleider, consultatiebureau, Stichting Leergeld en intern begeleiders op scholen

39

Definitief

In sommige gevallen is de ondersteuning afgestemd op doelgroepen in specifieke woongebieden. Zo worden trainingen door maatschappelijke partners in een bepaalde wijk aangeboden, omdat bekend is dat daar sprake is van een bepaalde soort problematiek. Ook wordt er op scholen in specifieke wijken in Emmeloord extra personeel ingezet om tegemoet te komen aan de grotere ondersteuningsvraag van kwetsbare inwoners. De interventies die specifiek worden ingezet op bepaalde locaties zijn niet grootschalig. De communicatie over levensgebeurtenissen wordt in de communicatiekalender opgenomen en tot slot organiseert de gemeente één toegang voor vragen en ondersteuning: het Sociaal Loket. Voorgenomen monitoring De gemeente wil jaarlijks de bereikte resultaten gaan verantwoorden aan de hand van de jaarverslaggeving van maatschappelijke partners. Ook wil de gemeente jaarlijks de uitvoering van de communicatiekalender monitoren en de aandachtspunten van de medewerkers van het Sociaal Loket gaan verzamelen.

2.1.2. Resultaten De resultaten van deze doelstelling worden niet verantwoord aan de hand van de voorgenomen acties voor wat betreft de monitoring van de communicatiekalender en het verzamelen van de aandachtspunten Sociaal Loket. De effecten van de interventies en de inzet rond preventie worden niet gemeten en in kaart gebracht door de gemeente. Daardoor is niet vast te stellen of de acties zijn uitgevoerd en welke resultaten daarmee zijn behaald. De jaarverslagen van maatschappelijke partners worden niet doorgestuurd naar de gemeenteraad. Resultaten uit enquête over participatie en meedoen In de enquête onder de doelgroep is gevraagd naar de participatie van de inwoners. Van de respondenten geeft 80 procent aan (soms) actief mee te kunnen doen in de samenleving en driekwart van de respondenten voelt zich actief betrokken in de samenleving. De grootste belemmering voor inwoners om te participeren is een slechte gezondheid (37 procent). Ook weinig geld (28 procent) en weinig sociale contacten (19 procent) zijn belemmeringen voor inwoners om mee te doen.

2.2. Minimaregelingen zijn activerend en gericht op meedoen 2.2.1. Doelen, acties en monitoring Doelen De gemeente heeft de mogelijkheid om inwoners met een minimuminkomen te ondersteunen. Wanneer het nodig is, kijkt de gemeente bij een hulpvraag naar maatregelen die gericht zijn op financiële ondersteuning en het voorkomen van sociale uitsluiting (voornamelijk bij kinderen). De bijbehorende doelen zijn: • inwoners hebben meer sociale contacten; • meer inwoners, met name kinderen, doen mee in de samenleving. Voorgenomen acties De gemeente wil dit bereiken door aan te sluiten bij activerende maatregelen die uitgevoerd worden binnen het bredere sociale domein. Voorbeelden hiervan zijn vaardigheidstrainingen en scholing in het kader van de Participatiewet, plekken in de wijk of het dorp waar inwoners elkaar ontmoeten en beweeginitiatieven. Ook zet de gemeente gemeentelijke regelingen voor minima in.

40

Definitief

Voorgenomen monitoring De gemeente wil de voortgang meten door het aantal huishoudens dat gebruikmaakt van inkomensondersteunende voorzieningen per jaar en het aantal kinderen en ouderen die gebruikmaken van de Meedoenregeling(en)18 te gaan monitoren.

1.1.2.Resultaten De gemeente rapporteert over het gebruik (het aantal verstrekte voorzieningen), maar niet over het bereik van de regelingen (het percentage van de doelgroep dat gebruik maakt van een regeling). De gemeente monitort ook niet actief op de kerngegevens rond armoede en de ontwikkelingen in de doelgroepen. De gemeente heeft verder geen zicht op de ontwikkelingen in de kerngegevens voor Emmeloord en de dorpen. De gemeente is zich bewust van het verschil dat er is tussen Emmeloord en de dorpen, maar maakt beleidsmatig geen onderscheid tussen de gebieden. Wel is er in specifieke wijken contact met scholen, maar verder is er geen sprake van gebiedsgericht werken in het minimabeleid en dus ook niet in de verantwoording van het beleid. Gebruik en bereik van de regelingen Het gebruik en bereik over 2021 en 2022 is weergegeven in tabel 2.2.1. De cijfers van het bereik zijn berekend op basis van de doelgroepen zoals berekend in het eerste hoofdstuk. Tabel 2.2.1 Gebruik en bereik van de regelingen in 2021 en 2022. Cijfers gebruik afkomstig van de gemeente, berekening bereik bewerking door KWIZ. Regeling Bijzondere bijstand Kwijtschelding Individuele inkomenstoeslag Chronisch zieken en gehandicapten Meedoenpakket ouderen Meedoenpakket jongeren Studietoeslag

2021 Gebruik 644 personen/ huishoudens

40%

2022 Gebruik 630 personen/ huishoudens

1.045 huishoudens

105%

950 huishoudens

95%

662 huishoudens

649 huishoudens

312 personen

66%19 Onbek end

268 personen

65% Onbek end

8 personen

1%

18 personen

1%

244 personen

31%

363 personen

45%

19 personen

n.v.t.

19 personen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2.439 huishoudens

98%

Bereik

Bereik 39%

Energietoeslag Leeswijzer: de doelgroep voor de bijzondere bijstand bestaat uit 1.600 huishoudens (tabel 1.1.1). In 2021 hebben 644 huishoudens gebruik gemaakt van deze regeling, het bereik komt daarmee op 644/1600= 40 procent.

Het bereik van de regelingen in 2022 in de gemeente Noordoostpolder20 is over het algemeen hoger dan in gemeenten met een vergelijkbaar inwoneraantal (tot 50.000). • het gemiddelde bereik van de bijzondere bijstand is 20 tot 25 procent, het bereik van Noordoostpolder ligt daar boven (39 procent)21; 18 Binnen de visie Sociaal Domein heeft de gemeente rond Meedoen ook enkele andere indicatoren

geformuleerd, die relevant zijn voor het activerend minimabeleid. Het gaat meedoen door te werken (al dan niet betaald) of het volgen van onderwijs, uitgesplitst naar het aandeel van de 15 tot 74-jarige met betaald werk, aandeel van de 4-23 jarigen dat onderwijs volgt en het aandeel van de inwoners dat mantelzorg dan wel vrijwilligerswerk doet. Deze zijn niet opgenomen in het Deelplan Minima. 19 Hert bereik van de Individuele Inkomenstoeslag is berekend op basis van de doelgroep langjarige minima. 20 Het gemiddelde van het bereik voor gemeenten tot 50.000 inwoners is afkomstig uit data van KWIZ. 21 Daarbij past de kanttekening dat hier is uitgegaan van verstrekkingen aan huishoudens en niet aan personen. Indien het wel verstrekkingen aan personen betreft is het bereik circa 25 procent.

41

Definitief

• • • •

ook het bereik van de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen ligt met 95 procent boven het gemiddelde bereik van 70 tot 75 procent; gemiddeld maakt 45 tot 50 procent gebruik van de individuele inkomenstoeslag. In de gemeente Noordoostpolder is dit aandeel 65 procent; in gemeenten met vergelijkbare grootte kent een participatieregeling voor kinderen gemiddelde een bereik van 50 tot 55 procent. In Noordoostpolder is het bereik van het Meedoenpakket voor jongeren lager, namelijk 45 procent; Het bereik van het Meedoenpakket ouderen is erg laag.

Aanbod gemeentelijke minimaregelingen in perspectief Voor kinderen is er op twee plekken ondersteuning aan te vragen: zowel bij de gemeente als bij Stichting Leergeld. Inhoudelijk is er geen sprake van overlap tussen de regelingen van beide organisaties. Beide organisaties onderzoeken daarbij bij wie de aanvrager terecht kan als voorliggende voorziening. Stichting Leergeld hanteert een aanzienlijk hogere inkomensgrens van 150 procent Wsm. Deze grens lag op 120 procent Wsm maar Stichting Leergeld heeft zelfstandig besloten de inkomensgrens in 2022 te verhogen vanwege de bijzondere omstandigheden rond de inflatie en de gestegen energiekosten. Er is een Meedoenpakket voor kinderen tot en met 17 jaar en voor inwoners vanaf de AOWleeftijd. Het Meedoenpakket voor ouderen wordt weinig gebruikt. Vanuit de uitvoering wijt men dit aan de aanvraagprocedure: ouderen krijgen een code op de mail en een QR-code op hun telefoon. Dit is voor een groep ouderen soms te ingewikkeld. Ook heeft niet iedereen een mailadres of telefoon. De gemeente heeft geen participatieregeling voor volwassenen onder de AOW-leeftijd. Dit terwijl de gemeente wel de risicogroepen werkende armen, ZZP’ers en alleenstaanden onder de AOWleeftijd onderkent en een dergelijke regeling goed op deze risicogroepen zou aansluiten.

Uit de interviews met ketenpartners, de klantmanagers bijzondere bijstand en minimaregelingen en ook uit de behoeftepeiling onder de doelgroep blijkt dat een dergelijke regeling wordt gemist. De gemeente biedt een tegemoetkoming voor chronische zieken en inwoners met een beperking aan, maar biedt geen collectieve zorgverzekering voor minima aan22. Een collectieve zorgverzekering heeft een uitgebreide dekking, vaak inclusief een optie om het eigen risico af te dekken. Uit de enquête onder de doelgroep blijkt dat een dergelijke collectieve zorgverzekering ook niet wordt gemist. Ketenpartners signaleren een leemte in de vergoeding van zorgkosten voor inwoners met een laag inkomen. Zorgkosten die niet via de basisverzekering noodzakelijk worden geacht, worden namelijk niet gedekt via de bijzondere bijstand. Vanuit de uitvoering missen de klantmanagers met name een vergoeding voor brillen. Deze kosten kunnen niet altijd worden vergoed indien het geen noodzakelijke kosten betreft. Ook vergoedingen voor tandartskosten in het algemeen mist men in de uitvoering. Ook ketenpartners benoemen dat de gemeente meer kan doen rond de vergoeding van zorgkosten door het aanbieden van een collectieve zorgverzekering of een beter ontwikkeld vergoedingenbeleid.

Financieel effect regelingen Het financieel effect van de regelingen is in kaart gebracht aan de hand van het onderzoek naar de armoedeval23. Uit dit onderzoek naar de armoedeval blijkt dat het bedrag dat minima vanuit 22 In de interviews hebben de gemeentelijke beleidsmedewerkers een aantal argumenten genoemd om

geen collectieve zorgverzekering aan te bieden: De eigen bijdrage van de zorgverzekering wordt vergoed via de bijzondere bijstand. Een collectieve zorgverzekering is daarom overbodig. Bij een collectieve zorgverzekering moet verplicht een aanvullende verzekering worden afgesloten. De beleidsmedewerkers vragen zich daarom af of de collectieve verzekering wel voor alle inwoners voordelig is. Voor inwoners met een laag inkomen zijn voornamelijk de aanvullende ziektekosten hoog, deze worden meestal slechts deels vergoed bij een collectieve zorgverzekering. De collectieve zorgverzekering is volgens de beleidsmedewerkers daarom ontoereikend. 23 In bijlage 8 staat het gehele onderzoek naar de armoedeval weergegeven. Hier worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek weergegeven.

42

Definitief

het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen hoger is dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Figuur 2.2.1. Overzicht bijdragen per maand vanuit landelijke en lokale regelingen van de gemeente Noordoostpolder

Maandelijkse bijdragen Uitkering

Toeslagen Rijk

Bijdrage gemeente

€ 3.500 € 3.000

€ 164

€ 164

€ 2.500

€ 83

€ 99

€ 1.117 € 1.295

€ 68

€ 60 € 1.500

€ 451

€ 449

€ 1.000 € 500

€ 595

€ 592

€ 2.000

€ 1.738

€ 1.217

€ 1.844

€ 1.738

€ 1.217

€ 1.358

€0 Alleenstaande Paar zonder kinderen

Alleenstaande Paar met Alleenstaande ouder met kinderen (8 en AOW-leeftijd kinderen (8 en 13 jaar) 13 jaar)

Paar AOWleeftijd

Effect van gemeentelijke regelingen op vrij besteedbaar budget In de berekeningen in het onderzoek van de armoedeval wordt uitgegaan van een aantal uitgangspunten rond uitgaven. Deze staan meer in detail beschreven in bijlage 8. - Waar mogelijk wordt uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. - De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. De normbedragen staan per huishoudtype in het financieel maandoverzicht in de bijlage. De normbedragen betreft uitgaven rond vaste lasten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en werk gerelateerde uitgaven. We benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. - Het budget dat na aftrek van de uitgaven overblijft is het zogenaamde vrij besteedbaar budget. Dit kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, in die zin is dit het bedrag waarvan mensen kunnen meedoen. Denk aan bijvoorbeeld een krant, abonnement, dagje uit, op bezoek gaan et cetera. Voor deze vrije bestedingen is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert. Een paar met twee kinderen heeft volgens het Nibud bijvoorbeeld € 309 per maand nodig voor minimale sociale participatie.

43

Definitief

Uit het onderzoek naar de effecten van de regelingen van de gemeente op het inkomen blijkt dat de gemeentelijke regelingen ervoor zorgen dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van de vrije bestedingen24. Er zijn verschillen tussen de verschillende huishoudtypes: - Paren zonder kinderen en paren met kinderen op bijstandsniveau25 hebben de gemeentelijke regelingen nodig: zonder de gemeentelijke regelingen houden zij onvoldoende vrij besteedbaar budget over om te kunnen participeren conform de normbedragen die hiervoor in Nederland worden gehanteerd. - Alleenstaande ouders zijn gemiddeld minder afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om genoeg te kunnen besteden aan sociale participatie dan (ouder)paren. Zij hebben langer recht hebben op landelijke toeslagen. Echter, zoals blijkt uit tabel 2.2.1 maken huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik van de regelingen die worden aangeboden door de gemeente26. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar budget daarom lager uitvallen, dan weergegeven in deze rapportage. Paren met en zonder kinderen hebben zonder gemeentelijke regelingen minder te besteden aan vrije bestedingen dan de norm die er voor staat. Armoedeval: werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Een ander onderdeel van het onderzoek naar de effecten van regelingen op het inkomen is het thema armoedeval.

In dit onderzoek hanteren we hiervoor de definitie dat er sprake is van een armoedeval als werkaanvaarding leidt tot een terugval in het totale inkomen tot onder het inkomen in de basispositie. Uit figuur 2.2.2. blijkt dat wanneer huishoudens in de gemeente Noordoostpolder vanuit de bijstand gaan werken, zij er in totaal inkomen altijd op vooruit gaan ten opzichte van de bijstandssituatie. Het totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Er is echter niet altijd sprake van méér inkomensgroei. Landelijke toeslagen lopen namelijk terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt.

24 In bijlage 8.5 staan de details per huishoudtype nader uitgewerkt. 25 Voor paren met kinderen geldt dit bovendien ook nog bij een inkomensniveau van 110 procent Wsm. Zij

zijn pas vanaf 120 procent Wsm niet meer (volledig) afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om voldoende budget te hebben voor vrije bestedingen. 26 Gegevens over het (niet-)gebruik van de landelijke regelingen als de huur- en zorgtoeslag zijn niet beschikbaar.

44

Definitief

Figuur 2.2.2. Ontwikkeling inkomensgroei ten opzichte van een inkomen van 100 procent Wettelijk sociaal minimum (Wsm)

Inkomensgroei 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm 4%

Alleenstaande

11% 17% 4%

Paar zonder kinderen

8% 11% 3%

Alleenstaande ouder met kinderen (8 en 13 jaar)

7% 10% 3%

Paar met kinderen (8 en 13 jaar)

6% 6%

Alle (voorbeeld)huishoudens kunnen inkomensvooruitgang tegemoet zien wanneer hun loon stijgt naar 110, 120 of 130 procent Wsm. Dit betekent dat we kunnen concluderen dat er feitelijk gezien geen sprake is van een armoedeval in de gemeente Noordoostpolder. Het nettoloon stijgt wel duidelijk minder dan de inkomensvooruitgang27. Bij een inkomensstijging vanuit de bijstandsnorm naar 130 procent van de bijstandsnorm houdt een paar met kinderen 6 procent netto inkomensstijging over. Toch ervaren niet alle huishoudtypen dezelfde sterkte van procentuele inkomensgroei. Relatief gezien gaan alleenstaanden er het meest op vooruit bij ieder hoger loon, meer dan huishoudens met kinderen. Zij krijgen namelijk sneller en méér dan de andere huishoudtypen te maken met een daling van de toeslagen van het Rijk; de groei van het inkomen wordt hierdoor gedempt. Wel hebben zij op ieder inkomensniveau tussen 100 en 130 procent Wsm meer totaal inkomen dan in de bijstand en gaan zij er op ieder hoger inkomensniveau meer op vooruit. Het vrij besteedbaar budget neemt, voor bijna alle voorbeeldhuishoudens, toe wanneer zij gaan werken tegen een hoger. De loonstijging kan in de meeste gevallen de dalende toeslagen vanuit het Rijk compenseren. Tabel 2.2.2 Overzicht vrij besteedbaar budget na inkomensstijging Huishoudtype

100% Wsm

110 % Wsm

120% Wsm

130% Wsm

170 110 60

162 110 52

284 110 174

390 110 280

Alleenstaande Budget inclusief regelingen gemeente Vrije bestedingen Restant

Paar zonder kinderen 27 De effecten op pensioenopbouw en opbouw WW-rechten zijn niet meegenomen in deze

inkomensberekeningen. Zie ook https://www.movisie.nl/publicatie/wat-werkt-sociaal-gezond.

45

Definitief

Budget inclusief regelingen gemeente Vrije bestedingen Restant

200 176 24

221 176 45

322 176 146

391 176 215

Alleenstaande ouder, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (8 en 13 jaar) Budget inclusief regelingen gemeente 491 451 Vrije bestedingen 227 227 Restant 264 224

578 227 351

628 227 401

Paar, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (8 en 13 jaar) Budget inclusief regelingen gemeente 362 Vrije bestedingen 293 Restant 69

473 293 180

484 293 191

372 293 79

Alleen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders daalt het vrij besteedbaar budget als hun inkomen stijgt tot 110 procent van het Wettelijk sociaal minimum. Deze huishoudtypen hebben namelijk hogere werk gerelateerde kosten en opvangkosten voor hun kinderen, terwijl zij geen aanspraak meer kunnen maken op de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en er geen andere (participatieregelingen) voor volwassenen worden aangeboden. Oordeel doelgroep over de regelingen en het beleid In de enquête is gevraagd naar de mening van de doelgroep over het beleid en de bekendheid en het gebruik van de beschikbare regelingen. Bijna alle respondenten kennen (96 procent) en gebruiken (91 procent) de energietoeslag. Een derde van de respondenten gebruikt verder de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en 82 procent kent deze regeling. Driekwart van de respondenten kent de bijzondere bijstand, een kwart maakt hier daadwerkelijk gebruik van. De individuele inkomenstoeslag is minder bekend (56 procent), toch gebruikt 28 procent van de respondenten de regeling. Het gebruik van de Meedoenpakketten ligt lager dan bij de eerder genoemde regelingen. Het Meedoenpakket voor jongeren is bij 54 procent van de respondenten bekend en wordt gebruikt door 12 procent van de respondenten. Het pakket voor ouderen wordt gebruikt door 7 procent, en is bekend bij 45 procent van de respondenten.

Een derde van de respondenten kan door de regelingen meedoen. Bij 55 procent van de respondenten kunnen de kinderen meedoen door de regelingen. Bijna vier op de tien respondenten kan door de regelingen maandelijks rondkomen en ongeveer de helft heeft door de regelingen minder zorgen over geld. Inwoners geven aan de ze niet altijd voldoende budget hebben om leuke dingen te doen (34 procent), noodzakelijke spullen te kopen (21 procent) of mee te doen aan sportieve of culturele activiteiten (18 procent). Respondenten met kinderen hebben niet altijd voldoende budget voor het betalen van leuke activiteiten voor hun kinderen (63 procent), schoolse activiteiten (48 procent) of noodzakelijke spullen voor kinderen (46 procent). In onderstaande tabel staan de cijfers die respondenten geven aan een aantal onderdelen van het minimabeleid. Tabel 2.2.3 Rapportcijfers minimabeleid Onderdeel De kwaliteit van de huidige regelingen Het aanbod aan minimaregelingen De kwaliteit en duidelijkheid van de informatie over regelingen De kwaliteit van de hulp van de gemeente De invloed van regelingen op het rondkomen

46

Rapportcijfer 7,0 6,5 6,1 6,7 6,7

Definitief

2.3. Meedoen- en inkomensondersteunende regelingen zijn vindbaar en de doelgroep wordt beter bereikt 2.3.1. Doelen, acties en monitoring Doelen De gemeente wil de doelgroep beter bereiken. Hierin ziet de gemeente een rol voor zichzelf: de informatieverstrekking laten aansluiten op de doelgroep. Ook vindt de gemeente het belangrijk dat minimapartners en medewerkers goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden. De gemeente heeft hiervoor de volgende doelen geformuleerd: • Inwoners met een (dreigend) armoederisico zijn vroegtijdig in beeld. De gemeente onderscheidt sociaaleconomische risicogroepen (bijstandsgerechtigden, werkende armen en ZZP’ers, inwoners bij wie ingrijpende levensgebeurtenissen plaatsvinden en laagopgeleiden) en demografische risicogroepen (eenoudergezinnen, alleenstaanden onder de AOW-leeftijd en vluchtelinghuishoudens). • Inwoners met een minimuminkomen maken doelmatig gebruik van de bestaande regelingen. Dit betekent dat de gemeente wil dat het beschikbaar gestelde bedrag ook gebruikt wordt door de inwoner voor het doel waarvoor de regeling bedoeld is. Om deze doelen te bereiken, wil de gemeente de regelingen via verschillende kanalen als de website, de lokale krant, folders en sociale media bekendmaken. Ook worden communicatiemomenten vastgelegd in de communicatiekalender.

Het aanbod en de wijzigingen hierin worden mondeling en via de nieuwsbrief gecommuniceerd naar medewerkers van het Sociaal Loket en bij maatschappelijke partners. Daarnaast zet de gemeente de samenwerking met Mercatus en de Voorzieningenwijzer voort28. De kosten van de voorzieningenwijzer worden bij de gemeente gefinancierd uit de bijzondere bijstand. Voorgenomen monitoring De voortgang wil de gemeente jaarlijks gaan monitoren via de communicatiekalender. Ook wil de gemeente het aantal gezinnen meten dat is bereikt met de Voorzieningenwijzer en het gemiddeld voordeel per gezin dat wordt behaald met de Voorzieningenwijzer. In 2023 wordt vervolgens de effectiviteit van de aanpak met de Voorzieningenwijzer geëvalueerd.

2.3.2. Resultaten Monitoring algemeen De gemeente Noordoostpolder monitort en rapporteert niet over het doel inwoners met een (dreigend) armoederisico zijn vroegtijdig in beeld” Er vindt geen verantwoording plaats op de uitvoering van de communicatiekalender. Ook over de aanpak van de Voorzieningenwijzer wordt in de jaarrekening geen verantwoording afgelegd. Over de Voorzieningenwijzer ontvangt de gemeente jaarlijks een cijfermatig overzicht van de resultaten. Tabel 2.3.1 Overzicht resultaten voorzieningenwijzer Cijfers voorzieningenwijzer 2021 2022

Bezochte huishoudens 34 43

Gemiddeld bedrag per huishouden € 534,66 € 285,77

Te behalen voordeel € 18.239 € 12.288

In 2022 zijn er meer huishoudens bezocht dan in 2021. Het gemiddeld bedrag dat het opleverde voor een huishouden was in 2022 lager dan in 2021. Dit komt met name door de stijgende 28 Dit houdt in dat een bespaarexpert van de Voorzieningenwijzer samen met mensen thuis kijkt hoe een

inwoner kan besparen. Aan de hand van dat gesprek wordt de applicatie ingevuld. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken of er misschien recht is op bepaalde toeslagen, of dat er kan worden overgestapt naar een goedkopere verzekering of energieleverancier.

47

Definitief

energieprijzen, waardoor overstappen naar een andere leverancier niet voordelig was en later zelfs niet meer kon. In het voorjaar van 2023 is de Voorzieningenwijzer mondeling geëvalueerd. Uit deze mondelinge evaluatie kwam als belangrijkste verbeterpunt dat het bereik nog te laag is. Dit komt onder meer omdat De Voorzieningenwijzer nog onvoldoende bekend is, bij inwoners maar ook bij ketenpartners en hulpverleners. Corona heeft hierin ook een rol gespeeld. De gemeente heeft besloten om in ieder geval nog een jaar door te gaan met de Voorzieningenwijzer, omdat de gemeente het op zich een goed instrument vindt dat bijdraagt aan het terugdringen van armoede. De gemeente wil wel het komende jaar een groter bereik hebben. De gemeente gaat daarbij inzetten op meer bekendheid. Doelgroepen die minder worden bereikt In de interviews zijn doelgroepen genoemd die de gemeente lastig of niet bereikt. Dit zijn groepen die mogelijk tot de minimadoelgroep behoren. Er is een groep werkende armen die de gemeente niet in beeld heeft. Mogelijk zijn dit huishoudens die vanwege hoge vaste lasten, een laag vrij besteedbaar inkomen hebben. Ook geven zowel de ketenpartners als de gemeente aan dat zelfstandige ondernemers met een minimuminkomen lastig zijn te bereiken, aangezien zij een wisselend inkomen hebben en minder zicht op hun daadwerkelijke inkomen.

Verder zijn zorgmijders, ouderen, agrariërs, migranten en ggz-groepen minder goed in beeld bij de gemeente. Zoals eerder aangegeven, heeft de gemeente door het verstrekken van de energietoeslag wel zicht gekregen op nieuwe doelgroepen. De gemeente is aan het bekijken hoe zij dit betere zicht kunnen toepassen in het beleid en de uitvoering. In de gesprekken met de gemeente en de ketenpartners wordt bevestigd dat er niet voor alle risicogroepen een regeling is, door het ontbreken van een participatieregeling voor volwassenen. Vanuit de gemeente stelt men dat de bijzondere bijstand voor iedereen toegankelijk is, net als het maatwerkbudget indien van toepassing. Vanuit de uitvoering wordt gepleit voor een actualisatie van het bijzondere bijstandsbeleid: het huidige beleid bijzondere bijstand is nog van 2015 en sluit niet goed meer aan op de huidige wensen. Ervaringen vanuit de doelgroep Uit de behoeftepeiling onder de doelgroep blijkt dat de meerderheid, 70 procent, van de respondenten vindt dat de gemeente niet voldoende doet voor inwoners met geldzorgen. Inwoners lichten toe dat ze voornamelijk meer ondersteuning nodig hebben of beter geïnformeerd willen worden over het beschikbare aanbod van regelingen. De voornaamste reden voor het niet gebruik maken van de gemeentelijke minimaregelingen, is namelijk dat inwoners de regelingen niet kennen.

Naast de behoefte aan extra financiële ondersteuning komt in de behoeftepeiling onder de doelgroep naar voren dat inwoners graag ondersteuning willen bij het invullen van (digitale) formulieren en bij het vinden van werk. Aansluiting op en ervaringen vanuit inwoners (burgerpanel) Uit het burgerpanel blijkt dat een tiende van de respondenten enige of grote moeite heeft met rondkomen. Daarnaast geeft 30 procent aan dat zij geen moeite hebben met rondkomen, maar wel moeten letten op hun uitgaven. De overige respondenten (58 procent) hebben geen moeite met maandelijks rondkomen. De meerderheid van de respondenten heeft voldoende budget om uitgaven voor zichzelf te bekostigen. Leuke dingen ondernemen (22 procent), gezond eten en drinken kopen (18 procent) en noodzakelijke spullen aanschaffen (17 procent) is niet altijd mogelijk voor respondenten omdat het te duur is. Respondenten geven ook aan dat het voor hun kinderen niet altijd mogelijk is om leuke dingen te doen (24 procent), noodzakelijke spullen te kopen (22 procent) of mee te doen aan sport en cultuur (17 procent).

48

Definitief

Aangezien het burgerpanel een dwarsdoorsnede van de bevolking bevraagt, hebben respondenten een uiteenlopend netto-inkomen. Inwoners met een inkomen tot € 2.000 per maand hebben vaker moeite om bovengenoemde kosten (leuke dingen ondernemen, boodschappen, noodzakelijke spullen, meedoen aan sport en cultuur) te bekostigen dan inwoners met een hoger netto-inkomen. Wanneer inwoners voldoen aan de inkomens- en vermogenscriteria kunnen zij gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen op het gebied van participatie. Echter, voor de aanschaf van noodzakelijke spullen en boodschappen is op dit moment geen regeling beschikbaar (hoewel het maatwerkbudget mogelijk uitkomst kan bieden). Toch kan het zijn dat niet alle inwoners die moeite hebben met het betalen van sommige kostenposten, in aanmerking komen voor de gemeentelijke regelingen of hier daadwerkelijk gebruik van maken.

2.4. De toegang tot gemeentelijke minimaregelingen is laagdrempelig en gericht op de doelgroep 2.4.1. Doelen, acties en monitoring Doelen De minimaregelingen moeten toegankelijk zijn voor inwoners. De toegankelijkheid gaat over alle facetten van het proces: zowel de fysieke toegang in het gemeentehuis als het taalgebruik op papier en op de website. Als doelen zijn opgesteld: • inwoners vinden gemakkelijk de weg naar gemeentelijke minimavoorzieningen; • onze dienstverlening sluit aan bij de belevingswereld van de doelgroep Voorgenomen acties De gemeente wil de doelen bereiken door helder te communiceren en onderzoeken of het (digitaal) aanvragen van voorzieningen efficiënter kan. De gemeente wil ook dat de medewerkers van het Sociaal Loket en de ketenpartners een stress-sensitieve aanpak29 in de dienstverlening hanteren. Verder beoogt de gemeente het maatwerkbudget te gebruiken. Dit regelarme budget kan zonder formele aanvraag worden ingezet. In de evaluatie van de toekenning wordt achteraf nog bekeken of financiering vanuit een andere (formele) regeling mogelijk is, anders komt het ten laste van het maatwerkbudget. Ook zet de gemeente in op de digitalisering van de Meedoenbonnen, dit wordt gefinancierd uit het budget voor ontwikkeling van de Meedoenregeling.

Voorgenomen monitoring De gemeente wil de voortgang van de gestelde doelen gaan monitoren door periodiek de tevredenheid over de toegang te evalueren. Ook wordt de inzet van het maatwerkbudget geëvalueerd en wordt het percentage gebruik en niet-gebruik van de Meedoenregelingen gemonitord.

2.4.2. Resultaten Monitoring algemeen De gemeente rapporteert in haar verantwoordingsrapportage niet op het percentage gebruik en niet gebruik van de Meedoenregelingen.

Er is geen tevredenheidsmeting geweest van de toegang sinds de start van het Sociaal Loket. In 2023 is gewerkt aan het inrichten van de meting, maar door de gekozen procesgang was er onvoldoende deelname. De gemeente vroeg vooraf of de inwoner bereid was om mee te doen en of de gemeente daarvoor de contactgegevens mocht hebben. De inwoner vergat echter helaas vaak de toestemming te geven. Sinds september is de procedure omgedraaid, de gemeente vraagt nu standaard om de contactgegevens en wanneer men hier bezwaar tegen heeft, ontvangt de inwoner geen enquête. De verwachting van de gemeente is dat de respons gaat toenemen.

29 Dit is dienstverlening die aansluit op de ontregelende werking van aanhoudende stress en die mensen

in die context in staat stelt om hun doelen vaker en sneller te realiseren.

49

Definitief

De rapportage komt in de vorm van een dashboard beschikbaar voor de medewerkers van het Sociaal Loket. Ten aanzien van het maatwerkbudget is er in 2021 een interne tussenevaluatie geweest, over de periode juni 2019 tot maart 2021. Uit deze evaluatie is naar voren gekomen dat het in de betreffende periode 12 keer is ingezet, waarmee een bedrag was gemoeid van € 9.720,-. De reden van de inzet is zeer divers. De gemeente geeft aan (niet geverifieerd) dat in alle gevallen de inzet van het maatwerkbudget de regie en participatie van de inwoners heeft vergroot en dat het maatschappelijke kosten heeft voorkomen. In 2021 is €4.302,- uitgegeven vanuit het Maatwerkbudget en in 2022 is € 2.770,-. Zoals eerder beschreven, heeft de evaluatie van het maatwerkbudget de afgelopen jaren geleid tot een aanpassing van de laptopregeling. Aanvraagprocedure Door de digitalisering van de aanvraagprocedure, wil de gemeente meer inwoners bereiken. Wanneer inwoners vragen hebben over de aanvraag, dan kunnen zij contact opnemen met het Sociaal Loket. Dit kan via de mail, telefonisch of door naar het gemeentehuis in Emmeloord te gaan. In het interview met ketenpartners komt een aantal (niet geverifieerde) kanttekeningen naar voren over deze aanvraagprocedure. Zo kan de digitale aanvraagprocedure drempelverhogend werken voor ouderen of migranten die de taal niet beheersen.

Als voorbeeld wordt ook genoemd dat bij de aanvraag voor het Meedoenpakket voor kinderen een apart emailadres moet worden ingevuld per kind. Ook dient de aanvrager zelf een fiets te kopen op marktplaats en de restwaarde van de fiets zelf te verrekenen. Niet alle inwoners zijn zelfredzaam genoeg hiervoor, zo is de mening van de ketenpartners. Daarnaast vinden de ketenpartners dat de aanvraagformulieren voor inwoners te ingewikkeld zijn. Tevens wordt aangegeven dat inwoners bij vragen over het aanvragen van regelingen bij het Sociaal Loket, worden doorverwezen naar een partnerorganisatie, Humanitas Thuisadministratie. Dit maakt het proces ingewikkelder voor inwoners, omdat Humanitas Thuisadministratie op een andere locatie is gevestigd en men een nieuwe afspraak moet maken. Medewerkers van het Sociaal Loket geven in de interviews aan dat er weinig tot geen tijd is voor het ondersteunen van inwoners bij het invullen van formulieren. Dat is de reden dat het Sociaal Loket verwijst naar Humanitas voor de formuliereninloop. Naar mening van de organisaties zou het logischer zijn als het Sociaal Loket zelf het invullen van de aanvraag ondersteunt. Uit de behoeftepeiling blijkt dat bijna vier op de tien respondenten bij het aanvragen van regelingen te horen krijgt bij welke andere organisaties ondersteuning wordt geboden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2146/documents/38627