CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

18.1b Bestemmingsplan Ens, Oost fase 3.pdf

Gemeenteraad 30 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 18: Bestemmingsplan Ens Oost, fase 321.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ens Oost Fase 3, Ens Gebruiksfase

Berekening

Rekenconfiguratie

RjVCixSpizw5 09 november 2023,18:23 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH3

Emissie NO*

Gebruiksfase - Beoogd

2025

3,9 kg/j

112,3 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

AERIUS kenmerk Datum berekening

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RjVCİxSpizw5 (09 november 2023)

2/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar2025

Emissiebronnen ^

Verkeersnetwerk

RjVCİxSpizw5 (09 november 2023)

Emissie NHb

Emissie NOx

3,9 kg/j

112,3 kg/j

3/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

] Niet bepaald

f

Hoogste totaal (achtergrond + project be re ke ni ng)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RjVCİxSpizw5 (09 november 2023)

4/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd) Totaal

RjVCİxSpizw5 (09 november 2023)

-

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) -

Met toename (ha gekarteerd) -

Grootste toename (mol N/ha/jr) -

Met afname (ha gekarteerd) -

Grootste afname (mol N/ha/jr) -

5/6

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR Gebruiksfase, Rekenjaar2025 ^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging Weghoogtet.o.v. maaiveld

Wegverkeer 1 X:184946,43 Y:516795,96 1.079,54 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal

Type scherm

Links Rechts NO, NO2

Hoogte Afstand tot de weg -

-

NH3

60,2 kg/j 9,8 kg/j 2,1 kg/j

Om

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

606,0/etmaal

0,0 /etmaal 1,6 /etmaal 0,0 /etmaal

In file O.Oo/o 0,0 0/ū 0,0 0/ū 0,0 0/ū

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld

Wegverkeer 2 X:185454,46 Y:517165,6 935,87 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal

Type scherm

Links Rechts NO, NO2 NH3

Hoogte Afstand tot de weg -

52,2 kg/j 8,5 kg/j 1,8 kg/j

Om

Verkeer

Max. snelheid

Aantal voertuigbewegingen

In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

606,0/etmaal 0,0 /etmaal 1,6 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 0/ū 0,0 0/ū 0,0 0/ū 0,0 0/ū

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1-20231106-3125d8b3cl Database versie 2023.0.1-3125d8b3cl-calculatorjiLstable Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RjVCİxSpizw5 (09 november 2023)

6/6

Bestemmingsplan "Ens, Oost - fase 3" Vastgesteld

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

amŠ BJZnu ļ ruimtelijke plannen en advies

Natuurtoets

Ens Oost fase 3, Ens Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Wijzigingsplannen Uw specialist in Bestemmingsplannen Rood voor Rood - Ruimte voor Ruimte

BJZ.nu - Ruimtelijke plannen en advies

23-01-2023

|į

Definitief

Vestiging Zwolle

I

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RC Almelo

Į

T 0546 454 466

E info ciìbjz.nu

Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Natuurtoets Ens Oost fase 3, Ens

Auteur: Veldwerk uitgevoerd door: Gecontroleerd door: Opdrachtgever: Status: Datum: Projectnummer:

S. van Staa S. van Staa Ecofect OVT Ontwikkeling BV Definitief 23-01-2023 2022-690

4ŠIÉBJZ.nu ruimtelijke plannen en advies

NATIONALE DATABANK

FLORA EN FAUNA

Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16 7609 RG ALMELO T:

0546-54 44 66

E: I:

info@bjz.nu www.bjz.nu

Vestiging Zwolle Dr. Van Wiechenweg 2 8025 BZ ZWOLLE

Vestiging Utrecht Euclideslaan 265 3584 BV UTRECHT

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding........................................................................................... 3 1.1 1.2

Aanleiding................................................................................................................................. 3 Doelstelling.............................................................................................................................. 3

Hoofdstuk 2 Plangebied........................................................................................ 4 2.1 2.2 2.3 2.4

Ligging...................................................................................................................................... 4 Impressie en begrenzing............................................................................................................. 4 Voorgenomen ingrepen............................................................................................................. 5 Vaststellen van het onderzoeksgebied...................................................................................... 6

Hoofdstuk 3 Wettelijk Kader............................................................................... 8 3.1 3.2

WET NATUURBESCHERMING........................................................................................................... 8 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland........................................................... 10

Hoofdstuk 4 Werkwijze...................................................................................... 11 4.1 4.2 4.3 4.4

NATURA 2000........................................................................................................................... 11 Soortenbescherming............................................................................................................... 11 Houtopstanden....................................................................................................................... 12 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland........................................................... 12

Hoofdstuk 5 Resultaten Gebiedsbescherming.....................................................13 5.1 5.2

NATURA 2000........................................................................................................................... 13 Natuurnetwerk Nederland..................................................................................................... 14

Hoofdstuk 6 Resultaten Soortbescherming........................................................ 15 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Vogels..................................................................................................................................... 15 Grondgebonden zoogdieren................................................................................................... 15 Vleermuizen............................................................................................................................ 16 Amfibieën................................................................................................................................. 17 Overige soorten...................................................................................................................... 17 Samenvattende tabel............................................................................................................... 17

Hoofdstuk 7 Conclusie en advies......................................................................... 18 Bijlagen ..................................................................................................... 20 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Geraadpleegde bronnen................................................................................................... 21 Toelichting op wettelijke kaders.......................................................................................22 Vrijgestelde soorten perprovincie.................................................................................... 25 Natuurkalender............................................................................................................... 26

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor de herontwikkeling van een perceel gelegen aan de Drietorensweg in Ens. De initiatiefnemer is voornemens om nieuwbouw te realiseren. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is BJZ.nu door initiatiefnemer gevraagd om een quickscan uit te voeren. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

1.2

Doelstelling

In het voorliggende rapport worden mogelijke effecten van het project op de natuur in kaart gebracht en getoetst aan de kaders van de Wnb (Soortbescherming, Gebiedsbescherming en bescherming van Houtopstanden) en de provinciale verordening voor het onderdeel betreffende het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties in beeld gebracht. De resultaten hebben in principe een geldigheid van driejaar. Wijzigingen in het project of wezenlijke veranderingen binnen het onderzoeksgebied kunnen invloed hebben op de beoordeelde effecten. In dat geval dient een nieuwe beoordeling plaats te vinden. De onderzoeksvragen voor deze natuurtoets zijn: » Welke beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies kunnen voorkomen binnen (de invloedsfeer van) het plangebied? » Welke negatieve effecten kunnen vanuit het voornemen op deze gebieden, soorten en houtopstanden worden verwacht of niet worden uitgesloten? » Zijn er voorzorgsmaatregelen te treffen om deze effecten te voorkomen? » Is er nader onderzoek nodig om effecten op beschermde gebieden te bepalen en/of om de aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen of uit te sluiten?

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Hoofdstuk 2

Plangebied

2.1 Ligging Het plangebied (Figuur 2.1) bevindt zich aan de Drietorensweg in Ens. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de kern van Ens. Het plangebied wordt verder omgeven door intensieve landbouwgrond en een park/bosgebied direct ten westen.

2.2 Impressie en begrenzing Het plangebied (Figuur 2.2) bestaat uit intensief beheerde landbouwgrond, met aan de westelijke, zuidwestelijke een bomenrij en aan de zuidoostelijke grens een bomenrij en struweel. Met uitzondering van de oostelijke grens, ligt er een ondiepe afwateringsgeul rond het plangebied.

Figuur 2.2: Impressie van het plangebied (Bron: PDOK).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Figuur 2.3 Impressie van het plangebied, welke ten tijde van het veldbezoek omgeploegd is. Onderin beide afbeeldingen is een gedeelte van de afwateringstructuur waarneembaar.

Figuur 2.4 (links): Impressie van het plangebied; Figuur 2.5 (rechts): Impressie van de bosschage aan de zuidelijke grens van het plangebied.

2.3 Voorgenomen ingrepen Het voornemen ziet toe een nieuwe woonwijk te realiseren. Deze wijk zal worden ingepast met nieuw groen, nieuwe bomenaanplant, water en een park aan de noordzijde. De bosschage aan de zuidelijke zijde en de bomenrij aan de Drietorensweg blijven behouden. Figuur 2.6 weergeeft een impressie van de gewenste situatie.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Figuur 2.6: Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (Bron: Initiatiefnemer).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: » Uitvoeren grondverzet; » Bouwwerkzaamheden; » Aanleggen erfverharding; » Aanleggen erfbeplanting. Voorgenoemde ingrepen zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effecten.

Tijdelijke effecten treden voornamelijk, maar niet uitsluitend, op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze tijdelijke effecten kunnen leiden tot de verstoring van rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden.

Permanente effecten daarentegen kunnen een gevolg zijn van de activiteiten zelf alsmede de resultaten hiervan. Ze kunnen leiden tot: » Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; » Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; » Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

2.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Bij het bepalen van de invloedsfeer wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Het plangebied grenst aan openbare weg, landbouwgrond en struweel. Tijdens de bouwwerkzaamheden wordt mogelijk het aangrenzende struweel verstoord. Zo zal er bijvoorbeeld mogelijk sprake zijn van tijdelijke geluid, trilling en optische verstoring buiten het plangebied. Voorgenoemde fysieke werkzaamheden hebben invloed buiten het plangebied. Om de effecten van voorgenomen activiteiten in beeld te krijgen, is het aangrenzende struweel aan de zuidelijke zijde meegenomen in de effectenbeoordeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Hoofdstuk 3

Wettelijk Kader Het wettelijk kader weergeeft de diverse kaders waaraan het initiatief getoetst wordt. 3.1 Wet natuurbescherming De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.

3.1.1

Natura 2000

Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel - zonder vergunning - niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets of effectenbeoordeling. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.

3.1.2

Soortenbescherming

In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): » lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; » lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; » lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; » lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; » lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing nietvan wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); » lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; » lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; » lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuuropzettelijk te vernielen ofte rapen;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

» »

lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: » onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; » onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen ofte vernielen, of » onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

3.1.3

Zorgplicht

Binnen de Wnb, artikel 1.11, is de algemene zorgplicht opgenomen die na streeft om het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen en indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zoveel mogelijk te beperken. Deze geldt ten alle tijden voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving en voor Natura 2000-gebieden.

3.1.4

Houtopstanden

In de Wnb is ook de bescherming van houtopstanden geregeld. Dit is een implementatie van de oude Boswet die het doel had om bossen te beschermen. Dit geldt nog steeds. Het uitgangspunt is dat Er netto geen oppervlakte bos mag verdwijnen. De handhaving hiervan ligt in principe bij de provincies en in sommige gevallen bij het Ministerie van LNV, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Onder houtopstanden wordt verstaan: een zelfstandige eenheid aan bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat vanaf 10 are of bestaat uit een bomenrij van meer dan 20 bomen. Wanneer een houtopstand gekapt wordt, of er andere maatregelen genomen worden die (eventueel indirect) tot het verminderen van het oppervlakte bos leiden geldt er een meld­ en herplantingsplicht, tenzij: » het bomen op erven of in tuinen zijn; » het fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn; » het wilgen of populieren langs wegen of landbouwgrond zijn; » het kerstbomen (niet ouder dan 20 jaar) zijn; » het kweekgoed is; » het dunnen van een houtopstand is; » het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

minimaal eens per tien jaar worden geoogst; bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare ; na 1 januari 2013 zijn aangelegd. het houtopstanden zijn binnen de begrenzing van een bebouwde kom. o o o

»

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar (zoels hiervoor genoemd) melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Aan de hand van een kapmelding kan de provincie ervoor kiezen om een kapverbod op te leggen (maximaal 5 jaar), ter bescherming van bijzondere natuur of landschapswaarden. Daarnaast geldt er voor kap van houtopstanden een herplantplicht: binnen 3 jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Kan deze niet worden uitgevoerd op het oorspronkelijke perceel, dan kan er compensatie plaatsvinden door de herplant te realiseren op een ander perceel. De voorwaarden hiervan verschillen per provincie. Er geldt daarentegen geen meldingsplicht of verplichting om binnen 3 jaar te herplanten als er wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode waarin een werkwijze is opgenomen die waarborgt dat: » er geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; » de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; » herplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; » de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; » de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.

Daarnaast is er een vrijstelling van de herplantplicht mits het bijdraagt aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen, nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen en houtkap voor biomassaplantages.

3.2 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/ voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Flevoland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Hoofdstuk 4

Werkwijze In dit hoofdstuk worden de wettelijk vastgelegde beoordelingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.1

Natura 2000

Voor de oriëntatie in het kader van de Gebiedsbescherming is bekeken of nabijgelegen Natura 2000gebieden mogelijk significante directe en indirecte effecten ondervinden van de beoogde ingrepen.

4.2

Soortenbescherming

In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Voor de totstandkoming van het advies betreffende dit onderzoek zijn de volgende stappen gezet: 1. Bureaustudie; 2. Veldbezoek; 3. Concluderende analyse.

Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit het bestuderen van (de geschiedenis van) het plangebied, bronnenonderzoek en een analyse van de flora- en faunagegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor verdere verkenning in het kader van de Soortenbescherming is een analyse van de bestaande flora- en faunagegevens uitgevoerd. Hierbīj zijn de gegevens van beschermde soorten in een straal van 500 meter rondom het plangebied van de laatste 5 jaar opgevraagd in de NDFF. Flet plangebied bestaat uit intensieve landbouwgrond. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: » Vogels; » Vleermuizen; » Grondgebonden zoogdieren; » Amfibieën. Flet is niet te verwachten dat beschermde soorten als amfibieën, reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen binnen het onderzoeksgebied voorkomen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten de nationale verspreiding van deze soortgroepen ligt. Flet is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.

Flet plangebied ligt buiten de nationale verspreiding van de meeste beschermde reptielen en amfibieën. De kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en meerkikker zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Flet plangebied ligt binnen de landelijke verspreiding van de ringslang, maar deze soort is gebonden aan waterrijke habitats, welke niet aanwezig is binnen de invloedsfeer van de beoogde werzkaamheden. De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. Door de afwezigheid van rivierlandschap binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden valt negatief effect op deze soorten op voorhand uit te sluiten. Door de afwezigheid van laagveenmoerassen en (schone) vegetatierijke vennen en diepe meren binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan de aanwezigheid van de gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en sierlijke witsnuitlibel en gestreepte waterroofkever uitgesloten worden. Tot slot ligt er geen duingebied, stedelijk gebied of schrale grasvegetatie binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden, waardoor de

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

aanwezigheid van beschermde vlinders als de aarbeivlinder, bruine eikenpage, duinparelmoervlinder, grote vos, iepenpage, kommavlinder en sleedoornpage uitgesloten kan worden.

Veldbezoek Het veldbezoek heeft een verkennend karakter en kan daarom niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 21 december 2022 te voet bezocht door S. van Staa. Het plangebied is visueel en auditief onderzocht op de aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker en een zaklamp. Tijdens het veldbezoek was het 8 graden Celsius, onbewolkt en nagenoeg windstil. Gedurende het veldbezoek is het volgende onderzocht: » Houtopstanden en struweel; » Bestaande bebouwing en potentiële rust- en verblijfsplaatsen; » (Mogelijke voortplantings) Wateren; » Sporen in de vorm van holen en nesten; » Sporen in de vorm van pootafdrukken, graaf-, krab- en bijtsporen; » Sporen in de vorm van fecaliën, veren/haren en prooiresten; » Overige indicaties die wijzen op de aanwezigheid van beschermde soorten.

Analyse en conclusie Aan de hand van de verzamelde verspreidingsgegevens en de resultaten van het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt habitat aanwezig is in en/of rondom het plangebied. De beoogde ingrepen zijn beoordeeld in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plangebied. Bij voldoende zekerheid over het al dan niet voorkomen van beschermde soorten, zijn mogelijke (negatieve) effecten bepaald. Bij onvoldoende zekerheid worden vervolgstappen geadviseerd. Ten slotte is beoordeeld of wettelijke consequenties aan de orde zijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de beoogde werkzaamheden en uitvoeringsplanning.

4.3

Houtopstanden

Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt en er geen bomen gekapt worden, is er geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen als weergeven in H4 van de Wnb. Om deze reden worden Houtopstanden ook niet verder behandeld in voorliggende rapportage.

4.4 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het NNN. Ter beoordeling van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de NNN is gekeken naar de nabijheid van NNN en de eventuele (negatieve) effecten op de aanwezige natuurwaarden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Hoofdstuk 5

Resultaten Gebiedsbescherming In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). 5.1

Natura 2000

5.1.1

Ligging t.o.v. het plangebied

Het plangebied ligt op minimaal 2,8 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000gebied, Ketelmeer en Vossemeer en Zwarte Meer (Figuur 5.1).

ì

r -i

Figuur 5.1: Ligging van Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (rode omlijning). Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de blauwe kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied bedraagt 2,8 km (Bron: PDOK).

5.1.2 Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten

Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Van verstoringseffecten, zoals geluid, optische verstoring of licht is gezien de effectafstanden geen sprake. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, wordt een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. Beoordeling stikstof (on twikkelfase)

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022, is de partiële vrijstelling voor de aanlegfase/bouwfase niet meer geldig. De al definitief verleende vergunningen ondervinden hier geen gevolgen van, in tegenstelling tot de nog te verlenen vergunningen. Dit houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat gedurende de ontwikkelfase ook beoordeeld dient te worden op mogelijke negatieve effecten op Natura-2000 gebied. Gezien de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, kan niet op voorhand worden uitgesloten dat negatieve effecten als gevolg van de beoogde werkzaamheden plaatsvinden. Een stikstofberekening wordt noodzakelijk geacht voor de ontwikkelfase.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief Beoordeling stikstof (toekomstige gebruiksfase)

Het is aannemelijk dat de voorgenomen ingrepen voor een toename van verkeersbewegingen zal zorgen ten opzichte van de huidige situatie. Door de omvang en ingebruikname van het plangebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden. Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden.

5.2

Natuurnetwerk Nederland

5.2.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 3,2 kilometer afstand van gronden die tot het NNN behoren. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van het NNN. In Figuur 5.2 wordt de ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 5.2: Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied (rode omlijning). Gronden die tot NNN behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en gronden die tot NNN behoren bedraagt 3,2 km (BromPDOK).

5.2.2 Beschermingsregime De bescherming van het NNN kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Hoofdstuk 6

Resultaten Soortbescherming In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en de bijbehorende wettelijke consequenties van de voorgenomen ingrepen. 6.1 Vogels 6.1.1

Jaarrond beschermde nestsoorten

Er zijn geen indicaties aangetroffen dat soorten met een jaarronde nestbescherming een nest binnen het plangebied bezetten omdat het plangebied bestaat uit intensief beheerde landbouwgrond gaat. Er is geen bebouwing aanwezig waardoor nesten van gebouwbewonende soorten als de huismus en gierzwaluw op voorhand uitgesloten kunnen worden. In de bomen en struiken rond het plangebied zijn geen (takken)nesten aangetroffen, waardoor de soorten die een duidelijk nest bouwen of die koloniebroeders zijn (boomvalk, buizerd, havik, roek, ooievaar, sperwer en wespendief) kunnen worden uitgesloten. Er zijn tevens geen holenbomen of nestkasten aanwezig waar soorten die gebruik maken van holten en speciale nestkasten (steenuil, kerkuil en ransuil) gebruik van kunnen maken.

6.1.2

Categorie 5 beschermde nest soorten

Het plangebied behoort mogelijk tot functioneel leefgebied van de categorie 5 beschermde nestsoorten als de spreeuw, echter worden er geen nesten verwacht. Mogelijk dient het plangebied als foerageergebied, echter is er voldoende alternatief in de omgeving aanwezig. Daarnaast is het mogelijk dat de nieuwe woonwijk een verbetering aan functioneel leefgebied voor diverse soorten kan bieden ten opzichte van de huidige situatie. Momenteel is de grond een deel van het jaar opgeploegd en is er weinig variatie, terwijl de nieuwe inrichting een hogere diversiteit aan groen biedt.

6.1.3

Vogelsoorten algemeen

Gedurende het veldbezoek zijn er geen nesten aangetroffen van algemene vogelsoorten in of in directe omgeving van het plangebied. Echter, is aangrenzend aan het plangebied struweel en een bomenrij aanwezig die beiden kunnen dienen als geschikte verblijf- of rustplaats. Hierdoor valt niet uit te sluiten dat vogels een nest kunnen vestigen gedurende het broedseizoen.

6.1.4

Wettelijke consequenties

Van de in en rond het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren, vernielen en/of beschadigen van vogelnesten dienen daarom buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustusfebruari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd en/of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

6.2

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied wordt als matig geschikt leefgebied van diverse marterachtigen beschouwd. Mogelijk dat de omliggende slootstructuur wordt gebruikt ten behoeve van migratie en wordt het struweel aan de aan de zuidelijke zijde van het plangebied verblijfsfuncties van kleine marterachtigen kan faciliteren. Het plangebied zelf ligt een groot deel van het jaar braak en biedt daarmee gedurende deze periode weinig tot geen functioneel leefgebied voor (beschermde) grondgebonden zoogdieren. Het biedt geen foerageergebied, geen mogelijkheden om een veilig verblijf te bezetten en geen beschutting om te migreren. Mogelijk dat de nieuwe inrichting een gevarieerdere en jaarrond geschikte situatie biedt voor bijvoorbeeld marterachtigen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Wettelijke consequenties Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.3

Vleermuizen

6.3.1

Verblijfplaatsen

Er is geen bebouwing aanwezig binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden, waardoor de aanwezigheid van een verblijfsfunctie van gebouwbewonende soorten op voorhand uitgesloten kan worden. Daarnaast beschikken de bomen aan de rand van het plangebied niet over inronttingsholten, loszittende bast of scheuren die een verblijfplaats kunnen faciliteren voor boombewonende soorten.

6.3.2

Foerageergebied

Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als matig geschikt foerageergebied beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende vleermuissoorten rond de opgaande vegetatie aan de grenzen van het plangebied. Deze vegetatie blijft behouden. De landbouwgrond wordt als matig geschikt beschouwd omdat dit open en intensief beheerd gebied is. Hierbij worden gedurende de actieve periode van vleermuizen weinig prooidieren verwacht omdat dergelijke velden (nagenoeg altijd) met insecticiden behandeld worden. Er kan in ieder geval worden uitgesloten dat het plangebied essentieel foerageergebied is. Er is ruim aanbod aan vergelijkbare omstandigheden om naar uit te kunnen wijken in de omgeving aanwezig.

6.3.3

Vliegroute

Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied (en van foerageergebied naar verblijfplaats) of tussen verblijven te vliegen. Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. De bomenrijen langs plangebied vormen mogelijk verbindende schakels in lijnvormige landschapselementen en maken mogelijk onderdeel uit van een essentiële vliegroute van vleermuizen. Deze bomenrijen blijven ongemoeid en worden als gevolg van de beoogde werkzaamheden niet in functie belemmerd.

6.3.4

Wettelijke consequenties

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute in functie belemmerd. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

6.4 Amfibieën Het plangebied valt binnen de verspreiding van de rugstreeppad en er is potentieel geschikt habitat aanwezig. Rugstreeppadden zijn uitgesproken pionier soorten die gebruik maken van tijdelijke wateren en braakliggende/verstoorde terreinen als landbouwgrond. De omliggende slootstructuur vormt mogelijk geschikt (tijdelijk)voortplantingswater en gedurende de aanlegfase kunnen bandensporen eveneens geschikt voortplantingsbiotoop bieden.

6.4.1 Wettelijke consequenties In het kader van zorgvuldig handelen, wordt geadviseerd een amfibieënscherm rond het plangebied te plaatsen om intreding en daarmee (opzettelijke) doding of verwonden van beschermde rugstreeppadden te voorkomen.

6.5

Overige soorten

Er worden geen andere beschermde flora-of faunasoorten verwacht binnen het plangebied. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

6.6

Samenvattende tabel

Tabel 6.1: Samenvatting Soortenbescherming

Soortgroep

Mogelijk voorkomende beschermde soorten

Te beoordelen effecten?

Overtreding Wnb

Vervolgstappen

Algemene soorten

Verstoring broedende vogels en doding van individuen.

Art. 3.1, lid 1, 2 en 4.

Nemen voorzorgsmaatregelen om verstoring broedende vogels te voorkomen, uitvoeren werkzaamheden buiten broedperiode of uitvoeren broedvogelscan.

Grondgebonden zoogdieren

(kleine) marterachtigen.

Art. 3.10, lid la en lb.

Geen nader onderzoek noodzakelijk. Aanvraag van ontheffing is niet aan de orde.

Vleermuizen

Diverse soorten

Art 3.5 lid 1,2 en 4.

Geen nader onderzoek noodzakelijk. Aanvraag van ontheffing is niet aan de orde.

Amfibieën

Rugstreeppad

Art. 3.10, lid la en lb.

Plaatsen amfibieënscherm rugstreeppad te voorkomen

Overige soorten

Niet aanwezig.

Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen en foerageergebied. Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied. Verstoring en doding van individuen en aantasten van voortplantingsen rustplaatsen. Niet van toepassing.

N.v.t.

Niet van toepassing.

Vogels

om

intreding

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Hoofdstuk 7

Conclusie en advies De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor beschermde soorten die niet op de vrījstellingslijst (bijlage 3) van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Gebiedsbescherming Gezien de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, kan niet op voorhand worden uitgesloten dat negatieve effecten als gevolg van de beoogde werkzaamheden plaatsvinden. Een stikstofberekening wordt noodzakelijk geacht voor de ontwikkelfase en de toekomstige gebruiksfase. De bescherming van het NNN kent geen externe werking.

Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

Vogels Van de in en rond het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren, vernielen en/of beschadigen van vogelnesten dienen daarom buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustusfebruari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd en/of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Grondgebonden zoogdieren Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Vleermuizen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, essentieel foerageergebied en essentiële vliegroute in functie belemmerd. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Amfibieën

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief In het kader van zorgvuldig handelen, wordt geadviseerd een amfibieënscherm rond het plangebied te plaatsen om intreding en daarmee (opzettelijke) doding of verwonden van beschermde rugstreeppadden te voorkomen.

Overige soorten Er worden geen andere beschermde flora-of faunasoorten verwacht binnen het plangebied. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Onder geschikte zorgplichtmaatregelen voor soorten die niet opgenomen zijn als beschermde soorten vallen onder andere: Aangetroffen dieren de kans bieden te vluchten of naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden te verplaatsen. Potentiële schuilplaatsen te controleren op de aanwezigheid van schuilende dieren. Dieren enkel buiten de kwetsbare perioden te verstoren. Het tijdig ongeschikt maken van schuilplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Bijlagen Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Bijlage 1

Geraadpleegde bronnen

Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS-calculator Ruimteliikeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Bijlage 2

Toelichting op wettelijke kaders

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al járen achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.

Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. 2.

3.

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode.

Soortenbescherming en het 'nee, tenzij principe' De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.

Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: "De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd".

Vrijstelling regelgeving BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de Gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een Gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring.

Daarna dient de Gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. 2. 3.

Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. Soorten worden beschermd op grond van de Habītatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Er is een beschermingsregime voor 'andere soorten' waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Ş 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Ş 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten Ş 3.3 Wnb

— c C(D -Q(1) bfl o (0 O >

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid la

Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen.

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

c c

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid lb

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen ofte vernielen.

Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3

Art 3.5 lid 3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art 3.1 lid 4 en 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

(DU) Qĩ ■’Bíū .2 ’EiO Qĩ> IA Qĩ -Q O c

(Di«Įļ m

c

(Dio ui(D >

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief c (D a. O O c ai c o.

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid lc

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Bijlage 3

Vrijgestelde soorten per provincie Zuid-Holland

Zeeland

Utrecht

Overijssel

Noord-Holland

Soort Amfibieën

Noord-Brabant

Limburg

Groningen

Gelderland

Friesland

Flevoland

Drenthe

Provincie

Legenda Vrijgestelde soort 1 = Vrijgesteld jul - sep 2 = Vrijgesteld 15 aug -15 okt 3 = Vrijgesteld mrt - apr en jul - nov 4 = Vrijgesteld 15 aug - feb

Bruine Kikker Gewone pad

Geldig per:

Kleine watersalamander

Bronnen:

4 oktober 2022 Regelink Habitus Natuurinclusief

Meerkikker Bastaardkikker

Reptielen Hazelworm

1

Levendbarende hagedis

2

Landzoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn

3

Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse Woelmuis Ree Rosse Woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis

4

Veldmuis Vos Wezel Wild Zwijn Woelrat

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief

Bijlage 4

Natuurkalender

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

TOETSING WNB EN NNN - Drietorensweg ongenummerd, Ens Status: Definitief Legenda Optimale perioden voor werkzaamheden. In deze perioden zijn de minste kans op verstoringen van planten en dieren. Acceptabele perioden voor werkzaamheden, mits er geen verstoring van planten en dieren plaatsvindt. De werkzaamheden verrichten onder begeleiding van een terzake kundige. Geen werkzaamheden in deze perioden. Wanneer andere zwaarwegende belangen gelden dan de werkzaamheden verrichten onder de voorwaarden. Bijvoorbeeld voorwaarden in de ontheffing Wet natuurbescherming.

Bronnen:

Natuurbank Overijssel Natuurkalender Arnhem

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

Bestemmingsplan "Ens, Oost - fase 3" Vastgesteld

Bijlage 6

Archeologisch onderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

Laagland Archeologie Rapport 1059

Archeologisch bureauonderzoek

Drietorenweg Zuiderringweg, Ens, gemeente Noordoostpolder (FL). ^

LAAGLAND ARCHEOLOGIE

februari 2023 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

v3.1

Colofon Laagland Archeologie Rapport 1059

Archeologisch bureauonderzoek Drietorenweg - Zuiderringweg te Ens, gemeente Noordoostpolder (FL) Auteur: Erwin Brouwer In opdracht van: BJZ.nu

Foto's en tekeningen: Laagland Archeologie Status rapport: concept Controle: J. Wijnen Autorisatie: J. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876

© Laagland Archeologie BV, Almelo, februari 2023 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schríftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting

Laagland Archeologie heeft in januari 2023 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Drietorenweg - Zuiderringweg te Ens. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Tegen het einde van de laatste ijstijd lag het plangebied deels in een rivierdal. In de loop van het Neolithicum en Bronstijd ontwikkelde het gebied zich tot een uítgestrekt zeggemoeras in de onmiddellijke nabijheid van een rivierarm. Vanaf ongeveer 1600 voor Chr. lag het plangebied in een meer, dat zich in de navolgende eeuwen zou ontwikkelen tot het Flevomeer, dat zich weer later ontwikkelde tot het Almere en nog later tot de Zuiderzee. Op basis van de zanddieptekaart en een geologische boring zijn Pleistocene zanden te verwachten tussen circa 7 en 8 m -NAP (circa 5,5 tot 4,5 m mv). In het plangebied liggen de zanden ongeveer 50 cm hoger dan in de omgeving, waarbij het hoogste punt ten zuidwesten van het plangebied ligt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2159/documents/39407