18.1 Bestemmingsplan 'Emmeloord, De Munt B'.pdf
Tekst van het document
Vanwege de aanwezigheid van een bedrijfswoning op het agrarisch bouwperceel aan de Muntweg 7 is de toegestane milieucategorie aan de noordzijde van het plangebied beperkt. De zone waar bedrijven tot milieucategorie 4.1 zijn toegestaan (BT4 in figuur 4.1) is zodanig gelegd dat er geen sprake is van milieuhinder ten aanzien van deze woning.
Milieucategorie
Richtafstand gemengd gebied
Richtafstand rustig gebied
3.2 (BT3)
50 meter
100 meter
4.1 (BT4)
100 meter
200 meter
Tabel: richtafstanden
Figuur 4.1
Zones richtafstanden rondom het plangebied (oranje = rustig gebied, rood = gemengd gebied)
bestemmingsplan (ontwerp)
29
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
4.2
Geluid (Wet geluidhinder)
Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijventerreinen zijn geluidszones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen.
In deze paragraaf wordt enkel ingegaan op de geluidsaspecten met betrekking tot wegverkeer in relatie tot het bedrijventerrein. In of nabij het plangebied is geen sprake van een gezoneerd industrieterrein of spoorweg. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn geluidgevoelige bestemmingen benoemd. Dit zijn (samengevat) woningen, scholen en diverse gezondheidszorggebouwen. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Op grond van het bestemmingsplan wordt de aanleg van nieuwe interne ontsluitingswegen mogelijk gemaakt. Het betreffen gezoneerde wegen met een snelheidslimiet van 50 km/uur. Binnen de bebouwde kom bedraagt de zonebreedte die voor dit soort wegen in acht moet worden genomen 200 m. Binnen deze zone bevinden zich geen geluidsgevoelige bestemmingen. In het kader van dit bestemmingsplan behoeft daarom geen akoestisch onderzoek plaats te worden uitgevoerd.
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van de voorgenomen wijzigingen en daarmee voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.
4.3
Water
Deze Waterparagraaf gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit.
Proces van de watertoets De ontwikkeling is via digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap, in dit geval het Waterschap Zuiderzeeland. Vanwege de specifieke aard van het plan is een nauwere betrokkenheid van het waterschap noodzakelijk. Hierna worden per aspect de effecten van het plan op de waterhuishouding behandeld. Voor dit bestemmingsplan heeft overleg met het waterschap plaatsgevonden.
Het aspect waterveiligheid is buiten beschouwing gelaten, omdat het plangebied niet nabij primaire of regionale waterkeringen ligt.
Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Hiermee wordt in dit plan rekening gehouden door de voldoende groen en water in het plan te brengen. Dit is geborgd in de regels en via de
30
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B verbeelding.
Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
Uitgangspunt Als uitgangspunt voor het te ontwikkelen bedrijventerrein geldt het principe "waterneutraal bouwen". Bij ingrijpend wijzigen van de bestaande situatie door het aanbrengen van verhard oppervlak (gebouwen en verharding) en het dempen van bestaande watergangen moeten compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Tijdens neerslaggebeurtenissen moet het nieuw in te richten bedrijventerrein voldoende zijn berekend op het voldoende kunnen bergen en het daarbij voorkomen van afwenteling naar het omliggend gebied. Het plangebied moet zelf "zijn eigen broek ophouden" om het aangrenzend gebied niet te confronteren met wateroverlast ten gevolge van de planontwikkeling. De slootprofielen van de omringende bestaande watergangen rond het plan worden zodanig verruimd, dat bij een referentiebui, rekeninghoudend met de door het KNMI geschetste scenario's voor toekomstige ontwikkeling van het klimaat, wordt voldaan aan de daarvoor gevraagde wateropgave.
Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste gronden oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.
Uitgangspunten In vergelijking tot de omgeving van de Lage Afdeling (-5,70 m NAP), wordt op het bedrijventerrein voor het “stedelijk water” een hoger peil geïnstalleerd. Gekozen wordt voor een streefpeil van -5,20 m NAP, waardoor ten opzichte van het maaiveld het aanwezige water minder aan het zicht wordt onttrokken. Het water levert een aanwijsbare bijdrage aan de belevingswaarde van de totale openbare ruimte op het bedrijventerrein. Een ander voordeel bij een in te stellen peilopzet is, dat bij de aanleg van de nieuwe watergangen, het doorzicht van het water aanmerkelijk wordt verbeterd ten opzichte van het omringende oppervlaktewater van de Lage Afdeling. De peilopzet onderdrukt de invloed van de aanwezige negatieve kwel.
Het watersysteem voor het peilvak -5,20 m NAP is een gesloten systeem, waarbij de enige verbinding met de Lage Afdeling bestaat uit een vaste en een debietgestuurde stuw. Bij de debietgestuurde stuw vindt een constante aflaat naar de omringende Lage Afdeling van 1,5 l/s/ha plaats.
bestemmingsplan (ontwerp)
31
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Samen met het waterschap vindt nog onderzoek plaats of het haalbaar is het nieuwe gesloten watersysteem op het bedrijventerrein onderdeel te laten uitmaken van het al bestaande peilvak van het ten oosten van de Daalder-Dukaat gelegen bedrijventerrein De Munt -5,20 m NAP. Door het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein te verbinden en daarmee te vergroten met het al bestaande peilvak, maakt deze uitbreiding het peilvak robuuster. Peilfluctuaties ten gevolge van peilverhoging door berging van regenwater en het uitzakken van het peil tijdens langdurige periodes van droogte, maken het watersysteem minder kwetsbaar.
Uitgaand van een gemiddelde maaiveldhoogte van -3,75 m NAP en een streefpeil van -5,20 m NAP is in het plan een drooglegging van 1,45 m aanwezig. Hieruit kan worden geconstateerd dat ruimschoots wordt voldaan aan de minimale drooglegging voor stedelijk gebied van 1,20 m, rekeninghoudend met het hiervoor gehanteerd normaal-waternormpeil (N.W.-normpeil). Er zijn geen structureel nadelige gevolgen aanwezig voor en door (grond)water in de omgeving.
Onderhoud Tot de Ringsloot (berging) en de Munttocht moet een strook van minimaal 5 meter ruimte worden aanhouden voor onderhoudspad. In dit bestemmingsplan is hiermee rekening gehouden door overal een groenbestemming van minimaal 5 meter breed aan te houden. De bouwvlakken binnen de bestemming bedrijventerrein liggen op minimaal 10 meter afstand.
Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.
Uitgangspunten Het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, vermeden.
bijvoorbeeld zinken dakgoten,
wordt
De te verruimen watergangen met een peilopzet van -5,20 m NAP staan aan de oostzijde door middel van een vaste stuw en de westzijde door middel van een debietgestuurde stuw niet in directe verbinding met de Lage Afdeling. Om in het nieuwe watersysteem stagnant water te vermijden, wordt een circulatiepomp geïnstalleerd. Daarvoor worden de oostelijke en westelijke watergang onderling verbonden door middel van een persleiding. De circulatiepomp zorgt periodiek voor een gestuurde circulatie in de aangelegde waterpartij. Doordat de waterpartij daarnaast aanvulling krijgt voor het te ontvangen hemelwater, vindt bij een minimale waterdiepte van 1,20 m voldoende verversing plaats om de waterkwaliteit op het gewenst niveau te houden.
32
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.
Uitgangspunten Goed omgaan met afvalwater. Alle vrijkomende stedelijk afvalwater op het perceel wordt aangesloten op het bestaande DWA (droogweerafvoer)-riool op de Cavalier. Alle regenwater vallend op het bedrijventerrein wordt door middel van een regenwaterriool afgevoerd naar de te graven nieuwe en te verruimen bestaande watergangen rondom het plangebied.
Hemelwater Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
Uitgangspunt Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden.
4.4
Bodem
Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd.
In het kader van de ontwikkelingen binnen het plangebied is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in Bijlage 2.
In het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat voldoende inzicht is verkregen in het gebruik en de mogelijke aanwezigheid van bodembedreigende activiteiten en/of bodemverontreinigingen. Voor het wijzigen van het bestemmingsplan zijn op basis van het historisch onderzoek geen belemmeringen aanwezig. De landbouwpercelen direct ten zuiden van Muntweg 4 en 8 zijn onderzocht, hierbij zijn geen belemmeringen voor de toekomstige bestemming waargenomen. De overige landbouwpercelen zijn nooit onderzocht. Er hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. De verwachting is dat de kwaliteit van deze percelen overeenkomt met de kwaliteit van de reeds onderzochte landbouwpercelen. Om de
bestemmingsplan (ontwerp)
33
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B daadwerkelijke bodemkwaliteit vast te leggen wordt een bodemonderzoek conform de NEN 5740 geadviseerd. Voor de agrarische bouwpercelen Muntweg 4 en 8 geldt dat er in het kader van de verdere planvorming aandacht aan de bodemsituatie moet worden besteed vanwege aanwezige verontreinigingen en/of verdachte locaties. Ter plaatse van beide percelen zijn een aantal bodembedreigende activiteiten aanwezig. Hier dient in de verdere uitvoering van de plannen uitdrukkelijk aandacht aan te worden besteed. Ter plaatse van beide percelen is zwak tot zwak/matig puinhoudend materiaal in de bodem waargenomen. Dit is in beide gevallen niet geanalyseerd. Derhalve zijn beide percelen verdacht op het voorkomen van asbest en dient een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd te worden. Het is niet te verwachten dat deze zodanig van omvang zijn dat de (economische) uitvoerbaarheid van het plan wordt belemmerd. In het kader van het bestemmingsplan wordt het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.
4.5
Archeologie
Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.
Doelstelling van het Verdrag van Valletta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.
De (geactualiseerde) Archeologische beleidsadvieskaart die voor het grondgebied van Noordoostpolder is vastgesteld (1 oktober 2018) geeft inzicht in de te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Een fragment hiervan is opgenomen in figuur 4.2.
34
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Figuur 4.2
Uitsnede Archeologische Beleidsadvieskaart gemeente Noordoostpolder
Uit de beleidadvieskaart blijkt dat er ter plaatse van een smalle zone in het plangebied sprake is van archeologische verwachtingswaarde. Dit deel is aangewezen als categorie WA-8, wat inhoudt dat er bij ingrepen van meer dan 10.000 m2 en dieper dan 100 cm archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. In een eerder stadium van de planvorming van De Munt B, op basis van de vorige beleidsadvieskaart, is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3. Op basis van het archeologiebeleid en in combinatie met het onderzoek kan het plangebied worden vrijgegeven en is nader archeologisch onderzoek niet nodig. Ook voor vrijgegeven plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Dit kan ook een scheepswrak betreffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), de provinciaal archeoloog of gemeentelijk archeoloog.
4.6
Cultuurhistorie
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
Binnen het plangebied zijn geen specifiek beschermde cultuurhistorische waarden, zoals monumenten, aanwezig. Wel heeft het ontstaan van het landschap van de Noordoostpolder een bijzondere geschiedenis, het een behoudenswaardige status geeft.
Nationaal erfgoed
bestemmingsplan (ontwerp)
35
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
De Noordoostpolder is op grond van de volgende karakteristieken aangemerkt als nationaal erfgoed: grootschalige droogmakerij met verspreide, rationeel geordende agrarische bebouwing en erven; ring van dorpen rond de hoofdkern Emmeloord; functioneel patroon van wegen en waterwegen met bijbehorende beplantingsprofielen. Deze karakteristieken moeten bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Munt B worden gerespecteerd. Het stads-DNA van Emmeloord Het stads-DNA 'wat maakt Emmeloord Emmeloord?', geeft de belangrijkste (wederopbouw en hedendaagse) waarden aan op het gebied van landschap, stedenbouw en architectuur. Het gaat om structuren, oorspronkelijk gepland en in de loop van de jaren gegroeid, die in samenhang kenmerkend zijn voor de polderidentiteit van de polderstad Emmeloord. Het stads-DNA is in onderstaande afbeelding weergegeven.
Figuur 4.3
Stads-DNA van Emmeloord
Groene mantel Het plangebied renst aan de westkant aan de groene mantel. De groene mantel is de multifunctionele brede groenzoom, die de polderstad aan drie zijden omsluit. De groene mantel omvat paden, sportvelden, een begraafplaats, volkstuinen en dergelijke. De groene mantel omvat minimaal een robuuste groenstrook van bomen van de eerste grootte (afmeting bomen, in dit geval de grootste maat bomen), met gras en/of onderbegroeiing en een voetpad. Ze wordt vaak begrensd door sloten. Afhankelijk van de maat en schaal van de bebouwing en achterliggende stedelijke structuur is de groene mantel breder of smaller (een stadsmantel is bijvoorbeeld breder en omvat meer functies dan een dorpsmantel.
36
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Afhankelijk van de functies, die in de groene mantel zijn opgenomen zal de groene mantel ook van maat verschillen). Alle tien polderdorpen en de polderstad kennen een groene mantel. In tegenstelling tot de polderdorpen heeft Emmeloord geen groene mantel aan de zuidzijde van de stad. Hier had de stad een gebouwd front gericht op de polder en bedrijventerreinen. Deze bedrijventerreinen zijn uitgebreid tot aan de nieuwe rijksweg.
Bedrijventerreinen aan de rand De bedrijventerreinen van Emmeloord liggen aan de rand van de stadskern en aan de rand van de stad. De bedrijventerreinen van de eerste generatie liggen aan de rand van de stadskern in verbinding met het water van de Urkervaart en Zwolse Vaart (aan een loswal of met insteekhavens). Deze ligging vloeit voort uit het oorspronkelijke ontwerp, waar de vaarten een belangrijke rol speelden als hoofdinfrastructuur. Later ontwikkelde de stad nieuwe bedrijventerreinen langs belangrijke hoofdwegen (bijvoorbeeld de Nagelerweg). De Rijksweg A6 is een belangrijke nieuwe hoofdontsluiting, waarlangs de nieuwste bedrijventerreinen zijn ontwikkeld. Hier vormt de brede groene voorgrond voor bedrijventerrein De Munt als het ware een diepe 'voortuin', die net als bij woningen met een diepe voortuin het terrein en de stad allure geeft aan de snelweg.
Figuur 4.4
Bedrijventerrein De Munt A langs de A6 met groene voorgrond
Vizier naar het landschap De stad had in het oorspronkelijke plan op meerdere plekken uitzicht op het open polderlandschap. Rond de oorspronkelijke kern is de stad doorgegroeid, en ook in de nieuwe uitleg zijn er plekken in de openbare ruimte die zicht bieden op het omringende landschap. Locaties met een uniek vizier. Deze poldervizieren maken, naast de vele andere polderkenmerken, de stad tot de Noordoostpolderstad.
Conclusie Het Bedrijventerrein De Munt B grenst aan de hoofdkern Emmeloord. Het patroon van de ring van dorpen wordt met dit plan niet aangetast. Het functionele patroon van wegen en waterwegen wordt met dit plan gerespecteerd. Het bedrijventerrein wordt immers aangelegd binnen de bestaande infrastructuur A6-Muntweg-Kuinderweg en sluit aan op het bestaande bedrijventerrein De Munt A. Uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van het terrein net als bij De Munt A het polderconcept leesbaar blijft en de aangrenzende gebieden met respect behandeld worden.
4.7
Ecologie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van gebieden en de bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet natuurbescherming.
bestemmingsplan (ontwerp)
37
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Ten behoeve van de planontwikkeling worden twee boerderijen met opstallen gesloopt en bomen gekapt en akkers omgevormd tot bedrijventerrein. In het kader van het voorliggend bestemmingsplan is een Quickscan Natuurwetgeving uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in Bijlage 4. De Quickscan vormt de eerste fase in het kader van de procedure van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN). De resultaten worden hierna samengevat.
Gebiedsbescherming Het plangebied betreft intensief beheerd productieland (akkerland) aan de rand van Emmeloord en ingesloten in provinciale wegen. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Weerribben en De Wieden, gelegen in Overijssel en het IJsselmeer. De ligging van deze gebieden ten opzichte van het plangebied zijn gevisualiseerd in figuur 4.5. Deze gebieden liggen op grote afstand (minimaal 12 kilometer) vanaf het plangebied.
Gelet op de afstand tot nabijgelegen Natura 2000-gebieden, zijn directe effecten zoals verdroging, vernatting, optische verstoring, licht- en geluidsverstoring daarmee op voorhand uitgesloten. Er is geen noodzaak is tot een nader onderzoek naar deze effecten.
Figuur 4.5
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Impact stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State van 31 mei 2019 mag de passende beoordeling van het PAS niet meer als toestemmingsbasis dienen voor projecten. In bovengenoemde voortoets is uitgegaan van de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jaar onder de PAS. Omdat de PAS en daaraan gekoppelde drempelwaarde niet meer van toepassing is, is een voortoets uitgevoerd naar de potentiële effecten van het bedrijventerrein op de stikstofdepositie op de daarvoor gevoelige gebieden. Deze voortoets is opgenomen in 38
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B Bijlage 5.
In de voortoets is de verwachten stikstofemissie van het bedrijventerrein afgezet tegen de stikstofemissie van het agrarische gebruik in de referentiesituatie (gebruik in de afgelopen jaren). Geconcludeerd wordt dat emissie veranderd. Daar waar in de referentiesituatie jaarlijks 1034 kg NH3 werd uitgestoten als gevolg van bemesting, wordt in de nieuwe situatie 4.890 kg/jaar NOx uitgestoten als gevolg van verkeer en gebouwgebonden emissies (gasgebruik).
Uit het onderzoek met het rekenprogramma AERIUS blijkt dat het project-effect 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Negatieve effecten vanwege stikstofdepositie kunnen derhalve worden uitgesloten. Het aspect stikstof is daarmee dan ook geen belemmering voor het project, in die zin dat het aspect stikstof het vaststellen van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
Conclusie Gezien de aard en de omvang van de voorgestelde ontwikkelingen en de afstand van het plangebied tot beschermde gebieden, kan met zekerheid worden gesteld dat dit bestemmingsplan geen (significante) effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied heeft.
Uiteraard is het zo dat de uitgangspunten voor het oordeel dat het plan geen significant effect veroorzaakt, moeten worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Dit om te voorkomen dat door intensivering van het bedrijventerrein (of specifieke bedrijven met veel emissie) of andere veranderingen in het gebruik ervan leiden meer stikstofdepositie, met alsnog een significant effect. Deze borging kan met een algemene stikstofdepositieregeling worden geboden. Dit is zelfs meer sluitend dan specifieke activiteiten of maatregelen vast te leggen, omdat er dan altijd een mogelijke activiteit is die wel te veel stikstofdepositie veroorzaakt.
NatuurNetwerk Nederland (NNN) De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten de begrenzing van NNN, daarom is nadere toetsing ('nee, tenzij'-toets) niet noodzakelijk. De aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Dit aspect staat derhalve niet aan de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan in de weg.
bestemmingsplan (ontwerp)
39
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Figuur 4.6
Ligging plangebied ten opzichte van NNN
Soortenbescherming In de Quickscan Natuurwetgeving (Bijlage 4) wordt geconstateerd dat de sloop van de gebouwen effect kan hebben op de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten. Deze effecten, worden zowel op korte termijn (tijdens de uitvoering) als op de lange termijn (na de uitvoering) in het onderzoek beschreven. Ten aanzien van soortenbescherming worden de volgende conclusies getrokken: De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten, reptielen, vissen, libellen, vlinders en ongewervelden. Voor deze soortgroepen behoeven geen mitigerende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb niet aan de orde. Op basis van de verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek kan het gebruik van het plangebied door algemene broedvogels niet worden uitgesloten. In verband met het voorkomen van algemene broedvogels in en binnen de invloedsfeer van het plangebied moeten mogelijk mitigerende maatregelen worden genomen. Dit is sterk afhankelijk van het moment en de duur van uitvoering.
De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven geen voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren (steenmarter), vleermuizen, amfibieën (rugstreeppad) en vogels met een jaarrond beschermd nest (kerkuil, steenuil, huismus, gierzwaluw, sperwer, ransuil, buizerd). Een nader onderzoek conform de geldende protocollen is noodzakelijk om uit te sluiten of deze soorten aanwezig zijn en om te bepalen of een vervolgprocedure (Wnb ontheffing) noodzakelijk is. Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
40
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Momenteel wordt nader onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de agrarische bouwpercelen met ecologische potenties. Indien nodig wordt naar aanleiding daarvan een ontheffing op de Wnb aangevraagd bij de provincie. Daarvoor zijn dan compenserende en/of mitigerende maatregelen, die worden geborgd via de Wnb. Gelet op de beperkte omvang van de erven waar ecologische potenties aanwezig zijn, staat dit aspect de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in beginsel niet in de weg. Het definitieve onderzoek wordt vóór de vaststelling in deze paragraaf verwerkt en als bijlage toegevoegd.
4.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen in de directe omgeving lopen als gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt en transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven en dienen daarom bij ruimtelijke plannen te worden beoordeeld.
Toetsingskader Plaatsgebonden risico en groepsrisico Voor zowel bedrijvigheid als transport van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor bedrijvigheid staat dit in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen staat dit in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen staat dit in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In deze besluiten zijn de centrale begrippen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het Plaatsgebonden Risico (PR) van een activiteit met gevaarlijke stoffen is de kans per jaar om te overlijden op een bepaalde plaats ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen bij die activiteit wanneer iemand 24 uur per dag gedurende het gehele jaar onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het Groepsrisico (GR) van een activiteit met gevaarlijke stoffen is de cumulatieve kans per jaar dat een groep mensen met een minimale grootte overlijdt ten gevolge van de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen bij die activiteit. De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde. De oriëntatiewaarde is een ijkpunt in een systeem waarin gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen.
Indien de oriënterende waarde voor het GR wordt overschreden, kan dit in het algemeen ook ruimtelijke beperkingen opleveren voor (delen van) het betreffende gebied. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen te beschermen. Bij een omgevingsvergunning milieu of een ruimtelijk besluit rond zo'n bedrijf moet rekening worden gehouden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen(plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico).
Besluit externe veiligheid transportroutes Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.
bestemmingsplan (ontwerp)
41
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Besluit externe veiligheid buisleidingen Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Bevb beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en van de gemeenten. Het Bevb geeft de risiconormen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR).
Risicobronnen In de omgeving van het plangebied zijn een aantal risicobronnen gelegen.
Opslag propaan Aan de Kuinderweg 7 bevindt zich een bovengrondse opslag van 3.000 liter propaan of ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas. Met betrekking tot het plaatsgebonden risico geldt een generieke veiligheidsafstand van 20 meter. Het plan ligt op circa 400 meter van de locatie waar het gas is opgeslagen. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering.
In bijlage 2, tabel 1 van de Revi wordt 150 meter als afstand tot de grens van het invloedsgebied gegeven voor insluitsystemen met propaan. De realisatie van het plan is daarmee niet van invloed op het groepsrisico.
Transport van gevaarlijke stoffen over de weg Ten westen van het plangebied ligt de Rijksweg A6, deze weg is opgenomen in de regeling Basisnet als wegvak A6: Knp. Emmeloord - afrit 15 (De Munt). Over deze weg vinden jaarlijks 3.000 transporten met stofcategorie GF3 (Brandbaar gas) plaats. De weg heeft ter plaatse geen plaatsgebonden risicocontour PR=10-6 en geen plasbrandaandachtsgebied. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plan. Het plan is gelegen binnen het invloedsgebied van 200 m van de weg. Het oppervlak van het plan bedraagt circa 70 hectare, waarvan circa 50 hectare als bedrijventerrein wordt bestemd. De rest van het plangebied omvat o.a. een zonneweide en verkeerswegen. Binnen het bedrijventerrein verblijven naar verwachting 600 medewerkers. Dit betekent een gemiddelde personendichtheid van ca. 10 personen per hectare. Volgens de Handleiding Risicoanalyse Transport van het RIVM bestaat er voor een dergelijk lage personendichtheid geen drempelwaarde van het aantal transporten voor de overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde. Met andere woorden: het groepsrisico is vele malen lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Het plan is daarmee niet van invloed op het groepsrisico van deze basisnetroute.
Hogedruk aardgastransportleiding N-501-25 Binnen het plangebied ligt een hogedruk aardgastransportleiding. Deze leiding loopt momenteel door het midden van het gebied van zuid naar noord. Het is de bedoeling dat deze leiding verplaatst wordt in westelijke richting tot aan de zonneweide.
Door Grontmij is in 2011 onderzoek gedaan naar het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleidingen binnen de gemeente Noordoostpolder. In dit onderzoek is ook buisleiding N-501-25 betrokken. Dit onderzoek is voor de volledigheid opgenomen in Bijlage 6. In dit onderzoek is reeds rekening gehouden met de invulling van De Munt B (in het onderzoek aangeduid met Munt Oost en Munt West) waarbij rekening is gehouden met de aanwezigheid van 389 personen gelijkmatig
42
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B verdeeld over het volledige perceel.
Conclusie van het onderzoek is dat de leiding geen plaatsgebonden risicocontour van PR=10- 6 heeft. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmering op voor het plan. Wel moet rekening gehouden worden met een belemmeringstrook van 4 m aan weerszijde van de leiding.
Daarnaast wordt in het onderzoek geconcludeerd dat de maatgevende kilometer leiding voor het groepsrisico noordelijk van De Munt is gelegen. Het maximale groepsrisico berekend voor deze leiding bedraagt 0,4390% van de oriëntatiewaarde. Momenteel is de verwachting dat er op het bedrijventerrein 600 medewerkers aanwezig zullen zijn op een beperkter oppervlak (circa 60 hectare wordt ingericht als bedrijventerrein). Daarmee is de personendichtheid nog steeds ruim lager dan bijvoorbeeld het zuidelijk gelegen bedrijventerrein De Munt A.
Het invloedsgebied van de leiding gelegen in De Munt B waarbinnen zich personen bevinden heeft een oppervlak van circa 8 hectare. In een worst case benadering bevinden alle 600 medewerkers zich binnen dit invloedsgebied, hetgeen een personendichtheid van 75 personen per hectare betekent.
Gezien de lagere personendichtheid in het invloedsgebied wordt de invulling van De Munt B niet maatgevend voor het groepsrisico van leiding N-501-25, waarmee het groepsrisico van deze leiding niet toeneemt.
Conclusie In de nabijheid van het plangebied bevinden zich een aantal risicobronnen. Op basis van beschikbare informatie is vastgesteld dat het plaatsgebonden risico van deze bronnen geen belemmering vormen voor het plan. Daarnaast is vastgesteld dat het groepsrisico met de realisatie van het plan ruim onder de oriëntatiewaarde blijft. De externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor het plan. De gemeenteraad besluit over de verantwoordeing van het groepsrisico.
4.9
Verkeer en parkeren
Voor parkeren geldt als uitgangspunt dat een plan geen onevenredige parkeerdruk op de omgeving mag veroorzaken. Daarom is het van belang dat voor de nieuwe functies in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Daarnaast is het van belang om te beoordelen of de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben voor de verkeersgeneratie van de nieuwe functies. Om de parkeerbehoefte te bepalen en om het effect van het plan op de verkeersituatie te beoordelen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW (publicatie 381).
Verkeerkeersgeneratie De verkeersgeneratie vanwege het plan is in opdracht van de gemeente Noordoostpolder door Goudappel Coffeng berekend. De resultaten van deze verkeersstudie (de effecten op de verkeertoename op de verschillende wegvakken) zijn weergegeven in Bijlage 7. Hieruit blijkt dat de grootste verkeerstoename zich bevindt op de Muntweg en de Kuinderweg. Op de Muntweg is de verkeerintensteit in de referentiesituatie gemiddeld circa 9.700 mvt/etmaal (twee richtingen). In de berekening neemt dit toe tot 11.600 tot 12.140 mvt/etmaal, op het stuk weg tussen Frieseweg - A6. Dit is een toename van 25%. Op de Kuinderweg gaat het aantal voertuigen van 4.000 naar ruim 6.200 mvt/etmaal. Alle
bestemmingsplan (ontwerp)
43
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B ontsluitende wegen zijn gebiedsontsluitingswegen met losliggende voorzieningen voor fietsverkeer en overzichtelijke aansluitingen.
Voor een klein weggedeelte van de Muntweg komt het berekende aantal voertuigen per etmaal net boven de 12.000. In het provinciaal mobiliteitsbeleid is opgenomen dat wanneer de intensiteit boven de 12.000 mvt/etmaal komt, onderzocht moet worden of een parallelvoorziening voor langzaam (landbouw)verkeer nodig is. Het gaat om het deel tussen het Friesepad en de aansluiting op de A6. Voor het deel waar de verkeersintensiteit boven de 12.000 mvt/etmaal komt, is al een parallelvoorziening aanwezig. Er zijn ter hoogte van dit deel geen directe erfontsluitingen op de Muntweg.
Hierbij kan bovendien de kanttekening worden geplaatst dat daarbij gerekend is met zeer hoge aantallen, terwijl er goede fietsverbindingen aanwezig zijn. De berekende lichte overschrijding vindt alleen plaats op het deel van de Muntweg tussen Friesestraatweg en A6. Overweging van een eventuele parallelweg ter plaatse van dit weggedeelte is niet doelmatig. Bij de aanleg van de wegen is in de dimensionering reeds rekening gehouden met de toekomstige realisatie van De Munt B. Geconcludeerd wordt dat de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben om de toename van verkeer af te wikkelen. .
Parkeren Voor het gehele plangebied geldt als uitgangspunt dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Dit kan pas worden beoordeeld bij een concrete invulling. Voor het plangebied geldt dat de algemene parkeerbepaling (artikel 12.1) regelt dat een bouwplan voor een bepaalde functie slechts kan worden gerealiseerd wanneer er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee is ook voor de toekomst een adequaat parkeeraanbod gewaarborgd en leidt dit plan niet tot een ongewenste parkeersituatie. Deze regeling is overgenomen uit het bestemmingsplan Parapluplan parkeren (zoals vastgesteld op 8 juli 2019).
4.10 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM1 0 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. De huidige luchtkwaliteit langs wegen wordt bepaald aan de hand van de NSL-monitoringstool van de Rijksoverheid. In de gemeente Noordoostpolder is alleen langs de belangrijkste hoofdwegen (A6) de luchtkwaliteit bepaald. Langs deze weg is sprake van een NO2 concentratie van 18 à 19 ug/m3 en een PM1 0 van 15 ug/m3 . Dit is de minimale waarde. De fijne fractie PM2 ,5 is bepaald op ongeveer 8 ug/m3 . De norm voor fijnstof is 40 ug/m3 voor de PM1 0 en 25 ug/m3 voor de PM2 ,5 . Op basis van de in paragraaf 4.9 berekende maximale verkeersgeneratie (circa 2.200 mvt/etmaal) valt het plan niet binnen de Nibm-regeling. Op basis van de worst-case berekening op basis van de NIBM-tool van het RIVM is er sprake van toename van een NO2 uitstoot van 3,6 ug/m3 . Voor PM1 0 is dit 0,51 ug/m3 . Gelet op de zeer lage huidige concentraties ten opzichte van de norm, wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit ook met de realisatie van het bedrijventerrein ruim binnen de normen blijft.
Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
44
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.
Door het plangebied loopt een (hogedruk)gasleiding met kenmerk N-501-25-KR-024 t/m 027. Deze heeft een diameter van 8,63 inch en een werkdruk van 40 bar. Als gevolg van de realisatie van het bedrijventerrein De Munt B wordt mogelijk een deel van de aardgasleiding verlegd. Hiervoor is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Met het nieuwe tracé voor de aardgasleiding wordt rekening gehouden met de nieuwe inrichting van het bedrijventerrein. De nieuwe aardgasleiding wordt waar mogelijk ingegraven in openbare grond, zodat de nieuwe bedrijven zo min mogelijk worden beperkt door de aanwezigheid van de aardgasleiding. Het nieuwe tracé is geprojecteerd in de groenzone ten westen van de zonneweide.
Langs de gasleiding wordt rekening gehouden met een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden. Deze is op de verbeelding vastgelegd met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Voor wat betreft het aspect externe veiligheid wordt verwezen naar paragraaf 4.8.
4.12 Mer-beoordeling In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (onderdeel C en D), projectmer-plichtig (onderdeel C) of mer-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen.
De uitbreiding van het bedrijventerrein is een activiteit die wordt genoemd in het Besluit Milieueffectrapportage, namelijk de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein (bijlage onderdeel D11.3). De activiteit blijft met 70 ha onder de genoemde drempelwaarde van 75 ha. Dit houdt in dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden gedaan. Dit betekent dat alvorens het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd, een besluit moet worden genomen of een MER procedure nodig is.
bestemmingsplan (ontwerp)
45
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
In 2018 is hiervoor een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, die is opgenomen in Bijlage 8. Gedeeltelijk is de daarin opgenomen informatie gedateerd. Voor de actuele gegevens wordt verwezen naar deze toelichting (met name hoofdstuk 4) en de bijbehorende bijlagen.
Geconcludeerd wordt dat voor de aanleg van het bedrijventerrein geldt dat deze, gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed zijn op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Op basis van deze aanmeldnotitie kan worden besloten dat voor het voorliggende bestemmingsplan geen milieueffectrapportage nodig is.
46
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
De regels
De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Hierin staat beschreven voor welke functie(s) de gronden mogen worden ingericht, gebruikt en hoe de onderlinge rangorde van functies is. Indien van toepassing, worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid is altijd gerelateerd aan het bestemmingsvlak en dient per geval geïnterpreteerd te worden vanuit de aard, omvang en tijd(sduur) van de ondergeschikte functie ten opzichte van de hoofdfunctie.
Door middel van aanduidingen worden op enkele specifieke locaties extra bestaande functiemogelijkheden geboden. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouwregels en gebruiksregels opgenomen. In de bouwregels is - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken in principe zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden. De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik of begrenzen toegelaten vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel verbieden alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels). In de toekomst kunnen zich omstandigheden voordoen (die op dit moment nog niet zijn voorzien), waaruit blijkt dat de bouw- en gebruiksregels niet voldoende zijn. In deze gevallen kan door het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouw- en gebruiksregels. Van geval tot geval zal een afweging worden gemaakt. Er zijn ook gebruiksvormen die beleidsmatig wel mogelijk zijn, maar die vanwege een zorgvuldige afweging onder een afwijking zijn gebracht. Deze vergunning wordt afgegeven na een zorgvuldige afweging van waarden en functies in de bestemmingen. Het plan bevat voor een aantal gevallen mogelijkheden om bestemmingen te wijzigen binnen de in de regels aangegeven grenzen.
Voor een dergelijke wijziging bestaan aparte procedureregels. De gemeenteraad heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan te wijzigen. Voor zover het een wijziging binnen de bestemming zelf betreft, bijvoorbeeld het verwijderen van een aanduiding, staat deze in het betreffende artikel genoemd. Voor zover het een wijziging naar een andere bestemming betreft, kan deze in het betreffende artikel zijn opgenomen of in een algemeen artikel. Het overgangsrecht is gericht op bouwwerken die ooit met een vergunning of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu, vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht. Het
bestemmingsplan (ontwerp)
47
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B overgangsrecht is er op gericht dat deze bouwwerken uiteindelijk zullen verdwijnen of het gebruik ervan wordt beëindigd, zodat de situatie in overeenstemming geraakt met de gegeven bestemming.
5.3
Toelichting op de bestemmingen
5.3.1 Bestemmingen Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor:
Agrarisch Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' kan het huidige gebruik worden voortgezet. Tijdelijk is hier sprake van een opstelling voor zonne-energie, op grond van een omgevingsvergunning, maar daarmee is de vigerende bestemming 'Agrarisch' niet gewijzigd. Voor het gehele bestemmingsvlak van deze bestemming geldt dat er sprake is van een wijzigingsbevoegdheid naar 'Bedrijventerrein'.
Bedrijventerrein Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' is de vestiging van bedrijven mogelijk tot de ter plaatse aangeduide milieucategorie, verwijzend naar de Staat van Bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1). In het plangebied komen de categoriëen 'bedrijf tot en met categorie 3.2' en 'bedrijf tot en met categorie 4.1' voor. Het bouwen van gebouwen is toegestaan binnen het bouwvlak.
Groen De groenvoorzieningen die structuurbepalend zijn voor het plangebied zijn bestemd als 'Groen'. Behalve groenvoorzieningen zijn binnen deze bestemming onder meer voet- en fietspaden, inritten en water toegestaan. Er zijn bouwregels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen zijn niet toegestaan.Er zijn bouwregels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen zijn niet toegestaan.
Verkeer Deze bestemming heeft betrekking op (openbare) verkeers- en parkeervoorzieningen in het plangebied. De bestemmingsomschrijving is ruim van opzet, wat inhoudt dat naast wegen en paden ook groenvoorzieningen mogelijk zijn. Deze meer globale wijze van bestemmen maakt enige flexibiliteit binnen het openbaar gebied mogelijk. Er zijn bouwregels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen zijn niet toegestaan.
Water Hoofdwatergangen, waterpartijen en overige waterhuishoudkundige voorzieningen zijn als zodanig bestemd. Ook bruggen, duikers, beschoeiingen en dergelijke zijn toegelaten. Er zijn bouwregels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen zijn niet toegestaan.
Leiding - Gas De dubbelbestemming 'Leiding-Gas' is opgenomen ter plaatse van de door het plangebied
48
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B lopende hoofdtransportleiding voor aardgas. Met deze dubbelbestemming is een beschermingsregeling opgenomen, inclusief een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijden van de leiding. De dubbelbestemming bevat een wijzigingsbevoegdheid voor het verwijderen van de dubbelbestemming in het geval dat de leiding is of wordt verplaatst, mits daaraan voorafgaand overleg wordt gevoerd met de leidingbeheerder. 5.3.2 Gebiedsaanduidingen Wetgevingszone - Wijzigingsgebied 1 Binnen de aangegeven zone is het mogelijk de bestemming te wijzigen van 'Agrarisch' naar 'Bedrijventerrein' met bijbehorende milieucategorie of -categorieën, conform de reeds in het bestemmingsplan voorkomende bestemming 'Bedrijventerrein'. Het college is hiervoor bevoegd. In het desbetreffende artikel zijn de voorwaarden opgenomen waarbinnen dit mogelijk is.
Wetgevingszone - Wijzigingsgebied 2 Binnen de aangegeven zone is het mogelijk de gronden te voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' ten behoeve van de verplaatsing van de in het plangebied gelegen aardgasleiding. Het college is hiervoor bevoegd. In het desbetreffende artikel zijn de voorwaarden opgenomen waarbinnen dit mogelijk is. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid gelden ter plaatse dezelfde regels als binnen de reeds opgenomen dubbelbestemming 'Leiding-Gas'. Alvorens toepassing te geven aan deze wijzigingsbevoegdheid dient overleg gevoerd te worden met de desbetreffende leidingbeheerder.
bestemmingsplan (ontwerp)
49
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Over het concept van dit bestemmingsplan is vooroverleg plaats met de overlegpartners. De provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland en de omgevingsdienst hebben per mail op het plan gereageerd. Naar aanleiding van deze reacties is het plan op een aantal onderdelen aangevuld. Vanuit het vooroverleg bestaan geen belemmeringen voor het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan.
Zienswijzen Na het vooroverleg wordt het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan een ieder zienswijzen op het bestemmingsplan kenbaar maken. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en al dan niet gegrond verklaard. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld.
Vaststelling Na de ter inzageperiode besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft de toelichting inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan. Ingevolge het bepaalde in artikel 6.12 van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij een besluit tot vaststelling kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is.
50
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan (ontwerp)
51
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Bijlage 1
52
Stedenbouwkundige schets
bestemmingsplan (ontwerp)
STEDENBOUWKUNDIGE VISIE
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Bijlage 2
54
Historisch bodemonderzoek
bestemmingsplan (ontwerp)
Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T (0570) 67 94 44 F (0570) 63 72 27 info.nl@anteagroup.com www.anteagroup.nl
Gemeente Noordoostpolder Postbus 155 8300 AD EMMELOORD
datum projectnummer onderwerp
9 december 2014 275896 Historisch onderzoek plangebied bedrijventerrein De Munt B te Emmeloord - concept
In opdracht van de gemeente Noordoostpolder is door Antea Group in december 2014 een historisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het toekomstige bedrijventerrein De Munt B te Emmeloord. Bij deze ontvangt u de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. 1. Aanleiding en doel Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen wijziging van de huidige inrichting, bestemming en gebruik. Het doel van het onderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie met betrekking tot de milieuhygiënische bodemkwaliteit door het opvragen van informatie en het uitvoeren van een archiefonderzoek. Hierdoor wordt inzicht verkregen in het gebruik en de mogelijke aanwezigheid van bodembedreigende activiteiten en/of bodemverontreinigingen. 2. Opzet onderzoek Het historisch onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NNI, januari 2009). Op basis van de verzamelde basisinformatie, de aanleiding van het onderzoek en de mate van verdachtheid van de onderzoekslocatie is gekozen voor een standaard vooronderzoek. Het standaard vooronderzoek richt zich op de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel <10 meter breed is, worden ook de percelen hier weer aangrenzend meegenomen.
Bij grotere aangrenzende percelen, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij aanleiding bestaat het gehele aangrenzende perceel in het vooronderzoek te betrekken. Aansluitend is informatie verzameld over de volgende aspecten van de locatie: - voormalig gebruik - huidig gebruik - toekomstig gebruik - bodemopbouw en geohydrologie
contactpersoon: e-mail: bijlage(n):
R.J.A. Welhuis roy.welhuis@anteagroup.com Zoals genoemd
T (0570) 67 94 41 / (06) 13 11 48 99
Antea Nederland B.V. – statutaire zetel Heerenveen – handelsregister 29021830 – BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Geleen
typ.: JtH coll.:
Projectnummer: 269515 Blad 2 van 6
3. Plangebied De onderzoekslocatie ligt ten oosten van Emmeloord en ligt ingeklemd tussen de N351 in het noorden, de N331 in het oosten, bedrijventerrein De Munt in het zuiden en de A6 in het westen. Op de luchtfoto van figuur 1 is de onderzoekslocatie weergegeven. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie is circa 80 hectare. In de huidige situatie heeft het grootste deel van de locatie een agrarische functie. In het noordelijk deel van de onderzoekslocatie zijn twee bedrijven gevestigd. Aan Muntweg 4 is het hoofdkantoor van een op- en overslagbedrijf gevestigd en ter plaatse van Muntweg 8 een loonwerk en aardappelhandel.
4. Toekomstige situatie Het is de wens van de gemeente om de onderzoekslocatie geschikt te maken voor de vestiging van grootschalige datacenters. Het terrein wordt daardoor mogelijk een gezoneerd industrieterrein. 5. Topografische kaarten Diverse topografische kaarten zijn geraadpleegd. Op kaarten vanaf 1953 (zie bijlage 1) is de huidige structuur van de onderzoekslocatie reeds aanwezig met de twee bedrijven/woonhuizen aan de Muntweg en het huidige afwateringsstelsel. Op geen enkele kaart zijn naast de twee bedrijven/woonhuizen kenmerken zichtbaar die duiden op bodembedreigende activiteiten, zoals dempingen, ophogingen of oude fabrieken. 6. Dempingen De gemeente kan niet met zekerheid stellen dat geen dempingen in het gebied aanwezig zijn. Men heeft echter het sterke vermoeden dat dit niet het geval is. Op de topografische kaarten is het watergangenstelsel sinds 1953 onveranderd. Op basis van de informatie van de gemeente en de topografische kaarten wordt gesteld dat de kans op dempingen in het gebied zeer gering is. 7. Niet Gesprongen Explosieven (NGE's) De gemeente Noordoostpolder geeft aan dat in het gebied geen sprake is van aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven (NGE's).
Projectnummer: 269515 Blad 3 van 6
8. Bodemloket Op de website 'Bodemloket' is bodeminformatie terug te vinden van alle gemeenten in Nederland. Op de website is weergegeven welke (vroegere) bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen omdat ze de bodemkwaliteit beïnvloed kunnen hebben. Daarnaast is informatie beschikbaar over de status van het bodemonderzoek. De status van het onderzoek is echter zo summier weergegeven dat verdere informatie van de gemeente noodzakelijk is. De nummers in tabel 1 corresponderen met de locatieligging in bijlage 2. Tabel 1: gegevens uit Bodemloket Nr. Adres Code Bodemloket
Beschikbare gegevens
Vervolgactie in bodemloket
Verkennend onderzoek, Arcadis, nr. 075335661.0.1, d.d. 1402-2011 3x Bovengrondse brandstoftank, tractorpetroleuminstallatie (carburine) Verkennend onderzoek, Nillesen B.V., nr. 02/1-JB-1-040, d.d. 28-02-2002
Uitvoeren nader onderzoek -
Onderzoekslocatie 1 De Munt/ Tuinvallei 2 Muntweg 4
A0171001422
3
Muntweg 4
FL017100589
4 Muntweg 8 5 Muntweg 8 Directe omgeving 6 Muntweg 7
A0171001423 FL017107671
tractorpetroleuminstallatie (carburine) tractorpetroleuminstallatie (carburine), 1951 - ?
A0171001421
7
Muntweg 7
FL017101670
8
Muntweg 3
FL017100936
Ondergrondse dieseltank, bovengrondse HBO-tank, bestrijdingsmiddelenopslag Ondergrondse dieseltank, 1982 - ? bovengrondse HBO-tank, 1982 - ? bestrijdingsmiddelenopslag, 1982 - ? Verkennend onderzoek, IJsselmeerbeton B.V., nr. 5083/20.307, d.d. 27-01-1993
9
Kuinderweg 8
FL017100444
10
Kuinderweg 4
FL017100994
11
De Munt II, fase 2 De Munt, Ecu, Dukaat
FL017101468
13
Dukaat 1
A0171001246
14
De Munt, Cavalierwest
FL017100784
15
De Munt, Cavalierwest
FL017100487
Verkennend onderzoek, Oranjewoud, nr. 2660-50526, d.d 31-12-1992
16
De Munt, Dukaatnoord
FL017100543
Verkennend onderzoek, Witteveen + Bos, nr. EO 36.10, d.d. 31-08-1995
17
Groen/recreatie (BBK-zone)
FL017101191
Verkennend onderzoek, Witteveen + Bos, nr. NOP3-5, d.d. 17-01-2005
12
FL017101467
FL017100235
Historisch onderzoek, combinatie Consulmij MUG, nr. HOFLD30, d.d 06-11-2009. Koelpakhuis, opslag aromatische koolwaterstoffen, ondergrondse 2x dieseltank, dieselpompinstallatie, tractorpetroleumpompinstallatie, petroleum- of kerosinetank, bestrijdingsmiddelenopslag Verkennend onderzoek, Nillesen Milieu Adviesbureau, nr. 99-01, d.d 31-03-1999 Verkennend onderzoek, Ljb milieu, nr. 60501889, 12-122005 Verkennend onderzoek, FMA Nillesen, nr. BO2011001, d.d. 25-03-2011 Verkennend onderzoek, Witteveen + Bos B.V., nr. EO 36.8, d.d 04-09-1995 Lasinrichting, machine- en apparatenreparatiebedrijf, verfspuitinrichting, opslag alifatische koolwaterstoffen Verkennend onderzoek, Oranjewoud, nr. 2660-50526, d.d 31-01-1993
Uitvoeren oriënterend onderzoek Uitvoeren oriënterend onderzoek Uitvoeren oriënterend onderzoek
Uitvoeren oriënterend onderzoek Voldoende onderzocht Uitvoeren oriënterend onderzoek Uitvoeren oriënterend onderzoek Uitvoeren oriënterend onderzoek Uitvoeren oriënterend onderzoek Uitvoeren oriënterend onderzoek
Projectnummer: 269515 Blad 4 van 6
9. Gemeente archief Door de heer Wanginge (de bodemspecialist van de gemeente Noordoostpolder) is één bodemonderzoek verstrekt. Het betreft het onderzoek dat in tabel 1 staat aangeduid als nummer 1, De Munt/Tuinvallei. Onderstaand volgt een samenvatting van het onderzoek. In totaal is 24 hectare onderzocht in het kader van de actualisatie van het bestemmingsplan. De belangrijkste informatie van het onderzoek (historische informatie, conclusies boorplannen) is opgenomen in bijlage 3. Uit de historische informatie blijkt dat op de erven van zowel Muntweg 4 als 8 bodembedreigende activiteiten aanwezig zijn. Het betreft dezelfde activiteiten als welke zijn beschreven bij nr. 2 en nrs. 6/7 van tabel 1. Tijdens het bodemonderzoek zijn deze bodembedreigende activiteiten separaat onderzocht. Daarnaast is het asfalt op de beide erven middels de PAK-markertest indicatief onderzocht op teerhoudendheid en zijn de omliggende landbouwpercelen onderzocht. Tijdens de veldwerkzaamheden is op beide erven zwak/matig puinhoudend materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de olietanks van Muntweg 4 is in 2 boringen tevens een olie-water reactie, dan wel een dieselgeur waargenomen. Resultaten Muntweg 4: Tijdens de veldwerkzaamheden is op het erf zwak/matig puinhoudend materiaal aangetroffen.