18.1 Bestemmingsplan 'Emmeloord, De Munt B'.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN EMMELOORD, DE MUNT B
Emmeloord, De Munt B
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Planologische regeling 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 Achtergrond 2.2 Ruimtelijk-functionele structuur 2.3 Voorgenomen ontwikkelingen 2.4 Ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit 2.5 Duurzame verstedelijking
8 8 8 10 11 16
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
20 20 21 25
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering 4.2 Geluid (Wet geluidhinder) 4.3 Water 4.4 Bodem 4.5 Archeologie 4.6 Cultuurhistorie 4.7 Ecologie 4.8 Externe veiligheid 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Kabels, leidingen en zoneringen 4.12 Mer-beoordeling
28 28 30 30 33 34 35 37 41 43 44 45 45
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 De regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen
47 47 47 48
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
50 50 50
Bijlagen bij de toelichting
51
Bijlage 1
Stedenbouwkundige schets
52
Bijlage 2
Historisch bodemonderzoek
54
Bijlage 3
Inventariserend veldonderzoek archeologie
90
Bijlage 4
Quickscan Natuurwetgeving
142
Bijlage 5
Voortoets stikstofemissie en stikstofdepositie
180
Bijlage 6
Kwantitatieve risicoanalyse Noordoostpolder
227
Bijlage 7
Verkeersgeneratie De Munt B
372
2
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Bijlage 8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
375
Regels
383
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
384 384 389
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Bedrijventerrein Artikel 5 Groen Artikel 6 Verkeer Artikel 7 Water Artikel 8 Leiding - Gas
390 390 391 394 395 396 397
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Artikel 12 Overige regels
399 399 400 401 402
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
403 403 404
Bijlagen bij de regels
405
Bijlage 1
406
Staat van Bedrijfsactiviteiten
bestemmingsplan (ontwerp)
3
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
4
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Ten oosten van de rijksweg A6, ter hoogte van Emmeloord, ligt het bedrijventerrein De Munt A. Bij de ontwikkeling van dit bedrijventerrein is al rekening gehouden met een doorontwikkeling in noordelijke richting, tot de Muntweg (N351). Dit deel van het bedrijventerrein wordt aangeduid als De Munt B.
De Munt A is inmiddels grotendeels uitgegeven. Er zijn verspreid in het gebied nog enkele kavels beschikbaar. Tegenover de positieve ontwikkeling van de uitgifte en aanhoudende vraag, staat een beperkt aanbod van (geschikte) bedrijfskavels en bestaand onroerend goed. De gemeente merkt bovendien dat bij het bedrijfsleven vraag bestaat naar kavels met een groot oppervlak. Het gaat dan om kavels met een oppervlakte groter dan 2 hectare. De bedrijfsvoering van het type bedrijven dat opteert voor dergelijke bedrijfskavels vergt een groot ruimtebeslag. Binnen het bestaande aanbod zijn die kavels niet of nauwelijks beschikbaar.
Met een afname van kwalitatief geschikt aanbod van bedrijfskavels voor gegadigde bedrijven is de behoefte ontstaan voor het uitbreiden van het uitgeefbare bedrijventerrein. Om in deze behoefte te voorzien wil de gemeente Noordoostpolder de ontwikkeling van De Munt B planologisch mogelijk maken. Daartoe is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Het plangebied
Het plangebied voor De Munt B is gunstig gelegen tussen het bestaande bedrijventerrein De Munt A, een op en afrit van rijksweg A6 (Muntweg N351) en de Kuinderweg (N331). Deze locatie leent zich bij uitstek voor het aanbieden van grote bedrijfskavels ten behoeve van bedrijven die binnen de bestaande harde plancapaciteit niet realiseerbaar zijn. Dit gebied heeft een oppervlakte van circa 70 hectare. Een kleine 13 hectare hiervan is inmiddels ingericht als (tijdelijk) zonnepark. De ligging en globale begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
bestemmingsplan (ontwerp)
5
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Figuur 1.1
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Planologische regeling
Het plangebied is nu grotendeels planologisch geregeld in het bestemmingsplan Landelijk gebied 2004, dat op 29 september 2005 is vastgesteld. Het is hierin bestemd als 'Agrarisch gebied'. Binnen deze bestemming wordt niet voorzien in het ontwikkeling van een bedrijventerrein. Van noord naar zuid loopt door het plangebied een als zodanig bestemde transportleiding aardgas. Een fragment van de plankaart van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.
Het zonnepark in het oostelijk deel van het plangebied is vergund op basis van een omgevingsvergunning voor tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan.
6
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Figuur 2.1
1.4
Fragment plankaart geldend bestemmingsplan
Leeswijzer
Na dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling en op de ruimtelijke en functionele inpassing daarvan in de bestaande structuur. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het van belang zijnde beleidskader, waarna in hoofdstuk 4 een toetsing aan de omgevingsaspecten volgt. Wanneer deze van toepassing zijn, worden daarbij de uitgangspunten voor het bestemmingsplan genoemd. In hoofdstuk 5 volgt een toelichting op de in het bestemmingsplan opgenomen regeling. Het laatste hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
bestemmingsplan (ontwerp)
7
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1
Achtergrond
De ontwikkeling van De Munt vindt plaats aan de oostzijde van Emmeloord, vanuit de kern gezien aan de overzijde van de rijksweg A6. Emmeloord is de centrumplaats van de gemeente Noordoostpolder en ligt ook geografisch centraal in de gemeente. De omgeving van Emmeloord heeft een sterk agrarisch karakter.
Het belangrijkste kenmerk van de Noordoostpolder is dat het is ontworpen als eenheid, waarbij landschap, stedenbouw en architectuur onderdeel uitmaken van één integraal ontwerp. Hierdoor heeft de Noordoostpolder een hoge mate van ruimtelijke samenhang en architectonische uniformiteit. Vanwege het integrale ontwerp en de gaafheid van het landschap zijn de Noordoostpolder en Urk in de (voormalige) Rijksnota Belvedère gerangschikt onder de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden in Nederland.
De Noordoostpolder kan gekarakteriseerd worden als concentrisch op verschillende niveaus. De vorm is daarbij steeds aangepast aan de topografie, de agrarische bedrijfsvoering, de civiele techniek, de gewenste afstand tussen de dorpen en de centrale plaats Emmeloord. Gebruik makend van onder andere de theorieën van de Duitse sociaal-geograaf W. Christaller (centrale plaatsentheorie) werd een hiërarchisch model ontwikkeld ten aanzien van de plaats en de functies van de nederzettingen. De wisselwerking tussen een concentrische opbouw, de hiërarchie, modulaire opbouw en de ondergrond/omgeving, het zogenaamde 'polderidioom' is sterk bepalend geweest voor de inrichting van de Noordoostpolder. Emmeloord is letterlijk en figuurlijk het centrum van de Noordoostpolder.
De ontwikkeling van bedrijvigheid bij Emmeloord is in de jaren '40 en '50 begonnen met enkele fabrieken langs de Zwolsche Vaart, onder andere in het gebied wat nu onder De Munt A valt. De nadruk op de ontwikkeling van bedrijvigheid heeft in de daarop volgende jaren vooral gelegen op het industriegebied Nagelerweg, ten zuiden van de vaart. Na de aanleg van de Rijksweg A6 is in de jaren '90 de ontwikkeling van De Munt op gang gekomen. Dit gebied is met name sinds de eeuwwisseling sterk in ontwikkeling geweest.
De allereerste vormen van bedrijvigheid hadden een sterke relatie en oriëntatie op het water. De bedrijvigheid van na 1960 richtte zich steeds minder op het water en meer op de wegen. Bedrijvigheid langs de snelwegen die de polder doorkruisen is iets van de laatste decennia, waarbij steeds meer aandacht is voor de presentatie en beeldkwaliteit ervan.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
Het gebied waarin de ontwikkeling van De Munt B is voorzien is duidelijk afgebakend door de zone langs de rijksweg A6 en de provinciale weg N351 (Muntweg) en de N331 (Kuinderweg). Deze wegen vormen de belangrijkste ontsluiting voor het gebied. Het uitbreiden van bedrijventerrein binnen deze afbakening vormt een logisch vervolg op het bedrijventerrein De Munt A, die ten zuiden binnen eenzelfde duidelijke afbakening ligt.
Het bedrijventerrein De Munt A is een regulier bedrijventerrein met ruimte voor grootschalige bedrijvigheid, maar ook reguliere bedrijven, een zone met duurzame bedrijven langs de Zwolse Vaart en een strook kantoren langs de Marknesserweg. In het zuidelijk en westelijk deel zijn voornamelijk bedrijven uit milieucategorie 3 mogelijk, terwijl
8
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B het oostelijk deel is bestemd voor bedrijven uit milieucategorie 4.
Het plangebied van dit bestemmingsplan is voor het grootste deel in gebruik als agrarisch grond (akkerland). Aan de Muntweg liggen in het plangebied twee agrarische bedrijfspercelen (Muntweg 4 en 8). De percelen zijn bebouwd met agrarische bedrijfsbebouwing (inclusief bedrijfswoning) en zijn omsloten met afwateringssloten en bomenrijen.
Langs de Kuinderweg is een zonnepark gerealiseerd op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning voor 25 jaar. Het gaat hierbij om een oppervlak van 14 hectare, waarop 47.500 zonnepanelen circa 12,5 MW kunnen leveren. Dit is voldoende om circa 3.800 huishoudens te voorzien van elektrische energie. Voor de zonneweide is vanwege de openheid van het bestaande landschap van Noordoostpolder uitgegaan van een energieproductielandschap dat bewust zichtbaar is, maar met rust in het beeld. In het open landschap van Noordoostpolder liggen kansen om de grotere maat van de zonneweide als geheel te ervaren en daarin de patronen van het oorspronkelijke landschap te herkennen. De zonneweide is dan ook als een landschappelijk ensemble vormgegeven.
Een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving is weergegeven in figuur 2.1.
Figuur 2.1
Luchtfoto plangebied en omgeving
bestemmingsplan (ontwerp)
9
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Langs de westzijde van een groot deel van het bedrijventerrein en ook langs het plangebied ligt een strook agrarische grond die fungeert als reserveringszone voor de aanleg van een spoorlijn langs de Rijksweg A6. Deze heeft een breedte van circa 150 meter. Aan de overzijde van de A6 ligt een brede bosstrook en daarachter een sportterrein en zuidelijk daarvan woongebieden. Deze woongebieden liggen op minimaal 450 meter afstand vanaf het plangebied.
Aan de overzijde van de provinciale wegen, die de noord- en oostzijde van het plangebied begrenzen, liggen hoofdzakelijk akkerlanden. Hier liggen ook agrarische bouwpercelen (Muntweg 3 en 7) en enkele arbeiderswoningen (Muntweg 7A-7F). Ook aan de overzijde van de Kuinderweg ligt een agrarische bouwperceel. Op het bouwperceel Muntweg 7 is een bedrijfswoning aanwezig, waarmee bij de ontwikkeling van bedrijvigheid binnen het plangebied rekening moet worden gehouden.
2.3
Voorgenomen ontwikkelingen
De Munt A raakt vol. Daarom is behoefte aan het uitbreiden van het bedrijventerrein. Deze uitbreiding krijgt gestalte in de vorm van De Munt B, waarop in het verleden al is geanticipeerd. Deze uitbreiding is ook al meegenomen in de regionale afspraken over de programmering van bedrijventerreinen en in het coalitieakkoord 2018-2022 opgenomen als uitbreidingslocatie. In het coalitieakkoord is hierover het volgende opgenomen:
Ontwikkeling en herstructurering bedrijventerreinen "Een goed aanbod van bedrijventerreinen is van groot belang voor de economie. We hebben daarbij oog voor de duurzame en kwalitatieve inrichting van de bestaande terreinen. Op de bedrijventerreinen in Emmeloord, Ens en Marknesse zijn uitbreidingsmogelijkheden. We willen het bedrijventerrein De Munt B ontwikkelen zodat er ruimte beschikbaar blijft voor nieuwe bedrijven. Voor bedrijven in de andere dorpen zoeken we naar een passende oplossing. Draagvlak is hierbij belangrijk."
De afbakening van de uitbreiding ligt al vast. Voor de stedenbouwkundig invulling van het gebied wordt aangesloten bij inrichtingsprincipes van De Munt A en bij het landschap. Het bedrijventerrein De Munt B zet op structuurniveau de kenmerken van het huidige bedrijventerrein De Munt A door en sluit aan bij bestaande profielen en inrichtingsopzetten. Dit is gebaseerd op de onderliggende schetsvisie (bijlage 1).
Qua vestigingsmogelijkheden wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het nieuwste deel van De Munt A. Waar de omgeving het toelaat worden bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 mogelijk gemaakt, waar dat niet het geval is worden bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegelaten. Voor de bouwhoogte is gekozen voor meer ruimte dan de bestaande zone lang de A6, namelijk 20 meter, met een afwijkingsmogelijkheid voor hogere bouwhoogtes mits passend in de omgeving. Aan de zijde waar het bedrijventerrein grenst aan het landelijk gebied wordt aangesloten bij het overige deel van De Munt A, ten westen van de Kuinderweg. Hier zijn gebouwen tot 12 meter hoog toegestaan.
Kenmerkend aan bedrijventerreinen in de Noordoostpolder is dat ze een eigen herkenbare identiteit hebben en onderling gemeenschappelijke kenmerken vertonen. Zo volgt de opzet van de bedrijventerreinen de oorspronkelijke polderverkaveling. Ter plaatse van het bedrijventerrein De Munt A is de oude verdraaiing langs de Kuinderweg nog steeds zichtbaar aanwezig in de verkaveling. Dit is gevisualiseerd in figuur 2.2.
10
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Figuur 2.2
Oorspronkelijke verdraaiing in de verkaveling (situatie anno 1955)
De gebouwen zijn op de meeste plekken langs dezelfde rooilijn op afstand van de weg gebouwd en voorzien van brede groene wegprofielen. Dit levert een vriendelijk en rustig straatbeeld op. Tussen het bedrijventerrein en de snelweg is rekening gehouden met de aanleg van de Zuiderzeelijn, hier is een bebouwingsvrije zone aangewezen. Ruimtelijk heeft dit geresulteerd in een diepe groene voortuin die dit bedrijventerrein onderscheidend maakt ten opzichte van andere bedrijventerreinen.
Overige typische kenmerken zijn: een relatief overzichtelijk wegenpatroon, de materialisering is hoogwaardig en het kleurgebruik is rustig. De onderlinge samenhang in massa, vormgeving en kleurgebruik is hoog. De uitstraling naar de A6 is van hoog niveau, vooral dankzij de royale en groene afstand tot de snelweg.
De oostelijke randweg langs het bedrijventerrein is een structurerend element. Het profiel van deze weg is royaal en groen en daardoor poldereigen. De bebouwing langs deze randweg richt zich met voorkanten tot deze weg. Voor de ontsluiting is een parallel structuur aangelegd.
2.4
Ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit
Een aangename, aantrekkelijke en kwalitatieve woon- en werkomgeving is een publiek belang. Om dit te waarborgen en ten behoeve van een betere inpassing en uitvoeringskwaliteit van initiatieven worden er ruimtelijke randvoorwaarden en eisen met betrekking tot beeldkwaliteit gesteld. Dit gebeurt aan de hand van stedenbouwkundige principes en themagerelateerde richtlijnen.
Ambitie Stedenbouwkundige principes:
bestemmingsplan (ontwerp)
11
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B 1. Het bedrijventerrein De Munt B is poldereigen - door haar ligging aan de snelweg (polderkruis), - door de ruimtelijke opzet en “respectzone” (groen voorportaal), - door lange zichtlijnen, - herkenbare (groene) identiteit, - robuuste uitstraling met samenhang in massa en kleurgebruik. 2. Het bedrijventerrein De Munt B volgt polderverkaveling polderverkaveling is structuurbepalend. 3. Het bedrijventerrein De Munt B heeft ondernemersaders De Munt B is functioneel en goed bereikbaar maar voorzien van “etalages”, ondernemerspaden en trotse entrees of elementen. 4. Het bedrijventerrein De Munt B is toekomstbestendig De Munt B is in evenwicht tussen grijs (bebouwing), groen en blauw en duurzaam georiënteerd. 5. Het bedrijventerrein De Munt B voelt veilig aan De Munt B is overzichtelijk met subtiele overgangen tussen openbaar en privé. Er wordt in de beschrijving van de ruimtelijke ambities onderscheid gemaakt in verschillende zones, zie hieronder.
Deelgebieden en oriëntatie Het bedrijventerrein De Munt B is opgedeeld in deelgebieden. Elk deelgebied heeft haar eigen kenmerken. De zichtbare zijden van de bebouwing is zoveel mogelijk alzijdig ontworpen en georiënteerd naar het openbaar terrein: hoogwaardige zichtlocaties dit zijn locaties langs de snelweg, oftewel het polderkruis die de Noordoostpolder verbindt met het oude land en de andere polders. De nieuwe bebouwing is robuust, vertoont samenhang en zorgt voor rustige maar pakkende uitstraling door haar 'etalages'. Deze locaties zijn bestemd voor bedrijven die representatie hoog in het vaandel hebben; locaties niet direct aan de snelweg, maar wel goed zichtbaar, Deze locaties zijn geschikt voor bedrijven of bedrijfsonderdelen met een representatieve uitstraling; langs overgangszone, passend bij bedrijven of bedrijfsonderdelen met een 'groen' profiel; aan de ontsluitingsweg, de voorgevels van de bedrijven begeleiden de groene polderwegen en zorgen samen voor een presentabel straatbeeld; het middengebied, bedoeld voor bedrijven waarvoor presentatie minder belangrijk is en waar meer ruimte is voor individuele expressie. Ontsluiting De wegenstructuur rondom het bedrijventerrein bestaat uit de provinciale wegen de Muntweg (N351) en de Kuinderweg (N351). De individuele bedrijfskavels worden niet direct vanaf deze provinciale wegen ontsloten.
Hiervoor wordt een secundaire ontsluitingsstructuur aangelegd. Hiervoor is een vierde aansluiting gerealiseerd op de bestaande rotonde in de Kuinderweg en is een nieuwe rotonde aangelegd op het kruispunt tussen de Kuinderweg en de Muntweg.
De vierde poot van de bestaande rotonde in de Kuinderweg krijgt een verbinding met Cavalier en vormt hiermee de ontsluiting van de reguliere uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein. De profilering van deze ontsluitingsweg zal een doorzetting zijn van het ruime profiel van de aanwezige randweg. Hiermee wordt een deel van de groene ruimtelijke kwaliteit doorgezet in het plangebied. En vormt het een vizier naar de snelweg.
12
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Openbare ruimte Het is de ambitie om met de inrichting van de randen en openbare ruimte aan te sluiten op de karakteristieken van de polder en de aanwezige profielen en structuren. Hiervoor zal bij de nieuwe ontsluitingsstructuur een doorzetting van bestaande groen- en blauwrijke profielen plaatsvinden. De parallel structuur aan de noordzijde van het bedrijventerrein zal ingebed worden in de groene mantel langs de Muntweg.
Figuur 2.4
Ontsluiting op de provinciale wegen
De nieuwe rotonde op het kruispunt tussen de Kuinderweg en de Muntweg krijgt een aansluiting naar de parallel structuur langs de Muntweg waarmee de noordzijde van het bedrijventerrein ontsloten zal worden.
Verkaveling De verkaveling van de reguliere uitbreiding van het bestaande bedrijven is opgezet voor bedrijven met een omvang van circa 0,5 ha. Echter, er is ook plaats voor grotere bedrijven. Het noordelijke deel van het bedrijventerrein is flexibel ingericht met zowel ruimte voor (zeer) grootschalige bedrijven alsook een kleinschaliger verkaveling.
Bedrijfskavels Voor de bedrijfskavels geldt voor de verhouding tussen bebouwing, groen en verharding: minimaal 20% en maximaal 70% bebouwing, maximaal 20% verharding en minimaal 10% groen. Hiermee worden een aantal (duurzame) voordelen behaald: realisering van natuur, groen en/of water op de kavel; een herkenbaar stedenbouwkundig beeld; meervoudig intensief ruimtegebruik wordt gestimuleerd. Er is ruimte voor afwijking, mits passend bij de visie en met maatwerk.
bestemmingsplan (ontwerp)
13
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Groen op de kavel Voor de invulling van het element groen op de kavel zijn de volgende ambities geformuleerd: parkeren achter de representatieve gevel en zoveel mogelijk aan het zicht vanaf de openbare weg onttrokken; het groen wordt geconcentreerd in forse brokken zodat een wezenlijke bijdrage geleverd kan worden aan het groene beeld. Bovendien leidt concentratie in grote vlakken tot minder kosten in terreinaanleg en terreinbeheer; brokken en randen worden ingevuld met gebiedseigen groentypen; bossingels, watergangen en weides; er wordt gebruik gemaakt van gebiedseigen beplanting; het inrichtingsplan wordt door een (landschaps-)architect ontworpen. Kavelranden Voor de invulling van de randen van de bedrijfskavels worden de volgende ambities aangehouden: de overgang naar de openbare ruimte wordt zorgvuldig ontworpen. Vooral aan de weg, waar een gebouw zich aan de buitenwereld presenteert; aan de voorzijde worden hekken zoveel mogelijk voorkomen, of achter de voorgevelrooilijn geplaatst; waar mogelijk wordt water gebruikt als terreinafscheiding, in de vorm van een sloot of een greppel; als een hekwerk nodig is, wordt deze (groen) ingepast in het inrichtingsplan. Gebouw: vorm en massa Het is de ambitie om van De Munt een samenhangend landschap te maken met grootschalige gebouwen. Dit houdt de volgende ambities in: de nieuwe gebouwen worden zo compact mogelijk uitgevoerd.
Dit is duurzaam en hierdoor ontstaat ruimte om forse groeneenheden te maken; zoveel mogelijk activiteiten worden onder één dak gebracht, zodat geen tussenruimten overblijven die moeilijk met groen in te vullen zijn. Dit geldt ook voor bergingen en fietsenstallingen; stapel functies, bijvoorbeeld het kantoordeel boven parkeerplaatsen. Hierdoor wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk wordt gebruikt; oriënteer de levendige en sociale functies op routes, zodat de sociale veiligheid en representativiteit verder worden versterkt. Materialisatie en kleurgebruik De kracht van het bestaande bedrijventerrein is de hoogwaardige materialisering. Deze wordt gecombineerd met een rustig, ietwat sober kleurgebruik. Vooral de samenhang tussen de massa van het gebouw en het ingetogen kleurgebruik zorgen voor een sterk beeld.
Infrastructuur Doel is om enerzijds een efficiënte ontsluitingsstructuur te realiseren en anderzijds de omvang van de verharding te minimaliseren. Dit leidt tot de volgende ambities voor de infrastructuur. pas bij voorkeur per kavel één entree toe; op de kavel wordt zo min mogelijk infrastructuur, wegen aangelegd; waar mogelijk wordt de ontsluitingsweg naar het gebouw gecombineerd met een weg die tussen de parkeerplaatsen doorloopt. Parkeren Hieronder een aantal ambities voor het parkeren.
14
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B de parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk geconcentreerd, zodat zo min mogelijk verharding nodig is en het groene beeld van de kavel wordt ondersteund; de parkeerplaatsen worden door een slimme situering aan het zicht onttrokken, bijvoorbeeld achter groen. Ook bij de situering van de opstelplaatsen voor vrachtwagens gelden de handreiking van concentratie en slimme situering.
Waterhuishouding Het ligt voor de hand om bij het ontwerp van het waterstelsel te zoeken naar combinaties van waterhuishoudkundige eisen en de aanwezige watergangen zoals de Munttocht.
Figuur 2.5
Beoogde waterstructuur
De specifieke eisen die de verschillende bedrijven aan de kavel en hun gebouw stellen, de positie en de randen van de kavel alsmede de waterhuishoudkundige eisen leiden per kavel ook tot verschillende en meer toekomstgerichte oplossingen voor de waterbergingen.
Welstandscriteria In het voorgaande paragraaf is de ambitie voor de ruimtelijke kwaliteit beschreven. Het gebiedsgerichte welstandskader vormt het formele kader voor bedrijventerrein De Munt B en biedt concrete en duidelijk omschreven criteria waaraan bouwplannen getoetst worden. Deze criteria vormen het kader voor de welstandstoetsing.
Plaatsing De bebouwing richt zich naar de openbare ruimte;
bestemmingsplan (ontwerp)
15
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B Gebouwen hebben een 'gezicht' naar de straat, gebouwen op kavels die aan twee zijden grenzen aan de openbare weg hebben een 'gezicht' naar de straathoek of aan beide zijden. Het terrein voor de voorgevelrooilijn moet groen worden aangekleed, uitsluitend steenachtig verhard terrein is niet toegestaan; enkele parkeerplaatsen nabij entree zijn toegestaand mist groen aangekleed. Vormgeving Gebouwen worden vormgegeven in één bouwmassa. Indien het bedrijfsgebouw een vloeroppervlakte van meer dan 5.000 m2 heeft, mag de bouwmassa in meerdere bouwmassa's ondergebracht worden mits deze een samenhangende uitstraling krijgen; De vormgeving is overwegend rustig met respect voor de maat en schaal van de bestaande bebouwing in de directe omgeving; Gebouwen aan ontsluitingsroutes moeten een representatief karakter hebben; Entreepartijen en kantoren worden herkenbaar en met een duidelijke signatuur in het ontwerp geïntegreerd; Wijzigingen en toevoegingen worden afgestemd op de architectuur van het bedrijfsgebouw. Materialen, kleuren en detailleringen Gebouwen aan de rand van het bedrijventerrein moeten in kleur, materiaal, architectuur en uitstraling harmoniëren met de naaste omgeving; Entreepartijen en kantoren worden bij voorkeur in baksteen en/of hout in rustige kleuren toegepast.
Primaire en opvallende kleuren zijn niet toegestaan; Materialen en kleuren van wijzigingen en toevoegingen zijn afgestemd op hoofdvolume(s). Reclame-uitingen Reclame-uitingen worden mee ontworpen met de bebouwing; Voor het overige wordt verwezen naar de welstandsnota, onder reclame-uitingen voor bedrijventerreinen. Overig Het parkeren, opslag en stalling bevindt zich achter de representatieve gevel en dient zoveel mogelijk aan het zicht vanaf de openbare weg te zijn onttrokken; Hekwerken vermijden en/of inpassen in het inrichtingsplan (groen).
2.5
Duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze houdt in dat: de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling; indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken 16
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B motiveren volgens de nieuwe laddersystematiek. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. De ontwikkeling van het bedrijventerrein is een nieuwe stedelijke ontwikkeling, buiten bestaand stedelijk gebied.
Beschrijving behoefte, ruimtelijk verzorgingsgebied In het kader van de Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland (zie paragraaf 3.3.2) is een analyse uitgevoerd van de dynamiek en kwalitatieve vraag in de laatste jaren en een onderbouwde inschatting van de ontwikkelbehoefte in de komende jaren.
Aanbod grotere kavels is beperkt Het beschikbare aanbod in Noordelijk Flevoland dat in de uitbreidingsvraag kan voorzien is beperkt. Het totale terstond uitgeefbare, planologisch onherroepelijke aanbod is beperkt en bovendien is een groot deel hiervan al in optie vergeven. Onderstaande tabel geeft een beeld van de uitgeefbare gronden, met de kanttekening dat dit overzicht van 2017 is en de uitgifte in de tussentijd niet stil heeft gestaan.
Locatie
terstond uitgeefbaar (ha)
…waarvan in optie vergeven
…waarvan vrij uitgeefbaar
Espel
0,9
0,0
0,9
Marknesse
1,3
0,7
0,6
Creil
1,7
0,6
1,1
De Munt A
24,4
15,0
9,4
Ecopark Emmeloord
5,9
1,0
4,9
Ens
6,0
0,6
5,4
Kraggenburg
1,5
1,3
0,2
De Munt B
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
Totaal
37,8
19,1
18,7
Tabel - Overzicht aanbod in Noordoostpolder (Bron: Gemeente Noordoostpolder, 2017 (Peildatum: februari 2017)) De grootschalige kavels in Noordoostpolder (>2 ha) zijn schaars en vrijwel allemaal al (in optie) uitgegeven, terwijl er wel grootschalige bedrijven met een lokaal gebonden uitbreidingsvraag zijn. Kleinschalige kavels zijn nog aanwezig. De maximaal uitgeefbare kavel op de bedrijventerreinen is circa 1,5-2,0 ha. Er melden zich echter wel geïnteresseerde bedrijven van deze omvang voor een kavel van deze omvang. Dergelijk bedrijven zitten liever niet direct helemaal 'in het pak genaaid'.
Uitbreidingsmogelijkheden voor gevestigde bedrijven is noodzakelijk Gemeente Noordoostpolder bedient met haar bedrijfslocaties in de laatste jaren voornamelijk een lokale markt. Dit blijkt uit een analyse van de recente verhuisbewegingen. Niet alleen hebben de bedrijven een sterke lokale binding; ook de uitgifte is vooral afkomstig van uitbreiding en/of verplaatsing van al bestaande bedrijven voornamelijk uit de gemeente zelf afkomstig zijn.
bestemmingsplan (ontwerp)
17
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
In de gemeente geldt dat circa 95% van alle nieuw vestigende bedrijven hun herkomst vinden in Noordelijk Flevoland, voornamelijk zelfs in de eigen gemeente (91%). De bedrijfslocaties in noordelijk Flevoland hebben in de regel ook voornamelijk een aantrekkingskracht voor lokaal georiënteerde bedrijven en in mindere mate voor vestiging van bedrijven van buitenaf. De positieve dynamiek in noordelijk Flevoland is dan ook zeer autonoom. Voor de gemeente Noordoostpolder was dit in de periode 2011 - 2017 84% (uitbreiden 51%, verplaatsen 33%). Het is daarom niet te verwachten dat een toename van bedrijfslocaties Noordoostpolder leidt tot leegstand op andere locaties, zoals in Lelystad of Zwolle.
in
Gemeente Noordoostpolder vindt het belangrijk dat de komende jaren zeker ook de lokale ondernemer die uit wil breiden of verplaatsen een plek kan vinden op een bedrijfslocatie in Noordoostpolder. Daarmee willen de gemeente: werkgelegenheid lokaal behouden en laten groeien; de leefbaarheid in de kernen ook de komende jaren borgen; en de sterke positie van Noordoostpolder voor onder meer agrofood, logistiek, composieten en machinebouw behouden en verstevigen. Bestaande bedrijfslocaties De leegstand op de bedrijfslocaties in Noordoostpolder ligt onder gezond frictieniveau (circa 5%). In Noordoostpolder bedraagt de leegstand circa 2-4%. Een leegstand op frictieniveau is wenselijk om een goede verhuis- en investeringsdynamiek in de gemeente te borgen. Wanneer leegstand onder het frictieniveau ligt is de schuifruimte van bedrijven in bestaand vastgoed beperkt. Uitbreidingsruimte kan dus zeer lastig gevonden worden op bestaande locaties.
De staat van de bedrijventerreinen noopt bovendien niet om bestaande panden te transformeren of bestaand vastgoed te slopen, waardoor nieuwe nieuwbouwlocaties ontstaan. De lage leegstand en de goede staat van de bedrijventerreinen resulteren in Noordoostpolder in meer vraag naar nieuwbouwlocaties.
Uitgiftesnelheid De gemeente Noordoostpolder heeft de laatste 10 jaar, inclusief de crisisjaren, gemiddeld 5,5 ha per jaar uitgegeven. Afgaand op het huidige beschikbare aanbod bedrijfskavels betekent dit dat de grond over enkele jaren uitverkocht is. Bovendien is een groot deel van de ruimtevraag (ca. 40%) historisch bezien grootschalig (> 2 ha). Deze kavels zijn op dit moment nagenoeg uitverkocht.
Conclusie Het beperkte kwalitatief beschikbare aanbod werkt beklemmend voor de economische ontwikkeling van Noordoostpolder. De bestaande bedrijfslocaties huisvesten veel bedrijven die een sterke lokale binding hebben, bijvoorbeeld door historie of binding met andere bedrijven en de sterke clusters in de regio. Ook gaat het vaak om bedrijven met een belangrijke meerwaarde voor de leefbaarheid, bijvoorbeeld vanwege het bieden van werkgelegenheid.
18
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Motivering stedelijk gebied Voorgaand is aangetoond dat binnen de gemeente Noordoostpolder aantoonbare behoefte is aan grote bedrijfskavels. De huidige voorraad bedrijfskavels van het verzorgingsgebied voorziet niet in die behoefte. Binnen bestaand stedelijk gebied kan niet in de behoefte aan nieuwe grote bedrijfskavels worden voorzien. Vandaar dat de gemeente omziet naar een nieuwe werklocatie buiten bestaand stedelijk gebied, maar aansluitend aan het bestaande stedelijke gebied, namelijk het bestaande bedrijventerrein De Munt A.
Met de beoogde uitbreiding wordt aangesloten op het (nieuwe) gemeentelijke vestigingsbeleid (zie paragraaf 3.3.2), waar de gemeente mee aan de slag gaat. Daarbij wordt uitgegaan van een beperkte uitbreiding voor reguliere bedrijfsactiviteiten (max. 10 hectare), daarnaast ook focus op herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en De Munt B vooral ontwikkelen voor grootschalige bedrijven. Dit is op de bestaande werklocaties binnen de gemeente en in de regio niet direct beschikbaar.
bestemmingsplan (ontwerp)
19
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving geformuleerd. De NOVI is vastgesteld op 11 september 2020, als opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en sorteert voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI gaat uit van vier prioritaire opgaven: Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Deze nationale belangen moeten gewaarborgd worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. De NOVI ziet op de inrichting en de kwaliteiten van Nederland en heeft daardoor een hoog abstractieniveau. Het bevat geen concreet beleid voor dit plan. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Een algemeen nationaal belang is het proces van duurzame verstedelijking, hiervoor is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd.
De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), deze houdt in het kort in dat in geval van nieuwe verstedelijking eerst moet worden beoordeeld of hier regionale behoefte voor is en vervolgens of deze behoefte binnen stedelijk gebied opgevangen kan worden. Indien dit niet mogelijk is, moet een locatie worden gezocht die passend multimodaal ontsloten is. Voor dit project is de laddertoets doorlopen. Deze is opgenomen in paragraaf 2.5. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld, dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet.
Op grond van het Barro is van belang dat de gehele Noordoostpolder, exclusief Urk en Schokland, is aangewezen als Wederopbouwgebied, op grond van het nationaal belang 'Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten'.
In de Visie Erfgoed en Ruimte worden de kernkwaliteiten van deze gebieden toegelicht. Het Rijk zet in op bestuurlijke afspraken met gemeenten over een ontwikkelingsgerichte bescherming in bestemmingsplannen van deze wederopbouwgebieden. 3.1.4 Visie Erfgoed en Ruimte In 'Kiezen voor karakter, Visie erfgoed en ruimte' schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De modernisering van de monumentenzorg wordt hiermee voortgezet. Voor de komende vijf jaren heeft het Rijk vijf prioritaire belangen benoemd: 1. werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: focus op groei en krimp 4. leven landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie;
20
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B 5. Wederopbouw: tonen van een tijdperk. Voor de Noordoostpolder en daarmee voor het plangebied is het vijfde belang relevant. Met uitzondering van Schokland en Urk is de gehele polder aangewezen als wederopbouwgebied. Doelstelling van het Rijk is dat de periode 1940-1965 in de toekomstige inrichting van Nederland herkenbaar aanwezig blijft op gebiedsniveau. Ondanks, of misschien ook dankzij de massale en soms nietsontziende ontwikkelingen, zijn er in deze periode veel ideeënrijke, innovatieve en ongekende ontwerpen gerealiseerd, zowel bij stedelijk herstel en uitbreiding als bij de herinrichting van het landelijk gebied en de aanwinst van nieuw land. De bijzondere eigenschappen van deze gebieden verdienen meer publieke aandacht en de meest bijzondere gebieden een publieke bescherming.
Behoud van het polderconcept is van belang. Of dat het geval is met de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Munt B blijkt uit een toetsing aan de karakteristieken op grond waarvan de Noordoostpolder als nationaal erfgoed is aangemerkt. De Noordoostpolder is op grond van de volgende karakteristieken aangemerkt als nationaal erfgoed: grootschalige droogmakerij met verspreide, rationeel geordende agrarische bebouwing en erven; ring van dorpen rond de hoofdkern Emmeloord; functioneel patroon van wegen en waterwegen met bijbehorende beplantingsprofielen. Het Bedrijventerrein De Munt B grenst aan de hoofdkern Emmeloord. De ring van dorpen wordt met dit plan niet aangetast. Het functionele patroon van wegen en waterwegen wordt met dit plan gerespecteerd. Het bedrijventerrein wordt aangelegd binnen de bestaande infrastructuur A6-Muntweg-Kuinderweg en sluit aan op het bestaande bedrijventerrein De Munt A.
Uitgangspunt is derhalve dat bij de ontwikkeling van het terrein, net als bij De Munt A, het polderconcept leesbaar blijft en de aangrenzende gebieden met respect behandeld worden. Daarmee voldoet de uitbreiding van het bedrijventerrein De Munt B aan Visie Erfgoed en Ruimte van het Rijk.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld op 8 september 2017) geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities de provincie heeft voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. De Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld op 8 september 2017) geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities de provincie heeft voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie.
Het beleid uit de omgevingsvisie FlevolandStraks is omgezet in regels in de provinciale Omgevingsverordening. Deze regels bieden een provinciaal kader waar in ruimtelijke plannen rekening mee moet worden gehouden.
bestemmingsplan (ontwerp)
21
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
FlevolandStraks In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Het toont waar Nederland groot in is: land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. Daarbij wordt vernieuwd omdat de overtuiging bestaat dat op basis van eigentijdse inzichten betere oplossingen mogelijk zijn. Gelijktijdig wordt de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders gekoesterd. Tot slot wordt in Flevoland het aanwezige talent alsmede de potenties, kracht en ondernemerschap van de samenleving benut.
Belofte In Flevoland is de belofte van bestuurlijke vernieuwing ingelost. De provincie zet de maatschappelijke opgaven centraal. De provincie treedt met gemeenten en waterschap op als één bestuur (complementair bestuur). Periodiek worden de opgaven en oplossingen van de provincie voorgelegd aan een representatieve groep Flevolanders. Flevoland biedt ruimte voor ondernemingen en mensen die hun ideaal willen realiseren. De begintijd van de bepalende overheid en de maakbare samenleving heeft de provincie achter zich gelaten. Iedereen die wil bijdragen aan de toekomst van Flevoland is van harte uitgenodigd. De provincie zet de stap van “nee tenzij” naar “ja mits”. Door deze opstelling zijn er meer mogelijkheden voor initiatieven van inwoners en bedrijven .
Excellent Flevoland draait grotendeels op duurzame energievoorziening. Overal - in stad en land zijn de gevolgen van de energietransitie merkbaar. Huishoudens en bedrijven zijn energieneutraal. Energie wordt duurzaam opgewekt. Nieuwe woonwijken zijn aangelegd zonder gasnet. De energierekeningen van de inwoners zijn fors gereduceerd en er zijn vele Flevolandse bedrijven gespecialiseerd in duurzame energie en energiebesparing. Flevoland heeft in economisch, maatschappelijk en fysiek opzicht geprofiteerd van de energietransitie.
In Flevoland zijn vele nieuwe economische activiteiten. Ondernemers pakken de kansen van de veranderende economie. Hieronder ook de circulaire economie. Het woord afval heeft een andere betekenis gekregen: het is grondstof voor productie. Flevoland is de grondstoffenleverancier voor de circulaire economie. Groene grondstoffen en gebruikte materialen bewerken we zodanig dat ze hun weg vinden naar afzetmarkten.
In 2030 en verder onderscheidt Flevoland zich bovenregionaal met een aantal voorzieningen, die van excellente kwaliteit is. Voorzieningen met een aantrekkingskracht en een reputatie die zich over de provinciegrenzen heen uitstrekken. Het gaat onder meer om de toplandbouw, de ontwikkeling van Almere en Lelystad (o.a. Lelystad Airport) tot knooppunten in de regionale netwerken, excellente woonmilieus in Almere en Lelystad en prachtige groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de waterrijke randen van de Flevopolders. Het zijn de authentieke krachten van Flevoland, die naar een volgend - hoger - niveau zijn door ontwikkeld. Liggend aan het IJmeer, Markermeer en IJsselmeer zijn Almere en Lelystad de buitenplaatsen voor de Noordvleugel: de nationale economische motor. De pracht en kracht van de jonge natuur dringt met het Nationaal Park Nieuw Land door tot in het hart van beide steden. De steden vormen de (inter)nationale toegangspoort voor
22
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B woningzoekenden in de metropoolregio. De randmeren in de gemeenten Zeewolde en Dronten hebben een aantrekkelijk recreatief en toeristisch aanbod, waar velen van genieten.
De agrarische sector staat er ondanks de onzekerheden op de wereldmarkt sterk voor. Flevoland – en in het bijzonder Noordoostpolder, Dronten, Lelystad en Zeewolde - staat bekend om haar toplandbouw. Of het nu gaat om grootschalige productie, biobased economy, natuur inclusief of koppeling met gezondheid. In Flevoland zitten de voorlopers van de sector, die worden gesteund door onderzoek, onderwijs en overheid.
Ruimte voor duurzame ontwikkeling In heel Flevoland is een samenleving waar mensen met elkaar optrekken en naar elkaar omkijken. Hier zijn kansen voor iedereen voor ontplooiing, ontwikkeling en ontspanning. Flevoland biedt in 2030 en verder ruimte voor duurzame ontwikkelingen met oog voor fysieke, sociale en economische aspecten. Deze toekomst wordt gezamenlijk gemaakt: inwoners, bedrijven, organisaties, overheden. 3.2.2 Omgevingsprogramma Flevoland Op 27 februari 2019 is het Omgevingsprogramma Flevoland vastgesteld. Het Omgevingsprogramma is een verdere uitwerking van wat de provincie belangrijk vindt en wil doen om te zorgen voor een goede leefomgeving. Hierin staat beschreven wat het te voeren beleid is en welke maatregelen of acties worden ondernomen om de doelstellingen te kunnen bereiken. Dit kan gaan over bijvoorbeeld de ontwikkeling, het gebruik en beheer van onder andere wegen, natuur en bodem: de 'fysieke leefomgeving'.
Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor).
Op de kaarten bij het omgevingsprogramma ligt het plangebied buiten het stedelijk gebied. Er is zodoende sprake van verstedelijking. Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten.
Het provinciale bundelingsbeleid is gebaseerd op de volgende principes (voor zover relevant): De specifieke ruimtelijke kwaliteiten van steden en dorpen worden benut door de kwaliteit van deze kenmerken te behouden en te versterken. Stedelijke uitbreiding moet aansluiten bij bestaande ruimtelijke structuren, zodat de vitaliteit van de kernen wordt ondersteund. Infrastructuur wordt zo gebundeld dat versnippering van ruimtelijke eenheden wordt voorkomen en er geen omvangrijke barrières in stedelijke en ecologisch waardevolle gebieden ontstaan.
bestemmingsplan (ontwerp)
23
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B De omvang van nieuwe ruimte voor wonen, werken en voorzieningen moet in verhouding staan tot de grootte van de kern en de positie ervan in de stedelijke en groen-blauwe hoofdstructuur. De ontwikkeling en realisatie van werklocaties is een verantwoordelijkheid van gemeenten en private partijen en is sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Met het provinciaal locatiebeleid vervult de provincie een faciliterende, ondersteunende, gebiedsvertegenwoordigende en regisserende rol. Het locatiebeleid draagt bij aan de volgende doelstellingen: versterking van de economische ontwikkeling van Flevoland; beheersing van de mobiliteit door een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets; efficiënt gebruik van infrastructuur en vervoermiddelen; verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid Het locatiebeleid voor het stedelijk gebied is gericht op een voldoende gedifferentieerd aanbod van werklocaties in Flevoland, zodat er voor ieder bedrijf en instelling een geschikte locatie gevonden kan worden. Daarbij moeten zowel kwantiteit als kwaliteit zodanig zijn dat het aansluit bij de regionale vraag en een optimale bijdrage levert aan de vitaliteit van steden en dorpen. Van de gemeenten wordt verwacht dat zij het provinciale bundelingsbeleid vertalen in lokaal beleid en in concrete (ruimtelijke) plannen.
Plannen voor uitbreiding worden uitgewerkt in samenhang met herstructurering van het bestaande bebouwd gebied. De gemeente hanteert hierbij de ladder voor duurzame verstedelijking en de provincie houdt het generiek toezicht op de toepassing van deze Ladder. De onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 2.5 uiteengezet.
Het locatiebeleid is verder uitgewerkt in een Ruimtelijke Visie Werklocaties Flevoland, de Structuurvisie Werklocaties, de beleidsregel Locatiebeleid stedelijk gebied, de beleidsregel Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied en betreffende convenanten. Hierin is onder meer afgesproken dat de gemeenten eens in de vier jaar een strategische visie op werklocaties opstellen met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging met vier jaar als bijstelling niet eerder nodig is. In de veranderagenda in de Ruimtelijke Visie Werklocaties is opgenomen dat actualisatie van beleid en beleidsregels en convenanten gewenst is. 3.2.3 Ruimtelijke Visie Werklocaties Flevoland De RO visie werklocaties Flevoland beschrijft wat nodig is om te komen tot sterke werklocaties met toekomstwaarde in de provincie Flevoland.
Er is sprake van een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch op de Flevolandse bedrijventerreinenmarkt door een afnemende en veranderende marktvraag. Binnen Flevoland is te veel capaciteit, terwijl behoefte is aan grote kavels. Slim en zuinig ruimtegebruik wil de provincie bereiken door een aantal leidende principes. De Ladder voor duurzame verstedelijking staat daarbij centraal. Uitbreiding moet door de gemeente gemotiveerd worden aan de hand van de ladder.
De voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein De Munt voldoet aan deze provinciale visie, omdat bij de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is aangetoond dat het plan voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoeve. Dit bij de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 2.5) uiteengezet.
24
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
3.2.4 Beleidsregel locatiebeleid stedelijk gebied Op 23 augustus 2011 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland de beleidsregel 'locatiebeleid stedelijk gebied 2011' vastgesteld. In het Omgevingsplan Flevoland 2006 wordt met betrekking tot het provinciale locatiebeleid voor het stedelijk gebied gestreefd naar een voldoende gedifferentieerd aanbod van werklocaties in Flevoland, zodat er voor ieder bedrijf en instelling een geschikte locatie gevonden kan worden.
Met dit locatiebeleid streeft de provincie naar een zodanige vestiging van bedrijven, kantoren en voorzieningen, dat een optimale bijdrage wordt geleverd aan de vitaliteit van steden en dorpen. De provincie maakt onderscheidt tussen reguliere bedrijventerreinen en industrieterreinen. De Munt is een tussenvariant van deze twee typen. Daar een regulier bedrijventerrein is bedoeld voor milieucategorie 1 tot en met 3, meer ruimte biedt voor kantoorhoudendheid (50 - 70%) en bovendien hogere ambities kent ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, is een industrieterrein gericht op zware bedrijvigheid tot milieucategorie 5 (minimaal 3) en weinig kantoorhoudendheid (30%). Ten aanzien van het aspect ruimtelijke kwaliteit geldt in beide gevallen dat een beeldkwaliteitsplan wordt toegevoegd aan een ruimtelijk plan voor een werklocatie grenzend aan de snelweg of provinciale weg.
De Munt manifesteert zich qua uitstraling meer als een regulier bedrijventerrein dan als industrieterrein. Er zijn wel bedrijven uit milieucategorie 4 mogelijk en de kantoorhoudendheid is beperkt tot 30%. De behoefte ligt namelijk vooral bij grootschalige bedrijven, waarmee meer kantoorhoudendheid ongewenst is.
Er wordt verder aangesloten bij de uitgangspunten van een regulier bedrijventerrein. 3.2.5 Omgevingsverordening Provincie Flevoland Het beleid uit de omgevingsvisie FlevolandStraks is omgezet in regels in de provinciale Omgevingsverordening. Deze regels bieden een provinciaal kader waar in ruimtelijke plannen rekening mee moet worden gehouden. Op de kaarten van de verordening zijn voor het plangebied geen specifieke aanduidingen opgenomen. Er is geen sprake van een specifieke beschermingszone ten aanzien van bijvoorbeeld natuur, stilte, luchtvaart of ontgrondingen. Wel gelden algemene regels ten aanzien van de bescherming van het landschap en het watersysteem. Voor het plangebied zijn deze aspecten relevant en deze hebben dan ook een doorwerking in het bestemmingsplan gekregen. 3.2.6 Conclusie De conclusie is dat de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein De Munt in overeenstemming is met het beleid van de Provincie Flevoland. Bij de nadere uitwerking in het bestemmingsplan moet de Gemeente Noordoostpolder de voorwaarden van de beleidsregel in acht nemen. Omdat het een werklocatie grenzend aan Rijksweg A6 betreft is het bestemmingsplan voorzien van een beeldkwaliteitsparagraaf (zie paragraaf 2.4) .
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De grootste opgave voor de gemeente Noordoostpolder is het verbreden van de economie. Dit wil de gemeente bereiken door het creëren van een gevarieerde werkgelegenheid in verschillende sectoren en op verschillende opleidingsniveaus. De gemeente wil een minimaal gelijkblijvende verhouding tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid. In de structuurvisie is onderstaand ambitie geformuleerd.
bestemmingsplan (ontwerp)
25
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Binnen de gemeente Noordoostpolder beschikt de gemeente over verschillende werklocaties: bedrijventerreinen, kantoren en gemengde woon-/werkmilieus. In de Gemeentelijke Visie op het Vestigingsbeleid (GVV) geeft de gemeente aan hoe ze omgaat met de verschillende functies op de werklocaties. De GVV wordt beschouwd als uitvoeringsnotitie bij de structuurvisie. Hierin is ook vervolgbeleid opgenomen over de grondpositie van bedrijventerreinen. 3.3.2 Visie Werklocaties Noordelijke Flevoland Noordelijk Flevoland (Noordoostpolder en Urk) zit economisch weer in de lift. Bedrijven groeien en investeren, de werkgelegenheid stijgt en het algehele ondernemerssentiment is positief. Dat is terug te zien in de vraag naar bedrijfsgrond. Waar in Noordelijk Flevoland tijdens de crisisjaren de uitgifte van grond op bedrijfslocaties opdroogde, is de laatste jaren weer een positieve ontwikkeling zichtbaar. Er dienen zich steeds meer (vaak uit eigen gemeente afkomstige) bedrijven aan om bedrijfsgrond aan te kopen, zodat zij een uitbreiding, verplaatsing of nieuwe vestiging kunnen realiseren. Tegenover deze positieve ontwikkeling van de uitgifte en vraag staat een beperkt aanbod van (geschikte) bedrijfskavels. Het kwalitatief geschikt aanbod van bedrijfsgrond voor gegadigde bedrijven neemt met iedere uitgifte gestaag af. Het beeld is in zowel Noordoostpolder als Urk zeer specifiek.
In Noordoostpolder is met name het grootschalige aanbod (>20.000 m2 ) voor de komende jaren beperkt, terwijl zich wel geïnteresseerde bedrijven van deze omvang melden voor uitbreiding, verplaatsing of nieuwe vestiging. Het gaat dan vaak om bedrijven die al in de gemeente gevestigd zijn en hier willen groeien. Daarnaast is er in Noordoostpolder ook beperkt uitbreidingsruimte beschikbaar op de bedrijfslocaties in de dorpen, waar zeer lokaal gebonden bedrijven gevestigd zijn en door willen groeien, al dan niet naar grotere omvang. Het gaat dan bijvoorbeeld om de 'dorpsterreinen' in Creil, Rutten, Marknesse en Ens.
Deze Visie Werklocaties is gericht op het beleid op formele bedrijventerreinen in Noordelijk Flevoland. In deze Visie Werklocaties werken we onze ambities en beleid op de bedrijfslocaties verder uit, zodat Noordelijk Flevoland de komende jaren economisch kan groeien, kansen kan pakken en bedrijven bovenal de ruimte kan geven. Belangrijk is daarbij: dat nieuw aanbod van bedrijfsgrond meerwaarde heeft en opzichte van het bestaande aanbod; dat ruimte kan worden geboden aan lokaal gebonden bedrijven; dat werkgelegenheid lokaal behouden blijft; dat de leefbaarheid in de kernen ook de komende jaren geborgd blijft; dat de sterke positie van Noordelijk Flevoland voor onder meer Agrofood, Composieten, Maritiem, en Visserij verstevigt. Deze Visie Werklocaties biedt de kaders en uitgangspunten voor een zorgvuldige ontwikkeling van- en een goede ruimtelijke ordening voor de bedrijfslocaties in Noordelijk Flevoland, bestaande uit de gemeenten Noordoostpolder en Urk: We richten ons met deze Visie Werklocaties op beleid met aandacht voor het bestaande aanbod en in regionaal perspectief, zodat we ook het vestigingsklimaat voor ondernemers op niveau houden en de economie regionaal sterk op de kaart zetten.
We richten ons op beleid met aandacht voor de Ladder voor duurzame verstedelijking en met het oog op flexibiliteit, waardoor we onze risico's beperken en planologische ruimte houden voor lokaal maatwerk. We richten ons op beleid dat past bij provinciale uitgangspunten, die door de provincie zijn uiteengezet in de RO Visie Werklocaties.
26
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Ten oosten van Emmeloord ligt, aangrenzend aan De Munt A, het plangebied voor De Munt B. Hier beoogt de gemeente, als belangrijkste uitbreidingslocatie in Noordoostpolder, ruimte te bieden aan een verscheidenheid aan bedrijvigheid, waaronder bestaande, uitbreidende of verplaatsende bedrijven, en bedrijven uit het agrofoodcluster en daarbij behorende logistiek. 3.3.3 Conclusie De ontwikkeling van het bedrijventerrein is opgenomen in de gemeentelijke Structuurvisie Noordoostpolder 2025 en past binnen het gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan (ontwerp)
27
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
4.1
Milieuzonering
Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies.
De VNG-publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie.
De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen: een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. Voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. Overwegend agrarische linten en woonmilieu's langs hoofdinfrastructuur worden aangemerkt als gemengd gebied. In deze onderbouwing wordt voor de woningen rondom het plangebied getoetst aan de richtafstanden voor een gemengd gebied. Het dichtstbijzijnde rustige woongebied ligt in Emmeloord, op ruim 450 meter afstand.
Binnen het plangebied worden, net als in het aansluitend deel van De Munt A, geen (bedrijfs)woningen of andere milieugevoelige functies mogelijk gemaakt. De ontwikkeling van het bedrijventerrein vormt zodoende geen belemmering voor bestaande bedrijven.
De richtafstanden voor de bedrijven die zich in het plangebied kunnen vestigen zijn gebaseerd op de hinderfactoren 'geluid', 'geur', 'stof' en 'gevaar'. De richtafstanden voor
28
bestemmingsplan (ontwerp)
bestemmingsplan Emmeloord, De Munt B zover relevant voor dit bestemmingsplan zijn weergegeven in onderstaande tabel. Deze afstanden zijn vanaf de bestemmingen bedrijventerrein gevisualiseerd in figuur 4.1. De oranje contour (rustig woongebied) is alleen illustratief weergegeven, de contour (gemengd gebied) is bepalend.