14.1 Bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3 (vastgesteld 22-4-2024).pdf
Tekst van het document
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1 Vooroverleg Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. lid 1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan Waterschap Zuiderzeeland en Provincie Flevoland. De reactie op het vooroverleg is opgenomen in bijlage 7. 6.1.2 Inspraak Het bestemmingsplan heeft voor zes weken, van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024, ter inzage gelegen. In deze periode zijn zes zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn getoetst op ontvankelijkheid, geanonimiseerd en voorzien van een reactie. In bijlage 8 is de reactienota bijgevoegd.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het eigendom van gronden in het plangebied is in gemeentelijke handen en om die reden kan worden afgezien van vaststelling van een exploitatieplan. Voor dit planvoornemen is daarom een grondcomplex ingesteld met bijbehorende grondexploitatie. Hierin is de verantwoording van de kosten en opbrengsten opgenomen. De exploitatie is sluitend. Het plan is dan ook economisch uitvoerbaar. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
bestemmingsplan (vastgesteld)
59
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
60
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
bestemmingsplan (vastgesteld)
25
WINDHAAG
STUW
5
3
1
NIEUWE KAVELSLOOT
Kiekendiefstraat
5,4x21m
7x10,5m
WATERRETENTIE ca. 63 m²
11x31m
39
37
5,4x23,5m
11x31m
8x26,5m
26
24
22
EVT. EXTRA PARKEERPLAATSEN
35
Fle
vol
33
aan
8
6
EVT. EXTRA PARKEERPLAATSEN
4
2
11x31m
22x31m
20
17x30m 7x10,5m
13
Buizerdstraat
11
WATERRETENTIE ca. 755 m²
Jan Asselijn
6
4
8
10
4
2
6
8
11
7
9
Adam Pynacker
10
Buizerdstraat
WATERRETENTIE ca. 630 m²
Philip de Koninck
17 15
22
9 11
13
15
17
1
3
5
10
9 7
8
6
7
n
8
Creil-Oost Fase III Stedenbouwkundig plan
n
va
5
Go n
ye
Koning Radboudlaan
3
20
6
3 4
9
13
Ja
7
Buizerdstraat
11
12
Adam Pynacker
3
5
24
18
Albert Cuyp 14
16
gemeente
Oostelijke uitbreidingen, Creil Schaal:
NOORDOOSTPOLDERGetekend:
4
1:1.000 R.R. Cruiming
Formaat: Datum:
A3 22-11-2023
Aan deze afbeelding kunnen geen rechten worden ontleend.
2
12
2
1
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Bijlage 2
Stikstof berekening
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
bestemmingsplan (vastgesteld)
- MEMO rMem o
DATUM KENMERK VAN
21-09-23 20230316.001 P.J. (Remco) Brandsma
PROJECT OPDRACHTGEVER ONDERWERP
Creil uitbreiding woonwijk bestemmingsplan fase 3 Gemeente Noordoostpolder Berekening stikstofdepositie
1. MEMO STIKSTOFBEREKENING CREIL UITBREIDING WOONWIJK FASE 3 INLEIDING In de gemeente Noordoostpolder en in de plaats Creil is een grote vraag naar woningen. De gemeente Noordoostpolder wil daarom het bestaande dorp Creil verder uitbreiden met een nieuwe woonwijk aangrenzend aan de bebouwde kom. Deze woonwijk wordt ten noordoosten van Creil op landbouwgrond gerealiseerd. Op deze gronden worden 57 woningen gerealiseerd bestaande uit rug-aan-rug woningen, rijtjeswoningen, twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met vermesting- en/of verzuringsgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Weerribben. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het plangebied bedraagt 15 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.
Figuur 1 Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: Aerius Calculator)
Met het rekenmodel Aerius (versie 2022.2) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatiefase en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.
2/5
3. UITGANGSPUNTEN 3.1
Bouwfase
Voor de bouwfase is 2024 als rekenjaar aangehouden. Gedurende de bouwfase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. Op dit moment is er nog geen gedetailleerde informatie beschikbaar. Om deze reden is een aantal aannames gedaan om te komen tot bruikbare uitgangspunten voor de berekeningen. Voor de bouw van de beoogde ontwikkeling is uitgegaan van het kental van 3 kg NOx per woning zoals voorgesteld in Methode inschatting depositie woningbouwprojecten (RIVM, 2019). Deze is als vlakbron ingevoerd met een emissie van (3*57) 171 kg NOx per jaar. Binnen dit kental valt de inzet van mobiele werktuigen en het transport van zowel de bouwmaterialen als de werknemers van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen - houtskeletbouw en modulair bouwen - kan de depositie lager zijn). Er wordt alsnog worst-case uitgegaan van 150 lichte bewegingen en 25 zware bewegingen per woning. Voor de ontwikkeling van 57 woningen komt de verkeersgeneratie voor de realisatie op (150*57) 8.550 lichte bewegingen en (25*57) 1.425 zware bewegingen per jaar. De verkeerstoename door het plan wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’.
Volgens de ‘instructie gegevensinvoer Aerius’ wil dit zeggen dat ‘het extra verkeer door zijn snelheid en rijen stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook de verhouding mee tussen de hoeveelheid extra verkeer en het reeds op de weg aanwezige verkeer.’ Bij de modellering in Aerius is er van uitgegaan dat het verkeer wordt afgewikkeld via de Kiekendiefstraat, de Flevolaan, de Iglo Tademastraat om vervolgens op te gaan in het verkeer op de Galamalaan. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in Aerius Calculator. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn.
3.2
Gebruiksfase
Voor de gebruiksfase is 2024 als rekenjaar aangehouden. Dat rekenjaar genereert voor het verkeer de hoogste emissies. Wanneer een rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies lager door een toename van elektrisch rijden en schonere technieken. Ter bepaling van de hoeveelheid verkeer dat door deze ontwikkeling wordt gegenereerd, worden kencijfers van het CROW (publicatie 381, 2018) gebruikt. De omvang van de verkeersgeneratie wordt onder andere bepaald door de locatie van het plangebied. In deze situatie ligt het plangebied in het ‘rest bebouwde kom’ en is sprake van een stedelijkheidsgraad van ‘weinig stedelijk’. In Tabel 3-1 wordt de input voor de verkeergeneratie weergegeven.
3/5
Tabel 3-1 Verkeersgeneratie toekomstige situatie
verkeersgenera e
Berekening verkeersgenera e
mvt/etmaal weekdag
kencijfer CROW 8,2 woning
32,8
1 Wonen
Koop, huis, vrijstaand
programma per 4 woning
2 Wonen
Koop, huis, twee-onder-een-kap
18 woning
7,8 woning
140,4
4 Wonen
Koop, huis, tussen/hoek (rug-aan-rug)
37 woning
7,4 woning
273,8
func egroep
func etype
per
totale verkeersgenera e 447 * nog onduidelijk welk type woning daarom van de hoogste verkeersgeneratie uitgegaan.
De verkeerstoename door een plan wordt in de berekeningen meegenomen tot het extra verkeer opgaat in het ‘heersende verkeersbeeld’. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius 2022 (januari, 2023), zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De nieuwe locatie gaat twee uitvalswegen kennen, de eerste is via de Kiekendiefstraat, de Flevolaan, de Iglo Tademastraat om vervolgens op te gaan in het verkeer op de Galamalaan. De tweede uitvalsweg gaat richting het industriegebied over de Adam Pynacker, Philip de Koninck, de Hendrick Avercamp, de Brabantsestraat, om vervolgens op te gaan in het verkeer op de Hertogstraat. Voor de berekeningen is aangenomen dat zeventig procent van het gegenereerde verkeer zich afwikkelt via de Kiekendiefstraat en dertig procent zich afwikkelt via de Adam Pynacker route.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE In de Aerius berekening is worst case de totale bouwfase en gebruiksfase in één berekening bij elkaar gevoegd. Uit de berekening met Aerius Calculator (2022.2) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
4/5
BIJLAGE 1 – STIKSTOFDEPOSITIE BEREKENING AERIUS
5/5
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
RHO adviseurs -, - Creil Creil woninguitbreiding fase 3 Creil woninguitbreiding fase 3
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RywE4UQt6CWx 21 november 2023, 14:08 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
2024
1,1 kg/j
200,7 kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Beoogd - Beoogd
Beoogd - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RywE4UQt6CWx (21 november 2023)
-
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2/7
Projectberekening
Beoogd (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 2
Anders... | Anders... | Bouwfase Verkeersnetwerk
RywE4UQt6CWx (21 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,1 kg/j
171,0 kg/j 29,7 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RywE4UQt6CWx (21 november 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogd" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RywE4UQt6CWx (21 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Beoogd, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Gebruiksfase ontsluiting west X:173687,87 Y:530889,16 506,00 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Anders... | Anders...
Uittreedhoogte Naam Bouwfase Warmteinhoud X:173910,97 Locatie Spreiding Y:530882,96 Oppervlakte 4,36 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 3
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwfase werkverkeer X:173687,67 Y:530888,79 505,16 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
0,0 m 0,000 MW 0m
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Gebruiksfase ontsluiting zuid X:173832,93 Y:530586,39 818,98 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RywE4UQt6CWx (21 november 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 15,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 2,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,6 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
313,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ
171,0 kg/j
Links Rechts NOₓ 4,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,0 kg/j Hoogte - - NH₃ 96,6 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
8.550,0 /jaar 0,0 /jaar 1.425,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 10,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,7 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,4 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
134,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RywE4UQt6CWx (21 november 2023)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
RHO adviseurs -, - Creil Creil woninguitbreiding fase 3 Creil woninguitbreiding fase 3
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RoBvLq5zEcFi 21 november 2023, 14:08 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
2025
0,8 kg/j
23,6 kg/j
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Beoogd gebruiksfase - Beoogd
Beoogd gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RoBvLq5zEcFi (21 november 2023)
-
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2/6
Projectberekening
Beoogd gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RoBvLq5zEcFi (21 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,8 kg/j
23,6 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RoBvLq5zEcFi (21 november 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogd gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RoBvLq5zEcFi (21 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Beoogd gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Gebruiksfase ontsluiting west X:173687,87 Y:530889,16 506,00 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Gebruiksfase ontsluiting zuid X:173832,93 Y:530586,39 818,98 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 14,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 2,2 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,5 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
313,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 9,7 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,5 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
134,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RoBvLq5zEcFi (21 november 2023)
6/6
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
Bijlage 3
Quickscan Ecologie
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Creil, Oost - fase 3
bestemmingsplan (vastgesteld)
Rapport
Quickscan Ecologie Jan Asselijn te Creil
Rapport
Quickscan Ecologie Jan Asselijn te Creil
Opdrachtgever:
RHO Adviseurs
Projectnummer Mateboer:
Projectnummer RHO Adviseurs: -
EC237048/SK rev.01 Opgesteld door: R. te Beek BSc.
Paraaf:
Datum:
Status:
22 november 2023 Gecontroleerd door:
Definitief Paraaf:
S. Kamminga BSc.
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 3
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen ........................................................................................... 3
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens ................................................................................................... 5
1.4
Opbouw rapport .................................................................................................................................... 5
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 6 2.1
Toetsingskader Wet natuurbescherming .............................................................................................. 6
2.2
Toetsingskader Provinciaalbeleid .......................................................................................................... 7
2.3
Onderzoeksmethode ............................................................................................................................. 7
GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................................ 9 3.1
Natura 2000-gebieden ........................................................................................................................... 9
3.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 10
SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................................ 11 4.1
Flora ..................................................................................................................................................... 11
4.2
Vleermuizen ......................................................................................................................................... 11
4.3
Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 11
4.4
Broedvogels ......................................................................................................................................... 12
4.5
Amfibieën ............................................................................................................................................ 12
4.6
Reptielen.............................................................................................................................................. 13
4.7
Vissen................................................................................................................................................... 13
4.8
Ongewervelden ................................................................................................................................... 13
5
SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES ...................................................................................... 14
6
GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 15
BIJLAGEN Bijlage 1: Verbodsartikelen soortenbescherming
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van RHO Adviseurs opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie in verband met de mogelijke herontwikkeling van kadastraal perceel NOP00F-2183 aan de Jan Asselijn te Creil. De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Met als doel inzichtelijk maken van de potentiële aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (flora, fauna en natuurgebieden) en de (mogelijke) negatieve effecten op deze natuurwaarden. Bij de werkzaamheden zijn geen, middels de Wet natuurbescherming, beschermde houtopstanden betrokken. Zodoende wordt dit onderdeel niet behandeld in voorliggende rapportage.
1.2
Huidige situatie en voorgenomen plannen
Het plangebied is gelegen aan de Jan Asselijn te Creil (zie figuur 1.1). Het plangebied betreft een akker, met aan de randen gras en kruiden (zie figuur 1.2 en 1.3). Met uitzondering van de noordkant is de akker omringd door sloten. Aan de noord- en oostkant bevinden zich landbouwgronden. Ten zuiden en westen bevinden zich woonhuizen. De voorgenomen plannen bestaan uit het bouwrijp maken van het perceel en het realiseren van een woonwijk.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (binnen de blauwe belijning).
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
3
Figuur 1.2 Overzichtsfoto van het plangebied.
Figuur 1.3 Overzichtsfoto van het plangebied.
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
4
1.3
Verantwoording en gebruik gegevens
Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door R. te Beek BSc. Hij is door opleiding, ervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor het doen van ecologisch onderzoek. Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek. De gebruikte informatie betreffende de verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van drie jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
1.4
Opbouw rapport
In hoofdstuk 2 wordt een korte toelichting gegeven op de Wet natuurbescherming en wordt beschreven welke onderzoeksmethode is toegepast. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de beschermde natuurgebieden en in hoofdstuk 4 op de soortenbescherming. Een samenvatting van de belangrijkste conclusies is te vinden in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de bronnen staan vermeld.
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
5
2
TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE
2.1
Toetsingskader Wet natuurbescherming
In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden én voor beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen en ontheffingen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. De wettekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op https://wetten.overheid.nl/. Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming kent een zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de beschermde natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij de uitvoering van handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Gebiedsbescherming (hoofdstuk 2) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd middels de Wet natuurbescherming. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden en de flora en fauna binnen deze gebieden.
De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitatten kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Zodoende dienen plannen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan is het aanvragen van een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig (bijvoorbeeld een voortoets en/of passende beoordeling). Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Soortenbescherming (hoofdstuk 3) De Wet natuurbescherming kent drie categorieën van beschermde soorten: Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels, zoals genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Deze groep wordt vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen in het broedseizoen (nestopbouw, ei-leg, broeden en voeren van jongen in het nest) beschermd is; Soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Soorten, niet zijnde vogels, van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I; Overige soorten (artikel 3.10) Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven, genoemd in onderdeel A van de bijlage bij artikel 3.10. Hieronder vallen ook de soorten waarvoor provincies vrijstelling hebben verleend.
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
6
De verbodsbepalingen voor vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogelen Habitatrichtlijn. Voor de nationaal beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In bijlage 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot het overtreden van de verbodsartikelen, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) wel nodig.
2.2
Toetsingskader Provinciaalbeleid
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 2.10.4., eerste lid, Barro): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo leiden tot (significante) aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of tot een (significante) vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Tenzij, sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het NNN. Zij hebben beleid omtrent het NNN uitgewerkt in provinciale verordeningen. Plannen/ingrepen in het NNN dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor het NNN. Als uit de beoordeling blijkt dat geen (significante) negatieve effecten optreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot (significante) negatieve effecten, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning) wel nodig.
2.3
Onderzoeksmethode
Het onderzoek is uitgevoerd middels een bureauonderzoek en een veldbezoek. Bureauonderzoek Middels een bureauonderzoek is in beeld gebracht of het plangebied in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden ligt. Tevens is nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten bekend zijn in het plangebied en directe omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp1, verspreidingsatlassen en kennisdocumenten. De geraadpleegde bronnen zijn te vinden in Hoofdstuk 6.
1
Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij een plangebied. De NDFF verzamelt natuurgegevens in Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens (ndff.nl). Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
7
Veldbezoek De informatie uit het bureauonderzoek is als basis gebruikt bij het veldbezoek dat is uitgevoerd op 25 april 2023 (10 °C, lichte neerslag, half bewolkt, 3 Bft). Tijdens dit veldbezoek is zowel het plangebied als de directe omgeving hiervan onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij is ook aandacht besteed aan de mogelijke relatie tussen het plangebied en beschermde natuurgebieden. Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is inzicht verkregen in de (mogelijke) aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten in of rondom het plangebied. Vervolgens is beoordeeld welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of het nemen van vervolgstappen (zoals het uitvoeren van vervolgonderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is.
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
8
3
GEBIEDSBESCHERMING
In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen op nabijgelegen natuurgebieden beschreven. Daarnaast wordt beschreven of een vervolgtraject (zie ook hoofdstuk 2) noodzakelijk is.
3.1
Natura 2000-gebieden
Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft IJsselmeer op circa 4 kilometer afstand hemelsbreed ten westen van het plangebied (figuur 3.1).
Figuur 3.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied IJsselmeer
Gezien de tussenliggende afstand kan, als gevolg van de voorgenomen ingreep, alleen sprake zijn van externe werking2 op Natura 2000-gebieden. Externe negatieve effecten kunnen ontstaan door stikstofdepositie, geluidsoverlast en grondwateronttrekking. Gezien de aard van de voorgenomen plannen en de tussenliggende afstand is het onwaarschijnlijk dat deze een negatief effect hebben op het dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied IJsselmeer. Voor het onderdeel stikstof dient een AERIUSberekening uitgevoerd te worden.
2
Van externe werking is sprake als een activiteit niet plaats vindt binnen een Natura 2000-gebied, maar er wel negatieve effecten op heeft. Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
9
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid (circa 3 kilometer) van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN is weergegeven in figuur 3.2.
Figuur 3.2 De ligging van het onderzoekgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland
Gezien de tussenliggende afstand zijn als gevolg van de voorgenomen plannen geen (significante) negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het NNN te verwachten. Vervolgonderzoek ten aanzien van het NNN is niet nodig.
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
10
4
SOORTENBESCHERMING
Dit hoofdstuk beschrijft de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving. Tevens is beschreven of de voorgenomen plannen effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden en is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wanneer het nemen van vervolgstappen (zoals het soortgericht onderzoek dan wel het aanvragen van een ontheffing) nodig is, is dit tevens vermeld.
4.1
Flora
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde plantensoorten waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied. Deze worden op basis van het aanwezige biotoop ook niet verwacht. Aangetroffen plantensoorten betreffen niet-beschermde soorten zoals paardenbloem, brandnetel, korenbloem en diverse grassoorten. Het nemen van vervolgstappen is voor flora niet aan de orde.
4.2
Vleermuizen
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp is binnen een straal van één kilometer de gewone dwergvleermuis waargenomen. Aangezien in het plangebied geen bomen of gebouwen staan die kunnen fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen is er geen sprake van het verwijderen van mogelijke verblijfplaatsen. Tevens is er geen sprake van het onderbreken van een vliegroute. Mogelijk wordt het plangebied wel gebruikt als foerageergebied. In de omgeving zijn hiervoor genoeg uitwijk mogelijkheden. Wanneer de werkzaamheden in de schemer of nacht uitgevoerd worden, kan kunstlicht wel een verstorende factor zijn voor vleermuizen. Om deze reden dienen de werkzaamheden ten alle tijde tijdens daglicht uitgevoerd te worden. Wanneer dit niet mogelijk is, is het nodig maatregelen te nemen om verstoring door kunstlicht te voorkomen.
4.3
Grondgebonden zoogdieren
Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten bunzing, egel, otter, woelrat en wolf waargenomen. De soorten egel en woelrat zijn in de Provincie Flevoland vrijgesteld. In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn tijdens het veldbezoek geen waarnemingen (zoals sporen, uitwerpselen en verblijfplaatsen) gedaan die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de egel, otter, woelrat en wolf. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met greppels, overhangende vegetatie en houtwallen. Ook bewoonde gebieden kan als leefgebied van de bunzing fungeren. Hierbij worden onder andere schuurtjes en takkenhopen als dag rustplaats gebruikt. In het plangebied is geen geschikt habitat aangetroffen voor het verblijven van de bunzing. Het is mogelijk dat de bunzing het plangebied gebruikt als foerageergebied. In de omgeving zijn en blijven voldoende alternatieven aanwezig.
Quickscan Ecologie, Jan Asselijn Creil, EC237048/SK rev.01
11