13.1 Landelijk gebied Voorsterweg nabij 28 te Marknesse.pdf
Tekst van het document
Optioneel: Dempen oppervlaktewater De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het ""Besluit bodemkwaliteit (BBK)"" en/of de Waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.
Optioneel: Materialen inrichting watersysteem Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen nietoxydeerbaar zijn.
Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.
Uitgangspunten Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen.
Randvoorwaarden Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. In bestaand gebied wordt ernaar gestreefd om schoon regenwater af te koppelen van het rioolstelsel. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem; schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; Hemelwater van onverhard terrein; Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).
Waar moet ik op letten? Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waterschap kunt u nagaan op onze website of via een vergunningcheck: Vergunningen | Waterschap Zuiderzeeland
27-07-2023 15:52
9
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://geo-zzl.opendata.arcgis.com/ . U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen.
Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale Watertoets? Laat het ons weten per e-mail: watertoets@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl
27-07-2023 15:52
10
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2. Advies geen primaire waterkeringen Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
27-07-2023 15:52
11
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 3. Advies kwelwaterkwaliteit Wat moet ik doen? Als u een nieuw watersysteem wilt aanleggen vragen wij u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl. Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf als deze van toepassing is, na afstemming met het waterschap. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Schoon water Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Vul aan: uitkomst van het overleg met het waterschap
27-07-2023 15:52
12
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 4. Advies watersysteem Wat moet ik doen? Van onderstaande tekst neemt u de relevante delen op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf. In de loop van 2021 wordt dit adviesonderdeel nader uitgewerkt. Over beoogde wijzigingen dient mogelijk eerst overeenstemming te zijn met het waterschap voordat een positief wateradvies gegeven kan worden. Wij vragen u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl
Thema Voldoende Water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.
Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.
Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.
Vul aan: beschrijf de eventueel beoogde wijzigingen in en/of gevolgen voor het bestaande watersysteem, eventueel na afstemming met het waterschap.
27-07-2023 15:52
13
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 5. Advies geen regionale waterkeringen Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid: Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
27-07-2023 15:52
14
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 6. Advies geen overige kering Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
27-07-2023 15:52
15
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 7. Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013.
Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m² in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m² in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. <Vul aan met: • • •
Het plangebied ligt in [keuze: stedelijk/landelijk] gebied. een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding>
27-07-2023 15:52
16
https://dewatertoets.nl
82/269
Bijlage 5
83/269
Wateradvies
DATUM
BE HANDEL D DOOR
13 november 2023
S. Koerselman
DIRECT NUMMER
06 5002 7409
Gemeente Noordoostpolder mevr. E. Tichelaar Postbus 155 8300 AD EMMELOORD
ONDERWERP
wateradvies vooroverleg bestemmingsplan Landelijk gebied, Voorsterweg nabij 28 Marknesse ONS ZAAKNUMMER
WPAD-00948 REGISTRATIENUMMER
WPAD-1269497808-9 BIJLAGEN
UW BR IEF VAN
17 oktober 2023 UW KENMERK
VE RZONDEN
Geachte mevrouw Tichelaar, Op 17 oktober 2023 ontvingen wij uw verzoek om advies in het kader van vooroverleg. U wilt advies over het bestemmingsplan Landelijk gebied, Voorsterweg nabij 28 te Marknesse. In deze brief geven wij ons advies in het kader van de watertoets. Voor het plan geldt de korte procedure Het betreft het realiseren van 3 woningen op een kavel aan de Voorsterweg nabij nummer 28, waarbij de woningen worden ingepast in een landschappelijk kader. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met het voorliggende bestemmingsplan. In het kader van de watertoets is de korte procedure van toepassing. De gewenste ontwikkeling heeft gevolgen voor de waterhuishouding en waterstaatwerken. De beleidsthema’s Voldoende water en Schoon water zijn van toepassing. De waterparagraaf dient de relevante streefbeelden, uitgangspunten en randvoorwaarden te beschrijven, aangevuld met een concrete uitwerking van de gevolgen voor de waterhuishouding. Positief wateradvies na aanpassing De adviseur van de initiatiefnemer heeft informeel vooroverleg gehouden met het waterschap. Onze opmerkingen in dat kader zijn grotendeels naar tevredenheid verwerkt. Wij geven met volgende opmerkingen een nadere toelichting op de nog toe te voegen informatie.
Wij vragen de initiatiefnemer om een aangepaste waterparagraaf aan te leveren via watertoets@zuiderzeeland.nl om vóór het ter inzage gaan van het ontwerp bestemmingsplan tot een positief wateradvies te komen. Voldoende water Toevoegen bij streefbeeld van het onderdeel Goed functionerend watersysteem: “en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.” Toevoegen randvoorwaarden bij het onderdeel Goed functionerend watersysteem: “Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen
ADR ES WA TERSCHAPSHUI S
Postbus 229 – 8200 AE Lelystad Lindelaan 20 – 8224 KT Lelystad www.zuiderzeeland.nl
T (0320) 274 911 watertoets@zuiderzeeland.nl
sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is.” Schoon water Huidige alinea over huishoudelijk afvalwater vervangen door de volgende tekst: “Nabij de planlocatie ligt nog geen gemeentelijke riolering. Benedenstrooms van het plangebied is sprake van kwetsbaar water. De dichtstbijzijnde plek om aan te sluiten op een rioleringsstelsel is ter hoogte van Voorsterweg 27A. Vanuit de gemeente is aan de initiatiefnemer meegegeven dat deze 3 nieuwe woningen aangesloten moeten worden op de gemeentelijke riolering. Daarvoor moet op kosten van de initiatiefnemer de bestaande riolering langs de Voorsterweg worden verlengd met het installeren van een nieuw pompgemaal, ontvangstput en persleiding (en benodigde stroomkabel).” Toelichting: op basis van nieuwe informatie van de gemeente is deze tekstuele wijziging noodzakelijk. Vragen Voor vragen kunt u contact opnemen met mevrouw S. Koerselman. Vermeld hierbij ons zaaknummer: WPAD-00948. Het telefoonnummer is 06 5002 7409 en het e-mailadres is watertoets@zuiderzeeland.nl.
Hoogachtend, het college van Dijkgraaf en Heemraden, namens dit college, de adviseur Ruimtelijke ontwikkelingen Water,
mevrouw S. Koerselman.
ONS KENMERK
WPAD-1269497808-9
2/2
86/269
Bijlage 6
87/269
Verkennend bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek aan de Voorsterweg in Marknesse (nieuwbouw drie woningen)
Rapportnummer: Status: Datum:
230573/JvdM Definitief, versie 1 12 september 2023
Opdrachtgever:
Mevrouw W. Haagsma Voorsterweg 12-1 8316 PT MARKNESSE
Realisatie:
WMR Rinsumageest bv Van Aylvawei 40 9105 KT RINSUMAGEAST T 0511 - 425050 I www.wmr.nl E milieu@wmr.nl
COLOFON Project: Opdrachtgever: Rapportnummer: Auteur: Projectleider: Handtekening:
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse Mevrouw W. Haagsma 230573/JvdM J.J. van der Mei D.T. van der Mei
Datum:
12 september 2023
Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. De activiteiten van WMR Rinsumageest bv zijn gewaarborgd middels de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001 Kwaliteitsmanagementsystemen VCA**: Veiligheids Checklijst Aannemers SC-530: SCA Procescertificaat Asbestverwijdering SVMS-007: Procescertificaat Slopen BRL SIKB 1000: Procescertificaat Monsterneming voor partijkeuringen BRL SIKB 2000: Procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek BRL SIKB 6000: Procescertificaat Milieukundige begeleiding van bodemsaneringen BRL SIKB 7000: Procescertificaat Uitvoering Bodemsaneringen en lidmaatschap van:
Vereniging Van Milieu Adviesbureaus Bouwend Nederland
BRL SIKB 2000
Rapportnummer : 230573/JvdM
Blad : III
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................................1 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................1 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek............................................................................................1 1.3 Kwaliteitswaarborg .....................................................................................................................................1 1.4 Opbouw van het rapport ............................................................................................................................ 1
2
VOORONDERZOEK .....................................................................................................................................................2 2.1 Algemeen ....................................................................................................................................................2 2.2 Algemene locatiegegevens .........................................................................................................................2 2.3 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................................2 2.4 Actuele situatie en historische situatie ......................................................................................................2 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie ................................................................................3 2.6 Voorgaande bodemonderzoeken ...............................................................................................................3 2.7 Conclusie vooronderzoek ........................................................................................................................... 3 2.8 Opstelling onderzoekshypothese ...............................................................................................................3
3
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .........................................................................................................4 3.1 Veldwerkzaamheden .................................................................................................................................. 4 3.2 Laboratoriumonderzoek .............................................................................................................................4
4
TOETSINGSKADER .....................................................................................................................................................6
5
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING.........................................................................................................................7 5.1 Grond ..........................................................................................................................................................7 5.2 Grondwater ................................................................................................................................................7
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ...............................................................................................................................8 6.1 Samenvatting ..............................................................................................................................................8 6.2 Evaluatie .....................................................................................................................................................8 6.3 Conclusie ....................................................................................................................................................8 6.4 Aanbevelingen ............................................................................................................................................8
Bijlagen:
1. Kadastrale kaart 2. Situatietekening 3. Boorprofielen 4. Analysecertificaten 5. Toetsingsresultaten
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
Blad : 1 van 8
In opdracht van mevrouw W. Haagsma is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Voorsterweg in Marknesse. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) en NEN 5740/A1 (Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). 1.2
Aanleiding en doelstelling van het onderzoek Aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van drie woningen. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de voorgenomen nieuwbouwplannen.
1.3
Kwaliteitswaarborg Het veldwerk is uitgevoerd conform de SIKB-protocollen 2001 en 2002. WMR Rinsumageest bv is voor uitvoering van de veldwerkzaamheden bij (water)bodemonderzoek gecertificeerd door het KIWA volgens de BRL SIKB 2000 (certificaatnummer K9198). Het procescertificaat van WMR Rinsumageest bv en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. WMR Rinsumageest bv is op geen enkele wijze gelieerd of gekoppeld aan de opdrachtgever. Ook bestaan er geen eigendomsverhoudingen met betrekking tot het te onderzoeken terrein. Hiermee wordt voldaan aan de onafhankelijkheidseisen uit de BRL 2000. Daarnaast is in het belang van een gewaarborgde functiescheiding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer geen sprake van een directe relatie (opdracht uit eigen organisatie). De analyses zijn uitgevoerd conform AS3000 in het erkende laboratorium van Eurofins Analytico.
1.4
Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • De uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); • Het toetsingskader (hoofdstuk 4); • De analyseresultaten en de toetsing (hoofdstuk 5); • Een samenvatting van het onderzoek, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6). De bijbehorende tekening, boorprofielen en analysecertificaten zijn als bijlage opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM 2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen
Blad : 2 van 8
Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725:2017. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen. 2.2
Algemene locatiegegevens In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen, waarop de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie Kadastrale gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik
2.3
Voorsterweg, Marknesse Gemeente Noordoostpolder, sectie B, nr. 3827 Circa 2 hectare Weiland
Geraadpleegde bronnen Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Opdrachtgever • Provincie Flevoland • Locatie-inspectie (gecombineerd met veldwerk) • Bodemloket • Dinoloket • Topotijdreis • Google Earth/Maps/Streetview • Het Kadaster (www.kadaster.nl)
2.4
Actuele situatie en historische situatie De onderzoekslocatie aan de Voorsterweg bevindt zich in een landelijk gebied ten zuidoosten van Marknesse. De locatie is momenteel in gebruik als weidegebied. In het verleden is de locatie ook als akkerbouwgrond in gebruik geweest. Uit historisch kaartmateriaal (bron:topotijdreis.nl) blijkt dat de locatie niet eerder bebouwd is geweest. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen boven- en/of ondergrondse tanks aanwezig (geweest). Tevens is er geen aanleiding om asbesthoudende materialen op en/of in de bodem te verwachten. PFAS Voor de onderzoekslocatie zijn er geen aanwijzingen voor een verontreiniging met PFAS. PFAS is onder andere water-, vet- en vuilafstotend. Ze zitten in verschillende producten. Bijvoorbeeld in smeermiddelen, voedselverpakkingsmaterialen, blusschuim, anti-aanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Toekomstige situatie Het ligt in de bedoeling om drie woningen op de locatie te realiseren. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2 hectare. Omliggende percelen De omliggende percelen bestaan uit grasland en openbare infrastructuur. Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn geen gegevens bekend omtrent milieuverdachte activiteiten en calamiteiten.
In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM 2.5
Blad : 3 van 8
Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie De regionale bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie is afgeleid uit ondergrondgegevens van het Dinoloket (boring B21B0014). De resultaten tot 10,0 m -mv zijn in tabel 2.2 weergegeven. Tabel 2.2: Bodemopbouw omgeving onderzoekslocatie Diepte (m -mv)
Lithologie (textuur)
Lithostratigrafie
0,0 - 1,0 1,0 - 2,6 2,6 - 5,7 5,7 - 10,0
Zand Klei Zand Zand
Holocene afzetting Formatie van Boxtel Formatie van Boxtel Formatie van Kreftenheye
Uit het grondwaterbeschermingsplan van de provincie Flevoland blijkt dat de locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied ligt. De grondwaterstroming van het freatisch grondwater is niet bekend. De grondwaterstroming wordt in de regel met name bepaald door lokale watergangen en voorkeursstromingen (als gevolg van o.a. vijvers en sloten). 2.6
Voorgaande bodemonderzoeken Van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn geen voorgaande bodemonderzoeken bekend.
2.7
Conclusie vooronderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn er geen aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging. De locatie wordt als onverdacht voor bodemverontreiniging beschouwd.
2.8
Opstelling onderzoekshypothese Conform de NEN 5740/A1 is voor de onderzoekslocatie een onderzoekshypothese met een onderzoeksstrategie opgesteld welke in tabel 2.3 worden weergegeven. Tabel 2.3: Onderzoekslocatie met onderzoeksstrategie (Deel-)locatie Oppervlakte (in ha) Verdacht/onverdacht Onderzoekslocatie Circa 2,0 Onverdacht ONV-GR-NL Grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie
Aard verwachte stoffen -
Onderzoeksstrategie ONV-GR-NL
Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Vooralsnog is er geen aanleiding voor het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in de bodem conform NEN 5707. Bij de uitvoering van het veldwerk dient aandacht te worden besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM 3 3.1
Blad : 4 van 8
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende monsternemer J.R. Duinstra volgens de SIKB-protocollen 2001 en 2002. Hij werd hierbij geassisteerd door veldwerker in opleiding, N. Vijver. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 31 juli 2023. De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor. De grond van de boringen is per bodemlaag bemonsterd met een maximaal bemonsteringstraject van 0,5 meter. De peilbuizen zijn, na voldoende doorpompen, bemonsterd op 1 september 2023 met behulp van een slangenpomp. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden (Deel-)locatie (oppervlakte) Onderzoekslocatie (circa 2 ha)
Veldwerkzaamheden Uitvoering boring met peilbuis boring tot 2,0 m -mv boring tot 0,5 m -mv
Aantal 3 4 17
Codering boring nrs. 1 t/m 3 nrs. 4 t/m 7 nrs. 8 t/m 24
De situering van de onderzoekslocatie en de boringen is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Zintuiglijke waarnemingen Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. De bodemkundige beoordeling van de boringen is weergegeven op de boorprofielen in bijlage 3. Veldmetingen grondwater In tabel 3.2 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3.2: Resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Filterstelling (cm -mv)
Grondwaterstand (cm -mv)
pH (-)
Ec (uS/cm)
Troebelheid (NTU)
1
140-240
70
6,88
1.233
>10
2
110-210
80
6,85
1.003
>10
3
140-240
110
6,88
2.001
>10
De gemeten waarden voor de zuurgraad en geleiding zijn normaal voor de omgeving waarin de onderzoekslocatie zich bevindt. De troebelheid van de grondwatermonsters voldoen niet aan de verwachte natuurlijke waarde (0-10 NTU). Het meten van een verhoogde troebelheid is overigens niet bezwaarlijk maar kan gebruikt worden bij de interpretatie van de analyseresultaten. 3.2 Laboratoriumonderzoek De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn uitgevoerd in het geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico. De samenstelling van de te analyseren monsters heeft plaatsgevonden op basis van de resultaten van het veldonderzoek. De monsters zijn dusdanig geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een zo representatief mogelijk beeld verkregen wordt van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In tabel 3.3 op de volgende pagina is de samenstelling van de (meng)monsters en de analysepakketten weergegeven.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM
Blad : 5 van 8
Tabel 3.3: Samenstelling (meng)monsters en analyses Codering
Deelmonster: boring met monstertraject
Analysepakket
(meng)monster (cm -mv) MMbg1 1, 4, 8, 10, 12, 14, 15, 16 (0-50) NEN 5740 basispakket grond* MMbg2 2 (0-45), 6, 7, 18, 20 t/m 24 (0-50) NEN 5740 basispakket grond MMog1 1 (50-80), 4, 5 (50-100) NEN 5740 basispakket grond MMog2 2 (45-95), 6 (50-100), 7 (50-80) NEN 5740 basispakket grond NEN 5740 basispakket grondwater** Peilbuis 1 (filter: 140-240) Peilbuis 1 NEN 5740 basispakket grondwater Peilbuis 2 (filter: 110-210) Peilbuis 2 NEN 5740 basispakket grondwater Peilbuis 2 (filter: 140-240) Peilbuis 3 * droge stof, zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, PAK-10, PCB, organisch stofgehalte en lutum ** zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, aromatische en chloorhoudende verbindingen, zuurgraad en geleiding
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM 4
Blad : 6 van 8
TOETSINGSKADER De gemeten gehalten aan verontreinigende stoffen in de grond worden beoordeeld op basis van “AW 2000” (TNOrapport 2006-U-R0044/A; maart 2006) en de “Circulaire Bodemsanering 2013” (Staatscourant, nummer 16675, 27 juni 2013). In deze regelgeving zijn normen aangegeven voor het vaststellen van bodemvervuiling aan de hand van achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. Voor het grondwater wordt in plaats van de achtergrondwaarde, de streefwaarde gebruikt als toetsingscriterium. Barium De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. Het beoordelingsniveau van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden, waaraan verontreinigende stoffen worden getoetst, is in onderstaande tabel weergegeven: Tabel 4.1: Interpretatie van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden (Wbb) Beoordelingsniveau verontreinigende stof
Waardering
Toelichting
≤ Achtergrond-/streefwaarde (of detectiegrens)
niet verontreinigd
> Achtergrond-/streefwaarde ≤ Tussenwaarde
licht verhoogd
> Tussenwaarde ≤ Interventiewaarde
matig verhoogd
> Interventiewaarde
sterk verhoogd
De achtergrond-/streefwaarde geeft het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van de bodem aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig hersteld zijn. Naast de streef-/achtergrond- en interventiewaarden worden de gemeten waarden getoetst aan het criterium (A/S+I)/2, de zogenaamde tussenwaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er een vermoeden van een ernstige bodemverontreiniging en wordt nader onderzoek noodzakelijk geacht. De interventiewaarde geeft het niveau aan waarbij verontreinigingen in de bodem zodanig zijn dat er een ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant. Bij gehalten boven de interventiewaarde en een bepaalde hoeveelheid verontreinigde grond/sediment (≥25 m3) of grondwater (≥100 m3), is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Bodemtypecorrectie Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G, onderdeel III van de Regeling Bodemkwaliteit. Besluit Bodemkwaliteit De regels voor de afvoer van grond zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit. De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan de achtergrondwaarden en maximale waarden voor grond en baggerspecie zoals deze zijn opgenomen in de “Regeling bodemkwaliteit” (bijlage B, tabel 1). Opgemerkt dient te worden dat de veldwerkzaamheden en chemische analyses niet conform de AP-04 richtlijnen zijn uitgevoerd. Aan de resultaten van dit onderzoeksrapport kunnen daarom niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die conform Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM 5 5.1
Blad : 7 van 8
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING Grond De analyseresultaten en interpretatie van de grond is weergegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1: Interpretatie analyseresultaten grond Monster Boringnrs. met monstertraject (cm -mv)
Bodemkwaliteitsklasse Bbk*
MMbg1
1, 4, 8, 10, 12, 14, 15, 16 (0-50)
MMbg2
2 (0-45), 6, 7, 18, 20 t/m 24 (0-50)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMog1
1 (50-80), 4, 5 (50-100)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMog2
2 (45-95), 6 (50-100), 7 (50-80)
-
-
-
Altijd toepasbaar
> AW >T >I *
5.2
Mate van verontreiniging Wbb >T >I -
> AW -
Altijd toepasbaar
: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde : indicatieve toetsing bij toepassing op landbodem
Grondwater De analyseresultaten en interpretatie van het grondwater is weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.2: Interpretatie analyseresultaten grondwater Peilbuis Filtertraject (cm -mv) >S
Mate van verontreiniging Wbb >T
>I
1
140 - 240
Koper, nikkel
-
-
2
110 - 210
Molybdeen, nikkel
-
-
3
140 - 240
Molybdeen, nikkel
-
-
>S >T >I
: geen overschrijding : overschrijding van de streefwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 230573/JvdM 6 6.1
Blad : 8 van 8
SAMENVATTING EN CONCLUSIE Samenvatting In opdracht van mevrouw W. Haagsma is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Voorsterweg in Marknesse. Aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van drie woningen. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de voorgenomen plannen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie (oppervlakte circa 2 hectare) zijn 24 boringen verricht. Boring 1, 2 en 3 zijn afgewerkt met een peilbuis. Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en/of asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Van zowel de boven- als ondergrond zijn twee mengmonsters samengesteld. Van het grondwater zijn separaat monsters genomen. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het basispakket van de NEN 5740. De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: - in de mengmonsters van de grond zijn geen verhoogde gehalten gemeten; - in het grondwater (peilbuis 1) zijn voor koper en nikkel licht verhoogde concentraties gemeten; - in het grondwater (peilbuis 2 en 3) zijn voor molybdeen en nikkel licht verhoogde concentraties gemeten.
6.2
Evaluatie Hieronder volgt een beknopte bespreking van de geconstateerde verontreinigingen. Verhoogde concentraties in het grondwater Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentraties aan molybdeen, koper en nikkel hebben vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentraties zijn daarnaast dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is.
6.3
Conclusie Op basis van de gemeten concentraties in het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, formeel gezien niet juist. De concentraties zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen plannen.
6.4
Aanbevelingen Afvoer van grond Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen van het Besluit Bodemkwaliteit. Alle mengmonsters van de grond worden beoordeeld als klasse Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar). Opgemerkt moet worden dat dit een indicatieve toetsing betreft en dat de veldwerkzaamheden en chemische analyses niet conform de eisen van het besluit Bodemkwaliteit zijn uitgevoerd. Aan de resultaten van dit onderzoeksrapport kunnen daarom niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die conform Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd. Opmerking betrouwbaarheid onderzoek Benadrukt moet worden dat het onderzoek een verkennend karakter heeft en de mogelijkheid bestaat dat lokale afwijkingen in bodemsamenstelling en/of bodemkwaliteit binnen de onderzoekslocatie aanwezig kunnen zijn. Tijdens de uitvoering van grondwerkzaamheden dient men hier alert op te zijn.
Verkennend bodemonderzoek Voorsterweg, Marknesse
WMR Rinsumageest bv
BIJLAGE 1 (VAN 5) - Kadastrale kaart
Kadastrale kaart
Uw referentie: WMR
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Noordoostpolder B 3827
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 30 augustus 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.