CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

13.1 Landelijk gebied Voorsterweg nabij 28 te Marknesse.pdf

Gemeenteraad 16 december 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 13: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Voorsterweg nabij 28 te Marknesse22.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting.

32/269

Voor het groepsrisico is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het groepsrisico onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau. Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het plangebied. Ook ligt het plangebied niet in het invloedsgebied van risicobronnen die op grotere afstand liggen. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied lopen geen hoofd kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het plangebied.

4.12 Verkeer en parkeren Een ruimtelijke ontwikkeling mag niet leiden tot knelpunten, verkeersonveilige situaties of een gebrek aan parkeerruimte. Voor de verkeersbewegingen en parkeerplaatsen worden de CROW-kencijfers gehanteerd. Verkeersafwikkeling De ontwikkeling mag niet leiden tot knelpunten of tot onveilige situaties in de verkeersafwikkeling. Het plangebied is direct ontsloten op de Voorsterweg. Deze heeft ruim voldoende capaciteit voor het toekomstig gebruik. De verkeerssituatie ter plaatse is overzichtelijk. Er is namelijk sprake van een rechte 60 km-weg. Vanuit de inrit is zowel in oostelijke- als westelijke richting voldoende zicht op de weg. Parkeren Op het terrein is voldoende ruimte om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Volgens het gemeente parkeerbeleid wordt bij het opstellen van bestemmingsplannen in de regels verankerd dat voldaan moet worden aan de parkeernormen van de gemeente. In dit bestemmingsplan is dit geregeld in artikel 7. De gemeentelijke Nota Parkeernormen Noordoostpolder vormt daarbij het toetsingskader. Op deze manier is gewaarborgd dat er in de toekomst geen parkeerknelpunten ontstaan. Voor de woningen moet in het plangebied acht parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Uitgangspunt is parkeren op eigen erf. Voor vrijstaande woningen geldt een norm van 2,4.

Deze parkeernorm geldt voor het plangebied, omdat hier sprake is van 'buitengebied'. Op het terrein is voldoende ruimte om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

33/269

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Groen – Bossingel Om de erfbeplanting op het perceel te beschermen is de bestemming 'Groen – Erfsingel' op deze gronden van toepassing. Het betreft een zone van 15 meter vanuit de erfgrens. Deze strook is bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van de bossingel. Binnen deze strook is bebouwing niet toegestaan. Tot slot behoort dit gebied nadrukkelijk niet tot het achtererfgebied. Het is derhalve niet toegestaan om hier vergunningvrij te bouwen. Wonen - boskamer Het nieuwe woonperceel krijgt de bestemming 'Wonen - boskamer'. Woningen dienen ter plaatse van het bouwvlak gebouwd te worden. Per woning is 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Dit is inclusief de bestaande bebouwing. Deze oppervlakte telt mee in de toegestane 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken. Per bouwvlak is één woning toegestaan. Voor de woningen geldt een goot- en bouwhoogte van respectievelijk maximaal 6 - en 10 meter. Verder geldt een dakhelling van minimaal 30 graden en maximaal 60 graden en daarnaast mogen de woningen uitgevoerd worden met een lessenaarsdak. Daarnaast wordt middels een voorwaardelijke verplichting de uitvoering en het in stand houden van de landschappelijke inpassing gewaarborgd.

34/269

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg naar de overlegpartners gestuurd. Het voorontwerpbestemmingsplan is niet ter inzage gelegd. In het kader van het vooroverleg heeft de provincie en waterschap gereageerd. De reactie van het waterschap is als bijlage 5 toegevoegd en verwerkt in paragraaf 4.4. De provincie geeft in haar vooroverlegreactie aan dat het plan in strijd is met het provinciaal beleid. De overkoepelende thema's zijn verstedelijking en bundelingsbeleid. Het standpunt van de gemeente is dat het plan past in haar beleid (gebiedsvisie Waterloopbos eo). Verder geeft het geen extra verstedelijking, omdat er planologisch verstedelijking mogelijk is. Daarnaast is er al een cluster van bebouwing aanwezig, waar deze ontwikkeling op aansluit. Het ontwerpbestemmingsplan heeft verder voor zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon een ieder zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Hier is door de provincie gebruik van gemaakt. Verder zijn er geen zienswijzen ingediend. De zienswijze is door de gemeente samengevat en beantwoord in een zienswijzenota (zie bijlage 10). De zienswijze heeft niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan geleid. Het bestemmingsplan is vervolgens vastgesteld. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wro van belang voor de economische uitvoerbaarheid. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen. Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan. Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. Aangenomen wordt dat deze over de financiële middelen beschikt om het plan uit te kunnen voeren en alle kosten voor de uitvoering voor rekening neemt. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Wanneer sprake is van bepaalde bouwplannen, moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Voor vaststelling van het planologisch besluit moet duidelijk zijn op welke wijze potentiële kosten zullen worden verhaald. Voor dit

35/269

project is op grond van de grondexploitatieregeling sprake van een bouwplan. Met de gemeente worden afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst.

36/269

Bijlagen bij de toelichting

37/269

38/269

Bijlage 1

39/269

Beeldkwaliteitsplan

Beeldkwaliteitsparagraaf, Voorsterweg Locatie De projectlocatie grenst aan het voormalig Waterloopkundig Laboratorium en bijbehorend bos, met het bijzondere watersysteem en deels nog herkenbare schaalmodellen van waterwerken, is dit bepalend voor de identiteit van het gebied. In het Waterloopbos liggen verschillende kansen om de cultuurhistorische betekenis van het bos te versterken en om deze bezoekersstroom in goede banen te leiden. Direct naast de voorliggende planlocatie is gelegen het voormalig gebouw van het Dyntes Tech Park wat fungeerde als het hoofdkantoor van het Waterloopkundig Laboratorium. Het gebouw is inmiddels her bestemd als hotel en is dan ook behouden gebleven als herinnering aan het voormalige lab. Het hotel wordt in de “Gebiedsvisie Waterloopbos en omgeving” als een belangrijke schakel gezien tussen het Waterloopbos en het MITC-gebied. Aanleiding In verband met deze nieuwe ontwikkelingen in huidige bestemmingsplan gebied, is de wens in de gebiedsvisie uitgesproken om de bestemming van de voorliggende ontwikkelingslocatie ‘hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkeldoeleinden’ te laten vervallen. In dit kader kunnen er enkele woningen worden ontwikkeld als compensatie. Deze nieuwe plannen betreffen een concrete uitvoering van de onlangs vastgestelde gebiedsvisie Waterloopbos.

Context Boswonen Deze betreffende locatie kan sterker omzoomd worden met bos (als een boskamer) waarbij het de landschappelijke inbedding belangrijk is evenals de beeldkwaliteit van het geheel.

Kaartsnede met duiding betreffende ontwikkeling met ten oosten het hotel in voormalig hoofdkantoor.

Voor de herontwikkeling en de invulling van de drie wooneenheden is het idee vanuit de initiatiefnemer tot ‘boswonen’ geïntroduceerd. De projectlocatie is omzoomd door een bossingel dat met zijn onder-beplanting verdere uitzichten afsnijdt en de percelen het groene karakter en beleving van "boswonen” geeft. Dit fungeert als de basis waarbinnen er met veel vrijheid individuele woningen kunnen worden ontwikkeld.

Kaartsnede met duiding betreffende locatie voor Boswonen met groene omzoming.

Juridisch kader Het Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Voorsterweg nabij 28 te Marknesse' voorziet in de planvorming om op dit perceel een drietal vrijstaande woningen te realiseren, waarbij de woningen worden ingepast in een landschappelijk kader (de groene omzoming). De toekomstige omgevingsvergunning-aanvragen onder de Omgevingswet dienen als bouwplan te worden getoetst aan een vastgesteld welstandskader. Om deze woningen in dit gebied op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen is dit beeldkwaliteitsplan opgesteld wat door de gemeenteraad is vastgesteld als toevoeging op de Beleidsregel uiterlijk bouwwerken. Naast het bestemmingsplan, speelt het beeldkwaliteitskader zoals omschreven in dit document een belangrijke rol bij de welstandstoetsing in het kader van de gewenste uitstraling, het materiaalgebruik en de onderlinge samenhang. Voor het gebied is een juridisch bindend bestemmingsplan opgesteld. In het bestemmingsplan worden onder andere de maatvoering en kwantitatieve elementen uit het stedenbouwkundig plan vastgelegd. Om discussie te voorkomen wordt in dit beeldkwaliteitsplan daarom geen uitspraak gedaan over maatvoering. Als er toch discussies optreden tussen beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan is het bestemmingsplan met de bijbehorende regels en verbeelding leidend.

Ambitie Met het voorliggende beeldkwaliteitsplan wordt een inspiratiekader geschetst dat de landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van het boswonen weergeeft. De ambitie is het plan zo veel als mogelijk ruimtelijke ontwerpvrijheid mee te geven en zo breed mogelijk op te zetten met als enig doel een samenhangend geheel te ontwikkelen. De drie woningen moete bij elkaar aansluiten vinden in; vorm, materialisering en kleurstelling.

Beeldkwaliteitscriteria De groene omzoming met zijn gebiedseigen struik- en boomlaag is de drager van deze inpassing. De drie woningen zijn in dit bos te gast en staan daarom vrij van elkaar op grote kavels. Ze zorgen met hun eigentijdse uitstraling en natuurlijke materialisatie voor een hoogwaardig en groen woonmilieu. Waarbij de ambitie is dat er zo veel mogelijk door de particulier grondeigenaren ingezet zal worden op een klimaat adaptieve en natuur inclusieve inrichting van de percelen en de niet openbare ruimte (toegangsweg).

Kaartsnede met duidingen van de zoekgebieden, kijkvenster en verkeersaders, Boswonen met groene omzoming.

Gemeenschappelijk niet openbaar gebied / erfafscheidingen privé percelen De ambitie is om in het plan zoveel mogelijk aan te sluiten op de karakteristieke eigenschappen van het bosmilieu. De woning en de tuin lopen op een natuurlijke wijze over in de groene omzoming. De verharding wordt bij voorkeur beperkt tot de noodzakelijke ruimte: als bijvoorbeeld de inrit, parkeerplaats, het terras en paden. • • • •

Minimaliseren van verharding heeft de voorkeur, paden zijn bij voorkeur uitgevoerd in halfverharding. Asfalt is niet toegestaan Gebiedseigen plantensoorten: zoals de veldesdoorn, de zomer- of wintereik, een hazelaar, gewone vlier of sleedoorn Waterberging en infiltratie vinden volledig plaats op eigen terrein Eenvoudige in keperverband gelegde klinkerweg van 5 meter breed, gebakken klinkers of dikformaat stenen in donker bruine of donkerrode tinten. Afgezoomd met smalle opsluitband.

Dichte (harde) erfafscheidingen komen van nature niet voor in het bosmilieu. Hoogstens is er sprake van grensaanduiding in de vorm van een transparant hekwerk of in de vorm van randbeplanting. Het toepassen van traditionele erfafscheidingen in het nieuwe woongebied in de vorm van dichte wanden van hout en/of steen doet afbreuk aan de kwaliteit van het bosmilieu. Het toepassen van dergelijke erfafscheidingen wordt dan ook niet geadviseerd.

Insipratiebeeld voor de groende inkleding van percelen, met voetpaden, erfafscheidingen.

Indien er toch behoefte bestaat om op de perceelsgrenzen een erfafscheiding aan te brengen geldt de volgende ambitie • • •

De erfafscheiding bestaat uitsluitend uit beplanting waarvan de soortkeus is afgestemd op de natuurlijke beplanting van het bosmilieu of; Er wordt een zorgvuldig vormgegeven transparant erfafscheiding toegepast bestaande uit een zwart of donkergroen hekwerk in combinatie met beplanting Transparant spijlen hekwerk van maximaal 2 meter hoog, uitgevoerd in zwarte of donker - groene kleur.

Insipratiebeeld voor de groende erfafscheidingen tussen de verkeersader over percelen onderling.

Parkeren Het parkeren vindt plaats uitsluitend op de eigen privé kavels. Voor deze kavels geldt dat ze worden ontsloten door collectieve ontsluitingsweg met relatief weinig verharding en veel ruimte voor bomen, struiken en grassen.

De bebouwing Oriëntatie en plaatsing De woningen zijn allemaal georiënteerd op of naar de centraal gelegen ontsluitingsweg. Door de verspreid liggende bouwvlakken varieert de afstand van de voorgevelrooilijn tot de voorste kavelgrens per kavel. Hierdoor ontstaat een gevarieerd beeld, passend bij het boswonen. Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdbouwmassa. Zij zijn onderdeel van het bouwwerk of staan los achter de voorgevelrooilijn. De positie van de toegang tot de woningen kunnen verschillen ten opzichte van elkaar, afhankelijk van de ondergrond en de onderlinge privacy. Veelvormigheid Iedere woning is uniek ingepast op zijn plek. Dit komt tot uiting door vrijheid te geven in de keuze van een kap dan wel een plat dak toe te passen. De kapvorm en de nokrichting wordt hierin vrijgelaten. Voor woningen met een plat dak is de wens de tweede laag inventief op de eerste laag te plaatsen. Dit kan bijvoorbeeld door deze anders te positioneren of (gedeeltelijke) overstek waardoor iedere verdieping als een losse laag zichtbaar is. Architectuur en materiaalgebruik Om tussen de individuele woningen een architectonische samenhang te bereiken, is het gewenst dat bij het ontwerp van de woning gestreefd wordt naar moderne eigentijdse architectuur.

Voor de vormgeving en het materiaalgebruik van de woningen wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht op het bosmilieu, door middel van het gebruik van natuurlijke materialen zoals hout en steen. Zorgvuldig afgestemd op de architectuur en passend bij moderne en eigentijdse uitstraling kunnen moderne materialen zoals stucwerk, glas en roestvrij staal bijdragen aan de interactie binnen de boskamer. Qua duurzaamheid en het woongenot is het toepassen van grote glasvlakken een pré. Dakoverstekken, brede raampartijen, het doorlopen van binnenmuren naar buiten: al deze elementen zorgen ervoor dat het gebouw reageert met zijn omgeving. Inventiviteit speelt een belangrijke rol in de vormgeving van de woning en de toe te passen materialen. Voor meer inspiratie en als verbeelding van de gewenste architectuur wordt hiervoor verwezen naar de ‘referentiebeelden’ Algemene toetingscriteria • •

De uitstraling is hedendaags modern en moet globaal passen binnen de referentiebeelden van het Beeldkwaliteitsplan. Met aandacht voor eerlijke en natuurlijke materialen. Bijbehorende bouwwerken (ook vrijstaande bijgebouwen) zijn in architectuur, materiaalgebruik en detaillering grotendeels overeenkomstig aan de hoofdmassa.

Dakvorm De kap van een woning met hellend dak zal zijn voorzien van een donkere kleurstelling. Eventuele dakkapellen moeten worden afgestemd op de architectuur van de woningen evenals de integreren PV-panelen. De woningen met een plat dak genieten bij voorkeur een Sedem dakbedekking of een natuur-dak.

REFERENTIEBEELDEN

Materialisering – en kleurgebruik • •

Kleurstelling wordt gedomineerd door ingetogen natuurlijke aardetinten en materialen passend bij het bosmilieu: naturel, bruin, grijs en zwart of anderszins passend binnen een natuurlijk palet. Sterke contrasten zijn niet toegestaan. Panelen van geperst steenwol en / of cementgebonden panelen zijn toegestaan. Kleurstelling ingetogen afgestemd bij het bosmilieu, donkere tinten in combinatie met wit, bruin tot oker.

Gevelmaterialen: • Materialen die zijn toegestaan in de gevels zijn: metselwerk, hout, stucwerk, zink, beton en natuursteen. Delen mogen ook gekeimd worden. • Hout: materiaaleigen kleuren (onbewerkt), transparant gelakt, zwart of vergrijsd. • Ondergeschikte bouwdelen: glas, zink, staal, hout. Dakbedekking: • Materialen die zijn toegestaan als dakbedekking zijn: hout, lei, gebakken dakpan, stalen felsplaat, sedum-/ grasdak of riet zijn toegestaan • materiaaleigen kleuren (riet, zink, hout, sedum) of anders grijs, zwart, engobe of mat verglaasd (glanzende materialen zijn niet toegestaan). • Kleur dakbedekking is afgestemd op de kleur van de zonnepanelen of andersom. Het kleurgebruik is zodanig dat het dakvlak als een geheel wordt ervaren. Ramen en kozijnen: • Hout: materiaaleigen kleur, naturel, zwart, antraciet, grijs, donkergroen of donkerblauw • Aluminium / kunststof: zwart, antraciet, grijs. • Felle, contrasterende en fluorescerende kleuren zijn niet toegestaan. Zonnepanelen: • Zonnepanelen zijn zodanig gepositioneerd dat ze integraal onderdeel zijn van de architectuur. Moeten zodanig kunnen worden gelegd dat er zonder uitzondering een aaneengesloten vlak kan worden gelegd. De plaats van dak-doorvoeren, dakramen en dakkapellen is hierop aangepast.

Bijlage 2

47/269

Inrichtingsplan

r lde : tie ostpo a u Sit rdo .... ale oo eg str nte: N a rw d ee e t a s K m : e tie Voor Situatie: c eel: N N GSeKadastrale Gemeente: Noordoostpolder erc PSectie: Perceel: Voorsterweg ....

Voorsterweg

A ND E G LE LEGENDA

min. 15 mtr

0 0

min. 15 mtr

10

20

30

40

50 m

Beplantingsplan De singels bestaan uit een struik- en een boomlaag. De mix aan soorten is vastgelegd in onderstaande lijst.

8 mtr

kadastrale perceelsgrenzen min.15 mtr

De singel dient minimaal 15 m¹ breed te zijn, gemeten van hart boom/struik tot hart boom/struik

zoekgebied bouwvlak voor nieuwe bebouwing

P.

P.

10 mtr

contour duiding mogelijke bebouwing P.

onderhoudspad sloot

P.

P.

kijkvenster max. 30 mtr. breed

voorgevel

ruimte voor creëren kijkvensters

P.

¹ 0m x2 35 ied eb kg e zo

De onderlinge afstand van de rijen is max. 150 cm. De onderlinge afstand in de rijen is max. 150 cm. Per 2,25 m² wordt tenminste één boom/struik geplant.

Singel aanplanten en in stand houden conform erinrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan.

min. 4 mtr

indicatieve weergave parkeerplaats (locatie i.h.w. def. bepalen, aƢ. van ontwerp woning)

vrije zone t.b.v. onderhoud sloot

P.

sloot

Bomen: Carpinus betullus Tilia cordata Quercus robur Acer campestre Alnus glutinosa Acer pseudoplatanus

Haagbeuk Winterlinde Eik Veldesdoorn Els Gewone esdoorn

Percentage hoogte 5% 60-100 cm. 10 % 80-100 cm. 10 % 80-120 cm. 5% 60-100 cm. 10 % 80-100 cm. 10 % 80-100 cm.

Struiken: Prunus padus Euonymus eurooaea Rosa canina Viburnum opulus Rhamnus cartharticus Cornus sanguinea Cornus mas Ligustrum vulgare Corylus avellana

Vogelkers Kardinaalmuts Hondsroos Gelderse roos Wegedoorn Rode kornoelje Gele kornoelje Gewone liguster Hazelaar

5% 5% 5% 10% 5% 5% 5% 5% 5%

0B P0 NO

ied eb kg zoe

00 00 7G 82 03

x 42

m¹ 20

kijkvenster max. 30 mtr. breed

voorgevel

10 mtr

50-80 cm. 50-80 cm. 60-100 cm. 50-80 cm. 50-80 cm. 60-100 cm. 50-80 cm. 50-80 cm. 60-100 cm.

bovengenoemde stuiken kunt u het beste in groepen planten van 5 tot 7 stuks van dezelfde soort t.p.v. kijkvensters mag de onderbegroeiing (struiken) laag worden gehouden en hoeft niet aansluitend te zijn aan de bovenbegroeiing (bomen)

voorgevel

x 40 ied eb kg zoe

m¹ 30

min. 4 mtr

min.15 mtr

min.15 mtr

min. 4 mtr

onderhoudspad sloot

Project: 3 Woningen Voorsterweg te Marknesse

ALLE MAATVOERING IN HET WERK CONTROLEREN De op deze tekening aangegeven aangrenzende percelen en bebouwing, of de inrich v P v Z } v a P ] o ] v v `o } o ] i l Z ]v } + Kok B.V. het is gebaseerd op (open)-GBKN / BGT data van externe par i v} ( v , < . Hier zijn dan ook geen rechten aan te ontlenen, deze tekening is uitsluitend bedoeld ter aanduiding van de betre + v l o v o ] } u ] vv Z P } P P . Gebruiksvoorwaarden P Het Kadaster: Deze kaart gee L o Z e v ] v ] v o ] P P ] vv P l a oP v v u } P vP vu v` } v} v o v v l a ol . Voor stedelijk gebied geldt een rela ] ] v } uv20 cm en voor landelijk gebied een rela ] ] v } uv40 cm. Dit geldt voor scherp iden . v .v Voor niet scherp iden . v vu } e v ( ` ] i `l ]} v P v u u ] o] v `l ](hoe P Z precies ] kan het punt worden bepaald bijvoorbeeld "kant sloot" of "heg").

Wijzigingen:

Werknummer:

A-23-066 S-01

Schaal:

Status:

Tekenaar:

Datum:

A | 19-10-2023

1:1000

VOORLOPIG DEF.

M. Kok

17-10-2023

B | 20-11-2023

Tekeningnr:

Boes + Kok BV neemt enkel construc P P }v v }v v/ of bestaande tekeningen. Boes + Kok BV is niet aansprakelijk of verantwoordelijk voor deze gegevens of waarden. Op al onze werkzaamheden zijn van toepassing de DNR-2011

P.

P.

onderhoudspad sloot

P.

kijkvenster max. 30 mtr. breed

min. 15 mtr

Bijlage 3

49/269

Geluidsonderzoek

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

21 november 2023 20230476/114517/RK Rients Koster ---

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG

20230476 Marknesse - Voorsterweg - woningbouw Wiepke Haagsma ---

AKOESTISCH ONDERZOEK VOORSTERWEG MARKNESSE INLEIDING Ten westen van het perceel Voorsterweg 28 te Marknesse (gemeente Noordoostpolder) bevindt zich een onbebouwd perceel. Voorheen waren hier plannen voor gebouwen ten behoeve van hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden. Deze plannen zijn echter nooit tot uitvoering gekomen. Het plan is om op dit perceel nu een drietal vrijstaande woningen te realiseren, waarbij de woningen worden ingepast in een landschappelijk kader. De nieuwe plannen betreffen een concrete uitvoering van de onlangs vastgestelde gebiedsvisie Waterloopbos. Op basis van de geldende beheersverordening zijn hier gebouwen, inclusief ten hoogste drie bedrijfswoningen, ten behoeve van hoogwaardige onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden toegestaan. Met een binnenplanse afwijking zijn maximaal 8 bedrijfswoningen toegestaan. De bouw van drie reguliere woningen is niet toegestaan. De gemeente wil in principe medewerking verlenen aan het initiatief. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch toch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. De nieuw te bestemmen woonkavel ligt binnen de wettelijke (Wet geluidhinder) geluidzone van de Voorsterweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidcontouren van deze weg te bepalen.

Het bepalen van de geluidscontouren zal worden uitgevoerd op basis van de Standaard Rekenmethode II (SRM II) conform het Reken- en Meetvoorschrift 2012.

SITUATIE/PLANBESCHRIJVING In figuur 1 is een overzicht gegeven van de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan. Figuur 1:

2/6

verbeeldingskaart nieuw bestemmingsplan Voorsterweg

TOETSINGSKADER WET GELUIDHINDER Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1:

schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

-

stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek:  4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt;  3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt;  2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.

Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan.

3/6

De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor toetsing van het geluid vanwege de Voorsterweg wordt voor het plangebied uitgegaan van een buitenstedelijke situatie; de maximale grenswaarde bedraagt Lden = 53 dB. 30 km-wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd.

De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.

UITGANGSPUNTEN EN CONTOURBEREKENINGEN Uitgangspunten Voorsterweg Voor wat betreft de verkeersgegevens van de Voorsterweg is aangesloten bij het akoestisch onderzoek dat is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan “Landelijk gebied, Repelweg te Marknesse (MITC)”, vastgesteld op 7 oktober 2022. Het betreft het akoestisch onderzoek “MITC Marknesse Akoestisch onderzoek t.b.v. bestemmingsplan en m.e.r.-procedure”, versie 004, d.d. 1 mei 2023. Dit bestemmingsplan heeft een effect op de Voorsterweg. Van dit onderzoek zijn gegevens overgenomen voor de situatie 2033, inclusief de ontwikkeling met het MITC. Voor 2033 is men tevens uitgegaan van de situatie dat er sprake is van een verlaging van de rijsnelheid van 80 km/uur naar 60 km/uur. In voorliggend onderzoek is nog uitgegaan van 80 km/uur en een standaard asfaltverharding. De etmaalintensiteit voor 2033/MITC bedraagt 1.722 mvt/etmaal. De voertuig- en etmaalverdelingen zijn overgenomen van bovengenoemd onderzoek. Contourberekeningen Het akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). De overdrachtsmodellen zijn opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie V2023.1 rev 2 van dgmr-software. In bijlage 1 is een overzicht gegeven van de ingevoerde weg.

Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving van de plangebieden. De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde bodemgebieden is uitgegaan van een 50% absorberende bodem (Bf = 0,5). Voor het plangebied is een raster van rekenpunten ingevoerd (grid) met waarneemhoogten ho = +4,5 m als maatgevende beoordelingshoogte (eerste verdieping).

4/6

Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren. Geluidcontour Voorsterweg In figuur 2 is een overzicht gegeven van de berekende Lden 48/53 dB geluidcontouren vanwege de Voorsterweg. Omdat er sprake is van een weg met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger, is de aftrek op basis van artikel 110g Wgh afhankelijk van de berekende geluidbelasting (zie voorgaand). In figuur 2 is uitgegaan van de generieke aftrek van 2 dB voor de Voorsterweg. Figuur 2:

5/6

overzicht van de berekende Lden = 48/53 dB geluidcontour vanwege de Voorsterweg op een waarneemhoogte ho = +4,5 m (inclusief 2 dB aftrek o.b.v. artikel 110g Wgh)

BESPREKING VAN DE RESULTATEN Uit figuur 2 blijkt dat de contour van de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB voor een deel over het plangebied ligt. De berekende Lden = 53 dB contour buiten het gebied waar wonen mogelijk wordt gemaakt. Een en ander betekent dat om in het plangebied een nieuwe woning te realiseren dit in het kader van de Wet geluidhinder mogelijk is met een hogere waarde van ten hoogste Lden = 53 dB (maximale ontheffingswaarde) in het gebied tussen de Lden = 48 dB geluidcontour en de Lden = 53 dB geluidcontour. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Omdat het slechts één woning betreft, zijn bronmaatregelen financieel niet haalbaar (geluidreducerend asfalt). Geluidschermen zijn stedenbouwkundig niet gewenst. Voor de woning waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld, dient op grond van het Bouwbesluit 2012 de karakteristieke geluidwering te voldoen aan GA;k = 55 -33 = 22 dB(A), gebaseerd op de geluidbelasting ex aftrek art. 110g Wgh.

Dit is slechts 2 dB hoger dan de minimale eis van 20 dB(A) en vanwege gasloos en energieneutraal bouwen, kan worden gesteld dat hier zondermeer aan wordt voldaan.

6/6

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

Naam 1

Omschr. Voorsterweg

X-1 190090,00

Y-1 521788,83

X-n 191649,36

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

Y-n 520894,56

H-1 0,00

H-n 0,00

M-1 0,00

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

M-n 0,00

ISO_H 0,00

Min.RH 0,00

Max.RH 0,00

Min.AH 0,00

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

Max.AH 0,00

ISO M. 0,00

Hdef. Relatief

Vormpunten 2

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

Lengte 1797,59

Lengte3D 1797,59

Hbron 0,75

Helling 0

Wegdek W0

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

Wegdek Referentiewegdek

V(MR(D)) --

V(MR(A)) --

V(MR(N)) --

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

V(MR(P4)) --

V(LV(D)) 80

V(LV(A)) 80

V(LV(N)) 80

V(LV(P4)) --

V(MV(D)) 80

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

V(MV(A)) 80

V(MV(N)) 80

V(MV(P4)) --

V(ZV(D)) 80

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

V(ZV(A)) 80

V(ZV(N)) 80

V(ZV(P4)) --

30 km/uur False

Totaal aantal 1722,00

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

%Int(D) 7,44

%Int(A) 0,89

%Int(N) 0,89

%Int(P4) --

%MR(D) --

%MR(A) --

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

%MR(N) --

%MR(P4) --

%LV(D) 91,20

%LV(A) 89,79

%LV(N) 90,80

%LV(P4) --

%MV(D) 5,62

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

%MV(A) 7,67

%MV(N) 6,39

%MV(P4) --

%ZV(D) 3,18

%ZV(A) 2,54

%ZV(N) 2,80

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

%ZV(P4) --

MR(D) --

MR(A) --

MR(N) --

MR(P4) --

LV(D) 116,84

LV(A) 13,76

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

LV(N) 13,92

LV(P4) --

MV(D) 7,20

MV(A) 1,18

MV(N) 0,98

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

MV(P4) --

ZV(D) 4,07

ZV(A) 0,39

ZV(N) 0,43

ZV(P4) --

Cpl False

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

Cpl_W 1,5

LE (D) Totaal 105,93

LE (A) Totaal 96,71

LE (N) Totaal 96,69

5-10-2023 11:11:35

Voorsterweg Marknesse Model: Groep:

Bijlage 1: ingevoerde wegen

eerste model Voorsterweg Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Groep Voorsterweg

LE (P4) Totaal --

Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

5-10-2023 11:11:35

Bijlage 4

65/269

Watertoets

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. korte procedure 2. Advies geen primaire waterkeringen 3. Advies kwelwaterkwaliteit 4. Advies watersysteem 5. Advies geen regionale waterkeringen 6. Advies geen overige kering 7. Advies wateroverlast toename verharding zonder compensatie

Op basis van onderstaande locatie

27-07-2023 15:52

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

nee

Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)?

nee

Primaire waterkering kernzone

nee

Primaire waterkering binnenbeschermingszone

nee

Primaire waterkering tussenbeschermingszone

nee

Primaire waterkering buitenbeschermingszone

nee

Buitendijksgebied kernzone

nee

Buitendijksgebied dubbelregime

nee

Buitendijksgebied beschermd

nee

Kernzone overige kering

nee

Beschermingszone overige kering

nee

Aandachtsgebieden wateroverlast en onvoldoende drooglegging 2050

nee

Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe?

nee

Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe?

ja

Betreft het een nieuw verhard oppervlak in landelijk gebied groter dan 2500 m² of in stedelijk gebied groter dan 750m²?

nee

Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of een weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag?

nee

Wordt er nieuw open water aangelegd? (bijv. ter compensatie toename verharding)

nee

Kwelkwaliteit slecht

ja

Worden kunstwerken zoals bijvoorbeeld duikers of bruggen aangelegd?

nee

Is er binnen het plangebied sprake van de toelating, aanwezigheid of aanleg van drijvende woningen/ woonboten?

nee

Worden in het plan maatregelen getroffen waardoor het nee waterpeil verandert met 10 cm of meer? Wordt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd?

nee

Rijkswater

nee

27-07-2023 15:52

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. korte procedure Wat moet ik doen?

27-07-2023 15:52

3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets U neemt een waterparagraaf op in uw ruimtelijke plan. Zo onderbouwt u een goede ruimtelijke ordening voor het omgevingsaspect water. Onderstaande concept-waterparagraaf kunt u gebruiken als basis. De tekst vult u waar nodig aan met een concrete uitwerking voor de ontwikkeling. De voor de ontwikkeling niet-relevante onderdelen (aangeduid met ‘optioneel’) laat u weg. De relevante wateraspecten, zoals waterkeringen en oppervlaktewater, neemt u ook op in de verbeelding en/of in de regels van het ruimtelijk plan. Gebruik de knop """"DIRECT AANVRAGEN"""" om Waterschap Zuiderzeeland op de hoogte te stellen van uw plannen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. Als u een wateradvies wilt ontvangen stuurt u uw uitgewerkte conceptwaterparagraaf mee met de aanvraag of via watertoets@zuiderzeeland.nl.

Concept waterparagraaf korte procedure - versie: alle vragen beantwoord met 'nee' Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan.

De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is vroegtijdige actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig.

De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Na het streefbeeld vindt u het uitgangspunt: het vertrekpunt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt vervolgens een overzicht van de gerelateerde randvoorwaarden.

Thema Waterveiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Thema Voldoende water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.

Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.

Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m² in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m² in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. • • •

Het plangebied ligt in [keuze: stedelijk/landelijk] gebied. een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding>

27-07-2023 15:52

4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste gronden oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water.

De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren.

Optioneel: Nabij watergang Het plangebied bevindt zich binnen tien meter afstand van een bestaande watergang. De watergang wordt ten minste aan één zijde voorzien van een obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed en 4 meter hoog. Bij een waterbreedte vanaf 12 meter geldt dit aan weerszijden. Bij een talud van 1:4 of flauwer is geen onderhoudsstrook nodig.

Optioneel: Woonboten In het plangebied zijn woonboten voorzien. Gezien het waterhuishoudkundige belang geldt er in principe een verbodsbepaling voor de aanleg van woonboten/drijvende woningen in de kernzone van de watergang. Met een watervergunning kan aanleg toegestaan worden. Het is dan onder andere van belang dat de breedte van de watergang voldoende (>10 meter) is en het onderhoud goed geregeld wordt. De criteria zijn te vinden op www.zuiderzeeland.nl (zoek naar Beleidsregel drijvende woningen).

Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.

Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater In het plangebied wordt nieuw water gegraven. Er wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden.Hier worden alle aanpassingen in het watersysteem aangegeven en wordt aangegeven hoe de waterhuishoudkundige zaken bestemd worden. Bijvoorbeeld de aanleg van watergangen, infiltratievoorzieningen. Daarnaast worden hier ook de dimensies van het watersysteem aangegeven of randvoorwaarden voor de aanleg hiervan (voor zover ruimtelijk relevant). Bijvoorbeeld de dieptes van watergangen bij streefpeil, de profielen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem zal voldoen.

Anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen.

Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater Uitgangspunt In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken.

Randvoorwaarden Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van 27-07-2023 15:52

5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.

Thema Schoon Water Optioneel: Graven nieuw water/aanpassing watersysteem Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit.

Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor.

Optioneel: Wijziging lozing(en) Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.

Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig.

Optioneel: Uitlogende materialen Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig. Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap.

Optioneel: Dempen oppervlaktewater De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het ""Besluit bodemkwaliteit (BBK)"" en/of de Waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.

Optioneel: Materialen inrichting watersysteem Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen nietoxydeerbaar zijn.

Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.

De lozingssituatie blijft ongewijzigd: Door de ontwikkeling wijzigt de hoeveelheid afvalwater en hemelwater niet. Ook de samenstelling van de bestaande lozingen wijzigt niet.

Concept waterparagraaf korte procedure – versie: alle vragen beantwoord met 'nee', maar wijziging lozing 'ja'

27-07-2023 15:52

6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Sinds 1 november 2003 1985. is de toepassing van heeft de watertoets wettelijk de verankering inenhet Besluit op de ruimtelijke ordening De watertoets betrekking op alleverplicht grond- endoor oppervlaktewateren behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan.

De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is vroegtijdige actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig.

De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema's Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water. Na het streefbeeld vindt u het uitgangspunt: het vertrekpunt bij de verwezenlijking van het streefbeeld. U krijgt vervolgens een overzicht van de gerelateerde randvoorwaarden.

Thema Waterveiligheid Het plan ligt niet buitendijks of in een beschermingszone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Thema Voldoende water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.

Uitgangspunt wateroverlast Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.

Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in verhard oppervlak, of deze is gering (minder dan 750 m² in stedelijk gebied of minder dan 2.500 m² in landelijk gebied). Daarom is geen compensatie noodzakelijk voor dit plan. • • •

Het plangebied ligt in stedelijk/landelijk] gebied. een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de eventuele netto toename in verharding>

Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste gronden oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water.

De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil 27-07-2023 15:52

7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren.

Optioneel: Nabij watergang Het plangebied bevindt zich binnen tien meter afstand van een bestaande watergang. De watergang wordt ten minste aan één zijde voorzien van een obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed en 4 meter hoog. Bij een waterbreedte vanaf 12 meter geldt dit aan weerszijden. Bij een talud van 1:4 of flauwer is geen onderhoudsstrook nodig.

Optioneel: Woonboten In het plangebied zijn woonboten voorzien. Gezien het waterhuishoudkundige belang geldt er in principe een verbodsbepaling voor de aanleg van woonboten/drijvende woningen in de kernzone van de watergang. Met een watervergunning kan aanleg toegestaan worden. Het is dan onder andere van belang dat de breedte van de watergang voldoende (>10 meter) is en het onderhoud goed geregeld wordt. De criteria zijn te vinden op www.zuiderzeeland.nl (zoek naar Beleidsregel drijvende woningen).

Optioneel: Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland.

Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater In het plangebied wordt nieuw water gegraven. Er wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Hier worden alle aanpassingen in het watersysteem aangegeven en wordt aangegeven hoe de waterhuishoudkundige zaken bestemd worden. Bijvoorbeeld de aanleg van watergangen, infiltratievoorzieningen. Daarnaast worden hier ook de dimensies van het watersysteem aangegeven of randvoorwaarden voor de aanleg hiervan (voor zover ruimtelijk relevant). Bijvoorbeeld de dieptes van watergangen bij streefpeil, de profielen en randvoorwaarden waaraan het watersysteem zal voldoen.>

Anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen.

Optioneel: Graven nieuw oppervlaktewater Uitgangspunt In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken.

Randvoorwaarden Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.

Thema Schoon Water Optioneel: Graven nieuw water/aanpassing watersysteem Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.

Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. 27-07-2023 15:52

8

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor.

Optioneel: Wijziging lozing(en) Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.

Randvoorwaarde(n) Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon regenwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Indien hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig.

Optioneel: Uitlogende materialen Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig. Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2247/documents/40166