12.2 Ontwerp-Omgevingsvisie Effect Rapportage Noordoostpolder 2050.pdf
Tekst van het document
--
-
Beoordeling op doelbereik
Modal shift en duurzame mobiliteit De beoordeling en aanbevelingen voor het beleidsveld modal shift en duurzame mobiliteit hebben bijgedragen aan het aanscherpen van het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie. De doelen die betrekking hebben op dit beleidsveld zijn niet gewijzigd. Wel zijn maatregelen in de uitvoeringsagenda van de ontwerp Omgevingsvisie geconcretiseerd. De gemeente wil haar (snel)fietsnetwerk uitbreiden, specifiek door een snelfietsroute te realiseren tussen Urk, Emmeloord en Marknesse. Daarnaast wordt onderzocht of ook noord-zuidverbindingen gerealiseerd kunnen worden. Wat betreft openbaar vervoer geeft de gemeente aan zich te gaan inzetten om de frequentie van busritten in de dorpenring te verhogen. Het is niet duidelijk op welke manier de gemeente dit gaat bewerkstelligen. Wat betreft andere vormen van vervoer gaat de gemeente onderzoeken welke vervoer-op-maat opties te bieden zijn bij bestaande knelpunten in Marknesse, Emmeloord en Ems. Deze maatregelen blijven op een hoger ambitieniveau. De gemeente heeft wel inzicht in knelpunten en behoeften van bewoners. De aanbevelingen uit het OER zijn niet (volledig) overgenomen. Daarnaast is het een belangrijke ambitie van de gemeente om de Lelylijn te realiseren, inclusief een station in Emmeloord.
Hoewel de gemeente zelf niet verantwoordelijk is voor de realisatie, ondersteunt zij dit doel door middel van het ondersteunen van de lobby, deelname aan haalbaarheidsstudies en het uitvoeren van een impactanalyse waar mogelijk. De beoordelingen op doelbereik voor beide indicatoren blijven positief, maar een concretisering van het beleid met betrekking tot openbaar vervoer is wenselijk. Indicator
Beoordeling huidige situatie
Beoordeling autonome ontwikkeling
Aandeel auto/fiets/ovvervoersbewegingen ten opzichte van totaal
--
--
Aantrekkelijkheid van infrastructuur en voorzieningen voor fiets en openbaar vervoer
--
--
Beoordeling op doelbereik
Bereikbaarheid Het doel met betrekking tot het beleidsveld bereikbaarheid is ongewijzigd. In de concept Omgevingsvisie waren nog geen maatregelen opgenomen. In de ontwerp Omgevingsvisie zijn meerdere maatregelen opgenomen gericht op bereikbaarheid en tegengaan van congestie in Noordoostpolder. Deze maatregelen liggen echter voornamelijk buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente. De provincie legt een ontsluitingsweg aan voor auto’s tussen de Domineesweg en de Staartweg. Daarnaast wordt de N50 door de provincie verbreed. De gemeente zet zich in om het tracé buiten de gemeentegrenzen te plaatsen. Verder gaat de gemeente onderzoeken hoe de vaarten en tochten ingezet kunnen worden voor de verbetering van bereikbaarheid en transport in de gemeente. Ook wil de gemeente bereikbaarheid meewegen bij de vestiging van nieuwe bedrijven in landelijk gebied. Wat betreft verkeersveiligheid geeft de gemeente aan haar uitvoeringsprogramma van het mobiliteitsplan uit te voeren. Zowel het doel als de maatregelen blijven op een hoog abstractie- en ambitieniveau. Daarnaast liggen maatregelen buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is onduidelijk of de aanbeveling om maatregelen uit het mobiliteitsplan over te nemen is overgenomen in de ontwerp Omgevingsvisie. De beoordeling op doelbereik blijft gelijk. 82
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Indicator Congestie
Beoordeling huidige situatie
+/-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
-
Recreatie en toerisme De beoordeling en aanbevelingen voor het beleidsveld recreatie en toerisme hebben bijgedragen aan het aanscherpen van het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie. De doelen die betrekking hebben op dit beleidsveld zijn in de ontwerp Omgevingsvisie ongewijzigd en reflecteren de grote ambities van de gemeente voor de uitbreiding van de mogelijkheden voor recreatie en het aantrekken van meer bezoekers. De gemeente richt zich enerzijds op gebiedsontwikkeling, waartoe het (verder) ontwikkelen van recreatiegebieden en fiets-, wandel-, en vaarroutes behoort. Anderzijds richt de gemeente zich op aanbodontwikkeling met het bieden van ruimte aan dag-attractieparken, verblijfsrecreatie(parken), kleinschalige recreatie op agrarische erven en meer watergebonden recreatie aan de kuststrook. De precieze invulling van deze ontwikkelingen vindt plaats buiten de Omgevingsvisie. De gemeente stelt in 2024 een nieuwe visie Recreatie en Toerisme vast. Naar verwachting neemt de aantrekkelijkheid van Noordoostpolder voor toeristen en recreanten toe. De beoordeling op doelbereik blijft positief. Een belangrijke kanttekening is wel de impact die (grootschalige) ruimtelijke ontwikkelingen ten behoeve van recreatie zoals de ontwikkeling van dag-attractieparken of verblijfsparken hebben op de omgeving en natuur.
Het is belangrijk dat hier in de visie Recreatie en Toerisme aandacht voor is. Indicator Aantrekkelijkheid van de gemeente voor toeristen en recreanten
Beoordeling huidige situatie
+
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
+
Economie De doelen die betrekking hebben op het beleidsveld economie zijn in de ontwerp Omgevingsvisie ongewijzigd en reflecteren de ambitie van de gemeente om ruim baan te bieden aan bedrijvigheid. De gemeente heeft als doel om (innovatief) ondernemerschap te versterken door ruimte te bieden aan vestiging van bedrijven, met een focus op de sterke sectoren in de gemeente zoals agrofood, maakindustrie en specifiek MKB. Hierbij is het zorgen voor voldoende bedrijfskavels een belangrijke maatregel. In de concept Omgevingsvisie werden concrete maatregelen voorgesteld met betrekking tot de mogelijkheden voor uitbreiding van bedrijventerreinen. In de ontwerp Omgevingsvisie zijn deze maatregelen weggelaten. De uitvoering van het beleid met betrekking tot bedrijventerreinen zal voornamelijk landen in een nog te ontwikkelen visie op werklocaties. Hier worden ook de locaties en mogelijk ook de profilering van deze bedrijventerreinen beschreven. Wat betreft werkgelegenheid geeft de gemeente in haar ontwerp Omgevingsvisie in te zetten op een gevarieerde groei wat betreft onderwijsniveau. Deze dient een gelijke tred te houden met de groei van de beroepsbevolking. Daarmee blijven de maatregelen uit de uitvoeringsagenda voor het beleidsveld economie op een hoog abstractie- en ambitieniveau. De beoordeling op doelbereik wordt daarom aangepast naar een neutrale beoordeling.
Indicator Kwantitatieve en kwalitatieve aansluiting van vraag en aanbod voor bedrijven
83
Beoordeling huidige situatie
++
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Beoordeling autonome ontwikkeling
++
Beoordeling op doelbereik
Stadscentrum Vanwege leemten in kennis met betrekking tot het beleidsveld stadscentrum is het niet mogelijk om de referentiesituatie te beoordelen en daarmee ook de beoordeling op doelbereik. Er is geen informatie bekend over de vitaliteit en aantrekkelijkheid van het centrum (Emmeloord) of gegevens over leegstand in de gemeente. In haar ontwerp Omgevingsvisie heeft de gemeente wel een doel opgenomen met betrekking tot het stadscentrum, namelijk ‘centrumvoorzieningen voor bewoners en bezoekers goed houden/ontwikkelen (cultuur, detailhandel, horeca, evenementen, parkeren)’. In de uitvoeringsagenda komt deze tekst ook terug als maatregel. Het is niet mogelijk om de indicatoren van dit beleidsveld te beoordelen. Indicator Vitaliteit en aantrekkelijkheid centrum Leegstand (%)
Beoordeling huidige situatie ?
?
Beoordeling autonome ontwikkeling ?
?
Beoordeling op doelbereik ?
?
Land- en tuinbouw De doelen die betrekking hebben op dit beleidsveld zijn in de ontwerp Omgevingsvisie inhoudelijk ongewijzigd en reflecteren de ambitie van de gemeente om de ruimte voor de meeste vormen van huidige landbouw te behouden. Ten opzichte van de concept Omgevingsvisie zijn in de ontwerp Omgevingsvisie een aantal concrete maatregelen toegevoegd. Naast geen nieuwe ruimte meer voor glastuinbouw is er ook geen ruimte meer voor intensieve veehouderij, conform het gemeentelijk afwegingskader. Er is ook geen nieuwe ruimte voor zonnepanelen op landbouwgrond. Er is wel ruimte voor grondgebonden agrarische bedrijven en de bewerking/verwerkingsbedrijven in deze keten om hun erf uit te breiden. Dit dient wel passend te zijn bij de structuur van de Noordoostpolder. Ook mogen grondbezitters hun erven gebruiken voor nevenfuncties, ketenverlening en lichtere bedrijfsmatige functies. Kortom, de gemeente heeft een duidelijke visie wat betreft ruimte voor landbouw. Vanwege autonome ontwikkelingen zal de huidige bedrijfsvoering van landbouw in Nederland veranderen. De nu grote ruimte voor landbouw in de gemeente komt (verder) onder druk te staan. Het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie geeft duidelijke richting en kaders voor agrariërs. De beoordeling op doelbereik blijft wel neutraal.
Wat betreft de transitie naar duurzame vormen van landbouw is er onvoldoende informatie bekend over de referentiesituatie om een beoordeling op doelbereik uit te voeren. In haar ontwerp Omgevingsvisie geeft de gemeente aan onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen te ondersteunen en nieuwe vormen van landbouw met een toekomstbestendiger verdienmodel te stimuleren. Deze maatregelen zijn niet concreet. De gemeente lijkt geen actieve faciliterende rol in te nemen in het faciliteren en stimuleren van meer duurzame en circulaire vormen van landbouw. Wat betreft natuurinclusieve landbouw, zoals agroforestry (het combineren van bomen en struiken met teelten), wordt nader beleid ontwikkeld om toe te passen bij ruimtelijke besluiten. Indicator Ruimte voor landbouw Mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuurinclusieve vorm van landbouw wordt gefaciliteerd en gestimuleerd
Beoordeling huidige situatie
Beoordeling autonome ontwikkeling
++
+
?
?
Beoordeling op doelbereik
?
Lichthinder De doelen en de maatregel die betrekking hebben op lichthinder zijn in de ontwerp Omgevingsvisie ongewijzigd. Ook in de ontwerp Omgevingsvisie staat dat er geen nieuwe ruimte is voor glastuinbouw, de grootste bron van lichthinder. Dit betekent dat er daarmee waarschijnlijk geen verslechtering van de lichthinder optreedt, maar ook geen verbetering. De staat van de leefomgeving verandert waarschijnlijk niet significant. De beoordeling op doelbereik blijft gelijk. Wil de gemeente lichthinder terugdringen, dan is het aan te beleven om bij ruimtelijke ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld de 84
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
verbetering van de infrastructuur) rekening te houden met het terugdringen van lichthinder (voor voorbeelden van maatregelen zie: https://iplo.nl/thema/licht/lichthinder/). Ook kan de gemeente ervoor kiezen om het aantal/omvang van glastuinbouw terug te dringen of strengere eisen te stellen met betrekking tot lichtuitstraling vanuit glastuinbouwbedrijven. Indicator Ligging van lichtbronnen en gevoeligheid van natuur en woonomgeving voor licht
Beoordeling huidige situatie
-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
-
Geluidsoverlast De beoordeling en aanbevelingen voor het beleidsveld geluidsoverlast hebben bijgedragen aan het aanscherpen van het voorgenomen beleid met betrekking tot geluidsoverlast in de Omgevingsvisie. Het doel met betrekking tot dit beleidsveld is ongewijzigd. In de ontwerp Omgevingsvisie is als maatregel opgenomen dat de gemeente wil voldoen aan het landelijk gestelde normenkader met betrekking tot gezondheid, bij ontwikkelingen in of van landbouw, industrie en verkeer. Bij nieuwe initiatieven in het landelijk gebied dient geluid ook meegenomen te worden als onderdeel van een goede milieutechnische inpasbaarheid van de initiatieven. Kortom, de gemeente streeft de wettelijke normen voor geluid na als omgevingswaarde. Dit is met name relevant als afweging bij nieuwe initiatieven. De beoordeling op doelbereik verandert daarmee positief ten opzichte van de referentiesituatie (autonome ontwikkeling). Indicator Aantal woningen dat binnen geluidsaandachtsgebieden ligt en/of waar de geluidnorm overschreden wordt
Beoordeling huidige situatie
+/-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
-
Luchtkwaliteit De beoordeling en aanbevelingen voor het beleidsveld luchtkwaliteit hebben bijgedragen aan het aanscherpen van het voorgenomen beleid met betrekking tot luchtkwaliteit in de Omgevingsvisie. Het doel met betrekking tot dit beleidsveld is ongewijzigd. In de ontwerp Omgevingsvisie is als maatregel opgenomen dat de gemeente wil voldoen aan het landelijk gestelde normenkader met betrekking tot gezondheid, bij ontwikkelingen in of van landbouw, industrie en verkeer. Bij nieuwe initiatieven in het landelijk gebied dient luchtkwaliteit ook meegenomen te worden als onderdeel van een goede milieutechnische inpasbaarheid van de initiatieven. De gemeente heeft echter weinig invloed op de luchtkwaliteit. De lokale luchtkwaliteit in Noordoostpolder volgt dezelfde trend als de regionale luchtkwaliteit. De lucht wordt over het algemeen schoner. De beoordeling op doelbereik blijft gelijk. Indicator Omvang gebied waarin concentraties van NO2, PM2,5 en PM10 boven wettelijke norm en WHOadviesnorm liggen
85
Beoordeling huidige situatie
+
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Beoordeling autonome ontwikkeling
+
Beoordeling op doelbereik
Hoogwaterveiligheid Zowel in de concept als de ontwerp Omgevingsvisie heeft de gemeente geen doelen of maatregelen opgenomen met betrekking tot hoogwaterveiligheid. De Rijksoverheid werkt aan dijkversterkingsprojecten in de Noordoostpolder. Dit is geen taak van de gemeente. De beoordeling op doelbereik blijft daarom gelijk aan de autonome ontwikkeling. Indicator Gevoeligheid van stedelijk en landelijk gebied voor overstromingen
Beoordeling huidige situatie
+/-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
+/-
Externe veiligheid Zowel in de concept als de ontwerp Omgevingsvisie heeft de gemeente geen doelen of maatregelen opgenomen met betrekking tot externe veiligheid. Wel worden er meer woningen en bedrijventerreinen gebouwd in de Noordoostpolder. Externe veiligheid moet bij deze ontwikkelingen meegewogen worden. Er is op dit moment niet bekend of nieuwe kwetsbare objecten binnen de 10-6 risicocontour komen te liggen. De beoordeling op doelbereik blijft daarom gelijk. Indicator Aantal woningen binnen 10-6 PR-contour en externe veiligheid aandachtsgebieden
Beoordeling huidige situatie
+/-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
+/-
Wonen De doelen met betrekking tot het beleidsveld wonen zijn in de ontwerp Omgevingsvisie enigszins aangescherpt. Daarnaast is een nieuw doel toegevoegd: ‘ruimte bieden aan initiatieven’. Ook in de ontwerp Omgevingsvisie geeft de gemeente aan ruimte te bieden aan 3.300 woningen voor de autonome groei en minimaal 5.000 extra woningen bij realisatie van de Lelylijn óf ander hoogwaardig openbaar vervoer. Dit is een toevoeging waardoor de kans dat er meer dan de 3.300 woningen gebouwd zullen worden groter wordt. De woningen zullen met name in Emmeloord en rondom de kernen gebouwd worden. In de dorpen zorgt de gemeente voor een woningvoorraad die past bij de autonome ontwikkeling. Ook worden meer woningen op erven toegestaan. De locaties van nieuwe woningen en hoeveel woningen waar gebouwd zullen worden is onbekend. Daarnaast heeft de gemeente een aantal maatregelen opgenomen die ingaan op het kwalitatieve woningaanbod. De woningen dienen te passen bij de toekomstige bevolkingssamenstelling en er dienen voldoende woningen te zijn voor beschermd wonen en andere doelgroepen die extra aandacht nodig hebben. Daarnaast dienen er woningen in alle prijsklassen gebouwd worden, met bijzondere aandacht voor de betaalbaarheid. Woningen dienen ook zoveel mogelijk circulair en klimaatbestendig te zijn.
Deze maatregelen zijn indicatief voor de invulling van het woningbouwprogramma, maar zijn niet concreet genoeg om te beoordelen. Daarnaast is niet bekend hoe de gemeente om gaat met woonruimte voor arbeidsmigranten. De maatregelen met betrekking tot het kwalitatieve woningaanbod blijven op een hoog abstractieniveau. Er is niet voldoende informatie bekend over demografische ontwikkelingen in de gemeente. De aansluiting op het woningaanbod zowel kwantitatief als kwalitatief verandert door de gestelde maatregelen naar verwachting wel positief ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Nadere uitwerking is echter noodzakelijk. De beoordeling op doelbereik blijft gelijk. Indicator Aansluiting van woningaanbod op de vraag, zowel kwantitatief als kwalitatief
86
Beoordeling huidige situatie
-
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Beoordeling autonome ontwikkeling
--
Beoordeling op doelbereik
Gezondheid De doelen die betrekking hebben op gezondheid zijn in de ontwerp Omgevingsvisie ongewijzigd. De maatregelen in de uitvoeringsagenda bij deze doelen blijven op een hoog abstractie- en ambitieniveau. De gemeente wil ‘gezond leven makkelijker maken zodat elke inwoner in staat is en blijft deze kansen te benutten’, ‘investeren in positieve gezondheid waarmee we de fysieke en mentale gezondheid versterken’, creëert ‘een gezonde leefomgeving, die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, waardoor de gezonde keuzes voor inwoners makkelijker worden’ en faciliteert ‘goede (zorg)voorzieningen’. Daarnaast hebben maatregelen binnen andere beleidsvelden, zoals openbaar groen en duurzame mobiliteit ook een mogelijk positief effect op de gezondheid binnen de gemeente. Met name afstand tot zorgvoorzieningen is in een van de grootste gemeenten van Nederland qua oppervlakte een uitdaging. De gemeente wil dat voorzieningen toegankelijk, nabij en bereikbaar zijn. In de uitvoeringsagenda staat dat de gemeente zorgt voor voldoende bereikbaarheid van voorzieningen. Soms is dit niet in het eigen dorp, maar wel nabij. Zo blijven voorzieningen als een huisarts, supermarkt en sportvereniging voor iedereen beschikbaar zo dichtbij als mogelijk. De ambitie is dus dat voorzieningen zo dichtbij als mogelijk zijn, maar de gemeente blijft realistisch in de zin dat niet ieder dorp alle voorzieningen heeft.
Een concretere uitvoering hiervan vindt plaats buiten de ontwerp Omgevingsvisie met programma’s Leefbaarheid en Wonen, Voorzien in Vastgoed en Samen en Gezond. De beoordeling op doelbereik voor gezondheid blijft gelijk. Indicator Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan een betere gezondheid van inwoners
Beoordeling huidige situatie
-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
-
Sociale cohesie en leefbaarheid De doelen die betrekking hebben op sociale cohesie en leefbaarheid zijn in de ontwerp Omgevingsvisie ongewijzigd. Voor dit beleidsveld zijn voorzieningen en de toegankelijkheid van voorzieningen een belangrijk onderwerp binnen Noordoostpolder. Daarnaast dient de identiteit van (dorpen en kernen) in Noordoostpolder behouden te blijven bij (ruimtelijke) autonome ontwikkelingen. Woningbouw wordt als drijvende kracht gezien voor het op peil houden van voorzieningen. Het is echter nog niet bekend hoeveel woningen waar gebouwd gaan worden. Ditzelfde geldt voor voorzieningen. Met de nog verder te ontwikkelen NOP-barcode13 wordt hier buiten de Omgevingsvisie nadere invulling aan gegeven. De maatregelen genoemd in de uitvoeringsagenda van de ontwerp Omgevingsvisie blijven op ambitieniveau en richten zich onder andere op kindcentra (onderwijs en opvang), integratie van nieuwkomers, groenvoorzieningen, ontmoetingsplekken, zorgvoorzieningen, mobiliteitsoplossingen voor senioren. Aangenomen wordt dat sociale cohesie en leefbaarheid zal verbeteren, maar nadere specificatie met de NOP-barcode is noodzakelijk. De beoordeling op doelbereik blijft gelijk. Indicator Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan een de leefbaarheid en sociale cohesie
Beoordeling huidige situatie
+/-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
-
13 De gemeente gaat een barcode ontwikkelen, naar voorbeeld van de gemeente Utrecht, waarin wordt aangegeven
per hoeveelheid woningen die nieuw worden gebouwd wat er verder allemaal in het gebied moet komen en hoeveel ruimte die ongeveer nodig hebben. 87
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Sport en bewegen De doelen en maatregelen voor het beleidsveld sport en bewegen overlappen met de doelen en maatregelen voor de beleidsvelden gezondheid en sociale cohesie en leefbaarheid. De doelen in de ontwerp Omgevingsvisie zijn ongewijzigd ten opzichte van de concept Omgevingsvisie. Wat betreft maatregelen ten behoeve van sport en bewegen geeft de gemeente in haar Omgevingsvisie aan in te zetten op de eigen kracht van inwoners voor voldoende sport en bewegingsvoorzieningen. De gemeente biedt hier de benodigde ruimte voor, maar maakt niet concreet hoe zij dit faciliteert. Met de nog verder te ontwikkelen NOP-barcode wordt hier buiten de Omgevingsvisie nadere invulling aan gegeven. Daarmee is het niet concreet te beoordelen of het voorgenomen beleid uit de ontwerp Omgevingsvisie de mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan mogelijkheden tot sport en beweging voor inwoners verbetert. De beoordeling op doelbereik wordt daarom aangepast naar een neutrale beoordeling. Indicator
Beoordeling huidige situatie
Mate waarin de inrichting van de openbare ruimte en het beleid van de gemeente bijdragen aan mogelijkheden tot sport en beweging voor inwoners
4.5
-
Beoordeling autonome ontwikkeling
Beoordeling op doelbereik
-
Noodzaak passende beoordeling
Indien het voorziene beleid en de activiteiten in een plan, zoals in de Omgevingsvisie, kunnen leiden tot significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden, dan moet volgens de Omgevingswet een Passende beoordeling worden opgesteld. Wettelijke plannen, waarvoor een Passende beoordeling nodig is, zijn bovendien mer-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). De gemeente Noordoostpolder wordt omgeven door verschillende Natura 2000-gebieden. Het betreft hier de Vogelrichtlijngebieden IJsselmeer, Ketelmeer & Vossemeer, het Vogel- en Habitat-richtlijngebied Zwartemeer, het Habitatrichtlijngebied Rottige Meenthe & Brandemeer en de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden De Wieden en Weerribben, Uiterwaarden IJssel en Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Op dit moment is met name de stikstofdepositie bepalend voor de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden. Er is in de huidige situatie en in de referentiesituatie sprake van een overbelaste situatie. De gemeente Noordoostpolder heeft in haar (ontwerp) Omgevingsvisie enkele maatregelen opgenomen die mogelijk een negatief effect kunnen hebben op de Natura 2000-gebieden. Een van die maatregelen is de ontwikkeling van meer watergebonden recreatie in de kuststrook. Deze ontwikkelingen kunnen mogelijk plaatsvinden binnen de Natura 2000-gebieden IJsselmeer, Ketelmeer & Vossemeer en Zwartemeer.
De maatregel is echter nog niet concreet genoeg uitgewerkt om vast te stellen dat er inderdaad sprake is van ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en wat wordt verstaan onder ‘watergebonden recreatie’. Het is daarom nog niet mogelijk om te beoordelen of risico's op significante effecten op deze Natura 2000 gebieden kunnen worden uitgesloten en /of welk type maatregelen eventuele significante effecten kunnen voorkomen. Wel dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd wanneer deze maatregel verder wordt uitgewerkt en vastgelegd in de op te stellen visie Recreatie en Toerisme. Een andere maatregel die mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kan hebben, is de realisatie van 3.300 woningen voor autonome groei en mogelijk nog 5000 extra woningen bij realisatie van de Lelylijn of ander hoogwaardig openbaar vervoer. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat deze woningbouw grotendeels voorzien is in- en rondom de bestaande dorpen. De ontwikkeling vindt niet plaats in Natura 2000-gebieden. De bestaande dorpen op ruime afstand liggen van Natura2000 gebieden waardoor effecten van verstoring zijn uitgesloten. Wel kan er sprake zijn van mogelijke negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie. In de Omgevingsvisie is echter nog niets concreets opgenomen over de exacte woningbouwlocaties, de fasering en uitvoeringsmethodes.
Mogelijke effecten door stikstofdepositie zijn daarom nog niet te bepalen. In verband hiermee is het in de meeste gevallen niet mogelijk om nu al de zekerheid te verkrijgen dat uit de Omgevingsvisie voortkomende plannen en projecten de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen aantasten. Het risico van toename van stikstofdepositie (en dus verzuring) zal beperkt worden doordat woonlocaties tegenwoordig gasloos worden aangelegd, en stikstofemissies van door aan locaties gerelateerde toename van verkeer door verschoning van het wagenpark steeds geringer worden. 88
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Een passende beoordeling dient te worden uitgevoerd wanneer deze maatregel verder wordt uitgewerkt en vastgelegd in een programma. Verder heeft de gemeente in haar Omgevingsvisie opgenomen dat ze gaat zorgen dat er voldoende bedrijfskavels beschikbaar zijn om groei van economische sterke sectoren te faciliteren. Hoewel de gemeente vooral gaat inzetten op inbreiding en tegengaan van leegstand op bestaande bedrijventerreinen, gaat de gemeente in de visie werklocaties laten zien waar mogelijk toekomstige bedrijfskavels komen te liggen. Dit kan mogelijk negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden hebben als gevolg van mogelijke stikstofuitstoot. Ook voor deze maatregel geldt dat op basis van de Omgevingsvisie onvoldoende concreet is waar de bedrijfskavels komen en welke fasering en aanlegmethodes daarbij gehanteerd worden. Ook is onvoldoende duidelijk om welke economische sectoren het gaat. Ook voor deze maatregel geldt dat in de verdere uitwerking van de visie werklocaties passend moet worden beoordeeld of significante effecten op Natura 2000 gebieden kunnen worden uitgesloten.
89
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
5
Conclusies en aanbevelingen
In dit OER is de Omgevingsvisie van de gemeente Noordoostpolder beoordeeld op mogelijke milieueffecten. Eerst is het voorgenomen beleid uit de concept omgevingsvisie beoordeeld. Middels botsproeven (paragraaf 3.2) is inzichtelijk gemaakt welke kansen en risico’s bestaan bij het uitvoeren van het voorgenomen beleid uit de concept Omgevingsvisie voor ieder beleidsveld. In hoofdstuk 3.3 is voor alle beleidsvelden met bijbehorende indicatoren een beoordeling van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling (samen de referentiesituatie) en een beoordeling op doelbereik uitgevoerd voor het voorgenomen beleid uit de concept Omgevingsvisie. Dit heeft geleid tot aanbevelingen voor de Omgevingsvisie die zijn beschreven in paragraaf 3.4. Onder andere op basis van de botsproeven, de beoordeling op doelbereik en de aanbevelingen zoals beschreven in paragraaf 3.4 heeft de gemeente haar voorgenomen beleid aangevuld en aangepast. Dit heeft geleid tot de ontwerp Omgevingsvisie. Deze is opnieuw beoordeeld op doelbereik. Dit heeft geleid tot een definitieve beoordeling op doelbereik. De conclusies van deze beoordeling op de ontwerp Omgevingsvisie en de daaruit voortkomende aanbevelingen worden hieronder besproken.
Het positieve effect van de ontwerp Omgevingsvisie op de leefomgeving De gemeente Noordoostpolder heeft in haar Omgevingsvisie ambities en maatregelen opgenomen die bijdragen aan een verbetering van de staat van de leefomgeving ten opzichte van de referentiesituatie (de autonome ontwikkeling). Dit geldt voor de beleidsvelden biodiversiteit, landschap & ruimtelijke kwaliteit, cultureel erfgoed & archeologie, bodemverontreinigingen, energietransitie, modal shift & duurzame mobiliteit, recreatie & toerisme, geluidsoverlast, wonen, gezondheid en sociale cohesie & leefbaarheid. Voor deze beleidsvelden geldt in principe dat het voorgestelde beleid in de Omgevingsvisie zorgt voor een verbetering. Wel kan voor een aantal ambities nadere concretisering (in de Omgevingsvisie of nader uit te werken programma’s en visies) ervoor kan zorgen dat dit positieve effect verder versterkt wordt. Deze aanbevelingen zijn opgenomen in paragraaf 3.4 Aangezien de woningbouwopgave een belangrijke opgave binnen de gemeente is, is het aan te beleven een analyse naar de demografische bevolkingsontwikkeling en samenstelling uit te voeren en deze leidend te laten zijn bij het bepalen van de invulling van de woonopgave.
In de Omgevingsvisie of in een eventueel nader uit te werken programma wonen kan nader gespecificeerd worden hoe de woningbouw over de gemeente verdeeld gaat worden, wat de verhoudingen tussen de verschillende type woningen gaat zijn en welke randvoorwaarden er gesteld gaat worden aan de nieuwe woningbouw.
Aandachtspunten uit beoordeling op milieueffecten Uit de beoordeling van de autonome ontwikkeling is gebleken dat er een aantal beleidsvelden is waarop de staat van de leefomgeving slecht of matig scoort, en waar in de Omgevingsvisie geen of onvoldoende beleid voor is opgenomen om deze te verbeteren. Het betreft de beleidsvelden/indicatoren soortenbiodiversiteit, cultureel erfgoed & archeologie, droogte, wateroverlast, hittestress, aandeel duurzame warmte in gebouwde omgeving, bereikbaarheid, lichthinder en sport & bewegen. Voor een deel van deze beleidsvelden worden aparte programma’s of visies opgesteld waarin dit beleid (mogelijk) gaat landen. Onze aanbevelingen zijn: Soortenbiodiversiteit: Concretiseren wat “variatie in biodiversiteit versterken” betekent. Bijvoorbeeld: het realiseren van kruidenrijke bermen en het laten verwilderen van groen (dat in beheer is van de gemeente). Stel daarnaast eisen aan nieuwbouw ten behoeve van de biodiversiteit. Denk aan het opnemen van de groennorm of de eis om natuurinclusief te bouwen. Ook bij verduurzaming bestaande bouw rekening houden met soortenbescherming (bijvoorbeeld vleermuizen in spouwmuren). 10 Droogte: Werk maatregelen uit tegen droogte in de visie klimaatadaptatie.
Zet bij zowel de woningbouwopgave als bij eventuele nieuwe bedrijventerreinen in op waterinfiltratie en wateropvang middels bijvoorbeeld meer groen in plaats van verharding aanbrengen, het verbeteren van de bodembiodiversiteit of het realiseren van waterreservoirs. 11 Wateroverlast: Concretiseer maatregelen tegen wateroverlast in de visie klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld door het aanleggen van waterdoorlatende bestrating, wadi’s of het afkoppelen van regenwater van het vuilwaterriool. 12 Hittestress: Concretiseer maatregelen tegen wateroverlast in de visie klimaatadaptatie. Neem gerichte maatregelen m.b.t. gebieden waar LV2 (extreme) hittestress voorkomt , bijvoorbeeld door het toevoegen van bomen, groene daken/gevels en het opstellen van een hitteplan. 9
90
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
13 Duurzame warmte: Concretiseer in de energievisie op welke manier de gemeente de warmtetransitie wil stimuleren, waar, wanneer en welke woningen en vastgoed verduurzaamd en aardgasvrij zullen worden. 14 Bereikbaarheid: Neem in de Omgevingsvisie een verwijzing op naar het mobiliteitsplan 2030 waarin is uitgewerkt hoe de knelpunten in verkeersveiligheid en congestie worden aangepakt. 15 Lichthinder: Houdt bij ruimtelijke ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld de verbetering van de infrastructuur) rekening met het terugdringen van lichthinder. Ook kan de gemeente ervoor kiezen om het aantal/omvang van glastuinbouw terug te dringen of strengere eisen te stellen met betrekking tot lichtuitstraling vanuit glastuinbouwbedrijven. 16 Sport & bewegen: Specificeer welke sport- en beweegvoorzieningen de gemeente wil realiseren en waar. Voor een aantal beleidsvelden verandert de staat van de leefomgeving naar verwachting niet significant ten opzichte van de autonome ontwikkeling als gevolg van het voorgenomen beleid uit de Omgevingsvisie. Dit komt deels omdat een deel van deze beleidsvelden al een goede staat van de leefomgeving kent, waaronder economie, ruimte voor landbouw, hoogwaterveiligheid en luchtkwaliteit. Voor de beleidsvelden/indicatoren openbaar groen, hoogwaterveiligheid en externe veiligheid geldt dat het beleid dat is opgenomen in de Omgevingsvisie onvoldoende concreet is.
Onze aanbevelingen zijn: 3
4
Openbaar groen: Concretiseer wat “vergroenen” betekent. Wil de gemeente inzetten op het toevoegen van meer openbaar groen (in de vorm van plantsoenen, parkjes, etc.) of op bijvoorbeeld het vergroenen van gebouwen (groen op daken, bomen, groene tuinen, etc.) of een combinatie van beiden? Benoem daarnaast de vastgestelde groennorm in de Omgevingsvisie als uitwerking van de vergroeningsopgave of specificeer nader hoeveel groen de gemeenste wenst toe te voegen. Externe veiligheid: Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen dient externe veiligheid te worden meegenomen. Dit is nu nog niet in de Omgevingsvisie benoemd.
Leemten in kennis Voor een aantal beleidsvelden en indicatoren is in de door de gemeente opgestelde Foto van de leefomgeving te weinig informatie beschikbaar om de referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkeling) en/of het doelbereik te beoordelen. Het advies aan de gemeente is om nader onderzoek te doen naar de volgende beleidsvelden. Zodra meer bekend is over de staat van de leefomgeving met betrekking tot deze aspecten zal de gemeente hier ook beleid op moeten gaan formuleren. • • • • • • • •
91
Circulaire economie – Aantal bedrijven dat volgens een circulair principe werkt – Ruimte binnen de gemeente voor circulaire bedrijfsvoering Ruimte in de ondergrond – Knelpunten beschikbaarheid ruimte voor ondergrondse infrastructuur Stadscentra – Vitaliteit en aantrekkelijkheid centrum (Emmeloord) – Percentage leegstand Land- en tuinbouw – Mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuurinclusieve vorm van landbouw wordt gefaciliteerd en gestimuleerd Openbaar groen – Gegevens over oppervlakte openbaar groen per inwoner – In beeld brengen locaties waar openbaar groen onder druk staat Grond- en oppervlaktewater – Gegevens over kwaliteit en kwantiteit van grond en oppervlaktewater – Rol van de gemeente in de KRW opgave Wonen – Demografische ontwikkeling tot 2050 – Kwalitatieve woningbehoefte van zorgbehoevenden, ouderen, jongeren en sociale huur Hittestress – Informatie (op kaart) van woningen en kwetsbare locaties in gebieden waar sprake is van hittestress
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Effecten op Natura 2000-gebieden In de (ontwerp) Omgevingsvisie zijn een aantal maatregelen opgenomen die mogelijk een negatief effect kunnen hebben op de Natura 2000-gebieden rondom de gemeente. Deze negatieve effecten kunnen met name optreden als gevolg van stikstofdepositie bij de (aanleg van) voorziene ontwikkelingen en mogelijk ook door ruimtebeslag. Het betreft hier de ontwikkeling van watergebonden recreatie in de kuststrook, de woningbouwontwikkeling en de ontwikkeling van mogelijke nieuwe bedrijfskavels. De maatregelen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie zijn echter onvoldoende concreet in type ontwikkeling, locatie, fasering en uitvoeringsmethoden. Het is daarom nog niet mogelijk om te beoordelen of risico's op significante effecten op deze Natura 2000 gebieden kunnen worden uitgesloten en /of welk type maatregelen eventuele significante effecten kunnen voorkomen. Wel dient bij de nadere uitwerking van de betreffende visies en programma’s (visie toerisme en recreatie, programma leefbaarheid en wonen en visie werklocaties) een passende beoordeling te worden opgesteld indien significante effecten niet op voorhand uit te sluiten zijn.
92
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
6
Monitoring
6.1
Monitoring van de Omgevingsvisie
Een Omgevingsvisie is onderdeel van een beleidscyclus waarvan het in de Omgevingsvisie in beeld brengen van omgevingswaarden en ontwikkelrichtingen de eerste stap is. Deze ontwikkelrichtingen worden de komende jaren verder uitgewerkt in het omgevingsplan, dat vastlegt welke ontwikkelingen vergunningplichten worden. Het omgevingsplan kan vervolgens verder worden uitgewerkt in programma’s. Na uitvoering van de programma’s wordt geëvalueerd en gemonitord in hoeverre de ambities van de gemeente behaald zijn en of er reden is om het langetermijnbeleid dat in de Omgevingsvisie vastgelegd is, bij te sturen. Dit kan een reden zijn om de Omgevingsvisie te herijken, waarmee de beleidscyclus opnieuw doorlopen wordt. Een schematische voorstelling van de beleidscyclus is gegeven in Figuur 6-1. Dat de Omgevingsvisie onderdeel is van de beleidscyclus, betekent dat hij niet af is op het moment dat hij vastgesteld wordt. Het is juist de bedoeling dat een Omgevingsvisie een levend proces is dat continu herijkt en bijgesteld wordt als doelen behaald worden en nieuwe ontwikkelingen zich voordoen.
Figuur 6-1 De beleidscyclus van Omgevingsvisie naar uitwerking in programma’s, vastlegging in omgevingsvergunning en monitoring. (Bron: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/algemene-artikelen/beleidscyclus/)
Beoordelingskader OER als basis voor monitoringsprogramma Monitoring van omgevingsaspecten die van belang zijn voor de doelen uit de Omgevingsvisie is van groot belang. Hiervoor is een monitoringskader nodig dat de gemeente in staat stelt om aan de hand van eenduidige en reproduceerbare indicatoren periodiek een meting uit te voeren van de staat van de leefomgeving. Het doelbereik kan gemonitord worden door aan te sluiten op het voor dit Omgevingseffectrapport opgestelde beoordelingskader. In de loop der tijd kunnen indicatoren aangescherpt worden als meer informatie beschikbaar komt of als ambities verder worden geconcretiseerd. Binnen de individuele beleidsvelden van de gemeente vindt monitoring plaats die kan leiden tot het aanpassen of herijken van het vigerende beleid. De resultaten van de monitoring in de beleidsvelden die in de Omgevingsvisie beschreven worden en een ruimtelijke component hebben, zouden periodiek gebruikt kunnen worden om een strategische, integrale herijking van de Omgevingsvisie uit te voeren. Daarbij kan aangesloten worden op het beoordelingskader dat in dit OER gebruikt is.
93
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Vanuit het OER komt naar voren dat belangrijke vragen bij het monitoren van de voortgang van de Omgevingsvisie zijn: 1. Komt het voorspelde doelbereik van het voorgenomen beleid in de Omgevingsvisie overeen met de beoordeling en draagt het voldoende bij aan het vervullen de gestelde ambities? 2. Dient de beoordeling zoals die is uitgewerkt in dit OER aangepast te worden als nieuwe informatie beschikbaar komt? 3. Maken de antwoorden op bovenstaande vragen het nodig om de Omgevingsvisie bij te stellen?
6.2
Aandachtspunten voor Noordoostpolder
In het OER is een aantal aandachtspunten voor de Omgevingsvisie beschreven. Een deel van deze aandachtspunten zijn specifiek relevant voor de monitoring van de Omgevingsvisie. In deze paragraaf worden deze aandachtspunten uiteengezet: Concreet maken van maatregelen: in de ontwerp Omgevingsvisie is een aantal maatregelen nog vrij abstract geformuleerd, maar bevatten wel intenties tot concrete maatregelen, of zijn onderzoeken genoemd die leiden tot conclusies en daaruit volgende maatregelen. Dit is één van de redenen waarom in dit OER het doelbereik op een aantal criteria suboptimaal is geworden. De eerste categorie van nog abstracte maatregelen omvat bijvoorbeeld het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte. De tweede categorie van (lopende) onderzoeken waaruit naar verwachting maatregelen voortkomen zijn bijvoorbeeld het onderzoek naar het effect van (de uitbreiding van) grijswatersystemen. Leemten in kennis: in de beoordelingen die zijn uitgevoerd in dit OER is voor een aantal criteria een leemte in kennis gesignaleerd. Aanbevolen wordt om nadere dataverzameling door te voeren of om daar nader onderzoek voor uit te voeren. Deze zijn: •
•
94
Gegevens over: – Aantal bedrijven dat volgens een circulair principe werkt – Ruimte binnen de gemeente voor circulaire bedrijfsvoering – Knelpunten beschikbaarheid ruimte voor ondergrondse infrastructuur – Vitaliteit en aantrekkelijkheid centrum (Emmeloord) – Percentage leegstand – Mate waarin transitie naar een duurzame, circulaire en/of natuurinclusieve vorm van landbouw wordt gefaciliteerd en gestimuleerd – Gegevens over oppervlakte openbaar groen per inwoner – In beeld brengen locaties waar openbaar groen onder druk staat – Gegevens over kwaliteit en kwantiteit van grond en oppervlaktewater – Rol van de gemeente in de KRW opgave – Demografische ontwikkeling tot 2050 – Kwalitatieve woningbehoefte van zorgbehoevenden, ouderen, jongeren en sociale huur – Informatie (op kaart) van woningen en kwetsbare locaties in gebieden waar sprake is van hittestress Uitwerking in andere visies en programma’s: in de Omgevingsvisie wordt verwezen naar een aantal andere visies en programma’s waarin beleid uitgewerkt zal worden. Er is onvoldoende kennis over deze visies om deze mee te nemen in de beoordeling. In de monitoring van de Omgevingsvisie zullen daarom ook de overige genoemde visies en programma’s zodra deze zijn vastgesteld, betrokken moeten worden. Deze visies en programma’s zijn nog niet opgesteld en maken nog geen onderdeel uit van de autonome ontwikkeling.
Dit zijn: – Een visie op bouwhoogte; – Een kerkenvisie; – Een landschapsvisie; – Een visie werklocaties; – Een visie recreatie en toerisme; – Een programma leefbaarheid en wonen; – Een programma voorzien in vastgoed; – Een programma samen en gezond; – Een uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan; – Een programma klimaat & energie. Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Opstellen monitoringsprogramma De Ontwerp Omgevingsvisie Noordoostpolder 2050 bevat een uitvoeringsagenda om op korte termijn maatregelen op te pakken om daarmee ook de lange termijn doelstellingen uit de Omgevingsvisie te behalen. Om op koers te blijven zou de uitvoeringsagenda tussentijds geëvalueerd kunnen worden en, waar nodig, bijgesteld worden. De behoefte aan evaluatie en bijstelling ligt bij het gemeentebestuur, maar zou zo’n evaluatie bijvoorbeeld in een lopende bestuursperiode gedaan kunnen worden om in een volgende bestuursperiode hieruit conclusies te trekken ter actualisatie van de uitvoeringsagenda. Het is raadzaam om voor deze evaluatie een monitoringsprogramma op te stellen, waarbij het voor dit Omgevingseffectrapport opgestelde beoordelingskader met toetsbare indicatoren gebruikt kan worden.
95
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Bijlage A Foto van de Leefomgeving
96
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Bijlage B Botsproeventabel
97
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Bijlage C Maatregelen uit de uitvoeringsagenda van de ontwerp Omgevingsvisie
98
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Colofon OMGEVINGSEFFECTRAPPORT BIJ DE OMGEVINGSVISIE NOORDOOSTPOLDER
KLANT Gemeente Noordoostpolder AUTEUR Arcadis PROJECTNUMMER 30133119 ONZE REFERENTIE 1.0 DATUM 25 januari 2024 STATUS Definitief
99
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life 100
Onze referentie: 1.0 - Datum: 25 januari 2024 - Public