CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

12.2.1 Bestemmingsplan Emmeloord Oude Espelerweg.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Emmeloord, Oude Espelerweg27.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.2

Proces van de watertoets

Het proces van de watertoets is via een digitale watertoets kenbaar gemaakt bij Waterschap Zuiderzeeland. In het kader van de watertoets is de normale procedure van toepassing. Voor de te volgen watertoetsprocedure is het Waterschap in de ontwerpfase nog niet betrokken geweest bij het bespreken van de voorgestelde inrichting van het plangebied. Binnenkort vindt dit vooroverleg alsnog plaats. Na dit vooroverleg geeft het Waterschap een wateradvies. Het Waterschap beoordeelt de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding en in hoeverre deze de waterschapsbelangen raken.

6.3

Wet- en regelgeving en beleid water

6.3.1

krw

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. De gemiddelde jaarlijkse grondwateronttrekking mag de beschikbare grondwatervoorraad op lange termijn niet overschrijden. 6.3.2

Waterbeleid voor de 21e eeuw

De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw zijn twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: 1. 2.

vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.

6.3.3

stedelijk waterplan Noordoostpolder

De watervisie van de gemeente Noordoostpolder is opgenomen in het Stedelijk Waterplan Noordoostpolder (april 2006). Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de "watersysteembenadering" centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Als aanvulling op het Stedelijk waterplan is in 2011 door het waterschap Zuiderzeeland en de gemeente Noordoostpolder een bestuurlijke "Maatwerkovereenkomst stedelijk water" ondertekend. Door ondertekening van deze bestuursovereenkomst zijn tussen de waterbeheerder en de gemeente afspraken gemaakt over de invulling van de gezamenlijke taakuitoefening voor het beheer en onderhoud van het stedelijk water. De beoogde doelen op strategisch, tactisch en operationeel niveau ten aanzien van het stedelijk water zijn daardoor beter verankerd. Verdere actualisatie met het oog op onder andere de klimaatadaptatie is verwerkt in het gezamenlijk door het Waterschap Zuiderzeeland en gemeente Noordoostpolder opgesteld Watertakenplan Noordoostpolder 2019­ 2024. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het "gebiedseigen water" wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken.

Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het Waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. 6.3.4

Waterwet

De Waterwet (2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Eén van de voornaamste veranderingen, naast invoering van de watervergunning, is de verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domain. 6.3.5

Nationaal Waterprogramma 2022-2027

Het Nationaal Waterprogramma (NWP) 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Het NWP komt voort uit de Waterwet en met het oog op de Omgevingswet zijn deze twee plannen samengevoegd tot één programma. In het NWP staan de internationale verplichtingen voortkomend uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Maritieme Strategie (KRM). Het Nationaal Waterprogramma geeft op hoofdlijnen het beleid aan van het Rijk in de periode 2022 - 2027. Door klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, het verlies aan biodiversiteit en ruimtedruk worden de wateropgaven steeds groter en complexer. De opgaven zijn complex door deze in samenhang met de opgaven voor energietransitie, de woningbouw, de transitie van het landelijk gebied en de verouderde infrastructuur aan te pakken. Bij de ruimtelijke inrichting van Nederland zijn daarvoor water en bodem leidend. Het vraagt daarvoor in te zetten op klimaat- en landbouwtransitie en herstel voor natuur. 6.3.6

Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland

De Watervisie verbindt waterthema's en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.

6.4

Beschrijving van het watersysteem

6.4.1

Veiligheid/Waterkeringen

Doordat het plan zich niet bevindt binnen de kern-, vrijwarings- of buitenbeschermings- zone van een waterkering, is het plan niet van invloed op de veiligheid van een waterkering. 6.4.2

Wateroverlast

Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.

Als uitgangspunt voor de nieuw te ontwikkelen woonwijk geldt het principe "waterneutraal bouwen". Bij ingrijpend wijzigen van de bestaande situatie door het aanbrengen van verhard oppervlak (gebouwen en verharding) en het dempen van bestaande watergangen moeten compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Tijdens neerslaggebeurtenissen moet de nieuw in te richten woonwijk voldoende zijn berekend op het voldoende kunnen bergen en het daarbij voorkomen van afwenteling naar het omliggend gebied. Het plangebied moet zelf "zijn eigen broek ophouden" om het aangrenzend gebied niet te confronteren met wateroverlast ten gevolge van de planontwikkeling. Bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met een referentiebui. Aan de hand van de door het KNMI geschetste scenario's voor toekomstige ontwikkeling van het klimaat moet worden voldaan aan de daarvoor gevraagde wateropgave. Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld.

Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013. Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto toe. Deze toename is groter dan 750 m2. Hiervoor is compensatie noodzakelijk. 6.4.3

Goed functionerend watersysteem

Streefbeeld: Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en voldoet aan de gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR). Het waterschap streeft ernaar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger, waardoor zij weloverwogen kan anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Het watersysteem in het plangebied maakt op dit moment onderdeel uit van de Lage Afdeling (NAP -5,70 m). De waterlopen in het gebied staan in verbinding met de Urker- en Lemstervaart en worden respectievelijk bemalen door gemaal Vissering en het gemaal Buma. Beide gemalen slaan uit op het IJsselmeer. Na het te ontwikkelen plan maakt de te graven waterpartij ten zuiden van de Oud Espelerweg onderdeel uit van het peilvak Emmelhage met een flexibel peil variërend tussen NAP -5,35 m en NAP -5,05 m. De planontwikkeling leidt niet tot het installeren van nieuwe peilvakken, waardoor het functioneren van het huidige waterysteem ten gevolge van de planuitvoering niet verslechtert. Door het vergroten van het bestaand peilvak Emmelhage wordt een robuuster een klimaatbestendiger watersysteem gecreëerd. Randvoorwaarden: Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote

peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied. Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. 6.4.4

Anticiperen op watertekort

Streefbeeld: Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft, moet hier ook op anticiperen. Randvoorwaarden: Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. Wanneer een majeur besluit wordt genomen bijvoorbeeld functieverandering (extern besluit) of vervanging/groot onderhoud van inlaatwerken (intern besluit) - wordt wateraanvoer (opnieuw) afgewogen. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder.

Grondwateronttrekkingen worden gemeld bij het waterschap en in een enkel geval bij de provincie. Meestal volstaat een melding, in sommige gevallen is een watervergunning nodig. Het watersysteem in het plangebied wordt dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend is. Bij de ontwikkeling in het plangebied zal worden voldaan aan de van toepassing zijnde randvoorwaarden. Dit wordt in een volgend stadium van het planproces concreter uitgewerkt. 6.4.5

Schoon water

6.4.5.1 Slechte kwaliteit kwelwater

Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. 6.4.5.2 Goede structuurdiversiteit en goede oppervlaktewaterkwaliteit

Bij de inrichting van het nieuw aan te leggen watersysteem wordt gestreefd naar het behouden van een ecologisch gezond watersysteem. Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van de trits "schoon houden, scheiden, zuiveren". Het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, bijvoorbeeld zinken dakgoten, wordt vermeden. Voor aanwezige parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van halfverhardingen. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. 6.4.5.3 Goed omgaan met afvalwater

Streefbeeld: Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunt Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zonodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Bij nieuwbouwgebieden (bijvoorbeeld woonwijk, industrieterrein) is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Voor bestaand gebied wordt gestreefd naar het :

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

afkoppelen van niet-vervuild verhard oppervlak van het rioolstelsel. Het ombouwen van bestaande gemengde rioolstelsels naar gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Het afstromend hemelwater van wegen vanaf 1.000 vervoersbewegingen beschouwt het waterschap als vervuild. Het afstromend hemelwater vanaf 50 parkeerplaatsen beschouwt het waterschap als vervuild. In dit plan is sprake van meer dan 50 parkeerplaatsen en meer dan 1.000 vervoersbewegingen.. Het gebruik van uitlogende bouwmaterialen, bijvoorbeeld zinken dakgoten, wordt vermeden. Voor aanwezige parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van halfverhardingen. Het afvalwater wordt afgevoerd via een aan te leggen gescheiden rioleringsstelsel en aangesloten op een bij voorkeur onder vrij verval aan te sluiten bestaand DWA-stelsel van het bemalingsgebied Emmeloord-Noord. Door afvoer van het vrijkomende afvalwater via het aanwezig rioleringsstelsel naar het hoofdgemaal van het Waterschap aan de Hannie Schaftweg om vervolgens afgevoerd te worden naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie te Tollebeek vindt in het plangebied zelf geen onoverkomelijke vuillast op het aanwezig oppervlaktewater plaats.

Het plangebied leent zich niet voor het bovengronds afvoeren van regenwater, waardoor de afvoer plaatsvindt via een in de woonstraten aan te leggen drainagetransportleiding (DT-riool). Overtollig hemelwater kan tevens worden afgevoerd op de sloten rondom het plangebied. Op deze manier zijn er voldoende mogelijkheden om hemelwater op eigen terrein te infiltreren. 6.4.6

Klimaatadaptatie

Bij het nieuw ontwikkelingsplan voor woningbouw wordt ingespeeld op het in gang zetten van een energietransitie door minder aangewezen willen zijn op de gebruikelijke fossiele brandstoffen (klimaatmitigatie). Daarvoor wordt gebruik gemaakt van benutting van zonne-energie. 6.4.6.1 Hitte

Klimaatverandering leidt in Nederland tot meer zomerse en tropische dagen. In dichtbebouwde gebieden met veel verstening is op warme dagen de opwarming het hardst te merken. In gebieden met veel groen (ook stedelijk) is deze opwarming door evapotranspiratie en schaduw minder waarneembaar. Planspecifiek

Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Emmeloord. Voor het thema 'hitte' wordt in de Klimaateffectatlas aanbevolen om bij een ontwikkeling de kaart met het aantal warme nachten en de kaart met de gevoelstemperatuur te raadplegen. Warme nachten en de gevoelstemperatuur zijn belangrijke factoren voor het bepalen van de mate van hittestress. Hittestress door warme nachten Voor wat betreft het thema 'hittestress door warme nachten' wordt gekeken naar het jaarlijkse aantal tropische nachten uit de Klimaateffectatlas. Er is sprake van een tropische nacht wanneer de temperatuur niet daalt tot onder de 20° C. Deze kaart is gebaseerd op het WH-scenario voor 2050. Dit WH-scenario kent de hoogste temperaturen van de vier KNMI'14-scenario's voor 2050. In het rekenmodel is het effect van 'hitteeilanden' meegenomen. De kaart geeft een inschatting van het gemiddelde aantal tropische nachten per jaar in het stedelijk gebied Het plangebied zelf is onbebouwd, waardoor vooral moet worden gekeken naar de omgeving. Uit de kaart blijkt dat in het WH-scenario voor 2050 de omgeving het plangebied circa 2 weken per jaar sprake is van hittestress door warme nachten. Het plangebied is daarmee relatief gevoelig voor hittestress in de nachten.

Gevoelstemperatuur Voor het thema hitte wordt in de Klimaateffectatlas aanbevolen om bij een ontwikkeling - naast de kaart met het aantal warme nachten - ook de kaart met de gevoelstemperatuur te raadplegen. Als de gevoelstemperatuur te hoog is, krijgen mensen eveneens last van hittestress. Dat kan vanaf een gevoelstemperatuur van 239C. De gevoelstemperatuur hangt niet alleen af van weer en de omgeving, ook

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

persoonlijke factoren spelen een rol. De gevoelstemperatuurkaart gaat uit van een gemiddelde gevoelstemperatuur van mensen. Het kaartverhaal 'Hittekaart gevoelstemperatuur' uit de Klimaateffectatlas laat de lokale gevoelstemperatuur zien op een extreem hete zomerdag. Dit is een hete dag die ongeveer eens in de 5,5 jaar voorkomt in het huidige klimaat. Zoals is af te leiden uit onderstaande afbeelding zal bij een sterke klimaatverandering de temperatuur in (de omgeving van) het plangebied sterk oplopen. De gevoelstemperatuur in en rondom het plangebied kan op een extreem hete zomerdag stijgen tot circa 40 9C. Om hittestress tegen te gaan, wordt groen aangebracht (bomen). De nieuwe woningen worden voorzien van een duurzame klimaatbeheersing. Hierbij wordt opgemerkt dat de appartementen zijn beoogd voor reguliere bewoning. De appartementen zullen niet worden bewoond door doelgroepen die (extra) kwetsbaar zijn voor hittestress, zoals ouderen (75+), mensen met chronische ziekten of mensen met beperkte mobiliteit.

Afbeelding 6.1

Uitsnede kaart 'gevoelstemperatuur' WH-scenario 2050 (Bron: Klimaateffectatlas)

Hittestress in de gebouwde omgeving kan op verschillende manieren worden tegengegaan. Naast het vergroenen van de gebouwde omgeving kan in de bouwplannen rekening met bouwmaterialen met een lage warmteabsorptie, zoals lichtere kleuren of speciale coatings die minder warmte vasthouden. Dit helpt de temperatuur van gebouwen en oppervlakken te verlagen. Het aanleggen van waterbergende maatregelen zorgt evenwel voor verkoeling en zijn daarmee effectief zijn in het bestrijden van hittestress. 6.4.6.2 Wateroverlast

De komende jaren wordt naast hitte en droogte ook steeds meer wateroverlast verwacht. Sinds het begin van de vorige eeuw is het ruim 25'^ natter geworden in Nederland. Deze neerslag valt met name in de zomer: de intensiteit van hoosbuien neemt zichtbaar toe en hevige buien vallen vaker. De algemene trend voor Nederland is dat de zomerse hoosbuien heviger worden en de winters natter. In Nederland zien we steeds vaker dat de extreem hete periodes gepaard gaan met hevige regenbuien. Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Dit type wateroverlast komt het meest voor bij wolkbreuken in de zomer. Een groot deel van de Nederlandse straten en pleinen kunnen bij hevige buien onder water komen te staan. De meeste schade treedt op wanneer het water (over de stoepen) gebouwen instroomt. Ook zijn er BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

gezondheidsrisico's als er vervuild water op straat blijft staan: bij gemengde riolen kan regenwater zich mengen met niet-gezuiverd water. De voorkeursvolgorde voor omgaan met hemelwater is als volgt: benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren. Het doel is dat neerslag niet leidt tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. Een neerslag van 40 mm in een uur komt ongeveer overeen met een herhalingstijd van 1x per 25 jaar. Een neerslag van 70 mm in een uur komt overeen met de verwachte herhalingstijd van 1 x per 100 jaar in het klimaat van 2050. Planspecifiek

Voor het aan te leggen wegenplan is de drooglegging ten opzichte van het op te hogen maaiveld circa 1,20 m. Het vloerpeil van de woningen ligt 0,30 m boven het straatpeil. Het uitvoeren van een geohydrologisch onderzoek geeft ons duidelijkheid over het huidig verloop van de grondwaterstanden. Aan de hand van de resultaten uit dit onderzoek kan vastgesteld worden of aanvullende ontwateringsmiddelen (drainage) noodzakelijk zijn om wateroverlast te voorkomen. Het eventuele overtollige grondwater kan door drainage of het DT-riool afgevoerd worden naar de waterpartij of aan te leggen retentiestroken. De bergingsnorm is daarbij niet toepasbaar. Met behulp van een maatwerkberekening moet worden aangetoond dat de alternatieve berging bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie biedt. De huidig afvoersituatie mag niet verslechteren. "Het plangebied is gelegen in een peilgebied, waarbij 5,5% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd Bij de hantering van de bergingsnorm wordt het benodigde oppervlak open water gerekend op de hoogte van het streefpeil. De aan te leggen waterpartij compenseert voldoende het daarvoor benodigde wateroppervlak. De plankaart heeft op dit moment nog een globaal karakter, waardoor gebruik wordt gemaakt van een indicatieve berekening van de aan te leggen berging een schatting van het verharde oppervlak wordt gedaan.

Voor woonwijken is gerekend met 45% verhard oppervlak van het uitgeefbaar terrein (30% daken en 15% wegen en terreinen). Ook is het mogelijk om de parkeerplaatsen uit te voeren met halfverharding, om zo infiltratiemogelijkheden te creëren ter plaatse van het parkeerterrein. Tevens wordt het plangebied groen ingericht en wordt zo min mogelijk bebouwing en verharding rond de woningen toegepast. .

6.4.6.3 Droogte en bodemdaling

Droogte is het uitzakken van grondwater door een combinatie van neerslagtekort en verdamping door een periode van hoge temperaturen. Wanneer het grondwater uitzakt, kan dit negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van bebouwing, voor bomen en voor openbaar groen. Om droogte in verhard gebied tegen te gaan, is het belangrijk om voldoende infiltratiegebieden te realiseren. Hierdoor kan het water ten tijde van langdurige regen de grondwaterstand op peil brengen. Dit soort gebieden zijn gemakkelijk te realiseren door het gebruik van groen (bomen, heggen, verschillende grassen en halfverharding) op zowel openbare plekken alsook op particuliere gronden. Een ander effect van droogte is (toenemende) bodemdaling. Toenemende droogte kan de processen van bodemdaling versterken. Dat kan verschillende gevolgen hebben, zoals een groter risico op overstromingen of schade aan funderingen en gebouwen. In het WH-scenario in 2050 stijgt de temperatuur sterk. Door de sterke temperatuurstijging zal naar verwachting meer verdamping optreden. Dit leidt tot een lagere grondwaterstand. Planspecifiek

Om droogte in wijken en in de stad tegen te gaan is het van belang dat voldoende water in de bodem kan infiltreren en de grondwaterstand bij kan vullen. Op basis van de Klimaateffectatlas is de gemiddeld laagste grondwaterstand in het plangebied lager dan 1,5-2 meter onder het maaiveld. Door groen - bomen, struiken, bloemsoorten, gras en halfverharding - toe te passen in het plangebied krijgt regenwater de mogelijkheid om ter plaatse te infiltreren in de bodem en wordt het grondwater door het jaar heen beter aangevuld (ten opzichte van afvoeren via de riolering). Een klimaatbewuste invulling van de buitenruimte hoeft niet te allen tijden letterlijk te bestaan uit 'groen'. Waterpassende/doorlatende verharding

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld zorgt er eveneens voor dat water infiltreert, wateroverlast en droogte wordt tegengegaan en is ook koeler dan een standaard verharding. De kaart 'Bodemdaling' uit de Klimaateffectatlas toont de berekende bodemdalingsvoorspelling in de periode 2020-2050 (cm). De bodemdaling in het plangebied is relatief beperkt. In de periode tot 2050 is de verwachte bodemdaling 3-10 cm en 10 - 20 cm. In afbeelding 6.2 is dit weergegeven.

De bodemdaling is relatief beperkt. Er zijn geen directe aanvullende maatregelen nodig. Hierbij is het wel van belang dat bebouwing en infrastructuur geconcentreerd is op de draagkrachtigste bodem en de bouwwijze is afgestemd op het bodemtype en de verwachte restzetting. 6.4.6.4 Overstromingsrisico De waterveiligheid en beperking van overstromingen via normering van overstromingsrisico's is reeds geborgd als taak van de Rijksoverheid en waterschappen (o.a. met de Waterwet). Dit is laag 1 van het principe van meerlaagsveiligheid. Daarnaast is er een opgave voor het beperken van de gevolgen indien een overstroming optreedt, door dijkdoorbraken of in buitendijks gebied. De zorg voor veilig schuilen en evacueren (laag 3) wordt nu grotendeels opgepakt door de Veiligheidsregio's, hoewel ook hier de inrichting van gebouwd gebied een rol speelt. Laag 2, gevolgbeperking overstromingen hangt nauw samen met laag 1 en 3. Bij nieuwe ontwikkelingen is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen, waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden.

Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal gesproken niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan) als gevolg van een extreme gebeurtenis. Het gaat zowel om buitendijkse gebieden die bij hoogwater overstromen (bijvoorbeeld uiterwaarden) als om de beschermde gebieden achter de dijk (binnendijkse gebieden) die alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. Planspecifiek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Het plangebied bevindt zich in overstroombaar gebied. In voorliggend geval ligt het plangebied binnen de kern Emmeloord. De Noordoostpolder is beschermd door een landelijke primaire waterkering. Deze waterkering kent een overstromingskans van 1:3.000. Dat wil zeggen dat de overstromingskans eens per 3.000 jaar is. In het kader van zeespiegelstijging zijn door het KNMI de KNMI'14 scenario's voor 2050 opgesteld. In deze scenario's loopt de zeespiegelstijging uiteen van 15 tot 40 cm voor de Noordzeekust. In het kader van de voorliggende ontwikkeling wordt ter plaatse van het plangebied gekeken naar de zeespiegelstijging op basis van het WH-scenario voor 2050. Dit betreft het warme scenario met droge zomers en natte winters. In afbeelding 6.3 is dit weergegeven.

Afbeelding 6.3

Stijging waterstanden op basis van het Wh-scenario in 2050 (Bron: Klimaateffectatlas)

Op basis van het WH-scenario wordt ter plaatse van de IJssel een stijging van de waterstand van minder dan 10 centimeter verwacht. De toename van de overstromingskansen als gevolg van de stijging van de waterstand is voor het plangebied en de directe omgeving dan ook gering. Op basis van hetzelfde WH-scenario kan ook de plaatsgebonden overstromingskans berekend worden. Binnen een achter dezelfde dijk gelegen gebied kunnen grote verschillen bestaan in de kans op een overstroming. Dit betekent dat het sterk per locatie kan verschillen of er maatregelen nodig zijn om de gevolgen van een overstroming te beperken. In voorliggend geval is gekeken naar de plaatsgebonden overstromingskans van een overstroming hoger dan 0 centimeter. De plaatsgebonden overstromingskans is weergegeven in afbeelding 6.4. Op basis van het WH-scenario wordt er ter plaatse van het plangebied deels een kleine kans (1 op 300 tot 3000 per jaar) op een overstroming hoger dan 0 centimeter verwacht. Opgemerkt wordt dat bij de primaire keringen is uitgegaan van de maximaal toelaatbare overstromingskans die volgens de Waterwet in 2050 geldt. In werkelijkheid voldoen veel primaire waterkeringen nog niet aan deze toekomstige veiligheidsnorm. Daarom kan de plaatsgebonden overstromingskans in veel gevallen in werkelijkheid groter zijn. De plaatsgebonden overstromingskans is dan ook kaderstellend.

Uit bovenstaande wordt geconcludeerd dat dit risico voor het plangebied niet onevenredig toeneemt als gevolg van klimaatverandering. Het aspect overstromingen in het kader van klimaatadaptatie vormt dan ook niet direct een belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat het aspect overstroming in het kader van deze ontwikkeling dan ook geen nadere aandacht behoeft.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan “Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Legenda: Extreem kleine kans: *clZ30.000 per jaar Zeer kleine kans: 1/3 000 tot 1/30 000 per jaar

V*

Heine kans: 1/300 tot 1/3.000 per jaar Middelgrote kans: 1/30 tot 1/300 per jaar Grote kans: » 1/30 per \aar

Bron: Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO), 2022

Afbeelding 6.4

6.5

Plaatsgebonden overstromingskans > 0 cm op basis van het WH-scenario in 2050 (Bron: Klimaateffectatlas)

Conclusie

Gelet op het vorenstaande vormen de wateraspecten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Algemene regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: ^

Begrippen (Artikel 1)

In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. ^

Wijze van meten (Artikel 2)

Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke). 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: ^ ^ ^

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: ^

Anti-dubbeltelregel (Artikel 8)

Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. ^

Algemene gebruiksregels (Artikel 9)

Deze regel is opgenomen om aan te geven welk gebruik in elk geval strijdig is met de aan de grond gegeven bestemming; ^

Algemene afwijkingsregels (Artikel 10)

In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. ^

Algemene wijzigingsregels (Artikel 11)

In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk dat Burgemeester en Wethouders het plan ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone wijzigingsgebied' kunnen wijzigen in dié zin dat enige bestemming wordt gewijzigd in de bestemming 'Sport'. ^

Overige regels (Artikel 12)

In dit artikel is aangegeven dat de wettelijke regeling waarnaar in de regels van het plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Daarnaast zijn er regels opgenomen omtrent parkeren. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. In dit geval is qua systematiek rekening gehouden met het bestemmingsplan "Emmeloord, Noord en Oost" om zo voor het dit deel van Emmeloord een soortgelijk juridisch-planologisch regime te hebben. Groen (Artikel 3) De gronden gelegen tussen de woonkavels en aan de noord-, oost- en zuidrand van het plangebied hebben de bestemming 'Groen' gekregen.

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, evenementen, parkeerplaatsen, speelvoorzieningen tot een oppervlakte van niet meer dan 500 m2 per bestemmingsvlak, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en wadi's, voet- en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

fietspaden en ontsluitingswegen, waaronder tevens wordt verstaan ontsluitingswegen ten behoeve van de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Voor de speeltoestellen en speelvoorzieningen, kunstwerken, licht- en vlaggenmasten gelden aparte bouwhoogten. Tuin (Artikel 4) De gronden die zijn gelegen voor de woningen hebben de bestemming 'Tuin' gekregen. Uitgangspunt is dat daar geen gebouwen worden opgericht, wel kan met afwijking worden toegestaan dat bouwwerken als erkers en entreepartijen worden gebouwd. Tevens is het middels afwijking van de gebruiksregels mogelijk dat de gronden ten dienste van wonen worden gebruikt. Water (Artikel 5) De waterpartij in het noorden van het plangebied is bestemd tot 'Water'. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor water en waterberging, waterwegen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Verkeer (Artikel 6) De wegen en parkeervoorzieningen in het plangebied hebben de bestemming 'Verkeer' gekregen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, voet- en rijwielpaden, kunstwerken, nutsvoorzieningen evenementen.

Verder zijn de hierbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bruggen, viaducten en landhoofden daar onder begrepen en andere-werken toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - uitsluitend calamiteitendoorgang' is uitsluitend een ontsluitingsvoorziening voor calamiteiten toegestaan. Binnen de bestemming 'Verkeer' mogen geen gebouwen worden opgericht. Bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn wel toegestaan. Voor licht- en vlaggenmasten en bruggen en viaducten gelden aparte bouwhoogten. Wonen (Artikel 7) De woningen in het plangebied zijn bestemd als wonen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woningen en gemeenschappelijke ruimtes uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - gemeenschappelijke ruimte', met daarbijbehorende gebouwen en bijbehorende bouwwerken, bouwwerken geen gebouwen zijnde, andere-werken, tuinen, erven en paden, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. Het gezamenlijk aantal woningen bedraagt niet meer dan 215, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal woningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal woningen.

Door middel van aanduidingen is op de verbeelding per bouwvlak aangegeven welk type woningen er zijn toegestaan. De type woningen in het oostelijke deel van het plangebied zijn deels flexibel vastgelegd, waardoor er kan worden geschakeld naar de woonwensen die er zijn (vrijstaand of tweekappers). Daarnaast is door middel van aanduidingen de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. De dakhelling voor hoofgebouwen mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, met dien verstande dat tevens een plat dak is toegestaan. Het aantal gemeenschappelijke ruimtes bedraagt per functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen gemeenschappelijke ruimte' hoogstens één, de oppervlakte van een gemeenschappelijke ruimte bedraagt hoogstens 100 m2.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Hoofdstuk 8 8.1

Economische uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het eigendom van gronden in het plangebied is in gemeentelijke handen en om die reden kan worden afgezien van vaststelling van een exploitatieplan. Voor dit planvoornemen is daarom een grondcomplex ingesteld met bijbehorende grondexploitatie. Hierin is de verantwoording van de kosten en opbrengsten opgenomen. De exploitatie is sluitend. Het plan is dan ook economisch uitvoerbaar. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.2.1

Vooroverleg

Het bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" lag in het kader van vooroverleg ex artikel 3.1.1. lid 1 Besluit ruimtelijke ordening voor aan Waterschap Zuiderzeeland en Provincie Flevoland. Zowel waterschap als provincie reageerden op het plan. Het waterschap gaf een positief wateradvies, met enkele suggesties voor tekstuele aanpassingen. De provincie had nog enkele opmerkingen met betrekking tot ecologie, geluidsaspecten en verkeer. Deze opmerkingen zijn ook teruggekomen in de zienswijze van de provincie, zie daarvoor paragraaf 8.2.2. De vooroverlegreacties van de provincie en het waterschap zijn toegevoegd aan bijlage 11 van de toelichting. 8.2.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan lag van 21 september tot en met 1 november 2023 ter inzage. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Er is een nota met de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen en ambtshalve aanpassingen opgesteld. Hierin zijn de zienswijzen beantwoord en of en hoe de zienswijze aanleiding geeft tot wijziging van het bestemmingsplan. Verder zijn er enkele ambtshalve wijzigingen. De nota van samenvatting en beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen is als bijlage 12 toegevoegd. Het bestemmingsplan is op een aantal punten aangepast en gewijzigd vastgesteld. Na publicatie van het besluit tot vaststelling, ligt het bestemmingsplan zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

58

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 2

Kruispuntstromen in de ochtendspits en avondspits

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

59

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

60

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

61

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 5

AERIUS-berekening

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

62

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 6

Quickscan flora ä fauna

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

63

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 7

Aanvulling natuurtoets rugstreeppad

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

64

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 8

Archeologisch bureauonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

65

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

66

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 10

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

67

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 11

Vooroverlegreacties provincie en waterschap

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

68

Bestemmingsplan "Emmeloord, Oude Espelerweg" Vastgesteld

Bijlage 12

Nota van samenvatting en beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

69

Emmeloord, Oude Espelerweg vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting

BJZ.nu Bestemmingsplannen

75

Emmeloord, Oude Espelerweg vastgesteld

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

BJZ.nu Bestemmingsplannen

76

Beeldkwaliteitsparagraaf, Oude Espelerweg Aanleiding De Noordoostpolder is vanaf de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen als een totaalontwerp. In dit ontwerp waren civiele techniek, landschap, stedenbouw, architectuur, economie en maatschappij zeer sterk geïntegreerd. Hierdoor hangt alles met alles samen. Bij het ontwerpen van de Noordoostpolder had men een overzichtelijke wereld voor ogen met een zekere beslotenheid en beschutting. De menselijke maat was daarbij de norm. Het oorspronkelijke ontwerp kenmerkt zich door het streven naar eenheid in verscheidenheid. Het totaalontwerp, de architectonische samenhang en de menselijke maat zijn unieke kwaliteiten van deze polder. Dit is te meer van belang voor de identiteit en de herkenbaarheid juist omdat de Noordoostpolder - met uitzondering van Schokland - niet kan terugvallen op eeuwenoude historie met bijbehorende monumenten en herkenningspunten. De gemeente zet zich daarom in om - naast ruimte te bieden aan nieuwe initiatieven verrommeling, versnippering en het onherkenbaar maken van ruimtelijke opzet en karakteristiek te voorkomen. Alleen op deze manier blijven de economische waarde, de ecologische waarde en de belevingswaarde voor de toekomst op het gewenste peil. Een van de manieren om de eenheid, en daarmee herkenbaarheid en waardering van de Noordoostpolder te bewaren, is sturen op beeldkwaliteit.

De gemeente stelt daarom beeldkwaliteitseisen aan nieuwe ontwikkelingen, uitbreidingen en verbouwingen.

Identiteit als basis voor ontwikkeling: DNA Gemeente Noordoostpolder en woningcorporatie Mercatus hebben in 2012 het initiatief genomen om onderzoek te doen naar de (historische) waarden van de Noordoostpolder. We noemen deze waarden - die zich toespitsen op het landschap, de stedenbouw en de architectuur - het DNA. Van Emmeloord en van elk dorp is het DNA, ofwel de unieke eigenschappen, bepaald. Per kern is aan de hand van het oorspronkelijke ontwerp en de historische ontwikkeling in kaart gebracht waar de Delftse school stedenbouw en architectuur is terug te vinden en welke identiteit en kwaliteit deze met zich meebrengen. De kernen blijken familietrekken te vertonen, maar zijn stuk voor stuk uniek. De kennis over en waardering van de stedenbouw en architectuur van de Delftse School bieden kansen voor de toekomst. De foto’s en beschrijving van alle unieke karaktertrekken van elk dorp geven gemeente en corporaties een handreiking hoe te sturen op met toekomstige ontwikkelingen en geven bewoners en ondernemers, ontwikkelaars en architecten een richting om in te spelen op deze bijzondere context. Enkele van de planuitgangspunten voor dit plan zijn terug te voeren op het DNA. Dit DNA is dan ook goed te benutten als achtergrondinformatie bij de plantoelichting en de beeldkwaliteitseisen.

UNA LMMi .-—O!IL - ^ IAUSiNIvLAU ! fŕ iir1fl-Ĺ".:J ŬMMİ6&ŰĪ

İP Ę*

Iļ'íJť rVj

Context De polder vormt de grotere context. De dijk is in 1942 gesloten, waarna de polder kon droogvallen. Met uitzondering van Schokland is er geen bebouwing van voor 1942. De architectuur in Emmeloord kenmerkt zich dan ook als naoorlogs, met de stijlkenmerken die daarbij horen. Aanvankelijk waren dat de Delftse School of juist Het Nieuwe Bouwen (denk aan Nagele) en vormen van prefab bouw. Architectuur die teruggrijpt naar oudere bouwstijlen waaronder Classisisme, Barok, Renaissance of Gotiek past daarmee niet binnen de context van de polder. In de kerkenbouw is hier en daar teruggegrepen naar met name Romaanse kenmerken. Hier is evenwel sprake van een sobere op de situatie afgestemde neo-versie van de op zichzelf al sobere Romaanse bouwstijl.

Plantoelichting

Het plangebied is gelegen in de oksel van de Oude Espelerweg en de Espelerlaan. Het betreft een agrarische kavel die uitgespaard is gebleven uit het noordoostkwadrant van Emmeloord dat helemaal gereserveerd was voor recreatie en sport. De locatie grenst aan de oostzijde aan het Emmelerbos en aan de zuidzijde aan het sportpark. In de noordwesthoek is er een erf dat een hap neemt uit het plangebied. Op dit erf was lange tijd het K.I.-station van de polder gevestigd. Het stedenbouwkundig plan is erop gericht om de sfeer van het groene kwadrant door te zetten, terwijl zich hier toch een gevarieerd woonprogramma ontvouwt. Er wordt zo veel mogelijk ingezet op een klimaat adaptieve en natuur inclusieve inrichting van de openbare ruimte. Aan de Espelerlaan is de wijk het meest zichtbaar voor de inwoners en passanten van Emmeloord: Het Balkon. Hier zijn de entree (voor autoverkeer) van de wijk en een drietal grotere complexen gesitueerd: twee hoven die geschikt zijn als collectieve woonvorm als een (bijvoorbeeld Knarrenhof) met een groene collectieve binnenruimte. Het meest zuidelijke complex is een samenstel van appartementen en grondgebonden woningen. De complexen liggen vrij in het groen, dat alleen door voetpaden wordt doorsneden. Het parkeren vindt plaats aan de binnenkant van het plangebied. De parkeerterreinen zijn zoveel mogelijk aangekleed met bomen en omzoomd met hagen.

Afgezien van een calamiteitenuitgang aan de Oude Espelerweg, is er voor de auto eenaansluiting op het lokale wegennet en dat is via de Espelerlaan. Voor fietsers en voetgangers zijn er echter tal van verbindingen met de omliggende gebieden en padenstructuren.

De noordkant van het plan bestaat uit een grote waterpartij die enerzijds heel functioneel een buffer vormt om water op te vangen in natte periodes en het water vast te houden om in droge periodes in water te voorzien. Anderzijds geeft de waterpartij een duidelijk eigen gezicht aan de wijk. Iedere bewoner die met de auto thuis aankomt of vertrekt heeft op z’n minst een glimp opgevangen van het water. Aan de waterpartij zijn drie appartementengebouwen gesitueerd - Bospoel I, II en III zodat de bewoners ervan optimaal profiteren van de ruimtelijke kwaliteit die de plas oplevert. Het gebied het dichtst bij het bos, de Lanen, is verkaveld voor particulier te ontwikkelen woningen per cluster omringd door hagen. De kavels zijn ontsloten door een tweetal verkeerslussen met relatief weinig verharding en veel ruimte voor bomen, struiken en grassen. De overgang tussen openbaar en privé wordt gemarkeerd met een haag. Deze wordt onderhouden op 1,00 meter hoogte aan de voorzijde en tussen 1,00 en 2,00 meter hoogte aan de zij- en achterzijde. Zie figuur hieronder. Aanleg, beheer en behoud van de hagen zal worden vastgelegd in de verkoopakten van de kavels.

Beeldkwaliteitscriteria Het plan is opgebouwd volgens een heldere verdeling van het woningbouwprogramma. Dit dient in de architectuur tot uitdrukking te komen.

1. Deelgebied 1: Het Balkon Dit deelgebied omvat de volgende onderdelen: » De drie vrijstaande woningen aan de noordzijde van de hoofdentree. Deze vormen het visitekaartje bij binnenkomst van het plan. Deze woningen worden onder hoogstaande architectuur ontworpen. » De twee hoven in het midden moeten voor wat betreft het ontwerp exact gelijk aan elkaar zijn of duidelijk een familie vormen. » Het zuidelijke blok met appartementen en grondgebonden woningen. Dit vormt in zichzelf een integrale opgave en moet één ontwerp vormen. Dit komt tot uitdrukking in het materiaal- en kleurgebruik en in de vormentaal en detaillering.

Kaartsnede van deelgebied 1: Het Balkon

1.1 Oriëntatie/ entreezijdes De vrijstaande woningen zijn elk uniek door een eigen specifiek ontwerp. Deze staan elk solitair en gecentreerd op hun eigen perceel. Samen staan ze in één rooilijn zoals deze is aangegeven door het bouwvlak in het bestemmingsplan. Binnen de hoven en het zuidelijk bouwblok hebben de grondgebonden woningen hun voorzijde c.q. entreezijde gelegen aan de openbare ruimte, de buitenkant van de blokken. De trappenhuizen van de appartementen hebben een dubbele entree, zowel aan de buitenkant van het blok als aan de binnenkant.

1.2 Massawerking/ hoofdvorm Voor de vrijstaande woningen wordt verwezen naar de criteria in paragraaf 3.1. De Hoven en het zuidelijk blok: » Er is sprake van een eenvoudige opzet met een enkelvoudige bouwmassa: een heldere hoofdvorm. » Toevoegingen zoals erkers, dakkapellen, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en maken integraal onderdeel uit van de architectuur. » Er is een duidelijke afstemming in vormentaal en materiaalgebruik tussen de verschillende bouwonderdelen en/of woningtypes. » De bergingen van de appartementen zijn opgenomen in het hoofdvolume. » De hoofdentrees van de appartementengebouwen worden nadrukkelijk, herkenbaar en passend in het architectonische concept vormgegeven. » Eventuele installaties zijn uit het zicht van de openbare weg geplaatst of integraal onderdeel van de architectuur. » Indien de liftkoker boven de dakrand uitsteekt, dient deze als integraal onderdeel van de architectuur te zijn vormgegeven. » Balkons en buitenruimtes zijn integraal mee ontworpen als deel van de hoofdmassa: géén uitkragende balkons met stalen of glazen hekwerken. » De aansluiting van gebouw op het maaiveld dient zorgvuldig ontworpen te zijn.

Middelen om deze aansluiting vriendelijk en netjes te maken zijn: - Een beletage van 0,50 tot 1,20 meter boven het maaiveld; - Een siertuin met onder meer substantieel heesters of hagen rondom; - Parterre-appartementen een eigen (voor)deur.

Voorbeelden hoven (combinatie van appartementen en grondgebonden woningen)

Voorbeelden verschillende woningtypes gemengde zuidelijke complex

1.3 Gevels en daken Voor de vrijstaande woningen wordt verwezen naar de criteria in paragraaf 3.2. De Hoven en het zuidelijk blok: » De gevelcomposities kenmerken zich door een groot contrast tussen grote en kleine gevelopeningen. Hieruit is de achterliggende functie leesbaar vanaf de gevel. » Alle gevelopeningen staan los in de gevelcompositie. » De entrees krijgen extra nadruk binnen de gevelcompositie. » De kopgevels die zichtbaar zijn vanaf een openbare weg krijgen veel aandacht. Deze zijn gecomponeerd als een tweede voorgevel. Er bevindt zich minimaal twee gevelopeningen in deze kopgevels zoals is aangegeven in de onderstaande tekening. » De bouwblokken moeten zijn als afgeronde gehelen zijn ontworpen. Dit betekent dat alle overgangen van het blok naar de openbare ruimte mee zijn ontworpen. Grotendeels wordt deze overgang gevormd door de woningen zelf. Daar waar dit niet het geval is - daar waar achtertuinen, voortuinen/stoepen of collectieve binnenterrein grenzen aan het openbare gebied, moeten de overgangen bouwkundig ingevuld zijn door erfscheidingen. » Eén materiaal c.q. kleur is dominant en beeldbepalend voor het gebouw. Andere materialen en/of kleuren zijn ondergeschikt.

Locaties relevante kopgevels

Erfscheidingen

Goede voorbeelden gevelcompositie

Voorbeeld kopgevels met meerdere gevelopeningen

Goede voorbeelden overgangen openbaar-privé complexen en rijwoningen.

2. Deelgebied 2: Bospoel I, II en III

Kaartsnede van deelgebied 2: Bospoel I, II en III Dit deelgebied bestaat uit drie appartementengebouwen die om een waterplas komen te staan. » » »

» » » » »

»

De appartementengebouwen vormen samen één ensemble. De drie woongebouwen zijn familie van elkaar. De bergingen (collectief en individueel) zijn opgenomen in het hoofdvolume. De situering, afmetingen en verhoudingen van de verschillende gevelonderdelen vormen samen een doeltreffende gevel- en gebouwcompositie. De compositie wordt getoetst op de eenduidigheid, structuur en de logica van het concept binnen de context van de bestaande en de te verwachten situatie. De hoofdentree wordt nadrukkelijk, passend in het architectonische concept, vormgegeven. Eventuele installaties zijn uit het zicht van de openbare weg geplaatst of integraal onderdeel van de architectuur. Indien de liftkoker boven de dakrand uitsteekt, dient deze als integraal onderdeel van de architectuur te zijn vormgegeven. Balkons en buitenruimtes zijn integraal mee ontworpen als deel van de hoofdmassa: géén uitkragende balkons met stalen of glazen hekwerken. De aansluiting van gebouw op het maaiveld dient zorgvuldig ontworpen te zijn. Middelen om deze aansluiting vriendelijk en netjes te maken zijn: o Een beletage van 0,50 tot 1,20 meter boven het maaiveld; o Een siertuin met onder meer substantieel heesters of hagen rondom; o Parterre-appartementen een eigen (voor)deur. Eén materiaal c.q. kleur is beeldbepalend voor het gebouw. Andere materialen en/of kleuren zijn ondergeschikt.

Goede voorbeelden appartementengebouw

Goede voorbeelden overgangen appartementengebouw naar openbare ruimte

3. Deelgebied 3: De Lanen

Kaartsnede van deelgebied 3: De Lanen De Lanen bestaat uit drie woningtypes: één blok met rijwoningen (blauw), tweekappers en vrijstaande woningen. De rijwoningen wordt projectmatig gerealiseerd vanuit één ontwerp. De bouwkavels voor tweekappers en vrijstaande woningen worden door de particuliere kopers zelf ontwikkeld. Hier geldt dat er ruimte wordt geboden voor vernieuwing, variatie en individuele expressie.

3.1 Massawerking/ hoofdvorm » » » » * » » »

Er is sprake van een eenvoudige opzet met een enkelvoudige bouwmassa: een heldere hoofdvorm. Toevoegingen zoals erkers, dakkapellen, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en maken integraal onderdeel uit van de architectuur. Er is een duidelijke afstemming in vormentaal en materiaalgebruik tussen de verschillende bouwonderdelen. De hoofdentree van de woning wordt nadrukkelijk, herkenbaar en passend in het architectonische concept vormgegeven. Eventuele installaties zijn uit het zicht van de openbare weg geplaatst of integraal onderdeel van de architectuur. Eén materiaal c.q. kleur is beeldbepalend voor het gebouw. Andere materialen en/of kleuren zijn ondergeschikt. Platafgedekte woningen zijn mogelijk, mits het niet de aangegeven goothoogte van het bestemmingplan niet overschrijdt als de maximale bouwhoogte. Bij de rijwoningen is aandacht voor verbijzondering van de eind- of hoekwoningen of op hoekpunten van de straat.

3.2 Gevels en daken » » » »

»

De gevelcomposities kenmerken zich door een groot contrast tussen grote en kleine gevelopeningen. Hieruit is de achterliggende functie leesbaar vanaf de gevel. Alle gevelopeningen staan los in de gevelcompositie. De entrees krijgen extra nadruk binnen de gevelcompositie. De kopgevels van de rijwoningen worden met aandacht ontworpen. Deze zijn gecomponeerd als een tweede voorgevel. Er bevindt zich minimaal twee gevelopeningen in deze kopgevels. Dit geldt niet voor de tussenliggende zijgevels als het blok wordt opgeknipt in twee blokken. Eén materiaal c.q. kleur is dominant en beeldbepalend voor het gebouw. Andere materialen en/of kleuren zijn ondergeschikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2134/documents/37938