CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1 Ruimtelijke Onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos.pdf

Gemeenteraad 16 mei 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: (Ontwerp) verklaring van geen bedenkingen entreegebouw Waterloopbos18.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

m Jl åU ■s mm

9r« «P

ii 1 J

huk

makers

experts in ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschap

Planstatus:

ontwerp

Datum:

7 april 2022

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes en Mevr. I. van Malsen

Kenmerk Plannen-makers:

PM21048

Opdrachtgever:

Dhr. F. Ziegler

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751

Pagina 2

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding...................................................................................................................................................4 1.1

Aanleiding en doelstelling..............................................................................................................4

1.2

Leeswijzer........................................................................................................................................ 4

Het plan.................................................................................................................................................... 5 2.1

Ligging van het plangebied.............................................................................................................5

2.2

Beschrijving plan..............................................................................................................................6

Beleidsmatige onderbouwing............................................................................................................. 11 3.1

Rijksbeleid...................................................................................................................................... 11

3.2

Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 13

3.3

Gemeentelijk beleid..................................................................................................................... 20

Milieutechnische uitvoerbaarheid.....................................................................................................24 4.1 Milieueffectrapportage................................................................................................................24 4.2

Bedrijven en milieuzonering....................................................................................................... 25

4.3

Geluidhinder ................................................................................................................................ 26

4.4

Flora en Fauna ............................................................................................................................. 26

4.5

Bodem .......................................................................................................................................... 34

4.6

Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 35

4.7

Externe Veiligheid......................................................................................................................... 37

4.8

Archeologie en Cultuurhistorie................................................................................................... 40

4.9

Waterhuishouding........................................................................................................................ 42

4.10

Verkeer en Parkeren.................................................................................................................... 46

4.11 Energietransitie en Duurzaamheid................................................................................................. 51 5

6

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.......................................................................52 5.2

Economische uitvoerbaarheid.................................................................................................... 52

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................... 52

Bijlagen..................................................................................................................................................53

Pagina 3

A 11 U

S'4

■M

K ■ ■UK w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

1

fii' J

npia

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstelling

Het natuurgebied Waterloopbos is een polderbos gelegen bij Marknesse in de gemeente Noordoostpolder. Het Waterloopbos bestaat uit een voormalig terrein voor waterloopkundig onderzoek, waarop het proefterrein van het Waterloopkundig Laboratorium De Voorst gevestigd was. Sinds 2002 is het terrein eigendom geworden van de Vereniging Natuurmonumenten. Het proefterrein met de nog aanwezige opstellingen is sinds 2016 aangewezen als een rijksmonument. Het voornemen is om een nieuw entreegebouw met horecafunctie te realiseren ter ondersteuning van het historisch openlucht laboratorium en het gehele Waterloopbos. Er is reeds een tijdelijk bezoekerscentrum gerealiseerd, die wanneer het definitieve entreegebouw klaar is zal worden afgebroken. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing dient als de vereiste motivering bij de omgevingsvergunning.

1.2

Leeswijzer

Onderhavige ruimtelijke onderbouwing bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na hoofdstuk 5 zijn de bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd.

Pagina 4

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

2

Het plan

2.1

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen in het Waterloopbos aan de Voorsterweg 34. Het Waterloopbos ligt nabij de dorpen Kraggenburg en Vollenhove en is onderdeel van het buitengebied van Marknesse. Het Waterloopbos wordt in het noorden begrensd door de Vollenhoverweg, in oostelijke richting door de Repelweg, zuidelijk door de Zwolse Vaart en aan de westzijde door agrarisch gebied. Het Waterloopbos is grotendeels aangewezen als Rijksmonument, waarin zich schaalmodellen van ruim dertig waterwerken bevinden. De schaalmodellen werden gebruikt om proeven uit te voeren waarmee de invloed van waterbouwkundige werken op de loop van het water kon worden voorspeld. Het plangebied is gelegen bij het schaalmodel dat is gebruikt om de situatie van de stormvloedkering in Zeeland na te bootsen. Het oorspronkelijke schaalmodel Deltagoot is in 2018 omgevormd tot een kunstwerk met de naam ‘Deltawerk //’. Het plangebied, de gronden waar het nieuwe entreegebouw komt, maakt zelf ook onderdeel uit van het Rijksmonument.

Figuur 2. Uitsnede luchtfoto, plangebied in rode cirkel (bron: Google Earth)

Figuur 1. Uitsnede luchtfoto ingezoomd, plangebied in rode cirkel (bron: Google Earth)

Het plangebied is noordelijk gelegen ten opzichte van het Deltawerk en ligt op circa 50 meter afstand van de Voorsterweg. Het plangebied wordt direct begrensd door de Voorsterweg in het noorden, het

Pagina 5

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

Waterloopbos in het oosten, het voormalige bezoekerscentrum in het zuiden en in het westen door gronden waar zich bedrijven uit de sector natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk kunnen vestigen. Momenteel zijn deze gronden agrarisch in gebruik.

2.2

Beschrijving plan

Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos 2016-2026 De Ontwikkelagenda Waardevol Waterloopbos is opgesteld om samen met overheden, de watersector, ondernemers, het onderwijs, fondsen en omwonenden het Rijksmonument Waterloopbos te behouden en beleefbaar te maken voor toeristen en recreanten als zeer bijzondere plek in de Noordoostpolder en Flevoland. In het Waterloopbos wordt de focus gelegd op de verschillende aanwezige cultuurhistorische en natuurwaarden. De beoogde ontwikkeling maakt deel uit van het gebied Deltawerk, die bestaat uit een meer dan 200 meter lange betonnen goot. Deze locatie heeft een aparte ontwerpopgave, die gericht is op het ontwerpen van een imposante entree. Het nieuw te bouwen entreegebouw vormt de hoofdentree voor het gehele Voorsterbos. Het Waterloopbos is gericht op wandelaars, liefhebbers van cultuurhistorie en zowel volwassenen als gezinnen met kinderen. Daarnaast is het gebied uitermate geschikt voor gehandicapten. Het nieuwe entreegebouw heeft als doel de bezoekers van het gebied een gastvrije ontvangst te bieden en bezoekers te laten weten welke ervaring ze kunnen verwachten in het Waterloopbos. NatuurNetwerk Nederland (NNN) Binnen het Voorsterbos wordt het Waterloopbos aangewezen als een industrieel erfgoed monument. Het plangebied is aangewezen als NNN-gebied.

In het Waterloopbos komt er plaatselijk krabbenscheervegetaties voor en het bos kent een sterke kwel. De kwel wordt veroorzaakt door de druk van het nabij gelegen Vollenhover- en Kadoelermeer. Dit leidt in de winter tot hoge grondwaterstanden die in het voorjaar en de zomer echter diep wegzakken. De waterkwaliteit is dusdanig dat hier bijzondere flora en fauna te vinden zijn. De realisatie van een nieuw entreegebouw draagt bij aan de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied doordat het entreegebouw bijdraagt aan de instandhouding van het bos. Het plan draagt daarom bij aan de uitvoering en langdurige duurzame instandhouding van het versterken van het Natuurnetwerk Nederland en is daarmee in lijn met de visie van het NatuurNetwerk Nederland. Visie gebiedsbeschrijving Waterloopbos Vanwege de complexiteit van het gebied Waterloopbos en de huidige en toekomstige ontwikkelingen wordt er in opdracht van de gemeente een Gebiedsvisie Waterloopbos opgesteld. Het doel van de visie is het opstellen van een ruimtelijk kader dat recht doet aan de bijzondere kwaliteiten van het gebied nu en in de toekomst.

In de visie worden de volgende initiatieven voor de uitbreiding van bestaande en nieuwe functies benoemd: ^ MITC • Rijksmonument Waterloopbos ^ Hotelfunctie Dyntus Techpark, LAB 32 • De locatie tussen Waterloopbos en Voorsterbos ^ Bereikbaarheid en ontsluiting

Pagina 6

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

De visie is nog niet vastgesteld door de gemeente (verwachting medio 2022), maar de ontwikkeling van het entreegebouw wordt hierin nadrukkelijk benoemd. Aandachtspunten die voornamelijk spelen voor het entreegebouw zijn de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van de omliggende wegenstructuur. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.10. Beschrijving plan Het entreegebouw wordt ten noorden van het Deltawerk gesitueerd. Het entreegebouw zal het tijdelijke bezoekerscentrum vervangen en voorzien in een informatiepunt over natuur -en cultuurhistorie met een daarbij behorende horecagelegenheid. Daarnaast kan het gebouw ook gebruikt worden als een multifunctionele ruimte en vormt het een startpunt van wandel- en fietsroutes. Het nieuwe gebouw heeft een oppervlakte van circa 429 m2 en bestaat uit een L-vorming gebouw met een deels overdekt buitenterras. In het document Gebiedsmarketing Rijksmonument Waterloopbos (2019) is op basis van inschatting en onderzoek het aantal bezoekers inzichtelijk gemaakt (zie bijlage 1). Het aantal bezoekers van een aantal jaar gelden bedroeg circa 75.000. Dit aantal is volgens het Bezoekersonderzoek natuurgebieden (provincie Flevoland 2019) in 2019 gegroeid tot circa 146.000 bezoekers per jaar. De verwachting is dat dit aantal doorgroeit naar 200.000 bezoekers per jaar.

Het realiseren van het entreegebouw faciliteert de verwachte toename in bezoekersaantallen en zet in op een betere beleving van het Waterloopbos. Het nieuwe entreegebouw zal gedeeltelijk gebruik maken van bestaande materialen uit het Waterloopbos, waardoor het qua elementen en materiaal aansluit op de omgeving. Bij het ontwerp wordt uitgegaan van natuurinclusief bouwen, zo worden er broedgelegenheden voor vogels gerealiseerd en voorzieningen voor vleermuisverblijven geïntegreerd in de gevels. Momenteel vindt het parkeren plaats op parkeerterreinen P1 en P2. Op deze parkeerterreinen zijn in totaal 230 parkeerplaatsen beschikbaar en op P1 is tevens een bus-uitstaplocatie beschikbaar. De twee parkeerterreinen worden in staat geacht de toename in bezoekers op te kunnen vangen. Bij parkeerterrein P2 is ook het oude bezoekerscentrum gevestigd. Dit gebouw wordt momenteel gebruikt als opslagplaats maar zal in de toekomst een mogelijke startplaats kunnen vormen voor excursies. Daarnaast zal een stalling voor circa 50 fietsen bij het entreegebouw gerealiseerd worden. Hier kunnen ook rolstoelen, scootmobielen en bolderkarren worden geplaatst. In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren. Horeca De horecagelegenheid binnen het entreegebouw dient mede als inkomstenbron voor de exploitatie en de instandhouding van het Waterloopbos.

Bezoekers kunnen zowel binnen zitten als buiten op het terras voor de hoofdentree. Daarnaast wordt er binnen het entreegebouw ook nog een kleine winkel gerealiseerd waar natuurcadeaus van Natuurmonumenten kunnen worden gekocht. In onderstaande afbeeldingen is het ontwerp van het entreegebouw weergegeven.

Pagina 7

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

Figuur 3. Ontwerp entreegebouw (bron: Ziegler Banderhorst).

Figuur 4. Vooraanzicht van het entreegebouw (bron: Ziegler Branderhorst).

Pagina 8

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

A il .11 13 mm w

■ļl i'K 1 ní j mum mwm

Figuur 6. Doorsnede Deltawerk en nieuwe entreegebouw (bron: Ziegler Branderhorst).

Figuur 5. Landschappelijke inpassing entreegebouw (bron: Ziegler Branderhorst).

Het plan is in strijd met de vigerende beheersverordening ‘Landelijk Gebied’ (vastgesteld 21 maart 2016). In de beheersverordening is het voorheen geldende bestemmingsplan Waterloopbos e.a. hernieuwd van toepassing verklaard. Voor het plangebied geldt de bestemming ‘Bos/natuurgebied’. Binnen deze bestemming gaat het om het aanwezige bos, de waterhuishouding, de afschermende groenvoorzieningen, alsmede de natuurlijke waarden die onderdeel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Binnen de bestemming zijn gebouwen, zijnde een informatiecentrum en/of bezoekersruimte, andere bouwwerken, voorzieningen en paden toegestaan, maar tot een maximale gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen van 250 m2.

Pagina 9

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

Zoals reeds vermeld bestaat het nieuwe entreegebouw uit een oppervlakte van 429 m2, waarmee het plan is strijd is met de beheersverordening. Tevens wordt onder de bestemming ‘Bos/natuurgebied’ niet expliciet aangegeven wat wordt verstaan onder een informatiecentrum en/of bezoekersruimte. Het is niet duidelijk of binnen de gebruiksmogelijkheden ruimte is voor de horeca die beoogd wordt in het nieuwe entreegebouw. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient afgeweken te worden van de beheersverordening Landelijk Gebied. Met de uitgebreide omgevingsvergunning (artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo) kan worden afgeweken van de beheersverordening en zo de ontwikkeling planologisch mogelijk worden gemaakt. Onderdeel van deze uitgebreide omgevingsvergunning is het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing. Voorliggend document voorziet in deze onderbouwing.

Pagina 10

A 11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

S'4

fii'

■M 1 J

■ ■UK MPa

3

Beleidsmatige onderbouwing

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Wet ruimtelijke ordening Z Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat concrete beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland.

De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen

Projectspecifiek De ontwikkeling bevindt zich in het buitengebied. De beoogde ontwikkeling heeft als ambitie de recreatieve functie van de locatie te versterken door het realiseren van een entreegebouw met tevens een ondersteunende horecafunctie. Het valt hiermee binnen de prioriteit toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Tevens voldoet de ontwikkeling aan de drie afwegingsprincipes van het rijk. De ontwikkeling is derhalve niet in strijd met rijksbelangen en is passend binnen de NOVI.

Pagina 11

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. In artikel 1.1.1 van het Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Een nadere omschrijving van het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ is hierin ook vastgelegd.

Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt; ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In jurisprudentie is dit begrip nader ingevuld1. Een recreatieve ontwikkeling valt onder bestaand stedelijk gebied wanneer er op de gronden een niet-agrarische bestemming rust (hieronder valt niet enkel ‘rode’ stedelijke functies maar ook functies voor sport, recreatie of stedelijk groen), en mits de locatie onderdeel is van het bestaand stedelijk samenstel van bebouwing.

Projectspecifiek Voorliggend plan betreft het realiseren van een entreegebouw met een ondersteunende horecafunctie. De locatie is geen onderdeel van het bestaand stedelijk samenstel van bebouwing. Het entreegebouw wordt gerealiseerd ten behoeve van mensen die recreëren in het buitengebied en is derhalve een functie die gebonden is aan het buitengebied. Het nieuw te realiseren entreegebouw vervangt het oorspronkelijke en tijdelijke bezoekerscentrum, waardoor er geen sprake is van een uitbreiding en dus nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. Desalniettemin zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. In paragraaf 2.3 is de haalbaarheid van het plan kort uiteengezet en in bijlage 1 is een gebiedsmarketing plan voor het gehele Waterloopbos opgenomen. Hierin zijn de behoefte en de economische uitvoerbaarheid van het te realiseren plan gemotiveerd.

3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. Het besluit is uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De keuze voor deze belangen is gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en wordt met het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening juridisch verankerd.

1 https://iplo.nl/thema/ruimtelijke-ontwikkelingen/bijzondere-onderwerpen/ladder/jurisprudentie/overzichtjurisprudentie«h72f4d87b-fed3-4d3c-9527-0c5eed101946

Pagina 12

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

In totaal gaat het om veertien nationale belangen, te weten: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. In het kader van deregulering en decentralisatie is ervoor gekozen om de regels zoveel mogelijk te laten doorwerken op het niveau van de lokale besluitvorming. Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te borgen, worden deze belangen reeds in een vroeg stadium vastgelegd. Dit draagt bij aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk.

Projectspecifiek In het Barro worden geen uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Gezien de aard, omvang en ligging van het project, zijn geen nationale belangen in het geding. De realisatie van het entreegebouw past derhalve binnen de beleidsuitgangspunten van het Barro. In paragraaf 3.2.3 wordt nader ingegaan op voorliggend plan in relatie tot het NNN. Conclusie: Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor het initiatief.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Flevoland - FlevolandStraks De Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld 8-9-2017) geeft de lange termijn visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De Omgevingsvisie vervangt het visiedeel (deel I) uit het Omgevingsplan 2006. In de visie worden bovenlokale opgaven met een provinciaal belang en met een lange termijn perspectief gedefinieerd. De visie is richtinggevend voor alle andere, deels verplichte, provinciale programma’s en plannen. In de Omgevingsvisie is een koers voor de lange termijn uitgezet. Er is hiermee niet precies beschreven wat, waar en wanneer moet komen. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities we hebben voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. De visie omschrijft drie kernopgaven: ^ ^ ^

Het verhaal van Flevoland (fysieke omgeving); Krachtige Samenleving (sociaaleconomische omgeving); Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).

Bovengenoemde kernopgaven vormen de basis voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Tevens worden er strategische opgaven benoemd in de Omgevingsvisie. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: • • • •

Duurzame Energie; Regionale Kracht; Circulaire Economie; Landbouw: Meerdere smaken.

Pagina 13

A 11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

S'4

fii'

■M 1 J

■ ■UK MPa

In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Het toont waar Nederland groot in is: land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. Gelijktijdig wordt de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders gekoesterd. Flevoland draait in 2030 grotendeels op duurzame energievoorziening. Kansen van de veranderende economie, waaronder circulaire economie, worden benut. In 2030 en verder onderscheidt Flevoland zich bovenregionaal met een aantal voorzieningen, die van excellente kwaliteit is, bijvoorbeeld groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de randen van de Flevopolders.

Projectspecifiek Voorgenomen ontwikkeling geeft een kwaliteitsimpuls aan het natuurgebied Waterloopbos door het realiseren van een nieuw entreegebouw. Het entreegebouw draagt bij aan het beter kunnen beleven en benutten van het Rijksmonument. Het plan sluit daarmee ook aan op het versterken van de Regionale Kracht zoals bedoeld in de visie. De ontwikkeling sluit derhalve aan op de Omgevingsvisie FlevolandStraks. 3.2.2 Omgevingsverordening Flevoland De omgevingsverordening Flevoland is vastgesteld op 27 februari 2019. De Omgevingsverordening geeft regels voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsverordening Flevoland worden regels gegeven voor het plangebied die betrekking hebben op de volgende thema’s: ^

^

•

^

^

^

•

Schaliegas: in de Omgevingsverordening regels zijn regels gesteld met het oog op het borgen dat bij het opsporen en winnen van schaliegas en -olie de provinciale belangen niet worden geschaad. Voorgenomen plan maakt opsporing en winnen van schaliegas en -olie niet mogelijk; Wind: in de Omgevingsverordening zijn regels gesteld met het oog op het cyclisch opschalen en saneren van windmolens zodat steeds meer windenergie met minder molens kan worden opgewekt. In de Omgevingsverordening is het plangebied aangewezen als een nietwindgebied. Voorliggend plan voorziet ook niet in de planologische inpassing van windturbines. Bescherming landschap: de Omgevingsverordening schrijft voor dat het verboden is om zonder ontheffing één of meerdere borden te plaatsen, te doen plaatsen, geplaatst te houden, aan te brengen, te doen aanbrengen of aangebracht te houden op een onroerende zaak. Het plaatsen van borden maakt geen deel uit van voorgenomen plan; Watersystemen: de Omgevingsverordening schrijft regels voor die betrekking hebben op het watersysteem. In paragraaf 4.9 van deze toelichting wordt gemotiveerd dat het onderwerp water geen belemmering vormt voor voorgenomen plan; Natuurnetwerk Nederland: in de Omgevingsverordening zijn regels gesteld over Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied valt binnen de NNN.

In paragraaf 3.2.3 en 4.4 wordt gemotiveerd dat het onderwerp NNN geen belemmering vormt voor voorgenomen plan; Luchtvaart: in de Omgevingsverordening worden regels gesteld met betrekking tot het aanvragen of vaststellen of wijzigen van een luchthavenbesluit of luchthavenregeling gelegen in de provincie Flevoland. Het aanvragen, vaststellen of wijzigen van een luchthavenbesluit of luchthavenregeling is niet van toepassing op voorgenomen plan; Bodemsanering: de Omgevingsverordening geeft regels over bodemsanering in aanvulling op de Wet bodembescherming. In paragraaf 4.5 wordt gemotiveerd dat de bodem geen/ wel belemmering vormt voor voorgenomen plan.

De Omgevingsverordening Flevoland staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.2.3 Omgevingsprogramma Flevoland 2019 In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld (zie paragraaf 3.2.1). Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. Het Pagina 14

A 11 U

S'4

K

■ ■UK

w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

fii'

■M 1 J

Omgevingsprogramma is als concrete uitwerking van de Omgevingsvisie vastgesteld op 27-2-2019 en geconsolideerd op 10-7-2019. In het Omgevingsprogramma is ervoor gekozen al het bestaande beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Op deze manier zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterrein het beste gewaarborgd. Het Omgevingsprogramma is zelfbindend voor de provincie. Om het economisch draagvlak te verbeden wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied en deze verweven met de bestaande landbouwfunctie. De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Vestiging van activiteiten die bij uitstek thuishoren op een bedrijventerrein of aansluitend aan het bebouwde gebied worden in principe niet toegestaan. De activiteiten moeten in principe kleinschalig van karakter zijn. De bebouwingsmogelijkheden dienen hierop te zijn afgestemd. Effecten die milieuhygiënisch, landschappelijk en verkeerskundig (veiligheid en verkeersaantrekkende werking) ongewenst zijn, moeten worden voorkomen.

Zo mogen nieuwe functies de landschappelijke en cultuurhistorische kern- en basiskwaliteiten van het gebied niet aantasten. De provincie ziet erop toe dat de mogelijkheden van verstedelijking in het landelijk gebied afdoende gemotiveerd zijn boven het gebruik maken van de mogelijkheden in het stedelijk gebied. Zo ziet de provincie ook toe op een goede omgang met de Ladder voor duurzame verstedelijking van het Rijk.

Projectspecifiek Het plan betreft het realiseren van een nieuw entreegebouw ten behoeve van het Deltawerk en het gehele Waterloopbos. In de digitale versie van het Omgevingsprogramma zijn diverse kaarten opgenomen. Door in de interactieve kaart op het plangebied te klikken wordt aangegeven welk relevant beleid (welke artikelen) van toepassing zijn. In dit geval wordt enkel ingegaan op de relevante thema’s van het plangebied. Verkeersveiligheid Er is speciale aandacht nodig voor de verkeersveiligheid en doorstroming op de wegen in het landelijk gebied. In de landbouw is er door schaalvergroting van bedrijven sprake van toenemende versnippering van kavels. Vanuit nieuwe bedrijvigheid komen regelmatig vragen om extra erfaansluitingen op stroomof gebiedsontsluitingswegen. Naast het landbouwverkeer zorgt de groei van recreatie en toerisme voor meer auto’s, fietsen en e-bikes op wegen in het landelijk gebied. Dit stelt meer eisen aan de verkeersveilige inrichting van de fietsinfrastructuur. In het kader van de Agenda Vitaal Platteland wordt onderzocht of kavelpaden en windmolenpaden, die veelal in beheer zijn van de agrariërs, kunnen worden ingezet voor recreatief of landbouwverkeer. De Voorsterweg is ingericht als een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom en heeft een maximum toegestane snelheid van 80 km/h, gekeken naar het profiel van de weg.

In paragraaf 4.11 is aangetoond dat de Voorsterweg de toename in verkeersintensiteit als gevolg van de ontwikkeling goed aankan. De Voorsterweg wordt voornamelijk gebruikt door bestemmingsverkeer vanwege de hieraan gelegen woningen en het Waterloopbos. Op de Voorsterweg deelt het fiets- en voetgangersverkeer de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. Ten aanzien van verkeersveiligheid is in paragraaf 4.11 een uitgebreide verantwoording opgenomen. Aardkundige waarden De provincie heeft een inventarisatie en waardering van de aanwezige aardkundige waarden uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in een globale begrenzing met hierbinnen sterlocaties waar de waarden het hoogst zijn vanwege onder andere gaafheid, zeldzaamheid en/of een combinatie met

Pagina 15

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

archeologische en landschappelijke waarden. Het plangebied is aangewezen als een aardkundig waardevol gebied en is nabij de sterlocatie de Eemveen (nr. 3) gelegen (zie onderstaande afbeelding). Bescherming van de aardkundige waarden is geregeld via vergunningverlening in het kader van de Ontgrondingenwet en de Omgevingsverordening Flevoland. De gevolgen van de te realiseren nieuwbouw moeten vroegtijdig worden beschouwd. In dit geval zal het nieuw te realiseren entreegebouw geen afbreuk doen aan de aardkundige waarden omdat het enkel een bouwwerk betreft. De werkzaamheden voor het gebouw zullen de ondergrond zeer beperkt roeren en enkel ter plaatse van het gebouw zelf. Het effect op het veenlandschap wordt dan ook minimaal geacht.

OMGEVINGSPROGRAMMA FLEVOLAND

AARDKUNDIG WAARDEVOLLE GEBIEDEN

Aardkundig waardevol gebied Sterlocaties

1

Veenkuilgebied Bodemprofiel vroege Middeleeuwen (Almere afzetting]

3 W

Eemveen Schokland, gestuwde keileem

3

Rivierdumen oerstroomdal IJssel

7

Urk, esdek op keileem. Van der Lijnreservaat

8

Rivierduinen en stroomgeulen Swifterbant 1

7

Rivierdumen en stroomgeulen Swifterbant 2

Rivierdumen oerstroomdal Vecht

Figuur 7. Uitsnede Aardkundig waardevolle gebieden (bron: provincie Flevoland).

Archeologie Het plangebied is tevens aangewezen als een Archeologisch aandachtsgebied (zie onderstaande afbeelding). Archeologische aandachtsgebieden zijn gebieden met een relatief hoge dichtheid aan goed geconserveerde archeologische waarden. Zij omvatten delen van de prehistorische stroomgebieden van de Vecht, IJssel en Eem, waarin onder andere nederzettingen van de Swifterbantcultuur liggen. De inzet in archeologische aandachtsgebieden beperkt zich tot het opsporen en het planologisch beschermen, dan wel - indien niet anders mogelijk- opgraven van individuele archeologische waarden. Terreinen die op de landelijke Archeologische MonumentenKaart (AMK) staan vallen onder de aandachtsgebieden. Dit houdt in dat ze in principe altijd planologische bescherming moeten krijgen. In paragraaf 4.8 is het aspect archeologie nader uitgewerkt.

Pagina 16

A II U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 1 fii' J ■ ■UK MPa

ARCHEOLOGISCHEBELEIDSKAART

Provinciaal Archeologisch en Aardkundig Kerngebied |PArK| Omgeving Kuinderschans en Kuinderburcht Urk en omgeving UNESCOmonument Schokland Rrvierdumgebied Swifterbant

EMMELOORD

Archeologisch aandachtsgebied

TOP-10 Archeologische locaties Scheepswrak IG35) Prehistorische visweren IJ97I

3

Scheepswrak İJ68I Prehistorische nederzettingen Zenit 1 en 2 Prehistorische nederzetting 'De Bult

®

Middeleeuws Arkemheen en Kogge I0z35 - 0z36| Oeverwatlen en rivterdumen Swmerbantcultuur

8

Prehistorische nederzetting Schokland IE170 - El711 Kuinderburchten en Kuinderschans

ZWOLLE

ORONTEN

Historische kern Urk

Figuur 8. Uitsnede Archeologische beleidskaan, plangebied in rode cirkel (bron: provincie Flevoland).

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In het Omgevingsprogramma is de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland vastgelegd. Dit netwerk bestaat uit een groot aantal kerngebieden en onderlinge verbindingen. Het plangebied valt binnen het Natuurnetwerk Nederland (zie onderstaande afbeelding).

OMGEVINGSPROGRAMMA FLEVOLAND

NATUUR

Natura 2Ũ00 Natuurnetwerk Neder and

Figuur 9. Uitsnede kaart NatuurNetwerk Nederland, plangebied in rode cirkel (bron: provincie Flevoland).

Pagina 17

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

De natuurwetgeving hanteert binnen het NNN een ‘nee, tenzij’ -regime; nieuwe activiteiten zijn niet toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan geen schade ondervinden. De provincie Flevoland gaat zoveel mogelijk uit van een ja, mits- of een ja, wantbenadering. De provincie maakt hiervoor gebruik van een systeem van saldobenadering en principes van natuurinclusief ontwerp. Uitgangspunt daarbij is dat maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen zodanig worden vormgegeven dat deze elkaar niet belemmeren, maar versterken. Als een ruimtelijke ontwikkeling gevolgen heeft voor het functioneren van het NNN ontstaat er een compensatieverplichting. Hierbij is de initiatiefnemer verplicht om de door de provincie opgelegde compensatieopgave te realiseren. In de Omgevingsverordening Flevoland is het volgende opgenomen: Art. 7.5 (bescherming) 1. Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b.

maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. In voorliggend plan wordt een nieuw entreegebouw mogelijk gemaakt. De realisatie van het nieuwe entreegebouw leidt niet tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Natuurmonumenten heeft het gehele industriële erfgoed monument het Waterloopbos verworven. De bescherming van natuur is het hoofddoel van deze organisatie. De realisatie van een nieuw entreegebouw draagt bij aan de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied doordat het entreegebouw mede als inkomstenbron voor de exploitatie en instandhouding van het Waterloopbos fungeert. Er is geen sprake van een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Waterloopbos. Gelet op de aard van de geplande ingreep wordt nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming niet nodig geacht. In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het planvoornemen in relatie tot het NNN.

Resulterend staat de voorgenomen ontwikkeling het Omgevingsprogramma provincie Flevoland niet in de weg. 3.3.4 Beleidsplan Recreatie Å. Toerisme Flevoland 2016 In het beleidsplan 'Recreatie & Toerisme' (vastgesteld 7-12-2016) wordt de ambitie van het aantrekken van meer toeristische bezoekers besproken. Het plan schetst op hoofdlijnen de ambities van de provincie, de bestaande situatie met kansen en bedreigingen en een strategie op de vrijetijdssector te versterken. De visie van het beleidsplan luidt: ‘In 2025 staat Flevoland bekend als Nieuw land op de zeebodem. Bewoners en bezoekers kennen dit verhaal doordat ze erover lezen en praten, en door een verbeterde leefbaarheid ervan’. Er is een fijnmaziger vrijetijdsnetwerk ontwikkeld waarbij ook het landelijk gebied met de agrarische ondernemers en hun recreatieve aanbod vaker door bezoekers wordt verkend. Verblijfsplekken, recreatieve voorzieningen en bijzondere locaties zijn sterk met elkaar verbonden. Zo zijn er onder meer diverse unieke vrijetijdsarrangementen en thematische belevingsroutes. De provincie hanteer 5 programmalijnen. Deze programmalijnen zijn opgenomen in het beleidsplan en komen voort uit de uitgangspunten van de provincie en de geïdentificeerde kansrijke doelgroepen:

Pagina 18

A 11 U

î’4

K

■ ■UK

w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

fii'

■M 1 J

1. Promotie van Flevoland als vrijetijdsbestemming; 2. Vergroten van de belevingswaarde; 3. Routeontwikkeling; 4. Recreatieve benutting van monumenten; 5. Kennis en onderzoek.

Projectspecifiek Het realiseren van het entreegebouw draagt bij aan een verbeterde beleefbaarheid van natuur en de recreatieve benutting van monumenten en versterkt hiermee de Flevolandse vrijetijdssector. Het initiatief faciliteert de belangrijke toeristische vorm van dagrecreatie en is daarmee in lijn met het beleidsplan Recreatie & Toerisme Flevoland. Conclusie: Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor het initiatief.

Pagina 19

A 11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 1 fii' J ■ ■UK MPa

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in 2013 vastgesteld. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. En hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent zij een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. Deze Structuurvisie is hoofdzakelijk gericht op het landelijk gebied, op de relatie tussen het landelijk gebied en de kernen en op de relatie tussen Emmeloord en de dorpen. Aan het polderconcept voor de Noordoostpolder ligt de behoefte ten grondslag een overzichtelijke wereld te maken, met een zekere beslotenheid en beschutting.

In deze zone liggen dan ook de grote bossen van de gemeente: het Kuinderbos en het Voorsterbos. De bossen zijn belangrijke recreatiegebieden (zowel dag- als verblijfsrecreatie) en herbergen tevens verschillende natuurwaarden. De entrees van de polder vanaf het oude land zijn - door het ontbreken van een randmeer - niet markant. Door het toevoegen van beplanting aan het agrarische landschap kan de herkenbaarheid van de polderrand hier worden vergroot. Er ontstaat zo een ‘gulle rand’ met aanhechting aan het recreatielandschap van Noordwest-Overijssel en Zuidwest-Friesland. Gezien de aanwezigheid van de bossen en de recreatievoorzieningen en gezien de nabijheid van recreatieve trekkers in Overijssel (zoals Giethoorn, De Wieden en De Weerribben) heeft de rand langs het oude land veel potentie om door te groeien tot een belangrijke recreatieve zone. Landschappelijke verdichting verhoudt zich goed tot het vergroten van de recreatieve waarde van het gebied, bijvoorbeeld door aanleg van nieuwe landgoederen, natuurontwikkeling, het aanbrengen van laanbeplantingen en het uitbreiden van de bossen in combinatie met het toevoegen van recreatieve routes. De nadruk wat betreft de ontwikkeling van kleinschalig verblijfstoerisme en dagrecreatie wordt gelegd op de corridor, het tussengebied en de rand langs het oude land.

Deze zone met de aanwezige bossen en plassen is hier in het bijzonder geschikt voor. De rand langs het oude land wordt verder ontwikkeld als toeristisch-recreatief overloopgebied van de toeristische regio’s in Zuidwest-Friesland en De Wieden Z Weerribben in Overijssel. Kleinschalige gebiedsontwikkeling staat hier voorop, waarbij gezocht wordt naar een landschappelijke verdichting om de rand met het oude land duidelijker te markeren. De ontstaansgeschiedenis en de unieke opbouw van het landschap bieden kansen om recreanten te trekken.

Projectspecifiek Het plangebied is als recreatief ontwikkelingsgebied aangewezen in de structuurvisie (zie onderstaande afbeelding). Het entreegebouw draagt bij aan de ontwikkeling van recreatie door het bieden van een ontmoetingsplek en informatief centrum. In het entreegebouw komen bezoekers op een interactieve manier meer te weten over de natuur in het Waterloopbos. Het is daarnaast de hoofdentree van het Pagina 20

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

Waterloopbos voor bezoekers van buiten en voor omwonenden. De realisatie van het entreegebouw draagt derhalve bij aan de recreatieve visie voor het plangebied en is in lijn met de Structuurvisie. Legenda bestaande vaart bestaand bos verdichting landscnap oostrand en corndor overige gebieden ecologische hoofdstructuur natuurontwikkeling recreatief ontwikkelingsgebied Geomatica Busmesspark INLR

Q Globale ligging plangebied

Figuur 10. Uitsnede structuurvisie, plangebied in rode cirkel (bron: gemeente Noordoostpolder).

3.3.2 Sociaal economisch beleid 2020-2024 (2019) In Noordoostpolder wordt samengewerkt aan de economische groei, volgens het model van 'Raderen voor groei'. De raderen geven focus aan het sociaal economisch handelen van de gemeente. De uitvoering vindt plaats in activiteiten. De activiteiten zijn te vinden in de Sociaal Economische Agenda. Recreatie en toerisme is onderdeel van het sociaal economische beleid 2020-2024 en de sociaal economische agenda. Toerisme en Recreatie is een sector die van groeiend belang is voor Noordoostpolder. Dit is te zien aan het ontstaan van nieuw toeristisch aanbod en aan het groeiende aantal overnachtingen. Naast een aantal grotere recreatieve ondernemingen kent het gebied vanwege de schaalvergroting in de landbouw ook veel tweede tak bedrijven. Er wordt in Nederland richting 2030 een groei van 500Zo van het aantal internationale toeristen verwacht, en 2707o groei van binnenlands toerisme. Dit biedt kansen voor de verdere ontwikkeling van de toeristische sector in Noordoostpolder. Nationaal wordt ingezet op spreiding van bezoekers door het land (zie Perspectief Bestemming Nederland en verhaallijn Waterland). Ook daarin liggen kansen waarbij het van belang is bezoekers te trekken op basis van het eigen unieke verhaal/kenmerken en de eigen kracht. Toerisme is belangrijk voor de leefbaarheid van de dorpen en een vitaal buitengebied.

Bijvoorbeeld omdat voorzieningen langer kunnen blijven bestaan als ook gasten van buiten Noordoostpolder er gebruik van maken. Landelijk is een investeringsagenda gemaakt om toerisme beter te spreiden over Nederland. Hiervoor zijn de zogenaamde lijnen bedacht: thema's die verschillende locaties in Nederland binden. Voor Noordoostpolder zijn de Bloemenlijn en de Waterlandlijn interessant. Provinciebreed wordt een kansenkaart gemaakt. De Waterlandlijn wordt actief gepromoot in het buitenland. Met een subsidie uit de stimuleringsregeling kan aan verder productontwikkeling worden gewerkt, om Noordoostpolder nog interessanter te maken voor een bezoek.

Pagina 21

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

Projectspecifiek Het nieuwe entreegebouw draagt bij aan de spreiding van toerisme en versterking van de economie in de Noordoostpolder. Het is daarmee in lijn met het sociaal economisch beleid van de gemeente Noordoostpolder. 3.3.2 Welstandsnota: Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid Op 29 november 2016 heeft de gemeenteraad de welstandsnota "Ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid" vastgesteld. De welstandsnota geeft richting aan het welstandstoezicht in de Noordoostpolder en voor de inwoners van de gemeente biedt het plan helderheid over de welstandsbeoordeling van hun bouwplannen. Zoals de titel van de nota al aangeeft wordt onderscheid gemaakt tussen welstandsvrije, welstandsluwe en reguliere welstand gebieden. Een groot deel van het grondgebied van de gemeente Noordoostpolder is welstandsvrij of welstandsluw. In deze gebieden hoeven bouwplannen niet meer of slechts beperkt getoetst te worden aan redelijke eisen van welstand. Het plangebied bevindt zich in een welstandsluw gebied. Daarmee moet het bouwplan door de welstandscommissie getoetst worden aan de redelijke eisen van welstand.

De welstandscommissie let op de volgende welstandscriteria: » Relatie tussen vorm, gebruik en constructie; » Relatie tussen bouwwerk en omgeving; » Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; » Evenwicht tussen helderheid en complexiteit; » Schaal en maatverhoudingen; » Materiaal, textuur, kleur en licht.

Projectspecifiek Met de welstandscriteria is in de nieuwbouwplannen rekening gehouden. Het bouwplan is als onderdeel van de omgevingsvergunningsprocedure voorgelegd aan de welstandscommissie. De Welstandscommissie heeft een positieve reactie uitgebracht op het plan.

3.3.5 Vigerend bestemmingsplan In deze paragraaf wordt vastgesteld aan welk bestemmingsplan het initiatief getoetst moet worden, wat de planologische mogelijkheden binnen dit bestemmingsplan zijn en in hoeverre het initiatief past binnen deze mogelijkheden. Voor het perceel Voorsterweg 34 is de Beheersverordening ‘Landelijk Gebied’ van kracht. Deze is vastgesteld op 21 maart 2016. In deze beheersverordening is het destijds geldende bestemmingsplan Waterloopbos e.o. hernieuwd van toepassing verklaard. De beheersverordening ‘Landelijk Gebied’ vormt het kader voor de ruimtelijke ordening voor het landelijk gebied van de gemeente Noordoostpolder. Het heeft tot doel het gebruik en de inrichting van gronden en het oprichting van gebouwen en bouwwerken te regelen en te beheren. In de beheersverordening is voor het plangebied bestemmingsplan ‘Waterloopbos e.o.’ van toepassing verklaard. Voor het perceel is de bestemming ‘Bos/natuurgebied’ opgenomen (zie navolgende afbeelding). Binnen deze bestemming gaat het om het aanwezige bos, de waterhuishouding, de afschermende groenvoorzieningen, alsmede de natuurlijke waarden die onderdeel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur.

Verder zijn gebouwen, zijnde een informatiecentrum en/of bezoekersruimte, andere bouwwerken, voorzieningen en paden binnen deze bestemming toegestaan, maar tot een maximale gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen van 250 m2.

Pagina 22

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

Figuur 11. Bestemmingsplan Waterloopbos e.o., plangebied binnen rode cirkel (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

De oppervlakte van het nieuwe entreegebouw bedraagt circa 429 m2. Daarnaast wordt onder de bestemming ‘Bos/natuurgebied’ niet expliciet aangegeven wat wordt verstaan onder een informatiecentrum en/of bezoekersruimte. Daarmee is ook niet duidelijk of binnen de gebruiksmogelijkheden ruimte is voor horeca. Voorgenomen ontwikkeling is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘Waterloopbos e.o.’. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw planologisch kader noodzakelijk. De omgevingsvergunning, met voorliggende bijbehorende ruimtelijke onderbouwing, is de concrete uitwerking van het nieuwe planologische kader. Conclusie: Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor het initiatief.

Pagina 23

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

4

Milieutechnische uitvoerbaarheid

4.1

Milieueffectrapportage

Toetsingskader Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd en in lijn gebracht met de Europese richtlijn hieromtrent (nr. 85/337/EEG). Voor deze wetswijziging kon bij de vraag of er een MER moest worden gemaakt, dan wel een mer-beoordeling moest worden uitgevoerd, worden volstaan met een toets aan de activiteiten en de bijbehorende getalsmatige grenzen uit het Besluit m.e.r. (bijlage C en D). Omdat de Europese richtlijn geen getalsmatige grenzen kent voor mer-plichtige activiteiten, zijn deze getalsmatige grenzen niet meer 'hard', maar hebben ze meer een indicatieve waarde. Concreet betekent dit dat bij de vraag of er een m.e.r. of een mer-beoordeling dan wel een planmer moet worden uitgevoerd, niet zonder meer kan worden uitgegaan van de getalsmatige grenzen in kolom 2 van bijlage C en D, maar dat meer in algemene zin beoordeeld moet worden of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, waardoor het opstellen van een MER noodzakelijk zou zijn.

Een planmer is wettelijk verplicht wanneer: ^ Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)mer noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)mer noodzakelijk is; ^ Een bestemmingsplan activiteiten mogelijk maakt die kunnen leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (dan is een passende beoordeling noodzakelijk). Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een project-mer of besluit-mer betreft een besluit op grond waarvan geen nader besluit mer- of (beoordelings-)plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een mer-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een mer-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (planmer). Ingeval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij.

Dit betekent dat deze beoordeling via de officiële mer-beoordelingsprocedure kan geschieden, maar in veel gevallen zal een beoordeling in de toelichting bij het plan voldoende zijn.

Projectspecifiek Voorliggend plan houdt het realiseren van een entreegebouw in en betreft geen wezenlijke functiewijziging. Het plan valt niet binnen de genoemde activiteiten in de C -en D lijst van het Besluit m.e.r. en derhalve is er helemaal geen sprake van een mogelijke vormvrije mer beoordeling. Op basis van de in hoofdstuk 2 beschrijving van het plan en hoofdstuk 4 de milieutechnische uitvoerbaarheid voldoende inzicht gegeven worden in de kenmerken, plaats en de potentiële milieugevolgen van het plan.

Pagina 24

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

A 11 U K w

■M î’4 1 fii' J ■ ■UK lil

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Er dient dus beoordeeld te worden: ^ Past de nieuwe functie in de omgeving? ^ Laat de omgeving de nieuwe functie toe? Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-publicatie “Bedrijven en Milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk” richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. Voor deze afstanden in de brochure geldt dat naast de factoren aard en omvang van het bedrijf deze mede afhankelijk zijn van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden.

Projectspecifiek Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van Marknesse. In het plan zijn de functies dagrecreatie en horeca voorzien. Een entreegebouw wordt niet specifiek benoemd in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. In deze situatie moet aansluiting worden gezocht bij categorie 9 Diverse organisaties. Het entreegebouw wordt gelijk gesteld aan buurt- en clubhuizen en geldt als een milieubelastende functie. Voor een entreegebouw dient daarom in principe 30 meter afstand aangehouden te worden (grootste afstand van 30 meter geldt voor het aspect geluid). Gezien de ligging van het projectgebied langs een lint waar verschillende woon- en bedrijfsfuncties naast elkaar voorkomen kan in dit geval gesproken worden van een gemengd gebied. De richtafstand kan daarom gereduceerd worden met één afstandsstap. Hiermee komt de richtafstand op 10 meter tussen het entreegebouw en het dichtstbijzijnde milieugevoelige object. De horeca binnen het entreegebouw wordt in dit geval gelijk gesteld aan een restaurant en café. Deze functie kent een richtafstand van 10 meter in een rustige woonwijk, en dus 0 meter in een gemengd gebied. De dichtstbijzijnde ‘gevoelige functie’ betreft de woning aan de Voorsterweg 27. De grens van de inrichting van het projectgebied tot de gevel van de woning bedraagt circa 400 meter. Aan de richtafstand wordt ruim voldaan.

Daarnaast is er een ontwerp omgevingsvergunning opgesteld voor het realiseren van een hotel in een voormalig bedrijfspand aan de Voorsterweg 28. Voor een hotel wordt een richtafstand van 10 meter geadviseerd ten opzichte van milieugevoelige objecten. De afstand van het entreegebouw tot het te realiseren hotel bedraagt circa 250 meter. Een entreegebouw is daarnaast zelf geen milieugevoelig object in de zin van de aspecten geluid, stof, en gevaar. Een entreegebouw is overigens wel een geurgevoelige functie. De Wgv beschermt alleen mensen tegen langdurige blootstelling aan geurhinder. De werknemers van het entreegebouw dienen derhalve bescherming te krijgen omdat zij hier structureel verblijven. Ten westen van het plangebied kunnen zich bedrijven uit de sector ‘Natuurwetenschappelijk speur -en ontwikkelingswerk’ vestigen. Dit betreffen bedrijven uit milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied geldt. De afstand van deze bestemming tot onderhavig plan bedraagt circa 50 meter.

Pagina 25

A

11 U

K w

Ruimtelijke onderbouwing Entreegebouw Waterloopbos, Noordoostpolder

■M S'4 fii'

1

J

■ ■UK lil

Er is geen sprake van een wezenlijke functiewijziging omdat er in het verleden reeds sprake was van een bezoekerscentrum en momenteel een tijdelijk bezoekerscentrum met kleinschalige horeca is mogelijk gemaakt. Het nieuwe entreegebouw vervangt deze twee functies. Bedrijven in de omgeving zullen daardoor niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden en voor bezoekers van het entreegebouw zal er sprake zijn van een verantwoord verblijfsklimaat. Vanuit het aspect milieuzonering bestaan geen belemmeringen voor onderhavig plan. Nader onderzoek is niet nodig. 4.3

Geluidhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Dit gebeurt op twee manieren: het verminderen van de oorzaak van geluidhinder door verkeer en industrie, maar ook rekening houden met aanwezige geluidbronnen bij het realiseren van bijvoorbeeld nieuwe woningen of ziekenhuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies zoals woningen of ziekenhuizen belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudentie zijn aanvullende onderzoeksverplichtingen gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1900/documents/30277