CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-2 te Espel'.pdf

Gemeenteraad 13 december 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-2 te Espel27.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1.10 bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder de woning, uitgezonderd de grond onder de oorspronkelijke woning;

1.11 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.12 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;

1.13 bestaand: het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning (vóór 1 oktober 2010)/omgevingsvergunning voor het bouwen (ná 1 oktober 2010), destijds vergunningvrij gebruik en/of bebouwing en andere vergunningen zonder de activiteit bouwen;

1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.16 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een woning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindende woning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.19 bouwvlak: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.20 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw of bijbehorend bouwwerk;

1.21 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; onder detailhandel is hier geen horeca begrepen;

1.22 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van die woning. Gronden met de bestemming 'Groen – Erfsingel' worden niet tot het erf gerekend;

1.23 erfsloot: sloot die vanuit de oorspronkelijke inrichting van het erf altijd direct ligt of heeft gelegen langs de zij- en achterkant van het erf;

1.24 extensieve openluchtrecreatie: vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch en/of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en strandjes;

1.25 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.26 hoofdgebouw: het gebouw, of gedeelte daarvan, op een perceel dat gelet op de bestemming en uiterlijke verschijningsvorm het belangrijkste is;

1.27 horeca: een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van maaltijden en dranken voor gebruik ter plaatse (restaurantbedrijf), waaronder ook worden verstaan lunchrooms, eethuizen, bistro's, theehuizen, broodjeszaken en dergelijke;

1.28 kampeermiddel: een mobiel en/of vast kampeermiddel dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.29 kas: opstallen van glas, of ander lichtdoorlatend materiaal, boogkassen en schermhallen met een hoogte van 1,5 meter of meer boven het maaiveld;

1.30 mobiel kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerauto, toercaravan of enig ander onderkomen met de bedoeling deze te plaatsen op een kampeerterrein gedurende ten hoogste 3 aansluitende maanden;

1.31 onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent;

1.32 omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.33 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.34 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdwoonverblijf, waarbij door betrokkene(n) niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt;

1.35 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding;

1.36 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.37 vast kampeermiddel: een stacaravan, trekkershut of ander recreatief verblijf op een kampeerterrein, welke naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en al dan niet direct steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken;

1.38 vloeroppervlak: de totale binnenwerks gemeten oppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw;

1.39 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied;

1.40 voorkant: met het oog op het bepalen van het achtererfgebied aangegeven lijn op de verbeelding;

1.41 woning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor huisvesting van één huishouding;

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.6 peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg;

b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c.

indien de onder a en b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen – Erfsingel 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Erfsingel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. opgaande afschermende beplanting; b. een bebouwingsvrije onderhoudsstrook; c.

erfsloten;

met daaraan ondergeschikt: d. tuinen, erven en paden; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f.

parkeervoorzieningen.

3.2 Bouwregels Binnen deze bestemming mag niet gebouwd worden.

Artikel 4 Wonen - Voormalige agrarische erven 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Voormalige agrarische erven' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen in woningen;

met daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h.

gebouwen en bijbehorende bouwwerken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen, erven en paden; waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Toegestane bouwwerken

Op en in de gronden als bedoeld in artikel 4.1, mogen uitsluitend gebouwd worden:

a. b. c. 4.2.2

woningen; bijbehorende bouwwerken; bouwwerken geen gebouw zijnde. Woningen

Voor woningen gelden de volgende regels: a. b.

c. d. e.

f.

4.2.3

een woning mag uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak; per bouwvlak mag niet meer dan één woning gebouwd worden, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', want daar geldt als maximum aantal woningen het aantal zoals op de verbeelding is aangegeven. de inhoud van een woning, inclusief niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 1.200 m3; de dakhelling van een woning mag niet minder dan 30° en niet meer dan 60° bedragen; de minimum goothoogte en de maximum goothoogte mogen niet lager respectievelijk hoger zijn dan ter plaatse van de aanduidingen 'minimum goothoogte (m)' en/of 'maximum goothoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven. In afwijking van het voorgaande geldt voor wolfseinden een maximum goothoogte van 6m; de minimum bouwhoogte en de maximum bouwhoogte mogen niet lager respectievelijk hoger zijn dan ter plaatse van de aanduidingen 'minimum bouwhoogte (m)' en/of 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven. Bijbehorende bouwwerken

Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.

c. d. e.

4.2.4

bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend gebouwd worden in het bebouwingsgebied van een woning; de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per woning mag niet meer dan 150 m² bedragen, uitgezonderd niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken die onderdeel uitmaken van het hoofdgebouw als bedoeld in 4.2.2, lid c.; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6 m; in afwijking van het bepaalde onder a., b., c., en d. gelden voor herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een gebouw als maximum. Bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b. c. d.

bouwwerken geen gebouw zijnde mogen uitsluitend gebouwd worden in het bebouwingsgebied van een woning; de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m; in afwijking van lid b. mag de bouwhoogte van pergola's maximaal 3 m zijn; in afwijking van het bepaalde onder a., b. en c. gelden voor herbouw van bestaande bouwwerken geen gebouw zijnde bestaande maten, afmetingen, situering en omvang van de bebouwde oppervlakte van een bouwwerk als maximum.

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Voorwaardelijke verplichting erfsingel

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform het in Bijlage 1 opgenomen inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan ter plaatse van de bestemming 'Groen - Erfsingel'. 4.3.2

Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. b. 4.3.3

het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woonruimte; het gebruik ten behoeve van een seksinrichting. Geoorloofd gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend een aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, mits: a.

b. c. d. e. f. g. h.

ten hoogste 30% van de oppervlakte van een woonhuis of de woning binnen een woongebouw en ten hoogste 60% van de toegelaten oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte per woning niet meer dan 75 m2 bedraagt; de uitstraling van de woning intact blijft; het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; het gebruik geen onevenredig nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; het parkeren ten behoeve van het gebruik binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaatsvindt; geen detailhandel wordt uitgeoefend; de activiteit in ieder geval door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; in het geval van een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit, het een activiteit betreft die genoemd is in Bijlage 2 Aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten.

4.4

Afwijken van de regels

4.4.1

Afwijken specifieke gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.3.1, indien de aanplant en instandhouding van een erfsingel op een andere gelijkwaardige wijze wordt aangeplant en in stand wordt gehouden dan is bepaald in de inrichtingstekening met bijbehorend beplantingsplan, zoals opgenomen in de betreffende bijlage(n) van de regels, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit. 4.4.2

Afwijken ten behoeve van vergroten inhoud woning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder c, ten behoeve van het uitsluitend binnen de aaneengesloten oorspronkelijke bebouwing, vergroten van de inhoud van de woonruimte tot de totale inhoud van die aaneengesloten bebouwing, mits: a. b. 4.4.3

het bijdraagt aan de instandhouding van de betreffende bebouwing, en; het aantal woningen niet toeneemt. Afwijken ander gebruik

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4.1, ten behoeve van het gebruik van gebouwen uitsluitend als ondergeschikte nevenfunctie, voor: a. b. c. d. e. f. g.

het bieden van overnachtingsmogelijkheden, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m² per woning; horeca ten dienste van extensieve openluchtrecreatie, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m² per woning; opslag en stalling van caravans, campers, boten en dergelijke; kunstnijverheid, ateliers, musea en dergelijke; (kinder)dagopvang, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m² per woning; educatief centrum gericht op de landbouw en/of natuur; detailhandel gerelateerd aan het onder b. en d. genoemde ander gebruik tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 100 m² per woning.

Bij het afwijken op grond van artikel 4.4.3 dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen: 1. 2. 3. 4. 5.

indien hierboven geen maximale oppervlakte genoemd is mag de nevenfunctie op ten hoogste de oppervlakte van de al bestaande bijbehorende bouwwerken plaatsvinden; het gebruik mag geen onevenredig nadelige gevolgen hebben voor nabijgelegen percelen; het gebruik mag geen onevenredig nadelige gevolgen hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; het parkeren ten behoeve van de nevenfunctie dient binnen het bestemmingsvlak op eigen terrein plaats te vinden; er mag geen opslag van goederen ten behoeve van de nevenfunctie in de open lucht plaatsvinden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene afwijkingsregels Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor de inhoud van woningen en de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken; b. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden en waterlopen, en ligging van aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen krachtens het plan is toegestaan niet meer dan 5 m bedragen; c.

de bestemmingsbepalingen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt;

d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte daarvan wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; f.

het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10 m² bedraagt; 2. de totale hoogte niet meer dan 125 % van de toegestane (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt;

g. voor afwijkingen van bestemmingsgrenzen en aanduidingsgrenzen ten behoeve van erkers, ingangspartijen en andere uitbreidingen van woningen over maximaal de halve gevelbreedte, met een maximale hoogte van 3,5 m, mits die afwijkingen niet meer dan 3 m bedragen ten opzichte van hetgeen krachtens het plan is toegestaan;

Artikel 7 Overige regels 7.3 Parkeerregels 7.3.1 Voldoende parkeergelegenheid a. De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid bij, op of onder het gebouw dan wel bij, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort worden gerealiseerd; b. gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn. 7.3.2 Voldoende laad- en losruimte Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.

7.3.3 Beleidsregels Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de in 7.3.1 sub a genoemde gronden, past het bevoegd gezag de beleidsregels van de Parkeernota toe met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 7.3.4 Afwijken a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 sub a overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in lid 7.3. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 7.2 en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 7.3.5 Nadere eis Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laad- en losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht 8.1 Overgangsrecht bouwwerken: a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met ten hoogste 10%. c.

Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

8.2 Overgangsrecht gebruik: a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c.

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 9 Slotregel Deze regels worden aangehaald als “Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel”

Bijlage 1 – Inpassingsplan Erfsingel

Realiseren erfsingel

14

12

12

1

6.53

12

2

5 8

12

1 5

6

3 10

13

5

3

2

13 13

13

13

13

12

6.00

12

5

2.00 13

2

12

2

12

12

12

2

3

6

2

7

7

2

6

2

3

10

15

5

10

15

3

6

5

15

6

6

5

4

2

9

4

6

2

15

10

10

15

5

10

15

6

6

5

4

2

9

4

6

5

3

3

13

8

8

13

1

8

13

11

3

10

11

10

10

11

10

10

3

14

14

6

8

14

2

14

2

1

5

6

3

6

1

6

3

5

5

8

11

11

15

15

5

1

7

3

2

5

6

10

10

3

4

4

7

7

2

5

2

3

7

6

3

11 11

7

7

12

4

7

12

4.00

11

2 6

14

9

9

7 6 3

6

8

Afstand erfsingel tot bebouwing

9

2

8

E 1457

4.00

9

7

14 14

6.00

5

3

15

1

6

3

3 2 14

5

2.00

10

10

10

5

4

4

4

7

3

1

5

5

2

9

6

10

6

5

8

6

10

5

4

13

2

6

2

3

6

5

9

10

10

10

13

5

8

5

8

6

2

8

14

10

12

1

5

3

6

2

14

14

10

3

10

10

13

13

13

1

5

14

Behouden bestaande erfsingel

Noordermiddenweg

E 1458

2.00

6.00 3

10 10

10 10

4

8

5

3

9 4

2

1

5

13

10

10

13

10

10

2

2

Realiseren erfsingel

3

1

8

8

2 6

3

2

6 7 7 7

12

7

5

12

6 5

5

15

15

9

11 11

11

11 11

10% Winterlinde, Tilia cordata, 80-100cm, heeft licht nodig, 36st.

3

10% Eik, Quercus robur, 80-120cm, verdraagd lichte schaduw, 36st.

4

5% Veldesdoorn, Acer campestre, 60-100cm, struikvormige boom, 18st.

5

10% Els, Alnus glutinosa, 80-100cm, snelle groeier 36st.

6

10% Gewone esdoorn, Acer pseudoplatanus, 80-100cm, verdraagd schaduw, 36st.

7

5% Rode kornoelje, Cornus sanguinea, 50-80cm, verdraagd schaduw, 18st.

8

5% Gele kornoelje, Cornus mas, 50-80cm, verdraagd schaduw, 18st.

2

3

2

14

15

6

14

15

3

14

15

2

11

11

5% Gewone liguster, ligustrum vulgare, 60-100cm, houdt 's winters lang blad, 18st.

10

10% Hazelaar, Corylus avallana, 50-80cm, verdraagd schaduw, 35st.

11

5% Vogelkers, Prunus padus, 50-80cm, verdraagd schaduw, 16st.

12

5% Kardinaalsmuts, Euonymus europaea, 60-100cm, zonnige standplaats, 18st.

13

5% Hondsroos, Rosa canina, 50-80cm, zonnige standplaats, 17st.

14

5% Gelderse roos, Viburnum opulus, 50-80cm, zonnige standplaats, 18st.

15

5% Wegedoorn, Rhamnus Cartharticus, 60-100cm, Verdraagd schaduw, 18st.

9

9

15

15

12

14

3

15

7

2

1

3

7

14

6

5

12

8

3

6

6

6 2

3

12 3

5

2

8

1

1

9

4

3

9

4

1

Afstand erfsingel tot bebouwing

2

Behouden bestaande erfsingel 1

11

9

4

5% Haagbeuk, Carpinus betulus, 60-100cm, verdraagd schaduw, 18st.

9

9

2

1

3

9

4

1

4

4.00 10

10

Legenda beplanting circa 500 st. totaal

6

8

42

9

Verdichten bestaande erfsingel

Versie Datum a b

Getek. Gecon. Opmerking

R.J. 10-08-2021 K.W. 07-10-2021 C.J.H. R.J.

Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend

Eerste uitgave Erfsingel aangepast aan opmerkingen

Project

Noordermiddenweg 4 2

Onderdeel

Groentekening

Opdrachtgever

T van Scheppingen 6296

Projectnummer Schaal

Eerste uitgave

Formaat Eenheid

Tek. Nr.

Blad. Nr.

1:200

10-08-2021

A1

60.1

1/1

M

CONCEPT

Bijlage 2 – Lijst van aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten

4

=

A

@

0

7

0

1

1

0

7

5

9

?

3

8

:

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

Q

Q

Q

U

U

U

U



(





' H

H Q

Q

Q

Q

Q

Q

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

Q

"

B

 2

0

8

0

0

5

2

>

/

2

0

0

4

:

=

;

U

O

9

0

4

<

;

3

5

4

2

3

4

6

5

;

;

/

2

:

O

;

/

0

U





(

( &

u

u



"

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

U

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c

c



9

1

8

7

/

0

"

(

'

"

$

5

6



3

4

&

%

$

2

1

/

0

S

F

O

I

T

M

I

T

R

M

I

H

Q

R

M

M

M

I

I I S

~

]

K F J

H l I Y

O

I



R

I

s

Y

_

I

F g

Y

q

W

F

Y q

{

G

R

E V

R y

f

g

P H

H

[

|

]

u

a M m [

E

Y

M

Y ` Y

F O

k

r

G W

O

a

F l

[

K Y K

o

M

u

R

] a

i

I

K

n S

m

I I

H

K h

] ) P

K I

G

Q

Y

_

]

]

M

a Y

Q

I

R

Y

I

g

I

l

V

Y

\

Y

F

V I

w

~

Y

J

M

s

[

Y

]

J

R

Y

F

W

G K

y

g

`

|

V

X

K

I k

Y

l K

w K

P

m

S

s t

a V W

k

| Y

W

M

W

]a

q

I

a

a

Z

s

K

I

]

[

W

T

M

K o

G

a

s J m

X

l

I

] g

i J _ I

s

n

`

`

R

i K

` ] I Y

h

m

V

I h 

M ] s

Y

w

€

M s

G

n

R

Y

J

h

l

M

W Y

g

F [ I H

G x

]

I

I

s XY

G { Y

] g

}

] V

W

Y

o

F

Y

S

Y

Y

X

] N

Y L

V

r

M

{ V M

H

M s

q

]

] i

Z

^

Y

K F

[ W

K

M

Y

I I

W

\

a

Z

F

Y

]

F M

] ]

]

M `

V

o S

J

s

a

[ w

Y

M

O

\ I

I [

H

Y

] F

V

l

I

[ q Q

Y

X

[

j

[ I

P

F s

Y

t

V

M

a

l M

a] q

O Y

]

Z

I i Y

I

g

k

n

P

Y

a

f

S V

K

Y

X V

h F G

)

P

s

a ]

w

K

W q n

b w

I

I W

w

E r

Y [

I ]

V

P

] g

q

Y

h

g P

m

a ]

u

H

K

X

Y

g

l ]

Y

Y

J

M

] `

I

g

w F

V

Y

M

Y

Z

 ]

L

Y

[ F

V

M O

Y

[ I

]

W

G

G

J l

[ Z g

X

]

F

I

W

Y

X

q

V

F

)

\

{

G

[

{

K ]

#

`

V `

i

k

V

M

] g

Y

]a

Z

[

M

Y

X]

q

_ W

Y

I

N

M

Y M

M

M [

_

Y

h

I

l

Y

I 

I

"

_ Y g

]

P

Z

Y S I Y

Z

s

\ R

V _

I

V

` F O

Y

{

V q

V

Z

Y

)



l S

\

a]

!

w

n J

^

I

L

V

Y

\

|

W s

n

[

K

F

K

[

V  M

f

Y

O

j

Y

] Y F

~

k

Y

M

[

_

l

` ] q

 K

Y

I S

I

K

_

s

k Y

V Y



V

)

g I I

`

W I

] 

I

Z [ I

_ Y

W 

` Z

J

\

g

G

` |

Y

r

n

E

\

V Y

F

V 

w

g

H

H

` [

J

)

V

i

u

i

G



]

E [

q

`

Y

K E

Y

] N

w l

W

m

h

[

W

h

I 



g

a

{

F

F

Q

 [

M

F

K

Z

Y

K

Y `[



r

S

k m

E

m

X ) N  V

H

Y

M

S

k

_

a

T

 [

[ l

V

g

g i

K f

o

m

I

X

I

G I W a

`

k

k

Y k

] 

a

a I

G

[

[

M g

R

V

g

J

J

` I Q

I Y

Y

Y

Z Y

`[

F

V

W

Y

`

F

X

` F 

T



H

K

K

R

K

O E

O

`

E

J

u

J

R

R

u

`

P

t

Q

{

}

` q 

a 





S .



-

,

,

+

S

S

S

S t

*

c

)

)

)

)

)

)

)

)

)

e



e N

N

p

p



d

d

B

B

N

N



p

D

p

D

o

o

N

N

U

U

)

z

z

z

z

p

c

p

W

c

W



D

D

o

o







C

C N

D

D

v

D

W

v

N

D

W

N

N

U 

e







e

B

U

U

D

D

D

C

C

z

z

z

z

z

B

B

p

z

p

B

c

B

v

c

U



D

p

C

e

v

B

B

C

C

v

e

p

z

e N



N

N

B

B

B

B

z

z

p

p

B

B

p

p

d

N

U

U

e

e

c

c

p

p

p

d

N

N

p N

z

z

z

v

v

v

N



z

z

p

z

p

 U

U







p

p





z



z

) 





U

z

z N

N



s

d

z

z

B

C

 U





B

d

p

d

U



B



B

c

c

d

d

e

e

d

d

d

p

p

p

p

v

v

v

B

U

B

B

B

B

d

d

d

C

C N

N







B

B

B

B

C

C

z

z

z

z

z

Plankaart

Legenda Plangebied

Enkelbestemmingen 1457

G-ERF

Groen - Erfsingel

W-VOO

Wonen - voormalig agrarische erven

Bouwvlakken bouwvlak 1458 4 TR

Maatvoeringen 2 4

W-VOO

8

42

3 9

.

maximum aantal wooneenheden maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

Figuren

2

gevellijn

4 8

41

G-ERF

1030

Bestemmingsplan:

Noordermiddenweg 4 Espel Gemeente Noordoostpolder

Datum:

WDK

25-08-2021

Formaat:

Schaal:

A3

1:1000

Tekeningnummer:

NL.IMRO.0171.BP00694-ON01 GIS/CAD Ondersteuning en software

Opdrachtgever: RAACC Adviesbureau Status: ontwerp

Get.:

Noordpijl

Dalenstraat 4B, 5466 PM Eerde Tel: 0413-303279 E-mail: info@bragis.nl Web: www.bragis.nl

Bijlage 1 – Watertoets

datum 12-5-2021 dossiercode 20210512-37-26450 Samenvatting ingevulde gegevens watertoets De watertoets is doorlopen voor een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland. Voor algemene informatie over de watertoets van Zuiderzeeland kunt u ook terecht op onze website www.zuiderzeeland.nl. Mocht u specifieke vragen hebben naar aanleiding van deze toets dan kunt u ons bereiken via telefoonnummer (0320) 274 911. U kunt ook een email sturen naar watertoets@zuiderzeeland.nl. Uit deze toets volgt de procedure geen waterschapsbelang. Hieronder vindt u een samenvatting van de door u ingevulde gegevens. _______________________________________________________________________________________________ Algemene gegevens Gegevens plangebied Naam van het project: Hopweg 38, Rutten & Noordermiddenweg 4-II, Espel Omschrijving plangebied: {planomschrijving} Adres plangebied: {plan_straat} {plan_nummer} {plan_postcode}, {plan_plaats} Kadastraal nummer: {plan_kadastraal} Gegevens aanvrager Naam aanvrager: R.A. Jonker Naam organisatie: Raacc adviesbureau Email aanvrager: ruben@raacc.nl Adres aanvrager: ringlaan 9 6961KJ, Eerbeek Telefoon aanvrager: 0638017131 Gegevens gemeente Gemeente Noordoostpolder Contactpersoon: K.H.

de Jong Telefoon: 0613342849 Email contactpersoon: khdejong@noordoostpolder.nl _______________________________________________________________________________________________ Overzicht toetsing plangebied en beantwoording vragen Kaartlagen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Noordoostpolder

Vragen: Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? ja

Is er sprake van een uitbreiding van de lozing [huishoudelijk of bedrijfsmatig] in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden [ve] of in stedelijk gebied groter dan 30 ve.? nee ______________________________________________________________________________________________ Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Ingetekend plangebied

www.dewatertoets.nl

Bijlage 2 – Bodemonderzoek

De Klinker Milieu Adviesbureau VERKENNEND BODEMONDERZOEK volgens NEN 5740 Noordermiddenweg 4-2 Espel

Datum:

21 juni 2021

Adviesbureau:

De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298

Rapportnummer:

K21005321

Opdrachtgever:

Adviesbureau RAACC

Auteur: R. Linnenbank

Paraaf

Gecontroleerd door N. Looman

Paraaf

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging........................................................................3 2.3 Verwachte bodemkwaliteit .......................................................................................................4 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................4 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................5 2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................5 2.7 Hypothese en strategie .............................................................................................................5 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................6 3.1

Onderzoeksopzet.......................................................................................................................6 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................6 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................7 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ...............................................................................................................8 4.1 Globale bodemopbouw .............................................................................................................8 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................................8 4.3 Veldmetingen ............................................................................................................................8 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ......................................................8 4.5 Toetsingskader ..........................................................................................................................8 4.5.1 Wet bodembescherming ..................................................................................................

9 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit..................................................................................................... 9 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 10 4.7 Grond ...................................................................................................................................... 10 4.8 Grondwater ............................................................................................................................ 11 4.9 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 11 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 12 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 12 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 12 Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek

Rapportnummer: K21005321

1

1 INLEIDING In opdracht van Adviesbureau RAACC is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Noordermiddenweg 4-2 te Espel. Het perceel is kadastraal bekend als:  gemeente Noordoostpolder;  sectie E;  perceelnummer 1458. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 6.824 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001 (2008). Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven.

Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.

Rapportnummer: K21005321

2

2

VOORONDERZOEK

Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Noordoostpolder, sectie E, perceelnummer 1458 (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging De onderzoekslocatie betreft een woonperceel in het buitengebied van het dorp Espel, gemeente Noordoostpolder. De onderzoekslocatie ligt in de korte nabijheid van het IJsselmeer.

De omgeving van de locatie wordt gekarakteriseerd door met name agrarische percelen (bollenvelden) en een groot windpark. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 27 mei 2021 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Het terrein is bebouwd met een woning (woonboerderij) inclusief vrijstaande garage en een schuur. Er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten plaats1.Het terrein is verhard met beton, elementenverharding en grasland (tuin). Onderstaande foto’s geven een beeld van de onderzoekslocatie.

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Zowel tijdens de locatie-inspectie als uit ontvangen documentatie (Omgevingsrapportage) is gebleken dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van asbest. Zowel het woonhuis, de garage als de schuur hebben geen asbestverdachte dakbedekking. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend die zijn uitgevoerd op de huidige onderzoekslocatie. 1

Informatie afkomstig van Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek, ontvanger per e-mail op 17 mei 2021 van mevr. Van Eunen

Rapportnummer: K21005321

3

Op de historische kaart2 is vanaf 1953 de ‘Noordermiddenweg’ te zien. De bebouwing op de onderzoekslocatie is voor het eerst waar te nemen op de historische kaart van 1975. Op de kaart van 1988 is ook, de thans aanwezig schuur noordoostelijk gelegen op het perceel, waar te nemen. Er zijn geen bijzonderheden waar te nemen.

1975

1988

2015

2.3 Verwachte bodemkwaliteit De locatie is volgens de interactieve bodemkwaliteitskaart gelegen in deelgebied ‘Overig bebouwd- en buitengebied Flevoland’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: Landbouw/natuur - Bodemfunctieklasse: Overig - Toepassingseis: Landbouw/natuur (bron: interactieve bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek). 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B15H0038 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:

Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)

De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht (bron: isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO).

2

Historische kaarten afkomstig www.topotijdreis.nl

Rapportnummer: K21005321

4

2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving Vanuit de omgeving zijn geen zaken bekend die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. 2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. Er zijn vooraf echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. 2.7 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie

Oppervlakte Hypothese (m²) Gehele terrein 6.842 Onverdacht * ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie

Verdachte stoffen en bodemlaag -

Strategie* ONV-NL

Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.

Rapportnummer: K21005321

5

3

ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 6.824 m2. Het aantal boringen per laag, het aantal peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1 worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie

Veldwerk

Analyses

Gehele locatie

12 boringen tot 0,5 m-mv 3 boringen tot 2,0 m-mv 1 peilbuis

2x standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 2x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x standaardpakket grondwater

De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie

Aantal boringen (excl. peilbuizen)

Aantal peilbuizen

Gehele locatie

12 boringen tot 0,5 m-mv (2,3,5,6,7,9,10,11, 13, 14, 15, 16) 3 boringen tot 2,0 m-mv (4, 8, 12)

1 peilbuis (PB01, filterstelling 1,5-2,5 m-mv)

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 27 mei 2021 (boorwerkzaamheden) en op 4 juni 2021 (monsterneming grondwater) door de heer D. van Konijnenburg. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heer D. van Konijnenburg zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.

Rapportnummer: K21005321

6

3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie

Monster

Samenstelling

Traject (m-mv)

Analyse

Gehele terrein

MMBG01

G

2-1, 3-1, 4-1, 5-*1, 6-1, 7-1, 8-1, PB01-1

0,0-0,5

Standaardpakket grond

MMBG02

G

9-1, 10-1, 11-1, 12-1, 13-1, 14-1, 15-1, 16-1

0,0-0,5

Standaardpakket grond

MMOG03

G

4-2, 4-3, 4-4, 8-2, 8-3, 12-2

0,5-1,5

Standaardpakket grond

MMOG04

G

4-5, 8-4, 8-5, 12-3, 12-4. 12-5, PB01-3, PB01-4, 0,7-2,3 PB01-5, PB06-1

Standaardpakket grond

PB01-1-1

W

PB01

Standaardpakket grondwater

1,5-2,5

G=grond W=grondwater

Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico Milieu te Barneveld (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico Milieu ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven. Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond

Grondwater

metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn

*

*

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))

*

PCB (7)

*

minerale olie

*

vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen

* *

vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)

*

geleidbaarheid, pH en troebelheid

*

Rapportnummer: K21005321

7

4

ONDERZOEKSRESULTATEN

4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,00 – 0,20 0,20 – 0,70 0,70 – 1,50 1,50 – 2,30 2,30 – 2,50

Bodemsamenstelling Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donker grijsbruin Veen, donker zwartbruin Veen, sterk zandig, donker zwartbruin Zand, matig grof, matig siltig, donker beigegrijs

Opmerkingen Sporen schelphoudend Resten schelpen Zwak tot sterk roesthoudend -

4.2 Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen zintuiglijke afwijkingen in de bodem waargenomen. 4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis

Plaatsingsdatum

Bemonsteringsdatum

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

Zuurgraad pH

Geleidbaarheid EGV (µS/cm)

Troebelheid (ntu)

PB01

27-05-2021

04-06-2021

1,5-2,5

0,91

7,6

1040

4,44

De geleidbaarheid van het grondwater is aan de hoge kant. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest in de bodem plaatsgevonden. In de bodem is geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat er geen verkennend asbestonderzoek conform NEN-5707 “Monsterneming en analyse van asbest in bodem” of NEN-5897 “Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat” heeft plaatsgevonden. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa).

Rapportnummer: K21005321

8

4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde3 tussenwaarde4

= =

interventiewaarde

=

referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek

De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde

= = = =

niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd

De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.

Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota.

3

Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.

4 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.

Rapportnummer: K21005321

9

Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)

(b)

= = =

Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie

De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X

7

16

27

37

Y

2

3

4

5

4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.3 zijn de analyseresultaten van de grond weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4, de toetsingsresultaten in bijlage 5. Tabel 4.3: Analyseresultaten Monster

traject (m-mv)

Toetsing Wbb Beoordeling

Kritieke parameter

Toetsing Bbk Beoordeling

Grond MMBG01

0,0-0,5

-

MMBG02

0,0-0,5

-

MMOG03

0,5-1,5

+

MMOG04

0,7-2,3

-

PB01-1-1

1,5-2,5

+

Barium

+ ++ +++

< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde

Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde PCB

Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Grondwater n.v.t.

4.7 Grond In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. De ondergrond is licht verontreinigd met PCB (som 7). De overig geanalyseerde parameters zijn niet verhoogd aangetroffen.

Rapportnummer: K21005321

10

4.8 Grondwater Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie barium. De overig geanalyseerde parameters zijn niet verhoogd aangetroffen. Barium wordt vaker verhoogd aangetroffen en is dan veelal van natuurlijke oorsprong. Omdat op de locatie geen bronnen bekend zijn die een eventuele verontreiniging met barium kunnen hebben veroorzaakt, wordt ervan uitgegaan dat het een van nature verhoogd gehalte betreft. 4.9 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.4: Toetsing hypotheses Deellocatie Gehele terrein

Oppervlakte (m²) 6.824

Hypothese Onverdacht

Verdachte stoffen en bodemlaag -

Toetsing verworpen

Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen te worden. De aangetroffen gehalten zijn van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien.

Rapportnummer: K21005321

11

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van Adviesbureau RAACC is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Noordermiddenweg 4-2 te Espel. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden:  De bodem op de locatie bevat zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen;  In de bovengrond zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen;  De ondergrond is licht verontreinigd met PCB (som 7);  Het grondwater is licht verontreinigd met barium;  De hypothese dient verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het beoogde gebruik. 5.2 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten.

Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Rapportnummer: K21005321

12

BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE

Rapportnummer: K21005321

BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN

Rapportnummer: K21005321

Boring:

Pb01

Boring:

02

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

GWS:

100

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

gazon

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, sporen schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor

20

1

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor 50

gazon

2

50

50 70

Veen, donker zwartbruin, Edelmanboor 100

3

4 150

150

Veen, sterk zandig, donker zwartbruin, Edelmanboor 5

200 6 230

Zand, matig grof, matig siltig, donker beigegrijs, Edelmanboor

7 250

250

Boring:

03

Boring:

04

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

GWS:

100

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sporen schelpen, resten hout, donker zwartbruin, Edelmanboor

1

50

groenstrook

50

0

groenstrook Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

50 2

75

100

Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sporen schelpen, donker zwartbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, resten schelpen, donker beigebruin, Edelmanboor

3

120

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk roesthoudend, donker roestgrijs, Edelmanboor

4 150

150

Veen, donker zwartbruin, Edelmanboor 5

200

Projectcode: K21005321

200

Boring:

05

Boring:

06

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

braak

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen schelpen, donkerbruin, Edelmanboor

0

1 25

1

50

50

50

Boring:

07

Boring:

08

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

GWS:

120

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

gazon

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen schelpen, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

0

gazon Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sporen schelpen, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor

2 50

gazon

50

50 2

70

100

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, sterk roesthoudend, resten schelpen, donker roestgrijs, Edelmanboor

3

120

Veen, donkerbruin, Edelmanboor

150

4

5 200

200

Boring:

09

Boring:

10

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

0

50

Projectcode: K21005321

0

gazon Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sporen schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor

Zand, zeer fijn, sterk siltig, sporen schelpen, donker blauwgrijs, Edelmanboor

1

50

klinker

7

1

50

50

Boring:

11

Boring:

12

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

GWS:

120

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

gazon

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen schelpen, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

gazon Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sporen schelpen, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50

0

50

50

Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, resten schelpen, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor

2 85

Veen, zwak kleiïg, donker zwartbruin, Edelmanboor

100 3

4 150

150

Veen, donker roodbruin, Edelmanboor 5

200

200

Boring:

14

Boring:

15

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

gazon

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sporen schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, sporen schelpen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

1

50

50

50

50

Boring:

13

Boring:

16

X:

5,660000

X:

5,660000

Y:

52,740000

Y:

52,740000

Datum:

27-5-2021

Datum:

27-5-2021

Maaiveldhoogte:

maaiveld

Maaiveldhoogte:

maaiveld

0

0

klinker

7

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

1

1

50

Projectcode: K21005321

klinker

7

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor

50

gazon

50

50

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN

Rapportnummer: K21005321

De Klinker Milieu B.V. T.a.v. Nico Looman Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7200 AN ZUTPHEN

Analysecertificaat Datum: 02-Jun-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021087457/1 K21005321 Noordermiddenweg 4-2 te Espel K21005321 27-May-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1876/documents/29014