CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1 Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-2 te Espel'.pdf

Gemeenteraad 13 december 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-2 te Espel27.616 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel Gemeente Noordoostpolder

Toelichting

Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel Gemeente Noordoostpolder

Projectnummer:

2021-96

IMRO-code:

NL.IMRO.0171.BP00694-ON01

Datum:

7 oktober 2021

Opdrachtgevers:

De heer T. van Scheppingen

RAACC Adviesbureau Adviseur:

R.A. (Ruben) Jonker

Telefoon:

06 38017131

E-mail:

ruben@raacc.nl

Postadres:

Ringlaan 9, 6961 KJ Eerbeek

Bezoekadres:

Enkweg 37, 7383 CW Voorst

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingplan Leeswijzer

5 5 6 7

2. Planbeschrijving 2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

8 8

3. Beleidskader 3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 10 12

4. Randvoorwaarden 4.1 Archeologie 4.2 Bodem 4.3 Cultuurhistorie en beeldkwaliteit 4.4 Ecologie 4.5 Externe veiligheid 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Milieuzonering 4.9 Waterhuishouding 4.10 M.e.r.-beoordeling

17 18 18 19 20 22 23 23 25 26

5. Juridische vormgeving 5.1 5.2 5.3

Algemene opzet Toelichting op de bestemmingen Toelichting op de regels

27 27 28

6. Uitvoerbaarheid 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg

Planregels 1. Inpassingsplan Erfsingel 2. Lijst van aan huis gebonden bedrijfsactiviteiten

Plankaart

Bijlagen 1. Watertoets 2. Bodemonderzoek 3. Akoestisch onderzoek

29 29 30

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De locatie Noordermiddenweg 4-II te Espel betreft een voormalig agrarisch bedrijf met bedrijfswoning. De bedrijfsactiviteiten zijn reeds gestaakt, maar de locatie heeft de agrarische bestemming in het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2004’ van de gemeente Noordoostpolder behouden. Het voornemen bestaat om deze locatie te bestemmen met een woonfunctie met daarbij de optie een extra woning te realiseren in het kader van de regeling ‘Extra woningen op vrijkomende erven’. De gemeente Noordoostpolder heeft positief gereageerd op het voornemen. Dit bestemmingsplan maakt de wijziging van een agrarische bestemming naar woonbestemming mogelijk.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied (Noordermiddenweg 4-II te Espel) ligt ten noordoosten van de kern Espel in de gemeente Noordoostpolder. De ligging van dit plangebied ten opzichte van de kern is weergegeven in figuur 1.1, een luchtfoto van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

5

Figuur 1.1 - Ligging plangebied

Figuur 1.2 - Luchtfoto plangebied Het perceel bestaat uit een voormalig agrarische bedrijfswoning met bijbehorende schuur. Het perceel is omringd door een erfsingel.

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied is de beheersverordening ‘Landelijk gebied’ van toepassing. Deze beheersverordening heeft het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2004’ van toepassing verklaard.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

6

Hierin is het perceel Noordermiddenweg 4-II te Espel bestemd als ‘Agrarisch gebied’. Dit is weergegeven in figuur 1.3.

Figuur 1.3 - Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2004', locatie Noordermiddenweg 4-II Het gebruiken van het perceel ten behoeve van woondoeleinden is in strijd met de beheersverordening. Om de woonfunctie alsnog toe te kunnen staan moeten er ruimtelijke procedures gevolgd worden. In het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2004' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch gebied' naar 'Wonen'. Vanwege de inwerkingtreding van de beheersverordening kan echter geen gebruik meer gemaakt worden van deze bevoegdheid. Het nieuwe gebruik kan geregeld worden met een nieuw bestemmingsplan. Vandaar dat dit plan is opgesteld.

1.4 Leeswijzer Deze toelichting heeft na dit inleidende hoofdstuk de volgende indeling. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op het plan en het plangebied zowel in de huidige als in de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader gepresenteerd. In hoofdstuk 4 worden alle relevante milieuonderwerpen behandeld en verantwoord. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting opgenomen en in hoofdstuk 6 is de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

7

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie De Noordermiddenweg 4-II te Espel betreft een voormalig agrarische locatie ten noordoosten van de kern Espel. Planologisch is dit nog steeds een agrarisch erf, maar in feitelijk gebruik is dit al jaren niet meer het geval. De initiatiefnemer woont op deze locatie zonder daarbij gebruik te maken van de agrarische mogelijkheden. Het erf bestaat uit een agrarische bedrijfswoning met bijbehorende schuur. Verder bestaat dit erf uit een ruime tuin met een enkel schuurtje ten behoeve van het tuinonderhoud. Dit alles in omringd door een volgroeide erfsingel, die voldoet aan de gestelde eisen van een erfsingel.

2.2 Toekomstige situatie Fysiek zal er niets aan de huidige situatie veranderen. De voorgenomen ontwikkeling is enkel een planologische, waarbij de agrarische bestemming wordt vervangen door de bestemming ‘wonen – voormalig agrarische erven’ en ‘groen - erfsingel’. Daarnaast zal er gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid die wordt geboden door het beleidskader ‘Extra woningen op erven’ om bij een functieverandering naar wonen een extra wooneenheid te creëren. Dit wordt gedaan middels de maatvoeringsaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – twee woningen toegestaan’. De erfsingel zal door middel van aanplanting waar nodig worden hersteld zodat dit voldoet aan de gemeentelijke gestelde eisen. Het inpassingsplan hiervoor is toegevoegd bij de planregels als bijlage 1.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

8

3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid SVIR en Barro In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), van kracht sinds 13 maart 2012, staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. In de SVIR schetst het Rijk de ruimtelijke ambities tot 2040 en de ruimtelijke belangen en opgaven tot 2028. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen. Het Barro bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de SVIR. De SVIR maakt duidelijk dat het Rijk concentreert zich beleidsmatig en financieel op de ontwikkeling van de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Het gaat onder andere om nationale belangen als verkeersinfrastructuur, energie-infrastructuur, Ecologische hoofdstructuur en beschermde natuurgebieden. Daaruit zijn dertien nationale belangen naar voren gekomen, die weer zijn gegeven in de Nationale hoofdstructuur. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Op lokaal niveau dient tijdens de besluitvorming deze regels gerespecteerd te worden. In de SVIR wordt verder aangegeven dat de vitaliteit van het landelijk gebied onder druk staat, mede doordat mensen verhuizen richting grootstedelijke gebieden. Om dit tegen te gaan zijn de mogelijkheden tot hergebruik en nieuwbouw in de buitengebieden verruimd.

Vrijkomende bebouwing kan worden omgezet in een woonbestemming, bedrijfsbestemming of recreatiebestemming, eventueel gepaard met kleinschalige nieuwbouw. Toetsing Het plangebied ligt niet binnen een van de Nationale hoofdstructuren, waardoor op dat gebied de SVIR geen specifieke betekenis heeft voor dit bestemmingsplan. In dit plan wordt voormalige agrarische grond omgezet in een woonbestemming met een toevoeging van in totaal twee woningen. Dit is in lijn met de in de SVIR gestelde ontwikkeling.

Besluit ruimtelijke ordening In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking een wettelijke basis gekregen. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering op regionaal niveau te voorkomen. De ladder is een instrument dat verplicht moet worden toegepast bij ruimtelijke besluiten omtrent ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, waarbij stedelijke ontwikkeling wordt omschreven als “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Er moet hierbij wel sprake zijn van stedelijke ontwikkeling van enige omvang.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

9

Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst teruggebracht naar de essenties, namelijk of de voorgenomen stedelijke ontwikkeling noodzakelijk is om buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd te worden. Een nadrukkelijke motivatie dient hierbij toegevoegd te worden: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van enkele woningen niet aangemerkt hoeven te worden als stedelijke ontwikkeling. Aangezien dit plan slechts één woning toevoegt hoeft dit dus niet als zodanig aangemerkt te worden en hoeft dus ook niet aan de Ladder getoetst te worden.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Flevoland Straks De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: 1. Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving); 2. Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving); 3. Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: -

Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het herbestemmen van agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen en het toevoegen van twee extra woningen in bestaande bebouwing. Karakteristieke elementen blijven behouden en worden versterkt, waarbij vooral gedacht moet worden aan de erfsingels. Deze voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de kernopgave “Het verhaal van Flevoland” uit de Omgevingsvisie Flevoland Straks.

Omgevingsprogramma Flevoland Op 27 februari 2019 is het omgevingsprogramma Provincie Flevoland vastgesteld. Dit omgevingsprogramma vindt zijn oorsprong in de reeds vigerende wetten en bestaand beleid, zoals de

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

10

Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Er is voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. In Flevoland is er namelijk sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. Hierdoor wordt een toenemende leegstand van agrarische bedrijfslocaties verwacht. In Flevoland wordt geschat dat tussen nu en 2030 sprake zal zijn van 400 tot 600 bedrijfsbeëindigingen, met als gevolg dat de bestaande bebouwing herbestemd moet worden. Om het landschap vitaal te houden wil de provincie de ontwikkeling van agrarische bedrijvigheid die zich richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven.

Daarnaast wil de provincie ook de ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economische draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Toetsing De voorgestelde ontwikkeling gaat uit van het hergebruiken van voormalig agrarische bebouwing. Deze gebouwen krijgen een nieuwe functie en dragen op die manier bij aan het vitaal houden van het landelijk gebied. Dit is volledig in lijn met de gestelde doelen in het Omgevingsprogramma Flevoland.

Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied De beleidsregel 'Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008' is vastgesteld door de Gedeputeerde staten op 17 juni 2008. De provincie heeft deze beleidsregel opgesteld, om onder voorwaarden meer ruimte te bieden aan nieuwe agrarisch aanverwante en niet-agrarische functies en de mogelijk te bieden om (voormalige) agrarische bouwpercelen te vergroten. Dit om het landelijk gebied in de provincie vitaal en economisch aantrekkelijk te houden. Dit mag dan niet ten koste gaan van de reeds in het gebied aanwezige functies, alsmede de landschappelijke karakteristieke waardes. In deze beleidsregel zijn vier inhoudelijke afwegingen gepresenteerd waar nieuw te ontwikkelen functies aan moeten voldoen. 1. 2. 3. 4.

Geen belemmering voor bestaande functies Voorkomen van verstedelijking landelijk gebied Landschappelijke inpassing Verkeerskundige inpassing

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

11

Toetsing De voorgestelde ontwikkeling voldoet aan de inhoudelijke afwegingen die gesteld zijn in de beleidskader 'Kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied 2008'. De bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen zal; 1. Geen belemmering veroorzaken voor omliggende agrarische bedrijven. Zoals in de reactie op het principeverzoek is omschreven, wordt de kans zeer klein geacht dat de agrarische activiteiten van de Noordermiddenweg 9 te Espel zullen wijzigen naar ‘intensieve veehouderij’, wat het vigerend bestemmingsplan op die locatie wel toelaat; 2. Geen verstedelijking van het landelijk gebied veroorzaken. Er worden slechts twee wooneenheden toegevoegd, beide in reeds bestaande bebouwing; 3. Een positief effect hebben op de landschappelijke inpassing, aangezien de erfsingels worden behouden en in het geval van de Hopweg zelfs zal worden uitgebreid; 4. Geen effect hebben op de verkeerssituatie en/of verkeersveiligheid

Experimentenkader Extra woningen op erven. Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland hebben in de vergadering van 31 januari 2017 besloten in te stemmen met de toepassing van het experimentenkader 'Extra woningen op erven' van de gemeente Noordoostpolder. Hiermee is de mogelijkheid gecreëerd om plannen op basis van dit experimentenkader via een bestemmingsplanswijziging extra woningen te realiseren op voormalig agrarische erven. In het experimentenkader staat beschreven dat het op kleine schaal toestaan van extra woningen op erven een quotum van 26 woningen tot 2022 is vastgelegd. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet naast de functiewijziging van ‘agrarisch gebied’ naar ‘wonen’ in het realiseren van twee extra woningen op de bestaande erven. Het voornemen zorgt hiermee voor een bijdrage aan een behoud van een vitaal platteland. Het voldoet hiermee dus aan dit experimentenkader. In de reactie op het principeverzoek is voor de planlocatie een woning gereserveerd uit het eerdergenoemde quotum van 26 woningen.

3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Noordoostpolder 2025 De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vastgesteld door de gemeenteraad in december 2013. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige waarden en kwaliteiten beschrijft, alsmede de gewenste ontwikkelingen. De visie heeft als doel de verschillende belangen van het landelijk gebied, de stedelijke kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. Hieruit wordt een integrale ontwikkelingsrichting bepaald voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn, waardoor het een zekere

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

12

mate van globaliteit en abstractie bevat. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. Wonen op vrijgekomen agrarische erven Jaarlijks komen er tien tot twintig agrarische erven vrij door schaalvergroting (grond wordt verkocht, maar het erf blijft bestaan). Om de erven een andere invulling te kunnen geven, wil de gemeente de woonfunctie toestaan onder de voorwaarden dat: 1. het woonerf wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke omvang en schuren buiten het erf worden gesloopt; 2. de erfsingel wordt behouden, dan wel opnieuw aangeplant; 3. er maximaal vier woningen per erf worden gebouwd in maximaal drie bouwvolumes; dit kan door te wonen in de huidige bebouwing maar ook door ‘rood voor rood’ (nieuwbouw in ruil voor sloop van bestaande gebouwen); 4. het woonmilieu/woningtype niet concurreert met woningen in de dorpen 5. er geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven; bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Toetsing De voorgestelde ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn in de ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’; 1.

Op de locatie Noordermiddenweg 4-II zal er fysiek niets veranderen aan de situatie, die voldoet al aan de getelde voorwaarden; 2. de erfsingel zal worden behouden. Die voldoet al aan de gestelde voorwaarden; 3. er zullen twee woningen komen te staan; 4. het woonmilieu/woningtype in voorliggend plan is niet concurrerend met die in de woonkernen, er is sprake van een totaal andere woonervaring; 5. omliggende bedrijven zullen geen hinder ondervinden van de voorgestelde ontwikkelingen. Zoals in de reactie op het principeverzoek is omschreven, wordt de kans zeer klein geacht dat de agrarische activiteiten van de Noordermiddenweg 9 te Espel zullen wijzigen naar ‘intensieve veehouderij’, wat het vigerend bestemmingsplan op die locatie wel toelaat;

Beleidsuitwerking mogelijkheden voor extra woningen op vrijgekomen agrarische erven Als reactie op de toenemende leegstand van agrarische erven heeft de gemeente Noordoostpolder in haar ‘Structuurvisie Noordoostpolder 2025’ aangegeven ruimte te willen bieden aan extra wonen op erven. De provincie Flevoland heeft in 2014 met veel gebiedspartners een agenda gemaakt voor een vitaal platteland. Ook zij ziet de vrijkomende agrarische erven als een belangrijk punt van aandacht. In de agenda wordt de volgende ambitie uitgesproken. "Meer ruimte (in de breedte) voor invulling van vrijkomende agrarische erven biedt een grotere kans de unieke structuur van Noordoostpolder te behouden zonder dat de aanblik verpaupert. Door meer herinvullingsmogelijkheden te bieden, is er minder kans op het verdwijnen van erven (en de unieke structuur). Onder de noemer “Erf zoekt kans” wil de provincie samen met stakeholders bezien hoe groot

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

13

de problematiek is en wat de beste aanpak voor deze kwestie is. De provincie juicht nieuwe initiatieven toe en zegt toe het gesprek met initiatiefnemers te zullen voeren daar waar men tegen bestaande (provinciale) regels aanloopt." Door de verdergaande schaalvergroting in de landbouw en het niet tijdig of onvoldoende inspelen op kansen voor hergebruik, komen het unieke landschappelijke karakter en de leefbaarheid van het landelijk gebied van Noordoostpolder onder druk te staan. Nieuwe mogelijkheden op de vrijgekomen erven bieden een unieke kans om zowel de landschappelijk kwaliteiten te herstellen c.q. te verbeteren als de leefbaarheid van het landelijk gebied te vergroten. Eenzame erven worden kleine woongemeenschapjes als er meer mogelijkheden voor wonen op erven wordt toegestaan. Zo kunnen ook bijvoorbeeld ouderen met hun kinderen zelf hun zorg organiseren. Aan het realiseren van een extra woning zijn in het beleid 'Extra woningen op erven' zes voorwaarden gesteld waaraan zal moeten worden voldaan: 1. Het woonerf wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke omvang en schuren buiten het erf worden gesloopt; 2. De erfsingel wordt behouden, of wel opnieuw aangeplant; 3. In totaal zijn maximaal vier woningen per erf toegestaan, in maximaal drie bouwvolumes.

Dit kan door te wonen in de huidige bebouwing maar ook door 'rood voor rood' (nieuwbouw in ruil voor sloop van bestaande gebouwen). In de beleidsuitwerking is dat nader uitgewerkt: a. Streven naar behoud van de oorspronkelijke erven met hun oorspronkelijke bebouwing, waar in deze oorspronkelijke bebouwing een tweede of derde woning mogelijk is. Ook sloop en nieuwbouw van de oorspronkelijke woning en/of (schokbeton)schuur is mogelijk. Hiervoor zal maatwerk worden geboden. b. In ruil voor het slopen van minimaal 700 m2 niet-oorspronkelijke bebouwing op het eigen erf wordt de bouw van een extra woning mogelijk gemaakt. c. Voor het realiseren van nieuwe bebouwing (onder a. en b.) wordt via welstandbeleid en/of een maatwerk-beeldkwaliteitsplan voorwaarden gesteld aan de situering, vormgeving, materiaal en kleurgebruik. Hierbij moet een duidelijke link met de oorspronkelijke bebouwing worden gelegd. 4. Het woonmilieu/woningtype mag niet concurreren met woningen in dorpen; 5. Er mogen geen negatieve effecten optreden voor omliggende bedrijven. Bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt; 6. De gemeente houdt een overzicht bij van de lopende aanvragen. Er geldt voor de periode tot 2022 dat er maximaal 26 extra woningen op erven in Noordoostpolder mogen komen. Van belang is om te toetsen of het plan concreet genoeg is.

Toetsing De voorgestelde ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn in de ‘Beleidsuitwerking mogelijkheden voor extra woningen op vrijkomende agrarische erven’. 1. Op de locatie Noordermiddenweg 4-II zal er fysiek niets veranderen aan de situatie, die voldoet al aan de getelde voorwaarden;

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

14

2. de erfsingels zullen worden behouden. Die voldoet al aan de gestelde voorwaarden; 3. er zullen twee woningen komen te staan. Dit zal volledig passen binnen de reeds bestaande bebouwing, waardoor het bouwvolume dus niet zal worden uitgebreid. De oorspronkelijke bebouwing op het woonerf zal ook worden behouden; 4. het woonmilieu/woningtype in voorliggend plan is niet concurrerend met die in de woonkernen, er is sprake van een totaal andere woonervaring; 5. omliggende bedrijven zullen geen hinder ondervinden van de voorgestelde ontwikkelingen. Zoals in de reactie op het principeverzoek is omschreven, wordt de kans zeer klein geacht dat de agrarische activiteiten van de Noordermiddenweg 9 te Espel zullen wijzigen naar ‘intensieve veehouderij’, wat het vigerend bestemmingsplan op die locatie wel toelaat; 6. Het maximum aantal van 26 extra woningen is vooralsnog niet ingevuld. Het plan valt binnen het quotum van 26 extra woningen. Onderhavig plan voorziet bovendien in een concreet voornemen. Bij de reacties op de ingediende principeverzoeken heeft de gemeente aangegeven dat onder voorwaarden medewerking aan het plan kan worden verleend.

Welstandsnota gemeente Noordoostpolder De welstandsnota 2016 van de gemeente Noordoostpolder is vastgesteld op 29 november 2016. Uit deze welstandsnota blijkt dat een groot deel van het grondgebied van de gemeente welstandsvrij is. In deze gebieden hoeven bouwplannen niet meer of slechts beperkt getoetst te worden aan redelijke eisen van welstand. De selectie van niet-welstandsvrije gebieden heeft plaatsgevonden aan de hand van twee criteria: -

De cultuurhistorische betekenis van de bebouwing; De zichtbaarheid van de bebouwing vanuit belangrijke openbare ruimtes.

Op basis van deze criteria is besloten dat in de volgende gebieden welstandstoezicht blijft gelden: 1. de kernen en beeldbepalende gebieden van Emmeloord; 2. de dorpskernen en beeldbepalende gebieden van Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel, Tollebeek, Kraggenburg en Rutten; 3. Nagele en Schokland in zijn geheel; 4. het landelijk gebied. Het landelijk gebied omvat het grondgebied van de gehele gemeente Noordoostpolder, met uitzondering van de bebouwde kommen van Emmeloord, de dorpen en Schokland en het IJsselmeergebied. De aandacht voor de cultuurhistorie van Noordoostpolder is groot en de verwachting is dat dit naar de toekomst toe nog belangrijker wordt. Het unieke verhaal van de Noordoostpolder vraagt om een werkwijze, waarbij zorgvuldig met de kwaliteiten van de polder omgegaan dient te worden. Vanwege ouderdom van de bebouwing in het buitengebied, de vrijkomende agrarische bedrijfskavels, de mogelijkheden voor niet agrarische bedrijfsactiviteiten en de mogelijkheden voor alternatieve woonvormen is in de (nabije) toekomst nieuwbouw van woningen in het buitengebied meer dan ooit

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

15

aan de orde. In de welstandsnota zijn naast de welstandcriteria voor oorspronkelijke bebouwing ook welstandcriteria voor nieuw te bouwen woningen en bedrijfshallen in het buitengebied opgenomen. Het regelmatige patroon van boerderijen met erven met daarop veelal montageschuren, de landarbeiderswoningen en de beplantingsmantel rond de erven zijn uniek voor Nederland en zeer kenmerkend voor Noordoostpolder. Door ontwikkelingen in de land- en tuinbouw, en vermindering van het aantal landbouwbedrijven, kunnen deze karakteristieken echter veranderen. Met zorgvuldige ontwerpen is het mogelijk daarbij belangrijke elementen te handhaven, maar noodzakelijk is dat niet. Nieuwe architectuur kan naast de bestaande cultuurhistorische karakteristieken verfrissend zijn en kwaliteit toevoegen in een veranderende omgeving die dynamiek uitstraalt. In de welstandscriteria is deze visie uitgewerkt. Uit stedenbouwkundig en cultuurhistorisch oogpunt is het van belang de groensingels rond de erven te handhaven. Dat wordt echter niet door de welstandsnota geregeld maar via het bestemmingsplan. Toetsing Voorliggend plan wordt als aanvraag om omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen getoetst aan de gemeentelijke welstandsnota. Het plan zal voldoen aan de redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 2.10 lid 1 onder d. van de Wabo.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

16

4 Randvoorwaarden 4.1 Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Toetsing Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder ligt het perceel in een gebied dat deels is aangeduid als beleidscategorie ‘geen’. Voor deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht naar archeologie.

Figuur 4.1 Uitsnede archeologische beleidskaart Noordoostpolder

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

17

4.2 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toetsing Op de locatie Noordermiddenweg 4-II te Espel is op 21 juni 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was om een indruk te krijgen over eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater.

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond, in de ondergrond en in het grondwater geen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming wonen van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de gewenste bestemming van het terrein Het bijbehorende rapport is toegevoegd in bijlage 2.

4.3 Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan ‘een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden’ dient te bevatten.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

18

Toetsing Er bevinden zich binnen het plangebied op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Flevoland geen rijks- of gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden. In de directe omgeving van het plangebied komen eveneens geen monumenten of cultuurhistorische waarden voor. Kenmerkend voor het landschap in de Noordoostpolder zijn de open gebieden, afgewisseld met erven afgeschermd door een erfsingel. Het behoud van deze erfsingel is dan ook belangrijk om te benadrukken in dit plan. Omdat de bestaande erfsingel voldoet aan de gestelde eisen, is het doel dan ook om deze te behouden en te onderhouden.

4.4 Ecologie Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. De Wet natuurbescherming vormt het juridische kader voor natuurbescherming in Nederland. De verplichtingen voor de bescherming van natuurgebieden en de bescherming van plant- en diersoorten is vastgelegd in deze wet. Deze wet kan worden gezien als een vertaling van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Uitgangspunt van de wetgeving is een integrale bescherming van de aangewezen natuurwaarden en -gebieden. Het is verboden om, zonder vergunning, projecten of andere handelingen te realiseren / verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren of een verstorend effect kunnen hebben op aangewezen waarden. Er kan een tweedeling worden gemaakt in gebieds- en soortbescherming.

Gebiedsbescherming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) opgenomen. Een planologische ontwikkeling mag geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied. Toetsing Het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 5 kilometer van het meest nabijgelegen Natura 2000gebied. Aangezien er geen werkzaamheden plaats zullen vinden of in gebruik het plangebied zal veranderen, kunnen we concluderen dat dit onderdeel geen beperkingen oplevert voor de voorgenomen ontwikkeling.

Soortenbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: -

Vogels met jaarrond beschermde nesten; Overige vogels;

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

19

-

Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.

Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens de broedseizoen beschermd. Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a.

wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Toetsing Met voorliggend plan is er geen sprake van enige vorm van werkzaamheden. De fysieke situatie zal dus niet veranderen, waardoor ook geen afbreuk zal worden gedaan aan de leefgebieden van enkele in dit gebied voorkomende soorten. Vervolgonderzoek door middel van een QuickScan is daarom ook niet nodig. We kunnen dus concluderen dat ook dit onderdeel geen beperkingen oplevert voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

20

stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: -

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: -

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Toetsing Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. In de omgeving van het plangebied bevindt zich één risicovolle inrichting, namelijk een bovengrondse opslagtank (propaan of ander vloeibaar gemaakt brandbaar gas). In figuur 4.2 is de plaatsgebonden risicocontour van de bovengrondse opslagtank duidelijk weergegeven. Deze ligt ruim buiten het plangebied. De afstand van de inrichting tot het plangebied bedraagt circa 146 meter. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is daardoor niet noodzakelijk. Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie: -

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen of inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

In het kader van externe veiligheid voldoet de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

21

Figuur 4.2 Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl)

4.6 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. De functie 'wonen' is aan te merken als een geluidsgevoelige functie. Toetsing De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. In het kader van wegverkeerslawaai is door Sain milieuadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierin wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai ter plaatste van de nieuwe woonbestemming voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wgh. In bijlage 3 van deze toelichting is de gehele rapportage opgenomen.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

22

4.7 Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. De voorgenomen ontwikkeling betreft enkel een planologische verandering zonder bouwwerkzaamheden. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig.

4.8 Milieuzonering Milieuaspecten worden geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, maar daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten rekening te worden gehouden. Het gaat dan om de situering van milieugevoelige objecten ten opzichte van milieuhinderlijke elementen. Van belang is dat de omgevingskwaliteit passend is voor de nieuwe bestemmingen. Andersom geldt dat met de nieuwe bestemmingen de aanwezige bedrijven en functies niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en ontwikkeling. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Deze publicatie biedt een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau en geeft informatie over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. Op basis van de milieukenmerken van de verschillende typen bedrijven en inrichtingen wordt een indicatie van de afstanden gegeven, die als gevolg van deze kenmerken moeten worden aangehouden tussen de diverse typen bedrijven en een rustige woonwijk. Deze afstanden hebben uitdrukkelijk niet het karakter van een norm of een richtlijn. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: -

het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen „rustige woonwijk‟ en „rustig buitengebied‟; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.

De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

23

Toetsing Het plangebied betreft een voormalig agrarisch bedrijf in een rustig buitengebied. Op het perceel zijn de bedrijfsactiviteiten inmiddels gestaakt en op dit moment geldt de bestemming 'Agrarisch'. Bij het omzetten van een agrarische bestemming naar een woonbestemming en het toevoegen van een gevoelige functie (een extra woning) moet vanwege milieuzonering gekeken worden naar de afstand tussen woning en de naastgelegen belastende bestemmingen. Hierbij moet in beginsel niet uitgegaan worden van de feitelijke maar van de maximale planologische mogelijkheden op de naastgelegen percelen. Milieuzonering werkt immers twee kanten op. Aan de ene kant mag het plan naastgelegen bedrijven niet onevenredig beperken in de bedrijfsvoering. Aan de andere kant moet het goede woonen leefklimaat in de woningen in voldoende mate aangetoond worden. Dit betekend in de eerste plaatst dat de huidige agrarische bestemming op nummer 4-II zelf geheel vervangen moet worden door een woonbestemming. Het direct naastgelegen perceel (nummer 4-I) heeft reeds een woonbestemming. Dit verhoudt zich goed met een nieuwe woonbestemming op nummer 4-II. In voorliggend plan zijn met name de planologische mogelijkheden van Noordermiddenweg 9 verder van belang. Op nummer 9 rust een agrarische bestemming. Hier is als hoofdfunctie een grondgebonden agrarisch bedrijf (bv.

Akkerbouw, melkveehouderij) toegestaan (milieucategorie 3.2, richtafstand 100m). Als ondergeschikte nevenfunctie is hier ook intensieve veehouderij van maximaal 2.500m² toegestaan (milieucategorie 4.1, richtafstand 200m). Het landelijk gebied wordt aangemerkt al ‘gemengd’ gebied. Dit betekend dat de richtafstanden met één stap teruggebracht kunnen worden naar respectievelijk 50m en 100m. Op grond van het raadsbesluit ‘afwegingskader intensieve veehouderij’ (d.d. 25 januari 2016) worden nieuwe intensieve veehouderijen in het eerstvolgende ruimtelijk plan niet meer toegestaan. Hier komt bij dat voor nummer 9 de reeds aanwezige bedrijfswoningen op nummer 11 en nummer 4-II al dichter bij liggen dan de nieuw toe te voegen woning. De nieuwe woning op nummer 4-II beperkt nummer 9 niet in de bedrijfsvoering. Verder kunnen we rekening houden met de reële maximale planinvulling en zo het feitelijk gebruik op Noordermiddenweg 9 betrekken in de afweging. Een snelle beoordeling van de luchtfoto lijkt te duiden op akkerbouw in plaats van veehouderij. Op basis van dit feitelijke gebruik in combinatie met de beperkte mogelijkheden om op grond van de beschikbare milieuruimte een economisch rendabele ondergeschikte intensieve veehouderijtak te beginnen is er de ruimte voor maatwerk. Het starten van een intensieve tweede tak met een beperkte oppervlakte is tegenwoordig niet rendabel.

Hierom achten wij de kans klein dat er nog gebruik gemaakt zal worden van de ruimte die het bestemmingsplan biedt voor intensieve veehouderij. Dit alles maakt dat de gemeente Noordoostpolder in het kader van milieuzonering de mogelijkheid tot intensieve veehouderij buiten beschouwing laat. De omliggende functies vormen daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Omgekeerd belemmeren de voorgenomen ontwikkelingen het functioneren van de omliggende functies niet. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

24

4.9 Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de Watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten. Bij de toetsingsprocedure gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Toetsing Watertoets Voor het plan is d.d. 12 mei 2021 een watertoets uitgevoerd. De uitkomsten van de watertoets zijn als bijlage 1 opgenomen. Uit het advies van het Waterschap Zuiderzeeland blijkt dat in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren of waterkeringen aanwezig zijn. Anders geformuleerd: het plan raakt geen essentiële waterbelangen en op basis daarvan heeft het Waterschap Zuiderzeeland een positief wateradvies gegeven. Wateroverlast De gemeente Noordoostpolder hanteert het principe 'waterneutraal bouwen', wat wil zeggen dat wanneer het verhard oppervlak toeneemt, compenserende maatregelen worden genomen om de piekafvoeren op te vangen. Het verhard oppervlak neemt in voorliggend plan niet toe. Compensatie is daarom niet nodig.

Schoon water Het verdient de voorkeur om bij de inrichting van nieuwe terreinen preventieve maatregelen te nemen die onkruidbestrijding met behulp van chemische bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk voorkomen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op straatverharding uitsluitend volgens wettelijke gebruiksvoorschriften en met wettelijk verplichte DOB-methode wordt toegepast. Bij de DOB-methode wordt minder bestrijdingsmiddel gebruikt met als resultaat dat er minder verontreinigingen naar het oppervlaktewater afstromen. Afvalwater Menselijke activiteiten hebben over het algemeen een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. In de nabijheid van het plangebied is ook geen openbaar rioolsysteem aanwezig. In de nabijheid van het perceel bevindt zich op dit moment geen openbaar rioolstelsel, terwijl de voorgenomen ontwikkeling ziet op een nieuwe lozing van huishoudelijk afvalwater. De lozing van huishoudelijk afvalwater uit de te realiseren woningen betreft een nieuwe lozing.

Het is niet toegestaan het afvalwater aan te sluiten op de septic tank van de bestaande woning. Initiatiefnemer

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

25

is voornemens voor de nieuwe woningen nieuwe septic-tanks aan te leggen ten behoeve van de verwerking van het afvalwater. Hemelwater Het is niet nodig om schoon hemelwater naar een centrale waterzuivering af te voeren. Het regenwater afkomstig van schone oppervlakken wordt geïnfiltreerd in de bodem of direct afgevoerd worden naar het oppervlaktewater. Schoon hemelwater wordt afgevoerd via de kavelsloten rondom het plangebied. Wat betreft de lozingsroute van hemelwater op het verharde oppervlakte wordt opgenomen dat de kortste route naar een nabijgelegen sloot wordt aangehouden.

4.10 M.e.r.-Beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan of ruimtelijk plan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: -

-

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.- plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.- (beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen: indien: a. De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Toetsing De beoogde ontwikkeling blijft onder de drempelwaarden van alle activiteiten zoals opgenomen in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. Het toevoegen van één wooneenheid wordt niet aangemerkt als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, waardoor de activiteit niet op de lijst voorkomt. Uit de verrichte onderzoeken, zoals verwoord in dit hoofdstuk, blijkt voorts dat het voornemen geen significante effecten op de omgeving heeft. Voor het voornemen hoeft daarmee geen (vorm vrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure of een plan – m.e.r. te worden opgesteld. De toelichting van dit bestemmingsplan kan gezien worden als vorm vrije m.e.r. beoordeling, uit de beoordeling hiervan is gebleken dat het plan uitvoerbaar is.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

26

5 Juridische vormgeving 5.1 Algemene opzet Dit hoofdstuk bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding. Daarnaast is het bestemmingsplan voorzien van een toelichting in lijn met artikel 3.1.6 Bro. Deze toelichting geeft aan welke gedachten aan het plan ten grondslag liggen, wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn, wat het resultaat is van het overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak bij het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Hieronder worden de aanwezige bestemmingsregels puntsgewijs besproken.

5.2 Toelichting op de bestemmingen Artikel 3 Groen – Erfsingel Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor opgaande afschermende beplanting, een bebouwingsvrije onderhoudsstrook en erfsloten. Tuinen, erven en paden, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen zijn ook toegestaan. Er mogen geen (vergunningsvrije) bouwwerken worden geplaatst.

Artikel 4 wonen – voormalige agrarische erven De voor ‘Wonen – voormalige agrarische erven’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen. Binnen deze bestemming mogen woning, bijhorende bouwwerken en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Het uitvoeren van kleinschalige agrarische activiteiten is toegestaan. Daarnaast zijn specifieke bouwregels opgenomen ten aanzien van toegestane bebouwing. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel ter plaatse van de bestemming ‘Groen – Erfsingel’.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

27

5.3 Toelichting op de regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemming(en). Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen als dan niet gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1 bevat de begrippen die in de regels worden gebruikt. Het betreft begrippen die op meerdere wijze kunnen worden uitgelegd. Daarnaast wordt aangegeven welke wijze bepaalde afmetingen moeten worden gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden de bebouwingsmogelijkheden vermeldt. Hoofdstuk 3 bevat de bepalingen die in het algemeen van toepassing zijn. Hoofdstuk 4 bevat het overgangsrecht en de slotregel.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

28

6 Uitvoerbaarheid Op basis van de voorgaande hoofdstukken kan worden geconcludeerd dat het plan, gelet op het planologisch beleid en de omgevingssituatie ter plaatse uitvoerbaar kan worden geacht. Geconcludeerd kan worden dat met het initiatief sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

6.1 Economische uitvoerbaarheid Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) en het Bro beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken, planschade en kosten voor het opstellen van een bestemmingsplan. Indien sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vast te stellen. Van het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien als voornoemde kosten anderszins verzekerd zijn. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt wordt gerealiseerd in opdracht van de initiatiefnemer. De uit dit plan voorvloeiende kosten zullen door de initiatiefnemer worden bekostigd en drukken niet op de gemeentelijke begroting. Het kostenverhaal van de gemeente Noordoostpolder maakt deel uit van de anterieure overeenkomst, die met de initiatiefnemer is afgesloten. Hierdoor is het kostenverhaal voor de gemeente Brummen voldoende geborgd, zodat afgezien kan worden het opstellen van een exploitatieplan. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van het bestemmingsplan expliciet het besluit nemen om geen exploitatieplan vast te stellen (artikel 6.12, tweede lid, van de Wro). De economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan is niet in het geding.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een wijzigingsplan zijn door de wetgever geregeld. Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een wijzigingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het ontwerp wijzigingsplan wordt voor een termijn van 6 weken ter inzage gelegd. Na terinzagelegging wordt het plan al dan niet gewijzigd vastgesteld door Burgemeester en Wethouders.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

29

6.3 Vooroverleg In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is voorliggend plan voorgelegd aan de relevante overlegpartners. De gemaakte opmerkingen van de provincie Flevoland en het Waterschap Zuiderzeeland zijn verwerkt in het bestemmingsplan.

Toelichting ‘Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel’

30

Planregels

Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel Gemeente Noordoostpolder

Planregels

Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel Gemeente Noordoostpolder

Projectnummer:

2021-96

IMRO-code:

NL.IMRO.0171.BP00694-ON01

Datum:

7 oktober 2021

Opdrachtgever:

De heer T. van Scheppingen

RAACC Adviesbureau Adviseur:

R.A. (Ruben) Jonker

E-mail:

ruben@raacc.nl

Postadres:

Ringlaan 9, 6961 KJ Eerbeek

Bezoekadres:

Enkweg 37, 7383 CW Voorst

Bezoekadres:

Enkweg 37, 7383 CW Voorst

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Artikel 4

Groen - Erfsingel Wonen - Voormalige agrarische erven

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Overige regels

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 8 Artikel 9

Overgangsrecht Slotregel

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Landelijk gebied, Noordermiddenweg 4-II te Espel met identificatienummer NL.IMRO.0171.BP00694 van de gemeente Noordoostpolder;

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 verbeelding de digitale verbeelding van het bestemmingsplan;

1.4 aan huis verbonden bedrijf de in Bijlage 2 aan huis verbonden bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;

1.5 aan huis verbonden beroep De uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.8 achtererfgebied: erf achter de lijn die een woning doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder de woning opnieuw te doorkruisen of in het erf achter de woning te komen;

1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1876/documents/29014