CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.2 Nota wijzigingen naar aanleiding van tussenuitspraak.pdf

Gemeenteraad 8 november 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Landelijk gebied, Klutenpad 6 te Creil29.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota wijzigingen naar aanleiding van tussenuitspraak Betreft:

bestemmingsplan Landelijk Gebied, Klutenpad 6 te Creil

Conclusie Met het aanvullende geluidsrapport, de aanvulling van de geluidsparagraaf en de aanvulling van de regels is tegemoetgekomen aan de door de Afdeling aangegeven gebreken van het bestemmingsplan. Er is aangetoond dat het bestemmingsplan met deze aanpassingen in voldoende mate aannemelijk maakt dat het uitvoerbaar is. Daarmee voldoet het bestemmingsplan aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Inleiding Op 25 mei 2020 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, Klutenpad 6 te Creil' vast. Het bestemmingsplan staat een bedrijf in de vorm van een agrarisch verwerkingsbedrijf toe. Tegen dat besluit is beroep bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (hierna; de Afdeling) aangetekend. De Afdeling deed op 12 mei 2021 een tussenuitspraak (bijlage 1). Hierin vraagt zij om een nieuw besluit van de gemeenteraad. Uitspraak In de uitspraak staat dat de volgende gebreken hersteld moeten worden; 1. In het geluidsonderzoek is niet uitgegaan van het juiste toetspunt. Het geluidsonderzoek is uitgegaan van een toetspunt op 3 meter van de bestemmingsgrens, dit had echter 0 meter moeten zijn. 2. Er is uitgegaan van een aantal vervoersbewegingen op basis van de boekhouding van het bedrijf (de reële situatie).

Hier had uitgegaan moeten worden van het planologisch maximumaantal mogelijke vervoersbewegingen (de theoretische situatie). 3. Uit de regels blijkt onvoldoende of het parkeren van vrachtwagens is toegestaan. Dit in verband met het gebruik van koelmotoren en de mogelijke geluidshinder daarvan. De punten 1 en 2 hebben betrekking op het geluidsonderzoek, dat onderdeel uitmaakt van de toelichting van het bestemmingsplan. Punt 3 heeft betrekking op de regels. De punten zijn aangepakt door het geluidsonderzoek aan te vullen (wat een aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan is) en de regels van het bestemmingsplan aan te passen. Hieronder wordt dat toegelicht. Aanpassingen van de toelichting van het bestemmingsplan Op 13 juli 2021 werd een aanvullend geluidsrapport opgesteld (bijlage 2). Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State is het rapport ten opzichte van het eerdere rapport aangepast. Er is nu uitgegaan van 0 meter afstand van de bestemmingsgrens richting de woning Klutenpad 6D, waar het eerste rapport uitging van 3 meter. Daarnaast is berekend hoeveel geluidbelasting er zou kunnen optreden bij een maximale invulling van de planologische maatregelen.

Omdat een berekening van de maximale invulling van de planologische bedrijfsruimte van vele factoren afhankelijk zou zijn, is ervoor gekozen de berekening zo uit te voeren dat is gekeken naar de maximale hoeveelheid geluidbelasting die binnen de normen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en maximale geluidsniveau mogelijk zijn. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau geldt dat het maximumaantal voertuigen binnen de inrichting zo hoog is dat dit in de praktijk niet gehaald zal worden, omdat dat een verzesvoudiging van de huidige bedrijfsvoering zou betekenen (van 5 vrachtwagens per dag naar 30 vrachtwagens per dag aan de oostzijde van het perceel (aan de westzijde zou dit zelfs 225 vrachtwagens zijn)). Een dergelijke groei binnen het huidige bedrijfsperceel lijkt niet reëel, gezien laad en lostijden van vrachtwagens. Gesteld kan worden dat een maximale invulling van de planologische mogelijkheden niet kan leiden tot een overschrijding van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Het

maximumaantal van 60 vervoersbewegingen (30 vrachtwagens) is desondanks geborgd in het bestemmingsplan. Maximale geluidsbelasting Daarnaast is in het rapport aangegeven dat, op basis van de VNG-publicatie, er een overschrijding van de norm voor het maximale geluidsniveau plaatsvindt. De overschrijding is echter van dien aard dat deze binnen de bandbreedte blijft waarvan de publicatie aangeeft dat het bevoegd gezag de vrijheid heeft een oordeel te vormen over de toelaatbaarheid van die overschrijding (stap 3 van de methodiek, zoals beschreven in het rapport). Vrij vertaald; de richtwaarde wordt overschreden, maar de maximale norm niet. Op basis van de methodiek van het Activiteitenbesluit is er geen overschrijding van de normen richting de woning en perceelsgrens Klutenpad 6D. De overschrijding van de richtwaarde voor maximale geluidbelasting van de VNG is toelaatbaar op grond van de volgende overwegingen (dit geldt overigens voor de dagperiode, het gebruik van de inrit (tweede ontsluitingsweg) in de avond- en nachtperiode is immers al niet toegestaan op basis van het bestemmingsplan); 1. Op basis van het Activiteitenbesluit is er geen sprake van een overschrijding van normen.

De wetgever heeft met het Activiteitenbesluit aangegeven dat laden en lossen, inclusief de vervoersbewegingen in de dagperiode niet zo zwaarwegend zijn dat deze invloed hebben op een overschrijding van aanvaardbare normen. 2. Voor de woning Klutenpad 6D zijn geen andere geluidsbronnen in de buurt die voor overlast zorgen. Er is daarom geen sprake van cumulatie met reeds aanwezige geluidbelasting. 3. De nieuwe planologisch maximale situatie is geen verslechtering ten opzichte van de voorgaande maximale planologische situatie. Immers een agrarisch bedrijf zou zich binnen de voorgaande bestemming ook volledige kunnen richten op het verwerken van haar producten op dit perceel. 4. De richtwaarde wordt overschreden op een fictieve gevel op 0 meter afstand van de bedrijfsbestemming. In theorie kan hier inderdaad een mantelzorgwoning gebouwd worden, maar in de praktijk is dit niet aannemelijk aangezien de bestemmingsgrens ligt in het midden van een sloot. 5. Als in de praktijk zou blijken dat er toch een overschrijding van de normen van het Activiteitenbesluit plaatsvindt, dan kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften opleggen. Het is niet wenselijk op voorhand beperkingen op te leggen voor een theoretische situatie, als op een later moment een mogelijke overschrijding alsnog aangepakt kan worden.

Bovenstaande zal worden opgenomen in van de toelichting van het bestemmingsplan ‘Landelijke gebied, Klutenpad 6 te Creil’. Aanpassing van de regels van het bestemmingsplan Zoals hierboven is aangegeven zal het maximumaantal van 60 vervoersbewegingen worden geborgd in de regels. Artikel 3.3.1 zal als volgt worden aangevuld met lid f, waardoor als strijdig gebruik wordt gezien: “het gebruik van de tweede ontsluitingsweg ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – tweede ontsluitingsweg” voor meer dan 60 vervoersbewegingen door vrachtwagens en/of tractoren per dag” Artikel 3.3.1 zal als volgt worden aangevuld met lid g, waardoor als strijdig gebruik wordt gezien: “het gebruiken van mobiele koelmotoren op vrachtwagens in geval geen sprake is van (i) laad- en losactiviteiten; (ii) wachten op een andere vrachtwagen die bezig is met laad- en losactiviteiten” Toevoegen aan artikel 1 Begrippen: 1.x Laad- en losactiviteiten Het laden en lossen van vrachtwagens, waaronder mede wordt het verstaan de daaraan verwante activiteiten zoals het slaan van autoportieren en het starten, aanrijden, manoeuvreren en wegrijden van de voertuigen.

Reacties van betrokkenen Bovenstaande wijzigingen en het aanvullende geluidsrapport zijn (in concept) aan appellente verzonden op 16 juli 2021 (bijlage 3). Er is gevraagd binnen 6 weken hierop te reageren. Appellante heeft op 27 augustus 2021 (de laatste dag van de termijn) verzocht om uitstel van de termijn met drie en een halve dag. Appellante gaf als reden op dat, gezien de vakantieperiode het lastig was een specialist te vinden. De verlenging van de termijn is gehonoreerd. Op dinsdag 31 augustus 2021 is een reactie ontvangen (bijlage 4). Omdat er een contraexpertise door appellante is opgestuurd, is deze reactie voorgelegd aan initiatiefnemer, zodat de steller van het geluidsonderzoek kon reageren op de contraexpertise. Hier is een termijn van 2 weken voor gegeven. Op 17 september 2021 ontvingen wij een reactie (bijlage 5). Reactie van gemeente De reactie van appellante bestaat uit een contraexpertise en een aanvullende standpunten/argumenten in de begeleidende brief. Op deze punten hebben we reactie gehad van initiatiefnemer. Hieronder wordt puntsgewijs ingegaan op beide reacties. Per punt wordt eerst cursief het onderwerp beknopt weergegeven. Voor de inhoudelijke reacties van appellante en initiatiefnemer wordt verwezen naar de bijlagen.

De reactie van initiatiefnemer ondersteund en sluit aan bij het standpunt van de gemeente en is daarom in acht genomen in onderstaande reactie. Contraexpertise 1. Formulering van inleidende tekst is onvolledig Dit betreft tekst afkomstig uit de publicatie van de VNG. Voor de uitkomst van het onderzoek is dit niet van invloed. 2. Bedrijfssituaties zijn niet logisch Bedrijfssituatie A is wat toelaatbaar wordt geacht met stap 3. Bedrijfssituatie B is binnen die toelaatbaarheid gemaximeerd en daarmee met dezelfde argumentatie toelaatbaar. 3. Ontbreken stap 1 van de VNG-publicatie in de redenering van het rapport Dat niet aan stap 1 wordt voldaan, is in het bestemmingsplan toegelicht en juist de reden voor dit geluidsonderzoek. Dit is derhalve als gegeven/uitgangspunt gezien. Met stap 3 wordt de toelaatbaarheid gemotiveerd. 4. Afweging over aanvaardbaarheid (stap 3) in geluidsrapport ontbreekt De afweging wordt gemaakt door het bevoegd gezag, niet de steller van het geluidsrapport. Er is een afweging in het kader van stap 3 gemaakt. Een concept van de afweging is met het geluidsrapport aan appellante gestuurd. Hier gaat de contraexpertise op in bij de punten 9 tot en met 12. 5. Ontbreken van effecten van geluidbeperkende maatregelen zoals een geluidsscherm Nu is afgewogen dat de huidige situatie acceptabel is, zijn die opties niet meegenomen. 6.

Maximale invulling planologische situatie met meer bebouwing geeft meer afscherming Maximaliseren van de bedrijfsvoering is niet mogelijk zonder ook meer bedrijfsgebouwen te hebben. Dus dat is een logisch gevolg. Bovendien is er door de toename van bedrijfsbebouwing niet alleen sprake van afscherming, maar ook van reflectie. Waar het om gaat is dat een mogelijke maximalisatie is berekend die acceptabel is. 7. Gebruik van inritten is niet goed te volgen Er is uitgegaan van het gebruik van de bestaande inritten in de beide bedrijfssituaties. Vervolgens is beargumenteerd waarom dit gebruik als acceptabel wordt gezien. Daarbij de beperkende maatregelen voor het gebruik in acht nemend. De overschrijdingen die uit het rapport blijken gaan over de nachtperiode, maar dat gebruik is in het bestemmingsplan uitgesloten. Die overschrijding is dus niet toegestaan en daar zal daarom dus ook geen sprake van zijn. 8. Systematiek van het onderzoek is goed Voor kennisgeving aangenomen. 9. Aanvulling van de planregels gaat niet in op aanvullende regels voor locaties van bebouwing en verplaatsing van geluidsbronnen Dit betreft een fictieve maximale benutting van het perceel. Uitbreiding van de capaciteit betekent dat er extra bebouwing nodig is. Het één kan niet zonder het ander. Het bestemmingsplan maakt aannemelijk dat uitbreiding mogelijk is.

Het is op voorhand niet noodzakelijk hier voorwaarden aan te verbinden. 10. Aantal mogelijke vrachtwagens kan hoger worden dan de huidige situatie

Het maximum van 60 vervoersbewegingen is alsnog wel vastgelegd in de regels, ondanks dat het naar verwachting in de praktijk niet zal gaan plaatsvinden. 11. Handhaving zou de eerste optie moeten zijn, niet legaliseren met maatwerkvoorschriften Het opleggen van maatwerkvoorschriften is niet hetzelfde als legaliseren. Maatwerkvoorschriften in aanvulling het Activiteitenbesluit zijn juist aanscherpingen van de algemene voorschriften. Het opleggen van maatwerkvoorschriften is aan de orde als handhaving niet slaagt. Dit is een als bekend veronderstelde werkwijze en daarom niet expliciet benoemd. 12. Mobiele koelmotoren zijn niet vermeld in het rapport. Ze zullen gebruikt moeten worden bij het parkeren en wachten. Het is inderdaad niet vermeld in het geluidsrapport. De activiteit parkeren met koelmotoren is met het bestemmingsplan verboden. Onderzoek is dus niet nodig geacht. Bij laden en lossen zal een vrachtwagen moeten manoeuvreren en soms even wachten op een vrachtwagen die aan het laden en lossen is. Dit hoort bij het laden en lossen. Dit is aangepast in de regels ten opzichte van het toegezonden concept. De regel sluit het gebruik van mobiele koelmotoren uit op het moment dat er sprake is van langdurig parkeren van vrachtwagens. Parkeren van vrachtwagens is op deze manier wel toegestaan, zolang er geen sprake is van het gebruik van koelmotoren. Begeleidende brief 1.

Geluidsscherm had overwogen moeten worden Omdat is afgewogen dat de beoogde en maximale situaties acceptabel zijn, is het overwegen van een geluidscherm niet aan de orde. 2. Formulering artikelen is niet duidelijk De formulering kan inderdaad duidelijker. Ten opzichte van het opgestuurde concept zijn wijzigingen aangebracht. Daarbij is voor de laad- en losactiviteiten aangesloten bij de formulering van toelichting van het Activiteitenbesluit. 3. Handhaving is praktisch niet uitvoerbaar omdat een handhaver er de hele dag zou moeten controleren Handhaving is mogelijk en niet alleen afhankelijk van observatie ter plaatse. Handhaving kan ook aan de hand van het inzien van de administratie of bijvoorbeeld het aanbrengen van een sensor/telslang door de gemeente. 4. Rondweg is niet mogelijk op het erf Het aantal vervoersbewegingen is bepalend. Dat kan aan- of afvoer zijn. Dat aantal is beperkt tot 60. Of het aan- of afvoer is en of er gebruik wordt gemaakt van een rondweg, doet daarom niet ter zake.

Bijlage 1 – Tussenuitspraak

ECLI:NL:RVS:2021:1021 Instantie

Raad van State

Datum uitspraak

12-05-2021

Datum publicatie

12-05-2021

Zaaknummer

202003858/1/R1

Rechtsgebieden

Bestuursrecht

Bijzondere kenmerken Tussenuitspraak bestuurlijke lus Inhoudsindicatie Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Klutenpad 6 te Creil" gewijzigd vastgesteld. In het verleden was aan de Klutenpad 6 te Creil een agrarisch bedrijf gevestigd dat zelf aardappelen en uien verbouwde en deze sorteerde en verpakte. Daarnaast sorteerde en verpakte het bedrijf aardappelen en uien die afkomstig waren van andere agrarische bedrijven uit de buurt. Door omstandigheden is het zelf produceren van agrarische producten gestopt en zijn de bedrijfsactiviteiten beperkt tot het sorteren en verpakken voor derden. Door het vervallen van de eigen productie vielen die bedrijfsactiviteiten niet meer binnen de agrarische bestemming. [appellante] woont op het naastgelegen perceel [locatie A]. Dat ligt ten oosten van het plangebied. Zij vreest dat de mogelijkheden die plan biedt, zullen leiden tot onevenredige aantasting van haar woon- en leefklimaat, onder andere door geluidsbelasting. Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Uitspraak 202003858/1/R1. Datum uitspraak: 12 mei 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen: [appellante], wonend te Creil, gemeente Noordoostpolder, appellante, en de raad van de gemeente Noordoostpolder, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Klutenpad 6 te Creil" gewijzigd vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend. Agro Packing Station Creil B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Agro Packing Station Creil en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 februari 2021, waar [appellante], bijgestaan door mr. E.J. van Heiningen, rechtsbijstandverlener te Leusden, en de raad, vertegenwoordigd door S.D. Meulenbelt en R.H. van Dalfsen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Agro Packing Station Creil B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. F. Onrust, advocaat te Amsterdam, als partij gehoord. Overwegingen Inleiding 1. In het verleden was aan de Klutenpad 6 te Creil een agrarisch bedrijf gevestigd dat zelf aardappelen en uien verbouwde en deze sorteerde en verpakte. Daarnaast sorteerde en verpakte het bedrijf aardappelen en uien die afkomstig waren van andere agrarische bedrijven uit de buurt. Door omstandigheden is het zelf produceren van agrarische producten gestopt en zijn de bedrijfsactiviteiten beperkt tot het sorteren en verpakken voor derden. Door het vervallen van de eigen productie vielen die bedrijfsactiviteiten niet meer binnen de agrarische bestemming. Om het sorteren en verpakken voor derden legaal te kunnen voortzetten, voorziet het plan in een bedrijfsbestemming met een aanduiding agrarisch verwerkingsbedrijf.

Ook maakt het plan het mogelijk om een nieuwe loods van ongeveer 860 m2 te bouwen. [appellante] woont op het naastgelegen perceel [locatie A]. Dat ligt ten oosten van het plangebied. Zij vreest dat de mogelijkheden die plan biedt, zullen leiden tot onevenredige aantasting van haar woonen leefklimaat, onder andere door geluidsbelasting. Toetsingskader 2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. 3. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Maximale planologische invulling 4. [appellante] stelt dat het plan zal leiden tot een onevenredige aantasting van haar woon- en leefklimaat.

Hierbij voert zij aan dat het plan de illegaal gerealiseerde verzwaring van de milieucategorie naar 3.1, als bedoeld in de VNG-brochure, legaliseert. Vergeleken met vroeger is de overlast toegenomen. Er worden zwaardere machines gebruikt. Het aantal aan- en afvoerbewegingen is toegenomen. En de overlast vindt ook vroeg in de ochtend en laat in de avond plaats. Volgens [appellante] heeft de raad deze planologische wijziging onvoldoende onderzocht en gemotiveerd. 4.1. Het plan voorziet aan de Klutenpad 6 te Creil in de bestemming "Bedrijf" met een aanduiding voor een bouwvlak en "specifieke vorm van bedrijf - agrarisch verwerkingsbedrijf". Artikel 1.8 van de planregels luidt: "1.8 agrarisch verwerkingsbedrijf: een bedrijf dat gewassen verwerkt en/of fysisch bewerkt". Artikel 3.1 luidt: "a. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor: een agrarisch verwerkingsbedrijf, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf agrarisch verwerkingsbedrijf,

(…)". Artikel 3.3.1 luidt: "Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van het chemisch bewerken van gewassen, waarbij de chemische eigenschap en samenstelling van het gewas wordt veranderd, zoals koken, bakken, frituren en inmaken; (…)". 4.2. De raad stelt zich op het standpunt dat er planologisch geen sprake is van een verzwaring van de gebruiksmogelijkheden en de milieucategorie. Hij ziet de wijziging van de agrarische bestemming naar bedrijfsbestemming als een vorm van specialisatie. Onder de agrarische bestemming was het sorteren en verpakken van agrarische producten ook toegestaan. Door het wegvallen van de eigen agrarische productie komt daar nu de nadruk op te liggen. Daarnaast maakte de voorheen geldende planologische regeling ook meer belastende activiteiten mogelijk, zoals een intensieve veehouderij. Volgens de raad is daarom sprake van een afname van de mogelijke activiteiten. 4.3. De mogelijkheden die het voorheen geldend planologisch regime bood, kunnen een rol spelen bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van een nieuwe ontwikkeling.

Dat ontslaat de raad echter niet van de verplichting om een afweging te maken of de ontwikkeling planologisch aanvaardbaar is, gelet op de betrokken belangen, waaronder die van de omwonenden, en eventueel gewijzigde beleidsinzichten en omstandigheden. De Afdeling verwijst bij wijze van voorbeeld naar haar uitspraak van 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3931. 4.4. Voorts dient de raad bij de beoordeling van een bestemmingsplan uit te gaan van een reële invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Anders dan de raad kennelijk veronderstelt, is dat niet alleen afhankelijk van het type gebruik, maar ook van de intensiteit daarvan. Zo zal in dit geval de capaciteit van het bedrijf voor het sorteren en verpakken van agrarische producten en de daarmee gepaard gaande verkeersaantrekkende werking bepalend zijn voor de ruimtelijke uitstraling. 4.5. De raad dient dan deugdelijk te motiveren waarom hij de gevolgen van het plan voor het woonen leefklimaat van [appellante] aanvaardbaar acht. Bij de hierna te beoordelen beroepsgronden zal de Afdeling bezien of de raad daarin geslaagd is. De VNG-brochure 5. [appellante] betoogt dat niet wordt voldaan aan de richtafstanden voor geluid, geur en stof uit de Brochure Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure).

Ook gaat de raad ten onrechte uit van kortere richtafstanden die gelden voor gemengd gebied. Daarvan is volgens [appellante] hier geen sprake. De dichtstbijzijnde andere bedrijfsbestemming ligt volgens haar op 1,2 km afstand. [appellante] betoogt vervolgens dat de afstand dient te worden gemeten vanaf de grens van de milieubelastende bestemming tot de uiterste situering van de gevel van een woning op grond van het bestemmingsplan. In dit verband wijst zij op vergunningvrije mogelijkheden om de woning uit te breiden met 4 m, de mogelijkheid om een aanbouw te bouwen en de mogelijkheid om een mantelzorgwoning op de erfgrens te realiseren. 5.1. Het bedrijf voor het sorteren en verpakken van agrarische producten valt in de VNG-brochure onder 'dienstverlening voor de landbouw algemeen met een oppervlakte van meer dan 500 m2'. Daarvoor wordt in de brochure een richtafstand tot een rustige woonwijk aanbevolen van 30 m voor geur, 10 m voor stof en 50 m voor geluid. De VNG-brochure voorziet evenwel in de mogelijkheid die richtafstand met één afstandsstap te verlagen indien sprake is van het omgevingstype gemengd gebied. Dan worden de afstanden 10 m voor geur, 0 m voor stof en 30 m voor geluid tot een gemengd gebied. 5.2.

Over het punt van [appellante] dat de raad ten onrechte de omgeving van het plangebied heeft aangemerkt als gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure, overweegt de Afdeling als volgt. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid, behoort volgens de VNG-brochure tot het gebiedstype gemengd gebied. Het plangebied kan overigens niet

direct als lintbebouwing worden aangemerkt, maar is daar naar het oordeel van de Afdeling voor de toepassing van de VNG-brochure wel mee gelijk te stellen. In dit kader heeft de raad toegelicht dat bij de ontwikkeling van de Noordoostpolder planmatig te werk is gegaan. Daarbij is er bewust voor gekozen de arbeiderswoningen direct bij de agrarische bedrijven te plaatsen. Langs veelal rechte wegen is telkens gegroepeerde bebouwing aanwezig met daartussen weilanden. Zo maakt de woning van [appellante] deel uit van een blok met, althans oorspronkelijk, drie agrarische bouwvlakken en zes woningen. Gelet hierop heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van een gemengd gebied, als bedoeld in de VNG-brochure. 5.3. Wat betreft de wijze van meten overweegt de Afdeling dat de richtafstanden volgens de VNGbrochure moeten worden gehanteerd als de afstand tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De Afdeling verwijst bij wijze van voorbeeld naar haar uitspraak van 22 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5263. Op grond van de beheersverordening is voor de woning van [appellante] het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" blijven gelden. Dat plan voorziet ter plaatse in de bestemming "Wonen".

Op grond van de planvoorschriften mogen gebouwen worden gebouwd op 3 m van de erfgrens aan de zijde van de bedrijfsbestemming. [appellante] heeft aangevoerd dat op grond van bijlage 2, artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van het Besluit omgevingsrecht vergunningvrij een mantelzorgwoning op de erfgrens mag worden gebouwd. De raad heeft beoordeeld naar de huidige stand van zaken niet duidelijk gemaakt dat dit niet is toegestaan. Zonder nadere onderbouwing acht de Afdeling de enkele vermelding door de raad van een recht van overpad dat de bewoners aan de [locatie B] hebben, onvoldoende om aan te nemen dat de mantelzorgwoning niet kan worden opgericht. De Afdeling gaat er daarom van uit dat de richtafstanden gelden tussen de bestemming "Bedrijf" uit het plan en de bestemming "Wonen" uit de beheersverordening. Deze gronden grenzen in dit geval aan elkaar. 5.4.

De aanbevolen richtafstand voor stof bedraagt 0 m. Hieraan is voldaan.

5.5. De aanbevolen richtafstand voor geur bedraagt 10 m. De raad heeft evenwel toegelicht dat agrarische producten alleen inpandig zullen worden verwerkt. Gelet op de toegekende aanduiding voor een agrarisch verwerkingsbedrijf acht de Afdeling dat ook aannemelijk. In dit geval is het bouwvlak binnen de bestemming "Bedrijf" op 20 m van de bestemmingsgrens voorzien. Daarom heeft de raad op dit punt in redelijkheid gemotiveerd kunnen afwijken van de richtafstand van de VNGbrochure. 5.6. Voor stof en geur slaagt het beroep op de VNG-brochure niet. Hierna komt het onderwerp geluid aan de orde. Geluid 6. [appellante] betoogt dat het geluidsonderzoek niet deugt, omdat geen rekening is gehouden met de mogelijkheid dat zij op of nabij de erfgrens woonbebouwing realiseert, zoals een mantelzorgwoning. 6.1. In het geluidsonderzoek van 2 mei 2019 heeft de raad de bestaande gevel van [appellante] als toetspunt genomen. In het geluidsonderzoek van 20 januari 2021, van na het bestreden besluit, is de raad uitgegaan van een toetspunt op 3 m van de erfgrens. Zoals hiervoor is overwogen heeft de raad niet duidelijk gemaakt dat een mantelzorgwoning op de erfgrens niet is toegestaan. Doordat een onderzoek met een toetspunt op die erfgrens ontbreekt, is het plan in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Het betoog slaagt. 7.

[appellante] vreest geluidsoverlast als gevolg van de aan- en afvoer van agrarische producten

door zware vrachtauto’s. Zij stelt dat de verwerkingscapaciteit een aantal aan- en afvoerbewegingen oplevert dat in de praktijk vele malen hoger ligt dan 10 per dag (5x aanvoer en 5x afvoer), waar in het akoestisch onderzoek van is uitgegaan. 7.1. Zoals hiervoor is overwogen, dient de raad bij de beoordeling van een bestemmingsplan uit te gaan van een reële invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Daarbij is de intensiteit, in

dit geval de capaciteit van het sorteer- en verpakbedrijf, een bepalende factor. De raad heeft toegelicht dat het aantal vrachtwagens is afgeleid uit de boekhouding van het bedrijf. Hiermee heeft de raad niet getoetst aan de maximale planologische mogelijkheden maar aan productie op dat moment. In de eerste plaats maakt het plan een uitbreiding van het bedrijf mogelijk. Daarbij is van belang dat het gehele bouwvlak kan worden gebruikt voor een bedrijfsloods. Dat is overigens anders dan in het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004", dat een verbaal maximaal bebouwingsoppervlakte kende. In de tweede plaats is onduidelijk of de raad de capaciteit aan de hand van een reëel laadpercentage heeft omgerekend naar aantallen vrachtwagens. Ook op dit punt acht de Afdeling het plan niet deugdelijk gemotiveerd. Het betoog slaagt. 8. [appellante] betoogt dat vrachtwagens regelmatig de hele nacht op het perceel naast haar woning blijven staan. Daarbij worden de motoren regelmatig gestart. Mogelijk is dat nodig in verband met de energievoorziening. Deze overlast wordt volgens [appellante] niet ondervangen met de verbodsbepaling uit artikel 3.3.1, onder e, van de planregels. 8.1.

In artikel 3.3.1, aanhef en onder e, van de planregels staat dat tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt gerekend het gebruik van de tweede ontsluitingsweg ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - tweede ontsluitingsweg" ten behoeve van de aan- en afvoer met vrachtwagens of tractoren op een ander moment dan in de dagperiode van 07:00 tot 19:00 uur. 8.2. Een redelijke uitleg van deze bepaling is dat het parkeren van vrachtwagens ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - tweede ontsluitingsweg" niet is uitgesloten. Onduidelijk is of de raad dat wél heeft beoogd. Voor zover de raad dat niet heeft beoogd, acht de Afdeling die planregel onvoldoende rechtszeker. Voor zover de raad heeft beoogd dat daar 's nachts vrachtwagens geparkeerd mogen staan, waarvan de motoren 's nachts regelmatig gestart worden, is dat ten onrechte niet bij het akoestisch onderzoek betrokken. Ook in zoverre acht de Afdeling het besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen en niet deugdelijk gemotiveerd. 9.

Gelet op het vorenstaande behoeven de overige beroepsgronden over geluid geen bespreking.

Trillinghinder 10. [appellante] heeft haar vrees voor trillinghinder als gevolg van machines en zware vrachtauto’s niet nader onderbouwd. In de enkele stelling hierover bestaat geen aanleiding voor de verwachting dat het plan zal leiden tot onevenredige trillinghinder. Het betoog slaagt niet. Verkeersveiligheid 11. [appellante] betoogt dat nu al regelmatig door vrachtverkeer achteruit de tweede ontsluitingsweg wordt opgereden. Zij vreest voor verkeersonveilige situaties. 11.1. De raad heeft toegelicht dat in de nabije toekomstig om het bedrijf heen over het eigen terrein kan worden gereden. Achteruit rijden is dan niet meer nodig. Gelet hierop slaagt het betoog niet. Conclusie 12. De Afdeling ziet in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen de gebreken in het bestemmingsplan binnen de hierna te noemen termijn te herstellen. De raad dient daarom met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen. De raad hoeft hierbij geen toepassing te geven aan afdeling 3.4 van de Awb, zodat het herstelbesluit niet eerst in ontwerp ter inzage hoeft te worden gelegd. De raad heeft kort voor de zitting een nieuw geluidsonderzoek ingebracht. [appellante] heeft niet de gelegenheid gehad om hier, na goede bestudering, op te kunnen reageren.

De Afdeling draagt de raad daarom op om [appellante] in het kader van de bestuurlijke lus de gelegenheid te bieden om naar de gemeente te reageren op het nieuwe geluidsonderzoek. Indien de raad ervoor kiest om het geluidsonderzoek opnieuw te actualiseren, dient de raad [appellante] ook de gelegenheid te bieden om op dat geluidsonderzoek te reageren. 13.

In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten.

Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de raad van de gemeente Noordoostpolder op om: a. binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen de omschreven gebreken in het besluit van 25 mei 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Klutenpad 6 te Creil" te herstellen; b. de Afdeling en [appellante] de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. D.A. Verburg en mr. P.H.A. Knol, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2021 635.

Bijlage 2 – aanvullend geluidsrapport

ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING M. VAN BRUGGEN HOLDING B.V. IN CREIL Toetsing industrielawaai

ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING M. VAN BRUGGEN HOLDING B.V. IN CREIL Toetsing industrielawaai

Opdrachtgever

M. van Bruggen Holding B.V. Klutenpad 6 8312 PJ Creil

Contactpersoon

de heer Mark van Bruggen

Uitgevoerd door

Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV

Behandeld door

Arend Donker Harold Wolterman

Datum

13 juli 2021

Kenmerk

6078/NAA/hw/ft/4

Noorderstaete 26

Postbus 339

(0592) 340 630

iban

9402 XB Assen

9400 AH Assen

naa@naa.nl www.naa.nl

btw

NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01

kvk

04029676

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ..................................................................................................................................................................... 3

2

Gehanteerde normstelling ........................................................................................................................................ 4 2.1 Algemeen 4 2.2 Goede ruimtelijke ordening 4 2.3 Activiteitenbesluit 6 2.4 Indirecte hinder 7

3

Bedrijfsgegevens ....................................................................................................................................................... 8 3.1 Situatie 8 3.2 Bedrijfsactiviteiten 8 3.3 Representatieve bedrijfssituatie 9

4

Uitgevoerde metingen en berekeningen................................................................................................................ 10 4.1 Inleiding 10 4.2 Resultaten van de metingen en berekeningen geluidsvermogens 10 4.3 Rekenmodel overdracht 12

5

Resultaten en beoordeling opgegeven RBS ........................................................................................................... 13 5.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 13 5.2 Maximale geluidsniveaus 15 5.3 Indirecte hinder 16

6

Resultaten maximale planologische mogelijkheden ............................................................................................ 17 6.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 17 6.2 Maximale geluidsniveaus 19 6.3 Indirecte hinder 20

7

Samenvatting en conclusies ................................................................................................................................... 21

Begrippenlijst ................................................................................................................................................................... 24

BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7

Beoordelingskaders Berekeningen geluidsvermogenniveaus geluidsbronnen Invoergegevens overdrachtsberekeningen Grafische weergaven overdrachtsmodel Berekende equivalente geluidsniveaus Berekende maximale geluidsniveaus Rekengegevens indirecte hinder

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 2 van 26

1

INLEIDING

In opdracht van M. van Bruggen Holding B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bedrijf aan het Klutenpad 6 in Creil. De aanleiding voor het onderzoek is de bouw van een loods aan de oostzijde en het niet meer verwerken van producten van eigen land. Vanwege de wijzigingen zal de inrichting, conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, vallen onder milieucategorie 3.1. Gezien de aanwezige woningen in de omgeving is een akoestisch onderzoek nodig. Bij het akoestisch onderzoek moet gekeken worden naar de toetsing voor goede ruimtelijke ordening en naar de grenswaarden conform het Activiteitenbesluit. Het doel van het onderzoek is het aangeven van de geluidbelasting van de inrichting op de omgeving voor de toekomstige situatie. De geluidbelasting en de maximale geluidsniveaus die het bedrijf veroorzaakt, zijn vastgesteld door de afzonderlijke geluidsbronnen te inventariseren en daarvan de geluidsoverdracht naar de omgeving te berekenen. Berekend zijn de geluidsniveaus ter plaatse van de omliggende woningen en op de grens van de woonbestemming ten oosten van de inrichting (tevens erfgrens onderhavige inrichting in dit geval). De geluidsniveaus als gevolg van het in werking zijn van de inrichting zijn vastgesteld conform de procedures van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” d.d. 1999, in het vervolg van dit rapport de Handleiding genoemd.

De daarin genoemde methoden en procedures mogen als ‘standaard’ worden gezien. Op basis van een eerder uitgevoerd gelijknamig akoestisch onderzoek voor de inrichting dat is uitgebracht in een conceptrapport met kenmerk 6078/NAA/ad/ft/1, d.d. 2 mei 2019 en een oplegnotitie met kenmerk 6078-NT/NAA/hw/ft/2, d.d. 20 januari 2021 is door de Raad van State (RvS) een tussenuitspraak gedaan, uitspraak 202003858/1/R1 met datum uitspraak 12 mei 2021. Op basis van deze tussenuitspraak zijn wijzigingen aangebracht aan het conceptrapport van mei 2019. Deze wijzigingen zijn opgenomen in deze rapportage waarbij ook de oplegnotitie is verwerkt. Op bladzijde 24 tot en met 26 worden enkele akoestische begrippen nader toegelicht.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 3 van 26

2

GEHANTEERDE NORMSTELLING

2.1

Algemeen

Een inrichting valt in de regel onder de werkingssfeer van het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer”, het Activiteitenbesluit. Al deze inrichtingen moeten bij het in werking zijn aan de regels van dit besluit voldoen. Voor agrarische inrichtingen gelden daarbij specifieke geluidsgrenswaarden en bedrijfstijden. Voor de ruimtelijke onderbouwing van de afwijking van een bestemmingsplan wordt in de regel de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” voor goede ruimtelijke ordening gebruikt. De standaard beoordeling vertoont overeenkomsten met de regels van het Activiteitenbesluit, met uitzondering van een 5 dB strengere geluidsgrenswaarde. Ook worden dezelfde meet- en rekenmethoden gehanteerd. Onderstaand wordt nader ingegaan op deze beoordelingsinstrumenten.

2.2

Goede ruimtelijke ordening

Vanwege de bouw van een loods en het niet meer verwerken van producten van eigen land door M. van Bruggen Holding zal de inrichting onder milieucategorie 3.1 komen te vallen. De minimale richtafstand voor geluid zal conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 50 meter bedragen. De gegeven richtafstand geldt ten opzichte van een rustige woonwijk. De richtafstand kan, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied (dus van 50 naar 30 meter voor milieucategorie 3.1). In deze situatie liggen woningen en/of woonbestemmingen binnen deze richtafstand. In de tussenuitspraak van de RvS is het volgende opgenomen ten aanzien van het gehanteerde omgevingstype: “5.2. Over het punt van [appellante] dat de raad ten onrechte de omgeving van het plangebied heeft aangemerkt als gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure, overweegt de Afdeling als volgt. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid, behoort volgens de VNG-brochure tot het gebiedstype gemengd gebied. Het plangebied kan overigens niet direct als lintbebouwing worden aangemerkt, maar is daar naar het oordeel van de Afdeling voor de toepassing van de VNG-brochure wel mee gelijk te stellen.

In dit kader heeft de raad toegelicht dat bij de ontwikkeling van de Noordoostpolder planmatig te werk is gegaan. Daarbij is er bewust voor gekozen de arbeiderswoningen direct bij de agrarische bedrijven te plaatsen. Langs veelal rechte wegen is telkens gegroepeerde bebouwing aanwezig met daartussen weilanden. Zo maakt de woning van [appellante] deel uit van een blok met, althans oorspronkelijk, drie agrarische bouwvlakken en zes woningen. Gelet hierop heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van een gemengd gebied, als bedoeld in de VNG-brochure.”

Het stappenplan uit de publicatie is weergegeven in bijlage 1 blad 1 en 2. Conform stap 2 zijn de grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau samengevat:  50 dB(A) in de dagperiode van 07:00 tot 19:00 uur;  45 dB(A) in de avondperiode van 19:00 tot 23:00 uur;  40 dB(A) in de nachtperiode van 23:00 tot 07:00 uur. Dit wordt ook wel genoemd een geluidbelasting of een etmaalwaarde van 50 dB(A). De grenswaarde voor het maximale geluidsniveau ligt 20 dB boven de gemiddelde waarden. De gemeente Noordoostpolder heeft een Beheersverordening Landelijk gebied waarin in bijlage 16 een verbeelding Landelijk gebied 2004 is opgenomen. Op deze bijlage is de situatie opgenomen zoals weergegeven in figuur 1 met betrekking tot de onderhavige inrichting en naastgelegen woningen.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 4 van 26

Figuur 1: Verbeelding Landelijk gebied 2004 – voorgaand planologisch regime (bron: ruimtelijke plannen)

Uit de verbeelding zoals weergegeven in figuur 1 blijkt dat er geen maximaal bouwblok is opgenomen voor de woningen ten oosten van het bedrijf aan het Klutenpad 6A tot en met 6D. In principe zijn er geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk binnen de perceelsgrenzen en binnen het gele vlak. In de tussenuitspraak van de RvS wordt hierover het volgende opgemerkt: “5.3. Wat betreft de wijze van meten overweegt de Afdeling dat de richtafstanden volgens de VNG-brochure moeten worden gehanteerd als de afstand tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De Afdeling verwijst bij wijze van voorbeeld naar haar uitspraak van 22 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5263. Op grond van de beheersverordening is voor de woning van [appellante] het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2004" blijven gelden. Dat plan voorziet ter plaatse in de bestemming "Wonen". Op grond van de planvoorschriften mogen gebouwen worden gebouwd op 3 m van de erfgrens aan de zijde van de bedrijfsbestemming. [appellante] heeft aangevoerd dat op grond van bijlage 2, artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van het Besluit omgevingsrecht vergunningvrij een mantelzorgwoning op de erfgrens mag worden gebouwd.

De raad heeft beoordeeld naar de huidige stand van zaken niet duidelijk gemaakt dat dit niet is toegestaan. Zonder nadere onderbouwing acht de Afdeling de enkele vermelding door de raad van een recht van overpad dat de bewoners aan de [locatie B] hebben, onvoldoende om aan te nemen dat de mantelzorgwoning niet kan worden opgericht. De Afdeling gaat er daarom van uit dat de richtafstanden gelden tussen de bestemming "Bedrijf" uit het plan en de bestemming "Wonen" uit de beheersverordening. Deze gronden grenzen in dit geval aan elkaar.” Conform deze tussenuitspraak betekent dit dat in een dergelijk geval (er vanuit gegaan moet worden dat) gebouwd mag worden tot 0 meter vanaf de terreingrens in oostelijke richting. Hiervan is uitgegaan in de onderhavige notitie. In westelijke richting speelt dit niet aangezien in deze richting geen bestemming wonen aanwezig is grenzend aan het terrein van de onderhavige inrichting.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 5 van 26

2.3

Activiteitenbesluit

De inrichting valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hoofdstuk 2 van het besluit geeft de ‘inrichting gerelateerde aspecten’. Afdeling 2.8 (art. 2.16b t/m 2.22) geeft de voorschriften voor het aspect geluidhinder. De tekst van deze artikelen is opgenomen in bijlage 1 blad 3 tot en met 10. Voor deze inrichting zijn hiervan met name van belang:  art. 2.17, voor de inrichting van M. van Bruggen Holding geldt lid 5,  art. 2.18 en  art. 2.20. In artikel 2.17 lid 5 worden voor elke periode van het etmaal standaard grenswaarden gesteld voor:  het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), dat is het gemiddelde geluidsniveau en  het maximale geluidsniveau (LAmax), dat is het hoogste geluidsniveau dat op enig moment kan optreden (de hoogste geluidspiek). De grenswaarden voor het gemiddelde geluid zijn samengevat:  45 dB(A) in de dagperiode van 06:00 tot 19:00 uur;  40 dB(A) in de avondperiode van 19:00 tot 23:00 uur;  35 dB(A) in de nachtperiode van 23:00 tot 07:00 uur. De geluidsgrenswaarde voor het maximale geluidsniveau ligt hier 25 dB boven. Let wel dat voor agrarische inrichtingen afwijkende grenswaarden en afwijkende bedrijfstijden gelden. De geluidsgrenswaarden komen overigens niet overeen met de grenswaarden voor goede ruimtelijke ordening, deze zijn 5 dB minder streng.

Voor de beoordeling is uitgegaan van de bedrijfstijden conform Activiteitenbesluit. In artikel 2.17 en 2.18 worden een aantal aspecten genoemd, die niet hoeven te worden beoordeeld. Voor deze inrichting betreft dat voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau alleen de vast opgestelde installaties en toestellen en voor het LAmax veroorzaakt door laad- en losactiviteiten en het in en uit de inrichting rijden van landbouwtractoren of motorrijtuigen met beperkte snelheid in de dagperiode. Over het laden en lossen als genoemd in artikel 2.17 lid 1 onder b staat in de toelichting op dit artikel: “Onder de laad- en losactiviteiten worden tevens aanverwante activiteiten verstaan zoals het slaan van autoportieren en het starten, aanrijden, manoeuvreren en wegrijden van de voertuigen.” In artikel 1.11 lid 11 van het Activiteitenbesluit is tevens opgenomen dat, indien aannemelijk is dat de geluidsniveaus vanwege werkzaamheden en activiteiten bij een inrichting een significante bijdrage leveren aan de totale geluidbelasting van de inrichting, dit inzichtelijk dient te worden gemaakt. Op basis hiervan bestaat de mogelijkheid om een maatwerkvoorschrift op te stellen. Het bevoegd gezag kan op grond van artikel 2.20 bij maatwerkvoorschrift onder voorwaarden andere grenswaarden vaststellen.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 6 van 26

2.4

Indirecte hinder

Onder indirecte hinder wordt verstaan: de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door activiteiten die, hoewel ze plaatsvinden buiten het terrein van de inrichting, aan de inrichting zijn toe te rekenen. Indirecte hinder zou kunnen ontstaan door transportbewegingen van (vracht)auto’s van en naar de inrichting via de openbare weg. De Circulaire indirecte hinder adviseert de transportbewegingen separaat van de directe hinder van de inrichting en separaat van het overige wegverkeer te beoordelen. Aan de geluidbelasting wordt een maximum gesteld, het maximale geluidsniveau wordt niet beoordeeld. Voor de geluidbelasting geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en een maximaal toelaatbare waarde van 65 dB(A). De indirecte hinder wordt tot een bepaalde afstand aan de inrichting toegerekend. Voor de reikwijdte geeft de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening een aantal mogelijke criteria. In de meeste gevallen voldoet het criterium dat de indirecte hinder moet worden beoordeeld tot de afstand waarop het verkeer van en naar de inrichting zich qua rijsnelheid en stopgedrag niet meer onderscheidt van het mogelijke overige verkeer op die weg.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 7 van 26

3

BEDRIJFSGEGEVENS

3.1

Situatie

M. van Bruggen Holding B.V. is gevestigd aan het Klutenpad 6 in Creil. Een overzicht van de situatie is weergegeven in figuur 2. Figuur 2: Ligging bedrijf en omliggende bebouwing

In figuur 2 is de nieuwe loods aan de oostzijde weergegeven. De nieuwe loods is bedoeld voor de opslag van verpakt product. De bestaande noordelijke loods is de loods voor het sorteren van producten, de bestaande loods midden is de loods voor het verpakken en opzakken van de producten. De bestaande inrit aan de westzijde zal worden gehandhaafd voor voornamelijk de aanvoer, de nieuwe inrit aan de oostzijde is bedoeld voor voornamelijk de afvoer van de producten. De dichtstbijzijnde woningen liggen aan de oostzijde (Klutenpad 6D), aan de zuidzijde (Klutenpad 5) en aan de westzijde (Klutenpad 8).

3.2

Bedrijfsactiviteiten

M. van Bruggen Holding B.V. is voornamelijk een dienstverlenend bedrijf voor het sorteren en verpakken van producten zoals aardappelen en uien. Op hoofdlijnen worden de producten aangevoerd aan de westzijde met tractoren (40%) en vrachtwagens (60%), voornamelijk in de periode oktober tot en met juni. De aanvoer is hoofdzakelijk in kisten. Voor het sorteren en verpakken worden diverse machines gebruikt, die overigens beperkt geluid produceren, die de producten sorteren op grootte en kwaliteit. De producten worden opgezakt in verpakkingen van 2,5 tot 50 kg, maar ook wel weer in kisten of in bigbags. Voor het laden en het lossen en het intern transport worden drie elektrische heftrucks gebruikt. Het verpakt product wordt opgeslagen in de nieuwe loods, en daarna weer afgevoerd. De nieuwe loods zal worden uitgerust met een laad- en losperron. De afvoer in voornamelijk vrachtwagens is aan de oostzijde.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 8 van 26

3.3

Representatieve bedrijfssituatie

De geluidsniveaus ten gevolge van de inrichting op de omgeving worden voor agrarische inrichtingen beoordeeld in drie beoordelingsperioden (etmaalperioden):  de dagperiode van 06:00 tot 19:00 uur;  de avondperiode van 19:00 tot 22:00 uur;  de nachtperiode van 22:00 tot 06:00 uur. De geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode worden respectievelijk 5 en 10 dB strenger beoordeeld dan in de dagperiode. Voor de vaststelling van de geluidssituatie, in het kader van het Activiteitenbesluit, dient primair te worden uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie: de situatie waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit voor elke te beschouwen beoordelingsperiode. Als er op deze wijze meerdere bedrijfssituaties kunnen worden vastgesteld, is - per beoordelingsperiode die met de hoogste geluidsniveaus op de omgeving maatgevend. De bedrijfssituatie is opgesteld in overleg met het bedrijf. In de regel wordt 8 uur gewerkt tussen 07:30 en 17:30 uur. In het seizoen kan het voorkomen dat in de avond gewerkt wordt tot 21:00 uur. De verwerkingscapaciteit wordt zodanig dat voor de aan- en afvoer gerekend kan worden met 5 keer aanvoer en 5 keer afvoer op een representatieve werkdag. In het seizoen kan het voorkomen dat in de avond gewerkt wordt tot 21:00 uur, met 1x een aanen/of afvoerbeweging.

Het laden en lossen vraagt 0,5 uur per keer, waarbij voor de afvoer aan de oostzijde de heftruck de helft van de tijd binnen rijdt. Een overzicht van de aangehouden geluidsbronnen met hun bijbehorende bedrijfstijden is weergegeven in § 4.2 van deze rapportage. Om te kunnen beoordelen of de inrichting kan voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit is de representatieve bedrijfssituatie beoordeeld en getoetst. Voor toetsing goede ruimtelijke ordening zijn, op basis van de tussenuitspraak van de RvS, ook de maximale planologische mogelijkheden binnen het plan beoordeeld en getoetst en daarbij ook aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Op deze wijze kan inzichtelijk worden gemaakt hoe de representatieve bedrijfssituatie zich verhoudt met de maximale planologische mogelijkheden binnen het plan.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 9 van 26

4

UITGEVOERDE METINGEN EN BEREKENINGEN

4.1

Inleiding

De metingen en berekeningen hebben plaatsgevonden conform de Handleiding. Daarbij zijn de geluidsniveaus in de omgeving die ontstaan door de activiteiten in de inrichting vastgesteld in twee stappen: 1. het inventariseren en bepalen van plaats, hoogte, bedrijfsduur en geluidsvermogen van de afzonderlijke geluidsbronnen; 2. het berekenen van de geluidsoverdracht van deze bronnen naar de omgeving. De geluidsniveaus in de omgeving veroorzaakt door het verkeer van en naar de inrichting zijn bepaald door berekeningen conform het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012”. De bestaande situatie is gemodelleerd op basis van de gegevens van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) website en Google Street View. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de berekeningen naar de woningen besproken.

4.2

Resultaten van de metingen en berekeningen geluidsvermogens

Aan de relevante geluidsbronnen zijn geluidsmetingen uitgevoerd op dinsdag 9 april 2019. Voor een aantal bronnen is een aanname gedaan van het geluidsvermogen op basis van ervaring cijfers of literatuurwaarden. De metingen zijn uitgevoerd met behulp van een geluidsniveau analysator Brüel & Kjær 2250, voorzien van een microfoon Brüel & Kjær 4189. Voor en na de metingen zijn de meters gecontroleerd met behulp van een akoestische kalibrator Brüel & Kjær type 4230. Hierbij zijn geen afwijkingen geconstateerd. Tijdens de metingen was de microfoon voorzien van een windbol. De meetapparatuur wordt conform voorschrift tweejaarlijks gecontroleerd en gecertificeerd. Tenzij anders is aangegeven, is de bronsterkte (het geluidsvermogen) van de geluidsbronnen vastgesteld conform de volgende methoden in de Handleiding:  methode II.3: aangepast meetvlak;  methode II.7: uitstraling gebouwen. De berekeningen van de bronsterkten uit de gemeten geluidsniveaus, meetafstanden, oppervlakken, et cetera zijn gegeven in bijlage 2. Aan het einde van deze paragraaf is in tabel 1 een overzicht gegeven van de geluidsbronnen met hun bedrijfsduur en de vastgestelde bronsterkte. Het geluid afkomstig van de inrichting is te onderscheiden in de geluidafstraling van diverse onderdelen van de gebouwen en het verkeer over het bedrijfsterrein met laden en lossen.

Uitstraling bedrijfsgebouw In de loods verpakken is het geluidsniveau relatief laag. Voor de geluiduitstraling naar de omgeving is rekening gehouden met een geopende deur in de westgevel (bron 1) en de roosters in de oostgevel (bron 2 en 3). De overige gebouwuitstraling van deze loods is niet relevant vanwege het lage binnenniveau in combinatie met de aanwezige isolatie van het pand. Voor de loods sorteren is eveneens rekening gehouden met de open deur in de westgevel (bron 4), maar ook nog met de openingen (droogwand, bron 5) in de noordgevel. Vanwege het geluidsniveau in de loods met 72 dB(A) is ook nog rekening gehouden met het afstralende dakvlak (bron 6) en de uitstraling door de oost- en westgevel (bron 7 en 8).

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 10 van 26

Verkeer over het bedrijfsterrein Voor het rustig rijden van een zware vrachtauto op lage en continue snelheid is uitgegaan van een geluidsvermogenniveau LW van 100 dB(A) bij een rijsnelheid van 10 km/uur. Deze waarde is afgeleid uit de resultaten van geluidsmetingen aan vele vrachtauto’s bij rijden op lage snelheid uitgevoerd door Peutz en waarvan deze verslag heeft gedaan in zijn lezing “Soundpower level of trucks at low speeds”, Internoise 23-26 augustus 2009 en op basis van geluidsmetingen bij soortgelijke inrichtingen. Op basis van de nieuwste metingen is het geluidsvermogen van de vrachtwagens inmiddels naar beneden bijgesteld naar 100 dB(A). Voor een tractor kan 103 dB(A) worden aangehouden. Voor de route aanvoer aan de westzijde is in de berekening uitgegaan van een geluidsvermogenniveau LW van 102 dB(A) als gemiddelde van de tractoren en vrachtwagens. De afvoer aan de oostzijde vindt plaats met vrachtwagens. In de berekeningen is voor het rustig optrekken van zwaar verkeer uitgegaan van een maximaal geluidsniveau LAmax van 106 dB(A). Voor het gebruik van de elektrische heftruck op het buitenterrein is uitgegaan van literatuurwaarden en een geluidsvermogen van 85 dB(A). Het maximale geluidsniveau ligt 10 dB hoger.

De rijroutes van het verkeer zijn verwerkt tot een voor een transportlijn (rijroute) representatieve geluiduitstraling met zogenaamde mobiele bronnen (een rij puntbronnen). De geluidsbronnen en de aangehouden bedrijfsduren zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Geluidsbronnen M. van Bruggen Holding Bronnr.

Omschrijving

Bedrijfsduur in uren:minuten of aantal

Immissierelevante bronsterkte per stuk LWR in dB(A)

dag

avond

nacht

eq

max

1

Open deur loods verpakken

08:00

01:30

-

76

-

2/3

Rooster loods verpakken links / rechts

08:00

01:30

-

62

-

4

Open deur loods sorteren

08:00

01:30

-

87

-

5

Gevelrooster droogwand loods sorteren

08:00

01:30

-

90

-

6

Dakvlak loods sorteren

08:00

01:30

-

83

-

7/8

Oost / west gevel loods sorteren

08:00

01:30

-

75

-

11

Rijroute aanvoer westzijde (volledig)

5x

1x

-

102

+4

12

Rijroute afvoer oostzijde (volledig)

5x

1x

-

100

+6

13 / 14

Heftruck laden en lossen westzijde

02:30

00:30

-

85

+10

15

Heftruck laden en lossen oostzijde

01:15

00:15

-

85

+10

Meer relevante geluidsbronnen dan weergegeven in tabel 1 zijn niet aanwezig. De representatieve bedrijfssituatie is doorgesproken met het bedrijf en aansluitend geverifieerd en akkoord bevonden.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 11 van 26

4.3

Rekenmodel overdracht

Met de op bovenbeschreven wijze vastgestelde bronsterkten en de terreingegevens is een rekenmodel opgesteld, waarmee de geluidsoverdracht van de inrichting naar de omgeving is berekend. Bij de berekeningen worden de ruimtelijke effecten betrokken. Rekening houdend met deze effecten wordt het geluidsniveau op een immissiepunt berekend. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het computerprogramma GeoMilieu versie 2021.0. Dit programma is gebaseerd op methode II.8 uit de Handleiding. In het model zijn de inritten naar de inrichting ingevoerd als akoestisch hard. De niet-gedefinieerde gebieden zijn aangehouden als absorberend. In het rekenmodel zijn de equivalente geluidsvermogenniveaus ingevoerd. Voor de bepaling van de maximale niveaus op de immissiepunten wordt gebruik gemaakt van de LAmax routine, die de maximale niveaus berekend, waarbij nog rekening gehouden moet worden met de hogere bronvermogens in de laatste kolom van tabel 1. De geluidsniveaus zijn berekend op immissiepunten gesitueerd ter plaatse van de gevels van de meest nabijgelegen woningen van derden. In oostelijke richting zijn op de perceelgrens immissiepunten gesitueerd ter plaatse van de bestemming wonen. De niveaus in de dagperiode zijn berekend op een hoogte van 1.8 meter, de niveaus in de avond- en nachtperiode op een hoogte van 5.0 meter.

Bijlage 3 geeft de in het model ingevoerde gegevens van de objecten, de geluidsbronnen, de immissiepunten en de berekende situaties. Bijlage 4 geeft enkele grafische weergaven van het rekenmodel.

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Blad 12 van 26

5

RESULTATEN EN BEOORDELING OPGEGEVEN RBS

5.1

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

Zoals aangegeven in § 3.3 is de opgestelde en doorgesproken representatieve bedrijfssituatie in eerste instantie doorgerekend. Bijlage 5 geeft de berekende equivalente geluidsniveaus op de beoordelingspunten. De ligging van de beoordelingspunten is weergegeven in bijlage 4 en figuur 3. De immissiepunten 01 tot en met 04 zijn gelegen ter plaatse van de gevels van woningen, de punten 50 tot en met 55 liggen op de perceelgrens van de inrichting. Figuur 3: Ligging immissiepunten rekenmodel

Er is geen sprake van een tonaal, impulsachtig of muziekkarakter van het geluid. Op de berekende equivalente geluidsniveaus hoeft daarom geen toeslag te worden toegepast. De tabellen 2 en 3 geven de berekende waarden van het LAr,LT voor de representatieve bedrijfssituatie. Daarbij wordt de begane grond in de dagperiode beoordeeld en de verdieping in de avondperiode. De richtwaarden voor goede ruimtelijke ordening (tabel 2) en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit (tabel 3) zijn hierin eveneens opgenomen. Tabel 2: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) – toetsing goede ruimtelijke ordening Beoordelings- Omschrijving Punt

Etmaalwaarde

dagperiode

avondperiode

nachtperiode

01

Woning Klutenpad 6D begane grond

39

-

-

02

Woning Klutenpad 6D verdieping

-

38

-

50-55

0 meter oost perceelgrens Klutenpad 6D

44

44

-

49

03

Woning Klutenpad 8

38

40

-

45

04

Woning Klutenpad 5

31

33

-

38

VNG

Stap 2 – gemengd gebied

50

45

40

50

Stap 3 – gemengd gebied

55

50

45

55

13 juli 2021 | 6078/NAA/hw/ft/4

.

Berekend LAr,LT in dB(A) in

43

Blad 13 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1857/documents/28630