11.1 Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 5.3
5.7.2
Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart gemeente Noordoostpolder (Bron: gemeente Noordoostpolder)
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Cultuurhistorische waarden omvatten alle structuren, elementen en gebieden die cultuurhistorisch van belang zijn. Deze zeggen meer over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is sprake van een sterke relatie tussen aardkundige elementen en cultuurhistorische elementen. De bescherming van deze laatste is vastgelegd in de Monumentenwet 1988, welke vooral gericht is op het behouden van historische elementen voor latere generaties. De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat een ruimtelijk plan een beschrijving dient te bevatten van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden om is gegaan. De cultuurhistorisch-landschappelijke waarde van de Noordoostpolder is van groots belang, maar tevens is heel duidelijk de behoefte om deze waarde te blijven verbeteren.
De gemeente wenst tegelijkertijd ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen, die zorgvuldig een plek moeten krijgen in het landschap. Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Dit erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Dit maakt de bescherming van deze elementen van belang. 5.7.2.2 Situatie projectgebied Het projectgebied zelf kent, op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart Flevoland, geen bijzondere cultuurhistorische waarden. In (de directe nabijheid van) het projectgebied bevingen zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Het perceel aan de Oud Emmeloorderweg en de directe omgeving kent een aantal cultuurhistorische karakteristieken die kenmerkend zijn voor de Noordoostpolder. Door die kenmerken, en de zichtbaarheid daarvan, draagt het perceel bij aan de herkenbaarheid van de Noordoostpolder en daarmee haar bijzondere identiteit. Karakteristieke structuren en kenmerken in de omgeving, zoals de laanbeplantingen en verkavelingspatronen zijn aanwezig. Door het behoud van de oorspronkelijke inrichting, behoud van de entree en het herstellen van de westelijke erfsingel worden de met voorgenomen ontwikkeling de cultuurhistorische karakteristieken gerespecteerd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing 5.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
5.8
Besluit Milieueffectrapportage
5.8.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1.
2.
3.
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. In deze paragraaf vindt deze vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats. 5.8.2
Situatie plangebied
5.8.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied “Zwarte Meer” ligt met circa 5,2 kilometer op zeer ruime afstand van het projectgebied. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura-2000 gebieden. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit project dan ook niet noodzakelijk. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van de beheersverordening. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Indien het project wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject en daarmee tevens geen m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit (o.a bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer) wordt vergeleken met de omvang van de ontwikkeling, het bouwen van vijf woningen, wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele male kleinschaliger is. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk en bod gekomen milieu- en omgevingsaspecten. 5.8.3
Conclusie
De in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten.
5.9
Wateraspecten
5.9.1
Algemeen
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.9.2
Watertoetsproces
Het waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is. In het kader van deze procedure is een waterparagraaf opgesteld met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. De van belang zijnde wateraspecten zijn hieronder weergegeven. Het volledige watertoetsresultaat is als bijlage 3 bij deze onderbouwing gevoegd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing 5.9.3
Waterparagraaf
De waterparagraaf maakt inzichtelijk hoe het vigerend waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichtingsmaatregelen, waarmee rekening moet worden gehouden voor voorliggende ontwikkeling. Hierbij zijn de volgende waterthema’s van belang: 1. 2. 3.
Veiligheid; Voldoende water; Schoon water.
Hieronder wordt weergegeven hoe binnen voorliggend plan, indien nodig, rekening wordt gehouden met de bovenstaande thema’s 5.9.3.1 Thema veiligheid Het projectgebied ligt niet buitendijks en ligt niet in een keurzone van een waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens (watertoets) over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. 5.9.3.2 Voldoende water Ten behoeve van de planontwikkeling is geen bronnering van grondwater nodig. Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Bij deze planontwikkeling zal geen grondwater worden onttrokken ten behoeve van beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen. Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met circa 360 m2 toe. In voorliggend geval zijn compenserende maatregelen niet noodzakelijk. 5.9.3.3 Schoon water Er bevindt zich binnen het projectgebied geen oppervlaktewater. Het hemelwater afkomstig van schone oppervlakken wordt geïnfiltreerd. De afvoer van het huishoudelijke afvalwater wordt, gescheiden van het schone hemelwater, afgevoerd via een bestaande septic tank, behorend bij de bestaande bedrijfswoning. Hierin verblijft het water tijdelijk zodat vaste delen kunnen verteren. Na deze verblijftijd wordt het spoelwater geloosd op het oppervlaktewater.
In afbeelding 5.4 is weergeven waar het water wordt geloosd op het oppervlaktewater. De locatie (aangegeven met een witte omlijning) is met een duiker verboden met de sloot ten noorden van het projectgebied. 5.9.4
Advies waterschap
De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is. Het plan is voor advies naar het waterschap toegestuurd. De opmerkingen van het van het waterschap zijn verwerkt in de bovenstaande waterparagraaf. Voor de volledige reactie van het waterschap wordt verwezen naar bijlage 4.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 5.4
Locatie lozing septic tank (Bron: gemeente PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 6
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzondering. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een omgevingsvergunning of bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 7 7.1
VOOROVERLEG
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
7.2
Provincie Flevoland
Het vooroverleg met de provincie Flevoland heeft reeds per mail plaatsgevonden.
7.3
Waterschap Zuiderzeeland
Het waterschap Zuiderzeeland is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording hiervan heeft ertoe geleid dat de normale procedure van toepassing is. Het plan is voor advies naar het waterschap toegestuurd. De opmerkingen van het van het waterschap zijn verwerkt in de waterparagraaf. Voor de volledige reactie van het waterschap wordt verwezen naar bijlage 4.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 1
Erfinrichtingstekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 2
QuickScan Flora & Fauna
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 3
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 4
Reactie waterschap
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36