CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Verklaring van geen bedenkingen Oud Emmeloorderweg 34 te Ens10.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Oud Emmeloorderweg 34, Ens

Juli 2020

Status: Concept

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Oud Emmeloorderweg 34, Ens

Plannaam: Plantype: Datum:

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Juli 2020

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ...................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ......................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED .............................................................................................................. 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ................................................................................................................. 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ............................................................................................... 5 LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 5

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ............................................................................ 6 2.1

SITUATIE PROJECTGEBIED ......................................................................................................................... 6

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING .......................................................................... 7 3.1 3.2 3.3

GEWENSTE SITUATIE ............................................................................................................................... 7 ERFINRICHTING ..................................................................................................................................... 8 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................ 9

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER .............................................................................. 10 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 10 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 11 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 15

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ..................................................... 17 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID ............................................................................................................................................. 17 BODEM ............................................................................................................................................. 17 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 18 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 19 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 20 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 21 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .......................................................................................................... 24 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ......................................................................................................... 26 WATERASPECTEN ................................................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................................... 30 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG .............................................................................. 31 7.1 7.2 7.3

HET RIJK ............................................................................................................................................ 31 PROVINCIE FLEVOLAND ......................................................................................................................... 31 WATERSCHAP ZUIDERZEELAND ................................................................................................................ 31

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ........................................................... 32 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

ERFINRICHTINGSTEKENING .............................................................................................................. 33 QUICKSCAN FLORA & FAUNA .......................................................................................................... 34 WATERTOETSRESULTAAT ................................................................................................................ 35 REACTIE WATERSCHAP ................................................................................................................... 36

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Oud Emmeloorderweg 34 in Ens bevindt zich het biologische akkerbouwbedrijf ‘Zonnegoed’. De agrarische activiteiten bestaan uit biodynamische groenteteelt en akkerbouw. Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel een nieuw bedrijfsgebouw ten behoeve van de op opslag van aardappelen en pompoenen te realiseren. Om het gewenste bedrijfsgebouw te realiseren dient een bestaand gebouw te worden gesloopt en aantal bomen te worden gekapt. Daarnaast wordt om het geheel landschappelijk in te passen in de zuidwestelijke hoek van het projectgebied een erfsingel aangeplant. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende beheersverordening ‘Landelijk gebied’ van gemeente Noordoostpolder. In voorliggend geval heeft de gemeente Noordoospolder aangegeven dat van de beheersverordening kan worden afgeweken en medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van de beheersverordening dient gemotiveerd te worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de Oud Emmeloorderweg 34 in het landelijk gebied van de gemeente Noordoostpolder. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving en de kern Ens wordt weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening ‘Landelijk gebied’, welke op 21 maart 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze beheersverordening regelt dat de planologische kaders zoals vervat in de voorheen geldende bestemmingsplannen van kracht blijven, totdat een nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld. Het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2004’ betreft het basisplan dat binnen het verordeningsgebied van kracht is. De gronden in het projectgebied hebben de bestemming ‘Agrarisch gebied’ met de aanduiding ‘openheid van landschap’ en zijn voor een deel voorzien van een bouwvlak. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het projectgebied is daarbij indicatief aangegeven met een rode omlijning.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede verbeelding beheersverordening “Landelijk gebied” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemming en strijdigheid

Hieronder worden de bestemmingen nader beschreven. Agrarisch gebied De voor 'Agrarisch gebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch, de instandhouding van het aanwezige cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatroon, extensieve openluchtrecreatie, kavelpaden, sloten en andere watergangen. Binnen het aangegeven bouwvlak mag worden gebouwd ten behoeve van een agrarisch bedrijf. 1.3.3

Strijdigheid

Het voornemen voorziet in de realisatie van een nieuw bedrijfsgebouw op het agrarische bedrijfsperceel. Dit past qua bouwmogelijkheden niet binnen het geldende bestemmingplan, aangezien het bedrijfsgebouw voor een deel buiten de grens van het bebouwingsvlak wordt gerealiseerd. Daarnaast is afstand van het nieuwe bedrijfsgebouw tot de erfsloot minder dan de toegestane afstand van 12 meter.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 6 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 5.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Nordoostpolder beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Situatie projectgebied

Het projectgebied ligt ten noordwesten van de kern Ens, in het landelijk gebied van de gemeente Noordoostpolder. Op het perceel staat een bedrijfswoning met bijbehorende bedrijfsgebouwen. Aan de noordkant wordt het projectgebied begrensd door de Oud Emmeloorderweg. Ten oosten van het projectgebied bevindt zich een naastgelegen bedrijfsperceel. De westkant van het perceel wordt gekenmerkt door een deel agrarisch natuurbeheer, met opgaande beplanting en een poel. De directe omgeving van het projectgebied wordt voornamelijk gekenmerkt door verspreid liggende agrarische bedrijfspercelen, bedrijfspercelen en woonerven. De ligging en begrenzing van het projectgebied worden weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1. Afbeelding 2.2 toont het straatbeeld van het perceel vanaf de Oud Emmeloorderweg.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.2

Straatbeeld projectgebied vanaf de Oud Emmeloorderweg (Bron: Google Streetview 2019)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste situatie

Het voornemen is om het bedrijfsgebouw gelegen op oostzijde van het perceel te slopen en ter plaatse een nieuw bedrijfsgebouw terug te bouwen. Het gebouw wordt gerealiseerd ten behoeve van opslag van kisten met aardappelen en pompoenen. De oppervlakte van het nieuwe bedrijfsgebouw bedraagt circa 618 m2, met goot- en nokhoogte van respectievelijk circa 5,7 en 9,7 meter. Om het bedrijfsgebouw te realiseren worden enkele bomen aan de oostzijde van het perceel gekapt. In afbeelding 2.3 is een inrichtingstekening van het perceel in de nieuwe situatie opgenomen. Hierop is het te realiseren bedrijfsgebouw met een groen indicatievlak aangeduid. In afbeelding 2.4 zijn de gevelimpressies opgenomen. Het gebouw wordt deels afgeschermd door bomen en is daarom beperkt zichtbaar van de openbare weg. In de huidige situatie worden de kisten voor een deel buiten op het erf gestald (zie hiervoor ook afbeelding 2.2). Met voorgenomen ontwikkeling zal daarom het straatbeeld vanaf de openbare weg verbeteren. Het nieuwe bedrijfsgebouw wordt op dezelfde hoogte als de bebouwing op het naastgelegen perceel gesitueerd. Tevens blijkt uit onderstaande tekening dat afstand tot van het beoogde gebouw niet korter wordt dan de afstand van de het hoofdgebouw tot de openbare weg.

Afbeelding 2.3

Inrichtingstekening nieuwe situatie projectgebied (Bron: Korfker Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.4

3.2

Gevelbeelden beoogde schuur (Bron: Korfker Architecten)

Erfinrichting

Het perceel zal met de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk worden ingepast. Door gemeente Noordoostpolder is daarom een erfinrichtingstekening opgesteld, welke wordt weergegeven in afbeelding 2.5. Hierop wordt een impressie van het perceel in de nieuwe situatie weergegeven. Hierop is onder andere nieuwe bedrijfsgebouw ingepast is aangeven waar de erfsingel dient te worden aangeplant. Voor een volledige weergave van de erfinrichtingstekening wordt verwezen naar bijlage 1.

Afbeelding 2.5

Erfinrichtingstekening (Bron: Gemeente Noordoostpolder)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. 3.3.2

Situatie projectgebied

Met het realiseren van een nieuwe schuur is geen sprake van het toevoegen van een verkeersaantrekkende functie. Ook is er geen sprake van uitbreiding van de bestaande agrarisch bedrijfsvoering. De voorgenomen ontwikkeling voorziet slechts in het toevoegen van extra overdekte opslagruimte, daar waar dit nu nog (groten)deels gebeurt in de buitenlucht. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet zal resulteren in een toename van het aantal verkeersbewegingen. Daarnaast is er ook geen sprake van het toevoegen van een functie die resulteert is een toename van de parkeerbehoefte. In zowel de huidige als de gewenste situatie vindt het parkeren geheel plaats op eigen terrein. Hier is gelet op de omvang van het bedrijfsperceel voldoende ruimte voor. Het agrarische bedrijfsperceel blijft ontsloten doormiddel van de bestaande in- en uitrit op de Emmeloorderweg. Dit betreft een overzichtelijke en verkeersveilige in- en uitrit. 3.3.3

Conclusie

De aspecten ‘verkeer en parkeren’ vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling..

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

4.1.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De borging van de uitspraken uit de SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument.

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

Ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt geconcludeerd dat de functie (agrarisch bedrijf) niet aan wordt gemerkt als ‘stedelijke ontwikkeling’. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat het rijksbeleid geen belemmering vormt voor voorliggend initiatief.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie FlevolandStraks

4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: • • •

Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving), Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving).

Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: • • • •

Duurzame Energie Regionale Kracht Circulaire Economie Landbouw: Meerdere Smaken

4.2.1.2 Landbouw: Meerdere Smaken Flevoland is van oorsprong een landbouwprovincie. Ontwikkelingen in deze sector vragen een groot aanpassingsvermogen. In 2030 en verder staat Flevoland bekend om haar meerdere smaken in de agrosector, die door haar aanpassingsvermogen vernieuwingen en innovaties voortvarend en snel in praktijk brengt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing In 2030 en verder staat Flevoland bekend om het aanpassingsvermogen van de agrosector. Hier zijn de voorlopers van de meerdere smaken in de agrosector te vinden. De beste garantie om blijvend een speler van wereldformaat te zijn, is een agrosector met diversiteit en het vermogen om zich voortdurend te verbeteren. Dit laten we in 2022 op de Floriade aan de wereld zien. In Flevoland vinden nieuwe ontwikkelingen, bedrijfsvormen, technieken en kennis de weg naar de praktijk. Flevolandse agrarische bedrijven zijn het praktijklaboratorium. Hier brengen we innovaties in praktijk. De provincie maakt geen verschil in de soort vernieuwing. Het is een vanzelfsprekend vervolg op de oorsprong van ´s werelds beste landbouwgebied. We werken aanvullend op andere agrarische hotspots in de omliggende regio’s. In Flevoland doen ontwikkelaars en agrarische ondernemers het samen. Daarbij zorgt de provincie Flevoland met de agrosector en de mede-overheden voor optimale condities voor de landbouw: een vruchtbare bodem, schoon water, gezond ecosysteem en een goede infrastructuur. Alleen dan kan de agrosector ook in de toekomst floreren.

4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan Omgevingsvisie FlevolandStraks De voorgenomen ontwikkeling betreft het de bouw van een schuur ten behoeve van opslag van biologische aardappelen en pompoenen van het biodynamisch akkerbouwbedrijf ‘Zonnegoed’. Het bedrijf bedrijft akkerbouw op een duurzame en klimaatneutrale wijze, en bouwt onder andere aan een vruchtbare bodem. Met het realiseren van een nieuwe schuur wordt de bedrijfsvoering verbeterd, waardoor het de kwaliteit van ‘praktijklaboratorium’ toeneemt. Het initiatief draagt daardoor bij aan het innovatie landbouwkarakter van Flevoland. Gelet op vorenstaande sluit het voornemen goed aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie FlevolandStraks. 4.2.2

Omgevingsprogramma Provincie Flevoland

4.2.2.1 Algemeen Per 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment moet elke provincie beschikken over een Omgevingsvisie, een of meer programma's en een Omgevingsverordening. Het op 27 februari 2019 door de Provinciale Staten van de provincie Flevoland vastgestelde Omgevingsprogramma Flevoland vindt haar grondslag dan ook in de Omgevingswet. Daarnaast is de grondslag te vinden in diverse vigerende wetten, zoals de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder en de Wet natuurbescherming. Het Omgevingsprogramma omvat daarmee de op dit moment verplichte plannen: het milieubeleidsplan, het regionale waterplan en het verkeer- en vervoersplan. In 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie FlevolandStraks vastgesteld. Hierin is in hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst van Flevoland weergegeven. In dit (eerste) Omgevingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma dat digitaal beschikbaar is. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma is dan ook een groot aantal beleidsnota's komen te vervallen. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd.

De provincie streeft ernaar om dit programma jaarlijks te actualiseren en waar nodig aan te vullen met overig provinciaal beleid. Zo kunnen in volgende versies onderwerpen worden toegevoegd die betrekking hebben op bijvoorbeeld economisch of sociaal beleid. Ook kunnen programma's worden toegevoegd met een meer gebiedsgebonden of thematische aanpak. In voorliggend geval is met name hoofdstuk 1 ‘Ruimte’ en hoofdstuk 2 ‘Landschap & Cultuurhistorie’ van het Omgevingsprogramma van belang.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing 4.2.2.2 Ruimte Algemeen Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blauwe omgeving maken Flevoland concurrerend met andere gebieden. Er is sprake van overloop uit de drukke, dure Randstad naar een ruimer, goedkoper Flevoland (push factor). Ook kiezen mensen bewust voor het attractieve woonmilieu van Flevoland (pull factor). De provincie wil verdere grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken en deze deels zelf ter hand nemen, samen met partners. De provincie is bereid om ruimte te reserveren voor functies waarvoor in omliggende regio's onvoldoende ruimte is. De voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwikkeling. Samen met partners binnen en buiten het gebied biedt de provincie zicht op oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid. Landelijk gebied Het projectgebied maakt binnen het thema ‘Ruimte’ onderdeel uit van het ‘Landelijk gebied’.

De provincie wil de vitaliteit van het landelijk gebied vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Het landelijk gebied moet vitaal blijven. Ook in Flevoland is sprake van verdergaande schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt. Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling. 4.2.2.3 Landschap & Cultuurhistorie Algemeen Het typisch Flevolandse landschap is ontstaan in de twintigste eeuw. Als onderdeel van het Zuiderzeeproject zijn de IJsselmeerpolders drooggelegd. Veel bouwkundige objecten en landschappelijke structuren verwijzen naar de inpolderings- en ontginningsfase en zijn nog steeds in het landschap zichtbaar.

De Noordoostpolder is een waardevol toonbeeld van de wederopbouw vanwege de grootschalige droogmakerij met verspreide, rationeel geordende agrarische bebouwing en erven, de ring van dorpen rond de hoofdkern Emmeloord, en het functioneel patroon van wegen en waterwegen met bijbehorende beplantingsprofielen. Dit typische Flevolandse landschap met twintigste-eeuwse karakteristieken in contrast met relicten van ver daarvoor wil de provincie Flevoland behouden door de landschappelijke waarden in te zetten als ruimtelijke kwaliteit ter versterking van nieuwe ontwikkelingen. Cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten Cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten zijn elementen en patronen die bepalend zijn voor het karakter van Flevoland en waarmee de essentie van het polderconcept wordt gewaarborgd. Het zijn de dijken, vaarten, interne ontsluiting, flankerende beplanting, wegbeplanting en de bosranden. Deze wil de provincie behouden en de kwaliteiten ervan inzetten bij nieuwe ontwikkelingen, zodat zij een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. 4.2.2.4 Toetsing van het initiatief aan het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’ In voorliggend geval is geen sprake van een functiewijziging- of toevoeging. Het betreft de realisatie van een nieuwe (grotere) opslagschuur.

Het agrarisch bedrijf richt zich op duurzame productie en verwerking van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing landbouwproducten. Middels deze ontwikkeling wordt de bedrijfsvoering van het bedrijf geoptimaliseerd. Tevens wordt met voorgenomen ontwikkeling landschappelijke kernkwaliteiten behouden en wordt een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met het ‘Omgevingsprogramma Provincie Flevoland’. 4.2.3

Omgevingsverordening Provincie Flevoland

4.2.3.1 Algemeen In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wind, bescherming landschap, water, natuurbescherming, luchtvaart en bodem. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden. 4.2.3.2 Relevante artikelen In geval van voorgenomen ontwikkeling is met name artikel 7.5 van de omgevingsverordening van belang. Artikel 7.5 (Bescherming) - Natuurnetwerk Nederland 1.

2.

Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen het Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Voor zover een bestemmingsplan strijdig is met de bescherming en de mogelijkheden bedoeld in het eerste lid stelt de gemeenteraad binnen drie jaar na het inwerkingtreden van deze titel dat plan opnieuw vast met inachtneming van de bepalingen in het eerste lid.

4.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan Artikel 7.5 van de Omgevingsverordening De locatie waar voorgenomen ontwikkeling betrekking of heeft ligt op circa 1 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) behoren. Zoals aangegeven in paragraaf 5.7.2.3 worden er, gelet op de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de gebieden die behoren tot het NNN. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met artikel 7.5 van de Omgevingsverordening Flevoland. 4.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders van het provinciaal beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Noordoostpolder 2025

4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is in december 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. De Structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie, die de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten beschrijft. De visie heeft als doel de verschillende belangen, zoals voor het landschap, de kernen en de gemeenschap, zorgvuldig af te wegen. En hieruit een integrale ontwikkelingsrichting te bepalen voor de periode tot 2025. De Structuurvisie Noordoostpolder 2025 is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten en daarmee op het versterken van het landschap en leefbaarheid in de gemeente Noordoostpolder. De Structuurvisie is een document voor de langere termijn. Daarom kent de Structuurvisie Noordoostpolder 20205 een zekere mate van globaliteit en abstractie. De visie vormt de basis voor het toekomstig beleid, ter uitwerking van de structuurvisie zijn gebiedsvisies, masterplannen, uitwerkingsplannen, bestemmingsplannen en beleidsplannen nodig om concrete (plan)ontwikkelingen in gang te zetten. In voorliggend geval zijn met name de thema’s ‘Landschap’ en ‘Landbouw’ van belang. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van structuurvisie facetkaart ‘Landschap’ weergegeven.

4.3.1.2 Landschap De komende jaren wil de gemeente Noordoostpolder de landschappelijke opbouw van de Noordoostpolder niet alleen behouden, maar ook versterken. Op de schaal van de polder zet de gemeente Noordoospolder in op het behoud van het regelmatige kavelpatroon en het versterken van de concentrische opbouw van de polder. Cultuurhistorisch gezien zetten wordt ingezet op het herstel van structuurbepalende beplantingselementen (zoals erfsingels, wegbeplanting en omlijsting van dorpen). Daarvoor wordt niet alleen samenwerking gezocht met Provincie, waterschap en terreinbeherende organisaties, maar zeker ook met de inwoners. Wij zien de polder als een levend landschap, waarin particuliere initiatieven een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behoud van de identiteit van de (verschillende deelgebieden van de) Noordoostpolder en het vergroten van de kwaliteit en de beleving daarvan. De erfsingels rond de erven zijn van groot cultuurhistorisch-landschappelijke waarde voor de Noordoostpolder. Het levert de typering 'groene eilanden in een open akkerbouwlandschap', geeft een menselijk maat en verbetert de bewoonbaarheid. Om die reden schrijft de gemeente Noordoostpolder een erfsingel voor zowel bij bestaande ervan als bij aanpassing en verruiming van erven.

In voorliggend geval kan niet volledig worden voldaan aan een zes meter brede erfsingel in combinatie met daarachter een zes meter brede bebouwingsvrije ruimte. Echter, in voorliggend geval kan van deze breedte worden afgeweken, aangezien op deze manier wordt voorkomen dat het erf aan zuid- of moet worden uitgebreid. 4.3.1.3 Landbouw Het agrarisch grondgebruik is de primaire functie in het landelijk gebied van de gemeente Noordoostpolder. Daarbij gaat het bij het overgrote deel van de gronden om akkerbouwbedrijven. De geomorfologische opbouw van de polder is bepalend geweest voor welk type agrarisch bedrijf zich waar heeft gevestigd. In de hele polder en over grote oppervlakten wordt op zware zavelgronden akkerbouw in de vorm van aardappelen, bieten, winterwortelen, tarwe en uien geteeld. De pootaardappelenteelt is in de gemeente Noordoostpolder bijzonder sterk ontwikkeld. Naast de akkerbouw omvat de tuinbouw in open grond een aanzienlijk deel van het agrarisch grondgebruik. De tuin- en teeltbedrijven zijn over de hele polder verspreid. Op de lichte zavelgronden in het noordwesten worden veel sierbloemen en bollen geteeld. De bloeiende bollenvelden in het voorjaar zijn bepalend voor het beeld en de uitstraling van het landelijk gebied van de gemeente.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing De gemeente Noordoostpolder wil de landbouw - en zeker de akkerbouw en de tuinbouw - de komende jaren volop de ruimte bieden. Het overgrote deel van het landelijk gebied blijft primair in gebruik als landbouwgebied.

Afbeelding 4.1

Uitsnede structuurvisie facetkaart ‘Landschap’ (Bron: gemeente Noordoostpolder)

4.3.1.4 Toetsing aan de structuurvisie Noordoostpolder 2025 Met voorliggend initiatief wordt de oorspronkelijke erfsingel aan de westzijde hersteld, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de cultuurhistorische-landschappelijke waarde van de Noordoostpolder. Tevens wordt met voorgenomen ontwikkeling de bedrijfsvoering van een biologische akkerbouwbedrijf sterk verbetert en past daarmee in de ambitie (duurzame) akkerbouw volop de ruimte te bieden. 4.3.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage en water.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 5.1.2

Situatie projectgebied

Het projectgebied is gelegen binnen de wette geluidszones van de Oude Emmeloorderweg en de N50. Echter voorziet voorgenomen ontwikkeling in de realisatie van een nieuwe schuur voor opslag. Een schuur is niet aan te merken als een ‘geluidgevoelig object’. Een akoestisch onderzoek kan dan ook achterwege gelaten worden. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie projectgebied

Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving (bijv. bouwverordening) gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: 1. 2.

Als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; Als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing 3.

4.

5.2.3

Als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II (bouwverordening). Conclusie

In dit geval wordt voldaan aan uitzonderingsregel 2. In voorliggend geval betreft het de bouw van een schuur uitsluitend ten behoeve van opslag van pompoenen en aardappelen. Er zal daarmee worden voldaan aan de artikel 8, derde lid uit de Woningwet. Een bodemonderzoek kan in voorliggend geval dan ook achterwege gelaten worden.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie projectgebied

Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen' 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie in en bij het projectgebied

De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen of realiseren van een risicogevoelige of risicovolle inrichting. Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt daarom geen belemmering. 5.4.3

Conclusie

Het initiatief is in overeenstemming met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Hoewel de richtafstanden in 'Bedrijven en milieuzonering' indicatief zijn, worden deze afstanden wel als harde eis gezien door de Raad van State bij de beoordeling of milieubelastende functies op een passende afstand van milieugevoelige functies (zoals woningen) worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing Het projectgebied is gelegen in het landelijk gebied van de gemeente Noordoostpolder, waar geen sprake is van een matige tot sterke functiemenging. In dit geval wordt daarom uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. 5.5.3

Situatie projectgebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.

past de functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Een schuur ten behoeve van opslag valt op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 onder de functie ‘opslaggebouwen’, waarbij milieucategorie 2 geldt. Op basis van omgevingstype ‘rustige woonwijk’ dient bij een dergelijke inrichting een minimale richtafstand van 30 meter te worden aangehouden. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen de schuur en omwonenden meer dan 30 meter, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie hinder ondervindt van bestaande milieubelastende functies in de omgeving en of de omliggende functies in hun werkzaamheden worden belemmerd als gevolg van de ontwikkeling. In dit geval is sprake van een schuur ten behoeve van opslag. Een schuur wordt niet aangeduid als een milieugevoelig object. Nadere toetsing in het kader van interne werking is dan ook niet noodzakelijk. 5.5.4

Conclusie

Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

5.6

Ecologie

5.6.1

Inleiding

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing 5.6.2

Gebiedsbescherming

5.6.2.1 Natura 2000-gebieden Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het projectgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied “Zwarte Meer” ligt op een zeer ruime afstand van circa 5,2 kilometer. In voorliggend geval betreft het een kleinschalige ontwikkeling, namelijk de sloop van het bestaande gebouw het realiseren van een schuur. Tevens leidt het voornemen niet tot een toename van het mobiele verkeer. In afbeelding 5.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden weergegeven. Het projectgebied is aangeduid met een rode stip. Gezien de aard en de omvang van het project en de afstand tot (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebieden, wordt gesteld dat zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie met een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden.

Afbeelding 5.1

Ligging van het projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUS)

5.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing De locatie ligt niet binnen begrensd NNN. Het dichtstbijzijnde NNN/ecologische verbindingszone ligt op circa 1 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. In afbeelding 5.2 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de NNN weergegeven. Gezien de afstand van het projectgebied tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de kernwaarden van het NNN.

Afbeelding 5.2

5.6.3

Ligging van het projectgebied in de NNN (Bron: Provincie Flevoland)

Soortenbescherming

5.6.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 5.6.3.2 Situatie projectgebied In voorliggend geval is er door Natuurbank Overijssel een Quickscan Flora & Fauna uitgevoerd. Hieronder worden de belangrijkste onderzoeksconclusies weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 2. Het projectgebued behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Flevoland. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op Natura 2000-gebied.

Het is daarom niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten zullen leiden tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Oud Emmeloorderweg 34, Ens Ruimtelijke onderbouwing De inrichting en het gevoerde beheer maken het projectgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied voor verschillende algemeneen weinig kritische beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten verschillende grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en voortplantingsplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied. Van de in het projectgebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Voor de grondgebonden zoogdiersoorten, die vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het projectgebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen en vernielen van vaste rust- en/of voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.

Als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, komt de functie van het projectgebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vogels te vervallen. Dit leidt niet tot wettelijke consequenties. 5.6.4

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

5.7

Archeologie & cultuurhistorie

5.7.1

Archeologie

5.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie projectgebied De gemeente Noordoostpolder heeft ten aanzien van het milieuaspect ‘archeologie’ een eigen archeologische beleidsadvieskaart ontwikkeld. Op grond van deze kaart is het projectgebied gelegen op gronden waarop de beleidscategorie ‘WA-8’’ van toepassing is. Een uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart met betrekking tot het projectgebied (rode cirkel) in afbeelding 5.3 weergegeven. Op grond van de bijbehorende beleidsregels is het projectgebied vrijgesteld van archeologisch onderzoek voor bouwwerken, waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en dieper dan 100 cm. Voorliggend plan blijft ruimschoots onder vorenstaande grenswaarden. Er is geen archeologisch onderzoek benodigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1758/documents/25315