CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Bijlage 1 Jaarstukken 2023 met controleverklaring.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Jaarstukken 202331.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

335

Reclamebelasting Bedrijveninvesteringszone

80

Gerealiseerd Resultaat

25.302

26.826

Het verschil tussen realisatie en begroting wordt als een credit bedrag (-) weergegeven. Dit houdt in dat het een positief effect heeft op het resultaat.

88

Onroerendezaakbelasting Beleid Onroerendezaakbelastingen (OZB) zijn belastingen voor woningen, grond of andere onroerende zaken. Eigenaren van woningen, eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen OZB aan de gemeente. De OZB zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De OZB is voor de gemeente een algemeen dekkingsmiddel.

Opbrengsten De gerealiseerde opbrengsten zijn in lijn met de begroting. Primitieve begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

Inkomsten Lokale heffingen

2023

2023

2023

2023

OZB woningen

6.338

6.508

6.503

5

OZB niet woningen eigenaarsdeel

4.050

4.050

4.082

-32

OZB niet woningen gebruikersdeel

2.742

2.742

2.711

31

13.130

13.300

13.296

4

Bedragen x € 1.000

Gerealiseerd Saldo

Afvalstoffenheffing Beleid Het beleid van de afvalstoffenheffing is gericht op het inzamelen, verwerken en afvoeren van huishoudelijk afval. Door middel van gescheiden inzameling en gerichte voorlichting wordt de afvalstroom zoveel mogelijk beperkt. De inzameling hiervan is uitbesteed aan HVC. Het aantal belastingplichtigen is iets gestegen. Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan de gemeente op basis van de Wet milieubeheer een verplichting heeft tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

Kostendekkendheid De afvalstoffenheffing mag -op begrotingsbasis- ten hoogste kostendekkend zijn. Aan de hand van onderstaande tabel wordt de kostendekkendheid op rekeningbasis inzichtelijk gemaakt. In de raadsvergadering van 14 november 2022 is besloten in 2023 een éénmalige korting toe te passen op de afvalstoffenheffing van € 20 per aanslag. Afvalstoffenheffing

Rekening 2023

Lasten taakveld afval

5.836.582

Baten taakveld afval

1.028.611

Netto kosten taakveld afval

4.807.971

Toe te rekenen kosten: - Kwijtschelding

226.404

- Overhead

667.008

- Compensabele btw

1.100.899

Totale lasten

6.802.282

Opbrengst recycletarief

6.204.693

Mutatie reserve (korting)

389.720

Totale baten Dekkingspercentage

6.594.413 97%

89

Rioolheffing Beleid Er wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en andere objecten (niet-woningen). Voor een woning betaalt iedereen evenveel rioolheffing. Bij andere objecten geldt wel een verschil. De gebruiker bij andere objecten betaalt meer rioolheffing naargelang meer water op het gemeentelijk riool wordt geloosd.

Kostendekkendheid De rioolheffing mag –op begrotingsbasis- ten hoogste kostendekkend zijn. Aan de hand van onderstaande tabel wordt de kostendekkendheid op rekeningbasis inzichtelijk gemaakt. Rioolheffing

Rekening 2023

Lasten taakveld riolering

2.275.328

Baten taakveld riolering

42.443

Netto kosten taakveld riolering

2.232.885

Toe te rekenen kosten: - Kwijtschelding

153.934

- Overhead

284.008

- Compensabele BTW

420.359

- Straatvegen (25%)

191.308

Totale lasten

3.282.494

Totale baten

3.299.215

Dekkingspercentage

101%

90

Overige heffingen De gemeente Noordoostpolder heft naast bovengenoemde heffingen nog overige heffingen met betrekking tot burgerzaken, omgevingsvergunningen, liggeld, begraafrechten, marktgelden (bestaande uit standplaatsvergunningen en marktgelden), reclamebelasting, bedrijveninvesteringszone en toeristenbelasting. De opbrengsten van deze heffingen zijn verantwoord onder de daarvoor bestemde taakvelden. Voor de toeristenbelasting geldt dat deze ten gunste van de algemene dekkingsmiddelen valt. Primitieve begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

2023

2023

2023

2023

Burgerdiensten

477

617

649

-32

Bouwen & wonen

832

1.782

1.731

51

Bedragen x € 1.000

Inkomsten Lokale heffingen

Sloopterreinen, stand- & ligplaatsen

28

28

28

Begraafrechten

536

536

564

Marktgelden

28

28

28

Standplaatsvergunningen

40

40

36

4

Toeristenbelasting

200

450

574

-124

94

88

6

-7

7

3.691

-116

Reclamebelasting Bedrijveninvesteringszone

80

Gerealiseerd Resultaat

2.221

3.575

-28

Op de overige heffingen is een voordeel behaald van € 116.000 ten opzichte van de gewijzigde begroting. Belangrijkste verschillen tussen begroting ná wijziging en realisatie zijn: De toeristenbelasting laat een voordeel zien van € 124.000 ten opzichte van de begroting, onder meer omdat na het opmaken van de jaarcijfers 2022 nog een oplegging is geweest die betrekking had op 2022. Dit voordeel komt tot ten gunste van boekjaar 2023. De gerealiseerde opbrengsten bij de overige heffingen zijn in lijn met de begroting. Kostendekkendheid bouwen en wonen:

Bij de leges heffing worden kosten die de gemeente maakt verhaald op de aanvrager. Uitgangspunt is dat geen winst mag worden gemaakt. Voor de leges die betrekking hebben op bouwen en wonen is het kostendekkendheidspercentage 83%.

Lokale lastendruk Het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (Coelo) verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen brengt jaarlijks een Atlas van de lokale lasten uit. Deze Coelo-Atlas geeft woonlastenberekeningen (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor alle Nederlandse gemeentes en biedt daarmee een goed inzicht in de lokale lastendruk. Voor het jaar 2023 bedragen in de gemeente Noordoostpolder de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens € 907. In 2022 was dit € 838.

91

De tabel hieronder geeft een vergelijkend overzicht van de woonlasten 2023 voor huishoudens van onze gemeente met andere gemeenten in de regio: Gemeente

Totale Afvalstoffen Afvalstoffen Rioolheffing woonlast éénpersoons meerpersoons meerpersoons OZB woning meerpersoons huishouden huishouden huishouden huishouden

COELO Ranglijst

Noordoostpolder

276

328

174

0,1108%

907

132

Urk

251

251

253

0,1279%

959

192

Dronten

283

353

159

0,1157%

964

200

Lelystad

305

380

212

0,1184%

1055

286

Steenwijkerland

221

254

203

0,0788%

746

9

Bron: Coelo digitale atlas 2023. De bedragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de totale woonlasten zijn in euro's. Nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 349 de hoogste. De woonlasten in Noordoostpolder liggen onder het landelijk gemiddelde. In 59 procent van de gemeenten liggen de woonlasten tussen de € 800 en € 1000.

Kwijtscheldingsbeleid Gemeenten kunnen bij de kwijtschelding van gemeentelijke belastingschulden maximaal 100% van de bijstandsnorm als kosten van bestaan in aanmerking nemen. Bij het verlenen van kwijtschelding is de gemeente gebonden aan de beleidsregels uit de "Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990". De gemeente Noordoostpolder verleent kwijtschelding voor de volgende heffingen: • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing particulieren, en • Onroerendezaakbelastingen. Het aantal verzoeken om kwijtschelding over 2023 is 1.091. Van deze verzoeken is ruim 23% afgewezen. Het aantal kwijtscheldingsverzoeken is ten opzichte van de afgelopen jaren afgenomen. In 2023 is het aantal toegekende verzoeken om kwijtschelding afgenomen ten opzichte van voorgaande jaren. De totale kwijtscheldingen over 2023 zijn als volgt: Primitieve begroting

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschil

Kwijtschelding Lokale heffingen

2023

2023

2023

2023

Afvalstoffenheffing

-300

-300

-226

-74

Rioolheffing

-215

-215

-154

-61

-5

-5

-1

-4

-520

-520

-381

-139

Bedragen x € 1.000

Onroerende zaakbelasting

Gerealiseerd Saldo

92

Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt inzicht verstrekt in de financiële weerbaarheid van de gemeente. Kaderstelling daartoe is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement van de gemeente Noordoostpolder.

Beleid In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is bepaald welke instrumenten ingezet worden voor de financiering van de incidentele en structurele risico’s. Gemeenten moeten zelf een beleidslijn formuleren over de in hun organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit in relatie tot de specifieke risico’s. In deze nota wordt eerst een uitleg van de belangrijkste begrippen gegeven, de weerstandscapaciteit nader toegelicht en volgt een inventarisatie van de risico's. Deze risico's kunnen jaarlijks wijzigen afhankelijk van bijvoorbeeld wijzigende wet- en regelgeving of actuele gebeurtenissen. De belangrijkste definities en toelichting daarop zijn de volgende: • het weerstandsvermogen is te definiëren als “het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde de taken te kunnen voortzetten, zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt”. Deze risico’s zijn niet gedekt middels de begroting of waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is voldoende als financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden en het saldo weerstandscapaciteit minus risico’s positief is. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s in relatie tot de aanwezige weerstandscapaciteit.

• de weerstandscapaciteit is te definiëren als “aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden”. Onder aanwezige middelen is onder andere te verstaan: algemene reserves, bestemmingsreserves, stille reserves. Voor verdere uiteenzetting van de doelen en definities omtrent het beleid weerstandscapaciteit en risico’s verwijzen wij naar genoemde nota. In artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording is het belang aangegeven van het voeren van een adequaat risicomanagementbeleid. Uit dit artikel volgt dat de paragraaf over het weerstandsvermogen tenminste bevat: • het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s; • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico’s; • kengetallen; • een beoordeling van de onderlinge verhoudingen tussen kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Kwantificeerbare risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis met een kans van optreden en gevolgen voor de afgesproken doelstellingen. Dit betreft naast financiële ook niet-financiële risico’s. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen, hetzij middels de begroting of waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Er heeft een inventarisatie plaats gevonden van risico's welke aanwezig zouden kunnen zijn, daarvan zijn de top 10 risico's met de grootste financiële impact opgenomen in deze paragraaf en een overzicht van alle niet kwantificeerbare risico’s. Naast de beschrijving van de risico’s is per risico ook aangegeven welke beheersmaatregelen zijn getroffen.

93

1. Grondexploitatie Risicobeschrijving Het exploiteren van grond is risicovol. Het gaat vaak om langlopende exploitaties, waarbij schattingen gedaan worden. Bijvoorbeeld over marktontwikkelingen, ontwikkelsnelheid, kosten en opbrengsten. Op macro-economische ontwikkelingen, zoals de conjunctuur en rentestand hebben wij als gemeente geen invloed. Maar we kunnen deze ontwikkelingen wel signaleren en er goed op anticiperen. De gemeente Noordoostpolder heeft voor circa € 2,8 miljoen aan verliesvoorzieningen getroffen op de in exploitatie genomen bouwgronden (BIE’s). Daarmee zijn de financiële risico’s voor de grondexploitaties teruggebracht naar een acceptabel niveau onder de huidige waardering van de gronden. Verder is er binnen de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG) een bedrag van circa € 8,9 miljoen opgenomen als benodigde risicobuffer voor de BIE’s en de strategische gronden die onder de Materiële Vaste Activa (MVA) staan en toekomstige claims. In de grondexploitatie Marknesse Zuid fase 3 worden op dit moment geen kavels verkocht. Dit komt door een hoger beroep dat over onder andere dit perceel speelt tussen de partij welke de grond heeft verkocht aan de gemeente en een eerdere eigenaar van de grond. In de rechtszaak wordt bepaald of het hoger beroep behandeld wordt of op de slaaprol blijft.

Gezien de doorlooptijd van dit juridische dossier is het onduidelijk wanneer er kavels in Marknesse fase 3 verkocht kunnen worden. De gemeente hoopt dat er spoedig een positieve uitkomst is voor de mensen die nu in onzekerheid verkeren en in deze fase wonen. Het risicoprofiel is onzeker en niet te schatten (juridisch-financieel). Beheersmaatregelen Wanneer er een tekort op een grondexploitatie wordt geprognosticeerd, dan wordt er direct een verliesvoorziening gevormd, ter grootte van dit volledige verlies. Er wordt een kwantitatieve risicowaardering uitgevoerd bij actieve grondexploitaties. Dit aan de hand van een Monte Carlo-analyse. Idem bij strategische gronden (MVA). Op deze wijze kan tijdig geanticipeerd worden op mogelijke tegenvallers door bijvoorbeeld de snelheid van de kaveluitgifte aan te passen en investeringen uit te stellen (bijvoorbeeld woonrijp maken). Ook wordt er gekeken of het programma nog voldoet aan de huidige marktvraag. Indien nodig kan hierop ingespeeld worden door de plannen tussentijds aan te passen. De grondexploitaties worden bij voorkeur klein gehouden qua omvang (meer overzichtelijk) en er wordt daar waar mogelijk een duidelijke fasering aangebracht. Hierdoor lopen de kosten en opbrengsten per fase zoveel mogelijk in elkaars pas. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

8.916.000 Divers 4.184.000

2. Tertiaire achtervang Risicobeschrijving De gemeente staat garant voor leningen van de woningcorporaties. Woningcorporaties kunnen door deze garantstelling geld lenen tegen een lagere rente. De gemeente vervult een tertiaire achtervangfunctie. Dit betekent dat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) eerst aansprakelijk wordt gesteld en de onderlinge waarborg van woningcorporaties (het zogenaamde obligo). Voor zover het WSW en het obligo niet kan bijdragen, zal de gemeente (25%) tezamen met het Rijk (50%) en overige Nederlandse gemeenten (25%) verplicht zijn om een renteloze lening te verstrekken aan het WSW. Daarom heet onze garantstelling een tertiaire (= 3e) garantstelling. Wij staan nu garant voor in totaal € 127 miljoen. Voor de berekening van de omvang van het risico gaat de gemeente uit van 25%. Het risicoprofiel wordt als zeer laag geschat. Afgelopen jaren is het borgstelsel rondom WSW verbeterd ten gunste van de gemeenten. Dit heeft ertoe geleid dat vanaf 1 augustus 2021 nieuwe generieke achtervang overeenkomsten van toepassing zijn. In deze nieuwe achtervang overeenkomsten zijn onder andere de verdeelsleutel van inroepen garantstelling bij gemeenten gunstiger geworden. Ten opzichte van de oude overeenkomst is een extra laag, het hiervoor genoemde obligo, tussen gevoegd die als extra buffer dient bij financiële problemen.

Ook de toerekening van de geborgde schulden is veranderd. De gemeente staat nu naar rato van de DAEB-bezittingen in de gemeente borg voor de totale schulden van de woningcorporatie.

94

De overeenkomsten van vóór 1 augustus 2021 zullen met de tijd als gevolg van aflossingen minder worden. Beheersmaatregelen De beheersing van de geldleningen rust vooral bij de WSW. Met de corporaties zijn borgingsplafonds afgesproken. Het borgingsplafond is het bedrag dat een corporatie in een aangegeven periode maximaal mag lenen. Voor borging komen alleen activiteiten in aanmerking die behoren tot de bestedingsdoelen, zoals genoemd in de achtervang overeenkomst. Jaarlijks verstrekt de WSW een overzicht aan de gemeenten waarin de financiële ratio’s van de woningcorporaties zijn weergegeven inclusief vermelding van grenswaarden. Voor de corporaties waarin de gemeente in de achtervang staat zijn de werkelijke ratio’s allen (behoorlijk) gunstiger dan de grenswaarde. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ 31.650.500 10% € 3.165.100

3. Jeugd Risicobeschrijving Bij jeugdhulp spreken we over een openeinderegeling, omdat de inwoners altijd een beroep moeten kunnen doen op noodzakelijke zorg. De laatste twee jaren blijft het aantal unieke cliënten stabiel of neemt bij sommige zorg zelfs wat af. Dat geeft geenszins garantie dat deze trend doorzet, ook al zet de gemeente er, door middel van preventie, wel op in. We moeten ons bewust blijven dat het risico bestaat dat deze lasten kunnen fluctueren. Voor 2025 gaat een aantal nieuwe contract- en subsidie overeenkomsten in, waarover in de loop van 2024 meer duidelijkheid komt. Wel is, op basis van de huidige inzichten, rekening gehouden met een kostenstijging. Dit sluit een verdere tariefstijging echter niet uit. Dit risico blijft voorlopig dus bestaan. Mogelijk risico is dat de tarieven met de nieuwe contracten verder stijgen en hoger worden dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. In overleg met de “club van wijzen” en de VNG is door het Rijk een besparing op jeugdhulp doorgevoerd met ingang van 2026, dit als gevolg van de Hervormingsagenda jeugd. In hoeverre deze besparingen realistisch en haalbaar zijn is op dit moment lastig te duiden. De besparingen die gerealiseerd moeten worden door middel van de maatregelen zullen strak gemonitord worden door het Rijk.

Het is nog niet duidelijk op welke wijze gemeenten structureel gecompenseerd worden, als de maatregelen niet de juiste uitwerking blijken te hebben. Beheersmaatregelen Er zijn diverse beheersmaatregelen om dit risico te mitigeren, zoals: - Innovaties worden gemonitord om vast te stellen of ze werken. - Bij de complexere casuïstiek vindt er vanuit meerdere expertises een nadere analyse plaats. - Er wordt regie gevoerd op de noodzakelijkheid van de voorziening. - Bij herindicatie wordt er bekeken op welke wijze er afgeschaald kan worden. Echter blijft het een openeinderegeling, waarbij de instroom niet kan worden tegengehouden indien de zorg noodzakelijk wordt geacht. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

3.490.000 50% 1.745.000

4. Garantstelling HVC Risicobeschrijving De gemeente Noordoostpolder is aandeelhouder van HVC en staat garant voor een beperkt percentage van de aandelen. Hiervoor ontvangen wij per jaar een vergoeding van HVC, in 2023 betrof dit een bedrag van € 104.618. Met de toename van aantal aandeelhouders en het stijgen van onder

95

andere de solvabiliteit nemen beide bedragen in omvang af. HVC is een solide organisatie, die een minimaal rendement op investeringen verwacht van 8%. De kans op faillissement lijkt nagenoeg nihil. Beheersmaatregelen In de algemene vergadering van aandeelhouders zijn solvabiliteitseisen vastgesteld en HVC werkt toe naar een solvabiliteit van 25%, wat verwacht wordt medio 2027 bereikt te zijn. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ 9.591.000 10% € 959.100

5. Informatieveiligheid en privacy risico's Risicobeschrijving Door cybercriminaliteit kan de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening onder druk komen te staan en (persoons)gegevens van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners kunnen onderschept of verwijderd worden. We zien een sterke toename van het aantal en de impact van cyber-en gedigitaliseerde criminaliteit, ook bij gemeenten. Belangrijk is om op te merken dat 100% veilig en toekomstbestendig niet bestaat; kwetsbaarheden, dreigingen en daarmee ook het informatiebeveiligingsproces, veranderen continu. Wij zijn als gemeente constant in beweging en spelen in op nieuwe ontwikkelingen en treffen passende maatregelen op basis van risicomanagement. Welke dit zijn, staat beschreven in de paragraaf Bedrijfsvoering, onder het kopje Informatieveiligheid en privacy. Op basis hiervan achten we de kans klein dat we als gemeente gehackt worden. Maar de impact ervan kan heel groot zijn. Ook financieel gezien kan de impact aanzienlijk zijn. De kosten als gevolg van bijvoorbeeld een kwetsbaarheid in software, een hack of ransomware kunnen oplopen van enkele duizenden euro’s tot een paar miljoen euro. Daarnaast is het mogelijk dat de gemeente bijvoorbeeld als gevolg van een datalek, een boete opgelegd kan krijgen door de Autoriteit Persoonsgegevens.

Beheersmaatregelen Er zijn beheersmaatregelen conform de BIO en er wordt steeds meer ingezet op monitoring en response, maar het risico is niet uit te sluiten. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

5.000.000 10% 500.000

6. Wmo Risicobeschrijving De burgers moeten een beroep kunnen doen op WMO als dat noodzakelijk is, ook als het budget niet toereikend is. We spreken bij de WMO-regeling van een openeinderegeling. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden welke impact bijvoorbeeld de vergrijzing zal hebben op het rijksbeleid van onder andere “langer thuis wonen”. De afgelopen jaren is het aantal burgers dat gebruik maakt van huishoudelijke ondersteuning toegenomen. Met de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen. Deze wijziging gaat per 1 januari 2026 in. Hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage precies uit komt te zien wordt in de komende periode verder uitgewerkt. Welke gevolgen dit zal gaan krijgen op het aantal indicaties voor huishoudelijke ondersteuning is nog niet in te schatten. Ook de al eerdergenoemde indexatie van de tarieven kan anders uitpakken dan voorspeld. Dat deze onderwerpen onzekerheden met zich meebrengen is bij eenieder bekend, maar we zullen daar ook dit jaar weer rekening mee moeten houden. De ontwikkelingen die worden ingezet op het gebied van beschermd wonen brengen weer nieuwe onzekerheden met zich mee. Beschermd wonen is voor mensen van 18 jaar of ouder die door psychische of psychosociale problemen 24 uur per dag ondersteuning nodig hebben.

In 2022 is er een start gemaakt met de voorbereidingen van de door decentralisatie van beschermd wonen van de

96

centrumgemeenten naar alle gemeenten. De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen zijn wederom uitgesteld. Vanaf 1 januari 2025 komt er een nieuwe financiële verdeling voor gemeenten en een zogeheten woonplaatsbeginsel. De behandeling van het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen is controversieel verklaard. De nieuwe streefdatum voor invoering blijft vooralsnog 1 januari 2025. Daarvoor moet de wet dan voor de zomer in 2024 door beide kamers worden behandeld. Hierdoor nemen de financiële risico’s toe, ook omdat binnen Flevoland sprake is van een afname van het totale budget van 22%. De overschotten die er tot dusver zijn en mogelijk verdwijnen worden namelijk gebruikt voor de bekostiging van andere regionale Wmo-voorzieningen. De huidige aanname laten vooralsnog voor de gemeente geen negatief effect zien. Maar de werkelijke cijfers in de toekomst kunnen leiden tot keuzes, alternatieve oplossingen of dat wel dekking moet worden gezocht. Beheersmaatregelen De Wmo is een openeinderegeling, waarbij de instroom niet kan worden gereguleerd. Indien de voorziening noodzakelijk is, dan wordt deze gegeven. Er wordt wel getoetst op de noodzakelijkheid van de voorziening en er wordt afgeschaald waar mogelijk door regie hierop te voeren. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

660.000 50% 330.000

7. Participatie en minimabeleid Risicobeschrijving Bij het minimabeleid komen de eventuele tekorten voor het grootste deel voor rekening van de gemeenten. Rijksbeleid met uitgavenplafonds bepaalt hoeveel middelen de gemeente van het Rijk ontvangt om de kosten te dekken. De economie bepaalt uiteindelijk welke vragen de gemeente moet beantwoorden. Hierdoor bestaat het risico dat de uitgaven hoger worden dan waar gemeenten door het Rijk voor worden gecompenseerd. Als de economische onzekerheid toeneemt, zal de vraag naar meer en vaker ondersteuning toenemen en zal het ook direct zijn weerslag vinden op de bijstandsuitkeringen. Voor het bekostigen van de uitkeringen, ontvangen gemeenten binnen de participatiewet een gebundelde uitkering bekend onder de naam BUIG. Doordat hier sprake is van een landelijk budget met objectieve verdelingen kan het zijn dat het landelijk budget niet hoog genoeg is om de kosten te dekken, of dat de middelen niet toereikend zijn voor de specifieke situatie van onze gemeente. De vangnetregeling die hiervoor bedoeld is, waarin een deel van de tekorten wordt afgetopt, wordt in het volgende jaar pas uitgekeerd. Sinds 2022 wordt de loonkostensubsidie (LKS) over de gemeenten niet meer verdeeld via het objectief verdeelmodel, maar op basis van de laatst bekende realisaties.

Bij de vaststelling van het voorlopige LKS budget wordt uitgegaan van de realisaties twee jaar (T-2) voorafgaand van het budgetjaar. Bij het definitieve budget zal van de realisatie van het voorgaande jaar (T-1) worden uitgegaan. Bij een toenemende trend van LKS liggen de uitgaven boven de inkomsten. Hierbij is het risico aanwezig dat, wanneer de groei sterker is dan onze eigen verwachting, er een tijdelijk tekort ontstaat. Bij het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) bestaan er financiële risico’s voor de gemeente. Bedrijfskredieten worden door de gemeente voorgefinancierd, hetgeen in het jaar erop weer wordt vergoed door het Rijk. In de jaren erna moet de gemeente 75% van de verstrekkingen weer terugbetalen, waarbij het risico aanwezig is dat de aflossingen door de ondernemers hierop achterblijft. Voor overige inkomensregelingen geldt, dat er mogelijk sprake is van minder gebruik dan er in potentie rechthebbenden zijn. De begroting is gebaseerd op het werkelijke gebruik. Doordat mensen verder in de knel komen en/of omdat er op onderdelen acties worden gedaan om onze regelingen beter bekend te maken, kan er sprake zijn van toenemend gebruik. Ditzelfde geldt voor mogelijke

97

verbeteringen, ten behoeve van de positie van onze inwoners, die voortvloeien uit lopende onderzoeken naar ons minimabeleid of onderdelen daarvan. Beheersmaatregelen Er zijn diverse beheersmaatregelen om dit risico te mitigeren, zoals: - Door zoveel mogelijk te zorgen voor uitstroom, zal de BUIG minder belast worden. - Sturen op dat werken loont, hierdoor wordt er minder gebruik gemaakt van de bijstand en het minimabeleid. - Er vindt scholing plaats via de Werkcorporatie (WeCo), hierdoor worden mensen in een betere positie naar werk gebracht. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

1.580.000 Divers 520.000

8. Ketenpartners Risicobeschrijving Als gemeente zijn wij onderdeel van een keten (gemeenschappelijke partijen zoals de provincie, samenwerkingspartners en leveranciers). Als gemeente zijn wij afhankelijk van leverende en uitvoerende partijen. Wanneer deze partijen onvoldoende kwaliteit leveren of onvoldoende financieel gezond zijn, heeft dit mogelijk effect op de taken waarvoor de gemeente Noordoostpolder verantwoordelijk is. Wanneer de keten niet werkt en de verantwoordelijkheid blijft, moeten eventuele leveranties of diensten bij een andere organisatie worden ingekocht. Dit kan door marktwerking leiden tot hogere kosten. Wanneer ketenpartners onvoldoende kwaliteit leveren met betrekking tot de diensten of producten die onder verantwoordelijkheid van de gemeente worden geleverd, kan er imagoschade ontstaan. De gemeente is immers aanspreekpunt. Beheersmaatregelen Diverse controles op datgene wat geleverd wordt, bijvoorbeeld door cliënten te verifiëren. Overleggen met leveranciers, zitting in bestuur (gemeenschappelijke regelingen), etc. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

1.210.000 30% 363.000

9. Kwaliteitscriteria VTH Risicobeschrijving Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTH-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Als gemeente hebben we aangegeven welk niveau van de Kwaliteitscriteria nagestreefd wordt. De raad heeft voor nu oranje als niveau vastgelegd, maar wel met de opgave om te kijken of we naar het niveau van groen zouden kunnen gaan en wat daarvoor nodig is. De verwachting is dat oranje haalbaar is. Dit vraagt om bijscholing van huidig personeel. Jaarlijks moet er verantwoording aan de provincie afgelegd worden of er voldaan wordt aan het vastgestelde niveau. Beheersmaatregelen Eind december 2023 is aan Libereaux BV een opdracht verlenend voor het volgende: -

Informeren en activeren van de medewerkers. Nulmeting/actualisatie trajecten medewerkers. Online VTH-dashboard inrichten en up-to-date houden. Borging en beheer kwaliteitscriteria bij medewerkers.

98

Na de nulmeting wordt ook een plan van aanpak opgesteld om er onder meer voor te zorgen dat de medewerkers voldoen aan de kwaliteitscriteria. Ook wordt er gekeken of het mogelijk en wenselijk is niveau groen te behalen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel geld er nodig is om de medewerkers op niveau te krijgen en te houden. Ook is niet duidelijk wat de eventuele kosten zijn om niveau groen te behalen. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

100.000 50% 50.000

10. Recycle-tarief Risicobeschrijving In 2021 is het recycle-tarief afval ingevoerd. De komende jaren zijn er meerdere risico's en effecten te verwachten, namelijk: -

-

-

Prijsontwikkeling grondstoffen (marktrisico). De inzameling van grondstoffen levert de gemeente inkomsten op, die de hoogte van de afvalstoffenheffing dempen. Denk aan metaal, papier en plastic. Een risico is dat de marktprijzen van ingezamelde grondstoffen dalen. Op dat moment dalen ook de inkomsten van de gemeente. Inwoners scheiden meer dan gedacht en bieden minder (vaak) restafval aan dan begroot (gedragsrisico). De gemeente ontvangt dan minder variabele inkomsten dan begroot. In combinatie met stijgende lasten voor afvalinzameling en -verwerking door inflatie, hogere verbrandingsbelastingen, hogere brandstofprijzen, contractvernieuwingen e.d. kan hierdoor een exploitatietekort ontstaan. Het tarief voor afvalstoffenheffing zal dan verhoogd moeten worden en bewoners kunnen daardoor het gevoel krijgen dat afval scheiden financieel niet loont. Dit wordt ook wel de diftar paradox genoemd. Inwoners gebruiken grondstofcontainers voor restafval (gedragsrisico). Het risico hierin is dat partijen grondstoffen worden afgekeurd en moeten worden behandeld als restafval en dus geld kost in plaats van oplevert. De hoeveelheid zwerfafval neemt toe (gedragsrisico). Dit brengt eveneens hogere lasten met zich mee.

Beheersmaatregelen De gemeente is behoudend in het begroten van opbrengsten van grondstoffen. Het risico is reeds grotendeels afgedekt door de stijging van de lasten in de begroting 2024 en verdere jaren. Omvang risico in euro’s: Kans dat het risico plaatsvindt: Financieel effect in euro’s:

€ €

404.000 10% 40.400

Niet kwantificeerbare risico's Alle geïnventariseerde niet kwantificeerbare risico's verantwoorden we in deze paragraaf.

1. Overbelasting energienetwerk Het elektriciteitsnet in de Noordoostpolder is de afgelopen jaren steeds voller geraakt. De energietransitie is volop in gang; voor de woningbouw is aardgasloos de norm en de populariteit van zonnepanelen en elektrische auto’s neemt toe. Dit zorgt voor een grotere belasting op het elektriciteitsnet, dan dat momenteel beschikbaar is. Netbeheerder Liander is inmiddels een project gestart om onder andere in de Noordoostpolder het elektriciteitsnet te verzwaren. Dit project wordt naar alle waarschijnlijkheid afgerond in het jaar 2025. Daarnaast wordt door netbeheerder TenneT gewerkt aan de verzwaring van de hoogspanningsnetten, omdat deze ook de limiet van de capaciteit heeft bereikt. In gemeente Noordoostpolder geldt dit voor

99

grote aansluitingen die nodig zijn voor het terug leveren van energie. De benodigde verzwaring van de hoogspanningsnetten zal in de periode 2024 t/m 2031 fasegewijs worden uitgevoerd. Mogelijk gevolg Voor nieuwe projecten die de gemeente uitvoert zijn deze beperkingen van energiecapaciteit een risico. Bijvoorbeeld voor de bouw van een school, MFA of Zorgplein. Vooralsnog levert het aansluiten van woningbouw in de gemeente Noordoostpolder geen problemen op, maar de gewenste maatschappelijke voorzieningen in woonwijken lopen het risico niet aangesloten te kunnen worden op het elektriciteitsnet. De norm is dat deze gebouwen aardgasloos zijn. Hierbij wordt vervolgens een beroep gedaan op het elektriciteitsnetwerk. Door de beperking (netcongestie) vraagt dit een aanpassing van het energiesysteem, welke van invloed kan zijn op de planning en doorlooptijd van het project. Ook bij de uitgifte van gronden voor bedrijfskavels bestaat het risico dat bedrijven niet over het gewenste vermogen kunnen beschikken. Dit laatste risico kan invloed hebben op de uitgifte van bedrijfskavels en daardoor van invloed zijn op de (risico-) waardering van de grondexploitaties.

Landelijk is het voornemen om te komen tot een nieuwe energiewet waarbij gemeenten betrokken zullen worden bij de maatschappelijke afweging in welke volgorde de extra gevraagde energiecapaciteit zal worden toegewezen aan de aanvragers. Risico is aanwezig dat tegen die beslissingen zal worden geageerd met mogelijke claims. Om dit risico te beperken wordt gewerkt aan een landelijk afwegingskader voor netbeheerders en overheden. Overige gevolgen zijn: zonnepanelen moeten worden uitgezet en het niet voldoen aan de norm voor gasloos bouwen voor openbare gebouwen. Beheersmaatregelen Met betrekking tot de toegang van het energienetwerk is de gemeente faciliterend. Actief wordt daarin de afstemming gezocht en onderhouden met de netwerkbeheerders voor projecten die binnen de gemeente Noordoostpolder in uitvoering zijn. Op regionaal niveau is er in 2023 binnen provincie Flevoland een EnergyBoard opgericht waarin bestuurders van gemeenten, waterschap en provincie periodiek de actuele situatie bespreken met de netbeheerders TenneT en Liander. Waar nodig en mogelijk worden hier besluiten genomen die nodig zijn om de voortgang van het aanpassingen aan het energienetwerk te borgen. Onderdeel van deze regionale organisatie is onder andere de TaskForce Netcongestie waarin wordt gewerkt aan de korte termijn oplossingen die netcongestie tegen gaan, zoals Energyhubs.

Waar mogelijk levert de gemeente eveneens proactief haar bijdrage aan voorbereidingen van het op middellange termijn toekomst bestendig zijn van het hoogspanningsnetwerk.

2. Ontwikkelingen arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt is onveranderd. Het risico hierin is dat we als gemeente nog steeds onvoldoende kundig personeel kunnen werven en ook behouden voor onze organisatie. Hierdoor is de kans aanwezig dat beleid niet uitgevoerd kan worden en de gestelde doelen niet worden behaald. Het werven van personeel vraagt veel tijd en aandacht. De verwachting is dat deze trend zich onverminderd doorzet. Vacatures op alle vakgebieden zijn moeilijk vervulbaar. Er was en is een te kort aan medewerkers in iedere branche. In de paragraaf bedrijfsvoering onderdeel Human Resources wordt aangegeven hoe wij als organisatie hierop zo goed mogelijk inspelen. Daarnaast kijken we kritisch naar de taken die we als gemeente uitvoeren. Moet het nu, kan het later of betekent het dat we externen inhuren totdat een vacature is ingevuld of bijvoorbeeld omdat een vraagstuk om specialistische kennis vraagt. Dit leidt tot extra personele kosten. We blijven daarom kritisch op inzet van externen en kosten die dit met zich meebrengt. Mogelijk gevolg - Schade door aantasting van de arbeidscapaciteit en kwaliteit van arbeid door het niet kunnen werven en behouden van personeel. - Extra financiële middelen nodig voor werven van medewerkers en inhuur van externen. - Werkdruk neemt toe, wat kan leiden tot extra uitval (ziekte).

- Nieuw beleid kan niet worden uitgevoerd, vanwege geen beschikbare capaciteit. - Kennisverlies, door personeel wat uit dienst treedt.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2153/documents/38785