CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1.2 Onderzoeksrapport B&I Polderen over coffeeshops Vooronderzoek naar de mogelijke vestiging van een coffeeshop.pdf

Gemeenteraad 31 maart 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 11: Coffeeshop Noordoostpolder23.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.4 Additionele criteria Gemeenten hebben ook de mogelijkheid om criteria toe te passen die niet direct gerelateerd zijn aan de vestiging van een coffeeshop, maar wel als voorwaarde gelden voor het verlenen van de gedoogstatus. Van de 102 coffeeshopgemeenten hadden 92 in 2022 ten minste één zo'n aanvullend criterium in hun beleid opgenomen. Het overgrote deel van de gemeenten richt zich voornamelijk op de beheerder en het personeel van de coffeeshop met dergelijke criteria. In 2022 ging het om 66 van de 102 gemeenten. Voorbeelden hiervan zijn het verplicht volgen van cursussen, de eis dat de beheerder ervaring moet hebben met het exploiteren van een coffeeshop, de verplichting dat er altijd personeel aanwezig moet zijn, en de eis dat medewerkers een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) moeten kunnen overleggen. In mindere mate richten gemeenten zich met aanvullende criteria op de omgeving van de shop (met name het verbieden van terrassen bij coffeeshops), openings- en sluitingstijden, preventie (voornamelijk de aanwezigheid van voorlichtingsmateriaal in de coffeeshop), en de bedrijfsvoering (voornamelijk het niet verkopen van smart- en/of ecodrugs in de coffeeshop). We merken op dat de mogelijkheden voor aanvullende criteria vrijwel eindeloos zijn.

Omdat coffeeshops momenteel worden gedoogd, dienen ze zich te houden aan de door de gemeente gestelde regels om die gedoogstatus te verkrijgen en te behouden, ongeacht hoe streng deze regels ook zijn. Indien een coffeeshop een bepaalde maatregel als onredelijk beschouwt, kan deze wel juridische stappen ondernemen om de gemeente te dwingen het beleid aan te passen. Dergelijke situaties komen de samenwerking tussen coffeeshop en gemeente uiteraard niet ten goede. Het is daarom verstandig om voorgenomen aanvullende criteria zorgvuldig te op te stellen en eerst voor te leggen aan juristen met ervaring in coffeeshopbeleid.

5.5 Aandachtspunten 5.5.1 Verdeelmethodiek vergunningen Vergunningen voor coffeeshops mogen niet zomaar aan eenieder beschikbaar worden gesteld. Er is op dit moment volop discussie over of een vergunning voor een coffeeshop schaars is. Het is onze verwachting, dat als het tot een landelijke regulering van de productie, distributie en verkoop van cannabis komt, een vergunning voor een coffeeshop vrijwel zeker als schaarse vergunning zal worden beschouwd. Mocht dat het geval zijn, dan zullen deze vergunning dusdanig moeten worden aanbesteed, dat iedere potentiële exploitant dezelfde kansen heeft om de vergunning te winnen. Het hanteren van een goede verdeelmethodiek is dan van belang.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

38

« 9 9 Gemeenten maken gebruik van diverse methoden en combinaties daarvan om vergunningen te verdelen. De meest voorkomende methoden lijken loting, een vergelijkende toets en volgorde van binnenkomst te zijn. Het is belangrijk op te merken dat de laatstgenoemde methode niet goed aansluit bij het principe van schaarse vergunningen voor coffeeshops, terwijl dat wel het geval is voor de eerste twee opties. Hieronder worden de verschillende opties uiteengezet: ^ Loting: Veel gemeenten hanteren loting om vergunningen onder de aanvragers te verdelen. Zodra een vergunning beschikbaar is, wordt dit via officiële publicaties, websites en andere communicatiekanalen bekendgemaakt door de gemeente. Geïnteresseerde partijen kunnen een aanvraag indienen om in aanmerking te komen. Deze aanvragen moeten voldoen aan specifieke criteria en voorwaarden. Een nadeel van loting, volgens ambtenaren, is dat niet altijd de beste exploitant de vergunning krijgt, omdat aanvragers met minimale kwalificaties evenveel kans maken. Dit nadeel kan deels worden ondervangen door strenge voorwaarden en criteria op te stellen. Loting is voor gemeenten doorgaans eenvoudiger uit te voeren dan een vergelijkende toets en biedt gelijke kansen aan degenen die aan de voorwaarden voldoen. Gemeenten kiezen voor loting als zij streven naar gelijkheid van kansen. ^

Vergelijkende toets: Een alternatieve verdeelmethode is de vergelijkende toets, waarbij de exploitant die het beste aan de gestelde voorwaarden en criteria voldoet, de vergunning krijgt. Scores worden toegekend aan diverse criteria, en de aanvrager met de hoogste score ontvangt de vergunning. Bij gelijke scores kan alsnog worden overgegaan tot loting. Een discussie over de uitslag kan ontstaan vanwege de subjectiviteit van beoordeling bij een vergelijkende toets. Het opstellen en uitvoeren van een vergelijkende toets vergt over het algemeen meer inspanning van gemeenten dan loting. Gemeenten kiezen voor deze methode als zij de nadruk willen leggen op de kwaliteit van de aanvragen.

^

Volgorde van binnenkomst: Een derde methode is verdeling op basis van volgorde van binnenkomst, waarbij gemeenten een wachtlijst hanteren. Bij het vrijkomen van een vergunning komt de eerstvolgende op de wachtlijst in aanmerking, mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Deze methode kan leiden tot lange wachttijden en in sommige gevallen zelfs tot het niet verkrijgen van een vergunning. Steeds minder gemeenten gebruiken deze methode, omdat het niet goed aansluit bij het principe van schaarse vergunningen. In het verleden was dit wel een gebruikelijke manier van toekennen, maar het wordt nu als verouderd beschouwd.

5.5.2 Wet Bibob Sinds 1 juni 2003 kunnen gemeenten gebruik maken van de Wet Bibob. Deze wet heeft als doel de integriteit van bestuursorganen te waarborgen. De Wet Bibob is van toepassing op (bepaalde) vergunningen, subsidies, aanbestedingen en vastgoedtransacties. Coffeeshops vallen ook onder het bereik van Wet Bibob. Gemeenten kunnen op basis van deze wet een vergunningaanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt. Het uitvoeren van een BIBOB-screening bij coffeeshopeigenaren wordt door andere gemeenteambtenaren vrijwel altijd als positief ervaren, met name in de strijd tegen ondermijning van de samenleving.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

39

« 9 9 5.5.3 Verbod op rookruimtes Per 1 juli 2022 is het algehele verbod op rookruimtes in de horeca in werking getreden. De gevolgen van dit verbod raken ook coffeeshops, omdat er geen mogelijkheid meer is om cannabis met tabak in de coffeeshop te roken. Er is nog geen onderzoek verricht naar de effecten van de invoering van het verbod op rookruimtes, maar gemeenteambtenaren en experts hebben gevoelsmatig de indruk dat afhalen van cannabis bij coffeeshops hierdoor populairder is geworden ten opzichte van het ter plaatse consumeren. De gemeente doet er verstandig aan om hier rekening mee te houden door te anticiperen op een coffeeshop die zich voornamelijk richt op afhaal. Zij kan een toekomstige exploitant verplicht stellen om passende beheersmaatregelen te treffen. Bij afhaalcoffeeshops zien we vaak een kortere verblijfsduur, hetgeen resulteert in meer mobiliteit van en naar de coffeeshop. Ook komen er meer bezoekers met de auto naar de shops komen en komt het fenomeen 'pitstoppen' daar vaker voor. Ten slotte is bij een afhaalshop sprake van een verhoogde kans op het gebruik van softdrugs op straat, omdat klanten na aankoop hun cannabis niet binnen met tabak mogen roken.

5.5.4 Experiment gesloten coffeeshopketen De gemeente zal rekening moeten houden met het aanstaande experiment met een gesloten coffeeshopketen. Op dit moment heeft dit alleen voor de tien deelnemende interventiegemeenten gevolgen, omdat zij het beleid en de juridische vormgeving daarvan aan de nieuwe wettelijke bepalingen moeten hebben aangepast. Ook worden in deze gemeenten nieuwe werkafspraken gemaakt over de handhaving en sanctionering van het beleid. Ondanks dat de niet-deelnemende gemeenten nog geen zaken van het beleid hoeven aan te passen op de mogelijke regulering van de productie, distributie en verkoop van cannabis, is het wel verstandig om er alvast rekening mee te houden bij het opstellen van een volledig nieuw beleid. We achten de kans dat het huidige gedoogbeleid in stand zal blijven na afronding van het experiment namelijk zeer gering.

5.6 Praktische aspecten De vestiging van een coffeeshop zal praktische gevolgen hebben voor de werklast, handhaving en samenwerking binnen de gemeente. Hieronder benoemen we de meeste relevante. Al deze punten zijn ook door respondenten aangestipt in de interviews als zijnde in hun ogen belangrijke aandachtspunten als het daadwerkelijk tot implementatie mocht komen.

5.6.1 Hogere werklast en kosten gemeente en politie Medewerkers van de gemeente zullen worden geconfronteerd met een wijziging in hun werkbelasting als gevolg van de implementatie van nieuw beleid met betrekking tot coffeeshops. Hoewel de precieze omvang van deze verandering niet exact kan worden bepaald, is het zeer waarschijnlijk dat de werklast van de gemeente zal stijgen. Dit komt doordat er nieuw beleid moet worden ontwikkeld en geïmplementeerd. Andere gemeenten schatten dat tijdens de fase van het opstellen van coffeeshopbeleid en het organiseren van toezicht en handhaving naar verwachting tussen de twee en vijf fulltime equivalenten (fte's) nodig zijn. Het benodigde aantal fte's is echter alleen van toepassing tijdens deze aanloopfase. Na deze fase kan het aantal fte's weer worden verminderd. Na verloop van

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

40

« 9 9 tijd zal de extra werklast waarschijnlijk afnemen, omdat het beleid dan is ontwikkeld en vastgesteld, en er alleen nog uitvoering aan gegeven hoeft te worden. Het gaat dus om een tijdelijke investering. In de eerste plaats zal het coffeeshopbeleid beleidsmatig moeten worden vormgegeven en begeleid. Medewerkers van de afdelingen ruimtelijke ordening, vergunningen en openbare orde en veiligheid zullen hierbij betrokken moeten worden. In grotere gemeenten met meer dan vier coffeeshops worden doorgaans specifieke ambtenaren van een van deze afdelingen aangesteld die zich primair bezighouden met het coffeeshopbeleid. In dat geval kan het aantal extra fte's mogelijk nog hoger uitvallen dan vijf. Daarnaast verwachten we dat de gemeente extra financiële middelen vrij zou moeten maken, zodat partijen voor verslavingszorg daadwerkelijk kunnen inzetten op preventie van cannabisgebruik in en rond de coffeeshop. Op basis van ons onderzoek is niet goed in te schatten om hoeveel extra financiële middelen het zou gaan. Daarnaast speelt de gemeentelijke handhaving een rol bij het in goede banen leiden van de vestiging van een coffeeshop. Er moeten controles bij de coffeeshops worden uitgevoerd om te zien of deze zich aan de regels houden, vaak uitgevoerd door Boa's. Zowel de gemeente als de politie zijn hierbij betrokken, waarbij de gemeente primair verantwoordelijk is voor de controles.

De intensivering van de samenwerking tussen politie en gemeentelijke handhaving is noodzakelijk, onder andere door het maken van duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en te nemen handhavingsmaatregelen. Toch verwachten we niet dat dit de voornaamste toename in werklast zal veroorzaken. Nederlandse gemeenten met coffeeshops kunnen namelijk zelf bepalen hoeveel controles er bij de coffeeshops moeten plaatsvinden. In andere gemeenten gaat het meestal om tussen de twee en vier controles per jaar. Boa's hoeven dus niet continu met de coffeeshops bezig te zijn.

5.6.2 Vergunning en evaluatiemomenten Een onderwerp dat naar veelvuldig naar voren komt in de interviews, is de roep om een zorgvuldig vergunningsproces en ingebouwde evaluatiemomenten. Zoals eerder aangegeven, zal het opzetten hiervan waarschijnlijk leiden tot de grootste toename in werklast. De respondenten benadrukken de noodzaak dat de vestiging van een coffeeshop omkeerbaar moet zijn als de gestelde doelen niet worden behaald. Om deze reden wordt het voorstel gedaan om de verplaatsing van coffeeshops uit te voeren op basis van een tijdelijke vergunning binnen een 'pilotproject'. Binnen een dergelijk pilotproject kan een coffeeshop onder specifieke voorwaarden eerst 'tijdelijk' (dus niet permanent) worden gevestigd voor een vooraf overeengekomen periode, bijvoorbeeld vijf jaar. Door de tijdelijkheid aan de vestiging toe te voegen, kunnen de effecten worden gemonitord en indien nodig bijgestuurd. Naast verkeerskundige aspecten en de gevolgen voor het woon-, werk- en leefklimaat, zou een belangrijk aandachtspunt het aantal en het type bezoekers van de coffeeshop moeten zijn. Door nauwgezet te monitoren kan worden vastgesteld of de coffeeshop daadwerkelijk bijdraagt aan de gestelde doelen en de beoogde regiofunctie vervult. Mocht er onverhoopt sprake zijn van ongewenste neveneffecten, dan biedt het pilotproject, afhankelijk van de

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

41

« 9 9 opzet ervan, mogelijkheden om bij te sturen. Opnieuw moet worden opgemerkt dat het opzetten en monitoren van zo'n pilotproject gepaard gaat met extra fte's en/of extra kosten.

5.6.3 Inzetten op participatie Belangrijke factoren bij de mogelijke vestiging van een coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder zijn de betrokkenheid van de buurt en het maatschappelijk draagvlak. Uit de interviews blijkt dat er momenteel geen duidelijk en breed gedragen steun is voor de eventuele komst van een coffeeshop. Ervaring leert dat het wenselijk is om dit draagvlak te vergroten. Over het algemeen verloopt de vestiging van een coffeeshop het meest succesvol wanneer er een breed participatietraject wordt ingezet, waarbij niet alleen naar de bewoners wordt geluisterd, maar ook naar ondernemers, belangengroepen, verslavingszorg en scholen. Om dit te bereiken is transparantie over het proces en duidelijke communicatie, waarbij gemaakte afspraken worden nagekomen, van het grootste belang. Het moet voor betrokkenen helder zijn waarom er een coffeeshop komt, hoe dit er praktisch uit zal zien en waar zij terecht kunnen als zaken niet volgens afspraak verlopen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat goed contact tussen de buurt en de coffeeshopexploitant en -medewerkers een succesfactor is. Daarentegen kan een gebrek aan maatschappelijk draagvlak contraproductief werken bij de vestiging van een coffeeshop. Het bewust maken van de bewoners kan echter een uitdaging vormen bij het opbouwen van een solide draagvlak.

Toch zijn er geen voorbeelden bekend van nieuw gevestigde coffeeshops waarbij dit is voorgekomen. Doorgaans wordt bij zeer grote weerstand van de omgeving ervoor gekozen om de coffeeshop op een andere locatie te realiseren. In dit licht kan draagvlak van de omgeving worden gezien als een voorwaarde voor de locatiekeuze. Dergelijke situaties zijn echter wel bekend bij de vestiging van andere voorzieningen, zoals een woonvorm voor kwetsbare individuen in de gemeente Groningen. De zorgen van de omgeving werden volgens de bewoners niet gehoord en aangepakt, hetgeen leidde tot langdurige bezwaarprocedures. Dit resulteerde, naast een vertrouwenskloof tussen overheid en burgers, in onnodige administratieve lasten en vertraging. Deze situaties onderstrepen het belang van een zorgvuldig opgebouwd draagvlak.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

42

« 9 9 6

CONCLUSIES

Nu we een helder beeld hebben van de doelen die de gemeente Noordoostpolder nastreeft en wat bekend is over de gevolgen van de vestiging van coffeeshops, kunnen we de geformuleerde onderzoeksvragen beantwoorden. In dit concluderende hoofdstuk zullen we uiteenzetten hoe plausibel het is dat de gemeente de doelen zal bereiken via de voorgenomen routes. Ook beschrijven we de implicaties van ons onderzoek voor het mogelijke beleidsontwerp van de gemeente Noordoostpolder. We gaan in op de landelijke en lokale criteria die het meest voor de hand liggen en zetten uiteen hetgeen de gemeente in acht moet nemen bij de praktische implementatie van coffeeshops en het bijbehorende beleid.

6.1 Verwachtingen doelbereiking ^ ^

^

Welke doelen beoogt de gemeente Noordoostpolder met de vestiging van een coffeeshop? Is realisatie van deze doelen plausibel? Hoe past de eventuele vestiging van een coffeeshop binnen het huidige beleid van de gemeente Noordoostpolder ten aanzien van preventie van drugsgebruik en verslavingszorg? Wat is er in het algemeen bekend over de effecten van vestiging van een coffeeshop in een gemeente op het gebied van volksgezondheid, leefbaarheid, (ondermijnende) criminaliteit en economie?

Op basis van ons onderzoek stellen we vast dat de gemeente Noordoostpolder overweegt om een coffeeshop te openen met als hoofddoel het beperken van de nadelige effecten van cannabisgebruik en verslaving op de gezondheid van haar inwoners en die van de regio. Daarnaast is het streven van de gemeente om de coffeeshop te laten bijdragen aan het verminderen van illegale straathandel in drugs en de bijbehorende overlast. Het is tevens belangrijk dat de vestiging van de coffeeshop geen nieuwe vormen van overlast veroorzaakt.

6.1.1 Beperken van gezondheidsschade De gemeente wil dat de coffeeshop helpt om de gezondheidsschade die cannabis kan veroorzaken wordt beperkt. De oprichting ervan zou moeten leiden tot uitbreiding van preventiemogelijkheden en ervoor moeten zorgen dat cannabisgebruikers hoogwaardige cannabisproducten aangeboden krijgen. Hieruit volgt dat de vestiging van een shop niet zou moeten leiden tot een toename van cannabisgebruik. Dit impliceert dat het aantal nieuwe gebruikers als gevolg van de coffeeshop beperkt zou moeten blijven en dat de frequentie van gebruik onder de huidige cannabisconsumenten niet zou moeten toenemen. Deze doelstellingen sluiten aan bij het Lokaal Preventieakkoord Noordoostpolder. Hoewel dit akkoord niet expliciet over cannabis spreekt, blijkt hieruit dat de gemeente Noordoostpolder zich richt op het terugdringen van verslavingsproblematiek. Het implementeren van een coffeeshop met een focus op preventie van cannabisgebruik past binnen deze bredere doelstelling.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

43

« 9 9 Wij achten het waarschijnlijk dat een coffeeshop een rol kan spelen bij het behalen van deze doelstellingen. In de gemeente Noordoostpolder en de regio lijkt sprake te zijn van cannabisgebruik, met name door jongere inwoners van de gemeente. Deze jongere gebruikers zijn nu ontvankelijk voor voorlichting en preventie, maar kunnen niet in de coffeeshop worden aangetroffen. Daardoor blijft zeker een deel van hen buiten het beeld van preventiewerkers. Zolang zij op de illegale markt of elders kopen, zijn de voorlichtingsmogelijkheden in de gemeente beperkt. Op korte termijn is cannabis niet per se schadelijk voor de gezondheid, maar op de lange termijn - doorgaans in combinatie met andere problemen zoals trauma en depressie - vaak wel. Op de lange termijn kunnen zij gevorderde gebruikers worden, en met name het gebruik op jonge leeftijd brengt extra risico's met zich mee. 6.1.1.1 Multidisciplinaire aanpak Het ligt echter niet in de lijn der verwachting dat alleen de vestiging van een coffeeshop voldoende zal zijn om deze overkoepelende doelstelling te behalen. We adviseren om een eventuele coffeeshop onderdeel te laten zijn van een multidisciplinaire aanpak gericht op het terugdringen of beheersen van drugsgebruik.

Op die manier zou de eventuele vestiging van een coffeeshop naar verwachting goed aansluiten op de afspraken die zijn gemaakt in het Lokaal Preventieakkoord Noordoostpolder. De keuze voor de juiste exploitatievorm is daarbij van belang. Het stichtingsmodel voor coffeeshops is naar ons inzicht een goede keuze, omdat hiermee een maatschappelijk belang kan worden nagestreefd dat ten goede kan komen aan de lokale afspraken over de preventie van cannabisgebruik. Het is onze verwachting dat het stichtingsmodel zal leiden tot interesse van een bepaald type exploitant (waarschijnlijk meer gedreven door ideologie dan winstmaximalisatie), dat waarschijnlijk meer geneigd is om in te zetten op preventie. Preventie gaat verder dan het aanbieden van folders in de coffeeshop (die gebruikers vaak laten liggen); het personeel moet ook in staat zijn om problematisch gebruik te identificeren en het gesprek aan te gaan met (jonge) klanten over het gebruik en de risico's. Gebeurt dit niet, dan is de preventiefunctie van de coffeeshop beperkt. Daarnaast verwachten we op basis van ons onderzoek dat de negatieve invloed van een coffeeshop op de volksgezondheid beperkt zal zijn. De groep cannabisgebruikers die de overstap zou maken van het illegale naar het gedoogde aanbod, gebruikt reeds cannabis, waardoor de negatieve gevolgen voor de volksgezondheid voor deze groep niet toenemen.

Bovendien lijkt de aanwezigheid van een coffeeshop niet gerelateerd te zijn aan het ontstaan van nieuwe cannabisgebruikers; burgers laten zich zover bekend uit onderzoek, niet overhalen om te gaan blowen vanwege de vestiging van een coffeeshop in de buurt. 6.1.1.2 Risico's Desondanks moet de gemeente wel rekening houden met het risico op normalisering van cannabisgebruik bij de vestiging van een nieuwe coffeeshop. Uit de literatuur blijkt dat in Nederland cannabis op jongere leeftijd wordt gebruikt dan in andere Europese landen. Hoewel het cannabisgebruik in Nederland momenteel nog gemiddeld is ten opzichte van andere landen, kan niet worden uitgesloten dat de drempel voor bestaande gebruikers om meer te gaan consumeren mogelijk wordt verlaagd als een coffeeshop een divers aanbod en een goede prijs-kwaliteitverhouding heeft. Daarom is het van cruciaal belang dat cannabisgebruik op geen enkele manier wordt aangemoedigd en dat er geen reclame voor de shop wordt gemaakt, aangezien dit ook in strijd is met het gedoogbeleid. Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

44

« 9 9 Tevens valt op te merken dat in de gedoogsituatie niet per se sprake hoeft te zijn van een verbetering van de kwaliteit van cannabisproducten in de coffeeshops. Alle cannabis die wordt verkocht, zowel in de coffeeshop als op de illegale markt, wordt illegaal geproduceerd. De cannabis die momenteel in coffeeshops wordt aangeboden, zou dus mogelijk dezelfde kunnen zijn als die op de illegale markt. Hoewel coffeeshops wel mogelijkheden hebben om een idee te krijgen van de samenstelling van hun producten, kunnen ze geen volledige labo-analyses uitvoeren. Hierdoor biedt de coffeeshop op dit gebied geen meerwaarde. Niettemin, in het geval van een landelijke regulering van de productie, distributie en verkoop van cannabis, zou het product dat in coffeeshops wordt verkocht gecontroleerd worden op kwaliteit en samenstelling. De toegevoegde waarde van een coffeeshop voor de volksgezondheid in die situatie is aanzienlijk ten opzichte van de illegale markt. Het kan echter nog enkele jaren duren voordat het tot een landelijke regulering komt.

6.1.2 Tegengaan van illegale handel Op basis van ons onderzoek lijkt het aannemelijk dat het vestigen van een coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder de illegale handel in drugs, met name softdrugs, zou kunnen verminderen. Deze afname wordt hoofdzakelijk verwacht omdat in de omgeving van een coffeeshop doorgaans een verminderde vraag is naar cannabis op de illegale markt. Cannabisconsumenten geven er namelijk doorgaans de voorkeur aan om cannabis in een gecontroleerde omgeving aan te schaffen, zoals de coffeeshop. Een andere factor die bijdraagt aan de mogelijke vermindering van illegale drugshandel is het beheer van de openbare ruimte door coffeeshops. Deze vestigingen hebben er belang bij om de openbare ruimte rondom hun locatie goed te beheren, in overeenstemming met het O-criterium dat vereist dat ze geen overlast mogen veroorzaken. Ongewenste straathandelaren worden dan ook vaak actief geweerd door medewerkers van coffeeshops, hetgeen resulteert in een afname van zichtbare straathandel in de directe omgeving van de coffeeshop. Het feit dat het Experiment gesloten coffeeshopketen is gestart op 15 december 2023, maakt dit positieve verband nog aannemelijker. Het experiment wordt gezien als een eerste stap naar het oplossen van de zogenoemde achterdeurproblematiek.

Indien er landelijke regulering van de distributie, productie en verkoop van softdrugs wordt ingevoerd, zou de bijdrage van coffeeshops aan ondermijnende criminaliteit kunnen verminderen. Een transparante bedrijfsvoering van coffeeshops en exploitanten zou het bovendien makkelijker maken voor controlerende en handhavende instanties om malafide exploitanten en organisaties uit de cannabisketen te weren. Hoewel er enkele kanttekeningen zijn, zoals het mogelijke 'waterbed-effect' waarbij straathandel zich naar andere delen van de stad of regio kan verplaatsen, constateren we dat er overwegend een positief effect is van coffeeshops op de afname van illegale drugshandel en andere vormen van criminaliteit. Niettemin is het cruciaal om te benadrukken dat de uiteindelijke effectiviteit afhankelijk is van vele factoren, zoals de lokale situatie en de locatie van de coffeeshop.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

45

« 9 9 6.1.3 Andere gevolgen: leefbaarheid en economie Over het algemeen blijkt uit onderzoek dat de situatie rondom coffeeshops stabiel en beheersbaar is met beperkte overlast voor de directe omgeving. Goede afspraken en samenwerking tussen gemeenten en coffeeshops dragen bij aan het minimaliseren van negatieve effecten op de leefbaarheid. Echter, er kunnen problemen ontstaan met betrekking tot verkeers- en parkeerproblemen, maar een goede locatiekeuze kan veel van deze problemen voorkomen. Wat betreft de economische impact van coffeeshops, stellen we vast dat die naar verwachting beperkt zal zijn. Hoewel de oprichting lokale werkgelegenheid kan stimuleren, zal dit effect waarschijnlijk beperkt zijn door het kleinschalige karakter van coffeeshops. Ook merken we op dat de verkoop van cannabis geen extra belastinginkomsten genereert vanwege de illegale productie. Hoewel dus enige economische stimulans mogelijk is, zou dat niet de hoofreden moeten zijn om een coffeeshops in de gemeente te vestigen.

6.2 Beleidsontwerp ^

^

^

Hoeveel coffeeshops zouden bestaansrecht hebben in de gemeente Noordoostpolder als uitsluitend naar de vraag naar cannabisproducten wordt gekeken? En wat betekent dit? Aan welke uitgangspunten, voorwaarden en (vestigings)criteria zou de vestiging van een coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder moeten voldoen zodat het leveren van een bijdrage aan de doelen plausibel is? Zijn er andere gemeenten waar (nieuwe) coffeeshop(s) zijn gevestigd? Zo ja, wat waren hier de positieve en negatieve gevolgen van? Welke factoren waren bepalend voor dit resultaat?

6.2.1 Maximumbeleid Mocht de gemeente ervoor kiezen om de vestiging van een coffeeshop toe te staan, dan is het advies om met een maximumbeleid voor één coffeeshop te beginnen en op basis van opgedane ervaringen de vestiging van een tweede coffeeshop in de toekomst te overwegen. Er wordt aangenomen dat er voldoende lokale vraag naar cannabisproducten is om een gedoogd aanbod te rechtvaardigen. De schatting op basis van het rekenmodel geeft aan dat twee coffeeshops het absolute maximum zouden kunnen zijn. Echter, vanwege de veronderstelling dat de weggelekte vraag waarschijnlijk groter zal zijn dan de extra koopmomenten die van buiten het verzorgingsgebied worden aangetrokken, wordt aanbevolen deze schatting naar beneden bij te stellen voor een realistischere inschatting. Daarom lijkt het redelijk om te beginnen met één coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder en vervolgens de situatie te evalueren op basis van de lokale vraag en andere relevante factoren.

6.2.2 Beleidsvorm Op basis van de gepresenteerde informatie adviseren wij de gemeente om het stichtingsmodel als beleidsvorm te hanteren in hun coffeeshopbeleid. Het stichtingsmodel biedt verschillende voordelen die aansluiten bij de belangen van zowel de gemeente als de lokale gemeenschap. Allereerst verschaft dit model de gemeente meer zeggenschap over de exploitatie van de coffeeshop. Via de statuten van de stichting kan de gemeente Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

46

« 9 9 specifieke regels en voorwaarden vaststellen, waardoor een transparante en gecontroleerde bedrijfsvoering mogelijk wordt. Het bestuur van de stichting zorgt voor een actieve controle op het beleid en de activiteiten van de coffeeshop. Een ander belangrijk voordeel van het stichtingsmodel is dat de coffeeshop geen winstoogmerk heeft en zich richt op het dienen van een maatschappelijk belang. De opbrengsten van de coffeeshop worden ingezet voor maatschappelijke doeleinden, wat de perceptie van de coffeeshop als een sociaal verantwoordelijke onderneming versterkt. Dit kan leiden tot een grotere acceptatie van de coffeeshop in de lokale gemeenschap. Bovendien trekt het stichtingsmodel mogelijk exploitanten aan die niet primair gericht zijn op winstmaximalisatie, waardoor de gemeente invloed kan uitoefenen op het type exploitant dat zij in de gemeente wil verwelkomen. Hoewel het stichtingsmodel enkele nadelen met zich meebrengt voor de exploitant, zoals juridische en administratieve lasten, lijken de negatieve invloeden voor de gemeente beperkter te zijn. De verminderde flexibiliteit van het stichtingsmodel wordt gecompenseerd door de verhoogde zeggenschap en de positieve impact op de lokale gemeenschap. Daarom raden wij de gemeente aan om het stichtingsmodel te overwegen als een effectieve beleidsvorm voor het beheer van coffeeshops binnen de gemeente Noordoostpolder.

6.2.3 Lokale criteria Het overwegen van een afstandscriterium is relevant voor de gemeente Noordoostpolder. Gemeenten hebben de autonomie om op basis van lokale omstandigheden een afstandscriterium als vestigingsvoorwaarde toe te passen, waarbij zij zelf de afstand (gemeten hemelsbreed of te voet) en de onderwijsinstellingen bepalen waarop het criterium van toepassing is. Mocht een coffeeshop worden gevestigd, dan is er breed draagvlak voor een afstandscriterium, waarbij de symbolische waarde ervan als zeer belangrijk wordt beschouwd. Zoals gezegd, wordt er in de gemeente grote waarde gehecht aan de preventie van cannabisgebruik, voornamelijk onder jongvolwassenen. Het niet toestaan van coffeeshops in de buurt van onderwijsinstellingen is consistent met dit uitgangspunt. Daarnaast lijkt het behoud van het woon- en leefklimaat ook een relevant criterium. In de praktijk betekent dit vaak dat coffeeshops niet worden gevestigd in drukke winkelstraten of woonwijken. Naast draagvlak sluit dit criterium ook aan op de doelstellingen van het Lokaal Preventieakkoord Noordoostpolder, waarin hoewel niet specifiek gericht op cannabisverslaving, wel de ontmoediging van roken wordt benadrukt.

Aangezien de meeste cannabisgebruikers cannabis roken, vaak in combinatie met tabak, lijkt de vestiging van een coffeeshop in een winkelstraat of woonwijk niet in lijn te zijn met de beoogde rookvrije omgeving. Daarnaast is het verstandig voor de gemeente om enkele aanvullende criteria op te nemen in het beleid om de vestiging van een coffeeshop af te stemmen op lokale wensen. Hierbij valt te denken aan het verplicht stellen van cursussen voor het personeel van een coffeeshop, verplichte inzet op preventie door de coffeeshop, het opleggen van specifieke openingstijden, en het verplicht stellen van een portier. Andere gemeenten hebben positieve ervaringen met deze aanvullende criteria. Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

47

« 9 9 6.3 Implementatie ^

^

Welke inzet (zoals gemeentelijke handhaving en politiecapaciteit) is, gezien de gewenste vestigings- en organisatievoorwaarden, noodzakelijk bij de vestiging van een coffeeshop? In hoeverre is de vestiging van een coffeeshop omkeerbaar? Kan een nieuw gevestigde coffeeshop bijvoorbeeld weer worden gesloten als blijkt dat deze niet bijdraagt aan het bereiken van de gestelde doelen?

We stellen vast dat de vestiging van een coffeeshop zal leiden tot een verhoogde inzet van gemeentelijke handhaving. We adviseren om in de aanloopfase rekening te houden met extra fte's die vooral nodig zullen zijn om het proces rondom coffeeshops ambtelijk te begeleiden. Er zullen medewerkers moeten worden betrokken van de afdelingen ruimtelijke ordening, vergunningen en openbare orde en veiligheid. Na de aanloopfase kan het aantal fte's vrij vlot weer worden afgebouwd. De controles van de coffeeshops door Boa's brengen relatief weinig extra werklast met zich mee. Om de vestiging van een coffeeshop adequaat te begeleiden, moeten onder andere controles bij de coffeeshops worden uitgevoerd door Boa's. De politie speelt doorgaans ook een rol bij het uitvoeren van de controles of bij constatering van een overtreding. Daarom moet bij de beoogde vestiging van een coffeeshop ook rekening worden gehouden met een toename van het beroep op de politiecapaciteit. Omdat zowel de gemeentelijke handhaving als de politie betrokken zijn bij de controle en handhaving van het coffeeshopbeleid, dienen er bij het vaststellen van coffeeshopbeleid heldere afspraken tussen deze partijen over verantwoordelijkheden en handhavingsmaatregelen te worden gemaakt.

Een gestructureerde samenwerking met heldere afspraken en handhavingsmaatregelen is noodzakelijk om zowel de veiligheid als de naleving van regelgeving te waarborgen. Toch zal dit niet de meeste extra werklast tot gevolg hebben, omdat het doorgaans gaat om twee à vier controles per jaar. Wel moet de gemeente rekening houden met extra financiële middelen voor partijen voor verslavingszorg, zodat ze daadwerkelijk kunnen inzetten op preventie van cannabisgebruik. De meeste extra werklast zal gaan zitten in het vergunningsproces en ingebouwde evaluatiemomenten. Met betrekking tot de omkeerbaarheid van de vestiging van een coffeeshop benadrukt het onderzoek dat het van belang is om dit zorgvuldig te doen. Niet in de laatste plaats, omdat de vestiging van een coffeeshop op deze manier omkeerbaar kan worden gemaakt. De implementatie van een tijdelijk 'pilotproject' met specifieke voorwaarden en een vooraf bepaalde periode, bijvoorbeeld vijf jaar, lijkt wenselijk. Dit biedt de mogelijkheid om de effecten van de vestiging te monitoren en, indien nodig, aanpassingen door te voeren. Mocht blijken dat de coffeeshop niet bijdraagt aan de gestelde doelen, dan verschaft het pilotproject de flexibiliteit om de vestiging te heroverwegen, te verplaatsen of zelfs te sluiten.

Hiermee wordt een mechanisme geïntroduceerd om de omkeerbaarheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat de vestiging in lijn blijft met de beoogde doelstellingen. Uiteraard zal hiervoor de nodige ambtelijke inzet van de gemeente vereist zijn.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

48

« 9 9 BIJLAGE 1 ^ BRONNEN HOOFSTUKKEN 4 EN 5 Adviescommissie Experiment gesloten cannabisketen. (2018). Een experiment met een gesloten

cannabisketen

[A

closed-chain

cannabis

experiment].

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-0c1cddc8-807a-45ab-a613b8600518d873^df Bieleman,

B.

Mennes,

R.

& Sijtstra,

M.

(2015).

Monitor verplaatsing

coffeeshop

Amsterdam-Oost. Breuer&Intraval. Bieleman, B. Mennes, R. & Snippe, J. (2015). Monitor eerste verplaatsing coffeeshops Amsterdam. Breuer&Intraval. Borchers-Tempel, S., & Kolte, B. (2002). Cannabis consumption in Amsterdam, Bremen and San Francisco: A three-city comparison of longer-term cannabis consumption. Journal of Drug Issues, 32(2), 395-412. http:^10.0.4.153^02204260203200204 Grund, J.-P. C., & Breeksema, J. J. (2018). Drug policy in the Netherlands. European Drug Policies, 128-148. https://doi.org/10.4324/9781315690384-10 Mennes, R., Schoonbeek, I., Pieper, R. & Bieleman, B. (2021). Omgevingsonderzoek Skaeve Huse Harkstede. Breuer&Intraval. Mennes, R. Hoorens, S. Van Laar, M. Monshouwer, K. Olthof, M., Oomen, P. Pardal, M. Rigter, S. Roodbeen, R. Schoonbeek, I. & Senator, B. (2023). Onderzoek Experiment gesloten coffeeshopketen: rapportage voormeting 2021. WODC, Breuer&Intraval, Rand Europe, Trimbos-instituut. Mennes, R. Pieper, R. I. Schoonbeek & Van der Lee, E. (2022). Coffeeshops in Nederland 2022:

Aantallen

coffeeshops

en

gemeentelijk

beleid

1999-2022.

WODC,

Breuer&Intraval. Mennes, R., Van der Molen, J. & Bieleman, B. (2019). Shops in zicht. Een inventarisatie voor het Tilburgse coffeeshopbeleid. Breuer&Intraval. Mennes,

R.

Schoonbeek,

I.

&

Bieleman,

B.

(2019).

Monitor derde

verplaatsing.

Breuer&Intraval. Mennes, R. van der Molen, J. Schoonbeek, I. & Bieleman, B. (2018). Straathandel in Roermond. Een onderzoek naar de illegale (straat)handel in drugs in Roermond. Breuer&Intraval. Mennes, R. van der Molen, J. Schoonbeek, I. & Bieleman, B. (2018). Dealen met overlast. Een veldstudie naar (drugs)overlast in het centrum van Nijmegen. Breuer&Intraval. Mennes, R. Schoonbeek, I. & Bieleman, B. (2018). Dealen met overlast. Een veldstudie naar (drugs)overlast in het centrum van Nijmegen. Breuer&Intraval.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

49

« 9 9 Mennes,

R.

Schoonbeek,

I.

Van

der

Molen,

J.

ŭ

Bieleman,

B.

(2018).

Monitor

ontwikkelingen coffeeshopbeleid: meting 2017. WODC, Breuer&Intraval. Mennes, R. Bieleman, B. å Cankor, E. (2017). Monitor tweede verplaatsing coffeeshops Amsterdam. Breuer&Intraval. Mennes, R. Sijtstra, M. Cankor, E. ŭ Bieleman, B. (2017). Onderzoek Ingezetenencriterium coffeeshops Sittard-Geleen en Roermond 2016. Breuer&Intraval. Mennes,

R.

Snippe,

J.

Sijtstra,

M.

ŭ

Bieleman,

B.

(2017).

Lokaal

bekeken:

Verdiepingsstudie monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid meting 2016/17. WODC, Breuer&Intraval. Mennes, R. Snippe,

J. Sijtstra,

M. ŭ

Bieleman, B. (2017).

Monitor ontwikkelingen

coffeeshopbeleid: meting 2016. WODC, Breuer&Intraval. Mennes, R. Snippe, J. Sijtstra, M. & Bieleman, B. (2016). Lokaal gezien: Verdiepingsstudie monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid meting 2015/16. WODC, Breuer&Intraval. Mennes, R. Snippe,

J. Sijtstra,

M. &

Bieleman, B. (2016).

Monitor ontwikkelingen

coffeeshopbeleid: meting 2015. WODC, Breuer&Intraval. Monshouwer,

K., van Laar,

"coffeeshops."

Drug

M., & Vollebergh, W. and

Alcohol

A.

(2011).

Buying

cannabis in

Review,

30(2),148-156.

https:^doi.orgA0.111Vj.1465-3362.2010.00268.x Palali, A., & Ours, J. C. (2015). Distance to cannabis shops and age of onset of cannabis use. Health Economics, 24(11), 1483-1501. https://doi.org/10.1002/hec.3104 Reinarman, C. (2009). Cannabis policies and user practices: Market separation, price, potency, and accessibility in Amsterdam and San Francisco. International Journal of Drug Policy, 20(1), 28-37. https:ZZdoi.orgZ10.1016Zj.drugpo.2007.11.003 * Schoonbeek, I. Van der Lee, E. & Mennes, R. (2023). Monitor vijfde verplaatsing. Breuer&Intraval. Schoonbeek, I. Pieper, R. & Mennes, R. (2020). Monitor vierde verplaatsing coffeeshops Amsterdam. Breuer&Intraval. Van der Sar, R., Brouwers, E. P. M., van de Goor, L. A. M., & Garretsen, H. F. L. (2011). The opinion on Dutch cannabis policy measures: A cross-sectional survey. Drugs: Education,

Prevention

&

Policy,

18(3),

161-171.

httpVA0.0.12.37^9687637.2010.519361 Van Ooyen-Houben, M.M.J. Bieleman, B. & Korf, D.J. (2014). Coffeeshops, toeristen en lokale markt: evaluatie van het Besloten club- en het Ingezetenencriterium voor coffeeshops.

Eindrapport. WODC, UvA Bonger Instituut voor Criminologie, St.

Intraval.

Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2207/documents/41018