11.1.2 Onderzoeksrapport B&I Polderen over coffeeshops Vooronderzoek naar de mogelijke vestiging van een coffeeshop.pdf
Tekst van het document
Veronderstelling 4 ^ Ten hoogste 110Zo van de cannabisgebruikers kweekt zelf cannabis en is geheel zelfvoorzienend, hetgeen betekent dat ten minste 890Zo van de gebruikers (18+) cannabis in een coffeeshop koopt. Het is verder bekend dat gebruikers hun cannabis voornamelijk en bij voorkeur in een coffeeshop kopen. Toch is er ook een deel van de gebruikers dat in de eigen behoefte voorziet door zelf cannabis te kweken. Het hoogste percentage zelfkwekers dat in onderzoek is gevonden bedraagt 110Zo. Het betrof een studie onder bijna 1.000 bezoekers van coffeeshops in 14 gemeenten.16 Gebruikers die op deze wijze in hun eigen behoefte voorzien, zullen we niet of nauwelijks aantreffen in een coffeeshop. We corrigeren hiervoor in de berekening.
16 Van Ooyen-Houben, M., Bieleman, B. ŭ Korf, D.J. (2014). Coffeeshops, toeristen en lokale markt. Evaluatie van het Besloten Club- en het Ingezetenencriterium voor coffeeshops. WODC, Den Haag.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
17
« 9 9 Conclusie 2 ^
Het verzorgingsgebied van de gemeente Noordoostpolder telt in totaal 3.061 actuele gebruikers (18+) die hun cannabis in de coffeeshop kopen.
Voor het verzorgingsgebied van de gemeente Noordoostpolder komen we (afgerond) op (3.440 * 0,89 = 3.061) actuele cannabisgebruikers van cannabis die mogelijk gebruik zullen maken van een coffeeshop in de Noordoostpolder om hun cannabis te kopen (Tabel 2.4). Tabel 2.4 Schatting aantal actuele cannabisgebruikers (18+) dat cannabis zou kopen in een coffeeshop in de Noordoostpolder na correctie voor zelfkwekers Aantal actuele gebruikers (18+)
Percentage cannabisgebruikers dat koopt in/via een coffeeshop
Aantal actuele gebruikers (18+) dat koopt in de coffeeshop
Noordoostpolder
1.017
89Zo
905
Secundair verzorgingsgebied
2.423
89Zo
2.156
Totaal
3.440
890Zo
3.061
3.2.2 Koopfrequentie Vervolgens berekenen we het aantal koopmomenten van een eventuele coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder op basis van het aantal actuele gebruikers en de verwachte koopfrequentie. Logischerwijs is geen informatie beschikbaar over het precieze koopgedrag van cannabisconsumenten in de gemeente. Om het aantal koopmomenten beredeneerd in te schatten, veronderstellen we enkele zaken op basis van resultaten van enquêteonderzoek dat in de loop der jaren in andere gemeenten (met een vergelijkbaar inwonertal en aantal coffeeshops) is uitgevoerd.
Veronderstelling 5 ^
De koopfrequentie van cannabisgebruikers uit het verzorgingsgebied van de gemeente Noordoostpolder is vergelijkbaar met die in vergelijkbare niet-grens gemeenten met 1 of 2 coffeeshops en bedraagt gemiddeld 10 keer per maand.
In onderzoek onder coffeeshopbezoekers wordt meestal gevraagd met welke frequentie zij maandelijks een coffeeshop bezoeken om daar cannabis te kopen.17'18'19 Uit eerder onderzoek is bekend dat het aantal koopmomenten afhankelijk is van de geografische ligging van de gemeente (vooral of het een grens of niet-grens gemeente betreft) en het aantal coffeeshops in de gemeente. We gaan er derhalve vanuit dat het aantal koopmomenten in de gemeente Noordoostpolder vergelijkbaar is met die van coffeeshopbezoekers in andere niet-grens gemeenten met 1 coffeeshop. We doen voor dit model de veronderstelling dat alle klanten één aankoop per dag doen en stellen het aantal koopmomenten in de mogelijk te vestigen coffeeshop gelijk aan 10.
17 Snippe, J., Nijkamp, R. ŭ Bieleman, B. (2014). Onderzoek drugsbeleid Venlo: 2012-2013. St. Intraval, Groningen-Rotterdam. 18 Van Ooyen-Houben, M., Bieleman, B. ŭ Korf, D.J. (2014). Coffeeshops, toeristen en lokale markt. Evaluatie van het Besloten Club- en het Ingezetenencriterium voor coffeeshops. WODC, Den Haag. 19 Mennes, R. et al. (2017). Onderzoek Ingezetenencriterium coffeeshops Sittard-Geleen en Roermond 2016. St. Intraval, Groningen-Rotterdam.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
18
« 9 9
Veronderstelling 6 ^ De 3.061 cannabisgebruikers kopen maandelijks gemiddeld 10 keer cannabis in een coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder, waarmee het aantal koopmomenten (de koopfrequentie) 30.610 bedraagt. Tabel 2.5 laat zien dat het totaal aantal koopmomenten uitkomt op 30.610 uitgaande van 10 koopmomenten per klant per maand. Tabel 2.5
Koopfrequentie cannabis in/via een coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder Aantal actuele gebruikers (18+) dat koopt in/via de coffeeshop
Gemiddelde koopfrequentie per maand
Koopfrequentie per maand
Noordoostpolder
905
10
9.050
Secundaire verzorgingsgebied Totaal
2.156
10
21.560
3.061
10
30.610
3.3 Stap 2: berekenen norm voor productiviteit In de vorige stap is de vraagzijde van de markt in kaart gebracht. Wat dit betekent voor het aanbod dat nodig is om in de vraag te kunnen voorzien kan worden bepaald aan de hand van de zogenoemde ’norm voor productiviteit'. Het betreft een verhoudingsgetal waarmee het geschatte aantal koopmomenten in een coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder kan worden afgezet tegen een landelijk gemiddelde. Op basis hiervan kan worden bepaald hoe groot het lokale aanbod zou moeten zijn om in het aantal koopmomenten te kunnen voorzien.
Aanname 1 ^ Van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder heeft 5,10Zo in de afgelopen maand cannabis gebruikt. De omzet van een Nederlandse coffeeshop is afhankelijk van het aantal (percentage) gebruikers. Het gebruik van cannabis op landelijk niveau kan worden vastgesteld aan de hand van enquêteonderzoek. In gezondheidsenquêtes wordt respondenten onder meer gevraagd of zij in hun leven (ooit-gebruik), het afgelopen jaar (recent gebruik) en de afgelopen vier weken (actueel gebruik) cannabis hebben gebruikt. In Nederland heeft bijna een kwart (24,60Zo) van de bevolking van 18 jaar en ouder in 2021 ooit in het leven wel eens cannabis gebruikt.20 Het percentage gebruikers in het afgelopen jaar en in de afgelopen maand ligt aanmerkelijk lager: respectievelijk 80Zo en 5,10Zo (Tabel 2.6).
20 Trimbos-instituut en WODC (2023). Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2022. Trimbos-instituut, Utrecht.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
19
« 9 9 Tabel 2.6 Cannabisgebruik in Nederland naar leeftijdsgroep en voor totale bevolking 18+, in 7o
18-19
20-24
25-29
30-39
40-49
50-64
65+
Totaal 18+
Actueel (0Zo)
14
14,6
13,1
7,3
3,8
2,4
0,5
5,1
Recent (Z)
23,5
26,1
21,1
11,3
5,4
3,3
0,6
8
Ooit (0Zo)
32,6
46,1
51,9
41,5
28,2
14,8
4,9
24,6
Bron: Nationale Drug Monitor (2023) | Peiljaar: 2021
Veronderstelling 7 ^
Het gemiddeld aantal koopmomenten per maand in coffeeshops van in Nederland woonachtige cannabisgebruikers bedraagt 11.668 in 2023.
Vervolgens is het gemiddeld aantal koopmomenten van cannabis in Nederlandse coffeeshops per maand bepaald en toegepast in het model (Tabel 2.7).21 Het aantal inwoners van Nederland van 18 jaar en ouder (14,5 miljoen) hebben we vermenigvuldigd met het percentage van actuele cannabisgebruikers (5,10Zo), het percentage gebruikers dat de cannabis in coffeeshops koopt (890Zo) en de gemiddelde koopfrequentie per maand (10). Het totale aantal maandelijkse koopmomenten (6,59 miljoen) delen we door het totale aantal coffeeshops in Nederland (565).22 De normatieve productiviteit voor een coffeeshop komt hiermee op ruim 11.668 koopmomenten per maand. Tabel 2.7
Normatieve productiviteit: gemiddeld aantal cannabis kopende bezoekers van coffeeshops in Nederland per maand in 2023 (exclusief buitenlands toerisme)
Inwoners Nederland 18+ a
14.524.506
Actueel gebruik cannabis 18+ b
5,1/
Aandeel coffeeshops bij verwerving cannabis c
89/
Koopfrequentie cannabis in coffeeshops per maand c
10
Aantal koopmomenten in coffeeshops per maand
6.592.673
Aantal coffeeshops in Nederland d
565
Gemiddeld aantal koopmomenten cannabis per coffeeshop
11.668
Bron: a CBS-statline (2023); b Nationale Drug Monitor (2023); c Van Ooyen-Houben e.a. (2014); d Mennes e.a. (2023).
Veronderstelling 8 ^ De normatieve productiviteit van coffeeshops in Nederland wordt sterk beïnvloed door de unieke situatie in Amsterdam waar een derde van alle coffeeshops is gevestigd. Er is in Tabel 2.7 echter geen rekening gehouden met de unieke situatie qua coffeeshops in Amsterdam, terwijl de normatieve productiviteit hierdoor sterk wordt beïnvloed. In Amsterdam is een derde deel van de coffeeshops in Nederland gevestigd. Het percentage cannabisgebruikers in deze gemeente is niet dermate hoog dat het dit grote aantal 21 L. Heestermans, Kroesen, W. & Verkennis, A. (2017). De markt voor coffeeshops in de gemeente Rotterdam 2016-2021. Ecorys, Rotterdam. 22 Mennes, R. et al. (2023). Coffeeshops in Nederland 2022. Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2022. Breuer&Intraval, Groningen.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
20
« 9 9 coffeeshops kan verklaren. Het is bekend dat er coffeeshops in Amsterdam zijn die zich vooral of vrijwel uitsluitend richten op de miljoenen buitenlandse toeristen die Amsterdam jaarlijks bezoeken. Het rekenmodel houdt echter geen rekening met buitenlandse bezoekers, hetgeen de bezoekersaantallen en stuwt daarmee de normatieve productiviteit fors omhoog. Dit werkt verstorend wanneer we een landelijk gemiddelde willen berekenen. Veronderstelling 9 ^ Het gemiddeld aantal koopmomenten per maand in coffeeshops van in Nederland woonachtige cannabisgebruikers bedraagt 15.685 in 2023 als de unieke situatie in Amsterdam buiten beschouwing wordt gelaten. Om die reden hebben we bij het berekenen van de normatieve productiviteit een correctie toegepast waarbij we de Amsterdamse coffeeshops en de inwoners van Amsterdam van 18 jaar en ouder buiten beschouwing laten. Met dit model stijgt het gemiddeld aantal maandelijkse koopmomenten naar 15.685 per coffeeshop (Tabel 2.8). Tabel 2.8
Normatieve productiviteit: gemiddeld aantal cannabis kopende bezoekers van coffeeshops in Nederland (exclusief Amsterdam) per maand in 2023 (exclusief buitenlands toerisme)
Inwoners Nederland 18+ a
13.753.471
Actueel gebruik cannabis 18+ b
5,170
Aandeel coffeeshops bij verwerving cannabis c
897o
Koopfrequentie cannabis in coffeeshops per maand c
10
Aantal koopmomenten in coffeeshops per maand
6.242.700
Aantal coffeeshops in Nederland d
398
Gemiddeld aantal koopmomenten cannabis per coffeeshop
15.685
Bron: a CBS-statline (2023); b Nationale Drug Monitor (2023); c Van Ooyen-Houben e.a. (2014); d Mennes e.a. (2023).
3.4 Stap 3: schatting van de marktruimte Nu de normatieve productiviteit voor de landelijke coffeeshopbranche is berekend, kan de marktruimte voor coffeeshops worden geschat. De marktruimte omvat in dit geval de hoeveelheid coffeeshops die in de gemeente Noordoostpolder bestaansrecht zouden hebben als volledig aan de vraag van de cannabisgebruikers in het verzorgingsgebied zou worden voldaan en als alle cannabisconsumenten de overstap zouden maken van het illegale naar het gedoogde aanbod.
Conclusie 3 ^ Het rekenmodel voorspelt dat er in de gemeente Noordoostpolder marktruimte zou zijn voor twee coffeeshops als alle consumenten uit het verzorgingsgebied hun cannabis bij de nieuwe coffeeshop zouden kopen. Momenteel wordt in de gemeente Noordoostpolder een nulbeleid gehanteerd, waarbij er binnen de gemeentegrenzen geen coffeeshops worden toegestaan.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
21
« 9 9 Het rekenmodel heeft het aantal coffeeshops berekend door het aantal koopmomenten voor een coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder (30.610) af te zetten tegen de landelijke norm voor productiviteit van 15.685 koopmomenten (waarbij we de unieke situatie in Amsterdam niet hebben meegenomen). De schatting komt uit op bestaansrecht voor twee coffeeshops als wordt uitgaan van de regionale vraag naar cannabisproducten (Tabel 2.9). Tabel 2.9
Marktruimte aantal coffeeshops in de gemeente Noordoostpolder op basis van landelijke normatieve productiviteit (exclusief Amsterdam) Aantal koopmomenten per maand
Normatieve productiviteit
Aantal coffeeshops bestaansrecht
Noordoostpolder
9.050
15.685
0,6
Secundair verzorgingsgebied Totaal
21.560
15.685
1,4
30.610
15.685
2
Veronderstelling 10 ^ Er is in het model geen rekening gehouden met het weglekken van vraag naar andere Nederlandse gemeenten met coffeeshops (schatting valt waarschijnlijk lager uit) of het door de coffeeshop aantrekken van gebruikers buiten het verzorgingsgebied (schatting valt waarschijnlijk hoger uit). Hiervoor dient te worden gecorrigeerd. Het reikt te ver om op basis van bovenstaande te concluderen dat er ruimte is voor precies twee coffeeshops. Niet alle mogelijke factoren zijn in het rekenmodel meegenomen. Het rekenmodel gaat ervan uit dat alle cannabisconsumenten in het verzorgingsgebied van de gemeente Noordoostpolder gebruik zullen maken van de mogelijk te vestigen coffeeshop en dat zij zich dus niet tot een coffeeshop in een andere gemeente of de illegale markt zullen wenden. Tegelijkertijd geldt de assumptie dat de nieuwe coffeeshop geen cannabisconsumenten zal aantrekken van buiten het verzorgingsgebied van de gemeente Noordoostpolder. Dit is geen realistisch scenario. In de praktijk zal er sprake zijn van een overlap tussen de vraag en het aanbod in alternatieve gemeenten en de illegale markt. Er is geen informatie beschikbaar waarmee we kunnen kwantificeren hoe groot deze overlap exact zal zijn. Wel kunnen beredeneerd veronderstellingen worden gedaan over de omvang van deze fenomenen.
Veronderstelling 11 ^ Het aantal koopmomenten dat weglekt naar andere coffeeshopgemeenten en de illegale markt is naar verwachting groter dan het aantal koopmomenten dat wordt aangetrokken uit andere gemeenten met coffeeshops. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat actuele gebruikers uit de gemeente De Fryske Marren gebruik zullen gaan maken van andere alternatieven, zoals de coffeeshops in de gemeenten Leeuwarden en Steenwijk. Hetzelfde geldt voor de gebruikers uit de gemeente Dronten die gebruik kunnen maken van de coffeeshops in Lelystad en Kampen. Uit eerder onderzoek is bekend dat cannabisconsumenten de keuze voor waar zij hun cannabis kopen onder andere laten afhangen van de afstand die zij moeten afleggen. Gezien de grote
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
22
« 9 9 omvang van de gemeenten de Fryske Marren en Dronten zal de coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder niet voor alle inwoners van de twee aangrenzende gemeenten het meeste nabije verkooppunt zijn. Het is daarnaast niet de verwachting dat alle cannabisconsumenten die momenteel op de illegale markt kopen gelijk de overstap zullen maken naar het gedoogde aanbod als er een coffeeshop komt. Gebruikers die cannabis kopen op de illegale markt hebben in sommige gevallen een jarenlange vertrouwensband opgebouwd met hun illegale verkoper.23 Bovendien kan cannabis op de illegale markt voor een lagere prijs worden aangeboden dan in coffeeshops, hetgeen overstappen onaantrekkelijk kan maken. Uiteraard is het ook mogelijk dat er toch cannabisconsumenten uit de aangrenzende coffeeshopgemeenten Kampen en Steenwijk een bezoek brengen aan de coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder. We verwachten niet dat deze extra koopmomenten voldoende zullen zijn om volledig te compenseren voor de 'weggelekte' vraag naar alternatieve coffeeshopgemeenten en de illegale markt. Eerder onderzoek laat zien dat cannabisconsumenten uit gemeenten met coffeeshops vooral in hun eigen gemeente kopen en 'honkvast' zijn.24,25 Zij zullen naar verwachting niet snel de overstap naar een andere coffeeshop maken.
Eindconclusie ^ Er is in de gemeente Noordoostpolder marktruimte voor minimaal één en maximaal twee coffeeshops. Al met al, concluderen we dat één coffeeshop in de gemeente Noordoostpolder bestaansrecht zou kunnen hebben. Er is voldoende lokale vraag naar cannabisproducten om een gedoogd aanbod te realiseren. Vanwege de veronderstelling dat de weggelekte vraag groter zal zijn dan de extra koopmomenten die van buiten het verzorgingsgebied worden aangetrokken, moet de schatting op basis van het rekenmodel (twee coffeeshops) als een absoluut maximum worden gezien en naar beneden worden bijgesteld voor een realistischere inschatting. Mocht de gemeente ervoor kiezen om de vestiging van een coffeeshop toe te staan, dan is het advies om met één coffeeshop te beginnen en op basis van opgedane ervaringen de vestiging van een tweede coffeeshop in de toekomst te overwegen.
23 Mennes, R. (2023). Mogelijke gevolgen voor preventie en volksgezondheid bij uitbreiding van het maximumstelsel voor coffeeshops in de gemeente Helmond. Breuer&Intraval, Groningen. 24 Mennes, R. et al. (2023). Onderzoek Experiment Gesloten Coffeeshopketen: Rapportage voormeting 2021. Breuer&Intraval, RAND Europe en Trimbos-instituut, Groningen, Brussel en Utrecht. 25 Mennes, R., van der Lee, E. & Schoonbeek, I. (2023). Pilot opschorting Ingezetenencriterium coffeeshops Vlissingen. Resultaten eindmeting (zomer 2022). Breuer&Intraval, Groningen.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
23
« 9 9 4
MOGELIJKE GEVOLGEN VAN EEN COFFEESHOP
De voorgaande hoofdstukken schetsen een overwegend positief beeld wat betreft de mogelijkheden die de vestiging van een coffeeshop biedt om de gemeentelijk doelen te behalen. Echter, een bredere beoordeling is nodig om te bepalen of een coffeeshop past binnen de lokale context. Het zich laten vestigen van een coffeeshop is geen einddoel, maar moet worden beschouwd als een middel om specifieke doelen te bereiken op het gebied van openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. In dit hoofdstuk richten we ons op het verkennen van de bestaande kennis over de mogelijke effecten van het vestigen van coffeeshops. Door de algemene kennis en ervaringen inzichtelijk te maken op terreinen die relevant zijn voor de gemeente Noordoostpolder, kunnen we nagaan of dit een passend middel kan zijn om de doelen te bereiken. Achtereenvolgens behandelen we in dit hoofdstuk de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid, de ervaren leefbaarheid, de mate van (ondermijnende) criminaliteit en de economie. Ook gaan we in op hetgeen bekend is over de voor- en nadelen van het stichtingsmodel voor coffeeshops. We putten daarbij uit verzamelde literatuur en onze eigen onderzoeken. Om de leesbaarheid van het rapport te waarborgen, is ervoor gekozen om in plaats van referenties in de tekst, een lijst met de geraadpleegde onderzoeken toe te voegen in bijlage 1.
4.1 Volksgezondheid Het bepalen van de directe impact van de vestiging van een coffeeshop op de volksgezondheid van de inwoners van een gemeente is een complexe aangelegenheid. Niet alleen zijn de langetermijneffecten moeilijk te onderzoeken, maar het is ook bijna onmogelijk om een causaal verband vast te stellen tussen de aanwezigheid van de shop en de effecten, gezien de vele factoren die hierbij een rol spelen. Desalniettemin biedt de literatuur inzicht in hoe de Nederlandse situatie met betrekking tot cannabisgebruik zich verhoudt tot andere Europese landen met verschillende beleidsontwerpen. Daarnaast kan eerder onderzoek aangeven in hoeverre coffeeshops nieuwe gebruikers aantrekken en het koopgedrag van consumenten beïnvloeden.
4.1.1 Cannabisgebruik Er wordt dikwijls geopperd dat de aanwezigheid van een coffeeshop kan leiden tot een toename van cannabisgebruik in de gemeente. Mocht dit gebeuren dan kan dit uiteraard gevolgen hebben voor de volksgezondheid, aangezien overmatig cannabisgebruik kan leiden tot gezondheidsrisico's, zoals mentale gezondheidsproblemen en verslaving. Ook kan een toename van cannabisgebruik leiden tot een grotere vraag naar gezondheidszorg en hulpverlening, vooral op het gebied van verslavingszorg en geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast is er, zo ook in de gemeente Noordoostpolder, bezorgdheid over het potentieel negatieve effect van coffeeshops op jongeren, aangezien zij mogelijk meer blootgesteld worden aan cannabis.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
24
« 9 9 Intemationale vergelijkende onderzoeken lijken echter te suggereren dat het Nederlandse gedoogbeleid, inclusief de aanwezigheid van coffeeshops, juist geassocieerd kan worden met matiger cannabisgebruik in vergelijking met strengere benaderingen. Er zijn aanwijzingen dat de Nederlandse benadering mogelijk bijdraagt aan een geleidelijke afname van cannabisgebruik onder jongeren. Het beleid lijkt ook gunstig te zijn voor bepaalde demografische groepen, zoals meisjes, met lagere cannabisgebruikscijfers in vergelijking met sommige andere Europese landen. Wel is bekend dat de leeftijd waarop Nederlandse jongeren voor het eerst cannabis gebruiken beduidend lager ligt dan in andere landen, maar het gebruik zet zich dus niet door. Ten slotte lijkt er een verband te zijn tussen de beschikbaarheid van coffeeshops en een voorkeur voor minder krachtige cannabisvarianten en een gematigder individueel gebruikspatroon. Er is ook op nationaal niveau weinig tot geen bewijs voor de bewering dat de aanwezigheid van coffeeshops aanzetten tot meer gebruik van cannabis. Dat heeft er mogelijk mee te maken dat coffeeshops niet mogen adverteren en dat coffeeshops zich hier goed aan lijken te houden, omdat zij hun gedoogde status niet willen verliezen.
Deze bevindingen zijn in overeenstemming met onderzoeken die we hebben verricht naar verplaatsingen van Amsterdamse coffeeshops, waar er geen nieuwe cannabisgebruikers werden aangetroffen in coffeeshops op nieuwe locaties. Bezoekers hadden allemaal al eens eerder cannabis gebruikt. Ook in de gemeenten die zijn geraadpleegd voor dit onderzoek zijn geen situaties bekend waarin er na vestiging van een of meer coffeeshops sprake was van een toename in cannabisgebruik.
4.1.2 Kwaliteit van cannabisproducten De vestiging van een coffeeshop binnen de gemeentegrenzen biedt cannabisconsumenten de optie om hun cannabis in een legale winkel aan te schaffen in plaats van op de illegale markt. Doorgaans wordt betoogd dat dit de kwaliteit en veiligheid van de producten zou verbeteren ten opzichte van de onzekerheid en risico's die vaak gepaard gaan met de samenstelling van cannabis op de illegale markt. Echter, in de huidige gedoogsituatie gaat deze redenering niet op, omdat alle cannabis illegaal wordt geproduceerd, zelfs die in de coffeeshops wordt verkocht. In de huidige gedoogsituatie biedt een coffeeshop op dat gebied dus geen duidelijke meerwaarde. Een dergelijke redenering zou echter wel van toepassing zijn bij een landelijke regulering van de productie, distributie en verkoop van cannabis. Binnen het Experiment gesloten coffeeshopketen moeten de verkochte cannabisproducten namelijk aan strenge kwaliteitsnormen voldoen om de consumentengezondheid te waarborgen. Dit betekent dat de cannabis vrij moet zijn van schadelijke stoffen zoals pesticiden en zware metalen. Daarnaast is het verplicht dat de cannabisproducten duidelijk en nauwkeurig worden gelabeld, inclusief informatie over de samenstelling, potentie, herkomst en mogelijke effecten.
Alvorens op de markt te worden gebracht, moeten alle cannabisproducten worden getest door geaccrediteerde laboratoria om te controleren of ze aan de gestelde eisen voldoen. In dit geval biedt een coffeeshop dus wel een duidelijke meerwaarde op het gebied van de volksgezondheid, maar het kan nog enige jaren duren voordat het komt tot landelijke regulering van de productie en distributie van cannabis.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
25
« 9 9 4.1.3 Preventieve meerwaarde Eerdere studies benadrukken de potentie van coffeeshops als preventieve platforms. Deze shops fungeren als ontmoetingsplek voor cannabisgebruikers die anders mogelijk buiten het zicht van hulpverlening zouden blijven, inclusief degenen die wellicht hulp nodig hebben. Coffeeshops bieden de mogelijkheid om informatie te verstrekken over cannabis, waardoor bewustwording van bijbehorende gezondheidsrisico's wordt vergroot. Helaas worden deze mogelijkheden nog niet altijd en overal volledig benut; niet alle coffeeshops leggen evenveel nadruk op preventie en voorlichting. Vaak blijft dit beperkt tot een simpele folder bij de ingang, zoals gedocumenteerd in onderzoek. Desondanks kunnen coffeeshops zeker dienen als platforms voor preventie. Nietcommerciële coffeeshops, zoals die in Stadskanaal en Zwijndrecht, beschouwen het als hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om consumenten goed te begeleiden en te informeren. Deze shops controleren vaak de samenstelling van cannabisproducten, bijscholen hun personeel regelmatig om problematisch gebruik te herkennen, en gaan actief in gesprek met klanten over hun gebruiksgedrag. Bovendien werken deze coffeeshops vaak nauw samen met de gemeente en lokale gezondheidsinstanties. Een ander voorbeeld is de implementatie van een keurmerk voor coffeeshops in de gemeente Haarlem sinds 2015.
Dit keurmerk is gericht op het bieden van kwalitatieve dienstverlening aan cannabisconsumenten, waarbij veiligheid en openbare orde centrale aspecten zijn. Het keurmerk is ontwikkeld door een samenwerking tussen de gemeente Haarlem en verschillende stichtingen en instanties die betrokken zijn bij het drugsbeleid. Het keurmerk wordt alleen toegekend aan coffeeshops na raadpleging van een toetsingsen keuringscommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van dezelfde partijen.
4.2 Leefbaarheid Het begrip 'leefbaarheid' verwijst naar de kwaliteit van het leven in een omgeving en omvat verschillende aspecten die van invloed zijn op het welzijn en de tevredenheid van de bewoners. Als er als gevolg van de vestiging van de coffeeshop overlast ontstaat, kan de leefbaarheid in de gemeente in het geding komen. Het is echter van belang te benadrukken dat de effecten voor de leefbaarheid ook positief kunnen zijn en dat ze sterk kunnen variëren tussen verschillende gemeenten en wijken.
4.2.1 Stabiele situatie rondom coffeeshops Over het algemeen blijft de situatie rondom coffeeshops stabiel en beheersbaar in de meer dan 100 Nederlandse gemeenten die dergelijke voorzieningen hebben. Het aantal gemeenten waar klachten over overlast in de directe omgeving van coffeeshops worden gemeld, is beperkt. Verschillende onderzoeken laten al geruime tijd een vergelijkbaar beeld zien. Hoewel de aard van de incidenten door omwonenden als hinderlijk kan worden ervaren, zijn ze over het algemeen niet ernstig van aard. Typische voorbeelden zijn verkeersproblemen, vervuiling en rondhangen. De stabiele situatie is grotendeels te danken aan de gezamenlijke inspanningen van gemeenten en coffeeshops. Door goede afspraken te maken en deze na te leven, wordt de overlast verminderd. Concrete voorbeelden hiervan is de inzet van zogenoemde 'sfeerbeheerders' bij de coffeeshops in Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
26
« 9 9 Roermond of 'gastheren en -vrouwen' bij diverse nieuwe gevestigde coffeeshops in de periferie van Amsterdam. Ook in de gemeenten die zijn benaderd voor dit onderzoek wordt de situatie rondom nieuwe coffeeshops beschreven als stabiel. Vrijwel alle gemeenten die we hebben gesproken, geven aan dat de keuze voor de locatie van de coffeeshop van groot belang is geweest. Ambtenaren benadrukken dat de infrastructuur moet zijn afgestemd op de aanwezigheid van een coffeeshop. Een voorbeeld hiervan is te zien in de gemeente Kampen, waar een nieuwe coffeeshop is gevestigd aan het einde van een drukke winkelstraat. Omdat de coffeeshop zich aan het eind van de straat bevindt, zijn er nooit problemen gemeld, aangezien coffeeshopbezoekers niet door de straat hoeven te lopen of rijden. Zo hinderen zij de andere winkelbezoekers niet. Gemeenten hebben geen voorbeelden gerapporteerd waarbij de locatie van een coffeeshop achteraf ongeschikt bleek en toch tot overlast heeft geleid.
4.2.2 Verkeers- en parkeerproblemen Dat wil niet zeggen dat er geen overlast kan ontstaan na de vestiging van een coffeeshop. Als er problemen ontstaan dan zijn die doorgaans gerelateerd aan verkeersdrukte en parkeergelegenheid in de nabije omgeving. Vooral wanneer de coffeeshop populair is en de bestaande infrastructuur niet in staat is om de toestroom van bezoekers en het toenemende aantal auto's te accommoderen, kunnen opstoppingen en een gebrek aan parkeerruimte voor lokale bewoners ontstaan. De extra drukte en verkeersstroom in de omgeving kunnen ook leiden tot onveilige verkeerssituaties, vooral wanneer de verkeersafwikkeling van en naar de coffeeshop niet adequaat is geregeld, of als de coffeeshop zich bevindt op een bedrijventerrein met zwaar vrachtverkeer of in de nabijheid van drukke kruispunten. Bij recent gevestigde coffeeshops komt deze problematiek maar weinig voor. De gemeenten die we hebben gesproken geven aan dat met goede locatiekeuze een hoop van deze problemen voorkomen kunnen worden. Het besproken voorbeeld uit Kampen illustreert dit, maar ook bij een verplaatsing van een vijftal coffeeshops in Amsterdam (van het centrum naar de periferie) hebben deze verkeersproblemen zich niet voorgedaan, omdat er zeer uitvoerig naar goede locaties is gezocht.
De problemen ontstaan vooral rond coffeeshops die al lange tijd op een plek gevestigd zijn die in de loop der tijd drukker is geworden. Hierbij kan gedacht worden aan de twee coffeeshops in de gemeente Venray, welke in het centrum zijn gevestigd. In de loop der tijd hebben meer panden in de directe omgeving van de coffeeshops een woonfunctie gekregen, waardoor er meer bewoners zijn die overlast kunnen ervaren van de (bezoekers van de) shops. Een ander voorbeeld is een coffeeshop uit de gemeente Vlissingen die te maken kregen het verdwijnen van parkeergelegenheid in de omgeving, met een toename van de verkeersoverlast van bezoekers van de coffeeshop als gevolg.
4.2.3 Minder voorkomende overlastvormen Andere vormen van hinder zijn minder frequent in de nabijheid van coffeeshops. Enkele studies wijzen op geluidsoverlast, met name in de avonduren wanneer de activiteit rondom de coffeeshop toeneemt. Dit omvat levendige straatgesprekken, luide muziek en het lawaai van voertuigmotoren. Bovendien wordt geconstateerd dat sommige coffeeshops sociale Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
27
« 9 9 overlast veroorzaken doordat mensen in de buurt rondhangen. Dit kan leiden tot ongemak en gevoelens van onveiligheid bij buurtbewoners, maar onderzoek suggereert niet dat de volledige sociale dynamiek van de omgeving wordt aangetast. Ten slotte kan de aanwezigheid van een coffeeshop in beperkte mate gepaard gaan met vervuiling en verloedering, zoals zwerfafval op straat. Deze vorm van hinder doet zich alleen voor als de betreffende coffeeshops de openbare ruimte niet adequaat beheren. De gemeenten die zijn geraadpleegd voor dit onderzoek hebben geen van allen te maken gehad met vergelijkbare problemen bij de oprichting van de nieuwe coffeeshop in hun gebied.
4.3 (Ondermijnende) criminaliteit Wat betreft het effect van de vestiging van een coffeeshop kunnen drie vormen van criminaliteit worden onderscheiden. In de eerste plaats de mate van illegale straathandel in drugs. We behandelen deze vorm van criminaliteit expliciet, omdat de aanwezigheid van coffeeshops sterk van invloed kan zijn op de frequentie en zichtbaarheid van dit fenomeen. Ten tweede onderscheiden we andere, meer 'reguliere' vormen van criminaliteit, zoals diefstal, geweldpleging en vernieling. Het lijkt erop dat de relatie tussen coffeeshops en de frequentie van deze vormen van criminaliteit beperkt is, maar de gevolgen lijken sterk af te hangen van de lokale context. Ten slotte onderscheiden we ondermijnende criminaliteit, waarbij criminele activiteiten de boven- en onderwereld vermengen en de integriteit van de samenleving wordt aangetast. Wat betreft de invloed van een coffeeshop op deze vorm van criminaliteit is nog veel onduidelijk en blijft in vele contexten onderwerp van debat en onderzoek.
4.3.1 Illegale (straat)handel in drugs Het vestigen van een coffeeshop in een gemeente lijkt over het algemeen te leiden tot een afname van de illegale handel in drugs, met name softdrugs. Deze illegale activiteit zou ook minder zichtbaar worden in de directe omgeving van de coffeeshop. Twee belangrijke factoren lijken dit effect te verklaren. In de eerste plaats neemt de vraag naar cannabis van de illegale markt in het gebied af, omdat consumenten nu de mogelijkheid hebben om cannabis in een gereguleerde omgeving aan te schaffen in plaats van alleen op de illegale markt. Onderzoek suggereert dat de meerderheid van de cannabisgebruikers de voorkeur lijkt te geven aan het kopen van cannabis in een coffeeshop vanwege de veronderstelde betere kwaliteit. Het is niet vast te stellen of er in de andere gemeenten die we voor dit onderzoek hebben gesproken cannabisgebruikers zijn overgestapt van het illegale naar het gedoogde aanbod. Er waren bij al deze gemeenten reeds coffeeshops binnen de gemeentegrenzen gevestigd. Wel is bekend dat er geen illegale staathandel is ontstaan rondom de nieuwe coffeeshops. Ten tweede is het voor coffeeshops van groot belang, mede door het O-criterium dat voorschrijft dat ze geen overlast voor de omgeving mogen veroorzaken, om de openbare ruimte rondom hun locatie goed te beheren.
We zien doorgaans dat ongewenste straathandelaren worden weggestuurd door medewerkers van coffeeshops of dat bij aanhoudende straathandel vrij snel de handhavende instanties worden ingeschakeld. De toegenomen kans op aanhouding van dealers lijkt te resulteren in een afname van zichtbare straathandel in de omgeving van coffeeshops. Ook in de gemeenten die we voor
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
28
« 9 9 dit onderzoek hebben gesproken zetten de exploitanten zich volgens de ambtenaren in om overlast in de openbare ruimte te voorkomen. Bij deze mogelijke positieve effecten zijn enkele kanttekeningen te plaatsen. Allereerst is het niet uitgesloten dat de straathandel zich zou kunnen verplaatsen naar andere delen van de stad of de regio. Dit wordt ook door enkele ambtenaren van andere gemeenten opgemerkt. Hoewel het niet zeker is of dit daadwerkelijk zal gebeuren, wordt geadviseerd dat de vestiging van een coffeeshop gepaard moet gaan met een integrale, regionale en flexibele aanpak van drugshandel om het mogelijke 'waterbed-effect' tegen te gaan. Ten tweede is het belangrijk om op te merken dat de invloed van coffeeshops zich lijkt te beperken tot de illegale handel in softdrugs. Omdat de groepen softdrugs- en harddrugsgebruikers over het algemeen weinig overlappen, heeft de vestiging van een coffeeshop weinig invloed op de omvang van de harddrugsmarkt. Voor het oplossen van problematiek op deze markt lijkt het vestigen van coffeeshops niet de meest passende oplossing.
4.3.2 Meer reguliere vormen van criminaliteit Over het algemeen lijken de gevolgen van coffeeshops voor 'meer reguliere vormen' van criminaliteit, zoals diefstallen, overvallen, vervuiling en verloedering, beperkt te zijn. Sommige studies suggereren zelfs dat de vestiging van een coffeeshop kan leiden tot een afname van dergelijke vormen van criminaliteit in bepaalde gebieden, vanwege de sociale controle die uitgaat van een coffeeshop. Het idee hierachter is dat de aanwezigheid van goed beheerde coffeeshops als legale verkooppunten voor softdrugs kan bijdragen aan een gecontroleerde en gereguleerde omgeving, wat de aantrekkelijkheid voor criminele activiteiten zou verminderen. Bovendien zou een focus op preventie en veiligheid in en rondom coffeeshops een positieve invloed kunnen hebben op de algehele openbare veiligheid. Hoewel de aanwezigheid van coffeeshops niet wordt gekoppeld aan een toename van conventionele vormen van criminaliteit, valt op dat populaire coffeeshops wel kunnen leiden tot een grotere concentratie van mensen op specifieke locaties. Aangezien een hoge concentratie van mensen in verband wordt gebracht met een verhoogd niveau van kleine criminaliteit, kan de coffeeshop indirect hieraan bijdragen.
Niettemin lijkt dit scenario onwaarschijnlijk, aangezien zelfs in gemeenten zoals Amsterdam en grensgemeenten zoals Roermond, Sittard-Geleen en Venlo, waar grote aantallen bezoekers, waaronder die van coffeeshops, samenkomen, er geen hogere meldingen van criminaliteit rondom de coffeeshops zijn. Bovendien zijn er studies die laten zien dat personeel in Amsterdamse horecagelegenheden vaker te maken krijgen met agressie en criminaliteit dan medewerkers van coffeeshops.
4.3.3 Ondermijning Naar de effecten van de vestiging van een coffeeshop op de mate van ondermijnende criminaliteit - criminele activiteiten die de fundamenten van de samenleving aantasten - is tot op heden weinig onderzoek gedaan, mede gezien de complexiteit van het onderzoek daarnaar. Het blijft ten aanzien van dit fenomeen vaak bij speculaties op basis van veronderstellingen. Wel is er consensus over het feit dat het Nederlandse gedoogbeleid
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
29
« 9 9 een cruciale rol speelt voor de mate waarin coffeeshops bijdragen aan vormen van ondermijnende criminaliteit. In de gedoogsituatie spelen coffeeshops een rol bij ondermijnende criminaliteit, maar het is van belang te benadrukken dat dit niet inherent is aan het concept van coffeeshops. In Nederland is de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops weliswaar gedoogd, maar de inkoop bij leveranciers is strafbaar. Dit resulteert in de zogenoemde 'achterdeurproblematiek'; exploitanten worden gedwongen om illegale activiteiten te ondernemen om de gedoogde verkoop te faciliteren. Onder de partijen die de cannabis illegaal produceren, zijn vrijwel zeker ook enkele betrokken bij georganiseerde misdaad. In die zin draagt een coffeeshop in de gedoogsituatie per definitie bij aan ondermijnende criminaliteit, of de exploitant dat nu wil of niet. In de huidige gedoogsituatie is ook niet uit te sluiten dat sommige coffeeshopexploitanten opzettelijk banden hebben met de georganiseerde misdaad om bijvoorbeeld wederrechtelijk verkregen geld wit te wassen. Ook criminele uitbuiting van coffeeshopexploitanten is in de huidige situatie niet uit te sluiten vanwege het gebrek aan transparantie in de coffeeshopbranche.
Echter, de start van het Experiment gesloten coffeeshopketen in twee gemeenten op 15 december 2023 kan worden gezien als een eerste stap richting het oplossen van de achterdeurproblematiek. Mocht het tot een landelijke regulering van de distributie, productie en verkoop van softdrugs komen, dan valt de bijdrage van de coffeeshop aan de ondermijnende criminaliteit in zijn geheel weg. Niet alleen omdat het distributieproces van teler naar coffeeshop volledig kan worden gevolgd, maar ook omdat de coffeeshop en de exploitant een transparante bedrijfsvoering kunnen en moeten voeren. Het wordt voor controlerende en handhavende instanties dus vermoedelijk makkelijker om malafide exploitanten en organisaties uit de keten te weren.
4.4 Economie Onderzoek naar de financiële effecten van coffeeshops is beperkt, voornamelijk vanwege de complexiteit rond het feit dat coffeeshops een product verkopen dat niet legaal geproduceerd mag worden. Hoewel er wel informatie beschikbaar is over het bezoekgedrag van klanten, inclusief hun gebruik van andere voorzieningen naast coffeeshops, kennen deze onderzoeken hun beperkingen. Desondanks kunnen op basis van een combinatie van inzichten uit eerdere studies en gezond verstand enkele mogelijke economische effecten worden geïdentificeerd. De potentiële economische effecten in deze paragraaf zijn afgeleid uit de uiteenzettingen, gedachtegangen en verwachtingen van onderzoekers, ambtenaren en experts. Het ontbreken van specifiek onderzoek bemoeilijkt echter de bevestiging of weerlegging van deze mogelijke economische effecten van coffeeshops.
4.4.1 Economische stimulans Naar aanleiding van onze belronde en de inventarisatie van onderzoeken kunnen we geen concrete voorbeelden geven van gemeenten waar het vestigen van coffeeshops een duidelijk positief of negatief economisch effect heeft gehad. We vermoeden dat de economische impact van een coffeeshop op een gemeente beperkt zal zijn. Hoewel het oprichten van een coffeeshop logischerwijs een positieve invloed kan hebben op lokale werkgelegenheid, zal dit effect naar verwachting een klein effect zijn. Het runnen van een Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
30
« 9 9 coffeeshop vereist personeel, waaronder verkopers, beveiligingsmedewerkers en beheerders, maar coffeeshops zijn over het algemeen kleinschalige bedrijven met een beperkt aantal werknemers. Daarnaast zal het vestigen van een coffeeshop niet leiden tot meer werkgelegenheid in de productie van cannabis, aangezien dit een illegale activiteit is. Bovendien genereren coffeeshops inkomsten door de verkoop van cannabisproducten, maar deze bieden lokale overheden geen extra belastinginkomsten, aangezien het product dat wordt verkocht niet legaal geproduceerd mag worden. Sommigen suggereren ook dat de opening van een coffeeshop een impuls kan geven aan andere lokale bedrijven, zoals restaurants, winkels en entertainmentfaciliteiten, die mogelijk profiteren van de toegenomen bedrijvigheid in het gebied rond de coffeeshop. Desondanks moeten de verwachtingen hiervan niet te hooggespannen zijn, omdat uit eerdere studies blijkt dat coffeeshopbezoekers voornamelijk naar het gebied reizen voor de coffeeshop en meestal niet naar andere voorzieningen gaan. Deze redenering geldt waarschijnlijk alleen in Amsterdam, waar toerisme sterk verbonden is met de aanwezigheid van coffeeshops.
4.4.2 (Drugs)toerisme Toerisme als gevolg van de vestiging van coffeeshops komt maar in een beperkt aantal gemeenten voor, maar wanneer het voorkomt - met name in grensgemeenten met coffeeshops - dan leidt dit eerder tot problemen dan tot potentieel economisch gewin. Hoewel dit type toerisme in theorie extra economische activiteit zou kunnen genereren, zoals uitgaven van toeristen in lokale winkels, restaurants en accommodaties, blijft de economische meerwaarde vaak beperkt omdat coffeeshopbezoekers hoofdzakelijk naar gebieden reizen vanwege de aanwezigheid van coffeeshops. De negatieve effecten van 'coffeeshoptoerisme' manifesteren zich wel in de grensgemeenten waar coffeeshoptoerisme voorkomt. Eerder onderzoek laat zien dat coffeeshoptoerisme kan leiden tot een belasting van de infrastructuur rondom coffeeshops, hetgeen mogelijk resulteert in overlast voor de omgeving. Het gaat voornamelijk om grensgemeenten waar zich dit voordat, zoals de gemeente Roermond en Sittard-Geleen (laatstgenoemde voor de handhaving van het Ingezetenencriterium). Daarnaast zijn er verbanden gevonden tussen een toename van coffeeshoptoerisme en een stijging in illegale straathandel. Voorbeelden hiervan zijn de gemeenten Venlo, Maastricht en Enschede.
In het meest nadelige scenario zullen de gemeenten en politie in deze gebieden extra inspanningen moeten leveren om toezicht te houden, de naleving van wetgeving te handhaven en eventuele overlast te beheersen. Het valt op dat het hier vooral gaat om grootstedelijke gemeenten of gemeenten met een grensligging; de gemeente Noordoostpolder is geen van beide.
4.4.3 Negatieve invloeden De vestiging van coffeeshops kan leiden tot toenames in kosten voor lokale overheden. Het reguleren en handhaven van de activiteiten van deze shops brengt specifieke verantwoordelijkheden met zich mee, waaronder het handhaven van leeftijdsbeperkingen, het controleren van naleving van wetgeving en mogelijk het handhaven van de openbare orde. Over het algemeen mag worden verwacht dat een gemeente extra fte's zal moeten toewijzen aan toezicht en handhaving om ervoor te zorgen dat de coffeeshop in
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
31
« 9 9 overeenstemming is met de wet- en regelgeving, om overlast te minimaliseren en om de veiligheid in de omgeving te waarborgen. Andere gemeenten spreken in dit verband over zo'n twee tot vijf extra fte's, maar we merken op dat het hier waarschijnlijk om zeer grove schattingen gaat. Hoewel de vestiging van coffeeshops doorgaans niet wordt geassocieerd met een toename van cannabisgebruik, merken we op dat indien dit wel het geval is, het kan resulteren in aanvullende maatschappelijke kosten. Theoretisch gezien kan een toename van overmatig cannabisgebruik namelijk leiden tot hogere gezondheidszorgkosten. Ook kunnen bedrijven in de omgeving, met name die gericht zijn op gezinnen, bezorgd zijn over de mogelijke impact van een coffeeshop op hun klantenbestand. Zorgen van bedrijven over reputatieschade en een mogelijke afname in klanten kunnen negatieve gevolgen hebben voor de bedrijfsprestaties. Op dit moment is er echter geen beschikbare informatie die dit mogelijke effect bevestigt of ontkracht. Daarnaast kan de aanwezigheid van een coffeeshop de vastgoedwaarde in de directe omgeving negatief beïnvloeden, aangezien potentiële bewoners mogelijk terughoudend zijn om in de buurt van een coffeeshop te wonen, wat kan leiden tot een afname in de vraag naar onroerend goed en een daling van de vastgoedwaarde.
Op dit moment is er geen informatie beschikbaar op basis waarvan we zouden kunnen inschatten hoe groot een waardedaling zou zijn en of die zich daadwerkelijk zou voordoen. Het betreft een zeer complex fenomeen om te bestuderen omdat vastgoedwaarden worden beïnvloed door een groot scala aan factoren.
4.5 Stichtingsmodel Als het tot vestiging van een coffeeshop binnen de gemeente Noordoostpolder komt, dan wordt er grote waarde gehecht aan het laten exploiteren daarvan op basis van het stichtingsmodel. Zoals reeds besproken in hoofdstuk 2, wordt de coffeeshop in dit model opgezet als een coöperatie of stichting. Deze coöperatie moet een algemeen maatschappelijk belang dienen en een bestuur houdt toezicht op het beleid en de activiteiten van de coffeeshop. Gezien de inhoud van de interviews kan zelfs worden gesteld, dat er geen draagvlak voor is om de vestiging van een coffeeshop op een ander wijze vorm te geven. De vraag rijst wat de bekende voor- en nadelen van dit model voor coffeeshops precies zijn.
4.5.1 Voordelen van het stichtingsmodel Gebaseerd op de beschikbare informatie en gesprekken met andere gemeenten, identificeren wij enkele duidelijke voordelen voor gemeenten bij het gebruik van een stichtingsmodel. In de eerste plaats biedt het stichtingsmodel gemeenten meer zeggenschap over de exploitatie van de coffeeshop. Via de statuten van de stichting kan de gemeente specifieke regels, voorwaarden en doelen vaststellen waaraan de coffeeshop moet voldoen. Het bestuur van de stichting kan verantwoordelijk worden gehouden voor het volgen en handhaven van de regelgeving. Omdat de stichting een bestuur heeft dat kan worden aangesproken, kan dit leiden tot een meer transparante en gecontroleerde
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
32
« 9 9 bedrijfsvoering, waarbij de gemeente effectiever toezicht kan houden op de activiteiten van de coffeeshop. Een goed voorbeeld van hoe dit kan uitwerken is de sluiting van de coffeeshop in de gemeente Zwijndrecht in 2019. De coffeeshop, geëxploiteerd door een stichting, werd gesloten nadat de directeur-bestuurder, tevens vergunninghouder, op non-actief was gesteld door de Raad van Toezicht van de stichting. Dit leidde tot het vervallen van de vergunning en gedoogbeschikking op basis van lokale verordeningen. Hoewel de sluiting betreurd werd door vrijwel alle betrokken partijen, was er gezien de gemaakte afspraken geen andere beslissing mogelijk. In dit geval bood de sluiting de gelegenheid voor de stichting om de bedrijfsvoering van de coffeeshop door te lichten en op orde te brengen, onder toezicht van de relevante autoriteiten. We wijzen erop dat ook in andere modellen gemeenten voorwaarden kunnen stellen aan coffeeshops, zoals betreffende de locatie en de regels die moeten worden nageleefd (AHOJGI-criteria en aanvullende criteria). Gemeenten leggen deze regels vast in hun coffeeshopbeleid en formuleren, indien van toepassing, de consequenties van overtredingen.
Een essentieel verschil is echter dat de regelgeving en controle in deze modellen niet intern worden gewaarborgd door de coffeeshop zelf, maar uitsluitend extern worden gecontroleerd en gehandhaafd door de gemeente. Er lijkt in deze modellen dus in mindere mate sprake te zijn van een hechte samenwerking tussen de coffeeshop en de gemeente. Een ander belangrijk voordeel van het stichtingsmodel is dat de coffeeshop geen winstoogmerk heeft en een maatschappelijk belang nastreeft en dat de opbrengsten van de coffeeshop worden ingezet voor maatschappelijke doeleinden. De perceptie van de coffeeshop als een sociaal verantwoordelijke onderneming zou bovendien tot een grotere acceptatie van de coffeeshop in de lokale gemeenschap kunnen leiden. Daarnaast is het aannemelijk dat het stichtingsmodel een specifiek type exploitant aantrekt. Exploitanten die niet primair gericht zijn op winstmaximalisatie zullen mogelijk meer interesse tonen in het stichtingsmodel. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op het type exploitant dat zij in de gemeente wil verwelkomen.
4.5.2 Nadelen van het stichtingsmodel De nadelen van het stichtingsmodel voor coffeeshops lijken vooral merkbaar voor de exploitant, terwijl de negatieve invloed voor de gemeente beperkter lijkt. Hoewel de gemeente profiteert van een verhoogde zeggenschap over de bedrijfsvoering en mogelijk betere controle op naleving van regelgeving, ondervindt de exploitant juridische en administratieve lasten bij het oprichten en beheren van een stichting. Het zorgvuldig structureren van de statuten en reglementen gaat gepaard met complexiteit en kosten, wat een drempel kan vormen voor potentiële exploitanten. Daarnaast kan de verhoogde mate van gemeentelijke zeggenschap over de coffeeshopbedrijfsvoering door sommige exploitanten als onwenselijk worden beschouwd. Het is belangrijk op te merken dat de gemeente ook inspanningen moet leveren tijdens de oprichtingsfase van de stichting, wat enige capaciteit en betrokkenheid vereist. Bij het overwegen van een ander bedrijfsmodel zou de inzet van de gemeente waarschijnlijk minder intensief zijn.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
33
« 9 9 Een bijkomend nadeel van het stichtingsmodel is de verminderde flexibiliteit in vergelijking met alternatieve bedrijfsstructuren, zoals een besloten vennootschap (bv) of een eenmanszaak. Deze beperkingen kunnen de operationele besluitvorming belemmeren en de aanpassingsmogelijkheden aan veranderende omstandigheden beperken. Hierdoor kan een coffeeshop in een stichtingsmodel minder concurrerend zijn op financieel gebied dan zijn tegenhangers onder andere structuren. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de winstgevendheid van de coffeeshop, maar ook voor de capaciteit om bij te dragen aan sociale initiatieven of lokale programma's ten behoeve van de gemeenschap. Als de financiële middelen beperkt zijn, kan een coffeeshop in een stichtingsmodel moeite hebben voldoende bij te dragen aan sociale doelen, wat voor de gemeente als minder wenselijk kan worden beschouwd. Bovendien is het opdrijven van de verkoopcijfers door reclame te maken niet toegestaan voor een coffeeshop op basis van het geen Afficherings-criterium (A-criterium).
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
34
« 9 9 5
BELEIDSMOGELIJKHEDEN
In
dit
hoofdstuk
onderzoeken
we
de
beleidsmogelijkheden
die
de
gemeente
Noordoostpolder zou hebben bij de vestiging van een coffeeshop. Het Nederlandse gedoogbeleid voor coffeeshops hanteert landelijke criteria, maar geeft gemeenten ook de vrijheid om beleidsvormen te kiezen en lokale criteria toe te voegen. Deze aanvullende opties en criteria stellen gemeenten in staat het beleid beter af te stemmen op specifieke lokale omstandigheden. Dit hoofdstuk geeft zodoende een overzicht van de knoppen waaraan de gemeente kan draaien bij het ontwikkelen van coffeeshopbeleid. Om de leesbaarheid van het hoofdstuk te bevorderen, zijn de onderzoeken waar dit hoofdstuk op is gebaseerd opgenomen in een bijlage.
5.1 Het landelijk gedoogbeleid voor coffeeshops Begin jaren negentig van de vorige eeuw heeft het Openbaar Ministerie (OM) gekozen voor een landelijke invoering van de gedoogcriteria voor coffeeshops. Dit betekent dat wanneer aan deze criteria wordt voldaan, het OM afziet van vervolging bij de verkoop van softdrugs vanuit coffeeshops. De productie en aanlevering van softdrugs blijft echter verboden. Deze criteria zijn in de loop der jaren verder aangescherpt en gespecificeerd. De landelijke criteria luiden als volgt: ^ geen Affichering: dit betekent geen reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; ^ geen Harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht mogen worden; ^ geen Overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; ^ geen verkoop aan Jeugdigen en geen toegang aan jeugdigen tot een coffeeshop, waarbij is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van 18 jaar; ^ geen verkoop van Grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik ^ 5 gram) en maximaal 500 gram
^
handelsvoorraad aanwezig op enig moment. Onder transactie wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper. geen verkoop aan niet-Ingezetenen. Dit criterium is in 2013 toegevoegd en stelt dat alleen ingezetenen van Nederland toegang hebben tot de coffeeshop en dat uitsluitend aan ingezetenen van Nederland softdrugs kunnen worden verkocht.
Naast de AHOJG-criteria geeft het College van procureurs-generaal aan dat een coffeeshop een alcoholvrije horecagelegenheid is. Nederlandse gemeenten met een coffeeshopbeleid worden geacht de landelijke gedoogcriteria voor coffeeshops daarin op te nemen. Zij mogen daarbij strenger zijn dan de landelijke gedoogcriteria, maar niet soepeler. Er zijn anno 2022 in Nederland 102 coffeeshopgemeenten. In vrijwel al deze gemeenten worden de gedoogcriteria (AHOJGI) Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
35
« 9 9 en de maximale handelshoeveelheid in het beleid opgenomen. Enkele gemeenten hebben echter het A-criterium, de maximale handelshoeveelheid, of het G-criterium niet expliciet vastgelegd. Het I-criterium vormt hierop een uitzondering; dit is door beduidend minder gemeenten in het beleid opgenomen. Coffeeshops in Nederland kunnen aantrekkingskracht hebben op buitenlandse (soft)drugstoeristen. Sommige gemeenten scherpen daarom het G-criterium aan om drugstoerisme te ontmoedigen. Er mag in deze gemeenten een lager aantal gram softdrugs per dag per klant verkocht worden. Het I-criterium, gericht op ingezetenschap, is ook een middel om drugstoerisme aan banden te leggen. Het wordt dus door beduidend minder gemeenten vastgelegd en ook onder de gemeenten die het wel hebben vastgelegd zijn er velen die het niet actief handhaven. Het wordt alleen ingezet door gemeenten die dat nodig achten, omdat zij hinder ondervinden van coffeeshoptoerisme. De inzet van het I-criterium is wat dat betreft misschien wel het beste voorbeeld van lokaal maatwerk.
5.2 Beleidsvormen Niet alle 102 Nederlandse gemeenten met coffeeshops hanteren dezelfde beleidsvorm. Er zijn meerdere beleidsopties te onderscheiden met elk eigen uitgangspunten. Wel zien we dat vrijwel alle gemeenten (99 van de 102) anno 2022 een zogenoemd maximumbeleid hanteren, waarbij een maximumaantal coffeeshops binnen de gemeentegrenzen wordt toegestaan. Enkele van deze gemeenten hanteren daarbij een afnemend maximum. Het maximumaantal wordt in deze gemeenten naar beneden bijgesteld zodra een coffeeshop om wat voor reden dan ook verdwijnt. Het is overigens op basis van het Nederlandse gedoogbeleid niet verplicht om het maximumaantal coffeeshops vast te leggen in het beleid. Naast het (afnemende) maximumbeleid kunnen gemeenten het beleid nog nader specificeren. De meesten doen dat overigens niet. Er kan onderscheid worden gemaakt in de volgende, elkaar niet uitsluitende, beleidsopties: a) Verminderingsbeleid: het aantal coffeeshops dient, al dan niet door een actief beleid, op termijn te worden teruggedrongen. De gemeente heeft daarbij nog geen (nieuw) maximumaantal vastgesteld. Eén gemeente zei in 2022 deze beleidsvorm te hanteren. b) Uitsterfbeleid: het aantal coffeeshops dient, al dan niet door een actief beleid, op termijn te worden teruggedrongen. Deze optie lijkt sterk op een verminderingsbeleid.
Het verschil is echter dat bij een uitsterfbeleid wel een (nieuw) maximumaantal is vastgelegd of dat is aangegeven welke coffeeshops op termijn dienen te verdwijnen (bijvoorbeeld alle coffeeshops buiten een bepaald gebied). Ook kan het zijn dat de gemeente naar een nulbeleid toe wil. In het kalenderjaar 2022 zeiden zes gemeenten dat zij een uitsterfbeleid hadden. c) Ontmoedigingsbeleid: de gemeente probeert uitsluitend door het stellen van (nieuwe) voorwaarden de ongewenste vestiging van nieuwe coffeeshops tegen te gaan en het aantal bestaande coffeeshops terug te dringen. In 2022 ging het om twee gemeenten die zeiden dat zij deze beleidsoptie hanteerden. d) Stichtingsmodel: er zijn één of meerdere gecontroleerde, niet-commerciële, verkooppunten van cannabis, ondergebracht in een daartoe aangewezen stichting. Bij
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
36
« 9 9 de monitormeting over 2022 gaven vijf gemeenten aan dat zij een stichtingsmodel hanteerden. e) Vestigingsbeleid: coffeeshops mogen zich vestigen in de gemeente, mits het maximumbeleid dit toestaat. Er zijn echter wel strikte regels opgesteld met betrekking tot de locatie van de coffeeshops. Anno 2022 specificeerden zes gemeenten hun beleid nader als zijnde een vestigingsbeleid. f) Regionale afspraken/beleid: er zijn in regionaal verband afspraken gemaakt of gezamenlijk beleid opgesteld over het te voeren coffeeshopbeleid. Bij de jaarlijkse monitoren over het kalenderjaar 2022 gaven 14 (140Zo) gemeenten aan dat er onderling afspraken tussen gemeenten in de regio zijn gemaakt over het te voeren coffeeshopbeleid. Het kan gaan om een maximumaantal voor de gehele regio of afspraken over in welke gemeenten er wel en geen coffeeshops kunnen worden gevestigd. Daarnaast zijn er regionale afspraken gemaakt over het al dan niet (actief) handhaven van het Ingezetenencriterium (I-criterium). Gemeenten in dezelfde regio spreken in dat geval af dat alle gemeenten in een regio het I-criterium wel of juist niet handhaven.
5.3 Vestigingscriteria Gemeenten kunnen naast de landelijke AHOJGI-criteria in hun coffeeshopbeleid aanvullend criteria opnemen waaraan (de locatie van) een coffeeshop moet voldoen om in aanmerking te komen voor een gedoogverklaring. De additionele criteria die betrekking hebben op de locatie van een coffeeshop worden doorgaans aangeduid als 'vestigingscriteria'. De vestigingscriteria dienen als kader om vestiging van nieuwe coffeeshops (of verplaatsing van bestaande) te kunnen toetsen. Andere gemeenten die we in het kader van dit onderzoek hebben gesproken geven aan dat een goed gekozen locatie essentieel is voor het naar tevredenheid functioneren van een coffeeshop en dat de vestigingscriteria dé manier zijn om hierop te sturen. Dit zijn de meest gebruikte vestigingscriteria door coffeeshopgemeenten: a) Afstandscriterium: Coffeeshops zijn niet toegestaan binnen een bepaalde afstand van onderwijsvoorzieningen. b) Woon- en leefklimaat: De vestiging van een coffeeshop mag geen negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat van de directe omgeving. c) Horecabestemmingsplan: Coffeeshops kunnen alleen worden gevestigd op locaties met een bestemming voor horeca. d) Binnen afgebakend gebied: Coffeeshops mogen uitsluitend worden gevestigd binnen een specifiek begrensd gebied.
e) Niet bij jongerenvoorziening: Coffeeshops zijn niet toegestaan in de nabijheid van voorzieningen voor jongeren, vaak onderworpen aan een afstandscriterium. f) Onderlinge afstand tussen coffeeshops: Er moet een minimale afstand zijn tussen twee coffeeshops. g) Niet bij horeca, winkels en bedrijven: Coffeeshops mogen niet worden gevestigd in de directe omgeving van horecagelegenheden, winkels en bedrijven. Het type horeca, winkels of bedrijven waarop dit vestigingscriterium van toepassing is, verschilt per gemeente.
Breuer&Intraval - Polderen over coffeeshops
37
« 9 9 h) Niet bij daklozen- en verslaafdenopvang: Coffeeshops kunnen niet worden gevestigd in de nabijheid van opvangvoorzieningen voor daklozen en/of verslaafden. Sommige gemeenten gebruiken de term 'voorzieningen voor kwetsbare groepen'. i) Geen verbinding tussen woning en coffeeshop: Een coffeeshop mag niet worden gevestigd als deze verbonden is met een woning. j) Parkeergelegenheid: Bij de vestiging van een coffeeshop moet voldoende parkeergelegenheid worden gerealiseerd.