10.1 Ruimtelijke onderbouwing Oosterringweg 39 te Luttelgeest.pdf
Tekst van het document
ADF-402
ADF-403
regeneration AV-402 AV-412 AV-602 AV-612 AV-702 AV-712
cooling AV-403 AV-413 AV-603 AV-613 AV-703 AV-713
4.3.2. Positionering van de verwarmings- en koelende zijkleppen Voor het verwarmen en koelen van de kolommantel is een verwarmings- en koel. Verwarmings-/koelingskant ADF-401
ADF-402
ADF-403
Adsorption regeneration cooling Regeneration inlet AV-802 AV-812 AV-822 Regeneration outlet AV-804 AV-814 AV-824 Cooling inlet AV-801 AV-811 AV-821 Cooling outlet AV-803 AV-813 AV-823 Tabel 2: Positie van de verwarmings-/koelingsklep aan de zijkant Als er koeling nodig is voor de adsorptiekolom, is de volgende tabel van toepassing om de adsorptie-efficiëntie te verbeteren. Print date 07/08/2020Page 14 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
Verwarmings-/koelingskant verbeterd rendement ADF-401
ADF-402
ADF-403
Adsorption regeneration cooling Regeneration inlet AV-802 AV-812 AV-822 Regeneration outlet AV-804 AV-814 AV-824 Cooling inlet AV-801 AV-811 AV-821 Cooling outlet AV-803 AV-813 AV-823 Tabel 3: Verbeterde adsorptie-efficiëntie van de positie van de verwarmings-/koelingsklep aan de zijkant.
4.3.3. Operationele modi van de adsorptiekolommen In de volgende tabel wordt een totale tijdronde van drie uur weergegeven waarbij de verschillende modi van de drie kolommen worden weergegeven die van toepassing zijn voor de tijdronde. Time lap Adsorption 0-3600 sec ADF-401 3600-7200 sec ADF-403 7200-10800 sec ADF-402 Tabel 4: Tijdschakelklok van adsorptiekolommen.
Regeneration ADF-402 ADF-401 ADF-403
Cooling ADF-403 ADF-402 ADF-401
4.4. REGENERATIE EN DRUKONTLASTING De drukontlasting vindt plaats tijdens de omschakeling tussen de adsorptiemodus en de regeneratiemodus. Dit betekent voor het ontwerp dat de volgende ventielen moeten worden ontworpen voor een openingstijd van twee minuten tot aan de volledig geopende stand. Deze ventielen hebben de mogelijkheid om de druk te verlagen van 15 barg naar ongeveer 2 barg in dezelfde openingstijd. Dit om fysieke schade aan het absorberende gedeelte te voorkomen. De daarvoor ontworpen ventielen zijn AV-611, -612 en -613. Het regeneratieproces wordt geregeld door FC-600 die de AV-600 aanstuurt. De instelling van FC-600 is 20-30 Nm3/uur (verstelbaar). Regeneratie, CO2-rijk, gas wordt gekoeld door HE-610 voordat dit gas in de ACF’s (actieve koolstoffilters) van de Carborex MS wordt opgenomen.
4.5. KOELING EN DRUKREGELING Het onder druk zetten vindt plaats tijdens het schakelen tussen de koel- en adsorptiemodus. Hiervoor wordt één van de volgende ventielen in de open stand gezet, AV-401, -402 of -403. Dit drukproces moet geleidelijk worden uitgevoerd. De looptijd van deze kleppen moet twee minuten zijn, tussen het sluiten en volledig openen. Het inwendige van de klep is geschikt om de adsorptiekolom geleidelijk op druk te brengen. BV-400 is geïnstalleerd om drukpieken te voorkomen. De drukregeling vindt plaats twee minuten voor het omschakelen naar de volledige adsorptiemodus. Tegelijkertijd wordt de koelgasstroom gestopt door een van de volgende kleppen te sluiten: AV-701, -702, -703 van de lopende kolom van de werkende kolom ‘’koelmodus’’ (ADF-401, 402 of -403), samen met één van de volgende kleppen: AV-711, -712, -713 van de werkende kolom ‘’koelmodus’’. Het koelproces wordt geregeld door de FC-700 die de AV-700 aanstuurt. De instelling van FC-700 is 20-30 nm3/hr (verstelbaar). De koeling verlaat de koelkolom en wordt afgekoeld door de warmtewisselaar (HE-710) voordat het gas in de productgasleiding stroomafwaarts PCV-500 wordt opgenomen. Print date 07/08/2020Page 15 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
Na deze laatste stap in het koelproces van de kolom, waarbij de adsorberende deeltjes nu CO 2-vrij zijn, kan de omschakeling naar een nieuwe adsorptie cyclus opnieuw beginnen.
4.6. GASBEMONSTERING EN GASANALYSATOREN De CO2-inhoud van het gas in de PTSA-unit wordt op verschillende plekken bemonsterd: -
Productgas dat de kolom verlaat, stroomafwaarts AV-411, -412 of -413 en via PCV-550. Productgas na de koelstap, stroomafwaarts AV-711, -712 of -713 en via PCV-730. Productgas voor de liquefactie-eenheid en via PCV-551. Afblaas- en regeneratiegas dat de kolom verlaat, stroomafwaarts AV-611, -612 of -613 en PCV-620.
Het gas gaat door een kogelklep die handmatig kan worden gesloten voor onderhoud en door een drukregelklep om de druk te regelen, voordat het bemonsterde gas de respectievelijke gasanalystaoren binnenkomt. De CO2-analyzers van de productgasstromen moeten een meetbereik hebben van 0-100 ppmv CO2. De CO2analyzer in de regeneratiegasstroom ex PCV-620 moet een bereik hebben tussen 0-20 vol% CO2. De monsters worden genomen onder isokinetische procescondities, terwijl de meetwaarden dicht bij de realtime gegevens liggen. De bemonsteringslijnen moeten zo kort mogelijk worden gehouden.
4.7. LEIDINGEN Er zijn berekeningen uitgevoerd om de grootte van de leidingen in het systeem te bepalen. Dit was de eerste stap van apparatuur selectie na de P&ID, omdat de leidingdiameter een belangrijke factor is voor veel apparatuur. Eerst werden de eerste pijpdiameters gekozen op basis van de snelheid van het gas in het systeem, daarna werd een drukverliesberekening uitgevoerd om na te gaan of de verliezen niet te hoog waren of dat bepaalde pijpleidingen in kleinere afmetingen konden worden aangelegd. Een volledig overzicht van de verschillende secties binnen het systeem en de berekeningswaarden zijn te vinden in bijlage A: Buisdiameter en drukverlies berekeningsblad. De waarden in dit blad voor stroming, druk en temperatuur zijn verkregen uit berekeningen die zijn uitgevoerd in bijlage C: Procescondities en Massabalansen gebaseerd op proceseisen.
4.8. SNELHEDEN Snelheden in het systeem zijn afhankelijk van de stroming en de binnendiameter van het leidingwerk, zie vergelijking (01). De waarden uit de slechtste gevallen zijn gebruikt. In dit geval betekende dit de situaties die resulteerden in de hoogste stromen. De hoogste werkelijke stromen komen voor bij de laagste bedrijfsdruk (lagere druk betekent lagere dichtheid). De werkelijke stroom moet worden berekend met vergelijking (02). # !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!" = $ !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!(01)! %& 4 *' + !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!# = #' !!!!!!!!!!!!!!!!!!(02)! * +' Waarbij Q de werkelijke stroom (m3/h) is, U de vloeistofsnelheid (m/s), d de binnendiameter van de leiding (m), Pn de druk van de normale toestand (101325 Pa), P de druk van de vloeistof (Pa), T n de temperatuur van de normale omstandigheden (273,15 K), T de temperatuur van de vloeistof (K) en Qn de stroom onder normale omstandigheden (Nm3/h). De buitendiameters van het leidingwerk zijn gestandaardiseerd en worden gekozen uit één van de aanbevolen maten volgens NEN-EN 10220. Voor berekeningsdoeleinden worden de binnendiameters weergeven in tabel 12. Print date 07/08/2020Page 16 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
DN
d [mm]
DN
D
DN
d
DN6
6,3
DN20
17,3
DN65
72,1
DN8
9,7
DN25
22,9
DN80
84,9
DN10
13,2
DN32
29,7
DN100
110,3
DN15
17,3
DN40
38,4
DN125
137,3
Tabel 5: Specificaties van de binnendiameters van de leidingen. Snelheden tussen 5 en 20 m/s voor druksecties kunnen als geschikt worden beschouwd, wat resulteert in minder dat 10% drukverlies als gevolg van wrijving. Deze limieten zijn gebaseerd op de Shell DEP.
4.9. MATERIALEN De belangrijkste factor voor de selectie van het materiaal is de vloeistof die er doorheen gaat. In dit geval: mengsels van methaan (CH4), koolstofdioxide (CO2) en een zeer kleine hoeveelheid vervuilingen. Een vereiste is dat er geen, of bijna geen, corrosie optreedt om een lange levensduur van het systeem te garanderen. DMT maakt voor al haar projecten gebruik van roestvrijstalen leidingen en heeft bewezen een geschikt materiaal te zijn voor gebruik bij biogasinstallaties. DMT heeft de leveranciers en fabrikanten voor dit materiaal en ontwerpgereedschappen (bijv. Inventor) geschikt gemaakt voor gebruik met roestvrijstaal.
Print date 07/08/2020Page 17 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
5.
LIQUEFACTIE VAN BIOMETHAAN
De procesbeschrijving voor de liquefactie van biomethaan zal gebaseerd zijn om de volgende PDF.
Figure 8: Overview of the 3 membrane stages De biomethaan die de polijstunit verlaat, komt in de LIQAL MLU 250 unit, met een maximale druk van 3 bar(g). Het biomethaan wordt gecomprimeerd tot een druk van 19 bar. Het gecomprimeerde biomethaan wordt voorgekoeld door warmte uit te wisselen met de koude flash-gas stroom. Vervolgens wordt het gas verder gekoeld door de kou die geleverd wordt door het koelmiddel in de tweede warmtewisselaar (HE-33), die deel uitmaakt van het liquefier systeem. De liquefier bestaat uit een koelmiddelcyclus die zorgt voor de compressie en expansie. De kou wordt opgewekt door het koudemiddel te comprimeren, het samengeperste koudemiddel af te koelen en vervolgens uit te zetten voor de warmte-uitwisseling met het biomethaan. Het koudemiddel wordt verwarmd door het biomethaan en de cyclus begint opnieuw. Het gekoelde biomethaan wordt nog dieper afgekoeld met de kou van het flash-gas dat terugkeert uit het flitsapparaat. De temperatuur is gelijk aan de liquefactietemperatuur van het gas bij atmosferische druk tot 3 bar (-161°C). Vervolgens wordt het gekoelde gecomprimeerde biomethaan met een Joules Thompson (JT) ventiel van 19 bar terug naar de atmosferische druk gebracht. De expansie zal het biomethaan afkoelen tot -161°C en het biomethaan zal vloeibare druppels vormen.
De druppels worden opgevangen in een flitsvat/cycloon, terwijl het flash-gas wordt gebruikt om de voorgaande stappen voor te koelen. In deze PDF wordt het flash-gas naar de ontvanger gestuurd, maar in werkelijkheid is er een tweede identieke cyclus waarbij het het flash-gas wordt gecomprimeerd, gekoeld en vloeibaar gemaakt op exact dezelfde manier als hierboven beschreven. De hoeveelheid flash-gas in de tweede fase van liquefactie is aanzienlijk lager, waardoor de omzetting van biomethaan naar BIO LNG geoptimaliseerd wordt. De vloeibare biomethaan (BIO-LNG) van zowel fase 1 als 2 wordt verplaatst naar een opslagtank waar de BIO LNG wordt opgevangen onder atmosferische druk tot maximaal 3 bar.
Print date 07/08/2020Page 18 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
6.
CO2-LIQUEFACTIE
Deze procesbeschrijving is gebaseerd op de PDF van een ASCO Liquefactie-installatie (zie bijlage). De CO2 afkomstig van de Carborex MS installatie wordt naar een water scrubber gestuurd, die alle onzuiverheden die in het water oplosbaar zijn, zal verwijderen. (Sporen van metalen, ammoniak, alcoholen etc.) De water scrubber bevat een kolom waarin water van bovenaf op een opslagmedium wordt gesproeid. Het gas komt van onderaf binnen en beweegt zich naar boven in tegenovergestelde richting dan die van de waterstroom. Voor processchommelingen is een zogenaamde buffer ballon om CO 2-gas op te slaan, voordat het de ontzwavelingsinstallatie binnenkomt. De H2S-verwijdering bestaat uit een actief koolvat. De geïmpregneerde actieve kool reageert chemisch met de H2S en slaat dit op in het verpakkings gedeelte. Het gereinigde gas wordt vervolgens naar een deeltjesfilter gestuurd om eventuele vaste (koolstof)deeltjes in het gas te verwijderen. Het gas wordt gecomprimeerd tot maximaal 20 barg in een tweetraps compressor. Het gecomprimeerde gas wordt vervolgens naar een actief koolstoffilter gestuurd om de resterende koolwaterstoffen, andere dan CO2, te verwijderen, gevolgd door een droog unit met silica of geactiveerd aluminiumoxide om het resterende water te verwijderen. Het relatief warme gas wordt naar de stripkolom gestuurd om te fungeren als warmte voor het opnieuw koken.
Tegelijkertijd wordt het gas voorgekoeld voordat het in de liquefier terechtkomt. Het vloeibare CO2 wordt naar de stripkolom gestuurd. Inerte gassen zoals stikstof, zuurstof, methaan en andere worden gescheiden van het vloeibare CO2. Een mengsel van het inerte en opnieuw vergaste CO 2 wordt teruggestuurd naar de liquefier. Op deze manier wordt het grootste deel van het CO 2 hergebruikt, terwijl de inerte gassen gasvormig blijven. De inerte fractie wordt gebruikt als koelmiddel voor de warmtewisselaars in de droog unit en het actief koolfilter, voordat het naar de omgeving wordt ontlucht door een schoorsteen. De vloeibare CO2 van de stripkolom wordt naar een opslagtank gepompt. De opslagtank zelf heeft een drukontlastingsventiel, waar het afgekookt gas kan worden gemengd met het inerte uit de liquefier om te worden gebruikt als koelmiddel. In totaal gaat er maximaal 10% CO2 verloren door het strippen van gas en het afkoken van gas. De hoeveelheid afgekookt gas kan worden beperkt door regelmatige afname van CO2.
Print date 07/08/2020Page 19 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
Figure 9: PFD CO2 liquefaction
Print date 07/08/2020Page 20 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
7.
OPSLAG- EN LOSPLAATS LNG EN VLOEIBAAR CO2
LNG en vloeibaar CO2 zullen in aparte vaten worden opgeslagen. De opslagcapaciteit is gebaseerd op een opslag van 4 dagen productie van LNG en vloeibaar CO2. De druk van deze vaten wordt op ~3 bar gehouden, wat betekent dat er voldoende druk is om de stroom naar de losplaats te voeren voor zowel bio-LNG als voor vloeibaar CO2. Er zijn dus geen extra pompinstallaties nodig voor deze producten. De losplaats geeft toegang tot zowel LNG-vrachtwagens als vrachtwagens met vloeibare CO2. De losplaats voldoet aan alle wettelijke eisen op het gebied van veiligheid en beveiliging. De aansluitingen van de vrachtwagens passen alleen op de juiste afvoerleidingen. Het losstation is geschikt voor de verwerking van cryogene vloeistoffen in geval van eventuele lekkages. De kwantificering van de producten die in de vrachtwagens worden geladen, is gebaseerd op het gewichtsverschil tussen de lege en de geladen vrachtwagen. De weegbrug is een integraal onderdeel van de losplaats. De ijking van de weegbrug maakt deel uit van de meting en zal deel uitmaken van de wettelijk verplichte informatie op de transportfactuur. Hiervoor is de weegbrug voorzien van een etiket met de naam van het product en het gewicht na de vulling. Dit gebeurt automatisch wanneer de afvoerleiding wordt ontkoppeld.
Print date 07/08/2020Page 21 of 22
Process Description BIOLNG + CO2 Luttelgeest
8.
BIBLIOGRAFIE
[1] LCEO, "Carbon Capture Utilization and Storage Technology development report," JRC European commission, p. 87, 2019.
Print date 07/08/2020Page 22 of 22
PROVINCIE FLEVOLAND
Postbus 55 8200 AB Lelystad
Telefoon
(0320)-265265 Fax
(0320)-265260 f-ma/7 provincie@Flevoland.nl
Peters Biogas B.V. De heer/mevrouw Schaap Tsjükemarwei 6c 8521 NA SINT NICOLAASGA
Verzenddatum
Bijlasen
Website www.flevoland.nl
Uw kenmerk
Ons kenmerk
2208540
2 8 HAM 2018 Onderwerp
Wet natuurbescherming; vergunning voor een biomassa vergistingsbedrijf te Luttelgeest Geachte heer/mevrouw Schaap, Op 31 maart 2017 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, hierna Wnb, ontvangen voor een akkerbouw- annex biomassa vergistingsbedrijf. De aanvraag is tussentijds gewijzigd en op 1 augustus 2017 is de gewijzigde aanvraag door ons ontvangen. In dit verband is het van belang om vast te stellen of er door het uitvoeren van de door u aangevraagde activiteit negatieve effecten door stikstofdepositie kunnen optreden op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Het project of andere handeling vindt plaats op het grondgebied van de provincie Flevoland. Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn daarom gezien artikel 1.3, eerste en vierde lid van de Wnb het bevoegd gezag. Bijgevoegd treft u het besluit van Gedeputeerde Staten aan op uw gewijzigde aanvraag. Wij maken u erop attent dat u vanwege de voorgenomen wijziging van uw bedrijf mogelijk een nieuwe omgevingsvergunning bij gemeente Noordoostpolder moet aanvragen.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Flevoland, de secreteps, de voorzitter,
mr.drs. T. van der Wal - J. Loddera
~iaiichtlhsen bij
[doorkiesnummer
Bezoekadres
A. Hellingwerf
0320 265 646
Visarenddreef 1 Lelystad
:.'.'
Bladnummer
2 Ons kenmerk:
2208540
Besluit van GEDEPUTEERDE STATEN VAN FLEVOLAND op een verzoek voor een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid Wnb en artikel 2.7 van het Besluit natuurbescherming. Inhoudsopgave A. Besluit B. Motivering besluit B.1 Wettelijk kader B.2 Aanvraag en procedure B.3 Vergunningenhistorie B.4 Inhoudelijke beoordeling B. 5 Conclusie C. Kennisgeving en afschriften D. Bezwaar E. Ondertekening Bijlagen 1. Informatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland 2. . AERIUS Registerbijlage met kenmerk S5zgSpnGUpdo 3. Technische tekening d.d. 15 januari 2017 en laatst gewijzigd d.d. 26 juli 2017 met het werknummer 917 en bladnummer 3; 4. Technische tekening d.d. 15 januari 2017 en laatst gewijzigd d.d. 26 juli 2017 met het werknummer 917 en bladnummer 4.
A.
BESLUIT
Gedeputeerde Staten van Flevoland HEBBEN BESLOTEN, op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wet Natuurbescherming, een vergunning onder voonvaarden voor onbepaalde tijd conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen aan: Peters Biogas B.V. Tsjükemarwei 6c 8521 NA SINT NICOLAASGA voor de locatie: Oosterringweg 39, 8315 PS LUTTELGEEST én hebben de hierbij behorende registratie verricht in AERIUS Register. Aan deze vergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: 1.
De vergunning dient op het bedrijf aanwezig te zijn en op verzoek getoond te kunnen worden.
2. 3.
De bijbehorende stukken bij de aanvraag maken onderdeel uit van deze vergunning. De start en de oplevering van de bouwwerkzaamheden moeten een week van te voren worden gemeld bij handhaving@ofgv.nl, onder vermelding van de naam van de locatie en het kenmerk van deze vergunning. Op het bedrijf mogen maximaal de activiteiten worden ontplooid en de emissiebronnen actief zijn, zoals vermeld in situatie 2 van de bij deze vergunning behorende AERIUS-Registerbijlage (bijlage 2) met kenmerk S5zgSpnGUpdo.
4.
5.
Vergunninghouder dient de belangrijkste emissiebronnen weergegeven in tabel 2 van deze vergunning per kalenderjaar als volgt te registreren: registratie bronnen 24, 25, 26, 27 en 28 via draaiuren per jaar.
Bladnummer
3 Ons kenmerk:
2208540
6.
De registratiegegevens volgens voorschrift 5 moeten altijd over een periode van één kalenderjaar beschikbaar zijn en op verzoek aan het bevoegd gezag (toezichthouder) getoond worden.
Wij wijzen u erop dat de vergunning op grond van artikel 5.4 Wnb kan worden gewijzigd of ingetrokken. B.
Motivering besluit
B.1
Wettelijk kader
Vergunningplicht De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 het nationale wettelijke kader voor toetsing van activiteiten, plannen, projecten en handelingen met mogelijke gevolgen voor de aangewezen natuurwaarden van Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7, tweede lid Wnb luidt: Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Op een of meerdere Natura 2000-gebieden veroorzaakt het project of andere handeling een stikstofdepositie van meer dan 0,05 mol/ha/jaar, maar minder dan 1 mol/ha/jaar. Ten tijde van het indienen van de aanvraag was de grenswaarde verlaagd in de Natura 2000-gebieden Weerribben, De Wieden, Drents-Friese Wold & Leggelderveld, Holtingerveld, Dwingelderveld en Wijnjeterper Schar. Derhalve heeft u op grond hiervan een vergunning op grond van de Wnb nodig voor de door u aangevraagde activiteiten Programma Aanpak Stikstof (verder PAS) Op 1 juli 2015 is de voormalige Natuurbeschermingswet 1998 gewijzigd ten behoeve van het PAS. Met deze wetswijziging is het programma wettelijk ingebed.
In het overgangsrecht van de Wnb is in artikel 9.3, derde lid geregeld dat dit programma opgevat dient te worden als een programma als bedoeld in artikel 1.13 Wnb. Daarmee is de wettelijke grondslag van het programma ook in de huidige wet geborgd. Aan het PAS 2015-2021 ligt een (generieke) passende beoordeling als bedoeld in artikel 2.8, derde lid Wnb ten grondslag. Onderdeel van deze passende beoordeling vormen de gebiedsanalyses die voor alle in de PAS betrokken Natura 2000-gebieden zijn opgesteld. De conclusie van de passende beoordeling (inclusief de gebiedsanalyses) is dat op grond daarvan de zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van de in het PAS 2015-2021 betrokken Natura 2000-gebieden als gevolg van de uitvoering van dit programma niet zullen worden aangetast. Door Gedeputeerde Staten van Flevoland is zowel met het PAS 2015-2021 als met de daaraan ten grondslag liggende passende beoordeling ingestemd. Beleidsregels Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben op 28 februari 2017 de Beleidsregels uitvoering Wet natuurbescherming Flevoland 2016 vastgesteld. In hoofdstuk 2 van deze beleidsregels worden een aantal nadere regels gesteld met betrekking tot vergunningverlening in het kader van de PAS voor zowel vergunningen uit segment 1 (prioritaire projecten), als segment 2 (niet-prioritaire projecten).
Bladnummer
4 Ons kenmerk:
2208540
Bevoegdheid Artikel 1.3 Wnb regelt de bevoegdheidsverdeling onder de Wnb. Het eerste lid luidt: "Ingeval gedeputeerde staten ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet bevoegd zijn tot het nemen van een besluit met betrekking tot projecten of handelingen, zijn, tenzij anders bepaald, bevoegd gedeputeerde staten van de provincie waar het project of de handeling wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht". Uw bedrijf is gelegen in provincie Flevoland, waardoor Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland op grond van artikel 1.3, eerste lid Wnb bevoegd zijn een besluit te nemen op deze aanvraag. Overeenstemming met andere bevoegde gezagen Artikel 1.3, derde lid stelt dat wanneer projecten of andere handelingen nadelige gevolgen hebben voor een geheel of gedeeltelijk in een andere provincie gelegen Natura 2000-gebied, gedeputeerde staten geen besluiten nemen, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincie. De door de activiteit beoogde stikstofdepositie is vergunningplichtig voor de volgende Natura 2000gebieden (de door de activiteit beoogde situatie heeft bovendien effecten op stikstofgevoelige leefgebieden): Weerribben De Wieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld Holtingerveld Dwingelderveld Wijnjeterper Schar Deze vergunning is verleend in overeenstemming met gedeputeerde staten van Drenthe, Fryslan, en Overijssel.
B.2
Aanvraag en procedure
Op 31 maart 2017 hebben wij een aanvraag voor een vergunning, in het kader van de Wnb, van u ontvangen. De aanvraag voorziet in een wijziging ten opzichte van het feitelijk gebruik in de referentie periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014. Op 19 april 2017 is de ontvangstbevestiging naar u verzonden. Uw aanvraag is door ons ingeboekt onder zaakmapnummer 2043663. U vraagt vergunning aan voor een akkerbouw- annex biomassa vergistingsbedrijf. Op 1 augustus 2017 isde aanvraag gewijzigd. Op 9 augustus 2017 hebben wij u per e-mail en op 15 december 2017 bij brief om aanvullende stukken verzocht. Aanvullende stukken zijn op 10 augustus 2017, 18 december 2017 en 17 januari 2018 ontvangen. Na ontvangst van de aanvullende gegevens op 17 januari 2018 was de aanvraag ontvankelijk. Op 29 januari 2018 is de aanvraag ingeboekt in AERIUS Register.
Bladnummer
5 Ons kenmerk:
2208540
B.3
Vergunningenhistorie
Historie voor inwerkingtreding PAS Voor dit bedrijf is niet eerder een vergunning dan wel een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (voorloper Wnb) verleend. Historie na inwerkingtreding PAS Voor deze locatie is niet eerder een toestemmingsbesluit verleend onder de PAS.
B.4.
Inhoudelijke beoordeling
Aanvraag De aanvraag heeft betrekking op een akkerbouwbedrijf annex biomassa vergistingsinstallatie. De aangevraagde situatie komt overeen met tabel 2 van deze vergunning en situatie 2 van de AERIUSRegisterbijlage (bijlage 2). Er wordt een Wnb-vergunning gevraagd voor de volgende activiteiten: • het in bedrijf hebben van 2 warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK's) van 345 kW; • het in bedrijf hebben van 1 warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) van 800 kW; • het be- en verwerken van 50.000 ton biomassa (hiervan is minimaal 50% mest) per jaar (de mest en biomassa zijn afkomstig van nabijgelegen veehouderijbedrijven van derden) met een vergistingsinstallatie; •
realisatie van een nieuwe biomassa loods (gebouw K op de plattegrondtekening).
WKK's Het biogas, ontstaan uit het vergistingsproces, wordt in de 3 WKK's omgezet in elektriciteit en warmte. De WKK van 800 kW wordt aangevraagd met een maximale verbruikscapaciteit van 30%. De twee WKK's van elk 345 kW worden aangevraagd met een maximale verbruikscapaciteit van 91%. Het geproduceerde biogas wordt binnen het eigen bedrijf ingezet als brandstof voor de gasmotor die een generator aandrijft en hiermee elektriciteit produceert. Een deel van het biogas, ontstaan uit het vergistingsproces, wordt in de drie WKK's omgezet in duurzame energie, namelijk groene elektriciteit en warmte. De opgewekte groene elektriciteit wordt geleverd aan het openbare elektriciteitsnet. De restwarmte wordt ingezet op het eigen bedrijf voor het op temperatuur houden van de vergisters, de hydrolyse, de mengkelder, de bedrijfswoning en koelingen ten behoeve van het eigen akkerbouwbedrijf en wordt bovendien ingezet voor externe afnemers als tuinbouwkassen van nabijgelegen tuinders. De inzet van de drie WKK's veroorzaakt jaarlijks 14.826,19 kg NOx/jaar. Tabel 1: Emissie WKK installaties in de beoogde situatie WKK kg NOx per WKK/jaar WKK 800 kW, 30% benutting 4.095,31 WKK 345 kW, 91% benutting 5.365,44 WKK 345 kW, 91% benutting 5.365,44 Totaal kg NOx/jaar 14.826,19 Mestbewerking en -verwerking Het biomassa vergistingsproces bestaat uit diverse componenten in het totale proces.
Hierna een korte omschrijving van het proces van mestbewerking en -verwerking: De vloeibare biomassa wordt opgeslagen in de vijf opslagsilo's. Deze opslagsilo's hebben een inhoud van 75 m^ per stuk. De vaste biomassa wordt gelóst en opgeslagen in de opslagbunkers, die zich bevinden in de nieuw te bouwen biomassa loods (gebouw K op de plattegrondtekening). Na het passeren van de mengkelder en de hydrolyse begint het daadwerkelijke vergistingsproces.
Bladnummer
6 Ons kenmerk:
2208540
De ventilatielucht afkomstig van de mengkelder, opslagsilo's, invoer biomassa, hydrolyse en ook de volledige biomassa loods wordt afgezogen en afgevoerd naar een biologische luchtwasser. Na het vergistingsproces met mest en (vaste en vloeibare) co-substraten wordt het vrijkomende digestaat inpandig met behulp van een decanter gescheiden in een dikke- en dunne fractie. De naopslag van het digestaat (dunne fractie mest) vindt plaats in één van de silo's met een bruto inhoud van maximaal 6.000 m^ Daarnaast vindt opslag plaats van de dikke fractie van het digestaat in de nieuw te bouwen biomassa loods. Vanuit beide opslagen wordt afgevoerd naar derden en/of wordt uitgereden op eigen percelen. De dikke fractie wordt ingezet als exportproduct. Als gevolg van de installatie voor mestbewerking en -verwerking vindt emissie plaats van ammoniak naar de omgevingslucht. Vanwege het mestvergistingsproces zijn twee luchtwassers binnen het bedrijf aanwezig. De biologische wasser zuigt de lucht van de hal af waar de biomassa ligt opgeslagen (biomassa loods, gebouw K). Volgens tekening heeft de biologische luchtwasser een maximaal ventilatiedebiet van 30.000 mVuur. De chemische luchtwasser staat opgesteld achter de digestaatloods (gebouw G op de plattegrondtekening) en heeft volgens tekening een maximaal ventilatiedebiet van 50.000 mVuur.
De chemische luchtwasser zuigt de lucht af van de drooginstallatie. Totaal is er sprake van 603,5 kg ammoniakemissie per jaar als gevolg van de luchtwassers. Vervoersbewegingen Naast emissie van NOx uit de WKK's vindt ook NOx-emissie plaats als gevolg van transportbewegingen (stationair draaien van vrachtwagens/tankwagens vanwege het laden en lossen van co-producten en mest en intern transport waaronder shovels en tractoren). De transportbewegingen veroorzaken gezamenlijk een emissie van 442,0 kg NOx per jaar.
Bladnummer
7 Ons kenmerk:
2208540
Tabel 2: aangevraagde situatie en emissiebronnen Bron Omschrijving . situatie 2 AERIUS
Aantal - eenheid
1
1,130 uur/dag
Emissie NOx (kg/jr) 45,90
Emissie NH^ (kg/jr)
1,130 uur/dag
45,90
3
Stationair draaien vrachtwagen, lossen mest Stationair draaien vrachtwagen, lossen co-product Intern transport tractor
0,425 uur/dag
17,20
4 t/m 7
Intern transport 4 shovels
elk 0,850 uur/dag
137,60
8
Intern transport tractor
0,425 uur/dag
17,20
9
Stationair draaien vrachtwagen, laden vergiste mest Stationair draaien vrachtwagen, tijdens het wegen Stationair draaien tractor, tijdens het wegen Stationair draaien vrachtwagen, lossen propaan Stationair draaien vrachtwagen, laden mest Stationair draaien vrachtwagen, weegbrug mest Vrachtwagen mest Vrachtwagen co-producten Personenauto Bestelbus Tractor Vrachtwagen, landbouwproducten Vrachtwagen, diversen Vrachtwagen, CO^ Vrachtwagen, mest Uitlaat luchtwasser, biomassaloods K Uitlaat luchtwasser, drooginstallatie Uitlaat WKK motor 345 kW Uitlaat WKK motor 345kW
2,267 uur/dag
91,80
0,935 uur/dag
34,40
0,142 uur/dag
5,80
0,354 uur/dag
14,30
6,231 uur/dag
8,30
0,340 uur/dag
0,40
20 bewegingen/dag 7 bewegingen/dag 29 bewegingen/dag 5 bewegingen/dag 14 bewegingen/dag 5 bewegingen/dag 2 bewegingen/dag 2 bewegingen/dag 37 bewegingen/dag 8.500 uur/jaar 8.500 uur/jaar 8.500 uur/jaar 8.500 uur/jaar 8.500 uur/jaar
9,40 3,40 0,30 0,10 6,20 1,80 0,70 0,70 0,60
2
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Totaal
Uitlaat WKK motor 800 kW
19,70 583,80
603,50
5.365,40 5.365,40 4.095,30 15.268,10
Vaststellen van de feitelijk door de bestaande activiteit veroorzaakte stikstofdepositie Artikel 2.4, vijfde lid van de Regeling natuurbescherming vormt de grondslag voor de bepaling van de feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie. Dit betreft de stikstofdepositie die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 ten hoogste werd veroorzaakt als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kaders van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e of i van de Wet algemene bepaling omgevingswet of een vergunning of melding krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet.
Bladnummer
8 Ons kenmerk:
2208540
De hoogst feitelijke situatie is passend binnen de milieuvergunde situatie, geldend op 1 januari 2015. De milieuvergunde situatie Wet milieubeheer op 1 januari 2015 bestaat uit: • vergunning van 28 maart 2006 voor het oprichten en in werking hebben; • melding artikel 8.19 Wet milieubeheer met besluit van 11 juli 2006; • melding artikel 8.19 Wet milieubeheer met besluit van 7 november 2006; • vergunning van 1 september 2009 voor een verandering. De milieuvergunde situatie op 1 januari 2015 bestaat uit: • het in bedrijf hebben van 3 WKK's van elk 346 kW; • het in bedrijf hebben van 1 WKK van 800 kW; • opslaan van vloeibare mest in een mestzak met maximale inhoud van 6.300 m^; • mobiele fakkelinstallatie (bedoeld voor uitzonderlijke noodsituatie's). De hoogst feitelijke situatie van het bedrijf waarop de aanvraag van toepassing is, is op de volgende wijze aangetoond: aanvrager heeft het Meetrapport met jaaropgave van het kalenderjaar 2013 aangeleverd met informatie over de massa-input van de mest en co-producten. Met het aanleveren van dit document is de hoogst feitelijke situatie afdoende aangetoond voor de bedrijfslocatie Oosterringweg 39 in Luttelgeest.
De hoogst feitelijke situatie bestaat uit (referentiejaar 2013): • het in bedrijf hebben van 1 WKK met een vermogen van 295 kW; • het in bedrijf hebben van 1 WKK met een vermogen van 294 kW; • het in bedrijf hebben van 1 WKK met een vermogen van 288 kW; • opslaan van vloeibare mest in het mestbassin met massa-input van 4.330 ton/jaar; • het be- en verwerken van 16.776 ton biomassa per jaar, bestaande uit 4.330 ton mest en 12.446 ton aan co-substraten van de positieve lijst, zoals opgenomen in bijlage Aa van de Ui tvoeri ngsrege li ng Meststoffenwet. WKK's De inzet van de drie WKK's in de hoogst feitelijke situatie veroorzaakte jaarlijks 14.934,90 kg NOx/jaar. De hoogst feitelijke emissie is afkomstig van het kalenderjaar 2013. Tabel 3: Hoogste emissie WKK installaties in c e referentiesituatie WKK kg NOx per WKK/jaar WKK 295 kW 5.023,68 WKK 294 kW 5.006,66 WKK 288 kW 4.904,50 Totaal kg NOx/jaar 14.934,90 Vervoersbewegingen Naast emissie van NOx uit de WKK's vond ook NOx-emissie plaats als gevolg van transportbewegingen. De transportbewegingen veroorzaakten gezamenlijk een emissie van 214,0 kg NOx per jaar.
Vloeibare mestopslag in een mestzak In de hoogst feitelijke situatie is sprake van opslag van vloeibare drijfmest in een mestzak met een maximale opslagcapaciteit van 6.300 m^ Het betreft een afgedekte mestopslag, echter is er sprake van enig lekverlies als gevolg van vervluchting van ammoniakemissie. Het Meetrapport met jaaropgave van het kalenderjaar 2013 laat een mest-input zien van 4.330 ton aan varkensmest. Als gevolg van deze opslag was sprake van 489,70 kg ammoniakemissie per jaar. Luchtwassers Naast emissie van ammoniak afkomstig vanwege de mestopslag is ook sprake van ammoniakemissie afkomstig van de luchtwassers.
Bladnummer
9 Ons kenmerk:
2208540
De luchtwassers veroorzaakten in de hoogst feitelijke situatie gezamenlijk een ammoniakemissie van 465,60 kg ammoniakemissie per jaar. De hoogst feitelijke situatie in de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 is de uitgangssituatie en is weergegeven in de hiernavolgende tabel 4 en situatie 1 van de AERIUSRegisterbijlage. Tabel 4: Hoogst feitelijke situatie (passend binnen milieuvergunde situatie) en emissiebronnen Bron Omschrijving Emissie NH^ (kg/jr) Emissie NOx (kg/jr) situatie 2 AERIUS 1 Stationair draaien vrachtwagen, 22,50 lossen mest 2 Stationair draaien vrachtwagen, 22,50 lossen coproduct 3 Intern transport tractor 8,40 4 t/m 7 Intern transport 4 shovels 67,60 8 Stationair draaien tractor 8,40 9 Stationair draaien vrachtwagen, laden 45,00 vergiste mest 10 Stationair draaien vrachtwagen, 16,90 tijdens het wegen 11 Stationair draaien tractor, tijdens het 2,80 wegen 12 Stationair draaien vrachtwagen, 7,00 lossen propaan 13 Stationair draaien vrachtwagen, laden 4,10 mest 14 Stationair draaien vrachtwagen, < 1,0 weegbrug mest 15 Vrachtwagen mest 4,60 Vrachtwagen co-producten 16 1,70 17 Personenauto < 1,0 18 Bestelbus < 1,0 19 Tractor < 1,0 20 Vrachtwagen, landbouwproducten < 1,0 21 Vrachtwagen, diversen < 1,0 22 Vrachtwagen, CO^ < 1,0 23 Vrachtwagen, mest < 1,0 24 Uitlaat luchtwasser 15,20 Uitlaat luchtwasser 25 450,40 26 27 28 29 Totaal
Uitlaat WKK motor 295 kW Uitlaat WKK motor 294kW Uitlaat WKK motor 288 kW Mestopslag mestbassin
5.023,70 5.006,70 4.904,50 489,70 955,30
Tabel 4 komt overeen met situatie 1 van de bijgevoegde AERIUS-Registerbijlage.
15.148,90
Bladnummer
10 Ons kenmerk:
2208540
Vaststellen overige effecten Gezien de afstand van circa 5.400 meter tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Weerribben, zijn er naast de effecten van stikstof geen andere effecten op Natura 2000-gebieden.
B.5
Conclusie
De aangevraagde situatie past binnen de wettelijke regels. Uit de AERIUS-Registerbijlage (bijlage 2) blijkt dat geen ontwikkelingsruimte hoeft te worden toegekend. De aanvraag past eveneens binnen de door de provincie Flevoland vastgestelde beleidsregels. Wij zijn van mening dat de gevraagde vergunning voor de beoogde situatie met afname van stikstofdepositie, onder voorwaarden, kan worden verleend.
C.
Kennisgeving en afschriften
Van dit besluit zal conform artikel 3:42, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht door ons kennis worden gegeven door middel van publicatie in de Flevopost en op de website van provincie Flevoland. Afschriften van dit besluit worden verzonden aan: Afdeling handhaving van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek VantErve Advies, de heer V.H. van 't Erve Gedeputeerde Staten van provincie Drenthe; Gedeputeerde Staten van provincie Overijssel; Gedeputeerde Staten van provincie Fryslan; Gemeente Noordoostpolder D.
Bezwaar
Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na datum van verzending van deze brief schriftelijk bij ons bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend te zijn en voorzien van uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. Nadere informatie over de bezwaarprocedure treft u aan in het hierna volgende informatieblad.
E.
Ondertekening
Hoogachtend, Gedeputeerde-Staten van Flevoland, de secretaris, y de voorzitter.
r.drs. T. van der Wal - J. Lodde
Bladnummer
11 Ons kenmerk:
2208540
Bijlagen
1. 2. 3. 4.
Informatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland AERIUS Registerbijlage met kenmerk SSzgSpnGUpdo Technische tekening d.d. 15 januari 2017 en laatst gewijzigd d.d. 26 juli 2017 met het werknummer 917 en bladnummer 3; Technische tekening d.d. 15 januari 2017 en laatst gewijzigd d.d. 26 juli 2017 met het werknummer 917 en bladnummer 4.
Infornnatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland Bezwaar Tegen onze besluiten kunt u op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na datum van verzending ervan bij ons schriftelijk bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend en voorzien te zijn van uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. Verzoek om voorlopige voorziening Wanneer u van mening bent dat, in afwachting van de behandeling van uw bezwaarschrift, een voorlopige voorziening moet worden getroffen, kunt u een verzoek daartoe indienen bij de voorzieningenrechter. Het adres is Rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, voorlopige voorzieningen. Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Uw verzoek om voorlopige voorziening wordt pas in behandeling genomen wanneer u griffierecht heeft betaald. De rechtbank laat u weten hoe hoog het griffierecht is en op welke wijze u dit kunt overmaken. Overslaan van de bezwaarschriftenprocedure Op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht kunt u in uw bezwaarschrift aangeven dat u de bezwaarschriftenprocedurè wilt overslaan en rechtstreeks in beroep wilt gaan bij de bestuursrechter.
In artikel 7:1 a tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat wij een dergelijk verzoek in ieder geval moeten afwijzen wanneer: A) het bezwaarschrift is gericht tegen het niet op tijd nemen van een besluit. B) tegen het besluit door een andere belanghebbende ook een ander bezwaarschrift is ingediend waarin zo' n verzoek niet is gedaan en dit bezwaarschrift ontvankelijk is. Wij stemmen alleen in met het verzoek om de bezwaarschriftenprocedure over te slaan, wanneer de zaak daarvoor geschikt is. Wanneer dit het geval is, zenden wij het bezwaarschrift door aan de bevoegde rechter. Proceskostenvergoeding Tot slot wijzen wij u er nog op dat u op grond van artikel 7:15, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht bij ons - voordat wij een besluit hebben genomen op uw bezwaarschrift - een verzoek kunt indienen om de kosten die u redelijkerwijs in verband met de behandeling van uw bezwaarschrift moet maken, te vergoeden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om kosten van rechtsbijstand, kosten van een getuige/deskundige; reis- en verblijfkosten, kosten yan uittreksels uit openbare registers, telefoongesprekken. Bij het indienen van zo'n verzoek moet u het bedrag van de vergoeding aangeven en stukken overleggen waaruit blijkt dat u deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt.
Bij het besluit dat wij op het bezwaarschrift nemen, wordt tegelijkertijd een besluit genomen op een ingediend verzoek om vergoeding van de kosten.
Bijlage, Vergunningaanvraag > Kenmerken > Samenvattingemissies > Depositieresultaten > Gedetailleerde emissiegegevens
^ISlIiaiüiiaiifi^
Ontwikkelingsruimte toegekend
AERIUSB REGISTER Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Peters Biogas B.V.
Oosterringweg 39, 8315 PS Luttelgeest
omschrijving
AERIUS kenmerk
Bevoegd gezag
Vergunningaanvraag Nb-wet
SszgSpnGUpdo
Provincie Flevoland
Datum berekening
Rekenjaar
30 januari 2018,12:48
2017
Sector
Deelsector
Industrie
Overig
Totale ennissie
Resultaten
Situatie i
Situatie 2
Verschil
NOx
15.148,90 kg/j
15.268,10 kg/j
119,20 kg/j
NH3
955.30 kg/j
603,50 kg/j
-351,80 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j) Toelichting
vergelijking referentiesituatie 2013 (situatiei) en aanvraag 2017 (situatie;
Ontwikkelingsruimte toegekend
Vergunning aanvraag Nb-wet
S5ZgSpnGUpdo{30 januari 2018) pagina 2/31
AERIUSB REGISTER Locatie
Ontwikkelingsruimte toegekend
^
Referentie 2012
Emissie Referentie 2012
Bron Sector
Emissie NH3
pb02
Emissie NOx
ff Industrie | Overig
22,50 kg/j
pb04 Industrie | Overig
22,50 kg/j
pb05
8,40 kg/j
ff
Industrie | Overig
Ontwikkelingsruimte toegekend
ff Industrie | Overig
pbo6
16,90 kg/j
ff
pb07 Industrie | Overig
16,90 kg/j
ff
pbo8 Industrie | Overig
16,90 kg/j
Vergunningaanvraag Nb-wet
SszgSpnGUpdo (30 januari 2018) pagina 3/31