10.1 Bestemmingsplan Kraggenburg Zuid - fase 2 (2).pdf
Tekst van het document
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
2.3 Voorgenomen ingrepen Het voornemen ziet toe om woningen te realiseren. Daarnaast wordt er een nieuwe ontsluiting aangebracht, waarna daar het bestaande groen wordt verwijderd, bomen worden gerooid en kavelsloten worden gedempt of worden overbrugt met een duiker. Figuur 2.9 weergeeft een impressie van de gewenste situatie en Figuur 2.10 geeft aan waar de nieuwe ontsluiting wordt beoogd.
Figuur 2.9: Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (Bron: Initiatiefnemer).
Figuur 2.10: Nieuwe ontsluiting (blauw omcirkeld) binnen het plangebied (Bron: PDOK).
De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: » Verwijderen beplanting; » Uitvoeren grondverzet; » Bouwwerkzaamheden; » Aanleggen erfverharding; » Aanleggen erfbeplanting. Voorgenoemde ingrepen zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effecten.
Tijdelijke effecten treden alleen op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze tijdelijke effecten kunnen leiden tot de verstoring van rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Permanente effecten daarentegen kunnen een gevolg zijn van de activiteiten zelf alsmede de resultaten hiervan. Ze kunnen leiden tot: » Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; » Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; »
Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.
2.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Bij het bepalen van de invloedsfeer wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Het plangebied grenst aan woningen en grasvelden en landbouwgronden. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden nabij het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De fysieke werkzaamheden hebben een minimale invloedssfeer, daarom wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Hoofdstuk 3
Wettelijk Kader Het wettelijk kader weergeeft de diverse kaders waaraan het initiatief getoetst wordt.
3.1 Wet natuurbescherming De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.
3.1.1
Natura 2000
Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel - zonder vergunning - niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets of effectenbeoordeling. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.
3.1.2
Soortenbescherming
In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): » lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; » lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; » lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; » lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; » lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing nietvan wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); » lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen; » lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; » lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuuropzettelijk te vernielen ofte rapen;
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
» »
lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: » onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; » onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of » onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.
3.1.3
Zorgplicht
Binnen de Wnb, artikel 1.11, is de algemene zorgplicht opgenomen die na streeft om het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen en indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zoveel mogelijk te beperken. Deze geldt ten alle tijden voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving en voor Natura 2000-gebieden.
3.1.4
Houtopstanden
In de Wnb is ook de bescherming van houtopstanden geregeld. Dit is een implementatie van de oude Boswet die het doel had om bossen te beschermen. Dit geldt nog steeds. Het uitgangspunt is dat Er netto geen oppervlakte bos mag verdwijnen. De handhaving hiervan ligt in principe bij de provincies en in sommige gevallen bij het Ministerie van LNV, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Onder houtopstanden wordt verstaan: een zelfstandige eenheid aan bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat vanaf 10 are of bestaat uit een bomenrij van meer dan 20 bomen. Wanneer een houtopstand gekapt wordt, of er andere maatregelen genomen worden die (eventueel indirect) tot het verminderen van het oppervlakte bos leiden geldt er een meld en herplantingsplicht, tenzij: » het bomen op erven of in tuinen zijn; » het fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn; » het wilgen of populieren langs wegen of landbouwgrond zijn; » het kerstbomen (niet ouder dan 20 jaar) zijn; » het kweekgoed is; » het dunnen van een houtopstand is; » het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
»
o minimaal eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare ; o na 1 januari 2013 zijn aangelegd. het houtopstanden zijn binnen de begrenzing van een bebouwde kom.
Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar (zoels hiervoor genoemd) melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Aan de hand van een kapmelding kan de provincie ervoor kiezen om een kapverbod op te leggen (maximaal 5 jaar), ter bescherming van bijzondere natuur of landschapswaarden. Daarnaast geldt er voor kap van houtopstanden een herplantplicht: binnen 3 jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Kan deze niet worden uitgevoerd op het oorspronkelijke perceel, dan kan er compensatie plaatsvinden door de herplant te realiseren op een ander perceel. De voorwaarden hiervan verschillen per provincie. Er geldt daarentegen geen meldingsplicht of verplichting om binnen 3 jaar te herplanten als er wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode waarin een werkwijze is opgenomen die waarborgt dat: » er geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; » de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; » herplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; » de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; » de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.
Daarnaast is er een vrijstelling van de herplantplicht mits het bijdraagt aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen, nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen en houtkap voor biomassaplantages.
3.2 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNNj/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Flevoland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Hoofdstuk 4
Werkwijze In dit hoofdstuk worden de wettelijk vastgelegde beoordelingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt.
4.1
Natura 2000
Voor de oriëntatie in het kader van de Gebiedsbescherming is bekeken of nabijgelegen Natura 2000gebieden mogelijk significante directe en indirecte effecten ondervinden van de beoogde ingrepen.
4.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Voor de totstandkoming van het advies betreffende dit onderzoek zijn de volgende stappen gezet: 1. Bureaustudie; 2. Veldbezoek; 3. Concluderende analyse.
Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit het bestuderen van (de geschiedenis van) het plangebied, bronnenonderzoek en een analyse van de flora- en faunagegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor verdere verkenning in het kader van de Soortenbescherming is een analyse van de bestaande flora- en faunagegevens uitgevoerd. Hierbij zijn de gegevens van beschermde soorten in een straal van 500 meter rondom het plangebied van de laatste 5 jaar opgevraagd in de NDFF. Het plangebied in het noordoosten bestaat uit een grasveld omringd door bomen en het plangebied in het zuidwesten staat een wat begroeider grasveld ook omringd met bomen. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: » Vogels; » Vleermuizen; » Grondgebonden zoogdieren; » Amfibieën. Het is niet te verwachten dat beschermde soorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen binnen het onderzoeksgebied voorkomen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt.
Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.
Veldbezoek Het veldbezoek heeft een verkennend karakter en kan daarom niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 14 juli 2022 te voet bezocht door Q. Vos, tussen 15:00-15:30 uur. Het plangebied is visueel en auditief onderzocht op de aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker (Eden HD 8x42) en een zaklamp. Tijdens het veldbezoek was het 23 graden Celsius, overwegend bewolkt.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Gedurende het veldbezoek is het volgende onderzocht: » Houtopstanden en struweel; »
Bestaande bebouwing en potentiële rust- en verblijfsplaatsen;
»
(Mogelijke voortplantings) Wateren;
»
Sporen in de vorm van holen en nesten;
»
Sporen in de vorm van pootafdrukken, graaf-, krab- en bijtsporen;
»
Sporen in de vorm van fecaliën, veren/haren en prooiresten;
»
Overige indicaties die wijzen op de aanwezigheid van beschermde soorten.
Analyse en conclusie Aan de hand van de verzamelde verspreidingsgegevens en de resultaten van het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt habitat aanwezig is in en/of rondom het plangebied. De beoogde ingrepen zijn beoordeeld in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plangebied. Bij voldoende zekerheid over het al dan niet voorkomen van beschermde soorten, zijn mogelijke (negatieve) effecten bepaald. Ten slotte is beoordeeld of wettelijke consequenties aan de orde zijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de beoogde werkzaamheden en uitvoeringsplanning.
4.3
Houtopstanden
Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt, is er geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen als weergeven in H4 van de Wnb. Om deze reden worden Houtopstanden ook niet verder behandeld in voorliggende rapportage.
4.4 Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het NNN. Ter beoordeling van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de NNN is gekeken naar de nabijheid van NNN en de eventuele (negatieve) effecten op de aanwezige natuurwaarden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Hoofdstuk 5
Resultaten Gebiedsbescherming
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
5.1
Natura 2000
5.1.1
Ligging t.o.v. het plangebied
Het plangebied ligt op minimaal 3,5 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000gebied, Zwarte Meer (Figuur 5.1).
Figuur 5.1: Ligging van Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (rode omlijning). Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de blauwe kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied bedraagt 3,5 km (Bron: PDOK).
5.1.2 Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Van verstoringseffecten, zoals geluid, optische verstoring of licht is derhalve geen sprake. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, wordt een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten.
Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Wel dient de gebruiksfase beoordeeld te worden. Deze regeling staat op moment van schrijven onder druk. In geval van uitloop van de procedure kan het mogelijk zijn dat stikstofemissie gedurende de ontwikkelfase ook beoordeeld dient te worden.
Beoordeling stikstof (toekomstige gebruiksfase) Het is aannemelijk dat de voorgenomen ingrepen voor een toename van verkeersbewegingen zal zorgen ten opzichte van de huidige situatie. Door de omvang en ingebruikname van het plangebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden. Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
5.2 Natuurnetwerk Nederland 5.2.1
Ligging t.o.v. het plangebied
Het plangebied ligt op minimaal 300 meter afstand van gronden die tot NNN behoren. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van het NNN. In Figuur 5.2 wordt de ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Figuur 5.2: Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied (rode omlijning). Gronden die tot NNN behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en gronden die tot NNN behoren bedraagt 300 m (Bron: PDOK).
5.2.2
Beschermingsregime
De bescherming van het NNN kent externe werking in Flevoland. Als er aantasting van waarden optreedt, geldt dat de negatieve effecten als gevolg van de verstoring, waar mogelijk, worden beperkt en als dat niet mogelijk is, worden gecompenseerd. Omdat het hier gaat om een ontwikkeling buiten het NNN, is ook de regeling kwaliteitsverbetering landschap (Artikel 3.9) van toepassing. Per geval wordt bekeken of de verplichte compensatie voldoende is om ook aan de verplichte kwaliteitsverbetering te voldoen of dat er aanvullend maatregelen nodig zijn. Voorop staat dat de compensatie van de aantasting altijd plaatsvindt. Hoe hoog de compensatieverplichting is vanwege verstoring is per geval verschillend en betreft maatwerk. Er wordt Er wordt een sloot gedempt, groen verwijderd en bomen gerooid op een gedeelte van het perceel en bebouwing gerealiseerd, op minimaal 300 meter afstand van gronden die tot het NNN behoren. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten is niet waarneembaar in het NNN. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten is niet strijdig met beleidsregels t.a.v. de bescherming van het NNN.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Hoofdstuk 6
Resultaten Soortbescherming In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en de bijbehorende wettelijke consequenties van de voorgenomen ingrepen.
6.1 Vogels 6.1.1
Jaarrond beschermde nestsoorten
Door de afwezigheid van bebouwing binnen het plangebied kunnen nesten van gebouwbewonende soorten als huismus en gierzwaluw uitgesloten worden. Ook zijn er in de bomen en struiken op en rond het plangebied geen (takken)nesten gevonden van jaarrond beschermde nestsoorten, waardoor de soorten die een duidelijk nest bouwen of die koloniebroeders zijn (roek, boomvalk, buizerd, havik en sperwer) kunnen worden uitgesloten. Tevens zijn er in het plangebied geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels of uilen er een vaste rust- of verblijfplaats bezetten. Aanwezigheid van deze soorten is doorgaans gemakkelijk vast te stellen aan de hand van braakballen, schijtsporen en ruiveren. Mogelijk wordt het gebied wel gebruikt om te foerageren en te rusten.
6.1.2
Categorie 5 beschermde nest soorten
Er worden geen nesten van categorie 5 beschermde soorten verwacht als de raaf of spechten mede door het gebrek aan holenbomen, sporen en nesten.
6.1.3
Vogelsoorten algemeen
Gedurende het veldbezoek zijn er geen nesten aantroffen. Echter valt er niet uit te sluiten dat vogels van het plangebied gebruik maken om te foerageren, te rusten of eventueel een nest bezetten door de aanwezigheid van het dichte struweel.
6.1.4
Wettelijke consequenties
Van de verwachte vogelsoorten binnen het plangebied zijn de bezette nesten beschermd, niet de oude of verlaten nesten. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels dienen te worden uitgevoerd. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.
6.2
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied behoort mogelijk tot functioneel leefgebied van de steenmarter, boommarter en bunzing. Er zijn geen sporen aangetroffen van marters binnen het plangebied in de vorm van graafsporen, prooiresten, uitwerpselen/ latrines etc. Door de afwezigheid van bebouwing (zoals oude gebouwen of schuren met holle ruimten), puinhopen, groenhopen, holen in de grond en geschikte holenbomen, zijn er geen mogelijkheden voor rust- of voortplantingsplaatsen in het plangebied. Er wordt wel verwacht dat marters het gebied gebruiken als doortrekroute/foerageergebied. Echter gelet op de inrichting (intensief onderhouden grasveld), wordt het gebied niet als hoogwaardig foerageergebied beschouwd. Ook zijn er voldoende uitwijkmogelijkheden in de omgeving aanwezig.
Wettelijke consequenties Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en er wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen ingrepen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
De voorgenomen ingrepen leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
6.3
Vleermuizen
Het plangebied behoort mogelijk tot functioneel leefgebied van de laatvlieger, de watervleermuis, de rosse vleermuis, de ruige dwergvleermuis, de meervleermuis en de gewone dwergvleermuis.
6.3.1
Verblijfplaatsen
Door afwezigheid van bebouwing en geschikte holenbomen in het plangebied zijn rust- en verblijfplaatsen zowel voor gebouwbewonende soorten als boombewonende soorten uit te sluiten.
6.3.2
Foerageergebied
Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied beschouwd. Vermoedelijk foerageren er verschillende vleermuissoorten rondom de bomen, struweel en over het veld. De meeste beplanting blijft staan waardoor het foerageergebied niet in functionaliteit wordt aangetast. Er zal wel verstoring van tijdelijke aard plaatsvinden. Echter zijn er voldoende uitwijkmogelijkheden in de omgeving aanwezig waardoor het gebied niet als essentieel foerageergebied wordt beschouwd.
6.3.3
Vliegroute
Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied (en van foerageergebied naar verblijfplaats) of tussen verblijven te vliegen. Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt een verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. De meeste aanwezige beplanting blijft staan, waardoor mogelijke vliegroutes niet zullen worden aangetast.
6.3.4
Wettelijke consequenties
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute verstoord. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
6.4 Amfibieën Het plangebied behoort mogelijk tot functioneel leefgebied van de rugstreeppad en is eerder waargenomen in de omgeving. Gedurende het veldbezoek zijn er geen amfibieën waargenomen binnen de sloot langs de oostkant (Figuur 6.1 en 6.2). Daarnaast is er op de plek waar de beoogde ontsluiting moet komen aan de noordkant, geen sloot aanwezig. Alhoewel het plangebied binnen de nationale verspreiding van de beschermde rugstreeppad ligt, kan op voorhand worden uitgesloten dat de sloot onderdeel uitmaakt van voortplantingsbiotoop van de rugstreeppad omdat het te diep is.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Figuur 6.1 en 6.2: De sloot aan de oostkant
6.4.1 Wettelijke consequenties Er worden geen amfibieën (opzettelijk) verstoord en daarmee verbodsbepalingen overtreden. Nader onderzoek naar de rugstreeppad wordt niet noodzakelijk geacht. Echter om intreding te voorkomen, wordt aangeraden een amfibieënscherm te plaatsen.
6.5
Overige soorten
Het plangebied behoort niet tot het functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
6.6
Samenvattende tabel
Tabel 6.1: Samenvatting Soortenbescherming Soortgroep Mogelijk Te beoordelen voorkomende effecten? soorten
Overtreding Wnb
Vervolgstappen
Vogels algemeen
Art. 3.1, lid 1, 2 en 4.
Nader onderzoek wordt niet noodzakelijke geacht.
Vogels
Verstoring broedende vogels en doding van individuen.
Nemen voorzorgsmaatregelen om verstoring broedende vogels te voorkomen, uitvoeren werkzaamheden buiten broedperiode of onder toeziend oog van een ervaren ecoloog.
Grondgebonden zoogdieren
Marterachtigen.
Vleermuizen Amfibieën
Niet aanwezig. Diverse soorten en de rugstreeppad
Overige soorten
Niet aanwezig.
Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen en foerageergebied.
Art. 3.10, lid la en lb.
Nader onderzoek wordt niet noodzakelijke geacht.
Niet van toepassing.
N.v.t.
Niet van toepassing.
Verstoring endoding van individuen en aantasten van voortplantingsen rustplaatsen. Niet van toepassing.
Art. 3.10, lid la en lb.
Nader onderzoek naar de rugstreeppad wordt niet noodzakelijk geacht. Echter om intreding te voorkomen, wordt aangeraden een amfibieënscherm te plaatsen.
N.v.t.
Niet van toepassing.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Hoofdstuk 7
Conclusie en advies De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor beschermde soorten die niet op de vrījstellingslijst (bijlage 3) van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Gebiedsbescherming Gezien de ruime afstand van het plangebied naar het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied en de schaal van de beoogde ingrepen, is het onwaarschijnlijk dat er een significant effect ten gevolge van de ingreep en de gebruiksfase plaats zal vinden. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in de provincie.
Vogels Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels dienen te worden uitgevoerd. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.
Grondgebonden zoogdieren Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en er wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen ingrepen. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Vleermuizen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute verstoord. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
Amfibieën Er worden geen amfibieën (opzettelijk) verstoord en daarmee verbodsbepalingen overtreden. Nader onderzoek naar de rugstreeppad wordt niet noodzakelijk geacht. Echter om intreding te voorkomen, wordt aangeraden een amfibieënscherm te plaatsen.
Overige soorten Het is uitgesloten dat er negatieve effecten op beschermde reptielen en overige soorten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Bijlagen Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Bijlage 1
Geraadpleegde bronnen
Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS-calculator Ruimteliikeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Bijlage 2
Toelichting op wettelijke kaders
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al járen achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden.
Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. 2.
3.
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode.
Soortenbescherming en het 'nee, tenzij principe' De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort.
Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: "De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd".
Vrijstelling regelgeving BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de Gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een Gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de Gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.
Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. 2. 3.
"-S. C QJ -Q O o
C dJ bjO ^ as >
c c
(D (1) .SP «
■oro 'FE
t 2
Jä o
C dl i«Įļ m
c ai k. o ■4-» IA idl >
Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. Soorten worden beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Er is een beschermingsregime voor 'andere soorten' waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Ş 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Ş 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten Ş 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid la
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid lb
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen ofte vernielen.
Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1 lid 4 en 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief c (D O c ai c o.
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid lc
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Bijlage 3
Vrijgestelde soorten per provincie Zuid-Holland
Zeeland
Utrecht
Overijssel
Noord-Holland
Soort
Noord-Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
Flevoland
Drenthe
Provincie
Legenda Vrijgestelde soort 1 = Vrijgesteld jul - sep 2 = Vrijgesteld 15 aug -15 okt 3 = Vrijgesteld mrt - apr en jul - nov
Amfibieën
4 = Vrijgesteld 15 aug - feb
Bruine Kikker Geldig per: 25 april 2022 Bronnen: Regelink Habitus Natuurinclusief
Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Bastaardkikker
Reptielen Hazelworm
1
Levendbarende hagedis
2
Landzoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
3
Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse Woelmuis Ree Rosse Woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis
4
Veldmuis Vos Wezel Wild Zwijn Woelrat
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
24
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Bijlage 4
Natuurkalender
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
25
TOETSING WNB EN NNN - Kraggenburg Zuid - Fase 2 Status: Definitief
Legenda Optimale perioden voor werkzaamheden. In deze perioden zijn de minste kans op verstoringen van planten en dieren. Acceptabele perioden voor werkzaamheden, mits er geen verstoring van planten en dieren plaatsvindt. De werkzaamheden verrichten onder begeleiding van een ter zake kundige. Geen werkzaamheden in deze perioden. Wan neer andere zwaarwegende belangen gelden dan de werkzaamheden verrichten onder de voorwaarden. Bijvoorbeeld voorwaarden in de ontheffing Wet natuurbescherming.
Bronnen: Natuurbank Overijssel Natuurkalender Arnhem
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
Bestemmingsplan "Kraggenburg, Zuid - fase 2" Vastgesteld
Bijlage 6
Standaard waterparagraaf
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
Digitale Watertoets Resultaat van de check gedaan op 08-07-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE W\TERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
normale procedure
2.
Advies geen primaire waterkeringen
3.
Advies geen regionale waterkeringen
4.
Advies geen overige kering
5.
Advies voldoende water: thema wateroverlast (stedelijk)
6.
Advies alternatieve berging
7.
Advies kwelwaterkwaliteit
8.
Advies watersysteem
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
08-07-2022, 12:15
Pagina 1 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
08-07-2022, 12:15
Pagina 2 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? »
2.
Is er sprake van een uitbreiding of wijziging van de lozing(en)? -
3.
nee
Kernzone overige kering *
11.
nee
Buitendijksgebied beschermd *
10.
nee
Buitendijksgebied dubbelregime »
9.
nee
Buitendijksgebied kernzone »
8.
nee
Primaire waterkering buitenbeschermingszone »
7.
nee
Primaire waterkering tussenbeschermingszone «
6.
nee
Primaire waterkering binnenbeschermingszone *
5.
ja
Primaire waterkering kernzone *
4.
nee
nee
Beschermingszone overige kering «
nee
08-07-2022, 12:15
Pagina 3 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Aandachtsgebieden wateroverlast en onvoldoende drooglegging 2050 *
13.
Neemt het verhard oppervlak in stedelijk gebied toe? .
14.
nee
Is er binnen het plangebied sprake van de toelating, aanwezigheid of aanleg van drijvende woningen/woonboten? *
22.
ja
\Abrden kunstwerken zoals bijvoorbeeld duikers of bruggen aangelegd? *
21.
ja
Overweegt u infiltratiebermen of wadi's aan te leggen ter compensatie van de toename van verharding? -
20.
nee
Kwelkwaliteit slecht -
19.
ja
\Abrdt er nieuw open water aangelegd? (bijv. ter compensatie toename verharding) »
18.
ja
Is er sprake van afstromend regenwater van een oppervlak van 50 of meer parkeerplaatsen en/of een weg met meer dan 1000 voertuigbewegingen per dag? .
17.
nee
Betreft het een nieuw verhard oppervlak in landelijk gebied groter dan 2500 m2 of in stedelijk gebied groter dan 750m2? .
16.
ja
Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? »
15.
nee
nee
\Abrden in het plan maatregelen getroffen waardoor het waterpeil verandert met 10 cm of meer? *
nee
08-07-2022, 12:15
Pagina 4 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 23.
\Abrdt er in het plangebied mogelijk gebruik gemaakt van bodemenergie, ook wel warmte koude opslag (WKO) genoemd? *
24.
\Abrdt er water [bijvoorbeeld regenwater] geloosd op het oppervlaktewater? *
25.
nee
nee
Rijkswater «
nee
08-07-2022, 12:15
Pagina 5 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
ï. normale procedure Op basis van de uitgevoerde digitale watertoets volgt u de normale procedure.
Wat moet ik doen? U dient een waterparagraaf op te nemen in uw ruimtelijke plan. Zo onderbouwt u een goede ruimtelijke ordening voor het omgevingsaspect water. Onderstaande concept-waterparagraaf kunt u gebruiken als basis. Deze vult u aan met de teksten van de relevante adviezen en concrete uitwerkingen voor de ontwikkeling. De relevante wateraspecten, zoals waterkeringen, rioolwaterzuiveringen en oppervlaktewater, neemt u ook op in de verbeelding en/of in de regels van het ruimtelijk plan. In de loop van 2021 wordt de digitale watertoets nog geoptimaliseerd om u een beter resultaat te geven.
Gebruik de knop......DIRECT AANVRAGEN...... om Waterschap Zuiderzeeland op de hoogte te stellen van uw plannen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. Als u een wateradvies wilt ontvangen stuurt u uw uitgewerkte conceptwaterparagraaf mee met de aanvraag of via watertoets@zuiderzeeland.nl.
Concept waterparagraaf normale procedure Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoets procedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Wëlke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van \Aàterschap Zuiderzeeland nodig.
Wet- en regelgeving en beleid De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen.
KRW De Europese Kaderrichtlijn \Aàter (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle 08-07-2022, 12:15
Pagina 6 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRWheeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater.
Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, \Aàterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren
Waterwet De \Aàterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de \Aàterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het ‘gebiedseigen water' wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving.
Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen ofte beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Nationaal Waterplan Het Nationaal \Aàterplan is vastgesteld op basis van de \Aàterwet en de Wét Ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal \Aàterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke ambities hierin zijn het klimaatbestendig 08-07-2022, 12:15
Pagina 7 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets en waterrobuust inrichten van de ruimte. Het geeft maatregelen die in de periode 2016 - 2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Nederland voldoet met dit plan aan de Europese eisen beschreven in de KRW, de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS), het plan geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten.
Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland Het \Aàterbeheerplan 2016-2021 (WPB3) bevat langetermijndoelen (zichtjaar 2050), doelen voor de planperiode (2016-2021) en maatregelen die het waterschap (samen met gebiedspartners) uit gaat voeren. De doelen en maatregelen hebben betrekking op de kerntaken van het waterschap (waterveiligheid, schoon water, voldoende water) en het thema water en ruimte. Hierbij gaat het om reguliere werkzaamheden, zoals peilbeheer, onderhoud aan dijken en het zuiveren van afvalwater en om nieuwe ontwikkelingen."
Waar moet ik op letten? Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een (water)vergunning. U dient zelf na te gaan welke meldingen en vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Of u meldingen en/of een vergunningaanvraag moet indienen bij het waterschap kunt u nagaan op onze website of via een vergunningcheck: Vergunningen | \Aàterschap Zuiderzeeland https://www.zuiderzeeland.nl/veraunninaen
Achtergrondinformatie Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: https://geo-zzl.opendata.arcais.com/. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met kunstwerken, de peilgebieden, de ligging van waterkeringen en de afvalwaterketen. Heeft u vragen of suggesties over deze Digitale \Aàtertoets? Laat het ons weten per e-mail: watertoets@zuiderzeeland.nl of telefonisch: 0320-274 911. Waterschap Zuiderzeeland, Postbus 229, 8200 AE Lelystad https://www.zuiderzeeland.nl
08-07-2022, 12:15
Pagina 8 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
2.
Advies geen primaire waterkeringen Geen primaire waterkering geraakt.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
08-07-2022, 12:15
Pagina 9 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
3.
Advies geen regionale waterkeringen Geen regionale waterkering geraakt.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid: Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
08-07-2022, 12:15
Pagina 10 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
4. Advies geen overige kering Geen overige waterkering geraakt.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
08-07-2022, 12:15
Pagina 11 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 5.
Advies voldoende water: thema wateroverlast (stedelijk) U moet compenseren voor de toename in verharding in stedelijk gebied.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. \Aàar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoeŕ is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013.
Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met m2 toe. Deze toename is groter of gelijk aan 750 m2. Hiervoor is compensatie noodzakelijk. Vul aan met: * m
een beschrijving van de fysieke wijzigingen een kwantificering van de netto toename in verharding
* m
de locatie en wijze van compensatie een kwantificering van de compenserende waterberging.
Waar moet ik op letten? 08-07-2022, 12:15
Pagina 12 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Achtergrondinformatie
08-07-2022, 12:15
Pagina 13 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS
e. Advies alternatieve berging U moet compenseren voor de toename in verharding en wilt dat deels doen in de vorm van alternatieve berging.
Wat moet ik doen? Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf bij het onderdeel wateroverlast. Bij de aanleg van oppervlakkige berging in de vorm van bijvoorbeeld infiltratiebermen of wadi's is de bergingsnorm niet toepasbaar. Met behulp van een maatwerkberekening moet worden aangetoond dat de alternatieve berging bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie biedt. De huidige afvoersituatie mag niet verslechteren. U wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met het waterschap. Vul aan: Vermeld hier het resultaat van het vooroverleg met het waterschap en de maatwerkberekening.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
08-07-2022, 12:15
Pagina 14 van 16
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 7.
Advies kwelwaterkwaliteit Aandachtspunten ligging in gebied met slechte kwel.
Wat moet ik doen? Als u een nieuw watersysteem wilt aanleggen vragen wij u om contact op te nemen met het waterschap via watertoets@zuiderzeeland.nl. Onderstaande tekst neemt u op in de waterparagraaf als deze van toepassing is, na afstemming met het waterschap. Dit in aanvulling op het algemene deel van de concept waterparagraaf.
Thema Schoon water Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem. Vul aan: uitkomst van het overleg met het waterschap
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
08-07-2022, 12:15
Pagina 15 van 16
https://dewatertoets.nl