CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Wegwijzer Jeugd en Veligheid - 7 stappenmodel juni 2023

It Petear 21 november 2023, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presentatie - Jaarwisseling 2023-2024, Veiligheidsagenda 2024-2027 en Nul-beleid drugs22.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

hun eigen taken en bevoegdheden. Als zij het nood­

toepassing de wettelijke vastgestelde termijn;

zakelijk achten, kunnen ze deze gegevens verstrekken

• borg de juistheid en actualiteit van de verwerkte

voor de groepsaanpak. Dit kunnen ook gegevens zijn

persoonsgegevens. Onjuiste gegevens moeten zo

die een convenantpartner rechtmatig heeft verkregen

snel mogelijk worden verbeterd of gewist;

van een derde voor de eigen taken en bevoegdheden

• zorg voor passende organisatorische en technische

van de convenantpartner. Let hierbij wel op de

beveiligingsmaatregelen bij het opslaan en delen

geheim­houdingsbepalingen die mogelijk van

van persoonsgegevens;

toepassing zijn op de oorspronkelijk ontvangen

• wees transparant naar betrokkene(n) en zorg dat

gegevens.

betrokkene(n) hun rechten op grond van de privacy­ regelgeving kunnen uitoefenen.

Positie zorgpartijen en hulpverleners Zorgpartijen en hulpverleners hebben geen grondslag

Beperkingen in de informatiedeling

om gegevens over individuen te verstrekken specifiek

Bovenstaande betekent voor de jeugdgroepaanpak

voor de groepsaanpak. Zij komen dan al snel in de

onder andere dat er een rem moet zijn op het

problemen met hun beroepsgeheim. Zij kunnen wel

gedetailleerd bespreken van individuele jongeren

een rol spelen als een jongere ter sprake komt in

door de convenantpartners. Het bespreken van

bijvoorbeeld een lokale PGA of in het Zorg- en

individuele jongeren in het jeugdgroepenoverleg moet

Veiligheidshuis. De gegevensuitwisseling vindt dan

passen bij het doel. Zoals interventies bepalen om het

uitsluitend plaats tussen partijen die ook daad­

groepsgedrag te beïnvloeden, doorverwijzen naar

werkelijk betrokken zijn bij de individuele casus op

hulpverlening of aanmelding van een jongere voor een

basis van een convenant Lokale PGA of het

casusbespreking in een Zorg- en Veiligheidshuis of

convenant en protocol Zorg- en Veiligheidshuis.

een gemeentelijk casusoverleg.

Positie jongerenwerk in de groepsaanpak

5.3 Gegevens verzamelen en uitwisselen

Voor jongerenwerkers geldt een beroepscode bij het uitvoeren van hun werk en het delen van gegevens over individuele jongeren. In bijlage E Jongerenwerk en de groepsaanpak staat beschreven hoe jongeren­

De groep

werkers om kunnen gaan met het delen van gegevens

Als het gaat om het verzamelen van gegevens over

in het kader van de jeugdgroepenaanpak binnen de

het gedrag van de groep als zodanig (dus niet op

kaders van hun beroepscode. Deze bijlage is tot stand

individueel niveau) zijn er geen directe belemmeringen.

gekomen met medewerking van de Beroeps­

De procesregisseur of de wijkagent kan bij het wijk­

vereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW).

team, een school, de beheerder van een winkel­ centrum, of bij de woningcorporatie informeren of de groep daar bekend is en wat er bekend is over het gedrag van de groep. Dat mag op basis van de eigen bevoegdheden altijd en als er een goede aanleiding

5.4 Verzamelen van online gegevens

voor is. Als dat van belang is, kan hij die informatie

Voor het verzamelen van online gegevens voor de

inbrengen bij de convenantpartners in het jeugd­

groepsaanpak gelden in principe dezelfde uitgangs­

groepenoverleg.

punten als voor het verzamelen van niet onlinegegevens.

28

De convenantpartners beschikken op grond van hun

zijn tussen convenantpartners vereist altijd

eigen taken over gegevens. Dat kunnen ook online

voorafgaande afstemming.

verkregen gegevens zijn. Als dat noodzakelijk is voor de groepsaanpak hebben zij een grondslag om deze

Als bilaterale afstemming tussen één van de

te delen. Daarbij kunnen altijd nog specifieke

convenantpartners en een derde partij niet volstaat,

afwegingen een rol spelen zoals de beroepscode van

kan een derde partij als incidentele deelnemer

de jongerenwerker.

aansluiten bij het jeugdgroepenoverleg. Daarbij worden geen persoonsgegevens uitgewisseld, tenzij

In hoofdstuk 4 staat meer informatie over het gebruik

dit op grond van de wettelijke taken en grondslagen

van online gegevens.

van deze partij is toegestaan. Vooraf moet worden bepaald bij welke onderdelen van het overleg deze

5.5 De convenantpartners en incidentele deelnemers De convenantpartners zijn burgemeester, politie, OM en jongerenwerk. De (jeugd)boa / Toezicht en

partij aanwezig kan zijn.

5.6 Uitwisselen van informatie met incidentele deelnemers

handhaving valt onder verantwoordelijkheid van de

Derde partijen kunnen betrokken worden bij de

burgemeester en kan deelnemen aan de aanpak.

jeugdgroepaanpak door middel van bilaterale

De procesregisseur OOV treedt namens de

afstemming met één van de convenantpartners, of

burgemeester op en is de spil in de groepsaanpak.

door deelname aan een jeugdgroepenoverleg als

Hij faciliteert het 7-stappenmodel, coördineert de

‘incidentele deelnemer’. Als met een derde partij

uitvoering en bevordert de naleving van de

wordt afgestemd kan het zijn dat er geen

zorgvuldigheidsafspraken uit het convenant over de

persoonsgegevens mogen worden uitgewisseld.

gegevensverwerking. Lees ook bijlage A.

Het kan ook zijn dat alleen één van beide partijen

Het jeugdgroepenoverleg is een overleg van de

persoonsgegevens mag delen met de ander.

convenantpartners. Zij kunnen eigen informatie of

Daarnaast kan het zijn dat persoonsgegevens mogen

informatie van derden inbrengen die zij op grond van

worden uitgewisseld over specifieke groepsleden die

hun eigen taken en bevoegdheden hebben verzameld

bij de derde partij onder behandeling zijn. In alle

of ontvangen. Zo heeft de politie op grond van zijn

gevallen geldt dat de hoeveelheid gegevens die

eigen taken contacten met het lokaal team en Veilig

gedeeld wordt, beperkt moet blijven tot datgene dat

Thuis en heeft het OM op grond van zijn eigen taken

noodzakelijk is voor de taak die de betrokken partijen

contacten met de leerplichtambtenaar, de Raad voor

uitvoeren.

de Kinderbescherming en (jeugd)reclassering. Het convenant staat dergelijke bilaterale overleggen niet

Zorgvuldigheid is van belang als een incidentele

in de weg. Het is aan het OM en de politie om te

deelnemer aan een jeugdgroepenoverleg wordt

bepalen of zij het noodzakelijk vinden om de daaruit

uitgenodigd. Daarom moet vooraf worden nagegaan

verkregen informatie in te brengen in het

of er een bepaalde vorm van gegevensuitwisseling

jeugdgroepenoverleg.

kan plaatsvinden. De convenantpartners geven zelf aan of zij beperkingen hebben voor de gegevens­

Daarnaast hebben de convenantpartners op grond

uitwisseling met een beoogde incidentele

van hun eigen taken en bevoegdheden ook

deelnemer. Dan kan daar rekening mee worden

mogelijkheden om gegevens te verstrekken aan

gehouden. Voor alle niet-convenantpartners geldt

derden. Zo mag de politie bijvoorbeeld gegevens

dat als zij worden uitgenodigd als ‘incidentele

verstrekken aan een Gecertificeerde Instelling (GI) die

deelnemer’ aan een casusoverleg tussen de

een jeugdbeschermingsmaatregel uitvoert.

convenantpartners, daarbij vooraf afspraken nodig

Verstrekking aan derden van gegevens die gedeeld

zijn waar het gesprek met hen over kan gaan (zie ook

29

artikel 4 in het Modelconvenant jeugdgroepaanpak).

organisaties zoals de (jeugd)reclassering, de Raad

Daarnaast tekent de incidentele deelnemer vooraf

voor de Kinderbescherming of Halt. Dat kan nuttig

een geheimhoudingsverklaring. De deelnemer neemt

zijn vanwege de kennis over problematisch

- voor zover hiervan sprake is - geen gegevens over

groepsgedrag die bij deze organisaties aanwezig is,

individuele groepsleden mee uit het overleg, tenzij dit

maar het kan ook dat leden van de jeugdgroep in

expliciet wordt afgesproken. In bijlage 1 van het

behandeling zijn bij één van deze organisaties,

modelconvenant staat een voorbeeld van een

waarbij het nodig kan zijn om over persoonsgerichte

geheimhoudingsverklaring.

problematiek of maatregelen af te stemmen voor de betreffende jongeren (zie ook bijlage A, tabel A2).

Bij derde partijen waarmee afstemming nodig is, kan

De justitiële organisaties beschikken meestal over

het gaan om lokale partijen/instanties zoals een

verwerkings en -verstrekkingsgrondslagen die beter

leerplichtambtenaar, een school, een lokaal (wijk)

bij het OOV-domein aansluiten dan de genoemde

team, een afdeling Jeugd van de gemeente of een

lokale partijen, waardoor persoonsgerichte

woningcorporatie. Zo kan een jeugdconsulent

afstemming in het jeugdgroepenoverleg het meest

bijvoorbeeld adviseren of het zinvol is een jongere

voor de hand ligt bij deelname door de genoemde

door te geleiden naar de afdeling Jeugd voor de inzet

justitieorganisaties.

van jeugdhulp, zonder zelf gegevens in te brengen. Ook kan afstemming nodig zijn met justitiële

30

5.7 College van B en W en gegevensverstrekking uit het sociaal domein

sociaal domein richten zich op het bepalen óf, en zo ja welke, voorzieningen uit het sociaal domein ingezet moeten worden voor de zelfredzaamheid en participatie van een inwoner. In de regel gebeurt dit

Er is geen expliciete wettelijke basis voor het college

op aanvraag van de inwoner of naar aanleiding van

van B en W om gegevens over individuele jeugdigen

een zorgmelding.

uit het sociaal domein te verstrekken aan de burgemeester of een van de andere convenant­

Het verstrekken van gegevens over individuele leden

partners voor de duiding van jeugdgroepen. De

voor de jeugdgroepenanalyse valt buiten die scope.

bevoegdheden van het college van B en W in het

Het college van B en W heeft de mogelijkheid om

Het college kan een ambtenaar bevoegd maken om

op grond van de namenlijst uit het jeugdgroepen­

de noodzakelijke gegevens te gebruiken voor de

overleg een analyse te maken op groepsniveau van

analyse. Daarbij is het van belang dat het proces van

problematieken die daar spelen. Het college

de analyse en de rapportage zo zijn ingericht dat de

verstrekt vervolgens uitsluitend de analyse op

privacy van de individuele jeugdgroepleden wordt

groepsniveau voor de groepsaanpak. Voor de

beschermd.

analyse zal het college persoonsgegevens van individuele groepsleden moeten gebruiken.

Op het moment dat in het plan van aanpak de inter­

Dat kan alleen als het college onderbouwt waarom

venties of voorzieningen van individuele jeugdigen

en in welke gevallen dit verenigbaar is met haar

worden besproken, kan een jeugdconsulent namens

sociaal domeintaken. Bijvoorbeeld omdat de

het college adviseren over de mogelijke inzet van

aanpak van problematische jeugdgroepen onder­

jeugdhulp of jeugdbeschermingsmaatregelen op

deel is van het jeugdbeleid van de gemeente op

grond van haar jeugdwettaken. Daarbij hoeft er niet

grond van artikel 2.1 Jeugdwet . Daarnaast zal het

direct sprake te zijn van het verstrekken van

college moeten onderbouwen waarom zij van

persoonsgegevens uit het sociaal domein aan de

mening is dat het gebruik van persoonsgegevens

convenantpartners.

3

voor een analyse op geaggregeerd niveau proportioneel is voor de groepsaanpak en geen

Hoe het college hiermee omgaat moet kenbaar zijn

onnodig nadelige effecten voor de individuele

voor inwoners. Dat kan door een apart besluit van

jongere zal hebben.

het college van B en W als verwerkings­

Van belang is daarbij het moment waarop een

verantwoordelijke of als onderdeel van het jeugd­

dergelijke analyse wordt gevraagd. Er moet sprake

beleid vastgesteld door de Gemeenteraad en

zijn van een problematische jeugdgroep op basis

gepubliceerd op internet.

van de analyse die de convenantpartners zelf hebben gemaakt (stap 2B of stap 3).

3

Artikel 2.1 van de Jeugdwet draagt de gemeente op beleid vast te stellen o.a. gericht op het vroegtijdig signaleren en voorkomen van opgroei- en opvoedingsproblemen, het verstreken van het opvoedkundig klimaat in o.a. wijken en buurten, het herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de jeugdige.

31

Stroomschema convenant groepsaanpak De informatie-uitwisseling tussen de verschillende partijen is in onderstaand stroomschema in beeld gebracht.

Toelichting Signalering

INFORMATIE

PARTIJEN

Meldingen van professionals en burgers

Partners groepsaanpak

Eigen waarnemingen betrokken partijen groepsaanpak Jeugdgroep of netwerk in beeld? Start groepsaanpak. Burgemeester voert procesregie

Procesregisseur groepsaanpak

Groepsaanpak

Signalering

A ANPAK

In geval van prioritering driehoek: extra capaciteit en middelen

Gebiedsgerichte, groepsof netwerkgerichte en persoonsof gezinsgerichte maatregelen

Aanvullende info uit eigen systemen, ook of sprake is geweest van (aan)melding PGA Z&V of VT

Inzet groepsaanpak ontoereikend? Bovenop groepsaanpak aanmelding individuele jongeren bij PGA Z&V

Jongerenwerk (rol afhankelijk van afspraken convenant)

Politie (signalering o.b.v. groepsscan)

OM (rol afhankelijk van casus)

Groepsaanpak

Bij aanvang of tijdens groepsaanpak: eventueel prioriteringsvoorstel aan driehoek

Indien van toepassing toeleiding naar dagbesteding/zorg of aanmelding leerplicht

Burgemeester Gemeente (team OOV) Toezicht en handhaving

De procesregisseur staat in nauw contact met Toezicht & handhaving, politie en jongerenwerk en ontvangt van hen signalen die kunnen duiden op problematisch groepsgedrag. Daarbij gaat het om informatie die deze partijen tijdens hun werkzaamheden verzamelen dan wel ontvangen van derden (denk aan meldingen en aangiften bij politie). Als de procesregisseur op basis van de ontvangen informatie concludeert dat er sprake is van problematisch groepsgedrag, dan start hij een groepsaanpak. Hij kan ervoor kiezen om een prioriteringsvoorstel (beleidsadvies met een concept plan van aanpak) in te dienen bij de driehoek. Bij prioritering wordt extra capaciteit vrijgemaakt voor de aanpak van de betreffende jeugdgroep of -netwerk. Dit verzoek kan ook in een later stadium worden ingediend.

Aanvullende info op groepsniveau of incidentele verstrekking4 op basis van eigen grondslag

Primaire rol: partners groepsaanpak

Overige partijen

Verantwoordelijke partijen sociaal domein en leerplicht Team Jeugd (college B en W)

Namen en beknopte contextinformatie

Lokaal team (college B en W)

Leerplicht/RMC (leerplichtambtenaar)

Op basis van nadere informatie op persoons- en groeps­ niveau van bovengenoemde partners, aangevuld met informatie op groepsniveau en ‘incidentele verstrekkingen ’ van derden, voert de procesregisseur regie op de totstand­ koming van een groepsduiding en een plan van aanpak. Het plan van aanpak kan gebiedsgerichte, groepsgerichte en persoonsgerichte maatregelen bevatten. Als de partners constateren dat zij een groepslid in het verleden hebben aangemeld bij een persoonsgerichte aanpak op het gebied van zorg en veiligheid (PGA Z&V; waaronder ZVH- en PGA-aanpak vallen) of dat zij in het verleden een Veilig Thuis-melding hebben gemaakt waar een groepslid bij betrokken was, dan betrekt de proces­ regisseur contextinformatie over deze aanmelding bij het vormgeven van persoonsgerichte maatregelen (als onder­ deel van de groepsaanpak). Als inzet vanuit het sociaal domein of door de leerplicht­ ambtenaar passend is, kan de procesregisseur de namen van de betreffende groepsleden met beknopte context­ informatie aan de betreffende afdeling of ambtenaar doorgeven. Als de problematiek rond een individueel groepslid daar aanleiding toe geeft, kan deze worden aangemeld bij een PGA Z&V.

Procesregisseur PGA Z&V

PGA Z&V

PGA Z&V

Deelnemers PGA Z&V (op basis van toepasselijkheid bestaande taken en grondslag

Toetsing o.b.v. aanmeldcriteria PGA Z&V; integrale bespreking; opstellen plan van aanpak Uitvoering plan van aanpak en afstemming met betrokken partijen

• Gemeente team OOV • Toezicht en handhaving • OM • Politie • Jongerenwerk • Leerplicht • Lokaal (wijk)team • Team jeugd • Halt • Veilig Thuis

Input plan van aanpak PGA Z&V door alle relevante partijen

Evaluatie en bijstelling of afsluiting plan van aanpak

32

• Raad voor de Kinderbescherming • Jeugdreclassering • JJI • GGD • GGZ • Verslavingszorg • Zorgaanbieder/ hulpverleners • Gecertificeerde instellingen

Komt een aangemeld groepslid in aanmerking voor een casusbehandeling in een PGA Z&V, dan stellen alle relevante partijen in een casusoverleg een brede en integrale probleem­analyse op persoonsniveau op. Daar hoort ook een plan van aanpak bij. Tijdens de uitvoering van het plan van aanpak stemmen de partijen regelmatig af en passen zo nodig de aanpak aan. De procesregisseur PGA Z&V en de procesregisseur groeps­ aanpak stemmen onderling af over relevante ontwikkelingen in beide aanpakken. Een lokale PGA of een bespreking in het ZVH verloopt via het convenant dat van toepassing is op die betreffende lokale PGA, dan wel op dat betreffende Zorg- en Veiligheidshuis. 4

Een incidentele verstrekking is een verstrekking van persoons­ gegevens op basis van verstrekkingsgrondslagen van de verstrekkende partij en verwerkingsgrondslagen van één of meer van de partners.

33

6 De persoonsgerichte aanpak Zorg en Veiligheid (PGA Z&V) De PGA Z&V is de verzamelterm voor een persoons­

Zorg- en Veiligheidshuis

gerichte aanpak ‘zorg en veiligheid’ vanuit een lokale

Een PGA Z&V kan ook worden ingezet als een jongere

PGA of Zorg- en Veiligheidshuis. In de praktijk blijken

een strafbaar feit heeft gepleegd. Als blijkt dat er

de groepsaanpak en de PGA Z&V vaak in elkaars

zwaardere inzet nodig is of een combinatie van zorg

verlengde te liggen. Je schakelt naar andere

en straf, dan kan deze jongere aangemeld worden

domeinen en partners buiten de convenant­partners

voor een PGA in het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH).

en dat vraagt om extra aandacht in de afstemming.

Daar wordt beoordeeld of de casus voldoet aan de

In dit hoofdstuk staan handvatten over hoe je dat op

criteria van het ZVH.

een verantwoorde manier doet.

Definitie PGA Z&V In het 7- stappenmodel gebruiken we als definitie voor een persoonsgerichte aanpak zorg en veiligheid: een domein-overstijgende aanpak waarbij partners

6.1.1 Aanmelding bij leerplichtambtenaar, sociaal domein en PGA Z&V

uit de strafrecht/OOV-keten, zorgketen en het sociaal

Vanuit de groepsaanpak kan op basis van de analyse

domein samenwerken om een jongere te onder­

worden besloten om (een van) de jeugdgroepleden

steunen op weg naar zelfredzaamheid en participatie,

aan te melden voor ondersteuning of hulpverlening

om ernstig overlastgevend en crimineel gedrag door

vanuit het sociaal domein, de leerplichtambtenaar of

de jongere te verminderen en recidive te voorkomen.

een PGA Z&V. Het jeugdgroepenoverleg beslist welke partner zorg draagt voor de doorgeleiding of aan­

Jeugdgroepenoverleg

melding.

Binnen de groepsaanpak wordt altijd ingezet op

Lokale teams voeren in het algemeen alleen de

(online) groepsgerichte, gebiedsgerichte of persoons/

sociaal domeintaken uit en eventueel de regie bij

gezinsgerichte interventies.

multiproblematiek binnen het sociaal- en zorgdomein.

Als het jeugdgroepenoverleg tot de conclusie komt

Om precies te zijn onderscheiden we vijf aanmeld­

dat meer ondersteuning of intensievere aandacht

mogelijkheden:

voor een groepslid nodig is of als er sprake is van

1. Melding bij de leerplichtambtenaar (conform artikel 16 Leerplichtwet 1969).

zwaardere, complexe of langdurige (multi) problematiek bij een jongere, dan wordt hij aan­

2. Melding bij het lokaal (wijk)team of CJG voor de inzet van vrij toegankelijke (jeugd)hulp.

gemeld voor een PGA Z&V. In het overleg wordt besloten welke partner zorgdraagt voor de aan­

3. Melding bij het lokaal team of via het college van B

melding en welke informatie daarbij kan worden

en W voor de toeleiding naar het sociaal domein

verstrekt. Idealiter is dit de procesregisseur

(conform Jeugdwet, Wmo 2015, Participatiewet of

groepsaanpak.

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) voor de

Een ‘lokale PGA’ ligt meestal niet bij het lokaal team,

inzet van voorzieningen uit het sociaal domein

maar loopt vaak via de afdeling OOV van de

zoals jeugdhulp of schuldhulpverlening.

burgemeester.

4. Aanmelding voor een zogenaamde ‘lokale PGA’ via de afdeling OOV van de burgemeester. 5. Aanmelding voor een PGA bij een Zorg- en Veiligheidshuis.

34

Het modelconvenant beschrijft in artikel 11 de

individueel niveau. Zij bespreken de signalen en

procedure om individuele jongeren door te verwijzen

voegen hun eigen informatie én informatie van

naar ondersteuning door het sociaal domein

anderen toe om de vervolgstappen te bepalen.

(jeugdhulp/ schuldhulp/ Wmo/ Participatiewet) of

• Bij een PGA Z&V analyseren de bij een individuele

leerplicht, of naar een lokale persoonsgerichte

jongere betrokken partijen uit verschillende

aanpak (PGA) of het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH).

domeinen de onderliggende problematiek die leidt tot het probleemgedrag om tot een gezamenlijke

6.1.2 Knip in gegevensuitwisseling tussen groepsaanpak en PGA Z&V

aanpak te komen. Afhankelijk van de situatie kunnen interventies, zorg en ondersteuning uit strafrecht, zorg en sociaal domein een rol spelen. De PGA Z&V heeft een ander doel, een andere samen­

Een PGA Z&V kan onderdeel zijn van de bestrijding

stelling van betrokken partijen en daarmee een

van problematisch groepsgedrag. Maar: er zit een

andere diepgang van gegevensverwerking dan het

knip tussen de gegevensverwerking van de

jeugdgroepenoverleg.

convenantpartners jeugdgroepaanpak en die van

De samenwerking binnen een lokale PGA Z&V wordt

convenantpartners bij een PGA Z&V. Bij een PGA Z&V

geregeld in een apart convenant.

kunnen alle partijen zitten die betrokken zijn bij de

Als de jongere wordt aangemeld bij een Zorg- en

individuele jongere, dus ook partijen die verder niet

Veiligheidshuis is de samenwerking geregeld in het

betrokken zijn bij de aanpak op groepsniveau.

Convenant en protocol Zorg- en Veiligheidshuis.

• De convenantpartners jeugdgroepaanpak

De knip tussen de gegevensverwerking bij een

analyseren gezamenlijk de groep en de groeps­

jeugdgroepenoverleg en die bij een lokale PGA Z&V-

dynamiek. Daarin staat de vraag centraal: hoe

overleg is noodzakelijk om de privacy van de

zorgen we dat het problematisch gedrag van de

individuele jongere te beschermen. Voor de

groep stopt en welke maatregelen zijn daarbij nodig

afstemming tussen beide gremia gelden dan ook

op groepsniveau, op gebiedsniveau en op

strikte voorwaarden.

35

6.1.3 Afstemming tussen jeugdgroepenoverleg en PGA-overleg

In bijlage D staat beschreven hoe de gegevens­ uitwisseling voor de coördinatie tussen een persoonsgerichte aanpak Z&V en de aanpak op groepsniveau eruit kan zien. Dit vindt plaats via de

De afstemming tussen jeugdgroepenoverleg en PGA-

procesregisseurs van beide aanpakken of via een

overleg kan het beste plaats vinden via partijen die in

convenantpartner die in beide aanpakken betrokken is.

beide aanpakken vertegenwoordigd zijn. Als een jongere wordt aangemeld voor een PGA Z&V, neemt idealiter de procesregisseur groepsaanpak namens de burgemeester deel aan de PGA Z&V.

Voorbeeld: Thijs is vanuit de groepsaanpak aangemeld bij de lokale PGA voor een individuele

De procesregisseur kan voor de groepsaanpak

aanpak. De groepsproblematiek, de rol van Thijs

relevante informatie uit het PGA Z&V-overleg - in

daarin en de invloed van de groep op de

afstemming met de verstrekkers - betrekken in zijn

problemen van Thijs is dan relevant om te komen

coördinerende rol bij de groepsaanpak. Ook andersom

tot een PGA. Het ligt voor de hand dat politie en

kan hij relevante informatie uit de groeps­aanpak

afdeling OOV en de PGA-specialist daarbij

inbrengen in het PGA Z&V-overleg of rechtstreeks

betrokken zijn. Zij kunnen in het jeugdgroepen­

delen met de procesregisseur lokale PGA of Z&V.

overleg op hoofdlijnen de voortgang terugmelden

Deze informatie dient zich uiteraard te beperken tot

en belangrijke signalen vanuit het

datgene dat noodzakelijk is. Het kan dus niet gaan

jeugdgroepenoverleg over positieve of negatieve

om de volledige analyse of uitgebreide informatie

ontwikkelingen meenemen in de PGA.

over lopende zorgtrajecten. Het kan wel gaan om coördinatie-informatie, informatie die nodig is om acties op elkaar af te stemmen en te voorkomen dat de aanpakken elkaar in de wielen rijden.

Hulp en advies nodig? Het CCV is beheerder van het 7-stappenmodel. Het

Van belang daarbij is dat in beide overleggen steeds

CCV-jeugdteam biedt ondersteuning en advies over

wordt afgesproken welke informatie over en weer

de opzet en uitvoering van het 7-stappenmodel. Mail

wordt gedeeld. In het jeugdgroepenoverleg wordt

naar jeugd@hetccv.nl.

afgesproken welke informatie wordt gedeeld met het PGA Z&V-overleg en andersom.

Verbeter de aanpak van jeugdgroepen en deel je ervaringen

Hoofdregel daarbij is dat de partner die informatie

Draag bij aan de verdere verbetering van de aanpak

heeft ingebracht in een overleg, zeggenschap houdt

jeugdgroepen en problematisch groepsgedrag en

over zijn eigen informatie en het laatste woord heeft

stuur je casuïstiek en ervaringen op naar het CCV.

of zijn informatie gedeeld mag worden met het andere

Mail naar jeugd@hetccv.nl. Jouw voorbeeld geeft

overleg. Op die manier kan elke partner zijn eigen

anderen inspiratie en aanknopingspunten voor hun

verantwoordelijkheid voor gegevens­verstrekking en

aanpak.

ten opzichte van de jongere waar maken. Binnen de Zorg- en Veiligheidshuizen is deze werk­ wijze voor de overdracht naar andere overleggen al geïmplementeerd.

36

37

Bijlage A | Partijen en hun rol in de groepsaanpak Het is essentieel om de regie, de rollen en taken goed

Onder de tabel A2 is per partij een uitgebreidere

vast te leggen. In tabel A1 en A2 staat een globale

beschrijving opgenomen van de taken en rollen van

omschrijving van de rollen en taken van alle mogelijke

de partners in de driehoek: gemeente, OM en politie.

partijen.

TABEL A1 – ROLLEN EN TAAKOMSCHRIJVING VAN DE CONVENANTPARTNERS BIJ DE GROEPSAANPAK

Convenantpartners nemen deel aan het jeugdgroepenoverleg. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de duiding van jeugdgroepen, het formuleren van de aanpak en zij bepalen welke leden van de groep worden aangemeld bij een PGA, Jeugdteam of bijvoorbeeld leerplicht. De convenantpartners zijn gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG. Dit betekent onder andere dat de procesregisseur gegevens voor de groepsaanpak verwerkt namens de gezamenlijke convenantpartners.

CONVENANTPARTNERS

ROL IN DE GROEPSA ANPAK

Burgemeester

De burgemeester is de regiehouder in het proces. Hij is verantwoordelijk voor het organiseren van het proces en het verzamelen van informatie in de eerste stappen. De burgemeester stelt een procesregisseur aan die verantwoordelijk is voor de ondersteuning en coördinatie van het werkproces.

Procesregisseur

Namens de burgemeester is de procesregisseur onder andere verantwoordelijk voor het verbinden van tactische en bestuurlijke doelen en het maken van afspraken tussen de partijen. Daarnaast monitort de procesregisseur de resultaten.

Politie

De politie richt zich op het handhaven van de openbare orde en informeert de betrokken partijen in het proces. Zij vergaart informatie en (vroege) signalen via de wijkagent, stelt de groepsscan op om de jeugdgroep in kaart te brengen en deelt deze informatie met de driehoek in een standaardrapportage groepsscan. De wijkagent is het eerste aanspreekpunt in de wijk. Via contacten met buurt­ bewoners en via social media krijgt de wijkagent inzicht in wat er speelt. En kan dit inbrengen in het jeugdgroepenoverleg.

Openbaar Ministerie

Het OM is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en vanuit die taakstelling is het OM - waar nodig - ook betrokken bij de groepsaanpak. Het OM sluit aan bij het jeugdgroepenoverleg samen met de politie en de gemeente. Het OM bepaalt (op basis van de WJSG) of en welke informatie kan worden gedeeld.

(Jeugd)boa (Toezicht en handhaving)

De jeugdboa is inzetbaar als reguliere handhaver en specialist in het monitoren van jeugdgroepen. Een (jeugd)boa is in dienst van de burgemeester.

Jongerenwerker

Jongerenwerkers staan het dichtst bij de jongeren. Vanuit deze rol hebben zij het beste zicht op de bewegingen van de jongeren en weten ze wat er speelt, zowel online als offline.

38

TABEL A2 - ROLLEN EN TAAKOMSCHRIJVING VAN INCIDENTELE DEELNEMERS BIJ DE GROEPSAANPAK

Incidentele deelnemers zijn andere partijen die een bijdrage aan de aanpak kunnen leveren. Bijvoorbeeld omdat zij informatie verstrekken aan de convenantpartners of omdat zij een rol spelen bij de acties die worden uitgezet in het kader van de groepsaanpak. INCIDENTELE DEELNEMERS

ROL IN DE GROEPSA ANPAK

Jeugdteam

Het jeugdteam biedt jongeren hulp bij problemen en kan worden ingezet in situaties waarbij hulpverlening in een vrijwillig kader kan bijdragen aan het oplossen van problemen. Het college van B en W stuurt het jeugdteam aan.

Leerplichtambtenaar

De gemeentelijke leerplichtambtenaar heeft de bevoegdheid om op te treden bij schoolverzuim. In de gemeentelijke instructie voor de leerplichtambtenaar is opgenomen met welke partijen hij moet samenwerken bij de uitvoering van zijn taken.

Scholen

Scholen bieden onderwijs. Daar waar jeugdgroepenproblematiek ook leidt tot risico’s voor de veiligheid op of in de directe omgeving van school, kan de school een rol spelen in de jeugdgroepenaanpak. Daarnaast kan de school de politie informeren als zij informatie heeft over strafbare feiten of openbare ordeverstoringen.

Woningcorporatie

De woningcorporatie kan nuttige informatie inbrengen over signalen die vanuit de wijk worden ontvangen, kan betrokken worden bij het treffen van gebiedsgerichte maatregelen en heeft daarnaast een goed beeld van de ontstaansgeschiedenis van wijkgerelateerde problematiek.

Overige partners in de strafrecht- en civiele keten

De gecertificeerde instellingen (Jeugdreclassering en Jeugdbescherming, de reclasseringsorganisaties (3RO) en de Raad voor de Kinderbescherming kunnen op basis van hun wettelijke taken en bijbehorende informatiepositie een waardevolle adviesrol vervullen in de groepsaanpak. Zij beschikken over expertise over risicojongeren en kunnen als dat nodig is hun bevoegdheden inzetten op individuele jongeren. De Raad voor de Kinderbescherming heeft zowel taken op het terrein van het civiel recht als op het gebied van strafrechtelijke afdoening van delicten die door minderjarigen worden gepleegd.

Taken en rollen van de driehoek

• organiseert, beheert en voert regie op de uitvoering van de werkprocessen op basis van de afgesproken

Gemeente De burgemeester is verantwoordelijk voor onder meer

doelen en resultaten in het online en offline domein; • realiseert een effectieve en efficiënte overleg- en

de openbare orde en veiligheid (OOV). De proces­

netwerkstructuur waarin bijvoorbeeld vroeg­

regisseur groepsaanpak treedt op namens de

signalering goed tot haar recht komt;

burgemeester in het kader van zijn OOV-taken en:

• treedt op als technisch voorzitter;

• heeft de regie in de uitvoering namens de

• realiseert een doelgerichte en effectieve aanpak

convenant­partners;

van problematische jeugdgroepen en groepsgedrag

• functioneert als schakel tussen tactische en bestuurlijke doelen en de uitvoering (‘verbindings­

(de online aanpak maakt hier expliciet deel van uit); • maakt afspraken met afdelingen en diensten

officier’, ‘aanspreekpunt’, ‘makelaar’, ‘spin in het

binnen de gemeentelijke organisatie en externe

web’);

betrokken partijen over de gezamenlijke werkwijze, capaciteit, financiën en voorzieningen die nodig zijn

39

en die vanuit iedere organisatie worden geleverd; • maakt en monitort operationele afspraken met

Het is belangrijk dat de procesregisseur en de regisseur vanuit het OM goed afstemmen zodat

betrokken partijen over de inzet met betrekking tot

preventieve en justitiële interventies elkaar versterken

een specifieke jeugdgroep;

in plaats van frustreren.

• monitort en evalueert de voortgang en resultaten, signaleert actief knelpunten, pakt deze op of

De politie

adresseert deze;

De politie heeft vanuit haar informatiepositie

• adviseert en rapporteert aan de driehoek;

(signaleren en adviseren) en taakstelling een eigen

• zorgt voor een tijdige en goede communicatie

verantwoordelijkheid om de beide regisseurs in

richting het bestuur (college van B en W en

positie te brengen zodat zij hun regierol goed kunnen

gemeenteraad).

uitvoeren.

Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie regisseert de opsporing. Deze regierol vereist een strakke interactie met de politie op waarheidsvinding in het kader van de opsporing. Maar ook met partijen als de Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering en justitiële jeugdinrichtingen werkt het OM nauw samen.

40

Bijlage B | Informatievragen Tabel B1 benoemt voor elke stap een aantal vragen

is van een problematische groep die nader

die beantwoord moeten worden. In de rechterkolom

geanalyseerd moet worden. En op de tweede plaats,

staat aangegeven wat voor soort informatie nodig is.

als blijkt dat er sprake is van een problematische groep, kan er gestart worden met het in kaart brengen

In stap 1 mogen alleen signalen en gegevens op

van de personen die deel uitmaken van de groep en

groepsniveau worden gebruikt.

de onderlinge relaties. Daarbij worden persoons­

Stap 2 bestaat uit 2 delen: op de eerste plaats de

gegevens gedeeld en verwerkt. Hier zijn privacyregels

informatieverzameling om te beoordelen of er sprake

van toepassing.

TABEL B1 - INFORMATIEVRAGEN

STAP

1. Signalen over groepsgedrag delen

DE PROCESREGISSEUR STELT DEZE VR AGEN

VR AGEN OVER ONLINE SIGNALEN (VOOR ZOVER BESCHIKBA AR BIJ PARTNERS)

• Wat zien en merken we aan problematisch groeps­ gedrag?

• Zijn er online signalen die duiden op problematisch groeps­gedrag?

• Enkelvoudige signalen over problematisch groeps­ gedrag. • Observaties vanuit het werk en de omgeving.

• Welke sentimenten leven er online? • Draagt dat bij aan zorgen over het problematisch gedrag?

• Informatie over aard en omvang van de jeugdgroep op groepsniveau.

Stap 2 B • Als er sprake is van een • Als er sprake is van een problematische groep: problematische jeugdgroep: - Welke leden hebben wie zitten daar in? onderling contact online? • Kan de politie een - Komt het online netwerk groepsscan opstellen overeen met het offline netwerk?

• Informatie over aard en omvang van de jeugdgroep, eventueel op persoonsniveau.

• Waardoor wordt het problematisch groeps­ gedrag veroorzaakt? • Hoe en met wie kunnen we de groep aanpakken? • Wat is daar voor nodig? • Wat adviseren we?

• Informatie over de aard, ernst en omvang van het problematisch gedrag, op niveau van de groep, locatie en persoon. • Inzicht in groepsdynamiek en rollen in de groep. • Inzicht in de typen problema­tiek die spelen binnen de groep op verschillende domeinen (geaggregeerd niveau).

2. Beoordelen groepsgedrag

Stap 2 A • Wat doen ze? • Hoe erg is dat? Eerst wordt vast­ • En is het zo erg dat er gesteld óf er sprake is sprake is van een van een jeugdgroep problematische die problematisch jeugdgroep? gedrag vertoont en • Is er een noodzaak om een een plan van aanpak plan van aanpak op te rechtvaardigt. stellen?

3. Groepsduiding en concept plan van aanpak maken

• Welke verklaringen voor het groepsgedrag vinden we online? • Kan een deel van de aanpak online plaatsvinden? • Hoe kan online informatie helpen bij de aanpak?

41

KENMERKEN VAN DE INFORMATIE EN ACTIES

STAP

DE PROCESREGISSEUR STELT DEZE VR AGEN

VR AGEN OVER ONLINE SIGNALEN (VOOR ZOVER BESCHIKBA AR BIJ PARTNERS)

KENMERKEN VAN DE INFORMATIE EN ACTIES

4. Adviseren en prioriteren

• Wat is de aard en omvang van het problematische gedrag? • Welke aanpak werkt bij deze jeugdgroep en wat vergt dat aan inzet?

• Wat is de aard en omvang van het online problematische gedrag? • Kan een deel van de aanpak online plaatsvinden? • Hoe kan online informatie helpen bij de aanpak?

5. Vaststellen plan van aanpak

• Welke interventies spreken we af om de jeugdgroep aan te pakken? - Gebiedsgericht - Groepsgericht - Persoonsgericht • Welke jongeren melden we aan bij: - PGA Z&V - Lokaal team/sociaal domein - Leerplichtambtenaar - Andere individuele hulp of ondersteuning? • Hoe ziet de afstemming eruit met de PGA Z&V? • Op welke wijze betrekken we andere partijen?

• Welke online kanalen willen • Informatie vastleggen in we volgen? plan van aanpak, met vaste • Welke mogelijkheden en onderdelen als doelen, bevoegdheden zijn daartoe? acties, monitoring. • Worden op bevel van het OM opsporingsbevoegdheden ingezet die kunnen bijdragen aan het benodigde online beeld?

6. Uitvoeren en monitoren plan van aanpak

• Hoe verloopt het uitvoeren van de aanpak? • Welk effect heeft dat? • Welke bijstelling is nodig?

• Hebben de gezette acties online het vooraf opgestelde gewenste effect?

7. Afronden en evalueren

• Is de jeugdgroep afdoende aangepakt? Zijn de doelen bereikt? • Welke resterende acties worden bij wie belegd? • Wat zijn de leer- en verbeterpunten uit de aanpak?

• Welke resterende online • Beleggen resterende acties acties worden bij wie en leerpunten vastleggen. belegd? • Informeren betrokkene(n). • Wat zijn de leer- en • Tijdig overdragen in het verbeterpunten uit de online kader van de archiefwet en aanpak? anonimiseren.

42

• Informatie over andere jeugdgroepen (afwegen). • Besluit tot al dan niet prioriteren van de jeugdgroep, inclusief randvoorwaarden.

• Afspraken (mogelijk) bijstellen. • Voortgang in acties en resultaten. • Effecten (op doelen).

Bijlage C | Rol van jongerenwerker en politie voor online informatie Jongerenwerkers en politiemedewerkers (meestal een

Het maakt daarbij niet uit of de informatie online of

digitaal wijkagent) beschikken op basis van hun werk­

offline is verkregen. Bij deelname aan (besloten) online

zaamheden over online informatie over wat er leeft

groepen moet de jongeren­werker herkenbaar zijn als

onder jongeren. Ook kunnen ze social media inzetten

jongerenwerker en transparant zijn over zijn motieven

in de communicatie met jongeren en andere

voor deelname.

bewoners. De jongerenwerker is geen opsporings­ ambtenaar. Zijn primaire taak is om jongeren in

De politie heeft een taak in het handhaven van de

positieve zin te stimuleren en waar nodig aan te

openbare orde. Zij kan in dat kader tot op zekere

spreken en bij te sturen op ongewenst of

hoogte gerichte informatie ophalen over groepen en

problematisch gedrag. Informatie over (mogelijke)

individuen, voor zover dit kan in het kader van de

aankomende incidenten en bepaalde sentimenten die

reguliere surveillancetaken. De online mogelijkheden

onder jongeren leven kan hij delen in het kader van de

zijn hierbij vergelijkbaar met de mogelijkheden op

groepsaanpak.

straat. Alleen wanneer sprake is van een opsporings­

Ook kan hij een rol spelen bij het duiden van de jeugd­

bevel van het OM (conform de voorwaarden die het

groep. Voor het delen van informatie over individuele

Wetboek van Strafvordering daaraan stelt), heeft de

jongeren zal hij altijd een aparte afweging moeten

politie de bevoegdheid om nadere online informatie in

maken op grond van zijn beroepscode (zie bijlage E).

te winnen.

TABEL C1 - ROL VAN JONGERENWERKER EN POLITIE VOOR ONLINE INFORMATIE

JONGERENWERKER

POLITIE

Functie

Bouwt vertrouwensband met jongeren op, ondersteunt, stimuleert goed gedrag en spreekt aan op risico- of crimineel gedrag.

Observeert, handhaaft en straft.

Scope

Gericht op de jongeren en de buurt.

Naast jongeren ook contact met buurtbewoners.

Doel

Zet social media in om pro-sociaal gedrag te stimuleren en de onderlinge verbinding met jongeren te versterken. Houdt voeling met sentimenten die leven en signaleert aankomende incidenten en sentimenten.

Observeert aankomende incidenten en sentimenten en haalt potentieel strafrechtelijke informatie op van jongeren.

Toepassing

Houdt informatie in openbare bronnen bij met openbare profielen. Mag niet undercover informatie ophalen bij jongeren. Door de relatie met jongeren krijgt een jongerenwerker vaak een inkijk in privé-accounts.

Zoekt informatie in publiek toegankelijke bronnen. Alleen met een opsporingsbevel van het OM kan de politie informatie proberen in te winnen uit besloten omgevingen. Dit gebeurt meestal door specialistische teams.

Type informatie

Heeft inzicht in de situatie van jongeren, wat er leeft, de verhoudingen binnen een groep en waar ze mee bezig zijn.

Heeft inzicht in de situatie van jongeren, wat er leeft, de verhoudingen binnen een groep en waar ze mee bezig zijn.

Delen van informatie

De jongerenwerker is gehouden aan zijn beroeps­ code. Informatie van privé-accounts kan hij omwille van de vertrouwensband met jongeren niet delen. Alleen bij uitzondering - zoals op handen zijnde incidenten - kan hij informatie uit deze accounts delen met de convenantpartners.

Is bevoegd om informatie waarover hij beschikt, ook over individuele jongeren, te delen met partners.

43

Online informatie delen met convenantpartners op groepsniveau in stap 1 en 2

Meer specifieke online informatie in stap 4, 5 en 6

In de stappen 1 en 2 kunnen digitale wijkagenten en

noodzakelijk worden gevonden om meer online

online jongerenwerkers vergelijkbare informatie

informatie op te halen dan via de gangbare werk­

inbrengen. Een online jongerenwerker heeft vaak

wijzen voorhanden is gekomen. In deze gevallen gaat

meer informatie over de jongeren als hij toegang

het dan om vermoedens van crimineel gedrag binnen

heeft tot besloten accounts en/of besloten groepen.

de groep. De politie kan - als zij daartoe bevel krijgt

Hij is echter gehouden aan zijn beroepscode en zal

van het OM - opsporingsmethodes inzetten die

terughoudend moeten zijn bij het delen van informatie

gericht zijn op specifieke individuen uit de groep,

vanwege de vertrouwensband met jongeren (zie

zoals stelselmatige online monitoring en/of het zich

bijlage E). De politie heeft deze beperking niet.

toegang verschaffen tot besloten online omgevingen.

Op basis van de weging door de driehoek kan het

Mogelijk wordt dit dan niet gedaan door een digitale wijkagent, maar door meer gespecialiseerde teams. Online jongerenwerkers mogen nooit nepprofielen inzetten en kunnen daar ook niet om worden gevraagd door de burgemeester. De proces­regisseur kan jongerenwerkers in deze stappen wel vragen om social media in te zetten om pro-sociaal gedrag van jongeren te stimuleren.

44

Bijlage D | Afstemming tussen jeugdgroepaanpak en PGA Z&V Hier vind je aanwijzingen voor de wijze waarop de

koppeling te krijgen of die impact inderdaad wordt

procesregisseur van de groepsaanpak (die handelt

geconstateerd door de PGA Z&V-regisseur.

namens de burgemeester) afstemming kan zoeken Aanpak Zorg & Veiligheid (PGA Z&V), wanneer één

Noodzakelijke gegevens vanuit PGA Z&V naar groepsaanpak

van de jeugdgroepleden wordt aangemeld voor een

• Verwachte effecten PGA Z&V op groepsniveau en

met (de procesregisseur van) een Persoonsgerichte

PGA Z&V.

wat zinvolle feedback is. • Bejegeningsadviezen.

Tijdens de (voorbereiding van de) groepsaanpak kan

• Aangeven bij welk type interventies vanuit de

blijken dat voor één of meer leden van een jeugd­

groepsaanpak afstemming is gewenst.

groep of -netwerk een aanpak nodig is waar (ook) geconsta­teerde problematiek effectief te kunnen

Reikwijdte van de mogelijkheden voor gegevensuitwisseling

aanpakken kan het jeugdgroepenoverleg besluiten

De procesregisseur groepsaanpak kan bij de

om deze persoon of personen aan te melden voor een

afstemming met een PGA Z&V (in het casusoverleg of

PGA Z&V. Als deze aanmelding leidt tot een

rechtstreeks met de procesregisseur) persoons­

behandeling in het betreffende casusoverleg PGA Z&V,

gegevens delen voor zover de burgemeester dit nodig

neemt idealiter de proces­regisseur groeps­aanpak

acht voor het uitvoeren van zijn taken in het kader van

namens de burge­meester (die ook deelnemer is van

openbare orde en veiligheid.

andere partijen hun inbreng moeten geven. Om de

het betreffende samenwerkings­verband PGA Z&V) daaraan deel. De procesregisseur kan dan voor de

Waar de procesregisseur groepsaanpak namens de

groepsaanpak relevante zaken betrekken in zijn

burgemeester optreedt, doet de PGA Z&V-proces­

coördinerende rol bij de groepsaanpak. Ook andersom

regisseur dit namens de casusregisseur, die per

kan hij relevante aspecten uit de groeps­aanpak

casus kan verschillen (conform de werkwijze die

benoemen in het casusoverleg Z&V of rechtstreeks

beschreven is in het Handvat gegevensuitwisseling

delen met de procesregisseur Z&V. De informatie die

Zorg en Veiligheid). De mogelijkheden voor gegevens­

wordt gedeeld, beperkt zich uiteraard tot datgene dat

verstrekking aan de procesregisseur groepsaanpak

noodzakelijk is en waarover de ontvangers rechtmatig

zijn daarom afhankelijk van de verwerkingsgrondslag

mogen beschikken. Als dat van toepassing is, wordt

van de betreffende casusregisseur in het PGA Z&V.

dit ook afgestemd met de partij die de gegevens

Ook de partij die de gegevens in het Z&V-casus­

aanleverde.

overleg aanleverde, heeft een stem in de vraag of gegevens kunnen worden verstrekt. Dit beperkt de

Noodzakelijke gegevens vanuit groepsaanpak naar PGA Z&V

mogelijk­heden voor het delen van gegevens uit een

• Vanuit de groepsaanpak kan het nodig zijn om

daarom helpen als de procesregisseur groepsaanpak

PGA Z&V met partners uit de groepsaanpak. Het kan

signalen dat het gedrag van een jeugdgroeplid

namens de burgemeester deelneemt aan het Z&V

verandert in positieve of juist negatieve zin, te delen

casus­overleg. Hoewel die bepaalde persoons­

met een PGA Z&V. Dit kan namelijk een signaal zijn

gegevens niet zal mogen ‘meenemen’, dat wil zeggen

voor de PGA Z&V dat de aanpak wel/niet werkt en

registreren of delen met derden, krijgt hij wel een

dus wel/niet moet worden bijgesteld.

bredere indruk van de betrokkenen die relevant kan

• Het kan ook zijn dat er in de groepsaanpak inter­

zijn voor de groeps­aanpak.

venties worden afgesproken waarvan de verwachting is dat ze impact hebben op de PGA

(Dit is tevens bijlage 2 in het modelconvenant

Z&V en dat het daarom wenselijk is om een terug­

jeugdgroepaanpak)

45

Bijlage E | Jongerenwerk en de groepsaanpak Jongerenwerkers, de beroepscode en problematische jeugdgroepen

In het beroepsprofiel (2008) staan de taken van het

Deelname aan een jeugdgroepenoverleg kan voor

Jongerenwerkers begeleiden procesmatig groepen

jongerenwerkers dilemma’s met zich mee brengen.

jongeren (meisjes en jongens) in de leeftijd van 12 tot

Op grond van hun beroepscode moeten zij

23 jaar in de vrije tijd, in aansluiting op hun leefwereld

vertrouwelijk omgaan met gegevens over individuele

en sociale omgeving. Primaire doelgroep zijn de

jongeren. Tegelijkertijd is een onderdeel van de

kanszoekende jongeren met een lage sociaal­

opdracht aan jongerenwerk om bij te dragen aan de

economische status en opleidingsniveau. Het jongeren­

veiligheid en leefbaarheid in de wijk en daar waar

werk richt zich op gedragsbeïnvloeding, het leren

nodig samen te werken met ketenpartners. In dat

aangaan van sociale verbindingen met anderen, zoals

kader kan het nodig zijn informatie te delen met

leeftijdsgenoten, buurtbewoners en organisaties, het

anderen, ook als een jongere dit niet wil. Hier kan een

bevorderen van persoonlijke ontwikkeling en het

spanningsveld ontstaan als het gaat om de aanpak

stimuleren van maatschappelijke participatie (p. 17).

jongerenwerk als volgt geformuleerd:

van problematische jeugdgroepen, met name als daarbij ingezoomd wordt op individuele jongeren.

Met betrekking tot het (bijdragen) aan het bestrijden van overlast staat in het beroepsprofiel:

Het is van belang dat andere partners in het

Het bestrijden van overlast in de openbare ruimte is

jeugdgroepenoverleg zich bewust zijn van het feit dat

primair een taak van de politie. De jongerenwerker heeft

de jongerenwerker een beroepscode heeft. Zij kunnen

in zijn werk echter ook te maken met deze overlast

geen druk uitoefenen om te handelen tegen zijn

veroorzakende jongeren. Hierbij heeft de jongeren­

beroepscode. Maar misschien nog belangrijker: een

werker een taak in het functioneren als bemiddelaar

jongerenwerker die als ‘klikspaan’ te boek komt te

tussen jongeren en de omgeving. In die situatie zal de

staan, verliest zijn geloofwaardigheid en daarmee zijn

jongerenwerker zich richten op het bewerkstellingen van

invloed bij jongeren. Het kan ook leiden tot ernstige

gedragsveranderingen bij de jongeren en (de relatie

bedreigingen richting de jongerenwerker.

met) hun omgeving, waarbij hij rekening houdt met de

Omgekeerd is het een onderdeel van het werk van de

doelen die gesteld zijn door derden, zoals overheid en

jongerenwerker om een bijdrage te leveren aan het

maatschappelijke instanties (p.38).

doorbreken van problematisch groepsgedrag. Dat is niet alleen in het belang van de buurt of wijk, maar

Als jongeren overlast op straat veroorzaken wordt

ook in het belang van de individuele groepsleden.

regelmatig een beroep gedaan op het buurt- of jongerencentrum om dit aan te pakken. Bijvoorbeeld

Taken jongerenwerk

door beter op de jongeren te letten en gegevens van

De taken van het jongerenwerk zijn niet wettelijk

jongeren die overlast bezorgen aan instanties door te

beschreven. Ze vallen vaak onder de algemene

geven of aangifte te doen bij de politie. Hierbij wordt

voorzieningen van de Wmo. In de wet zijn geen

aangesloten op de pedagogische invalshoek van het

bepalingen opgenomen over de specifieke taak en de

jongerenwerk, waarbij jongerenwerkers een natuurlijke

bijbehorende rechten en plichten met betrekking tot

taak hebben in het bijbrengen van normen en waarden.

het verwerken van gegevens of het verstrekken van

Veel jongerenwerkers vinden het echter lastig daarmee

gegevens door jongerenwerkers. Er geldt op grond

om te gaan. Ze zijn immers solidair met de jongeren en

van de wet dus geen expliciete grond voor het

vinden dat zij recht hebben op een eigen plek in de wijk

verstrekken van informatie aan anderen, noch een

of buurt.

wettelijk beroepsgeheim. 5

46

Beroepsprofiel van de jongerenwerker: www.sociaalwerknederland.nl/?file=4226&m=1320760041 &action=file.download

Centrale opdracht van het jongerenwerk is om

wordt verstrekt in overeenstemming met de op de

jongeren bij het verkennen van de maatschappij en het

beroepskracht rustende verantwoordelijkheid,

ontwikkelen van eigen wegen, actief te ondersteunen.

voortvloeiende uit de professionele standaard.

Het melden van overlast staat op gespannen voet met het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Om aan dit

Jongerenwerkers kunnen informatie verstrekken

loyaliteitsconflict tegemoet te komen is het essentieel

(spreekrecht) als zij daarvoor toestemming hebben

dat de jongerenwerker er, samen met zijn organisatie,

van degene over wie de informatie gaat (beroepscode

voor zorgt dat er duidelijkheid is bij zowel jongeren,

art. 11). Daarbij geldt echter dat toestemming ten

samenwerkingspartners en politie over de handelwijze

opzichte van een gemeente niet mogelijk is.

van het jongerenwerk in de omgang met zaken als

Gemeenten kunnen wel een andere grond hebben om

overlast en bepaalde vormen van (lichte) criminaliteit.

informatie te mogen verwerken (zie convenant), maar

Het opstellen van convenanten met justitie/politie en

dat is dus iets anders dan dat jongerenwerkers die

eigen protocollen rond dit thema kan daarbij uitkomst

informatie dan ook mogen (of moeten) verstrekken

bieden, zo mogelijk opgesteld met jongeren zelf.

aan de gemeente als overlegpartner.

Overigens hebben jongerenwerkers geen beroeps­

Zonder toestemming informatie verstrekken over

geheim waarop zij zich tegenover politie en justitie

individuele jongeren kan (wederom spreekrecht):

kunnen beroepen. Tegelijkertijd zullen er zich altijd

• Bij een vermoeden van kindermishandeling en

situaties voordoen die niet in een protocol of

huiselijk geweld. Jongerenwerkers doorlopen dan

convenant te vangen zijn. Dan zal de jongerenwerker

de meldcode of leggen contact met hulpverleners

vanuit zijn eigen professionele identiteit en verant­

(jeugd- en gezinsprofessionals) die dat kunnen

woordelijkheid een afweging moeten maken. In twijfel­

doen.

gevallen is nader overleg met collega’s, leiding­

• Als zij daartoe verzocht worden door de Raad voor

gevenden en dergelijke sterk aan te raden. (p. 63-64).

de Kinderbescherming in het kader van een onderzoek.

Het jongerenwerk wordt dus soms gevraagd om een

• Om ernstig nadeel en een bedreiging van levens­

bijdrage te leveren aan het bestrijden van overlast,

belangen te voorkomen. We spreken dan over een

maar heeft geen expliciete handhavende taken en

conflict van plichten. De vragen die helpen bij het

beschikt ook niet over bevoegdheden tot het doen

maken van een afweging bij een conflict van

van onderzoek. Jongerenwerkers hebben - ook al

plichten staan in de begrippenlijst van de beroeps­

beschikken zij soms over informatie die in het kader

code.

van leefbaarheid of openbare orde en veiligheid interessant is voor de overlegpartners - echter geen

Het gaat hierboven dan wel voornamelijk om

spreekplicht anders dan de spreekplicht bij het

informatie over of van individuele jongeren, dus

vermoeden van geweld van professionals tegen

herleidbaar tot een persoon. Informatie over groepen

jeugdigen en een informatieplicht aan de gezins­

is niet per se tot de persoon herleidbaar en is dus

voogd voor zover het informatie betreft die relevant is

anoniemer. Een jongerenwerker moet er wel altijd

voor het uitvoeren van de OTS (Ondertoezichtstelling).

rekening mee houden dat wat hij over gedragingen van een groep vertelt, kan worden toegeschreven aan

Geheimhouding

individuele jongeren die aan de betreffende groep zijn

Hoewel in het beroepsprofiel dus wordt gesteld dat

gelinkt.

jongerenwerkers geen beroepsgeheim hebben ten plicht tot geheimhouding op grond van hun beroeps­

Wat betekent dat voor deelname aan het jeugdgroepenoverleg?

code. De beroepscode voor professionals in sociaal

• Het is aan de organisatie van de jongerenwerker om

opzichte van politie en justitie, hebben zij wel een

werk maakt onderdeel uit van de professionele

helderheid te geven over de rol van de jongeren­

standaard. De Wmo wijst er in artikel 3.1 lid 2c op dat

werker bij de aanpak van problematische jeugd­

een voorziening (ook een algemene voorziening)

groepen, zijn rol in het jeugdgroepenoverleg en

47

handvatten te bieden voor het delen van informatie

over het gezin is dan vaak niet nodig, maar wel de

met ketenpartners.

conclusie dat gezien de gezinssituatie het bieden

• Wees transparant over je taak en rol als jongeren­ werker, ook als het gaat om veiligheid, leefbaarheid

van hulp passend is. • Informatie die je als jongerenwerker in het kader

en het begrenzen van ongewenst gedrag. En dat je

van een individuele hulp- of ondersteuningsrelatie

in dat kader, als dat nodig is, samenwerkt met

hebt gekregen blijft tussen jou en de jongere. Die

ketenpartners waaronder de politie. Spreek

informatie kun je alleen delen met toestemming, of

jongeren aan op hun gedrag en wees transparant

als er ‘levensbelangen’ in het geding zijn. Onder

wanneer je vindt dat je informatie moet delen met

levensbelangen wordt in de beroepscode van

ketenpartners.

professionals in sociaal werk ‘niet alleen fysiek

• Ook al heeft een gemeente of in dit geval het

gevaar bedoeld, maar ook andere bedreigingen,

overleg de bevoegdheid om bepaalde informatie te

zoals bedreiging van het psychisch welbevinden of

verwerken, dat betekent niet automatisch dat je als

van het sociale leven’. In deze laatste situatie is het

jongerenwerker de plicht hebt om informatie te

van belang dat de organisatie afspraken heeft hoe

verstrekken - uitgezonderd wettelijke plichten -

je als jongerenwerker een belangenafweging

maar dat je een afweging moet maken.

maakt.

• Die afweging, naast de gebruikelijke mogelijkheden

• Verstrek geen persoonsgegevens of informatie die

om de geheimhouding te doorbreken, betekent een

op een andere manier te verkrijgen is, bijvoorbeeld

afweging in het licht van:

vanuit de BRP of andere gemeentelijke bronnen.

- doelmatigheid: draagt het verstrekken van de informatie bij aan het doel van het jongerenwerk

Deze bijlage E is tot stand gekomen met

en de rol die het jongerenwerk heeft?

medewerking van BPSW, de Beroepsvereniging van

- subsidiariteit: is het vertrekken van informatie de

Professionals in Sociaal Werk.

enige manier om het doel te bereiken? - proportionaliteit: hoeveel informatie en met welk detail is nodig om het doel te bereiken? • Verstrek als jongerenwerker informatie waar mogelijk anoniem of op groepsniveau. Informatie over groepsgedrag valt niet onder de vertrouwelijkheid van de beroepscode. Indien je acht dat het verstrekken van informatie op groepsniveau bijdraagt aan het vergroten van de veiligheid en leefbaarheid en het doorbreken van het problematisch groepsgedrag, kun je deze verstrekken. • Als jongerenwerker heb je vaak zicht op wat er leeft binnen een groep en in de dynamiek binnen de groep. Die inzichten kun je delen om tot een inschatting te komen over risico’s op escalatie en een analyse van interventies te maken om het problematisch groepsgedrag te doorbreken. Daarbij kun je ook over de rol van individuen binnen de groep spreken, zonder daarbij in detail te treden over bijvoorbeeld de vraag of iemand een strafbaar feit heeft gepleegd. Wel kan informatie over de thuissituatie soms een rol spelen om hulpverlening in te kunnen schakelen. Gedetailleerde informatie

48

Bijlage F | Werkvormen voor het maken van de groepsduiding Het duidingsinstrument van Beke in bijlage G is

3. Circulair vragen: een rondvraag onder de

geschikt voor het maken van een groepsduiding.

betrokken partijen aan tafel om tot een

Daarnaast bestaan er verschillende werkvormen om

groepsduiding te komen

een integraal beeld van de groep te maken.

Circulair vragen is een werkvorm om van de ‘losse’ informatie van de verschillende betrokken partijen

1. Het met elkaar (vooraf) invullen en (live)

die aan tafel zitten tot een integraal beeld te

bespreken van een gestructureerde vragenlijst

komen. Vóór de sessie beantwoordt elke

over de groep

organisatie kort en duidelijk een aantal vragen die

Gebruik de informatievragen uit bijlage B om

betrekking hebben op de groepsdynamiek.

signalen, opgehaalde informatie, strategie op de aanpak en mogelijkheden tot interventie bij elkaar

Bijvoorbeeld:

te brengen in de eerste 2 stappen van de aanpak.

• de 3 belangrijkste kenmerken van de groep,

In stap 3 (groepsduiding en concept plan van

• de 3 grootste risico’s en zorgen,

aanpak opstellen) komen de partners bij elkaar om

• de 3 meest kansrijke verbindingen op het

de informatie te delen en samen de analyse en

‘gewone’ leven,

concept plan van aanpak te maken.

• de belangrijkste spilfiguren in de groep, • de belangrijkste sleutelfiguren buiten de groep.

2. Het methodisch in kaart brengen van de groepsdynamiek

Incidentele partners betrekken

Breng de groepsdynamiek planmatig in kaart door

Bij deze werkvorm kunnen ook incidentele

een indeling te maken naar:

deelnemers worden betrokken, maar dan moet er

• jongeren die vooral negatief gedrag vertonen en

wel een zorgvuldig werkproces worden gekozen.

een negatieve invloed (kunnen) hebben op de

Daarin is een nadrukkelijk onderscheid gemaakt

groep;

tussen de bespreking van groepskenmerken

• jongeren die positief gedrag vertonen en een

samen met de incidentele partners en de

positieve invloed (kunnen) hebben op de groep;

bespreking van persoonskenmerken met alleen de

• leiders van de groep;

vaste convenantpartners.

• zogenoemde meelopers die zich laten beïnvloeden.

Tijdens de sessie worden alle antwoorden per vraag op een flipover geschreven en vragen de

Naast deze indeling staat de dynamiek binnen de

deelnemers elkaar uit tot er een rode draad

groep, maar ook met de omgeving, centraal. Door

duidelijk is. Samen vormen alle rode draden de

in de groep in te grijpen verandert deze dynamiek.

bouwstenen voor de groepsduiding. Deze

De indeling en dynamiek hebben dus een wissel­

werkvorm is geschikt om toe te passen in de

werking op elkaar en worden in de aanpak steeds

eerste stappen van de aanpak, waarin de betrokken

geactualiseerd en bijgesteld. Deze werkvorm is van

partijen samen hun bevindingen delen.

toepassing op elke stap in de aanpak.

49

Bijlage G | Duidingsinstrument problematische jeugdgroepen en groepsgedrag – Bureau Beke Voor de aanpak van problematische jeugdgroepen

Portret van een fluïde jeugdnetwerk: drugs en bedreigingen

maken gemeenten en de partners in het veiligheids­ domein, het sociaal domein en de strafrechtpartners gebruik van het 7-stappenmodel. In dit werkproces gaat het over de signalering en aanpak van jeugd­

Een groep die in wisselende samenstelling lijkt te

groepen en netwerken. Daarmee worden

opereren van tussen de 15 en 20 personen

problematische jeugdgroepen maar ook fluïde

profileert zich nadrukkelijk op de plekken waar zij

jeugdnetwerken, los-vaste groepen en online

rondhangen. De meeste jongeren zijn tussen de

georganiseerde jeugdgroepen bedoeld. In de stap 1, 2

16 en 23 jaar oud. Als de groep aanwezig is,

en 3 van het stappenmodel wordt vastgesteld of er

hebben ze een dreigende houding richting

sprake is van een problematische jeugdgroep en

burgers en er is sprake van drugsgebruik en

wordt de groep eventueel in beeld gebracht.

-handel. Hoewel een zekere hiërarchie zichtbaar is, ontbreekt het aan organisatie en komen

Deze handreiking is een hulpmiddel om in de eerste 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=c3967b9a-c406-4c1b-9b7a-e841ecb4014f