CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Wegwijzer Jeugd en Veligheid - 7 stappenmodel juni 2023

It Petear 21 november 2023, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presentatie - Jaarwisseling 2023-2024, Veiligheidsagenda 2024-2027 en Nul-beleid drugs22.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Werkproces aanpak problematische jeugdgroepen en groepsgedrag

Het 7-stappenmodel

1

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Het 7-stappenmodel is vernieuwd De aanpak van jeugdgroepen en jeugdnetwerken Betrokken partijen bij de aanpak Leeswijzer

4 4 4 5 5

2 2.1 2.2 2.3

Werken met het 7-stappenmodel Kernbegrippen De 7 stappen worden dynamisch doorlopen Gebieds-overstijgende jeugdgroepen en meerdere jeugdgroepen per gemeente

7 7 8 9

3

De 7 stappen Stap 1. Signalen over groepsgedrag delen Stap 2. Beoordelen groepsgedrag Stap 3. Groepsduiding en concept plan van aanpak opstellen Stap 4. Adviseren en prioriteren Stap 5. Vaststellen plan van aanpak Stap 6. Uitvoeren en monitoren plan van aanpak Stap 7. Afschalen en evalueren

11 11 12 17 20 21 22 23

4

Integreer online werken in het 7-stappenmodel

25

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Gegevens verwerken in het 7-stappenmodel Modelconvenant jeugdgroepaanpak Uitgangspunten bij de omgang met persoonsgegevens Gegevens verzamelen en uitwisselen Verzamelen van online gegevens De convenantpartners en incidentele deelnemers Uitwisselen van informatie met incidentele deelnemers College van B en W en gegevensverstrekking uit het sociaal domein Stroomschema convenant groepsaanpak

27 27 27 28 28 29 29 31 32

6 6.1.1 6.1.2 6.1.3

De persoonsgerichte aanpak Zorg en Veiligheid (PGA Z&V) Aanmelding bij leerplichtambtenaar, sociaal domein en PGA Z&V Knip in gegevensuitwisseling tussen groepsaanpak en PGA Z&V Afstemming tussen jeugdgroepenoverleg en PGA-overleg

34 34 35 36

Bijlagen Bijlage A - Partijen en hun rol in de groepsaanpak Bijlage B - Informatievragen Bijlage C - Rol van jongerenwerker en politie voor online informatie Bijlage D - Afstemming tussen jeugdgroepaanpak en PGA Z&V Bijlage E - Jongerenwerk en de groepsaanpak Bijlage F - Werkvormen voor het maken van de groepsduiding Bijlage G - Duidingsinstrument problematische jeugdgroepen en groepsgedrag – Bureau Beke Bijlage H - Methodologische verantwoording herijking

38 38 41 43 45 46 49

Colofon

61

2

50 59

3

1 Inleiding 1.1 Het 7-stappenmodel is vernieuwd

1.2 De aanpak van jeugdgroepen en jeugdnetwerken

Sinds 2016 bestaat het 7-stappenmodel voor de

Het 7-stappenmodel beschrijft de aanpak van

aanpak van problematische jeugdgroepen en groeps­

problematische jeugdgroepen en fluïde netwerken op

gedrag. Gemeenten en de partners in het veiligheids­

hoofdlijnen, schetst een heldere rolverdeling tussen

domein, het sociaal domein en de strafrechtpartners

de betrokken partijen (bijlage A) en biedt handvatten

maken hier gebruik van. Zij gaven aan dat het

voor de informatieoverdracht.

7-stappenmodel niet meer goed aansluit bij de manier waarop problematische jeugdgroepen zich

De aanpak van jeugdgroepen- en netwerken volgens

tegenwoordig manifesteren. Sociale media hebben

het 7-stappenmodel draagt bij aan de volgende

een meer prominente rol ingenomen in het leven van

doelen:

jongeren. Jeugdgroepen zijn ook veel vaker buiten de

• beëindigen of verminderen van problematisch

gemeentegrenzen actief. En jeugdgroepen hebben

groepsgedrag;

vaker de structuur van een jeugdnetwerk met een

• verminderen van criminaliteit en overlast;

fluïde karakter.

• versterken van de sociale positie van jongeren en het bieden van perspectief;

Reden voor een herijking van het model. Met kennis

• verstoren van negatieve groepsdynamiek;

uit de praktijk en wetenschappelijke inzichten is het

• voorkomen van aanwas bij de groep;

7-stappenmodel aangepast en uitgebreid. Het gaat

• voorkomen van doorgroei naar criminele

om het gebruik van online informatie, de positie van

netwerken.

de groepsscan, een verheldering van de mogelijk­ heden voor gegevensuitwisseling tussen partijen en

De aandacht in de aanpak gaat uit naar de jongeren

een scherpere rolverdeling van de partners. Ook is

die problematisch groepsgedrag vertonen. Denk er

een bijlage toegevoegd over de positie van de

ook aan om de broertjes en zusjes van deze jongeren

jongerenwerker in de groepsaanpak. In bijlage H staat

in de gaten te houden. Je wilt voorkomen dat zij zich

hoe de herijking is uitgevoerd. Tot slot -maar niet

aansluiten bij de groep.

onbelangrijk - is ook de benaming van enkele stappen gewijzigd.

1.3 Betrokken partijen bij de aanpak De convenantpartners

Het is belangrijk dat je als lezer dit document

In de aanpak van problematische jeugdgroepen ligt

zorgvuldig tot je neemt. Een belangrijk en nieuw

de regie bij de burgemeester. Op grond van zijn OOV-

hoofdstuk gaat over privacy en gegevensdeling.

taken is hij verantwoordelijk voor het organiseren van

Die informatie vraagt om bijzondere aandacht

de samenwerking met de verschillende convenant­

zodat je deze op de juiste manier kunt toepassen

partners. In de basis zijn dit de partners in de lokale

in de praktijk.

driehoek: de burgemeester, politie en Openbaar Ministerie. Daarnaast zijn het jongerenwerk en de (jeugd)boa’s partners bij het in beeld brengen van de

4

groep en het komen tot een juiste aanpak. (Lees ook

1.4 Leeswijzer

bijlage A). Deze partners kunnen voor een aanpak waar nodig persoonsgegevens uitwisselen over de

In hoofdstuk 2 komen de kernbegrippen en de

groepsleden. De afspraken en verantwoordelijkheden

dynamiek van het 7-stappenmodel aan bod.

worden in een convenant vastgelegd. Hiervoor is een

Hoofdstuk 3 beschrijft de 7 stappen. Hoofdstuk 4

landelijk Modelconvenant jeugdgroepaanpak

gaat over het online werken in het 7-stappenmodel.

beschikbaar. Lees hier meer over in hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5 bevat de mogelijkheden voor gegevens­

Gegevens verwerken in het 7-stappenmodel.

verwerking. Hoofdstuk 6 gaat in op de persoons­ gerichte aanpak Zorg en Veiligheid.

De procesregisseur groepsaanpak van de gemeente heeft de regie in de uitvoering namens de boven­

In bijlage A staat een toelichting op de taken en rollen

genoemde convenantpartners. Met elkaar brengen zij

van de betrokken partijen. In de andere bijlagen staan

de jeugdgroepen in beeld, bepalen of en hoe de

informatievragen bij het doorlopen van de 7 stappen

groepen moeten worden aangepakt en voeren het

(bijlage B), de rol van de jongerenwerker en de politie

plan van aanpak uit.

voor het verzamelen van online informatie (bijlage C), de werkwijze voor afstemming tussen jeugdgroep­

Samenwerking met derden

aanpak en de persoonsgerichte aanpak Zorg en

Om tot een goede aanpak op groepsniveau te komen,

Veiligheid (PGA Z&V, bijlage D), jongerenwerkers, de

is soms ook samenwerking nodig met andere partijen

beroepscode en problematische jeugdgroepen

dan de convenantpartners. Het kan dan bijvoorbeeld

(bijlage E), werkvormen voor het gezamenlijk in kaart

gaan om lokale partijen/instanties zoals een

brengen van een jeugdgroep (bijlage F), het duidings­

leerplichtambtenaar, een school, een lokaal (wijk)

instrument problematische jeugdgroepen en groeps­

team, of een woningcorporatie. Ook kan afstemming

gedrag (bijlage G) en de methodologische

nodig zijn met justitiële organisaties zoals de (jeugd)

verantwoording van de aanpak voor de herijking van

reclassering, Halt of de Raad voor de Kinder­

het 7-stappenmodel in 2021 (bijlage H).

bescherming (RvdK). De mogelijkheden voor het

Het Modelconvenant jeugdgroepaanpak staat op

uitwisselen van persoonsgegevens met andere

wegwijzerjeugdenveiligheid.nl.

partijen dan de convenantpartners zijn echter beperkt, waardoor zij geen vaste deelnemer kunnen

Hulp en advies

zijn aan het casusoverleg tussen convenantpartners

Het CCV is beheerder van het 7-stappenmodel.

(het ‘jeugdgroepenoverleg’). Afstemming met hen zal

Het CCV-jeugdteam biedt ondersteuning en advies

in eerste instantie gericht moeten zijn op de

over de opzet en uitvoering van het 7-stappenmodel.

geconstateerde problematiek die de groep veroor­

Mail naar jeugd@hetccv.nl.

zaakt en de groepsgerichte maatregelen die 5.5 gaan we nader in op de mogelijkheden die er zijn

Verbeter de aanpak van jeugdgroepen en deel je ervaringen

voor afstemming met niet-convenantpartners.

Draag bij aan de verdere verbetering van de aanpak

daartegen genomen kunnen worden. Vanaf paragraaf

jeugdgroepen en problematisch groepsgedrag en stuur je casuïstiek en ervaringen op naar het CCV. Mail naar jeugd@hetccv.nl. Jouw voorbeeld geeft anderen inspiratie en aanknopingspunten voor hun aanpak.

5

6

2 Werken met het 7-stappenmodel Het 7-stappenmodel gebruik je als er sprake is van

worden problematische jeugdgroepen maar ook

mogelijk problematisch groepsgedrag door jongeren.

fluïde jeugdnetwerken, los-vaste groepen en online

In dit 7-stappenmodel gaat het over de signalering en

georganiseerde jeugdgroepen bedoeld.

aanpak van jeugdgroepen en netwerken. Daarmee

2.1 Kernbegrippen Jeugdgroepaanpak of afgekort ‘groepsaanpak’

Fluïde netwerken kenmerken zich door: a) er is niet één samenhangende organisatie van

Dit is de integrale jeugdgroepenaanpak volgens ‘Het 7-stappenmodel: werkproces aanpak

relaties zoals in een groep wel het geval is; b) een opeenhoping van kleinere netwerken van

problematische jeugdgroepen en groepsgedrag’.

jongeren (tot 18 jaar) en jongvolwassenen

Signalen en informatie over een (nieuwe)

(18 tot en met 23);

problematische jeugdgroep worden uitgewisseld

c) ‘fluïde’ karakter: jongeren maken zich in

om te komen tot groepsgerichte maatregelen,

wisselende samenstelling schuldig aan

gebiedsgerichte maatregelen en zo nodig de

verschillende vormen van overlast en

beslissing om bepaalde personen aan te melden bij een lokale PGA of Zorg- en Veiligheidshuis of voor

criminaliteit; d) jongeren zijn zich vaak niet of ten dele bewust

hulp en ondersteuning vanuit het sociaal domein.

dat ze een netwerk vormen, en e) er zijn geen leiders in de klassieke zin van het

Problematische jeugdgroep

woord.

Het gaat om een verzameling van 2 of meer

In elke stap wordt er continu zicht gehouden op het

personen die met elkaar omgaat en problematisch

netwerk en wordt er informatie verzameld, gedeeld

groepsgedrag vertoont en waarvan het merendeel

en geduid. Dit is een dynamisch proces dat past bij

van de leden jonger dan 23 jaar is. Hieronder

het karakter van fluïde netwerken.

worden ook (fluïde) jeugd­netwerken, ‘los-vaste’ groepen en online georganiseerde jeugdgroepen

Problematisch groepsgedrag

verstaan.

Dit gaat om gedrag dat plaatsvindt vanuit een problematische jeugdgroep dat herhaaldelijk de openbare orde en/of de veiligheid verstoort, overlast veroorzaakt, en/of crimineel van aard is.

Jeugdgroeplid Jongere of jongvolwassene die deel uitmaakt van een problematische jeugdgroep.

7

7-STAPPENMODEL Inzet 7-stappenmodel bij signalen Het 7-stappenmodel is relevant op het moment dat er signalen zijn over het bestaan van een (mogelijk)

1

Signalen over groepsgedrag delen

2

Beoordelen groepsgedrag

3

Groepsduiding en concept PvA opstellen

4

Adviseren en prioriteren

5

Vaststellen Plan van Aanpak

6

Uitvoeren en monitoren PvA

7

Afschalen en evalueren

problematische jeugdgroep. Het 7-stappenmodel biedt handvatten voor het op een zorgvuldige wijze verkennen van die signalen, het komen tot een plan van aanpak als er inderdaad sprake blijkt te zijn van een problematische jeugdgroep, en de coördinatie op de uitvoering van het plan van aanpak. TIP Met de handreiking ‘Zó krijg je samen zicht op jongeren’ biedt het CCV praktische hulp om de vroegsignalering van jongeren die in de problemen dreigen te raken, goed in te richten en op te pakken. Ook staat hierin een overzicht van risico­ signalen.

Handvatten voor gegevensuitwisseling Het 7-stappenmodel geeft handvatten voor een zorgvuldige omgang met de daarvoor noodzakelijke gegevensuitwisseling. De convenantpartners zijn daarbij als eerste aan zet. Als er sprake is van onder­ liggende problematiek dan bekijken zij wat daar mee

FIGUUR 1

2.2 De 7 stappen worden dynamisch doorlopen

te doen. Zo nodig en waar juridisch mogelijk

De aanpak van jeugdgroepen verloopt - schematisch

schakelen zij andere partijen in zoals een lokaal team

gesproken - in 7 stappen. Zie figuur 1.

of de Raad voor de Kinderbescherming om actie te ondernemen op een individuele jongere.

Dynamisch werkproces In de praktijk is het 7-stappenmodel dynamisch.

Zorg- en Veiligheidshuis en lokale persoonsgerichte aanpak

Zo kan er tijdens een lopende aanpak informatie

Door aanmelding van een jongere met problematisch

aanpak. Kortom, tijdens elke stap wordt er dus

gedrag bij een lokale PGA of bij het Zorg- en Veilig­

continu zicht gehouden op het netwerk en wordt er

heidshuis kan worden voorkomen dat de veiligheid in

informatie verzameld, gedeeld en geduid. Dit is een

de openbare ruimte en/of de veiligheid van de jongere

dynamisch proces dat past bij het karakter van de

zelf in gevaar komt. Ook draagt het bij aan de doelen

fluïde netwerken.

binnen komen die leidt tot bijstelling van het plan van

van het 7-stappenmodel, zoals het bieden van perspectief en het stellen van grenzen. De groeps­

De aanpak van jeugdgroepen verloopt - schematisch

aanpak en de PGA Z&V liggen dus vaak in elkaars

gesproken - in 7 stappen. Grofweg kan er een drie­

verlengde. Je schakelt naar andere domeinen en

deling worden gemaakt:

partners buiten de convenantpartners en dat vraagt

• In de stap 1, 2 en 3 wordt de groep in beeld

om extra aandacht in de afstemming. Lees hier meer over in hoofdstuk 6.

gebracht. • In stap 4 en 5 wordt de aanpak bepaald en vast­ gelegd in een plan. • In stap 6 en 7 wordt het plan uitgevoerd, gemonitord, afgerond en geëvalueerd.

8

FIGUUR 2: FRAGMENT UIT DE STANDAARDRAPPORTAGE VAN DE GROEPSSCAN

Het is niet altijd nodig om alle 7 stappen voor iedere

waar een jeugdgroep actief is, zoals opgenomen in de

jeugdgroep te doorlopen. Wellicht blijkt na weging

standaardrapportage van de groepsscan (zie figuur 2).

van de signalen dat een gerichte actie voldoende is om het probleem op te lossen. Een gezamenlijk plan

De procesregisseur zorgt er voor dat afstemming

van aanpak is dan niet nodig. Ook kan na het maken

plaatsvindt met de betrokken gemeenten over de

van een groepsduiding (zie stap 3) duidelijk worden

planvorming voor de groepsaanpak. De proces­

dat de problemen niet vragen om een groepsaanpak.

regisseurs van deze gemeenten houden elkaar op de

Vanaf dit punt kun je afschalen (stap 7) of je leidt een

hoogte van de voortgang.

jongere toe naar een voorziening in het sociaal domein of een persoonsgerichte aanpak Zorg en Veiligheid (PGA Z&V).

Meerdere jeugdgroepen per gemeente of regio In een regio of gemeente kunnen natuurlijk meerdere

In bijlage B staat een tabel met voor elke stap een

jeugdgroepen actief zijn of met elkaar optrekken. De

aantal vragen die in de desbetreffende stap worden

procesregisseur moet dan overzicht houden over alle

beantwoord.

aanwezige groepen en in afstemming met de drie­ hoek bepalen welke groepen met prioriteit worden

2.3 Gebieds-overstijgende jeugdgroepen en meerdere jeugdgroepen per gemeente

aangepakt. In de praktijk gebeurt dit veelal door periodieke afstemming op stedelijk of regionaal niveau. Het convenant jeugdgroepaanpak kan ook worden

Sommige jeugdgroepen zijn in meerdere gemeenten

afgesloten voor een samenwerking met gemeenten

actief of overlappen qua samenstelling met jeugd­

en partijen op regionaal niveau.

groepen uit andere gemeenten. De proces­regisseur groepsaanpak van de gemeente neemt in deze

Hulp en advies

gevallen contact op met de andere gemeenten. Om te

Het CCV is beheerder van het 7-stappenmodel. Het

beoordelen welke andere gemeenten hij moet

CCV-jeugdteam biedt ondersteuning en advies over

benaderen, kan de procesregisseur gebruik maken

de opzet en uitvoering van het 7-stappenmodel. Mail

van een grafisch beeld van de locaties en gemeenten

naar jeugd@hetccv.nl.

9

10

3 De 7 stappen

TIP Maak gebruik van het duidingsinstrument van Bureau Beke [bijlage G] om signalen te bespreken.

Stap 1 | Signalen over groepsgedrag delen

Hoe om te gaan met privacy en gegevensdeling in stap 1 • Elke (convenant)partner beslist zelf of en welke

Doel en resultaat

gegevens hij noodzakelijk vindt om te delen.

Convenantpartners delen signalen op groepsniveau

• Voor jongerenwerkers geldt een beroepscode bij

over problematisch groepsgedrag. Op basis daarvan

het uitvoeren van hun werk en het delen van

wordt besloten of er gezien het gedrag van de groep

gegevens over individuele jongeren, zie bijlage E.

aanleiding is om meer informatie te verzamelen

De jongerenwerker verstrekt informatie waar

omdat er vermoedelijk sprake is van een problema­

mogelijk anoniem of op groepsniveau. Informatie

tische jeugdgroep of netwerk.

over groepsgedrag valt niet onder de vertrouwe­ lijkheid van de beroepscode. Dat betekent dat

Wie doet wat in stap 1

indien de jongerenwerker van mening is dat het

• De procesregisseur nodigt de convenantpartners

verstrekken van informatie op groepsniveau

politie en het jongerenwerk uit om relevante

bijdraagt aan het vergroten van de veiligheid en

signalen over problematisch groepsgedrag te

leefbaarheid en het doorbreken van het proble­

delen. De (jeugd)boa kan ook worden uitgenodigd.

matisch groepsgedrag, hij deze kan verstrekken.

• Op basis van de verkregen informatie wegen zij af

• Convenantpartners zijn verantwoordelijk voor het

of zij een gezamenlijke groepsaanpak opstarten en

delen van signalen over mogelijk probleemgedrag

verdere informatie verzamelen en beoordelen in

van jeugdgroepen met de procesregisseur, zowel

stap 2.

proactief als op verzoek van de procesregisseur.

• Als de signalen over problematisch groepsgedrag

Zo signaleren wijkagenten vaak problematisch

direct kunnen worden opgepakt, bijvoorbeeld door

groepsgedrag op wijkniveau. Zij kunnen deze

extra toezicht door de boa in de wijk, kan het zijn

signalen delen in hun een-op-een contacten met de

dat een gezamenlijke groepsaanpak niet nodig is.

procesregisseur.

Er is dan geen noodzaak om meer informatie te

• Om de beschikbare online informatie te benutten, is

verzamelen. De groep gaat niet door naar stap 2.

het belangrijk dat de procesregisseur hier zelf actief

Indien het problematisch gedrag voortduurt of

naar vraagt bij het jongerenwerk en de politie. De

ernstiger wordt, kan alsnog besloten worden om

opgehaalde online informatie is een aanvulling op

door te gaan naar stap 2.

de offline informatie. • Convenantpartners mogen een op een gegevens over jongeren (op groepsniveau) uitwisselen met derden, voor zover dat kan op basis van hun eigen wettelijke taken en bevoegdheden. Zo kan bijvoor­

Vragen over groepsgedrag die aan bod kunnen komen:

beeld de procesregisseur of de politie bij een

• Welke probleemsituaties zijn er gesignaleerd?

woningcorporatie of het lokaal team informeren of

• Wat zien en merken we aan problematisch

de groep daar bekend is en wat er bekend is over

school, de beheerder van een winkelcentrum, bij de

groepsgedrag?

het gedrag van de groep. Ook hier geldt dat deze

• Is er mogelijk sprake van een jeugdgroep?

partijen zelf beoordelen of zij gegevens kunnen verstrekken.

11

Stap 2 | Beoordelen groepsgedrag Stap 2 bestaat uit twee delen:

Vragen over groepskenmerken en groepsgedrag die aan bod kunnen komen:

Stap 2 A: Convenantpartners verzamelen en delen

• Wat doen ze?

meer informatie over de groep om te bepalen óf er

• Hoe erg is dat?

sprake is van problematisch groepsgedrag en een

• Wat is de aard en omvang van de groep / het

Doel en resultaat

problematische jeugdgroep / (fluïde) netwerk en of

netwerk?

het noodzakelijk is om een concept plan van aanpak

• Wat is de samenstelling van de groep / het

op te stellen.

netwerk?

Stap 2 B: Is er sprake van een problematische

• Binnen welke leeftijdsgroep valt de groep / het

jeugdgroep / (fluïde) netwerk, dan wordt een

netwerk?

namenlijst van de groepsleden opgesteld en maakt

• Waar kennen de groepsleden elkaar van?

de politie een groepsscan.

(zoals school en sport) • Is er sprake van een groepscultuur?

Wie doet wat in stap 2 A

• Is er sprake van drugs- en alcoholgebruik binnen

• De procesregisseur is verantwoordelijk voor het

de groep / het netwerk?

verzamelen van feitelijke informatie over het

• Vaststellen van het gebied: wat zijn locaties en

problematisch groepsgedrag en vraagt daarom de

tijdstippen?

convenantpartners politie en jongerenwerk om

• Wat is het gedrag van de groep richting burgers

meer informatie te verzamelen. Toezicht en

en buurt, en richting professionals?

handhaving ((jeugd)boa kan worden betrokken.

• Is de groep online actief?

• De convenantpartners verkennen de groeps­

• Bij welke partners is de groep / het netwerk

kenmerken van de potentiële jeugdgroep en de

bekend?

relevante omgevingsfactoren. Zoals de ernst en

• Is het gedrag zo ernstig dat er sprake is van een

frequentie van de gedragingen, zichtbaar gebruik

problematische jeugdgroep/ netwerk?

van middelen en dergelijke. • De convenantpartners bepalen samen of het gaat om een problematische jeugdgroep. TIP Het duidingsinstrument van Bureau Beke is een handig hulpmiddel (bijlage G).

12

Hoe om te gaan met privacy en gegevensdeling in stap 2 A

Stap 2 B | Er is wel sprake van een problematische jeugdgroep- of netwerk

Bij het bespreken van kenmerken van de groep en het

Als de conclusie is dat het gaat om een

groepsgedrag worden geen persoonsgegevens

problematische jeugdgroep, kunnen de convenant­

gedeeld. Het gaat dus op ‘algemeen niveau’ (zonder

partners inzoomen op de individuele leden van de

namen).

groep.

• Alle convenantpartners kunnen voor de analyse ook gegevens inbrengen die zij op basis van hun wettelijke taken en bevoegdheden van andere

Vragen die aan bod kunnen komen

partijen hebben verkregen. • Alle partners beslissen zelf of en welke gegevens zij

• Wie zitten er in de jeugdgroep?

verstrekken.

• Welke leden hebben onderling contact online, en

• De procesregisseur of de politie kan bij het lokaal

komt het online netwerk overeen met het offline

team, een school, de beheerder van een winkel­

netwerk?

centrum, of bij de woningcorporatie navragen of de

• Wat weten we van individuele leden met

groep daar bekend is en wat er bekend is over het

betrekking tot problematisch gedrag

gedrag van de groep. Als dat van belang is, kan de

(groepsscan politie)?

procesregisseur die informatie inbrengen bij de

• Plegen ze samen feiten?

convenantpartners in het jeugdgroepenoverleg.

• Zijn er locaties bekend waar groepsleden in

• De procesregisseur kan bilateraal het sociaal

wisselende samenstellingen samenkomen,

domein om een algemeen advies vragen -

zoals op straat, online, school, huis, café etc.

bijvoorbeeld aan een jeugdconsulent - over passende interventies op de groep in deze situatie. • De procesregisseur kan een derde uitnodigen voor het overleg volgens de werkwijze met betrekking tot

TIP

de ‘incidentele deelnemer’ (paragraaf 5.5).

Maak gebruik van het duidingsinstrument van Bureau Beke (bijlage G).

Er is geen sprake van een problematische jeugdgroep- of netwerk

De onderstaande activiteiten zijn relevant als de

Als er géén sprake is van een problematische jeugd­

conclusie is dat er sprake is van een problematische

groep, is er geen noodzaak om een namenlijst op te

jeugdgroep en het noodzakelijk is om een concept

stellen en een groepsscan te maken. De groep gaat

plan van aanpak op te stellen.

niet door naar stap 2 B.

Het feit dat daar sprake van is, geeft een inhoudelijke noodzaak om beter zicht te krijgen op de leden van de

Wel wordt samen bepaald of er nog aanvullende inzet

groep en om gegevens te verzamelen over het aan­

nodig is met preventieve maatregelen (persoons-,

deel van individuele leden op het problematisch

groeps- of gebiedsgericht). Denk bijvoorbeeld aan

groepsgedrag. Door zo’n stapsgewijze opbouw van

extra aandacht door (jeugd)boa’s tijdens hun ronde.

de informatieverzameling geef je richting aan doel en

Als blijkt dat er zorgelijke trends zijn rond een jeugd­

handelen. Je geeft daarmee invulling aan de basis­

groep, kunnen ook interventies op groeps- of locatie­

principes van de privacywetgeving. Op basis van

niveau worden ingezet. Zijn er zorgen over specifieke

inhoudelijke noodzaak kun je verantwoorden waarom

jongeren, dan kan de partner die zich zorgen maakt

je welke gegevens verzamelt en verwerkt.

een zorgmelding of een aanmelding voor een lokale PGA V&Z doen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om de inzet van het jongerenwerk, een huis­bezoek ter confrontatie, een gebiedsverbod e.d.

13

Wie doet wat in stap 2 B een lijst op van de groepsleden. Als het wenselijk is

Werkafspraken tussen politie en burgemeester over de standaardrapportage groepsscan

om een groepsscan uit te voeren, kan de politie

• De burgemeester verzoekt de teamchef van het

• De procesregisseur, politie en jongerenwerk stellen

deze lijst daarvoor gebruiken.

betrokken basisteam van de politie om de

• De politie wordt gevraagd een groepsscan te maken.

standaard­rapportage groepsscan aan te leveren. • In de praktijk regelt de procesregisseur dit. Een

• Het OM bepaalt aan de hand van de standaard­

teamchef kan ook zelfstandig beslissen om een

rapportage groepsscan, namenlijst en aanvullende

groepsscan op te maken en onder de aandacht te

informatie van de politie of en op welke manier er

brengen van de burgemeester en het OM.

een rol is weggelegd voor het OM.

• De politie vergelijkt de door de convenantpartners aangeleverde lijst van de groepsleden met de politiesystemen. De politiesystemen zijn hierin leidend: komt een jongere niet in het systeem voor, dan kan deze logischerwijze niet worden mee­ genomen in de groepsscan. • In de aanbiedingsbrief van de politie staat hoeveel van de namen onbekend waren in de politie­ systemen. Let wel: de politiesystemen zijn alleen leidend voor de groepsscan en niet voor de definitieve namenlijst.

14

Groepsscan met een bruto lijst namen die worden gelinkt aan

Dynamisch proces van standaardrapportage groepsscan en namenlijst

de jeugdgroep op basis van de beschikbare

• De standaardrapportage groepsscan van de

• De groepsscan is een rapportage van de politie

politiegegevens, aangevuld met informatie over

politie bevat uitsluitend politie-informatie.

deze personen. Deze bruto lijst wordt binnen de

Informatie van andere (keten)partners wordt

politie ook gecheckt door de wijk- en jeugdagent

hierin niet toegevoegd of verwerkt. Zodoende

of de juiste personen vanuit de politiesystemen

bestaat de rapportage uit informatie vanuit de

naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor

waarnemingen van de politie, gebaseerd op

de ‘netto’ namenlijst die door de convenant­

systeeminformatie. In de standaardrapportage

partners gezamenlijk wordt vastgesteld, waarbij

groepsscan komen dan ook alleen namen voor

onder meer rekening wordt gehouden met

van leden waarvan de politie over informatie

detentie of verhuizing.

beschikt.

• De groepsscan van de politie is slechts een

• De politie kan op verzoek de standaard­rapportage

onderdeel van de totale informatie die de proces­

actualiseren en opnieuw uitdraaien. Bijvoorbeeld

regisseur verzamelt. Deze scan bevat de straf­

omdat er nieuwe informatie beschikbaar is of als

rechtelijke informatie en signalen die bijvoorbeeld

de jeugdgroep wijzigt in samenstelling, gedrag,

wijkagenten hebben opgepikt. Openbare orde- en

locatie of problematiek. Jongeren waar de politie

hulpverlening casussen rond de betreffende

professionele bemoeienis mee had, kunnen dan

groep worden hier ook in vermeld.

in de namen­lijst worden meegenomen. Deze informatie wordt gecombineerd met de informatie

Standaardrapportage

van andere betrokken partijen. Op basis hiervan

• De groepsscan zelf wordt niet gedeeld, maar wel

wordt de namenlijst bijgewerkt.

de standaardrapportage die de politie opmaakt.

• De namenlijst actualiseren is ook belangrijk om

Die moet altijd met zowel de gemeente als het

ervoor te zorgen dat namen van jongeren die niet

OM worden gedeeld.

meer tot de problematische jeugdgroep horen,

• Deze informatie voegt de procesregisseur samen

van de lijst worden verwijderd. Zo blijft een

met de opgehaalde informatie van andere partijen

jongere niet langer ten onrechte geregistreerd als

en vormt een totaalbeeld van de jeugd­groep. Zo

lid van een problematische jeugdgroep.

ontstaat een namenlijst met een overzicht van personen die gerekend worden tot een problematische jeugdgroep. • De standaardrapportage groepsscan geeft de procesregisseur inzicht in welke leden van de jeugdgroep tevens politie-antecedenten hebben met relevante politie-informatie per individu. Ook geeft deze inzicht in welke leden geen politieantecedenten hebben. • De definitieve namenlijst, de netto-lijst, wordt gebaseerd op het geheel aan informatie van de convenantpartners. Hier kunnen dus ook namen van jongeren op staan die niet voorkomen in de politiesystemen, maar gezien de informatie van de andere convenantpartners wel deel uit maken van de jeugdgroep.

15

Wie doet wat met de namenlijst • De procesregisseur stemt de namenlijst die uit de politiesystemen komt af in het overleg met de

Hoe om te gaan met privacy en gegevensdeling in stap 2 B • Alle convenantpartners kunnen voor de analyse ook

convenantpartners. Hierin bespreken zij de namen­

gegevens inbrengen die zij op basis van hun

lijst op basis van hun eigen inzichten. Dit overleg

wettelijke taken en bevoegdheden van andere

loopt gelijktijdig met het verzamelen en beoordelen van informatie.

partijen hebben verkregen. • Alle partners beslissen zelf óf en welke gegevens zij

• Online informatie wordt meegenomen door de

verstrekken.

procesregisseur bij het opstellen van de namen­lijst.

• Het OM bekijkt wat zij over de jongeren weten. Dit

Na oplevering van de standaardrapportage groeps­

koppelen zij in principe terug op ‘algemeen niveau’

scan kan aanvullende online informatie worden

(zonder namen) om de groep te duiden. En alleen

verzameld.

als er noodzaak toe is, koppelen zij dit terug op

• De procesregisseur legt naar aanleiding van het vaststellen van de namenlijst een aantal gegevens

persoonsniveau (met namen). • Aanvullende informatie vanuit de politie over

van de betreffende jongeren vast in een bestand

bijvoorbeeld opsporingsindicaties wordt alleen

problematische jeugdgroepen. Welke gegevens dat

gedeeld tussen politie en OM.

zijn, lees je in artikel 10 van het modelconvenant.

• Zodra in het overleg is vastgesteld dat er inderdaad

• De procesregisseur legt de namenlijst vast

sprake is van een problematische jeugdgroep en

(convenant artikel 10) en zorgt dat de jeugdgroep­

welke jongeren daartoe behoren, worden zij en/of

leden en hun ouders/verzorgers in overeen­

hun ouders/verzorgers zo spoedig mogelijk per

stemming met de werkwijze in het convenant

brief in kennis gesteld. Bij voorkeur wordt deze brief

hierover worden geïnformeerd (convenant artikel 9

persoonlijk overhandigd met een toelichtend

lid 4).

gesprek. In sommige gevallen kan hiervan worden

• De procesregisseur zorgt ervoor dat de namenlijst

afgeweken; zie artikel 9 lid 1 en artikel 13 lid 4 in

tijdens het proces continu wordt geëvalueerd.

het convenant jeugdgroepaanpak. Het in kennis stellen kan ook na de vaststelling in de driehoek.

Jeugdgroepenoverleg

• Als nieuwe leden worden toegevoegd, worden zij

• Wanneer er een groepsscan en namenlijst is

en/of hun ouders/verzorgers daarover geïnformeerd.

opgesteld en er sprake is van strafbare feiten en/of

Zie artikel 9 lid 4 in het convenant jeugdgroep­

zorgen om afglijden richting de criminaliteit en/of

aanpak.

andere (veiligheids)risico’s spelen, wordt het OM in deze stap actief betrokken door de proces­regisseur en/of de politie. Het OM bepaalt aan de hand van de groepsscan, namenlijst en aan­vullende informatie van de politie of en op welke manier er een rol is weggelegd voor het OM. • De procesregisseur verzamelt en ordent de beschikbare informatie en de ontvangen adviezen. Het gaat onder meer om de standaardrapportage groepsscan aangevuld met de harde (systeem) informatie en zachte (straat)informatie van de convenantpartners en de opgestelde namenlijst. • De procesregisseur bespreekt en beschrijft de gesignaleerde problematische jeugdgroep met de convenantpartners in het jeugdgroepenoverleg.

16

Stap 3 | Groepsduiding en concept plan van aanpak opstellen

Vragen die aan bod kunnen komen • Waardoor wordt het problematisch groeps­

Doel en resultaat

gedrag veroorzaakt?

In deze stap gaat het om het afronden van de duiding

• Is er sprake van hiërarchie?

op de problematische jeugdgroep en het maken van

• Zijn de leden te typeren (zorgjongeren, risico­

een helder en degelijk concept plan van aanpak op de

jongeren, first offenders, criminele jongeren)?

groep of fluïde netwerk. Zodat de lokale driehoek

• Welke rollen hebben verschillende leden in de

goed geïnformeerd een besluit kan nemen over

groep?

prioritering van de aanpak.

• Zijn er contacten c.q. banden met andere groepen?

Het doel van de groepsduiding is om handelings­

• Opereert de groep lokaal en/of bovenlokaal?

perspectieven in beeld te krijgen om het problema­

• Is er sprake van wapenbezit en -gebruik?

tisch groepsgedrag te beëindigen of verminderen.

• Wat is er bekend over de sociale context

Daarbij kan ook inzicht in de persoonlijke omstandig­

(ouders, gezinskenmerken, thuissituatie)?

heden van groepsleden een rol spelen, voor zover de

• Wat zijn mogelijkheden en kansen van de leden?

convenantpartners daar zicht op hebben. Het doel is niet om een volledig beeld van lopende sociaal domein­trajecten te maken rond individuele jongeren. De groepsduiding geeft inzicht in:

TIP

• de groepsdynamiek,

Maak gebruik van het duidingsinstrument van

• de rollen binnen de groep,

Bureau Beke in bijlage G en eventueel de werk­

• het type problematieken dat speelt binnen de groep,

vormen in bijlage F voor het opstellen van een

• de groepscontext.

groepsduiding.

17

Wie doet wat in stap 3

Het concept plan van aanpak

• De convenantpartners brengen informatie in over

De procesregisseur stelt het concept plan van aanpak

de groepsdynamiek en mogelijke rollen van

op in samenwerking met politie en OM.

individuele leden in de groep.

Dit concept plan van aanpak moet helder, degelijk en

• De convenantpartners bepalen met elkaar welke

volledig zijn. Het moet - samen met het beleidsadvies

aanvullende informatie nodig is (op groepsniveau

(stap 4) - een goede basis vormen voor de verdere

en individueel) om tot een concept plan van aanpak

aanpak.

te komen. En wie van de convenantpartners in de positie is om die informatie te leveren of te

TIPS

verzamelen.

Een voorbeeld van een plan van aanpak van het

• De convenantpartners bepalen of het nodig is om

OM heb je samen met dit werkproces in je mailbox

een specifieke partij uit te nodigen als incidentele

ontvangen.

deelnemer in het jeugdgroepsoverleg en zo ja, wie

Bij het opstellen van het concept plan van aanpak

en met welk doel.

kun je ook gebruik maken van de kenniskaart

• De procesregisseur kan incidentele deelnemers

‘Houd jongeren uit de criminaliteit’. Daar vind je

betrekken voor advies over het vormgeven van de

informatie over welke interventie de risico­factoren

aanpak en/of de toeleiding van individuele groeps­

om in de criminaliteit te gaan, verkleint en

leden naar begeleiding of een interventie vanuit

beschermende factoren vergroot.

andere domeinen. • De convenantpartners maken - onder leiding van de

De volgende onderdelen staan in ieder geval in het

procesregisseur - een groepsduiding van de

concept plan van aanpak:

problematische jeugdgroep. Dit maakt duidelijk wat

• Welke partijen betrokken zijn. Dit wordt ook

het probleem is en wat de problematiek van de

afgestemd met organisaties die geen convenant­

jeugdgroep karakteriseert. Daar kan ook informatie

partner zijn.

op persoonsniveau bij worden betrokken waar de

• Zowel de groeps- of netwerkgerichte-,

convenantpartners over beschikken. Op basis

gebiedsgerichte- en persoons- of gezinsgerichte

daarvan nemen zij samen een besluit over de in te

interventies als de voorgestelde toeleiding van

zetten maatregelen.

individuele groepsleden naar begeleiding of

• Echter, als de partners gezamenlijk tot de conclusie komen dat een andere aanpak beter aansluit op de

interventies vanuit andere domeinen. • Afspraken over het aanmelden van individuele

problematiek, is het opstellen van een concept plan

groepsleden voor een lokale PGA Z&V, het Zorg- en

van aanpak niet nodig. Wellicht blijkt na weging van

Veiligheidshuis, bij het college van B en W voor

de signalen dat een gerichte actie voldoende is om

bijvoorbeeld de inzet van jeugdhulp, of voor

het probleem op te lossen. Er worden dan passende

afstemming met Jeugdbescherming, Raad voor de

maatregelen op de groep of persoon ingezet. Over

Kinderbescherming, Jeugdreclassering of Halt.

individuele jongeren kan een (zorg)melding worden

Gezien de aard van de problematiek is er voldoende

gedaan.

basis voor deze partijen om te kijken of zij op grond

• Afhankelijk van de beschikbare informatie uit de

van hun eigen taken iets moeten gaan doen richting

standaardrapportage groepsscan en informatie over opsporingsindicaties zal het OM betrokken zijn

een individueel groepslid. • Afspraken voor eventuele opsporingscapaciteit

om de informatie op persoonsniveau aan te vullen

(tussen politie (BT/DR/DRR ) en OM) en analyse­

en een bijdrage te leveren aan het integrale beeld.

capaciteit (vanuit DRIO/politie).

Hierin is het OM afhankelijk van de informatie die

• Afspraken over de inzet van capaciteit.

door de politie wordt aangeleverd. Als duidelijk is

• Afspraken over afstemming en overlegstructuur, etc.

dat groepsleden niet of nauwelijks in beeld zijn bij het OM, dan is de verdere betrokkenheid van het

1

OM in de regel niet nodig.

18

BT: Basisteam / DR: Districtsrecherche / DRR: Dienst Regionale Recherche/ DRIO: Dienst Regionale Informatie Organisatie

overleg - is het noodzakelijk om heldere afspraken te

Hoe om te gaan met privacy en gegevens­deling in stap 3

hebben om inzichtelijk te maken welke capaciteit

• Bij het duiden van de problematische jeugdgroep

Voor de driehoek - of een ander gemandateerd

wordt gevraagd en een duidelijk akkoord kan worden

worden voornamelijk gegevens op groepsniveau

gegeven. Zonder helder concept plan van aanpak zal

gebruikt. Daarnaast kunnen de convenantpartners

bijvoorbeeld het OM in beginsel niet akkoord gaan

informatie inbrengen waarover zij op grond van hun

met het prioriteren van een aanpak.

eigen taken beschikken. Zoals informatie over de persoonlijke omstandigheden van individuele

Eerst moet er nog een beleidsadvies worden

groeps­leden die relevant is om te kunnen bepalen

geschreven (stap 4), waarin het concept plan van

of een jongere moet worden aangemeld voor

aanpak is opgenomen, voordat het wordt aan­geboden

bijvoorbeeld jeugdhulp of een PGA Z&V.

aan de driehoek. De lokale driehoek besluit over het al

• De incidentele deelnemers kunnen informatie

dan niet prioriteren van de groep.

aanleveren voor zover hun eigen wettelijke taken en bevoegdheden dat toelaten. Dat kan in het jeugd­

Let op: er zijn situaties waarbij het nodig is om als

groepenoverleg met de convenantpartners of

procesregisseur meer informatie over bepaalde

bilateraal aan een van de convenantpartners. Voor

groepsleden te verzamelen voordat een plan van

de procesregisseur is dit soort informatie zeer

aanpak kan worden opgesteld. Ook kan het van

relevant, bijvoorbeeld over een jongere die onder

belang zijn dat acties snel worden ingezet en er geen

toezicht is gesteld door de Raad van de Kinder­

vertraging optreedt door het opstellen van het plan

bescherming of onder vrijwillig toezicht is geplaatst

van aanpak.

bij de Jeugdreclassering. Dergelijke informatie kan van belang zijn voor het bepalen wat nodig en

In dit soort situaties prioriteert de driehoek de jeugd­

effectief is in de vervolgaanpak voor een individuele

groep voordat verdere uitwerking van het concept

jongere.

plan van aanpak en beleidsadvies plaatsvindt.

• De opgehaalde online informatie is aanvullend aan de offline informatie om meer inzicht te krijgen in de groepskenmerken, individuele groepsleden en de verhoudingen tussen deze leden of groepen. Deze informatie is relevant voor de in te zetten maat­regelen.

19

Stap 4 | Adviseren en prioriteren

Relevante informatie die daaruit volgt, bijvoor­ beeld over belemmeringen in het opsporings­

Doel en resultaat

belang, worden meegegeven voor een verdere

In deze stap wordt de problematiek kort omschreven

uitwerking in het plan van aanpak.

en een beleidsadvies gegeven over de prioritering van

• De procesregisseur biedt het beleidsadvies en

de aanpak. Dit beleidsadvies wordt samen met het

concept plan van aanpak aan de driehoek aan.

concept plan van aanpak aangeboden aan de drie­

• Wanneer de lokale driehoek of het ketenoverleg een

hoek die besluit over het al dan niet prioriteren van de

aanvullende analyse wenst, moet zij dit motiveren

groep.

en ook aangeven op welke domeinen deze moet plaatsvinden. Dit betreft alleen verdiepende

Wie doet wat in stap 4

informatie vanuit de convenantpartners. De politie

• De procesregisseur geeft namens de convenant­

kan worden gevraagd een aanvullende analyse te

partijen een beleidsadvies over de groepsaanpak

doen.

aan de lokale driehoek of een ander ketenoverleg

• Wanneer een integrale en domein-overstijgende

met gemandateerde personen. Dit beleidsadvies

analyse op persoonsniveau nodig is, kan ervoor

bevat, naast een karakterisering van de jeugdgroep

worden gekozen om de betreffende jongere bij een

en de ernst van het problematische gedrag, een

lokale PGA Z&V of het Zorg- en Veiligheidshuis

concept plan van aanpak met maatregelen op

(ZVH) aan te melden. De procesregisseur groeps­

groep, persoon en (digitaal) domein.

aanpak stemt vooraf en tijdens de aanpak af met de

• De procesregisseur neemt - waar nodig - contact op

procesregisseur van de lokale PGA Z&V of het ZVH.

met andere gemeenten waar de jeugdgroep

In hoofdstuk 6 en in bijlage D staan aanwijzingen

mogelijk ook actief is voor afstemming.

voor de afstemming en voor het uitwisselen van

• Onder leiding van de procesregisseur worden in het beleidsadvies afspraken opgenomen over:

gegevens. • De lokale driehoek (of een ander ketenoverleg)

- de (voornaamste) doelen die met de aanpak

prioriteert al dan niet dit beleidsadvies. Ze kijkt ook

moeten worden gehaald en de eventuele kaders

naar de relatie met eventuele andere jeugdgroepen

daarbij (bijvoorbeeld over kosten en inzet).

en besluit hoe de groep moet worden aangepakt.

- Wie er stuurt op afgesproken acties in de aanpak

Bij prioritering moeten capaciteit en middelen van

van de jeugdgroep (ook in verband met de mogelijkheid tot escaleren). Dit kan bijvoorbeeld

alle partijen worden gewaarborgd. • Als de driehoek de groep niet prioriteert, kan de

gedaan worden door het management van de

procesregisseur in afstemming met de convenant­

deelnemende organisaties die de acties

partners besluiten of een aanpak wel of niet nodig

uitvoeren.

is. De namenlijst kan voor de aanpak worden

- Op welke momenten en over welke onderdelen de

gebruikt.

lokale driehoek periodiek van informatie wordt voorzien met betrekking tot aanpak, voortgang en effect. - Het bijhouden van sociale media kanalen door

Hoe om te gaan met privacy en gegevensdeling in stap 4 • Bij het voorleggen van het beleidsadvies en concept

politie of jongerenwerk voor het verzamelen van

plan van aanpak wordt geen gedetailleerde

online informatie.

informatie over individuele jongeren gedeeld.

- Wie de communicatie ‘naar buiten’ voor zijn

• Als nadere informatieverzameling gewenst is, kan

rekening neemt en wanneer er gezamenlijk wordt

dat volgens de werkwijze in stap 3 of via informatie­

gecommuniceerd.

verzameling door de convenantpartners op grond

- Is er ook een strafrechtelijk traject aan de orde

van hun eigen taken en bevoegdheden.

dan wordt duidelijk aangegeven wat de verhouding is tussen het plan van aanpak waar de gemeente de regie op voert en de strafrechtelijke aanpak.

20

Stap 5 | Vaststellen plan van aanpak Doel en resultaat

groepsleden heeft invloed op de totale groeps­ beschrijving. Zo kan bijvoorbeeld blijken dat er toch verbanden zijn met personen uit een crimineel netwerk.

In deze stap wordt het concept plan van aanpak aangevuld en vastgesteld. In het plan van aanpak

Daarnaast bevat het plan van aanpak afspraken over

staat hoe de geconstateerde problemen van de

welke groepsleden worden aangemeld bij andere

problematische jeugdgroep worden aangepakt.

partijen, bijvoorbeeld voor ondersteuning op grond

Dit plan kan tijdens de uitvoering continu worden

van de Jeugdwet of interventies op grond van de

bijgesteld.

Leerplichtwet. Er staat ook in gespecificeerd welke leden aangemeld worden bij een lokale PGA of het

Het plan van aanpak bevat de volgende punten:

Zorg- en Veiligheidshuis (PGA Z&V). De proces­

Doelen:

regisseur groepsaanpak kan afspraken maken met

• beëindigen of verminderen van problematisch

de procesregisseur PGA Z&V over de afstemming

groepsgedrag;

tussen de groepsaanpak en de PGA Z&V-aanpak.

• verminderen van criminaliteit en overlast; • versterken van de sociale positie van jongeren en het bieden van perspectief;

Wie doet wat in stap 5 • De procesregisseur werkt de gewenste effecten en

• verstoren van negatieve groepsdynamiek;

resultaten uit en doet dit zo concreet en meetbaar

• voorkomen van aanwas bij de groep;

mogelijk (SMART: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel,

• voorkomen van doorgroei naar criminele netwerken.

Realistisch en Tijdgebonden). • De procesregisseur groepsaanpak zorgt voor de

Meersporen-aanpak:

noodzakelijke afstemming met de procesregisseur

• Persoons- of gezinsgerichte maatregelen

van de PGA Z&V of het ZVH. Eventueel kan de

• Groeps- of netwerkgerichte maatregelen

afstemming ook verlopen via een convenant­

• Gebiedsgerichte maatregelen

partner die in beide aanpakken een taak heeft. • Partners denken samen na hoe ze sociale media

Strategie bepalen:

kunnen inzetten voor de offline groepsaanpak.

• Rollen, taken en verantwoordelijkheden (Zie bijlage A)

Bijvoorbeeld om jongeren of hun ouders te

• Communicatie (inclusief eventuele inzet van sociale

informeren, om pro-sociaal gedrag te activeren of

media)

om verbindingen met jongeren te leggen of te versterken. De online aanpak kan de groepsaanpak

In het plan staat hoe de aanpak is georganiseerd en

ondersteunen.

welke interventies worden ingezet. Er staat onder ondernomen, hoe daarover wordt afgestemd en welke

Hoe om te gaan met privacy en gegevensdeling in stap 5

informatie de partners van elkaar nodig hebben.

• Afstemming is nodig tussen de groepsaanpak en

En ook staat helder omschreven op welke manier

de PGA Z&V over de voorgenomen interventies of

afspraken worden geregistreerd en gemonitord.

bijvoorbeeld om elkaar te informeren of de PGA

meer in welke acties door convenantpartners worden

Z&V tot zichtbare effecten leidt op het gedrag in de Bovendien staat hierin de werkwijze beschreven rond het informeren van de jongere en/of zijn ouders/

groep. Zie hoofdstuk 6 en bijlage D. • Afstemming is ook nodig over de inzet vanuit het

verzorgers zodra de namenlijst is vastgesteld. Ook

sociaal domein en de groepsaanpak.

wat de werkwijze is bij het toevoegen of verwijderen

• Als een jongere uit de groep wordt aangemeld bij

van een groepslid, staat hier uitgewerkt. Verder wordt

een instantie, worden hij en zijn ouders/verzorgers

hier opgenomen dat de namenlijst tijdens het proces

daarover geïnformeerd. Bij voorkeur in een

continu wordt geëvalueerd. De toevoeging van nieuwe

persoonlijk gesprek.

21

Stap 6 | Uitvoeren en monitoren plan van aanpak

Hoe om te gaan met privacy en gegevensdeling in stap 6 • In deze fase is de gegevensverwerking gericht op

Doel en resultaat

afstemming, voortgang en effectiviteit. Die

In deze stap wordt het plan van aanpak uitgevoerd.

informatie is vaak aan personen gekoppeld. Als een

De procesregisseur monitort in hoeverre de

groepslid is aangemeld voor een PGA Z&V, kan in

convenant­partners de geplande acties daadwerkelijk

het jeugdgroepenoverleg bijvoorbeeld ter sprake

uitvoeren. Dit geeft input voor de verdere aansturing

komen of er intussen een PGA Z&V is gestart en of

en eventuele bijstelling van de probleemdefinitie en/of

er in het gedrag van de jongere effecten zichtbaar

het plan van aanpak. Het kan dus aanleiding geven om

zijn of juist niet.

terug te gaan naar een van de eerdere stappen in het

• Als er bij de convenantpartners nieuwe informatie

7-stappenmodel.

bekend is die noodzakelijk is voor de PGA Z&V, wordt besproken wie dan de aangewezen partij is

Wie doet wat in stap 6 • De partners die een rol hebben in de uitvoering, gaan

om die informatie in te brengen in de PGA Z&V. • Als de monitoring aanleiding geeft tot een

aan de slag.

hernieuwde analyse worden de eerdere stappen

• De procesregisseur stemt eventueel af met

opnieuw doorlopen met inachtneming van de

bijvoorbeeld de procesregisseur van een lokale PGA

bijbehorende spelregels voor de gegevens­

of ZVH.

verwerking.

• De procesregisseur monitort de uitvoering van de

• In fluïde netwerken is het een komen en gaan van

geplande acties en de resultaten. Natuurlijk houdt

groepsleden. Dat betekent dus regelmatig ook een

hij hierbij rekening met de veranderde omstandig­

terugkeer naar eerdere stappen om een nieuwe

heden. Monitoren is een dynamisch proces. Dat

analyse op de persoon uit te voeren en mogelijk ook

betekent concreet dat er na elke stap een kort

het informeren van ouders/verzorgers. Het is een

evaluatiemoment is met de betrokken partijen.

dynamisch proces.

Dit geeft inzicht in de geleerde lessen én zorgt voor draagvlak tussen de betrokken partijen.

TIP

• Het is belangrijk dat de verschillende online en

Een format checklist monitoren en evalueren staat

offline acties synchroon lopen. De proces­regisseur

op de wegwijzerjeugdenveiligheid.nl.

monitort dit en stuurt waar nodig bij. Zie hoofdstuk 4.

22

Stap 7 | Afschalen en evalueren

Hoe om te gaan met privacy en gegevensdeling in stap 7

Doel en resultaat

• In het landelijk modelconvenant is vastgelegd dat

In deze stap wordt bepaald of de doelen van de

het bestand over de jeugdgroep op ‘inactief’ wordt

aanpak zijn bereikt en of de aanpak afgeschaald of

gezet nadat de aanpak is beëindigd of afge­schaald.

helemaal kan worden gestopt. Als de aanpak is

Dit betekent dat het alleen heropend en weer toe­

gestopt, volgt een eindevaluatie van de aanpak.

gankelijk wordt voor de uitvoering, als daar binnen de in het convenant afgesproken bewaartermijn van

Wie doet wat in stap 7

één jaar aanleiding toe is. De beslissing om het

• Samen met de convenantpartners wordt bekeken of

bestand te heropenen kan worden belegd bij

de doelen uit het plan van aanpak zijn bereikt. • Wordt de aanpak inderdaad afgeschaald of gestopt,

bijvoorbeeld de manager OOV. • Na afloop van de bewaartermijn wordt het bestand

dan worden eventuele resterende actie­punten

gearchiveerd volgens de archiefwet. Een

belegd.

geanonimiseerd bestand kan worden bewaard voor

• Bij voorkeur worden de jongeren en/of hun ouders

management of beleidsdoeleinden.

geïnformeerd dat ze niet langer onderdeel zijn van

• Als in de loop van een aanpak blijkt dat een individu

de aanpak. Bijvoorbeeld met een brief of in een

niet langer deel uitmaakt van de groep wordt deze

gesprek.

zelfde procedure gevolgd voor dat individu.

• Onder regie van de procesregisseur wordt een evaluatie uitgevoerd. Daarbij kan ook overwogen

Hulp en advies

worden om het perspectief van de betrokken

Het CCV is beheerder van het 7-stappenmodel.

jongeren en/of hun ouders mee te nemen in de

Het CCV-jeugdteam biedt ondersteuning en advies

evaluatie, bijvoorbeeld als het gaat om de

over de opzet en uitvoering van het 7-stappenmodel.

effectiviteit van interventies.

Mail naar jeugd@hetccv.nl.

• Het verslag van de evaluatie wordt met de nieuwe problemen worden gebruikt als casuïstiek

Verbeter de aanpak van jeugdgroepen en deel je ervaringen

en kan er ook voor zorgen dat de totale aanpak van

Draag bij aan de verdere verbetering van de aanpak

jeugdgroepen in de gemeente verbetert.

jeugdgroepen en problematisch groepsgedrag en

convenantpartners besproken. Dit verslag kan bij

stuur je casuïstiek en ervaringen op naar het CCV. TIP

Mail naar jeugd@hetccv.nl. Jouw voorbeeld geeft

Een format checklist monitoren en evalueren vind

anderen inspiratie en aanknopingspunten voor hun

je op de wegwijzerjeugdenveiligheid.nl

aanpak.

23

4 Integreer online werken in het 7-stappenmodel

jeugdgroepen moeten professionals aansluiten op de

Voorwaarden voor online aanwezigheid en informatie-inwinning politie

leefwereld van jongeren. Jongeren maken veel­vuldig

De (digitale) wijkagent observeert, handhaaft en

gebruik van sociale media en daarom is het belangrijk

corrigeert. Naast de jongeren heeft hij ook oog voor

dat ook jongerenwerk, politie en OOV-ambtenaren

buurtbewoners.

hun weg weten te vinden in het online domein.

Zoals de politie, al dan niet in burger, op straat mag

Voor een succesvolle aanpak van problematische

surveilleren en rondkijken, zo mag de politie ook

Voordelen van een online aanpak

surveilleren op internet. Dit geldt voor alle politie­

Via sociale media kunnen sentimenten en gedragingen

taken op voorwaarde dat de observatie en informatie­

van jongeren in beeld komen die op straat of bij een

vergaring geen stelselmatig karakter heeft. Dat wil

fysieke ontmoeting niet merkbaar zijn. Ook geven

zeggen dat er geen volledig beeld wordt gevormd van

sociale media een aanvullend beeld van de onderlinge

iemands persoonlijke leven. De parallel met het

relaties en verhoudingen tussen groepen jongeren.

politiewerk op straat houdt ook in dat de politie alleen

Dit kan blijken uit de berichten die jongeren plaatsen,

in publiek toegankelijke bronnen mag surveilleren en

de berichten die ze liken, de online groepen waartoe

niet in besloten groepen, of in andere woorden in

ze behoren, wie ze volgen, en wie hen volgen. Sociale

afgeschermde online omgevingen met een toegangs­

media zijn daarnaast uitstekende middelen om

beleid. Het is aan de politie om met betrekking tot de

jongeren actief te informeren, pro-sociaal gedrag te

geldende criteria en interne werkafspraken een

activeren of om verbindingen met hen te leggen of te

zorgvuldige afweging te maken wat wel en niet kan

versterken.

vallen onder online surveillance in het kader van de openbare orde. De politie maakt vervolgens ook een

Door de online accounts en de connecties daar­tussen

eigen afweging welke online verkregen informatie zij

te bekijken, krijgt het jongerenwerk of de politie een

deelt met convenantpartners in het kader van de

beeld van hoe de verhoudingen binnen en tussen

groepsaanpak.

netwerken van jongeren eruit zien. Is er offline een jeugdgroep in beeld, dan is online te zien met wie de

De politie mag alleen aanvullende online informatie

groep nog meer omgaat. Dit kan onder andere helpen

(stelselmatige observatie en/of in besloten groepen)

bij het in kaart brengen van de meer fluïde en

verzamelen wanneer het OM hiervoor een

gebieds-overstijgende groepen. Onderlinge status­

opsporings­­bevel heeft afgegeven.

verhoudingen en hechtheid van vriend­schappen en hoe vaak jongeren met elkaar online contact

Voorwaarden voor online aanwezigheid en informatie-inwinning jongerenwerk

hebben.

Jongerenwerkers richten zich specifiek op jongeren

worden afgeleid aan de reacties op elkaars berichten

en het opbouwen van een vertrouwensband. Zij Het is wel van belang dat partners bij de groeps­

zetten sociale media primair in voor het stimuleren

aanpak zich bewust zijn van de beperkingen voor

van pro-sociaal gedrag. Veel van de informatie op

online gegevensinwinning; dit moet binnen hun bevoegdheid en taak passen.

2

25

De grondslag daarvoor ligt in artikel 3 Politiewet 2012.

sociale media is alleen toegankelijk met een eigen

Duiding van online informatie

online account. Daarbij geldt dat jongerenwerkers

Het blijft belangrijk dat de convenantpartners een

zich herkenbaar moeten opstellen. Anonieme

gezamenlijke afweging maken over de betekenis van

accounts zijn niet toegestaan. Die kunnen alleen

online informatie. Online uitlatingen hoeven niets te

onder voorwaarden gebruikt worden door politie of

zeggen over het gedrag van een jongere. Jongeren

OM.

vergroten zaken of situaties online vaak uit om hun reputatie te vestigen. Door de online en offline indruk

Jongerenwerkers die toegang hebben tot besloten

van een jongere te vergelijken, ontstaat een vollediger

online groepen en accounts, bijvoorbeeld omdat ze

en meer genuanceerd beeld.

zelf lid zijn van zo’n groep, kunnen vanwege de opgebouwde vertrouwensband niet zomaar gegevens

De procesregisseur hoeft geen deskundige te zijn op

over individuen delen met convenantpartners. Deze

het gebied van sociale media. Hij moet natuurlijk wel

beperking speelt minder bij het geven van een groeps­

weten wat de mogelijkheden zijn van online

beeld aan partners. Zij kunnen bijvoorbeeld op basis

informatie. Zo moet hij weten welke vragen hij kan

van de sentimenten die zij online signaleren de politie

stellen aan digitale wijkagenten en online jongeren­

verzoeken de groep in de gaten te houden. Daarbij is

werkers die zich meer actief in het online domein

het niet nodig om details over individuele jongeren te

begeven. Zie bijlage B – Informatievragen.

delen. In bijlage C staat meer informatie over de rol van de

Voorwaarden voor online aanwezigheid en informatie-inwinning ambtenaar OOV

jongerenwerker en de politie voor online informatie.

De procesregisseur OOV en zijn collega’s mogen

meer over de mogelijkheden van informatiedeling

dezelfde online informatie vergaren als de politie, op

door jongerenwerkers in het jeugdgroepenoverleg.

In bijlage E Jongerenwerk en de groepsaanpak lees je

grond van de bevoegdheid en verwerkingsgrondslag van de burgemeester. Hiervoor geldt echter wel dat zij

Hulp en advies nodig?

online herkenbaar moeten zijn, net als de jongeren­

Het CCV is beheerder van het 7-stappenmodel. Het

werker. Het anoniem of in burger online surveilleren is

CCV-jeugdteam biedt ondersteuning en advies over

voorbehouden aan de politie.

de opzet en uitvoering van het 7-stappenmodel. Mail naar jeugd@hetccv.nl.

26

5 Gegevens verwerken in het 7-stappenmodel In het 7-stappenmodel is de gegevensverwerking een

persoonsgerichte aanpak Z&V en de aanpak op

belangrijk onderdeel. Dit hoofdstuk beschrijft

groepsniveau eruit kan zien. Dit vindt plaats via de

wanneer en hoe professionals dat zorgvuldig kunnen

procesregisseurs van beide aanpakken of via een

doen, met verwijzing naar het Modelconvenant

convenantpartner die in de beide aanpakken is

jeugdgroepaanpak.

betrokken.

5.1 Modelconvenant jeugdgroepaanpak

Het modelconvenant gaat ervan uit dat de domeinoverstijgende samenwerking en informatieuitwisseling in het kader van een persoonsgerichte aanpak Zorg en Veiligheid apart is geregeld.

In overleg met de politie, het OM, de VNG en Sociaal

Bijvoorbeeld in het convenant Zorg- en Veiligheids­

Werk Nederland (belangenorganisatie voor het

huis of in een convenant voor een lokale PGA Zorg en

jongerenwerk) heeft het ministerie van Justitie en

Veiligheid.

Veiligheid het landelijk Modelconvenant jeugdgroepaanpak ontwikkeld. Dit modeldocument

Artikel 20 Wpg besluit

geeft de juridische kaders voor de uitwisseling van

Aan het modelconvenant moet een ‘artikel 20 Wpg

persoonsgegevens tijdens het jeugdgroepenoverleg

besluit’ worden toegevoegd. Dit besluit zorgt ervoor

en het vastleggen van persoonsgegevens in het

dat de politie een wettelijke grondslag heeft om

bestand problematische jeugdgroepen.

politiegegevens te mogen verstrekken aan de convenantpartners van het samenwerkingsverband.

Het Modelconvenant jeugdgroepaanpak beschrijft de

Zonder een dergelijk besluit is gegevensdeling door

verwerking van persoonsgegevens die nodig is voor

de politie met bijvoorbeeld het jongerenwerk niet

het opstellen en gebruiken van het dossier dat over

mogelijk. Zie bijlage 3 van het modelconvenant.

een jeugdgroep wordt vastgelegd. Het modelconvenant beschrijft de informatieuitwisseling voor de groepsaanpak in het kader van het jeugdgroepenoverleg tussen de convenant­

5.2 Uitgangspunten bij de omgang met persoonsgegevens

partners (burgemeester, politie, OM, jongerenwerk) en

Bij het werken met het 7-stappenmodel gebruiken

bij uitzondering een incidentele deelnemer. De

partners doorlopend persoonsgegevens. Hierbij

deelname van (jeugd)boa/ Toezicht en handhaving

gelden voor afzonderlijke partijen de volgende

over OOV-taken verloopt via de burgemeester.

algemene uitgangspunten die voortvloeien uit de privacywetgeving (o.a. AVG). Deze zijn ook verwerkt in

Het Modelconvenant jeugdgroepaanpak kan ook

het Modelconvenant jeugdgroepaanpak:

worden afgesloten voor een samenwerking met

• beperk je als organisatie tot je eigen taken en wettelijke bevoegdheden bij het verzamelen van

gemeenten en partijen op regionaal niveau.

persoonsgegevens; In bijlage 2 van het modelconvenant (en ook in bijlage

• verwerk alleen persoonsgegevens voor duidelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden;

D van dit 7-stappenmodel) staat beschreven hoe de gegevensuitwisseling voor de coördinatie tussen een

• deel persoonsgegevens alleen met anderen als dat

27

voortvloeit uit je wettelijke taken en bevoegdheden,

Individuele groepsleden

of als dat verenigbaar is met de doelen waarvoor je

Wanneer het gaat om het bij elkaar brengen van

deze hebt verzameld;

informatie over de groepsleden voor de aanpak, dan

• beperk de opslag/verwerking van persoons­

gaat het om persoonsgegevens. Dit zijn gegevens

gegevens tot datgene wat noodzakelijk is en

waarover de convenantpartners beschikken vanuit

bewaar het niet langer dan nodig, of indien van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=c3967b9a-c406-4c1b-9b7a-e841ecb4014f