Rapport 'Zeven gezichten van mienskip'
Tekst van het document
Zeven gezichten van mienskip Over vertrouwen van burgers in elkaar en in (overheids)instanties
Gemeente Noardeast-Fryslân
Halteplaats Noardeast-Fryslân, project De Karavaan Movisie/Atlas van Afgehaakt Nederland Radboud Engbersen René Cuperus Esra van Koolwijk Daan de Bruijn Utrecht Movisie, oktober 2024
1
Inhoud 0 Inleiding. Zeven gezichten van mienskip 1 Mienskip is samen een voetbalkantine verbouwen 2 Mienskip is verbondenheid met het eigen dorp 3 Mienskip is wonen en werken op een plek waar je gekend bent 4 Mienskip is de maatschappelijke inzet van ondernemers 5 Mienskip is moeders die een dorp runnen 6 Mienskip is de onmisbare hand van professionals 7 Mienskip is meedoen 8 Wat hebben we geleerd? Tien gezichten van een betrouwbare overheid
2
0 Inleiding. Zeven gezichten van mienskip De gemeente Noardeast-Fryslân is de tweede halteplaats van het Movisie-project De Karavaan. In dit project onderzoekt Movisie, voortbouwend op inzichten van het SCP, CBS en andere kennisinstituten, hoe het gesteld is met het vertrouwen tussen burgers onderling en het vertrouwen van burgers in de overheid en overheidsinstanties. Movisie doet dit om aan het eind van het Karavaan-traject praktische handvaten aan te reiken aan gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken (de opdrachtgever) en maatschappelijke organisaties om dit vertrouwen weer terug te winnen. Het Karavaan-project is een uitvloeisel van de Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) waarin werd blootgelegd dat aanzienlijke groepen burgers in de samenleving zich niet meer gerepresenteerd en/of gerespecteerd voelen en het vertrouwen in overheid en politiek aan het verliezen zijn of verloren hebben.1 De ambitie van het Karavaan-project is om de inzichten van de Atlas verder te onderzoeken. In het Karavaan-project duiken we de samenleving in door in een klein aantal geselecteerde gemeenten groepsgesprekken te voeren met heel uiteenlopende kringen inwoners2. We steken als het ware de thermometer van vertrouwen - kortdurend, maar intensief - in de lokale samenleving.
De gemeente Noardeast-Fryslân hebben we voor ons project uitgekozen vanwege de verrassende stembusuitslagen bij de laatste paar verkiezingen, maar ook vanwege de rol die mienskip hier nog altijd speelt. Het Friese begrip mienskip wordt in het Nederlands vertaald als ‘de gemeenschap’, maar het betekent veel meer. Mienskip is de onderlinge verbondenheid die wordt ingezet om de gemeenschap te beschermen. Deze is vroeger ontstaan door de strijd tegen het water; men moest in de Friese dorpen de krachten bundelen om terpen en dijken te kunnen bouwen.3 Het versterken van gemeenschappen en gemeenschapsvorming, de onderlinge sociale verbondenheid, zit in het DNA van Friesland. Dit gegeven maakte nieuwsgierig en is relevant voor een project over vertrouwen. Noardeast-Fryslân is een gemeente die op 1 januari 2019 is ontstaan uit de gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland en Nieuwkruisland. Op 1 januari 2024 telde de gemeente 45.870 inwoners. De gemeente bestaat uit de stad Dokkum (12.965 inwoners) en daarnaast nog 52 dorpen, waarvan Kollum (5.805 inwoners) de grootste is. In Dokkum is het gemeentehuis gevestigd. Het vertrouwensverlies in de overheid is af te lezen aan het stemgedrag van burgers. Groepen burgers stemmen niet meer of stemmen juist op anti-establishment partijen en protestpartijen. Denk aan de PVV, Forum voor Democratie of aan de BBB of NSC.
In de Atlas is daarvoor het begrip ‘afgehaakt’ gekozen of beter ‘tot afgehaakt gemaakten’. De Atlas riep heel veel herkenning op, alleen herkende niet iedereen zich in de terminologie. Is ‘afgehaakt’ wel het juiste woord? Zou je in plaats van over ‘afgehaakten’ niet beter over ‘teleurgestelden’ of ‘verweesden’ kunnen spreken? Of positiever over ‘veranderingsgezinden’? Mensen kunnen dan wel politiek afhaken, maar dat wil niet zeggen dat ze ook maatschappelijk afhaken. Misschien willen ze met hun stemgedrag op andere partijen juist de boodschap afgeven dat ze juist weer willen ‘aanhaken’. Niettemin: wat ‘de afhakers’ verbindt is de teleurstelling over het vertegenwoordigend en probleemoplossend vermogen van de overheid en van de traditionele bestuurspartijen van het midden. Ze wijzen op problemen met bestaanszekerheid, op het schandaal van de toeslagenaffaire, de Groningse aardgasproblematiek, het omstreden migratiedossier, de vastgelopen woningmarkt, et cetera. Ook in de gemeente Noardeast-Fryslân is dit verloren vertrouwen in traditionele middenpartijen zichtbaar. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen in november 2023 verloor het CDA hier een belangrijk deel van zijn electoraat, terwijl de PVV (27%), NSC (21%) en de BBB (10%) als winnaars uit de 1 Voogd, Josse de & René Cuperus (2021), Atlas van Afgehaakt Nederland. Over buitenstaanders en gevestigden.
2 Eerste halteplaats was Arnhem, tweede Noardeast-Fryslân, derde Zeeuws-Vlaanderen, in het bijzonder Sluis, Terneuzen en Hulst. Op de
vierde en mogelijk vijfde beramen we ons. 3 Burgerpanels Fries Sociaal Planbureau en gemeente Leeuwarden over ‘iepen mienskip’, Fries Sociaal Planbureau, december 2016.
3
bus kwamen. Het jaar daarvoor (maart 2022) hadden de inwoners van Noardeast-Fryslân bij de gemeenteraadsverkiezingen nauwelijks op landelijke partijen gestemd. De meeste stemmen gingen naar de Fryske Nasjonale Partij (FNP) en Sociaal in Noardeast-Fryslân (S!N). Het jongste coalitieakkoord Ferbûn mei de Mienskip. Noardeast-Fryslân 2022-2026 is ook een akkoord tussen maar liefst drie Friese partijen: FNP, S!N en Gemeentebelangen Noardeast Fryslân, hoewel S!N deze zomer uit het college is gestapt. In de meeste grote steden elders in het land nemen middenpartijen in de gemeentepolitiek nog steeds een belangrijke positie in. In Noardeast-Fryslân zijn ze die helemaal kwijtgeraakt. Hier domineren provinciale en lokale partijen de politiek ten koste van de traditionele bestuurspartijen. Regionale verschillen Bij dit klaarblijkelijke vertrouwensverlies in de Haagse politiek speelt ook het volgende mee. In Nederland zijn de sociaaleconomische verschillen tussen regio’s zich steeds scherper gaan aftekenen. Dat is deel veroorzaakt doordat vanaf het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw het Rijk in zijn economische beleid decennialang consequent alle kaarten op de regionale winnaars heeft gezet. Op de ‘pieken in de Delta’ zoals ze werden genoemd. Denk aan de Randstad en Brainport Eindhoven. Dit was een ingrijpende breuk met de periode daarvoor.
In het naoorlogse beleid is altijd geprobeerd om de bedrijvigheid meer gelijkmatig over het land te verdelen. Gebieden met een zwakke economische structuur werden met fabrieken, infrastructuur en het spreiden van rijksdiensten geholpen. Dat veranderde in de jaren tachtig. Gebieden met een zwakkere economische structuur, zoals delen van het Noorden van het land (waaronder Noardeast-Fryslân) mochten zich voortaan op hun eigen kracht gaan richten. De economische dynamiek moet in het gebied hervonden en ontwikkeld worden. Die fixatie op economische topregio’s lijkt pas nu een correctie te krijgen. In het advies Elke regio telt! (2023) van drie adviesraden wordt gesteld dat bepaalde gebieden in Nederland, veelal gelegen aan de randen van ons land en buiten de economische centrumgebieden, te maken hebben met een stapeling van achterstanden. De achterstanden betreffen onder meer de hoogte van het gemiddelde inkomen, de kwaliteit van de leefomgeving, de beschikbaarheid van publieke voorzieningen zoals onderwijs, zorg en openbaar vervoer en de werkgelegenheid. Ook de beschikbaarheid van culturele voorzieningen en ontmoetingsplekken is in bepaalde regio’s minimaal en het is daar lastig om actieve verenigingen te behouden.
Het advies ‘Elke regio telt’ heeft tot doel om bij te dragen aan een nieuwe aanpak van regionale verschillen in brede welvaart, om daarmee Nederland als geheel sterker te maken. Het bepleit om de gangbare beleids- en investeringslogica van het Rijk te veranderen en te investeren in langjarige programma’s voor regionale ontwikkeling.4 Inzet van het advies is om economische bedrijvigheid, woningbouw en rijksdiensten meer over het land te verdelen, omdat juist perifere regio’s zich geconfronteerd zien met opgaven die hun eigen krachten ver te boven gaan. Ook het huidige kabinet lijkt dit gedachtegoed over te nemen, ‘elke regio telt’ kreeg zelfs een plaats in de Troonrede. Gaat Noardeast-Fryslân van dit gewijzigde denken profiteren? Niettemin heeft het verlies aan aandacht en steun vanuit ‘Den Haag’ in de achterliggende decennia het alledaagse leven van inwoners in landelijke gebieden en perifere gebieden sterk beïnvloed en hun vertrouwen in de landelijke overheid niet zelden aangetast. Inwoners van deze regio’s zagen hun voorzieningenniveau - en op veel plaatsen ook hun economische structuur - jaar op jaar verschralen en hun hoger opgeleide jongeren vertrekken.
Vooral op het platteland, en speciaal aan de randen van Nederland ‘sloop de overheid stilletjes de dorpen uit’, schrijft Van de Ven (2021).5 Denk aan het verdwijnen van rechtbanken, streekziekenhuizen, gemeentehuizen (door herindelingen), politieposten, plattelandscafés, winkels, buslijnen, basisscholen, bibliotheeklocaties, bankfilialen, et cetera.
4 Raad voor de leefomgeving en leefomgeving en infrastructuur (Rli), Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en Raad voor Volksgezondheid
en Samenleving (RVS) (2023), Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s. Den Haag. 5 Van de Ven, C. (2021), ‘Hoe Den Haag uit Nederland verdween. Onderzoek De afname van regionale voorzieningen.’ In: De Groene Amsterdammer (nummer 41).
4
Plattelandsregio’s en dorpssamenlevingen hebben dit verlies maar deels op weten te vangen. Bovendien: hoogopgeleide kenniswerkers die naar de stad trokken, werden als zogenaamde winnaars gezien en inwoners die achterbleven als verliezers. Het is niet prettig om als achterblijver dit stempel te krijgen. Ziet ‘Den Haag’ ons wel staan? vragen inwoners zich af. Zijn we meer dan wingewest (aardgas), opvanglocatie (asielzoekers), windmolenpark, zonne-energiepark of achtertuin van gestreste stedelingen? Of heel actueel: een handige nieuwbouwlocatie van een vol rakend Nederland? Esther Peeren, hoogleraar culturele analyse aan de Universiteit van Amsterdam, denkt dat welvarende stedelingen het landelijk gebied te veel behandelen als een ‘achterland’: een soort wingewest ten behoeve van zichzelf. In het achterland worden op grote schaal dieren gehouden, grondstoffen gedolven en wordt er energie opgewekt door een horizon vol windmolens. Er zijn distributiecentra en opvanglocaties voor asielzoekers - of de omwonenden er nu mee instemmen of niet. ‘Vanuit de steden wordt met een koloniale blik naar het platteland gekeken, stelt zij.
Dat kan verklaren waarom de bewoners uit protest op nationalistisch-rechts stemmen.’ 6 ‘Overalmensen’ naast ‘ergensmensen’ De verhuis- en mobiliteitsbewegingen van mensen hebben ook de culturele verschillen tussen regio’s verder verscherpt, vooral daar waar deze overlapt met de toegenomen ‘opleidingskloof’ in de samenleving tussen hoger en lager opgeleiden, die ook in zekere zin een kloof in voorkeuren, waarden en smaken is.7 In stedelijke en landelijke gebieden treffen we uiteenlopende waardenoriëntaties aan. Deze waardeoriëntaties worden wel omschreven in termen van ‘globalisten’ versus ‘nationalisten’, ‘universalisten’ versus ‘traditionelen’ of van ‘overalmensen’ (anywheres) versus ‘ergensmensen’ (somewheres).8 Globalisten omarmen een grenzeloze wereld, nationalisten het begrensde eigen land. ‘Universalisten’ stellen universele burgerlijke vrijheden voorop - vrijheid van meningsuiting, recht op demonstratie, gendergelijkheid -, terwijl traditionelen vooral hechten aan Nederland en Nederlandse tradities en symbolen.9 Anywheres zijn inwoners die overal wel kunnen aarden, voor hen doet de plaats waar ze wonen er nauwelijks toe. Somewheres daarentegen zijn inwoners die zich geen leven zonder wortels kunnen voorstellen. Bijvoorbeeld dorpsbewoners waarvan de familie al generatielang in een bepaald dorp woont. Ze hebben een diepe band met hun eigen omgeving.
Hier past direct de kanttekening dat deze tegengestelde waardeoriëntaties niet absoluut zijn en bepaald niet zwart/wit samenvallen met het onderscheid stad-platteland. In dorpen tref je ook globalisten, universalisten en overalmensen aan, zoals je ook nationalisten, traditionelen en ergensmensen in stedelijke gebieden aantreft. Wel iets meer in kwetsbare wijken en onder praktisch opgeleiden. Deze uiteenlopende waardeoriëntaties moet men vooral niet tot clichés verharden. Tussen de uitersten bestaan allerlei grijstinten. Ofwel: je kan ook een beetje een mix van overalmens en ergensmens zijn, globalist en nationalist. Friese eigenheid Het is dus vooral een kwestie van accent. Toch is zichtbaar dat in meer perifere en landelijke regio’s er sprake is van een sterke lokale oriëntatie (‘lokaal wij’). Het nationalistische traditionele perspectief is hier relatief dominant. Friesland is daar bij uitstek een voorbeeld van. De Friese taal en cultuur fungeren als lijm tussen de bewoners. Het nationalistische perspectief zit niet voor niets ook in de naam van de grootste politieke partij in de gemeenteraad van Noardeast-Fryslân: de Fryske Nasjonale Partij. Friesland is een gevoelsgemeenschap. Veel inwoners voelen zich Fries, terwijl dat voor inwoners van Randstedelijke provincies als Zuid-Holland, Noord-Holland of Utrecht helemaal niet vergelijkenderwijs geldt.
In Friesland zijn waarden als kleinschaligheid, gezamenlijkheid en gemeenschapszin dan ook 6 ‘Is de opkomst van nationalistisch-rechts een opstand van het ‘achterland’?, interview met Esther Peeren, de Volkskrant, 24 mei 2024 7 Noordzij, K., De Koster, W., & Van der Waal, J. , ‘Gevoelens van culturele afstand als verklaring voor de opleidingskloof in anti-establish-
ment-opvattingen en -gedrag’’, Stuk Rood Vlees, 14-9-2021 8 Beugelsdijk, Sjoerd (2021), De verdeelde Nederlanden. Hoe een perfecte storm een klein land dreigt te splijten (en wat we daaraan kunnen doen). Uitgeverij Balans, Amsterdam. 9 Zie ook Karel Smouter (2022), Blauw wit rood. De boerenopstand als spiegel voor Nederland. De Bezige Bij, Amsterdam.
5
minstens even belangrijk als universalistische waarden als gelijkheid, vrijheid en inclusiviteit. In Friesland is voor dit lokale ‘wij’ ook een woord: ‘mienskip’, het Friese woord voor gemeenschap. Het heeft een prominente plaats in het eerder aangehaalde gemeentelijke coalitieakkoord Ferbûn mei de Mienskip. Noardeast-Fryslân 2022-2026 van de eerder genoemde Friese partijen. Niet alleen de gemeente Noardeast-Fryslân onderkent het belang van mienskip, óók de provincie Friesland. In een recent document wordt aan de hand van het wetenschappelijk onderzoek een positieve relatie gelegd tussen mienskip en ervaren gezondheid. Voor sommige aspecten is de bewijsvoering overtuigender dan voor andere, maar de algemene conclusie is dat onderdeel zijn van een betrokken gemeenschap mensen zowel mentaal als fysiek bescherming biedt.10 Dit is ook mogelijk de verklaring voor wat de ‘Friese paradox’ genoemd wordt, schrijven de auteurs. Friesland scoort afgezet tegen landelijke cijfers consequent laag op economische indicatoren als inkomen, arbeidsparticipatie en opleidingsniveau, maar gunstiger op sociale en ruimtelijke indicatoren. Mienskip wordt in dit document als immaterieel erfgoed aangeduid: ‘Dit immaterieel erfgoed wordt steeds opnieuw vormgegeven in samenhang met maatschappelijke veranderingen en in interactie met de sociale omgeving en van generatie op generatie doorgegeven.
De beoefenaars en betrokkenen bij de Friese gemeenschap geven de normen en waarden ten aanzien van elkaar helpen bewust of onbewust door aan kinderen, leerlingen, buren etc.’ Gemeenschapsvorming Zijn Friezen beter in gemeenschapsvorming?, vragen de auteurs zich af en ze verwijzen naar het begrip ‘imagined community’ (ingebeelde of verbeelde gemeenschap) van de Amerikaanse antropoloog Benedict Anderson. Een verbeelde gemeenschap is een gemeenschap waarvan de leden elkaar niet persoonlijk kennen, maar wel onderling een band voelen en zich er als onderdeel van beschouwen. De provincie Friesland is zo’n ingebeelde gemeenschap, betogen ze. Een ‘imagined community’ is een constructie die steeds weer moet worden geactualiseerd. Mienskip is daar in het geval van de provincie Friesland (net als de Friese taal) een cruciaal ingrediënt van. Het begrip mienskip is niet helemaal onomstreden. Volgens sommigen is het ‘beleidsfries’, en komt het vooral voor in ronkende passages in verkiezingsprogramma’s en college-akkoorden. Mienskip krijgt soms de vorm van marketing of culturele propaganda. Zo kreeg het begrip een centrale rol toebedeeld bij het binnenhalen en de festiviteiten van Friesland als culturele hoofdstad van Europa.
Mienskip werd toen een veelgehoord woord bij de stedelingen en culturele professionals in Leeuwarden, waarvan betwijfeld moet worden of zij in het dagelijks leven met mienskip te maken hebben. Want dat is de andere kant. Zoals duidelijk wordt uit deze rapportage, is mienskip vandaag de dag wel degelijk ook geleefde werkelijkheid, met name in de kleinere dorpen van Friesland. Zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven of woorden aan te besteden, dient met in alle nuchterheid de mienskip. Al moet opgepast worden voor overromantisering, ook in de kleinste dorpen vallen er mensen uit de boot van de mienskip. Het fenomeen mienskip, en hoe dat tegenwoordig wordt beleefd, was naast het gewijzigde politieke stemgedrag de tweede reden om Noardeast-Fryslân op te nemen in ons Karavaan-project. Ook omdat het stimuleren van gemeenschapsvorming voor het ministerie van Binnenlandse Zaken, opdrachtgever van de Atlas van Afgehaakt Nederland en het Karavaan-project, een belangrijk onderwerp is. En niet alleen voor het ministerie van Binnenlandse Zaken, ook andere departementen en gemeenten zoeken naar instrumenten om gemeenschapsvorming te versterken, als mogelijke stimulator van democratisch burgerschap en als remedie tegen polarisatie.
10
Bunk e.a. (2023), De Mienskip bij preventie. Een eerste inventarisatie. In opdracht van het Bestuurlijk Platform Friese Preventie Aanpak. Auteurs van GGD Fryslân, NHL Stenden, RIVM, HANNN en Planbureau Fryslân maakten deze inventarisatie.
6
Verticaal en horizontaal vertrouwen Het Karavaan-project richt zich op twee bronnen van vertrouwen. De eerste bron betreft het vertrouwen in overheid en politiek. We noemen dat verticaal vertrouwen. Daarbij gaat het zowel om de landelijke politiek en het landelijke bestuur (‘Den Haag’) als de lokale politiek en het lokaal bestuur (‘Dokkum’). En ook alle instanties die daarmee verbonden zijn. De tweede bron van vertrouwen is het vertrouwen in mensen en gemeenschappen waar inwoners onderdeel van zijn (school, vereniging, dorp, buurt, kerk, ondernemerskring, belangengroep, sportclub, et cetera). Dat noemen we horizontaal vertrouwen. Hierbij gaat het vooral om de mienskip.
Vragen aan Noardeast-Fryslân Voor onze gesprekken in Noardeast-Fryslân vormden de hieronder geformuleerde vragen de leidraad. -
In hoeverre zijn inwoners van Noardeast-Fryslân van mening dat ‘bestuurlijk Nederland’ zich voldoende inspant voor de zaken die zij in hun leven, werk en activiteiten belangrijk vinden? Hebben zij het gevoel dat ‘Den Haag’ hun belangen en ervaringen onvoldoende kent en onderkent? Hebben ze bijvoorbeeld het gevoel dat Den Haag, nu er weer meer aandacht lijkt te zijn voor ver van de Randstad afliggende regio’s, oog heeft voor de specifieke kwaliteiten van het gebied, zoals het landschap, de rust en de ruimte, de Friese taal, cultuur en waardeoriëntaties? Is Noardeast-Fryslân bij ‘Den Haag’ wel in goede handen? Of hebben ze het gevoel dat lokale politici en gemeentelijke instanties veel beter oog hebben voor de zaken die er voor hen toe doen (en daar ook iets aan weten te doen)?
-
In hoeverre hebben ze vertrouwen in de verschillende instanties in hun omgeving die lichter of zwaarder met de overheid zijn verbonden, zoals woningcorporaties, politie, zorg- en welzijnsorganisaties en de uitvoerende werkers die daar werkzaam zijn? Hoe toegankelijk en behulpzaam zijn deze instellingen? Staan deze dichter bij hun belevingswereld? En als zij van mening zijn dat er sprake is van groeiend wantrouwen tegenover overheid, politiek en publieke instanties, hoe is volgens hen vertrouwensherstel mogelijk?
-
Ook het fenomeen mienskip riep vragen op. Hoe zit het precies met de sociale verbondenheid in de verschillende dorpen en buurten van Noardeast-Fryslân? Wordt er soms niet te mooi en te nostalgisch over mienskip gesproken? Zijn er niet verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die de mienskip onder druk zetten of verzwakken, zoals de vergrijzing, de import van Randstedelijke tweeadressenwoners en migranten, en het wegtrekken van jongeren, voor werk, maar ook het feit dat het nauwelijks mogelijk is een woning te bemachtigen in het dorp of de plaats waar ze opgegroeid zijn? In welke mate kun je met mienskip sociale problemen voorkomen, verzachten en oplossen? Ook hier de vraag: als er sprake is van verzwakking van de mienskip, hoe kan je deze weer versterken? Kortom, het gaat hier om een reeks van vragen die zich gemakkelijker laten stellen dan beantwoorden.
‘Profielen’ Bovenstaande vragen hebben we gesteld aan uiteenlopende inwoners van Noardeast-Fryslân. Preciezer gezegd: aan zeven groepjes van inwoners, zoals we dat eerder hebben gedaan in Arnhem en ook in Zeeuws-Vlaanderen gaan doen.11 Het gaat om onderstaande ‘profielen’ van bewoners. 1. Een ondernemers- of winkeliersvereniging 2. Een elftal van een voetbalclub (het ‘bierteam’) 11 De gemeente Arnhem was de eerste halteplaats van het Karavaan-project, de regio Zeeuws-Vlaanderen, bestaande uit de
gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst, is de derde halteplaats.
7
3. 4. 5. 6.
Een (middelbare) schoolklas (havo/mbo/roc) dan wel een aantal jongeren Een groep moeders uit dorp of buurt Een aantal actieve bewoners of sleutelfiguren, actief in een dorp, buurt of wijk Een groep eerstelijnsprofessionals, zoals een wijkagent, zorgprofessional, welzijnswerker, corporatiemedewerker, et cetera 7. Een aantal stadhuisprofessionals, zoals de burgemeester, een wethouder en een aantal beleidsambtenaren Gedurende twee dagen hebben we zeer intensief, en met formidabele logistieke steun van de dorpen- en wijkencoördinatoren van de gemeente Noardeast-Fryslân, met de uiteenlopende groepjes inwoners gesproken. Op verschillende locaties: in de voetbalkantine van VV Kollum, in het kringloopcentrum van Kollum, op het stadhuis in Dokkum, in een gemeentelijke post in Kollum. Tussen de gesprekken door hebben we - gechauffeerd door de dorpscoördinatoren - verder kennis gemaakt met de gemeente. Met het landschap, met de prachtige Waddendijk, de historische dorpen, de bedrijvigheid. In deze bundel doet we daar verslag van in zeven korte signalementen gevolgd door een aantal conclusies. Welke inzichten en praktische handvaten kunnen we uit deze gesprekken destilleren die elkaar aanvullen, nuanceren en soms ook tegenspreken? We doen dat met de grootste bescheidenheid, we hebben immers maar kort de thermometer in Noardeast-Fryslân kunnen steken.
Niettemin denken we dat we een aantal relevante inzichten en handvaten hebben gevonden, juist ook omdat zoveel verschillende inwoners bereid waren antwoord te geven op onze vragen. Zeven Gezichten van Mienskip hebben we als titel aan de bundel meegeven. Want mienskip, hebben we ontdekt, is een rijk concept met vele lagen en betekenissen, en nog altijd actueel en relevant. Voor Friesland, maar eigenlijk voor heel Nederland. PS: We danken alle mensen uit Noardeast-Fryslân die met ons hun kennis en ervaringen hebben willen delen. Vooral ook de medewerkers van de gemeente, in het bijzonder burgemeester Johannes Kramer, wethouder Hanneke Jouta, Wynzen de Vries en de dorpen- en wijkencoördinatoren Yteke Kuipers, Saapke Nijhuis, Durkje Boersman-Van der Heide en Ina Witteveen. Zonder de ondersteuning van de laatsten hadden we dit project nooit kunnen uitvoeren. We zijn ongekend gastvrij in Noardeast-Fryslân ontvangen.
8
1 Mienskip is samen een voetbalkantine verbouwen In de voetbalkantine van VV Kollum spreken we met vijf leden van de voetbalclub, terwijl we genieten van het bezorgde avondeten. We verwachten een gesprek over het belang van het verenigingsleven voor de sociale structuren van Kollum, maar het wordt vooral ook een gesprek over maatschappelijk ondernemerschap. De vijf leden van VV Kollum blijken ondernemers in hart en nieren te zijn. Dit geeft een interessante wending aan het gesprek, vooral ook omdat de vrucht van hun ondernemerschap én clubliefde tastbaar aanwezig is: de fraai verbouwde, begin 2024 opgeleverde voetbalkantine. Een wand met grote zwart-witfoto’s van de local heroes van de voetbalclub trekt de aandacht. De verbouwing was zonder de financiële en praktische hulp van leden en lokale ondernemers nooit mogelijk geweest. Kollum Bruist De vijf leden zijn allen vijf sinds jaar en dag verbonden aan VV Kollum als voetballer, trainer of elftalleider. Vrijwel niemand van hen woont nog in Kollum. Ze zijn uitgevlogen naar Leeuwarden, Groningen of omringende dorpen. Toch hebben ze nog steeds een diepe band met VV Kollum, een band die in hun jeugd gelegd is en nooit meer is weggegaan. Een van hen heeft zelfs zeventien jaar in het eerste elftal gespeeld. Volgens de leden bruist Kollum. Ze zien dat de afgelopen jaren veel in positieve zin is veranderd.
‘Een stijgende lijn.’ Ze wijzen op de sportfaciliteiten in het dorp, het verenigingsleven, de organisatie van markten en feesten en de fraai opgeknapte monumentale winkelstraat van het dorp. ‘Alles ziet er netjes uit’, ‘de Kollumer kaasdagen zijn best wel een begrip’. Ook de economische visie van de gemeente op de waterrecreatie rondom Kollum spreekt hen aan. Hoewel ze wijzen op de gebrekkige bereikbaarheid van Kollum, wordt ook gezegd dat Kollum precies tussen Leeuwarden en Groningen ligt (‘allebei op bijna een half uur rijden’). Omdat Groningen en Leeuwarden relatief makkelijk met de auto en het openbaar vervoer te bereiken zijn, kiezen veel studenten ervoor om thuis te blijven wonen gedurende hun studie. De leden roemen de ondernemersgeest in het dorp. Voor de omvang van een dorp als Kollum zijn er opvallend veel grote ondernemers (‘met een winnaarsmentaliteit’; ‘we zijn hier niet vies van werken.’) Zelf zijn ze daar een voorbeeld van. Ze runnen een detacheringsbedrijf voor schadeverzekeringen (met grote klanten in het hele land), een platform voor leasemaatschappijen, een videomarketingbedrijf, een horecaonderneming, kledingzaak en een reisbureau. Sommigen hebben meerdere bedrijven. Een aantal van hen combineert een baan bij een woningcorporatie of provincie met een eigen bedrijf.
‘Als je veel mensen om je heen hebt die ondernemer zijn dan stimuleert dit om zelf ook te gaan ondernemen’, luidt de verklaring van een van hen. De aanwezige dorpscoördinator is verbaasd over zoveel ondernemerselan en zegt dat niet terug te zien in alle dorpen. In het gesprek dat na haar opmerking ontstaat, wordt vooral door de leden de ondernemersgeest in Dokkum, Kollum en Surhuisterveen benadrukt. De leden merken op dat veel ondernemers hbo- dan wel wo-geschoold zijn. Veel van hen blijken honkvast. ‘De personen waarmee ik ben opgegroeid, zijn bijna allemaal in Kollum blijven wonen en zijn ook bijna allemaal ondernemers geworden.’ We horen het vaker tijdens de gesprekken. De tijd lijkt voorbij te zijn dat hoger opgeleide jongeren bijna per definitie voor werk naar werkgevers buiten de provincie verkassen. De leden van de voetbalclub zien dat er voor jongeren in de tienerleeftijd - los van sport - in Kollum weinig te doen is. Jongeren hebben niet echt een eigen plek. Het gevolg: hangjeugd. Mogelijk is een dorpshuis de oplossing, maar Kollum heeft er geen meer (ooit wel). Ook zijn ze zich bewust van drugsgebruik onder jongeren. Ze vertellen dat om die reden een kroeg in Kollumerzwaag gesloten is. Aan de andere kant stellen ze vast dat het niet iets unieks is voor Friesland.
‘Het is een landelijk probleem’ en het is ‘blijkbaar normaal’ geworden dat jongeren pilletjes gebruiken in het uitgaansleven. Gelukkig is er de sport. Ze wijzen op de voetbalschool die binnen de accommodatie van VV Kollum is
9
gevestigd. Voetballertjes van heinde en verre komen ernaartoe, maar de eigenaar ervan probeert ook kinderen die deze voetbalopleiding niet kunnen betalen een plek te geven. Opnieuw een voorbeeld van maatschappelijk ondernemerschap. Veel jonge mensen koesteren de wens om in Kollum te blijven wonen, zeggen ze. De leden zien bijvoorbeeld dat e-commerce erg populair is onder jongeren. Het is een vorm van ondernemen waarbij je gemakkelijk zelf producten of diensten kunt verkopen vanaf je zolderkamer. ‘Het is de eerste stap naar een eigen bedrijf’, zeggen de leden. Met e-commerce kan je in meer perifere gebieden wonen én toch ondernemen en geld verdienen. FotoCadeau B.V. in Kollum is een voorbeeld van een grote (online) organisatie waar veel jonge mensen werken. Het bedrijf bedient het hele land. Een van de aanwezig leden van VV Kollum is er werkzaam, maar heeft daarnaast in de geest van de andere leden een eigen e-commercebedrijfje. Niet lullen maar poetsen De ondernemers spelen een belangrijke rol bij het aantrekkelijk maken van Kollum. Ze wijzen op de verbouwde voetbalkantine - eigenlijk door de verbouwing een multifunctionele accommodatie - en de komst van de padelbaan. Verschillende bedrijven hebben het mogelijk gemaakt. Door samenwerking hebben ze veel geld bespaard.
Ook door de inzet van inwoners die maandenlang twee dagen in de week geholpen hebben bij de bouw (‘terwijl ze ook gezinnen hebben’). Ook dat is mienskip. Dit zit een beetje in het DNA van Friesland, aldus een van hen: ‘Wij zijn niet vies van hard werken en hebben de niet-lullen-maar-poetsenmentaliteit. In de Randstad kan men dit wel waarderen, ze weten wat ze aan je hebben’. De dorpscoördinator plaatst wel de kanttekening dat ze nauwelijks dorpsbewoners heeft kunnen vinden die mee willen denken over een mogelijk te realiseren dorpshuis. Blijkbaar gaat alle sociale energie naar het verenigingsleven en de ondernemerskringen. Meer zichtbaarheid, minder bureaucratie Ondernemers pakken zaken het liefst zelf op, zeggen de leden, ze hebben de gemeente vaak niet nodig. Als ondernemer moet je snel kunnen schakelen en kan je niet drie of vier jaar wachten op een besluit. Voor de aanschaf van een kunstgrasveld voor VV Kollum hadden ze gemeente wel hard nodig, want dat ging om een investering van vele tonnen. Maar de realisatie ervan duurde uiteindelijk wel tien tot vijftien jaar. Het hielp dat iemand meehielp die de weg binnen de gemeente kende. Ze vertellen over een oud-wethouder die in Kollum heel zichtbaar aanwezig was en bijvoorbeeld ook weleens met hen meeging op voetbalkamp. Hij stond dicht bij de bewoners, horen we. Dát is belangrijk voor de binding van bewoners met de gemeente.
Deze vroegere wethouder belichaamt hun bestuurdersideaal. ‘Je moet dicht op de samenleving zitten, je gezicht laten zien, weten wat er speelt, dan weet je hoe je het moet oplossen. Als je er te ver van afstaat, kan je ook geen oordeel vellen.’ Ook mag het allemaal minder bureaucratisch volgens onze gesprekspartners, aanbestedingen schrikken hen bijvoorbeeld enorm af. Voor kleine en middelgrote ondernemers is meedoen met zo’n traject niet te doen. ‘De overheid is een veel te logge papierwinkel.’ Vandaar dat ze initiatieven het liefst zelf als ondernemer(s) oppakken dan wel op zoek gaan naar minder bureaucratische wegen. Verlies of vooruitgang? In het dorp kijkt men verschillend aan tegen de komst van de Lelylijn en de komst van mensen buiten Friesland, aldus de vijf mannen.12 Sommige bewoners, veelal ondernemers, staan positief tegen deze ontwikkelingen. Voor hen liggen er kansen, maar ze zien de aarzelingen bij anderen en ook bij henzelf (‘Voor mijn portemonnee is het beter, maar of het goed is?’) Veel Friezen, zeggen ze, zijn van mening dat Friesland er alleen maar bij te verliezen heeft. De vijf leden verwachten dan ook dat de meeste Friezen bij een referendum tegen de Lelylijn zullen stemmen, zolang het voor hen onduidelijk is wat het hen persoonlijk oplevert.
Economisch heeft Friesland de Lelylijn niet nodig, denken de mannen, al 12 De Lelylijn heeft dezer dagen hoge actualiteit vanwege de vraag naar de betaalbaarheid en haalbaarheid van dit spoortra-
ject.
10
liegen de cijfers niet. De koopkracht ligt in Friesland beduidend lager dan in de rest van Nederland. ‘Maar we zijn wel gelukkiger’, wordt lachend gezegd. Dat is de Friese paradox. Ook het feit dat zoveel mensen op de PVV hebben gestemd verrast hen niet. ‘Het is een signaal’, zeggen ze. ‘Het tij moet gekeerd worden’. ‘Het is puur dat men er klaar mee is.’ Maar waar is men klaar mee? Welk tij moet gekeerd worden? Ze willen zelf zeggenschap over de komst van asielzoekerscentra en vooral ook een regering die zichtbaar moeite doet om de bestaanszekerheid van inwoners van Noardeast-Fryslân te verbeteren en meer algemeen een regering die de kwaliteiten van Friesland erkent en daar zorgvuldig mee omgaat. Waarin zit de kracht en de aantrekkelijkheid van hun regio en breder die van Friesland? De leden zijn hierover heel eensluidend. Het is een combinatie van rust, veiligheid (weinig criminaliteit), water, natuur, ruimte en de Friese mentaliteit. Een van hen verwoordt het als volgt: ‘Als ik kijk naar de Randstad, en ik heb in hartje Amsterdam gewoond, dan ben ik om heel eerlijk te zijn blij dat ik hier woon, het is hier authentieker.’
11
2 Mienskip is verbondenheid met het eigen dorp We praten op het gemeentehuis in Dokkum met bewoners uit Paesens-Moddergat. Het kleine tweelingdorp ligt achter de dijk tegen de Waddenzee. Een aantal van onze gesprekspartners is er geboren en getogen, maar twee van hen zijn er als ‘import’ gearriveerd. In Paesens-Moddergat blijk je een baan in de Randstad te kunnen combineren met hechte worteling in de dorpsgemeenschap. Allen roemen de aandacht voor elkaar, wél met de kanttekening dat deze ‘niet meer zo is als vroeger’. Het dorp dreigt een vakantiehuizen-dorp te worden. Het dorp heeft inwoners nodig die zich met het dorp en de dorpsgemeenschap verbinden. Daarom staan ze kritisch tegenover de import die het liefst alles bij het oude wil laten. ‘Stilstand is achteruitgang’, is hun mening. Ofwel: er is zowel veel vertrouwen als wantrouwen aan te wijzen tussen bewoners onderling. Met de aanwezige dorpscoördinator van de gemeente hebben ze een sterke vertrouwensband. Het dorpje Paesens-Moddergat (385 inwoners) is in en buiten Friesland bekend door zijn bijzondere ligging. Achter de dijk, tegen de weidse Waddenzee. Een trap brengt je boven op de dijk waar de bezoeker uitkijkt over water en lucht tot aan de horizon. Het moet wel een van de leegste plekken van Nederland zijn.
Het dorp is ook bekend door een vissersramp die er eind negentiende eeuw heeft plaatsgevonden.13 In 1883 verloren in een zware storm 83 zeelui het leven. Een monument op de dijk herinnert aan die catastrofe in de kleine dorpsgemeenschap. Tot de dag van vandaag staat men bij deze gebeurtenis stil. In het museum ’t Fiskershúske en in het niet meer in bedrijf zijnde garnalenfabriekje krijgen bezoekers informatie over de geschiedenis van de visserij in het dorp. In Moddergat wonen nog steeds garnalenvissers, hoewel steeds minder. Vroeger had Paesens een meer agrarisch karakter, vertellen onze gesprekspartners en waren er zelfs enige karakterologische verschillen tussen de bewoners van Moddergat (‘ruwer’) en Paesens (‘rustiger’). Maar dat is allemaal veel meer door elkaar heen gaan lopen, ook al omdat er veel over en weer is verhuisd. In een kwartiertje in Dokkum Wonen in Paesens-Moddergat betekent niet dat je geïsoleerd woont, maken ze direct duidelijk. Een van de importinwoners heeft naar eigen zeggen in the middle of nowhere van Canada gewoond. Daar moest ze een half uur rijden om een dichtstbijzijnde winkel te bereiken, in Paesens-Moddergat is ze met de auto in een kwartiertje in Dokkum en binnen drie kwartier in Groningen, Leeuwarden of Drachten. Het hoofdkantoor van haar werk is in Utrecht.
Eén keer in de maand gaat ze daarnaartoe, de rest van de tijd werkt ze online vanuit huis. Een andere gesprekspartner heeft een werkgever met kantoren in Leeuwarden en Utrecht. Een dag in de week gaat hij naar Leeuwarden, eens in de twee weken naar Utrecht. Plaatsgebondenheid is voor werk steeds minder belangrijk geworden en biedt kansen om zelfs op relatief perifere plekken als Paesens-Moddergat te kunnen blijven wonen. Snelle glasvezel maakt dit ook mogelijk. Nu Nederland voller raakt en de bevolkings- en bebouwingsdichtheid van stedelijke regio’s toeneemt is het niet ondenkbeeldig dat ook andere personen dan pensioenmigranten uitwijken naar de plekken waar het rustiger is en waar je vanuit huis kunt werken. ‘In het Hollands graag, want ik versta geen Fries!’ De beide importbewoners vertellen over de hartelijkheid waarmee het dorp hen verwelkomde toen ze er kwamen wonen. ‘Allemaal welkomstkaartjes en toen ik kort erna trouwde, lagen ze er weer.’ De geboorte van een kind leverde ook een stortvloed aan kaartjes op. Kinderen kunnen vrij buiten spelen, want er zijn altijd oplettende ogen. Bij ziekte - is hun ervaring - staat men voor elkaar klaar met het spreekwoordelijke bordje soep. Maar zeggen ze, je moet je als import wel openstellen voor het 13 Het dorp kwam onlangs in het nieuws door het verschijnen van de roman Wondermond van Anne-Gine Goemans, waarin
deze ramp centraal staat. Freek Schravesande (2024) schreef er in NRC Handelsblad van 5 september 2024 de volgende reportage over: ‘In Moddergat waren vissersvrouwen al veroordeeld tot een zwaar leven. En toen slokte de zee bijna alle mannen op.’
12
dorp en ze laten zich kritisch uit over de nieuwkomers die alles bij het oude willen laten (want ze zijn er ‘voor hun rust gekomen’). ‘Pas je aan’, vertellen ze, ‘dan ontvangt het dorp je met open armen.’ Dat betekent (een beetje) meedoen met de activiteiten in het dorp, mogelijk via een bestuursfunctie, maar ook het leren verstaan van Fries. Vooral het driedaagse dorpsfeest met praalwagens vraagt handjes. Ze vertellen over een informatieve bijeenkomst de avond ervoor in het dorp. Het ging over ontwikkelingen rond het museum ’t Fiskershúske. Nieuwkomers riepen: ‘In het Hollands graag, want ik versta geen Fries!’ Met dat gedrag maak je bij gevestigde bewoners geen vrienden. Mienskip, maken ze duidelijk, is meer dan voor elkaar klaar staan. Het staat voor verbondenheid met het dorp, voor respect voor haar geschiedenis én bekommernis om haar toekomst. Inwoners die hun woning louter als vakantiewoning gebruiken of pensioenmigranten die zich terugtrekken in hun woning verzwakken de sociale samenhang, aldus onze gesprekspartners. Zo laat Paesens-Moddergat zowel onderling vertrouwen als wantrouwen tussen bewoners zien. Het wantrouwen is vooral gericht op de import die zich nergens mee verbindt, maar zich wel dwingend manifesteert en opstelt. Zorgen over de toekomst van hun dorp Onze gesprekspartners maken zich zorgen over de toekomst van hun dorp.
Het dorp draait nu op zo’n dertig personen die in allerlei besturen zitten, plus een kring van doeners daaromheen, maar voor hoelang? Het verdwijnen van belangrijke ontmoetingsplaatsen, zoals de basisschool en de kroeg baart hen zorgen. De basisschool speelde een belangrijke rol bij de herdenking van de ramp van 1883, de kroeg functioneerde als gemeenschapshuis. Er is een initiatief van dorpsbewoners om de kroeg weer open te krijgen en op te knappen met behoud van de oude karakteristieke elementen; andere Friese dorpen laten zien dat zoiets mogelijk is. Een werkgroep uit het dorp heeft zijn tanden erin gezet. De Friese provinciale steunfunctie Doarpswurk, de provincie zelf en ook de gemeente NoardeastFryslân denken mee en adviseren. Er is steun, maar zelf moeten ze er ook geld in stoppen. Gaat dat lukken? Kansen Het museum ’t Fiskershúske heeft een oude boerderij gekregen als legaat. Is dat een kans om het toerisme - en zo de dorpseconomie - te versterken? De kroeg zou dan misschien heropend kunnen worden. Van enkele stamgasten kan een kroeg immers niet leven.
De dijk moet worden verhoogd; is dat een kans om de fysieke infrastructuur van het dorp te verbeteren? Kan er mogelijkerwijs mondjesmaat - met aandacht en respect voor de plek (op maat en landschappelijk ingepast) - gebouwd worden in het buitengebied of aan de rand van het dorp? Kunnen starters en jonge gezinnen dan ook een woning bemachtigen? Onder de jongeren in het dorp is daar belangstelling voor. Jonge aanwas is nodig om te voorkomen dat het dorp een spookdorp wordt, gedomineerd door vakantiewoningen. Mogelijk zou de komst van jonge gezinnen een dorpsschool weer mogelijk maken. Vertrouwensband met de dorpscoördinatoren De bewoners geven geen blijk van diep wantrouwen tegen instanties. De Friese provinciale steunfunctie Doarpswurk, de provincie en ook de gemeente Noardeast-Fryslân adviseren en denken mee waar het gaat om het openen van de kroeg. Ook zijn er contacten met instanties over de dijkverhoging en het benutten van het legaat voor het museum ’t Fiskershúske. De bewoners verwachten van instanties en de lokale en provinciale overheid dat ze respectvol met de fysiek-ruimtelijke omgeving van het dorp omgaan. Dat het nieuwe ingepast wordt in het oude. Dat instanties met hen meedenken over de toekomstbestendig maken van het dorp. Dat de eigenheid en het specifieke karakter van het dorp behouden blijven en dat het toerisme kleinschalig blijft.
Er is vooral een vertrouwensband met de dorpscoördinatoren. ‘We hebben hele goede dorpscoördinatoren, ze staan ons enorm bij, als er iets relevants te zeggen is, horen we dit eerder gisteren dan vandaag.’
13
3 Mienskip is wonen en werken op een plek waar je gekend wordt In de voetbalkantine van VV Kollum spreken we met twee vrienden van rond de twintig. Het woord mienskip kennen ze niet, hoewel een van hen op een basisschool heeft gezeten die zo heette. Ze waarderen Kollum voor de rust en de ruimte, al kan het er in de zomer heel druk worden met toeristen. Het dorp heeft een klein oud monumentaal centrum, eigenlijk een lange winkelstraat, en telt zo’n 5800 inwoners. De vrienden vinden het prettig om in een omgeving te wonen waarin je gekend wordt (‘Je kunt hier niet langs iemand lopen en niet groeten’). Warme woorden hebben ze niet over voor de gemeente Noardeast-Fryslân, hoewel van diep wantrouwen geen sprake is. Allebei hebben ze op een protestpartij gestemd, want de overheid, zeker die in Den Haag, heeft sinds corona voor hen afgedaan: die beperkt hun vrijheid en ontwijkt de problemen op het gebied van huisvesting en migratie. ‘Het is hier relaxed’ De twee vrienden volgen een economische opleiding bij het ROC in Leeuwarden. De een staat op het punt van afstuderen, de ander plakt er nog een jaartje aan vast. Ze zijn net als de meeste van hun vrienden tijdens hun studie in Kollum in het ouderlijk huis blijven wonen. Veel jongeren pendelen dagelijks voor studie naar Leeuwarden en vooral Groningen. De vrienden houden van de rust en de ruimte van Kollum én het gekend zijn.
Dat laatste zorgt er wel voor - zeggen ze - dat er weinig geheim blijft in Kollum. Wat je vandaag met iemand bespreekt, hoor je morgen terug in de supermarkt. Behalve de rust (‘Het is hier relaxed’), zijn alle belangrijke voorzieningen die zij gebruiken bij de hand (sportschool, winkels). Ze zeggen op school in Leeuwarden de leerlingen te herkennen met een meer landelijke afkomst. ‘Als je in Leeuwarden naar school gaat, herken je meteen iemand met een stadse achtergrond. Hoe iemand omgaat met mensen, hoe iemand spreekt. Je hoort het heel snel.’ Het lijkt ook een reden om in Kollum te blijven wonen: de omgangsvormen vinden ze er fijner. De twee zijn hechte vrienden. Een van hen is op jonge leeftijd vanuit Ethiopië als asielmigrant gearriveerd. Hij voelt zich geaccepteerd in Kollum, maar heeft in zijn beginjaren ook wel vervelende dingen meegemaakt. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar hij doelt op discriminerende, racistische bejegeningen. Tegelijkertijd herinnert hij zich dat hun gezin hartelijk met bloemen is verwelkomd door de buurt. Nu voelt hij zich er geaccepteerd en thuis. Veel hangt ook af van je eigen opstelling, vertelt hij. ‘Als je goed met mensen kunt omgaan, gaat het vrij snel.’ Hij zegt wel dat het klimaat richting personen met een migratieachtergrond verslechterd is, maar hij trekt zich er weinig van aan.
‘Dat racistische ding, het gebeurt, maar het boeit me niet.’ Zijn vriend is een geboren en getogen Fries: thuis wordt dan ook Fries gesproken (‘Ik ben honderd procent Fries’). Hij zegt nooit onderscheid naar kleur te hebben gemaakt en meer vrienden van kleur te hebben gehad. ‘Het ligt ook aan je opvoeding’, maakt hij duidelijk. Hij ziet jongeren negatieve opvattingen van hun ouders over personen met een migratieachtergrond overnemen. Als we uitleg geven over mienskip vertelt hij over de hulp (een boodschap, een bloemetje) die zij vanuit huis geven aan een gezin in hun buurt dat afhankelijk is van de voedselbank. Toch voegt hij eraan toe dat de meeste mensen in Kollum ‘op zichzelf’ zijn. Ofwel: maak mienskip niet te groot. Relativering verslavingsproblematiek onder jongeren Ze maken grapjes over de kleine wereld van Kollum. ‘Alles is hier in een mum van tijd bekend. Je hebt nooit met iemand gesproken en je weet al op vijf punten hoe iemand in elkaar zit, want dat hoor je van een ander.’ Ze relativeren berichten over verslavingsproblematiek onder jongeren. Als daar sprake van zou zijn, zouden ze het echt wel weten. Het gebruik van drugs tref je, zeggen ze, vooral aan in Leeuwarden en Groningen; in Kollum is alcoholgebruik eerder een probleem, maar ook dat relativeren ze.
Ze signaleren desgevraagd geen echt grote veranderingen in Kollum op het terrein van leefbaarheid, behalve de opkomst van het toerisme. Een van het woont in het hartje van het dorp en 14
verbaast zich in de zomer over de drukte en toegekomen aantallen toeristen, in het bijzonder uit Azië. Dokkum is ver weg Hebben ze vertrouwen in de gemeente? Hun antwoord is dat de gemeente Noardeast-Fryslân Kollum onvoldoende ziet staan, Dokkum zou beter bediend worden met voorzieningen. Overtuigend bewijs daarvoor kunnen ze niet geven. De aanwezige dorpscoördinator reikt hen voorbeelden aan van recente concrete investeringen in de sociale infrastructuur van Kollum. Blijkbaar is het eerder een gevoel. Door gemeentelijke herindelingen is de gemeente Kollumerland opgegaan in Noardeast-Fryslân. Het gemeentehuis staat nu in Dokkum en voor hun gevoel is daarmee ook de relatie met de gemeente afstandelijker geworden. Bij doorvragen over de voorzieningen in Kollum geven ze aan dat die er vooral zijn voor ouderen en kinderen, maar dat er voor hun leeftijdscategorie weinig is (zeg de leeftijd tussen 16-21 jaar). Ze brengen met vrienden veel tijd in de sportschool door, komen bij elkaar thuis samen, maar daarbuiten is er weinig voor hen. De muziek die de plaatselijke horeca draait vinden ze maar niks. Ze missen een outdoor-voorziening waar je verschillende sporten kunt beoefenen (zoals calisthenics).
Ze memoreren een actie uit het verleden toen ze erin waren geslaagd om een afvalcontainer te krijgen bij een basketbalveldje omdat er klachten waren gekomen over het achterlaten van hun rommel. Met de kliko was dat opgelost. Een snelle adequate reactie van de gemeente houden we hen voor, blijkbaar is contact maken goed mogelijk! Stemmen op een protestpartij Allebei hebben ze op een protestpartij of anti-establishmentpartij gestemd. De een op de PVV, de ander op Forum voor Democratie (FvD). Beiden zeggen ‘dat het anders moet’. De keuze voor de PVV komt voort uit frustratie over de van bovenaf opgelegde vrijheidsbeperkingen tijdens corona. Ze verwijzen naar de verplichtende vaccinaties, de lockdowns en het opgesloten zitten. ‘Niet dat ik Geert Wilders per se een toffe peer vindt, maar eigen keuzen werden afgepakt, wat is hier dan democratie?’ Ook het wegblijven van concrete acties waar het gaat om het aanpakken van migratie en het woningtekort voor starters, zit ze dwars. Over Baudet zeggen ze dat ‘hij de dingen aanpakt’. Hij wil de migratie voor een aantal jaren stopzetten, de boel op orde brengen en dan pas groepen nieuwkomers met beleid toelaten. Degene die op FvD heeft gestemd vindt dat een verstandig idee, nu loopt de overheid zijns inziens steeds achter de feiten aan. Online ondernemerschap is de toekomst Ze ambiëren net als al hun vrienden het ondernemerschap.
Ondernemerschap is spannend en avontuurlijk, maken ze duidelijk. ‘Het is de nieuwe toekomst.’ In het bijzonder het online ondernemerschap. Ze hebben al veel ondernemersactiviteiten uitgeprobeerd met hun vrienden. Voor hun ideeën en ambities hoef je niet de gemeente of de provincie uit. Integendeel, ook vanuit Kollum ligt de wereld van het ondernemen voor hen open. Allebei zeggen ze waar mogelijk in Kollum te willen blijven wonen, maar stellen vast - kijkend naar het geworstel van familie en vrienden - dat dat héél ingewikkeld wordt. De zus van een van hen had graag een woning in Kollum gehad, maar heeft moeten uitwijken naar elders. Voor hen is woningbouw dan ook prioriteit nummer één, maar ze zien de politiek het onvoldoende oppakken. Gaat woningbouw dan niet ten koste van het landschap?, vragen we. Ze kijken daar anders tegenaan, zeggen ze, dan oudere generaties. ‘Geef mij maar woningbouw! Bouw vol dat weiland als het voor de samenleving nodig is. Ik lig er niet wakker van.’ Om dezelfde reden vinden ze het doortrekken van de Lelylijn geen probleem als dat meer bedrijvigheid en economische dynamiek zou betekenen. Bovendien: waarom zou het niet én én kunnen? Meer woningbouw en economie en toch nog een belangrijke plaats inruimen voor natuur en landschap?
15
Brainstormend over wat startende ondernemers kunnen gebruiken, komt aan het eind van het gesprek het idee van goedkope werklocaties naar voren. Nu werken ze als startende ondernemer op de eigen zolderkamer of aan de keukentafel. Een plek op een officieel bedrijfsterreinen is voor hen onbetaalbaar. Belangrijk: in een klein bedrijfsverzamelgebouw stimuleren startende ondernemers elkaar, is er kruisbestuiving, en brengt men elkaar op ideeën. In Groningen, Leeuwarden en Buitenpost zijn daar geslaagde voorbeelden van te vinden. De aanwezige dorpscoördinator geeft hen het advies om hun stem te laten horen.
16
4 Mienskip is de maatschappelijke inzet van ondernemers We spreken bij het kringloop-en-demontagecentrum Raderwerk in Kollum met drie leden van de Kollumer ondernemersvereniging. Een van hen is een oud-wethouder. Ze maken duidelijk dat ondernemers een belangrijke maatschappelijke rol vervullen in de Kollumer gemeenschap. Zo zijn hun winkels gastvrije ontmoetingsplekken, waar vaak gratis koffie klaarstaat. Daarnaast zetten ondernemers hun schouders onder dorpsactiviteiten en spelen ze een belangrijke rol in het verenigingsleven.14 Over het begrip mienskip halen ze hun schouders op, dat is beleidsfries, maar de inhoud ervan onderschrijven ze. Meehelpen aan het versterken van gemeenschappen vinden ze vanzelfsprekend. Kollum heeft alles Ten eerste willen de ondernemers benadrukken dat ze positief zijn over Kollum. Hoewel in de omringende dorpen steeds meer voorzieningen dreigen te verdwijnen, heb je in Kollum alles wat je nodig hebt, zeggen ze. Kijk bijvoorbeeld naar de nieuwe padelbaan. Veel bewoners zouden volgens hen dan ook niet tekenen als ze een huis in de Randstad aangeboden zouden krijgen. Dat geldt in toenemende mate ook voor de jongere generatie die in Kollum of breder in Noardeast-Fryslân wil blijven wonen, of willen terugkeren na elders in een grote stad te hebben gestudeerd.
Door de aanleg van glasvezel en de coronacrisis is werken vanuit huis genormaliseerd en een gangbaar werkpatroon van velen geworden. Ook zien onze gesprekspartners een toename van het aantal startups van jonge ondernemers in en rond Kollum; opnieuw een teken dat jongeren zich graag binden aan de streek. Wegvallende voorzieningen Een van de grote uitdagingen voor Noardeast-Fryslân, zeggen ze, zijn de wegvallende voorzieningen in de dorpen. De meeste dorpen moeten het doen met een dorpshuis en een basisschool, en vaak is dat er ook niet meer. Busvervoer is ook nog maar beperkt aanwezig, waardoor dorpsbewoners sterk afhankelijk van de auto zijn. Voor de meesten is dat geen probleem, wel voor een kleine maar groeiende groep immobiele ouderen die lijden onder het wegvallen van deze voorziening. De elektrische fiets is voor hen geen alternatief. Gelukkig krijgen veel ouderen hulp van mededorpsbewoners, maar dat maakt ze wel volledig afhankelijk van hun sociale netwerk. En als ze dat sociale netwerk ontberen, hebben ze een groot probleem. Zij kunnen weliswaar via internet hulpvragen uitzetten, maar als je niet digitaal vaardig bent, is dit lastig. Een van de ondernemers maakt zich in het bijzonder zorgen over het wegtrekken van huisartsen. Vooral ouderen missen de klassieke plattelandshuisarts die altijd bereikbaar was en hun familiehistorie kende.
Nu moeten ze steeds weer tegen een nieuw gezicht telkens opnieuw hun verhaal vertellen. Dezelfde ontwikkeling doet zich voor bij de tandartsen. De resterende tandartsen moeten door drukte een aanmeldstop inlassen. De ondernemer ziet zeker economische groeikansen voor Noardeast-Fryslân maar dan moeten er wél passende maatschappelijke en medische voorzieningen aanwezig zijn. Woningnood De tweede grote uitdaging, zeggen de ondernemers, is het woningtekort in het gebied. De omgeving van Kollum is ooit door de provincie aangemerkt als krimpregio, waardoor er lange tijd geen woningen konden worden gebouwd. Bovendien houden oudere bewoners de grotere woningen bezet door een tekort aan mogelijkheden om door te stromen naar een bejaardenwoning. Nu probeert de regio dit in te halen, maar de kosten om te bouwen zijn op dit moment hoog. Als je wilt dat ouderen doorstromen, leerlingaantallen op scholen toenemen en de jongeren in dit gebied blijven wonen, moeten
14 Zie voor maatschappelijke rol ondernemers bijvoorbeeld ook Brink, Gabriel van den Brink, Radboud Engbersen en Ruud
Dorenbos (2015), Ondernemerschap in probleemwijken. Den Haag Platform31.
17
er woningen bijkomen voor de verschillende leeftijdscategorieën, in het bijzonder voor starters en finishers op de woningmarkt. Beperkte koopkracht Ten derde is Noardeast-Fryslân een sociaaleconomisch zwakkere regio. De inkomens liggen in deze regio gemiddeld wat lager dan in de rest van Nederland, de koopkracht van veel inwoners is dus beperkt. Een van hen, een winkelier: ‘Bepaalde producten kan ik in Noardeast-Fryslân minder goed verkopen, want te duur, dan bijvoorbeeld mijn collega’s elders in het land. Veel mensen hebben hier het gevoel dat ze nog midden in de energiecrisis zitten terwijl de rest van Nederland er al een beetje uit komt.’ Ofwel: ondernemen is in Noardeast-Fryslân niet eenvoudig. Winkels zijn ontmoetingsplaatsen Als ondernemer, benadrukken ze, heb je in Noardeast-Fryslân een andere rol dan in een stad als Groningen. Winkels zijn ook ontmoetingsplaatsen. Een van de ondernemers heeft dan ook een gratis koffietafel in zijn zaak. En hij niet alleen. Ook de kringloopwinkel in het dorp fungeert als ontmoetingsplek. Zo hebben winkels een buurthuisfunctie gekregen. De ondernemers zeggen het faciliteren van ontmoeting vanzelfsprekend te vinden. Ze zijn bekend met de term mienskip, weten waar het voor staat, al vinden ze het een door de buitenwereld bedachte term en nemen ze het woord zelf nooit in de mond. Maar ze kunnen er zeker voorbeelden van geven.
Zo wijzen ze op de sluiting van een school halverwege het schooljaar in een van de dorpen. Binnen drie maanden had de dorpsgemeenschap met subsidie drie elektrische busjes aangeschaft. Dorpsbewoners bemensen de busjes en rijden nu de kinderen naar school en ouderen naar de huisarts. Deze snelle kordate actie is voor hen een schoolvoorbeeld van de kracht van gemeenschappen. Rol ondernemers en verenigingen De ondernemers zeggen dat een klein clubje actieve ondernemers in Kollum de kar trekt waar het gaat om het organiseren van maatschappelijke activiteiten, bijvoorbeeld rond Sinterklaas, Kerstmis en het bouwvakfeest. Het is heel lastig om mensen te vinden die bereid zijn zich voor langere tijd te binden aan bestuursfuncties. Eenmalig helpen bij een activiteit is vaak geen probleem, maar commitment voor meerdere jaren aangaan wel. Dat geldt voor Kollum, maar ook voor andere dorpen. Gemeenschappen draaien om een harde kern van vrijwilligers. Ook in de kleinere dorpen vervullen ondernemers een maatschappelijke rol. Zo organiseert een van hen vanuit zijn onderneming en de kerk jongerenactiviteiten. De ondernemers benadrukken de cruciale rol van het verenigingsleven. De verenigingen zijn de sociale dynamo’s van de dorpen. Ook dorpshuizen vervullen spilfuncties. Daar vergaderen de verenigingen en de Dorpsbelangen, wordt kinderopvang geregeld en stappen mensen binnen voor gezelligheid.
Verdwijnen eigen gemeentehuis Tot ongeveer vijf jaar geleden was Kollum de hoofdplaats van de gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland en had het een eigen gemeentehuis. De lijntjes met de gemeente waren kort, zeggen ze. Dat veranderde toen Kollum onderdeel werd van de gemeente Noardeast-Fryslân, met een gemeentehuis in Dokkum. Inmiddels hebben ze de weg naar Dokkum gevonden en hebben ze regelmatig contact met een bedrijvencontactfunctionaris (‘die kunnen we makkelijk bellen’), maar het was even zoeken. Nu ervaren zij minder afstand tot de gemeente. Ze vertellen dat veel inwoners in Kollum negatief zijn over de gemeentelijke opschaling. Ze hebben het gevoel dat Dokkum meer aandacht krijgt dan Kollum. Groei protestpartijen De ondernemers zien de groei van partijen als de PVV en de BBB en de krimp van het CDA in Noardeast-Fryslân als een middelvinger naar de gevestigde nationale en lokale politiek. Zij horen om zich heen veel onvrede over de instroom van asielzoekers, hoewel een van hen wijst op een recent goed
18
verlopen tijdelijke opvang van asielzoekers. Ze waren gehuisvest in verschillende schoolgebouwen, vertelt hij, en zijn door de inwoners met open armen ontvangen. Niet alleen het asielzoekersvraagstuk verklaart hun stemgedrag, ook het woningtekort, de overbelasting van voorzieningen, en het wegvallen van voorzieningen spelen een rol. De ondernemers horen geluiden als: ’We komen niet aan onze eigen mensen toe’ en: ’Hoe doen we dat met al die nieuwkomers?’ De ondernemers wijzen op een groep inwoners die van mening is dat Den Haag onvoldoende oog heeft voor Friesland. ‘Kom maar op, wij willen vooruit’ De ondernemers staan positief tegenover de komst van de Lelylijn en betere snelwegen in het gebied: ‘Kom maar op, wij willen vooruit’, zeggen ze. Kollum is slecht bereikbaar en dat belemmert volgens hen de economische groei. Ze zagen meerdere grote bedrijven om die reden vertrekken uit Kollum. Als ondernemers zien ze tal van economische kansen en zijn ze van mening dat het gebied meer mensen zou kunnen huisvesten. Juist ook mensen die de steeds dichter bevolkte Randstad willen ontvluchten. Ze zijn dan wel gebaat bij de komst van inwoners die er willen komen wonen, werken en leven en er niet naar afreizen voor een vakantiewoning. Gelukkig, zeggen ze, worden hier nog geen huisjes opgekocht voor het realiseren van vakantiewoningen zodat dorpen in de winter spookdorpen worden.
Wel zien ze het toerisme toenemen. Sinds de coronacrisis, mensen ontdekten het eigen land, zijn bezoekersaantallen gegroeid. De kennismaking met Friesland bleek positief. Bezoekers komen terug, blijkbaar heeft het gastvrije vriendelijke Friesland hen geraakt. De ondernemers erkennen dat er tegengestelde belangen spelen. Door een betere bereikbaarheid van het gebied zal de bedrijvigheid groeien en zullen lonen ook naar alle waarschijnlijkheid stijgen. Anderzijds zijn veel Friezen bang dat dit samen zal gaan met stijgende huizenprijzen. Huizen zullen dan voor minder welvarende Friezen nog minder bereikbaar worden. Bovendien bestaat in Friesland het beeld dat mensen van buiten Friesland niet of maar minimaal bijdragen aan de mienskip. Ofwel, veel Friezen zijn bang dat hun persoonlijke situatie eerder verslechtert dan verbetert door betere verbindingen met andere delen van Nederland.