CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van aanpak energiearmoede Noardeast-Fryslân

It Beslút 15 december 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Plan van aanpak energiearmoede10.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 16/12/2022 14:04:52 CET ID: 88052e2a-11be-4e3d-9f1d-ff55985b73dd Auth: Scribble

Plan van aanpak Energiearmoede

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

1 - 28

Inhoud 1.

2

3

4

5

6

7

8

Inleiding en aanleiding..............................................................................................................................3 1.1

Energiearmoede: een steeds urgenter probleem............................................................................3

1.2

De gemeente aan zet ......................................................................................................................4

1.3

Waarom dit Plan van Aanpak?........................................................................................................5

Uitgangspunten ........................................................................................................................................6 2.1

Uitgangspunten startnotitie..............................................................................................................6

2.2

Relatie met programmadoelen ........................................................................................................7

Voortbouwen op bestaand beleid .............................................................................................................8 3.1

RREW-regeling ...............................................................................................................................8

3.2

Energiecoaches...............................................................................................................................8

3.3

Ljochtbus .........................................................................................................................................8

3.4

Energietoeslag ................................................................................................................................9

Selectie maatregelen..............................................................................................................................10 4.1

Voorwaarden SPUK ......................................................................................................................10

4.2

Sporen van maatregelen ...............................................................................................................10

4.3

Huishoudens ontzorgen ................................................................................................................10

4.4

Bijstandsuitkeringen en andere minimaregelingen........................................................................11

4.5

Effectiviteit van maatregelen .........................................................................................................11

4.6

Keuze maatregelen .......................................................................................................................12

Selectie doelgroep..................................................................................................................................15 5.1

Definitie energiearmoede ..............................................................................................................15

5.2

Welke doelgroep? .........................................................................................................................15

5.3

De doelgroep in kaart brengen......................................................................................................17

Verdeling budgetten ...............................................................................................................................20 6.1

Totale budget ................................................................................................................................20

6.2

Uitvoeringskosten ..........................................................................................................................20

6.3

Budget per spoor...........................................................................................................................20

Communicatie.........................................................................................................................................23 7.1

Uitgangspunten communicatie ......................................................................................................23

7.2

De doelgroep bereiken ..................................................................................................................23

Uitvoering en monitoring.........................................................................................................................25 8.1

Processtappen per spoor ..............................................................................................................25

8.2

Monitoring van de aanpak .............................................................................................................27

8.3

Beschikbaarheid personeel en materiaal ......................................................................................27

8.4

Richting lange termijn beleid .........................................................................................................28

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

2 - 28

1. Inleiding en aanleiding 1.1

Energiearmoede: een steeds urgenter probleem

Steeds meer huishoudens in Nederland hebben moeite of zijn zelfs niet in staat om hun energierekening te betalen. De combinatie van een laag inkomen en een hoge energierekening maakt dat deze huishoudens in energiearmoede leven. Volgens onderzoek van TNO (2021)1 gaat het om 550.000 huishoudens in Nederland. Echter, een jaar na het uitkomen van dit rapport is de situatie, met name door de oorlog in Oekraïne en de daardoor sterk gestegen energieprijzen, een stuk schrijnender geworden. Dat raakt ook onze gemeente. Sterker nog, het noorden van Nederland is naast het oosten van Nederland en Zeeland de regio waar energiearmoede het meeste voorkomt (zie Figuur 1). In Noardeast-Fryslân gaat het naar schatting om 10% van de huishoudens, circa 2.400 huishoudens. Volgens het Fries Sociaal Planbureau (FSP) staat onze gemeente daarmee in de top-3 van Friese gemeenten (zie Figuur 2). Deze huishoudens hebben allemaal moeite rond te komen en zijn ’s winters soms zelfs genoodzaakt de kachel uit te zetten (verborgen energiearmoede). Voor een heel aantal huishoudens is de energierekening het afgelopen jaar verdriedubbeld, bijvoorbeeld van 200 euro tot wel 600 euro per maand. Voor een groep die het sowieso al niet breed heeft, is dit simpelweg niet te betalen. Maar ook huishoudens met een middeninkomen worden hard geraakt door deze extreme prijsstijging.

De zorgen over het kunnen betalen van de rekeningen zijn groter dan ooit; de eindjes kunnen niet meer aan elkaar geknoopt worden. Er moet nu iets gebeuren om de energierekening voor deze groepen te verlagen. Daarbij komt dat deze doelgroep vanwege de beperkte financiële middelen niet in staat is om te investeren in verduurzaming en zo de energierekening te verlagen. Zij kunnen niet vanuit zichzelf meekomen in de energietransitie en zijn van ondersteuning afhankelijk om alsnog stappen te zetten.

Figuur 1: Percentage huishoudens in energiearmoede per gemeente (Bron: TNO) 1 https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2021/9/tno-brengt-energiearmoede-gedetailleerd-in-kaart/

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

3 - 28

Figuur 2: Percentage huishoudens in energiearmoede bij Friese gemeenten (bron: FSP)

1.2

De gemeente aan zet

Ook het Rijk heeft de urgentie van deze situatie ingezien en heeft beoordeeld dat ingrijpen nodig is. Vanuit het Rijk zijn verschillende maatregelen opgezet. Naast een belastingverlaging en twee energietoeslagen van in totaal 1.300 euro2 voor de groep tot 120% van het sociaal minimum, zijn tijdens Prinsjesdag een energieprijsplafond en een noodfonds aangekondigd. Met het prijsplafond wordt de gasprijs verlaagd naar 1,45 euro per m3 tot een gemiddeld verbruik van 1.200 m3 en de elektriciteitsprijs naar 0,40 euro per kWh tot een verbruik van 2.900 kWh. Hiermee bespaart een gemiddeld huishouden zo’n 2.500 euro op de energierekening op jaarbasis. Voor huishoudens die alsnog in de schulden dreigen te komen wordt een noodfonds opgericht. Het noodfonds voorkomt dat kwetsbare huishoudens met een betalingsachterstand te grote schulden opbouwen. We zijn nog in afwachting van het Rijk voor meer informatie over de exacte invulling van het noodfonds. Los van deze tijdelijke inkomensondersteunende maatregelen moet er ook ingezet worden op een lange-termijnoplossing om de energierekening te verlagen, namelijk verduurzaming. Verduurzaming zorgt niet alleen voor een lagere energierekening, maar draagt vanzelfsprekend ook bij aan de (inter)nationale en gemeentelijke opgave om de uitstoot van CO2 te beperken. Hiervoor heeft het Rijk tweemaal 150 miljoen euro uitgetrokken.

Dit betreft de zogenoemde specifieke uitkering (hierna: SPUK), die gemeenten hebben ontvangen om een aanpak energiearmoede op te zetten. Daar bovenop is budget voor het Nationaal Isolatieprogramma (NIP), in totaal 68,5 miljoen euro, naar voren gehaald om versneld te isoleren. Onderverdeeld naar gemeenten betekent dit dat Noardeast-Fryslân in totaal zo’n 1,4 miljoen euro heeft ontvangen voor het bestrijden van energiearmoede. Dit budget 2 In 2023 volgt nog een energietoeslag van 1.300 euro.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

4 - 28

moet voor eind 2024 zijn besteed, maar idealiter treffen we voor de komende winter al maatregelen. Voor huishoudens in energiearmoede is de situatie namelijk dusdanig urgent, dat er enige haast bij geboden is. Met het ontvangen budget kunnen we verschillende maatregelen treffen, van isolatiemaatregelen en kleine energiebesparende maatregelen tot het vervangen van oude door energiezuinige apparaten. Hoewel we hiermee een groot aantal huishoudens kunnen helpen in onze gemeente, zal dit bedrag onvoldoende zijn om het probleem helemaal te verhelpen. Desalniettemin kunnen we de komende twee jaar mooie stappen zetten. Als gemeente zijn wij nu aan zet om een effectieve aanpak energiearmoede op touw te zetten.

1.3

Waarom dit Plan van Aanpak?

Hoewel energiearmoede een veel groter probleem omvat dan dat we kunnen bestrijden met de SPUKen NIP-gelden, kiezen we ervoor om ons in dit plan van aanpak voornamelijk te focussen op de verdeling van dit budget. Ook op andere manieren moet energiearmoede bestreden worden, maar dat wordt voornamelijk opgepakt op nationaal niveau. Op dit moment is de primaire verantwoordelijkheid voor ons als gemeente om de ontvangen middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Aan de ene kant willen we zorgen dat de middelen bij de juiste doelgroep terecht komt, bij de huishoudens die dit het meeste nodig hebben. Aan de andere kant willen we inzetten op maatregelen die het meeste opleveren. Daarnaast moet inzichtelijk gemaakt worden hoe we de geselecteerde huishoudens ook daadwerkelijk gaan bereiken met onze aanpak. In de startnotitie ‘Gemeentelijk aanpak bestrijding energiearmoede’ is een eerste inzicht gegeven in de probleemstelling en mogelijke maatregelen. In dit ‘Plan van Aanpak Energiearmoede’ bouwen we hier op voort. In dit plan beschrijven we de keuzes die gemaakt zijn om te komen tot de juiste doelgroep en maatregelen en motiveren we waarom deze keuzes zijn gemaakt. Daarbij beginnen we niet op nul. Ook nu al voeren wij activiteiten uit ter ondersteuning van huishoudens in energiearmoede, waar veel animo voor is. Het is daarom zaak om voort te bouwen op bestaand beleid.

Tot slot willen we, hoewel dit Plan van Aanpak zich met name focust op de acties die in 2023 en 2024 worden uitgevoerd, ook een goede basis leggen voor energiearmoede beleid op lange termijn. Energiearmoede is namelijk een dusdanig complex en omvangrijk probleem dat ook na 2024 nog inzet nodig zal zijn.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

5 - 28

2 Uitgangspunten In de eerder genoemde startnotitie zijn uitgangspunten gedefinieerd voor het opstellen van een aanpak energiearmoede. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we bij het opstellen van dit plan van aanpak invulling hebben gegeven aan deze uitgangspunten. Daarnaast staan we stil bij de programmadoelen uit ‘Programma Wenjen en Omjouwing’, die kaderstellend zijn voor deze aanpak.

2.1

Uitgangspunten startnotitie

• Werk domeinoverstijgend Energiearmoede raakt dusdanig veel beleidsterreinen dat samenwerking tussen de verschillende afdelingen van groot belang is. Dit plan van aanpak is tot stand gekomen uit een samenwerking tussen de afdelingen sociaal domein, wonen, communicatie, financiën en duurzaamheid. De gemeenteraad heeft in de raadsvergadering van 7 juli jl. opgemerkt dat energiearmoede in het grotere geheel van armoedebestrijding moet worden opgepakt. Door integraal met elkaar samen te werken hebben we oog voor armoede in de brede zin. Energiearmoede is onder andere onderdeel van het actieplan Integraal en Kindgericht armoede- en schuldenbeleid 2022-2026 (vastgesteld door de gemeenteraad in december 2021) en programma 5 Wenjen en Omjouwing. Dit geeft het integrale brede karakter weer. Daarnaast zorgen we ervoor dat er in de bestrijding van energiearmoede ook altijd oog is voor de financiële situatie van de inwoner. Dit doen we nu al door onder andere de samenwerking tussen de energiecoaches en minimacoaches (ervaringsdeskundigen en uitvoerders van Vroegsignalering en van schulden en De VoorzieningenWijzer). • Zoek bij bestrijding van energiearmoede de verbinding met elkaar op! Naast het betrekken van de verschillende afdeling zijn ook onze energiecoaches en minimacoaches nadrukkelijk betrokken bij dit plan van aanpak. Ook is de verbinding actief opgezocht met andere gemeenten.

Zo heeft overleg plaatsgevonden met de gemeenten Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen, Leeuwarden en Westerkwartier. Waar de ene gemeente al verder was in de aanpak en concrete tips kon delen, zaten andere gemeenten in een vergelijkbare fase, waardoor we actuele knelpunten konden bespreken. Tot slot wordt er maandelijks een ambtelijk overleg georganiseerd in provinciaal verband, zodat de Friese gemeenten ook in de uitvoering van elkaar kunnen leren. • Luister naar je inwoners en vertrouw op je samenwerkingspartners Voor een effectieve aanpak is het belangrijk dat deze goed is afgestemd op de doelgroep. Daarom gaan we in gesprek met ervaringsdeskundigen. Door hun verhalen, zorgen en tips te bespreken kunnen we de uitvoering van onze aanpak beter afstemmen op de praktijk. Daarnaast ontvangen we vanuit de samenleving ook signalen over lopende regelingen, zoals de Ljochtbus (zie volgende hoofdstuk). Op basis van deze signalen zijn bepaalde regelingen uitgebreid of juist niet. • Werk samen met de woningcorporaties Tijdens het opstellen van de aanpak heeft afstemming plaatsgevonden met de woningcorporaties Thús Wonen, Wonen Noordwest Friesland en WoonFriesland en met de Bewonersraad. In gezamenlijkheid is besloten waar we elkaar op aanvullen en waar juist niet.

Zo is samenwerking op het gebied van kleine maatregelen juist heel zinvol, maar qua grote isolatiemaatregelen heeft ieder zijn eigen opgave. Daarbij is energiearmoede als apart thema benoemd in de prestatieafspraken. Vanaf heden vindt daarnaast maandelijks ambtelijk overleg plaats, zodat we ook tijdens de uitvoering nauw met elkaar in contact staan.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

6 - 28

2.2

Relatie met programmadoelen

In programma 5 ‘Wenjen en Omjouwing’ is energiearmoede als apart thema beschreven. De volgende doelstellingen zijn geformuleerd: •

Hoofddoel - De energiearmoede wordt zodanig verminderd dat in 2030 alle inwoners blijvend in hun energiebehoefte kunnen voorzien op basis van een maatschappelijk verantwoord niveau van levensonderhoud.

•

Subdoelen - De energielasten van huishoudens zijn in 2026 in lijn met het provinciaal gemiddelde. - In 2026 hebben huishoudens inzicht in de eigen energielasten, in het nut en de wenselijkheid van het verlagen van de energielasten, in de mogelijkheden om die verlaging te bereiken en zetten de noodzakelijke stappen om die verlaging te bereiken. - Het aandeel van verduurzaamde woningen is in 2026 in lijn met het provinciaal gemiddelde.

Dit plan van aanpak is een belangrijke eerste stap om ervoor te zorgen dat in 2030 al onze inwoners blijvend in hun energiebehoefte kunnen voorzien. Zoals in de inleiding benoemd staat NoardeastFryslân momenteel in de top-3 van Friese gemeenten met het hoogste percentage aan huishoudens in energiearmoede. Om in 2026 in lijn te liggen met het provinciale gemiddelde, is naast de inzet in 2023 en 2024 vanuit dit plan aanpak ook substantiële inzet vanaf 2025 nodig (zie paragraaf 8.4). Voor het inzicht in de eigen energielasten wordt vanuit de prestatieafspraken met woningcorporaties momenteel ingezet op een pilot energiedisplays. Met deze pilot ontvangen circa 50 huishoudens een energiedisplay, waardoor het energieverbruik op een begrijpelijke manier inzichtelijk is. Aan de hand van dit inzicht kan bijvoorbeeld met de inzet van een energiecoach actief gestuurd worden op reductie van het verbruik. Ook biedt de energiecoach het handelingsperspectief om deze reductie daadwerkelijk te bewerkstelligen. Indien deze pilot succesvol blijkt, dan wordt dit mogelijk verder opgeschaald. Op die manier draagt deze pilot actief bij aan onze programmadoelen.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

7 - 28

3 Voortbouwen op bestaand beleid Zoals eerder vermeld, beginnen we niet op nul. Ook in de afgelopen jaren hebben we al enkele activiteiten ondernomen ter bestrijding van energiearmoede. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze activiteiten. Met deze activiteiten is al relevante ervaring opgedaan, die we in deze aanpak energiearmoede verder benutten. Aan de ene kant bouwen we voort op regelingen die succesvol zijn verlopen. Aan de andere kant ontwikkelen we met de SPUK- en NIP-gelden juist activiteiten, die in het bestaande beleid nog onvoldoende terugkomen. Op die manier biedt dit overzicht van bestaand beleid het juiste fundament, waarop we onze aanpak energiearmoede voortborduren.

3.1

RREW-regeling

Noardeast-Fryslân heeft van het Rijk 310.000 euro ontvangen voor de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). In maart 2021 zijn we gestart met deze regeling en deze loopt door tot eind december 2022. Vanuit de RREW is maximaal 100 euro per huishouden beschikbaar om kleine energiebesparende maatregelen te treffen. In totaal worden 3.100 huishoudens dus geholpen met deze regeling, waarop zowel koop- als huurwoningen aanspraak maken. Ook bij de RREW gaat het om huishoudens, die de meeste moeite hebben om de energierekening te betalen. Zij worden aangeschreven op basis van inkomensgegevens en de WOZ-waarde. Deze huishoudens maken aanspraak op een energiebespaarbox, waar allemaal kleine maatregelen, zoals tochtstrips, radiatorfolie en ledlampen in zitten. In de box zit ook een flyer, die verwijst naar onze energiecoaches. Indien gewenst komen zij langs om verder advies te geven over hoe men energie kan besparen. Huishoudens kunnen de energiebespaarbox ophalen bij een lokaal distributiepunt, bijvoorbeeld de supermarkt. Op die manier is het aanbod voor inwoners laagdrempelig bereikbaar. In totaal zijn op dit moment zo’n 1.500 energiebespaarboxen uitgedeeld, maar de verwachting is dat dit nog verdubbeld kan worden voor het eind van 2022.

3.2

Energiecoaches

Momenteel zijn er 2 energiecoaches in dienst bij de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel, één per gemeente. Zij worden grotendeels gefinancierd uit een provinciale subsidie specifiek voor energiecoaches. De inzet van energiecoaches houdt nauw verband met de RREW-regeling. De energiecoaches geven namelijk advies over de toepassing van kleine energiebesparende maatregelen. Echter, daarnaast nemen zij de bewoner ook mee in een stukje bewustwording, omdat de gedragscomponent ook een flinke impact kan hebben op de energierekening. Los van onze eigen energiecoaches is stichting Elkenien Grien ook betrokken bij de energiecoaching. Zij hebben 4 vrijwillige energiecoaches opgeleid die aan de slag gaan in beide gemeenten. Hiervoor ontvangen deze energiecoaches een vrijwilligersvergoeding van de gemeente.

3.3

Ljochtbus

Waar de energiecoaches advies geven over kleine energiebesparende maatregelen, is de Ljochtbus opgezet om deze maatregelen ook daadwerkelijk toe te passen. Twee uitvoerende medewerkers rijden met de Ljochtbus door onze gemeente om kierdichting, radiatorfolie en ledverlichting aan te brengen. Inwoners kunnen een afspraak via de website3 van de Ljochtbus aanvragen. Na het succes van de eerste Ljochtbus, is inmiddels ook al een tweede Ljochtbus in het leven geroepen. De Ljochtbussen zijn beschikbaar gesteld in samenwerking met Thús Wonen en Dokwurk. Thús Wonen heeft eigen bussen beschikbaar gesteld en een deel van het materiaal. Ook overzien zij het inplannen van de afspraken. Het personeel van de Ljochtbus is afkomstig van Dokwurk. Wij als gemeente 3 https://www.ljochtbus.nl/

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

8 - 28

dragen de kosten voor het personeel van de Ljochtbus en een ander deel van het materiaal. Mede gezien de huidige energieprijzen zijn de Ljochtbussen erg in trek. In het vervolg van deze aanpak bespreken we daarom of aanvullende inzet wenselijk is.

3.4

Energietoeslag

Om inwoners financieel te compenseren voor de gestegen energieprijzen heeft het Rijk de energietoeslag ingesteld. Dit is een tegemoetkoming van netto € 1.300,- voor het jaar 2022 en nog eens € 1.300,- voor 2023. De energietoeslag is bedoeld voor huishoudens met een laag inkomen (120% van de geldende bijstandsnorm). Huishoudens kunnen deze toeslag gebruiken om de gestegen energierekening te betalen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regeling. De uitvoering hiervan ligt bij het sociaal domein. Deze regeling is een financieel verlichtende maatregel en is geen onderdeel van dit plan van aanpak energiearmoede. Omdat deze regeling wel is bedoeld voor het verlagen van de energierekening, wordt de maatregel hier voor de volledigheid wel benoemd.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

9 - 28

4 Selectie maatregelen 4.1

Voorwaarden SPUK

Aan de specifieke uitkering die wij van het Rijk hebben ontvangen zit de belangrijke voorwaarde dat de gemeente het subsidiebedrag niet direct mag storten op de rekening van huishoudens. In plaats daarvan kan er gewerkt worden met vouchers of betaalt de gemeente een aannemer direct voor het aanbrengen van maatregelen. Er gelden echter geen voorwaarden qua type maatregelen. De SPUK kan zowel aan directe verduurzamingsmaatregelen als indirecte maatregelen worden besteed, zoals communicatie, ondersteuning en uitvoering. De directe verduurzamingsmaatregelen kunnen weer onderverdeeld worden in grotere isolatiemaatregelen en kleine energiebesparende maatregelen. Al met al heeft de gemeente veel keuzevrijheid in de selectie van maatregelen.

4.2

Sporen van maatregelen

De vele mogelijkheden die er zijn qua directe maatregelen, verdelen we onder in drie sporen. Per spoor zijn verschillende maatregelen mogelijk. •

•

•

Isolatiemaatregelen: dit betreft de grotere isolatiemaatregelen. Denk hierbij aan het isoleren van de spouwmuur, vloer, dak of ramen. Isolatiemaatregelen vergen een relatief grote investering, waardoor een beperkt aantal huishoudens kunnen worden geholpen. Daar staat tegenover dat isolatiemaatregelen tot een significante reductie van de energierekening leiden. Isolatiemaatregelen zijn vooral geschikt voor huishoudens, die een woning met een slecht energielabel hebben. Kleine energiebesparende maatregelen: denk hierbij aan maatregelen als radiatorfolie, tochtstrips en ledlampen. Via de RREW-regeling, de Ljochtbus en energiecoaches is de gemeente al druk bezig met het stimuleren van kleine maatregelen. Al deze activiteiten hebben nauw verband met elkaar, dus bij meer inzet op kleine maatregelen is het zaak om de verdeling per activiteit goed in balans te krijgen. Witgoedwissel: sommige huishoudens die te maken hebben met energiearmoede, wonen alsnog in een woning met een goed energielabel. Bij deze huishoudens zijn isolatiemaatregelen daardoor minder zinvol. In plaats daarvan kan de energierekening verlaagd worden door het vervangen van energieslurpers, zoals oude koelkasten en wasmachines, door energiezuinige apparaten. Met deze witgoedwissel kan de elektriciteitsvraag van een huishouden substantieel worden verlaagd.

Daarnaast kiezen we ervoor om zonnepanelen niet te financieren vanuit de SPUK-gelden, omdat we ons met name willen focussen op verbetering van de woningkwaliteit binnenshuis en het beperken van de gasvraag. Echter, wanneer we langsgaan bij huishoudens, stimuleren we zonnepanelen wel. Zonnepanelen leveren namelijk een grote reductie van de energierekening op via de salderingsregeling. Voor het financieren van zonnepanelen zijn geschikte regelingen beschikbaar, zoals de Energiebespaarlening met 0% rente (zie paragraaf 8.1) en de btw-teruggave. Hoewel vanuit de SPUK-gelden geen zonnepanelen worden gesubsidieerd, maken we wel budget vrij voor het ondersteunen in de aanvraag van regelingen zoals de Energiebespaarlening.

4.3

Huishoudens ontzorgen

Belangrijk uitgangspunt binnen onze aanpak is dat we huishoudens zoveel mogelijk willen ontzorgen, zodat de drempel tot het treffen van maatregelen zo laag mogelijk is. Dit geldt met name voor het isolatiespoor, waar naast de subsidie vanuit onze aanpak op nationaal niveau ook de ISDE-subsidie en dus de Energiebespaarlening beschikbaar zijn. Het aanvragen van deze regelingen is complex,

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

10 - 28

waardoor ondersteuning wenselijk is. Om die reden reserveren we binnen onze aanpak budget voor het ontzorgen van huishoudens. Meer informatie hierover volgt in paragraaf 8.1.1.

4.4

bijstandsuitkeringen en andere minimaregelingen

Ons uitgangspunt is dat de regelingen uit het plan van aanpak energiearmoede geen financiële gevolgen hebben voor de bijstandsuitkeringen en andere minimaregelingen. Vanuit het plan van aanpak energiearmoede krijgen inwoners met een smalle beurs diverse regelingen aangeboden met als doel om te verduurzamen en zo de energierekening te verlagen. Ook inwoners met een bijstandsuitkering worden deze maatregelen aangeboden. Om te voorkomen dat inwoners met een uitkering op grond van de participatiewet financieel nadeel ondervinden van de geboden maatregelen in het kader van de energiearmoede worden de maatregelen vrijgesteld van inkomen en vermogen. In Box 1 staat de juridische onderbouwing hiervoor beschreven. Daarmee voorkomen we dat huishoudens gekort worden op andere regelingen.

Box 1: juridische onderbouwing vrijstelling Een subsidie wordt door de gemeente verstrekt met als doel verduurzaming van de eigen woning. De subsidie is terugvorderbaar als hij onverschuldigd is betaald (artikel 4:57 Awb). Dat is hij, als de subsidie niet wordt besteed aan het daarvoor bestemde doel. Op grond van artikel 4:37 van de Awb kan het bestuursorgaan verplichtingen verbinden aan de subsidie, waaronder de aard en de omvang van de activiteiten. Het college zal zeker een bestemmingsverplichting stellen aan de subsidie. Alleen al daarom kan de subsidie niet worden aangemerkt als een middel waarover belanghebbende redelijkerwijze kan beschikken voor de voorziening van de algemene kosten van het bestaan. Het is dus niet mogelijk om een ontvangen subsidie in mindering te brengen op de bijstand, omdat het niet voldoet aan artikel 31 lid 1 Pw. Dientengevolge behoeft er ook geen beleidsregel te worden vastgesteld.

4.5

Effectiviteit van maatregelen

Voor een weloverwogen keuze van maatregelen, is het belangrijk om inzicht te krijgen in de effectiviteit van maatregelen. Tabel 1 toont per spoor verschillende verduurzamingsmaatregelen. Per maatregel is de investering, jaarlijkse besparing en terugverdientijd weergegeven. De cijfers zijn afkomstig van Milieu Centraal. Hoewel dit een betrouwbare bron betreft, is het de vraag of de jaarlijkse besparing ook in de praktijk kan worden bewerkstelligd. Dit geldt met name voor de isolatiemaatregelen, waar vaak een verschil zit tussen theoretische potentie en praktijk4. Desalniettemin bieden deze cijfers wel een goed overzicht van de onderlinge verschillen tussen maatregelen en welke maatregelen dus het meeste effect opleveren met de beperkte middelen die wij hebben. Bij de isolatiemaatregelen is de ISDE-subsidie5 er vanaf gehaald. Waar voor één isolatiemaatregel slechts 15% subsidie beschikbaar is, geldt een subsidie van 30% van de gehele 4 Zie hiervoor bijvoorbeeld de discussie over de energiebesparingskloof van het Planbureau voor de

Leefomgeving (PBL): https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2020-bepalingenergiebesparing-woningen-startanalyse-2020_4284.pdf 5 https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

11 - 28

investering vanaf het toepassen van minimaal twee maatregelen. Omdat we in onze aanpak willen stimuleren dat meerdere isolatiemaatregelen worden getroffen bij huishoudens, is hier gerekend met een subsidie van 30%. Tabel 1: Investering, besparing en terugverdientijd van verduurzamingsmaatregelen Maatregel Investering Besparing per jaar* Terugverdientijd subsidie Isolatiemaatregelen** •

Spouwmuur

€1.700

€1.200

1 jaar en 5 maanden

•

Vloer

€1.100

€400

2 jaar en 9 maanden

•

Dak

€3.200

€675

4 jaar en 9 maanden

•

Raam (HR++)

€2.700

€750***

3 jaar en 7 maanden

Kleine maatregelen •

Alle naden en kieren dichten

€1.300

€300

4 jaar en 4 maanden

•

Radiatorfolie (per m2)

€15

€15

1 jaar

•

Ledlampen (per 10)

€60

€35

1 jaar 9 maanden

Witgoed**** •

Koelvriescombinatie

€600

€170

3 jaar en 6 maanden

•

Wasmachine

€500

€35

14 jaar en 3 maanden

Vaatwasser

€1.000

€50

20 jaar

•

* Op basis van een aardgasprijs van 1,50 euro per m3 en een elektriciteitsprijs van 0,70 euro per kWh ** Alle cijfers op basis van een hoekwoning *** Op basis van referentiesituatie enkelglas **** Gebaseerd op stap van energielabel E naar energielabel B

Wanneer we kijken naar de effectiviteit, dan zijn spouwmuurisolatie en vloerisolatie de meest effectieve isolatiemaatregelen. Deze hebben namelijk de kortste terugverdientijden. Bovendien vergen deze een lagere investering dan dak- en raamisolatie, waardoor meer huishoudens kunnen worden ondersteund. Wel hebben ook dak- en raamisolatie een korte terugverdientijd. Qua kleine maatregelen is radiatorfolie het effectiefst, gevolgd door ledlampen en het dichten van alle naden en kieren. In principe hebben al deze maatregelen een korte terugverdientijd (minder dan 5 jaar). Bijkomend voordeel van kleine maatregelen is dat ze een lage investering vergen. Voor wat betreft de witgoedwissel is duidelijk dat het vervangen van koelvriescombinatie het meeste effect heeft. Überhaupt verbruiken koelkasten en vriezers vaak de meeste stroom, omdat deze de hele dag aan staan. De aanschaf van een energiezuinige koelvriescombinatie heeft dan ook het meeste effect op de energierekening. De wasmachine en vaatwasser hebben een zeer lange terugverdientijd, beide veel langer dan de technische levensduur van het apparaat.

4.6

Keuze maatregelen

Spoor 1: Isolatiemaatregelen Op basis van de effectiviteit en andere criteria maken we hier een selectie van maatregelen. Qua isolatiemaatregelen vallen er geen opties af. Hoewel het isoleren van de spouwmuur en vloer duidelijk effectiever zijn, hebben de overige maatregelen ook een korte terugverdientijd. Bovendien is het erg afhankelijk van de situatie van de woning welke isolatiemaatregel het meest geschikt is. Wanneer de spouwmuur en vloer bijvoorbeeld al zijn geïsoleerd, dan is het belangrijk dat we de optie dakisolatie

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

12 - 28

ook openhouden. Om te bepalen welke isolatiemaatregel het meest geschikt is per specifieke situatie, zetten we energieadviseurs in (zie hoofdstuk 8). Bijkomend argument voor het openhouden van alle isolatieopties is dat de focus op één woningonderdeel kan leiden tot het weglekken van warmte elders. Als de spouwmuur heel goed is geïsoleerd, maar de woning heeft enkelglas, dan is de kans groot dat de warmte alsnog weglekt en het isoleren van de spouwmuur weinig rendement oplevert. Daarom stimuleren we dat huishoudens meerdere isolatiemaatregelen treffen vanuit deze aanpak. De isolatiemaatregelen kunnen niet allemaal gefinancierd worden vanuit de SPUK-gelden, omdat we dan met het beperkte budget ook slechts een beperkt aantal huishoudens kunnen helpen. Daarom stellen we maximaal 2.500 euro aan subsidie beschikbaar per huishouden, met als voorwaarde dat het huishouden minimaal twee isolatiemaatregelen treft. Dat vergt ook een deel eigen financiering. Hiervoor is wederom de Energiebespaarlening beschikbaar en bovendien maakt het huishouden met twee isolatiemaatregelen aanspraak op de ISDE-subsidie van 30%. Echter, het kan ook voorkomen dat er maar één isolatiemaatregel mogelijk is. Hiervoor stellen we 1.000 euro beschikbaar per huishouden, zodat de stimulans om meer dan één maatregel te treffen duidelijk aanwezig blijft.

Bovendien maakt de bewoner dan aanspraak op slechts 15% ISDE-subsidie. Voor het deel dat huishoudens zelf moeten financieren, wordt vanuit deze aanpak budget voor ondersteuning gereserveerd, om de huishoudens optimaal te ontzorgen in het aanvragen van regelingen. Daarmee borgen we niet alleen de betaalbaarheid en de uitvoerbaarheid, maar zorgen we met de meerdere maatregelen dat de woning goed wordt verduurzaamd en de energierekening substantieel wordt verlaagd. Met de beperkte SPUK-middelen wenden we meer financiering aan, om de impact van onze aanpak te maximaliseren.

Box 2: rekenvoorbeeld subsidie isolatiemaatregelen Wanneer een huishouden voor 10.000 euro isolatiemaatregelen treft, dan zijn de volgende subsidies beschikbaar: • •

2.500 euro gemeentelijke subsidie 3.000 euro ISDE (30%)

Voor de overige 4.500 euro kan het huishouden lenen tegen een rente van 0% via de Energiebespaarlening. Omdat dit bedrag onder de 5.000 euro blijft, maakt het huishouden zelfs aanspraak op de Energiebespaarhypotheek (zie hoofdstuk 8). Hiervoor geldt ook een rente van 0%, maar daarbij wordt een eventuele restschuld kwijtgescholden aan het eind van de looptijd. In zowel de aanvraag van de subsidie als de lening, wordt het huishouden volledig ontzorgd.

Spoor 2: kleine energiebesparende maatregelen Qua kleine energiebesparende maatregelen maken we geen selectie in de beschikbare maatregelen. Vanuit de RREW-regeling, Ljochtbus en energiecoaches is al een goed werkende structuur opgezet. De energiecoach en klussers van de Ljochtbus bepalen ter plaatse welke kleine maatregelen het meest geschikt zijn. Op deze systematiek bouwen we dan ook voort. Spoor 3: witgoedwissel Op het gebied van witgoed maken we wel een selectie. De vaatwasser valt af, omdat dit enerzijds een luxeproduct betreft en het anderzijds een zeer lange terugverdientijd kent. De sterke voorkeur gaat uit naar koelvriescombinaties (of separate koelkasten en vriezers), omdat deze de grootste impact

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

13 - 28

hebben op de energierekening en bovendien een relatief lage investering vergt. Echter, sommige huishoudens hebben al een energiezuinige koelkast, maar juist een heel oude wasmachine. Voor dit soort gevallen houden we de optie wasmachine ook open, ondanks de veel langere terugverdientijd. Wanneer een huishouden aanspraak willen maken op de witgoedwissel, dan kunnen zij een bezoek van de energiecoach aanvragen. De energiecoach bepaalt vervolgens ter plaatse welk witgoed het meest geschikt is om te vervangen. Voor witgoed stellen we een voucher beschikbaar van 600 euro per huishouden. Alles wat daar boven valt, moet gedekt worden door het huishouden zelf. Per huishouden is maximaal 1 voucher beschikbaar. Een huishouden kan de voucher inleveren bij een lokale winkelier, die het oude witgoed ook weer meeneemt. Meer informatie hierover volgt in hoofdstuk 8. Nu de maatregelen in kaart zijn gebracht, bepalen we in het volgende hoofdstuk op welke doelgroep we ons richten. Daarin gaan we ook verder in op welke maatregelen voor welke doelgroep beschikbaar komen.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

14 - 28

5 Selectie doelgroep 5.1

Definitie energiearmoede

Voor het komen tot de juiste doelgroep is het allereerst belangrijk om energiearmoede te definiëren. In het verleden werd van energiearmoede gesproken als een huishouden meer dan 10% van het besteedbaar inkomen uitgaf aan energiekosten. Echter, onder deze definitie zouden ook huishoudens vallen met een hoog inkomen, die vanwege een grote woning heel hoge energiekosten hebben. Ondanks dat zij een hoog percentage energiekosten hebben, hebben deze inkomens vaak ook nog een hoog besteedbaar inkomen en kunnen zij dus niet tot energiearmoede worden gerekend. Om die reden is recenter aan de definitie toegevoegd dat een huishouden ook een laag inkomen moet hebben. Specifiek gaat het dan om de combinatie van laag inkomen en hoge energiekosten óf een woning van slechte energetische kwaliteit. Die laatste toevoeging (woning van slechte energetische kwaliteit) is belangrijk, omdat er ook huishoudens zijn met een laag inkomen, een slecht energielabel, maar geen hoge energiekosten. Dat zijn huishoudens die de kachel al uit laten om kosten te besparen. We spreken dan van verborgen energiearmoede. Deze groep dient vanzelfsprekend wel gebruik te kunnen maken van ons aanbod, omdat dit juist de groep is die ondersteuning het hardst nodig heeft. Samenvattend gaan wij dus uit van de doelgroep met een laag inkomen in combinatie met hoge energiekosten óf een woning van slechte energetische kwaliteit.

5.2

Welke doelgroep?

Inkomensgrens: 120%, 130% of 150% van het sociaal minimum? Qua inkomen is het belangrijk om te bepalen tot welke grens een huishouden wordt gezien als ‘laag inkomen’. Het onderzoek van TNO gaat uit van inkomens tot 130% van het sociaal minimum, terwijl de energietoeslag uitgaat van 120%. Echter, sinds het onderzoek van de TNO zijn de energieprijzen geëxplodeerd en heeft een steeds grotere groep moeite de energierekening te betalen. Daarmee krijgt ook de groep tot 150% van het sociaal minimum steeds vaker te maken met energiearmoede. Conform de motie ‘Bestrijding energiearmoede’ (2022-100443) kiezen we er daarom voor om ook de groep tot 150% te ondersteunen middels onze aanpak. Tabel 2 toont de inkomens per doelgroep bij 150% van het sociaal minimum. Tabel 2: Bedragen bij bruto inkomen van 100%, 120% en 150% van het sociaal minimum 100% 120% 150% Gehuwd / gelijkgestelden Alleenstaande van 21 jaar en ouder

€ 21.073 € 15.195

€ 25.288 € 18.234

€ 31.610 € 22.793

Het is echter niet mogelijk om voor alle drie sporen van maatregelen deze inkomensgroep te hanteren. Voor het eerste spoor, isolatiemaatregelen, kan de 150% norm wel worden toegepast (zie volgende paragraaf). Echter, voor de kleine maatregelen (spoor 2) is dit niet uitvoerbaar. Momenteel zijn de energiecoach en de Ljochtbus beschikbaar voor alle huurwoningen en voor de koopwoningen met een WOZ-waarde tot 220.000 euro. De praktijk leert dat dit een goede indicator is voor onze beoogde doelgroep en dat we daadwerkelijk huishoudens tot 150% van het sociaal minimum hiermee bereiken. Omdat dit al goed werkt en omdat het niet uitvoerbaar is om bij elk bezoek van de energiecoach of Ljochtbus te toetsen op inkomen, kiezen we ervoor om aan te sluiten op de huidige systematiek. Bij spoor 3, de witgoedwissel, sluiten we in eerste instantie aan op de energietoeslag. Dat gaat dus om huishoudens tot 120% van het sociaal minimum. Dit is dus lager dan onze beoogde 150%, maar we wijken hier van af om twee redenen. Ten eerste is er beperkt budget voor de

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

15 - 28

witgoedwissel, waardoor zelfs niet alle huishoudens met een inkomen tot 120% een voucher kunnen krijgen. Ten tweede zijn de huishoudens die de energietoeslag hebben ontvangen al in beeld, waardoor we hen snel kunnen bereiken met de witgoedwissel. Al met al richten we ons dus zoveel mogelijk op de groep tot 150% en besteden we daar het meeste budget aan via het spoor isolatiemaatregelen. Maar in het kader van uitvoerbaarheid is het niet haalbaar om deze doelgroep ook exact toe te passen in de andere twee sporen. Daarnaast zien we dat sommige gemeenten niet alleen naar inkomen kijken, maar ook naar vermogen. Het kan zo zijn dat huishoudens ondanks een laag inkomen wel spaargeld hebben, wat in theorie kan worden ingezet voor verduurzaming. Wij verwachten echter dat deze groep dusdanig klein is, dat het niet zinvol is om een aparte vermogenstoets te eisen. Bovendien vergt een dergelijke toets administratieve inspanningen, waardoor de uitvoerbaarheid en de snelheid van de aanpak onder druk komen te staan. Tot slot kan deze inkomensgroep het spaargeld goed gebruiken om de hogere kosten voor levensonderhoud op te vangen. Koop- en huurwoningen Voor het spoor isolatiemaatregelen is het niet mogelijk om deze aan te bieden voor huurwoningen, omdat dit als staatssteun wordt gezien.

Wanneer wij als gemeente isolatiemaatregelen bij huurwoningen zouden subsidiëren, dan leidt dit tot een verhoging van de woningwaarde. Op die manier zouden woningcorporaties en particuliere verhuurders profiteren van onze gemeentelijke subsidie, en daar zitten regels aan verbonden qua staatssteun. Om dit vermijden is, mede in goed overleg met de woningcorporaties, besloten dat we het spoor isolatiemaatregelen alleen aanbieden voor koopwoningen. Bovendien hebben woningcorporaties met de afschaffing van de verhuurdersheffing ook meer ruimte om te investeren in verduurzaming. Dit wordt onder andere via onze prestatieafspraken al goed geborgd. De overige twee sporen, de kleine maatregelen en de witgoedwissel, bieden we zowel voor koopwoningen als voor sociale én particuliere huurwoningen aan. Bij de systematiek van de Ljochtbus en energiecoach is dit dus al geregeld. En omdat we met de witgoedwissel aansluiten op de energietoeslag, en de energietoeslag ook beschikbaar is voor koop- en huurwoningen, wordt dit via die route geborgd. Aantal huishoudens in doelgroep Vanuit het onderzoek van TNO is berekend dat Noardeast-Fryslân met de inkomensgrens van 130% circa 2.400 huishoudens in energiearmoede telt. Het totale aantal huishoudens binnen de inkomensgrens tot 130%, dus inclusief de huishoudens die niet met energiearmoede hebben te maken, betreft 3.000 huishoudens (bron: CBS).

Dat betekent dat zo’n 80% van deze huishoudens in energiearmoede leeft. Omdat binnen deze aanpak de doelgroep tot 150% van het sociaal minimum ook worden meegerekend, is het aantal huishoudens in energiearmoede dus ook groter dan volgens het onderzoek van TNO. In totaal zijn er 4.200 huishoudens met een inkomen tot 150% van het sociaal minimum in onze gemeente. Er zijn geen exacte cijfers beschikbaar voor wat betreft het percentage dat hiervan in energiearmoede leeft, maar wanneer we hetzelfde percentage van 80% hanteren, dan zijn er naar schatting circa 3.400 huishoudens die met onze uitgebreidere definitie in energiearmoede leven. Dat betekent dat met er met de verschuiving van 130% naar 150% circa 1.000 extra huishoudens in energiearmoede zijn. Van de 3.400 huishoudens hebben circa 12% een koopwoning, dus binnen de doelgroep zijn er 400 huishoudens met een koopwoning.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

16 - 28

5.3

De doelgroep in kaart brengen

Om onze beoogde doelgroep in kaart te brengen, is een data-analyse uitgevoerd. Deze analyse geeft weer waar in onze gemeente de kans op energiearmoede het grootst is. Aan de hand hiervan kunnen we gericht onze aanpak inzetten. Echter, voor een thema als energiearmoede is privacy een belangrijke kwestie. Met name inkomensgegevens zijn erg privacygevoelig. Specifieke inkomensgegevens zijn dan ook niet openbaar beschikbaar. De gegevens die wel beschikbaar zijn, zijn bovendien niet op adresniveau, maar vaak op postcode-6-niveau. Hierdoor is het alleen mogelijk om onze aanpak op deze schaal uit te rollen. Voor de data-analyse zijn de volgende indicatoren gebruikt. Indicatoren Qua inkomen zijn geen specifieke gegevens beschikbaar voor de doelgroep tot 150% van het sociaal minimum. Wat wel beschikbaar is op postcode-4-niveau, is het percentage huishoudens dat behoort tot de 40% laagste inkomens van Nederland. Hoewel dit niet exact overeenkomt met de 150%, zit er wel heel veel overlap in deze doelgroep. Bovendien gebruiken we deze indicator alleen om te kijken in welke postcode-6-gebieden energiearmoede het meeste voorkomt. Het borgen van de 150% doelgroep voor de isolatiemaatregelen doen we separaat via een geringe inkomenstoets bij aanmelding. Meer informatie hierover volgt in paragraaf 8.1.1.

Naast een directe indicator van inkomen is ook gekeken naar de gemiddelde WOZ-waarde per gebied. Dit vertoont vaak een sterke relatie met inkomen, waardoor het een nuttige indicator is voor onze doelgroep. Concreet betekent dat: hoe hoger de WOZ-waarde, hoe kleiner de kans op energiearmoede. Bij energiearmoede is een laag inkomen één kant van de medaille. De andere kant is de hoogte van de energiekosten. Hiervoor is gekeken naar het gas- en elektriciteitsverbruik. Daarnaast zijn de bouwjaren ook meegenomen, omdat dit vaak een goed indicatie is van de energetische kwaliteit van een woning. Idealiter hadden we in plaats daarvan simpelweg gewerkt met de energielabels. Echter, slechts de helft van de huishoudens heeft een definitief energielabel. De overige helft heeft een voorlopig energielabel en deze zijn niet op adresniveau beschikbaar. Om die reden kunnen ze niet gebruikt worden in de data-analyse. Maar omdat de bouwjaren sterk samenhangen met het energielabel, is deze indicator dus een goede benadering van de energetische kwaliteit van de woning. Dat is met name belangrijk voor de isolatiemaatregelen. Het is namelijk niet zinvol om woningen van energielabel A isolatiemaatregelen aan te bieden.

Van de 5 gebruikte indicatoren in de data-analyse hebben de indicatoren inkomen en WOZ-waarde de zwaarste weging gekregen, van respectievelijk 2x en 4x, omdat inkomen het belangrijkste aspect omvat van onze beoogde doelgroep. De andere indicatoren hebben allemaal een weging van 1 ontvangen. Samenvattend worden met de genoemde indicatoren zowel de inkomens- als energiekenmerken meegenomen in de data-analyse, zodat energiearmoede op postcode-6-niveau inzichtelijk is voor onze gemeente. Resultaten data-analyse Figuur 3 toont in welke postcode-6-gebieden de kans op energiearmoede het grootst is. Hoe donkerder de kleur (paars/rood), hoe groter het geschatte percentage huishoudens in energiearmoede. Daarnaast toont Figuur 4 de postcode-6-gebieden specifiek van Dokkum. Wat opvalt is dat met name de buitengebieden de meeste energiearmoede hebben. Maar daarnaast zijn er ook binnen de kernen specifieke wijken met een hoog percentage. De verschillen binnen de grotere kernen zijn aanzienlijk. Sommige gebieden zijn juist licht gekleurd, maar grenzen aan een wijk die

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

17 - 28

Figuur 3: energiearmoede per postcode-6-gebied

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

18 - 28

Figuur 4: energiearmoede per postcode-6-gebied, Dokkum heel donker gekleurd is. Overigens betreffen de felgroen gekleurde vlakken gebieden waar geen woningen aanwezig zijn. Tot slot valt op dat, hoewel energiearmoede redelijk verspreid is over de gemeente, er ook grote verschillen bestaan tussen kernen. De ene kern heeft een laag percentage, terwijl een naburige kern juist een hoog percentage aan energiearmoede scoort. Aan de hand van de data-analyse is een lijst met postcode-6-gebieden opgesteld, gecategoriseerd van hoge naar lage scores. Deze lijst biedt daarmee een prioritering van gebieden waar we het eerst aan de slag gaan met onze aanpak.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

19 - 28

6 Verdeling budgetten 6.1

Totale budget

Zoals in de inleiding vermeld heeft Noardeast-Fryslân vanuit het Rijk zo’n 1,4 miljoen ontvangen voor deze aanpak energiearmoede. Echter, gezien de urgentie van energiearmoede is er bij de behandeling van de begroting in november extra budget aangevraagd. In totaal is 1,1 miljoen aangevraagd, namelijk 400.000 euro specifiek voor energiearmoede, 400.000 euro voor een geldloket waar bewoners terecht kunnen die geldzorgen hebben en 300.000 euro voor het verduurzamen van sportverenigingen, dorpshuizen, etc. Omdat deze aanpak specifiek over energiearmoede gaat, staan we hier alleen stil bij de aangevraagde 400.000 euro. Dit bedrag is opgeteld bij de bedragen vanuit de specifieke uitkeringen en het Nationaal Isolatieprogramma. Het totaalbedrag is vervolgens via dezelfde verdeelsleutel (zie paragraaf 6.3) verdeeld onder de drie sporen. Voordat we daarnaar overgaan, zijn er echter eerst ook een aantal uitvoeringskosten die gemaakt moeten worden.

6.2

Uitvoeringskosten

In ANNO-verband wordt een pilot uitgevoerd om te experimenteren met isoleren van rijtjeswoningen. De proceskosten van dit project zijn evenredig verdeeld onder de 4 gemeenten. Met deze pilot doen we relevante kennis op over de isolatieopgave, die wij goed kunnen benutten in onze aanpak. Daarnaast is er budget nodig voor de inzet van communicatiemiddelen. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van flyers, brieven, social media, etc. In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. Voor Noardeast-Fryslân en Dantumadiel reserveren we gezamenlijk een werkbudget van 30.000 euro, waarvan 75% voor Noardeast-Fryslân. Tot slot maken we voor het uitvoeren van de aanpak ook gebruik van een nog nader te bepalen uitvoeringspartij. Deze partij zal onder andere verantwoordelijk zijn voor de monitoring en verantwoording, als spil fungeren tussen betrokken partijen per spoor en zorgen dat de facturen op de juiste plek terecht komen. Hiervoor reserveren we voor de beide gemeenten 50.000 euro, waarvan wederom 75% voor Noardeast-Fryslân.

6.3

Budget per spoor

Voor het resterende budget is een verdeling gemaakt per spoor. 60% van het budget wordt beschikbaar gesteld voor isolatiemaatregelen, 30% voor kleine maatregelen en 10% voor de witgoedwissel. We zetten het grootste deel in op isolatiemaatregelen, omdat deze de grootste impact hebben op de energierekening van huishoudens. Deze maatregelen hebben namelijk een korte terugverdientijd (zie paragraaf 4.3). Hoewel isolatiemaatregelen een flinke investering vergen, zijn de opbrengsten ook verreweg het grootst. Daarnaast hebben ook de kleine maatregelen hebben een korte terugverdientijd. Maar omdat we hier ook al goed op inzetten, reserveren we hiervoor vanuit deze aanpak minder budget voor dan het eerste spoor. Tot slot reserveren we het kleine percentage voor de witgoedwissel, vanwege de langere terugverdientijd en de kleinere impact op energierekening. Desalniettemin reserveren we wel 10%, omdat er ook een heel aantal huishoudens zijn die ondanks een goed geïsoleerde woning alsnog hoge energiekosten hebben. Bij hen is het aanpakken van de energieslurpers het meest effectief en daar biedt de witgoedwissel de oplossing voor. Hoewel bovenstaande verdeling het uitgangspunt is, brengen we ook enkele flexibiliteit brengen. Mocht blijken dat bepaalde sporen heel goed lopen en andere juist niet, dan is het voor de effectiviteit van de aanpak belangrijk om enigszins te kunnen schuiven.

Hieronder worden per spoor de verschillende kostenposten nader uitgelegd. Tabel 3 toont de exacte bedragen.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

20 - 28

Spoor 1: isolatiemaatregelen Voor dit spoor worden energieadviseurs ingezet, om per woning te bepalen welke isolatiemaatregelen het meest geschikt zijn. We gaan uit van 750 bezoeken in 2023, waar naar schatting 1 fte voor nodig is. Dit aantal bezoeken is hoger dan het aantal huishoudens die kunnen worden geholpen, omdat er mogelijk ook huishoudens zijn die na het bezoek van de energieadviseur afhaken. Ook is er naar schatting 1 fte nodig voor het analyseren van de data. Daarnaast willen we, zoals eerder benoemd, huishoudens zoveel mogelijk ontzorgen in het aanvragen van subsidies en leningen. Hiervoor maken we gebruik van een nog nader te bepalen externe partij. Naar schatting is hier circa 0,75 fte voor nodig. Daarmee houden we ruim 900.000 euro over voor fysieke maatregelen. Huishoudens die twee maatregelen treffen ontvangen 2.500 euro en huishoudens met één maatregel 1.000 euro. We verwachten een gemiddeld subsidiebedrag van 2.000 euro, waarmee circa 450 huishoudens kunnen worden geholpen. Spoor 2: kleine maatregelen Qua kleine maatregelen bouwen we grotendeels voort op onze huidige inzet. De eerste en tweede Ljochtbus rijden al, waarbij de eerste Ljochtbus vanaf januari 2023 en de tweede Ljochtbus al vanaf oktober 2022 uit budget van deze aanpak wordt betaald.

Daarnaast zijn de personeelskosten van de tweede Ljochtbus iets hoger, waardoor die kosten nog wat hoger uitvallen. Ook is er budget gereserveerd voor een derde Ljochtbus. Deze willen we niet op afspraak, maar wijkgericht inzetten (zie paragraaf 8.1.2). Met de wijkgerichte inzet verwachten we meer woningen per dag te kunnen helpen, waardoor de materiaalkosten hoger uitvallen en de derde Ljochtbus nog wat meer budget vergt. De kosten van de Ljochtbussen worden gedeeld met Dantumadiel. We wijken hierbij af van de gebruikelijke verdeling (75%-25%), omdat Dantumadiel procentueel meer huishoudens in energiearmoede heeft en daarmee ook meer budget heeft ontvangen voor deze aanpak. Om die reden werken we met een verdeling van 67% om 33%. Qua energiecoaches maken we gebruik van zowel betaalde als vrijwillige coaches. Momenteel heeft Noardeast-Fryslân al een betaalde energiecoach, die voor 2023 nog betaald kan worden uit geoormerkt budget vanuit de raad. Daarnaast staat er momenteel nog een vacature uit voor een tweede energiecoach, die voor 2023 betaald zal worden uit deze aanpak. Er is dus met 1 fte gerekend. Ook zijn er 3 vrijwillige energiecoaches actief vanuit stichting Elkenien Grien en er wordt momenteel gewerkt aan een vierde.

Zij ontvangen allen een vrijwilligersvergoeding van 180 euro per maand, waarbij de eerste 3 vrijwilligers vanaf september 2022 en de vierde vanaf november 2022 worden betaald uit het huidige budget. Zoals valt te zien in Tabel 3 is er daarnaast een post onvoorzien opgenomen voor dit spoor. Dit heeft er met name mee te maken dat het voor de derde Ljochtbus onduidelijk is welke kosten er worden gemaakt voor het materiaal. Om die reden is een reservebudget wenselijk voor dit spoor. Mocht dit blijken mee te vallen, dan kan er mogelijk nog een extra Ljochtbus of energiecoach worden gefinancierd. Daarbij is het vooral eerst ook afwachten hoeveel animo er is voor deze maatregelen. Mogelijk dat de huidige inzet al voldoende in de vraag voorziet. Het wel of niet opschalen stemmen we dus goed af op de praktijk. Tot slot betreffen alle bovengenoemde kosten de inzet tot en met eind 2023. Hoewel de SPUK- en NIP-gelden ook nog in 2024 kunnen worden uitgegeven, is de doelstelling om het budget zoveel mogelijk in 2023 te besteden. Voor de inzet in 2024 zal dan extra budget nodig zijn. Mogelijk komt hier budget voor beschikbaar vanuit het Rijk. Zo niet, dan vragen we budget aan vanuit de gemeentelijke

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

21 - 28

begroting. Voor het continueren van de inzet van de kleine maatregelen in deze aanpak zal dan circa 400.000 euro nodig zijn voor 2024. Spoor 3: witgoedwissel Voor de witgoedwissel is 180.000 euro beschikbaar. Momenteel wordt, in samenspraak met andere Friese gemeenten, verkend hoe deze regeling wordt uitgevoerd. Mogelijk dat we hiervoor gebruik maken van een uitvoeringspartij. In dat geval houden we dan, gerekend met een voucher van 600 euro per huishouden, budget over voor ongeveer 250 huishoudens. Tabel 3: overzicht budgetten Ontvangen budgetten

Kostenposten

•

Specifieke uitkering 1

€ 630.054 Uitvoeringskosten

•

Specifieke uitkering 2

€ 613.651

•

Pilot ANNO

€ 5.625

•

Nationaal Isolatieprogramma

€ 198.635

•

Werkbudget communicatie

€ 22.500

•

Gemeentelijke begroting

€ 400.000

•

Uitvoeringspartij

€ 37.500

Spoor 1: isolatiemaatregelen • Energieadviseurs

€ 100.000

• •

Ontzorgen subsidies/leningen Fysieke maatregelen

€ 50.000 € 916.029

Spoor 2: kleine maatregelen •

Ljochtbus 1

€ 75.600

•

Ljochtbus 2

€ 115.500

• • • •

Ljochtbus 3 Betaalde energiecoaches Vrijwillige energiecoaches Post onvoorzien

€ 142.800 € 50.000 € 11.160 € 137.954

Spoor 3: witgoedwissel Totaal

Versie: Versiedatum:

€ 1.842.340

2 31-10-2022

€ 177.672 € 1.842.340

22 - 28

7 Communicatie 7.1

Uitgangspunten communicatie

De communicatie naar de doelgroep moet goed afgestemd worden op de behoeften van de doelgroep. Om die reden hanteren we een aantal uitgangspunten. Ten eerste vormt laaggeletterdheid een aandachtspunt. Daarom zorgen we ervoor dat alle communicatie op een laagdrempelig niveau plaatsvindt, namelijk op taalniveau B1. Ten tweede kan de term ‘energiearmoede’ door huishoudens beladen of stigmatiserend worden ervaren. Om te voorkomen dat deze groep daardoor afhaakt en geen gebruik maakt van ons aanbod, kiezen we in de communicatie voor de term energiezorgen. Dit is een bredere term die minder stigmatiseert, omdat inmiddels bijna iedereen energiezorgen ervaart door de stijgende energiekosten. Tot slot kan het een uitdaging zijn om de doelgroep te enthousiasmeren voor ons aanbod, omdat het vertrouwen in de overheid en ons als gemeente niet bij iedereen aanwezig is. Om die reden zetten we niet alleen in op directe communicatiestromen vanuit de gemeente, maar proberen we vooral ook indirect via onze actieve Mienskip ons aanbod onder aandacht te brengen. Want een buurman of iemand van de vereniging wordt vaak eerder vertrouwd dan iemand van de gemeente. In de volgende paragraaf gaan we verder in op hoe we onze actieve Mienskip benutten in onze communicatie.

7.2

De doelgroep bereiken

Om de doelgroep te bereiken, werken we via drie verschillende communicatiestromen: algemene communicatie vanuit de gemeente, algemene communicatie indirect via de actieve Mienskip en gerichte communicatie voor de drie sporen van maatregelen. Algemene communicatie vanuit gemeente Het is van belang om een centraal punt te organiseren waar alle relevante informatie gebundeld staat. Los van de vraag hoeveel huishoudens in energiearmoede hier gebruik van maken, moet de informatie ook voor intermediairs overzichtelijk zijn. Met intermediairs bedoelen we de kanalen die in direct contact staan met de doelgroep, waarmee zij in dat contact als medium kunnen dienen tussen ons aanbod en de doelgroep. Dit kunnen zowel interne medewerkers zijn, zoals schuldhulpverleners, minimacoaches en het gebiedsteam, als externen, zoals leden van dorpsbelangen, kerken, de bibliotheek, etc. Via de campagne ‘Kom verder’ die wordt ingezet om inwoners bewustwording en handelingsperspectief te geven in de warmtetransitie, wordt een aparte website opgezet. Naast de website wordt er vanuit deze campagne ook actief gecommuniceerd via sociale media. Zo wordt er gecommuniceerd over beschikbare subsidies en leningen, de inzet van energieadviseurs en energiecoaches, etc. Dit platform willen we dan ook graag gebruiken om uitingen te doen over energiearmoede.

Via de website willen we niet alleen ons aanbod voor huishoudens in energiearmoede onder de aandacht brengen, maar bieden we ook handelingsperspectief voor huishoudens die buiten deze categorie vallen. Deze huishoudens maken dan geen aanspraak op de maatregelen vanuit deze aanpak, maar als gemeente brengen we hen wel op de hoogte brengen van de regelingen waar zij wél aanspraak op maken.

Versie: Versiedatum:

2 31-10-2022

23 - 28

Algemene communicatie via actieve Mienskip Zoals gezegd speelt een verminderd niveau van vertrouwen in de overheid een rol in het communiceren naar de doelgroep. Daarom zetten we los van de directe kanalen ook indirecte kanalen in. Noardeast-Fryslân staat bekend om haar actieve Mienskip, die we goed kunnen gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan dorpsbelangen, energiecoöperaties, kerken, Humanitas, de bibliotheek, maar ook onze schuldhulpverleners, minimacoaches en het gebiedsteam. Deze partijen staan in direct contact met de doelgroep en zijn daardoor op de hoogte van wat er speelt. Via deze intermediairs brengen we onze aanpak dan ook graag onder de aandacht. Daarvoor is het belangrijk dat deze partijen goed op de hoogte zijn van wat de gemeente aanbiedt. Hoewel de informatie beschikbaar zal komen via de website, willen we de intermediairs ook actief op de hoogte brengen van onze aanpak. Zo organiseren we intern sessies met schulphulpverleners, minimacoaches en het gebiedsteam om onze aanpak te presenteren. Ook stellen we voor hen een flyer op, zodat ze in het contact met de bewoners een begrijpelijk en laagdrempelig overzicht kunnen aanbieden van wat de gemeente voor deze huishoudens kan betekenen. Deze flyer verspreiden we onder andere ook bij de bibliotheken. Gerichte communicatie per spoor Voor de drie sporen van maatregelen is gerichte communicatie vereist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=986a2982-301a-4b9e-aa6d-5a6eea3cec37