Deel 2 Rekenkameronderzoek - Coalitieakkoorden - onderzoeksrapport 260126
Tekst van het document
beëindigd als aparte subsidielijn en geïntegreerd in het reguliere dorp- en wijkenbudget (via een collegebesluit). De oorspronkelijke intentie was om dorpen in de lead te zetten bij gebiedsontwikkeling. Nu wordt participatie geborgd via bestaande structuren en beleidskaders zoals het strategisch kader welzijn. Het is going concern geworden en daarom niet apart vindbaar in de P&C stukken (valt binnen programma 2)”. Dat de oorspronkelijke intentie om dorpen in de lead te zetten bij gebiedsontwikkeling is verlaten, is niet zichtbaar in de verantwoordingsstukken richting raad. Wel heeft de raad hierover een brief ontvangen. Verantwoording De verantwoording verloopt via de reguliere P&C-cyclus, kwartaalrapportages in Pepperflow en via RaadsAORTA, waarin besluitvorming, moties en financiële stand-van-zaken worden gevolgd. De DOM-activiteiten zijn niet afzonderlijk zichtbaar, maar vallen onder de brede verantwoording van programma 2 (Mienskip). De wijziging van inzet (dorpen en wijken in de lead versus participatie wordt geborgd via bestaande structuren) is een collegebesluit geweest, de raad is per brief geïnformeerd en heeft naar aanleiding daarvan vragen gesteld over deze koerswijziging. Samenvattend - hoe navolgbaar zijn de ambities voor de raad? In de coalitieakkoorden blijft de ambitie om dorpen en wijken “in the lead” te zetten bij gebiedsontwikkeling nadrukkelijk overeind.
DOM’s en SOM’s worden gepresenteerd als instrument om initiatieven van onderop te ondersteunen en de mienskip een sturende rol te geven. In de uitvoering is deze aanpak echter genormaliseerd: de aparte DOM/SOM-regeling is beëindigd en geïntegreerd in het reguliere dorpen- en wijkenbudget en de programmasturing. Daarmee is de oorspronkelijke bedoeling – dorpen daadwerkelijk in de lead – in de praktijk afgezwakt tot bredere participatie binnen bestaande beleidskaders. Deze koerswijziging wordt in de P&C-informatie richting de raad niet expliciet gemaakt, wel in een aparte raadsbrief, waar de raad ook vragen over heeft gesteld. Het is daarmee een wijziging via een collegebesluit, niet navolgbaar in de P&C, wel in een aparte brief.
4.2.3 Thema Economie - toeristische ontwikkeling Ambities in de coalitieakkoorden Over toeristische ontwikkeling wordt in de akkoorden het volgende gezegd: De gemeente Noardeast-Fryslân wil recreatie en toerisme versterken op een manier die past bij het karakter van de regio. De nadruk ligt op kleinschalig en duurzaam toerisme, met behoud van rust, ruimte en natuur- en landschapskwaliteit. Belangrijke trekkers zijn onder meer het Lauwersmeer, de Waddenzee (UNESCO Werelderfgoed), het terpenlandschap, de Noardlike Fryske Wâlden en Dokkum als historische stad, aangevuld met kansen rond het project Súd Ie en verbeterde vaar-, fiets- en wandelroutes. In beide coalitieakkoorden wordt dezelfde koers gevolgd: de gemeente stimuleert toeristische ontwikkeling die past bij aard en schaal van het gebied en zet in op monitoring van bezoekers, herkomst en waardering om beleid beter te onderbouwen. Tussen het eerste en het tweede coalitieakkoord is geen wezenlijke koerswijziging zichtbaar; de ambities worden vooral bevestigd en voortgezet.
21
Sturing & uitvoering Binnen het thema recreatie en toerisme is zichtbaar dat de gemeente Noardeast-Fryslân de ambities uit het coalitieakkoord programmatisch heeft uitgewerkt. De hoofddoelstelling – het versterken van de vrijetijdseconomie met behoud van leefbaarheid, rust en ruimte – is ingebed in het gemeentelijke programma 'Wurk, Bedriuw en Rekreaasje'. De sturing vindt plaats binnen de systematiek van programmasturing. De coalitieafspraken zijn vertaald naar beleidsinstrumenten zoals de Visie Toerisme en Recreatie Noordoost-Fryslân 2020– 2030, het Ontwikkelkader Logiesaccommodaties 2024 en het Havenbeleid 2024. Deze documenten bieden richting aan ondernemersinitiatieven, ruimtelijke keuzes en investeringen in voorzieningen. Daarnaast werkt de gemeente in regionale samenwerkingsverbanden als Gastvrij Fryslân en De wind in de zeilen, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de ambities rond waterrecreatie en beleving van het Waddengebied. De uitvoering verloopt via gebiedsgerichte projecten, onder meer in de havens, het Masterplan Opvaarten en de ontwikkeling van logiesvoorzieningen. Daarbij is sprake van nauwe samenwerking met dorpen en ondernemers. De gemeentelijke inzet richt zich vooral op kwaliteitsverbetering, spreiding van bezoekers en aansluiting bij de regionale profilering van Noordoost-Fryslân als 'Land waar je landt'.
Verantwoording De verantwoording over dit beleidsterrein vindt plaats via de reguliere P&C-cyclus. In de Perspectiefnota 2023–2026 en Programmabegroting 2026 zijn de beleidsdoelen opgenomen in Programma 4. De monitoring verloopt via Pepperflow, waarmee per project en doel voortgang wordt geregistreerd. De indicatoren zijn aanwezig,maar nog globaal van aard; ze meten voornamelijk output (zoals aantallen initiatieven of voorzieningen) en minder de maatschappelijke effecten op leefbaarheid of economische vitaliteit. Er wordt gewerkt aan een monitor. Bronnen die daarvoor gebruikt gaan worden zijn toeristenbelasting (overnachtingen) en het provinciale werkgelegenheidsregister en relevante mobiele data. Een eerste versie van de monitor wordt eind 2025/begin 2026 verwacht. De raad ontvangt via de P&C-documenten en RaadsAORTA structureel informatie over de voortgang, maar het inzicht in wat deze resultaten concreet opleveren voor inwoners blijft beperkt. Samenvattend - hoe navolgbaar zijn de ambities voor de raad? Samenvattend is sprake van een beleidsmatige en organisatorische verankering van het thema recreatie en toerisme, met een herkenbare lijn tussen coalitieafspraken, beleid en uitvoering. De volgende ontwikkelstap ligt bij het verder concretiseren van indicatoren en het versterken van de transparantie over bereikte effecten.
4.2.4 Thema Duurzaamheid - energie-zelfvoorzienend zijn Ambities in de coalitieakkoorden
22
De ambities op energietransitie en energetische zelfvoorziening worden als volgt in de akkoorden verwerkt: In beide coalitieakkoorden spreekt de gemeente Noardeast-Fryslân de ambitie uit om op termijn zoveel mogelijk energetisch zelfvoorzienend te worden. De gemeente wil in 2030 ten minste 70% van de elektriciteitsvraag duurzaam lokaal opwekken, met aandacht voor landschappelijke inpassing en een sterke rol voor lokale initiatieven en energiecoöperaties. De nadruk ligt op het terugdringen van fossiel energiegebruik, het verminderen van CO₂-uitstoot en het stap voor stap verduurzamen van de gebouwde omgeving. In het coalitieakkoord 2024–2026 blijft deze richting ongewijzigd, maar wordt de uitwerking concreter en technischer. De ambitie om zelfvoorzienend te worden wordt nadrukkelijk gekoppeld aan het versterken van de energie-infrastructuur (zoals een tweede onderstation en smart energy hubs), het ontwikkelen van beleid voor warmte en energieopslag en het verbinden van de energietransitie met het terugdringen van energiearmoede. Daarmee verschuift het accent van vooral richtinggevende doelstellingen naar een meer operationele agenda met nadruk op uitvoerbaarheid.
Sturing & uitvoering De gemeente Noardeast-Fryslân werkt binnen het programma “Wenjen en Omjouwing” aan de ambitie om op termijn energetisch zelfvoorzienend te worden. Deze ambitie is verankerd in de coalitieakkoorden en in beleidsstukken zoals het Beleidskader Zonne-energie (2021), de Regionale Energiestrategie Noordoost-Fryslân en het Plan van aanpak Energiearmoede 2.0 (2024). Beleidsmatig wordt gestuurd op drie sporen: Energiebesparing en isolatie – via het Nationaal Isolatieprogramma en lokale subsidies. Duurzame opwek – via zon- op-dakprojecten, collectieve zonnedaken en initiatieven voor wind en aquathermie, met nadruk op lokaal eigendom en landschappelijke inpassing. Sociale energietransitie – gericht op het voorkomen van energiearmoede en het versterken van draagvlak in de mienskip. Volgens de geïnterviewden is de sturing sterk programmatisch geworden: beleid wordt voorbereid via programma-tafels en vastgelegd in startnotities. De raad ontvangt periodiek raadsbrieven over voortgang en strategische keuzes, bijvoorbeeld bij de uitvoering van het beleidskader zonneenergie en het aardgasvrije pilotproject in Eanjum. De uitvoering ligt bij de clusters Duurzaamheid en Wonen, in nauwe samenwerking met regionale partners, woningcorporaties, energiecoöperaties en dorpsbelangen.
De gemeente kiest voor een faciliterende en coördinerende rol: zij schept de randvoorwaarden, ondersteunt bewonersinitiatieven en benut provinciale en rijksmiddelen. In de uitvoering is veel aandacht voor het betrekken van inwoners en het combineren van sociale en technische maatregelen — bijvoorbeeld het koppelen van woningisolatie aan armoedebestrijding en dorpsvernieuwing. De ambitie van de energietransitie en (op termijn) energetische zelfvoorziening wordt vooral in concrete ondersteuning van inwoners en het bestrijden van energiearmoede opgepakt, zo blijkt ook uit het interview met de verantwoordelijk portefeuillehouder. ‘De focus is om mensen te helpen de energierekening naar beneden te krijgen. Daarvoor biedt de gemeente energiecoaches, afspraken met aannemers, folders en voorlichtingen, maar ook de witgoedwissel, radiatorfolie,
23
warmtescan etc. Het idee is, je maakt het mensen makkelijker om de stap te zetten om te verduurzamen. De gemeente doet veel aan informatievoorziening hiervoor’. Verantwoording De voortgang op duurzaamheid en energie wordt verantwoord via de programmabegroting en de jaarrekening (programma Wenjen en Omjouwing), aangevuld met jaarlijkse raadsbrieven over de energietransitie. Voor projecten met rijksfinanciering (PAW, NIP, VHF) geldt een aparte SiSaverantwoording. De gemeente monitort aantallen gerealiseerde maatregelen, CO₂-reductie en deelname van huishoudens.De volgende stap ligt bij het beter meten van effecten op zelfvoorzienendheid en het zichtbaar maken van de maatschappelijke opbrengsten van lokale initiatieven. Samenvattend - hoe navolgbaar zijn de ambities voor de raad? De ambities uit de coalitieakkoorden zijn vertaald naar beleidskaders (zoals de RES, het Beleidskader Zonne-energie en het Plan van aanpak Energiearmoede) en naar programmasturing binnen Wenjen en Omjouwing. Ook de uitvoering – via concrete maatregelen dicht bij inwoners (energiecoaches, isolatieprogramma’s, witgoedwissel, radiatorfolie, warmtescans), via programmattafels en samenwerking met corporaties, energiecoöperaties en dorpen – is in grote lijnen herkenbaar en wordt structureel verantwoord via begroting, jaarrekening, raadsbrieven en SiSaverantwoording.
De belangrijkste beperking zit aan de effectkant: er wordt wel gemonitord op aantallen maatregelen, CO₂-reductie en bereikte huishoudens, maar de bijdrage aan het uiteindelijke doel – daadwerkelijk (meer) energetisch zelfvoorzienend worden en de bredere maatschappelijke opbrengsten van lokale initiatieven – is nog slechts beperkt in harde indicatoren en effectmetingen zichtbaar.
4.2.5 Mienskip In dit onderzoek zijn drie inhoudelijke thema’s verdiept, zoals hierboven weergegeven. Daarbij is ook gekeken hoe invulling gegeven is binnen deze thema’s aan het begrip Mienskip. Ambities in de coalitieakkoorden Wat zijn de ambities op Mienskip, wat is er over opgenomen in de akkoorden? Onderstaand wordt dat in het kort weergegeven. In beide coalitieakkoorden wordt mienskip neergezet als een kernthema en richtinggevend principe. De partijen spreken de ambitie uit om een hechte en levendige mienskip te versterken, waarin meer dan vijftig dorpen en de stad Dokkum met hun eigen tradities, taal, verenigingsleven en onderlinge betrokkenheid de ruggengraat van de gemeente vormen. De gemeente wil daarbij nadrukkelijk “van de mienskip zijn en voor de mienskip werken” door dicht bij inwoners te staan met een actief kernenbeleid, zichtbare en bereikbare contactwethouders en dorpen- en wijkcoördinatoren die de stem van de dorpen in de organisatie laten doorklinken. Concreet wordt ingezet op het stimuleren van initiatieven van onderop, onder meer via dorpen- en wijkbudgetten, duurzaamheidsbudgetten en het in stand houden van het dorpen- en wijkenfonds en OZB-compensatie voor dorpshuizen. Dorpsbelangen en verenigingen worden expliciet
24
genoemd als spil in de mienskip, die kunnen rekenen op (financiële) ondersteuning. Daarnaast is er de ambitie van een dienstbare overheid: een gemeente die luistert, meedenkt, faciliteert en waar mogelijk mee beweegt met ideeën uit de samenleving, en inwoners meer ruimte geeft om zelf te bepalen wat er in hun dorp of wijk gebeurt.
Uitvoeringspraktijk In de praktijk krijgt mienskip in Noardeast-Fryslân vorm als een breed, maar ook behoorlijk divers participatie- en samenwerkingsprincipe. In de uitvoering werken alle wethouders met een systeem van contactwethouders, dorpen- en wijkencoördinatoren en een dorpen- en wijkenbudget, waarmee lokale initiatieven – van speeltuin en dorpsplein tot ontmoetingsplek – financieel en inhoudelijk worden ondersteund. Bij dossiers als toerisme en energietransitie zoeken bestuurders expliciet de balans tussen leefbaarheid en ontwikkeling: samen met inwoners wordt nagedacht over de impact van toerisme (zoals bij ’t Fiskershúske en routes rond Lauwersmeer) en worden huishoudens via energiecoaches, campagnes en praktische maatregelen geholpen om te verduurzamen en energiearmoede tegen te gaan. Ambtelijk is mienskip verankerd via programmasturing en startnotities waarin participatie standaard een plek heeft, maar tegelijk wordt gewezen op ‘participatievermoeidheid’ onder inwoners en het spanningsveld tussen luisteren en toch bestuurlijk leidinggeven.
Samengevat betekent mienskip in de praktijk: dicht op de dorpen georganiseerd werken, inwoners vroeg en vaak betrekken en daar concrete middelen en structuren onder leggen – maar ook voortdurend zoeken naar haalbare verwachtingen over wat er met de inbreng van inwoners wordt gedaan en een werkbare balans tussen betrokkenheid van de samenleving en politieke-bestuurlijke keuzes. Samenvattend - hoe navolgbaar zijn de ambities voor de raad? Mienskip betekent in de praktijk: dicht op de dorpen georganiseerd werken, inwoners vroeg en vaak betrekken en daar concrete middelen en structuren onder leggen – maar ook voortdurend zoeken naar haalbare verwachtingen en een werkbare balans tussen betrokkenheid van de samenleving en politieke-bestuurlijke keuzes. Het is meer een manier van werken die in de praktijk naar voren komt (waarop niet afzonderlijk gerapporteerd wordt).
4.3 Bevindingen uitvoering en verantwoording De gemeente Noardeast-Fryslân beschikt over een in de afgelopen jaren verder doorontwikkelde en samenhangende manier van sturen, uitvoeren en verantwoorden. Programmasturing fungeert daarbij als raamwerk waarin coalitieafspraken worden vertaald naar programmadoelen, middelen en resultaten. Creatiesessies en programmatafels, aangevuld met instrumenten als Pepperflow, RaadsAORTA, startnotities en de TURAP, zorgen ervoor dat de vertaling van coalitieakkoord naar begroting, uitvoering en verantwoording te volgen is. Het gaat echter wel om een vertaling van het coalitieakkoord in begrotingsprogramma’s, het coalitieakkoord ‘an sich’ wordt niet expliciet verantwoord. Ook is er in de begroting geen expliciete samenvatting van de coalitieafspraken en wordt er niet systematisch naar de bron van de ambities verwezen. De raad is daarmee niet vooraf betrokken bij de vertaling van ambities, maar pas als dat in een voorstel of in de begrotingsprogramma’s wordt voorgelegd. Ook moet de raad zelf achterhalen in de 25
documenten welke ambitie waar is geland in de P&C documenten – de indeling van het akkoord en de begroting zijn niet op elkaar afgestemd. Op de onderzochte thema’s zijn de ambities uit het coalitieakkoord navolgbaar voor raad/inwoners, maar ze zijn wel verpakt in de systematiek van programmasturing. Verder komt naar voren dat bij de onderzochte thema’s de effectmeting nog beperkt ontwikkeld is, hieraan wordt gewerkt door raad, college en organisatie.
26
5. Analyse en beoordeling Dit hoofdstuk bevat een analyse van de coalitievorming in Noardeast-Fryslân in vergelijking met de ervaringen elders zoals beschreven in bijlage 1, aangevuld met informatie uit de werksessie met de raad. Daarnaast bevat dit hoofdstuk het ingevulde normenkader.
5.1
Vergelijking ervaringen elders
In bijlage 1 staan de bevindingen per vergelijkingsgemeente beschreven. De inzichten uit deze casussen worden in deze paragraaf vergeleken met de bevindingen over NoardeastFryslân. Omdat van de vergelijkingsgemeenten niet zoveel informatie bekend is als van de gemeente Noardeast-Fryslân, is de vergelijking op hoofdlijnen en gericht op de opvallende en interessante inzichten waaruit Noardeast-Fryslân lessen kan trekken. Voorbereiding Bij alle gemeenten wordt gewerkt met achtergrondinformatie en financiële informatie voor raadsleden, voordat zij de formatie ingaan. In de meeste gevallen bestaat de informatie uit de stand van zaken, geordend naar de begrotingsthema’s of de maatschappelijke opgaven die er liggen. Een sterk punt van de casus Tilburg en de casus Assen is dat de informatie ook een langetermijnperspectief met een aantal strategische overwegingen bevat – dat is in die casussen zeer gewaardeerd. In alle casussen is er een heldere rolverdeling bij de ondersteuning van het formatieproces en zijn daar vooraf afspraken over gemaakt. De meer praktische afspraken maken de meeste raden vooraf, de meer inhoudelijke afspraken (soort akkoord, soort afspraken) volgen in de verkenningsfase. De raadsleden uit Noardeast-Fryslân geven aan dat het soort akkoord samenhangt met hoe je als raad bent en wat de uitslag is, ook zij beslissen dat het liefst na de verkiezingen.
In alle gevallen is gekozen voor wethouders uit de coalitiefracties – het is nog niet zo gebruikelijk dat de raad in die keuze een rol pakt voor de raad als geheel. Procesverloop Over het verloop van de onderhandeling is in de vergelijkingscasussen weinig detailinformatie te vinden. Duur en intensiteit zijn heel verschillend en welke aanvliegroute er voor de gesprekken is ook. Wel komt uit de verrichte onderzoeken naar voren dat de aandacht voor de onderlinge relaties daarin onmisbaar is – zowel voor de verhouding coalitieoppositie als voor de verhouding college-coalitie. Zowel de raad van Noardeast-Fryslân, Tilburg als Leiden kiezen voor een grotere rol van de raad als geheel in de informatiefase: door te werken met een raadsagenda, een contourenschets of een bestuursakkoord voor de hele raad. In Borger-Odoorn heeft de raad een grotere rol gepakt door een aantal inhoudelijke eisen in de opdracht aan de (in)formateur en door halverwege onderhandelingen in een openbare bijeenkomst mee te praten. Borger-Odoorn en Tilburg hebben inwoners een rol gegeven in de formatie. In alle gevallen is er ambtelijke ondersteuning beschikbaar geweest tijdens de formatie, alleen Borger-Odoorn werkte met een externe schrijver.
NoardeastFryslân is de enige gemeente die het akkoord niet expliciet heeft vastgesteld, en in de eerste ronde ook niet uitgebreid heeft besproken in de raad (hoewel daar wel de gelegenheid voor was).
27
Inrichting akkoorden De akkoorden in de onderzochte gemeenten zijn allemaal te kwalificeren als coalitieakkoorden op hoofdlijnen. Het gaat om een beperkt aantal onderwerpen waarbij vooral is opgeschreven wat men wil bereiken en soms ook een eerste uitwerking van het hoe. Alleen Leiden heeft daarnaast een bestuursakkoord van de hele raad. De meeste akkoorden hebben geen of maar een beperkt financieel kader: Borger-Odoorn heeft een aantal financiële afspraken, Leiden werkafspraken voor de begroting. Alleen Assen heeft een uitgebreid financieel kader in het akkoord opgenomen, met daarin een koppeling aan de begroting. De raadsleden uit Noardeast-Fryslân vinden een financieel kader een element dat ze graag zouden toevoegen aan een volgend akkoord. Afspraken uitvoering en verantwoording De meeste akkoorden bevatten weinig expliciete afspraken over uitvoering en verantwoording. Alleen in Assen zijn er uitgebreide werk- en verantwoordingsafspraken gemaakt en in Borger-Odoorn wordt een uitvoeringsprogramma aangekondigd. Uitvoering In alle casussen is een vertaalslag gemaakt om de ambities uit het akkoord daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. De mate waarin de raad daarbij is betrokken verschilt. In Assen wordt gewerkt met een uitvoeringsprogramma dat functioneert tussen college en organisatie. Dat programma is niet gedeeld met de raad.
De raad ziet wel de koppeling van de resultaten op het coalitieakkoord expliciet terug in een bijlage bij de begroting. In BorgerOdoorn is er een bestuursprogramma opgesteld waarin een nadere prioritering is aangebracht. De raad heeft die prioritering kunnen vaststellen. In de andere gemeenten is de uitvoering opgepakt in de reguliere P&C documenten, die de raad jaarlijks vaststelt. In die gevallen zijn college en organisatie aan zet voor de vertaling en is het aan de raad zelf om de koppeling te leggen tussen wat in de begroting staat en wat uit het akkoord komt. Organisaties gaan wisselend om met de vertaalslag tussen indeling akkoord, interne programmasturing, indeling begrotingsprogramma’s en indeling kadernota. Dat maakt het voor raadsleden zoeken naar de plek in de begroting waar de ambities zijn vertaald in concrete activiteiten. Verantwoording Bijna alle casussen werken met een midterm waarin het college de voortgang op het coalitieakkoord laat zien. Alleen Noardeast-Fryslân heeft dat niet gedeeld met de raad – omdat het in de periode van het knappen van de coalitie viel. In Tilburg zijn inwoners betrokken bij de midterm. Niet alle raden hebben de midterm ook besproken in de raad. Voor het overige kunnen de raden terugvallen op de verantwoording in de P&C documenten. Het valt daarbij op dat hoe expliciet de verwijzing naar het coalitieakkoord is, per gemeente verschilt.
5.2
Bevindingen nader beschouwd
De kernvraag is: was de raad kaderstellend en controlerend voldoende in positie? En wat kan de raad van Noardeast-Fryslân doen om beter voorbereid te zijn op de formatie van 2026? In het normenkader dat in hoofdstuk is opgesteld, staan voor het formatieproces normen die gaan over de mogelijkheid om bewuste keuzes te maken over de rol van de raad en tevredenheid over de 28
ruimte die er is geweest. Als het gaat om de uitvoering en verantwoording, dan zijn de normen gericht op de navolgbaarheid - zijn de gemaakte afspraken daarover nagekomen, is de raad tevreden over de verantwoordingsinformatie en is de doorvertaling van het akkoord in de reguliere sturingsinstrumenten goed volgen? Norm
Toelichting
Voorbereiding akkoord In de voorbereiding zijn de raadsleden geïnformeerd over mogelijke vormen voor de aard van het akkoord, de aard van de afspraken en de omvang van het akkoord.
Het lijsttrekkersoverleg heeft informatie ontvangen en gesprekken gevoerd over de verschillende mogelijkheden voor een akkoord. De informatie ging zowel in op mogelijke procesafspraken, soorten akkoorden, mate van detail in afspraken (omvang en aard).
Voor de formatie zijn er heldere en transparante afspraken gemaakt over de rol van griffie en ambtelijke ondersteuning en deze afspraken zijn afgestemd met de raad.
Het lijsttrekkersoverleg heeft hierover afspraken gemaakt, met een heldere rolverdeling. De afspraken zijn vastgelegd in de opdracht aan de verkenner en (in)formateur.
Raad en/of onderhandelaars kunnen beschikken over inhoudelijke en financiële achtergrondinformatie als input voor de komende bestuursperiode.
Voor de formatie heeft de raad een uitgebreid informatiedocument ontvangen met daarin de stand van zaken van de verschillende thema’s, naast een financieel overzicht en de afspraken die in regionaal verband zijn gemaakt.
Formatieproces Tijdens de formatie zijn afspraken gemaakt over de mate van transparantie naar raad en inwoners en deze afspraken zijn nagekomen.
Er zijn afspraken gemaakt over rapportages aan de raad en de presentatie daarvan in een openbare bijeenkomst en die afspraken zijn ook nagekomen.
De vooraf afgesproken rollen zijn in de praktijk ingevuld zoals afgesproken.
Zowel voor de ondersteuning als voor de rollen van verkenner en (in)formateur zijn de afspraken nagekomen zoals vooraf afgesproken.
De uitkomst van de formatie is navolgbaar voor inwoners en raad (evt op basis van rapportage).
Inwoners en raadsleden hebben via de openbare bijeenkomsten de uitkomst van de formatie kunnen volgen.
De raad heeft de gelegenheid gehad om zich uit te spreken over het akkoord of het akkoord vast te stellen.
De akkoorden zijn geagendeerd geweest in een openbare raadsvergadering. Bij het eerste akkoord heeft de raad het inhoudelijk niet besproken, bij het tweede akkoord wel. De raad heeft de akkoorden niet vastgesteld.
De raad vindt dat hij voldoende invloed heeft gehad op het akkoord.
De raad is tevreden over het verloop van beide formatieprocessen en over de inbreng die de fracties hebben kunnen leveren.
29
Inrichting akkoord Er is een bewuste keuze gemaakt voor de aard van het akkoord, de aard van de afspraken en de omvang van het akkoord.
De raad heeft na de verkenning een bewuste keuze gemaakt voor een coalitieakkoord op hoofdlijnen en een raadsagenda. In 2024 is bewust gekozen voor het doorgaan op het oude akkoord.
In het akkoord is een financieel kader voor de afspraken opgenomen.
In de akkoorden is geen financieel kader opgenomen.
Afspraken over uitvoering en verantwoording coalitieakkoord Er is een afspraak gemaakt over het kunnen volgen en/of afleggen van verantwoording over de afspraken uit het akkoord en het akkoord zelf.
In het akkoord zelf is geen afspraak opgenomen over de uitvoering of de verantwoording.
De afspraken over het monitoren van de voortgang en de verantwoording over de voortgang zijn in de praktijk uitgevoerd zoals afgesproken.
Omdat er geen afspraken zijn kan dit niet beoordeeld worden.
De raad is tevreden over de manier waarop hij de voortgang van het uitvoeren van de afspraken uit het coalitieakkoord kan volgen.
De raad is tevreden over de manier waarop de informatie over de voortgang via de P&C documenten en de RaadsAORTA wordt verstrekt.
Uitvoering en verantwoording op drie ambities uit het akkoord in de praktijk Er is sprake van een duidelijke rolverdeling tussen raad, college en organisatie bij het uitwerken van en beslissen over de uitvoering van de ambities.
Bij alle onderzochte thema’s stelt de raad de beleids- en financiële kaders vast, voert het college binnen mandaat uit en ligt de operationele uitvoering bij programma’s, clusters en projectleiders. Rollen, mandaten en verantwoordelijkheden zijn formeel vastgelegd en de sturing en verantwoording lopen via de P&C-cyclus en programmasturing (o.a. RaadsAORTA).
De uitwerking van doelen (en financiële kaders) zijn in lijn met het coalitieakkoord vastgelegd in de P&C cyclus of een ander uitvoeringsdocument.
De gemeente werkt haar beleidsambities uit in beleidsdocumenten en in de P&C-cyclus, waar doelen, activiteiten, fasering en financiële kaders verder worden geconcretiseerd. De financiële dekking is niet direct in de coalitieakkoorden opgenomen, maar volgt in de P&Cdocumenten. In een eerdere periode zijn incidentele middelen gebruikt voor structurele plannen, wat druk gaf op de algemene reserve; dit is gecorrigeerd in de kadernota 2025–2026. Over het algemeen is de onderbouwing van doelen, planning en financiering duidelijk, maar de meetbaarheid van de maatschappelijke effecten kan nog verder worden ontwikkeld.
30
De doelen zijn doorvertaald naar uitvoeringsinstrumenten (activiteiten) en indicatoren voor de voortgang.
De systematiek is er en er liggen concrete beleidsplannen en programma’s, maar de indicatoren en het meten van effecten zijn nog in ontwikkeling.
Er zijn afspraken over het volgen, meten en evalueren van de resultaten.
In alle onderzochte thema’s zijn evaluatieafspraken aanwezig en worden resultaten op vaste momenten teruggekoppeld (via P&C-cyclus, raadsrapportages en projectspecifieke evaluaties zoals PAW Eanjum en Energiearmoede 2.0). Bij wonen (grondbeleid, DOM/SOM) en duurzaamheid wordt al periodiek geëvalueerd en leiden evaluaties ook tot bijsturing. Tegelijkertijd is de systematische effectmeting – het meten van maatschappelijke en economische impact (bijv. toeristische impact, totale energietransitie) – nog niet volledig uitgewerkt.
Er is structurele monitoring per thema met vaste verantwoordingsmomenten uitgevoerd.
In alle onderzochte thema’s is sprake van structurele monitoring via Pepperflow en de P&C-cyclus, aangevuld met specifieke instrumenten per thema (MPG voor grondexploitaties, kwartaalrapportages voor DOM/SOM, projectrapportages voor toerisme en SiSa/rijksrapportages voor duurzaamheid). Hierdoor worden voortgang, financiën en – bij duurzaamheid – ook bereikte doelgroepen en effecten (zoals aantal huishoudens en CO₂-reductie) op vaste momenten gevolgd en verantwoord.
De raad krijgt heldere informatie over de voortgang op de thema’s (cijfers, sturing, financiën).
In alle onderzochte domeinen wordt de raad structureel en via vaste kanalen geïnformeerd (P&C-documenten, RaadsAORTA, Pepperflow, kwartaalrapportages, projectrapportages en raadsbrieven). Voor grondbeleid, DOM/SOM, toerisme en duurzaamheid zijn er terugkerende rapportagemomenten en specifieke voortgangsrapportages (zoals PAW, NIP en energiearmoede, raadsbrieven). Hierdoor is de besluitvorming voor de raad navolgbaar en de verantwoording transparant.
31
Bijlage 1 Casusbeschrijvingen: hoe gaat het elders? Deze bijlage bespreekt een aantal voorbeelden uit andere gemeenten en verzamelt de lessen daaruit voor de gemeente Noardeast-Fryslân. Het inspiratiemateriaal bestaat uit onderzoeken van twee rekenkamers naar het proces van coalitievorming en een analyse van het proces van voorbereiding, inrichting, uitvoering en verantwoording van een akkoord bij een andere gemeente.
1
Rekenkamer Tilburg
Onderzoek De rekenkamer Tilburg heeft in de aanloop naar de verkiezingen van 2022 de voorbereiding op, inrichting en uitvoering van het bestuursakkoord onderzocht, waarbij ook de processen in andere gemeenten zijn vergeleken. Het uitgangspunt daarbij is dat het bestuursakkoord als sturingsdocument wordt gezien: de politieke koers als het gaat om wat er bereikt moet worden, wat daarvoor gedaan wordt en wat dat mag kosten. Het idee is dat zowel raad als college actief sturen op realisatie van het akkoord. Voorbereiding Ter voorbereiding hebben de partijen gebruik kunnen maken van factsheets gemaakt door de ambtelijke organisatie. Daarnaast zijn er bijeenkomsten geweest met externen. In de factsheets was ook aandacht voor de lange termijn – al was dat niet bij alle factsheets het geval. Procesverloop Het proces van totstandkoming werd uitgebreid onderzocht. In Tilburg is een turbulente verkenningsperiode geweest, waarin meerdere coalities zijn verkend. Uiteindelijk zijn alle partijen in de raad en inwoners uitgenodigd om inbreng te leveren voor een contourenschets. Niet alle partijen hebben daar gebruik van gemaakt. Op basis van de contourenschets hebben de onderhandelende partijen een bestuursakkoord opgesteld. Die naam is gekozen om de breedte van de input weer te geven.
Het akkoord is uiteindelijk ondertekend door de coalitiepartijen en een aantal constructieve partijen, maar niet door alle partijen (daarmee is het geen raadsbreed akkoord). Wel is het akkoord met een raadsbesluit vastgesteld. Inrichting Het akkoord is te kenmerken als een coalitieakkoord met richtinggevende doelen (175 opgeteld). De ‘wat willen we bereiken vraag’ is helder, maar wat men daarvoor gaat doen is niet concreet en wat het mag kosten is nergens uitgewerkt. Er zijn geen uitvoeringsafspraken of verantwoordingsafspraken gemaakt. Uitvoering De doelen uit het akkoord zijn in de begrotingen verder geconcretiseerd met doelen, indicatoren en streefwaardes. Er is in die periode ook een proces dynamisch begroten ingezet, waarbij stapsgewijs de doelen uit de beleidsnota’s en kadernota’s zijn opgenomen in de begroting (mede naar aanleiding van een motie uit de raad). In de rapportages is ingezet op het kunnen controleren en volgen van de doelen. De indeling van thema’s/programma’s uit het akkoord is direct terug te vinden in de P&C documenten. Er is halverwege de bestuursperiode een tussenbalans opgemaakt (die kent dan weer niet de indeling van programma’s uit het akkoord). Verantwoording De verantwoording van het akkoord vindt plaats in de P&C cyclus. Daarnaast is er een tussenbalans opgesteld. Voor het opstellen van die balans zijn inwoners ook gevraagd 32
informatie aan te leveren. De verantwoording is op hoofdlijnen en omdat de doelen richtinggevend zijn is voortgang moeilijk meetbaar. Inzichten uit het onderzoek Uit het onderzoek is een aantal relevante inzichten af te leiden: Hoewel de oppositie inbreng heeft gehad in het formatieproces, voelen ze zich toch op achterstand als ze geen feedback kunnen geven op teksten. De vergelijking laat zien dat dynamiek in de verkenningsfase (uitsluiten van partijen) altijd effect heeft in de bestuursperiode. Het niet toevoegen van een financiële paragraaf is een bewuste keuze voor flexibiliteit, maar levert achteraf problemen op - noodzakelijke aanpassingen en bijstelling van ambities. Een navolgbare vertaling van het akkoord in de P&C cyclus wordt positief gewaardeerd door alle betrokkenen in het politiek samenspel. De raad kan meer uit de waan van de dag blijven, door vaker terug te grijpen op het niveau van ambities uit het akkoord. Onderdeel van het onderzoek was een vergelijking met andere akkoorden. Inzichten uit die vergelijking zijn: o Het helpt de raadsleden keuzes maken als de voorbereidingsinformatie ook een blik op toekomst bevat (niet alleen stand van zaken, maar ook meerjarig perspectief). o Als naast een akkoord een uitvoeringsprogramma wordt gemaakt, dan dit uitvoeringsprogramma leidend is in de uitvoering en verantwoording.
o De democratische legitimatie kan verhoogd worden door inwoners een rol te geven in alle fasen van een akkoord (voorbereiding, uitvoering, verantwoording).
2
Rekenkamer Leiden - Leiderdorp
De rekenkamer van Leiden en Leiderdorp heeft twee relevante onderzoeken gedaan, waarvan het tweede nog niet is afgerond. De onderzoekers hebben wel in een interview kennis kunnen nemen van de eerste inzichten uit dat onderzoek. Het eerste onderzoek vond plaats in 2014 naar het bestuursakkoord in de gemeente Leiden. Het onderzoek heeft zich met name gericht op het akkoord zelf en het functioneren ervan in de praktijk. Over de voorbereiding en het procesverloop, uitvoering en verantwoording is geen informatie beschikbaar. Inrichting: In Leiden is destijds gekozen voor een smal bestuursakkoord om de politieke verhoudingen te verbeteren en meer daadkracht te organiseren. Het akkoord bevat afspraken over de bestuursstijl en de begrotingsbehandeling. Het is een akkoord met alle fracties. Daarnaast is er een beleidsakkoord van de coalitie met daarin 16 afspraken, waaronder een aantal financiële afspraken. Inzichten uit het onderzoek in Leiden Uit het onderzoek is een aantal inzichten af te leiden: Het smallere akkoord heeft meer ruimte gelaten voor (oppositie)fracties om eigen doelen te bereiken.
33
Persoonlijke verhoudingen en politieke stijlen zijn meer bepalend voor het effect van een ingreep in de bestuurscultuur dan de aard van de afspraken in een akkoord. Het onderscheid in richting (in het beleidsakkoord) en de uitwerking daarvan (in de begroting) is nuttig gebleken - doelen worden alleen concreet als er ook informatie over de uitvoerbaarheid is, dat draagt bij aan bestuurskracht. Inzichten uit het onderzoek in Leiderdorp Het onderzoek naar het akkoord in Leiderdorp had als aanleiding dat er een turbulente coalitievorming was met een aantal wisselingen in kandidaten voor de wethoudersfuncties. In Leiderdorp is gewerkt met een akkoord op hoofdlijnen, de rekenkamer wilde onderzoeken in hoeverre er daardoor meer debat is geweest en of de uitvoerbaarheid niet in het geding is gekomen. De eerste inzichten uit het onderzoek laten zien dat er een beperkt effect is geweest op meer en beter debat in de raad. Bij de midterm die is gedaan is de conclusie dat doordat er geen SMART doelen zijn geformuleerd, de voortgang niet meetbaar is. Bovendien bleken de doelen uit het akkoord door allerlei externe ontwikkelingen minder relevant en haalbaar. In de praktijk wordt er zowel ambtelijk als door de raad weinig teruggegrepen op het akkoord. Enkele inzichten uit het onderzoek: Er was geen uitgebreide inhoudelijke documentatie beschikbaar als basis voor het akkoord.
Het akkoord kent afspraken op hoofdlijnen en geen financiële paragraaf. Persoonlijke verhoudingen zijn bepalender voor de bestuurlijke verhoudingen dan wat er in het akkoord staat.
3
Gemeente Assen
De gemeente Assen is gekozen als vergelijkingsgemeente vanwege de werkwijze die zij kiezen bij het verantwoorden van het coalitieakkoord. Het coalitieakkoord is bestudeerd en er is een interview gehouden met één van de ondersteuners bij het formatieproces. Voorbereiding De voorbereiding voor het akkoord is vroegtijdig gestart (voor de zomer van 2021) met een strategische verkenning voor de lange termijn met opgaven en oplossingsrichtingen (2035). Op basis daarvan zijn door de ambtelijke organisatie dossiers op onderwerpen voorbereid. Die dossier bevatten niet alleen een stand van zaken, maar ook mogelijke bijsturingsrichtingen als ambtelijk advies (mede vanuit de verkenning die is gedaan). Voor de aanvang van de formatie is een verkenning gedaan bij alle fracties en toen er een coalitie in beeld kwam, zijn de onderhandelingen gestart. Procesverloop De dossiers zijn gebruikt als agenda voor de formatiegesprekken. Er was een ondersteuningsteam vanuit de organisatie en een externe formateur. Regelmatig zijn ambtenaren gevraagd voor een toelichting en om de verschillende richtingen door te rekenen. De raad is tussentijds niet betrokken, pas toen er een concepttekst lag, is het gedeeld met de fracties. Het bestuursakkoord is door de raad vastgesteld bij de behandeling van de kadernota (met amendementen).
Inrichting Assen heeft gekozen voor een bestuursakkoord - de naam is gekozen om uit de coalitie/oppositie dynamiek te komen, maar feitelijk is het een coalitieakkoord. Het is ingedeeld in 34
zes opgaven/beoogde effecten voor 2030, waar vervolgens van is aangegeven wat het college daarvoor wil doen in de komende vier jaar. De activiteiten zijn niet concreet, maar als richting omschreven. Er is een paragraaf over bestuursstijl toegevoegd en een financieel kader. Het financiële kader is opgeschreven in vier onderdelen: incidenteel beleid dat structureel wordt gemaakt, bestaand beleid dat geïntensiveerd wordt, incidenteel beleid dat wordt voortgezet en nieuw beleid. Er is daarmee dus wel een kader/omvang voor de richting van de ambitie geformuleerd. Het akkoord kondigt een tussentijdse evaluatie aan en benoemt een aantal spelregels voor de uitvoering. Uitvoering Het akkoord is vertaald in een meerjaren uitvoeringsprogramma voor de ambtelijke organisatie. De ambities zijn geconcretiseerd en uitgesmeerd over de bestuursperiode (haalbaar en uitvoerbaar in acties en activiteiten). De activiteiten staan in een excelschema dat door het management en college gebruikt wordt in de aansturing. Het is niet naar de raad gegaan. Het meerjaren uitvoeringsprogramma bestaat naast de P&C cyclus en helpt de ambtenaren bij het vullen van de teksten voor de P&C cyclus. De monitoring ervan vindt plaats via de P&C cyclus en gaat wel naar de raad. De indeling van het bestuursakkoord en het meerjaren uitvoeringsprogramma zijn niet gelijk aan de indeling in de begroting of de organisatie.
Wel is de kaderbrief ingericht op het bestuursprogramma. Verantwoording Verantwoording vindt plaats via de P&C cyclus, er is daarnaast een midterm gedaan van het bestuursakkoord. De midterm is extern begeleid en te zien als een tussentijdse coalitieonderhandeling en werd gedaan door college en coalitiefracties. Het resultaat is ter informatie aangeboden aan de raad en er is ook over gedebatteerd in de raad. Relevante inzichten uit deze casus en door de gemeente Assen zelf gesignaleerde verbeterpunten zijn: Het is belangrijk dat afspraken over bestuursstijl door de hele raad gemaakt en gedragen worden. Het meerjaren uitvoeringsprogramma is leidend geworden in de uitvoering, maar beslaat alleen het bestuursakkoord, dat gaat maar over 20% bijsturing, terwijl de overige 80% aan taken zo buiten beeld blijven. Er is behoefte aan een goede indeling van begrotingsprogramma's - intuïtief voor raadsleden, neutraal en toekomstbestendig en gericht op opgaven, dat maakt het vertalen van het akkoord naar de begroting makkelijker. Er is geen behoefte om de begroting in te richten naar de thema’s uit het bestuursakkoord. Het is raadzaam om op tijd te beginnen met de inhoudelijke voorbereiding en daarin ook strategische overwegingen op te nemen op basis van een analyse van de toekomst.
Het direct opnemen van een financieel kader heeft bijgedragen aan een goede bestuurskracht en heldere verantwoording. In het formatieproces is het belangrijk een balans te vinden tussen transparantie en beslotenheid, om ook de goede samenwerking in het college te bevorderen. Bij controversiële zaken is het goed de hele raad vooraf mee te nemen in de overwegingen. Het schrijven van een akkoord op B2 niveau is bevorderlijk voor de navolgbaarheid van de afspraken voor inwoners. 35
4
Gemeente Borger-Odoorn
Gelijktijdig aan dit onderzoek, is ook een onderzoek met dezelfde opzet uitgevoerd in de gemeente Borger-Odoorn. De uit die casus geleerde lessen kunnen ook inzicht bieden voor Noardeast-Fryslân. Voorbereiding In de voorbereiding naar de formatie zijn de lijsttrekkers geïnformeerd over de mogelijke keuzes rond een akkoord en de inrichting van het formatieproces. Vanuit de ambtelijke organisatie zijn factsheets aangeleverd met een stand van zaken per onderwerp. Daarnaast was er ambtelijke ondersteuning bij het formatieproces - ambtenaren werden uitgenodigd en de burgemeester en secretaris hebben de haalbaarheid en uitvoerbaarheid besproken met de onderhandelaars. De keuzes van de raad voor het proces hebben een plek gekregen in de opdrachten aan de informateur en formateur (bijvoorbeeld de wens tot het opnemen van een financieel kader). Procesverloop Het formatieproces zelf werd gedaan door een externe (in)formateur en een externe schrijver. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van de thema’s uit de begroting waarbij soms extra informatie werd gevraagd aan ambtenaren. In een uitgebreid proces (26 bijeenkomsten) zijn alle onderwerpen besproken (naast een kennismaking en portefeuilleverdeling). Raad en inwoners hebben tijdens de onderhandelingen input kunnen leveren.
Ook hier was de rolverdeling dat de griffie tot aan de mogelijke coalitie ondersteunde, daarna werd de secretaris het aanspreekpunt voor inhoudelijke informatie. Het akkoord is door de raad vastgesteld. Inrichting Het is een akkoord geworden dat is ingedeeld naar de begrotingsprogramma’s met bij ieder programma een inhoudelijke ambitie, soms uitgewerkt in concrete voorstellen. Het is een akkoord deels op hoofdlijnen en deels met details. Er is één financieel kader meegegeven: de keuze voor de verhoging van de OZB, verder zijn de ambities niet op geld gezet. Het akkoord benoemt dat er nog een uitvoeringsprogramma moet komen. Uitvoering Het akkoord is vertaald in een bestuursprogramma, dat is geordend rond een aantal urgente maatschappelijke opgaven. Dit bestuursprogramma is tot stand gekomen na overleg met de raad en met inwoners. Het is daarmee zowel uitwerking als bijsturing van het toch wel veel doelen bevattende coalitieakkoord. Het bestuursprogramma kent een andere indeling dan de begroting, maar de kadernota wordt wel ingedeeld op de thema’s uit het bestuursprogramma. De overige P&C documenten zijn volgens dezelfde indeling als het coalitieakkoord. In de P&C documenten worden de ambities uitgewerkt in acties en op geld gezet. Soms wordt daarbij verwezen naar het coalitieakkoord of het bestuursprogramma. Voor de ambtenaren is het bestuursprogramma leidend.
Verantwoording De lijn die is beoogd is dat het bestuursprogramma het document is tussen college en ambtelijke organisatie - de uitvoerbare en op geld gezette vertaling van het coalitieakkoord. Het college verantwoordt zich aan de raad over het coalitieakkoord. In de praktijk wordt zichtbaar dat de
36
verantwoording in de midterm op het bestuursprogramma is. Natuurlijk kan de raad ook alles volgen via de P&C documenten. Inzichten uit deze casus zijn: Mede door het inzetten van een externe schrijver is afstand ontstaan tussen het akkoord en de uitvoeringspraktijk. Het indelen van het akkoord rond de begrotingsindeling maakt het vertalen van de ambities in de begroting gemakkelijker. De raad heeft inhoudelijke kaders voor proces en akkoord meegegeven in de opdrachtformulering voor de (in)formateur.
37
Bijlage 2 Overzicht respondenten Raadslid Janke van Midlum-Huisman - Gemeentebelangen Raadslid Jaap Postema - FNP Raadslid Jan Roelof Buruma - FNP Raadslid Siebe Vogelzang - Liberaal Noardeast-Fryslan Raadslid Geertje Schoorstra-Boeijenga - CDA Raadslid Dirk Kooistra - CDA Raadslid Lieuwe Sytsma - CDA Raadslid Sjoerd Keizer - S!N Raadslid Manon van der Meij-Baron - S!N Raadslid Marije van der Staal - S!N Raadslid Dirk van der Meulen - CU Raadslid Klaas de Jager - CU Formateur Engbert van Esch Formateur Roel Cazemier Wethouder Bert Koonstra Wethouder Hanneke Jouta Wethouder Maaike Prins De griffier De gemeentesecretaris Een directieadviseur Een beleidsmedewerker recreatie en toerisme Clusterhoofd Mienskip Coördinator economie en vastgoed Projectleider armoede en warmtetransitie Vergelijkingsgemeenten: Twee onderzoekers van de Rekenkamer Tilburg Eén onderzoeker van de Rekenkamer Leider-Leiderdorp Een strateeg van de gemeente Assen De respondenten uit het gelijktijdige onderzoek in Borger-Odoorn
38
Bijlage 3 Bestudeerde documenten Coalitieakkoord 2022-2026 Ferbûn mei de mienskip Coalitieakkoord 2024-2026 Foar de mienskip P&C documenten over de hele bestuursperiode via https://noardeastfryslan.begrotingsapp.nl/ Raadsvergaderingen rond het presenteren en benoemen wethouders en bespreking akkoorden en rapportages uit het formatieproces Organogram en contourenschets 2024 Clusterjaarplan Mienskip Voorbeeld startnotitie Documenten formatieproces 2022 (incl toelichting griffier): Begroting verkiezingen Datumschema verkiezingen Presentatie (in)formatie voor lijsttrekkers Raadsprogramma – opties Memo palet bestuursdocumenten Proces (in)formatie Data startprogramma Memo opties benoeming wethouders Oplegger voor de (in)formatie met bijlagen: o Contourenagenda o Financiele positie o Samenwerkingsagenda ANNO III o Infographic ANNO III o Agenda platteland Opdracht verkenner Eindverslag verkenner Opdracht informateur Bespreekpunten informatie Verslag informatie Opdracht formateur Verslag formateur Raardsvoorstel collegevorming (met akkoord als bijlage) Documenten formatieprocres 2024 Opdracht verkenner Eindverslag verkenner Verstuurde brief nav het verslag Opdracht informateur Verslag informateur (sept) Vervolgopdracht informateur
39
Verslag informateur (okt) Raadsvoorstel collegevorming met bijlagen o Akkoord o Beleid ontheemden o Portefeuilleverdeling Documenten inhoudelijke thema’s DOM/SOM o Collegevoorstel en besluit vervolgstappen DOM 2.0 met bijlagen ▪ Deelevaluatie ▪ Gesprekspunten ▪ Financieel overzicht ▪ Persbericht ▪ Brief dorpen ▪ Brief raad o Collegevoorstel en besluit SOM Dokkum o Collegevoorstel en besluit verlenging SOM Dokkum o Financieel overzicht SOM subsidie o Raadsbesluit SOM Dokkum o Raadsbesluit verlenging SOM Dokkum o Raadsbesluit verordening stimuleringslening DOM o Informatie Dorpen- en wijken budget o Budgetoverzicht Energie (incl toelichting) o Plan van aanpak Energiearmoede 2022 (met bijlagen) o Plan van aanpak Volkshuisvestingsfonds 2025 o Plan van aanpak Energietransitie 2021 o Transitievisie Warmte 2021 o Lokale aanpak isolatie 2023 o Proeftuin Aardgasvrije wijken Eanjum 2021 o Beleidskader zonne-energie 2021 o Paraplubestemmingsplan kleine windturbines 2022 o Paraplubestemmingsplan covergisting en mono-mestvergisting o Ontwerp beleidsregel Zonnepanelen en -collectoren en buitenunits van warmtepompen in beschermde stads- en dorpsgezichten o Taken en functies CDOKE vanaf 2023 o Raadsbrief stand van zaken (voorbeeld) Grondbeleid o Programma grondbeleid 2025-2028 o Raadsvoorstel en besluit programma grondbeleid (met bijlagen) o Collegevoorstel verpachting agrarische gronden o
Amendementen Sierteelt en 3 meter strook Recreatie en Toerisme o Agenda voor het waddengebied 2050 40
o o o o o o o o o o
Beleidsnota Gastvrij Fryslan 2028 Uitvoeringsprogramma Gastvrij FRL 2028 Position paper Gastvrij FRL 2030 Raadsvoorstel en besluit ontwikkelkader logiesaccommodaties Beleidsregels logiesaccommodaties 2024 Gebiedsagenda de wind in de zeilen 2019 Havenbeleid 2024 Masterplan Opvaarten Visie toerisme en recreatie 2020 Visie waterrecreatie 2013
Bestudeerde literatuur Becker, B. & Boogers, M. (2006). Bestuursakkoorden vergeleken: Inhoudsanalyse van 150 lokale bestuursakkoorden. Tilburgse School voor Politiek en Bestuur: Universiteit van Tilburg. Kalken, L. van, Boogaard, G., Steen, M. van der & Scherpenisse, W. (2021). Een routekaart voor raadsakkoorden: Varianten, ervaringen en lessen. Raad voor het Openbaar Bestuur/ROB (2018). Nieuwe politiek, nieuwe akkoorden. Rekenkamer Tilburg, Sturen op een akkoord, januari 2022 (rekenkamerrapport) Voermans, W.J.M., Boogaard, G., Uzman, J., Samen Leiden geëvalueerd, 2015, rekenkamerrapport. VNG Handreiking Raad aan zet: het formatieproces, Den Haag, 2025.
41