CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - VAOP Dokkum Wonen en werken Betterwird

It Petear 28 mei 2026, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presentatie - Wijziging omgevingsplan Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird41.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Toetsing en conclusie De ontwikkeling vindt plaats in het geluidaandachtsgebied voor wegverkeerslawaai, vanwege de provinciale weg N356 (Holwerderweg). Ook ligt het plangebied in de nieuwe situatie binnen de geluidszone industrielawaai, vanwege het (resterende) gezoneerde industrieterrein Betterwird. In dit kader zijn akoestische onderzoeken uitgevoerd. De rapportages zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Industrielawaai Op basis van het advies van de FUMO (bijlage 1) wordt geconcludeerd dat voor de bedrijfswoningen in het plangebied hogere waarden verleend moeten worden. Voor het gebied aan de Oude Paesens is dit 52 dB(A) en voor de bedrijfswoningen aan de Dokkumer Ee is dit 55 dB(A). Het onderzoek van DGMR (bijlage 2) toont aan dat dit aanvaardbaar is. De bedrijven op het gezoneerd industrieterrein wordt hiermee niet in de geluidruimte beperkt. Wegverkeerslawaai In de omgeving zijn diverse relevante wegen aanwezig, met name de Holwerderweg, RondwegNoord en Rondweg-West en de Altenastreek. Binnen het plangebied is de Uithof relevant. Geconcludeerd wordt dat voor alle wegen, met uitzondering van de nieuwe weg in het plangebied, wordt voldaan aan de standaardwaarde. Voor de nieuwe weg (Uithof) is de geluidbelasting ten hoogste 26 dB(A).Gevelmaatregelen kunnen worden toegepast om te voldoen aan de standaardwaarden voor binnenniveaus.

De uiteindelijke benodigde gevelwering moet worden bepaald op basis van het gecumuleerde geluid van wegverkeer en overige relevante geluidbronnen. Cumulatie geluidbronnen Als een geluidgevoelig gebouw binnen meerdere aandachtsgebieden ligt (weg, spoorweg, industrieterrein), wordt het geluid door alle geluidbronnen tezamen opgeteld. Op basis daarvan kan een conclusie worden getrokken over het woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt de geluidbelasting in de nieuwe situatie in totaal 58 tot 59 dB(A) bedraagt. De kavels wordt hiermee getypeerd met een geluidklasse ‘matig’. Door rekening te houden met het gezamenlijk geluid voldoet het binnenniveau aan de normen en aangezien het industrielawaai eenzijdig is, zal er sprake zijn van een geluidluwe gevel. Met de bovenstaande conclusies is er sprake van een evenredige toedeling van functies aan locaties.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

25

4.6

Water

4.6.1

Wettelijk kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een plan wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan worden de wateraspecten niet alleen beschreven, maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het plan getroffen moeten worden. Hierbij vindt een toets plaats aan de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn water. De beschrijving van wateraspecten kan onderverdeeld worden in verschillende subparagrafen. In deze paragrafen wordt achtereenvolgens een beschrijving gegeven van de relevante wetgeving en beleid, het opgestelde plan voor de waterhuishouding en volgens dat plan te treffen maatregelen. Hierbij worden de resultaten voorkomend uit het wateradvies betrokken. In dit kader wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Indien het advies niet wordt opgevolgd, dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden.

4.6.2

Weging van het waterbelang Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de normale procedure voor het wateradvies doorlopen. De uitgangspuntennotitie voor het wateradvies is opgenomen in bijlage 6. Het Wetterskip heeft op 19 november 2025 een aanvullend wateradvies gestuurd, dat is opgenomen bij andere adviezen van de ketenpartners, in bijlage 10. Dit is meegenomen in deze paragraaf. Waterafvoer/berging De watergangen in en rondom het plangebied hebben een belangrijke functie voor de afwatering. De Oude Paesens is een hoofdwatergang, met daarnaast een schouwpad van 5 meter breed. Om het onderhoud van deze en de andere watergangen in het plan waarborgen, moeten deze bereikbar blijven. In overleg met het Wetterskip is het plan daarop afgestemd. Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Het te ontwikkeling deel van het bedrijventerrein en het te dempen water is weergegeven in figuur 4.1.

26

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

Figuur 4.1

Globale ingrepen in de waterhuishouding (rood is dempen, blauw is graven)

De te ontwikkelen woon-werklocatie heeft een oppervlakte van ongeveer 2 hectare. Dit zal in de praktijk voor ongeveer 75% worden verhard. Dat leidt tot maximaal 15.000 m 2 aan extra verharding, waarvoor een compensatieopgave van 1.500 m2 geldt. Rondom het plangebied ligt ongeveer 750 meter aan waterlopen. Door deze watergangen te verbreden en op te waarderen kan worden voorzien in de watercompensatie. Hierover vindt, in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning wateractiviteiten, nader overleg plaats met Wetterskip Fryslân. Dit TAM-omgevingsplan biedt voldoende mogelijkheden voor de uitwerking hiervan. Voor het plandeel langs de Dokkumer Ee geldt dat dit in een andere peilgebied plaatsvindt, namelijk langs de Friese Boezem. Hier is geen sprake van een relevante verhardingstoename. Deze terreinen zijn al grotendeels verhard. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.

Bij de inrichting van het plangebied wordt hierop geanticipeerd door het percentage verhard oppervlak laag te houden (circa 50%) ten opzichte van de in het huidige omgevingsplan opgenomen inrichting, waarbij is uitgegaan van een meer intensief industrieterrein.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

27

Wat betreft de aanleghoogte geldt dat de woon-werklocatie wordt gerealiseerd in een peilgebied met een maatgevend peil op -0,80 m +NAP. Uitgaande van een maatgevend boezempeil, wordt uitgegaan van een minimale aanleghoogte van 0,20 m +NAP. Het bestaande maaiveld varieert tussen 0 en 0,40 m +NAP. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met voldoende drooglegging. De bouwlocaties aan de Dokkumer Ee liggen op ongeveer 1 m +NAP, waarmee ook hier wordt voldaan aan de droogleggingsnorm. Hiermee is sprake van een waterrobuust plan. Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Dit wordt bij de kaveluitgifte meegegeven, maar valt buiten de reikwijdte van dit plan. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater volledig gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld en zoveel mogelijk rechtstreeks afgevoerd op het oppervlaktewater, waar nodig via een hemelwaterriool. Dit wordt in overleg met het waterschap vormgegeven.

4.7

Luchtkwaliteit

4.7.1

Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.

4.7.2

Toetsing en conclusie In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Dokkum en omgeving sprake is van een goede luchtkwaliteit. De verkeersgeneratie uit het plan is de belangrijkste bron van emissies die in deze fase van de planvorming te voorspellen zijn. Op basis van de in paragraaf 4.12 bepaalde verkeersgeneratie is de NIBM-tool ingevuld. Deze is weergegeven in de tabel hiernaast. Op basis hiervan is bepaald dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

28

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

4.8

Archeologie

4.8.1

Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

4.8.2

Toetsing en conclusie In de wet zijn archeologische resten beschermd. Het basisbeginsel van de archeologie is sinds 2007; behoud ‘in situ’ ofwel in de bodem op de plek zelf. Slechts bij hoge uitzondering worden nog archeologische opgravingen uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische in bepaalde gebieden zijn op basis van landschappelijk, historisch en archeologisch onderzoek archeologische gemeentelijke verwachtingskaarten opgesteld. Om de archeologische waarden voor het plangebied vast te stellen is de FAMKE geraadpleegd. Een fragment van deze kaarten is weergegeven in figuur 4.2.

Figuur 4.2

Fragment FAMKE

Voor de periode ijzertijd - middeleeuwen valt het plangebied in een gebied waar bij ingrepen van 2.500 m2 een verkennend onderzoek wordt aanbevolen (geel). Voor de periode steentijd – bronstijd geldt dat het plangebied een lage verwachtingswaarde heeft (groen), waar geen onderzoek nodig is. Gelet op de omvang van de beoogde woon-werklocatie is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 7. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de archeologisch relevante lagen vrij diep liggen en dat er in de top van het dekzand geen archeologisch indicatoren zijn aangetroffen. Deze resultaten geven geen aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. De locatie kan vrijgegeven worden voor de voorgenomen ingrepen. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding moet worden gedaan.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

29

4.9

Cultuurhistorie

4.9.1

Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

4.9.2

Toetsing en conclusie Om na te gaan of sprake is van cultuurhistorische waarden in de omgeving, is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Een fragment van deze kaart is weergeven in figuur 4.3. Zoals aangehaald in hoofdstuk 2 ligt het plangebied aan enkele cultuurhistorisch waardevolle structuren, concreet de Dokkumer Ee en de Oude Paesens. Hierlangs liggen ook enkele terreinen van historische betekenis, waaronder een boerderijplaats in het zuidelijk deel langs de Ee.

Figuur 4.3

Fragment CHK Fryslân

Langs de Oude Paesens ligt een historisch pad dat een cultuurhistorische betekenis heeft. Dit plan zet in op een functionele toevoeging van woningen in dit gebied en een meer hoogwaardige invulling langs Oude Paesens. Hiervan is geoordeeld dat deze ontwikkeling bijdraagt aan de belevingswaarde en kwaliteit van de Dokkumer Ee en de Oude Paesens. Het pad wordt hierin behouden en wordt opgesteld voor publiek, hetgeen de belevingswaarde versterkt. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van de omgeving.

30

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

Archeologie boerderijplaatsen De aanwijzing van de locatie als historische boerderijplaats komt niet terug in de FAMKE. De structuurvisie Grutsk op ‘e Romte kent hieraan wel een verwachtingswaarde toe, met het advies om bij ingrepen groter dan 100 m2 een archeologisch onderzoek uit te voeren. In dit geval is gekozen hieraan geen gevolg te geven, omdat dit TAM-omgevingsplan slechts functionele veranderingen mogelijk maakt en er al ruime bouwmogelijkheden zonder archeologische beperkingen zijn. De provincie heeft in dit kader wel laten weten dat de FAMKE op dit punt wordt aangevuld. Indien de boerderijplaats hierop wordt opgenomen, zal overeenkomstig een beschermende regeling worden opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân. Overigens wordt de kans op het aantreffen van intacte sporen van een boerderijplaats beperkt geacht, gelet op de ontwikkeling van het industrieterrein op deze plek. Het is daarom nu niet doelmatig om een waarderend onderzoek uit te voeren. Wanneer bij bodemingrepen toch archeologische vondsten worden gedaan, geldt een meldingsplicht.

4.10

Externe veiligheid

4.10.1

Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar via de Atlas Leefomgeving.

4.10.2

Toetsing en conclusie Uit de kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn. Het plangebied ligt buiten het invloedgebied van deze risicobronnen. Een fragment van de kaart is weergegeven in figuur 4.4. Vanuit dit aspect bestaan dan ook geen belemmeringen voor dit plan.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

31

Figuur 4.4

Fragment Atlas Leefomgeving, onderdeel omgevingsveiligheid

4.11

Kabels en leidingen

4.11.1

Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.

4.11.2

Toetsing In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels of leidingen. Ook gelden er geen specifieke beperkingsgebieden in relatie tot de beoogde ontwikkelingen.

4.12

Verkeer en parkeren

4.12.1

Wettelijk kader De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.

32

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

4.12.2

Verkeersafwikkeling De verkeersafwikkeling is voor dit plan goed geregeld. De woonwerklocatie krijgt een dubbele aansluiting op de Holwerderweg, die onderdeel is van de hoofdinfrastructuur. Het bedrijventerrein is aan te merken als een gemengd werkmilieu, een terrein met een hindercategorie 1,2,3 of 4 bestemd voor reguliere bedrijvigheid en niet behorend tot 'hoogwaardig bedrijvenpark' of 'distributiepark'. Voor een dergelijk werkmilieu wordt op basis van de CROW kentallen uitgegaan van 128 personenauto's en 30 vrachtwagens met weekdagetmaal per hectare. Dit betekent voor het plan, met 2 hectare nieuw bedrijventerrein, een verkeersgeneratie van dagelijks 256 motorvoertuigen (mvt) aan licht verkeer en 60 aan zwaar verkeer. De ontsluitende wegen hebben voldoende capaciteit voor de afwikkeling van dit verkeer.

4.12.3

Parkeren Het uitgangspunt voor parkeren is het voorkomen van een onevenredige parkeerdruk in de omgeving. Voor het gehele plangebied geldt als uitgangspunt dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Dit kan worden beoordeeld bij een concrete invulling. Voor het nog in te vullen gebied geldt dat de parkeerbepaling regelt dat een bouwplan voor een bepaalde functie slechts kan worden gerealiseerd wanneer er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij geldt als uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Daarmee is ook voor de toekomst een adequaat parkeeraanbod gewaarborgd en leidt dit plan niet tot een ongewenste parkeersituatie.

4.13

Duurzaamheid

4.13.1

Wettelijk kader Het onderwerp duurzaamheid is een belangrijk begrip bij de ontwikkeling van de leefomgeving. Dit kan breed worden uitgelegd, van energieprestaties tot circulair bouwen en van zorgvuldig ruimtegebruik tot water en bodem sturend. Hiervoor zijn geen algemene wettelijke kaders vastgelegd, maar kan wel via beleid worden gestuurd. Voor dit plan, zijnde een functiewijziging van een bestaand bouwperceel, is alleen het onderwerp duurzaam ruimtegebruik relevant.

4.13.2

Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand De Ladder duurzame verstedelijking kan hier onderdeel van zijn (schaarse ruimte, zie ook Bkl: is onderdeel van de paragraaf over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (§ 5.1.5 van het Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en 2. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

33

Dit plan stelt voornamelijk een gewijzigde invulling van een al mogelijk bedrijventerrein voor. Er worden geen nieuwe bouwmogelijkheden gebonden en functioneel gaat het om de toevoeging van 15 bedrijfswoningen. Wel leidt het plan tot de invulling van een programma van 2 hectare bedrijventerrein en voorziet daarmee in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan de voorgestelde invulling komt voort uit een concrete vraag. De behoefte aan woningen is beschreven in paragraaf 3.3.2. Het plan voorzien in een ontwikkeling binnen het stedelijk gebied. Er wordt hiermee voldaan aan het principe van duurzame verstedelijking.

4.14

Beschermen van gezondheid

4.14.1

Wettelijk kader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de planwijziging leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.

4.14.2

Toetsing en conclusie Met dit plan worden wordt een combinatie van wonen en werken voorgesteld. Een dergelijke combinatie kan in voorkomende gevallen leiden tot een risico voor de gezondheid van de bewoners. In de huidige situatie zijn er op het industrieterrein geen industriële activiteiten aanwezig die een ernstig risico vormen, maar deze zouden zich in de toekomst wel kunnen vestigen. De ambitieniveaus ten aanzien van o.a. gezondheid en milieu zoals beschreven in paragraaf 7.3.3 (deelgebied Dokkum en dan Bedrijventerreinen en Gemengd gebied) van de Omgevingsvisie. In dit geval kiest de gemeente bewust voor het nastreven van een basisbeschermingsniveau en voor enkele aspecten, zoals geluid en trillingen, juist meer ruimte. Daarbij geldt als overweging dat het ook een keuze is om juist in dit soort gebieden te willen wonen. Paragraaf 2.3 gaat in op het woon- en leefklimaat van woningen nabij bedrijven. Ook daarbij is geconstateerd dat er wordt voldaan aan de geldende normen. Met de dezonering) juist in het toekennen van dit basisbeschermingsniveau en is in de regels van dit TAM-omgevingsplan een geluidbelasting op woningen van 50 dB(A) (etmaalwaarde, 40 dB(A) in de nacht) als omgevingswaarde opgenomen, waarmee, waarmee wel wordt ingezet op extra bescherming in dit gebied.

Tenslotte geldt dat de bedrijfswoningen zijn gericht op een stevige groenstructuur en/of op het water, waarachter juist (toekomstige) woongebieden zijn gelegen. Dit draagt in positieve zin bij aan een gezond woonklimaat.

34

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

4.15

M.e.r.-beoordeling

4.15.1

Wettelijk kader Een onderdeel van de beoordeling van een wijzigingsbesluit, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is wordt afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. De lijst bestaat uit vier kolommen, waarbij in kolom 1 de betreffende projecten zijn benoemd, in kolom 2 de mer-plichtige activiteiten zijn opgenomen in kolom 3 de mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Kolom 4 geeft aan bij welke besluiten de project-mer-(beoordelings)plicht geldt. Waar een omgevingsplan wordt genoemd, geldt dat ook een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt bedoeld.

4.15.2

Toetsing en conclusie De activiteit die dit omgevingsplan mogelijk maakt wordt gezien als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Omgevingsbesluit. In dit kader is een m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 8. Hieruit blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, geen aanzienlijke milieueffecten zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

35

5

Juridische vormgeving

5.1

Inleiding

5.1.1

Juridisch kader In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Met het TAM-IMRO omgevingsplan wordt een wijzigingsbesluit mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten.

Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.

5.1.2

Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAMIMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO.

36

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

5.1.3

Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op het plangebied zoals weergegeven op de verbeelding, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.

5.2

Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • artikel 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. • artikel 2 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. • artikel 3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. • Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan. • Algemeen gebruiksverbod: Dit artikel geeft aan dat gebruik zoals niet omschreven in de regels van dit hoofdstuk, als strijdig wordt aangemerkt.

5.3

Functies en activiteiten In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. Binnen het plangebied komen de volgende te onderscheiden functies voor: Bedrijventerrein De functie ‘Bedrijventerrein’ is toegedeeld aan het te handhaven deel van het traditionele bedrijventerrein. De inhoudelijke regeling is eerbiedig aan de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan Dokkum Regiostad. Dat geldt ook voor de werkingsgebieden voor specifieke bedrijven, milieucategorieën en (bedrijfs)woningen en afwijkende functies. Wel komt de mogelijkheid voor bedrijven uit categorie 4.1 langs de noordelijke rand te vervallen met het oog op de naastgelegen woon-werklocatie. Inhoudelijk is hier gewijzigd: Vervallen aanduiding ‘overige zone – gezoneerd terrein’; Toevoeging aanduiding ‘geluidzone – industrie’; Wijziging bedrijven tot en met categorie 4.1 naar categorie 3.2; Toevoeging drie aanduidingsvlakken ‘bedrijfswoning’, met een aanduiding gevellijn om de voorzijde (gericht op de Ee) aan te duiden; Toevoeging aanduiding ‘sport’ aan het perceel met de reeds vergunde padelhal; Toevoeging aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – voorgevel’ op de, op de Dokkumer Ee georiënteerde bedrijfswoningen, om te voorkomen dat een achtererfgebied langs de Ee ontstaat.

Ter verduidelijking van de regels wordt benoemd dat bij het bepalen van de afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen, ook de achterste perceelsgrenzen worden bedoeld.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

37

Bedrijventerrein – Woon-/werklocatie De functie ‘Bedrijventerrein – Woon-/werklocatie is toegedeeld aan het nieuwe woon-werkgebied langs de Oude Paesens. Hier wordt voorzien in een combinatie van bedrijven tot milieucategorie 2 met bedrijfswoningen. De hier geboden mogelijkheden zijn afgestemd op de uitgangspunten zoals beschreven in paragaaf 2.2, waarbij wordt ingezet op maximaal 12 woon-werkkavels met daarop één gebouw of een samengesteld gebouw (met daarbij een eventuele overkapping geïntegreerd in het ontwerp), dat als hoofdgebouw kan worden aangemerkt. Hierin geldt voor het gebouwd oppervlak een verhouding van bedrijfsruimte-bedrijfswoning van minimaal 100% geldt. De kavels mogen voor maximaal 50% worden bebouwd en de goot- en bouwhoogte wordt maximaal 4 en 10 meter. Groen De functie ‘Groen’ is toegedeeld aan de openbare ruimte die in hoofdzaak een groene inrichting krijgt en aan structuurbepalende groenelementen in de wijk. Verkeer De functie ‘Verkeer’ is toegedeeld aan de openbare ruimte die in hoofdzaak een verkeersfunctie heeft. Water De functie ‘Water’ is toegedeeld aan de gronden die een belangrijke functie voor de waterberging hebben. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Algemene gebruiksbepalingen: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven.

Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming met de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies • Algemene beoordelingsregels afwijken: Dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van beperkte afwijkingen ten opzichte van de in hoofdstuk 2 toegestane functies en bouwmogelijkheden. Voor deze afwijkingen geldt een omgevingsvergunningplicht. • In de overige regels is een regeling opgenomen ten aanzien van voldoende parkeergelegenheid en over het uiterlijk van bouwwerken. Dit betreft een zogenoemde open norm, waarbij een koppeling is gelegd met het beeldkwaliteitsplan.

5.4

Overgangsregels In hoofdstuk 4 staan de overgangsbepalingen. In het laatste artikel is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het omgevingsplan.

38

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Participatie In artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit is bepaald dat in een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan is beschreven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. En ook wat de gemeenten met de resultaten heeft gedaan. Wie bij de vroegtijdige participatie wordt betrokken, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor belanghebbenden. Voor dit project is een participatieproces opgestart. Dit TAM-omgevingsplan leidt ten opzichte van de huidige regeling in het omgevingsplan niet tot maatschappelijke effecten buiten het bedrijventerrein. Daarom wordt het participatie vooral gericht op de effecten op het ondernemersklimaat. Er is een dubbel participatie traject inmiddels opgestart. Bij de diverse bedrijven die in de directe nabijheid liggen zijn inmiddels bezoeken geweest en/of ingepland. Vooralsnog zijn de reacties hierop positief. Voor de woningen is een brief verstuurd waarin is omschreven wat de initiatieven zijn. Een verslag van het participatieproces is opgenomen in bijlage 9. Hieruit blijkt voldoende draagvlak voor de ontwikkelingen in het plangebied.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Algemeen De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb.

6.2.2

Advisering ketenpartners Het conceptontwerp TAM-omgevingsplan is op 3 november 2025 ter advisering voorgelegd aan de betrokken ketenpartners. Van Provinsje Fryslân, Wetterskip Fryslân, Brandweer Fryslân en GGD Fryslân zijn schriftelijke reacties ontvangen. Tennet heeft aangegeven geen objecten in beheer te hebben in het plangebied en derhalve geen aanleiding te zien voor een inhoudelijke reactie. De ingekomen reacties zijn opgenomen in bijlage 10. Provincie Fryslân De provincie kan instemmen met de ontwikkeling. Het plan geeft de provincie aanleiding om de volgende opmerkingen te maken: Wonen: De provincie merkt op dat in de planlijsten die bij de provincie bekend zijn in totaal 11 woningen voor Betterwird zijn opgenomen. De provincie kan instemmen met de stijging van 11 naar 15 woningen, maar vraagt dit op te nemen in de planmonitor. Bovendien komt de verbeelding niet overeen met de motivering. De provincie vraagt dit in overeenstemming te brengen. Tot slot wordt geadviseerd om de herijking van de Woondeal nog te benoemen.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

39

Reactie gemeente: De adviezen van de provincie zijn opgevolgd. De planmonitor wordt aangepast. In paragraaf 3.3.2 wordt nog specifiek aandacht besteed hieraan en aan de herijking van de Woondeal. Ook de verbeelding is naar aanleiding van de opmerkingen van de provincie aangepast. Cultuurhistorie: De provincie haalt aan dat de visie Grutsk op ‘e Romte aangeeft dat de historische boerderijplaatsen, die op de Cultuurhistorische Kaart zijn aangeduid, archeologisch waardevol zijn. Deze zijn nog globaal ingetekend en moeten nog in de juiste omvang opgenomen worden op de FAMKE. Voorlopig vraagt de provincie om deze met een aanduiding op de verbeelding op te nemen en in de regels te bepalen dat in overleg met de provincie bekeken moet worden of archeologisch onderzoek nodig is. In principe gaat de provincie uit van het uitvoeren van onderzoek bij ingrepen vanaf 100 m2 en een diepte van 30 cm onder maaiveld. Verder vraagt de provincie om aandacht te besteden aan een pad in de groenstrook aan de noordzijde van de woon-werklocatie, dat is aangegeven op de kaartlaag Oude Paden Nieuwe Wegen van de Cultuurhistorische Kaart. Reactie gemeente: De aanwijzing als boerderijplaats heeft betrekking op een groot deel van de bedrijfskavels in het zuidelijk deel.

Het gaat hier om kavels die op basis van het omgevingsplan van de gemeente ruime bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden kennen, zonder onderzoeksverplichting. De nu voorliggende omgevingsplanwijziging stelt op deze kavels geen wezenlijke extra bouwmogelijkheden voor. Het gaat hier vooral om functionele aanpassingen (dezonering, mogelijkheden bedrijfswoning). Het plan leidt zodoende niet tot een extra bedreiging van archeologische waarden. Het is daarom niet gewenst om op basis vooruitlopend op een eventuele toekomstige bescherming hier zodanige beperkingen op te leggen. Voorgesteld wordt om met de provincie in overleg te treden over een passende implementatie van eventuele wijzigingen van de FAMKE in het gemeentelijk omgevingsplan. Dit advies wordt vooralsnog niet overgenomen. Paragraaf 4.9 is op dit punt en naar aanleiding van de opmerkingen over het pad, aangevuld. Ontgrondingen: De provincie vraagt om voor ontgrondingen rechtstreeks contact te leggen met de FUMO. Uit de situatietekening is nog niet duidelijk hoe de watercompensatie er precies uitziet en hoeveel kubieke meters worden afgegraven. Reactie gemeente: De exacte inrichting van het watersysteem wordt in overleg met Wetterskip Fryslân nog uitgewerkt.

De aanvrager is op de hoogte dat wanneer dit nog niet voldoende concreet is opgenomen in de motivering, hiervoor een ontgrondingsvergunning moet worden aangevraagd bij de FUMO. Wetterskip Fryslân Wetterskip Frylân heeft een aanvullend wateradvies gestuurd. Met name wordt aandacht gevraagd voor het behoud van het schouwpad langs de Oude Paesens en het onderhoud van andere watergangen. Reactie gemeente: De opmerkingen van het Wetterskip worden als uitgangspunt gehanteerd bij de verdere uitwerking van het plan. Het inrichtingsplan voor de locatie aan de Oude Paesens is naar aanleiding van het advies en naar overleg met Wetterskip Fryslân iets aangepast, zodat er meer ruimte is voor de groenstrook aan de noordoostzijde en daarmee voor de schouwpaden hier. In de waterparagraaf is aangegeven hoe met de adviezen van het Wetterskip Fryslân wordt omgegaan. Het Wetterskip wordt in het kader van de noodzakelijke omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten betrokken bij de verdere uitwerking.

40

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân geeft aan geen bezwaar te hebben tegen het plan. Wel voorzien zij in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot externe veiligheid, bereikbaarheid en bluswater. Reactie gemeente: De adviezen van Brandweer Fryslân zijn gedeeld met de ontwikkelaar en worden gehanteerd bij de uitwerking van het inrichtingsplan voor de locatie Oude Paesens. Ten aanzien van externe veiligheid wordt opgemerkt dat het plangebied buiten de aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheid, zoals opgenomen op de Atlas Leefomgeving, ligt. Echter kan op de transportroute gevaarlijke stoffen (Holwerderweg) een scenario optreden waarbij de brandweer niet repressief kan optreden, vanwege een te hoge hittestraling (deelgebied Oude Paesens). Het plan maakt geen functies voor verminderd zelfredzame personen mogelijk. Het realiseren van extra ontsluitingswegen in het deelgebied Dokkumer Ee wordt daarmee niet noodzakelijk geacht. De andere punten zijn en worden verder uitgewerkt in het inrichtingsplan. De overname van het openbaar gebied, waaronder ook de bestaande brandkraan, door de gemeente, wordt geregeld in het kader van de kostenverhaalsovereenkomst, die voorafgaand aan de vaststelling van het plan gesloten moet zijn. Er kan worden voldaan aan de genoemde punten. Bij de technische uitwerking wordt verder afgestemd met de brandweer.

GGD Fryslân De GGD is vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) een wettelijk adviseur voor bevoegd gezag met het doel de gezondheid van inwoners van de gemeente te beschermen en te bevorderen. Daarnaast is een gezonde fysieke leefomgeving een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet die in 2024 is ingegaan. In dit kader heeft GGD Fryslân over het plan geadviseerd. Combinatie Wonen en Industrie: De GGD wijst op de mogelijke gezondheidsrisico’s die gepaard gaan met het wonen in de buurt van industrie. Het gaat dan met name om geluidhinder, geurhinder en luchtkwaliteit. GGD vraagt mogelijke gezondheidseffecten vollediger te onderzoeken en daarbij gezondheidswaarden en -normen toe te passen. Reactie gemeente: De ambitieniveaus ten aanzien van o.a. gezondheid en milieu zoals beschreven in paragraaf 7.3.3 (deelgebied Dokkum en dan Bedrijventerreinen en Gemengd gebied) van de Omgevingsvisie. In dit geval kiest de gemeente bewust voor het nastreven van een basisbeschermingsniveau en voor enkele aspecten, zoals geluid en trillingen, juist meer ruimte. Daarbij geldt als overweging dat het ook een keuze is om juist in dit soort gebieden te willen wonen.

Met de dezonering) juist in het toekennen van dit basisbeschermingsniveau en is in de regels van dit TAM-omgevingsplan een geluidbelasting op woningen van 50 dB(A) (etmaalwaarde, 40 dB(A) in de nacht) als omgevingswaarde opgenomen, waarmee, waarmee wel wordt ingezet op extra bescherming in dit gebied. Tenslotte geldt dat de bedrijfswoningen zijn gericht op een stevige groenstructuur en/of op het water, waarachter juist (toekomstige) woongebieden zijn gelegen. Dit draagt in positieve zin bij aan een gezond woonklimaat. Reactie gemeente: De gemeentelijke ambitieniveaus ten aanzien van o.a. gezondheid en milieu zijn beschreven in paragraaf 7.3.3 (deelgebied Dokkum en dan Bedrijventerreinen en Gemengd gebied) van de Omgevingsvisie, die op 11 juli 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld. In die gebiedstypes kiest de gemeente bewust voor het nastreven van een basisbeschermingsniveau en voor enkele aspecten, zoals geluid en trillingen, juist voor meer ruimte. Daarbij geldt als overweging dat een zeker reuring inherent is aan een woon-/werkomgeving. Met de dezonering geeft de gemeente juist

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

41

invulling aan dit basisbeschermingsniveau en is in de regels van dit TAM-omgevingsplan een geluidbelasting op woningen van 50 dB(A) (etmaalwaarde, 40 dB(A) in de nacht) als omgevingswaarde opgenomen, , waarmee wel wordt ingezet op extra bescherming in dit gebied. Tenslotte geldt dat de bedrijfswoningen zijn gericht op een stevige groenstructuur en/of op het water, waarachter juist (toekomstige) woongebieden zijn gelegen. Dit draagt in positieve zin bij aan een gezond woonklimaat. Gezondheidsbevordering, participatie en gemeentelijk beleid: Hoewel in het plan enige aandacht is voor het bevorderen van actief vervoer (lopen of fietsen) door de kortste route richting de stad alleen toegankelijk te maken voor wandelaars en fietsers, is het verdere plan juist erg gericht op autogebruik en weinig gericht op ontmoeten en sociale cohesie. Ook wordt in beperkte mate ingegaan op het betrekken van toekomstige bewoners bij de verdere uitwerking en op het gemeentelijk gezondheids- en klimaatbeleid. Reactie gemeente: De gemeente ziet een bedrijventerrein niet als een omgeving om wandelend en fietsend publiek naartoe te trekken. Desondanks biedt het plan juist fraaie kansen om het gebied een impuls op dit vlak te geven, door waterverbindingen beleefbaar te maken en ommetjes door de groenstrook open te stellen.

Ten aanzien van klimaat- en gezondheidsbeleid wordt opgemerkt dat de locaties nu ingevuld kunnen worden voor zware industrie en grote oppervlakken verharding en bebouwing. De gemeente ondersteunt de nu voorgestelde, meer extensieve invulling en stelt dat hiermee – naar de mogelijkheden die de gemeente hierin heeft – een verbetering van het gezondheidsniveau en de klimaatadaptieve inrichting wordt bereikt. De omgeving is op een passende wijze betrokken bij de planvorming. Toekomstige bewoners zijn er nog niet. Tot slot wordt opgemerkt dat de gemeente achter dit plan staat, juist gelet op de potentiële verbetering van de omgevingskwaliteit. Dat neemt niet weg dat het advies van GGD Fryslân aanleiding geeft voor het heroverwegen van de aanpak van het aspect gezondheid in de ruimtelijke planvorming, waarbij een meer vroegtijdige betrekking van GGD meerwaarde kan bieden. Naar aanleiding hiervan is paragraaf 4.14 op enkele punten aangevuld. Daarbij staan de gezondheidswaarden en normen zoals bepaald in de gemeentelijke Omgevingsvisie centraal. 6.2.3

Procedure Het ontwerp van dit wijzigingsbesluit is op grond van artikel 3:11 van Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen en tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de landelijke website (LVBB). Voorafgaand hieraan wordt mededeling gedaan in het Gemeenteblad. Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijze over het ontwerpbesluit bij de gemeenteraad naar voren brengen. Van 18 december tot en met 28 januari 2025 heeft het plan, met een ontwerp-besluit voor hogere waarden Wet geluidhinder, ter inzage gelegen. Alleen de provincie heeft een zienswijze ingediend. De provincie wijst op de afspraak in het Convenant Bedrijventerreinen dat de gemeente in Dokkum maximaal 2 ha bedrijventerrein ontwikkelt voor wonen-werken. Met de ontwikkeling van 0,8 ha bedrijventerrein op Zuiderschans en 2 ha op Betterwird overschrijdt de gemeente dat maximum. Ambtelijk overleg tussen gemeente en provincie heeft opgeleverd dat de provincie met die overschrijding akkoord kan gaan indien de ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit/uitstraling van de betreffende terreinen ten goede komt. De overschrijding is des te acceptabeler omdat de totale oppervlakte niet ver over de 2 ha gaat. Bovendien vindt de ontwikkeling op Betterwird plaats op gronden die al als zodanig bestemd zijn.

Het betreffende deel van het bestaande krijgt daarvoor een lagere categorie toebedeeld. De provincie ziet ook daarin een geldige overweging om met de

42

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

ontwikkeling in te stemmen. De beantwoording van de zienswijze maakt deel uit van het besluit tot vaststelling van dit wijzigingsbesluit. Ambtelijke toetsing van het ontwerp-plan heeft geleid tot enkele wijzigingen van de planregels en van het bij de planwijziging behorende beeldkwaliteitsplan. Deze hebben geen ingrijpende gevolgen voor het plan. Het BKP is aangevuld met twee paragrafen specifiek voor het zuidelijke plandeel, in het BKP Noordelijke Ee-oever genoemd. Dat deel was aanvankelijk onderbelicht. De planregels zijn als volgt gewijzigd: • •

• •

•

•

Artikel 2 wordt aangevuld met een definitie van ‘uitpandig’ om toepassing van de bouwregels binnen het zuidelijke plandeel eenduidiger te maken; Artikel 2 wordt aangevuld met een definitie van ‘Hoofdgebouw wonen/werken’ om duidelijk te maken dat binnen het noordelijk plandeel de al dan niet uit meerdere volumes samengestelde combinatie van woon- en bedrijfsgedeelte gezien wordt als hoofdgebouw; In artikel 5 en 6 gaat de maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken naar 3,30 meter in plaats van 3 meter, in verband met bouwtechnische eisen; Artikel 5.3.1 (de bestemming Bedrijventerrein voor het zuidelijke plandeel) wordt in samenhang met de verbeelding aangevuld met een voorgevellijn om te bewerkstelligen dat de toe te voegen bedrijfswoningen op de Ee georiënteerd zijn en er daarmee geen bijgebouwen in de voortuin komen; In artikel 5.4.1/5.4.2, 5.6.1/5.6.2, 6.6.1/6.6.2 en 14 komen aanvullende beoordelingsregels die afwijken van de regels mogelijk maken conform het systeem van de Omgevingswet. De systematiek van de in de ontwerp-planwijziging opgenomen afwijkingsregels, overgenomen uit een ander bestemmingsplan, is niet meer actueel; Het BKP wordt een bijlage bij de regels in plaats van bij de toelichting, zodat de juridische status sterker wordt.

6.3

Economische uitvoerbaarheid

6.3.1

Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende nadeelcompensatie besproken

6.3.2

Economische uitvoerbaarheid In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.

6.3.3

Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (hierna: ‘een aangewezen bouwactiviteit’). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een kostenverhaalsovereenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd. De gemeente sluit in dit kader een kostenverhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer(s).

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

43

Bijlage 1

ADVIES Van Aan

Datum Betreft Kenmerk

: Sandra van der Zwaag : Hindry Schoonhoven Petra van der Veen Ealse Venema : 28 november 2025 : Strook langs Ee en Oude Paesens variant 1.1, versie 2 : SZ/2025-FUMO-0108324/0043

Aanleiding Er is een initiatief om woningbouw (wonen en werken) langs de Dokkumer Ee en aan de Oude Paesens mogelijk te maken. Daarvoor is het nodig om een gedeelte van industrieterrein Betterwird te dezoneren. De gemeente heeft aan de FUMO gevraagd om een berekening van de geluidsbelasting op bestaande woningen die door de dezonering buiten het gezoneerde industrieterrein komen te liggen en op de bouwvlakken van de nieuwe woningen. Advies 1. Voor de nieuwe woningen in het noordelijke plandeel een hogere grenswaarde van 52 dB(A) vanwege het industrieterrein Betterwird vaststellen; 2. Voor de bestaande en voor de nieuwe woningen in de strook langs de Ee een hogere grenswaarde van 55 dB(A) vanwege het industrieterrein Betterwird vaststellen; Situatie In onderstaande figuur is het plangebied weergegeven. Deze delen van het gezoneerde industrieterrein worden gedezoneerd en omgezet naar een regulier bedrijventerrein, waar op een aantal plekken woon-werk locaties zijn aangewezen.

Figuur 1 uitsnede verbeelding plangebied

Industrielawaai Omdat er ten behoeve van het plan een gedeelte van het gezoneerde industrieterrein wordt gedezoneerd en er woningen binnen de geluidszone komen te liggen (bestaande woningen en nieuwe woningen), moet er bepaald worden wat het geluid vanwege het resterende gezoneerde industrieterrein op deze woningen is. Daarvoor is gebruik gemaakt van een rekenmodel in Geomilieu 2025.2, met rekenmethode HMRI. Daarin is het gezoneerde industrieterrein gemodelleerd op een manier waarbij het industrieterrein akoestisch gezien is opgevuld (maximale planologische geluidsruimte). Vervolgens is de grens van het industrieterrein aangepast naar de toekomstige situatie. De beoordelingspunten van de nieuwe woonlocaties zijn aangeleverd door de adviseur van de initiatiefnemer. Vervolgens is het geluid op de woningen berekend voor plangebied Noord, plangebied Ee en de bestaande bedrijfswoningen die door de wijziging van de grens van het industrieterrein in de geluidszone komen te liggen. Noordelijk plangebied In het noordelijk plangebied worden aan de oostzijde woon-werklocaties mogelijk gemaakt. Op onderstaande figuur zijn deze woon-werk kavels weergegeven met daarop de rekenpunten. De berekeningen zijn uitgevoerd op 2, 5 en 8 meter hoogte, uitgaande van 3 bouwlagen.

Figuur 2 rekenpunten woon-werkkavels noordelijk plangebied

- 2 / 12 -

Rekenpunt noordelijk plangebied 002 003 024 019 017

Geluid (LAr,LT) in dB(A) etmaalwaarde 51 51 51 51 49

Tabel 1 samenvatting rekenresultaten noordelijk plangebied

Uit de berekeningen blijkt dat het geluid ten hoogste 51,4 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. De uitgebreide rekenresultaten zijn weergegeven in bijlage 2. Strook langs de Ee In de strook langs de Ee is een aantal bestaande bedrijfswoningen, in dit plan worden een aantal extra bedrijfswoningen mogelijk gemaakt. In onderstaande figuur zijn de kavels weergegeven met daarop de rekenpunten. Op de locaties voor de nieuwe woningen is gerekend met rekenhoogtes van 2, 5 en 8 meter.

Figuur 3 rekenpunten plandeel strook langs Ee

- 3 / 12 -

Rekenpunten nieuwe woningen strook langs Ee 071-074 075-078 083-086

Geluid (LAr,LT) in dB(A) etmaalwaarde 54 54 53

Tabel 2 samenvatting rekenresultaten nieuwe woningen strook langs Ee

Uit de berekeningen blijkt dat het geluid ten hoogste 54 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. De uitgebreide rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1. Bestaande woningen in het plangebied Er is een aantal bestaande woningen in het plangebied. Deze woningen zijn op dit moment niet geluidgevoelig omdat zij op het gezoneerde industrieterrein liggen. Door de gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein, komen deze woningen buiten het industrieterrein, maar in de geluidszone te liggen. Daardoor worden deze woningen geluidgevoelig. Een gedeelte van de woningen ligt in de strook langs de Ee (Eewal 1A en 3, Hendoweg 9, 11, 11A, 13). En een gedeelte ligt in het noordelijke deel van het plangebied (Voorstreek 67-71 en Holwerderweg 5).

Figuur 4 rekenpunten bestaande woningen strook langs Ee (aangeduid met rode stip)

- 4 / 12 -

Figuur 5 rekenpunten bestaande woningen Voorstreek en Holwerderweg

Rekenpunt

Adres

079-082 087-092 063-065 067-070 059-062 101-103 056-058 053-055 051-052 048-050 044-047

Eewal 1A Eewal 3 Hendoweg 13 Hendoweg 11/11A Hendoweg 9 Voorstreek 75 Voorstreek 71 Voorstreek 69 Voorstreek 68 Voorstreek 67 Holwerderweg 5

Geluid (LAr,LT) in dB(A) etmaalwaarde 54 54 55 55 55 53 53 52 52 52 51

Tabel 3 samenvatting rekenresultaten bestaande woningen

Uit de berekeningen blijkt dat het geluid ten hoogste 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. De uitgebreide rekenresultaten zijn weergegeven in bijlage 1. Benodigde hogere grenswaarden industrielawaai Voor de nieuwe woningen in het noordelijke deel van het plangebied adviseren wij een hogere waarde voor industrielawaai vast te stellen van 52 dB(A). Voor de nieuwe en de bestaande woningen in het plandeel langs de Ee en adviseren wij een hogere waarde voor industrielawaai vast te stellen van 55 dB(A).

- 5 / 12 -

Bijlage 1. Uitgebreide rekenresultaten Naam

Omschrijving

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Etmaal

001_A

Noordelijk plangebied

195049,5

001_B

Noordelijk plangebied

195049,5

593878,1

2

48,8

43,8

38,8

48,8

593878,1

5

49,4

44,4

39,4

49,4

001_C

Noordelijk plangebied

195049,5

593878,1

8

51,3

46,3

41,3

51,3

002_A

Noordelijk plangebied

195028,2

593896,6

2

48,9

43,9

38,9

48,9

002_B

Noordelijk plangebied

195028,2

593896,6

5

49,3

44,3

39,3

49,3

002_C

Noordelijk plangebied

195028,2

593896,6

8

51,4

46,4

41,4

51,4

003_A

Noordelijk plangebied

195020

593932,6

2

49,1

44,1

39,1

49,1

003_B

Noordelijk plangebied

195020

593932,6

5

48,9

43,9

38,9

48,9

003_C

Noordelijk plangebied

195020

593932,6

8

51,2

46,2

41,2

51,2

004_A

Noordelijk plangebied

195034,5

593955,6

2

49,1

44,1

39,1

49,1

004_B

Noordelijk plangebied

195034,5

593955,6

5

49,7

44,7

39,7

49,7

004_C

Noordelijk plangebied

195034,5

593955,6

8

51

46

41

51

005_A

Noordelijk plangebied

195079,2

593968,9

2

48,4

43,4

38,4

48,4

005_B

Noordelijk plangebied

195079,2

593968,9

5

49,3

44,3

39,3

49,3

005_C

Noordelijk plangebied

195079,2

593968,9

8

49,8

44,8

39,8

49,8

006_A

Noordelijk plangebied

195116,5

593979,3

2

48,2

43,2

38,2

48,2

006_B

Noordelijk plangebied

195116,5

593979,3

5

48,7

43,7

38,7

48,7

006_C

Noordelijk plangebied

195116,5

593979,3

8

48,9

43,9

38,9

48,9

007_A

Noordelijk plangebied

195124,4

593954,3

2

48,2

43,2

38,2

48,2

007_B

Noordelijk plangebied

195124,4

593954,3

5

48,7

43,7

38,7

48,7

007_C

Noordelijk plangebied

195124,4

593954,3

8

48,9

43,9

38,9

48,9

008_A

Noordelijk plangebied

195122,9

593915

2

48,1

43,1

38,1

48,1

008_B

Noordelijk plangebied

195122,9

593915

5

49,1

44,1

39,1

49,1

008_C

Noordelijk plangebied

195122,9

593915

8

49,2

44,2

39,2

49,2

009_A

Noordelijk plangebied

195125,2

593898,3

2

48,1

43,1

38,1

48,1

009_B

Noordelijk plangebied

195125,2

593898,3

5

49,2

44,2

39,2

49,2

009_C

Noordelijk plangebied

195125,2

593898,3

8

49,4

44,4

39,4

49,4

010_A

Noordelijk plangebied

195112,5

593853

2

47,9

42,9

37,9

47,9

010_B

Noordelijk plangebied

195112,5

593853

5

49,4

44,4

39,4

49,4

010_C

Noordelijk plangebied

195112,5

593853

8

49,9

44,9

39,9

49,9

011_A

Noordelijk plangebied

195112

593828,3

2

47,5

42,5

37,5

47,5

011_B

Noordelijk plangebied

195112

593828,3

5

49

44

39

49

011_C

Noordelijk plangebied

195112

593828,3

8

49,8

44,8

39,8

49,8

012_A

Noordelijk plangebied

195111,5

593803,1

2

47,2

42,2

37,2

47,2

012_B

Noordelijk plangebied

195111,5

593803,1

5

48,7

43,7

38,7

48,7

012_C

Noordelijk plangebied

195111,5

593803,1

8

49,7

44,7

39,7

49,7

013_A

Noordelijk plangebied

195110,9

593777,3

2

47,9

42,9

37,9

47,9

013_B

Noordelijk plangebied

195110,9

593777,3

5

49,1

44,1

39,1

49,1

013_C

Noordelijk plangebied

195110,9

593777,3

8

49,7

44,7

39,7

49,7

- 6 / 12 -

Naam

Omschrijving

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Etmaal

014_A

Noordelijk plangebied

195106,6

014_B

Noordelijk plangebied

195106,6

593747,4

2

48,7

43,7

38,7

48,7

593747,4

5

49,4

44,4

39,4

49,4

014_C

Noordelijk plangebied

195106,6

593747,4

8

49,9

44,9

39,9

49,9

015_A

Noordelijk plangebied

195114,4

593700,3

2

49,2

44,2

39,2

49,2

015_B

Noordelijk plangebied

195114,4

593700,3

5

49,2

44,2

39,2

49,2

015_C

Noordelijk plangebied

195114,4

593700,3

8

49,7

44,7

39,7

49,7

016_A

Noordelijk plangebied

195092,2

593668,5

2

49,4

44,4

39,4

49,4

016_B

Noordelijk plangebied

195092,2

593668,5

5

49,3

44,3

39,3

49,3

016_C

Noordelijk plangebied

195092,2

593668,5

8

49,8

44,8

39,8

49,8

017_A

Noordelijk plangebied

195057,7

593667,2

2

48,7

43,7

38,7

48,7

017_B

Noordelijk plangebied

195057,7

593667,2

5

48,9

43,9

38,9

48,9

017_C

Noordelijk plangebied

195057,7

593667,2

8

49,2

44,2

39,2

49,2

018_A

Noordelijk plangebied

195045,8

593696,8

2

49,9

44,9

39,9

49,9

018_B

Noordelijk plangebied

195045,8

593696,8

5

50,2

45,2

40,2

50,2

018_C

Noordelijk plangebied

195045,8

593696,8

8

50,5

45,5

40,5

50,5

019_A

Noordelijk plangebied

195059,8

593719,9

2

50,2

45,2

40,2

50,2

019_B

Noordelijk plangebied

195059,8

593719,9

5

50,4

45,4

40,4

50,4

019_C

Noordelijk plangebied

195059,8

593719,9

8

50,6

45,6

40,6

50,6

020_A

Noordelijk plangebied

195059

593743,4

2

50,3

45,3

40,3

50,3

020_B

Noordelijk plangebied

195059

593743,4

5

50,5

45,5

40,5

50,5

020_C

Noordelijk plangebied

195059

593743,4

8

50,9

45,9

40,9

50,9

021_A

Noordelijk plangebied

195055,5

593767,6

2

49,3

44,3

39,3

49,3

021_B

Noordelijk plangebied

195055,5

593767,6

5

49,4

44,4

39,4

49,4

021_C

Noordelijk plangebied

195055,5

593767,6

8

50,7

45,7

40,7

50,7

022_A

Noordelijk plangebied

195051,9

593791,7

2

47,7

42,7

37,7

47,7

022_B

Noordelijk plangebied

195051,9

593791,7

5

48

43

38

48

022_C

Noordelijk plangebied

195051,9

593791,7

8

50,4

45,4

40,4

50,4

023_A

Noordelijk plangebied

195047,6

593815,9

2

46,1

41,1

36,1

46,1

023_B

Noordelijk plangebied

195047,6

593815,9

5

46,8

41,8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=86775ec2-0b5e-4917-8cfd-1c1ef91fbdf6