CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - VAOP Dokkum Wonen en werken Betterwird

It Petear 28 mei 2026, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presentatie - Wijziging omgevingsplan Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird41.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird

TAM-omgevingsplan 16 april 2026

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird TAM-omgevingsplan

COLOFON Auteur

: E. Venema

Rapportnummer

: 22-786-1

Versie

: Vaststelling

Datum

: 16 april 2026

INHOUDSOPGAVE MOTIVERING 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Planologische regeling Leeswijzer

1 1 2 2 4

2 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving De bestaande situatie Voorgenomen situatie Inpassing bij omgevingswaarden

5 5 6 12

3 3.1 3.2 3.3

Beleid en regelgeving Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

16 16 16 18

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Ecologie 4.4 Bodemkwaliteit 4.5 Geluid 4.6 Water 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Archeologie 4.9 Cultuurhistorie 4.10 Externe veiligheid 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Duurzaamheid 4.14 Beschermen van gezondheid 4.15 M.e.r.-beoordeling

21 21 21 23 24 24 26 28 29 30 31 32 32 33 34 35

5 5.1 5.2 5.3 5.4

36 36 37 37 38

Juridische vormgeving Inleiding Inleidende regels Functies en activiteiten Overgangsregels

6 6.1 6.2 6.3

Uitvoerbaarheid Participatie Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10

Akoestisch advies FUMO Akoestisch onderzoek industrielawaai en wegverkeerslawaai Stikstofonderzoek Ecologische beoordeling Verkennend bodemonderzoek Uitgangspunten wateradvies Archeologisch onderzoek Plan-mer-beoordeling Participatieverslag Adviezen ketenpartners

39 39 39 43

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Het industrieterrein Betterwird in Dokkum is het grootste bedrijvengebied binnen de gemeente Noardeast-Fryslân. Dit gebied kent zijn oorsprong langs de Dokkumer Ee en langs de Holwerderweg. Dit is dan ook het oudste deel van het industrieterrein. Het gebied ten noorden van de bedrijfspercelen aan de Holwerderweg, tot aan de bosrand langs de Oude Paesens, is pas vrij recentelijk in ontwikkeling gekomen. Een groot deel hiervan is nog onbebouwd, maar op basis van het omgevingsplan van de gemeente wel aangewezen als ontwikkellocatie voor zware bedrijvigheid. In de zone waar het industrieterrein op de rest van de stad aansluit spelen al lange tijd verschillende initiatieven. Concreet gaat het om de ontwikkeling van het gebied ten zuiden van de Ee tot woongebied, de mogelijkheid voor het bouwen van bedrijfswoningen bij de bedrijven aan de noordzijde van de Ee en de mogelijkheid voor een woon-werkgebied langs de Oude Paesens. Omdat deze initiatieven voorzien in de duidelijke behoefte en bovendien kansen bieden voor een versterking van de kwaliteit in de zone langs de recreatieve en cultuurhistorische waardevolle Dokkumer Ee en ook in de aansluiting op het woongebied van Dokkum, staat de gemeente in beginsel positief tegenover deze plannen.

Al in 2010 is in het toenmalige bestemmingsplan (Dokkum – Bûten de Bolwurken) gekozen voor het beperken van de mogelijkheden voor nieuwe zwaar milieubelastende bedrijvigheid in de gebieden langs de Dokkumer Ee, tot aan de rondweg. Ook in de zone langs de Oude Paesens is, gelet op de ligging nabij woongebieden, relatief lichte bedrijvigheid mogelijk. Het ontwikkelen van woningen in het gebied is echter vanuit milieuoverwegingen beperkt, vanwege de ligging op het wettelijk geluidgezoneerd industrieterrein. Woningen worden hier niet beschermd tegen een hoge geluidbelasting van bedrijven, waarmee een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie lastig te motiveren is. Voor het realiseren van woningen in het gebied is een ‘dezonering’ van een deel van het industrieterrein Betterwird noodzakelijk. Na een verzoek hiertoe in het voorjaar van 2024 is op 16 juli 2024 door het college van burgemeester en wethouders besloten bereid te zijn om het omgevingsplan te wijzigen zodat een aan de Ee liggende strook bedrijventerrein Betterwird, de locatie Enna Aerosols en de Prins-locatie niet meer geluidgezoneerd zijn. Ten grondslag aan dit besluit ligt een onderzoek en advies van de omgevingsdienst FUMO. Hiermee is de ruimte gegeven om de milieutechnische randvoorwaarden zodanig aan te passen dat de initiatieven mogelijk te maken.

Op basis van het voorgaande zijn de plannen verder uitgewerkt. Concreet gaat het om de realisatie van een woon-werkgebied met 12 kavels voor bedrijven met bedrijfswoning en het mogelijk maken van drie concrete bouwplannen voor bedrijfswoningen aan de Dokkumer Ee. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Hiermee wordt zowel voorzien in de gedeeltelijke dezonering als in het bieden van planologische kaders voor de bouwplannen. Voor de woningbouwplannen op de Prins-locatie wordt op basis van dezelfde uitgangspunten een separate omgevingsplanwijziging voorgesteld. Gemeente Noardeast-Fryslân werkt momenteel aan het omgevingsplan. Totdat dit gereed is wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM-IMRO), voor de publicatie van wijzigingsbesluiten. Het omgevingsplan is volgens deze standaard opgesteld.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

1

1.2

Ligging plangebied Het werkingsgebied van het wijzigingsbesluit (hierna: plangebied) bestaat uit twee delen, namelijk het gebied langs de Holwerderweg tot aan de Oude Paesens en de bedrijfskavels langs de Dokkumer Ee, voor zover gelegen ten zuiden van de Oostergoweg. Het is afgestemd op het te dezoneren deel van het industrieterrein. Het is de intentie om ook het gebied langs de Dokkumer Ee, gelegen tussen deze deelgebieden te dezoneren, maar dat stuit vooralsnog op beperkingen uit het overgangsrecht van de Wet geluidhinder. Hoofdstuk 2 gaat hierop nader in. In het deelgebied aan de Oude Paesens vallen enkele bedrijfspercelen aan de Holwerderweg, de Mockamastrjitte en het Uithof, waaronder de nieuwe padelhal. Dit gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 10 hectare, waarvan 4 hectare nog in gebruik is als agrarische grond. Aan dit gebied is al wel een bedrijfsfunctie toegedeeld. In het deelgebied aan de Dokkumer Ee vallen enkele bedrijfskavels aan de Hendoweg. Dit gebied beslaat zo’n 2,5 hectare. Hier zijn al 5 bedrijfswoningen aanwezig. De ligging van het plangebied is weergeven op een topografische kaart in figuur 1.1.

Figuur 1.1

1.3

De ligging van het plangebied

Planologische regeling Het plangebied is geregeld in het Omgevingsplan gemeente Noardeast-Fryslân. Het gaat op moment van schrijven om het ‘tijdelijk omgevingsplan’, dat automatisch op 1 januari 2024 in werking is getreden en waarin primair de verschillende (ontwerp)bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordening die betrekking hebben op de leefomgeving en de ‘Bruidsschat’, zijn opgenomen.

1.3.1

Bestemmingsplannen Het plangebied is geregeld in het bestemmingplan Dokkum Regiostad. Dit plan is vastgesteld op 28 juni 2018 en op 24 juni 2020 gedeeltelijk herzien. Het heeft hierin grotendeels de bestemming

2

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

‘Bedrijventerrein’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – gezoneerd terrein’. Aanvullend zijn enkele aanduidingen opgenomen voor de mogelijke categorieën van bedrijven of specifieke bestaande bedrijven, wanneer deze afwijken van die categorie. Dit laatste geldt langs de Dokkumer Ee, waar in principe alleen lichte vormen van bedrijvigheid (categorie 2) mogelijk zijn. Op de kavels zijn bouwvlakken, maximale bouwhoogten, bestaande (bedrijfs)woningen en afwijkende functies aangeduid. De aanduiding ‘gezoneerd terrein’, maakt het mogelijk om geluidszoneringsplichtige inrichtingen te vestigen. Dit zijn veelal zwaar milieubelastende bedrijven uit categorie 4 en hoger, bekend als de ‘grote lawaaimakers’. Ook komen binnen het plangebied de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Verkeer’ voor. Een fragment van de plankaarten van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.2

Fragment plankaart geldende bestemmingsplannen

Afwijking van het bestemmingsplan Voor het grootste deel worden met dit TAM-omgevingsplan de bestaande bestemmingen en aanduidingen ongewijzigd gelaten. Centraal staat het verwijderen van de aanduiding ‘overige zone – gezoneerd terrein’. Dit wordt vervangen door de aanduiding ‘geluidzone – industrie’, waarmee de ‘grote lawaaimakers’ zijn uitgesloten en woningen worden beschermd tegen een te hoge geluidbelasting vanwege het gezoneerde terrein. In het deelgebied langs de Oude Paesens wordt het woon-werkgebied beoogd. De strijdigheid betreft vooral het toevoegen van 12 woningen. Hiervoor is een toegespitste bestemming noodzakelijk, inclusief het vastleggen van de groene bufferstroken en nieuw water. Dit TAM-omgevingsplan voorziet daarin. In het zuidelijk deel zijn de drie voorgestelde bedrijfswoningen in strijd met het bestemmingsplan, omdat op de beoogde locaties geen aanduidingen daarvoor aanwezig zijn.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

3

1.3.2

Andere verordeningen Er zijn voor de locatie nog geen andere verordeningen opgenomen in het omgevingsplan.

1.3.3

De bruidsschat De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het voormalige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. De gemeente heeft de taak om uiterlijk in 2032 alle bruidsschatregels te hebben verwerkt tot eigen regels, of hebben laten vervallen.

1.4

Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan. Daar wordt zowel de huidige of uitgangssituatie, als de beoogde situatie beschreven. Vervolgens toetst hoofdstuk 3 dit plan aan de omgevingsvisies en instructieregels van het rijk en de provincie en aan het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 vormt de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij de omgevingswaarden en milieu- en gezondheidsaspecten centraal staan. In hoofdstuk 5 wordt het juridische systeem toegelicht. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.

4

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

2

Planbeschrijving

2.1

De bestaande situatie Het wijzigingsbesluit ziet op de aanpassing van de toegedeelde functie van deel van het industrieterrein Betterwird. Het plangebied bestaat uit delen, in dit hoofdstuk te onderscheiden als de ‘zone langs de Paesens’ en de ‘zone langs de Dokkumer Ee’. Beide liggen langs de oostzijde van het industrieterrein en zijn onderdeel van het (te ontwikkelen) bedrijvengebied.

2.1.1

Zone langs de Paesens Dit deelgebied betreft de noordoostelijk rand van het bedrijventerrein, waarbinnen het bedrijfsverzamelgebouw aan de Holwerderweg 7 t/m 13, de autogarage aan de Mockamastrjitte 35, enkele kleine (woon-)werkkavels tussen de Holwerderweg en de Voorstreek en twee recente bedrijfskavels aan het einde van het Uithof vallen. Naast de bedrijfsfunctie komen in dit gebied enkele bedrijfswoningen en sportvoorzieningen voor, waaronder de Fitnessfabriek en de recentelijk vergunde Padelhal. Ook is een vergunning verleend voor de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw aan het Uithof, naast de Padelhal. Een luchtfoto van dit deelgebied is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1

Luchtfoto deelgebied Zone langs oude Paesens

Een groot deel van het gebied, ongeveer 4 hectare, is nog ;’te ontwikkelen bedrijventerrein’ en wordt nog agrarisch gebruikt. Vanwege al langere tijd bestaande wens om hier een meer hoogwaardig woon-werkgebied van de te maken, is dit deel nooit tot ontwikkeling gekomen, ondanks

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

5

het feit dat het al in 2010 in het bestemmingsplan was opgenomen als industriegebied, voor bedrijven van uit categorie 3.1, 3.2 en/of 4.1. Aan de noordzijde grenst het gebied aan het zonnepark. Langs de oostzijde ligt de Oude Paesens en de daarlangs gelegen bosrand, die ter afscherming van het bedrijventerrein dient. De Oude Paesens is een cultuurhistorische waardevolle waterloop, die niet – zoals de Dokkumer Ee – deel uitmaakt van de Friese boezem, maar op een polderpeil ligt. 2.1.2

Deelgebied langs de Dokkumer Ee Dit deelgebied omvat een oud deel van het industrieterrein, gelegen tussen de Hendoweg en de recreatieve en cultuurhistorische vaarweg Dokkumer Ee. Het betreft het deel ten zuiden van de Oostergoweg. Hier zijn verschillende bedrijven aanwezig, waaronder een gemeentelijk en provinciaal werfterrein, een autogarage, een waterbouwbedrijf, een jachtbouwbedrijf en een dienstverlenend bedrijf. Verspreid in deze zone komen 5 bedrijfswoningen voor. Een luchtfoto van dit deelgebied is weergegeven in figuur 2.2.

Figuur 2.1

Luchtfoto deelgebied Zone langs de Dokkumer Ee

2.2

Voorgenomen situatie

2.2.1

Dezoneren Het industrieterrein Betterwird is een ‘gezoneerd industrieterrein’ op grond van de Wet geluidhinder (Wgh). Het verschil tussen een regulier bedrijventerrein en een gezoneerd industrieterrein is tweeledig. Enerzijds biedt een gezoneerd industrieterrein de mogelijkheid voor het vestigen van geluidzoneringsplichtige bedrijfsactiviteiten oftewel: ‘grote lawaaimakers’. Gedacht kan worden betonbrekers, grote scheepswerven en testfaciliteiten voor motoren, maar ook aan een groot

6

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

transformatorstation. Anderzijds gaat het om de manier waarop het geluid wordt beoordeeld. Voor reguliere bedrijventerrein moeten alle bedrijven afzonderlijk aan geluidnormen voldoen en voor een gezoneerd terrein gaat het om het totaal aan geluid op de zonegrens. Binnen die geluidzone mogen hogere waarden voor woningen worden bepaald (55 dB t.o.v. standaard 50 dB). (Bedrijfs)woningen zijn op een gezoneerd industrieterrein in principe niet wenselijk, omdat deze niet worden beschermd tegen een hoge geluidbelasting (voor deze woningen geldt geen norm). Deze Wet geluidhinder is nu opgegaan in de Omgevingswet en daarbij behorende besluiten, maar zolang de gemeente dit gebied nog niet heeft ‘omgezet’, valt het onder het overgangsrecht van de Wgh. De Omgevingswet introduceert namelijk een nieuw beoordelingssysteem, waarbij de geluidzone wordt vervangen door meetpunten met een geluidproductieplafond. De nieuwe wet biedt ook de mogelijkheden om geluidswaarden tot 60 dB op woningen toe te staan, terwijl dat onder de Wet geluidhinder nog 55 dB is. Dit laatste heeft geleid tot een knelpuntje in een deel van de eerder voorgestelde dezonering langs de hele noordwestzijde van de Dokkumer Ee, want uit het onderzoek van FUMO blijkt dat op enkele bedrijfswoningen hier een geluidbelasting tussen 55 en 60 dB.

Daarom wordt nu een alternatieve ‘tussenvariant’ voorgesteld, waarbij een deel van die zone wordt gedezoneerd. Het dezoneringsvoorstel is weergegeven in figuur 2.3.

Huidig gezoneerd terrein Te behouden gezoneerd terrein Te dezoneren (initiatief) Te dezoneren (Prins locatie)

Figuur 2.3

Dezoneringsvoorstel

Het (gedeeltelijk) dezoneren van een industrieterrein heeft twee gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van de gronden. Ten eerste kunnen hier geen grote lawaaimakers meer vestigen. Daarbij wordt opgemerkt dat dit praktisch toch al niet mogelijk was, gelet op de mogelijkheden van het omgevingsplan. In het te dezoneren deel van het bedrijventerrein zijn namelijk bedrijven tot categorieën 2 en 3 mogelijk. Alleen langs de noordelijke rand zijn mogelijkheden voor categorie 4.1 bedrijven, maar deze zone is (wordt) ingevuld met bedrijfsunits (lichte industrie) en een padelhal. Ten tweede worden de bedrijven niet meer getoetst aan het zonemodel, maar moeten deze ter plaatse van woningen voldoen aan de geluidwaarden uit het Omgevingsplan. Dit is 55 dB voor bedrijfswoningen op het bedrijventerrein en 50 dB voor andere woningen. Verder worden de woningen binnen het gedezoneerde gebied beschermd en daarmee een maatgevend toetspunt binnen een zonebeheer. Uit het onderzoek van FUMO blijkt dat in de nu voorgestelde variant voldaan wordt aan de daarvoor geldende waarden, waarmee de ETFAL kan worden gemotiveerd zonder beperkingen voor bedrijven. Paragraaf 2.3 gaat hier dieper op in. Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

7

2.2.2

Woon-werkgebied langs Oude Paessens De dezonering maakt het mogelijk om de rand van het deelgebied zone Oude Paesens in te vullen met een gemengd gebied van wonen en werken. In 2020 is hiervoor een eerste ontwerpstudie gemaakt, die later geoptimaliseerd is. Het plan gaat uit van een hoogwaardige invulling van de randzone met drie velden voor wonen en werken. Deze velden komen in een raamwerk van opgaande beplanting, als aanvulling op de bestaande bosrand langs de Oude Paesens. Dit kader leidt enerzijds tot een zachte overgang van het industriegebied naar de woongebieden van Dokkum en het landelijk gebied. Dit inrichtingsprincipe is weergegeven in figuur 2.4.

Figuur 2.4

Inrichtingsprincipe zone langs Paesens (model 2020)

Verkeerstechnisch krijgt het gebied één aansluiting op de Holwerderweg, op het Uithof. Voor langzaam verkeer wordt aangesloten op de aansluiting bij de Fitness Fabriek en, indien mogelijk, ter hoogte van de watertoren. Het plan biedt op deze manier ook ruimten voor ‘ommetjes’, door de introductie van verschillende wandelpaden. Deze maken het plan doorwaadbaar en maken de omgeving beleefbaar, zonder de verkeersroutes op het industrieterrein te doorkruisen. De verkaveling van het gebied staat nog niet vast. Binnen het plan is ruimte voor 12 woon-werkkavels, bedoeld voor lichte bedrijfsvormen tot en met categorie 2. Om de hoogwaardigheid en de onderscheidendheid te borgen, wordt ingezet op een eenheid in bebouwingstypologie, met een onderscheid tussen de noordzijde en het zuidelijk deel. Het plan biedt binnen de drie velden enige flexibiliteit in de kaveluitgifte. Een voorbeelduitwerking van de verkaveling is weergegeven in figuur 2.4. Deze kaart vormt de onderlegger onder de verbeelding van dit TAM-omgevingsplan.

8

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

Figuur 2.5

Uitwerking verkaveling (12-2025)

In deze uitwerking is in overleg met de gemeente gekozen om de ontsluiting naar de westzijde te verplaatsen, zodat een éénduidige voorzijde c.q. woonzijde naar de buitenkant het bedrijventerrein ontstaat. De uithof eindigt in een lus om de zuidelijke woon-werkkavels, zodat er geen doodlopende wegdelen zijn. Het plan gaat uit van een uitgifte van kavels. Deze moeten binnen de kaders van het TAM-omgevingsplan én die van het beeldkwaliteitsplan wordt ingevuld. Het beeldkwaliteitsplan, dat is opgenomen in bijlage 2 van de regels, gaat uit van een samenhangend bebouwingsbeeld, waarbij de in figuur 2.6 weergeven bebouwingstypologie als vertrekput wordt meegegeven voor het zuidelijk plandeel en de in figuur 2.7 weergegeven typologie voor het noordelijk deel, rond de keerlus. In

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

9

het omgevingsplan is bepaald dat, van het bebouwd opperlak, de bedrijfsruimte tenminste net zo groot moet zijn als de woonhuis.

Figuur 2.6

Bebouwingstypologie zuidelijk deel

Figuur 2.7

Bebouwingstypologie noordelijk deel

Zoals weergegeven in figuur 2.5 is de invulling van te handhaven bedrijventerrein tussen 2020 en 2025 verder uitgewerkt. Hier zijn recentelijk twee grote bedrijfsgebouwen gerealiseerd, waarvan het noordelijk gelegen gebouw een invulling als padelhal krijgt. Tussen de padelhal en het woonwerkgebied is een nieuw bedrijfsverzamelgebouw (met bedrijfsunits) vergund. Voor dit gebied, inclusief de hier nog uit te geven kavel, worden de mogelijke milieucategorieën beperkt tot ten hoogste categorie 2 en 3.1. 2.2.3

Bedrijfswoningen langs Dokkumer Ee Van oudsher is de zone langs de Dokkumer Ee in Dokkum in gebruik als watergebonden industriegebied. Betterwird breidt zich in oostelijke richting uit met moderne bedrijfskavels, maar de zone langs de Dokkumer Ee blijft wat achter. De kwaliteit van dit gebied staat daardoor onder druk. De Dokkumer Ee-zone vraagt om een revitalisering. Vanuit de markt zijn er verschillende initiatieven

10

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

aangedragen, die bijdragen aan de kwaliteit van de zone langs de noordzijde van de Dokkumer Ee. Een belangrijke drager hiervoor is het wonen. De zone leent zich namelijk niet voor een hoogwaardige bedrijfsplint, omdat het daarvoor teveel een achterkantgebied is. Het wonen in combinatie met werken brengt sociale veiligheid en de motivatie om kwaliteit te brengen en te behouden. De dezonering van dit deel van het bedrijventerrein maakt het mogelijk om deze initiatieven mogelijk te maken. Het uitgangspunt voor dit TAM-omgevingsplan is het direct mogelijk maken van drie concrete initiatieven. Voor eventuele aanvullende vragen, kan onder voorwaarden via een Bopa worden meegewerkt, mits de evenwichtige toedeling van functies aan locaties is aangetoond. De drie beoogde bedrijfswoningen aan de Dokkumer Ee zijn in figuur 2.8 in roze aangeduid.

Figuur 2.8

Beoogde locaties bedrijfswoningen

Het concrete bouwplan voor de meest zuidelijk gelegen woning en een voorbeeld voor de bouwstijl voor de andere woningen zijn weergeven in figuur 2.9. Het gaat om verschillende vormen van modern vormgegeven woningen, welke als passend wordt beschouwd in de Ee-zone, met name in relatief tot de bestaande woon-werkboerderij die ertussen staat.

Figuur 2.9

Impressie bouwplan (links) en voorbeeldwoning

In het deelgebied langs de Dokkumer Ee worden, behoudens het toevoegen van drie aanduidingen voor bedrijfswoningen, geen aanpassingen aan de bestemmingen of aanduidingen voorgesteld. Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

11

2.3

Inpassing bij omgevingswaarden Onder de Omgevingswet is een ‘omgevingswaarde’ een instrument waarmee de gemeente het beleid van de omgevingsvisie kan uitvoeren. Het gaat hier niet alleen om de bescherming van de ruimtelijk kwaliteiten, zoals deze tot uiting komen in de stedenbouwkundige, landschappelijk of cultuurhistorische waardering van de omgeving, maar ook om andere aspecten die van belang zijn voor een gezonde fysieke leefomgeving, zoals milieuaspecten. Dit laatste is een belangrijk onderdeel van het voorgenomen wijzigingsbesluit. Milieutechnische inpassing Zoals benoemd is de ontwikkeling tweeledig, namelijk gericht op het dezoneren van een deel van het bedrijventerrein en, daaruit voortvloeiend, het mogelijk maken van het bedrijfswonen in dit deel van het bedrijventerrein. Het toevoegen van woningen in een bedrijvengebied vraagt om een gedegen afweging van de belangen van de bedrijven en het belang van een goed woon- en leefklimaat voor de woningen. Om deze afweging te kunnen maken is de milieusituatie binnen het terrein in beeld gebracht. In dit TAM-omgevingsplan wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd die van belang zijn in deze afweging: Bestaande bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. De bestaande mogelijkheden worden in belangrijke mate bepaald door de geluidruimte die er binnen het gezoneerde terrein is.

Hierop is namelijk de huidige geluidzone bepaald; Voor (bedrijfs)woningen die binnen het te dezoneren deel van het bedrijventerrein vallen, geldt dat hier nu geen maximale geluidsbelasting is geregeld en in de nieuwe situatie wel. Omdat het zonebeheer vooralsnog onder het overgangsrecht van de Wet geluidhinder valt, geldt ter plaatse van bestaande en nieuwe bedrijfswoningen een maximale geluidbelasting (te verlenen hogere waarde) van 55 dB(A). De omgevingsdienst FUMO beheert het zonebeheermodel voor het industrieterrein Betterwird. Op basis van dit model is de geluidruimte bepaald. FUMO heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen voor het gedeeltelijk dezoneren van de industrieterrein (SZ\2023-FUMO-0074911\0567m d.d. 1-2-2024). Daarbij is in eerste instantie uitgegaan van het volledig dezoneren van de Ee-zone. Daarbij is de geluidbelasting op de gevels van de woningen in het te dezoneren gebied bepaald. De uitkomsten zijn gevisualiseerd in figuur 2.10.

12

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

Onderzoeksgrens Woning <55 dB(A) Woning 55 – 60 dB(A) Nieuwe woning

Figuur 2.10

Bestaande bedrijfswoningen en mogelijkheid tot dezonering

Aan de hand van het onderzoek is geconcludeerd dat voor de woningen op adressen Betterwird 12 tot en met 20 en Hendoweg 7A de geluidbelasting tussen 55 en 60 dB(A) ligt. In dit deel van de beoogde dezonering kan niet worden voldaan aan de maximaal vast te stellen hogere grenswaarde van 55 dB(A) zoals deze gold onder de Wet geluidhinder. Onder de Omgevingswet kan op basis van artikel 5.78w, voor functiewijzigingen, wel een waarde van 60 dB(A) worden geregeld. Echter, hiervan kan geen gebruik worden gemaakt zonder de juridische omzetting van het zonemodel naar het nieuwe systeem van geluidproductieplafonds. Daarom is besloten dit deel vooralsnog niet te dezoneren en dezonderingsvoorstel zoals weergegeven in figuur 2.3 als alternatieve variant gekozen. Voor alle woningen binnen dit gebied, inclusief de nieuw voorgestelde bedrijfswoningen, wordt voldaan aan de maximaal vast te stellen hogere grenswaarde van 55 dB(A). De 55 dB(A) contour is in rood in beeld gebracht in figuur 2.11. Hieruit blijkt dat de beoogde woningen langs de Dokkumer Ee en op de woon-werklocatie langs de Oude Paesens buiten deze contour liggen. Deze woningen zijn vanuit het zonebeheermodel daarmee in principe haalbaar.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

13

Figuur 2.11

Weergave 55 dB(A) contour (rood) o.b.v. eerste zoneringscenario

Aandachtspunten zijn dat er woningen binnen 50 meter vanaf het gezoneerde terrein komen, waarmee een maatwerkvoorschrift voor het betreffende bedrijven (Hendoweg 14 en Betterwird 2) vastgelegd moet worden. Voor de nieuwe bedrijfswoningen geldt dat deze op minimaal 60 meter vanaf deze bedrijven worden mogelijk gemaakt en daarmee geen extra beperkingen veroorzaken. Daarnaast is van belang dat in het dezoneringsvoorstel en het onderzoek ook is uitgegaan van de dezonering van het gebied aan de overzijde van de Dokkumer Ee, de Prins Locatie. Dit proces loopt separaat aan het onderhavige proces. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de dezonering en het toevoegen van bedrijfswoningen geen effect heeft op de geluidruimte binnen het te handhaven gezoneerde industrieterrein en daarmee geen belemmering vormt voor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van die bedrijven. Voor de bedrijven binnen het gedezoneerde deel van het bedrijventerrein geldt dat hier nu individueel getoetst worden aan de geluidswaarden in artikel 22.63 van het omgevingsplan en de standaardwaarden uit artikel 5.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor een kwantitatief inzicht in de effecten van het plan op de bedrijven in de omgeving en van de bedrijven in de omgeving op de bedrijfswoningen in het plangebied, zijn twee akoestische onderzoeken uitgevoerd.

Omgevingsdienst FUMO heeft onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van het resterende gezoneerde industrieterrein op de bedrijfswoningen in het plangebied. Op basis daarvan heeft DGMR onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van de, door de FUMO bepaalde geluidbelasting, inclusief de bedrijven binnen het (gezoneerde) plangebied en wegverkeer in en rondom het plangebied. Deze onderzoeken komen in paragraaf 4.2 en 4.5 uitgebreider aan de orde.

14

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

Geconcludeerd wordt dat voor de bedrijfswoningen in het plangebied een hogere geluidwaarde moet worden vastgesteld. Het gaat om 55 dB(A) voor de nieuwe en bestaande woningen in het gebied langs de Dokkumer Ee en om 52 dB(A) voor de woningen in het woon-werkgebied aan de Oude Paesens. Met het vaststelling van deze hogere waarden leidt het plan niet tot beperkingen voor het gezoneerde industrieterrein. Het geluid kan ook als aanvaardbaar worden beschouwd. De bestaande bedrijven binnen het plangebied bevinden zich na dezonering op een bedrijventerrein in plaats van een geluidgezoneerd industrieterrein. Op basis van de huidige regels in het omgevingsplan kan de norm op 50 meter afstand komen te vervallen. Om overlast op de bedrijfswoningen te voorkomen, wordt geadviseerd deze norm op te nemen in de planregels aanvullend op een norm bij de woningen. Door het stellen van de juiste normen voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus, wordt het plan inpasbaar geacht naast de bestaande bedrijven. Voor twee bestaande bedrijven is het stellen van maatwerk nodig, omdat die een bedrijfswoning binnen 50 meter vanaf de bedrijfslocatie krijgen. Het gaat om bestaande bedrijfswoningen, die in de nieuwe situatie een bescherming krijgen. Het betreft de bedrijven aan de Hendoweg 14 en Betterwird 2.

De verwachting is dat deze bedrijven niet per definitie worden belemmerd in de bedrijfsvoering, maar deze krijgen wel een strengere geluidsnorm dan nu, waarmee deze theoretische worden beperkt in de ontwikkelingsmogelijkheden. Dit wordt voorkomen door voor deze bedrijven ambtshalve maatwerk vast te leggen in de vergunning. Op die manier leidt het plan niet tot feitelijke veranderingen voor de bedrijven. Hierover vindt overleg plaats met de bedrijven. De bedrijven hoeven hiervoor niets te doen. Aangezien het gaat om een bestaande woningen betreft wordt dergelijk maatwerk aanvaardbaar voor het woonklimaat geacht. De slotconclusie luidt dat alle relevante geluidbronnen rondom de woningen gezamenlijk zijn beoordeeld. Op alle woningen wordt voldaan aan de daarvoor geldende normen, maar de kavels worden formeel getypeerd met een geluidklasse ‘matig’. Gelet op de aard van het gebied, gemengd wonen en werken, is dit aanvaardbaar. Door rekening te houden met het gezamenlijk geluid voldoet het binnenniveau aan de normen en aangezien het industrielawaai eenzijdig is, zal er sprake zijn van een geluidluwe gevel. Met de bovenstaande conclusies is er sprake van een evenredige toedeling van functies aan locaties. Stedelijke/landschappelijke inpassing Eén van de oogmerken van de beoogde dezonering is het bieden van ruimtelijke voorwaarden waarmee een opwaardering van het gebied plaatsvindt.

Met de ontwikkeling van de Prins-locatie vormt het plangebied een aanzienlijk deel van het rand van het bedrijventerrein Betterwird en de overgang van een primair bedrijvengebied naar een woongebied. De introductie van een gemengd gebied van wonen en werken is hiermee uitermate passend en leidt naar verwachting tot een kwalitatieve opwaardering en ruimtelijke versterking van deze rand. Hierbij geldt dat dit TAM-omgevingsplan geen extra bouw- en gebruiksmogelijkheden biedt voor bedrijven, maar slechts een functionele toevoeging voor bedrijfswoningen. Daarmee samenhangend, in het gebied langs de Oude Paesens, leidt dit tot een verkleining van de korrelgrootte van gebouwen, een meer hoogwaardige uitstraling en een vergroening van de overgang van het bedrijventerrein naar het woongebied en het landelijk gebied. Het plan draagt in die zin positief bij aan de stedelijke en landschappelijk structuur. Het beeldkwaliteitsplan, dat is opgenomen in bijlage 2 bij de regels, geeft hiervan een uitgebreidere beschrijving en vormt een waarborg voor de ruimtelijke kwaliteit.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

15

3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 16 aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVEX-gebied. Het plangebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal besluiten in werking getreden. Het gaat om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), om het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en om het Omgevingsbesluit. Het Bal stelt rijksregels aan (milieu)activiteiten, het Bkl gaat voornamelijk over omgevingswaarden en beperkingsgebieden (onder andere natuur en water) en het Bbl stelt regels aan veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het DSO. Het plan wordt aan deze regels getoetst in hoofdstuk 4. Voortbouwend op de hiervoor genoemde AMvB’s, stelt de Omgevingsregeling eisen aan omgevingsplannen in aangewezen gebieden. Het gaat dan om beperkingengebieden van nationaal belang. Deze regeling volgt de voormalige Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) op. Voor het plangebied gelden geen specifieke beperkingen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (omgevingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september

16

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkelingen is een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. In dit plan is hier nadrukkelijk rekening mee gehouden. De waterparagraaf gaat hier nader op in. 3.2.2

Instructieregels provincie Het projectgebied valt binnen het werkingsgebied van de Omgevingsverordening provincie Fryslân. Deze onderbouwing beperkt zich tot hoofdstuk 2, ruimtelijk omgevingsbeleid, voor zover relevant: Artikel 2.1 De omgevingsverordening gaat uit van het principe ‘Omgevingskwaliteiten als basis’. In een omgevingsplan (of afwijking daarvan) wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van FAMKE. Paragraaf 4.4 gaat hierop in. Artikel 2.5 Ook vraagt de Omgevingsverordening de effecten op gezondheid en veiligheid af te wegen, wateroverlast of overstroming vanuit de Friese Boezem te voorkomen en te borgen dat waterrobuust wordt gebouwd. Hoofdstuk 4 beschrijft deze onderwerpen. Artikel 2.6 De Omgevingsverordening gaat verder uit van het bundelen van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. Het projectgebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Artikel 2.7 Voor het toevoegen van woningen geldt dat deze moeten passen binnen de regionale woningbouwafspraken. Hierop wordt in paragraaf 3.3.3 getoetst. Artikel 2.8 Voor het toevoegen van bedrijventerrein geldt dat dit moet binnen de afspraken bedrijventerreinen en afspraken kantorenterreinen.

In dit geval wordt geen bedrijventerrein toegevoegd, maar vindt een functionele herindeling van een bestaand bedrijventerrein plaats. Artikel 2.52 gaat in op de aanwijzing van een deel van het plangebied als weidevogelkansgebied. Omdat ten opzichte van de huidige regels van het omgevingsplan geen sprake is van een extra verstoring van dit gebied, wordt voldaan aan dit artikel. Verder wordt artikel 6.5, eerste lid onder a (opstelling zonne-energie voor eigen gebruik) specifiek aangehaald. Daarbij geldt dat het op te stellen vermogen is afgestemd op het eigen energieverbruik op het perceel. Ook deze regeling heeft een vertaling gekregen in de beoordelingsregels van dit plan. Afdeling 4 van de omgevingsverordening regelt ontgrondingsactiviteiten. In principe moet voor afgraven van de landbodem een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit worden aangevraagd bij de provincie. In artikel 4.1 is een aantal uitzonderingen op dit verbod opgenomen. Eén van deze uitzondering is het uitvoeren van een maatregel uit een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit, mits de locatie van de ontgronding is opgenomen, Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

17

grondlagen dieper dan 2 meter onder het oorspronkelijke maaiveld ongemoeid blijven, en niet meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven. In dit geval wordt ongeveer 1.500 m2 water gegraven tot een diepte van minder dan 2 meter. De locatie van de ontgronding is aangegeven op de situatietekeningen die zijn weergegeven in deze toelichting. Daarmee wordt voldaan aan de vrijstellingscriteria en is een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit niet nodig. Het plan is hiermee in overeenstemming met de instructieregels.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 1.0 De gemeenteraad heeft op 11 juli 2024 de Omgevingsvisie voor Noardeast-Fryslân vastgesteld. Hierin wordt de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving tot 2030 weergegeven. De gemeente wil in 2030 een vitale, gezonde, ondernemende en duurzame gemeente zijn, met een sterke ‘mienskipssin’. Daarbij gelden de bestaande kernkwaliteiten ‘Us Goud’ als uitgangspunt. Relevant voor dit project zijn de kernkwaliteiten van Dokkum. Dokkum wordt beschreven als een prachtige stad met veel kwaliteiten. Zowel de Dokkumer Ee als de Oude Paesens worden op de kwaliteitenkaart aangehaald als onderdeel van de radialenstructuur met groene en groen-blauwe ‘inprikkers’ vanuit het landschap die tot aan het stadshart reiken. De Dokkumer Ee heeft hierbij een bijzondere positie als historische vaarroute die een belangrijke functie heeft gehad bij de ontwikkeling van de stad. Het respecteren en versterken van deze kwaliteiten staat centraal in dit plan. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 biedt het toevoegen van de woonfunctie kansen om de kwaliteit van deze radialen op te waarderen en meer beleefbaar te maken. Wat betreft woningbouw heeft de gemeente de ambitie om een aantrekkelijke woongemeente te blijven en streeft daarvoor naar voldoende en een passend aanbod van woningen.

Daarbij gaat herstructurering en inbreiding voor uitbreiding, waarbij inbreiding niet ten koste moet gaan van bestaande kwaliteiten. Juist in Dokkum ziet de gemeente ruimte voor groei met kwaliteit. Er wordt ingezet op woningbouwlocaties voor diverse doelgroepen en segmenten. Er is nu en de komende jaren veel vraag naar woningen in Dokkum. Bij besluiten over nieuwbouw gaat de gemeente uit van de reële behoefte en wordt rekening gehouden met bevolkingsontwikkeling op langere termijn. Bovendien levert dezonering een bijdrage aan het beleidsvoornemens in de Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum om de zone Betterwird langs de Dokkumer Ee als herstructureringsgebied op te waarderen in de vorm van een kwaliteitsverbetering. Verder zet de gemeente in op een gezonde en veilige leefomgeving. Klimaatbestendigheid, waaronder meer groen ten hittestress en wateroverlast, is hierin een belangrijk element. Ook de mogelijkheid voor bewegen en ontmoeten speelt mee. Het plan voorziet hierin. Tot slot is het passend betrekken van de maatschappij een belangrijk uitgangspunt van de omgevingsvisie. In het kader van dit plan is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Paragraaf 6.1 gaat hierop in.

3.3.2

Woonvisie 2020-2025 De gemeente Noardeast-Fryslân heeft samen met inwoners, corporaties en belangenorganisaties de Woonvisie 2020-2025 gemaakt. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente. In de visie wordt uitgelegd waar de gemeente in 2025 op het gebied van wonen wil staan.

18

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

Ook wordt het gebruikt voor het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties en levert het belangrijke informatie op voor de Omgevingsvisie. De visie is op 21 januari 2021 door de raad vastgesteld. In de woonvisie staan 7 speerpunten uitgewerkt: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; 3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken; 5. Energietransitie en verduurzaming; 6. Leefbare dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. Flexibele woningbouwprogrammering In Noardeast-Fryslân zijn momenteel meer woningzoekenden dan woningen. Dit zorg voor veel druk op de woningmarkt. De gemeente heeft de ambitie om dit in balans te brengen. Om dit proces te versnellen is een flexibel woningbouwprogramma en daarbij behorende afstemming met de provincie nodig. Om hierin te ondersteunen is de provincie in 2020 een experiment gestart met de regio Noordoost-Fryslân. Op 29 november 2021 heeft de Gedeputeerde vertrouwen in de regionale aanpak uitgesproken met als uitkomst dat de provincie een stap terug zet. Het regionale woningbouwprogramma is niet meer afhankelijk van de bestuurlijke goedkeuring van de provincie, waardoor die nog meer bij de regio komt te liggen.

Gemeenten kunnen daardoor flexibeler in planontwikkeling zijn en daardoor sneller te werk gaan. Niet voor ieder plan is een onderbouwing van het woningaantal richting provincie meer nodig. Dat ontslaat de gemeente niet van de verplichting om een onderbouwing op te stellen op basis van de Ladder, het criterium zorgvuldig ruimtegebruik bij bijvoorbeeld nieuwe functies buiten bestaand stedelijk gebied én of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De gemeente is verantwoordelijk voor de afweging en de onderbouwing daarvan, die vormgegeven wordt aan de hand van de woningmarktanalyse, Dorpenatlas en monitoring. Behoefte Uit de verschillende provinciale prognoses en de woningmarktanalyse van de gemeente blijkt dat het aantal huishoudens de komende jaren zal stijgen. Dit leidt, samen met het nu al onder druk staande woningaanbod, de komende jaren tot een aanhoudende behoefte is aan goede, betaalbare en duurzame woningen. Daarbij moet rekening worden gehouden met een vergrijzende regio en grote vraag naar sociale huur in de voorzieningenkernen. De analyse is opgeleverd in 2020, gebaseerd op cijfers uit 2018 en 2019. Sindsdien is met name in deze regio de woningmarkt volledig gekanteld. Van een ontspannen markt waarbij met name de voorbereiding op een krimpscenario noodzakelijk was, naar een overspannen markt waarin het aanbod te laag is.

Om het tekort aan woningbouw het hoofd te bieden is in dit kader is met de provincie de Regionale Woondeal gesloten, waarin de gemeente Noardeast-Fryslân voor de woningbouwopgave van 1.175 woningen in de periode 2022 tot 2030 staat. Deze woondeal komt voort uit actuele bevolkingsprognoses, die voor de komende tijd nog een groei van het aantal huishoudens laat zien. De woningbouwafspraken tussen de gemeente en provincie zijn gebonden aan zowel de woondeal als de afspraken tussen de provincie en de ANNO-gemeenten. Hierin is opgenomen dat de gemeenten vrij zijn om te programmeren naar behoefte. Daarnaast heeft de herijking van de woondeal in juli 2025 plaatsgevonden, wat ruimte biedt aan 250 extra woningen binnen de gemeente. Daarnaast is onlangs het nieuwe woonbehoefteonderzoek vastgesteld. Hieruit blijkt een forse toename van vraag naar woningen in Dokkum: ongeveer de helft van de totale vraag in de gemeente tot en Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

19

met 2035 landt in de stad. In dit onderzoek is de behoefte naar bedrijfswoningen echter niet meegenomen. Dat hier wel vraag naar is, is gebleken uit de participatie. De verplichte combinatie van wonen en werken is een stevige niche, waarnaar veel vraag is en nog geen concreet aanbod in harde of zachte plannen aanwezig is. De ontwikkeling die dit omgevingsplan mogelijk maakt zet in een op woningen voor een specifieke doelgroep, namelijk wonen bij het eigen bedrijf. Om aan de vraag te voldoen, is het aantal nieuw te bouwen bedrijfswoningen voor Betterwird uitgebreid naar 15. Dit aantal is ook aangepast in de planlijst. Locatie De bedrijfswoningen worden mogelijk gemaakt binnen het bestaande of te ontwikkelen bedrijventerrein binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit is een voorkeurslocatie binnen het woonbeleid en past bij de basisbeginselen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, namelijk een duurzaam ruimtegebruik. 3.3.3

Welstandsnota 2020 Het welstandsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de Welstandsnota Noardeast-Fryslân (13 augustus 2020). Hierin is een indeling gemaakt in verschillende welstandsgebieden met verschillende ambitieniveaus. Voor het plangebied geldt het welstandskader voor een bedrijventerrein. De bedrijventerreinen in de gemeente zijn zeer divers. Dit komt tot uitdrukking in de omvang, de aard van de bedrijvigheid, het al dan niet aanwezig zijn van de combinatie wonen/werken en de kwaliteit en representativiteit van de bebouwing. Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden voor deze gebieden niet verwacht. Gelet op de ambities voor het woon-werkgebied voor het opwaarderen van de ruimtelijke kwaliteit langs cultuurhistorische waardevolle structuren, wordt gekoppeld aan dit omgevingsplan een Beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan is opgenomen in bijlage 2 bij de regels.

3.3.4

Conclusie De voornomen wijziging van het omgevingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

20

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Algemeen In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse milieu- en omgevingsaspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op (en dekken) de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Wettelijk kader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies, maar ook om te zorgen dat bedrijfsactiviteiten niet worden beperkt. De VNG uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering’ biedt hiervoor een handvat. Deze nieuwe uitgave gaat over activiteiten als bedoeld in de paragrafen 5.1.4.2 (Geluid door activiteiten) en 5.1.4.6 (Geur) van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor instructieregels zijn opgesteld. In tegenstelling tot de eerdere uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) wordt niet uitgegaan van richtafstanden, maar van de inpasbaarheid van de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied. Omdat de regeling vooral gericht is op het formuleren van regels in het omgevingsplan en deze implementatie nog niet heeft plaatsgevonden, wordt vooralsnog gebruik gemaakt van de systematiek uit de VNG uitgave 'Bedrijven en milieuzonering'. Dit is mogelijk omdat de achterliggende richtwaarden (45 dB(A) Lden in een rustige woonomgeving en 50 dB(A) Lden in een gemengd gebied) vergelijkbaar zijn met de waarden die zijn gehanteerd bij het bepalen van de afstanden uit de eerdere systematiek.

In het Bkl worden de geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. In het kader van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies, zijn ook andere verblijfsobjecten beoordeeld.

4.2.2

Toetsing en conclusie De afstemming tussen (bedrijfs)woningen en bedrijven is een belangrijk onderwerp in de wijzing van het omgevingsplan die dit TAM-omgevingsplan mogelijk maakt. Hierbij komen drie aspecten aan de orde. 1. De invloed van het resterende gezoneerde industrieterrein op de bedrijfswoningen binnen het plangebied; 2. De onderlinge invloed van de bedrijven binnen het plangebied op de bestaande en nieuwe bedrijfswoningen binnen het plangebied; 3. De invloed van de bedrijven binnen het plangebied op omliggende woongebieden. De eerste twee aspecten zijn integraal behandeld onder de kop ‘milieutechnische inpassing’ in paragraaf 2.3. Er zijn twee akoestische onderzoeken uitgevoerd, één door omgevingsdienst FUMO en één door DGMR. De FUMO heeft de geluidsbelasting op het woongebied als gevolg van het resterende gezoneerde industrieterrein onderzoek. De resultaten zijn opgenomen in een advies in bijlage 1.

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

21

Uit het onderzoek van de FUMO volgt dat bij de bestaande en nieuwe woningen niet wordt voldaan aan de standaardwaarde, maar wel aan de grenswaarde van 55 dB(A). Met het stellen van hogere waarden van 52 dB(A) bij de nieuwe woningen bij de Oude Paesens en 55 dB(A) bij de overige woningen zijn de plannen inpasbaar. Het verdiepend akoestisch onderzoek van DGMR is opgenomen in bijlage 2. Hierin is de specifieke geluidsituatie voor de bedrijven en voor de bedrijfswoningen in beeld gebracht. De bestaande bedrijven bevinden zich na dezonering op een bedrijventerrein in plaats van een geluidgezoneerd industrieterrein. Door het overnemen van de normen op een gezoneerd industrieterrein blijven de mogelijkheden van de bedrijven gelijk. Bedrijven mogen daarmee 50 dB(A) produceren op 50 meter of bij de woningen. Op basis van de systematiek van de activiteiten en milieuzonering zijn alleen de bijdragen van de bedrijven op korte afstand relevant. De individuele normen in de vorm van 50 dB(A) bij de geluidgevoelige objecten en/of op 50 meter of de geldende vergunnings- of maatwerkvoorschriften worden niet aangepast. Dit leidt niet tot belemmeringen, behalve voor twee van de bedrijven die met het plan een geluidgevoelig object op minder dan 50 meter vanaf de bedrijfslocatie krijgen. Het gaat om de Hendoweg 14 en Betterwird 2. Voor deze bedrijven gaat met het plan een strenger kader gelden.

Het effect van het plan op deze bedrijven is aanvullend onderzocht. Hieruit blijkt dat er geen feitelijke beperkingen worden verwacht, maar wordt wel geadviseerd om maatwerkvoorschriften voor de bedrijven op te stellen, zodat deze ook naar de toekomst toe niet worden belemmerd in hun mogelijkheden. Dit advies wordt opgevolgd. Aangezien het gaat om een bestaande situatie leidt maatwerk tot een aanvaardbare situatie. Voor de overige bedrijven op het resterende deel van het industrieterrein betekent het dezoneren en de realisatie van nieuwe woningen, een aanpassing van de gezamenlijke geluidnorm. De norm wordt hierbij verschoven, maar niet relevant strenger of ruimer dan al aanwezig. Voor de onderlinge bestaande bedrijven heeft DGMR geconcludeerd dat het plan in principe uitvoerbaar is en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties gemotiveerd kan worden. De nieuwe bedrijfskavels bij de Oude Paesens worden woon-werk locaties. In de concept inrichtingsplannen wordt rekening gehouden met relatief smalle kavels waarbij de woningen van de kavel van de buren op korte afstand komen te liggen. De norm voor de maximale geluidniveaus gaat het gebruik van de kavels in de avond- en nachtperiode beperken en/of niet mogelijk maken. Hier moet rekening gehouden worden in het plan en bij verkoop van de kavels.

De slot gaat het derde aspect over de geluidsituatie ter plaatse van woningen buiten het plangebied. Het uitganspunt van dit omgevingsplan is het mogelijk maken van bedrijfswoningen op een bedrijventerrein. Er wordt nergens extra functionele mogelijkheden aan bedrijven gegeven. De bestaande milieuzonering, zoals geregeld in het omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan Dokkum Regiostad, wordt gerespecteerd. Effecten op de woningen in bestaande en toekomstige woongebieden zijn daarmee uitgesloten. Op basis van het voorgaande kan een goed woon- en leefklimaat én een goed ondernemersklimaat worden gegarandeerd, passend bij het wonen en ondernemen op een gemengd bedrijventerrein. Daarmee is de evenwichtige toedeling van functies aan locaties gegarandeerd.

22

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

4.3

Ecologie

4.3.1

Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

4.3.2

Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen status als Natura-2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (de Waddenzee en het Lauwersmeergebied) liggen op ongeveer 8 en 10 kilometer afstand. Gezien de aard van de ingreep en de relatief grote afstand tot deze natuurgebieden zijn effecten op deze gebieden uitgesloten. Wel kan de emissie van stikstof op grotere afstand effecten hebben. Dit TAM-omgevingsplan voorziet in de invulling van netto 2 hectare nog niet ingevuld bedrijventerrein en de toevoeging van maximaal 15 woningen. Op basis van deze uitgangspunten is een stikstofonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een stikstofbijdrage hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar als gevolg van dit plan. Verder is beoordeeld dat het plan niet in de directe invloedsfeer van gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland ligt. Daarmee is er vanuit de gebiedsbescherming geen belemmering voor het plan.

4.3.3

Soortenbescherming In het kader van dit project wordt een ecologische beoordeling uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd in bijlage 4. Ten aanzien van beschermde soorten geldt dat het plangebied rekening moet worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid kleine marterachtigen, de otter, vleermuizen en broedvogels. Voor de marters geldt dat een aanpak wordt voorgesteld conform de handreiking kleine marterachtigen, van de provincie Fryslân. Dat betekent dat geen nader onderzoek wordt uitgevoerd, maar op basis van de verwachte effecten een activiteitenplan wordt opgesteld, waarin de compenserende en mitigerende maatregelen worden beschreven. Voor de marters is de combinatie van beplantingsstroken langs weidegrond van belang is. In dit geval worden de beplantingsstroken behouden en aangevuld, maar verdwijnt een deel van de weidegrond. Er is in de omgeving nog veel weidegrond beschikbaar, dus de mitigatie zal vooral gaan om het in stand houden of aanvullen van verbindingen. Dit is ook het uitgangspunt voor het plan, waarin wordt uitgegaan van wandelverbindingen naar de omgeving. Dit traject is inmiddels opgestart en vindt in overleg met de provincie plaats. Voor de otter geldt dat de aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen de invloedssfeer van het plangebied niet op voorhand kan worden uitgesloten.

Omdat de otter niet zozeer gebruik maakt van vaste rust en verblijfplaatsen, maar zeer mobiel is en vaak verhuist (zelfs met jongen), wordt het niet realistisch geacht om nader onderzoek aan te bevelen. In plaats hiervan wordt geadviseerd de meest kwetsbare periode van de soort te vermijden. Dit betreft de periode waarin de kans het

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

23

grootst is dat de otter jongen heeft (grofweg mei - augustus). Indien buiten deze voortplantingsperiode wordt gewerkt, is een overtreding van een verbodsbepaling uit de Omgevingswet omtrent de otter te voorkomen. Voor de vleermuizen kunnen negatieve effecten worden voorkomen door de structuren in stand te houden en felle verlichting te voorkomen. De uitvoerbaarheid van het plan is op dit vlak niet in gevaar.

4.4

Bodemkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.

4.4.2

Toetsing en conclusie In het kader van de planvorming is voor de woon-werklocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 5. Op basis van de gemeten gehalten in de grond en het grondwater kan de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte grootschalige locatie, aangenomen worden. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen plannen. Voor het overige maakt het plan initiatieven van derden mogelijk. De bodemkwaliteit in het kader van de concrete vergunningaanvragen getoetst moeten worden en waar nodig worden maatregelen (sanering) getroffen. Gelet op de omvang en de locaties is dit TAM-omgevingsplan op dit punt niet evident onuitvoerbaar.

4.5

Geluid

4.5.1

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid in relatie tot een hoge geluidbelasting zijn geluidaandachtsgebieden bepaald. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen

24

Hoofdstuk 22v Wonen en werken Betterwird 22-786-1 | Vaststelling

en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Dit aspect is behandeld in paragraaf 4.2. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Voor provinciale- en rijkswegen geldt dat de provincie c.q. het rijk verantwoordelijk is voor geluid langs de wegen. Om de onbeheerste groei aan geluid tegen te gaan, zal het systeem van Geluidproductieplafonds (GPP) worden gebruikt. Voor 2026 moeten de Geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Zolang deze niet zijn vastgesteld, blijft de Wet geluidhinder van toepassing. In tabel 5.78t zijn standaardwaarden voor geluid op geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van wegverkeer opgenomen. Voor gemeentewegen is dit 53 dB (etmaalintensiteit). 4.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=86775ec2-0b5e-4917-8cfd-1c1ef91fbdf6