Bijlage - Ontwerpwijziging TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a te Reitsum
Tekst van het document
Regels
Tam-omgevingsplan Hoofdstuk 22s “Flieterpsterdyk 41a Reitsum”
Planstatus: vastgesteld Datum: 18-12-2025 Plan identificatie: NL.IMRO.1970.OpRsFlieterpdyk41a-VG01 Auteur: Jouke Dantuma Advies
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
2
Inhoudsopgave
1 Inleidende bepalingen .......................................................................................................................... 5 Artikel 1 Begripsbepalingen ................................................................................................................ 6 Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen ........................................................................................... 7 Artikel 3 Toepassingsbereik............................................................................................................... 13 Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen ................................................................................................. 14 2 Functies .............................................................................................................................................. 15 Artikel 5 Wonen - 4............................................................................................................................ 16 Artikel 6 Waarde - Archeologie ......................................................................................................... 22 3 Algemene regels .................................................................................................................................
24 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel ............................................................................................................. 25 Artikel 9 Algemene regels voor functies en activiteiten ................................................................... 27 Artikel 10 Beperkingsgebieden ......................................................................................................... 28 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels ............................................................................................... 29 Artikel 12 Overige regels ................................................................................................................... 31 4 Overgangs- en slotregels .................................................................................................................... 32 Artikel 13 Artikel 11 Overgangsrecht ................................................................................................ 33
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
3
Dit TAM-Omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Flieterpsterdyk 41a te Reitsum en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22s) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOPTPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22s] van het omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22s' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22s’ gelezen worden.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
4
1 Inleidende bepalingen
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
5
Artikel 1 Begripsbepalingen Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
6
Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 2.1 TAM-Omgevingsplan: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Reitsum - Flieterpsterdyk 41a; 2.2 omgevingsplan: Het omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân; 2.3 aan-huis-verbonden beroep: het beroep van: accountant, administratieconsulent, advocaat, apotheker, architect, assurantiebemiddelaar, belastingconsulent, bouwkundig architect, dierenarts, fysiotherapeut, gerechtsdeurwaarder, huisarts, interieurarchitect, logopedist, makelaar in onroerend goed, medisch specialist, notaris, oefentherapeut, organisatieadviseur, raadgevend ingenieur, registeraccountant, specialist, tandarts, tandartsspecialist, tuin- en landschapsarchitect, verloskundige, dan wel een naar de aard daarmee gelijk te stellen beroep, dat, in combinatie met de woonfunctie als hoofdfunctie, kan worden uitgeoefend in een hoofdgebouw, aan/uitbouwen en/of bijgebouw(en) dat is (die zijn) bestemd voor het wonen; 2.4 aan- of uitbouw: een gebouw dat ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een vergroting dan wel uitbreiding van het hoofdgebouw vormt; 2.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 2.6 achtererfgebied: erf achter de lijn die
het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 2.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 2.8 bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw of de bedrijfswoning, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw of de oorspronkelijke bedrijfswoning; 2.9 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 2.10 bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer of exploitatie, dat in de verblijfs-recreatieve functie daadwerkelijk sprake is van kort verblijf met als focus toeristische overnachtingsmogelijkheden;
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
7
2.11 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslagen administratieruimten en dergelijke; 2.12 bestaand: a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet, Omgevingswet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan; 2.13 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 2.14 bijbehorend bouwwerk: een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 2.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 2.16 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 2.17 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of
balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 2.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 2.19 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 2.20 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 2.21 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
8
2.22 erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 2.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 2.24 hoofdgebouw: gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is; 2.25 horecabedrijf: een bedrijf of instelling, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 2.26 internetdetailhandel: detailhandel waarbij het te koop aanbieden van goederen plaatsvindt via het internet en de levering alleen geschiedt per post of koeriersdiensten; 2.27 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen,
dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 2.28 kap: een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak; 2.29 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: de in bijlage 1 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 2.30 kleinschalige logiesverstrekking: het bieden van de, ten opzichte van het wonen ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 2.31 kunstobject: voortbrengsel van de beeldende kunsten; 2.32 landschappelijke waarden: waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied;
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
9
2.33 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-/medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, sporten recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en opvang, alsook ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 2.34 mobiele kampeermiddelen toercaravans, vouwwagens, campers, tenten en vergelijkbare kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans en andere permanent aanwezige kampeermiddelen zoals huifkarren en tenthuisjes. 2.35 nutsgebouw: een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en telefooncellen; 2.36 nutsvoorziening: een voorziening ten behoeve van milieuvoorzieningen, de telecommunicatie, de waterhuishouding, natuurbeheer en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval wordt verstaan bergbezinkbassins, centrale voorzieningen voor de afvalinzameling en zendmasten; 2.37 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 2.38 pand: een (hoofd)gebouw of een deel van een (hoofd)gebouw op een zodanige wijze gebouwd, dat er sprake is van visueel zelfstandige bebouwing, tot uitdrukking komend in de parcellering, goothoogte, dakvorm en/of
gevelindeling; 2.39 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil; d. n het geval de hoogte van het terrein op een perceel grote verschillen vertoont: de door burgemeester en wethouders bepaalde hoogte; 2.40 perceelgrens: de grens van een bouwperceel; 2.41 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
10
2.42 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 2.43 recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; 2.44 recreatiewoning: een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 2.45 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 2.46 speelvoorziening: een voorziening waar gelegenheid wordt geboden om te kunnen spelen, zoals een speeltuin of speelweide, een trapveld of een speelkooi of een daarmee vergelijkbare voorziening; 2.47 stacaravan: een caravan die gedurende langere tijd op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en die door zijn plaatsing als (niet omgevingsvergunningplichtig) bouwwerk is aan te merken; 2.48 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meer dan één zijde grenst aan een weg, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 2.49 voorgevelrooilijn: a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: 1.
bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; 2. bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg; 2.50 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
11
2.51 woonhuis: een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 2.52 zijerfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit op een afstand van 3 meter evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, daaronder niet het achtererf begrepen.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
12
Artikel 3 Toepassingsbereik a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Reitsum - Flieterpsterdyk 41a, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1970.OpRSFlieterpdyk41a-VG01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
13
Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.3. 4.1. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 4.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 4.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 4.4 de oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenwerkse constructiedelen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk 4.5 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is; 4.6 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 4.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
14
2 Functies
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
15
Artikel 5 Wonen - 4 5.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen 4'. 5.2 Functieomschrijving De als 'Wonen - 4' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wonen in woonhuizen; almede: b. opslag ten behoeve van een metselbedrijf, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – opslag metselbedrijf'; c. kleinschalige logiesverstrekking, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie', mits er sprake is van bedrijfsmatige exploitatie; d. kantoor ten behoeve van het recreatiebedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – kantoor’; e. een aan-huis-verbonden beroep; met daaraan ondergeschikte functies: e. f. g. h.
kleinschalige duurzame energieopwekking; nutsvoorzieningen; wegen en paden; water;
met daarbij behorende voorzieningen en werken zoals: i. tuinen, erven en terreinen; j. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; k. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 5.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 5.3.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; er zal ten hoogste één hoofdgebouw worden gebouwd; het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de afstand van een hoofdgebouw ten opzichte van de weg zal ten minste de bestaande afstand bedragen; e. de inhoud van een hoofdgebouw zal ten hoogste 750 m³ bedragen; f. de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen; g. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° en ten hoogste 60° bedragen; h. de bouwhoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 10,00 m bedragen; i. hoofdgebouwen zullen ten minste 1,00 m vanaf de zijdelingse perceelgrens dan wel op de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
16
5.3.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt of een bestaande aan- of uitbouw, een bestaand bijgebouw of een bestaande overkapping vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) is gebouwd, in welk geval de in het verleden toegelaten bestaande situering geldt; b. bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 1,00 m vanaf de zijdelingse perceelgrens dan wel op de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken zal per hoofdgebouw ten hoogste 100 m² bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte geldt; d. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken zal ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel, gelegen achter de voorgevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan en verminderd met de oppervlakte van het hoofdgebouw, bedragen; e. in afwijking van het bepaalde onder c en d, mag de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw ten hoogste 125 m² bedragen, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt; f.
de goothoogte van de bestaande voormalige agrarische bebouwing bedraagt maximaal 2,15 meter; g. de bouwhoogte van de bestaande voormalige agrarische bebouwing bedraagt maximaal 5,4 meter; h. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste gelijk zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,25 m; i. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen; j. indien een bijbehorend bouwwerk wordt voorzien van een kap, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 9,00 m bedragen, mits de bouwhoogte 1,00 m minder bedraagt dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 9,00 m bedragen. 5.3.3 Overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn ten hoogste 2 m mag bedragen; b. er zullen geen bouwwerken ten behoeve van de opwekking van windenergie en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, reclamemasten en paardrijbakken worden gebouwd; c.
de bouwhoogte van de andere overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag ten hoogste 5 m bedragen.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
17
5.4 Vergunningplicht voor afwijken van de beoordelingsregels bouwactiviteiten 5.4.1 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning en in afwijking van: a. het gestelde in 5.3.1 onder c. de afstand van een hoofdgebouw ten opzichte van de weg verkleinen; b. het gestelde in artikel 5.3.2 onder b dat bijbehorende bouwwerken ten minste 1,00 m vanaf de zijdelingse perceelgrens dan wel op de zijdelingse perceelgrens zullen worden gebouwd; c. het gestelde in artikel 5.3.2 onder c. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw te vergroten; d. het gestelde in artikel 5.3.3 onder c. een paardrijbak te realiseren; 5.4.2 Beoordelingsregels a. Een omgevingsvergunning b. zoals bedoeld in artikel 5.4.1 wordt verleend als geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. c. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.4.1 onder a. kan worden verleend indien de geluidsbelasting voldoet aan de standaardwaarde of grenswaarde, zoals opgenomen in tabel 5.78t en 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.4.1 onder b.
kan worden verleend tot ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel en tot een oppervlakte van ten hoogste 300 m²; e. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.4.1 onder c. wordt verleend wanneer de omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 onder c. ook wordt verleend. 5.5 Specifieke functieregels Het is verboden om: a. om woonhuizen te gebruiken in combinatie met bedrijfsdoeleinden, anders dan genoemd in artikel 5.2 onder b, c en d; b. een woonhuis, inclusief bijbehorende bouwwerken, te gebruiken voor mantelzorg; c. vrijstaande bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor bewoning; d. het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning; e. gronden en bouwwerken te gebruiken voor verblijfsrecreatieve doeleinden, met uitzondering van gronden en bouwwerken die ter plaatse zijn aangeduid met de aanduiding 'verblijfsrecreatie'; f. het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden, ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' voor meer dan vijf recreatieveappartementen; g. gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van de huisvesting van tijdelijke werknemers dan wel arbeidsmigranten. h. gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten; i. gronden te gebruik ten behoeve van de aanleg van een paardrijbak met de daarbij behorende bouwwerken; j.
een opstelling voor zonne-energie binnen het bouwperceel te gebruik, zonder dat het op te stellen vermogen is afgestemd op het eigen energieverbruik op het perceel.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
18
5.6 Vergunningplicht voor afwijken van de specifieke gebruiksregels 5.6.1 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning en in afwijking van: a. het gestelde in 5.5 onder a. een gebouwen te gebruiken ten behoeve van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, die zijn genoemd in bijlagen bij de regels bijlage 1; b. het gestelde in 5.5 onder b. een woonhuis, inclusief bijbehorende bouwwerken, mantelzorg toe te staan; c. het gestelde in 5.5 onder e. kleinschalige logies toe te staan, met uitzondering voor gronden en gebouwen met de aanduiding 'verblijfsrecreatie'; d. het gestelde in 5.5 onder e. klein kamperen toe te staan; e. het gestelde in 5.5 onder f. Huisvesting van tijdelijke werknemers dan wel arbeidsmigranten toe te staan; f. het gestelde in 5.5 onder h. een paardrijbak in gebruik te nemen. 5.6.2 Beoordelingsregels a. Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.6.1 wordt verleend als geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, milieusituatie, verkeersveiligheid, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. b. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 onder a. kan worden verleend indien: 1.
de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing binnen het bouwperceel, met dien verstande dat de beroepsvloeroppervlakte niet meer dan 50 m² mag bedragen; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke uitstraling van de woning; 3. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca; 4. het parkeren op eigen erf plaatsvindt. Indien dit niet mogelijk is, mag de parkeerdruk in de naaste omgeving als gevolg van de voorgenomen activiteit niet onevenredig toenemen; 5. de verkeersdruk in de naaste omgeving niet onevenredig toeneemt; 6. geen bedrijfsmatige opslag in de open lucht plaatsvindt; c. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 onder b. kan worden verleend indien: 1. De bewoning van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk uitsluitend plaatsvindt vanuit een oogpunt van mantelzorg voor personen; 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 3. de oppervlakte van de afhankelijke woonruimte per bouwperceel niet meer bedraagt dan 100 m²; 4. de inrichting van het vrijstaand bijgebouw ten behoeve van de bewoning ongedaan wordt gemaakt na beëindiging van de mantelzorg. d. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 onder c. kan worden verleend indien: 1.
de woonfunctie niet onevenredig wordt aangetast; 2. het uiterlijk van het betreffende woonhuis niet wordt aangetast; 3. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. de verkeersdruk in de naaste omgeving niet onevenredig toeneemt; 5. geen bedrijfsmatige opslag in de open lucht plaatsvindt;
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
19
e. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 onder d. kan worden verleend indien: 1. het kamperen uitsluitend plaatsvindt in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 2. het ten hoogste 15 kampeerplaatsen per bouwperceel waarbinnen een woonhuis aanwezig is, betreft, dan wel ten hoogste 25 kampeerplaatsen indien sprake is van een perceel met een minimale omvang van 2.500 m² en dat qua oppervlakte en ruimtelijke uitstraling vergelijkbaar is met een agrarisch bedrijfsperceel; 3. de kampeerplaatsen uitsluitend voor mobiele kampeermiddelen worden aangewend; 4. met een erfinrichtingsplan wordt aangetoond dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk wordt ingepast overeenkomstig het gestelde in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied (augustus 2013); 5. de oppervlakte van het perceel bij een terrein met maximaal 15 standplaatsen ten minste 0,50 ha bedraagt, en bij een terrein met maximaal 25 standplaatsen ten minste 0,75 ha; 6. de afstand van het kampeerterrein tot de gevel van de dichtstbijzijnde woning van derden ten minste 50 m bedraagt; 7. het kleinschalige kampeerterrein voor wat betreft de ligging direct aansluit op de bestaande woonbebouwing of bedrijfsbebouwing; 8. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waardevolle zichtlijnen op dorpssilhouetten; 9.
bij een kleinschalig kampeerterrein voor de sanitaire voorzieningen tot maximaal 50 m² aan gebouwen mag worden gerealiseerd. De locatie van het gebouw dient dusdanig gekozen te worden dat er een samenhang is met de bestaande bebouwing; 10. er binnen het gemeentelijk grondgebied niet meer dan 20 kleinschalige kampeerterreinen worden opgericht; 11. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; f. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 onder e. kan worden verleend indien: 1. de huisvesting niet plaatsvindt in ruimtes ingericht voor logiesverstrekking en op kleinschalige kampeerterreinen; 2. het parkeren op eigen erf plaatsvindt; 3. er per persoon ten minste 12 m² gebruiksoppervlakte binnen het woonhuis beschikbaar is; 4. er per woonhuis ten hoogste zes tijdelijke werknemers en/of arbeidsmigranten worden gehuisvest; 5. binnen een straal van 1.000 m ten hoogste één bedrijfswoning of woonhuis voor een dergelijke functie wordt gebruikt; 6. de bewoning voldoet aan de eisen gesteld door het Team Risicobeheersing Noordwest Friesland; 7. de aanvrager aantoont dat een beheerder wordt en blijft aangesteld voor het toezicht op de huisvesting; 8.
er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; g. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 onder f. kan worden verleend indien: 1. de paardrijbak zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare weg wordt gesitueerd ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing;
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
20
2. er vanwege de paardrijbak geen onevenredige hinder (geur, geluid, licht en stof) wordt veroorzaakt voor nabijgelegen woningen van derden (minimale afstand 50 m tot de woonpercelen); 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waardevolle zichtlijnen op dorpssilhouetten; 4. er geen onevenredige verstoring van het bodemarchief wordt veroorzaakt; 5. de oppervlakte van een paardrijbak ten hoogste 1.200 m² bedraagt; 6. de bouwhoogte van lichtmasten of naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken ten behoeve van de verlichting van paardrijbakken ten hoogste 5,00 m zal bedragen; 7. de lichtmasten uitsluitend zijn gericht op de paardrijbak; 8. de bouwhoogte van overige bouwwerken ten hoogste 3,00 m zal bedragen. 5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 5.7.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: •
het vellen, rooien of verwijderen van houtgewassen, voor zover gelegen binnen 6 meter vanaf de erfgrens.
5.7.2 Uitzondering vergunningsplicht Het bepaalde in lid 5.7.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.7.3 Beoordelingsregel De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke inpassing van het desbetreffende perceel. 5.7.4 Aanvraagvereisten Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen moet worden besloten dat de omgevingsvergunning pas kan worden verleend nadat door de aanvrager een motivering is overgelegd waarin in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de landschappelijke inpassing is gewaarborgd.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
21
Artikel 6 Waarde - Archeologie 6.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie’. 6.2 Functieomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies en gebiedsaanwijzingen, mede aangewezen voor bescherming van aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. 6.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m², moet alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden 6.4.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b.
het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van energie-, transport- en of communicatieleidingen. 6.4.2 Uitzondering vergunningsplicht Het bepaalde in lid 6.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 2.500 m² beslaan. 6.4.3 Beoordelingsregel De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
22
6.4.4 Aanvraagvereisten Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen moet worden besloten dat de omgevingsvergunning pas kan worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
23
3 Algemene regels
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
24
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
25
Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen mogen in afwijking van het omgevingsplan, uitsluitend worden overschreden door tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, hellingbanen, funderingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,50 m. 8.2 Bestaande maatvoeringen a. Daar waar bestaande afstanden meer of minder bedragen dan ingevolge de bouwregels is voorgeschreven, worden de bestaande afstanden als ten hoogste respectievelijk ten minste toelaatbaar aangehouden. b. In die gevallen dat bestaande situeringen, percentages, dakhellingen, kapvormen, hoogten, bestaande inhoud en/of bestaande oppervlakten afwijken van de bouwregels, worden de bestaande situeringen en maatvoeringen als toelaatbaar aangehouden.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
26
Artikel 9 Algemene regels voor functies en activiteiten 9.1 Algemeen gebruiksverbod Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. 9.2 Andere verboden activiteiten De volgende activiteiten zijn altijd verboden: a. het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- en/of vliegtuigen; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatieve voorzieningen, met uitzondering van kleinschalige logiesverstrekking ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie'; e. het gebruik van een woning voor meer dan één huishouden; f. het gebruik van gronden voor de plaatsing van zonnecollectoren anders dan op bouwwerken en op achtererven; g. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor vergisting, mono-mestvergisting en/of covergisting.
9.3 Voorwaardelijke verplichting Het gebruik van de gronden en bebouwing ter plaatse van de functie Wonen - 4 is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat de bestande landschappelijke inpassing zoals die is vastgelegd in bijlagen bij de regels bijlage 2 blijft gehandhaafd.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
27
Artikel 10 Beperkingsgebieden 10.1 Radarverstoringsgebied 10.1.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing in het gebied ‘vrijwaringszone – radarverstoringsgebied’. 10.1.2 Oogmerk De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. 10.1.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten De bouwhoogte van bouwwerken zal ten hoogste 89 m ten opzichte van NAP, dan wel de bestaande bouwhoogte bedragen.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
28
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de regels in die zin dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de regels in die zin dat gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, openbaar vervoer, bediening van kunstwerken, sanitaire voorzieningen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje ten hoogste 50 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte van een gebouwtje ten hoogste 3 m mag bedragen; d. de regels, ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m, waarbij de hoogte van reclamemasten ten hoogste 6,00 m zal bedragen; e. de regels, ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 40 m; f.
de regels ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen in die zin dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen wordt vergroot, mits: g. de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging ten hoogste 10% van het betreffende bouwvlak mag bedragen; 1. de vergroting ten hoogste 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; 2. het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouwc.q. functiegrenzen in die zin dat de grenzen naar de buitenzijde worden overschreden door h. trappen, trappenhuizen en galerijen; 1. entreeportalen, luifels, veranda's en balkons; 2. overstekende daken; mits de bouwgrens met niet meer dan 1,5 m overschrijdend; i.
andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijdend.
11.2 Beoordelingsregels De in lid 10.1 genoemde omgevingsvergunningen worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f.
de milieusituatie; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de ruimtelijke en cultuurhistorische waarden; de landschappelijke waarden; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
29
11.3 Parkeren 1. In aanvulling op artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning, als het bouwwerk, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, of het gebruik van dat bouwwerk, een behoefte aan parkeergelegenheid oproept, alleen verleend als: a. op het bouwperceel voldoende parkeergelegenheid aanwezig is of in zal worden voorzien. 2. Of er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels. 3. In afwijking van het bepaalde onder 1 wordt de omgevingsvergunning ook verleend als op het bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid zal worden voorzien en naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de parkeersituatie.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
30
Artikel 12 Overige regels 12.1 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. 12.2 Van toepassing verklaring De regels en bijbehorende bijlagen van: Het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente NoardeastFryslân - Partiële herziening” (NL.IMRO.1970.BpKleinewindmolens-VA01), zoals dat is vastgesteld op 27 januari 2022 zijn onverminderd van toepassing op dit plan.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
31
4 Overgangs- en slotregels
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
32
Artikel 13 Artikel 11 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 12.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a met maximaal 10%. c. Lid 12.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.1 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.1 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 12.1 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
33
Toelichting
Tam-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s “Flieterpsterdyk 41a Reitsum”
Planstatus: vastgesteld Datum: 18-12-2025 Plan identificatie: NL.IMRO.1970.OpRsFlieterpdyk41a-VG01 Auteur: Jouke Dantuma Advies
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 6 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 7 1.2 Ligging plangebied ......................................................................................................................... 7 1.3 Geldende planologische regelingen .............................................................................................. 8 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 9 2 Planbeschrijving.................................................................................................................................. 10 2.1 Bestaande situatie ....................................................................................................................... 11 2.2 Voorgenomen situatie ................................................................................................................. 12 3 Beleid en regelgeving .........................................................................................................................
14 3.1 Rijksbeleid.................................................................................................................................... 15 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 16 3.3 Gemeentelijke beleid .................................................................................................................. 19 4 Milieu- en omgevingsaspecten........................................................................................................... 21 4.1 Algemeen..................................................................................................................................... 22 4.2 Bedrijven en milieuzonering........................................................................................................ 23 4.3 Ecologie ....................................................................................................................................... 24 4.4 Bodemkwaliteit ........................................................................................................................... 25 4.5 Geluid ..........................................................................................................................................
27 4.6 Water ........................................................................................................................................... 28 4.7 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 29 4.8 Archeologie.................................................................................................................................. 30 4.9 Cultuurhistorie............................................................................................................................. 32 4.10 Externe veiligheid ...................................................................................................................... 33 4.11 Kabels en leidingen.................................................................................................................... 34 4.12 Verkeer en parkeren.................................................................................................................. 35 4.13 Duurzaamheid ........................................................................................................................... 36
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
3
4.14 Beschermen van gezondheid .................................................................................................... 37 4.15 M.e.r.-beoordeling .................................................................................................................... 38 4.15 Spuitzones ................................................................................................................................. 38 5 Juridische vormgeving ........................................................................................................................ 40 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 41 5.2 Inleidende regels ......................................................................................................................... 42 5.3 Functies en activiteiten ............................................................................................................... 43 5.4 Overgangsregels .......................................................................................................................... 44 6 Uitvoerbaarheid .................................................................................................................................
45 6.1 Participatie .................................................................................................................................. 46 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 47 6.3 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 47
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
4
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
5
1 Inleiding
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
6
1.1 Aanleiding In 2021 heeft initiatiefnemer de gemeente Noardeast-Fryslân verzocht om medewerking te verlenen aan de realisatie van vijf recreatie-appartementen in een voormalige stal op het perceel aan de Flieterpsterdyk 41a te Reitsum. Op 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om in principe haar medewerking te verlenen aan het voorbereiden van een bestemmingsplanprocedure om de realisatie van het plan mogelijk te maken. Vanaf begin 2021 is er een aantal overleggen met de gemeente georganiseerd. Dit heeft geleid tot verdere uitwerking van het plan. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het geldende ruimtelijke plan past wordt een TAM-Omgevingsplan opgesteld.
1.2 Ligging plangebied De planlocatie van het Tam-Omgevingsplan Flieterpsterdyk 41a ligt ten oosten van het dorp Reitsum. Zowel ten noorden, zuiden, westen als ten oosten wordt de planlocatie omgeven door agrarische percelen (weilanden). Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Blija, sectie F, nummer 805.
Figuur 1.1. Locatie plangebied (bron: www.topotijdreis.nl).
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
7
Figuur 1.2. Luchtfoto plangebied (bron: www.topotijdreis.nl)
1.3 Geldende planologische regelingen Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is een omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit ruimtelijke regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen, en rijksregels over activiteiten (de bruidsschat). In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zit onder andere het ruimtelijk plan 'Buitengebied' (vastgesteld d.d. 13-02-2014). De planlocatie valt hierbinnen. Op het perceel Flieterpsterdyk 41a is de functie ‘Agrarisch’, met de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding – afwijkende oppervlakte 3’, ‘specifieke vorm van agrarisch – bedrijfskavel grondgebonden agrarisch bedrijf’ en deels ‘specifieke vorm van bedrijf – gemengd’ toegestaan. Bovenstaande betekent dat op dit perceel een grondgebonden agrarisch bedrijf mag worden uitgeoefend en binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gemengd’ een kapsalon en caravan- en wagenstalling worden gevestigd. De gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen ten behoeve van een kleinschalig agrarisch bedrijf zal ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende oppervlakte 3’ ten hoogste 1250 m² bedragen. Ook geldt voor de planlocatie een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – radarverstoringsgebied’.
Om te zorgen voor een goede werking van de radar van de vliegbasis Leeuwarden en de radarpost Wier is de aanduiding vrijwaringszone radarverstoringsgebied opgenomen. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om hogere bebouwing toe te staan. Er zijn twee bouwvlakken aanwezig, namelijk voor de aanwezige bedrijfswoning en de bijbehorende bedrijfsgebouwen. Het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwvlak bedragen. De maximale bouwhoogte van een bedrijfsgebouw/overkapping en bedrijfswoning is bepaald op respectievelijk 14 en 10 meter. De maximale oppervlakte van bedrijfsgebouw/overkapping bedraagt 1000 m². De bedrijfswoning mag geen grotere inhoud hebben dat 750 m3.
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
8
Figuur 1.3: Geldend ruimtelijk plan.
Binnen de genoemde functies is het realiseren van vijf recreatie-appartementen in de voormalige stal op het perceel Flieterpsterdyk 41a niet mogelijk. Het plan heeft ook geen flexibiliteitsbepalingen om de ontwikkeling te kunnen realiseren. Om de beoogde ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken wordt een nieuw TAM-Omgevingsplan opgesteld.
1.4 Leeswijzer Het TAM-Omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). De onderhavige toelichting dient als motivering bij de te volgen procedure. De toelichting bij dit TAM-Omgevingsplan bestaat uit 6 hoofdstukken. Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-Omgevingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten van dit TAM-Omgevingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de focus op de aspecten economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (de procedure) ligt.
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
9
2 Planbeschrijving
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
10
2.1 Bestaande situatie Het plangebied ligt aan de oostzijde van het dorp Reitsum. Het gebied maakt deel uit van het knipkleigebied. Dit is over het algemeen een open gebied waar nauwelijks beplanting voorkomt. Van de talrijke terpen is een aantal geheel of gedeeltelijk afgegraven. Het plangebied behoort tot de knippoldervaaggronden. Deze gronden worden gekenmerkt door een zware knipkleilaag die in dikte varieert van 40 tot 100 cm. Deze gronden zijn voornamelijk in gebruik als grasland voor de veeteelt. Initiatiefnemer runt een metselbedrijf en oefent de daarbij behorende bedrijfsactiviteiten buitenshuis uit. In het plangebied is sprake van een agrarisch bouwperceel, met daarop een bedrijfswoning, en twee loodsen. De oostelijke loods wordt in gebruik genomen voor opslag van materiaal van het metselbedrijf. De westelijke loods was voorheen in gebruik als caravanstalling en kapsalon. Ten noorden van de oostelijke loods bevindt zich een wagenloods die momenteel nog wordt gebruik voor opslag. Zie figuur 2.1. en 2.2 voor de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 2.1. Huidige situatie gezien vanuit het oosten.
Figuur 2.2. Huidige situatie gezien vanuit het westen.
Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22s Flieterpsterdyk 41a Reitsum
11
2.2 Voorgenomen situatie In de toekomstige situatie wordt de westelijke loods die dateert uit 1976 geschikt gemaakt voor vijf recreatie-appartementen. Het asbest is ondertussen al verwijderd en de gevels (hout) vernieuwd. De gevels zijn/worden voorzien van deuren en ramen. In de appartementen bevinden zich een woonkamer, slaapkamer en badkamer/toilet. Appartement 3 heeft de grootste oppervlakte en beschikt over twee slaapkamers. Elk appartement krijgt een overkapt terras. Het parkeren vindt plaats tussen beide loodsen.
De wagenloods zal ingericht worden als ontvangstruimte/kantoor en fietsenstalling voor de recreanten met een elektrisch oplaadpunt. Deze wagenloods zal worden voorzien van zonnepanelen. Omdat er in dit onderhavige plan louter sprake is van gewijzigd gebruik, verandert de huidige landschappelijke inpassing niet. De huidige erfbeplanting kan als voldoende beschouwd worden. Deze bestaat uit de volgende boomsoorten: Platanus acerifolia, Morus alba, Prunus avium, Acer buergerianum, Corylus columa, Tilia tomentosa, Quercus palustris, Ginkgo biloba, Liquidambar styracifilua en Pyrus Chanticleer. Rondom de woning zal nog een nieuwe groenhoudende haag worden geplant.