CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage I Paraplubestemmingsplan kleine windmolens

It Beslút 27 januari 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen paraplubestemmingsplan kleine windmolens Noardeast-Fryslân17.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân

DATUM IMRO IDN

27-01-2022

PROJECTNUMMER

20201705

STATUS

vastgesteld (concept)

NL.IMRO.1970.BpKleinewindmolens-VA01

TOELICHTING

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Planvorm

1

1.3

Plangebied

1

1.4

Startdocument

2

Beleid

3

2.1

Rijksbeleid

3

2.2

Provinciaal beleid

3

2.3

Gemeentelijk beleid

3

Hoofdstuk 3

Omgevingsaspecten

4

3.1

Slagschaduw

4

3.2

Geluid

4

3.3

Externe veiligheid

4

3.4

Ecologie

6

3.5

Landschap en cultuurhistorie

7

Hoofdstuk 4

Juridische toelichting

9

4.1

Uitleg van de regeling

9

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

12

5.1

Economische uitvoerbaarheid

12

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

12

Hoofdstuk 2

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Startdocument Paraplubestemmingsplan kleine windturbines Noardeast-Fryslân

Bijlage 2

Overlegreacties paraplubestemmingsplan kleine windmolens NOF

Bijlage 3

Zienswijze provincie Fryslân

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

15

Artikel 1

Begrippen

15

Artikel 2

Wijze van meten

16

Artikel 3

Van toepassing verklaring

18

Hoofdstuk 2

Regels windturbines

19

Artikel 4

Algemene bouwregels

19

Artikel 5

Algemene gebruiksregels

20

Algemene regels

21

Anti-dubbeltelregeling

21

Overgangs-en slotregels

22

Artikel 7

Overgangsrecht

22

Artikel 8

Slotregel

23

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels Bijlage 1

Lijst van toepassing zijnde bestemmingsplannen

Bijlage 2

Landschapsbiografie

Bijlage 3

Notitie Kleine windturbines in Fryslân van Hûs en Hiem, v2.0

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Provinciale Staten van de provincie Fryslân hebben in hun vergadering van 1 juli 2020 de Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (windturbines) gewijzigd vastgesteld. Door deze wijziging bestaan er in de provincie nu mogelijkheden om onder voorwaarden windturbines bij agrarische bouwpercelen te realiseren. Windturbines kunnen geregeld worden in een paraplubestemmingsplan door middel van een afwijkingsmogelijkheid gebaseerd op een aantal voorwaarden. Een aanvraag moet aan de provincie worden voorgelegd. Deze wijziging in de provinciale verordening heeft ertoe geleid dat ook in de gemeente Noardeast-Fryslân diverse initiatieven zijn ingediend voor het plaatsen van kleine turbines. De geldende bestemmingsplannen zijn gebaseerd op verouderd provinciaal beleid en faciliteren deze kleine windturbines echter (nog) niet. Dat betekent dat voor elke aanvraag een uitgebreide vergunningprocedure nodig, die tijdrovend en kostbaar is. De gemeente Noardeast-Fryslân wil daarom naar aanleiding van deze beleidswijziging een gemeentedekkende planologische regeling opstellen met daarin een eensluidende regeling voor windturbines bij agrarische bouwpercelen. Het voorliggende paraplubestemmingsplan voorziet daarin.

1.2

Planvorm

Het is mogelijk om meerdere bestemmingsplannen tegelijkertijd op één of meerdere thema's of onderdelen te wijzigen zodat ze weer zijn voorzien van een goede regeling. Dit kan in de vorm van een zogenaamd paraplubestemmingsplan dat thema's of onderdelen regelt voor de bestemmingsplannen die zijn genoemd in het paraplubestemmingsplan. Omdat de regeling overkoepelend geldt voor een aantal bestemmingsplannen wordt het een paraplubestemmingsplan genoemd. Het voorliggende paraplubestemmingsplan is daarmee een aanvullende regeling voor het onderwerp windturbines bij agrarische bouwpercelen en herziet de bestaande bestemmingsplannen op dit onderdeel. Het paraplubestemmingsplan voorziet in een regeling om onder (de door de provincie gestelde) voorwaarden windturbines op of aangrenzend aan een agrarisch bouwperceel toe te staan.

1.3

Plangebied

Het paraplubestemmingsplan heeft betrekking op alle gronden binnen geldende bestemmingsplannen waar agrarische bouwpercelen aanwezig zijn en op gronden direct grenzend aan agrarische bouwpercelen. Het plangebied behelst derhalve een groot deel van het grondgebied van de gemeente Noardeast-Fryslân. De uitzonderingen betreffen natuur- en kwetsbare gebieden. Het plangebied betreft het landelijk gebied waarin agrarische bedrijven zijn gelegen, dit in verband met de relatie van de plaatsing van windturbines met het agrarische bedrijf i.c. het bouwvlak.

1/26

Het plangebied betreft in ieder geval de plangebieden van de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan

Voormalige gemeente

Buitengebied Ferwerderadiel

Ferwerderadiel

Bûtengebiet Dongeradeel

Dongeradeel

Bestemmingsplan Buitengebied 2012

Kollumerland en Nieuwkruisland

Daarnaast zijn een aantal andere bestemmingsplannen in het onderhavige paraplubestemmingsplan meegenomen, omdat daar agrarische gronden aanwezig zijn die grenzen aan agrarische bouwpercelen. In bijlage 1 van de regels zijn alle bestemmingsplannen opgenomen die met dit paraplubestemmingsplan worden herzien.

1.4

Startdocument

Gemeente Noardeast-Fryslân wil invulling en ruimte geven aan het nieuwe, provinciale windturbinebeleid. De geldende bestemmingsplannen zijn gebaseerd op verouderd provinciaal beleid en faciliteren deze kleine windturbines echter (nog) niet. Dat betekent dat voor elke aanvraag een uitgebreide vergunningprocedure nodig, die tijdrovend en kostbaar is. Om de verruimde mogelijkheden van de provincie te kunnen benutten is het noodzakelijk en gewenst om een nieuw bestemmingsplan voor het gemeentelijk grondgebied - een paraplubestemmingsplan - op te stellen, waarin het plaatsen van een windturbine onder voorwaarden mogelijk wordt gemaakt. Dit biedt mogelijkheden om agrarische bedrijven mogelijk te verduurzamen wat betreft de energievoorziening. Het paraplubestemmingsplan biedt het planologisch toetsingskader voor het plaatsen van kleine windturbines bij agrarische bedrijven in de gemeente. Ter voorbereiding van dit paraplubestemmingsplan is door de gemeente een startdocument opgesteld. Doel van dit startdocument is de uitgangspunten vast te stellen die als basis dienen voor het op te stellen paraplubestemmingsplan. De startnotitie is ter vaststelling aangeboden aan het college en opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting.

2/26

Hoofdstuk 2 2.1

Beleid

Rijksbeleid

Op verschillende niveaus gelden beleidsnota's die betrekking hebben op het plangebied. Op rijksniveau is dit onder andere de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze beleidsnota geeft geen specifieke uitgangspunten voor het plangebied. Verder zijn op basis van rijksbeleid diverse thema's op het plangebied van toepassing. Hierbij worden uitsluitend regels gesteld ten aanzien van ontwikkelingen. Omdat geen sprake is van nieuwe, ruimtelijk relevante ontwikkelingen, zijn deze thema's niet van belang. In algemene zin wordt gestreefd naar een voortzetting en met name een verbetering van het bestaande kwaliteitsniveau. Dit geldt dan ook voor het plangebied.

2.2

Provinciaal beleid

Op provinciaal niveau geldt het Streekplan Fryslân 2007, dat verder is uitgewerkt in de Verordening Romte Fryslân 2014. Voor het onderhavige paraplubestemmingsplan is de Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (windturbines) van belang. Deze wijziging voorziet in mogelijkheden om onder de volgende voorwaarden maximaal 3 windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf te realiseren: 1. de windturbines mogen een maximale ashoogte van 15 meter hebben; 2. het op te stellen vermogen is gericht op de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf; 3. de turbines moeten zorgvuldig worden ingepast binnen de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten, waarbij de mogelijkheden om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen zijn verkend.

2.3

Gemeentelijk beleid

In de coalitieagenda voor de gemeente Noardeast-Fryslân 2019-2022 staat het volgende over kleine windturbines: “We streven naar het leveren van betekenisvolle bijdragen aan een duurzame samenleving. Energietransitie willen we stimuleren en de inwoners daar bij betrekken. Als gemeente zullen we invulling geven aan onze voorbeeldrol. In het kader van de energietransitie zullen diverse vormen van duurzame energiebronnen moeten worden aangewend om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan het behalen van klimaat doelstellingen (o.a. lagere CO2 uitstoot). Eén van deze milieuvriendelijke bronnen is windenergie, waarbij de bouw van molens vanzelfsprekend effect heeft op het landschap. Dit effect wil het college inkaderen:  Provinciaal beleid bepaalt welke ruimte een gemeente heeft voor het opwekken van energie door molens.  Indien toekomstig provinciaal beleid het mogelijk maakt dan zal het college naast kleine molens (zoals bijv. Groninger model) iets grotere molens toestaan, indien ze passen in de omgeving, er draagvlak voor is in de omgeving en burgers ervan profiteren, waarbij maatwerk altijd een leidend criterium is.  Solitaire megamolens en windparken van middelgrote en megamolens zullen in deze raadsperiode niet worden toegestaan".

3/26

Hoofdstuk 3

Omgevingsaspecten

In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot een aantal kwaliteitseisen uit hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Met andere woorden, er moet sprake zijn van een goede omgevingssituatie.

3.1

Slagschaduw

De windturbine moet voldoen aan de van toepassing zijnde eisen van het Activiteitenbesluit, waaronder de normen voor slagschaduw. Bij kleine windturbines treedt geen slagschaduw op. Als de zon de rotor van een grote windturbine belicht, leidt dit tot een bewegende schaduw. Doordat de wieken van een grote windturbine heel lang zijn (30 tot 50 meter) ervaren mensen deze schaduw soms als hinderlijk. De lange wieken maken namelijk een lange schaduw en bewegen bovendien relatief langzaam (20 omwentelingen per minuut). Miniturbines kunnen geen slagschaduw maken. Enerzijds heeft dat te maken met een korte en smalle wiek (maximale wieklengte is 2,5 meter) en anderzijds door een hoog aantal (150 tot 400) omwentelingen per minuut. De wieken van een miniturbine zijn te klein en draaien te snel om een hinderlijke schaduw te kunnen veroorzaken. De wat ‘grotere’ kleinschalige turbines (wieklengte 4,5 tot 8 meter) veroorzaken mogelijk wel slagschaduw. In het activiteitenbesluit en de activiteitenregeling Milieubeheer staan daarom normen voor hinder door slagschaduw. Hier moet de turbine aan voldoen. Als er sprake is van hinder door slagschaduw bij een gevoelig object, dan is men verplicht om een automatische stilstand voorziening aan te brengen bij de windturbine (artikel 3.12 lid 1 van de Activiteitenregeling).

3.2

Geluid

De windturbine moet voldoen aan de van toepassing zijnde eisen van het Activiteitenbesluit, waaronder de normen voor geluidhinder. Het totale geluidniveau wat een inrichting maximaal mag produceren op de gevel van omwonenden en andere geluidgevoelige objecten is opgenomen in het Activiteitenbesluit. Voor een kleine windturbine met een rotordiameter van 2 meter of meer is een melding Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht. Bij de melding moet een akoestisch onderzoek worden gevoegd.

3.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedruk aardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op 27 oktober 2004 zijn het Bevi en de Regeling externe veiligheid inrichtingen van kracht geworden. In het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot inrichtingen met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

4/26

Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaarcontour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Onderzoek Uit de risicokaart blijkt dat in het plangebied van dit bestemmingsplan, verscheidene risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. De onderstaande afbeelding bevat een uitsnede van de betreffende risicokaart.

Figuur 1: Uitsnede risicokaart (Bron: www.risicokaart.nl) Binnen het plangebied waarop dit paraplubestemmingsplan van toepassing is, liggen verscheidene hogedruk aardgastransportleidingen, gasleidingen, regionale wegen en andere risicobronnen. Gebieden kunnen op voorhand niet worden getoetst op de mogelijkheid van de bouw van een windturbine met een ashoogte van maximaal 15 meter. Deze toetsing wordt uitgevoerd bij een aanvraag omgevingsvergunning. In de juridische regeling is om die reden een regel opgenomen die de afstand van windturbines tot risicobronnen borgt. Hoogspanningsleidingen In onderstaande figuur wordt de ligging van hoogspanningsverbindingen die door de gemeente Noardeast-Fryslân lopen weergegeven.

5/26

Figuur 2: Uitsnede HoogspanningsNet Netkaart (bron: hoogspanningsnet.com) De eigenaar van de hoogspanningsleidingen, TenneT, bepaalt de afstand die moet worden aangehouden tussen eigendommen van TenneT en windturbines op basis van het 'Handboek Risicozonering Windturbines'. Omdat geen eis voor certificering is opgenomen en omdat de veiligheidsmaatregelen bij windturbines met een ashoogte van maximaal 15 meter afwijken van de grote exemplaren, heeft TenneT rekening gehouden met de maximale werpafstand bij tweemaal nominaal toerental waarbij de mogelijkheid wordt geboden dat kan worden volstaan met een kortere afstand. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft in de regels bepaald dat de aan te houden afstand van een windturbine tot hoogspanningsleidingen op zijn minst de maximale werpafstand bij twee keer het maximale toerental bedraagt. Deze maximale werpafstand is de afstand die een rotorblad kan afleggen bij het losschieten van de windturbine als deze twee keer zo snel draait dan maximaal mogelijk (nominaal toerental). Het toetsingskader wordt toegepast bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een windturbine, zoals door dit bestemmingsplan geboden. Het plan voldoet hiermee aan de gestelde eisen.

Conclusie Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van een windturbine met een ashoogte van maximaal 15 meter moet beoordeeld worden of op grond van het aspect externe veiligheid de omgevingsvergunning kan worden verleend. Eventueel kunnen in het kader van externe veiligheid voorwaarden worden gesteld. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

3.4

Ecologie

Door de plaatsing van windturbines kunnen ecologische belangen worden geschaad. Het gaat daarbij met name om effecten voor (beschermde) vogels of vleermuizen. Dit is op voorhand niet direct duidelijk en afhankelijk van de locatie. Bij elke aanvraag zal getoetst moeten worden aan de natuurbelangen. Dit kan in de vorm van een quickscan. Met een natuurtoets (quickscan) moet worden onderzocht welk effect de windturbine heeft. Worden beschermde soorten verstoord, verwond of zelfs gedood? Dan kan het reden zijn om de windturbine niet toe te staan. Bij elke aanvraag voor plaatsing van een kleinschalige windturbine wordt per locatie gekeken of de Flora- en Faunawet van toepassing is. Wanneer dit het geval is, zal de initiatiefnemer een ontheffing moeten aanvragen. In de regels is hiertoe een bepaling opgenomen.

6/26

3.5

Landschap en cultuurhistorie

Windturbines zijn door hun hoogte en de noodzaak van vrije ruimte voor windvang goed zichtbaar vanuit de omgeving. En als zij draaien worden zij juist door die beweging nog eens extra benadrukt. Daarnaast zijn dergelijke bouwwerken van recente oorsprong en daarom worden zij in het algemeen niet ervaren als passend bij het traditionele landschap. Om die reden wordt de impact van windturbines nogal eens als negatief beoordeeld. Al snel kan een turbine beschouwd worden als afbreuk van het landschap. Om die afbreuk op de landschappelijke kwaliteit te beperken kan een landschappelijke inpassing verlangd worden. Daartoe wordt een plan opgesteld. Initiatiefnemer en gemeente komen in een dergelijk plan overeen waar de turbine geplaatst wordt en welke aanvullende maatregelen genomen worden. Hierbij valt te denken aan beplanting, positionering maar mogelijk ook sloop of kap. Om de impact op het landschap te beperken moet de turbine een ruimtelijke eenheid vormen met de overige bebouwing en beplanting op het perceel. Voor een initiatief dient een landschappelijk inpassingsplan opgesteld te worden. Dit gebeurt in overleg met: initiatiefnemer, de gemeentelijke stedenbouwkundige, de welstandscommissie Hûs en Hiem en de provincie. Maatwerk is belangrijk en mogelijk. Elke locatie, elk project is anders.

Vroegtijdig overleg bij de start van het initiatief met alle betrokken partijen wordt daarom sterk aanbevolen. In een gezamenlijk overleg met initiatiefnemer, gemeente en Hûs en Hiem kan het voorstel dan worden besproken en kunnen de landschappelijke inpassing en de welstandsaspecten (uiterlijke verschijningsvorm) beoordeeld worden. Voor het landschappelijk inpassingsplan dient gebruik te worden gemaakt van de handvatten die zijn aangereikt door Hûs en Hiem in de notitie 'Kleine windturbines in Fryslân'. Deze notitie is opgenomen als bijlage 3 van de regels. Voor de op te stellen inpassingsplannen en de randvoorwaarden per landschapstype kan eveneens gebruik gemaakt worden van de informatie over het landschap in de 'Landschapsbiografie van Noardeast-Fryslân' (januari 2021). De Landschapsbiografie is opgenomen als bijlage 2 bij de regels. Ook dient bij een aanvraag rekening te worden gehouden met de beschermde waarden zoals die zijn opgenomen in de onderliggende bestemmingsplannen ('moederplannen'). Het kan daarbij gaan om archeologische-, cultuurhistorische-, landschappelijke- en geomorfologische waarden. Landschappelijk inpassingsplan Als er meerdere vrijstaande turbines worden geplaatst (maximaal 3), dan is het belangrijk de opstelling te plaatsen op een manier die past bij de landschappelijke structuren rondom het erf.

Als daar geen aandacht voor zou zijn, kan een erg rommelig of onlogisch beeld ontstaan Voor elk initiatief dient daarom een landschappelijk inpassingsplan opgesteld te worden. Het landschappelijk inpassingsplan omvat in ieder geval:  een beschrijving van de landschappelijke hoofdstructuur en de cultuurhistorische betekenis van de locatie en omgeving;  een omschrijving van de plaatsing van de windturbines op het erf in relatie tot de kenmerkende landschappelijke structuren;  inzicht in de plaatsing van de windturbines in relatie tot het totaalbeeld van het erf en in relatie tot de naastgelegen erven;  aandacht voor de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle elementen en de aanwezige beplanting;  aspecten die te maken hebben met de verschijningsvorm (zoals de (eenheid) in de hoofdvorm, de hoogte, materialen, kleurgebruik);

7/26

aandacht voor (de borging van) wateraspecten, bijvoorbeeld in het geval van de plaatsing van een windmolen op of in de nabijheid van een waterkering.

Uitsluitingsgebieden De gemeente Noardeast-Fryslân kent grofweg drie landschapstypen: het Lauwersmeergebied, met het stroomgebied van het Dokkumer Grutdjip, het Oostergose Kleigebied en de Noordelijke Wouden. Binnen deze landschapstypen zijn er gebieden die logischerwijs vrij moeten blijven van turbines, zoals het stroomgebied van het Dokkumer Grutdjip, de buitendijkse polders en kwelders en de voormalige zomerpolders tussen Paesens en Oostmahorn. Het overgaan tot uitsluitingsgebieden lijkt echter op voorhand niet nodig aangezien in deze deelgebieden nauwelijks tot geen agrarische bouwpercelen aanwezig zijn.

8/26

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische toelichting

Uitleg van de regeling

4.1.1 Inleiding Het paraplubestemmingsplan is gebaseerd op het behouden van de juridisch-planologische ruimte zoals deze is opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. Het paraplubestemmingsplan vormt het juridisch-planologische regime voor het onder voorwaarden mogelijk maken van windturbines op en aangrenzend aan agrarische bouwpercelen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde binnenplanse afwijkingsprocedure. 4.1.2 Opzet en toelichting regels Per hoofdstuk is de opbouw van de regels beschreven. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit hoofdstuk bestaat uit de inhoudelijke begripsbepalingen die van belang zijn voor de toepassing van het paraplubestemmingsplan. Deze regeling heeft zijn eigen begrippen. Deze begrippen worden daarom toegevoegd of vervangen de bestaande begrippen uit de geldende bestemmingsplannen. Het begrip windturbine: is toegevoegd om aan te geven wat hieronder valt. Het begrip sluit aan op het begrip uit de Verordening Romte 2014. Het begrip risicovolle inrichting: is opgenomen omdat moet worden voldaan aan bepaalde richtafstanden tot aardgastransportleidingen en hoogspanningsverbindingen. Verder is, om duidelijk te maken wat onder het gebruik van gronden voor kleinschalige duurzame energiewinning wordt verstaan, het begrip kleinschalige duurzame energiewinning toegevoegd. Artikel 2.

Wijze van meten Teneinde interpretatieverschillen over het bepalen van de hoogte van een windturbine te voorkomen, wordt gemeten vanaf de ashoogte (zijnde het grondpeil tot het middelpunt van de rotorbladen). Tevens is een meetvoorschrift voor de tiphoogte en rotordiameter van een windturbine opgenomen. Bij de wijze van meten is aangegeven wat hieronder wordt verstaan. Artikel 3 Van toepassing verklaring Dit artikel geeft aan op welke gebieden het paraplubestemmingsplan betrekking heeft. De regels in dit bestemmingsplan zijn van toepassing op de in bijlage Lijst van toepassing zijnde bestemmingsplannen opgenomen bestemmingsplannen. In deze bestemmingsplannen wordt met de nieuwe regeling binnen de van toepassing zijnde agrarische bestemmingen het plaatsen van windturbines via een afwijkingsbevoegdheid mogelijk gemaakt. De overige regels binnen de vigerende bestemmingsplannen blijven onverkort van toepassing.

9/26

Hoofdstuk 2 Regels windturbines Artikel 4 Algemene bouwregels In dit artikel is de afwijkingsbevoegdheid opgenomen om windturbines te bouwen bij of aangrenzend aan een agrarisch bouwperceel. De voorwaarden die de provincie aan het toestaan van windturbines stelt, zijn als toetsingskader aan de afwijking met een omgevingsvergunning opgenomen. Voor de toetsing aan de onderdelen b en c van lid 5 Algemene gebruiksregels kan de toelichting van de provincie als leidraad worden genomen: 4.1.b. Eigen behoefte: Uit landschappelijke overwegingen is het van belang dat het aantal windturbines beperkt blijft en dat extra druk op het net zoveel mogelijk wordt voorkomen. Om deze redenen mogen alleen bij agrarische bedrijven windturbines worden geplaatst als het opgestelde vermogen van de te plaatsen windturbine(s) is gericht op de eigen behoefte van het agrarisch bedrijf. Voor het bepalen van het eigen gebruik kan het gemiddelde energieverbruik van de afgelopen drie jaar als leidraad aangehouden worden. Voor een berekeningsmethode van deze eigen behoefte in relatie tot de opbrengst van de windturbine kan worden verwezen naar de landelijke Windviewer SDE ++. Wanneer gekozen wordt voor een combinatie met zonnepanelen of een mestvergister is het bijna niet te vermijden dat op enig moment toch sprake is van teruglevering aan het net.

Dit mag, zolang gebruik gemaakt kan worden van de bestaande eigen netaansluiting van het agrarische bedrijf. Maatwerk blijft ook hier echter mogelijk. In uitzonderingsgevallen kan gemotiveerd worden dat door omstandigheden een netverzwaring toch nodig is om in de eigen behoefte te kunnen voorzien. 4.1.c. Landschappelijke inpassing Het is verder van belang om de windturbines goed in te passen en daarbij de tevens mogelijkheden voor zon op dak te verkennen. Maatwerk is belangrijk. Vroegtijdig overleg met alle betrokken partijen bij de start van het initiatief wordt daarom sterk aanbevolen. Zie verder paragraaf 3.5. Wanneer zon op dak een reële optie is voor het bedrijf dan moet zorgvuldig worden afgewogen of vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit het plaatsen van zon op dak dan niet de betere manier is om te voorzien in de eigen energiebehoefte. Met betrekking tot de voorwaarde dat de windturbines zorgvuldig worden ingepast in de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten van het landschapstype, zal de beoordeling plaatsvinden aan de hand van bijlagen 2 en 3 zoals opgenomen bij de regels.

Artikel 5 Algemene gebruiksregels Het is mogelijk dat in een aantal geldende bestemmingsplannen windturbines niet zijn toegestaan en/of het gebruik van de gronden voor (kleinschalige) duurzame energiewinning planologisch niet mogelijk is op agrarische bouwpercelen en de daarbijbehorende agrarische gronden. Indien hiervan sprake is, dient in combinatie met het bouwen ook het gebruik mogelijk te worden gemaakt. Hiervoor is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen die in dat geval in combinatie met artikel 4 lid 5 moet worden toegepast. In artikel 5.1, afwijken van de gebruiksregels is opgenomen dat met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor het gebruik van de gronden voor kleinschalige duurzame energiewinning in de vorm van zonne- en windenergie. De provincie geeft in haar beleid aan dat voorafgaand aan het toelaten van windturbines vooraf ook naar de mogelijkheden moet worden gekeken om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen.

10/26

Het plaatsen van zonnepanelen op dak is grotendeels wel vergunningvrij, maar niet altijd. Indien het niet vergunningvrij is, moet de bestemming het wel toelaten. De verbreding van het gebruik -zoals verwoord in artikel 5.1- is uitsluitend toegespitst op kleinschalige duurzame energiewinning, hetgeen perceelgebonden is (zie begrip) en is niet van toepassing op de ontwikkeling van zonneparken. De Verordening Romte Fryslân geeft daarnaast aan dat opstellingen voor zonne-energie, mits voor eigen energieverbruik, alleen zijn toegestaan op het bestaande bouwperceel. De regeling in artikel 5.1 is hier op afgestemd. Hoofdstuk 3 Algemene regels en hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels De overige artikelen in dit paraplubestemmingsplan zijn opgenomen omdat dat op basis van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht is. De anti-dubbeltelregeling in hoofdstuk 3, artikel 6 is bedoeld om te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw zou kunnen worden gebruik gemaakt. Tenslotte is in hoofdstuk 4 een standaardbepaling voor het overgangsrecht opgenomen (artikel Overgangsrecht) en een slotregel (artikel Slotregel).

11/26

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Als er sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, moeten deze kosten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De kosten die worden gemaakt voor het opstellen van voorliggende paraplubestemmingsplan worden gefinancierd uit de gemeentelijke middelen. Grondexploitatieplan De Wet ruimtelijke ordening verplicht gemeenten om bij ontwikkelplannen een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderzijds is verzekerd. De kosten voor het opstellen van dit plan komen voor rekening van de gemeente. Het oprichten van kleinschalige windturbines is alleen toegestaan na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemmingsregels. De kosten voor de gemeente betreffen het beoordelen van deze aanvragen. Deze kosten worden door middel van leges gedekt. De economische uitvoerbaarheid ligt in de handen van initiatiefnemers. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet aan de orde.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg en inspraak In artikel 3.1.1. Bro is bepaald dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg wordt gepleegd met de voor het onderwerp betrokken overheden of instanties. Ook is het plan voorgelegd ter inspraak. Er zijn geen inspraakreacties binnengekomen. In het kader van het vooroverleg is aan de overlegpartners om een reactie gevraagd. Er is een reactie binnengekomen van de provincie Fryslân, wetterskip Fryslân, brandweer Fryslân en Liander. Brandweer Fryslân en Liander hebben laten weten geen opmerkingen op het plan te hebben. Provincie Fryslân verzoekt de regelgeving aan te passen zodat alleen duurzame energiewinning in de vorm van zonne- en windenergie mogelijk wordt gemaakt, waarbij zonne-energie uitsluitend binnen het bouwvlak wordt toegestaan. Deze opmerking heeft geleid tot het aanpassen van artikel 5.1. Ook heeft de provincie enkele opmerkingen gemaakt betreffende de landschappelijk inpassing. Voor zo ver deze opmerkingen daartoe aanleiding gaven, is het paraplu bestemmingsplan hier op aangepast. Het wetterskip geeft in haar reactie aan dat gemist wordt hoe het wateraspect geborgd wordt in het plan. Deze opmerking heeft geleid tot het aanvullen van de punten waaraan een landschappelijk inpassingsplan moet voldoen.

Zienswijzen Nadat de reacties zijn beantwoord en eventuele aanpassingen in het plan zijn verwerkt, is het ontwerp-paraplubestemmingsplan ter inzage gelegd. Gedurende zes weken konden zienswijzen worden ingediend.

12/26

Er is een zienswijze ontvangen van de provincie Fryslân, waarin wordt verzocht artikel 5 lid 1 aan te vullen en op te nemen dat als het gaat om zonne-energie de zonnepanelen alleen binnen het bouwvlak/bouwperceel mogen worden geplaatst. Artikel 5 lid is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. De zienswijze van de provincie is als bijlage 3 opgenomen bij de toelichting van dit paraplubestemmingsplan. Vastgesteld paraplubestemmingsplan Nadat de ingekomen zienswijzen zijn beantwoord, wordt het paraplubestemmingsplan – al dan niet gewijzigd – ter vaststelling aangeboden aan de raad. Na publicatie start de beroepstermijn van zes weken. Het vaststellingsbesluit staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

13/26

14/26

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1

Startnotitie Paraplubestemmingsplan Kleine windturbines

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op 1 juli 2020 hebben Provinciale Staten van Fryslân ingestemd met een partiële wijziging van de Verordening Romte. Deze wijziging vloeit voort uit het coalitieakkoord van de provincie. In het bestuursakkoord 2019-2023 ‘Vernieuwen in vertrouwen’ Geluk op 1’ zijn de ambities voor het opwekken van duurzame energie benoemd. In 2030 wordt 33% van de Friese energie duurzaam opgewekt en 25% energie bespaard ten opzichte van 2010. De nadere uitwerking hiervan vindt plaats via de Regionale Energiestrategie (RES) en de provinciale omgevingsvisie. Verschillende partijen in Fryslân, zoals overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties, zullen in dit kader samen tot concrete plannen moeten komen voor warmtevoorziening in de bebouwde omgeving en grootschalige duurzame energieopwekking. Het gewijzigde provinciale beleid biedt ruimte voor het plaatsen van kleine windturbines bij agrarische bedrijven. De voorwaarden zijn: 1. maximaal 3 windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf; 2. een maximale as-hoogte van 15 meter; 3. het op te stellen vermogen is gericht op de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf; 4.

de turbines moeten zorgvuldig worden ingepast binnen de landschappelijke- en de cultuurhistorische kernkwaliteiten, waarbij de mogelijkheden om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen zijn verkend; 5. de plaatsing is alleen mogelijk met toepassing van een ruimtelijke procedure waarbij wettelijk vooroverleg met de provincie verplicht is. Deze wijziging in de provinciale verordening heeft ertoe geleid dat ook in de gemeente NoardeastFryslân diverse initiatieven zijn ingediend voor het plaatsen van kleine turbines. In de coalitieagenda voor de gemeente Noardeast-Fryslân 2019-2022 staat het volgende over kleine windturbines: “We streven naar het leveren van betekenisvolle bijdragen aan een duurzame samenleving. Energietransitie willen we stimuleren en de inwoners daar bij betrekken. Als gemeente zullen we invulling geven aan onze voorbeeldrol. In het kader van de energietransitie zullen diverse vormen van duurzame energiebronnen moeten worden aangewend om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan het behalen van klimaat doelstellingen (o.a. lagere CO2 uitstoot). Eén van deze milieuvriendelijke bronnen is windenergie, waarbij de bouw van molens vanzelfsprekend effect heeft op het landschap.

Dit effect wil het college inkaderen: - Provinciaal beleid bepaalt welke ruimte een gemeente heeft voor het opwekken van energie door molens. - Indien toekomstig provinciaal beleid het mogelijk maakt dan zal het college naast kleine molens (zoals bijv. Groninger model) iets grotere molens toestaan, indien ze passen in de omgeving, er draagvlak voor is in de omgeving en burgers ervan profiteren, waarbij maatwerk altijd een leidend criterium is. - Solitaire megamolens en windparken van middelgrote en megamolens zullen in deze raadsperiode niet worden toegestaan.”

Het is duidelijk dat de coalitie invulling en ruimte wil geven aan het nieuwe, provinciale windturbinebeleid. De geldende bestemmingsplannen zijn gebaseerd op verouderd provinciaal beleid en faciliteren deze kleine windturbines echter (nog) niet. Dat betekent dat voor elke aanvraag een uitgebreide vergunningprocedure nodig is, die tijdrovend en kostbaar is. Om de verruimde mogelijkheden van de provincie te kunnen benutten is het noodzakelijk en gewenst om een nieuw bestemmingsplan voor het gemeentelijk grondgebied - een paraplubestemmingsplan op te stellen, waarin het plaatsen van een windturbine onder voorwaarden mogelijk wordt gemaakt. Dit draagt bij aan een verduurzaming van de energievoorziening van een agrarisch bedrijf.

Globale spreiding van de initiatieven voor kleine windturbines. Peildatum: 1 oktober 2020 (ondergrond: opentopo.nl)

1.2 Paraplubestemmingsplan In de meeste geldende bestemmingsplannen in de gemeente Noardeast-Fryslân zijn geen specifieke regels voor kleinschalige windturbines opgenomen. Daarom wordt een paraplubestemmingsplan opgesteld. Een paraplubestemmingsplan is een bestemmingsplan dat als een paraplu over andere, reeds bestaande bestemmingsplannen heen hangt. Het legt een generieke regeling over de bestaande bestemmingsplannen. Voor het gehele landelijke gebied van de gemeente ontstaat dan een uniform ruimtelijk toetsingskader voor windturbines. Voor de overige beleidsaspecten blijven de onderliggende bestemmingsplannen gewoon geldig. De voordelen van een paraplubestemmingsplan voor de plaatsing van kleine windturbines: - Duidelijke randvoorwaarden vooraf; - Snellere afhandeling per initiatief (reguliere procedure); - Eerlijk speelveld voor initiatiefnemers en leveranciers. 1.3 Doel van dit document Doel van deze notitie is de uitgangspunten vast te stellen die als basis dienen voor het op te stellen paraplubestemmingsplan. Het paraplubestemmingsplan biedt het planologisch toetsingskader voor het plaatsen van kleine windturbines bij agrarische bedrijven in de gemeente. Het paraplubestemmingsplan wordt opgesteld door Rho adviseurs in samenwerking met diverse vakgebieden binnen de ambtelijke organisatie.

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten paraplubestemmingsplan Het is een wettelijke taak van de gemeente om zorg te dragen voor een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wet ruimtelijke ordening). Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient dan ook goed gekeken te worden naar de inpasbaarheid van de voorgenomen ruimtelijke ingreep. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. 2.1 Toelichting 2.1.1 Ligging plangebied Het plangebied behelst een groot deel van het grondgebied van de gemeente Noardeast-Fryslân. De uitzonderingen betreffen natuur- en kwetsbare gebieden. Het betreft het landelijk gebied waarin agrarische bedrijven zijn gelegen, dit in verband met de relatie van de plaatsing van windturbines met het agrarische bedrijf i.c. het bouwvlak. Het plangebied betreft in ieder geval de plangebieden van de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Buitengebied Ferwerderadiel Bûtengebiet Dongeradeel Bestemmingsplan Buitengebied 2012

Voormalige gemeente Ferwerderadiel Dongeradeel Kollumerland en Nieuwkruisland

2.1.2 Uitsluitingsgebieden De gemeente Noardeast-Fryslân kent grofweg drie landschapstypen: het Lauwersmeergebied, met het stroomgebied van het Dokkumer Grutdjip, het Oostergose Kleigebied en de Noordelijke Wouden. Binnen deze landschapstypen zijn er gebieden die logischerwijs vrij moeten blijven van turbines, zoals het stroomgebied van het Dokkumer Grutdjip, de buitendijkse polders en kwelders en de voormalige zomerpolders tussen Paesens en Oostmahorn. Het overgaan tot uitsluitingsgebieden lijkt op voorhand niet nodig aangezien in deze deelgebieden nauwelijks tot geen agrarische bouwpercelen aanwezig zijn. 2.1.3 Beleidskader De uitgangspunten voor het paraplubestemmingsplan zijn gebaseerd op vastgestelde wet- en regelgeving van het rijk, de provincie en de gemeente. Voor zover wet- en/of regelgeving wordt gewijzigd vóór het moment van vaststelling, wordt het gewijzigde of nieuwe beleid in het plan verwerkt. 2.1.4 Omgevingsaspecten In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot een aantal kwaliteitseisen uit hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Met andere woorden, er moet sprake zijn van een goede omgevingssituatie.

De windturbine moet voldoen aan de van toepassing zijnde eisen van het Activiteitenbesluit, waaronder de normen voor geluidhinder en slagschaduw. Het totale geluidniveau wat een inrichting maximaal mag produceren op de gevel van omwonenden en andere geluidgevoelige objecten is opgenomen in het Activiteitenbesluit. Voor een kleine windturbine met een rotordiameter van 2 meter of meer is een melding Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht. Bij de melding moet een akoestisch onderzoek worden gevoegd. De kleine windturbines van EAZ hebben een ashoogte van 15 meter en een rotordiameter van 12 meter. In het paraplubestemmingsplan zal in ieder geval aandacht worden gegeven aan de volgende omgevingsaspecten: 1. Geluid 2. Slagschaduw 3. Externe veiligheid 4. Ecologie 5. Landschap en cultuurhistorie 2.2 Regels In de ‘Inleidende regels’ wordt een lijst opgenomen van bestemmingsplannen waarop het paraplubestemmingsplan van toepassing is. In de ‘Algemene regels’ wordt bepaald dat kleine windturbines kunnen worden toegestaan via een binnenplanse afwijking van het paraplubestemmingsplan. Daarvoor moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden worden vastgelegd in de planregels en sluiten aan bij die van de provincie.

In de regels van het op te stellen paraplubestemmingsplan zullen in ieder geval de volgende voorwaarden worden opgenomen: 1. maximaal 3 windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een agrarisch bedrijf; 2. een maximale as-hoogte van 15 meter; 3. het op te stellen vermogen is gericht op de eigen energiebehoefte van het agrarisch bedrijf; 4. een landschappelijk inpassingsplan is vereist; 5. vooroverleg met de provincie is vereist. Ad 1 Aantal windturbines De provincie stelt een maximum van drie turbines per agrarisch bouwperceel. Het opgestelde vermogen van de te plaatsen windturbine is gericht op de eigen behoefte van het agrarisch bedrijf. De gemeente Noardeast-Fryslân sluit hierbij aan. Ad 2 As-hoogte De provincie stelt een maximale ashoogte van 15 meter voor de bouw van de kleine windturbines. Kleine turbines passen bij de schaal van bestaande landschapseenheden, zoals agrarische bedrijven. Noardeast-Fryslân sluit hierbij aan. Ter vergelijking: de maximale hoogte van een agrarisch bedrijfsgebouw in de voormalige gemeenten Dongeradeel en Kollumerland bedraagt 15 meter en van een bedrijfsgebouw voor het houden van vee 11 meter. In de voormalige gemeente Ferwerderadiel bedraagt de maximale hoogte van een agrarisch bedrijfsgebouw 14 meter.

Ad 3 Energiebehoefte Uit landschappelijke overwegingen wil de provincie het aantal kleine windturbines beperkt houden. Ook vindt zij het belangrijk dat extra druk op het elektriciteitsnet zoveel mogelijk wordt voorkomen. Om deze redenen is besloten alleen een windturbine bij een agrarisch bedrijf toe te staan als het opgestelde vermogen van de windturbine is gericht op de eigen behoefte van het agrarisch bedrijf. De geplaatste windmolencapaciteit mag het eigen energiegebruik van de boer niet te boven gaan. Voor het bepalen van het eigen gebruik kan het gemiddelde energieverbruik van de afgelopen drie jaar als leidraad aangehouden worden. De gemeente Noardeast-Fryslân sluit hierbij aan. Ad 4 Landschappelijke inpassing Een windturbine is een zichtbaar element in het landschap. Om de impact op het landschap te beperken moet de turbine een ruimtelijke eenheid vormen met de overige bebouwing en beplanting op het perceel. Voor een initiatief dient een landschappelijk inpassingsplan opgesteld te worden. Dit gebeurt in overleg met initiatiefnemer, de gemeentelijke stedenbouwkundige, de welstandscommissie Hȗs en Hiem en de provincie. Hiervoor dient de lijn aangehouden te worden zoals omschreven in de bijlagen van de huidige bestemmingsplannen voor het buitengebied. In deze bijlagen staan de handleidingen voor inpassingsplanen en de randvoorwaarden per landschapstype.

Daarnaast dient ook de welstandsnota aangepast te worden aangezien de huidige nota geen toetsingskader kent voor windturbines. Maatwerk is belangrijk en mogelijk. Elke locatie, elk project is anders. Ad 5 Vooroverleg provincie De provincie wil toezien op de landschappelijke inpassing. De provincie wil het draagvlak dat aanwezig is voor windturbines van 15 meter behouden. In de regels van de provinciale Verordening Romte wordt van gemeenten gevraagd om de windturbines goed in te passen en daarbij tevens de

mogelijkheden voor “zon op dak” te verkennen. Wanneer “zon op dak” een reële optie is voor het bedrijf dan moet zorgvuldig worden afgewogen of vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit het plaatsen van zon op dak dan niet de betere manier is om te voorzien in de eigen energiebehoefte. De provincie vindt het daarom belangrijk dat van geval tot geval een gedegen landschappelijke afweging wordt gemaakt tussen de opties voor “zon op dak” en wind. 2.3 Verbeelding De verbeelding van het paraplubestemmingsplan beperkt zich tot een plancontour van het gehele plangebied. Zie ook hiervoor onder 2.1, ligging plangebied. Voor het overige blijven de verbeeldingen van de bestaande bestemmingsplannen gelden.

Hoofdstuk 3 Overige aspecten 3.1 Grondexploitatieplan De Wet ruimtelijke ordening verplicht gemeenten om bij ontwikkelplannen een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderzijds is verzekerd. De kosten voor het opstellen van dit plan komen voor rekening van de gemeente. Het oprichten van kleinschalige windturbines is alleen toegestaan na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemmingsregels. De kosten voor de gemeente betreffen het beoordelen van deze aanvragen. Deze kosten worden door middel van leges gedekt. De economische uitvoerbaarheid ligt in de handen van initiatiefnemers. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet aan de orde. 3.2 Communicatie De communicatie met initiatiefnemers en betrokken partijen speelt een grote rol in het verkrijgen van draagvlak voor nieuw beleid. Conform de uitgangspunten van de Omgevingswet wordt uitgegaan van een faciliterende meedenkende overheid in plaats van een toetsende overheid. 3.2.1 Initiatiefnemers De initiatiefnemers zullen door middel van een brief op de hoogte gebracht worden van de voorgenomen bestemmingsplanprocedure. 3.2.2 Provincie De provincie verlangt van gemeenten zo vroeg mogelijk betrokken te worden bij een initiatief. Concreet betekent dit dat over alle aanvragen voor een windturbine wettelijk vooroverleg met de provincie gevoerd zal moeten worden.

Dit vereiste van vooroverleg zal als voorwaarde worden opgenomen in het paraplubestemmingsplan. 3.2.3 Gemeenteraad Conform afspraak met de griffie en de agendacommissie zal deze startnotitie ter kennisgeving aangeboden worden aan de gemeenteraad. Deze afspraak is aangehaald tijdens de presentatie van 25 november 2020 aan de raad. De raad heeft een kaderstellende taak binnen een bestemmingsplanprocedure. De raad dient het paraplubestemmingsplan vast te stellen. Dit vastgestelde kader vormt vervolgens het kader waarbinnen het college haar ruimtelijke taken en vergunningbevoegdheden uit kan voeren. 3.2.4 Inspraak De beleidsregels voor kleine windturbines worden verwerkt in een voorontwerpparaplubestemmingsplan. In deze fase vindt het wettelijke overleg met provincie, Veiligheidsregio en Wetterskip plaats. Het voorontwerp zal tevens ter inzage worden gelegd voor inspraak. Dit is wettelijk niet verplicht. Bij kleine plannen die weinig impact op de omgeving hebben kan de gemeente besluiten de stap van inspraak over te slaan. Bij grotere plannen met meer ruimtelijke impact wordt deze fase doorgaans niet overgeslagen. De gemeente beantwoordt alle ingekomen inspraak- en overlegreacties. De reacties kunnen leiden tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan.

3.2.5 Zienswijzen Nadat de reacties zijn beantwoord en eventuele aanpassingen in het plan zijn verwerkt, wordt het ontwerp-paraplubestemmingsplan ter inzage gelegd. Dit is een wettelijk verplichte stap. Gedurende zes weken kunnen zienswijzen worden ingediend. De gemeente beantwoordt alle ingekomen zienswijzen. Zienswijzen kunnen leiden tot een aanpassing van het paraplubestemmingsplan. 3.2.6 Vastgesteld paraplubestemmingsplan Nadat de ingekomen zienswijzen zijn beantwoord, wordt het paraplubestemmingsplan – al dan niet gewijzigd – ter vaststelling aangeboden aan de raad. Na publicatie start de beroepstermijn van zes weken. Het vaststellingsbesluit staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.3 Planning en vervolg Deze startnotitie wordt ter vaststelling aangeboden aan het college. Vervolgens wordt het paraplubestemmingsplan opgesteld en na instemming van het college in procedure gebracht. Als gevolg van reacties en/of zienswijzen kunnen aanpassingen in het plan noodzakelijk zijn.

BIJLAGE 2

INGEKOMEN

S=!

1 5 OKT 2021 provinsje fryslan provincie fryslan

«Ti (Z1

postbus 20120 8900 hm leeuwarden

tweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslan Postbus 13 9290 AA KOLLUM

www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl

www.twitter.com/provfryslan

1 3 OKT, 2021

Onderwerp

Co' Ö

o

Leeuwarden, 13 oktober 2021 Verzonden, Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)

0^

01924297

Q

Omgevingszaken Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte(gfryslan.frl

: Advies vooroverlegbestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslan

Geacht college, Op 8 september 2021 is bovengenoemd plan ter advisering ontvangen.

De provinciale belangen in het plan geven aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.

Duurzame energiewinning (cat.2, interpretatie verordening/motivering) Ik merk op dat artikel 4, lid 1, onder g en artikel 5, lid 1 van het bestemmingsplan op gespannen voet staan met de Wijziging Verordening Romte Fryslan 2014 (zon) - hierna: VR -, omdat het plan naast maximaal drie windturbines per geschikte locatie ook kleinschalige duurzame energiewinning mogelijk maakt (zoals opstellingen voor zonne-energie buiten het bouwvlak). Deze artikels uit het bestemmingsplan bieden meer ruimte dat op grond van ons beleid is toegestaan. Artikel 9.1, lid 2, sub 2 van de VR stelt dat onder een aantal voorwaarden windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf worden toegestaan. Hier wordt aan voldaan. Echter, artikel 9.6, lid 2, sub 1, onder a van de VR stelt dat opstellingen voor zonne-energie, mits voor eigen energieverbruik, alleen zijn toegestaan op het bestaande bouwperceel.

Ik verzoek u de regelgeving aan te passen zodat alleen duurzame energiewinning in de vorm van zonne- en windenergie wordt mogelijk gemaakt, waarbij zonne-energie uitsluitend binnen het bouwvlak wordt toegestaan. Zodoende blijven de regels binnen de kaders van de VR.

-1/2-

Ons kenmerk:

01924297

fl provinsje fryslan provincie fryslan

Voor het overige geeft het plan aanleiding tot de volgende opmerkingen. Landschappelijke inpassing (cat.4, streekplan en/of goede ruimtelijke ordening) Voor de landschappelijke inpassing wordt aansluiting gezocht bij de voorwaarden uit de VR. Aanvullend hierop stelt u nadere eisen m.b.t. een goede ruimtelijke (beeld)kwaliteit. Echter, deze extra voorwaarden kunnen mogelijk belemmerend werken. Voor windturbines hanteert u bijvoorbeeld een minimale afstandsmaat van 25 meter tot landschappelijke elementen, terwijl sommige landschappelijke elementen goed samen kunnen met een windturbine. Ik geef u in overweging mee dit afstandscriterium niet op te nemen, zodat maatwerk per incidenteel geval mogelijk is.

Verder wil ik u meegeven dat er in uw toelichting verwezen kan worden naar actuelere eigen documenten, zoals een inmiddels gerealiseerde landschapsbiografie. Nu wordt in de toelichting verwezen naar diverse bijlagen over landschappelijke kenmerken. Hierdoor is het niet duidelijk welke specifieke criteria gelden. Ik vraag u om dit te verduidelijken. Daarnaast verwacht ik dat het geheel juridisch sterker is als de bijlagen worden gekoppeld aan de regels i.p.v. de toelichting. Voor de betekenis van de categorie-aanduiding verwijs ik naar de brief van Gedeputeerde Staten van 8 februari 2019, betreffende 'Aanpassing Notitie Inwerkingtreding Verordening Romte Fryslan'.

Hoogachtend

Namens het college van Gedeputeerde

in,

dhrJ. Bosma ^delingshoofd Omgevingszaken

-2/2-

Ons kenmerk;

01924297

M-h

<L>

o pi

Bakema, Kitty Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

RO Loket <ro.loket@liander.nl> donderdag 9 september 2021 12:03 Bakema, Kitty RE: wettelijk vooroverleg bestemmingsplan 'Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân'

LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt. Beste mevrouw Bakema, Dank voor het toesturen van de gegevens. Vanuit Liander hebben wij geen opmerkingen op het plan. Met vriendelijke groet, Maurice Faassen Consultant omgevingsmanagement | team Ruimte & Recht M 06 11 97 55 69 E maurice.faassen@qirion.nl

Qirion B.V. | Postbus 50, 6920 AB Duiven, Nederland | Postbezorgingscode (PCB): N381 | Dijkgraaf 4, 6921 RL | KvK 09119276 Duiven | www.qirion.nl | www.werkenbijqirion.nl De inhoud van deze e-mail, inclusief bijlagen, is persoonlijk en vertrouwelijk. Mocht dit bericht niet voor u bedoeld zijn, informeer dan per omgaande de afzender en verwijder dit bericht. Gelieve deze e-mail, inclusief eventuele bijlagen, niet te gebruiken, kopiëren of door te sturen aan derden.

Van: Bakema, Kitty <K.Bakema@noardeast-fryslan.nl> Verzonden: woensdag 8 september 2021 10:26 Aan: 'Team Romte Provincie Fryslan' <romte@fryslan.frl>; 'info@wetterskipfryslan.nl' <info@wetterskipfryslan.nl>; Risicobeheersing Brandweerfryslan <risicobeheersing@brandweerfryslan.nl>; 'info@vrfryslan.nl' <info@vrfryslan.nl>; RO Loket <ro.loket@liander.nl>; 'info@landschapsbeheerfriesland.nl' <info@landschapsbeheerfriesland.nl> Onderwerp: wettelijk vooroverleg bestemmingsplan 'Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân' Geachte heer, mevrouw, In het kader van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro stuur ik u hierbij de kennisgeving van het voorontwerp van het paraplubestemmingsplan ‘Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân’. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor het plaatsen van kleine windturbines (ten hoogste 15 meter) bij agrarische bedrijven in onze gemeente. Dit biedt mogelijkheden om agrarische bedrijven te verduurzamen wat betreft de energievoorziening. Provinciaal beleid bepaalt welke ruimte een gemeente heeft voor het opwekken van energie door molens. De voorwaarden staan genoemd in de provinciale Verordening Romte. Onze gemeente sluit aan bij de gestelde voorwaarden. Een windturbine dient te worden geplaatst op een manier die past bij de landschappelijke structuren rondom het erf.

Voor elk initiatief dient daarom een landschappelijk inpassingsplan te worden opgesteld. 1

Terinzagelegging voorontwerp Op 17 augustus 2021 heeft het college besloten het voorontwerp van dit paraplubestemmingsplan ter inzage te leggen. Het bestemmingsplan wordt 8 september 2021 gepubliceerd en ligt vanaf 9 september tot en met 20 oktober 2021 digitaal ter inzage voor inspraak en het wettelijk vooroverleg met de overleginstanties. Het bestemmingsplan is in te zien via www.ruimtelijkeplannen.nl, identificatienummer NL.IMRO.1970.BpKleinewindmolens-VO01. Plannaam: Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslan. Graag zien wij uw reactie binnen zes weken tegemoet. Met vriendelijke groet, Kitty Bakema Beleidsmedewerker ruimtelijke ontwikkeling Team Romte k.bakema@noardeast-fryslan.nl

2

Bakema, Kitty Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Reijer Tamminga <rtamminga@wetterskipfryslan.nl> woensdag 15 september 2021 12:38 Bakema, Kitty RE: wettelijk vooroverleg bestemmingsplan 'Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân'

LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.

Hallo Kitty, Onderstaande plan heb ik doorgenomen en kom hier niks tegen over het onderdeel water. Hoe worden de wateraspecten geborgd bij dit plan, Bijvoorbeeld het plaatsen van een windmolen op of in de nabijheid van waterkering, zoals de waddenzeedijk en/of boezemkaden? Misschien een aanvullende regel bij het opstellen van een inpassingsplan? Hoor graag van jou. Met vriendelijke groet, Reijer Tamminga regioadviseur Noord Vakgroep Bestuursadvisering, Communicatie en Omgeving

Wetterskip Fryslân 058 – 292 2816 | Postbus 36, 8900 AA Leeuwarden www.wetterskipfryslan.nl

EN WAT DOEN WE MORGEN MET WATER?

Van: Bakema, Kitty <K.Bakema@noardeast-fryslan.nl> Verzonden: woensdag 8 september 2021 10:26 Aan: 'Team Romte Provincie Fryslan' <romte@fryslan.frl>; Info <info@wetterskipfryslan.nl>; Risicobeheersing Brandweerfryslan <risicobeheersing@brandweerfryslan.nl>; 'info@vrfryslan.nl' <info@vrfryslan.nl>; 'ro.loket@liander.nl' <ro.loket@liander.nl>; 'info@landschapsbeheerfriesland.nl' <info@landschapsbeheerfriesland.nl> Onderwerp: wettelijk vooroverleg bestemmingsplan 'Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân' Geachte heer, mevrouw, In het kader van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro stuur ik u hierbij de kennisgeving van het voorontwerp van het paraplubestemmingsplan ‘Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân’. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor het plaatsen van kleine windturbines (ten hoogste 15 meter) bij agrarische bedrijven in onze gemeente. Dit biedt mogelijkheden om agrarische bedrijven te verduurzamen wat betreft de energievoorziening. Provinciaal beleid bepaalt welke ruimte een gemeente heeft voor het opwekken van energie door molens. De voorwaarden staan genoemd in de provinciale Verordening Romte. Onze gemeente sluit aan bij de 1

gestelde voorwaarden. Een windturbine dient te worden geplaatst op een manier die past bij de landschappelijke structuren rondom het erf. Voor elk initiatief dient daarom een landschappelijk inpassingsplan te worden opgesteld. Terinzagelegging voorontwerp Op 17 augustus 2021 heeft het college besloten het voorontwerp van dit paraplubestemmingsplan ter inzage te leggen. Het bestemmingsplan wordt 8 september 2021 gepubliceerd en ligt vanaf 9 september tot en met 20 oktober 2021 digitaal ter inzage voor inspraak en het wettelijk vooroverleg met de overleginstanties. Het bestemmingsplan is in te zien via www.ruimtelijkeplannen.nl, identificatienummer NL.IMRO.1970.BpKleinewindmolens-VO01. Plannaam: Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslan. Graag zien wij uw reactie binnen zes weken tegemoet. Met vriendelijke groet, Kitty Bakema Beleidsmedewerker ruimtelijke ontwikkeling Team Romte k.bakema@noardeast-fryslan.nl

Denk aan het milieu voordat u dit bericht print. Dit bericht is alleen bestemd voor de geadresseerden. Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.

2

Bakema, Kitty Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Albert Hofman <a.hofman@brandweerfryslan.nl> woensdag 29 september 2021 11:13 Bakema, Kitty RE: wettelijk vooroverleg bestemmingsplan 'Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân'

U ontvangt niet vaak e-mail van a.hofman@brandweerfryslan.nl. Meer informatie over waarom dit belangrijk is

LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.

Beste Kitty/geachte mevrouw Bakema, Ten aanzien van het van het paraplubestemmingsplan ‘Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân’ zien wij geen reden tot het maken van opmerkingen. Wij adviseren Indien in de toekomst een aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een windturbine met een ashoogte van maximaal 15 meter bij uw gemeente wordt ingediend kunt u deze ter advisering aan ons op sturen waarop Brandweer Fryslân de aspecten t.a.v. externe veiligheid kan beoordelen. Mochten er nog vragen zijn dan kunt u mij bereiken via de onderstaande gegevens.

Met vriendelijke groet, Albert Hofman Specialist Risicobeheersing Brandweer Fryslân Postbus 612 8901 BK LEEUWARDEN (088) 2298913 a.hofman@brandweerfryslan.nl

Van: Bakema, Kitty <K.Bakema@noardeast-fryslan.nl> Verzonden: woensdag 8 september 2021 10:26 Aan: 'Team Romte Provincie Fryslan' <romte@fryslan.frl>; 'info@wetterskipfryslan.nl' <info@wetterskipfryslan.nl>; BRW_Risicobeheersing <risicobeheersing@brandweerfryslan.nl>; info vrfryslan <info@vrfryslan.nl>; 'ro.loket@liander.nl' <ro.loket@liander.nl>; 'info@landschapsbeheerfriesland.nl' <info@landschapsbeheerfriesland.nl> Onderwerp: wettelijk vooroverleg bestemmingsplan 'Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân' Geachte heer, mevrouw, In het kader van het vooroverleg ex. artikel 3.1.1 Bro stuur ik u hierbij de kennisgeving van het voorontwerp van het paraplubestemmingsplan ‘Kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân’. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor het plaatsen van kleine windturbines (ten hoogste 15 meter) bij agrarische bedrijven in onze gemeente. Dit biedt mogelijkheden om agrarische bedrijven te verduurzamen wat betreft de energievoorziening. Provinciaal beleid bepaalt welke ruimte een gemeente heeft voor het opwekken van energie door molens. De voorwaarden staan genoemd in de provinciale Verordening Romte. Onze gemeente sluit aan bij de 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=3e42a429-09d7-43c9-b7fb-a488696a5b49