CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Friese Energievisie

It Petear 15 januari 2026, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presintaasje - Startnotitie energieprogramma18.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Box 2.5 Wat is een energiehub? In een energiehub wordt energievraag en –aanbod van gas, warmte en elektriciteit lokaal op elkaar afgestemd. Het streven binnen een energiehub is om de lokale productie en de energievraag zoveel mogelijk gelijktijdig te laten plaatsvinden. Hierdoor wordt het openbare net zo minimaal mogelijk belast en kan er zoveel mogelijk lokale energie worden uitgewisseld zonder afhankelijkheid van de externe energiemarkt. Een energiehub kan veel vormen aannemen, in grootte en organisatie. De vorm is afhankelijk van de lokale energievraag, de beschikbare energievoorzieningen en aanwezige energie-infrastructuur. Uitkomsten onderzoek energhubs In 2023 heeft o.a. de Provincie Fryslân een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van energiehubs in Fryslân14. Het onderzoek focust op een ‘local4local energiehub’ op ‘mesoniveau’: • Een local4local energiehub: is een lokaal afgebakend energiesysteem dat is verbonden aan het openbare energienet. Door lokaal opgewekte energie zoveel mogelijk op hetzelfde moment lokaal te gebruiken wordt de impact op de openbare infrastructuur beperkt. • Mesoniveau: op dit niveau ligt de lokale energievraag en -productie tussen de 40 en 350 GWh

Fryslân stimuleert energiehubs. De voorgaande principes over energiebesparing, de noodzaak van meerdere energiebronnen en -dragers, energieaanbod bij vraag plaatsen en de versterking van een flexibel energiesysteem komen samen in een energiehub (box 2.5). Uit het onderzoek o.a. de Provincie Fryslân naar de haalbaarheid en aanvaardbaarheid van energiehubs blijkt dat grotere energiehubs (op ‘mesoniveau’) in stedelijke of industriële gebieden kansrijk zijn (box 2.5). Daarom onderzoekt de Provincie Fryslân samen met de F4-gemeenten de mogelijkheden om de energieproductie en -vraag dichtbij elkaar te brengen in de vier grote kernen. Daarnaast liggen er andere kansen in Fryslân om (op kleinere schaal) productie bij vraag te clusteren in energiehubs. Het Rijk heeft geld beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van energiehubs13. Op een aantal plekken in Fryslân worden al concrete stappen ondernomen in de ontwikkeling van energiehubs.

per jaar. Energiehubs op dit schaalniveau kunnen significant bijdragen aan de energieopgave en een flexibel energiesysteem en hebben ook een grotere kans op een positieve business case en daarmee eerlijke kostprijs van energie. Het onderzoek leidt tot een aantal uitkomsten en aanbevelingen: • Energiehubs kunnen een brede toegevoegde waarde bieden als zij goed worden vormgegeven, en worden benaderd vanuit de energievraag in een lokaal gebied. • Focus met energiehubs op geografische gebieden met significante energiebehoefte op gezamenlijk elektriciteitsnetvlak en bijbehorende netvlakken. In de stedelijke/industriële omgeving van Drachten, Heerenveen, Leeuwarden en Waadhoeke/Harlingen zullen veel ontwikkelingen in energievraag en –aanbod op elkaar afgestemd moeten worden om netcongestie te beperken. Energiehubs kunnen hieraan bijdragen. • Een energiehub is nergens hetzelfde. Maatwerk is belangrijk. Energiehubs kunnen congestie verlichten, maar niet geheel oplossen. Onstrategische keuzes op het gebied van locatie of nettechniek kunnen netcongestie juist verergeren. • Opwek en opslag als mogelijke componenten van een energiehub hebben vanwege hun omvang en zichtbaarheid ook een potentieel grote impact op een gebied, qua beleving, landschapswaarde en andere milieuaspecten.

Voorwaardelijk is dan ook dat de energiehub bijdraagt aan een kwaliteitsimpuls van een gebied en zo ruimtelijke meerwaarde levert.

13. Brief aan Tweede Kamer over energiehubs

28

14. https://www.fryslan.frl/enerzjy-fan-foar-en-troch-de-friezen-met-local4local-energiehubs

FRIESE ENERGIEVISIE

29

De Energievisie is onder meer een bouwsteen voor de Omgevingsvisie Fryslân. In paragraaf twee volgt een schatting van de hoeveelheid ruimte die gevraagd is voor een toekomstbestendig, fossielvrij energiesysteem in 2050. 3.1 Het Friese energiesysteem in 2050 In 2050 wekt Fryslân evenveel duurzame energie op als er gebruikt wordt. Hierdoor heeft Fryslân een energieneutraal en fossielvrij energiesysteem. Het energiesysteem is afgelopen jaren omgetoverd van centraal naar gecombineerd systeem, compleet met productie van duurzame energie, opslag en conversie. Hieronder sommen we op hoe het Friese energiesysteem in 2050 is opgebouwd. Energie in Fryslân is van en voor ons allemaal. Friese energie is toegankelijk en betaalbaar voor iedereen in Fryslân. Productie, opslag en gebruik van energie wordt in dorpen lokaal vormgegeven vanuit energiegemeenschappen. Binnen een energiegemeenschap bepalen bewoners, bedrijven, netbeheerders en overheden gezamenlijk hoe het energiesysteem zich ontwikkelt en waar onderzoeken, ontwikkelingen of investeringen nodig zijn. Gemeenschappen houden zich in 2050 niet alleen meer bezig met energieneutraliteit, maar ook met het bouwen aan een circulair Fryslân. Materialen worden zo veel mogelijk gedeeld

3. T  OEKOMSTBEELD EN IMPLICATIE OP DE RUIMTE Dit hoofdstuk geeft een eerste schets van een toekomstig energiesysteem in Fryslân in 2050. Het indicatieve toekomstbeeld is een doorvertaling van de gezamenlijke ambitie en vijf leidende principes. Er wordt in de eerste paragraaf nader ingegaan op Friese energiebesparing, -productie, -opslag, -conversie en -infrastructuur in 2050. In dit toekomstbeeld is kernenergie niet opgenomen, omdat er nog te weinig specifieke informatie bekend is op welke wijze en in welke vorm dit in Fryslan toegepast kan worden. In een volgende versie van de Energievisie verwachten we dat dit verder is uitgewerkt.

30

en hoogwaardig opnieuw ingezet of gerecycled. Gemeenschappen zijn onderling verbonden in kennisnetwerken. De energiegemeenschappen zijn zo veel mogelijk zelfvoorzienend, maar staan altijd nog in verbinding met het centrale energiesysteem. Het centrale systeem bestaat uit een aantal clusters met grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Het Friese energiesysteem staat in verbinding met het landelijke netwerk, bijvoorbeeld via de waterstofbackbone voor flexibel vermogen of via het hoogspanningsnetwerk voor duurzame elektriciteit vanaf de Noordzee. Fryslân heeft aanzienlijk bespaard, zodat het Friese landschap en energiesysteem zorgvuldig wordt ingezet. De Friese energievraag is in 2050 teruggebracht van 17 TWh naar ongeveer 12 TWh. Besparing heeft plaatsgevonden in bedrijfspanden, door inwoners in huizen en door efficiëntere apparaten en elektrisch transport. Huizen en gebouwen zijn goed geïsoleerd waardoor de energiebehoefte flink gedaald is. Gebruik van elektrisch openbaar vervoer en deelmobiliteit is de norm. Energieneutrale ondernemers profiteren van een gunstig vestigingsbeleid. Er vinden reguliere gesprekken met ondernemers plaats om verder te besparen of om bij te dragen aan een betrouwbaar en gebalanceerd energiesysteem.

FRIESE ENERGIEVISIE

31

Fryslân heeft een robuust en flexibel energiesysteem.

De relatief grote dakoppervlakten van distributiecentra worden gebruikt voor grootschalige zon

Groene waterstof uit de waterstofbackbone wordt gebruikt voor flexibel vermogen bij Burgum.

op dak. Industriële clusters worden gekenmerkt door een combinatie van grote energievraag

Lokaal wordt er op een beperkt aantal plekken groene waterstof geproduceerd voor de inzet

en grootschalige opwek. Er wordt duurzame elektriciteit op bedrijventerreinen geproduceerd

van de logistiek of voor conversie en opslag. De combinatie van een gevarieerde energiemix met

waarmee de kernen een groot deel van de eigen energievraag opwekken en bijdragen aan

opslag, en conversie van elektriciteit, warmte en gassen zorgt ervoor dat het energiesysteem

een efficiënt systeem omdat deze elektriciteit relatief dichtbij weer ingezet of opgeslagen kan

goed kan bufferen. Door het gebruik van slimme technologieën kunnen energiestromen efficiënt

worden. In totaal produceren deze kernen ongeveer 1,5 TWh aan duurzame elektriciteit op

worden beheerd en kan vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd.

bedrijventerreinen17, wat een aanzienlijk deel is van de Friese energievraag.

Fryslân produceert zijn eigen energie: grootschalig in clusters en kleinschalig in dorpen Fryslân profiteert optimaal van de potentie aan duurzame energiebronnen binnen de provincie. Door een grote variatie aan duurzame bronnen (wind, zon, duurzame warmte, biomassa, getijdenenergie en blue energy) lukt het Fryslân om op jaarbasis energieneutraal te zijn (figuur

12

3.1). Ongetwijfeld zijn er nieuwe, innovatieve energiebronnen waar Fryslân gebruik van maakt en waar Friese bedrijven in pionieren. Om energieneutraal te worden, zijn er een beperkt aantal

6

plekken aangewezen waar grootschalige opwek van duurzame elektriciteit geclusterd wordt,

4

passend bij grootschalig landschap. Dit resulteerde in vier opweklocaties van elk 400 ha die

2

Het landelijk gebied is vrijwel energieneutraal door een lage energievraag en door productie

11,7 3

10 8

jaarlijks in totaal ongeveer 2 TWh aan Friese stroom leveren15.

Figuur 3.1 Friese energiemix in 2050, inclusief het RES-bod en invulling van de overige opgave met geclusterde productie van energie, kleinschalige productie en innovatieve technieken.

Friese opgave 2050 in TWh

9,0 4,6 4,4 2 1,5

0,3

0,3

0 Vraag in 2050 (na besparing)

RES 1.0

van biogas door boeren, kleinschalige warmtenetten in dorpen, zon op daken en dorpsmolens.

Opgave na RES 1.0

Biogas en duurzame warmte

Overige opgave

Vier clusters Vier clusters duurzame opwek bij opwek energie­ vraag

Klein­ schalige opwek

Getijdenenergie

0,3 Blue energy

Daarnaast wordt in het landelijk gebied slim gebruik gemaakt van energieopslag en vraagsturing. Ook maken de Waddeneilanden gebruik van blue energy16, getijdenenergie en grootschalige

Kleinschalige productie en opslag in dorpen en hubs.

batterijen, wat ervoor zorgt dat ze vrijwel energieneutraal zijn.

Kleinschaligheid is ook een onderdeel van het Friese energiesysteem. Ook op kleine(re) schaal zijn energievraag en -aanbod op elkaar afgestemd - met behulp van opslag en soms zelfs conversie

De vier grote kernen voorzien voor een belangrijk deel in hun eigen energiebehoefte

- en is opwek goed ingepast in het landschap. Op verschillende plekken in Fryslân zullen lokale

Het stedelijk gebied heeft weinig ruimte voor energieopwek- en infrastructuur. Toch voorzien

bedrijventerreinen daarom worden uitgebouwd tot energiehubs waar de opwek, opslag en

de vier kernen (Leeuwarden, Heerenveen, Drachten, Sneek) voor een groot deel in de eigen

conversie van energie kan plaatsvinden op een schaal die passend is bij de lokale energievraag.

energievraag. De kernen hebben fors ingezet op energiebesparing in de gebouwde omgeving,

Dorpskernen lenen zich hier goed voor, bijvoorbeeld op de eilanden.

mobiliteit en industrie. Dit voorkomt de noodzaak om extra energie op te wekken in het landschap. De kernen hebben in een significant aantal wijken lokale warmtenetten aangelegd op geothermie, aquathermie of restwarmte in combinatie met seizoensoplag. Biogas wordt gebruik in panden die lastig te isoleren zijn of als back-up voor het warmtenet. Personenvervoer is volledig fossielvrij. Net-bewust en bidirectioneel laden via publieke laadpalen is de norm. Batterijen met grote vermogens om snel te laden zijn hierin onmisbaar op bijvoorbeeld logistieke knooppunten.

15. Op basis van een combinatie van windturbines en zonnepanelen (in vermogensverhouding van 1:1). Voor wind is uitgegaan van een ruime opstelling van 20 hectare per turbine, een vermogen van 5 MW per turbine en 3500 vollasturen. Ter vergelijking: het NP RES gaat uit van een windmolenpark van 10 molens van 450 hectare (4,5 ha hectare per turbine) en een vermogen van 5,6 MW per turbine. Voor de zonnepanelen is gerekend met 950 vollasturen en is rekening gehouden met curtailment (50% vermogen = 90% opbrengst). 16. De potentie van blue energy kan alleen verwezenlijkt wordt als er voldoende zoet water beschikbaar is. Dit moet nader onderzocht worden.

32

17. Schatting op basis van een door de Provincie Fryslân uitgevoerde GIS-analyse van de beschikbare oppervlakte voor duurzame opwek op bedrijventerreinen bij Leeuwarden, Heerenveen, Drachten en Sneek. Dezelfde aannames zijn gedaan als genoemd bij voetnoot 16, maar er is voor een ruimere opstelling gekozen van 30 ha/windmolen. Er is echter geen rekening gehouden met landelijke afstandsnormen of huidige plannen van de gemeenten. Het is zaak om het praktisch potentieel op de bedrijventerreinen van de vier grote kernen nader te bepalen.

FRIESE ENERGIEVISIE

33

3.2 Implicatie op de ruimte In deze Energievisie is uitgebreid ingegaan op het energiesysteem in relatie tot het Friese landschap en de leefomgeving. Beleidsmatige ruimte is hard nodig om de leidende principes te kunnen omzetten naar acties die bijdragen aan het toekomstige energiesysteem. Ook fysieke ruimte is nodig voor een toekomstbestendig en duurzaam energiesysteem, maar hier moet

Doel van benodigde ruimte

Ruimte nodig op bedrijven­ terreinen grote kernen

Hoeveel opwekclusters in buitengebied nodig (van 400 ha)?

Ruimte in buitengebied nodig voor opwekclusters

Geschat potentieel bedrijventerreinen bij vier kernen volledig benutten (zie voorbeeld figuur 3.1)

1600 ha

4

1600 ha

Geschat potentieel bedrijventerreinen bij vier kernen 50% benutten

800 ha

6

2400 ha

Geschat potentieel bedrijventerreinen bij vier kernen niet benutten

0 ha

8

3200 ha

Scenario

zorgvuldig mee om worden gegaan. Ruimtelijke ontwikkelingen worden integraal afgewogen. Energie is een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisies. Ruimtelijke afspraken en principes die de deelnemers van de Friese Energietafel in deze Energievisie vastleggen worden bekrachtigd in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Gemeentelijke Omgevingsvisies (GOVI). Dit zijn bijvoorbeeld ruimtelijke principes over clustering van productie van energie, het plaatsen van energieaanbod bij -vraag en het ‘schaal bij schaal’-principe. Daarnaast kan er via de POVI en GOVI ruimte gereserveerd worden die nodig is voor het Friese energiesysteem. Dit is ruimte die nodig is voor productie, conversie, opslag en infrastructuur. Nu is het uitgangspunt om zoveel mogelijk op daken te leggen en andere opties, zoals geschetst in de zonneladder. Maar alleen daarmee komen we er niet. In tabel 3.1 geven we een schatting van de hoeveelheid ruimte die nodig is voor grootschalige duurzame productie van elektriciteit in Fryslân tot 2050. Hierbij wordt aangenomen dat we evenveel energie opwekken als dat

Grootschalige opwek van zon- en windenergie

Tabel 3.1 Inschatting benodigde ruimte voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit tot 2050

we gebruiken, en dat we de elektriciteitsvraag invullen met zonne- en windenergie. De totale ruimtelijke omvang van deze invulling van grootschalig zon- en windenergie is 3200 ha. We geven drie indicatieve scenario’s weer, afhankelijk van hoeveel productie er op bedrijventerreinen van de vier grote kernen gerealiseerd wordt. Indien het totale potentieel voor de productie van duurzame elektriciteit benut wordt op de bedrijventerreinen van de vier kernen (Leeuwarden, Heerenveen, Drachten en Sneek) kost dit ongeveer 1600 ha aan ruimte op deze terreinen. Om energieneutraal te worden, kost de opwekopgave aanvullend nog 1600 ha (vier clusters van 400 hectare) aan landoppervlak in het buitengebied. Indien er minder productie wordt gerealiseerd op de bedrijventerreinen van de vier kernen, kost dit extra ruimte in de opwekclusters. Als er geen aanvullende opwek wordt gerealiseerd op de bedrijventerreinen, zou de opwekopgave acht clusters van 400 ha (3200 ha) in het buitengebied kosten. Er is niet alleen ruimte nodig voor energieproductie, maar ook voor energie-infrastructuur en -opslag. Benodigde ruimte voor opslag wordt nader bepaald in de opslagstrategie en batterijbeleid dat respectievelijk door de deelnemers van de FET en de Provincie Fryslân opgesteld zal worden. Benodigde ruimte voor grotere verdeelstations wordt nader bepaald in de pMIEK 2.0, die begin 2025 wordt vastgesteld.

Er is daarnaast nog veel meer ruimte voor energie-infrastructuur nodig. Dit omvat ruimte voor kabels, kleinere verdeelstations en voor duizenden trafostations (middenspanningsruimtes). Naast bovengrondse uitbreidingen van energie-infrastructuur zijn er ook vele kilometers aan ondergrondse kabels benodigd. De ruimtelijke impact hiervan moet nader worden bepaald. In de bijlage wordt per ontwikkelpad de impact van systeemkeuzes op de hoeveelheid onderstations en middenspanningsruimtes getoond.

34

FRIESE ENERGIEVISIE

35

Figuur 4.1 Schematisch overzicht van vervolgstappen en borging van Friese Energievisie.

4.1 Energievisie en pMIEK 2.0 De Energievisie is onderdeel van het proces Integraal programmeren. Met integraal wordt bedoeld het maken van plannen over de vraagsectoren heen (mobiliteit, industrie, gebouwde omgeving

4. BORGING EN UITVOERING

en landbouw). Dit is een cyclisch proces bestaande uit vijf stappen. Deze stappen komen overeen

De Friese Energievisie is géén blauwdruk van het toekomstige energiesysteem, maar geeft wel

We zien de energietransitie als een estafette, waarbij we gezamenlijk de uitdaging aangaan om de

richting. De borging van het agenderende karakter van deze visie krijgt vorm via drie sporen, die

eindstreep te halen. We kijken verder dan individuele bestuursperiodes en gemeentegrenzen en

onlosmakelijk van elkaar zijn verbonden:

streven gezamenlijk naar een succesvolle finish.

• Als input voor en onderdeel van Integraal Programmeren om sturing te geven aan de

Elke twee jaar zal er in Fryslân een nieuwe pMIEK worden opgeleverd, om te beginnen in 2025

met de nationale handreiking voor het proces welke is opgesteld door de werkgroep Integraal Programmeren18 (figuur 4.2).

investeringen in het energienetwerk met pMIEK als (tussen)product. Een periodieke herijking

(hoofdstuk 4.3). De Energievisie zal elke vier jaar geëvalueerd en, indien nodig en gewenst,

van de Energievisie wordt ook afgestemd op dit cyclisch traject.

geactualiseerd worden.

• Als input en bouwsteen voor de Provinciale en Gemeentelijke Omgevingsvisies. • Als gezamenlijke visie en product van de Friese Energietafel. De Energievisie is richtinggevend

In 2024 stelt de Friese Energietafel het nieuwe Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur

voor de uitvoering van de bestaande samenwerking waarbinnen elke organisatie zijn eigen

Energie en Klimaat (pMIEK 2.0) op, waarin de uitvoering van projecten ter uitbreiding van de

bevoegdheid en verantwoordelijkheid behoudt. De visie wordt gebruikt voor een herijking en

energie-infrastructuur wordt geprioriteerd. Landelijk is bepaald dat dit programma begin 2025

vernieuwing van de huidige Uitvoeringsagenda.

opgeleverd moet worden.

18. De werkgroep bestaat uit een samenwerking van IPO, VNG, Unie van Waterschappen, Netbeheer Nederland, NP RES, TNO en van de ministeries Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

36

FRIESE ENERGIEVISIE

37

Hiertoe maken we voor alle regio’s ontwikkelpaden zoals in deze visie al voor drie gebieden is gedaan (bijlage 1). Deze ontwikkelpaden geven inzicht in de systeemkeuzes die voorliggen per gebied en de energie-infrastructuurprojecten die hiervoor benodigd zijn. Parallel werken we aan een Fries afwegingskader op basis van het nationale afwegingskader en de leidende principes uit deze visie. Dit kader wordt richting het pMIEK gebruikt om bepaalde energieinfrastructuurprojecten te prioriteren boven andere. Deze projecten, zoals de uitbreiding van onderstations of de aanleg van een warmtenet, volgen uit de verschillende ontwikkelpaden. In deze Energievisie zijn ook een aantal onderzoeksprojecten geagendeerd voor de pMIEK 2.0 of 3.0 (hoofdstuk 4.3). Als eindresultaat geeft het pMIEK een overzicht van energie-infrastructuurprojecten van regionaal belang die het meest bijdragen aan het realiseren van deze regionale Energievisie. Het pMIEK bevat verschillende type projecten die voldoen aan een bepaalde schaal. Tijdens het traject om te komen tot het pMIEK worden er afspraken gemaakt over de doorwerking van het pMIEK in de investeringsplannen van netbeheerders. Elke twee jaar wordt het pMIEK geactualiseerd.

4.2 Ruimtelijke ordening Deze Energievisie levert input voor de Provinciale en Gemeentelijke Omgevingsvisies. In de Energievisie staat de richting waar het energiesysteem van de toekomst heen gaat bewegen. Deze richting is gebaseerd op de feitelijke en verwachte ontwikkelingen van vraag en aanbod van verschillende sectoren en op basis van ambitie, richtinggevende principes en toekomstbeeld die zijn geformuleerd door de deelnemers van de Friese Energietafel. Ook staat in hoofdstuk 3 toegelicht wat de benodigde ruimte zal zijn voor de elektriciteitsvraagclusters. De consequenties van de Energievisie voor de ruimtelijke ontwikkelingen worden in het proces van de herijking van de Provinciale Omgevingsvisie en Gemeentelijke Omgevingsvisies afgewogen tegen ook andere opgaven die (zowel beleidsmatige als fysieke) ruimte vragen. Waar mogelijk worden koppelkansen zoveel mogelijk benut. De afronding van de herijking van de Provinciale Omgevingsvisie wordt in 2026 verwacht. De gemeentelijke Omgevingsvisies en omgevingsplannen kunnen richting geven aan de inpassing van de benodigde infrastructuur. Het gaat daarbij niet alleen over de grote verdeelstations (de onderstations), maar ook over kabeltracés, kleinere

Figuur 4.2 Cyclus integraal programmeren.

verdeelstations en de enorme hoeveelheid transformatorhuisjes die in dorpen, wijken en buurten

Energievisie die in deFryslân komende jaren (in verband met de toenemende elektrificatie) een plek moeten krijgen.

Na de vaststelling van de Provinciale Omgevingsvisie volgt het Provinciale Omgevingsprogramma dat de ruimtelijke consequenties van het nieuwe, duurzame, energiesysteem, verder in detail uitwerkt. Hierop wordt de invulling van de Provinciale Omgevingsverordening gebaseerd. Waar nodig worden de regels in de Provinciale Omgevingsverordening hierop aangepast. Energie-estafette We zien de energietransitie als een estafette waarbij we door samenwerking, in verschillende rondes van 4 jaar, uiteindelijk met succes de eindstreep in 2050 willen bereiken. Hierin bundelen we met overheden, maatschappelijke partners, burgers, bedrijven en netbeheerders onze krachten.

4.Borgen: afwegen, keuzes maken en plannen maken

3. Ontwerpen richting per regio: ontwikkelpaden

Cyclisch proces

2.Toekomstbeeld en richting geven voor heel Fryslân: energievisie

5. Uitvoeren en monitoren

De Energievisie maakt deel uit van een cyclisch proces. Deze bestaat uit 5 stappen. De Friese Energietafel evalueert deze visie elke vier jaar en stelt zo nodig bij.

Zie hoofdstuk 4.1 van de Energievisie.

‘SAMEN GAAN WE VOOR DE FRIESE ENERGIETRANSITIE!’ 1. Inzicht verkrijgen: kennisdocument

38

FRIESE ENERGIEVISIE

39

4.3 Doorwerking in andere, ook sectorale, beleidsplannen

4.4 Uitvoeringsagenda Energievisie

Enerzijds is deze visie gebaseerd op andere sectorale plannen en anderzijds zal deze visie

De Friese Energievisie is agenderend van aard; dat betekent dat er met de vaststelling van deze

doorwerken in sectorale plannen, bijvoorbeeld plannen op het gebied van mobiliteit, economie,

visie leidende principes worden vastgesteld voor een Fries toekomstig energiesysteem en dat

landbouw, wonen, de RES, natuur en landschap en samenleving. Ook gezondheid en veiligheid

er nog openstaande keuzes en nadere uitwerking geagendeerd worden. Door de keuzes en

zijn belangrijke waarden waar oog voor gehouden moet worden bij de vormgeving van het

uitwerking te agenderen en tijdig te maken, kunnen alle deelnemers van de Friese Energietafel

toekomstige energiesysteem.

(FET) de nodige voorbereidingen treffen voor de uitrol van een volledig duurzaam energiesysteem.

De basis van deze visie is gelegd door de ontwikkelingen en bijbehorende energievraag en

De urgentie van stappen zetten kan niet genoeg worden benadrukt. Veel bedrijven en inwoners

-aanbod, die bij de verschillende sectoren worden verwacht, in beeld te brengen. Deze prognoses

zijn bezig met verduurzamingsplannen en de daaropvolgende investeringsbeslissingen. Het is

zijn terug te vinden in het Kennisdocument dat als bijlage bij deze visie is opgenomen. Verder zijn

daarom van belang dat er snel keuzes worden gemaakt over de energiemix en locaties.

de onderwerpen natuur en landschap en samenleving betrokken door deze nadrukkelijk een plek te geven in de leidinggevende principes.

De borging en uitvoering van de Energievisie wordt nader geconcretiseerd in een gezamenlijke Uitvoeringsagenda die in 2024-2025 wordt opgesteld door de organisaties van de Friese

De doorwerking van deze visie in sectorale plannen zal in de toekomst gaan plaatsvinden. De

Energietafel. Dit is een actualisatie van de huidige FET-Uitvoeringsagenda. Deze agenda kan

energietransitie raakt immers alle beleidsvelden, en vice versa. Daarover zijn nog geen gesprekken

voorstellen bevatten voor het opstellen van nieuw beleid of het herzien van beleid, maar ook

gevoerd, maar dit onderwerp zal een plek kunnen krijgen in de Uitvoeringsagenda. Gedurende

het uitvoeren van specifieke projecten of acties die door verschillende deelnemers van de FET

het traject van het opstellen van de Energievisie is in ieder geval als aandachtspunt benoemd:

opgepakt worden. De RES wordt elke twee jaar beoordeeld en zo nodig herijkt indien er sprake is

de relatie met de doelstellingen van het bereiken van de RES-doelen, een circulaire economie,

van bijgesteld ambities. Voor 1 juli 2025 dient de volgende voortgangsrapportage van de RES 1.0 óf

klimaatadaptatie en biodiversiteit evenals de relatie met sociaaleconomische aspecten als

de herijking naar een RES 2.0 ingediend te worden bij het NP RES.

betaalbaarheid en beschikbaarheid van energie voor alle inwoners in Friesland. De uitvoering past binnen de afspraken die gemaakt zijn bij ondertekening van het Samenwerkingsdocument Friese Energietafel. Binnen de Friese Energietafel behoudt elke organisatie zijn eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid. Voor de uitvoering zullen menskracht en middelen worden vrijgemaakt. Eén en ander is ook afhankelijk van de middelen van het Rijk, die moeten zorgen voor een blijvende ondersteuning. Het lobbyen daarvoor zal ook onderdeel uitmaken van de Uitvoeringsagenda. Met het opstellen, uitvoeren en monitoren van de Uitvoeringsagenda houden de deelnemers van de FET grip op de uitvoering op de kortere termijn en blijven ze op koers volgens de principes voor het energiesysteem op de langere termijn. Een initieel (niet uitputtend) overzicht van acties per leidend principe die opgenomen kunnen worden in de Uitvoeringsagenda, staan in bijlage 5.

40

FRIESE ENERGIEVISIE

41

BIJLAGEN BIJLAGE 1: ONTWIKKELPADEN De Energievisie geeft inzicht in de leidende principes en inrichting van het toekomstige Friese energiesysteem. Deze bijlage geeft een gebiedsgerichte uitwerking van de systeemkeuzes die voorliggen om de overstap te maken naar een duurzaam energiesysteem. Welke keuze gemaakt wordt door een sector of door overheden, heeft invloed op de type en de hoeveelheid infrastructuur die benodigd is. Sommige keuzes zijn al gemaakt binnen een gebied, maar vaak moeten er nog knopen doorgehakt worden. Deze bijlage geeft inzicht in de keuzes die voorliggen, en de consequenties van deze keuzes voor de infrastructuur en ontwikkelduur. In dit hoofdstuk worden er drie gebiedsgerichte ontwikkelpaden getoond: voor gemeente Noardeast-Fryslân, voor de regio Harlingen-Waadhoeke en voor de stad Leeuwarden. Deze ontwikkelpaden zijn illustratief voor 1) een landelijke gemeente (Noardeast), 2) een stad (Leeuwarden) en 3) een plek waar vraag en aanbod bij elkaar komt (Harlingen-Waadhoeke). Elk ontwikkelpad geeft een overzicht van mogelijke verduurzamingsroutes per sector, wanneer er naar verwachting keuzes gemaakt (moeten) worden en de consequenties van deze keuzes voor de nodige uitbreiding van energie-infrastructuur en bronontwikkeling.

De data van de regio-analyses, welke een perspectief hebben tot 2030/2035, hebben voor deze periode ook als basis gediend voor de ontwikkelpaden. De ambitie is om in 2024 voor andere gebieden in Fryslân ook ontwikkelpaden te maken in voorbereiding op de pMIEK 2.0 (zie hoofdstuk 4). De drie ontwikkelpaden uit deze bijlage fungeren dus als voorbeeld waar andere gebieden van kunnen leren en hebben verder geen status. In de praktijk vraagt energietransitie met stakeholders een zorgvuldig proces. Het gezamenlijk bouwen aan gemeenschappelijke handelingsperspectieven en het leren van elkaar is hier een belangrijk onderdeel van. De ontwikkelpaden zijn bedoeld om een onderbouwd gesprek te faciliteren tussen overheden en maatschappelijke partners. De ontwikkelpaden zijn beschreven met een technisch perspectief, maar om te komen tot daadwerkelijke keuzes zullen er zorgvuldige processen door alle deelnemers van de FET gefaciliteerd worden. De ontwikkelpaden beschrijven dus het ‘wat’ en nog niet het ‘hoe’.

42

FRIESE ENERGIEVISIE

43

1.1 Methodiek ontwikkelpaden

1.2 Gemeente Noardeast-Fryslân

De ontwikkelpaden in hoofdstuk 1.2 t/m 1.4 geven inzicht in systeemkeuzes voor een aantal

Gemeente Noardeast-Fryslân is een grote gemeente in het noordoosten van Friesland. Het is een

segmenten (sectoren of subsectoren) voor zowel energievraag (grijze kaders) als energieproductie

landelijke gemeente met een aantal dorpen en Dokkum als grootste stad. De gemeente kenmerkt

(groene kaders). De sectoren die de grootste impact hebben op het energiesysteem en het

zich door een grote hoeveelheid groen-gasinvoeders, een industrieel cluster (met o.a. bakkers)

elektriciteitsnet, zijn meegenomen in de figuren. Dit is gebaseerd op de analyse die is uitgevoerd

bij Hallum en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en mobiliteit in de dorpen en stad

in het Kennisdocument (bijlage 4). In figuur 1.1 is er een legenda opgenomen voor de drie

Dokkum. Vanuit Holwerd vertrekt de veerdienst richting Ameland.

ontwikkelpaden. Alleen de segmenten met de grootste impact op de energiebalans en het elektriciteitsnetwerk zijn opgenomen in de ontwikkelpaden en kunnen variëren per gebied. Aan

In alle segmenten is volledige elektrificatie van vraag en productie is mogelijk, maar voor elk

de linkerkant van de ontwikkelpaden staan diverse mijlpalen en beslismomenten beschreven

segment zijn er ook alternatieve energiebronnen- en dragers mogelijk. De Provincie Fryslân en

die richtinggevend zijn voor de systeemkeuzes die gemaakt worden. Deze besluiten worden

de gemeente Leeuwarden hebben gedeeltelijk invloed op de systeemkeuzes die gemaakt worden

door gemeenten, provincie, het Rijk of het bedrijfsleven genomen. Sommige zaken zijn

voor de mobiliteit, gebouwde omgeving en duurzame opwek.

randvoorwaardelijk of kaderstellend voor een keuze in een gebied, zoals de Wet collectieve Doorwerking leidende principes in ontwikkelpad

warmte of het vaststellen van de nieuwe Omgevingsvisie Fryslân.

De vijf leidende principes die in deze visie worden vastgesteld hebben betrekking op Voor elke systeemkeuze zijn er verschillende opties uitgewerkt (langs de vier energiedragers),

energiebesparing, duurzame productie van energie met meerdere bronnen, een goede inpassing

met elk een bepaalde duur voor de uitbreiding van infrastructuur of ontwikkeling van duurzame

in het landschap en energiesysteem en de flexibiliteit van het energiesysteem. Deze principes

energiebronnen. Per energiedrager wordt er aangegeven welke bron of techniek worden

werken met name door in de ontwikkelpaden door te kiezen voor duurzame alternatieven, naast

overwogen in het gebied. Vaak zijn er ook combinaties aangegeven als optie. Een collectief

elektriciteit, door zo veel mogelijk energieproductie (bij energievraag) te clusteren en door te

warmtenet zal bijvoorbeeld vaak ook elektriciteit vragen en daarnaast zullen niet alle gebouwen

kiezen voor slimme oplossingen ten behoeve van de flexibiliteit van het elektriciteitsnet.

op een warmtenet overstappen in een dorp of stad. Leidende principes volgen Voor de duur van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hanteert Liander een periode van

Wanneer de leidende principes worden toegepast, wordt in verschillende sectoren voor

8-10 jaar (aanleg nieuw onderstation). Voor de aanleg van een warmtenet is dit korter, namelijk

alternatieve energiebronnen gekozen om het elektriciteitsnetwerk minder te belasten. Gemeenten

zo’n 4-6 jaar. In alle drie de gebieden is er een regio-analyse uitgevoerd. De inzichten en data uit

en provincie en Rijk kunnen de keuze voor de gebouwde omgeving, mobiliteit en duurzame

deze analyses zijn overgenomen in de ontwikkelpaden.

opwek (deels) zelf maken of invloed op uitoefenen met beleid, (financiële) ondersteuning of

Legenda Legenda Legenda Figuur bijlage 1.1 Legenda Legenda voor ontwikkelpad Legenda bij Legenda

ontwikkelpaden Besluit & Beleid Besluit & Beleid Besluit & Beleid Besluit & Beleid Besluit & Beleid Rijksbesluit Rijksbesluit Rijksbesluit Rijksbesluit Rijksbesluit

Besluit & Beleid

Rijksbesluit Provinciebesluit Provinciebesluit Provinciebesluit Provinciebesluit Provinciebesluit Rijksbesluit

Provinciebesluit Gemeentebesluit Gemeentebesluit Gemeentebesluit Gemeentebesluit Gemeentebesluit Provinciebesluit

Gemeentebesluit Bedrijfsbesluit Bedrijfsbesluit Bedrijfsbesluit Bedrijfsbesluit Bedrijfsbesluit Gemeentebesluit

Bedrijfsbesluit Mijlpaal Mijlpaal Mijlpaal Mijlpaal Mijlpaal Bedrijfsbesluit

bewustwording bij ondernemers. Overheden en ondernemers zouden volgens de principes ook sterk inzetten op de versterking van de flexibiliteit van het lokale energiesysteem met batterijen, seizoensopslag of conversie. Wanneer de leidende principes worden toegepast, zou:

Symbool Symbool Symbool

Symbool

Symbool

Elektrificatie Elektrificatie Elektrificatie Elektrificatie Elektrificatie

Symbool

Elektrificatie Biodiesel Biodiesel Biodiesel Biodiesel Biodiesel

Werkzaamheden Netuitbreiding nodig Netuitbreiding Netuitbreiding nodignodig

Netuitbreiding nodig Netuitbreiding nodig

Werkzaamheden Netuitbreiding nodig

Bronontwikkeling nodig Bronontwikkeling Bronontwikkeling Bronontwikkeling nodig Bronontwikkeling nodignodignodig

Elektrificatie

Netuitbreiding nodig

Biodiesel

Batterij nodig Batterij Batterij nodignodig Batterij nodig Batterij nodig Bronontwikkeling nodig

Biodiesel Groengas Groengas Groengas GroengasGroengas

Bronontwikkeling nodig

Groengas Batterij nodig Bron en infrastructuur infrastructuur gereed BronBron en infrastructuur en gereed gereed Uitbreiding of extra onderstation Bron en gereed Uitbreiding Uitbreiding of of extra of extra onderstation onderstation Uitbreiding extra Bron eninfrastructuur infrastructuur Uitbreiding of extra onderstation Groengas Batterij nodig Bron en infrastructuur gereed Uitbreiding of extra onderstation onderstation gereed Zonne-energie Zonne-energie Zonne-energie Zonne-energie Type energiedrager Bron en infrastructuur gereed Uitbreiding of extra onderstation

Mijlpaal Zonne-energie Zonne-energie Randvoorwaardelijk of Randvoorwaardelijk Randvoorwaardelijk of of Windenergie Randvoorwaardelijk of Windenergie Windenergie Randvoorwaardelijk Windenergie Mijlpaal kaderstellend beleid/proces Zonne-energie kaderstellend kaderstellend beleid/proces beleid/proces kaderstellend beleid/proces Randvoorwaardelijk of Windenergie of kaderstellend Windenergie Duurzame warmtebron Duurzame warmtebron warmtebron Randvoorwaardelijk kaderstellendofbeleid/proces DuurzameDuurzame warmtebron

beleid/proces kaderstellend beleid/proces

Werkzaamheden Werkzaamheden Werkzaamheden Werkzaamheden

Windenergie

Duurzame warmtebron Duurzame Duurzame warmtebron warmtebron

Type Type energiedrager energiedrager Type energiedrager Type energiedrager Elektriciteit Elektriciteit Elektriciteit Elektriciteit

terwijl de netbeheerder benodigde uitbreidingen realiseert. In 2029 zijn de concessies voor de Friese veerdiensten naar de Waddeneilanden verlopen. Op dit moment wordt de aanbestedingsprocedure voorbereid. De kaders die hierin leidend zijn bepalen in grote mate de wijze van systeemkeuze die voor de veerdiensten gemaakt wordt. • De gebouwde omgeving voor een klein deel overgaan op een collectieve warmtevoorziening. Anjum en Dokkum zijn in de Transitievisie Warmte van de gemeente aangewezen als

Type energiedrager Type energiedrager

startkernen. Hier wil werkt de gemeente aan wijkuitvoeringsplannen en heeft de ambitie rond in

Warmte

• De (bakkers)industrie in Hallum energie dichtbij vraag realiseren en alternatieve energiebronnen

Elektriciteit Warmte Warmte Warmte Warmte Elektriciteit Elektriciteit Biogas of -brandstof -brandstof Biogas of -brandstof of Biogas of Biogas -brandstof Warmte Warmte

2030 een lokaal warmtenet te hebben gerealiseerd.

Biogas of -brandstof

gebruiken, zoals duurzame warmte of groengas. Er vinden momenteel gesprekken tussen de

Waterstof

provincie, gemeente en ondernemers plaats over de mogelijke verduurzamingsroutes in Hallum.

Waterstof Waterstof Waterstof Biogas ofof -brandstof Waterstof Biogas -brandstof Waterstof Waterstof

44

• De veerdienst (als transitiemiddel) naar Ameland tijdelijk op biobrandstof kunnen varen

FRIESE ENERGIEVISIE

45

• De gemeente productie van duurzame energie realiseren, geclusterd en, naast zonne-energie,

Implicaties voor energie-infrastructuur

ook windenergie en groengas. Vanwege de grote potentie aan groengas in de gemeente zijn

De twee hierboven beschreven scenario’s hebben verschillende implicaties voor de energie-

monovergisters kansrijk.

infrastructuur.

Figuur bijlage 1.3 Schets van energieinfrastructuur in Noardeast Fryslân in 2050.

Bij het minimaal belasten van het elektriciteitsnetwerk, doordat er bijvoorbeeld wordt gekozen voor een ander pad (warmte of biogas) dan elektrificatie, zijn niet alle uitbreidingen nodig. Uiteraard is dit helemaal afhankelijk van de locatie en de grootte van het verschil in elektriciteitsvraag groei tussen de paden. De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.3 nader toegelicht.

Figuur bijlage 1.2 Ontwikkelpad Noardeast-Fryslân Programma van eisen (2025)

Mobiliteit Veerdiensten

Nota van Uitgangspunten (2024)

Toewijzing aanbesteding (2026)

Elektrificatiepad

+20MW

Elektrificatie

In het gebied Noardeast-Fryslân lijkt er bij inzet op het electrificatiepad een extra onderstation

Biodiesel

nodig te zijn om aan de elektravraag te voldoen. Als de elektrificatievraag toeneemt moeten

+0-20MW Combinatie

Mobiliteit Personen

Concessie busvervoer

Regionaal Mobiliteitsprogramma 2.0

ook de bestaande stations maximaal worden uitgebreid. Daarnaast zijn er ook meer

+1-2MW

Elektrificatie

Elektrificatie

+10-25MW

Walstroom

Mobiliteit Logistiek

+20MW

Elektrificatie

Combinatie

Gebouwde omgeving Warmtetransitie

Combinatie

+15-40MW

Leidende principes

+30 MW

Bij de keuze voor warmte of biogas ontstaat er meer ruimte in het elektriciteitsnet op zowel

Warmtenet Combinatie

de middenspanning als op de hoogspanning (onderstation niveau). Er zijn naar schatting ook

+50MW

Elektrificatie

Industrie

nodig zijn vanwege een lagere totale energievraag en piekbelasting in dit gebied. Door relatief

+50MW

Individuele Warmtepomp

Warmteprogramma Wet collectieve warmte

op te vangen. De flexibiliteit en opslag behoefte zal in vergelijking tot de andere gebieden minder minder duurzame opwek en mobiliteit is er minder piekbelasting op het netwerk.

Aanwijzen warmtekavel

Transitievisie Warmte

+17-23MW

elektriciteitshuisjes (MSR’s) nodig om de energievraag in met name van de gebouwde omgeving

Inschatting uiterlijk investeringsbesluit door bedrijven

hier veel minder elektriciteitshuisjes (MSR’s) nodig. Het onderstation Dokkum zal in beide

20-35 MW

paden uitgebreid moeten worden. Maar de bouw van nieuw onderstation kan mogelijk worden

Warmtenet Combinatie

vermeden. Zon PV

+45MW

Windturbines

+15MW

Zon PV

Raadsbesluit

Energieproductie

+15-130MW Windturbines

+0-45MW Combinatie

Energievisie

Omgevingsvisie Fryslân

Warmtenet

Monovergister

Nu

46

2025

2030

2035

2050

FRIESE ENERGIEVISIE

47

De gemeente Waadhoeke heeft flinke ambities voor de productie van duurzame energie. De

1.3 Regio Harlingen-Waadhoeke

gemeente werkt aan de ontwikkeling van een Energielandschap waar deze productie wordt

In het noordwesten van de Provincie Fryslân, grenzend aan de Waddenzee, ligt het gebied

geclusterd. De gemeente heeft verschillende opties voor het landschap en bepaalt de precieze

Harlingen-Waadhoeke (figuur 1.4). Dit gebied heeft een gezamenlijk ontwikkelpad omdat de

inrichting hiervan de komende jaren mede op basis van een gebiedsontwikkelingsproces. Naast

gemeenten Waadhoeke en Harlingen voor een groot deel gebruikmaken van dezelfde energie-

het Energielandschap is ook de aanwezigheid van glastuinbouw kenmerkend voor de regio.

infrastructuur. Zo worden Harlingen en Waadhoeke allebei gevoed vanuit onderstation Herbaijum. Het oostelijke gedeelte van Waadhoeke wordt gevoed vanuit onderstation Leeuwarden.

Waadhoeke is de enige gemeente in Fryslân met glastuinbouw met twee grotere clusters van

Gemeente Harlingen wordt gekenmerkt door de Port of Harlingen, vanuit waar dagelijks meerdere

elektrificatie, duurzame warmte of groengas en het is nog niet duidelijk waar de voorkeur ligt van

60-70 ha (Sexbierum en Berlicum). Deze sector heeft verschillende verduurzamingsopties, zoals de tuinders. De keuze die genomen wordt heeft mogelijk grote impact op het elektriciteitssysteem.

veerboten naar Terschelling en Vlieland vertrekken. Er ligt ook een grote industriehaven, er

Er is een grote relatie tussen de keuzes die gemaakt worden in het Energielandschap en de

is visserij en de bruine vloot. Op een klein oppervlak komt er dus veel bedrijvigheid (en dus

verduurzamingsroute van de glastuinbouw.

energiegebruik) bij elkaar. De verduurzaming op Terschelling en Vlieland is relevant voor Harlingen-Waadhoeke omdat de onderliggende netten ook zijn aangesloten op onderstation

Het ontwikkelpad Harlingen-Waadhoeke (figuur 1.3) kenmerkt zich primair door de

Herbaijum en daarmee invloed hebben op de beschikbare capaciteit. Op dit moment is de

verduurzaming van de veerdienst en logistiek, de glastuinbouw, de gebouwde omgeving,

beschikbare capaciteit gering. Netbeheerders zoeken naar mogelijkheden om de capaciteit

de industrie en het Energielandschap, d. In dit ontwikkelpad is volledige elektrificatie van

rondom Herbaijum te vergroten. Er worden ook gesprekken gevoerd over de aanleg van

energievraag en -productie mogelijk voor alle segmenten, maar er zijn alternatieven beschikbaar.

wadkabels naar de eilanden.

Het Rijk, de Provincie Fryslân en de gemeenten Waadhoeke en Harlingen hebben gedeeltelijk

Figuur bijlage 1.4 Ontwikkelpad Harlingen-Waadhoeke

invloed op de systeemkeuze die gemaakt wordt voor de veerdienst, de gebouwde omgeving en het Energielandschap. Programma van eisen (2025)

Mobiliteit Veerdiensten

Leidende principes volgen

Biodiesel

Toewijzing aanbesteding (2026)

Nota van Uitgangspunten (2024)

Doorwerking leidende principes in ontwikkelpad

+50MW

Elektrificatie

Wanneer de leidende principes worden toegepast, wordt in verschillende sectoren voor

+0-50MW Combinatie

alternatieve energiebronnen gekozen om het elektriciteitsnetwerk minder te belasten.

Mobiliteit Logistiek

+27MW

Elektrificatie

Combinatie

Aanwijzen warmtekavel

Gebouwde Omgeving WarmteTransitievisie transitie

+26-35MW

omgeving en het Energielandschap gedeeltelijk zelf maken of beïnvloeden. De overheden

+50MW Individuele Warmtepomp

Warmteprogramma

Wet collectieve warmte

Warmte

Combinatie

+25-40MW

Inschatting uiterlijk investeringsbesluit

Sociaal economisch actieprogramma door gemeenten

Inschatting uiterlijk investeringsbesluit

Glastuinbouw

energiesysteem met batterijen, seizoensopslag of conversie.

+0-38MW Combinatie

Wanneer de leidende principes worden toegepast, zou:

+110MW

Elektrificatie

• De veerdiensten naar Terschelling en Vlieland (als transitiemiddel) tijdelijk op biobrandstof

Warmtenet

kunnen varen terwijl de netbeheerder benodigde uitbreidingen realiseert. In 2029 gaan de

+0-75MW

nieuwe concessies in voor de Friese veerdiensten naar de Waddeneilanden. Op dit moment

Warmtenet

Combinatie

wordt de aanbestedingsprocedure voorbereid. De kaders die hierin leidend zijn bepalen in grote

+54-144MW

Zon PV

Zon PV

Gebiedsontwikkelingsproces

Energieproductie Energielandschap

+60-70MW

Windturbines

Windturbines

Raadsbesluit

Raadsbesluit

zouden volgens de principes ook sterk inzetten op de versterking van de flexibiliteit van het lokale

+38MW

Duurzame Warmte

Duurzaam concept Berlikum

Zonthermie

mate de wijze van systeemkeuze die voor de veerdiensten gemaakt wordt. +42-105MW

• De zwaardere logistiek en binnenvaart op groengas of biobrandstof kunnen overstappen als alternatief voor elektrificatie.

Warmtenet Zonthermie

Omgevingsviisie Fryslân

kunnen invloed uitoefenen op keuzes die in de overige segmenten gemaakt worden, met beleid, (financiële) ondersteuning of bewustwording bij ondernemers. Overheden en ondernemers

Warmtenet

Elektrificatie

Proces Greenport

+25-55MW

Combinatie

Industrie

Gemeenten, provincie en Rijk kunnen de systeemkeuze voor de veerdienst, de gebouwde

+0-150MW Combinatie Warmtenet

Nu

48

2025

2030

2035

2050

FRIESE ENERGIEVISIE

49

• De gebouwde omgeving, industrie en glastuinbouw, naast elektrificatie, ook gebruik maken

Implicaties voor energie-infrastructuur

van duurzame warmtebronnen (restwarmte, aquathermie of geothermie) en/of groengas

De twee hierboven beschreven scenario’s hebben verschillende implicaties voor de energie-

in combinatie met (seizoens)opslag. Gemeenten Waadhoeke en Harlingen hebben de regie

infrastructuur. Het scenario dat leidende principes hanteert, resulteert in gevarieerde

voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving via de TVW, warmteprogramma en

infrastructuur en minder uitbreiding van of nieuwe onderstations.

Figuur bijlage 1.5 Schets van energieinfrastructuur in Harlingen-Waadhoeke in 2050 in twee scenario’s.

wijkuitvoeringsplannen. • Het Energielandschap, naast zonne-energie, ook windenergie en duurzame warmte produceren (zonthermie wordt momenteel door de gemeente overwogen voor de inzet in de glastuinbouw). De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hierna en in figuur 1.5 nader toegelicht. Elektrificatiepad Het scenario waarin overheden en bedrijven inzetten op elektrificatie, waarbij andere energiebronnen- en dragers minimaal worden toegepast en er niet wordt ingezet op slimme oplossingen, is vanuit het energiesysteem en het elekriciteitsnetwerk onwenselijk. Dit scenario volgt niet de leidende principes uit de Energievisie. In dit scenario zijn er grote uitbreidingen van de elektriciteitsinfrastructuur nodig, wat tijd, uitvoeringskracht en geld kost. Netcongestie blijft in dit scenario een belemmerende factor, ook op de langere termijn. Wanneer de veerdienst, de logistiek, de glastuinbouw, de industrie en de gebouwde omgeving volledig elektrificeren in Harlingen-Waadhoeke, wordt dit scenario in dit gebied werkelijkheid. Gezien de grote vermogensvraag die elektrificatie in de segmenten vraagt, is het vroegtijdig informeren van de netbeheerders van groot belang. In vrijwel alle segmenten vindt momenteel al elektrificatie plaats. De Port of Harlingen kampt bijvoorbeeld op dit moment al met problemen om nieuwe netaansluitingen te krijgen.

Door niet tijdig te kiezen voor een andere energiebron of -drager, zal het elektrificatiescenario automatisch werkelijkheid worden. De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.5 nader toegelicht. Elektrificatiepad Er wordt met name impact verwacht op het middenspanningsnet als het electrificatiepad (links) zich ontvouwd. Er zijn veel elektriciteitshuisjes (middenspanningsruimten: MSR’s) nodig om de energievraag van huishoudens, elektrisch vervoer, landbouw en midden- en klein bedrijf op te kunnen vangen. Op onderstation niveau zijn er drie nieuwe stations nodig. Eén 110/50/20kV station en twee 50/20kV stations. Deze zullen naar mate de elektrificatievraag toeneemt ook maximaal uitgebreid moeten worden in de toekomst. Deze stations zijn nodig om de grotere ontwikkelingen rondom glastuinbouw, industrie en het energielandschap te faciliteren. Ook zal er een grote flexibiliteit en opslag behoefte zijn om het elektriciteitsnet en energievraag en – aanbod in balans te houden. Met name de veerdiensten, industrie en logistiek hebben ook energie nodig als het niet waait of de zon niet schijnt. Voor de warmtevraag in de gebouwde omgeving is daarnaast seizoensopslag of import van energie nodig om de energiebalans te waarborgen.

50

FRIESE ENERGIEVISIE

51

Leidende principes

• Gemeente Leeuwarden de bedrijventerreinen maximaal benutten voor productie van duurzame

Bij het realiseren van meer warmte infrastructuur en meer inzet op biogas betekent dit concreet

energie. Zo wordt er energieaanbod dicht bij vraag gerealiseerd en zorgt windenergie voor een

minder investeringen in het elektriciteitsnet op middenspanning- en hoogspanningsniveau. Er

relatief lagere impact op het elektriciteitsnet dan zonne-energie. De gemeente heeft de ambitie

zijn significant minder elektriciteitshuisjes nodig en de drie nieuwe onderstations hebben minder

om 35 windturbines te realiseren op bedrijventerreinen in Leeuwarden. De gemeente geeft

investeringen voor uitbreiding nodig in de toekomst. Daarnaast zorgen de andere energiedragers

voorkeur van windenergie boven zon-pv. De gemeente is van plan een belemmeringenstudie

(warmte en biogas) voor een betere balancering in het totale energiesysteem.

te doen naar windturbines op bedrijventerreinen in Leeuwarden. De uitkomsten van dit onderzoek, deze Energievisie en de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie bepalen in hoge mate wat de gemeente in haar nieuwe Energieagenda zal opnemen.

1.4 Leeuwarden Leeuwarden is als Friese hoofdstad meegenomen als ontwikkelpad (figuur 1.6). Leeuwarden

De consequenties van dit scenario op de infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.7 nader

kenmerkt zich door de aanwezigheid van bedrijventerreinen met voedingsmiddelenindustrie,

toegelicht.

een grote verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving en een hoge ambitie van duurzame productie van duurzame elektriciteit. Ook in dit ontwikkelpad is volledige elektrificatie van

Elektrificatiepad

energievraag en -productie mogelijk voor alle segmenten, maar ook hier zijn er alternatieven

Ook voor Leeuwarden is er een scenario denkbaar met maximale elektrificatie van energievraag

beschikbaar. De Provincie Fryslân en de gemeente Leeuwarden hebben gedeeltelijk invloed op de

en -aanbod. Dit scenario volgt niet de leidende principes uit de Energievisie. In vrijwel alle

systeemkeuzes die gemaakt worden voor de mobiliteit, gebouwde omgeving en duurzame opwek.

segmenten vindt momenteel al elektrificatie plaats. In de periode 2022-2030 wordt in Leeuwarden een groei van 30% van de elektriciteitsvraag verwacht. Er is veel onzekerheid over de mate van en

Doorwerking leidende principes in ontwikkelpad

snelheid van elektrificatie, bijvoorbeeld bij de industrie, waardoor een groei van meer dan 100%

Leidende principes volgen

tot 2030 niet uitgesloten is. Door niet tijdig te kiezen voor alternatieve energiebronnen en -dragers,

Wanneer de leidende principes worden toegepast, wordt in verschillende sectoren voor

wordt het maximale elektrificatiescenario werkelijkheid. De consequenties van dit scenario op de

alternatieve energiebronnen gekozen om het elektriciteitsnetwerk minder te belasten. Gemeenten

infrastructuur zijn hieronder en in figuur 1.7 nader toegelicht.

Figuur bijlage 1.6 Ontwikkelpad Leeuwarden

en provincie en Rijk kunnen de keuze voor de gebouwde omgeving, mobiliteit en duurzame opwek (deels) zelf maken of invloed op uitoefenen met beleid, (financiële) ondersteuning of bewustwording bij ondernemers. Overheden en ondernemers zouden volgens de principes ook sterk inzetten op de versterking van de flexibiliteit van het lokale energiesysteem met batterijen, seizoensopslag of conversie. Wanneer de leidende principes worden toegepast, zou: • Een deel van de (voedingsmiddelen)industrie en bedrijven op een duurzame warmtevoorziening

Mobiliteit Personen

Concessie busvervoer

groengas willen inzetten als verduurzamingsoptie. Er blijft naar verwachting alsnog een groot deel van de industrie over die zal elektrificeren.

Mobiliteit Logistiek

Gebouwde omgeving Warmtetransitie

+25-70MW

Elektrificatie

+26MW

Intentie-overeenkomst duurzame warmte Heechterp

Wet collectieve warmte

25-30MW

Combinatie

Beleidskader Mobiliteit

Aanwijzen warmtekavel

Combinatie

+70MW

Individuele Warmtepomp

Elektrificatie

+30-80MW

Warmteprogramma

+35-60MW Combinatie

Combinatie

• De zwaardere logistiek gedeeltelijk op groengas of biobrandstof overstappen als alternatief voor

Warmtenet

Maatregelenpakket inflatie

elektrificatie. Op termijn (na 2035) zou vrachtverkeer dat langere afstanden moet rijden groene waterstof kunnen overwegen. Vóór die tijd is er niet voldoende groene waterstof beschikbaar

+38MW

Elektrificatie

Laadvisie

overstappen. Friesland Campina overweegt bijvoorbeeld het gebruiken van de eigen restwarmte of het boren van een geothermiebron. In Leeuwarden zijn er vooralsnog weinig bedrijven die

Zero-emissie zone 2028

Inschatting uiterlijk investeringsbesluit

+150MW Elektrificatie

Industrie Onderstation treedt in werking

in Nederland. Het personenvervoer zal vrijwel zeker gaan elektricifceren. Vanaf 2028 bereidt de

+24MW

Combinatie Warmtenet

gemeente een zero-emissiezone voor in de stad. • De gebouwde omgeving voor een belangrijk deel overgaan op een collectieve warmtevoorziening. Er is in de stad potentie voor o.a. geothermie. De gemeente ziet momenteel kansen voor een warmtenet in ongeveer 40% van de wijken in Leeuwarden. Onlangs heeft de

Belemmeringenstudie windenergie

Energieproductie

+185MW

Windturbines

+145MW

Windturbines

+100-150MW Zon PV

5+144MW Energievisie

gemeente een intentieovereenkomst gesloten voor duurzame warmte in de wijk Heechterp.

Combinatie Warmtenet

Omgevingsvisie Fryslân

Nu

52

Zon PV

Leeuwarder Energieagenda

2025

FRIESE ENERGIEVISIE

Monovergister

2030

2035

2050

53

Implicaties voor energie-infrastructuur De twee hierboven beschreven scenario’s hebben verschillende implicaties voor de energieinfrastructuur. Elektrificatiepad Ook in en rondom Leeuwarden wordt met name de impact verwacht op het middenspanningsnet als het elektrificatiepad zich ontvouwt. Er zullen veel elektriciteitshuisjes (MSR’s) nodig zijn om de energievraag van de gebouwde omgeving op te vangen. Op onderstation niveau is er één nieuw station nodig. Een 110/20kV onderstation. Deze en huidige stations moeten naar mate de elektrificatievraag toeneemt ook maximaal worden uitgebreid. Ook in dit gebied zal er een grote flexibiliteit en opslag behoefte zijn voor de industrie en logistieke hubs. Daarnaast is er seizoensopslag van energie nodig om te voldoen aan de warmtevraag van de gebouwde omgeving in de winter. Leidende principes Bij een keuze voor warmtenetten of inzet op meer biogas ontstaat er ruimte in het elektriciteitsnet op zowel het middenspanning- als het hoogspanningsnet (onderstation niveau). Er zijn naar

BIJLAGE 2: FRIESE ENERGIE-INITIATIEVEN Het nieuwe energiesysteem is niet van de ene dag op de andere gerealiseerd. We zitten in een energietransitie tot 2050 waarbij de invulling van het toekomstig energiesysteem nog geen platgetreden pad is. Daarom is het van belang om lerend vooruit te gaan, stappen te zetten en ervaringen op te doen en ook risico’s te nemen. En om weg te gooien wat niet werkt en te behouden en versterken wat kansrijk lijkt. In Fryslân zijn diverse initiatieven die experimenteren met nieuwe en duurzame vormen van energievoorziening. Deze brengen we in beeld om inzicht te krijgen in welke experimenten worden gedaan en welke lessen we hieruit kunnen leren. Geleerde lessen kunnen we in de uitwerkingen van de Energievisie oppakken en meenemen in de uitvoering. Op de website van de Friese Energietafel zijn deze initiatieven in een overzicht te vinden. De projecten zijn kort beschreven en bevatten links naar websites waar meer informatie op te halen is.

schatting veel minder middenspanningsruimten (MSR’s) nodig omdat een groot gedeelte van Figuur bijlage 1.7 Schets van energieinfrastructuur in Leeuwarden in 2050.

54

de energievraag opgevangen kan worden door warmte. Het nieuwe onderstation zal er in beide paden moeten komen, maar er is meer capaciteit over op het onderstation in 2050 voor andere ontwikkelingen (zoals op plekken buiten Leeuwarden die op dit onderstation zijn aangesloten).

FRIESE ENERGIEVISIE

55

BIJLAGE 3: BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN Begrip/afkorting

Toelichting

Centraal energiesysteem

Aquathermie

Het gebruik van warmte en koude uit het oppervlaktewater, drinkwater of afvalwater voor het verwarmen en koelen van gebouwen. De warmte wordt als dat nodig is opgeslagen in de bodem en daarna opgewaardeerd met een warmtepomp. Bron: https://www.nplw.nl/technieken/warmtebronnen/default.aspx

Een energiesysteem waarbij energie op een centraal punt wordt geproduceerd en van daaruit wordt getransporteerd, vaak over grotere afstand, naar de energievragers.

Congestie

Tekort aan transportcapaciteit dat opstopping veroorzaakt, meestal op het elektriciteitsnet, maar soms ook op het gasnet.

Congestiemanagement

Het beter benutten van het energiesysteem door vraag en aanbod in tijd en hoeveelheid meer op elkaar af te stemmen. Meer informatie: https://www.liander.nl/-/media/files/ energietransitie/liander-brochure--mogelijke-oplossingentransportschaarste-versie-juli-2023.pdf

Covergisting

Vergisting van dierlijke mest samen met andere organische afval- of reststoffen. Kan op verschillend schaalniveau plaatsvinden, van boerderijniveau tot grote industriële vergisters. Als restproduct blijft digestaat (het natte eindproduct) over.

Decentraal energiesysteem

Een energiesysteem waarbij opwek en productie vanuit meerdere kleiner locaties getransporteerd wordt naar energievragers in de directe omgeving.

Energiegemeenschap

Een groep van burgers die gezamenlijk hun energie regelt. Meer informatie: https://topsectorenergie.nl/nl/kennisbank/ kennisdossier-energiecollectieven/

Energiehub

Is een lokaal afgebakend energiesysteem dat is verbonden met het openbare energienet. In een energiehub wordt energievraag en –aanbod van gas, warmte en elektriciteit lokaal op elkaar afgestemd. Het streven binnen een energiehub is om de lokale productie en de energievraag zoveel mogelijk gelijktijdig te laten plaatsvinden. Hierdoor wordt het openbare net zo minimaal mogelijk belast en kan er zoveel mogelijk lokale energie worden uitgewisseld zonder afhankelijkheid van de externe energiemarkt. Een energiehub kan veel vormen aannemen, in grootte en organisatie.

Energieneutraal

Evenveel energie duurzaam opwekken of produceren als gebruiken.

Betaalbaarheid

Draaglijke kosten van energie voor gebruikers en lage maatschappelijke kosten voor het energiesysteem voor de samenleving als geheel. Bron: https://open.overheid.nl/ documenten/9c656bf0-e388-4baf-88d6-96ac6aa326dd/file

Betrouwbaarheid

Zekerheid van toegang tot energie, oftewel leveringszekerheid. Voor de lange termijn zet, landelijk, het kabinet in op een hogere mate van energie-onafhankelijkheid door eigen productie dan tot nu toe het geval was, integratie in Europa en een diversificatie voor de toevoer van buiten Europa. https:// open.overheid.nl/documenten/9c656bf0-e388-4baf-88d696ac6aa326dd/file

Bodemenergie

56

Het gebruik van warmte en koude uit de bodem tot een diepte van maximaal 500 meter. Een warmtepomp waardeert de warmte uit de bodem op tot een voor gebouwen bruikbaar niveau. Er wordt onderscheid gemaakt in gesloten (bodemwarmtewisselaar GBES) en open systemen (Warmtekoudeopslag WKO). Bron: https://www.nplw.nl/ technieken/warmtebronnen/default.aspx

Bidirectioneel laden

Twee kanten opladen met de elektrische auto: opladen en elektriciteit leveren. Bron: Feiten en fabels over bidirectioneel laden | ANWB

Biogas

Een gasmengsel dat ontstaat uit biologische afbraak van organisch materiaal (zoals mest, rioolslib of GFT afval) door enzymen. Het bestaat onder meer uit methaan en koolstofdioxide.

Cablepooling

Verschillende energiebronnen (bijvoorbeeld wind- en zonneparken) maken gebruik van één aansluiting. Dit verlaagt maatschappelijke kosten, de doorlooptijd tot realisatie en vermindert het ruimtebeslag. Met een slim managementsysteem wordt gezorgd voor een continue balancering. Bron: Cable pooling - Firan

FRIESE ENERGIEVISIE

57

Energiesysteem

De verbinding tussen vraag en aanbod, ofwel opwek en productie en gebruik, transport en opslag van verschillende energievormen. Bron: https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiesysteem/nieuwenergiesysteem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=5ff672ee-d536-42f7-80b3-b581d42e9d02