Bijlage - bestemmingsplan 'Easternijtsjerk – Ald Tún 16a’ (NL.IMRO.1970.BpOnAldTun16a-VA01)
Tekst van het document
Besluit ruimtelijke ordening verzonden aan provincie Fryslân, Brandweer Fryslân, Wetterskip Fryslân, Brandweer Fryslân, Tennet en Liander (zie: bijlagen bij toelichting bijlage 3).
Toelichting bestemmingsplan Easternijtsjerk – Ald Tún 16a
43
Van provincie Fryslân en brandweer Fryslân zijn reacties ontvangen. De provincie vraagt zich af er een vrijstelling van de vergunningplicht geldt op basis van Ontgrondingenverordening Friesland. Er geldt inderdaad een vrijstelling van deze verordening omdat niet meer dan 10.000 m3 grond wordt afgevoerd en de ontgronding niet dieper gaat dan twee meter. Daarnaast vraagt de provincie aandacht voor natuurinclusief bouwen. Dit is verwoord in toelichting paragraaf 4.7. Brandweer Fryslân adviseert om de initiatiefnemer te informeren over het overschrijden van de norm voor de opkomsttijd van het eerst aankomende blusvoertuig, zodat de verwachtingen bij de brandweer bij brand realistisch zijn. Ontwerp bestemmingsplan In het kader van de bestemmingsplanprocedure, zoals bepaald in de Wet ruimtelijke ordening, heeft het bestemmingsplan zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder de gelegenheid gegeven zijn of haar zienswijze kenbaar te maken. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Bestemmingsplan Vervolgens neemt de gemeenteraad een besluit over het wel of niet vaststellen van het plan. Ook kan het bestemmingsplan gewijzigd worden vastgesteld. Na de vaststelling wordt het bestemmingsplan nogmaals zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Raad van State.
Toelichting bestemmingsplan Easternijtsjerk – Ald Tún 16a
44
Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 09-09-2022
Normale procedure met advies in Wetterskip Fryslan ALGEMENE INFORMATIE e-mail: aanvraagnummer: 00006534 naam aanvraag: Normale procedure met advies bevoegd gezag: Wetters kip Frys lan
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
09-09-2022, 07:23
P agina 1 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.
Wat is uw naam?
2.
Wat is uw emailadres ?
3.
Wat is uw telefoonnummer?
4.
Doet u een aanvraag namens uzelf? Nee
5.
Namens wie vraagt u een watertoets aan?
6.
Wat is het emailadres van de initiatiefnemer?
7.
Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer?
8.
In welke gemeente ligt het plan? Noardeas t Frys lân
9.
Is er contact gewees t met de gemeente? Ja
10.
Geef hier de naam van de contactpers oon van de gemeente.
11.
Wat is het emailadres van de contactpers oon?
12.
Neemt het verhard oppervlak in het s tedelijk gebied toe? Ja
13.
Met hoeveel m2 neemt het verhard oppervlak in het s tedelijk gebied toe? 350
14.
Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? Nee
09-09-2022, 07:23
P agina 2 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier 15.
Wat voor compens erende maatregelen worden er in het plan genomen bij een toename verharding en/of demping oppervlaktewater? het realis eren van een vijver op het achtererf.
16.
Geef aan wat er wordt uitgevoerd in het oppervlaktewater keuzes : Graven
17.
Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Nee
18.
Voeg een overzichts tekening toe van het plan bes tands naam: Water.jpg
19.
Oms chrijving van het plan Bouw woning naas t Ald Tún 16 te Oos ternijkerk.
20.
Straat en nummer van het plan Ald Tún 16
21.
Pos tcode en plaats van het plan 9137 RX Oos ternijkerk
22.
Kadas traal adres Nijkerk, D 1517
23.
Oppervlak van het plangebied in m2 1490
24.
Tekening met de nieuwe s ituatie en/of compens erende maatregelen toename verharding/demping oppervlaktewater. Maximale bes tands grootte te uploaden is 20 MB. bes tands naam: Water 2.jpg
25.
Heeft u aanvullende opmerkingen? Nee
09-09-2022, 07:23
P agina 3 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.
Normale procedure
2.
Advies hoofdwater
3.
Advies aanbrengen toename verharding
4.
Advies dempen en graven van oppervlaktewater
DETAILS 1.
Normale procedure Voor je plan moet je de normale procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.
Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies . Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen. 09-09-2022, 07:23
P agina 4 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld.
Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons . Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk 09-09-2022, 07:23
P agina 5 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring
09-09-2022, 07:23
P agina 6 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
2.
Advies hoofdwater Je raakt een hoofdwater.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Onze hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie en we verzoeken je hier rekening mee te houden zie: https ://www.wetters kipfrys lan.nl/kaarten/leggerkaart. Aan weers zijden van een hoofdwatergang ligt een bes chermings zone 5 meter. De bes chermings zone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de bes chermings zone van hoofdwatergangen betreffen een vergunnings plichtige activiteit https ://www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wettenen-regels /vergunning-check-meteen-of-maak-een-afs praak.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.1) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
09-09-2022, 07:23
P agina 7 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
3.
Advies aanbrengen toename verharding Je gaat verharding aanbrengen.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Neemt het aantal vierkante meters toe ten opzichte van de bes taande bebouwing en bedraagt deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (s tedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) dan geldt de vergunnings plicht. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is .
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.6) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
09-09-2022, 07:23
P agina 8 van 9
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
4.
Advies dempen en graven van oppervlaktewater Je gaat oppervlakte dempen of graven.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om na te gaan via de vergunningchecker of je een vergunning moet aanvragen, een melding moet doen of zo aan de s lag mag. Daarnaas t kunt je checken welke gemeentelijke regels gelden
Waar moet ik op letten? Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetters kip Frys lân dat dit voor 100% gecompens eerd moet worden in hetzelfde peilgebied.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.5) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf en op onze s ite: https ://www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-en-regels /vergunning-checkmeteen-of-maak-een-afs praak
09-09-2022, 07:23
P agina 9 van 9
Aanvraagformulier
Oosternijkerk, Ald Tún 16 QuickScan
JM ecologie b.v., 2022
QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16 Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming Rapportnummer R22.199 Status 0.2 (concept) Datum 15-09-2022 Opdrachtgever Dantuma Advies Van Sytzamawei 2 9114 RW Driezum Auteur
Controle
Voorpagina Overzicht plangebied Te citeren als Bos, C., 2022. QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport R22.199 JM ecologie b.v., Gorredijk.
JM ecologie b.v. Leitswei 12 8401 CL Gorredijk
Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar © 2022 JM ecologie b.v. worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................................. 2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 2 1.2 Globale ligging .................................................................................................................................................... 2 1.3 Structuur natuurwetgeving in Nederland ........................................................................................................... 3 1.4 Scope van de QuickScan ..................................................................................................................................... 4 1.5 Werkwijze ........................................................................................................................................................... 5 Beschrijving locatie en ingreep ........................................................................................................................... 6 2.1 Locatie .................................................................................................................................................................
6 2.2 Ingreep ................................................................................................................................................................ 8 Resultaten bureaustudie en veldbezoek (soortbescherming) .............................................................................10 3.1 Bureaustudie (NDFF) ......................................................................................................................................... 10 3.2 Veldbezoek ....................................................................................................................................................... 10 Resultaten bureaustudie en veldbezoek (houtopstanden) .................................................................................19 4.1 Beschermde houtopstanden ............................................................................................................................ 19 Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................20 5.1 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 20 5.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ...........................................................
20 Vervolgstappen ..................................................................................................................................................22 6.1 Algemene broedvogels; specifieke werkwijze .................................................................................................. 22 6.2 Vleermuizen; nader onderzoek en specifieke werkwijze.................................................................................. 23 Conclusie............................................................................................................................................................24 Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................25 Bijlage 1 – Jaarrond beschermde nesten per provincie ................................................................................................ i
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Inleiding 1.1
Aanleiding In opdracht van Dantuma Advies heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd op een perceel met bomen aan de Ald Tún 16 te Oosternijkerk, gemeente Noardeast-Fryslân, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens om een groot deel van de bomen op het perceel te kappen en hiervoor in de plaats een nieuwe woning te bouwen. Om te onderzoeken hoe de geplande voornemens zich verhouden tot (potentieel) aanwezige beschermde natuurwaarden in en nabij het plangebied en of deze negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen plannen, is er een QuickScan uitgevoerd.
1.2
Globale ligging Het plangebied is gelegen aan de Ald Tún 16 te Oosternijkerk. Oosternijkerk is gelegen ten noordoosten van Dokkum. Ten noorden van Oosternijkerk ligt de Waddenzee en ten oosten is het Lauwersmeer gelegen. Het plangebied is gelegen in het noorden van Oosternijkerk. De brede omgeving bestaat uit woningen, wegen, watergangen en agrarische percelen. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood vlak) in Oosternijkerk (bron achtergrond: Esri).
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 2 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
1.3
Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Tot slot bestaan er diverse provinciaal beschermde natuurgebieden. De bescherming van deze gebieden wordt middels provinciaal beleid geregeld en valt derhalve tevens niet onder de Wet natuurbescherming. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.
Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten.
De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. In de provincie Friesland treedt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten in werking met ingang van de Omgevingswet. De provincie Groningen hanteert geen officiële lijst, maar stelt dat essentiële nesten functioneel niet weggenomen mogen worden.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 3 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten.
In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan, zolang dit niet leidt tot het beschadigen van de functionaliteit van een vaste voortplantings- of rustplaats. Tevens mag de verstoring er niet toe leiden dat de leefomgeving die nodig is om de vaste voortplantings- of rustplaats te laten functioneren, in het geding komt. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen één of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.
1.4
Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande wijziging/werkzaamheden, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland en overige provinciale gebiedsbescherming). Aangezien er meerdere bomen gekapt zullen worden, wordt er in dit geval wel ingegaan op beschermde houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen en rond het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande werkzaamheden en/of wijziging meerdere jaren wordt, of
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 4 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.
1.5
Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog Corine Bos van JM ecologie b.v. op 14 september 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 12:00 tot 13:00 uur, bij 19⁰C en 1 Bft, op een licht bewolkte dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden.
Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de werkzaamheden en/of wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 5 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Beschrijving locatie en ingreep 2.1
Locatie Het plangebied is gelegen aan Ald Tún 16 te Oosternijkerk, gemeente Noardeast-Fryslân, provincie Friesland. Ten noorden en noordoosten van het plangebied bevinden zich agrarische percelen, ten zuidwesten bevindt zich de weg Ald Tún en de dorpskern van Oosternijkerk, ten zuiden bevindt zich een watergang met ten zuiden daarvan een bosschage. Het plangebied zelf bestaat de tuin van de woning aan Ald Tún 16. In de tuin zijn meerdere bomen aanwezig, onder andere beuk, paardenkastanje, es, esdoorn, populier en enkele fruitbomen als appel en peer. Een groot deel van de bomen is begroeid met klimop. De ondergroei bestaat uit klimop, vogelkers en enkele kruiden. In de tuin is tevens een tuinhuisje aanwezig met een zitplaats, bestaande uit golfplaat. Aan noordzijde van de tuin is een watergang aanwezig, waarvan de oever begroeid is met riet en in het water zelf een laag kroos aanwezig is. Aan oostzijde van de tuin is een houtwal aanwezig, welke de afscheiding met de buren vormt. Er zijn in het bosschage enkele locaties met dood hout aanwezig. In de tuin is verder een grasveld aanwezig, enkele groenteplanten en een verhard terras aan de woning. De woning heeft een opbouw van bakstenen en het dak bestaat deels uit dakpannen en deels uit golfplaat.
Afbeelding 2.1. Begrenzing van het plangebied in Oosternijkerk (rood kader) (bron achtergrond: Esri).
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 6 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Afbeelding 2.2. Bosschage welke gekapt wordt.
Afbeelding 2.3. Woning gezien vanaf tuin.
Afbeelding 2.4. Houtwal langs oostzijde tuin.
Afbeelding 2.5. Tuinhuisje in tuin.
Afbeelding 2.6. Watergang ten noorden van plangebied.
Afbeelding 2.7. Weg Ald Tún met bosschage.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 7 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Afbeelding 2.8. Agrarische percelen ten noorden van plangebied.
Afbeelding 2.9. Voorzijde woning Ald Tún 16.
Afbeelding 2.10. Watergang en bosschage ten zuidoosten Afbeelding 2.11. Tuin Ald Tún 16. van plangebied.
2.2
Ingreep De opdrachtgever is voornemens om het grootste deel van de aanwezige bomen op het perceel te kappen. In de zuidwestelijke hoek zullen enkele grotere bomen blijven staan. Na de kap zal er een woning met oprit gerealiseerd worden op het perceel. Naast de inrit naar de woning zal een fruitgaard geplaatst worden. Aan noordzijde van het perceel zal een treurwilg geplant worden. Tevens zullen er enkele hagen geplant worden, onder andere een ligusterhaag en een groenblijvende haag. Ten slotte zal er een vijver gerealiseerd worden, waar hemelwater in opgevangen kan worden. Deze vijver zal een overloop hebben naar de sloot aan noordzijde van het perceel (afbeelding 2.12).
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 8 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Afbeelding 2.12. Inrichtingsplan perceel aan Ald Tún 16 (bron: Nina Abbing Maakt Buiten).
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 9 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Resultaten bureaustudie en veldbezoek (soortbescherming) 3.1
Bureaustudie (NDFF) Om een inzicht te krijgen in de aanwezige beschermde natuurwaarden binnen en in de omgeving van het plangebied, wordt onder andere gekeken naar de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In deze database staan gevalideerde waarnemingen van zowel beschermde, als niet-beschermde soorten. Om een representatief beeld te krijgen van de mogelijk aanwezige beschermde natuurwaarden is gekeken naar waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen vijf jaar binnen, en in een straal van 2500 meter rondom het plangebied. In onderstaande tabel zijn de bekende beschermde soorten uit de NDFF weergegeven. Tabel 3.1. Uit de bureaustudie bekende vogels met jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Soortgroep Soortnaam Beschermingsregime (Wnb)
Jaarrond beschermde nesten
Zoogdieren
Boomvalk
Artikel 3.1
Buizerd
Artikel 3.1
Gierzwaluw
Artikel 3.1
Havik
Artikel 3.1
Huismus
Artikel 3.1
Kerkuil
Artikel 3.1
Ransuil
Artikel 3.1
Sperwer
Artikel 3.1
Steenuil
Artikel 3.1
Gewone zeehond
Artikel 3.10
Damhert
Artikel 3.10
Vleermuizen* Artikel 3.5 * gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en watervleermuis.
De resultaten van de bureaustudie zijn gedurende het veldbezoek benut als hulpmiddel voor het bepalen welke soorten mogelijk binnen en rond het plangebied voor kunnen komen.
3.2
Veldbezoek Gedurende het veldbezoek is, naast het plangebied, een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald. Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 10 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
3.2.1
Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van een aantal vogelsoorten zijn ook de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie jaarrond beschermd zijn (categorie 1 tot en met 4) en soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (categorie 5). Alle provincies hanteren een eigen lijst met (potentieel) jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen. Een overzicht van de soorten per provincie is weergegeven in bijlage 1. In de provincie Limburg geldt dat de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen van de soorten uit de beschermingscategorieën 1 tot en met 3 in elke situatie jaarrond beschermd zijn. De nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen van de soorten uit de beschermingscategorie 4 zijn enkel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincie Friesland zal bij de inwerkingtreding van de omgevingswet een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten in werking treden. In bijlage 1 is tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten weergegeven.
Voor de provincie Friesland wordt tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten behandeld. In onderstaande alinea’s worden de soorten met een jaarrond beschermd nest en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie behandeld. Daarnaast worden de soorten met potentieel jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen behandeld die kunnen voorkomen binnen het plangebied of de directe omgeving. Hierbij wordt afgewogen of er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die de jaarronde bescherming kunnen rechtvaardigen. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) Tijdens het veldbezoek is gezocht naar jaarrond beschermde nesten binnen en rond het plangebied. De bomen zijn gecontroleerd op aanwezigheid van boomnesten of holtes, deze konden volledig geïnspecteerd worden en er zijn geen boomnesten aangetroffen. Vanwege de afwezigheid van boomnesten, hoge naaldbomen, dicht bos en aanwezigheid van verstoring worden nesten van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief uitgesloten. Tevens zijn er geen hoge gebouwen met richels, palen of masten aanwezig rond het plangebied, waardoor de aanwezigheid van slechtvalk en ooievaar tevens wordt uitgesloten. Er zijn geen rustige hoekjes in schuren, waar de steenuil tot broeden kan komen en zijn broedgevallen van steenuil niet bekend in noord-Friesland.
Aanwezigheid van de steenuil wordt daarmee ook uitgesloten. Er zijn geen boerderijen of gebouwen met geschikte openingen voor de kerkuil in de omgeving van het plangebied, waardoor deze soort tevens wordt uitgesloten. De watergangen langs het plangebied zijn ongeschikt als broedlocatie voor de grote gele kwikstaart vanwege de afwezigheid van boomwortels of nissen langs de watergangen. De woning grenzend aan het plangebied kan mogelijk wel geschikt zijn als broedlocatie voor de huismus en gierzwaluw. Onder de dakpannen is ruimte, waar huismus onder kan komen en een nestlocatie kan hebben. De gierzwaluw kan mogelijk in de nok onder de dakpannen komen. In Friesland treedt een nieuwe lijst met jaarrond beschermde nesten in werking wanneer de omgevingswet in werking treedt, mogelijk in 2023. In Bijlage 1, tabel 6 staat de nieuwe lijst weergegeven. Toegevoegde soorten op deze lijst worden echter niet verwacht binnen het plangebied vanwege de afwezigheid van grote waterrijke milieus, afwezigheid van boomnesten en geschikte holtes en geschikte watergangen. Consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten van de huismus en gierzwaluw staan beschreven in paragraaf 5.2.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 11 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Tijdens het veldbezoek is gezocht naar aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten van vogels. Er zijn geen nesten waargenomen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest. Wel kunnen soorten als pimpelmees en koolmees tot broeden komen in de nestkasten, die aangetroffen zijn in de tuin. Er gelden echter geen zwaarwegende ecologische redenen om deze soorten als jaarrond beschermd te beschouwen, gezien er voldoende alternatieve nestgelegenheid beschikbaar is in de omgeving, zoals in tuinen en het bosschage ten zuidoosten van het plangebied. Voor deze soorten geldt daarom hetzelfde als voor ‘algemene broedvogels’. Algemene broedvogels Er is binnen en rond het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. In de bomen met klimop binnen het plangebied kunnen diverse zangvogels als merel en vink tot broeden komen, in de nestkasten soorten als koolmees en pimpelmees en langs de watergangen kunnen diverse watervogels tot broeden komen. Aanwezigheid van algemene broedvogels kan niet uitgesloten worden. Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 5.2.
3.2.2
Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.
Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 12 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Verblijven De woning aan Ald Tún 16 biedt mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Onder het dakpannen dak is ruimte, waar mogelijk kraam-, paar-, of zomerverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn van gebouwbewonende soorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis (geen kraam) en laatvlieger. Aanwezigheid van gebouwbewonende soorten kan daarmee niet worden uitgesloten. Tevens is er één boom waargenomen in de tuin, waar een holte in aanwezig is (afbeelding 3.1 en 3.2). Dit betreft een populier, welke in aftakelende staat is. In deze holte kunnen zich verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten bevinden, zoals de rosse vleermuis en watervleermuis. De aanwezigheid van boombewonende soorten kan daarmee niet worden uitgesloten.
Afbeelding 3.1. Aangetroffen holtes in populier in de tuin.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 13 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Afbeelding 3.2. Locatie boomholte in plangebied.
Consequenties van de ingreep op potentiële vleermuisverblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuizen staan beschreven in paragraaf 5.2. Vliegroutes Rond het plangebied is een lijnvormige element aanwezig, die dienst kan doen als vliegrouteondersteuning, zoals watergang ten zuiden van het plangebied. Er zijn in de omgeving geen alternatieve watergangen, die dienst kunnen doen als vliegrouteondersteuning. De watergang wordt daarom aangemerkt als mogelijk essentiële vliegroute. De bomen binnen het plangebied maken geen deel uit van een lijnvormig element en zijn daarom niet aangewezen als vliegrouteondersteuning. Consequenties van de ingreep op een mogelijk essentiële vliegroute staan beschreven in paragraaf 5.2. Foerageergebied De omgeving van het plangebied is geschikt als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg, minstens even geschikt foerageergebied aanwezig is, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied beschouwd.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 14 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
3.2.3
Overige zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van beschermde zoogdiersoorten. Het gaat hier om de gewone zeehond en het damhert. Gewone zeehond De gewone zeehond leeft voornamelijk in getijdengebieden waar plekken aanwezig zijn die bij eb droogvallen. Deze plekken zijn vooral te vinden langs zandige kusten en rotskusten, maar ook op met wier bedekte riffen, kiezelsteenstranden, zandplaten en stenen. Ze hebben een sterke voorkeur voor rustige plekken, zonder menselijke aanwezigheid. Tijdens hoog water zwemmen gewone zeehonden naar andere (diepere) delen om te foerageren. Een enkele keer komt een gewone zeehond (tijdelijke) voor bij riviermondingen of zelfs in (zoete) binnenwateren (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn twee waarnemingen bekend van de gewone zeehond nabij Wierum, langs de Waddenzee. Binnen het plangebied zijn geen marine milieus aanwezig en is veel menselijke activiteit aanwezigheid. De aanwezigheid van de gewone zeehond kan daarmee worden uitgesloten. Damhert Het damhert leeft bij voorkeur in loofbossen en gemengde bossen met een dichte ondergroei en voldoende grassen, maar ook in naaldbossen en randzones bij gras- en akkerlanden. Het damhert maakt geen gebruik van vaste verblijfplaatsen (Zoogdiervereniging, z.d.). Damherten kennen geen vaste verblijfplaats.
Mogelijk wordt er sporadisch gefoerageerd in het bosschage binnen het plangebied, maar aan zuidzijde van het plangebied is een groot stuk loofbos aanwezig, waar damherten tevens kunnen foerageren. Het plangebied betreft daarom geen essentieel foerageergebied voor het damhert. De aanwezigheid van het damhert wordt daarmee uitgesloten. Overige beschermde zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn geen marine habitats (walvisachtigen, grijze zeehond en walrus) of grote waterrijke milieus met voldoende dekking en moerasgebieden (bever, otter, Noordse woelmuis) aanwezig. Tevens zijn er geen grotere bosrijke gebieden met voldoende voedsel en vergraafbare grond (wild zwijn, damhert, edelhert) aanwezig. Er zijn in het bosschage geen sporen van de das, zoals wissels of burchten waargenomen, waardoor deze soort wordt uitgesloten. Ten slotte is er geen gras- en akkerland (veldspitsmuis) aanwezig binnen het plangebied. Tevens valt het bekende verspreidingsgebied van meerdere soorten buiten het plangebied, enkele zoogdiersoorten (gewone hamster, hazelmuis, lynx, wilde kat en eikelmuis) komen van nature alleen in Zuid-Limburg voor. De watergang langs het plangebied biedt mogelijk wel geschikt leefgebied voor de waterspitsmuis vanwege de ruig begroeide oever. Echter zijn er de afgelopen 10 jaar geen waarnemingen bekend van waterspitsmuis in de wijde omgeving van het plangebied.
Alleen in het Lauwersmeergebied zijn enkele waarnemingen bekend. Vanwege de afstand tot bekende waarnemingen wordt aanwezigheid van waterspitsmuis uitgesloten. Het bosschage kan geschikt leefgebied bieden voor de grote bosmuis en de boomholte in de populier kan gebruikt worden door de boommarter en eekhoorn, echter vanwege afwezigheid van waarnemingen in de wijde omgeving in de laatste 10 jaar worden deze soorten hier uitgesloten.
3.2.4
Reptielen In de omgeving van het plangebied zijn geen marine habitats (dikkopschildpad, Kemps zeeschildpad, lederschildpad, soepschildpad) of heide-, hoogveen- of duinengebieden met een rijke vegetatiestructuur (gladde slang, zandhagedis, adder, levendbarende hagedis) aanwezig. Wel is er een bosrijk gebied aanwezig, wat geschikt leefgebied kan betreffen voor de hazelworm. Echter valt de bekende verspreiding van hazelworm ver buiten het plangebied, waardoor deze soort wordt uitgesloten. De muurhagedis komt van nature alleen voor op de oude stadsmuren van Maastricht, maar er zijn op
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 15 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
andere locaties uitgezette populaties bekend, welke levensvatbare populaties betreffen. Het plangebied is niet gelegen bij één van deze locaties. De watergang ten noorden van het plangebied kan mogelijk wel geschikt leefgebied betreffen voor de ringslang. Er zijn echter in de afgelopen 10 jaar in de wijde omgeving geen waarnemingen bekend van de ringslang. Hierdoor wordt de aanwezigheid van beschermde reptielensoorten binnen en rond het plangebied uitgesloten.
3.2.5
Amfibieën De watergang ten noorden van het plangebied biedt mogelijk geschikt habitat voor diverse beschermde amfibieënsoorten, zoals de heikikker, poelkikker en rugstreeppad. Echter zijn er in de laatste 10 jaar geen waarnemingen van de poelkikker, heikikker en rugstreeppad bekend in de wijde omgeving van het plangebied, waardoor niet verwacht wordt dat deze soorten hier aanwezig zijn. De aanwezigheid van de knoflookpad, kamsalamander en boomkikker wordt op basis van bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. De geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad, vinpootsalamander en vuursalamander komen daarnaast van nature alleen voor in Noord-Brabant en Zuid-Limburg. De watergang ten zuiden van het plangebied is breed, verbonden met andere watergangen en bevat waarschijnlijk veel vis, waardoor dit ongeschikt habitat is voor overige beschermde amfibieënsoorten. De aanwezigheid van beschermde amfibieën wordt daarmee uitgesloten.
3.2.6
Dagvlinders De meeste vlindersoorten zijn sterk gebonden aan het voorkeurshabitat, vaak in natuurgebieden, en zijn afhankelijk van de aanwezigheid van waardplanten. Tevens zijn er van veel soorten slechts enkele, geïsoleerde populaties bekend, of komen deze alleen voor in een specifieke regio in Nederland, als (Zuid) Limburg (donker pimpernelblauwtje, bruin dikkopje, spiegeldikkopje), de Weerribben (grote vuurvlinder), de Veluwe (bosparelmoervlinder, kleine heivlinder, grote parelmoervlinder), Waddeneilanden (grote parelmoervlinder) of de Moerputten in Noord-Brabant (pimpernelblauwtje). Het plangebied is niet gelegen in of nabij een natuurgebied met hoogveen, vennen en moeras (veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje), kruidenrijke schrale graslanden (veldparelmoervlinder, kommavlinder, aardbeivlinder, zilveren maan), vochtige loofbossen (grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, bruine eikenpage), heide of duinen (duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, aardbeivlinder), waar diverse beschermde vlindersoorten kunnen voorkomen. Van de soorten die tevens buiten natuurgebieden worden waargenomen, zoals sleedoornpage, teunisbloempijlstaart, iepenpage en grote vos, zijn geen waardbomen- en planten waargenomen binnen en rond het plangebied.
Tot slot zijn enkele beschermde vlindersoorten reeds verdwenen uit Nederland (tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje en moerasparelmoervlinder), of worden sporadisch waargenomen als dwaalgast (apollovlinder en boszandoog). De aanwezigheid van overige beschermde vlindersoorten wordt daarmee uitgesloten.
3.2.7
Vissen In de omgeving van het plangebied is geen marine habitat (houting, steur) of stromende rivieren, beken en meren met zuurstofrijk water aanwezig (beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, kwabaal). Wel is er een ondiepe watergang aanwezig langs het plangebied met rijk begroeide oever, waar mogelijk grote modderkruiper aanwezig kan zijn. Echter ligt het plangebied op een zeekleibodem, waar grote modderkruiper vrijwel niet voorkomt. De aanwezigheid van beschermde vissoorten wordt daarmee uitgesloten.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 16 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
3.2.8
Libellen De meeste libellensoorten zijn sterk gebonden aan hun voorkeurshabitat, welke voor de meeste beschermde libellensoorten langs rivieren en beken (gaffellibel, rivierrombout, beekrombout, bosbeekjuffer, gewone bronlibel), laagveen en hoogveenmoerassen (hoogveenglanslibel), vennen (gevlekte witsnuitlibel, noordse winterjuffer, sierlijke witsnuitlibel, gevlekte glanslibel, speerwaterjuffer) en heidevelden (overwintering Noordse winterjuffer) ligt. De groene glazenmaker komt daarnaast alleen voor bij sloten met een dichte krabbenscheervegetatie. Tevens worden de meeste beschermde libellen enkel waargenomen in specifieke natuurgebieden, als de Weerribben (donkere waterjuffer, Kempense heidelibel), de Dellebuursterheide (Oostelijke witsnuitlibel) en de Kempen (Kempense heidelibel) vanwege de beperkte verspreidingscapaciteit en geschikt habitat. De mercuurwaterjuffer komt ten slotte alleen voor in Midden-Limburg. Vanwege de afwezigheid van natuurgebieden, genoemde natuurtypen en beken met geschikt habitat voor de beschermde libellensoorten in Nederland wordt aanwezigheid van beschermde libellensoorten uitgesloten.
3.2.9
Kevers De beschermde keversoorten in Nederland zijn afhankelijk van bossen met dood eikenhout (vliegend hert, heldenbok), populierenhout (vermiljoenkever) en holle bomen (juchtleerkever), of sloten en kanalen zonder krooslaag (gestreepte waterroofkever) en grote vennen in Drenthe (brede geelrandwaterroofkever). In de omgeving van het plangebied is een watergang aanwezig zonder krooslaag, waar gestreepte waterroofkever zou kunnen voorkomen; echter valt deze watergang buiten het verspreidingsgebied van de gestreepte waterroofkever. De aanwezigheid van beschermde keversoorten in de omgeving van het plangebied wordt daarmee uitgesloten.
3.2.10
Haften Er is één haftensoort beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Het betreft hier de oeveraas, welke van nature voorkwam in de rivieren in Nederland, maar echter rond 1900 verdwenen is uit Nederland. De aanwezigheid van de oeveraas wordt daarmee uitgesloten.
3.2.11
Weekdieren Er zijn twee weekdiersoorten beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de Bataafse stroommossel en de platte schijfhoren. De Bataafse stroommossel is reeds verdwenen uit Nederland. De platte schijfhoren komt voor in een groot deel van Nederland en leeft in zoete, heldere en schone wateren met een rijke vegetatie. Dergelijke watergangen zijn aanwezig rond het plangebied, echter ligt het bekende verspreidingsgebied van de platte schijfhoren ver buiten deze watergangen. De aanwezigheid van de platte schijfhoren wordt daarmee uitgesloten.
3.2.12
Kreeftachtigen De enige beschermde kreeftachtige is de Europese rivierkreeft. Van nature kwam deze soort voor in de stroomgebieden langs de grotere rivieren. Tegenwoordig is er nog één populatie bekend van de Europese rivierkreeft op een landgoed nabij Arnhem. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van dit landgoed, waardoor de aanwezigheid van beschermde kreeftachtigen kan worden uitgesloten.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 17 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
3.2.13
Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied, de duinen langs de westkust, Waddeneilanden of in het heuvelland van ZuidLimburg. Enkele plantensoorten groeien echter wel op stikstofrijke en bemeste bodems (o.a. brave hendrik, kruipend moerasscherm, brede wolfsmelk, dreps, korensla, naakte lathyrus, scherpkruid, smalle raai en wolfskers), maar komen alleen voor op specifieke geografische locaties zoals in ZuidLimburg, of hebben andere eisen zoals een vochtige groeiplaats, specifieke bodemsoort of schaduw. Tevens verspreiden de meeste beschermde plantensoorten zich slecht, waardoor er vaak enkele geïsoleerde populaties bekend zijn. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat overige beschermde plantensoorten aanwezig zijn binnen en rond het plangebied.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 18 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Resultaten bureaustudie en veldbezoek (houtopstanden) 4.1
Beschermde houtopstanden In artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming staat dat het verboden is een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. Onder een houtopstand wordt verstaan: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat van 10 are (0,1 hectare) of meer, of bestaat uit rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 10 are. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid.
De wet geldt niet voor: • Houtopstanden binnen vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; • Houtopstanden op erven of in tuinen; • Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • Naaldbomen, bedoeld om te dienen als kerstbomen; indien niet ouder dan twintig jaar; • Kweekgoed; • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplanting, bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien deze eens per tien jaar worden geoogst, bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid en zijn aangelegd na 1 januari 2013. Wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk geveld wordt, dient het gebied herplant te worden binnen drie jaar na het vellen van de houtopstand. Dit dient op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaats te vinden. De bomen binnen het plangebied die gekapt zullen worden, staan op het erf van de opdrachtgever en vallen daarom niet onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Er hoeft daarom niet gecompenseerd te worden voor het verlies aan houtopstanden. Wel dient er mogelijk een kapmelding gedaan te worden bij de gemeente.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 19 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Effecten en gevolgen 5.1
Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.
Soortgroep Broedvogels met jaarrond beschermde nesten
Soort(en)
Huismus en gierzwaluw.
Algemene broedvogels Diverse soorten. Vleermuizen
5.2
Verblijfplaatsen gebouw- en boombewonende soorten en essentiële vliegroute.
Bescherming
Aanwezig
3.1
Potentieel.
3.1
Potentieel.
3.5
Potentieel.
Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Jaarrond beschermde nesten In de woning naast het plangebied zijn mogelijk nestlocaties aanwezig van de huismus en gierzwaluw. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels. Echter zijn deze soorten dusdanig gewend aan een urbane en humane omgeving, dat wordt verwacht dat de kap- en bouwwerkzaamheden geen significant effect zullen hebben op het broedsucces. Er blijven daarnaast voldoende foerageergebied en schuilmogelijkheden over voor de huismus in de tuin, gezien een deel van de bomen en ondergroei niet zal worden aangetast. Daarom hoeven geen vervolgstappen in acht worden genomen. Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de verstoringszone hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden, worden mogelijk aanwezige broedende vogels rond het plangebied verstoord en hun nesten vernietigd. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 6.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.
Datum: 15 september 2022 rapport: R22.199, versie 0.2
blad 20 van 25
Dantuma Advies QuickScan Oosternijkerk, Ald Tún 16
Vleermuizen De woning dient mogelijk als kraam-, paar-, of zomerverblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis (geen kraam) en laatvlieger. Tevens is er in één populier een holte waargenomen, waar zich mogelijk verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen vinden, zoals rosse vleermuis en watervleermuis. De woning wordt ten behoeve van de werkzaamheden niet aangetast en de boom met de holte zal behouden blijven. Echter wordt de functionele omgeving van de boomholte wel aangetast. Dit leidt mogelijk tot een verandering van microklimaat in de holte en het daardoor ongeschikt raken van deze mogelijke verblijfplaats van boombewonende vleermuizen. Ook kan de holte door het kappen van de omliggende bomen minder beschut raken tegen wind en wordt een deel van het foerageergebied aangetast. Tevens kunnen vleermuizen die een verblijfplaats hebben in de woning, verstoord worden door verlichting. Het verstoren van verblijfplaatsen en aantasten van de functionele omgeving is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 6.2 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.