CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 1.0 NF

It Debat 4 juli 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: It Debat - Omgevingsvisie 1.0 gemeente Noardeast-Fryslân20.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het gaat voornamelijk om agrarische en daarmee verbonden bedrijven (toelevering, verwerking en dienstverlening).” Onder deze verbonden bedrijven valt ook de Cumelasector. In de Omgevingsvisie noemen wij niet elke branchevereniging of bedrijfstak specifiek. Wij gaan de Omgevingsvisie hier niet op aanpassen. Wij beseffen dat uw sector meer doet dan alleen in agrarische aanverwante activiteiten, zoals aanleg en beheer van de openbare ruimte. Voor deze activiteiten is er ruimte op de bedrijventerreinen. Uiteraard is het van belang dat bedrijven de mogelijkheid krijgen om te vestigen, activiteiten uit te voeren en te ontwikkelen. Het is de bedoeling om naast ruimte op bedrijventerreinen ook meer ruimte te bieden op (vrijkomende) agrarische percelen (voor agrarisch aanverwante bedrijven). Hoe dit concreet vorm krijgt werken wij uit in het Omgevingsplan. Daarbij zal aandacht zijn voor de gewenste activiteiten en tegelijkertijd voor onderwerpen als landschappelijke inpassing, verkeersbewegingen, etc. 1.2 De transitie naar een circulaire economie zal een omschakeling in productie- en logistieke processen betekenen met veel uitdagingen. Reststromen moeten opnieuw bekeken worden. Voldoende (buiten)opslag is hiervoor nodig. Reactie gemeente 1.2 Uiteraard is het van belang dat bedrijven de mogelijkheid krijgen om te vestigen, activiteiten uit te voeren en te ontwikkelen.

In de Omgevingsvisie erkennen wij het belang van uw bedrijven. Het is de bedoeling om naast ruimte op bedrijventerreinen ook meer ruimte te bieden op (vrijkomende) agrarische percelen (voor agrarisch aanverwante bedrijven), ook voor (buiten)opslag. Hoe dit concreet vorm krijgt werken wij uit in het Omgevingsplan. Daarbij zal aandacht zijn voor de gewenste activiteiten en tegelijkertijd voor onderwerpen als landschappelijke inpassing, verkeersbewegingen, etc.

29

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

1.3 Wij verzoeken u om bij de bedrijfslocatie van Cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet de benoemen in de Omgevingsvisie. Cumelabedrijven oriënteren en investeren steeds vaker in de productie en opslag van duurzame energie. Zonnepanelen komen reeds op menig Cumelabedrijf voor. Er zijn Cumelabedrijven die de komende jaren de zelf opgewekte elektrische energie willen opslaan in een energiehub. Door te investeren in energieopslagsystemen kunnen Cumelabedrijven zelf voorzien in hun energiebehoefte. Ook de productie van waterstof is voor sommige Cumelabedrijven een gerede optie in combinatie met een windmolen en/of zonnepanelen. Reactie gemeente 1.3 Wij zijn ons bewust van de noodzaak van de energietransitie en de ruimtebehoefte daarvan. Dit is een complexe opgave, daarom werken wij hiervoor specifiek beleid uit. Onze Omgevingsvisie is op hoofdlijnen geschreven. 2. Landbouw 2.1 De visie beoogt een transformatie in de landbouw. Cumelabedrijven moeten hierin een rol spelen binnen de inbreng en participatie. Reactie gemeente 2.1 De doelen en de ambities uit de Omgevingsvisie worden verder uitgewerkt in het nog op te stellen Omgevingsprogramma Landbouw. Participatie in dit programma is geborgd in de Omgevingswet door middel van het participatietraject.

2.2 Een belangrijk kenmerk om te benoemen in de visie is dat de vestigingsplaats van Cumelabedrijven in het buitengebied essentieel is. Dit gezien de omvang van de activiteiten, het materieel en materiaal dat wordt toegepast en de ligging ten aanzien van de opdrachtgevers (veelal in het buitengebied). Dit is belangrijk voor de uitvoering van de bedrijfstak en de concurrentiepositie. Verplaatsing naar een industrieterrein zal tot hinderlijke situaties leiden, zoals slechte toegankelijkheid en extra verkeersbewegingen. Reactie gemeente 2.2 Wij zien dat de wens voor het buitengebied logisch kan zijn. “Er is ruimte voor bedrijvigheid in het buitengebied. Het gaat voornamelijk om agrarische en daarmee verbonden bedrijven (toelevering, verwerking en dienstverlening).” Deze zin geeft voor nu genoeg richting dat er ruimte in het buitengebied is voor bedrijven. Andere bedrijven zullen wellicht wel een locatie in het bedrijventerrein prefereren. De Omgevingsvisie is niet de plek om hier concretere uitspraken over te doen. In het Omgevingsplan staan regels over welke functie op welke locatie mogelijk is.

30

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 14 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Uitbreidingen of aanpassingen in tekst 1.1 De Omgevingsvisie benoemt het belang van een verbinding tussen Zwager Mieden en het Lauwersmeer. Anders dan de visie beschrijft is deze nog niet af. Het laatste deel van de verbindingen NNN is helaas nooit aangelegd, langs de bedoelde verbinding vanuit de Zwagermieden naar het Lauwersmeer is alleen het Sjoukjemoisgat aangewezen als NNN. De verbinding via de Zwemmer en het Dokkumer diep niet. Reactie gemeente 1.1 Het klopt dat het traject van de ecologische hoofdstructuur tot nu toe niet tot onvoldoende is uitgevoerd. Dit staat niet goed in de visie. Het belang van de verbinding kan wel benoemd worden, maar wel in een context dat deze nog niet is aangelegd. De volgende tekst wordt aangepast op p.16/17: “Deze verbinding is nog niet compleet aangelegd. De wens is een aaneengesloten verbinding tot aan de Zwagermieden op de grens met de buurgemeente Dantumadiel en verder richting Leeuwarden.” 2. Natuur & landschap 2.1 Qua donkerte is er nog veel te verbeteren in de dorpen en met name bedrijventerreinen, denk aan het uitzetten van reclame verlichtingen.

De gemeente moet sturen op het verbeteren van de donkerte als kwaliteit door onnodige uitstraling van licht te voorkomen. Reactie gemeente 2.1 In de visie is donkerte als kernkwaliteit genoemd. Hoe wij omgaan met lichtuitstraling komt terug in de uitwerking per deelgebied (H7). Voor licht op bedrijventerreinen geldt een hogere ambitie en dit betekent dat wij er extra aandacht voor hebben. Licht is voor bedrijven belangrijk voor de veiligheid, maar tegelijkertijd is donkerte een belangrijke kwaliteit. Daarom vragen wij bedrijven de lichtuitstraling zoveel mogelijk te beperken. Het beleid omtrent donkerte en licht wordt verder uitgewerkt in de nog op te stellen Omgevingsprogramma’s en Omgevingsplan-regels. In het welstandsbeleid voor reclame wordt er al aandacht hieraan gegeven, namelijk het ’s nachts uitzetten van het licht. Ook is er recent een motie aangenomen om de APV uit te breiden met een verbod op verlichte reclame van 23:00-06:00 indien het bedrijf gesloten is voor publiek. In de visie hebben wij op hoofdlijnen voldoende aangegeven over donkerte en passen daarom de visie niet aan. 2.2 Een ecologisch berm- en slootbeheer moet standaard worden benoemd tenzij gebruiksfuncties dat hinderen.

Daarmee vult de gemeente direct een stuk natte en droge dooradering in (Nationaal Programma Landelijk Gebied geeft als opgave 5% van de oppervlakte in 2030), die daarmee niet op landbouwgrond geprojecteerd wordt. Dit wordt misschien bedoeld met “uitvoering van het groenstructuurplan” op p.31, maar dit onderwerp kan explicieter benoemd worden in de visie.

31

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Reactie gemeente 2.2 De visie geeft de wens aan om ecologisch berm- en slootbeheer toe te passen en zo de diversiteit aan soorten te vergroten. Dit geeft genoeg richting voor een visie. In het Maatregelenplan Biodiversiteitsplan (periode van 2024-2027) wordt in meer detail uitgelegd wat wij doen voor het ecologisch beheren van bermen en sloten. 2.3 Bij “Wat gaan we doen?” wordt behoud en versterking van bestaande groene en blauwe structuren en elementen genoemd. Maar er is ook uitbreiding nodig met als doel groenblauwe dooradering te realiseren, klimaatadaptatie in het landschap op te lossen en verbindingen voor natuur vorm te geven. Hier moet ook aandacht aan gegeven worden in de visie. Reactie gemeente 2.3 Er wordt in de visie al aandacht gegeven aan uitbreiding. Op p. 60 staat in de lopende tekst benoemd dat wij leefgebieden van soorten willen verbinden en dus bijdragen aan de vorming van een netwerk. Bij “Wat gaan we doen?” staat dat wij inzetten op het behouden en versterken van bestaande groene en blauwe structuren en elementen. Met deze versterking bedoelen wij ook uitbreidingen. Hiermee is volgens ons de uitbreiding van de netwerken voldoende gewaarborgd in de visie.

2.4 Vervang de verzuchting dat de gemeentelijke invloed in natuurgebieden beperkt is door iets in de trant van “de natuurgebieden herbergen een aanzienlijk deel van de kernkwaliteiten van onze gemeente en zijn van belang bij de opgaven rond klimaatadaptatie. De gemeente zoekt de samenwerking met de natuurbeheerders op om te zorgen dat de wederzijdse inspanningen voor landschap, natuur en klimaatadaptatie elkaar versterken”. Reactie gemeente 2.4 Er staat inderdaad benoemd in de visie dat onze invloed beperkt is. Toch staat in al deze gebieden het belang van de natuur voorop. Daarom passen wij de tekst op p.60 aan het einde van alinea 2 onder “Een biodiverse gemeente” aan: “In al deze gebieden staat het belang van natuur voorop. Hoewel de gemeentelijke invloed hier beperkt is, herbergen de natuurgebieden een aanzienlijk deel van onze kernkwaliteiten. Ze zijn van belang bij de opgaven rond klimaatadaptatie. De gemeente zoekt de samenwerking met de natuurbeheerders op om te zorgen dat de wederzijdse inspanningen voor landschap, natuur en klimaatadaptatie elkaar versterken.” 2.5 Neem bij het onderdeel “Wat gaan we doen?” bij het versterken biodiversiteit en verbinden hotspots een extra uitgangspunt op. Dit uitgangspunt is “ecologisch beheer van bermen en sloten tenzij het gebruik dat uitsluit”. De gemeente heeft hier zelf invloed op.

Reactie gemeente 2.5 De visie geeft de wens aan om ecologisch berm- en slootbeheer toe te passen en zo de diversiteit aan soorten te vergroten. De zin hierover onder “Hoe gaan we het doen?” op p.62 passen wij aan naar: “We passen ecologisch beheer toe met o.a. natuurvriendelijke oevers en bermen en vergroten daarmee de diversiteit aan soortenrijkdom.” Dit geeft voldoende richting voor een visie. In het Maatregelenplan Biodiversiteitsplan (periode van 2024-2027) wordt in meer detail uitgelegd wat wij doen voor het ecologisch beheren van bermen en sloten. In 2023 en 2024

32

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie voeren wij een pilot uit in onze gemeente voor ecologisch bermbeheer en die zal naar verwachting begin 2025 geëvalueerd worden. 2.6 De kwaliteit “Openheid” heeft ook bescherming nodig. In sommige Friese gemeenten belemmert de aanplant van bomen het functioneren van weidevogelkerngebieden. De gemeente heeft dit in de hand en zou hier in de visie richting aan kunnen geven. Reactie gemeente 2.6 Openheid is inderdaad belangrijk. Dit is de reden waarom openheid en ruimte in het buitengebied als kernkwaliteit genoemd staat in de visie. De aanstelling en bescherming van de weidevogelkansgebieden is onderdeel van de Omgevingsverordening Fryslân 2022. Daarin zijn eisen opgenomen voor weidevogelgebieden. Als gemeente volgen wij het beleid van de provincie en stellen wij regels aan de openheid en rust van deze gebieden in het Omgevingsplan onder de Omgevingswet. 2.7 Microreliëf wordt terecht als kwaliteit benoemt. Dit verdwijnt echter in hoog tempo uit het kleigebied. Het verdient bescherming van de gemeente. Hoe wordt hier vorm aan gegeven? Reactie gemeente 2.7 Reliëf wordt deels beschermd in het (tijdelijk) Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplannen) door middel van o.a. de ‘Waarde - Landschap’ en ‘Waarde - Reliëf’. In het op te stellen nieuwe Omgevingsplan zal hier ook aandacht voor blijven.

Het Omgevingsplan is het instrument om voor bescherming van microreliëf te zorgen. 3. Algemeen: ambities, proces, … 3.1 Benoem natuur en landschap als kernopgave i.p.v. alleen als afwegingskader. Hierdoor ontstaat namelijk het risico dat natuur en landschap vooral achteraf in de marge van andere ontwikkelingen in beeld komt en als hinderpaal op kan treden. Het versterken van natuur en landschap verdient een eigen kernopgave zodat het versterkt kan worden in afstemming met sociale en economische thema’s die ook als kernopgave zijn genoemd. Reactie gemeente 3.1 Natuur zit verwerkt in kernopgave 4 onder “biodiverse gemeente”. Hier zit het element landschap ook in. Verder is landschap onderdeel van kernopgave 1. Met het verwerken van natuur en landschap in de kernopgaven zorgen wij ervoor dat deze thema’s niet alleen als toetsingskader worden gebruikt. Wel zijn wij het met de indiener eens dat het belang van natuur en landschap duidelijker kan worden gemaakt in de visie. Op p. 40 voegen wij bij “Wat gaan we doen?” toe: “We stellen een Omgevingsprogramma Omgevingskwaliteit op waar landschap een onderdeel vanuit maakt.” Op p. 62 voegen we toe: “In ons Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie werken we ook het onderwerp biodiversiteit uit.”. 3.2 Er staan bij “4.2 Beleid en regels van andere overheden” een aantal recente beleidsstukken genoemd waarover is afgestemd.

Er staat niet welke resultaten dit heeft opgeleverd. Het vermelden dat de gemeente deelneemt aan de overleggen is niet voldoende. De gemeente zou deze vier kaders (FryslânKlimaatbestendig2050+, POVI, Water en Bodem sturend & FPLG) moeten overnemen en vertalen

33

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie naar de Omgevingsvisie. Mogelijk zijn deze kaders niet benoemd in de visie omdat deze verschenen tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie. Reactie gemeente 3.2 Als gemeente moeten wij kijken naar de regelgeving en de instructieregels van hogere overheden. Deze moeten wij meenemen in onze regelgeving (Omgevingsplan). De Omgevingsvisies zijn echter zelfbindend voor de overheidslaag die het vaststelt. Daarom is het niet noodzakelijk om de volledige inhoud van andere visies mee te nemen in onze Omgevingsvisie. Uiteraard hebben wij gekeken naar de inhoud van de visies van hogere overheden en deze meegenomen in onze Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is van ons, waarbij wij ook onze eigen koers kiezen. 4. Energie, duurzaamheid & klimaat(verandering) 4.1 Voor klimaatbestendigheid strekt de ruimtelijke opgave voor Noardeast-Fryslân verder dan de uitstoot van broeikasgassen. De agenda klimaatadaptatie wordt aangekondigd in de visie maar de ruimtelijke implicaties hierin moeten ook benoemd worden in de visie. Reactie gemeente 4.1 Onze Omgevingsvisie is op hoofdlijnen. Het klopt dat klimaatadaptatie ook ruimtelijke consequenties heeft. Dit werken wij verder uit in het nog op te stellen Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. Hierin komen concrete maatregelen te staan.

4.2 Holwerd aan Zee zou als één van de meest innovatie klimaatadaptatieprojecten van Nederland steun moeten krijgen in de visie i.p.v. alleen genoemd als overheid waarmee overlegd wordt. Dit doet het werk tekort. Reactie gemeente 4.2 In de Omgevingsvisie noemen wij niet alle projecten die bijdragen aan klimaatadaptatie. Deze worden opgenomen in het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie dat momenteel wordt opgesteld. 4.3 Er wordt in de visie genoemd dat de natuur last heeft van teveel water. Droogte is niet genoemd terwijl het juist andersom is: de natuur heeft te lijden door teveel ontwatering en door droogte die daar het gevolg van is. Dit zou dus anders in de visie moeten staan. Reactie gemeente 4.3 Op p. 58/59 van de visie noemen wij acties bij zowel droogte als extreme regenbuien/wateroverlast. Ook bij water en bodem sturend wordt de lage grondwaterstand door droogte genoemd. Er wordt aandacht besteed aan het vasthouden van water, juist ook voor in de drogere periodes. Hiermee hebben wij in de visie volgens ons voldoende aandacht voor zowel natte als droge periodes. 5. Landbouw 5.1 Op p.71 in de visie wordt aangegeven dat er “ruimte wordt gegeven aan nevenactiviteiten”. Echter, er is een actieve stimulering voor duurzame landbouw nodig. Dit zou ook zo in de visie gebracht moeten worden. Een voorbeeld is dat de gemeente korte ketens van een duurzaam (biologisch) bedrijf naar

34

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie consument helpt te organiseren. Dit versterkt de band tussen woonkern en platteland en geeft een solide basis onder verdienmodellen voor duurzame agrarische ondernemers. Reactie gemeente 5.1 De gemeente vindt korte ketens en versterking van de lokale economie belangrijk. Wij faciliteren waar mogelijk initiatieven op dit gebied. Dit krijgt daarom ook aandacht in het nog op te stellen Omgevingsprogramma Landbouw. 5.2 Om de ambitie landbouw als landschapsbeheer waar te maken zijn de volgende aandachtspunten van belang: • Hier mag natuurinclusieve landbouw genoemd worden • Naast economische nevenactiviteiten zou agrarisch natuurbeheer genoemd mogen worden. Reactie gemeente 5.2 Natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw worden al op andere plekken in de visie genoemd. Hetzelfde geldt voor agrarisch natuurbeheer. De tekst wordt daarom niet aangepast.

35

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 15 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Specifieke dorpen 1.1 De visie is alweer verouderd op sommige vlakken. De sterkte/zwakte analyse van Niawier-Wetsens is bijvoorbeeld gebaseerd op een enquête van een paar jaar geleden. Deze uitkomsten zijn niet meer representatief, namelijk: • Er staat nu dat er krimp is in het dorp. Dit wordt nu niet meer ervaren. • Er staan geen huizen leeg/te koop zoals vermeld in de visie. • In tegenstelling: er zijn veel jonge gezinnen bijgekomen afgelopen jaren. • Dorpshuis is nu bloeiend, terwijl dat voorheen als zwak werd benoemd. • De lege school wordt zwak genoemd terwijl de huisarts zich hier zal vestigen. Reactie gemeente 1.1 Het klopt dat de tekst over dorpen van een paar jaar geleden is. Dit is wat wij toen opgehaald hebben als input voor de Omgevingsvisie. Wij zijn ons ervan bewust dat er sindsdien meerdere ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. Mooi om te horen dat er in Niawier zoveel (met name) positieve ontwikkelingen zijn geweest. De tekst die in deze bijlage staat over de dorpen is een gewenst toekomstbeeld en dus niet hoe de situatie op dit moment is of wat onze toekomstvisie is. Zie inspraak 5, reactie 1.1. Echter kunnen wij de tekst niet aanpassen omdat het een bestaand document is dat in zijn geheel is opgenomen als bijlage bij de visie.

Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en het Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Zodra hier vorm aan is gegeven, kunnen wij deze nieuwe schetsen verwerken in een toekomstige herziening van de visie. Omdat de toekomstbeelden input zijn geweest voor de Omgevingsvisie hebben wij ze als bijlage opgenomen. Het is wel nodig om dit duidelijk in de visie terug te laten komen. De toekomstbeelden zijn geen beleidsstukken. Wij voegen een stuk tekst toe in de visie op p.92: “Bijlage 6 is het vertrekpunt voor het ontwerpen van de nieuwe toekomstbeelden voor de dorpen.”

36

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 16 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Samenwerking met mienskip/overheden/partijen 1.1 In de visie staat “Wij faciliteren en laten los waar het kan en nemen een regierol aan waar het moet.” De term “laten los” zou ook met een extra niveau kunnen worden aangeduid, namelijk met “wij geven de regie over”. Er kan in de visie een extra niveau gecreëerd worden met de mogelijkheid tot het overdragen van de regierol. Reactie gemeente 1.1 Er bestaat inderdaad nog een participatieniveau hoger, namelijk externe partijen die de regie nemen onder overheidsvoorwaarden. Als gemeente faciliteren wij deze partijen door initiatiefnemers handvaten mee te geven over hoe de participatie in te richten, zie ook de infographic op onze website. In de Wet versterking participatie op decentraal niveau is deze hoogste stap van participatie opgenomen onder de noemer uitdaagrecht. Dit vormt onderdeel van het op te stellen participatiebeleid. Het niveau staat wel in het participatiekader en de participatieladder. Als aanvulling nemen wij de participatieladder op als afbeelding in de visie zodat dit niveau duidelijker terugkomt.

1.2 In de visie staat “Wij faciliteren en laten los waar het kan en nemen een regierol aan waar het moet.” Er moet binnen participatie in de visie ook ruimte gegeven worden aan het indienen van “ongevraagd advies” bij het College. Reactie gemeente 1.2 Wij vinden het belangrijk om recht te doen aan mensen die reageren en hier dus tijd voor nemen en energie in steken. Het is en blijft een leerproces met elkaar waarbij het belangrijk is om aandacht te besteden aan het doel van participatie. De visie zelf geeft richting op hoofdlijnen. Dit concrete participatie-onderdeel wordt uitgewerkt in het nog op te stellen participatiebeleid.

37

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 17 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Samenwerking met mienskip/overheden/partijen 1.1 Praktische invulling geven aan draagvlak en participatie is niet eenvoudig. In de visie is het noodzakelijk om nadere concretisering aan te brengen. Denk hierbij aan:  Waar wordt aan gedacht? Op welke wijze wordt daar inhoud en vorm aan gegeven?  Wat is de doelgroep waarvan je draagvlak wilt?  Stelt de gemeente ook voorwaarden en middelen ter beschikking?  Op welke wijze wordt dit kenbaar gemaakt aan de inwoners? Er zijn veel dorpsbelangen en andere belangengroepen. Het is niet altijd mogelijk een duidelijk beeld te krijgen van wat mensen in eigen dorp bezighoudt. Mensen komen beperkt bijeen en niet het hele dorp sluit hierbij aan. Bovendien wil je voorkomen dat bepaalde lobbygroepen een onevenredige, grote stem krijgen bij belangrijke onderwerpen. Reactie gemeente 1.1 Wij zijn het met de indiener eens dat er meer concretisering aan participatie moet worden gegeven. Om deze reden zijn wij participatiebeleid aan het opstellen. De visie is op hoofdlijnen geschreven en geeft wat ons betreft genoeg richting aan hoe wij tegen participatie aankijken en wat wij hierbij belangrijk vinden. De uitwerking hiervan zal in het participatiebeleid worden vormgegeven.

In de voorbereiding van dit beleid kunnen inwoners inbreng geven via bestaande platformen. Ook gaat het participatiebeleid te zijner tijd ter inzage en daar kan dan op gereageerd worden.

38

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 18 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Natuur & landschap 1.1 Er moet aandacht worden besteed in de visie aan de uitvoering van (ecologisch) bermbeheer. Belangrijke onderwerpen hierbij zijn: • Meer verschralen • Gefaseerd maaien • Niet meer klepelen (!) • Na het maaien 2 dagen laten liggen Meer bloeiende planten zorgen voor meer insecten wat weer voor meer vogels zorgt. Door gefaseerd te maaien en dit 2 dagen te laten liggen geef je insecten de mogelijkheid om weg te kruipen. Hierdoor kan dit deel een nieuwe populatie opbouwen. Reactie gemeente 1.1 Wij zijn het met u eens dat meer bloeiende planten voor meer insecten en daarmee voor meer vogels zorgt. Daarom hebben wij in de Omgevingsvisie de volgende punten opgenomen bij “Hoe gaan we het doen?” op p. 62: - We passen ecologisch beheer toe met o.a. natuurvriendelijke oevers en bermen en vergroten daarmee de diversiteit aan soortenrijkdom. - We passen natuurinclusieve gebiedsinrichting toe (zowel bestaand gebied, bijv. via herstructurering, als nieuwe gebieden, zoals nieuwe woonwijken). - We voeren het Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân uit. Bovenstaande is waar wij naartoe werken. De concrete maatregelen die u noemt zijn te gedetailleerd voor de Omgevingsvisie.

De maatregelen (over ecologisch berm- en slootbeheer) zijn verder uitgewerkt in ons biodiversiteitsplan. Zie hiervoor Biodiversiteit en Groen | Gemeente Noardeast-Fryslân (noardeast-fryslan.nl). In 2023 en 2024 voeren wij een pilot uit in onze gemeente voor ecologisch bermbeheer en die zal naar verwachting begin 2025 geëvalueerd worden. 1.2 In de visie moet aandacht worden besteed aan de sloten gefaseerd schonen, eenzijdig kan prima. Sloten schoonmaken ging voorheen in overleg met boeren. Zij ruimden dit op in ruil voor een vergoeding. Dit is nu gestopt. Voor de gemeente is het belangrijk om dit weer op te pakken. Reactie gemeente 1.2 Er is vanaf 2023 een uniforme manier voor de hele gemeente ontwikkeld wat betreft hekkelen. Wij zijn hiervoor afspraken aan het maken met boeren. Qua schoonmaak van sloten werken wij volgens het principe bestendig beheer vanuit de Wet natuurbeheer. Hierbij checken wij van tevoren wat er qua soorten aanwezig is en of wij maatregelen moeten nemen met het oog op het schoonmaken van de sloten. Het hekkelbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd.

39

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 19 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Algemeen: ambities, proces, … 1.1 Kunst en cultuur hebben grote invloed op de leefbaarheid van onze inwoners. Denk hierbij aan:  Het welzijn van mensen (mentale/fysieke gezondheid)  Sociale cohesie  Verbindingen tussen gemeenschappen  Verbondenheid  Inclusiviteit  Bewustwording en waardering van de omgeving  Duurzame maatschappij Dit brede belang van kunst en cultuur voor de leefbaarheid komt te weinig voor in de Omgevingsvisie en zou hier uitgebreider in op moeten worden genomen. Reactie gemeente 1.1 Kunst en cultuur is inderdaad een belangrijke invloed op de leefbaarheid van inwoners. Wij zijn het met de indiener eens dat kunst en cultuur uitgebreider naar voren moet komen in de visie. Daarom doen wij een aantal aanpassingen: • Op p.37 voegen wij cultuur toe: “Als er niets wordt gedaan sluit de vraag en aanbod van zorg-, sport-, cultuur-, woon- en onderwijsvoorzieningen niet meer goed op elkaar aan.” • Ook in het stuk “Optimaliseren voorzieningenstructuur” op p. 38 voegen wij kunst & cultuur toe: “Voor sport- en kunst & cultuurvoorzieningen ligt bundelen wat meer voor de hand.” • Vanaf p. 53 gaat het over recreatie & toerisme. Hier wordt cultuur ook aan toegevoegd.

1.2 Reuring is ook een kernkwaliteit naast “rust, ruimte, weidsheid en donkerte”. Er moet ook iets te doen zijn naast werken en wonen in de gemeente. De visie geeft niet genoeg aandacht aan reuring als kwaliteit. Reactie gemeente 1.2 Reuring is niet opgenomen als losse kernkwaliteit in de visie. Het is inderdaad belangrijk en wij willen dit ook verder ontwikkelen. Reuring komt terug in het stuk (bereikbare) voorzieningen en dat deze in stand moeten worden gehouden. Op p. 35 staat de eerste kernopgave niet goed in de tabel. Dit moet “Levendige dorpen en stad waar het prettig wonen en leven is”. Onder prettig leven valt wat ons betreft ook reuring. Onder kernopgave 3 valt reuring onder “dag- en verblijfsrecreatie”. Deze tekst is nu erg gefocust op het perspectief van toeristen in plaats van recreatie voor eigen inwoners. Wij breiden de tekst hier uit waarbij er meer nadruk wordt gelegd op de recreatie voor eigen inwoners. Ook in H7 staat maar weinig over reuring/toerisme/recreatie. Ook hier vullen wij de tekst aan. 2. Specifieke dorpen

40

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

2.1 In de bijlage toekomstbeelden dorpenclusters staat bij Nes de Theaterkerk Nes niet benoemd: het meest noordelijk gelegen theater op vaste wal. Deze zouden wij graag toegevoegd willen zien. Reactie gemeente 2.1 Bijlage 6 is een reeds bestaand document (2020). Deze toekomstbeelden zijn destijds in overleg met de dorpen opgesteld. Het kan zijn dat er intussen ontwikkelingen zijn die vragen om een update van het toekomstbeeld. Echter kunnen wij de tekst niet aanpassen omdat het een bestaand document is dat in zijn geheel is opgenomen als bijlage bij de visie. Wij willen deze schets uit 2020 als vertrekpunt nemen om de komende jaren met de dorpen samen een nieuw beeld te schetsen. Hiervoor maken wij gebruik van de dorpsagenda’s en het Omgevingsprogramma Doarpen die zullen worden opgesteld. Wij doen dit samen met de dorpen en voor Nes kan dan de Theaterkerk ook een plek krijgen. 3. Recreatie & toerisme 3.1 Kunst in landelijke gemeenschappen dragen bij aan economische groei, bijvoorbeeld door de relatie met toerisme. De visie moet richting geven aan een kwalitatief goed cultureel aanbod, aantrekkelijk voor inwoner en toerist. Reactie gemeente 3.1 Wij zijn het met de indiener eens dat er kunst en cultuur aanbod moet zijn, waaronder cultureel erfgoed, dat aantrekkelijk moet zijn voor zowel inwoner als bezoekers.

Zoals onder 1.1 aangegeven gaan wij op verschillende punten de tekst aanvullen zodat kunst en cultuur meer naar voren komt in de visie. Hierbij nemen wij naast de positieve invloed op de leefbaarheid ook de economische aspecten mee.

41

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 20 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Ruimtelijke ordening 1.1 ProRail heeft een visie op de omgeving van het spoor. Deze zou meegenomen moeten worden in de Omgevingsvisie. Reactie gemeente 1.1 In Noardeast-Fryslân hebben wij een klein stuk spoor tussen De Westereen en Kollumersweach. Er zijn geen stations. De gedeelde visie op de spooromgeving komt met name van pas wanneer er nieuwe ontwikkelingen in dit gebied rondom het spoor zijn. Deze zijn er momenteel niet. Om deze reden zijn de spoorverbindingen en deze visie niet in onze Omgevingsvisie opgenomen. 1.2 ProRail wil graag meedenken en betrokken worden bij nieuwbouw van woningen langs het spoor/rond het stations, de verdichting rond stations en de vrije baan. Reactie gemeente 1.2 In onze gemeente hebben wij geen station. Er loopt een klein stuk spoor door de gemeente. Dit is buitengebied en daarmee zullen er niet tot nauwelijks nieuwe woningen gebouwd worden. In het Omgevingsplan houden wij rekening met alle omgevingsaspecten en dus ook met spoorverbindingen en de implicaties van het spoor. Uiteraard zal ProRail bij eventuele plannen in de omgeving van het spoor betrokken worden. 1.3 Het is belangrijk om in de visie aandacht te hebben voor geluid rondom het spoor.

ProRail wijst u erop dat voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in een akoestisch onderzoek de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt dienen te worden. Het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden. Reactie gemeente 1.3 Er is binnen onze gemeente eigenlijk geen sprake van toekomstige bewoners rondom het spoor. Er is altijd aandacht voor het aspect geluid bij nieuwe ontwikkelingen. 1.4 In de Omgevingsvisie wordt richting gegeven aan ruimtelijke plannen in de toekomst rondom het spoor. Het is belangrijk richting te geven aan het aspect trillinghinder ondanks dat er geen wettelijke normen hiervoor bestaan. Reactie gemeente 1.4 Wij zijn voornemens om de meest recente gegevens te hanteren op het moment dat het Omgevingsplan in de omgeving van het spoor wordt aangepast of wanneer zich een concrete ontwikkeling voordoet.

42

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 1.5 De visie moet aandacht hebben voor de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Deze mag niet worden beïnvloed. De gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, maar ook aanpassingen van watergangen. Reactie gemeente 1.5 Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. Overeenkomstig de geest van de Omgevingswet willen wij stakeholders meer in het voortraject van planvorming gaan betrekken. Wanneer bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan worden gepland, is het de bedoeling dat dit met u wordt afgestemd. Hoe deze afstemming er precies uitziet en wiens verantwoordelijkheid dit is, hangt o.a. af van de aard en omvang van het bouwplan. 1.6 ProRail wijst u op de in de Omgevingswet c.a. vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 3.5 van het Omgevingsbesluit. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 5.1 lid 2 van de Omgevingswet een vergunning van- of melding aan ProRail vereist. Het is handig dit in de visie op te nemen.

Reactie gemeente 1.6 Wij zullen beperkingsgebieden opnemen in ons Omgevingsplan. 1.7 ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de bestemming Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze bestemming ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelbestemmingen mogelijk te maken. Indien desondanks een dubbelbestemming archeologie wordt opgenomen over de bestemming Spoorwegdoeleinden, dan zou ProRail graag zien dat deze dubbelbestemming aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft. Reactie gemeente 1.7 Dit punt nemen wij, indien van toepassing, mee in ons (nog op te stellen) Omgevingsplan. 1.8 In de Omgevingsvisie zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen “ProRail”). ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten.

Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt u tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de bestemming VerkeerRailverkeer. Bestaande rechten op percelen van derden ten behoeve van bereikbaarheid van ProRail assets dienen behouden te blijven. Reactie gemeente 1.8 De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid en gaat niet gedetailleerd in op het gebruik van specifieke percelen. Van het toedelen van functies is in de

43

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Omgevingsvisie nog geen sprake. Dit punt nemen wij, indien van toepassing, mee in ons (nog op te stellen) Omgevingsplan. 1.9 De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail u ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie - te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. Dit geldt ook voor overige rail gebonden gebouwen en ondergrondse infra. Met het oog op potentiële risico's voor het bouwen nabij of boven een onderstation dient rekening te worden gehouden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation. Reactie gemeente 1.9 Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. 1.10 Zicht op de stationsentree is belangrijk voor reizigers. Verdichting en hoogbouw moeten dit niet belemmeren. Ook heeft dit invloed op de windbeleving op het station. Reactie gemeente 1.10 Dit is niet van toepassing in onze gemeente. 2. Verkeer & vervoer 2.1 Overwegveiligheid is belangrijk. ProRail wil graag samen werken aan de beheersing van risico’s op overwegen.

Een wijziging van (het gebruik van) een overweg vraagt een risicoanalyse waarin staat hoe risicotoename beheert en gecompenseerd wordt. Hier kan richting aan worden gegeven in de visie. Reactie gemeente 2.1 In onze gemeente is een aantal spoorwegovergangen gesitueerd. Op dit moment voorzien wij geen bijzondere effecten van de Omgevingsvisie op de overwegen in de gemeente. Indien er ontwikkelingen zijn in de directe nabijheid van een overweg is het de bedoeling dat dit met u wordt afgestemd. 3. Energie, duurzaamheid & klimaat(verandering) 3.1 ProRail stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. ProRail verzoekt u derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft. Reactie gemeente 3.1 Dit is niet van toepassing in onze gemeente. 3.2 Uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen c.a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en /of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur.

Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen

44

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert u om deze risico’s te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten. Reactie gemeente 3.2 Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. Op dit moment zijn er geen ontwikkelingen langs het spoor. Mocht dit veranderen dan moet worden voldaan aan de wettelijke eisen hiervoor.

45

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 21 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Specifieke dorpen 1.1 Naast Dokkum, Kollum, Hallum en Kollumersweach moet ook Ferwert in de Omgevingsvisie worden benoemd als voorzieningen kern. Het dorp is goed bereikbaar voor omliggende dorpen, heeft een goed winkelbestand en heeft goede gezondheid/woonzorgvoorzieningen. Ferwert heeft hierdoor een sociale functie. Tenslotte is er een bedrijventerrein te vinden en is het toeristisch aantrekkelijk. Reactie gemeente 1.1 In de Omgevingsvisie wordt alleen het dorp Kollum genoemd als voorzieningen kern. Dit heeft te maken met de grootte en het verzorgingsgebied van Kollum. Voor de overige dorpen zet de gemeente zoveel mogelijk in op het behoud van aanwezige voorzieningen. Dokkum, Kollum, Hallum en Kollumersweach worden samen genoemd in de visie in het kader van het Convenant Bedrijventerreinen die de uitbreiding en ontwikkeling van bedrijventerreinen reguleert. In dit Convenant zijn deze vier dorpen specifiek met hectares genoemd. Wij zijn ons ervan bewust dat Ferwert ook een groter dorp is met voorzieningen. Wij vervangen Kollum door Ferwert: “De grotere dorpen zoals Ferwert, Hallum en Kollumersweach hebben een goed voorzieningenaanbod.” Dit omdat Kollum al als voorzieningenkern aangewezen is en deze zin tot verwarring leidt.

Deze dorpen zijn als voorbeeld genoemd en zijn dus niet de enige grotere dorpen met voorzieningen. 1.2 Er zijn verschillende ideeën voor de toekomst om Ferwert een aantrekkelijk dorp te houden. Deze zouden een plek in de visie kunnen krijgen:  Een campus met sportvoorzieningen realiseren bij de sporthal en OBS Op e Trije.  Een mountainbikeroute door het bos of tussen deze campus en de ijsbaan.  Betaalbare woningen bouwen op verschillende locaties in het dorp.  Dockinga terrein inrichten als kano/sub haven annex camperplaats.  Route Dokkumer Ee bevaarbaar maken  Aanlegsteiger/haven naar Ameland integreren met dorp Ferwert. Reactie gemeente 1.2 Dit is goede input voor de op te stellen dorpenagenda’s en Omgevingsprogramma Doarpen. Het is de bedoeling om deze samen met het dorp op te stellen. De Omgevingsvisie is een document op hoofdlijnen. De genoemde punten zijn te specifiek voor de Omgevingsvisie.

46

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 22 In de zienswijze van de indieners is één thema aangehaald. Het thema in deze zienswijze is: 1. Specifieke dorpen 1.1 In deze tekst mist de omschrijving van het “Mienskipsbelang” van de Brede Campus. In de huidige Campus Kollum werken twee VO-scholen, het dorpshuis, het theater en de bibliotheek samen waardoor een gevarieerd cultureel, educatief, muzikaal en maatschappelijk aanbod wordt geboden. Deze samenwerking moet wat ons betreft in de toekomst verder worden geïntensifieerd en uitgebreid worden. Samen met andere culturele en maatschappelijke organisaties, verenigingen en de plaatselijke ondernemers. Omdat Kollum een regiofunctie heeft, komt deze ontwikkeling niet alleen ten goede aan de inwoners van Kollum maar ook aan bezoekers uit de wijde omgeving. Dit alles draagt in sterke mate bij aan de Kernkwaliteit 5 zoals die in de ontwerp Omgevingsvisie is opgenomen: 'Sterke sociale samenhang en een hoog geluksgevoel'. Hier zou aandacht voor moeten zijn in de visie. Volgens ons moet ingezet en gestuurd worden op een gevarieerd cultureel en maatschappelijk aanbod voor álle inwoners, jong en oud, en voor bezoekers. Blijf naast onderwijs en sport en recreatie ook cultuur en andere gemeenschapsactiviteiten dichtbij brengen en zorg ervoor dat het gemeenschapsleven in Kollum verder kan blijven bloeien en groeien.

Reactie gemeente 1.1 Campus Kollum wordt in de visie genoemd maar het klopt dat er meer functies en activiteiten binnen en rond de Campus zitten dan dat nu in de visie staat. Wij passen de tekst op p. 86 aan: “In de Campus Kollum zijn twee scholen voor voortgezet onderwijs gehuisvest in combinatie met het dorpshuis, de bibliotheek en het theater.” Gevolgd door een nieuwe zin: “Hierdoor wordt er een gevarieerd cultureel, educatief, muzikaal en maatschappelijk aanbod geboden.” De invloed van kunst en cultuur wordt onder 6.3 in het algemeen opgenomen in de visie. Dit geldt ook voor Campus Kollum.

47

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 23 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Ruimtelijke ordening 1.1 In de visie staat dat er ruimte wordt gegeven aan verbreding van functies bij agrarische bedrijven. Het is wenselijk dat niet alles maar toegestaan wordt bij functie verbreding. Wij vragen hierin duiding. Bijvoorbeeld door te werken met voorwaardes zoals grondgebonden teelt en werkgelegenheid voor lokale werkzoekenden, met inachtneming van dorps grootte, aantal inwoners etc. Bovendien mag de verbreding geen afbreuk doen aan Ús Goud. Reactie gemeente 1.1 (Agrarische) ontwikkelingen worden altijd integraal afgewogen en moeten in balans zijn met de leefomgeving. Ús Goud is altijd een afwegingskader bij nieuwe ontwikkelingen. Het is de bedoeling dat de bedrijven een relatie met het omringende landschap behouden. Specifieke regels en voorwaarden zullen worden uitgewerkt in het Omgevingsplan. 1.2 In de visie staat dat tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders op eigen erf wordt toegestaan. Dit vraagt om heldere duiding. Bijvoorbeeld het aantal te huisvesten seizoenarbeiders/arbeidsmigranten als X percentage van het aantal inwoners van de woonkern waar het bedrijf gevestigd is. De duiding moet zorgen voor heldere en openbare eisen voor handhaving.

Ook moet duidelijk zijn wat er bedoeld wordt met ‘tijdelijke’. Reactie gemeente 1.2 Wij begrijpen dat de huisvesting van arbeidsmigranten ten opzichte van de omgeving van belang is. Daarom vullen wij de Omgevingsvisie op dit punt aan bij “Wat gaan we doen?” op p. 52 passen wij het volgende punt aan naar: “Wij maken tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders op het erf, onder voorwaarden, mogelijk.” In de hieraan voorafgaande tekst doen wij een aanvulling op de tekst met: “De huisvesting van seizoenarbeiders op eigen erf ten behoeve van het eigen bedrijf moet in verhouding staan tot en passen in de omgeving van het bedrijf.” Specifieke regels en voorwaarden zullen worden uitgewerkt in het Omgevingsplan. 2. Natuur & landschap 2.1 In de visie wordt gezegd dat er langs de waddenkust geen industrie komt. Wellicht kan hierin een nuancering aangebracht worden wat er verstaan wordt onder ‘langs de waddenkust’; bijvoorbeeld het aantal km’s vanaf de dijk of een Natura 2000 gebied gemeten. En wat wordt er precies bedoeld met ‘industrie’? Reactie gemeente 2.1 De kustzone is vanwege de nabijheid van Unesco werelderfgoed de Waddenzee een kwetsbaar gebied. Wij passen de Omgevingsvisie aan zodat duidelijker wordt wat wij precies bedoelen met: “Hiermee wordt zowel de nieuwvestiging van losse bedrijven, bedrijventerreinen als andere industriële uitingen bedoeld.

Het is de bedoeling dat het een agrarisch gebied blijft

48

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

met ruimte voor agrarische- en agrarisch aanverwante bedrijven op de bestaande erven. Op de bedrijventerreinen bij de dorpen is ruimte voor andere bedrijvigheid.” 3. Algemeen: ambities, proces, … 3.1 Het is belangrijk om in de visie aan te geven op welk(e) onderdelen het zwaartepunt ligt als er een beslissing wordt genomen, namelijk op Ús Goud of de industrie en uitbreiding van bedrijven. Kortom; staat de kwaliteit van leven en veiligheid van inwoners centraal of de schaalvergroting van bedrijven? Reactie gemeente 3.1 Plannen en ontwikkelingen voor de industrie of uitbreiding van bedrijven moeten bijdragen aan Ús Goud. Als het in strijd is met onze doelen dan zijn er twee mogelijkheden: - Het plan wordt aangepast, zodat het wél bijdraagt aan de doelen; - Wij willen afwijken van onze doelen omdat wij het plan toch belangrijk vinden. Dit doen wij dan goed gemotiveerd (maatwerk). Bovenstaande is de volgorde waarin wij werken. Eerst onderzoeken of het plan kan worden aangepast. Als dat niet mogelijk is én wij vinden het plan toch belangrijk, dan onderbouwen wij goed waarom wij vinden dat het plan toch door kan gaan.

3.2 Maakt de gemeente écht werk van de visie om deze gemeente voor een hoogwaardige doelgroep toeristen aantrekkelijk te worden? Worden zij getrokken met natuur, rust, donkerte en ruimte als grootste en meest aantrekkelijke, unieke waarden? Reactie gemeente 3.2 Dit betreft een vraag en niet zozeer een zienswijze. Op p. 49 maken wij duidelijk dat wij duurzame ontwikkeling van toerisme en recreatie in onze gemeente stimuleren. Dit betekent dat de groei van toerisme en recreatie in balans blijft met wat de leefomgeving aan kan, wat onze inwoners wenselijk en wat bezoekers aantrekkelijk vinden. Dit betekent ook dat wij ons richten toeristisch-recreatief aanbod voor diverse doelgroepen in combinatie met seizoen verlenging.

49

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie

SAMENVATTING ZIENSWIJZE 24 In de zienswijze van de indieners worden verschillende thema’s aangekaart. Elk thema wordt apart samengevat. De thema’s in deze zienswijze zijn: 1. Gezondheid & zorg 1.1 De visie gaat ervan uit dat een groot deel van de bevolking vitaal en gezond is; dat geldt niet voor alle inwoners. Wij adviseren specifieke inzet op doelgroepen waarbij er sprake is van gezondheidsachterstanden. Benut de fysieke leefomgeving om de gezondheidssituatie bij deze doelgroepen te verbeteren en gezondheidsverschillen te verkleinen. Bescherm kwetsbare groepen extra en kijk hoe de fysieke leefomgeving ingezet kan worden in het bevorderen van de gezondheid. Er is in de visie extra aandacht nodig voor kwetsbare groepen of groepen die van nature niet direct meeprofiteren van veilige en toegankelijke infrastructuur en routes. Reactie gemeente 1.1 In de Omgevingsvisie staat dat een groot deel van de inwoners gezond leeft en zich vitaal voelt. Er staat ook dat er inwoners zijn die minder gezond leven en daardoor grotere kans hebben op gezondheidsproblemen. Wij denken dat een gezonde leefomgeving bijdraagt aan de gezondheid van inwoners. Gezonde keuzes moeten gemakkelijker worden. Daarom nemen wij gezondheid altijd mee in nieuwe ontwikkelingen en beleid. Wij zijn ons er bewust van dat kwetsbare groepen (meer) zorg en ondersteuning nodig hebben.

Dat benoemen wij ook in de Omgevingsvisie (p. 43). Wij denken dat het beter is om per kwetsbare groep te kijken wat er nodig is. De Omgevingsvisie geeft vooral richting op hoofdlijnen. Het beleid wordt verder uitgewerkt in de visie op wonen, welzijn en zorg. Dit is ook onderdeel van het gezondheidsbeleid van Noardeast-Fryslân. Wij hebben aandacht voor het onderwerp toegankelijkheid om dit integraal mee te nemen in beleid en projecten. Ook willen wij concretere maatregelen voor toegankelijkheid opstellen. 1.2 Gezondheidscijfers vanuit de gezondheidsmonitor kunnen de gemeente helpen bij het prioriteren en onderbouwen van omgevingsbeleid. Deze cijfers kunnen gebruikt worden ter onderbouwing van de visie en de verdere uitwerking hiervan in programma's en plannen. Reactie gemeente 1.2 De gezondheidsmonitor vinden wij een handige tool. Daarnaast is de tool goed bruikbaar voor verdere uitwerking van het beleid en monitoring van de stand van zaken en of wij moeten bijsturen. 1.3 Een makkelijke en logische keuze voor gezonde voeding kan gestimuleerd worden door een gezonde voedselomgeving. Denk hierbij specifiek aan omgeving zoals op en rond scholen, sportterreinen en andere maatschappelijke voorzieningen. Zet in op het weren en beperken van ongezonde voedselaanbieders.

Zorg voor een gezonder aanbod van voedsel; verbied marketing in de openbare ruimte maak gebruik van specifieke marketing en zorg voor drinkwatertappunten op strategische plekken. Hier moet al richting aan worden gegeven in de Omgevingsvisie. Reactie gemeente

50

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie 1.3 Wij vinden een gezonde voedselomgeving belangrijk. Als gemeente zetten wij in op bewustwording van een gezond voedingspatroon en willen wij de gezonde keuze stimuleren. Daarom breiden wij de visie op p.42 uit met de zin "Een makkelijke en eerste keuze voor gezonde voeding kan gestimuleerd worden door een gezonde voedselomgeving." Ook voegen wij toe: “De gezonde voedselomgeving is iets waar wij als gemeente de komende jaren op in willen zetten.” Deze ambitie wordt meegenomen in de uitwerking van beleid en het uitvoeren van projecten. Voor gezondere scholen en sportvoorzieningen lopen er al projecten zoals JOGG (Gezonde jeugd, gezonde toekomst) en Gezond op school. 1.4 In de visie staat dat de gemeente op de fysieke leefomgeving in wil zetten om een gezonde leefstijl en gezond gedrag te bevorderen en te stimuleren. Het creëren van een rookvrije omgeving komt nog onvoldoende terug in de visie. Hierbij zijn nog kansen op het vlak van een rookvrije omgeving, door bijvoorbeeld rookvrije zones op openbare plekken in te stellen waar mensen elkaar ontmoeten, ontspannen en bewegen, en het terugdringen van het aantal verkooppunten van tabak. Reactie gemeente 1.4 Wij noemen in de visie dat rookvrij belangrijk is voor een gezonde omgeving.

Wij willen hier de tekst uitbreiden door toe te voegen dat een rookvrije omgeving iets is waar wij de komende jaren op in willen zetten. Namelijk met de zin op p.42: “Hetzelfde geldt voor een rookvrije omgeving.” In ons gezondheidsbeleid staat benoemd dat wij meedoen aan de rookvrije generatie en is het verminderen van roken één van de pijlers. Bij ruimtelijke initiatieven nemen wij altijd het gezondheidselement mee. 1.5 De fysieke leefomgeving heeft ook een effect op de sociale en mentale gezondheid van inwoners. Het is positief dat de gemeente een inclusieve samenleving meeneemt in de Omgevingsvisie. Echter zien wij de thema’s sociale en mentale gezondheid op andere aspecten onderbelicht in de visie. Bij sociale veiligheid ligt de focus op onveiligheid en minder op de kansen die de fysieke leefomgeving preventief biedt op ontmoeten, verbinden en mentale gezondheid. Sociale en mentale gezondheid kan breder opgenomen worden in de visie. Reactie gemeente 1.5 Ontmoeten en verbinden en mentale gezondheid zijn belangrijke aspecten van gezondheid waar in de fysieke leefomgeving veel kansen liggen. Wij hebben in paragraaf 6.2 ontmoeten en ontspannen daarom ook expliciet benoemd (p. 43). Wij doen dat door uitvoering te geven aan de Lokale Inclusie Agenda.

In de Lokale Inclusie Agenda zijn doelen en actiepunten op de drie noodzakelijke onderwerpen uitgewerkt: bewustwording, toegankelijkheid en ontmoeting. Toegankelijkheid is een belangrijke voorwaarde, maar niet de enige. Het inzetten op behoud van dorpshuizen is een voorbeeld hoe wij het verbinden en ontmoeten willen stimuleren. Ook onderkennen wij het belang van groen in de nabijheid. Wij nemen in de Omgevingsvisie op p.42 op: “De fysieke leefomgeving kan preventief bijdragen aan mentale gezondheid door bijvoorbeeld groen, of ontmoeten mogelijk te maken.” 1.6 Eén van de grootste bronnen van luchtvervuiling (fijn stof) in Fryslân is houtstook. Vanuit gezondheidskundig oogpunt is het nodig om maatregelen door te voeren om houtstook in de gemeente te reguleren, te ontmoedigen en het gesprek tussen inwoners over houtstook te faciliteren.

51

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Reactie gemeente 1.6 In het nog op te stellen Omgevingsplan kan de gemeente regels stellen voor het stoken van hout aan huis, als milieubelastende activiteit. De Omgevingsvisie is hier niet de plek voor. 1.7 Binnenklimaat kan nadrukkelijker genoemd worden in de visie. Een gezond en prettig binnenklimaat is belangrijk. Denk hierbij aan goede ventilatie in woningen, scholen en andere gebouwen; mogelijkheden om te luchten bij warm zomerweer; voorkoming van hitte stress; creëren van tenminste één aangename gevel bij een woning en geluidsoverlast door binnenklimaat installatie. Reactie gemeente 1.7 Een gezond binnenklimaat is inderdaad een belangrijk aandachtspunt bij de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van woningen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving regelt de basisregels hiervoor. De Omgevingsvisie is hier niet de plek voor. 1.8 Het is bekend dat de wettelijke grenswaarden voor o.a. fijnstof en NO2 niet voldoende beschermen tegen de schadelijke gezondheidseffecten van luchtverontreiniging; ook ónder deze grenswaarden treden er negatieve gezondheidseffecten op.

Hanteer daarom in ieder geval de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO: • 1.ŗHN • 1. ŗHN • /0ŗHN Reactie gemeente 1.8 In de Omgevingsvisie hebben wij tabellen opgenomen waar wij voor wat betreft lucht meestal een hogere ambitie hebben dan de wettelijke grenswaarden. Dit geeft een richting. Exacte waarden stellen wij niet vast in de visie. Wij kunnen dus op voorhand ook niet aangeven of wij de strengere waarden van de WHO gebruiken. Niet in alle gevallen hebben wij een hogere ambitie. Voor wat betreft de bedrijventerreinen hanteren wij de wettelijke grenswaarden. Gezondheid vinden wij erg belangrijk, maar ook het behoud van bedrijvigheid is van belang. Dit vraagt voortdurend om een verantwoorde afwijking. 2. Ruimtelijke ordening 2.1 De visie geeft geen duidelijkheid over wanneer er sprake is van onacceptabele geluidshinder en wanneer bestaande (onacceptabele) geluidsbronnen beperkt zouden moeten worden. Er kan gezorgd worden voor een zo laag mogelijke geluidsbelasting op gevoelige bestemmingen, zoals woningen, woonzorgcentra, kinderdagverblijven en scholen. Draag er in de visie zorg voor dat er in ieder geval wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarden voor geluid: 50dB Lden en 40dB Lnight op de hoogst belaste gevel en 33 dB Lden als maximale binnenwaarde. Reactie gemeente 2.1 De regels over geluid zijn opgenomen in paragraaf 22.3.4.

van de bruidsschat van de Omgevingswet. Deze regels richten zich op het waarborgen van de veiligheid, de bescherming van de gezondheid en het milieu. Deze regels zijn van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van het Omgevingsplan of een omgevingsvergunning.

52

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Er gelden standaardwaarden en grenswaarden. Niet op alle locaties leiden de standaardwaarden tot het gewenste evenwicht tussen beschermen en benutten van de leefomgeving. De gemeente kan motiveren dat een andere waarden aanvaardbaar is. In de Omgevingsvisie hebben wij aangegeven wat onze ambitie is wat betreft het aspect geluid. Daarbij hebben wij aangegeven dat wij bereid zijn om andere waarden vast te stellen. Het betreft maatwerk. Bij nieuwe ontwikkelingen zullen wij altijd bekijken of de geluidsproductie beperkt kan worden of dat mensen beter beschermd kunnen worden. Ook dit vinden wij maatwerk, waarbij het belang van gezondheid evident is. 2.2 Voor bedrijventerreinen heeft de gemeente geen ambitie rondom luchtkwaliteit, maar voor andere gebiedstypen wel. Dit is lastig, want de lucht van bedrijventerreinen verplaatst. Daarom adviseren wij om ook ambitie te hebben om de uitstoot van bedrijven op bedrijventerreinen te verminderen. Reactie gemeente 2.2 Belangen van bedrijven en gezondheid staan soms op gespannen voet. Wij willen aan de ene kant bedrijven de ruimte geven en tegelijkertijd gezondheid beschermen. Daarom geven wij aan dat op bedrijventerreinen de wettelijke norm gebruikt kan worden, hoewel wij weten dat lucht zich verplaatst. De lucht verdunt ook. Daarom is het mogelijk om toch een hogere ambitie te hebben op andere plekken.

2.3 Wij adviseren om een extra punt op te nemen over gezondheidsbescherming waarin industrie, veehouderij en landbouw met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk gescheiden blijft van gevoelige bestemmingen. Gevoelige bestemmingen zijn bijvoorbeeld woningen, scholen, kinderdagverblijven, verpleeg- en verzorgingstehuizen. Als gezondheidskundige advieswaarde wordt een afstand van minimaal 250 meter tussen een gevoelige bestemming en een veehouderij gehanteerd. Wij adviseren u om deze afstand als uitgangspunt bij nieuwe ruimtelijke plannen over te nemen. Reactie gemeente 2.3 Over het gebruik en toepassen van wettelijk toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is bestaande Wet- en regelgeving van toepassing. Voor bestaande situaties worden in Wet- en/of regelgeving geen beperkingen gesteld aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij gevoelige functies en/of bestemmingen. Voor nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de actuele jurisprudentie op dit vlak. De gemeente heeft volksgezondheid hoog in het vaandel maar heeft geen directe invloed op bestaande Wet- en regelgeving. Wel faciliteert en stimuleert de gemeente waar mogelijk een duurzamere landbouw. De landbouwsector zelf werkt ook actief aan bijvoorbeeld het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de uitstoot van schadelijke stoffen.

Wij hanteren geen minimale afstand van 250 meter tussen een gevoelige bestemming en een veehouderij. Maar houden ons aan de wettelijke normen zoals opgenomen in de bruidsschat, dan wel bij het ontbreken daarvan, de richtafstanden op basis van de bedrijven en milieuzonering. 2.4 Wij adviseren om ten aanzien van (voldoende) groen de vuistregel 3-30-300 toe te passen. Dat betekent vanuit woningen zijn 3 bomen zichtbaar, de buurt heeft minstens 30% bladerdek en er is 1 hectare groen binnen 300 meter van de woningen. Daarnaast adviseren wij om voor de concrete invulling van groen te kiezen voor soorten die geen overlast (allergieën, hooikoorts e.d.) veroorzaken.

53

Reactienota ontwerp-Omgevingsvisie Reactie gemeente 2.4 Wij nemen deze reactie voor kennisgeving aan. 3. Algemeen: ambities, proces, … 3.1 Het is goed dat de gemeente ambitie heeft op het gebied van een schone lucht. Het advies is om aan te sluiten bij het Schone Lucht Akkoord om deze ambitie goed te kunnen verwezenlijken. Vanuit het Schone Lucht Akkoord is er een subsidiemogelijkheid voor gemeenten om maatregelen en interventies te bekostigen. Reactie gemeente 3.1 Wij zijn niet aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord. Vandaar dat deze ook niet genoemd wordt in de Omgevingsvisie. 4. Natuur & landschap 4.1 Het is in de visie onduidelijk wanneer er een hogere ambitie mogelijk is en hoe dit streven naar een goede bodemkwaliteit tot stand komt. Wij adviseren hierop een verduidelijking in de visie. Reactie gemeente 4.1 Per gebiedstype wordt aangegeven of wij naar een hogere ambitie streven of niet. Het geeft inderdaad niet aan of er een hogere ambitie mogelijk is. Dit is namelijk een afwijking van verschillende belangen en mogelijkheden (maatwerk). Deze ambitie is opgesteld in overleg met de FUMO. Wij stemmen de invulling hiervan ook af met de FUMO. 5. Energie, duurzaamheid & klimaat(verandering) 5.1 Neem de bescherming tegen UV-straling mee in de visie. Neem de maatregelen van ‘weren, kleren en smeren’ op in die specifieke volgorde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=7c7fa34c-6d95-4a0b-bfcb-1bc902f53201