CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Zwagerbosch - Boskwei 13 bestemmingsplan

It Beslút 13 januari 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zwagerbosch (oostelijk van) Boskwei 1317.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Omschrijving westgevel westgevel westgevel westgevel westgevel

X 199169,99 199169,99 199169,99 199170,60 199170,60

Y 584943,31 584943,31 584943,31 584949,78 584949,78

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Dag 46,7 47,5 47,4 48,9 49,2

Avond 43,2 43,9 43,9 45,3 45,7

Nacht 40,1 40,9 40,8 42,3 42,7

Lden 48,3 49,1 49,1 50,5 50,9

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

westgevel noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel

199170,60 199174,44 199174,44 199174,44 199182,43

584949,78 584952,09 584952,09 584952,09 584951,35

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

49,0 52,9 53,4 53,2 52,9

45,5 49,4 49,9 49,7 49,4

42,5 46,3 46,7 46,5 46,2

50,7 54,5 55,0 54,8 54,5

4_B 4_C 5_A 5_B 5_C

noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel oostgevel

199182,43 199182,43 199185,64 199185,64 199185,64

584951,35 584951,35 584948,48 584948,48 584948,48

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

53,4 53,3 49,7 50,8 50,7

50,0 49,8 46,4 47,5 47,4

46,8 46,6 42,9 44,0 43,9

55,1 54,9 51,3 52,4 52,3

6_A 6_B 6_C

oostgevel oostgevel oostgevel

199185,03 199185,03 199185,03

584941,90 584941,90 584941,90

1,50 4,50 7,50

47,4 49,2 49,5

44,1 45,9 46,2

40,6 42,4 42,7

49,0 50,8 51,1

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

19-4-2021 11:56:18

Boskwei 13 Zwagerbosch Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Bijlage 2.4: berekeningsresultaat railverkeer

Resultatentabel railverkeer met hoogtelijnen LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Omschrijving westgevel westgevel westgevel westgevel westgevel

X 199169,99 199169,99 199169,99 199170,60 199170,60

Y 584943,31 584943,31 584943,31 584949,78 584949,78

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Dag 52,8 54,8 54,4 54,4 55,7

Avond 49,7 51,7 51,3 51,3 52,6

Nacht 45,1 47,1 46,7 46,7 48,1

Lden 54,0 56,0 55,6 55,6 57,0

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

westgevel noordgevel noordgevel noordgevel noordgevel

199170,60 199174,44 199174,44 199174,44 199182,43

584949,78 584952,09 584952,09 584952,09 584951,35

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

55,6 56,4 57,5 57,5 55,8

52,4 53,3 54,4 54,4 52,7

47,9 48,7 49,9 49,9 48,1

56,8 57,6 58,8 58,7 57,0

4_B 4_C 5_A 5_B 5_C

noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel oostgevel

199182,43 199182,43 199185,64 199185,64 199185,64

584951,35 584951,35 584948,48 584948,48 584948,48

4,50 7,50 1,50 4,50 7,50

57,2 57,1 50,3 52,3 52,2

54,0 54,0 47,2 49,2 49,0

49,5 49,5 42,7 44,7 44,5

58,4 58,4 51,6 53,5 53,4

6_A 6_B 6_C

oostgevel oostgevel oostgevel

199185,03 199185,03 199185,03

584941,90 584941,90 584941,90

1,50 4,50 7,50

49,1 51,5 51,3

46,0 48,4 48,2

41,4 43,9 43,7

50,3 52,7 52,6

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

19-4-2021 11:58:20

Bijlage 2

53/90

Watertoets

datum 28-11-2019 dossiercode 20191128-2-21917 Wateradvies korte procedure Project: Zwagerbosch - Boskwei 13 Gemeente: Noardeast-Fryslân Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs

Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Zwagerbosch - Boskwei 13 heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Zwagerbosch - Boskwei 13 heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.

Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve

maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

56/90

Bijlage 3

57/90

Resultaten trillingsmetingen

Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu

MEMO Datum:

18 augustus 2021

Onze referentie:

22110232.M01a

Betreft:

Resultaten trillingsmetingen planlocatie Boskwei 13 Zwagerbosch

Behandeld door:

dhr. J. Dijkstra (projectleider)

Inleiding Op het braakliggende terrein ten oosten van de Boskwei 13 te Zwagerbosch zijn plannen om een vrijstaande woning te bouwen. Om de bouw van een woning mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het ontwerpbestemmingsplan is inmiddels gepubliceerd. Het terrein ligt op relatief korte afstand van de spoorlijn Leeuwarden – Groningen. Om inzicht te krijgen in de ter plaatse optredende trillingsniveaus zijn in opdracht van Rho Adviseurs trillingsmetingen uitgevoerd. De gemeten trillingsniveaus zijn getoetst aan de grenswaarden als gegeven in de SBR meet- en beoordelingsrichtlijn ‘Trillingen deel B – Hinder voor personen in gebouwen’, versie 05-082013.

Meetsituatie Op 3 juni 2021 zijn trillingsmetingen uitgevoerd tussen 11.00 en 13.15 uur. Vastgelegd zijn de op maaiveldniveau optredende trillingsniveaus (bodemtrillingen) ten gevolge van passerende treinen. Het meetpunt is gesitueerd op de rand van het bouwvlak zoals opgenomen in het planontwerp. Een overzicht van de meetlocatie en -opstelling is gegeven in de afbeeldingen 1 en 2.

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Afbeeldingen 1 en 2:

Situering meetpunt (rode stip) en foto meetopstelling

De trillingsmetingen zijn uitgevoerd met de volgende apparatuur: · APTech versnellingsopnemers, type AP2082; · Sound & Vibration Analyser, SVAN958, SVANTEK; · APTech Vibration Calibrator, type AT01. Bij de uitvoering is gebruik gemaakt van een hulpconstructie bestaande uit een metalen schijf met 3 lange pennen aan de onderzijde, die zijn ingebracht in de bodem. De opstelling is weergegeven in afbeelding 2. De meetfiles zijn bewerkt met daartoe geëigende software. De trillingsniveaus zijn gemeten in twee horizontale richtingen (loodrecht op de spoorbaan en parallel aan de spoorbaan) en in de verticale meetrichting.

Spoorlijn De spoorlijn Leeuwarden – Groningen wordt geëxploiteerd door vervoersmaatschappij Arriva. Het totale aantal treinen/passages bedraagt bij een reguliere dienstregeling ten hoogste 96 in de dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur), 25 in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) en 15 in de nachtperiode (tussen 19.00 en 07.00 uur)1. Op de meetdatum werd gereden volgens een aangepaste (zondag)dienstregeling i.v.m. Corona, met in beide rijrichtingen twee sneltreinen en twee stoptreinen per uur. Er zijn dus zowel sneltreinen als stoptreinen van vervoersmaatschappij Arriva gemeten. Op het spoortraject komen geen andere

1

Bron: https://www.arriva.nl

22110232.M01a

pagina 2 van 4

www.noormanadvies.nl

treintypes voor. Er zijn geen aanwijzingen dat er met afwijkende snelheden is gereden. De bedrijfssituatie ten tijde van de metingen is als representatief te beoordelen.

Beoordelingskader Voor de beoordeling is aangesloten bij de streefwaarden als gegeven in de SBR meet- en beoordelingsrichtlijn ‘Trillingen deel B – Hinder voor personen in gebouwen’. Met het voldoen aan de streefwaarden mag worden aangenomen dat er geen hinder optreedt. Volgens de SBR-publicatie valt spoorwegverkeer onder de categorie “herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd”. De streefwaarden zijn afhankelijk van de gebouwfunctie en de omstandigheden waaronder de trillingen voorkomen. De aan te houden streefwaarden omvatten drie componenten: · A1 · A2 · A3

= onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; = bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; = streefwaarde voor trillingssterkte over de beoordelingsperiode Vper.

In gebouwen wordt voldaan aan de streefwaarden als is voldaan aan één van de volgende voorwaarden: · de waarde van de maximale trillingssterkte Vmax is kleiner of gelijk aan A1; · de waarde van de maximale trillingssterkte Vmax is kleiner of gelijk aan A2 en de trillingssterkte over de beoordelingsperiode Vper is kleiner of gelijk aan A3. In tabel 1 is een aan de SBR-publicatie ontleend overzicht gegeven van de streefwaarden A1, A2 en A3 voor herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd. Tabel 1: Streefwaarden voor herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd voor nieuwe situaties2 Gebouwfunctie

Wonen

2

Dag- en avondperiode

Nachtperiode

A1

A2

A3

A1

A2

A3

0,1

0,4

0,05

0,1

0,2

0,05

De streefwaarden zijn formeel dimensieloos. Praktisch gezien kunnen de waarden worden gelezen als trillingssnelheid in mm/s.

22110232.M01a

pagina 3 van 4

www.noormanadvies.nl

Meetresultaten De trillingsniveaus zijn vastgelegd als snelheidsniveaus in mm/s. De vastgestelde passageduur bedraagt ten hoogste 7 seconden per treinstel en valt daarmee binnen de tijdstap van 30 s als beschreven in de SBR-B richtlijn. Een overzicht van het per passage en tijdstap van 30 seconden ten hoogste gemeten trillingsniveau Veff,max,30,i is per meetlocatie gegeven in bijlage 1. In de bijlage is aanvullend een overzicht gegeven van de vastgestelde trillingssterkte over de beoordelingsperiode Vper. Uitgevoerd is een indicatief onderzoek. Desalniettemin zijn alle treintypes die op het spoor voorkomen gemeten, bij een representatieve rijsnelheid. Een langere meetperiode leidt naar verwachting niet tot andere uitkomsten/conclusies. Het onderzoek geeft een voldoende representatief beeld van de optredende trillingsniveaus. E.e.a. stemt overeen met hetgeen hieromtrent in paragraaf 8.4.3 van de meet- en beoordelingsrichtlijn is aangegeven: “Bij trillingsmetingen aan treinverkeer kan twee uur meten voldoende zijn om alle voorkomende personentreinen met verschillende snelheden te meten”. Volledigheidshalve zijn de meetresultaten ook statistisch verwerkt conform de aanwijzingen als gegeven in paragraaf 9.6 en 9.7 van de meet- en beoordelingsrichtlijn. Een overzicht is gegeven in bijlage 2.

Conclusie De middels trillingsmetingen vastgestelde Vmax, voor de bodem voldoet (afgerond op 1 decimaal) aan de onderste streefwaarde A1 = 0,1. De vastgestelde trillingssterkte over de beoordelingsperiode Vper voldoet (ruimschoots) aan de geldende streefwaarde A3 = 0,05. Bij de overdracht van trillingen van de bodem naar de fundering van een woning treedt in het algemeen een verdere verzwakking op van de trillingssterkte. Op grond van de meetresultaten is trillingshinder niet te verwachten.

Noorman Bouw- en milieu-advies

22110232.M01a

pagina 4 van 4

www.noormanadvies.nl

Bijlagen

22110232 Bijlage 1

datum en tijd

tijdsduur passsage

aantal (n) perioden

groter dan 30 s?

van 30 sec

richting Groningen

3-06-21 11:09:37

nee

1

3-06-21 11:21:21

nee

1

3-06-21 11:39:25

nee

1

3-06-21 11:52:09

nee

1

Leeuwarden

x

Veff,max,30,i gecorrigeerd*

meetrichting

meetrichting

verticaal

loodrecht

parallel

verticaal

loodrecht

parallel

0,046

0,074

0,066

0,000

0,000

0,000

0,041

0,072

0,068

0,000

0,000

0,000

0,039

0,055

0,071

0,000

0,000

0,000

x

0,104

0,079

0,085

0,104

0,000

0,000

0,096

0,074

0,066

0,000

0,000

0,000

x

0,047

0,047

0,052

0,000

0,000

0,000

0,035

0,117

0,044

0,000

0,117

0,000

x

0,026

0,057

0,064

0,000

0,000

0,000

x

0,019 Vper,meet:

0,070

0,042

0,000 0,035

0,000 0,039

0,000 0,000

gemeten aantal treinpassages:

9

tijdsduur beoordelingsperiode

T0 [s]

meetduur per passage [s]

30

dagperiode (07.00 - 19.00 uur):

43.200

avondperiode (19.00 - 23.00 uur):

14.400

nachtperiode (23.00 - 07.00 uur):

28.800

3-06-21 12:10:35

nee

1

3-06-21 12:19:50

nee

1

3-06-21 12:39:39

nee

1

3-06-21 12:51:17

nee

1

3-06-21 13:09:45 nee * als Veff,max,30,i ≤ 0,1 dan geldt: Veff,max,30,i = 0

1

x

Veff,max,30,i

x x x

aantal treinpassages bij huidige dienstregeling

P

dagperiode (07.00 - 19.00 uur): avondperiode (19.00 - 23.00 uur):

96 25

nachtperiode (23.00 - 07.00 uur):

15

tijdsduur trillingsbron

Tb [s]

dagperiode (07.00 - 19.00 uur):

2.880

avondperiode (19.00 - 23.00 uur):

750

nachtperiode (23.00 - 07.00 uur):

450

periode

Vper verticaal

loodrecht

parallel

dagperiode (07.00 - 19.00 uur):

0,01

0,01

0,00

avondperiode (19.00 - 23.00 uur): nachtperiode (23.00 - 07.00 uur):

0,01 0,00

0,01 0,00

0,00 0,00

22110232 Bijlage 2

Statistische verwerking

verticaal

Veff,max,30,i

Veff,max,30,i minimaal 50% Veff,max

(Veff,max,30,i - μ)2 / (n - 1)

meetrichting

meetrichting

meetrichting

loodrecht

parallel

verticaal

loodrecht

verticaal

parallel

loodrecht

parallel

0,046

0,074

0,066

-

0,074

0,066

-

0,00001

0,00000

0,041

0,072

0,068

-

0,072

0,068

-

0,00002

0,00000

0,039

0,055

0,071

-

-

0,071

-

-

0,00001

0,104

0,079

0,085

0,104

0,079

0,085

0,00002

0,00000

0,00006

0,096

0,074

0,066

0,096

0,074

0,066

0,00002

0,00001

0,00000

0,047

0,047

0,052

-

-

0,052

-

-

0,00002

0,035

0,117

0,044

-

0,117

0,044

-

0,00026

0,00006

0,057

0,064

-

-

0,064

-

-

0,00000

0,070 0,042 Veff,max (per meetrichting)

-

0,070 μ per meetrichting

-

-

0,00002 n per meetrichting

-

0,100

0,081 β per meetrichting

0,065

2

6 σ per meetrichting

8

2,92

2,02

1,89

0,0057

0,0179

0,0123

0,026 0,019 0,104

0,117

0,085

Veff,max,stat per meetrichting verticaal

loodrecht

parallel

0,12

0,13

0,09

maximale trillingssterkte Vmax: 0,13

Regels

65/90

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Zwagerbosch - Boskwei 13 met identificatienummer NL.IMRO.1970.BpZbBoskwei13-VA01 van de gemeente Noardeast-Fryslân; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen; 1.3 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: een dienstverlenend beroep of bedrijf dat in of bij een woning en/of daarbij behorende ondergeschikte bebouwing wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroeps- of bedrijfsuitoefening ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 bebouwing: één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken; 1.7 bebouwingsbeeld: de visuele waarden van het totaal aan bebouwing en de bebouwing in het landschap; 1.8

bêd en brochje:

logiesruimte in de vorm van een kleinschalige recreatief verblijf met een kortstondig karakter en ondergeschikt aan de woonfunctie; 1.9 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.10 bestaand: het gebruik dat en/of de bebouwing die ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan legaal plaatsvindt, respectievelijk aanwezig is, dan wel bebouwing die kan worden gebouwd krachtens een verleende bouw- en/of omgevingsvergunning;

66/90

1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.14 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.17

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken, zijn toegelaten; 1.18 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19 daghoreca: een bedrijf, in hoofdzaak gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen spijzen en/of dranken; 1.20 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21 erf: een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.22 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

67/90

1.23 gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.24 hoofdgebouw: een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.25 huishouden: een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree; 1.26 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Niet als kampeermiddelen worden beschouwd: vaartuigen, woonwagens in de zin van de Woningwet, tenten in gebruik voor het houden van bijeenkomsten, tentoonstellingen of voorstellingen, en voertuigen in gebruik als directiekeet; 1.27 ondergeschikte bebouwing: hieronder wordt de volgende bebouwing verstaan: ondergeschikte gebouwen of delen van gebouwen; een bouwwerk van 1 bouwlaag dat dient ter overkapping en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omsloten; 1.28 ondergeschikte gebouwen of delen van gebouwen: hieronder wordt de volgende bebouwing verstaan: a.

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte dan wel als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; b. een op zichzelf staand gebouw, dat gelet op de bestemming en door zijn ligging en/of architectonische verschijningsvorm ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.29 overkapping: een bouwwerk van 1 bouwlaag dat dient ter overkapping en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omsloten; 1.30 paardenbak: buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, voorzien van een zandbed en al dan niet voorzien van een omheining; 1.31 peil: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

68/90

3. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.32 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.33 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een sekstheater, een seksautomatenhal, of een parenclub, of een daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.34 voorste bouwgrens: een naar de weg gekeerde bouwgrens; 1.35 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.36 woonhuis: een hoofdgebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat;

69/90

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

70/90

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. 3.2

tuinen; groenvoorzieningen; verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen; water. Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden: a. mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. mag geen ondergeschikte bebouwing worden gebouwd met uitzondering van: erkers tot een breedte van 50% van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw, met een maximale diepte van 1,5 m en een maximale bouwhoogte van niet meer dan 30 cm boven de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; bestaande ondergeschikte bebouwing. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 8 m; 2. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vóór (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 1 m, met dien verstande dat daarop een open gaasconstructie met een minimale maaswijdte van 10 cm is toegestaan, waarbij de gezamenlijke bouwhoogte van de terrein- en erfafscheiding en de gaasconstructie niet meer dan 2 m mag bedragen; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, vóór (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 1 m; 4.

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen, achter (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat daarop een open gaasconstructie met een minimale maaswijdte van 10 cm is toegestaan, waarbij de gezamenlijke bouwhoogte van de terrein- en erfafscheiding en de gaasconstructie niet meer dan 2,5 m mag bedragen; 5. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, achter (de lijn die in het verlengde kan worden getrokken van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, bedraagt niet meer dan

71/90

2 m. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, met het oog op het voorkomen van onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de bezonnings- en privacy-situatie. 3.4

Afwijken van de bouwregels

3.4.1 Ondergeschikte bebouwing, bouwwerken geen gebouwen zijnde Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.1en 3.2.2 ten behoeve van het bouwen van ondergeschikte bebouwing en bouwwerken geen gebouwen zijnde bij hoeksituaties, met dien verstande dat: 1. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 3 meter bedraagt, 2. de afstand tot aan (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw ten minste 3 meter bedraagt. 3.4.2 Toepasbaarheid De afwijkingsbevoegdheid ziet uitsluitend op hoeksituaties waarbij de toepassing niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de bezonnings- en privacy-situatie. 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; b. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen.

72/90

Artikel 4

Wonen - 1

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen al dan niet in combinatie met ruimte vooral dan niet in combinatie met een beroep/bedrijf aan huis, zoals genoemd in Bijlage 1 Lijst voor bedrijven en beroepen aan huis; b. de waterhuishouding; met daarbij behorende: c. gebouwen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. e. werken, geen bouwwerk zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen ten behoeve van wonen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat de voorgevel van het hoofdgebouw in de voorste bouwgrens dient te worden gebouwd en de maximale bouwdiepte 15 m bedraagt; b. het aantal woningen binnen het bouwvlak bedraagt niet meer dan één; c. de goothoogte respectievelijk bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6 m respectievelijk 9,5 m; d. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt ten minste 3 m. 4.2.2 Ondergeschikte bebouwing Voor het bouwen van ondergeschikte bebouwing ten behoeve van wonen gelden de volgende regels: a. ondergeschikte bebouwing wordt ten minste 3 m achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw gebouwd; b.

de goothoogte van ondergeschikte bebouwing bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan 30 cm boven de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw, voor zover aan dit hoofdgebouw wordt gebouwd; c. in afwijking van de goothoogte voor ondergeschikte bebouwing als bedoeld onder b, mag niet meer dan 30% van de totale gootlengte van ondergeschikte bebouwing met een hogere goothoogte worden gebouwd; d. de bouwhoogte van ondergeschikte bebouwing bedraagt niet meer dan 6 m; e. de gezamenlijke oppervlakte van ondergeschikte bebouwing bedraagt: f. voor percelen die niet groter zijn dan 1000 m2: niet meer dan 100 m2 per bouwperceel, met dien verstande dat niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd, dan wel ten minste de bestaande oppervlakte, indien deze meer is; g. voor percelen die groter zijn dan 1000 m2: niet meer dan 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, met een maximum van 150 m2 per bouwperceel, dan wel ten minste de bestaande oppervlakte, indien deze meer is. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

73/90

a. bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden ten minste 3 m achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het dichtst naar de weg gelegen hoofdgebouw gebouwd, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen en vlaggenmasten; b. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat daarop een open gaasconstructie met een minimale maaswijdte van 10 cm is toegestaan, waarbij de gezamenlijke bouwhoogte van de terrein- en erfafscheiding en de gaasconstructie niet meer dan 2,5 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 8 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 5,5 m. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, de dakhelling en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden, waaronder begrepen de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving. 4.4

Afwijken van de bouwregels

4.4.1 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in 4.2.1 sub a ten behoeve van het bouwen achter de voorste bouwgrens; b. het bepaalde in lid 4.2.2 sub b en lid 4.2.3 sub a ten behoeve van het bouwen van ondergeschikte bebouwing en bouwwerken geen gebouwen zijnde tot aan (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw. 4.4.2 Afwegingskader Een in 4.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het bebouwingsbeeld, waaronder begrepen de karakteristiek van de bebouwing; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden, waaronder begrepen de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving. 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande ondergeschikte gebouwen voor bewoning; b. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande onderschikte gebouwen voor een beroep/ bedrijf aan huis, met uitzondering van het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande onderschikte gebouwen voor een beroep/ bedrijf aan huis ten behoeve van opslag; c.

het gebruiken of laten gebruiken van bouwwerken voor niet-permanente bewoning;

74/90

d. het stallen of laten stallen van vlieg-, vaar- en voertuigen, anders dan ten behoeve van het woongenot; e. detailhandelsactiviteiten bij een beroep/bedrijf aan huis, anders dan direct voortvloeiend uit het beroepsof bedrijfsmatig gebruik. 4.5.2 Beroep/bedrijf aan huis De uitoefening van een beroep/bedrijf aan huis is uitsluitend toegestaan voor zover de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en geen ernstige hinder of afbreuk wordt gedaan aan het woonmilieu. Dit betekent dat: a. de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven; b. uitsluitend zeer beperkte reclame-uitingen zijn toegestaan; c. parkeren op eigen erf moet plaatsvinden, dan wel in parkeren kan worden voorzien in de nabije omgeving; d. geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeers- en/of publieksaantrekkende werking; e. bij het hebben van een webwinkel de levering van producten (inkoop en verkoop) niet thuis plaatsvindt, maar wordt verzorgd via post/koerier; f. een buitenopslag van goederen plaats mag vinden; g. de woonfunctie mag worden gecombineerd met een beroep/bedrijf aan huis, voor zover de oppervlakte hiervan niet meer dan 50% van de oppervlakte van het hoofdgebouw, vermeerderd met het oppervlak van aan het hoofdgebouw gebouwde ondergeschikte gebouwen bedraagt, met een maximum van 45 m2. 4.6

Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. 4.1 voor de vestiging van beroep/bedrijf aan huis die niet zijn genoemd in Bijlage 1 Lijst voor bedrijven en beroepen aan huis, mits deze beroepen/bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat gelijk kunnen worden gesteld met de beroepen/bedrijven die wel zijn genoemd; b. het bepaalde in lid 4.5.1 sub c voor het toestaan van bêd & brochje, met dien verstande dat wordt voldaan aan de in 4.5.2 gegeven criteria. 4.6.2 Afwegingskader Een in 4.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden.

75/90

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

76/90

Artikel 6

Algemene bouwregels

6.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwlagen zijn uitsluitend toegestaan onder gebouwen; b. ondergrondse bouwlagen zijn niet toegestaan onder stallen, waarbij mestputten niet als bouwlaag worden beschouwd. 6.2 Vlaggenmasten In afwijking van hetgeen de bouwregels toelaten mag een vlaggenmast worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 6 m. 6.3 Reclamemasten In afwijking van hetgeen de bouwregels toelaten mag geen reclamemast worden gebouwd met een bouwhoogte van meer dan 6 m.

77/90

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

7.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het zodanig inrichten van een erf dat op het erf onvoldoende parkeergelegenheid is; b. zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken; c. de bewoning van bedrijfsruimte(n), niet zijnde bedrijfswoningen; d. het (laten) gebruiken van gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voeren vaartuigen, voorwerpen, stoffen en materialen en daarmee gelijk te stellen voorwerpen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale ter plaatse toegestane bedrijfsvoering; e. het (laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. 7.2 Geen strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt niet verstaan: f. het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: 1. buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is; 2. hoogspanningsleidingen; g. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer; h. tenzij deze in het plan geregeld zijn; i. het aanleggen van landhoofden ten behoeve van bruggen.

78/90

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

8.1 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat deze afwijking niet geldt voor de vermelde oppervlaktematen; b. de bestemmingsregels ten behoeve van de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; c. de bestemmingsregels voor een aanpassing van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot niet meer dan 10 m; d. de bestemmingsregels het plan voor het overschrijden van de grenzen van een bouwvlak naar de buitenzijde door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken; 3. (hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,5 m wordt overschreden; e.

het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen; 8.2 Afwegingskader Een in 8.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van, voor zover van toepassing: a. het bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden, waaronder begrepen de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving.

79/90

Artikel 9

Overige regels

9.1 Voldoende parkeergelegenheid a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

80/90

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegde gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 10.1 sub a een omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1 sub a met maximaal 10%. c. Lid 10.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

81/90

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Zwagerbosch - Boskwei 13 van de gemeente Noardeast-Fryslân. Behorend bij het besluit van ...

82/90

83/90

84/90

Bijlagen regels

85/90

86/90

Bijlage 1

87/90

Lijst voor bedrijven en beroepen aan huis

B i j l a g e L i j s t

3 :

b e d r i j v e n

b e r o e p e n

a a n

e n

h u i s

LIJST VAN TOEGESTANE BEROEPEN EN BEDRIJVEN AAN HUIS

Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, enz. individuele praktijk dierenarts. Kledingmakerij: -

(maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf;

-

woningstoffeerderij.

Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: -

schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf.

Reparatiebedrijfjes, waaronder: -

schoen-/lederwarenreparatiebedrijf;

-

uurwerkreparatiebedrijf;

-

goud- en zilverwerkreparatiebedrijf;

-

reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen;

-

reparatie van muziekinstrumenten.

In ieder geval zijn autoreparatiebedrijven uitgezonderd. Advies- en ontwerpbureaus, waaronder individuele praktijk voor: -

reclame ontwerp;

-

grafisch ontwerp;

-

architect.

(Zakelijke) dienstverlening, waaronder individuele praktijk voor: -

notaris;

-

advocaat;

-

accountant;

-

assurantie-/verzekeringsbemiddeling;

-

exploitatie en handel in onroerende zaken.

Overige dienstverlening: -

kappersbedrijf;

-

schoonheidssalon:

-

pedicure.

Onderwijs: -

autorijschool;

-

onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium.

Verkoop van goederen via internet: het verkopen van goederen aan personen, waarbij goederen aan huis worden verkocht, maar uitsluitend via internet en waarbij de bezorging of levering voornamelijk via de post of pakketdienst plaatsvindt. Ambachtelijke bedrijvigheid en/of kunstnijverheid: het, geheel of overwegend door middel van handwerk, vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen, waarbij: 1.

het productieproces wordt grotendeels met de hand of althans niet in hoofdzaak gemechaniseerd, geautomatiseerd of met behulp van werktuigen die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskrachten worden aangedreven, uitgevoerd, of:

2.

voor zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=c88b06c1-1abd-4142-850b-57e3ad837608