CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 - Welstandsnota Noardeast Fryslan 2022

It Beslút 1 december 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen gerepareerde welstandsnota en beeldkwaliteitsplan uitbreiding bedrijventerrein Betterwird25.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

b.

Reclame Het in het openbaar aanprijzen van of aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten of namen met het kennelijke doel een commercieel/ideëel belang te dienen. Banieren Stuk doek of ander flexibel materiaal waarop een reclame boodschap staat. Het banier is aan de bovenzijde en onderzijde aan een horizontaal bevestigingsstuk vastgemaakt. Dit in tegenstelling tot een vlag, die aan zijn zijkant aan een stok is vastgemaakt.

c.

Gevelreclame De reclame op of aan een gebouw. Hieronder wordt zowel de drager als de uiting begrepen. Hieronder vallen onder andere gevelborden, losse belettering aan de gevel aangebracht en doeken in frames aan de gevel.

d.

Dakreclame Verlichte of onverlichte voorwerpen, aangebracht in goten of op daken van bouwwerken; hiertoe worden ook gerekend beschilderingen van dakvlakken of daarmee vergelijkbare reclamevormen.

e.

f.

g.

Vrijstaande reclame De reclame die niet bevestigd is aan het gebouw/bedrijfspand, vrijstaat in de ruimte, veelal een eigen constructie heeft en een permanente plek. Voorbeelden: reclamebord, reclamezuil of een pylon. Reclamezuil Elk rechtopstaand (draag)lichaam met een aanmerkelijk grotere lengte dan breedte dat in bouwkundige zin dienst doet als draaglichaam voor reclame-uitingen. Lichtreclame De reclame voorzien van een kunstlichtbron.

h.

Aangelichte reclame De reclame aangelicht door een kunstlichtbron, anders dan openbare verlichting.

i.

Raamreclame Reclame welke op een raam is aangebracht, bijvoorbeeld stickers of plakletters.

j.

Volant Een strook onderaan de voorzijde van een zonnescherm of markies, vaak in hetzelfde patroon als het zonnescherm zelf.

k.

Gevel Gevel wordt in deze welstandscriteria gezien als “aanzicht”. Elk gebouw heeft in totaal 4 – haaks op elkaar staande – aanzichten (de naar de ontsluitingsweg gekeerde zijde, de hier haaks op staande zijden en een achterzijde).

l.

Voorerf Het erf voor de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan. De uitstallingenstrook voor de winkels in de binnenstad van Dokkum is geen voorerf.

m.

Voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw. Indien een perceel met meer dan één zijde grenst aan een weg, gaat het om de gevel die is gericht naar de ontsluitingsweg. In deze gevel bevindt zich vaak de hoofdingang.

n.

Voorgevellijn De lijn die evenwijdig aan/door de voorgevel loopt tot aan de perceelsgrens.

o.

Pand/bedrijfspand Het hoofdgebouw van het bedrijf.

67

68

Een dergelijke vrijstaande reclame-uiting is niet de bedoeling in het buitengebied, hoewel deze reclame-uiting op een andere plek erg fraai kan zijn.

Voor het reclamebord op deze foto is, vanwege de kleine afmeting, geen vergunning nodig. Deze vrijstaande reclameuitingen hebben geen enkele relatie met het weiland waarin ze staan. Om te voorkomen dat NoardeastFryslân

verrommelt,

zijn

dergelijke reclame-uitingen niet toegestaan.

Dergelijke grote en opvallende reclame/verwijsborden heeft in een open buitengebied een enorme impact. Een afweging die voor het reclamebeleid gemaakt is, is die van de ruimte-

Een doelstelling van het reclamebeleid is het

lijke kwaliteit voor iedereen versus het indivi-

vergroten van de toeristisch-recreatieve aan-

duele belang van een ondernemer. Gezocht is naar criteria waar iedereen zich in kan vinden.

trekkingskracht van (bedrijven in) het buitengebied. Een vrijstaand reclamebord of een vergelijkbare vorm van reclame tot een oppervlakte van 1 m² is vergunningvrij! Zie voor de precieze regels ten aanzien van vergunningvrije reclame artikel 4.7.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening. Dit artikel is ook als bijlage bij deze beleidsregels gevoegd.

Een voorbeeld van gevelreclame, waarbij het logo en de naam de reclame/uiting vormen. Het ziet er netjes uit, maar het zou nog mooier zijn geweest als de reclame meer rekening met de gevel zou houden: nu is de naam nét kleiner dan de breedte van de ramen en de "t" van "Droppert" staat nét niet in lijn met het rechter kozijn.

69

R1.

RECLAMECRITERIA BUITENGEBIED

Gebied en categorie-indeling Deze welstandscriteria gelden voor reclame-uitingen in het buitengebied. Het gaat dan om het gebied buiten Dokkum en de dorpen in de gemeente Noardeast-Fryslân, zoals is aangegeven op de plankaarten van de bestemmingsplannen Dokkum Binnenstêd, Bûten de bolwurken en Doarpen.

4. 5.

In de criteria wordt een onderscheid gemaakt tussen drie verschillende categorieën: Categorie 1: horeca, cultuur & ontspanning, bedrijf, verblijfsrecreatie, manege, vogelopvang. Categorie 2: agrarisch bedrijf, bedrijf-agrarisch aanverwant, bedrijf-agrarisch loonbedrijf. Categorie 3: sportvelden.

7.

Als een bedrijf een tweede bedrijfstak heeft (dus op één adres twee bedrijven) die onder een andere categorie valt, kan de ondernemer kiezen voor de andere categorie. Er kan dan worden gekozen voor de reclamemogelijkheden van categorie 1 óf 2, niet van 1 én 2.

6.

8.

9.

10.

11. Daarnaast geldt dat als de ondernemer kiest voor categorie 1, het de bedoeling is dat hij/zij niet alle reclamemogelijkheden benut voor de bedrijfstak die onder categorie 2 valt. Bijvoorbeeld bij een agrarisch bedrijf met camping geldt dus dat de reclamemogelijkheden van categorie 1 kunnen worden gebruikt. Deze mogen dan niet alleen worden gebruikt voor reclame ten behoeve van de agrarische functie. Artikel 1 Algemene criteria 1. In het buitengebied dient reclame terughoudend te worden toegepast. 2. Reclames die bedoeld zijn om van veraf te worden opgemerkt worden als onaanvaardbaar gezien. 3. Kleine en subtiel vormgegeven reclame-uitingen hebben de voorkeur.

70

12.

13.

Reclame wordt bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw meegenomen. Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en de architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans. Reclame past in de omgeving, bij de bedrijfsomvang en bij het gebouw. Hierbij wordt gekeken naar plaatsing, afmetingen, vormgeving, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering van het gebouw én de reclame. Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten die ter plekke worden uitgeoefend. Reclame-uitingen op en bij een bedrijf/ organisatie worden op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest en als een bedrijf in meerdere aaneengesloten panden is gevestigd. Reclame is weerbestendig en wordt deugdelijk onderhouden (bijvoorbeeld: kapotte vlaggen worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde reclameborden). Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan. Reclame is geen belemmering voor de verkeersdeelnemers en heeft geen nadelige invloed op de verkeersveiligheid. Lichtreclame is in het buitengebied niet toegestaan. Aangelichte reclame is alleen toegestaan bij categorie 1-bedrijven en mag branden van 7:00 uur tot 22:00 uur.

Belangrijk is dat de lampen goed gericht worden op de reclame-uiting en daarmee niet veel verstoring geven in de omgeving. Als er een reclame-uiting aangevraagd wordt die anders is dan de in deze beleidsregels onderscheiden types, dan wordt in eerste instantie gekeken met welk type de reclame-uiting vergelijkbaar is. De criteria waarmee de reclame-uiting vergelijkbaar is, zullen dan voor deze reclame-uiting gelden. Als de reclame-uiting niet vergelijkbaar is met één van de onderscheiden types, dan gelden deze algemene criteria. Op basis van deze algemene criteria zal dan de beoordeling plaatsvinden.

Ook boerenbedrijven gaan de laatste jaren steeds vaker reclame voeren. Dit is een voorbeeld van losse Vrijstaande reclame is in het algemeen meer opvallend dan reclame aan de gevel. Zeker op het moment dat er gekozen is voor dergelijk opvallend kleurgebruik.

belettering, in goede verhouding tot de gevel en toch duidelijk en herkenbaar.

Campings en bedrijven uit de toeristisch/recreatieve sector zijn eerder geneigd om meerdere en/ of meer opvallende reclames te gebruiken omdat zij meer publiek (willen) trekken dan bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf.

Met de opkomst van meer en meer luchtverkeer en media als Google-earth hebben reclame mogelijkheden een nieuwe dimensie erbij gekregen: steeds meer bedrijven presenteren zich in de richting van

Een voorbeeld van waarom we in Noardeast-Fryslân reclamebeleid opstellen en hierop handhaven.

de hemel. Hemelgerichte reclame is, zolang het niet om een bouwwerk gaat, niet vergunningplichtig, omdat het niet zichtbaar is vanaf de weg.

Reclameschapen! ...origineel, maar wel vergunningplichtig.

71

Artikel 2 Gevelreclame 1. Per bedrijf/organisatie, zoals genoemd in categorie 1 tot en met 3, is één gevelreclame op het bedrijfsgedeelte of – indien geen sprake is van een bedrijf – hoofdgebouw toegestaan. 2. Reclame bevestigd aan de gevel staat in verhouding tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de architectuur van het gebouw past. 3. Reclame wordt binnen het gevelvlak aangebracht. Als gevelrand wordt aangemerkt de zijdelingse begrenzing van de gevel en de dakrand. Dakreclame is dus niet toegestaan. 4. De voorkeur gaat uit naar losse belettering. 5. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame. Artikel 3 Vlaggen (ten behoeve van reclame) 1. In het buitengebied is alleen bij categorie 1-bedrijven één vlaggenmast toegestaan. 2. De vlaggenmast staat op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens. 3. Er kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 3, lid 2 en 3 als de plaatsing en de vlaggenmast passen bij de architectuur van de voorgevel, de inrichting van het terrein en de omgeving. 4. De hoogte van een vlaggenmast wordt gerelateerd aan het gebouw en de omgeving. De hoogte van de vlaggenmast is maximaal 8 meter. 5. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vlaggen. Artikel 4 Vrijstaande reclame 1.

Bij bedrijven of organisaties uit categorie 1 of 2 is één vrijstaande reclameuiting toegestaan. Vlaggenmasten worden hierbij niet meegerekend. Een tweede vrijstaande reclame-uiting is in sommige gevallen wel toegestaan. Dit kan als het perceel aan twee zijden aan een weg grenst en dit past in de omgeving.

2. 3.

4. 5.

6.

Vrijstaande reclame-uitingen staan op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens. De afmetingen van de vrijstaande reclame-uiting worden afgestemd op het gebouw en de omgeving. De vrijstaande reclame-uiting heeft een maximum hoogte van 2 meter. De vrijstaande reclame is aan beide zijden voorzien van reclame of aan de achterzijde netjes afgewerkt. Voor sportvelden geldt dat er rondom het sportveld platte reclameborden zijn toegestaan met een maximale hoogte van 1 meter, die aan de achterzijde netjes zijn afgewerkt. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrijstaande reclame.

Artikel 5 Verwijsborden Op verzoek kan de gemeente besluiten verwijsborden op gemeentegrond te plaatsen ten behoeve van de vindbaarheid van categorie 1-bedrijven. Hierbij wordt wat plaatsing, vormgeving en dergelijke betreft, aangesloten bij de richtlijnen die zijn opgenomen in de CROW-publicatie 262: Richtlijn toeristische bewegwijzering – toeristisch-recreatieve objecten en toeristische routes. Individuele reclameborden/verwijsborden zijn op gemeentegrond en op grond van anderen dus niet toegestaan. Artikel 6 Overgangsbepaling 1. Nieuwe reclame moet aan deze welstandscriteria voldoen. 2. Reclame die bij het van kracht worden van deze welstandscriteria (3 november 2010) aanwezig is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Wabo, Woningwet en/of de APV, mag blijven bestaan. 3. Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal dan worden getoetst aan deze welstandscriteria. Dit geldt ook voor nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.

72

Mooi, mooier, mooist: goede voorbeelden van reclame-uitingen.

Ingetogen kleurstellingen, zorgen voor een net en herkenbaar beeld. De architectuur van het pand wordt gerespecteerd. Dit pand is erg fraai, omdat de oorspronkelijke gevel nog grotendeels intact is. De reclame-uiting van losse belettering draagt bij aan de fraai-

Een klassiek uithangbord past goed bij het gevelbeeld.

heid van de gevel en maakt goed duidelijk wat voor winkel zich in het pand bevindt.

Ook hier is de oorspronkelijke gevel intact. De reclame-uiting 1622 is behoor-

Alleen re-

lijk groot, maar past goed in het

clame op het raam maakt ook goed dui-

gevelbeeld van-

delijk wat zich in het

wege de relatief korte tekst, de

pand be-

locatie van de

vindt. Het pand zorgt

reclame, de losse belettering

voor de sfeer

en de kleurstelling.

en de presentatie. Tijdens openingsuren kan een los reclamebord op de eigen (bij het winkelpand behorende) uitstalstrook worden geplaatst.

73

R2.

RECLAMECRITERIA BESCHERMD E STADS- EN DORPSGEZICHTEN

Gebied

9.

Reclame is weerbestendig en wordt deugdelijk onderhouden (bijvoorbeeld:

Deze welstandscriteria gelden voor reclame-uitingen op locaties met de bestem-

kapotte vlaggen worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde re-

ming bedrijven, detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijk, ontspan-

clameborden).

ning en vermaak en centrumfunctie (met uitzondering van de woonfunctie) in het

10.

Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, licht-

beschermd stadsgezicht van Dokkum en de beschermde dorpsgezichten van Hol-

reclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprik-

werd, Ee, Metslawier en Paesens-Moddergat.

kabels zijn niet toegestaan. 11.

Artikel 1

Algemene regels

1.

Reclame wordt bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw meegenomen.

2.

Reclames moeten optimaal worden afgestemd op het stads- of dorpsbeeld

3.

4.

5.

nadelige invloed op de verkeersveiligheid. 12.

uur tot 22.00 uur. 13.

De voorkeur gaat uit naar energiezuinige verlichting.

Zijn in de historische architectuur reeds specifieke reclamemogelijkheden

14.

Bij nieuwbouw en verbouw van bestaande panden dienen de elektrische lei-

aanwezig (zoals koofborden en reclamevelden), dan is dat de aangewezen

dingen ten behoeve van de reclame of aanlichting van reclame onzichtbaar

plaats voor reclames.

te worden aangebracht.

De gevel dient zoveel mogelijk zijn oorspronkelijke staat te behouden. Dit houdt in dat het niet de bedoeling is om bijvoorbeeld geveldelen in kleuren

Artikel 2

te schilderen die ten dienste zijn van de reclame. Met gevel worden ook de

1.

Reclame bevestigd aan de gevel staat in verhouding tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de

Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en de architec-

architectuur van het gebouw past. De reclame is ondergeschikt in het gevelbeeld. 2.

Per pand mogen maximaal 2 reclame-uitingen op de gevel worden aange-

Reclame past in de omgeving en bij het gebouw. Hierbij wordt gekeken naar

bracht. Bij samengevoegde panden mag 1 reclame-uiting per pand worden

plaatsing, afmetingen, vormgeving, kleurstelling, materiaalgebruik en de-

aangebracht, waarbij het totale aantal mag worden vermeerderd met 1.

taillering van het gebouw én de reclame.

8.

3.

Bij het plaatsen van een reclame-uiting blijft de gevel goed zichtbaar. Dit

Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf/de

kan door gebruik te maken van bijvoorbeeld losse belettering aan de gevel

organisatie en de (bedrijfs)activiteiten die ter plekke worden uitgeoefend.

of losse belettering op het raam.

Reclame-uitingen op en bij een bedrijf/organisatie worden op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw

4.

Reclame in de volgende vormen is in ieder geval niet toegestaan:

-

zijn gehuisvest en als een bedrijf in meerdere aaneengesloten panden is gevestigd.

74

Gevelreclame

elementen in de gevel bedoeld, zoals kozijnen, ornamenten, etc.

lans.

7.

Lichtreclame en verlichting van aangelichte reclame mag branden van 07.00

en de architectuur van de individuele panden.

tuur van het betreffende gebouw. Het totaal aan reclame-uitingen is in ba6.

Reclame is geen belemmering voor de verkeersdeelnemers en heeft geen

Reclame in de vorm van platte borden/bakken/dozen parallel aan de gevel.

-

Doeken, bijvoorbeeld in een frame. Dakreclame.

Ook de gemeente moet voldoen aan de welstandscriteria voor relame!

Grote winkelketens kunnen passende reclame voeren.

Ten behoeve van de verkeersveiligheid is het uithangbord hoger aangebracht. In de gevel van bovenstaande gebouwen (Café Veldzicht in Metslawier en het pand op de hoek van de Foarstrjitte en Bosma’splein in Holwerd) zijn reeds specifieke reclamemogelijkheden aanwezig (reclamevelden). Deze voorbeelden van historische gevelreclames zijn tegenwoordig erg zeldzaam. Als een dergelijk reclameveld aanwezig is, dan is dat de aangewezen plaats voor een reclame-uiting.

Platte dozen, bakken en borden die parallel aan de gevel zijn bevestigd, niet toegestaan. Vrijstaande reclame is ook niet toegestaan

75

Reclame wordt onder de ramen van de eerste verdieping aangebracht. Op deze

a.

regel gelden twee uitzonderingen:

1. 2.

de tekst is geschilderd (geen plakletters); het lettertype en de lettergrootte passen binnen het cultuurhistori-

een uitzondering kan worden gemaakt als reclame onder de ramen op de

sche karakter van het fries, het pand en de omgeving (zie bijgaande

eerste verdieping leidt tot een verkeersonveilige situatie;

afbeelding);

reclame op het fries onder de goot onder de volgende voorwaarden wordt toegestaan:

5.

Voor uithangborden en uitstekende reclamebakken gelden de volgende regels:

-

De oppervlakte bedraagt maximaal 0,64 m². De langste zijde is maximaal 80 cm. De dikte is maximaal 20 cm. Het aansluitstuk tussen gevel en reclame-uiting heeft een maximale lengte van 20 cm.

6.

De reclame inclusief aansluitstuk steekt maximaal 1 meter uit de gevel.

Voor banieren gelden de volgende regels:

-

Banieren zijn alleen toegestaan als er geen overige gevelreclame wordt aangebracht.

-

Het aantal banieren is maximaal 2. Een banier mag maximaal 40 cm uit de gevel steken (inclusief bevestigingsmateriaal).

-

De bevestigingsmiddelen van een banier moeten passen bij het gebouw en de omgeving.

7.

Voor vlaggen aan de gevel gelden de volgende regels:

-

Indien er banieren op een pand zijn aangebracht, zijn vlaggen niet toegestaan.

-

Per 5 meter gevelbreedte is 1 vlag toegestaan. De maximale toegestane oppervlakte per vlag is maximaal 70 x 100 cm. De vlag mag niet boven de eerste verdieping uitsteken. Vlaggen moeten uiterlijk een half uur na winkelsluiting zijn binnengehaald.

8.

De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame.

76

Artikel 3 1. 2.

Raamreclame

Daarnaast wegen de volgende aspecten mee: het project is ten behoeve van

Raamreclame staat in verhouding tot het raam en de gevel waarop ze wordt

het algemeen belang van het beschermde stads- of dorpsgezicht en/of is

aangebracht. De reclame tast de architectuur van het gebouw niet aan.

van tijdelijke aard (enkele maanden).

Reclamevoering door middel van blindering van ramen is in principe niet

3.

toegestaan. Van deze regel kan afgeweken worden als het gaat om een

De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing bij raam reclame.

maatwerkoplossing en er wordt voldaan de volgende criteria:

-

De blindering zorgt niet voor een gesloten straatbeeld (het aantal ge-

Artikel 4

blindeerde ramen en/of de geblindeerde oppervlakte is beperkt).

1.

clame toegestaan op het onderste element van de markies, direct boven de

De vormgeving en uitvoering van de blindering hebben een hoge kwali-

volant.

teit en verstoren het omgevingsbeeld niet.

-

Het project levert een positieve bijdrage aan de beleving van het beschermde stads- of dorpsgezicht.

-

Zonwering

Reclame op zonweringen is toegestaan op de volant. Op markiezen is re-

2.

De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op zonwering.

De reclame-uiting is ten behoeve van bedrijven in het beschermd stadsop dorpsgezicht.

77

Markies

Volant

1. 2.

78

Een voorbeeld van raamreclame: plakletters op het raam. Kies wel voor één lettertype, één kleur en één type plakletters. Anders kan een rommelig beeld ontstaan. Reclame op de markies is toegestaan op de strook boven de volant. De volant is de onderste strook van de markies. Vaak is deze golvend beeindigd.

Afbeelding voorerf. Het voorerf is het erf dat vóór de naar de weg gekeerde gevel van een woning of gebouw ligt. Een uitstalstrook zoals in de binnenstad van Dokkum veel voorkomt, is geen voorerf.

Artikel 5

1. 2.

Vrijstaande reclame

2.

staande reclame.

Vrijstaande reclame is in beginsel niet toegestaan. Als er een voorerf aanwezig is, is het toegestaan om maximaal 1 vrijstaande reclame-uiting te plaatsen. Deze reclame-uiting moet voldoen aan de vol-

Artikel 6

gende voorwaarden:

1.

Nieuwe reclame moet aan deze welstandscriteria voldoen.

-

2.

Reclame die bij het van kracht worden van deze welstandscriteria aanwezig

-

Vrijstaande reclame-uitingen staan op een afstand van minstens

is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Woningwet,

De afmetingen van de vrijstaande reclame-uiting worden afgestemd op

de APV en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, mag blijven be-

maximum hoogte van 1,5 meter.

-

Overgangsbepaling

2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens.

staan.

het gebouw en de omgeving. De vrijstaande reclame-uiting heeft een

1.

De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrij-

3.

Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet

De vrijstaande reclame is aan beide zijden voorzien van reclame of aan

een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal

de achterzijde in donkere kleur uitgevoerd en netjes afgewerkt.

dan worden getoetst aan deze welstandscriteria. Dit geldt ook voor nieuwe

Vlaggenmasten en beachvlaggen zijn niet toegestaan.

reclame ter vervanging van bestaande reclame.

79

Een bescheiden vrijstaande re-

Voor deze reclame-uitingen is een

clame-uiting.

nu de achtergrond vormt van de reclame-uiting. Ook zijn ze overhoeks

groot “leeg” gevelvlak gezocht die

op elkaar afgestemd: ze zitten op dezelfde hoogte. Daarnaast zijn ze uitgelijnd op het bovenkozijn van de naastliggende overheaddeur.

De lichtreclames zijn groot en opvallend. Doordat ze gelijkvormig zijn, er maar 1 type reGevelreclame verfraait de gevel.

clame-uiting wordt gebruikt en doordat ze afgestemd zijn op de maatvoering van het gebouw, is de reclame-

Voorbeeld dakreclame. De voorzijde ziet er verzorgd uit, maar vanaf de andere kant is de reclame ook zichtbaar. De tekst staat dan in spiegelbeeld en vaak is de achterkant niet fraai.

voering acceptabel. Voorgevellijn: De lijn die door de voorgevel loopt tot aan de perceelsgrens.

Perceelsgrens

voorgevellijn

Perceel

bedrijf

4m

plaatsingsvlak

Weg Voorbeeld van hoe reclame-uitingen in het ontwerp van het gebouw zijn meegenomen. De reclame-uitingen zijn qua vorm, kleur, plaatsing en maatvoering op elkaar afgestemd

80

Hoeksituaties kennen 2 voorgevellijnen.

R3.

RECLAMECRITERIA BEDRIJVENTERREINEN EN BEDRIJVEN

Gebiedsindeling Voor de beoordeling van reclame worden gebieden onderscheiden. Deze staan nader aangegeven op de kaarten van bijlage 1. Er wordt onderscheid gemaakt in: bedrijventerreinen; woon-werklocaties. De welstandscriteria van de beide gebieden (bedrijventerreinen en woon-werk-locaties) zijn in principe hetzelfde. Voor de woon-werklocaties zijn enkele aanvullende voorschriften van toepassing. De welstandscriteria voor de woon-werklocaties gelden ook voor bedrijven die niet op een bedrijventerrein zijn gevestigd, maar in het bestemmingsplan wel zijn bestemd als bedrijven, detailhandel of dienstverlening. Ook gelden de welstandscriteria voor bedrijven die zijn gerealiseerd door middel van ontheffing van het bestemmingsplan. Deze welstandscriteria gelden niet voor bedrijven in een beschermd dorps- of stadsgezicht en bedrijven in het buitengebied en in het economisch gebied zuiderpoort. Artikel 1 Algemene regels 1. Reclame wordt bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw meegenomen. 2. Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans. 3. Reclame past in de omgeving en bij het gebouw. Hierbij wordt gekeken naar plaatsing, afmetingen, vormgeving, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering. 4.

Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten die ter plekke worden uitgeoefend. 5. Reclame-uitingen op en bij een bedrijf worden op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest.

6.

7.

8. 9. 10.

11. 12.

Reclame is weerbestendig en wordt deugdelijk onderhouden (bijvoorbeeld: kapotte vlaggen worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde reclameborden). Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan. Bewegende reclame en lichtcouranten kunnen in bijzondere gevallen worden toegestaan. Deze moeten passen bij de bedrijfsactiviteiten en de omgeving. Reclame is geen belemmering voor de verkeersdeelnemers en heeft geen nadelige invloed op de verkeersveiligheid. Lichtreclame en verlichting van aangelichte reclame mag branden van 07.00 uur tot 22.00 uur. Voor de gevels die grenzen aan de randen van bedrijventerreinen geldt dat de luminescentie van lichtreclame en aangelichte reclame wordt beperkt. De lichtuitstraling mag niet als onevenredig storend worden aangemerkt. De voorkeur gaat uit naar energiezuinige verlichting. Zonwering met reclame-uitingen zijn op de bedrijventerreinen en woonwerklocaties niet toegestaan.

Artikel 2 Gevelreclame 1. Reclame bevestigd aan de gevel staat in verhouding tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de architectuur van het gebouw past. 2. Reclame wordt bij voorkeur binnen het gevelvlak aangebracht. Als gevelrand wordt aangemerkt de zijdelingse begrenzing van de gevel en de dakrand. Dakreclame is toegestaan als: - het past in de omgeving en in verhouding staat tot de grootte en architectuur van het pand; - de achterkant van de dakreclame vanaf het openbaar gebied niet zichtbaar is of de achterkant zodanig is vormgegeven dat het geen verstorend beeld oplevert voor de omgeving en de gebouwarchitectuur. Dit betekent dat de draagconstructie van de reclame niet zichtbaar is;

81

-

de dakreclame niet bestaat uit lichtreclame. Aangelichte reclame kan wel; - de dakreclame wordt aangebracht op platte daken. 3. De voorkeur gaat uit naar losse belettering. Dit omdat de gevel op deze wijze het meest herkenbaar blijft. Hierdoor is het beter mogelijk om de reclame te integreren in de architectuur van het gebouw. 4. Afhankelijk van de grootte van de gevels en de reclame-uiting kan er meer dan 1 gevelreclame op de gevels worden toegestaan. Áls gekozen wordt voor meerdere reclame-uitingen aan de gevel, dan gaat de voorkeur uit naar maximaal 2 gevelreclame-uitingen op de voorgevel en 1 op de overige gevels. 5. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame. Artikel 3 Vlaggen 1. Er zijn maximaal 3 losstaande vlaggenmasten per bedrijf toegestaan. 2. Vlaggenmasten staan op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens. 3. Vlaggenmasten worden maximaal 4 meter achter de voorgevellijn van het bedrijfspand geplaatst. 4. Indien er gekozen wordt voor meerdere vlaggenmasten, dan: worden deze gegroepeerd; zijn de vlaggenmasten en de vorm van de vlaggen per bedrijf uniform. 5. Er kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 5, lid 1, 2, 3 en 4 als de plaatsing en de vlaggenmasten passen bij de architectuur van de voorgevel, de inrichting van het terrein en de omgeving. 6.

De hoogte van een vlaggenmast wordt gerelateerd aan het gebouw en de omgeving. De hoogte van de vlaggenmast is maximaal 9 meter. 7. Vlaggen en vlaggenmasten worden niet geplaatst voor gevels die grenzen aan de randen van een bedrijventerrein, tenzij de entree aan de rand van het bedrijventerrein is gelegen. 8. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vlaggen.

82

Artikel 4 Vrijstaande reclame 1. Per bedrijf is één vrijstaande reclame-uiting toegestaan. Vlaggenmasten worden hierbij niet meegerekend. 2. Vrijstaande reclame-uitingen staan op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens. 3. De vrijstaande reclame-uiting bevindt zich op het eigen perceel, maximaal 4 meter achter de voorgevellijn. 4. De afmetingen van de vrijstaande reclame-uiting worden afgestemd op het gebouw en de omgeving. De vrijstaande reclame-uiting heeft een maximum hoogte van 4,5 meter. 5. Verwijzingsborden zijn alleen toegestaan op de daarvoor geplaatste verzamelborden. 6. De vrijstaande reclame is aan beide zijden voorzien van reclame of aan de achterzijde netjes afgewerkt. 7. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrijstaande reclame. Artikel 5 Raambelettering en raamreclame 1. Raambelettering en raamreclame staan in verhouding tot het raam en de gevel waarop ze worden aangebracht. De reclame tast de architectuur van het gebouw niet aan. 2. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op raambelettering en raamreclame. Artikel 6 Woon-werklocaties en detailhandel, dienstverlening en bedrijven niet op een bedrijventerrein (aanvullend!) 1.

Gevelreclame op woon-werklocaties en op locaties met de bestemming detailhandel, dienstverlening en bedrijven die niet op een bedrijventerrein zijn gevestigd, worden aangebracht op het bedrijfsgedeelte. 2. Op woon-werklocaties en op locaties met de bestemming detailhandel, dienstverlening en bedrijven die niet op een bedrijventerrein zijn gevestigd, heeft aangelichte reclame de voorkeur boven lichtreclame.

Groepering van vlaggen in een rechte lijn.

Losse belettering wordt opgenomen in de architectuur van de gevel en de gevel blijft herkenbaar.

De hoeveelheid vlaggen geeft onrustig beeld en leidt af van de boodschap.

De reclamezuil heeft een prominente plek, maar door de kleurstelling en de wijze van plaatsing, lijkt de reclamezuil bijna thuis te Bij woon-werklocaties wordt geen reclame aangebracht op het woonhuis. Een vrijstaande zuil is wel toegestaan.

horen in de omgeving waarin hij geplaatst is. Zie ook hoe de zuil is uitgelijnd op de eerste trede van de trap.

Op de begane grond en de verdieping is raamreclame aangebracht. Op de begane grond is de reclame voldoende om op te vallen. Op de verdieping is de reclame zodanig groot dat het bijna schreeuwend wordt. De uitstraling van het pand wordt door de reclamevoering “goedkoop”.

83

Reclame – Grappig, serieus, geweldig of verschrikkelijk?

84

Artikel 7 Autoverkoopbedrijven (aanvullend!) 1. Op de zij- en achtergevels van het bedrijfspand is het voeren van één merknaam en één dealernaam toegestaan. Op de gevel waar de hoofdentree van de panden zich bevindt, is een dealernaam toegestaan en per gevoerde merknaam één reclame-uiting met een maximum van drie gevoerde merknamen. Voorwaarde is dat deze reclame-uitingen op elkaar zijn afgestemd wat betreft grootte, type en vormgeving. 2. Als gekozen wordt voor een reclame-uiting in de vorm van reclamezuilen, dan gaat de voorkeur uit naar één reclamezuil met daarop de reclame-uitingen voor de gevoerde dealernaam en/of merknamen. Als er gekozen wordt voor meerdere reclamezuilen, is het maximum aantal 3. Deze reclamezuilen zijn op elkaar afgestemd wat betreft grootte, type en vormgeving. Ook moeten de reclamezuilen gegroepeerd worden. Indien er meerdere reclamezuilen worden geplaatst, dienen deze uniform te zijn en niet storend in de omgeving. Ook dienen de reclamezuilen slank te zijn en gezamenlijk niet één groot vlak te vormen. Als gekozen wordt voor meerdere zuilen, zijn de zuilen minder volumineus dan wanneer er gekozen wordt voor één zuil. 3. Artikel 4, lid 1 van deze welstandscriteria is op autoverkoopbedrijven niet van toepassing. 4. Openingstijdenborden zijn bij de entree van het gebouw toegestaan, mits deze passend zijn bij de architectuur van het gebouw.

Hetzelfde geldt voor bewegwijzeringsborden naar de bedrijfsfaciliteiten. 5. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op reclame-uitingen bij autoverkoopbedrijven.

Reclame van een autobedrijf en tankstation. Dit is een goed voorbeeld van een totaalbeeld van reclame-uitingen. De reclame is in het ontwerp van het gebouw meegenomen. De reclame-uitingen staan in verhouding staan tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. Hierdoor is het totaal aan reclame-uitingen in balans. Alleen de losse zuil is relatief groot en had nog beter afgestemd kunnen worden. Drie losse reclamezuilen als verwijsborden zien er netjes uit, maar nemen het zicht op het achterliggende geheel weg. Bij

Artikel 8 Overgangsbepaling 1. Nieuwe reclame moet aan deze welstandscriteria voldoen. 2. Reclame die bij het van kracht worden van deze welstandscriteria aanwezig is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Woningwet en de APV, mag blijven bestaan. 3. Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal dan worden getoetst aan deze welstandscriteria. Dit geldt ook voor nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.

autoverkoopbedrijven zijn maximaal 3 reclamezuilen toegestaan, maar op deze manier is het te massaal. Als er gekozen wordt voor meerdere reclamezuilen, dienen deze slanker te zijn en gezamenlijk niet één groot vlak te vormen.

85

R4.

RECLAMECRITERIA ECONOMISCH GEBIED ZUIDERPOORT

Gebiedsindeling Voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van reclame worden de volgende gebieden onderscheiden: Autoboulevard. PDV-locatie. Economische Zone. De beleidsregels van de PDV-locatie en de Economische Zone zijn hetzelfde. Voor de Autoboulevard zijn aanvullende voorschriften van toepassing, waarbij bepaalde regels die voor de PDV-locatie en de Economische Zone wel gelden, voor de Autoboulevard niet van toepassing zijn verklaard. Artikel 1 Algemene regels 1. Reclame dient bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw te worden meegenomen. 2. Reclame-uitingen moeten in verhouding staan tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. 3. Reclame die qua plaatsing, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering de harmonie van de gebouwarchitectuur of van de openbare ruimte in de omgeving verstoort, is niet toegestaan. 4. Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf/ de organisatie en de (bedrijfs)activiteiten die ter plekke worden uitgeoefend. 5. Reclame op bedrijfsgebouwen en kantoorgebouwen dient voor wat betreft vormgeving, type en grootte zo veel mogelijk op elkaar te worden afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest. 6.

Reclame moet weerbestendig zijn en deugdelijk worden onderhouden (bijvoorbeeld: kapotte vlaggen dienen te worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde reclameborden). 7. Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan.

86

8. 9. 10.

11.

Reclame mag geen belemmering zijn voor de verkeersdeelnemers en mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersveiligheid. Lichtreclame mag branden van 07.00 uur tot 22.00 uur. Dit geldt ook voor aangelichte reclame. Voor de gevels die grenzen aan de randen van het EGZ geldt: - De luminescentie van lichtreclame en aangelichte reclame moet worden beperkt. De lichtuitstraling mag niet als onevenredig storend worden aangemerkt. - Er zijn hier geen vlaggen en vlaggenmasten toegestaan. Luifels en zonwering met reclame-uitingen zijn niet toegestaan.

Artikel 2 Gevelreclame 1. Reclame bevestigd aan de gevel moet in verhouding staan tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de architectuur van het gebouw moet passen. 2. Teksten van meer dan 2 regels zijn niet toegestaan. Op de doeken in frames zijn wel teksten van meer dan 2 regels toegestaan. 3. Reclame dient binnen het gevelvlak te worden aangebracht. Als gevelrand wordt aangemerkt de zijdelingse begrenzing van de gevel en de dakrand. Dakreclame is dus niet toegestaan. 4. De voorkeur gaat uit naar losse belettering. Dit omdat de gevel op deze wijze het meest herkenbaar blijft. Hierdoor is het beter mogelijk om de reclame te integreren in de architectuur van het gebouw. 5. Per gevel is maximaal 1 gevelreclame-uiting toegestaan met de keten-/ winkelnaam/logo. Op de gevel waar de hoofdentree van de panden zich bevindt, is een tweede gevelreclame-uiting toegestaan. 6. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame. Artikel 3 Vlaggen 1. Er zijn maximaal 3 losstaande vlaggenmasten per bedrijf toegestaan. 2. Indien er gekozen wordt voor meerdere vlaggenmasten, moeten deze in een rechte lijn naast elkaar worden gegroepeerd.

3. 4. 5. 6. 7. 8.

De hoogte van een vlaggenmast is maximaal 7,5 meter. Per bedrijf dienen de vlaggenmasten en de vlaggen uniform te zijn. Vlaggen en vlaggenstokken aan een gevel zijn niet toegestaan. De onderkant van de banieren en vlaggen die aan de vlaggenmast worden gehangen, hangt tenminste 3 meter boven het maaiveld. Vlaggen en vlaggenmasten mogen niet geplaatst worden voor gevels die grenzen aan de randen van het EGZ. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame.

Artikel 4 Vrijstaande reclame 1. Vrijstaande reclame-uitingen, met uitzondering van vlaggenmasten, zijn op de PDV en de Economische Zone niet toegestaan. 2. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrijstaande reclame. Artikel 5 Raambelettering en raamreclame 1. Raambelettering en raamreclame dienen in verhouding te staan tot het raam en de gevel waarop ze worden aangebracht. 2. Reclamevoering door middel van blindering van ramen is niet toegestaan. 3. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op raambelettering en raamreclame. Artikel 6 Autoboulevard (aanvullend!) 1. Op de zij- en achtergevels van het bedrijfspand is het voeren van één merknaam en één dealernaam toegestaan. Op de gevel waar de hoofdentree van de panden zich bevindt, is per gevoerde merknaam één reclame-uiting

2. 3. 4.

5.

6.

toegestaan met een maximum van 3 gevoerde namen. Voorwaarde is dat deze reclame-uitingen op elkaar zijn afgestemd wat betreft grootte, type en vormgeving. Artikel 2, lid 5 van deze beleidsregels is op de autoboulevard dus niet van toepassing. Per gevoerde merknaam is één pylon/reclamezuil toegestaan, met een maximum van drie pylonen/reclamezuilen. De hoogte van een pylon/reclamezuil mag maximaal 4,5 meter zijn. Vlaggenmasten zijn aan de zijde van de Murmerwoudsterweg en de Rondweg West niet toegestaan (in tegenstelling tot wat artikel 3, lid 7 bepaalt, zijn vlaggen en vlaggenmasten op de autoboulevard zijn wel aan andere zijden toegestaan, ook al betreft deze zijde de rand van het EGZ). Openingstijdenborden zijn bij de entree van het gebouw toegestaan, mits deze passend zijn bij de architectuur van het gebouw. Hetzelfde geldt voor bewegwijzeringsborden. De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op reclame-uitingen bij bedrijven op de autoboulevard.

Artikel 7 Overgangsbepaling 1. Nieuwe reclame moet aan deze beleidsregels voldoen. 2. Reclame die bij het van kracht worden van deze beleidsregels aanwezig is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Woningwet en de APV, mag blijven bestaan. 3. Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal dan worden getoetst aan deze beleidsregels. Dit geldt ook voor nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.

87

R 6.

SOLITAIRE RECLAMEMASTEN

Wat wordt bedoeld met solitaire reclamemasten?

Negatieve effecten

Met solitaire reclamemasten wordt bedoeld: de losstaande, niet bij één bedrijf

Het plaatsen van solitaire reclamemasten kan echter ook negatieve effecten heb-

behorende reclamemasten veelal met wisselende reclamebeelden die bedoeld zijn

ben. Zo kan verkeerde plaatsing leiden tot een aantasting van de verkeersveilig-

voor het aanprijzen van producten of bedrijven elders.

heid op de nabij gelegen wegen of tot aantasting van de landschappelijke waarden;

Onder solitaire reclamemasten wordt hier niet verstaan die grote masten die te-

een te groot aantal reclamemasten kan leiden tot een negatieve uitstraling op de

genwoordig langs veel snelwegen staan. Deze zijn hoger dan 15 meter, soms tot

omgeving, wat uiteindelijk kan leiden tot verpaupering van de omgeving. Deze

wel 35 meter. In het open landschap in Noardeast-Fryslân is hiervoor geen plaats.

factoren maken het wenselijk om te bezien of, en zo ja, waar in de gemeente

Voor kleinere, maar nog steeds grote, solitaire reclamemasten, tot 5 meter hoogte,

Noardeast-Fryslân medewerking kan worden verleend aan het plaatsen van soli-

ligt de situatie anders. Dit mits er aansluiting gezocht wordt op de omgeving en

taire reclamemasten.

aan het aantal een maximum gesteld wordt. En over deze solitaire reclamemasten tot 5 meter gaan deze welstandscriteria.

Plaatsingsmogelijkheden Op grote bedrijventerreinen aan toegangswegen richting het centrum van Dok-

Dokkum regiostad

kum/stadsontsluitingswegen, is er ruimte voor solitaire reclamemasten. Voorwaar-

Gezien de ontwikkelingen in Dokkum, waarbij bedrijventerreinen in Dokkum meer

den zijn dat deze beperkt worden tot maximaal 1 per toegangsweg en dat de di-

en meer een belangrijke economische drager van een grote regio wordt, is het

recte omgeving een, binnen de schaal van Dokkum, groot bedrijventerrein is. Deze

aanvaardbaar om op een aantal belangrijke toegangswegen/stadsontsluitingswe-

2 voorwaarden gezamenlijk genomen, resulteert in een maximum van 3 solitaire

gen solitaire reclamemasten toe te staan. Genoemde ontwikkelingen maken het

reclamemasten in Dokkum. Deze zouden alleen kunnen worden geplaatst aan de

voor bedrijven – en mogelijk ook voor de gemeente – aantrekkelijk zich middels

Murmerwoudsterweg (bij Economisch Gebied Zuiderpoort, aan de Holwerderweg

reclame-uitingen te profileren. Hiermee versterkt regiostad Dokkum haar positie

(op Betterwird) en aan de Strobossertrekweg/Bocksmeulen (op Hogedijken).

als economisch en toeristisch-recreatief hart in de regio en kan deze positie verder worden uitgedragen. De reclamemasten passen goed bij het karakter van Dokkum

Gezien de openheid van het landschap en de schaal van overige bedrijventerreinen

als zijnde een Regiostad.

in Noardeast-Fryslân is alleen in Dokkum ruimte voor solitaire reclamemasten. De masten worden niet gerealiseerd als “portalen” van Dokkum, maar dienen zich meer te voegen binnen de bebouwde kom.

88

Voorbeeld van grote, solitaire reclamemasten zoals niet wordt bedoeld in dit welstandskader. Deze reclamemasten zijn te grootschalig voor het open landschap van NoardeastVoorbeeld van een solitaire reclamemast zoals bedoeld in deze welstandscriteria.

Fryslân.

Deze reclamemast staat aan de Murmerwoudsterweg in Dokkum. Het uiterlijk van deze reclamemast is een uitgangspunt voor de overige reclamemasten.

89

Welstandscriteria Plaatsing

Opmaak

•

Op grote bedrijventerreinen, gericht op toegangswegen richting het cen-

•

Materiaal: metaal, beton.

trum van Dokkum / stadsontsluitingswegen.

•

Kleur: zilvergrijs, matte uitvoering.

•

Duidelijke relatie met de doorgaande weg.

•

Lichtreclame mag branden van 07.00 uur tot 22.00 uur. Dit geldt ook

•

Niet nabij burgerwoningen; woningen mogen geen hinder ondervinden

voor aangelichte reclame.

van mogelijke aan- en verlichting. •

Vrijstaand (solitair), los van andere bebouwing en andere bouwwerken.

Diversen

•

Niet nabij landschappelijk waardevolle elementen. Niet aan de rand van

•

Aandacht voor toevoegingen als afrasteringen, schakelkasten, beplan-

het open buitengebied van de gemeente (dus waar stad overgaat in lan-

ting, etc. Toevoegingen clusteren tot één element. Voorkeur gaat uit

delijk gebied).

naar het opnemen van dergelijke toevoegingen in de mast in plaats van een losstaand element.

Hoofdvorm •

Autonome, heldere en eenduidige hoofdvorm.

•

Evenwichtige verhouding tussen masthoogte en afmetingen tekstbord.

•

Duidelijk onderscheid tussen mast en reclamevlak.

Aanzichten •

Gericht op de hoofdweg.

•

Teksten e.d. in compositie en afmeting afgestemd op het vlak en de zichtafstand.

•

•

Reclame mag geen belemmering zijn voor de verkeersdeelnemers en mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersveiligheid.

Geadviseerd wordt de afmetingen van de reclamemast gelijk te houden aan de reclamemast van de Murmerwoudsterweg, namelijk 4 m breed x 3 m hoog, geplaatst op een hoogte van 2 m. Om een wildgroei van veelvormige reclame-uitingen te voorkomen wordt tevens geadviseerd om de vormgeving en kleurstelling van de reclamemasten gelijk te houden aan de reeds gerealiseerde reclamemast aan de Murmerwoudsterweg.

Toevoegingen zijn ondergeschikt en onopvallend.

90

O T 1 0 . W O O NS CH EP EN /W O O NA R K EN Objectbeschrijving In de gemeente zijn op diverse plekken woonschepen en woonarken gesitueerd. Het innemen van een ligplaats kan slechts nadat hiervoor toestemming is verkregen en het planologisch mogelijk is. Woonschepen en woonarken kenmerken zich door hun alzijdige oriëntatie, hetgeen onder meer wordt bekrachtigd doordat ze vaak aan twee zijden (weg en water) aan openbare terreinen zijn gelegen. Dit impliceert tegelijkertijd de noodzaak van een zorgvuldige inpassing in het straat- en bebouwingsbeeld, dan wel een inpassing in het landelijk gebied. Woonschepen komen voor op enkele plekken in de binnenstad van Dokkum (Hellingpad). Het zijn voor wonen geschikt gemaakte voormalige schepen uit de beroepsvaart. Het uiterlijk van het schip is herkenbaar aan de romp, de stevens en in de opbouw. Voor dit laatste gaat het vaak om zaken als stuurhuis, dek, mast, roer etc. Daarnaast is binnen het beschermd stadsgezicht Dokkum een locatie in het bestemmingsplan opgenomen als ‘museumhaven’. Hier (Grootdiep) mogen gedurende de periode 1 oktober tot en met 1 april historische schepen worden aangelegd. Schepen die het historisch karakter van de stad aanvullen. Denk hierbij aan skûtsjes en bruine vloot schepen. Feitelijk gaat het hier niet om voormalige schepen maar om nog varende of bevaarbare zeilschepen.

Deze categorie valt buiten de kaders van navolgende criteria.

Woonarken zijn duidelijk voor het wonen ontwikkeld en bestaan doorgaans uit een drijvende bak met daarop een opbouw. Woonarken liggen op enkele plekken in het buitengebied nabij Wanswerd en in de nabijheid van jachthavens zoals Anjum, Oostmahorn.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Woonschepen kunnen in belangrijke mate het aanzien van een gebied bepalen. Daarom is het wenselijk om ook aan deze categorie welstandseisen te stellen. Woonschepen/woonarken dienen sinds 1 januari 2018 op grond van de ‘Wet verduidelijking voorschriften woonboten’ te worden beschouwd als bouwwerk. Binnen beschermde stads- en dorpsgezichten zijn woonarken niet passend. Ingrijpende ontwikkelingen ten aanzien van de woonschepen en woonarken worden niet direct verwacht.

Welstandsambitie De woonschepen en woonarken komen in aanmerking voor extra aandacht bij de planbeoordeling.

91

GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN OT10. WOONSCHEPEN/WOONARKEN Foto’s

Kenmerken en criteria Algemene gebiedsintentie: Plaatsing Woonschepen en woonarken liggen parallel aan de waterloop aan of nabij de kade of oever.

Hh Re Iv 

Hoofdvorm De opbouw mag de buitenmaten van het casco niet overschrijden.

 

Het casco en de opbouw zijn in evenwichtige verhoudingen ten opzichte van elkaar. Woonschepen zien er uit als een boot, hebben een herkenbare stuurhut of kajuit. Het voormalige ruim biedt woonruimte en blijft herkenbaar als dek Woonarken met eenvoudige op- Woonarken zijn voorzien van een eenvoudige opbouw (één tot anderhalve woonlaag, plat afgedekt of met een lessenaarsdak/zadeldak met bouw. geringe dakhelling).

 

Aanzichten Woonschepen tonen het oorspronkelijke scheepstype; opbouwen kunnen anders zijn vormgegeven, maar overheersen niet.

 

Woonschepen hebben een omloop of gangboord. Gevels van woonarken kennen een eigen vormgeving: eenvoudige gevelvlakken en een evenwichtige indeling.

Er zijn geen gesloten gevelvlakken.

Gevels kennen een eenvoudige Opmaak vormgeving. Steenachtige materialen zijn niet toegestaan.

Het kleurgebruik van woonschepen is traditioneel en afgestemd op het scheepstype.

Het casco van woonarken is sober van kleur (donkere tinten, betonkleur of zwart); opbouw is niet fel gekleurd.

Overige Voor reclame-uitingen geldt bescheidenheid en ingetogenheid. Woonschepen tonen het spronkelijke scheepstype.

Als bestemmingsplan het toestaat kan er een bescheiden berging geplaatst worden voor de woonboot op de oever ondergeschikt, afgeoorstemd op omgeving en zo min mogelijk opvallend, niet in de zichtlijnen tussen de boten. In groen ingepast zodat de berging weinig zichtbaar is vanaf de openbare ruimte. Plaatsing is horizontaal (niet scheefstaand vanwege aflopende oever), niet op de erfgrens (zodat er ruimte is voor een groene inpassing). Hoofvorm is kleinschalig, platgedekt danwel met klein kapje. Opmaak ingetogen met donkere kleuren of hout of vergelijkbaar genuanceerd materiaal.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

92

6. (her-) Ontwikkelingsprojecten 6.1 Toelichting De welstandsnota bevat geen uitgewerkte welstandscriteria voor (her-) ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke uitwerkingen kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt (zouden er wel vooraf gedetailleerde uitwerkingen gemaakt worden, dan kan het welstandskader zo star zijn dat het een blokkade vormt voor een goed stedenbouwkundig plan).

De uitwerking naar meer concrete kaders wordt, met inachtneming van bovenstaande twee punten, opgedragen aan Burgemeester en wethouders die daarbij de volgende werkwijze hanteren: a. De uitwerking levert stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteitseisen op die gebruikt kunnen worden bij het opstellen van de bouwplannen. b. Op basis van deze randvoorwaarden/beeldkwaliteitseisen kan de welstandscommissie een beoordeling van de bouwplannen geven. c. Zo nodig volgt verdere uitwerking van de randvoorwaarden of beeldkwaliteitseisen en worden deze eventueel in samenhang met een nieuw planologisch kader voor besluitvorming voorgelegd. d. In samenhang met punt c wordt beoordeeld in hoeverre het plangebied in de beheersfase ondergebracht kan worden bij één van de bestaande gebiedsgerichte welstandskaders. Dit leidt tot een uiteindelijk voorstel tot wijziging van de welstandskaart aan de gemeenteraad.

Maar er doet zich een juridisch en praktisch probleem voor indien er helemaal geen welstandskader is. Immers, het planproces kan dan hevig worden gefrustreerd omdat er dan geen basis is om plannen te beoordelen. Het risico ontstaat dat er daardoor onduidelijkheid en vertraging ontstaat. Om hierop in te kunnen spelen en tegelijkertijd voldoende rechtszekerheid te bieden naar burgers en bouwers, wordt de volgende procedurele en inhoudelijke benadering gehanteerd. Procedure en inhoud 1. Plannen voortkomend uit vastgesteld beleid Indien projecten op grond van vastgestelde beleidsdocumenten, zoals een gemeentelijke structuurvisie, een gemeentelijk woonplan en een op ontwikkeling gericht bestemmingsplan worden uitgewerkt, gelden de volgende algemene criteria: a. Het plan respecteert bestaande belangrijke en waardevolle hoofdkarakteristieken uit het plangebied. Dit hoeft niet per definitie te leiden tot behoud van deze karakteristieken, maar kan ook nieuwe en frisse interpretaties opleveren. b. Het plan zorgt voor een zorgvuldige aansluiting en overgang naar de omliggende gebieden. Dit komt in ieder geval tot uiting door een passende plaatsing en hoofdvorm en zorgvuldig gekozen uitwerking van de aanzichten en opmaak van gebouwen.

2.

Plannen niet voortkomend uit vastgesteld beleid Zodra zich plannen aandienen die niet voorkomen in vastgesteld beleid en zich ook niet voegen binnen de bestaande gebiedsgerichte kaders, dan zal een dergelijk initiatief allereerst via het college van Burgemeester en Wethouders worden voorgelegd aan de raad. Indien de raad zich kan vinden in een vervolg, gelden de bovenstaande algemene criteria en de uitwerkingswijze voor het college.

93

Voorgaande algemene criteria en handelingen vormen een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Voor uiteindelijke wijzigingen op de welstandsnota geldt dat de inspraakmogelijkheden voor derden zoveel mogelijk worden gekoppeld aan de reguliere inspraakregelingen bij de stedenbouwkundige planvoorbereidingen.

94

7. Excessenregeling 7.1 Wat is de excessenregeling? Volgens artikel 13a Ww kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Volgens datzelfde wetsartikel moeten de criteria hiervoor in de welstandsnota zijn opgenomen. De ‘excessenregeling’ is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. De excessenregeling luidt: ‘Het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats is al dan niet in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand – beoordeeld naar de criteria, conform artikel 12 van de Woningwet en verwoord in de door de gemeenteraad vastgestelde Welstandsnota, indien Burgemeester en Wethouders daartoe op basis van een gemotiveerd welstandsadvies besluiten.’ 7.2 Wat zijn excessen? De gemeente hanteert bij het toepassen van de excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk, die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied.

Vaak heeft dit betrekking op: het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving; het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; armoedig materiaalgebruik; toepassing van felle of contrasterende kleuren; te opdringerige reclames, of: een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria).

Van een dergelijke situatie kan in ieder geval sprake zijn in de volgende gevallen: gebouwen op opvallende wijze van kleur en/of textuur veranderen; niet-passende bijgebouwen worden geplaatst zoals romney-loodsen of zeecontainers. In het kader van de aanpak van bijvoorbeeld vervallen panden gaat het niet om een actief handelen, maar om een nalaten. Het pand wordt niet onderhouden/verwaarloosd. Ook hierdoor kan afbreuk worden gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Bij bestaande bouwwerken kan in de volgende gevallen sprake zijn van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand: Gedeeltelijke afbraak of instorting van een gebouw of bouwwerk. Een bouwwerk is aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk in ernstige mate beschadigd. De detaillering van gevels wordt in ernstige mate verstoord door (onderdelen van) installaties of andere toevoegingen. Verwaarlozing van een gebouw of bouwwerk (wat blijkt uit signalen als bijvoorbeeld kapotte ruiten, dichtgetimmerde ramen, verflagen die in ernstige mate zijn afgebladderd of ontbrekende dakpannen). De gemeente zal in deze situaties een advies aan de welstandscommissie vragen. Ten aanzien van vergunningsvrije bouwwerken mag nog worden opgemerkt dat deze in elk geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand zijn wanneer ze voldoen aan de welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen.

95

96

Bijlage 1 Welstandsbeleidskaart Een losse overzichtskaart vindt u achter in deze welstandsnota.

97

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=a0c282eb-91eb-4f2f-bcb7-529c0bb93edb