CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

It Beslút 7 maart 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'verplaatsing woning Kleasterdyk 1 Wânswert'21.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert ontwerp

bestemmingsplan

Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert ontwerp 22 mei 2023

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie inclusief landschappelijke inpassing

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

15 15 16 18 19

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Water 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Geluid 4.5 Externe veiligheid 4.6 Ecologie 4.7 Archeologie en cultuurhistorie 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 M.e.r.-verantwoording

21 21 21 22 24 26 26 27 28 29 29

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.4 Bestemmingsplanprocedure

31 31 31 32 33

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35 35 35

Bijlagen bij de toelichting

39

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

41

Bijlage 2

Digitale watertoets

45

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

53

Bijlage 4

Beknopte natuurtoets

93

Bijlage 5

Stikstofberekening

113

Bijlage 6

Overlegreacties

135

Regels

147

3

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

149 149 155

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch Wonen - 4 Waarde - Archeologie

157 157 161 167

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

169 169 171 173 175 177

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

179 179 181

Bijlagen bij regels

183

Bijlage 1

Lijst met kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

184

Bijlage 2

Sloop bestaande woning

185

Bijlage 3

Landschappelijke inpassing

188

4

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Toelichting

5

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

6

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de juridisch-planologische realisatie van één woning met bijgebouw op een perceel gelegen ten noordoosten van de bestaande woning aan de Kleasterdyk 1 te Wânswert. Door aanleg van een nieuwe rondweg om Wânswert en de teloorgang van het oude erf wordt een nieuw erf opgericht langs de Patroanswei. Dit perceel heeft momenteel de bestemming 'Agrarisch'. Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet mogelijk om op deze gronden een nieuw erf met woning met bijgebouwen te realiseren. Het (planologisch) verwijderen van het agrarische bedrijfsperceel, inclusief de huidige woning, aan de Kleasterdyk 1 maakt onderdeel uit van dit plan. Een nieuw bestemmingsplan is nodig om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend plan voorziet hierin.

1.2

Plangebied

Het plangebied bevindt zich ten noordwesten van de dorpskern van Wânswert, in het buitengebied van Noardeast-Fryslân. Het plangebied heeft betrekking op de kadastrale percelen 1059 en 1062. De bestaande woning bevindt zich op perceel 1062. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op perceel 1059. Het plangebied grenst zowel aan de Kleasterdyk als de Patroanswei.

Figuur 1. Ligging en begrenzing plangebied

7

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

1.3

Geldende bestemmingsplan

Het bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld 2014-02-13) van de voormalige gemeente Ferwerderadiel is op het plangebied van toepassing. Met een bouwvlak is aangegeven waar gebouwen mogen worden gebouwd. Op grond van het bestemmingsplan is het plangebied volledig bestemd als 'Agrarisch'. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel grondgebonden agrarisch bedrijf' is aangegeven dat het uitoefenen van een agrarisch bedrijf met grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ter plaatse ook mogelijk is. Daarnaast valt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' over het plangebied. Deze gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Binnen de gronden met deze aanduiding mag de bouwhoogte ten hoogste de binnen de aanduiding aangegeven waarde bedragen. In dit geval is dat 75 meter.

Figuur 2. Uitsnede bestemmingsplankaart Partiële herziening afwijkingsmogelijkheid 2e agrarische bedrijfswoning Op 1 januari 2019 zijn de voormalig gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. verder gegaan als één nieuwe gemeente Noardeast-Fryslân. Als nieuwe gemeente moet divers beleid worden geharmoniseerd zodat een eenduidig afwegingskader ontstaat voor de gehele gemeente. Eén van de onderwerpen waarvoor een dergelijk afwegingskader gewenst is, is de mogelijkheid voor een tweede agrarische bedrijfswoning. In de geldende bestemmingsplannen van de voormalige gemeenten zijn verschillende regelingen opgenomen voor het kunnen toestaan van een tweede agrarische bedrijfswoning. In enkele gevallen is er geen mogelijkheid voor een tweede woning. Het parapluplan zorgt ervoor dat één of meer aspecten worden herzien, waarbij voor de overige aspecten de betreffende bestemmingsplannen van kracht blijven.

8

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Het parapluplan ziet op een situatie waar er sprake is van een agrarisch bedrijf. Omdat het planvoornemen ziet op het planologisch verwijderen van het voormalige agrarische bedrijf en het mogelijk maken van een nieuwe woonbestemming is het parapluplan niet van toepassing op het plangebied. Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân Sinds 1 juli 2020 bestaan er in de provincie mogelijkheden om conform een aantal voorwaarden, windturbines bij agrarische bouwpercelen mogelijk te maken. In de periode daarna zijn er diverse initiatieven ingediend voor het plaatsen van dergelijke windturbines. Om dergelijke initiatieven op tijdtechnisch en financieel vlak beter te kunnen faciliteren is het paraplubestemmingsplan kleine windmolens opgesteld. Dit plan voorziet in een gemeentedekkende planologische regeling met daarin een gelijke regeling voor windturbines op agrarische bouwpercelen. Het parapluplan ziet op een situatie waar er sprake is van een agrarisch bedrijf. Omdat het planvoornemen ziet op het planologisch verwijderen van het voormalige agrarische bedrijf en het mogelijk maken van een nieuwe woonbestemming is het parapluplan niet van toepassing op het plangebied.

1.4

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgedeeld in zes hoofdstukken. Na deze inleiding volgt een planbeschrijving. Hoofdstuk drie geeft een beschrijving van het huidige beleid dat op het plangebied van toepassing is. In hoofdstuk vier wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die vanuit verschillende planologische en milieukundige toetsingkaders gelden. Hoofdstuk vijf bestaat uit een juridische toelichting op het bestemmingsplan en hoofdstuk zes gaat in op zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid van het plan.

9

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

10

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

In de huidige situatie is er in het plangebied één woning aanwezig die in het verleden onderdeel was van een inmiddels niet meer actief agrarisch bedrijf. Deze woning bevindt zich aan het adres Kleasterdyk 1 en heeft het karakter van een stelpboerderij. Om de woning heen bevinden zich diverse bomengroepen die ervoor zorgen dat de woning landschappelijk is ingepast in het landelijk gebied. De woning is ontsloten via een smalle erftoegangsweg welke aantakt op de Kleasterdyk. Het overige deel van het plangebied is momenteel in gebruik als agrarische grond. Naast het voorgaande is het plangebied omgeven door een slotenstructuur. Door aanleg van een nieuwe rondweg om Wânswert en de teloorgang van het oude erf wordt een nieuw erf opgericht langs de Patroanswei. Voor de beeldvorming van de huidige situatie wordt verwezen naar de onderstaande afbeeldingen.

Figuur 3. overzicht bestaande woning plangebied

Figuur 4. overzicht plangebied

11

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Figuur 5. overzicht plangebied

2.2

Toekomstige situatie inclusief landschappelijke inpassing

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in planologisch juridische kaders voor één woning op de gronden ten noordoosten van de bestaande woning aan de Kleasterdyk 1. De huidige woning wordt gesloopt en de functieaanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel grondgebonden agrarisch bedrijf' wordt verwijderd waarbij de enkelbestemming Agrarisch blijft bestaan. De voorgenomen ontwikkeling loopt voor op de aanleg van de nieuwe rondweg om Wânswert. Naar aanleiding hiervan en de teloorgang van het erf aan de Kleasterdyk 1 heeft de gemeente Noardeast-Fryslân ingestemd met het realiseren van een nieuw erf langs de Patroanswei. De woning met bijgebouw die met het planvoornemen mogelijk wordt gemaakt, wordt op dit nieuwe erf gerealiseerd. In verband met dit nieuwe erf heeft de gemeente een landschappelijke inpassing gemaakt. Deze landschappelijke inpassing met motivering is te raadplegen als Bijlage 1 bij de toelichting. In het onderstaande wordt kort ingegaan op de belangrijkste onderdelen van de inpassing.

12

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Figuur 6. landschappelijke inpassing

Het nieuw te realiseren erf aan de Patroanswei wordt landschappelijk ingepast door de plaatsing van de bouwwerken, inrichting van het erf en tuin en begeleidende beplanting rond en op het erf. Het nieuwe erf is gericht op de Patroanswei. De inrit loopt ten noorden van de nieuw te bouwen woning. Achter de woning ligt een stalling. De vorm van het erf is bepaald door de eigendomsgrenzen en kent een bijzondere hoek op het noordelijke deel. Dit wordt ingevuld met een boomgaard. Het woonerf zelf kent een tuin op het zuiden en een open voortuin op het westen. Dit woonerf wordt begrensd door een singel. De opbouw van het erf is klassiek en refereert naar vele oude boerenerven zoals die voorkomen in de

13

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

noordelijke kleistreek. Plantmateriaal is inheems, in de tuinzone zijn exoten toepasbaar. De voortuin kent een solitaire boom, soortkeuze voor eigenaren, en enkele hagen die de woning wat dekking geven. De lindesingel aan de zuidzijde is vooraan zonder ondergroei, het achterste deel kent een ondergroei van heesters. Het achterste, westelijke deel is vrij van ondergroei om uitloop en doorgang naar de weides mogelijk te maken. Achter de schuur is een driehoekig deel wat gebruikt wordt voor een vogelbosje. De rest van het eigendom wordt gebruikt als weide. De voormalige Kloosterdijk, die nu nog net zichtbaar is in het landschap, wordt benadrukt door een rij wilgen. De grenzen van het totale erf worden afgezet met wilgen, op termijn te knotten. Het erf is door de redelijk formele afbakening een los element in het verder weidse landschap. Door de opbouw en plaatsing aan de Patroanswei en de afstand tot de nieuw in te richten Kloosterdijk zal het erf op termijn als een logisch en helder punt in het landschap ervaren worden.De voorzijde van de woning is gericht op de Patroanswei conform de overheersende stedenbouwkundige en landschappelijke gebruiken in de omgeving. De achterliggende schuur is passend binnen deze structuur en haaks en ondergeschikt aan het hoofdvolume. De haakse plaatsing hangt samen met het gebruik en de inrichting.

Een dergelijke haakse opstelling komt meer voor in de omgeving en is welstandelijk niet onmogelijk. Het realiseren van de landschappelijk inpassing is door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.

14

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt.

De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De beoogde ontwikkeling zoals benoemd in paragraaf 2.2 heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI.

15

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

3.1.2

AMvB Ruimte (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het projectgebied voor het overige geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Het planvoornemen is niet in strijd met de regels uit het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een motiveringseis die in de SVIR is geïntroduceerd. In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat bij ruimtelijke projecten voorzien moet worden in duurzame verstedelijking. In geval van nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan die ontwikkeling en wanneer deze plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plangebied valt binnen de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied, zoals aangegeven door de provincie Fryslân. Als definitie voor stedelijke ontwikkeling is in het Bro opgenomen: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Er is in de wetgeving geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. In een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2017:1724) wordt de juridische lijn ten aanzien van de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking uiteengezet (overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking, gepubliceerd op 28 juni 2017).

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat de Ladder voor duurzame verstedelijking alleen geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Uit de overzichtsuitspraak wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat voorziet in minder dan 11 woningen niet voorziet in een stedelijke ontwikkeling zoals deze op basis van het Bro is gedefinieerd. Voorliggend bestemmingsplan ziet op de verplaatsing van één woning, waarbij er per saldo geen extra woningen worden toegevoegd in het plangebied. Het planvoornemen is dan ook niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Nu er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, hoeft de laddertoets niet te worden doorlopen. In het kader van de uitvoerbaarheid van het plan, moet er wel worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 4 gaat hier nader op in.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De provinciale omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: 1. 2. 3.

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden Energietransitie met kracht voortzetten Fryslân klimaatadaptatief inrichten

16

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

4.

Versterken biodiversiteit

Naast de integrale opgaven hanteert de Omgevingsvisie een aantal inhoudelijke principes. Deze principes staan voor de manier van werken, en geven richting aan keuzes, projecten en plannen voor de fysieke leefomgeving. Een inhoudelijk principe dat nauw aansluit op het planvoornemen is 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis'. Dit principe richt zich erop dat nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op bestaande omgevingskwaliteiten. Daarbij is aandacht voor eigenheid en identiteit. In dit principe vormen omgevingskwaliteiten het vertrekpunt voor de inpassing van ontwikkelingen. Dit betekent dat ontwikkelingen voortbouwen op bestaande kwaliteiten en deze waar mogelijk versterken of doorontwikkelen. Het principe gaat uit van maatwerk. Elke plek is anders en heeft andere kwaliteiten. Op basis van de omgevingskwaliteiten van gebieden wordt gezocht naar juiste plekken. Zo kan, afhankelijk van de aard en schaal van een ontwikkeling bijvoorbeeld sprake zijn van: inpassen, waarbij de kenmerken van een gebied in stand blijven en nieuwe ontwikkelingen zich daarin voegen. In paragraaf 2.2 is onderbouwd dat het planvoornemen landschappelijk wordt ingepast. Uit deze onderbouwing wordt duidelijk dat bestaande karakteristieken van de omgeving van het plangebied behouden blijven.

Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van bomensingels en de gehanteerde opbouw van het erf, wat zich als een klassiek oud boerenerf kenmerkt. Het voorgaande maakt dat het planvoornemen aansluit op de inhoudelijke principes van de provinciale omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie Fryslân zit de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. 3.2.2

Verordening Romte Fryslân

In de Verordening Romte zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. De volgende regels uit de verordening Romte zijn van toepassing op het planvoornemen: Artikel 1. Bundeling algemeen Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied en bevindt zich in het landelijk gebied. Op basis van artikel 1.1.1 mag een ruimtelijk plan voor landelijk gebied geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe stedelijke functies bevatten. Op grond van artikel 1.5.1 kan, in afwijking van artikel 1.1.1, een nieuwe woning in het landelijk gebied worden toegestaan wanneer het aantal niet toeneemt en er sprake is van vervanging of verplaatsing. Daarnaast mag het oppervlak van de nieuwe woning inclusief bijgebouwen niet meer bedragen dan 300 m², of de maat die het bestemmingsplan buitengebied als algemene regel hanteert voor bestaande burgerwoningen, dan wel niet meer dan het oppervlak van de bestaande woning inclusief de bestaande bijgebouwen indien dit oppervlak meer bedraagt dan 300 m².

Tot slot moet de nieuwe woning qua omvang en uitstraling worden ingepast binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Het plan voorziet in de sloop van een voormalige boerderij en de nieuwbouw van een nieuwe woning. Voor de maatvoeringen wordt aangesloten bij de bestaande regeling in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente NoardEast (inhoud woning maximaal 750 m³ en oppervlakte bijgebouwen maximaal 100 m2 ) voor reguliere woningen (bestemming Wonen - 4). Daarnaast worden de gronden waar de bestaande woning aanwezig is herbestemd naar agrarisch gebied zonder bouwmogelijkheden. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die ervoor zorgt dat de woning aan de Kleasterdyk binnen 1 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan gesloopt dient te worden. Derhalve is een toename van woningen niet aan de orde. Feitelijk is er daardoor alleen sprake van een verplaatsing van bebouwing. Tot slot is het plan landschappelijk ingepast. Zie onderstaand en paragraaf 2.2 en Bijlage 1. Al met al voldoet het planvoornemen aan de gestelde voorwaarden van artikel 1.

17

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Artikel 2. Ruimtelijke kwaliteit Op basis van artikel 2 dient het plan te voldoen aan Ruimtelijke kwaliteit zoals landschappelijke inpassing, archeologie en zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij is de herkenbaarheid van het landschap een belangrijke basis voor nieuwe ontwikkelingen. Gemeente Noardeast-Fryslân heeft de landschappelijke inpassing al in een eerder stadium ter beoordeling voorgelegd aan de provincie. De provincie concludeert dat de woning passend is op de plek aan de Patroanswei, maar gaf een aantal aandachts-/verbeterpunten mee. Deze aandachtspunten zijn verwerkt in de definitieve landschappelijke inpassing, zoals weergegeven in 2.2 en Bijlage 1. Artikel 7. Natuur Met het realiseren van de nieuwe woonbestemming ontstaat er een extra verstoring van de ‘openheid en rust’. Bij een eerste berekening door de provincie is aan getoond dat er een verstoring is van meer dan 0,5 hectare aan de noordzijde van de Patroanswei (op meer plekken is verstoring maar dit is het grootste oppervlak). Echter de huidige situatie, de locatie aan de Kleasterdyk 1, heeft ook invloed op het weidevogelkansgebied. Omdat hier sprake is van een verplaatsing van de verstoringsbron, is er door de provincie ook gekeken naar het effect op het huidig verstoorde areaal.

Het areaal wat door de verplaatsing niet meer als verstoord gebied aangeduid wordt (1,61 hectare) is groter dan het areaal wat er als verstoring bij komt (1,29 hectare). Er wordt dan ook geconcludeerd dat er geen sprake is van een compensatieverplichting, omdat er netto geen sprake is van extra verstoring van weidevogelkansgebied. Toetsing aan artikel 7.2.4 is hiermee niet noodzakelijk. Conclusie De uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt niet belemmerd door het beleid uit de Verordening Romte.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Woonvisie 2020-2025

De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente Noardeast-Fryslân. De woonvisie beschrijft hoe de gemeente het op het vlak van wonen in 2025 voor zich ziet. De woonvisie bevat zeven speerpunten voor het komende aantal jaren: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; Wonen en zorg in dorpen en wijken; Energietransitie en verduurzaming; Leefbare stad en dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners.

Voor het planvoornemen is voornamelijk 'goede omgevingskwaliteit en welstand' van belang. Een goede omgevingskwaliteit draagt bij aan een prettige woonbeleving. Omgevingskwaliteit wil zeggen: een omgeving die mooi, waardevol, gezond en prettig is om in te verblijven en eveneens goed te gebruiken is. In veel gevallen is omgevingskwaliteit maatwerk. Een ontwerpopgave waarin de vele factoren die bijdragen aan omgevingskwaliteit worden afgewogen. Bij veranderingen wordt altijd eerst gekeken naar de kwaliteiten van de omgeving, maar ook naar de minder sterke punten. Deze kwaliteiten kunnen meegenomen worden naar de nieuwe ontwikkelingen en de minder sterke punten kunnen worden verbeterd.

18

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

In paragraaf 2.2 is gemotiveerd dat het planvoornemen landschappelijk wordt ingepast. Hierbij is sprake van maatwerk met oog voor bestaande omgevingskwaliteiten. Tevens worden minder sterke punten van de omgeving met het planvoornemen verbeterd. Denk daarbij aan een versterking van de landschappelijke structuur door de opzet en positionering van de boerderij en een verbeterde verkeersveiligheid in verband met de nader te realiseren Rondweg Wânswert. Gesteld kan worden dat het planvoornemen bijdraagt aan een goede omgevingskwaliteit en daarmee aansluit op de omgevingsvisie. Bouwmogelijkheden In de Woonvisie komt naar voren dat nieuwbouw in dorpen en wijken een belangrijk aandachtspunt is. Het onderdeel 'voldoende beschikbare bouwmogelijkheden, overal en altijd' is hierbij met name van belang. De gemeente vindt Wânswert het belangrijk om voldoende woningen te bouwen, om zo in de verwachte behoefte te kunnen voorzien. Ook geeft de gemeente aan dat er altijd ruimte is voor nieuwbouw: op maat, passend bij de schaal en behoefte in het dorp. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt, mede naar aanleiding van de nieuw aan te leggen rondweg om Wânswert een woning verplaatst. Omdat de huidige woning wordt wegbestemd en er een sloopverplichting is opgenomen, is per saldo geen sprake van een toename aan woningen.

Er is wel sprake van nieuwbouw die qua maat, schaal en aard past bij de schaal en behoefte van Wânswert. Het planvoornemen sluit derhalve aan op de eerder genoemde doelstelling in relatie tot nieuwbouw. Conclusie Het beleid uit de woonvisie staat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. 3.3.2

Woningbouwafspraken

De provincies hebben van het Rijk de wettelijke regierol gekregen om ruimtelijk invulling te geven aan volkshuisvestelijke behoefte. Provincies vullen dit met name kwalitatief in en maken hierover beleidsmatige afspraken met regio's/gemeenten. Door de druk op de woningmarkt vraagt het Rijk tijdelijke overprogrammering tot maximaal 130% (harde en zachte plancapaciteit). Aansluitend op deze vraag zet de Provincie Fryslân in op een experiment met de woonregio Noordoost-Fryslân. Dit experiment heeft een looptijd tot en met 2025. In dit experiment wordt de bandbreedte (woningbehoefte) losgelaten. In halfjaarlijkse bestuurlijke overleggen wordt de balans van de woningmarkt in de regio Noordoost-Fryslân besproken. De provincie geeft daarbij vrijheid aan de woonregio Noordoost-Fryslân bij het programmeren van zowel binnen- als buitenstedelijke projecten. Het uitgangspunt hierbij is dat binnenstedelijke programmering voor buitenstedelijke programmering gaat. De afspraak die met de provincie is gemaakt is dat er 50/50 binnenen buitenstedelijk ontwikkeld moet worden. De afspraken met de provincie zijn vanaf 29 november 2021 jaar in een volgende fase gekomen, waarin de provincie zich verder terugtrekt. De gemeenten krijgen meer regie, waardoor in dit verband de gemeente Noardeast-Fryslân meer de eigen ontwikkeling van bouwplannen mag bepalen en daardoor sneller te werk kan gaan.

De verantwoordelijkheid voor afweging en onderbouwing van welke plannen wel en niet doorgaan ligt steeds meer bij de gemeente. Voorliggend bestemmingsplan ziet op de sloop en realiatie van één woning. Per saldo blifjt het aantal woningen gelijk en het planvoornemen past dan ook binnen de regionale woningbouwafspraken.

3.4

Conclusie

De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt niet belemmerd door het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

19

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

20

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Bodem

Toetsingskader In het Bro is bepaald dat in de toelichting inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van het college en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Onderzoek Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen aan te kunnen tonen is in eerste instantie het bodemloket geraadpleegd. Uit informatie van het bodemloket blijkt dat van het plangebied geen milieuverdachte activiteiten of verontreinigingen bekend zijn. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen eerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Het is bekend dat nabij het plangebied een slootdemping is uitgevoerd. De dempingen zijn vermoedelijk in het kader van ruilverkaveling uitgevoerd met gebiedseigen grond. Op basis van het vooronderzoek zijn er geen aanwijzingen voor een bodemverontreiniging.

Voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan staat het aspect bodem de uitvoerbaarheid niet in de weg. Voor de omgevingsvergunning is het wel nodig om een bodemonderzoek te laten uitvoeren. Conclusie Voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan staat het aspect bodem de uitvoerbaarheid niet in de weg.

4.2

Water

Toetsingskader Op grond van de Bro (artikel 3.1.6) moet aandacht worden besteed aan de waterhuishouding een waterparagraaf worden opgenomen in de toelichting van ruimtelijke plannen. Hierin wordt beschreven op welke manier rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op zowel het grondwater als het oppervlaktewater. Het is een schriftelijke weergave van de zogenoemde watertoets. De watertoets heeft als doel om waterhuishoudkundige doelstellingen te betrekken bij relevante besluiten en ruimtelijke plannen. Het voorliggend plangebied valt binnen het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Onderzoek Op 16 februari 2023 is via de zogenoemde digitale watertoets advies opgevraagd bij Wetterskip Fryslân. Het advies is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan te raadplegen. Uit het advies blijkt dat de korte watertoetsprocedure van toepassing is op het planvoornemen. Dit betekent dat het plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals dijken, gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving. Uit het digitale advies van het wetterskip blijkt dat de volgende onderdelen van belang zijn voor het planvoornemen: Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater.

Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het

21

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Het planvoornemen voorziet in de sloop van de bestaande woning te slopen en realisatie van een nieuwe woning op een nabijgelegen perceel. Per saldo is er hierbij geen sprake van een toename aan bebouwing in het plangebied. In de bestaande situatie is er een boerderij met schuur van circa 450 m2 aanwezig in het plangebied. Het planvoornemen wordt middels de saldo regeling woningen (artikel 1.5.1 VRF) mogelijk gemaakt (zie paragraaf 3.2.2). Op grond van dit artikel is het mogelijk om een bestaande woning te slopen (dit bestemmingsplan ziet op een sloopverplichting van de bestaande woning) en te herbouwen.

Hierbij is een voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bebouwing niet groter wordt dan het bestaande oppervlak indien het oppervlakte in de huidige situatie meer dan 300 m2 bedraagt. Voor de maatvoeringen van de nieuwe woning met bijgebouwen wordt aangesloten bij de bestaande regeling in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente NoardEast (woning maximaal 300 m2 en bijgebouwen maximaal 100 m2 ). Er is dan ook geen sprake van een toename aan verharding waardoor compensatie in deze situatie niet aan de orde is. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. In de nadere planuitwerking wordt aandacht besteed aan welke klimaatadaptieve maatregelen bij het planvoornemen zullen worden toegepast. Conclusie Het plan kan wat het aspect water betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.3

Milieuhinder bedrijven

Toetsingskader Om hinder tussen bedrijven en gevoelige functies zoals woningen te voorkomen, is het wenselijk dat tussen beide functies voldoende ruimte is. Om te bepalen welke afstand noodzakelijk is, kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden die zijn opgenomen in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is er veelal geen sprake van bedrijfshinder. Onderzoek Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van Noardeast-Fryslân, buiten de bebouwde kom van Wânswert. In de directe nabijheid van het plangebied zijn overwegend agrarische gronden aanwezig. Gelet op de aard, schaal en afstand tussen de verschillende functies kan het plangebied aangemerkt worden als 'rustig buitengebied'.

22

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Interne werking Bij interne werking gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Het planvoornemen voorziet in de verplaatsing van een milieugevoelige functie. Ten noordoosten van het plangebied is een agrarisch bedrijf gevestigd. De Wet geurhinder en Veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurbelasting die afkomstig is van dierenverblijven bij veehouderijen. Op grond van de Wgv gelden vaste afstanden tussen geurgevoelige objecten en de geuremissiepunten van de veehouderij. Gemeenten kunnen middels een verordening afwijken van de geurnormen en vaste afstanden uit de wet. Hiervoor geldt een in de wet vastgelegde bandbreedte. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft echter geen eigen geurbeleid. In dit geval zijn daarom de vaste afstanden uit de Wgv van toepassing. Als een woning zich binnen de bebouwde kom bevindt bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een woning 100 meter. Voor situaties buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Bij het plangebied is sprake van een situatie buiten de bebouwde kom. Met het planvoornemen wordt een woning verplaatst naar een perceel ten noordoosten van de Kleasterdyk aan de Patroanswei. De afstand tussen de agrarische bestemming van het agrarische bedrijf en de uiterste situering van de woning bedraagt circa 250 meter.

Aan de geldende afstand van 50 meter wordt derhalve voldaan. Op grond van het voorgaande mag redelijkerwijs worden aangenomen dat de toekomstige woning geen hinder ondervindt van het agrarische bedrijf. Naast het voorgaande bevindt zich ten zuiden van het plangebied een agrarisch loonbedrijf. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische loonbedrijven, al dan niet in combinatie met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Voor agrarische loonbedrijven kan, gelet op de bedrijfsoppervlakte, in dit geval het best aansluiting worden gezocht bij 'Dienstverlening t.b.v. de landbouw - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m2 ' (SBI-code 016). Bij dergelijke bedrijvigheid hoort milieucategorie van 3.1 en een bijbehorende richtafstand van 50 meter. Hierbij is geluid de bepalende afstand. Aan deze richtafstand wordt in de bestaande situatie al ruimschoots voldaan, aangezien de bestaande woning aan de Kleasterdyk 1 al op 320 meter afstand van de bedrijfsbestemming van het loonbedrijf is gesitueerd. Het planvoornemen zorgt ervoor dat deze woning wordt verplaatst naar een perceel ten noorden van het bestaande perceel. De toekomstige woning zal nog verder van het loonbedrijf af worden gesitueerd op circa 400 meter afstand. Er wordt derhalve in ruime mate aan de richtafstand voldaan.

Voor het overige zijn er geen bedrijven of voorzieningen in de directe nabijheid van het plangebied gesitueerd die kunnen zorgen voor belemmeringen of hinder voor de te realiseren woning in het plangebied. Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen Met oog op de nabijheid van agrarische functies in de omgeving van het plangebied die de mogelijkheid tot fruitteelt niet uitsluiten, moet aandacht worden besteed aan spuitzones. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 maart 2017 blijkt namelijk dat bij de beoordeling van de vraag of een spuitzone moet worden aangehouden, niet gekeken moet worden naar het feitelijke gebruik maar naar wat planologisch maximaal mogelijk is. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt fruitteelt en opgaande beplanting niet uitgesloten. Bij de teelt van gewassen (akkerbouw, fruitteelt) moet rekening worden gehouden met 'spuitzones'. Dit is een zone (gebaseerd op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State), die moet worden aangehouden ten opzichte van de gronden waarop gewassen worden gehouden en waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De zone is bedoeld om, voor omliggende functies, een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen en voor de omliggende agrarische bedrijven dat zij hun

23

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

bedrijfsvoering ongehinderd kunnen uitvoeren. De richtafstanden die zijn opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) hebben geen betrekking op open teelten en zijn daarmee niet bruikbaar (ABRvS 23 september 2009, zaaknummer 200900570/1/R2). Vanwege het ontbreken van wetgeving is een in de praktijk (als gevolg van jurisprudentie) gegroeide vuistregel ontstaan die aangeeft dat een afstand van 50 m tussen agrarische gronden met open teelten (veelal fruitteelt) en een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies in acht moet worden genomen. De gevels van de beoogde woningen in het plangebied tot de grens van deze bedrijvigheid zijn gelegen binnen deze afstand. Uit locatiebezoek is gebleken dat de gronden in gebruik zijn als grasland en niet gebruikt worden voor de teelt van gewassen. Bij het houden van vee hoeft er geen extra onderzoek verricht te worden. Het geldend bestemmingsplan staat echter beide gebruiken wel toe. Het feit dat de teelt van gewassen toegestaan is op de agrarische gronden betekent niet dat er per definitie onderzoek naar de spuitzone gedaan moet worden.

Als de gronden op het moment gebruikt worden ten dienste van het houden van vee, en geen enkel concreet voornemen kenbaar is gemaakt om het huidige agrarische gebruik te wijzigen naar de teelt van gewassen, dan hoeft er in redelijkheid geen rekening gehouden te worden met een vorm van agrarisch gebruik waarbij spuitzones dienen te worden aangehouden. (ECLI:NL:RVS:2017:3524). Daarnaast ligt het niet voor de hand dat er gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in de omgeving van het plangebied. De omliggende gronden zijn, gezien het ter plaatse aanwezige bodemtype, niet geschikt voor fruit- en bollenteelt. Externe werking Bij externe werking gaat het voornamelijk om de vraag of het plan leidt tot een situatie die, vanuit het oogpunt van hinder of gevaar, in strijd kan worden geacht met een goede ruimtelijke ordening. Hiervan is sprake als het woon-en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of als de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Het planvoornemen voorziet niet in een nieuwe mileubelastende functie. De realisatie van het plan zal derhalve niet leiden tot een aantasting van het woon- een leefklimaat van omwonenden of hinder/belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect milieuhinder betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.4

Geluid

Toetsingskader De Wet geluidhinder (Wgh) beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. De 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan een in de wet bepaalde norm. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder gaat in op zowel wegverkeerslawaai, spoorweglawaai als industrielawaai. Voor het planvoornemen is alleen wegverkeerslawaai relevant. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wgh noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Bij wegverkeerslawaai geldt een uitzondering voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en/of wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Wel dient er sprake te zijn van een 'goede ruimtelijke ordening' om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Toetsing Het planvoornemen biedt planologisch-juridische kaders voor een woning op het perceel ten noordoosten

24

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

van een bestaande woning aan de Kleasterdyk 1 in Wânswert. Er is sprake van verplaatsing van een woning. In het kader van de ontwikkeling van de rondweg Wânswert heeft de FUMO de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de gevels van de nieuw te realiseren woning berekend. De resultaten van deze berekeningen zijn opgenomen in een akoestisch rapport. Het rapport is als Bijlage 3 bij de toelichting te raadplegen. Het plangebied bevindt zich in buitenstedelijk gebied en binnen de invloedssfeer van het wegverkeer op de Kleasterdyk en de Patroanswei. Deze wegen hebben op basis van het 80 km/uur-regime aan weerszijden een wettelijke zonebreedte van 250 meter. De zogeheten voorkeursgrenswaarde van nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemming binnen de zone van wegen is 48 dB. Bij het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de ligging van het bouwvlak van de nieuwe woning ten opzichte van de wegen. Toetsing Wgh Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB in geen van de rekenpunten wordt overschreden. De hoogst berekende waarde bedraagt 46 dB inclusief 2 dB aftrek conform artikel 110g van de Wgh. De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de van rechtswege gezoneerde wegen Kleasterdyk en Patroanswei voldoet op het bouwvlak ruim aan de voorkeurgrenswaarde van 48 dB.

De geluidbelasting van deze wegen vormt vanuit de Wgh dan ook geen belemmeringen voor de beoogde realisatie van de nieuwe woning. Er hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld. Op basis van de berekende contouren in het advies van de FUMO (Bijlage 3) is de huidige woning gelegen binnen de 48 dB - 53 dB contour. De verplaatsing van de woning resulteert, mede vanwege de nieuwe rondweg en de hogere geluidsniveaus ter plaatse van de huidige woning, tot een beter woon -en leefklimaat. Bouwbesluit / goede ruimtelijke ordening De beoogde woning dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening naast de Wgh, ook getoetst te worden aan voorschriften en eisen van het Bouwbesluit 2012. In het kader van die toetsing dient voor de geluidbelasting vanwege het wegverkeer, te worden uitgegaan van de berekende cumulatieve en ongecorrigeerde waarden van het wegverkeer als geluidsbron. De gecumuleerde geluidbelasting exclusief de aftrek volgens artikel 110g, als gevolg van het wegverkeer op alle voor het onderzoek relevante weg/wegvakken bedraagt ten hoogste 48 dB en ligt daarmee ruim onder de waarde van 53 dB. Op basis van een gecumuleerde geluidbelasting van 53 dB en een minimale geluidwering van 20 dB volgens het Bouwbesluit kan zonder aanvullende gevelmaatregelen worden voldaan aan het vereiste maximale binnenniveau van 33 dB.

Pas bij geluidbelastingen hoger dan 53 dB zijn mogelijk aanvullende gevelmaatregelen nodig. Naar aanleiding van het voorgaande wordt geconstateerd dat het in kader van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat, belangrijk is om de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie minimaal gelijk te stellen aan het verschil tussen de gecumuleerde en ongecorrigeerde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie (zie 'gevel- en dakvlakken' in Bijlage 3) en de binnengrenswaarde van 33 dB. Bij de realisatie van het planvoornemen wordt de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie gelijkgesteld aan de geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie en de binnengrenswaarde van 33 dB. Met deze maatregel bedraagt de gecumuleeerde gevelbelasting exculsief aftrek artikel 110 Wgh, maximaal 48 dB. Gelet op die gevelbelasting en rekening houdend met de basiseis van 20 dB, kan een maximaal binnenniveau van 33 dB op voorhand afdoende gegarandeerd worden. Derhalve mag worden aangenomen dat er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect geluidhinder betreft uitvoerbaar worden geacht.

25

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

4.5

Externe veiligheid

De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico’s op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. Toetsing Landelijk is de zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Hierop is onder andere informatie over risico’s van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. Om na te gaan of bij het planvoornemen aandachtspunten op het vlak van externe veiligheid aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe nabijheid van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Op circa 1,2 kilometer afstand bevindt zich een buisleiding van de Gasunie. Deze afstand is dusdanig groot dat de buisleiding geen risico vormt voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. Naast het voorgaande leidt het planvoornemen niet tot de totstandkoming van een nieuwe risicobron waardoor het planvoornemen niet leidt tot een verhoging van het extern risico voor andere (beperkt) kwetsbare objecten. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect externe veiligheid betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.6

Ecologie

Toetingskader In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Dit is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Naast de Wnb zijn ook de provinciale omgevingsvisie en verordening relevant voor de gebiedsbescherming. Hierin is onder meer het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) geregeld. Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden nodig. Beknopte natuurtoets Om het plan aan de natuurwet- en regelgeving te toetsen, is een beknopte natuurtoets uitgevoerd. Het doel van deze natuurtoets is om na te gaan of het plan vanuit ecologisch oogpunt uitvoerbaar is. Uit de natuurtoets kan ook blijken dat aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Voor dit plan is op 22 maart 2023 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Op basis van het veldbezoek en de verspreidingsgegevens kunnen nog geen definitieve conclusies worden getrokken over effecten op beschermde soorten.

Uit de toetsing komt naar voren dat als gevolg van de plannen mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis) en jaarrond beschermde nesten van huismus verloren gaan. Om de aanwezigheid van vleermuizen en huismus in het gebouw aan te tonen of uit te sluiten is nader onderzoek nodig. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Het nader onderzoek wordt uitgevoerd en in de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de voormalige

26

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

woning niet eerder kan worden gesloopt dan nadat het nader onderzoek is uitgevoerd en een eventuele ontheffing is verkregen. De beknopte natuurtoets is als Bijlage 4 bijgevoegd. Stikstofdepositie In het kader van het bestemmingsplan is de depositie van stikstof ten gevolge van de verplaatsing van een woning aan de Kleasterdyk 1 te Wânswert berekend. De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescher-ming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg. De berekening is als Bijlage 5 bijgevoegd. Conclusie Ecologie staat uitvoering van het plan vooralsnog niet in de weg.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het belangrijk om aandacht te besteden aan erfgoed. In welke mate er in een plangebied sprake is van erfgoed, dient aan de hand van onderzoek te worden bepaald. Vervolgens moet worden aangegeven op welke manier met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet (1988) vervallen. Delen van deze wet zijn op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat de besluitvorming in de fysieke leefomgeving betreft, gaat over naar de Omgevingswet wanneer deze naar verwachting in januari 2023 in werking treedt. Voordat de Omgevingswet in werking gaat, zijn artikelen met betrekking tot de wet in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet te vinden. Hierin blijven ze ongewijzigd van toepassing totdat de Omgevingswet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het gebied van cultureel erfgoed. Het belangrijkste onderdeel van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de aanwezige archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Indien dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet elk ruimtelijk plan een analyse bevatten van de overige cultuurhistorische waarden in relatie tot het plangebied.

In de toelichting van een bestemmingsplan moet voortaan het volgende worden opgenomen: Een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hierdoor dienen cultuurhistorische waarden dus uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 4.7.1

Archeologie

In de Erfgoedverordening van de gemeente is bepaald dat het verboden is de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht. In het geldende bestemmingsplan zijn geen archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Het plangebied heeft op grond daarvan dus geen archeologische waarde. Om de archeologische verwachtingswaarde van het plangebied duidelijk te kunnen maken, is daarom de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra geraadpleegd (FAMKE). Volgens de FAMKE gelden voor het plangebied de volgende adviezen: Karterend onderzoek 3 steentijd In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen bevinden uit de steentijd, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologisch resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. De provincie beveelt daarom aan bij ingrepen van meer dan 5.000 m² een karterend (boor)onderzoek te laten uitvoeren.

27

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

Karterend onderzoek 2 middeleeuwen Voor de periode ijzertijd–middeleeuwen beveelt de FAMKE aan bij ingrepen van meer 2.500 m² een karterend archeologisch onderzoek te laten uitvoeren (karterend onderzoek 2 (middeleeuwen). Relatie met het planvoornemen De bouw- en graafwerkzaamheden die met het planvoornemen gepaard gaan zijn kleiner dan 2.500 m2 waardoor archeologisch onderzoek achterwege kan blijven. De te realiseren woning met bijgebouw hebben een maximale oppervlate van 400 m2 en de kavel met de woonbestemming heeft een oppervlakte van circa 1650 m2 en blijft daarmee ruim onder de grens. 4.7.2

Cultuurhistorie

Voor het aspect cultuurhistorie is de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geraadpleegd om de aanwezigheid van belangwekkende cultuurhistorische elementen en objecten aan te kunnen tonen. Uit CHK2 blijkt dat de wegen door en langs het plangebied onderdeel uitmaken van een inventarisatie naar verharde wegen van de voormalige provinciale planologische dienst. Deze inventarisatie geeft deze paden echter geen specifieke karakteristieke of cultuurhistorische waarde. Bovendien heeft het planvoornemen geen invloed op de wegen en blijven deze ongewijzigd. Al met al heeft het planvoornemen geen aantasting van cultuurhistorische waarden tot gevolg. 4.7.3

Conclusie

Het planvoornemen kan wat de aspecten archeologie en cultuurhistorie betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.8

Verkeer en parkeren

In deze paragraaf wordt getoetst of er geen onevenredige belasting plaatsvindt op de omliggende infrastructuur van het plangebied. Daarnaast wordt getoetst of er voldoende parkeerruimte aanwezig is in verband met de nieuw te realiseren functies. Verkeer In verband met de ontwikkeling van de Rondweg Wânswert is er sprake van een verbetering van de verkeerssituatie. De woning wordt gesitueerd aan de Patroanswei. Op deze manier is de woning niet direct gelegen aan de verkeersstromen op de Kleasterdyk die de ronweg creëert, waardoor er ten opzichte van de bestaande situatie een veiligere verkeerssituatie ontstaat. Hierdoor wordt het gemakkelijker om het erf te betreden en verlaten dan hoe dit bij de bestaande woning aan de Kleasterdyk het geval zou zijn. Naast het voorgaande neemt het aantal verkeersbewegingen met het planvoornemen niet toe. Er is immers sprake van verplaatsing van een woning. Er kan zelfs gesteld worden dat het aantal verkeersbewegingen afneemt aangezien agrarische bedrijvigheid, wat zwaardere verkeersbewegingen kan veroorzaken, met het planvoornemen onmogelijk wordt gemaakt. Daarnaast is de Patroanswei een weg die qua aard en schaal goed in staat is om de verkeersbewegingen van de nieuwe woning op te kunnen vangen. Parkeren Wat het aspect parkeren betreft zal er vergeleken met de huidige situatie niets wijzigen.

Thans vindt parkeren op het eigen erf van de woning aan de Kleasterdyk 1 plaats. Bij de toekomstige woning zal dit overeenkomstig het geval zijn. Conclusie Het planvoornemen kan wat de aspecten verkeer en parkeren betreft uitvoerbaar worden geacht.

28

bestemmingsplan Verplaatsing woning Kleasterdyk 1, Wânswert

4.9

Luchtkwaliteit

De Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit zijn door Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit te worden getoetst. De criteria die beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn in de AMvB-nibm vastgelegd. Toetsing Het planvoornemen heeft betrekking op de verplaatsing van een woning. Per saldo is er dan ook geen sprake van een toename aan woningen. Wat betreft luchtkwaliteit blijft de situatie derhalve ongewijzigd. Gesteld kan worden dat het planvoornemen geen verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg heeft en als 'nibm' kan worden beschouwd. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect luchtkwaliteit als uitvoerbaar worden beschouwd.

4.10 M.e.r.-verantwoording Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, moet er alsnog een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de mogelijke (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=31f655ec-032f-47bd-8972-693777c4a59b