Bijlage 1 - Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Tolhuispark Dokkum 30-01-2023
Tekst van het document
Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Conflictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum Projectcode: P04864 Versie: Definitief, 30-01-2023
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Colofon Titel:
Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Conflictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Projectcode Versie: Auteur:
P04864 Definitief
Opdrachtgever:
KWS-OCE
Opdrachtnemer:
Xplosure, onderdeel van DAGnl Huismanstraat 6 6851 GT HUISSEN 026-4450099 info@xplosure.nl www.xplosure.nl
Telefoon: Email: Website:
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voora fgaand schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
Pagina 2 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Managementsamenvatting (inclusief gebeurtenissenkaart, bodembelastingkaart) Naar aanleiding van bodemingrepen ten behoeve van de aanleg van een sportvoorziening is door Xplosure BV, onderdeel van De Adviesgroep Nederland (DAGnl), een onderzoek uitgevoerd naar het risico op het aantreffen van mogelijk achtergebleven ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in het projectgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’. De opdrachtgever voor dit onderzoek was KWS-OCE, een opsporingsbedrijf voor explosieven. De onderzoekvraag die in deze studie centraal stond was: Is er in het onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’ sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid ontplofbare oorlogsresten en hoe is het (on)verdachte gebied af te bakenen? Het onderzoek is uitgevoerd conform de in het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO) genoemde richtlijnen. Dit onderzoek omvatte de conflictperiode, de periode waarin de Tweede Wereldoorlog in Nederland plaatsvond (1940-1945). In het onderzoek is geanalyseerd of er oorlogshandelingen of gebeurtenissen achterhaald konden worden, die mogelijk ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied hebben achtergelaten. De resultaten zijn vervolgens geëvalueerd en op basis van de conclusies is een advies geformuleerd.
De onderzoeksvraag is na het uitvoeren van bovenstaande studie als volgt beantwoord: In het onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’ is sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het hele onderzoeksgebied is op basis van het vooronderzoek als verdacht op afwerpmunitie aangemerkt. Naar aanleiding van deze conclusie is onderstaand advies geformuleerd. Op de volgende pagina’s zijn de uitkomsten van dit onderzoek op een gebeurtenissenkaart en een bodembelastingkaart visueel weergegeven. Op basis van bovenstaande conclusies en gezien het feit dat de aanwezigheid van één of maximaal drie vliegtuigbommen van 2000lbs niet kan worden uitgesloten, is er conform het Arbeidsomstandighedenbesluit nader onderzoek nodig. Xplosure adviseert daarom een risicoanalyse uit te laten voeren, zodra de definitieve projectplannen bekend zijn. Een onderzoek na-conflictperiode acht Xplosure niet noodzakelijk, aangezien er uit beeldvergelijking blijkt dat er in het projectgebied na de oorlogsperiode niet veel is veranderd. Verder geldt de aanbeveling dit rapport te overleggen aan de gemeente waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen.
Pagina 3 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
[
Pagina 4 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
[
Pagina 5 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Inhoudsopgave Managementsamenvatting (inclusief gebeurtenissenkaart, bodembelastingkaart) .............................. 3 1
Inleiding.................................................................................................................................. 8
1.1
Stand van zaken ...................................................................................................................... 8
1.2
Onderzoeksmethode ................................................................................................................ 9
1.3
Onderzoeksopzet ................................................................................................................... 12
1.4
Leeswijzer ............................................................................................................................. 12
2
Vooronderzoek conflictperiode (1940-1945) ......................................................................... 13
2.1
Uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een indicatie ................................... 13
2.2
Achterhaalde indicaties uit het geraadpleegde bronnenmateriaal ............................................... 13
2.2.1
Literatuur ............................................................................................................................... 13
2.2.2
Gemeentelijk archief ............................................................................................................... 16
2.2.3
Provinciaal archief .................................................................................................................. 16
2.2.4
Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409, 492 en 575 ......................................... 16
2.2.5
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Amsterdam .......................................... 16
2.2.6
Nationaal Archief Den Haag .................................................................................................... 16
2.2.7
Explosieven Opruimingsdienst Defensie – Semi-Statisch Informatiebeheer ................................ 16
2.2.8
Kadaster Zwolle ..................................................................................................................... 17
2.2.9
The National Archives (TNA) Londen, Verenigd Koninkrijk ........................................................ 21
2.2.10
Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA), Freiburg, Duitsland............................................................ 21
2.2.11
National Archives and Record Administration (NARA) Verenigde Staten .................................... 22
2.2.12
Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada............................................................... 22
2.2.13
Websites ............................................................................................................................... 22
2.2.14
Luchtfotocollecties .................................................................................................................. 22
2.3
Conclusie vooronderzoek conflictperiode (1940-1945) .............................................................. 23
3
Evaluatie en afbakening (on)verdacht gebied ...................................................................... 25
3.1
Evaluatie afweging indicaties .................................................................................................. 25
3.2
Horizontale en verticale afbakening (on)verdacht (deel)gebied .................................................. 26
3.2.1
Horizontale afbakening ........................................................................................................... 26
3.2.2
Verticale afbakening ............................................................................................................... 26
3.3
Mogelijk aan te treffen munitieartikelen .................................................................................... 27
3.4
Geplande werkzaamheden/bodemingrepen opdrachtgever ....................................................... 27
4
Leemten in kennis ................................................................................................................ 29
5
Conclusie ............................................................................................................................. 30
5.1
Conclusie............................................................................................................................... 30
5.2
Advies ................................................................................................................................... 31
6
Bronnenlijst .......................................................................................................................... 32
6.1
Primaire bronnen.................................................................................................................... 32
Pagina 6 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
6.2
Secundaire bronnen/literatuur ................................................................................................. 32
7
Bijlagen ................................................................................................................................ 33
7.1
Bijlage 1: Verantwoording bronnenmateriaal en wijze van raadplegen........................................ 33
7.2
Bijlage 2: Specificatie bronnenmateriaal................................................................................... 34
7.3
Bijlage 3: Wet- en regelgeving ................................................................................................. 41
7.4
Bijlage 4: Chronologisch overzicht van achterhaalde indicaties en hun relevantie ....................... 42
Pagina 7 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
1
Inleiding
Wie denkt dat alle explosieven uit de Tweede Wereldoorlog al geruimd zijn, heeft het mis. Op veel plaatsen in de Nederlandse bodem liggen nog bommen, granaten, mijnen en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Deze ontplofbare oorlogsresten kunnen gevaarlijk zijn, omdat ze door beweging of aanraking alsnog kunnen exploderen. Dit kan dodelijk letsel aan mens en dier, en zware schade aan materieel en milieu tot gevolg hebben. Bovendien zorgt een spontane vondst van munitie vaak voor extra kosten, doordat projecten komen stil te liggen. Het onverwacht aantreffen van munitie en de daarmee samenhangende risico’s en gevaren, vormt de belangrijkste drijfveer voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten. Het eventuele risico op onverwachte ontploffing wordt door vooronderzoek inzichtelijk gemaakt. Op het onderzoek is diverse weten regelgeving van toepassing. In de bijlage 3 is de meest relevante wet - en regelgeving uiteengezet. Het voornaamste document waaraan dit vooronderzoek zich conformeert is het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (hierna CS-VROO). In deze studie staat de opsporing van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’ centraal.
In dit afgebakende onderzoeksgebied, zoals te zien op onderstaande kaart, is in opdracht van KWS-OCE door Xplosure BV een onderzoek uitgevoerd naar het risico op het aantreffen van mogelijk achtergebleven ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied betreft een onbebouwd gebied. Aanleiding voor dit onderzoek zijn bodemingrepen ten behoeve van de aanleg van een sportvoorziening. Voordat dit project wordt uitgevoerd, is het belangrijk en wettelijk verplicht om na te gaan wat de kans is op het in de bodem aantreffen van ontplofbare oorlogsresten.
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’.
1.1 Stand van zaken Om de stand van zaken helder te krijgen, is er bij de relevante overheden en eventuele andere instanties nagegaan of er in het onderzoeksgebied in het verleden vooronderzoek, risicoanalyse en/of opsporing is uitgevoerd. Aangezien dit het geval is, is hieronder beschreven op welke wijze deze informatie bij dit nieuwe vooronderzoek is betrokken.
Pagina 8 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Allereerst is met behulp van informatie van de branchevereniging Vereniging voor Explosievenopsporing (VEO) een inventarisatie van eerder uitgevoerde vooronderzoeken in en rondom het onderzoeksgebied gemaakt. Het beperkt zich tot rapportages die volgens de recente wet- en regelgeving zijn uitgevoerd en die het onderzoeksgebied overlappen, doorkruisen of op een andere relevante manier raken. Uit deze inventarisatie bleek dat er op 31 oktober 2022 door Bodac BV een historisch vooronderzoek is opgeleverd dat het onderzoeksgebied geheel overlapt. Dit onderzoek is bij de organisatie opgevraagd en bekeken. Bodac BV heeft het onderzoeksgebied op basis van hun studie onverdacht verklaard op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Het onderzoeksgebied van Bodac betrof een uitgestrekt gebied. Doordat het onderzoeksgebied nu een kleiner gebied betreft, wordt er op een meer gedetailleerd niveau naar de indicaties gekeken. Daarnaast spelen verschillende interpretaties van bronnenmateriaal hier wellicht een rol. Om deze redenen wordt het vooronderzoek geheel opnieuw uitgevoerd. In de volgende paragraaf wordt de methode van deze nieuwe studie toegelicht.
Afbeelding 2: VEO Bommenkaart met een uitsnede van het onderzoeksgebied van Bodac BV en het nieuwe onderzoeksgebied van Xplosure. Er is duidelijk te zien dat de gebieden elkaar geheel overlappen.
1.2 Onderzoeksmethode Volgens het CS-VROO, vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen OO en goedgekeurd door het bestuur van Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), moeten bij het vooronderzoek diverse expertises betrokken zijn. Zoals vereist, zijn dat ook in dit onderzoek de expertises historisch onderzoek, ontplofbare oorlogsresten, luchtfotoanalyse en geografische informatiesystemen. In onderstaande tabel is weergegeven welke personen in dit geval de genoemde expertises vertegenwoordigen. Expertise: Historisch onderzoek Deskundigheid ontplofbare oorlogsresten Luchtfotoanalyse Deskundigheid GIS
Naam: Pim van Goch, MA Theo Neijenhuis, senior adviseur OO Pim van Goch, MA Pim van Goch, MA
Tabel 1: Overzicht van expertises en betrokken personen bij dit onderzoek. Pagina 9 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
In het vooronderzoek wordt allereerst gestart met bronnenonderzoek. Deze analyse vindt plaats op basis van ‘een inventarisatie van een gebeurtenis/informatie over het mogelijk aanwezig zijn van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied (indicaties) en gebeurtenis.’1 Het resultaat is een chronologische weergave van gebeurtnenissen/indicaties in het onderzoeksgebied. De belangrijkste indicaties worden daarnaast weergegeven in een gebeurtenissenkaart. Een overzicht van de volgens het CS-VROO verplichte en optionele bronnen, de voor dit onderzoek geraadpleegde bronnen, het chronologische overzicht en de bodembelastingkaart zijn te vinden in de bijlagen van dit rapport. Na bovenstaande inventarisatie worden de verzamelde indicaties op betrouwbaarheid en relevantie beoordeeld en geëvalueerd. Daarna wordt gemotiveerd vastgesteld of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Hierbij worden de eigenschappen van de aangetroffen munitie zoveel mogelijk vastgesteld. Ten slotte wordt het eventuele verdachte gebied zowel horizontaal en verticaal afgebakend en wordt geadviseerd over eventuele vervolgstappen.
Omdat locatieverwijzingen bij het vaststellen van de relevantie van oorlogshandelingen een doorslaggevende rol spelen, is voorafgaand aan het onderzoek gekeken naar de geografische situatie voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. De relevante kaarten zijn in het Geografisch Informatiesysteem ArcGIS Pro op de meest recente topografie geplaatst. Hierdoor wordt de historische situatie met een zo minimaal mogelijke afwijking met de meest recente situatie vergeleken. De kaart waarvan hieronder een uitsnede is weergegeven, geeft enkele van de voornaamste topografische herkenningspunten rondom het onderzoeksgebied weer. Dit zijn ‘Dokkum’, ‘Jantjes Zeepolder’ en ‘Geestermeer’. Ook liep er langs het onderzoeksgebied een spoorlijn(tje) voor stoomtreinen welke ten noordwesten door het onderzoekgebied liep.
1
Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsres ten (2021) 16.
Pagina 10 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Pagina 11 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
1.3 Onderzoeksopzet Het vooronderzoek heeft volgens het CS-VROO tot doel ‘om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en indien deze aanwijzingen er zijn, om het verdachte gebied af te bakenen. Het vooronderzoek bestaat uit zowel het inventariseren als beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Eindresultaat is een rapportage en een bijbehorende bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten.’ 2 Deze studie focust zich dus op het beoordelen of er in het in onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Indien deze aanwijzingen er zijn, wordt het verdachte gebied afgebakend. Uiteindelijk wordt gepoogd een antwoord te formuleren op de volgende vraag: Is er in het onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’ sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe is het (on)verdachte gebied af te bakenen? Dit onderzoek bestaat uit twee onderdelen, waarin de deelonderwerpen aan bod komen. Voor het beantwoorden van de eerste deelvraag, wordt door middel van literatuurstudie en bronanalyse onderzocht of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen.
De deelvraag die dan wordt beantwoord is: Is het onderzoeksgebied (deels) betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten, oftewel van verdacht gebied? Het beantwoorden van deze vraag draagt bij aan het maken van een eerste inschatting van het risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Bij het beantwoorden van de tweede deelvraag wordt geanalyseerd welke eigenschappen de aan te treffen explosieven mogelijk hebben. De volgende vraag staat hierbij centraal: Wat zijn de te verwachten eigenschappen (hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm) van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten? Indien de hoofdsoort afwerpmunitie wordt vastgesteld, geldt ook de volgende vraag: Wat is het type ontstekingsinrichtingen en wat is het verwachte aantal? Na het beantwoorden van bovenstaande deelvragen wordt er een antwoord gegeven op de onderzoeksvraag en wordt een conclusie geformuleerd. Daarna volgt een advies, dat in grote lijnen bestaat uit het wel of niet verder opsporen van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Bij dit advies hoort ook een bodembelastingkaart waarop indien nodig bijvoorbeeld deelgebieden worden afgebakend.
In de lopende tekst van dit onderzoeksrapport staan samenvattend de belangrijkste bevindingen vermeld. Aanvullende, uitgebreidere en eventuele extra informatie is opgenomen in de bijlagen. Een voorbeeld hiervan is de chronologische tabel met achterhaalde indicaties. Indien van toepassing, wordt er in de lopende tekst verwezen naar de betreffende bijlage.
1.4 Leeswijzer Het ‘Vooronderzoek conflictperiode (1940-1945)’, waarin de eerste deelvraag wordt beantwoord, is te vinden in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 bevat de ‘Evaluatie en afbakening (on)verdacht gebied’ en ten slotte worden in hoofdstuk 4 de conclusie en het advies besproken.
2 Ibidem, 15.
Pagina 12 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
2
Vooronderzoek conflictperiode (1940-1945)
In dit vooronderzoek conflictperiode wordt op basis van bronnenonderzoek vastgesteld of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Deze verkenning is nodig om een inschatting te maken van het risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Eerst worden de uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een indicatie toegelicht. Vervolgens wordt tekstueel samengevat welke indicaties er zijn achterhaald. De relevante indicaties worden in bijlage 4 ook in een chronologisch overzicht weergegeven. In dit overzicht worden ook de herleidbaarheid en relevantie van de indicaties overwogen. De deelvraag die in dit hoofdstuk centraal staat is: Is het onderzoeksgebied (deels) betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten, oftewel van verdacht gebied?
2.1 Uitgangspunten voor de beoordeling van de relevantie van een indicatie Bij het beoordelen van de relevantie van achterhaalde informatie of indicatie, wordt het volgende selectiecriterium uit het CS-VROO toegepast: ‘Indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied.’ 3 Indien een locatieverwijzing niet direct verwijst naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied of op een andere wijze geen directe relatie met het onderzoeksgebied heeft, dan wordt de achterhaalde informatie niet in het rapport opgenomen of als niet relevant beoordeeld. Hierdoor wordt het onderzoek zo feitelijk en relevant mogelijk gehouden.
2.2 Achterhaalde indicaties uit het geraadpleegde bronnenmateriaal Hieronder wordt per instantie of bronsoort beschreven welke feitelijk herleidbare informatie tijdens het onderzoek is achterhaald. In bijlage 1 is te lezen hoe en wanneer de archieven en bronnen zijn geraadpleegd. In bijlage 4 is een chronologisch overzicht van de achterhaalde indicaties en hun relevantie opgenomen. Een uitgebreid overzicht van geraadpleegde archiefbewaarplaatsen en bronnen is te vinden in bijlage 1 en 2 van dit onderzoeksrapport.
2.2.1
Literatuur
Om te beginnen is er voor dit onderzoek een literatuurstudie uitgevoerd. Naast de volgens het CS-VROO verplichte standaardwerken zijn er ook specifieke regionale en lokale publicaties geraadpleegd. De bevindingen worden in bijlage 4 in een chronologisch overzicht weergegeven. In dit overzicht worden ook de herleidbaarheid en relevantie van de indicaties beoordeeld en beschreven. In de onderstaande lopende tekst staan de belangrijkste uitkomsten van het literatuuronderzoek samenvattend en verhalend beschreven. De indeling is gebaseerd op het CS-VROO en de verschillende fases waarin de oorlog in Friesland en specifiek in Dokkum kan worden ingedeeld: Duitse inval, mei 1940; Luchtoorlog, 1940-1945; Bevrijdingsperiode, 1945. De bevindingen uit de regionale en lokale publicaties zijn in de tekst onder de drie onderdelen verwerkt. Duitse inval, mei 1940 Met de Duitse inval op 10 mei 1940 begon voor Nederland de Tweede Wereldoorlog. ‘Fall Gelb’ was de naam voor het Duitse militaire plan om de Lage Landen in te vallen en in te nemen. Op 14 mei 1940 vond het bombardement op Rotterdam plaats. Op dezelfde dag landde het eerste Duitse vliegtuig op het vliegveld van Leeuwarden. De oorlog begon toen dus ook voor de provincie Friesland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er op Fries grondgebied relatief weinig gevochten.
In het Friese luchtruim vonden er echter dagelijks beschietingen plaats tussen Duitse en geallieerde vliegtuigen. Bovendien bombardeerden beide partijen industriegebieden en historische steden. Omdat de geallieerden het regelmatig hadden gemunt op Duitse steden als
3 Ibidem, 17.
Pagina 13 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Emden, Wilhelmshaven, Bremen en Hamburg, was er boven Friesland veel luchtverkeer. Dit is op onderstaande afbeelding goed te zien.4
Afbeelding 3: ‘Op de kaart is de strategische ligging van Friesland voor de geallieerde luchtmacht duidelijk zichtbaar.’ (Bron: Jan van der Veer, De luchtoorlog boven Zuidwest-Friesland ’40-’45 (Bolsward 1970). Luchtoorlog, 1940-1945 Op bovenstaande afbeelding is de strategische ligging van Friesland voor de geallieerde luchtmacht te zien. In de provincie Friesland en omliggende wateren stortte volgens historicus Jona Lendering tijdens de Tweede Wereldoorlog dan ook ongeveer 500 vliegtuigen neer. Hierbij kwamen vliegeniers om die lang niet altijd konden worden geïdentificeerd. Volgens de overige bestudeerde literatuur stortte enkele van deze vliegtuigen in de jaren tussen 1940 en 1945 in en rondom Dokkum neer. Een van deze ongelukken is relevant voor het projectgebied. Het gaat om het vliegtuig dat op 5 mei 1943 verongelukte. Dit vliegtuig was een Stirling BF505, onderdeel van de Britse Royal Air Force. 5 De geallieerden begonnen in maart 1943 een groot luchtoffensief tegen de Duitse industrie, bekend als de Slag om het Ruhrgebied. Tijdens deze slag wierp The Royal Air Force ‘tienduizenden tonnen aan bommen af op steden als Essen, Gelsenkirchen, Bochum en Duisburg’. 6 In de nacht van 4 op 5 mei 1943 voerde de Royal Air Force een enorme luchtaanval gericht op de Duitse stad Dortmund uit.
In totaal vlogen 596 bommenwerpers naar de stad waar zich kolenmijnen, staalfabrieken en chemische bedrijven bevonden. De luchtaanval verliep echter rampzalig. Er gingen zeker 30 bommenwerpers verloren. 7
4
Fryslan 40 45, ‘Meer over Oorlog boven Friesland’, http://www.f ryslan4045.nl/index.php/meer-over-oorlog-boven-f riesland#:~:text=In%20de%20oorlogsjaren%20is%20er,oorlogsjaren%20uit%20de%20lucht%20geschoten. (geraadpleegd 3 januari 2023). 5 Jona Lendering, ‘Luchtoorlog in Friesland: Het werk van de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF), Historiek (3 december 2018), https://historiek.net/luchtoorlog-in-f riesland/86643/#:~:text=Tijdens%20de%20oorlog%20zijn%20in,niet%20altijd%20konden%20worden%20ge%C3%AFdentif iceerd . (geraadpleegd 3 januari 2023). 6 InDokkum, ‘Nabestaanden onthullen paneel neergestorte Stirling’, https://www.in-dokkum.nl/content/onthulling-panelen-neergestortestirling-bommenwerpers-bij-dokkum-en-damwald/ (geraadpleegd 3 januari 2023). 7 Ibidem.
Pagina 14 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
De reeds genoemde Stirling BF505 werd boven het oosten van Friesland aangevallen door het boordgeschut van een Duitse Messerschmitt Bf 110 van het Nachtjagdgeschwader 1. Dit vliegtuig steeg kort daarvoor vanaf het vliegveld Leeuwarden op. Er werden schoten gehoord in de omgeving van Murmerwoude (nu Damwâld). De Stirling vloog in brand en explodeerde in de lucht. Tot op vele kilometers afstand van Murmerwoude werden brokstukken van de bommenwerper gevonden. De grootste brokstukken kwamen neer in de Lege Miede, nabij het voormalige ‘swart brechje’, de huidige Pier Prinslaan onder Dokkum. Bovendien kwamen er bij de Murmerwoudsterweg bommen tot ontploffing. De locaties van de neergekomen brokstukken en de ontploffingen liggen vlakbij het onderzoeksgebied. Luchtfotoanalyse kan dit eventueel bevestigen of uitsluiten.8 Bevrijdingsperiode, 1945 De geallieerden staken in maart 1945 de Rijn over. Op 8 april werden Franse parachutisten bij Appelscha gedropt. Troepenverplaatsing van de Duitsers werd door sabotage zoveel mogelijk verhinderd. Ondertussen trokken de Canadezen naar Friesland en op vrijdag 13 april reden zij Appelscha binnen. De routes die de Canadese troepen aflegden en de bevrijdingsdata van Friese plaatsen zijn te zien op onderstaande afbeelding. De bevrijding van Dokkum verliep, net als de oorlog in het algemeen daar, relatief rustig.
Het dorp werd op 14 april 1945 bevrijd door de Royal Canadian Dragoons, een regiment van het Canadese leger, die met tanks vanuit Drachten naar Dokkum reden.9
Afbeelding 4: Bevrijdingsdata van steden en dorpen in Friesland. (Bron: Dirk Corporaal, ‘De bevrijding van Friesland en het sigarendoosje van omke Pieter’, http://geschiedenisdc.nl). 8 Ibidem. 9 Dirk Corporaal, ‘De bevrijding van Friesland en het sigarendoosje van omke Pieter’, http://www.geschiedenisdc.nl/index.php/10-bevrij-
ding-f riesland (geraadpleegd 3 januari 2023).
Pagina 15 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
2.2.2
Gemeentelijk archief
In Streekargyf Noardeast-Fryslân is het archief van gemeente Oostdongeradeel geraadpleegd. Hier zijn de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde ontplofbare oorlogsresten en de oorlogsschaderapporten bestudeerd. Deze analyse heeft aangetoond dat er weliswaar melding wordt gemaakt van neergestorte vliegtuigen en bominslagen, maar dat geen van deze meldingen herleidbaar is naar het onderzoeksgebied. Opvallend is dat er in het gemeentearchief geen stukken zijn aangetroffen die melding maken van het boven Murmerwoude (nu Damwâld) gecrashte vliegtuig. Ook is er geen melding gevonden van de ingeslagen bommen als gevolg van deze crash.
2.2.3
Provinciaal archief
In Tresoar, het provinciaal archief van de provincie Friesland, is onderzoek verricht in de relevante archieven van het Militair Gezag, stukken van de luchtbeschermingsdienst, stukken over aangetroffen/geruimde ontplofbare oorlogsresten en oorlogsschaderapporten. Er is een lijst met bevrijdingsdata van Friese gemeenten en plaatsen gevonden. Hierop is te lezen dat Dokkum op 14 april 1945 officieel is bevrijd. Verder zijn er geen relevante gegevens over Dokkum en specifiek het onderzoeksgebied gevonden. Dit geeft aan dat Dokkum en het onderzoeksgebied waarschijnlijk niet betrokken zijn geweest bij hevige gevechten. Ook op militair strategisch gebied, speelde Dokkum waarschijnlijk geen rol van betekenis.
2.2.4
Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409, 492 en 575
In het NIMH zijn de collectie ‘Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940’ met collectienummer 409, de collectie 492 ‘De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II’ en de collectie ‘Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945)’ met collectienummer 575 geraadpleegd. Er zijn in deze collecties geen gegevens gevonden die iets zeggen over oorlogshandelingen in Dokkum en/of het onderzoeksgebied.
2.2.5
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Amsterdam
In het NIOD is ten eerste de ‘Collectie Departement van Justitie (toegangsnummer 216k)’ geraadpleegd. Hierin bevinden zich processen-verbaal met betrekking tot bomafwerpingen en andere luchtoorlog gerelateerde gebeurtenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. Daarnaast is de ‘Collectie Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077)’ geraadpleegd, waarin zich een relatief compleet overzicht bevindt van bomafwerpingen en andere luchtoorlog gerelateerde gebeurtenissen op Nederlands grondgebied in de periode september 1940 – april 1941. Er zijn voor dit onderzoek geen relevante gegevens aangetroffen.
2.2.6
Nationaal Archief Den Haag
De collectie ‘Binnenlandse Zaken (toegangsnummer 2.04.53.15)’ is in het Nationaal Archief geraadpleegd. Hierin zijn de berichten van gemeenten aan de Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag in de periode 1940-1943 ontsloten. Het resultaat is dat er zich in deze collectie geen berichten over Dokkum bevinden. Daarnaast zijn in het Bunkerarchief zogenaamde Blok- en overzichtskaarten geraadpleegd. Er is onderzocht of er binnen het onderzoeksgebied sprake was van Duitse militaire infrastructuur. Hieruit is gebleken dat er geen verdedigingswerken aanwezig waren. Daarom zijn er dan ook geen situatietekeningen bestudeerd.
2.2.7
Explosieven Opruimingsdienst Defensie – Semi-Statisch Informatiebeheer
Het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) te Soesterberg is geraadpleegd. Hier is eerst de database met meldingen uit de periode 1971-2010 bekeken. MORA/UO’s op deze Excel-lijst die mogelijk relevant zijn voor het onderzoeksgebied, zijn vervolgens opgevraagd bij de EODD. Helaas zijn de ruimrapporten na twee keer opvragen niet geleverd. Ook de MORA/UO’s die worden bewaard in het Semi-Statisch Informatiebeheer en de database met uitgewerkte UO’s van 2010 tot heden zijn geraadpleegd. In het SIB is ook het archief van de Mij n- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) geraadpleegd. In deze collectie zijn de munitieruimingen in de periode 1945-1947
Pagina 16 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
ontsloten. Aan de hand van de mijnenveldkaarten van de EOD is geanalyseerd of ter plaatse van het onderzoeksgebied mijnenvelden of op mijnen verdachte gebieden hebben gelegen. Aangezien dit niet het geval is zijn de bijbehorende mijnruimrapportages niet geraadpleegd. Een overzicht van de voor dit onderzoek relevante meldingen en ruimingen is te vinden in de bijlage 2.
2.2.8
Kadaster Zwolle
Via het Kadaster is historisch kaartmateriaal geraadpleegd. Dit betreft geallieerde stafkaarten, zogenaamde ‘Defence Overprints’ en historische topografische kaarten. Met deze kaarten kunnen naoorlogse veranderingen binnen het onderzoeksgebied worden geïnventariseerd (zie hoofdstuk 3). De gevonden kaarten zijn in ArcGIS op de huidige topografische situatie geplaatst. Hieruit blijk t dat het onderzoeksgebied in 1945 in onbebouwd gebied lag. Bovendien wijst het feit dat er geen ‘Defence Overprints’ van het gebied bes chikbaar zijn erop dat het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog hoogstwaarschijnlijk niet in een militair relevant gebied lag. Hieronder is een uitsnede van de relevante geallieerde stafkaart weergegeven.
Afbeelding 5: Uitsnede van een geallieerde stafkaart met daarop aangegeven het onderzoeksgebied. Naast bovenstaande stafkaart is ook een beeldvergelijking gemaakt. Hierbij is de geografische situatie ten tijde van de Tweede Wereldoorlog vergeleken met de hedendaagse situatie. Voor de situatie in de jaren tussen 1940 en 1945 is gebruik gemaakt van de bestudeerde luchtfoto uit 1943. Op onderstaande afbeelding is de beeldvergelijking te zien. Wat opvalt is dat het gebied zowel in 1943 als vandaag de dag overwegend uit platteland bestaat. In 1943 liep er in het noordwesten van het projectgebied echter een spoorlijn(tje) die later verdwenen is. Deze spoorlijn is ook op bovenstaande stafkaart zichtbaar. Verder liep er zowel in 1943 als vandaag de dag een sloot of beek door het onderzoeksgebied. De beek zoals die vandaag de dag loopt, zou een overblijfsel kunnen zijn van de watergang die in 1943 bestond. Bovendien staan er vandaag de dag meer bomen en lopen er aan westelijke kant een paar paden die op de luchtfoto uit 1943 niet zichtbaar zijn. De beeldvergelijking is aangevuld met enkele foto’s die zijn gemaakt tijdens het locatiebezoek. Hierop is nogmaals te zien dat het projectgebied onbebouwd gebied betreft. Zoals op de luchtfoto van de hedendaagse situatie ook te zien is, loopt er in het westelijk deel van het onderzoeksgebied een pad.
Dit deel van het onderzoeksgebied was tijdens het locatiebezoek omgeven door een gesloten hek en een beek. Het gebied is zonder toestemming dus niet te betreden. Er konden daarom geen foto’s v an dichterbij worden gemaakt.
Pagina 17 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Pagina 18 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Pagina 19 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Pagina 20 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
2.2.9
The National Archives (TNA) Londen, Verenigd Koninkrijk
De geallieerden maakten tijdens de Tweede Wereldoorlog onder andere gebruik van het zogenaamde ‘Nord de Guerre’ coördinatenstelsel. De gegevens (eventueel met coördinaten) uit internationaal bronnenmateriaal zijn door middel van geallieerde stafkaarten en met behulp van ArcGIS herleidbaar naar een specifieke locatie. De kaartvierkanten hebben een oppervlakte van een vierkante kilometer . Op onderstaande afbeelding zijn de relevante kaartvierkanten uit het ‘Nord de Guerre’ coördinatenstelsel te zien. Het onderzoeksgebied ligt in het vak QU8325, maar omdat de meldingen niet altijd even nauwkeurig verliepen worden ook de kaartvierkanten direct grenzend aan die van het onderzoeksgebied meegenomen. Vooruitlopend op de luchtfotoanalyse is op de bestudeerde luchtfoto van 5 november 1943 in het onderzoeksgebied in ieder geval een inslagkrater van afwerpmunitie te zien. Daarnaast is er nog ten westen van het projectgebied een bodemverstoring te zien die ook afkomstig zou kunnen zijn van een ingeslagen bom. Uit overige bronnen blijkt dat er in de directe nabijheid van het onderzoeksgebied een Brits vliegtuig (Stirling BF505) van de Royal Air Force is neergestort. Om meer informatie over deze crash en bijvoorbeeld de bommenlast te achterhalen, is allereerst het bijbehorende Operation Record Book geraadpleegd. Hieruit bleek dat de neergestorte Stirling bij No.
8 (Bomber) Group hoorde en hoogstwaarschijnlijk vier bommen van 2000lbs aan boord had. Verder waren er in totaal acht bemanningsleden/vliegeniers aan boord. In de literatuur en andere bestudeerde bronnen zijn geen aanwijzingen gevonden voor betrokken Britse grondtroepen bij artilleriebeschietingen in of nabij het onderzoeksgebied. Om deze reden zijn er voor dit onderzoek geen Britse oorlogsdagboeken (War Diaries) geraadpleegd.
Afbeelding 6: Relevante ‘Nord de Guerre’ vierkanten op en rondom het onderzoeksgebied.
2.2.10 Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA), Freiburg, Duitsland De collectie ‘Lageberichte’ van de Luftwaffenführungsstab Ic’ bevat meldingen over bomafwerpingen op Nederlands grondgebied in de periode 10 mei 1940 – 10 november 1941. Uit het raadplegen van deze collectie blijkt dat het voor het onderzoeksgebied geen relevante gegevens bevat.
Pagina 21 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
2.2.11 National Archives and Record Administration (NARA) Verenigde Staten In het overige bronnenmateriaal zijn geen aanwijzingen gevonden voor de betrokkenheid van het onderzoeksgebied bij luchtaanvallen door de United States Army Air Forces. Ook is niet gebleken dat Amerikaanse landmachteenheden betrokken waren bij oorlogshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied. Er is in het NARA dan ook geen aanvullend onderzoek gedaan.
2.2.12 Library and Archives Canada (LAC), Ottawa, Canada Aangezien uit literatuuronderzoek is gebleken dat Canadese landmachteenheden tijdens de bevrijdingsperiode bij oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied betrokken waren, zijn relevante War Diaries (oorlogsdagboeken) van het betreffende regiment geraadpleegd. Het gaat om het regiment ‘1st Armoured Car Regiment (Royal Canadian Dragoons)’. In het bestudeerde oorlogsdagboek is te lezen dat de bevrijding van Dokkum relatief rustig verliep. Het voornaamste dat wordt vermeld is de feestelijke ontvangst van de Canadese soldaten door de inwoners van Dokkum. Er worden geen meldingen gemaakt van gevechten of andere oorlogshandelingen in of direct rondom het onderzoeksgebied.
2.2.13 Websites De volgende online-databases zijn geraadpleegd: SGLO Crash Database, Vergeltungswaffen.nl en Delpher. Volgens het verliesregister van Studiegroep Luchtoorlog zijn er in de oorlogsjaren in de buurt van Dokkum drie (Engelse) vliegtuigen neergestort. Geen van deze vliegtuigen is in of nabij het onderzoeksgebied neergekomen. Op de interactieve kaart van Vergeltungswaffen.nl is te zien dat er in het noorden van Nederland relatief weinig V.1 en V.2 inslagen zijn geweest. Zo zijn er in en direct rondom het onderzoeksgebied geen inslagen bekend. De dichtstbijzijnde inslag die op de website wordt vermeld, heeft plaatsgevonden bij de plaats Drachten, dat ruim twintig kilometer van het onderzoeksgebied ligt verwijderd. In de krantendatabase van Delpher zijn geen gegevens gevonden met betrekking tot het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten in Dokkum. Opvallend is echter een nieuwsbericht van 26 september 2013, getiteld Historici staan voor raadsel brandbom Dokkum. In het artikel wordt gesteld dat er in en direct rond Dokkum volgens kenners in de Tweede Wereldoorlog niet gebombardeerd is door de Duitsers. In de Dokkumer grachten werd in 2013 toch een brandbom gevonden, iets dat in de inleiding van het verhaal ‘opmerkelijk’ wordt genoemd. Deze vondst is echter niet feitelijk herleidbaar naar het onderzoeksgebied.
Aangezien het hier over grachten gaat, wordt hoogstwaarschijnlijk de binnenstad bedoeld. Het onderzoeksgebied ligt hier ongeveer een kilometer van verwijderd. 10
2.2.14 Luchtfotocollecties Er is een inventarisatie gemaakt van de beschikbare luchtfoto’s betreffende de data waarop oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden. De inventarisatie is gemaakt aan de hand van de volgende luchtfotocollecties: The National Collection of Aerial Photography (NCAP, voormalig The Aerial – Reconnaissance Archives (TARA)) te Edinburgh Scotland, Wageningen UR te Wageningen, Kadaster te Zwolle, Laurier Military History Achive (LMH), Waterloo (Canada) en National Archives and Records Administration (NARA), College Park (MD, Verenigde Staten). Voor een nauwkeurige analyse is in deze collecties gezocht naar luchtfoto’s die zowel kort voor als vlak na relevante oorlogshandelingen zijn genomen. Bij de selectie is gelet op dekking en kwaliteit. De geselecteerde luchtfoto’s zijn in ArcGIS Pro op de huidige topografische/geografische situatie geplaatst. Vervolgens zijn de afbeeldingen geanaly seerd op aanwijzingen voor mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste resultaten en bevindingen. Op de bestudeerde luchtfoto van 5 november 1943 is met name gezocht naar indicaties die mogelijk wijzen op of afkomstig zijn van de vliegtuigcrash van mei dat jaar. Dit met het oog op het feit dat de vermelde locaties in de literatuur in de omgeving van het onderzoeksgebied liggen.
In het meest zuidelijke deel van het projectgebied is een (oude) inslagkrater van afwerpmunitie waargenomen. Deze krater is mogelijk afkomstig van het op 5 mei 1943 neergestorte Britse vliegtuig. Verder zijn er nog enkele bodemverstoringen te zien die wellicht ook zouden kunnen wijzen op inslagkraters. Een van deze mogelijke kraters is de krater ten westen van het
10 RTV
NOF, ‘Historici staan voor raadsel brandbom Dokkum’, https://www.rtvnof .nl/historici-staan-voor-raadsel-brandbom-dokkum/142196/ (geraadpleegd 19 december 2022).
Pagina 22 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
projectgebied, De (mogelijke) kraters liggen aan de Murmerwoudsterweg. In overige bronnen worden als gevolg van de hiervoor genoemde vliegtuigcrash aan deze straat ontploffingen gemeld. De grootste brokstukken van het vliegtuig zouden ten zuidwesten van het onderzoeksgebied zijn neergekomen. Op de luchtfoto zijn hiervan geen aanwijzingen gevonden. Op de luchtfoto’s die op 28 augustus 1945, dus na de bevrijdingsperiode, zijn gemaakt, zijn geen bodemverstoringen te zien die wijzen op achtergebleven ontplofbare oorlogsresten.
2.3 Conclusie vooronderzoek conflictperiode (1940-1945) Uit bovenstaande bevindingen blijkt allereerst dat de Tweede Wereldoorlog voor Dokkum en de directe omgeving van het onderzoeksgebied relatief rustig is verlopen. Er is niet gebleken dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij grondgevechten van betekenis. Ook luchtaanvallen lijken beperkt te zijn, op een paar vliegtuigcrashes in de omgeving na. Een van deze crashes vond echter dichtbij het onderzoeksgebied plaats. De waargenomen inslagkrater in het onderzoeksgebied, is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van deze crash. In bronnen wordt namelijk vermeld dat er bij de Murmerwoudsterweg als gevolg van het neergestorte vliegtuig bommen ontploften. De achterhaalde bommenlast van het neergekomen vliegtuig is vier bommen van 2000lbs. Op de bestudeerde luchtfoto van 5 november 1943 is in het zuidelijke deel van het projectgebied een inslagkrater waargenomen. Er zouden mogelijkerwijs dus nog maximaal drie van dergelijke bommen in en rondom het onderzoeksgebied kunnen liggen. Om deze reden is afbakening van het verdachte gebied noodzakelijk.
Pagina 23 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
[
Pagina 24 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
3
Evaluatie en afbakening (on)verdacht gebied
In voorgaande hoofdstukken is onderzocht of er zogenaamde indicaties in het onderzoeksgebied zijn aan te wijzen. De resultaten van dit onderzoek leiden naar de volgende vraag: Wat zijn de te verwachten eigenschappen (hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm) van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten? Indien de hoofdsoort afwerpmunitie wordt vastgesteld, geldt ook de volgende vraag: Wat is het type ontstekingsinrichtingen en wat is het verwachte aantal?
3.1 Evaluatie afweging indicaties De belangrijkste en zo niet de enige indicatie die voor dit onderzoek van belang is, betreft de vliegtuigcrash die plaatsvond in de nacht van 4 op 5 mei 1943. Hieronder wordt de crash van de Stirling BF505 van The Royal Air Force afgebakend op de manier waarop dit wordt voorgeschreven in het CS-VROO. Er is na het uitvoeren van bovenstaand onderzoek conflictperiode niet op al onderstaande vragen een antwoord te formuleren. Als op een vraag geen antwoord te formuleren is, dan wordt dit duidelijk aangegeven met bijvoorbeeld ‘nee’, ‘onbekend’ of ‘niet van toepassing’. Vliegtuigcrash Stirling BF505 op 4/5 mei 1943 Onderzoeksvragen locatieverwijzing Is de locatie van de crash bekend?
Het vliegtuig vloog in brand en explodeerde in de lucht. Brokstukken werden gevonden op vele kilometers afstand van Murmerwoude. De grootste delen stortten neer in de Lege Miede, nabij het voormalige ‘swart brechje’, de huidige Pier Prinslaan onder Dokkum. Is het schadebeeld op de grond te achterhalen? Nee, op de bestudeerde luchtfoto’s is het schadebeeld op de grond niet te achterhalen. Onderzoeksvragen achtergebleven ontplofbare oorlogsresten Is het bekend of er explosieve componenten aan Het vliegtuig droeg vier bommen van 2000lbs. boord waren tijdens de crash? Is het type vliegtuig en de mogelijke bommen- Het vliegtuig betrof een Stirling BF505 van The last/boordmunitie bekend? Royal Air Force en droeg vier bommen van 2000lbs. Is de aanwezigheid van stoffelijke resten, milieukun- Ja, dit is mogelijk. Er zijn echter geen directe aanwijdige bodemverontreiniging (zoals brandstof) zingen voor de aanwezigheid van bodemverontreinien archeologisch erfgoed mogelijk? ging. De overleden bemanningsleden zijn meteen de volgende dag begraven. Er zijn dus geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van stoffelijke resten. Zijn er aanwijzingen dat er onderdelen van het toe- Nee, er zijn geen aanwijzingen dat er onderdelen stel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de van het toestel in de bodem zijn achtergebleven.
(water)bodem zijn achtergebleven? Wat was de toestand van het toestel in de lucht vóór Het vliegtuig vloog in brand en explodeerde in de het neerkomen? lucht. Is bekend welke bergingswerkzaamheden hebben Nee, er zijn geen bergingswerkzaamheden bekend. plaatsgevonden in de verschillende tijdvlakken? Onderzoeksvragen afbakening verwachtingsgebied Zijn de aangetroffen ontplofbare oorlogsresten te Ja, de aangetroffen inslagkraters van afwerpmunitie herleiden naar de vliegtuigcrash? zijn zeer waarschijnlijk afkomstig van het gecrashte vliegtuig. Zijn er aanwijzingen dat ontplofbare oorlogsresten Ja, er is vermeld dat er bij de Murmerwoudsterweg zijn aangetroffen op of in de directe omgeving naar Dokkum bommen tot ontploffing komen. van de crashlocatie? Tabel 2: Afbakeningsmethode vliegtuigcrashes volgens het CS-VROO.
Pagina 25 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
3.2 Horizontale en verticale afbakening (on)verdacht (deel)gebied 3.2.1
Horizontale afbakening
In onderstaande tabel is op basis van de achterhaalde indicaties een afweging gemaakt omtrent de horizontale en verticale afbakening van het onderzoeksgebied. Per indicatie is er een gebied horizontaal en verticaal afgebakend. De afbakeningen worden steeds kort gemotiveerd. Bovendien is elke hieronder genoemde indicatie, indien van toepassing en indien mogelijk, voorzien van een ID-nummer. Dit nummer is gekoppeld aan de in ArcGIS ingetekende indicatie. Zo is elke indicatie die in onderstaande tabel wordt afgebakend visueel terug te vinden in dit geografisch informatiesysteem. ID
Indicatie
1
Krater(s) afwerpmunitie
Horizontale afbakening De oppervlakte van het onderzoeksgebied/projectgebied.
Verticale afbakening De diepte van de ondoordringbare zandlaag. Deze diepte moet door middel van sonderingen bekend worden.
Motivatie Op de luchtfoto uit 1943 is minimaal een inslagkrater van afwerpmunitie te zien. Waarschijnlijk is deze afkomstig van een bom van 2000lbs. Het vliegtuig dat deze kraters vermoedelijk heeft veroorzaakt droeg vier van deze bommen.
Tabel 3: Horizontale- en verticale afbakening van het verdachte gebied.
3.2.2
Verticale afbakening
In bovenstaande tabel is per indicatie de verticale afbakening af te lezen. In onderstaande tabel is daarnaast input geleverd voor de berekening van de verticale afbakening. Dit is gedaan voor de vereiste van het CSVROO. Bovendien is nog gekeken naar bijvoorbeeld bodemsamenstelling. Uit de verzamelde gegevens blijkt bijvoorbeeld dat de maaiveldhoogte ten opzichte van 1945 niet of nauwelijks is veranderd. Verticale afbakening verdacht gebied: afgeworpen vliegtuigbommen en lucht-gronddoelraketten Vlieghoogte Onbekend Vliegsnelheid Onbekend Afwerphoek/afvuurhoek Onbekend Aanvangssnelheid bij afwerpen/verschieten Onbekend Diameter vliegtuigbom/gevechtskop van raket Onbekend Gewicht vliegtuigbom/gevechtskop van raket 4x2000lbs Vorm van de vliegtuigbom/gevechtskop van raket Onbekend Maaiveldhoogte conflictperiode -0.3 Huidige maaiveldhoogte -0.31 Weerstandwaardes grondopbouw conflictperiode 0-8 Wrijvingswaarde ondergrond conflictperiode 2,0 - 4,0 Tabel 4: Verticale afbakening van het verdachte gebied volgens het CS-VROO. Bodemsamenstelling De bodem in het onderzoeksgebied bestaat volgens de BRO Bodemkaart uit zware klei. Uit (BRO-)gegevens van DINOloket blijkt dat de er ongeveer in het midden van het onderzoeksgebied geologisch booronderzoek heeft plaatsgevonden. Uit de lithologie is op te maken dat de bodem van beneden naar boven is opgebouwd uit leem, veen en klei.
3.3 Mogelijk aan te treffen munitieartikelen In onderstaande tabel zijn de eigenschappen van de mogelijk aan te treffen munitieartikelen schematisch weergegeven. Hier zijn onder andere de herkomst, hoofdsoort, subsoort en het kaliber – voor zover bekend – terug te vinden. Ook hier wordt elke indicatie voorzien van een korte motivatie. Daarnaast is elke indicatie indien van toepassing door middel van een uniek ID-nummer in ArcGIS terug te vinden.
Pagina 26 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
ID
Motivatie
1
Indicatie
Herkomst
Hoofdsoort
Subsoort
Kaliber
Ontsteker
Verschijningsvorm Krater af- Engels Afwerpmuni- Onbekend 2000lbs Onbekend Afgeworwerpmunitie tie pen Uit bronnenonderzoek blijkt dat er in 1943 in de nabijheid van het onderzoeksgebied een Stirling BF505 van The Royal Air Force neerstortte. Dit vliegtuig droeg naar alle waarschijnlijkheid een bommenlast van 4 x 2000lbs. Tijdens luchtfoto onderzoek is er in het projectgebied een krater waargenomen. Daarnaast zijn er nog enkele andere bodemverstoringen te zien die mogelijk op meerdere kraters wijzen. Er kunnen dus nog 1 tot 3 van deze bommen binnen het onderzoeksgebied in de bodem zitten.
Tabel 5: Overzicht van mogelijk aan te treffen ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied.
3.4 Geplande werkzaamheden/bodemingrepen opdrachtgever Op de afbeelding op de volgende pagina zijn de geplande werkzaamheden en/of bodemingrepen in het projectgebied weergegeven. Dit is gezien de schaal van de afbeelding, echter een globaal overzicht. Er worden een hockeyveld, een korfbalveld, een padelveld, een tennisveld en een voetbalveld aangelegd. In het zuidelijke deel van het projectgebied, waar bij luchtfotoanalyse de bomkrater is waargenomen, wordt een voetbalveld aangelegd. In het advies komt aanbod wat op basis van deze werkzaamheden wordt geadviseerd.
Pagina 27 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
Pagina 28 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
4
Leemten in kennis
Uiteraard is er altijd sprake van bepaalde factoren die (de diepgang van) het onderzoek beïnvloeden. Zo is er ook in dit onderzoek sprake van leemte in kennis, namelijk dat bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur, archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD niet te herleiden zijn naar een specifieke locatie. Deze indicaties zijn daarom als niet herleidbaar aangemerkt. Bovendien zijn de opgevraagde ruimrapporten na twee keer opvragen niet geleverd. Daarnaast is er in The National Archives gezocht naar informatie over bijvoorbeeld de bommenlast van de op 5 mei 1943 neergestorte Stirling BF505 van The Royal Air Force. Het is niet gelukt te achterhalen hoeveel bommen er tijdens de vliegtuigcrash tot ontploffing zijn gekomen. In de overige bronnen is echter geen m elding gevonden van eventuele blindgangers. Er is met zekerheid slechts één krater waargenomen, waardoor er volgens de achterhaalde bommenlast van de vier bommen nog drie bommen elders moeten liggen. Bovendien is de exacte crashlocatie van het vliegtuig niet bekend. De gevolgen hiervan voor de geplande werkzaamheden worden in de conclusie en het advies op de volgende pagina’s besproken.
Pagina 29 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
5
Conclusie
5.1 Conclusie De intentie van deze studie was te achterhalen of er in het onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’ sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe het (on)verdachte gebied is af te bakenen. Om tot een gefundeerd en onderbouwd antwoord op dit vraagstuk te komen, is allereerst geanalyseerd of het onderzoeksgebied (deels) betrokken is geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en of er daardoor sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van ontpl ofbare oorlogsresten, oftewel van verdacht gebied. Vervolgens is er gepoogd de gebeurtenissen te achterhalen die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (contra-indicaties). Ten slotte is door middel van een grondige bronanalyse uiteengezet wat de te verwachten eigenschappen (hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm) van de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten zijn. Op basis van de bevindingen kan er allereerst worden geconcludeerd dat de periode van de Tweede Wereldoorlog in en rondom Dokkum relatief rustig is verlopen. Ten zuiden van Dokkum, bij Murmerwoude – het tegenwoordige Damwâld – is in 1943 een vliegtuig uit de lucht geschoten.
Het onderzoeksgebied is bij deze crash betrokken geweest, als in dat er tijdens de luchtfotoanalyse in het projectgebied een inslagkrater van afwerpmunitie is waargenomen. De overige bestudeerde bronnen bevestigen dat er in het gebied rondom het onderzoeksgebied bommen zijn neergekomen als gevolg van de hiervoor genoemde vliegtuigcrash. Het vliegtuig droeg in totaal vier bommen van 2000lbs. De eigenschappen van de mogelijk aan te treffen munitieartikelen zijn ook te vinden in de tabel in paragraaf 3.3. De volgende vraag vormde het uitgangspunt van dit onderzoek: Is er in het onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’ sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten en hoe is het (on)verdachte gebied af te bakenen? Deze vraag is na het uitvoeren van bovenstaand onderzoek als volgt te beantwoorden: In het onderzoeksgebied ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’ is sprake van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. In het meest zuidelijke deel van het onderzoeksgebied is een bomkrater waargenomen. Het hele onderzoeksgebied is verdacht verklaard, vanwege het feit dat er mogelijk nog meerdere soortgelijke bommen in de omgeving zijn neergekomen.
Afbeelding 8: Bodembelastingkaart ‘Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum’.
Pagina 30 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
5.2 Advies Op basis van de conclusies en gezien het feit dat de aanwezigheid van één of maximaal drie vliegtuigbommen van 2000lbs niet kan worden uitgesloten, is er conform het Arbeidsomstandighedenbesluit nader onderzoek nodig. Xplosure adviseert daarom een risicoanalyse uit te laten voeren, zodra de definitieve projectplannen bekend zijn. Een onderzoek na-conflictperiode acht Xplosure niet noodzakelijk, aangezien er uit beeldvergelijking blijkt dat er in het projectgebied na de oorlogsperiode niet veel is veranderd. Verder geldt de aanbeveling dit rapport te overleggen aan de gemeente waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen.
Pagina 31 van 53
Projectcode: P04864 Versie: Def initief
Vooronderzoek Ontplof bare Oorlogsresten Conf lictperiode Sportvoorziening Tolhuispark te Dokkum
6
Bronnenlijst
6.1 Primaire bronnen Zie bijlage 1 en 2 voor de verantwoording en specificatie van het primair bronnenmateriaal.
6.2 Secundaire bronnen/literatuur Amersfoort, H., en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De Strijd op Nederlands grondgebied (4e druk) (Den Haag 2021). Bollen, H. (e.a.), Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 – voorjaar ’46 (z.p. 1994). Eversteijn, T., ‘Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945’ (niet gepubliceerd). Foreman, J., The Fighter Command War Diaries: July 1944 to May 1945 (2004). Friese Pers, Friesland 1940-1945 (Leeuwarden 1980). Huizinga, J.J., Friesland en de Tweede Wereldoorlog (Leeuwarden 1996). Huurman, C., Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-’45 (Eindhoven 2001). Klep, C., en B. Schoenmaker, De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995). Middelbrook, M., en C. Everitt, Bomber Command War Diaries: An Operational Reference Book 1939-1945 (2014). Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen, 's-Gravenhage 1970). Nierstrasz, V.E. (red.), De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II (Diverse delen, ’sGravenhage 1952-1963). Postma, R.H., & Y. Neijenhuis, te, De oorlog een gezicht gegeven (deel 3). Dokkum in de periode ’40-’45 (Oudwoude 2014). Postma, R.H., & Y. Neijenhuis, te, De oorlog een gezicht gegeven (deel 4).