Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan Hantum - Titus Conradistrjitte-Smidstrjitte (vaststelling)
Tekst van het document
5.8
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit. In het Bkl zijn omgevingswaarden voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze zijn van toepassing op die gevallen waarin op grond van het omgevingsplan de aanleg van een autoweg, een autosnelweg of een tunnelbuis voor het wegverkeer mogelijk wordt gemaakt. Ook zijn deze van toepassing wanneer de gemeente in kwestie deel uitmaakt van één van de in het Bkl aangewezen agglomeraties. Wanneer daar sprake van is, dan moet bij de wijziging van het omgevingsplan de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht in acht worden genomen. Toetsing Het initiatief betreft de realisatie van maximaal 12 woningen. Voor het plangebied is er geen sprake van een van
29/286
een project of een aangewezen agglomeratie / gemeente waarop een toetsing aan de omgevingswaarden nodig is. Daarom is de regeling voor luchtkwaliteit niet op deze wijziging van het omgevingsplan van toepassing. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied ook sprake van een goede luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering en relevant thema voor de uitvoering van dit plan.
5.9
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
Toetsingskader Met betrekking tot geluid zijn in het Bkl instructieregels opgenomen voor het beheersen van de geluidemissie door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Bovendien zijn instructieregels opgenomen die specifiek zijn bedoeld voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de aanleg of wijziging van het gebruik van gemeentewegen, waterschapswegen of lokale spoorwegen (zonder geluidproductieplafonds) en het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen een geluidaandachtsgebied, waarbij rekening wordt gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Ook zijn in het Bkl instructieregels opgenomen voor het geluid van activiteiten. Voor gezoneerde industrieterreinen blijft de systematiek van de Wet geluidhinder van kracht tot het moment waarop geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld en is het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein de op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde zone. Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). De omvang van het geluidaandachtsgebied is afhankelijk van de bron. Bij een lokale (spoor)weg is het geluidaandachtsgebied tot een bij koninklijk besluit tijdstip begrenst door vaste afstanden (artikel 17.5 Omgevingsregeling).
De geluidaandachtsgebieden voor rijkswegen, en spoorwegen is terug te vinden op de kaart van de Centrale Voorziening Geluidgegevens. Voor provinciale wegen blijft de systematiek van de Wet geluidhinder van kracht tot het moment waarop geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld en vormt het geluidaandachtsgebied van een provinciale weg de geluidzone, bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder. In een Omgevingsplan moet worden getoetst of het geluid van wegverkeer aanvaardbaar is. Het geluid is in ieder geval aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals vermeld in het Bkl. De toets wordt in eerste instantie beperkt/afgebakend door het geluidaandachtsgebied behorend bij een weg. Dit is dus het gebied waar de standaardwaarde kan worden overschreden. Voor gemeentewegen dient het geluidaandachtsgebied te worden berekend op basis van de uiterlijk in 2026 vast te stellen basisgeluidemissie (BGE). Op basis van het geldende overgangsrecht zijn aan gemeentewegen geluidaandachtsgebieden toegekend op basis van vaste afstanden. Het geluidaandachtsgebied dat is gebaseerd op vaste afstanden heeft voor lokale (spoor)wegen een breedte van 100 meter, 200 meter of 350 meter aan weerszijden van de weg. Dit is afhankelijk van het aantal rijstroken, het aantal sporen en de snelheid van de situatie waarop het besluit is gebaseerd.
Binnen dit geluidaandachtsgebied zijn de instructieregels van het Bkl van toepassing.
30/286
Toetsing In de omgeving van het plangebied zijn alleen gemeentewegen aanwezig met een lage verkeersintensiteit. De verkeersintensiteiten zijn dermate laag dat het aannemelijk is dat er kan worden voldaan aan de standaardwaarden en er een aanvaardbare situatie is ter plaatse. Ook is de extra verkeersaantrekkende werking van het project niet dermate groot dat er op de omliggende woningen een extra geluidsbelasting ontstaat. (Zie ook paragraaf 5.5) Er is derhalve geen akoestisch onderzoek noodzakelijk en er zal sprake zijn van een redelijk tot goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid door wegen, spoorwegen en industrielawaai staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
5.10 Geluid door activiteiten Toetsingskader In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en wordt erin voorzien dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is. De instructieregels in het Bkl (en de bruidsschat) bevatten waarden en eisen voor het beoordelen van geluid. In praktijk gaat het hier om milieubelastende activiteiten. Daarbij kan zowel het geluid van een (nieuwe) milieubelastende activiteit op z'n omgeving van belang zijn, als het geluid van (bestaande) milieubelastende activiteiten op een (nieuw) geluidgevoelig gebouw. Het geluid van activiteiten buiten het plangebied op nieuwe geluidgevoelige gebouwen moet worden beoordeeld in het kader van een evenwichtige toedeling en mogelijke belemmeringen voor die activiteiten. Momenteel zijn de regels van de Bruidsschat van toepassing op de activiteit. Indien noodzakelijk (om de belemmeringen weg te nemen) kunnen er maatwerkvoorschriften voor de activiteit worden vastgesteld, waarbij rekening moet worden gehouden met de instructieregels van het Bkl. De VNG-afstandentabel uit 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) biedt een indicatie of het aannemelijk is dat de geluidwaarden van de Bruidsschat in acht genomen kunnen worden. Toetsing Het plangebied ligt aan de rand van het dorp Hantum en grenst aan de bestaande bebouwing van het dorp.
Met de ontwikkeling van 9 tot 12 woningen wordt een milieugevoelige functie gerealiseerd. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf is op een afstand van circa 200 meter gelegen. De bedrijvigheid ten zuiden van de Smidstrjitte bevindt zich op een afstand van circa 80 meter. De VNG-afstandentabel uit 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) biedt een indicatie of het aannemelijk is dat de geluidwaarden van de Bruidsschat in acht genomen kunnen worden. Gezien de genoemde afstanden is het aannemelijk dat de geluidwaarden uit de Bruidsschat in acht genomen kunnen worden en de woningen dus voldoende worden beschermd. Daarnaast wordt de bedrijfsvoering van de bedrijven niet belemmerd door de aanwezigheid van woningen die zich reeds op een kortere afstand bevinden dan de geplande woningen. 'Geluid door activiteiten' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Rioolgemaal In verband met mogelijke overlast van het rioolgemaal hanteert Het Wetterskip een minimale afstand tussen een rioolgemaal en een woning van 30 meter. Dat lijkt in dit plan niet het geval. De huidige woning naast het
31/286
gemaal heeft deze afstand ook niet maar bij de veelvoorkomende zuid/westenwind zitten die niet “onder” de wind. Bij kavel 9 is overlast door geluid en/of geur wel te verwachten. Het Wetterskip staat deze bebouwing op deze plek daarom niet toe. Het betreft hier echter een kleinschalige nutsvoorzieningen die vrij te plaatsen is in bijvoorbeeld gemeentelijk groen, zonder milieuzonering. Het is verder een gesloten installatie, er is nauwelijks contact met de buitenlucht en dus geen/amper sprake van verspreiding van geur of het voortbrengen van geluid. Het aanhouden van een afstand van 30 meter wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 'Geluid door activiteiten' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente is verantwoordelijk voor toekomstige problemen en eventuele kosten omtrent bouwen/wonen in de 30 meter zone.
5.11 Geur Toetsingskader De gemeente moet in het omgevingsplan op grond van het Bkl rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. In de Omgevingswet staat dat de overheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gevolgen van de activiteiten voor de gezondheid van haar burgers. Dit is bijvoorbeeld ook cumulatie van geur van bedrijven. Rekening houden met geur werkt dit twee kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. Toetsing en conclusie In het plangebied worden geurgevoelige gebouwen zoals woningen mogelijk gemaakt. Aan de zuidkant van het plan ligt een rioolgemaal van het Wetterskip. De aansluiting van het nieuwe DWA riool (droogweerafvoer) sluit aan op gemeentelijke riolering. In verband met mogelijke overlast van het rioolgemaal hanteert Het Wetterskip een minimale afstand tussen een rioolgemaal en een woning van 30 meter. Dat lijkt in dit plan niet het geval. De huidige woning naast het gemaal heeft deze afstand ook niet maar bij de veelvoorkomende zuid/westenwind zitten die niet “onder” de wind.
Het betreft hier echter een kleinschalige nutsvoorzieningen die vrij te plaatsen is in bijvoorbeeld gemeentelijk groen, zonder milieuzonering. Het is verder een gesloten installatie, er is nauwelijks contact met de buitenlucht en dus geen/amper sprake van verspreiding van geur of het voortbrengen van geluid. Het aanhouden van een afstand van 30 meter wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 'Geur' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente is verantwoordelijk voor toekomstige problemen en eventuele kosten omtrent bouwen/wonen in de 30 meter zone.
32/286
Figuur: rioolgemaal nabij plangebied (Bron: Streetview)
5.12 Omgevingsveiligheid Toetsingskader Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet rekening worden gehouden met het belang van een veilige leefomgeving. Het gaat daarbij om: de bescherming van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van een risicovolle activiteit, en het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en het milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Activiteiten met externe veiligheidsrisico's zijn risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden en hiermee moet rekening worden gehouden. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven (dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bal; het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal; Er zijn drie categorieën gebouwen en locaties die worden beschermd: zeer kwetsbaar (alleen gebouwen), kwetsbaar (gebouwen en locaties) en beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties). Zeer kwetsbare gebouwen. Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen.
Het gaat daarbij onder meer om de volgende gebouwen: woonfunctie voor 24-uurszorg, basisscholen en kinderopvang. Kwetsbare gebouwen en locaties. Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf
33/286
voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om: een woonfunctie, bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie en sportfunctie. Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. De overige gebouwen en locaties zijn beperkt kwetsbaar. De nadruk ligt op de bescherming van de kwetsbare gebruiksfunctie van een gebouw. Gebouwen worden alleen beschermd voor de gebruiksfunctie van dat gebouw. Toetsing Met de beoogde ontwikkeling worden kwetsbare gebouwen en locaties mogelijk gemaakt. Om zicht te krijgen op de omgevingsveiligheid is de atlas voor de leefomgeving geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in en in de omgeving van het plangebied geen activiteiten met externe veiligheidsrisico's plaatsvinden. Bovendien zijn binnen het plangebied en in de directe omgeving geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.13 Trillingen Toetsingskader Op grond van het Bkl moet bij het wijzigen van een omgevingsplan rekening worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillingsgevoelige ruimten van trillingsgevoelige gebouwen; het plan moet erin voorzien dat deze trillingen aanvaardbaar zijn. Het toepassingsbereik van deze instructieregel omvat alle activiteiten die met het omgevingsplan zijn toegestaan, met uitzondering van de activiteit wonen. In artikel 5.86 van het Bkl is aangegeven dat hieraan wordt voldaan als aan het omgevingsplan standaardwaarden voor continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen worden verbonden. In het Bkl zijn de instructieregels met betrekking tot trillingen opgenomen. Daarbij gaat het onder andere om het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaak door een activiteit. Deze instructieregels gelden niet voor trillingen door doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Gemeenten kunnen in die gevallen zelf bepalen of en zo ja, welke regels zij voor trillingen van activiteiten in het omgevingsplan opnemen in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de beoordeling van trillingen kan bijvoorbeeld de SBR-richtlijn en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt.
De instructieregels van het Bkl zijn overigens wel van toepassing als in het omgevingsplan een trillingaandachtsgebied langs het spoor is vastgelegd. Toetsing en conclusie In het plangebied worden trillingsgevoelige gebouwen zoals woningen mogelijk gemaakt. In de omgeving van het plangebied zijn echter geen activiteiten die trillingen veroorzaken. Hierdoor vormt het aspect trillingen ook geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
34/286
5.14 Schaduwhinder en windhinder Toetsingskader Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient te worden aangetoond dat geen sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor het windklimaat in de directe omgeving van het plangebied en de bezonningssituatie ter plaatse van eventueel aanwezige bestaande woningen. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Toetsing Dit milieuaspect speelt vooral bij hoogbouw. In het plangebied wordt geen hoogbouw mogelijk gemaakt. Hierdoor vormt het aspect 'schaduw en windhinder' dan ook geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
5.15 Cultureel erfgoed Toetsingskader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden 'landschappen' als onderdeel van de fysieke leefomgeving aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. Deels zijn landschapswaarden in instructieregels van het Bkl verankerd.
Voor het bepalen van cultuurhistorische waarden gebruikt de gemeente de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota waarin wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waarvan ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel uitmaakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing Archeologie In opdracht van de gemeente Noardeast-Fryslân is een archeologisch veldonderzoek (IVOO) uitgevoerd voor drie deelgebieden te Hantum, waaronder het deelgebied aan de Titus Conradistrjitte (deelgebied 1). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 11. In 2023 is door de Steekproef een bureauonderzoek uitgevoerd voor zes deelgebieden in Hantum waarvan drie nu verder archeologisch onderzocht worden. Uit dit onderzoek is gebleken dat deelgebieden 3 en 6 op de terp van Hantum liggen. Deelgebied 1 ligt ten oosten van de terp. Op basis van paleografische reconstructies was het terrein bewoonbaar in de steentijd waarna het in de bronstijd
35/286
bedekt raakte met veen. Vanaf de ijzertijd is het gebied daarna continu bewoonbaar gebleven. Voor de periodes steentijd, ijzertijd – nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting. Tijdens het veldonderzoek zijn 21 boringen gezet in de drie deelgebieden. Hiermee is vastgesteld dat in deelgebied 1 de bodem bestaat uit een geroerde toplaag bovenop de natuurlijke kwelderwal en de kwelderafzettingen. In dit deelgebied zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Uit de resultaten van het verkennende booronderzoek blijkt dat de top van de bodem in alle drie de deelgebieden is verstoord. In deelgebied 1 is hieronder direct de natuurlijke bodem aangetroffen bestaande uit een kwelderwal op kwelderafzettingen. Geadviseerd wordt om deelgebied 1 vrij te geven van verder archeologisch onderzoek. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Geadviseerd wordt dit te doen bij de gemeente Noardeast-Fryslân. Cultuurhistorie Hantum is een terpdorp. De bebouwing van Hantum is lange tijd geconcentreerd geweest op de terp. Pas halverwege de twintigste eeuw is het dorp in oostelijke richting uitgebreid.
Ten behoeve van de boogde ontwikkeling is de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geraadpleegd. Op de kaart is aangegeven dat het westelijke deel van het plangebied deel uitmaakt van een 'Boerderijplaats'. In de huidige situatie is geen boerderij meer aanwezig. Met de inrichting van het plangebied wordt aangesloten op de reeds aanwezige bebouwing. Ten oosten van het plangebied is tevens een 'Boerderijplaats' gelegen. De huidige situatie wordt gerespecteerd door hiermee rekening te houden in het ontwerp van het plangebied. De locatie is niet meer agrarisch van betekenis, maar de openheid van deze 'Boerderijplaats' wordt wel in stand gehouden. Uit de CHK2 blijkt tevens dat de Smidstrjitte in de inventarisatie is opgenomen in 'Oude paden nieuwe wegen' en de Ternaarder Feart in 'Vaarwegen'. Met de beoogde ontwikkeling wordt de bestaande structuur van wegen en watergangen gerespecteerd en niet aangetast. Landschap Het plangebied bestaat uit agrarische gronden zonder bebouwing en kent geen bijzondere landschappelijke waarden waarmee rekening moet worden gehouden bij de ontwikkeling. Door de openheid van het aangrenzende open landschap te respecteren zijn de erfafscheidingen aan de oostzijde van het plangebied niet hoger dan 1 meter. Vanuit het aspect cultuurhistorie vormt de beoogde ontwikkeling geen belemmering.
5.16 Bodem Toetsingskader Volgens het Bkl moet een omgevingsplan voorzien in waarden voor de toelaatbare kwaliteit voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (zoals in onderhavig planvoornemen het geval is). In het Omgevingsplan gemeente Noardeast-Fryslân zijn deze waarden nog niet opgenomen. De bodemkwaliteit is in ieder geval
36/286
aanvaardbaar indien de onderzochte waarden voldoen aan de interventiewaarden bodemkwaliteit als bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Raadpleging van het Bodemloket (www.bodemloket.nl) laat zien dat de betreffende locatie deels voldoende is onderzocht en gesaneerd en deels geen gegevens beschikbaar zijn.
Figuur: fragment kaart Bodemloket Toetsing De nieuwe woningen in Hantum zijn bodemgevoelige gebouwen waarvoor een bodemonderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. In mei 2025 is daarom een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Titus Conradistrjitte in Hantum. Het bodemonderzoek is opgenomen als bijlage 8. Aanleiding van het actualiserend bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van woningen op de locatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn er aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging. Derhalve wordt de locatie deels als verdacht en deels als onverdacht voor bodemverontreiniging beschouwd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: NEN 5707 (asbestonderzoek): Zintuiglijk en analytisch is geen asbest aangetroffen. Derhalve zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen. NEN 5740 onderzoek: Op basis van de gemeten concentratie in het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, formeel gezien onjuist. De concentratie is echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen. Slootdemping: Ter plaatse van de slootdemping zijn meerdere boringen uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen.
Aangenomen mag worden dat de demping is uitgevoerd met gebiedseigen grond.
37/286
Afvoer van grond Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen van het Besluit Bodemkwaliteit. Alle mengmonsters worden beoordeeld als klasse Landbouw/natuur.
5.17 Water Toetsingskader Bij de wijziging van een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken (artikel 5.37 Bkl). Eerder werd hieronder ook wel de ‘watertoets’ verstaan. Dit houdt in dat een verantwoording dient te worden afgelegd van het onderzoek naar en het integrale beleid betreffende de afstemming van het ruimtelijk beleid met het waterbeleid. Alle relevante facetten van het waterbeheer in relatie met de ruimtelijke ordening dienen in beeld te worden gebracht, zoals de waterkwantiteit (vernatting of verdroging) en de waterkwaliteit, alsmede functies die aan in het plangebied voorkomend water worden toegekend. De aandacht dient zich zowel tot het grondwater als het oppervlaktewater te richten. Bij beschouwing van de consequenties van het plan voor de waterhuishouding zijn de volgende items van belang: beïnvloedt het plan een kering of dijk; worden er sloten gedempt of sloten verlegd; is de toename van verhard oppervlakte (daken en openbare weg) en; beïnvloedt het plan het onderhoud van watergangen. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Wetterskip Fryslân, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer.
Bij het tot stand komen van het plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. Toetsing Ten behoeve van de planontwikkeling is een aanvraag voor een digitale watertoets gedaan op de website hetwateradvies.nl. (Aanvraagnummer 00062224). Deze aanvraag is opgenomen als bijlage 9 bij deze motivering. Uit de watertoets blijkt dat de normale procedure moet worden gevolgd. Vooroverleg met Wetterskip Voor de uitbreidingslocatie Hantum is Wetterskip Fryslân alvast om advies gevraagd. De bevindingen van dit vooroverleg zijn hieronder weergegeven. De vooroverlegreactie van het Wetterskip met daarop de reactie van de gemeente is opgenomen als bijlage 12. Compensatie verhard oppervlak Ten behoeve van het te compenseren verhard oppervlak is een berekening gemaakt. In totaal is er sprake van 467,7 m2 toename verhard oppervlak. Door het verbreden van de watergangen wordt er 470 m2 compensatie
38/286
gerealiseerd. Een en ander resulteert in een positief saldo van 2,7 m2 watercompensatie. De berekening van de compensatie van verhard oppervlak is akkoord bevonden door het Wetterskip en is opgenomen als bijlage 10. Het gaat om een demping (100% van 138,5 m2) en een compensatie (10% van 3.292 m2). De gemeente heeft de watervergunning voor de watercompensatie aangevraagd bij Wetterskip Fryslân. Wetterskip Fryslân heeft deze vergunning verleend op 27 oktober 2025. Drooglegging Bij de realisering van bebouwing en het aanleggen van verharding is het nodig om rekening te houden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding te voorkomen. Wetterskip Fryslân adviseert voor bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 m en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 m gerekend vanaf de te realiseren bovenkant vloer. Ook voor verharding adviseert het Wetterskip een drooglegging van 0,70 m. De bouwlocatie ligt in een peilgebied met een zomerpeil van -0,80 m NAP en een winterpeil van -1.00 m NAP. Geadviseerd wordt om bij het bepalen van de aanleghoogte rekening te houden met de droogleggingsnorm, maar ook met het maatgevende boezempeil, zie onderstaande uitgelegd. Toetsing: Het zomerpeil is -0,80. De as weg komt op +0,70 en de woningen op +1,00 NAP. De drooglegging voor de vloeren bedraagt dus 1,8 m en voor de weg 1,5 m.
Dit is ruim boven het gestelde minimum. Aan bovenstaande wordt voldaan. Maatgevend boezempeil Het maatgevend boezempeil ter plaatse van het plangebied is bepaald op 0.01 m NAP. De regionale waterkering is ontworpen op basis van deze waterstand. Er bestaat een kans dat de regionale waterkering doorbreekt. Het is in geval van een doorbraak van de regionale waterkering belangrijk de negatieve gevolgen zo klein mogelijk en de gevolgschade zo laag mogelijk te houden. Het plangebied ligt in een gebied met een overstromingskans van 1:100. Dit betekent dat de regionale waterkering is ontworpen op basis van een maatgevend boezempeil met een kans van voorkomen van 1/100e per jaar. Geadviseerd wordt om het vloerpeil van de nieuwe bebouwing boven het maatgevend boezempeil van 0.01 m NAP aan te leggen. Toetsing: De woningen staan op 1,00 + NAP.De peilen zitten ruim boven de gestelde minimale peil van 0,01 NAP Onderhoud watergangen Ten behoeve van het onderhoud van de watergangen rondom het plangebied ligt er een gemeentelijk schouwpad langs de westelijke sloot. Deze blijft in gemeentelijk eigendom. Onderhoud is vanaf deze kant mogelijk. Een deel van de noordelijke watergang is een schouwwatergang. Het groen ten zuiden van deze watergang is en blijft eigendom van de gemeente. Deze grond is bedoeld als schouwpad langs de watergang.
De gemeente heeft zo toegang tot de watergang om onderhoud uit te voeren op de gemeentelijke eigendommen zijnde watergang en talud. Het talud van de noordelijke watergang wordt afgegraven. Het nieuwe talud wordt 2:3. Over het algemeen hanteert de gemeente altijd taluds van 2:3. In de kleigrond is dat over het algemeen geen probleem. Het onderhoud is voor de eigenaar. Bij kavel 5 en 6 is de halve sloot van de woningeigenaren. Zij zijn als eigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud. Riolering De gemeente sluit de nieuwe riolering aan op de gemeentelijke riolering.
39/286
Aan de westkant zijn bomen ingepland naast de watergang. Hierdoor is onderhoud van de watergang vanaf de kant van het plan in de toekomst niet meer mogelijk. Het Wetterskip vraagt ruimte te reserveren langs de watergangen zodat deze onderhouden kunnen worden. Ook adviseert het Wetterskip om onderhoud stroken langs de watergangen in eigendom van de gemeente te houden. Toetsing: De gemeente wil graag extra groen toevoegen aan uitbreidingsplannen om zo een bijdrage te leveren aan het voorkomen van hittestress, en afname en opname van CO2 uit de lucht. Door de bomen op een minimale afstand van 8 m te zetten kan het onderhoud tussen de bomen door plaatsvinden. In het voorliggende plan is nog geen bebouwing gepland langs de hoofdwatergang. Indien dat in de toekomst wel gebeurt dient er rekening gehouden te worden met een onderhoudsstrook van 5 meter langs de hoofdwatergang. Beschoeiing Het is niet toegestaan beschoeiing aan te leggen in de watergangen rond het plangebied. Toetsing: Er worden geen beschoeiingen aangelegd. Alle taluds zijn natuurlijk ingericht. Persleiding Aan de zuidkant en oostkant van het plan ligt een persleiding van het Wetterskip. De nieuwe toegangsweg naar het uitbreidingsplan loopt over de bestaande persleiding.
Ter bescherming tegen het zware verkeer dient er een mantelbuis om de persleiding gelegd te worden zodat deze die niet ovaal wordt gedrukt door zwaar verkeer. Uit het plan blijkt dat het oostelijke gedeelte eerst niet wordt bebouwd. Als dit in de toekomst wel gebeurt dient er rekening gehouden te worden met de volgende voorwaarden: de persleiding dient minimaal 5 meter uit de slootkant liggen de persleiding mag niet onder bebouwing uitkomen de persleiding mag niet in particuliere tuinen liggen. Toetsing: De mantelbuis wordt opgenomen in het bouwrijp bestek. Verder uitbreiding van het plan is op dit moment niet voorzien. Rioolgemaal Aan de zuidkant van het plan ligt een rioolgemaal van het Wetterskip. Zie hiervoor verder paragraaf 5.10 'Geluid door activiteiten' en paragraaf 5.11 'Geur'.
5.18 Duurzaamheid Toetsingskader Er is geen specifiek toetsingskader voor het aspect duurzaamheid. Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij een wijziging van het omgevingsplan rekening gehouden moet worden.
40/286
In de Omgevingsvisie van de gemeente Noardeast-Fryslân is duurzaamheid een belangrijk thema. De energietransitie, circulariteit en omgevingskwaliteit zijn belangrijke onderdelen die een grote bijdrage kunnen leveren aan het verduurzamen van de gemeente. Toetsing Bij de realisatie van nieuwe woningen in het plangebied geldt het uitgangspunt dat er gasloos wordt gebouwd. Uitsluitend het westelijk deel van het perceel zal worden ingevuld met woningbouw. Het groene karakter van het projectgebied zal daardoor voor het oostelijk deel in stand worden gehouden. Hiermee wordt aangesloten op het principe van natuurinclusief bouwen waarbij de relatie tussen de bebouwing en de natuurlijke omgeving kan worden versterkt.
5.19 Gezondheid Toetsingskader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. De wet benadrukt dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, in ieder geval rekening wordt gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen op het gebied van gezondheid en milieu. Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving De 'Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving' geven handvatten om met gemeenten en anderen in gesprek te gaan over een gezonde leefomgeving. Het is een set van waarden die idealiter in elk ruimtelijk plan of –beleid aan de orde komen. De Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving zijn opgesteld door de werkgroep Ruimtelijke Ordening van GGD GHOR Nederland Vakgroep Milieu en Gezondheid, in samenwerking met het RIVM en vele andere GGD-collega’s. Deze kernwaarden vormen de basis waarmee de gemeente initiatieven tegen het licht gaat houden. Toetsing Een deel van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming.
Meetbaar is onder andere de bodemkwaliteit, de geluidhinder en de geurhinder, de trillingshinder en de luchtkwaliteit In voorgaande paragrafen zijn deze aspecten beoordeeld. Voor deze aspecten zijn in het Bkl instructieregels opgenomen waar aan wordt voldaan. Relevante nadelige gezondheidseffecten kunnen voor deze aspecten worden uitgesloten. De gemeente heeft de ambitie om wijken en buurten hittebestendiger maken door ze zoveel mogelijk te vergroenen. Parken, bomen, schaduwplekken, fonteinen en waterspeelplaatsen dragen bij aan verkoeling. Voor het projectvoornemen geldt dat het gaat om maximaal 12 grondgebonden woningen met bijbehorende tuin. Ten oosten van de bouwkavels blijft een stukje onbebouwd grasland. Het projectgebied is gelegen in een dorpse, groene omgeving. Het voorgenomen initiatief doet geen afbreuk aan de hierboven geschetste gemeentelijke ambities.
41/286
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische vormgeving
Toepassingsbereik
Met deze wijziging van het omgevingsplan worden de bestaande juridisch-planologische mogelijkheden en de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân (dat per 1 januari 2024 met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege is ontstaan) voor het plangebied vervangen door deze wijziging van het omgevingsplan. Deze wijziging voldoet aan de Omgevingswet en de instructies vanuit het Rijk en van de provincie Fryslân. Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt niet alle regels die deel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De bruidsschat (inclusief vangnetregeling) en de gemeentelijke verordeningen die deel uitmaken van de het tijdelijk omgevingsplan worden niet gewijzigd. In het toepassingsbereik (zie artikel 3) is opgenomen welke regels worden gewijzigd met dit wijzigingsbesluit.
6.2
Begrippen
De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op het wijzigingsbesluit en hoeven dus niet bij de begrippen te worden opgenomen. De begripsbepalingen uit het Bbl, Bkl en Bal en de Omgevingsregeling zijn niet van rechtswege van toepassing op het TAM-omgevingsplan. Daarom is in de begrippen hierop aangesloten door deze van toepassing te verklaren. Dit betekent dat bijvoorbeeld het begrip hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken niet meer in de begripsbepalingen voorkomt. Deze zijn opgenomen in het Bbl. Wél zijn er aanvullende begrippen in dit omgevingsplan opgenomen die nodig zijn voor het wijzigingsbesluit.
6.3
Algemeen verbod
In het algemene verbod is opgenomen dat alle niet genoemde functies en activiteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan niet zijn toegestaan. Het algemene verbod zorgt ervoor dat alleen de genoemde functies en activiteiten zijn toegestaan. Wanneer sprake is van bestaande functies en activiteiten die niet zijn genoemd in de bestemmingen, dan zijn deze wel toegestaan. Het begrip bestaand is opgenomen in de begripsbepalingen, waarbij het gaat om legale situaties ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
6.4
Functies en activiteiten
Bij het opstellen van een TAM-omgevingsplan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de IMRO standaarden van 2012 kan nog gebruik worden gemaakt van bestemmingen. Dit voorliggend TAM-omgevingsplan bevat in technische zin bestemmingen, waar de beoogde functies en activiteiten in het plangebied in zijn ondergebracht. Voor de inhoud van de juridische regeling wordt zo veel mogelijk aangesloten op geldende regels en de standaarden van de gemeente. De bestemmingen bevatten gebruiksregels en bouwregels. Bestemmingen
42/286
Agrarisch-cultuurgrond Het oostelijk gedeelte van het plangebied blijft onbebouwd en is daarom onder de bestemming 'Agrarisch Cultuurgrond' gebracht. Hier zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan: cultuurgrond, met daaraan ondergeschikt voet- en rijwielpaden, sloten, bermen en beplanting. In dit gebied wordt de instandhouding van de landschappelijke waarden nagestreefd. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. Groen De afschermende beplanting aan de westzijde van het plangebied is onder de bestemming 'Groen' gebracht. Het betreft openbaar groen en is bedoeld voor groenvoorzieningen, bosschages, bebossing en beplanting. Voet- en rijwielpaden, speelvoorzieningen en waterlopen en waterpartijen zijn eveneens toegestaan. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. De groenstrook aan de oostzijde van het plangebied heeft de bestemming 'Groen', vanwege de lanschappelijke inpassing. Verkeer De ontsluitingsweg voor de nieuwe woningbouwlocatie is onder de bestemming 'Verkeer' gebracht. In het voor 'Verkeer' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan: wegen en straten, voet- en rijwielpaden, parkeer- en groenvoorzieningen, Ook sloten, bermen en beplanting zijn hier toegestaan. Water De waterlopen rondom het gebied zijn onder de bestemming 'Water' gebracht.
In het voor 'Water' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan: waterlopen en waterpartijen; oevers, bermen en beplanting. Onder voorwaarden zijn steigers toegestaan. Wonen De woningen met bijbehorende erven zijn onder de bestemming Wonen gebracht. De woonfunctie mag gecombineerd worden met een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, In het voor 'Wonen' aangewezen gebied zijn eveneens de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan: nutsvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. De woningen dienen binnen het op de verbeelding weergegeven bouwvlak te worden gebouwd. Het maximum aantal woningen is per bouwvlak aangegeven. Bovendien is per bouwvlak aangegeven of er aaneengebouwde, vrijstaande of twee-aaneen woningen mogen worden gebouwd. Naast de bouwregels voor het bouwen van een hoofdgebouw zijn regels opgenomen voor de bouw van bijbehorende bouwwerken en overkappingen.
6.5
Algemene regels
Binnen de algemene regels is een anti-dubbeltelregeling opgenomen. In het Bkl is geen plicht opgenomen tot het opnemen van een anti-dubbeltelregeling. Deze hoeft dus niet te worden opgenomen in dit TAM-omgevingsplan. De keuze is om deze wel mee te nemen om ongewenste bebouwingsmogelijkheden te creëren (voor bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken). De bestaande situatie is in de algemene regels vastgelegd zodanig dat indien maatvoeringen en/of situeringen
43/286
van een bestaand bouwwerk afwijken van de beoordelingsregels van het TAM-omgevingsplan gelden de bestaande maatvoeringen en situeringen als norm. In de algemene regels is ook een regeling opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken (voorheen welstand). Dit betreft een zogenoemde open norm, waarbij een koppeling is gelegd met de vaststelling van beleidsregels omtrent uiterlijk en plaatsing van bouwwerken vanuit het beeldkwaliteitsplan (zie hiervoor ook paragraaf 2.2.2 ). De algemene regels bevatten ook een parkeerbepaling die regelt dat bij vergunningsaanvragen moet worden aangetoond dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Zie hiervoor ook paragraaf 5.5. Tenslotte bevatten de algemene regels ook een voorwaardelijke verplichting vanwege de realisatie en instandhouding van het groen ten behoeve van de landschappelijke inpassing.
6.6
Overgangsregels
Het opnemen van overgangsrecht is niet meer verplicht onder de Omgevingswet. In verband met de rechtszekerheid van bestaande rechten is ervoor gekozen om overgangsregels op te nemen. Deze overgangsregels zijn zowel voor bouwwerken als voor gebruik.
44/286
Hoofdstuk 7
Financiële haalbaarheid
In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.
7.1
Financiële uitvoerbaarheid
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft de bouw van maximaal 12 woningen. De gemeente is grondeigenaar en geeft de kavels uit aan de ontwikkelende partijen. De gemeente is de initiatiefnemer en realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De gemeente heeft middelen beschikbaar vanuit de grondexploitatie om de ontwikkeling te realiseren. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan.
7.2
Kostenverhaal
Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de ontwikkeling van maximaal 12 woningen. De beoogde ontwikkeling is een kostenverhaalplichtige activiteit. Het is verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval het kostenverhaal is verzekerd. De gemeente heeft de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteit mogelijk wordt gemaakt in eigendom. De kosten voor de wijziging van het omgevingsplan worden gedragen door de gemeente. De overige kosten die de gemeente heeft wordt privaatrechtelijk geregeld tussen gemeente en ontwikkelaar en worden verrekend in de verkoopprijs van de gronden. Hierdoor is het kostenverhaal gegarandeerd.
7.3
Nadeelcompensatie
Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Eventuele nadeelcompensatie komt voor rekening van de initiatiefnemer. Dit wordt eveneens vastgelegd in een overeenkomst van de gemeente. De gronden waarop het bouwplan zal plaatsvinden zijn in eigendom van de gemeente. Eventuele planschade komt eveneens voor rekening van de gemeente.
45/286
Hoofdstuk 8
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen, moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op deze wijziging van het omgevingsplan nader onderzocht in deze motivering. Afweging Met de beoogde ontwikkeling worden aan de noordzijde van Hantum, op een perceel ten noorden van de Smidstrjitte, maximaal 12 woningen ontwikkeld. Het perceel is momenteel in gebruik als grasland. Het westelijk deel van het perceel zal worden ingevuld met woningbouw. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen de bestaande juridisch-planologische kaders. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Onderhavig plan voorziet hierin.
Deze wijziging van het omgevingsplan is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten / instructieregels op provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de instructieregels vanuit het Bkl. In hoofdstuk 5 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de geldende (milieu) wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot belangrijke milieugevolgen. In de beoordeling is gebleken voor de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De uitvoering van het plan levert een bijdrage aan het bereiken van maatschappelijke doelen, het voorziet in de lokale woningbehoefte, is wenselijk met het oog op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en is passend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
46/286
Bijlagen motivering
47/286
48/286
Bijlage 1
49/286
Stedenbouwkundig ontwerp
2A
zp -0.80 wp -1.00
5
10.50 Z39
6
12.15
7.80
+0.60
OPPERVLAKTE 314m2
4
OPPERVLAKTE 315 m2 +0.80
3 +0.60
7
16.00
+0.30
16.00
+0.45
23.85
16.00
24.35
+0.30
OPPERVLAKTE +0.45 kavel 381 m2 + water 82 m2
OPPERVLAKTE kavel 387 m2 + water 83 m2
OPPERVLAKTE 505 m2
10.50
+0.70
OPPERVLAKTE 315 m2
2 32.00
OPPERVLAKTE 315 m2 +0.80
OPPERVLAKTE 512 m2
16.00
10.50
8
+0.70
+0.45
+0.70
30.00
1 +0.30
OPPERVLAKTE 508 m2
16.00
9
+0.70
+0.50
+0.70
39 35
37
Mogelijke postitie trafo Liander
1
zp -0.80 wp -1.00
Omschrijving
Hantum
Terrein kavel Grens perceel DeTi l l e
Smidstrjitte
Verharding asfalt deklaag +1.38 +0.76
+0.84 +0.92
+1.00
Weg verhard
+0.92
Verharding tegel Berm
Situatie
Watergang insteek Watergang waterlijn bestaand Watergang waterlijn compensatie Watergang talud Boom Bebouwing trafo lage
2.50
Wegprofiel
Postbus 1 AA Dokkum Tel. 0519-298888 info@noardeast-fryslan.nl www.noardeast-fryslan.nl
5.00
DATUM:
29-04-2025
GETEKEND:
RB
FORMAAT:
A2
SCHAAL:
1:500
Woningbouwlocatie Hantum Ontwerp
Concept 7-5-2025
Bestandslocatie:R:\NF-Projecten\Programmabureau Gebiedsontwikkeling\projectgroep 2 Dorpen NF 1 (voormalig kollum)\Hantum uitbreiding\Civiel\Tekeningen\2505 ontwerp.dgn
Bijlage 2
51/286
Beeldkwaliteitsplan
BEELDKWALITEITSPLAN UITBREIDING HANTUM
BKP Light uitbreiding Hantum feb26.pdf
02
DOEL
UITBREIDING HANTUM Architectuur van de woningen en inrichting van de openbare ruimte sluit aan op het beeld van de meer noordelijk gelegen Conradistrjitte. Aan de westzijde van de ontsluitingsweg liggen geschakelde woningen, de noordzijde bestaat uit vrijstaande woningen en de oostzijde uit vrijstaande of 2-onder-1-kapswoningen. Het betreft een redelijke traditionele bouwwijze van één laag met kap. Kapvormen zijn beperkt tot zadel- schild of mansardekap, eventueel afgeknot of met wolfseinden. Nokrichting van de vrijstaande huizen zijn haaks of gelijk aan de openbare weg. De geschakelde woningen hebben nokken gelijk aan de openbare weg, i.e. parallel. Er is geen vaste voorgevelrooilijn maar minstens 60% van de voorgevel dient parallel te zijn aan de straat.
BKP Light uitbreiding Hantum feb26.pdf
beeldkwaliteit uitbreidiing hantum
03
beeldkwaliteit uitbreidiing hantum
UITWERKING BEELDKWALITEIT De uitbreding bestaat uit rij-, 2-onder-1 kap- en vrijstaande woningen. De woningen zijn gericht op de openbare weg en kennen een kantige opzet, refererend aan traditionele bouw. De bouw kent één laag met kap, aan- en bijgebouwen zijn duidelijk op afstand van de voorgevel. Erkers zijn mogelijk, maar ondergeschikt. Woningen zijn hoofdzakelijk opgetrokken uit baksteen in metselwerkverband. Minstens 60% van de voorgevel is parallel aan de straat. De woonhuizen liggen achter een groen ingerichte voortuin. Erfscheidingen voor de voorgevel bestaan hoofdzakelijk uit plantgoed en zijn lager dan één meter.
Erfscheidingen voor de voorgevels bestaan uit plantmateriaal, evenals erf- of perceelsscheidingen in de bestemming 'Groen' aan de noord- en oostzijde en zijn in deze zone maximaal 1m hoog. Deze randen dienen passend te zijn in het landschap en zorg te dragen voor een dorps beeld. Erf- of perceelsscheidingen naar de openbare ruimtes zijn hoofdzakelijk beplant of anders van natuurlijke materialen zoals hout of riet.
BKP Light uitbreiding Hantum feb26.pdf
Bijlage 3
55/286
Inpassing groen
3
2A
zp -0.80 wp -1.00
1
+0.45 +0.45
+0.30
+0.30
+0.60
Z39
Z39
+0.80 +0.60 +0.70 +0.45
+0.70
+0.80
+0.70
+0.30
+0.70
+0.50
+0.70
33
Verklaring 39 35
1
37
Bestaand
Omschrijving Boom
zp -0.80 wp -1.00
Hantum
Nieuw
Omschrijving Geslotenverharding Asfalt
Smidstrjitte
Openverharding
DeTi l l e
Weg Parkeerplaats Berm Terrein Oever Water
Grens Perceel 2
Terrein Uitgeefbaar Kavel Bebouwing Woningbouw Twee Onder Een Kap
Situatie
Bebouwing Woningbouw Vrijstaand Groene afscheiding/ haag breed 1,0 m
Bebouwing Lage Trafo Boom Lichtmast
Postbus 1 AA Dokkum Tel. 0519-298888 info@noardeast-fryslan.nl www.noardeast-fryslan.nl
DATUM:
30-01-2026
GETEKEND:
RB
FORMAAT:
A2
SCHAAL:
1:500
Hantum uitbreding Inpassing groen
Bestandslocatie:R:\NF-Projecten\Programmabureau Gebiedsontwikkeling\projectgroep 2 Dorpen NF 1 (voormalig kollum)\Hantum uitbreiding\Civiel\Tekeningen\2505 ontwerp.dgn
Bijlage 4
57/286
Verslag inloopbijeenkomst 15-4 2025
Verslag – Inloopbijeenkomst woningbouw Hantum Datum: Aanwezig: Afwezig:
14 mei 2025 Bokke Jan Boersma, Durkje Boersma, Rianne de Groot -
Belangstellenden
Voor de uitbreidingslocatie hebben zich 8 belangstellenden gemeld, waarvan 3 personen/stellen ook belangstelling hebben voor een kavel op de inbreidingslocatie. Rianne maakt voor elke locatie een belangstellendenlijst en deelt deze met Daan Feenstra (Grondzaken). De belangstellenden op deze lijst worden in het vervolg geïnformeerd over de ontwikkelingen van het plan/de plannen.
Ingediende vragen
Waarom niet méér seniorenwoningen/ c.q. starterswoningen? In het plan is ruimte om de verkaveling naar behoefte te wisselen, zo kunnen de vrijstaande woningen bijvoorbeeld omgezet worden naar twee-onder-eenkapwoningen en de twee-onder-een-kapwoningen naar rijwoningen. Nieuwe uitbreiding met voetpad/fietspad verbinden met T. Conradistrjitte/ommetje De verbinding tussen het nieuwbouwplan op de uitbreidingslocatie en de Titus Conradistrjitte wordt op dit moment niet verder onderzocht. Hier zijn verschillende redenen voor, waaronder de situering van het gemaal, de eigendomssituatie van de grond, de technische uitdagingen (er is een grote diagonale brug nodig), de ruimtelijke positie (i.v.m. de naastgelegen bewoners) en de financiering. Enkele omwonden willen graag met de gemeente in gesprek/hebben meerdere (persoonlijke) opmerkingen Er wordt met enkele omwonenden (nr. 10 en 11 uit het aangeleverde bestand) een vervolgoverleg ingepland. In het omgevingsplan wordt opgenomen dat er een groene terreinafscherming komt op de grenzen aan het openbaar terrein. Schuttingen zijn verboden. De vragen van nr. 13 uit het aangeleverde formulier worden schriftelijk beantwoord.
Algemeen
Uitgifte De gemeente probeert met lokale publicatie de kavels eerst voor eigen inwoners beschikbaar te stellen. Doordat de rijwoningen bij een ontwikkelaar worden uitgezet, is het risico groter dat deze woningen eerder aan burgers buiten het dorp verkocht worden. Om hier enigszins op te sturen, zou er in de aanbesteding een artikel opgenomen kunnen worden, waarin staat omschreven dat de woningen voor een bepaalde termijn eerst alleen aan inwoners van Hantum verkocht mogen worden.
Kavel Hearewei/Smidstrjitte De kavel aan de Hearewei/Smidstrjitte is in het verleden niet aangeboden vanwege het recht van overpad op deze locatie. De gemeente heeft liever ook rechte kavels, echter was dit een compromis om er op minnelijke wijze met de buurman uit te komen (recht van overpad komt te vervallen in ruil voor geen bebouwing/vrij uitzicht voor de buurman). Wanneer er geen overeenstemming kan worden bereikt, overweegt de gemeente juridische stappen. Het is niet wenselijk om de sloot te dempen i.v.m. het risico op afwateringsproblemen. Naamgeving Het advies voor de naamgeving (“De Opslach”) van het uitbreidingsplan is doorgezet naar de namencommissie van de gemeente. Wijzigen van verkaveling In het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt dat de twee-onder-eenkapwoningen bijvoorbeeld nog omgezet kunnen worden naar rijwoningen. Het is financieel gezien echter niet wenselijk om van een twee-onder-een-kapwoning een rijtje te maken met drie rijwoningen. De hoekwoningen in een ‘drie-onder-eenkapwoning’ zijn relatief duur, beter is dan het vervangen van de twee-onder-eenkapwoningen naar een rijtje van vier rijwoningen.
60/286
Bijlage 5
61/286
Vooroverlegreacties
Toetsing 10 Blanco brief - 53004
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân T.a.v. mevrouw Postbus 1 9100AA DOKKUM
Datum 5 augustus 2025 Onze referentie UIT/53004 Z/25/00021402 Uw referentie Uw brief van 23 juli 2025
Postbus 612 8901 BK LEEUWARDEN T 088 22 99 666 F 088 22 99 661 I www.brandweerfryslan.nl E info@brandweerfryslan.nl
Behandeld door
Bijlagen 1
Doorkiesnummer 0628953635 E-mail @brandweerfryslan.nl Pand-ID
Onderwerp Advies Brandweer - Titus Conradistrjitte – Smidstrjitte, Hantum - Omgevingsplan ontwikkeling van 9 tot 12 woningen
Geacht college, Op 23 juli 2025 heeft Brandweer Fryslân uw bericht ontvangen met de mogelijkheid om advies te geven op het wijzigingsplan ‘Hoofdstuk 22k Hantum - Titus Conradistrjitte – Smidstrjitte’. Het plan omvat de bouw van 9 tot 12 woningen aan de noordkant van Hantum. Ons belang is om de fysieke veiligheid en de brandweerzorg in Fryslân goed geregeld te hebben. De doelen die wij hiermee nastreven zijn het voorkomen en beperken van brand(gevaar) en slachtoffers en het borgen van een veilige en adequate incidentbestrijding. Daarom reageren wij middels dit advies op het toegezonden plan. Uitwerking Het voorliggende advies betreft een advies op grond van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) in relatie tot omgevingsveiligheid en de brandweerzorg. Het plan is in lijn met de aanvraag getoetst op externe veiligheid, volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en is voorzien van advies ten behoeve van risico’s en brandweerzorg. De uitwerking hiervan is in de bijlage opgenomen. Het advies bevat geen toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Advies Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied enkele knel-/ aandachtspunten met betrekking tot bereikbaarheid en bluswater.
In overeenstemming met de punten die genoemd zijn in de bijlage van deze brief adviseert Brandweer Fryslân daarom om: - Te borgen dat de nieuwe weg voldoet aan de eisen genoemd in paragraaf 3.3; - Een keermogelijkheid te borgen welke voldoet aan de eisen genoemd in paragraaf 3.3. Indien er geen keermogelijkheid is dient de weg voor minimaal 5 meter verhard te zijn. - Een brandkraan aan te leggen met een minimale capaciteit van 500 l/min op een maximale afstand van 100 meter van elke woning.
Toetsing 10 Blanco brief - 53004
Brief: UIT/53004 Z/25/00021402 Pagina 2 van 5
Afsluiting Mocht u naar aanleiding van dit advies een nadere toelichting willen, dan kunt u hiervoor contact opnemen met de behandelaar. De contactgegevens vindt u bovenaan in deze brief. Hoogachtend, namens het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Fryslân, voor deze,
clusterhoofd risicobeheersing en planvorming
Deze brief is in een automatisch proces opgemaakt en geaccordeerd en daarom niet ondertekend.
Toetsing 10 Blanco brief - 53004
Brief: UIT/53004 Z/25/00021402 Pagina 3 van 5
Bijlage 1: Toelichting op het advies van Brandweer Fryslân ‘Hoofdstuk 22k Hantum - Titus Conradistrjitte – Smidstrjitte’
Toetsing 10 Blanco brief - 53004
Brief: UIT/53004 Z/25/00021402 Pagina 4 van 5
1. Situatie Het voornemen bestaat om aan de noordoostzijde van Hantum negen tot twaalf woningen te ontwikkelen. Het perceel is momenteel in gebruik als grasland. Het plan kent enige flexibiliteit qua uiteindelijke invulling: er kunnen zowel rijwoningen als twee- onder één kap en vrijstaande woningen worden gebouwd.
2. Omgevingsveiligheid Op het plangebied zijn geen risicovolle en/of milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van invloed. Brandweer Fryslân ziet dan ook geen noodzaak om bij de wijziging van het omgevingsplan opmerkingen te plaatsen met betrekking tot bovengenoemde onderwerpen.
3. Advies risico’s en brandweerzorg Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid een advies risico’s en brandweerzorg te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In een dergelijk advies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. Hierbij valt te denken aan onder meer de opkomsttijd, de bereikbaarheid, de beschikbaarheid van bluswater en de zelfredzaamheid. 3.1. Scenario ‘Woningbrand’ Een relevant scenario voor de nieuwe woningen is brand op een verdieping van één van de woningen. Bij het geschetste scenario zal de inzet van de brandweer primair zijn gericht op blussing en het voorkomen van branduitbreiding. In geval er personen aanwezig zijn, zal de prioriteit mede worden gelegd op redding. Een goede opkomsttijd, bereikbaarheid en bluswatervoorziening zijn hiervoor essentieel. 3.2. Opkomsttijd Op basis van Dekkingsplan 2.0 van Brandweer Fryslân wordt het plangebied beschouwd als brandrisicogebied 2, waarbij een norm van 12 minuten geldt voor de opkomsttijd. Hoe hoger de opkomsttijd, des de groter de kans dat een brand onbeheersbaar wordt. Ook de kans op een succesvolle redding van in nood verkerende personen neemt af naarmate de opkomsttijd toeneemt. De berekende opkomsttijd voor het eerst aankomende blusvoertuig in het plangebied is circa 9 minuten en voldoet daarmee aan de geldende norm. 3.3.
Bereikbaarheid Om de nieuwe woningen te kunnen bereiken is een (openbare) weg nodig die minimaal 4,5 meter vrije breedte heeft en minimaal 4,2 meter vrije ruimte in de hoogte heeft, die in de breedte minimaal 3,25 meter verhard is en die berekend is op een totaalgewicht van 30 ton en een asbelasting van 11,5 ton. De benodigde bochtenstraal is R5.5 en R10. Om een brandweervoertuig te kunnen opstellen en om gebruik te maken van alle rondom aangebrachte materiaalkasten zijn deze afmetingen ook nodig. Daarnaast hanteert de brandweer als uitgangspunt voor de incidentbestrijding dat een locatie via een tweede onafhankelijke route benaderbaar moet zijn. Dit is noodzakelijk, omdat niet gegarandeerd kan worden dat de voor de hand liggende route altijd bruikbaar is. In geval er sprake is van een doodlopende weg zijn de vereisten dat deze maximaal 80 meter lang is en
Toetsing 10 Blanco brief - 53004
Brief: UIT/53004 Z/25/00021402 Pagina 5 van 5
dat in geval er een keermogelijkheid is, de weg minimaal 4,50 meter breed is. Indien er geen keermogelijkheid is dient de weg minimaal 5 meter breed te zijn. Tot slot is het gewenst dat een brandweerauto binnen 40 meter vanaf de weg van de voorgevel van de woningen kan opstellen, zodat voldoende inzetdiepte (20 meter) in de woningen gegarandeerd is. Dit is van belang, omdat de lengte van de slang op een brandweerwagen 60 meter is. Kijkende naar het plangebied: - Is het plangebied gelegen aan een doorlopende weg, en kan deze via een tweede route worden benaderd. Wel wordt er in het plangebied een doodlopende weg gerealiseerd. Indien er op deze weg een stremming plaatsvindt is het plangebied onbereikbaar. - Lijkt er rekening te zijn gehouden met een keermogelijkheid. Van belang is dat deze voldoet aan bovengenoemde eisen; - Wordt er een nieuwe weg naar de woningen gerealiseerd die aansluit op de bestaande weg (Smidstrjitte); - Zijn de woningen binnen 40 meter van de openbare weg (opstelplaats brandweerauto) gelegen. Brandweer Fryslân adviseert om: - Te borgen dat de nieuwe weg voldoet aan bovengenoemde eisen; - Een keermogelijkheid te borgen welke voldoet aan de eisen genoemd in paragraaf 3.3. Indien er geen keermogelijkheid is dient de weg voor minimaal 5 meter verhard te zijn. 3.4.
Bluswater Een standaard brandweereenheid beschikt over een watertank van ongeveer 1.500 liter water. Hiermee kan bijvoorbeeld een beginnende keukenbrand worden geblust. Wanneer de brandweer zich echter met verder ontwikkelde/ grotere branden geconfronteerd ziet, zal zij terugvallen op openbare bluswatervoorzieningen – in veel gevallen brandkranen. Om het scenario ‘woningbrand’ te kunnen bestrijden is er een bluswatervoorziening benodigd van minimaal 500 liter per minuut op een maximale afstand van 100 meter vanaf elke woning. In het plangebied zijn op dit moment geen brandkranen aanwezig. Wel is er een waterleiding die qua diameter kan voldoen in de gevraagde bluswatercapaciteit. Advies Brandweer Fryslân adviseert om: - Een brandkraan aan te leggen met een minimale capaciteit van 500 l/min op een maximale afstand van 100 meter van elke woning.