Bijlage 1 - Ontwerp BP Healbeamswei 4
Tekst van het document
20201161
blz. 3
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Ra5jg8kASBbP (16 oktober 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho adviseurs
Keizerstraat, 7411HD Deventer
Omschrijving
AERIUS kenmerk
BP Healbeamswei 4 anjum (aanlegfase)
Ra5jg8kASBbP
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
16 oktober 2020, 12:16
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
19,31 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Inpandige verbouwing boerderij en plaatsing tiny houses
Situatie 1
Ra5jg8kASBbP (16 oktober 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
19,25 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Ra5jg8kASBbP (16 oktober 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Bron 1 205503, 599357 19,25 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE I, 37 <= kW < Aggregaat 56, bouwjaar 1999 (Diesel)
640
0
0,0 NOx NH3
15,73 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIb, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2012 (Diesel)
240
0
0,0 NOx NH3
2,60 kg/j < 1 kg/j
96
0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Middelgrote hoogwerker
STAGE IIIb, 130 <= Telescoopkraan kW < 300, bouwjaar 2011 (Diesel)
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Situatie 1
Bron 2 205404, 599381 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
80,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Ra5jg8kASBbP (16 oktober 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Ra5jg8kASBbP (16 oktober 2020) pagina 5/5
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rmzq6DhtP2qj (05 november 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho adviseurs
Keizerstraat, 7411HD Deventer
Omschrijving
AERIUS kenmerk
BP Healbeamswei 4 Anjum (exploitatiefase)
Rmzq6DhtP2qj
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
05 november 2020, 13:39
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
vakantieappartementen en twee tiny houses
Situatie 1
Rmzq6DhtP2qj (05 november 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Rmzq6DhtP2qj (05 november 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Bron 1 205394, 599377 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
6,3 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bron 2 205359, 599245 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
6,3 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Rmzq6DhtP2qj (05 november 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201103_bed432f8ee Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rmzq6DhtP2qj (05 november 2020) pagina 5/5
Regels
71/95
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 Plan Het bestemmingsplan 'Healbeamswei 4 Anjum' van de gemeente Noardeast-Fryslân; 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen;
1.3 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5 Aan-huis-verbonden-beroep een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6 Archeologisch onderzoek een onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of graven en/of begeleiden) verricht door een daartoe bevoegde instantie; 1.7 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8 Bebouwingsbeeld de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar is georiënteerd; 1.9 Bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
72/95
1.10 Bestaand ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of Wabo aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan; 1.11 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 Bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.14 Boerderijpand het gebouw behorende tot het agrarisch bedrijf of het voormalige agrarisch bedrijf, waarin van oorsprong het woongedeelte en de stal is of was ondergebracht en dat van oorsprong als het hoofdgebouw van het agrarisch bedrijf is gebouwd; 1.15 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.16 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.17 Cultuurhistorische waarden de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de
geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.18 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.19 Erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woonhuis of een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
73/95
1.20 Erfbeplanting opgaande beplanting, zijnde bomen en struiken, die een scherm vormt op de grens van een bouwperceel waarop bebouwing voorkomt, en welke beplanting mede bepalend is voor de inpassing van de betreffende bebouwing in het landschap; 1.21 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22 Gebruiksmogelijkheden de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.23 Geluidsbelasting de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 1.24 Geluidsgevoelige objecten gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder; 1.25
Kampeerterrein
een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.26 Landschappelijke waarden waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied; 1.27 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.28 Voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;
1.29 Voorgevelrooilijn de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; 1.30 Voorkeursgrenswaarde de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder;
74/95
1.31 Windturbine een modern bouwwerk ten behoeve van de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie; 1.32 Woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.33 Woonhuis een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
75/95
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 De dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 De goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 De inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
76/95
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen - Waardevolle erfbeplanting
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Groen - Waardevolle erfbeplanting" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waardevolle erfbeplanting; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de waardevolle erfbeplanting; met daaraan ondergeschikt: a. nutsvoorzieningen; b. paden; c. tuinen en erven; d. water; met de daarbijbehorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 3.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, geldt de volgende regel: de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het verwijderen, vernielen en/of aantasten van de waardevolle erfbeplanting anders dan ten behoeve van het normale onderhoud. 3.4
Wijzigingsbevoegdheid
3.4.1 Wijzigen verwijderen waardevolle erfbeplanting Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming Groen - Waardevolle erfbeplanting al dan niet deels wordt gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch', 'Agrarisch - Glastuinbouw', 'Agrarisch - Paardenhouderij', 'Bedrijf', 'Bedrijf - Loonbedrijf', 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen', 'Verkeer', 'Water' en 'Wonen' van het Bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel, vastgesteld 27 juni 2013, mits: a. vanwege noodzakelijke ontwikkelingen en uit een inpassingsplan blijkt dat de waarden van de erfbeplanting
77/95
niet langer gehandhaafd kunnen blijven; b. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid respectievelijk de regels van de artikelen 3, 4, 5, 6, 10, 26, 29, 34 of 32 van het Bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel van overeenkomstige toepassing zijn.
78/95
Artikel 4
Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsgebouwen en overkappingen, alsmede gebouwen ten behoeve van onderhoud en sanitaire voorzieningen, ten behoeve van de verblijfsrecreatie in de vorm van groepsaccommodaties, recreatieappartementen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen verblijfsrecreatieve voorzieningen, al dan niet in combinatie met sociaal - culturele doeleinden, educatie, dagrecreatieve doeleinden, kleinschalige verblijfsrecreatieve terreinen en ondergeschikte horeca; met daaraan ondergeschikt: b. nutsvoorzieningen; c. wegen en paden; d. water; met de daarbijbehorende: e. bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; f. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen; g. tuinen, erven en terreinen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van de in lid 4.1 onder a en f genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde verblijfsrecreatieve voorziening worden gebouwd; b. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwvlak bedragen; c.
de gebouwen ten behoeve van de verblijfsrecreatie in de vorm van groepsaccommodaties en recreatieappartementen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd; d. de gebouwen en overkappingen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd; e. de afstand van een bedrijfswoning ten opzichte van de weg zal ten minste de bestaande afstand bedragen; f. bedrijfsgebouwen en overkappingen zullen tenminste 3,00 m achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, in welke geval de afstand ten minste de in het verleden toegelaten bestaande afstand bedraagt; g. de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
79/95
Functie van een gebouw
Bedrijfsgebouw Bedrijfswoning
Oppervlakte per gebouw max. 250 m2
Goothoogte in m.
Dalhelling in °
Bouwhoogte in m.
mac. 4,50 5,00
min. 20 30
max. 12,50 10,00
max. 60 60
4.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van de in lid 4.1 onder g genoemde aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen dienen ten minste 3,00 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan te worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt of een bestaande aan- of uitbouw, een bestaand bijgebouw of een bestaande overkapping vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) is gebouwd, in welk geval de in het verleden toegelaten bestaande situering geldt; b. de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen ten minste 1,00 m vanaf de zijdelingse perceelgrens dan wel in de zijdelingse perceelgrens te worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per bedrijfswoning mag ten hoogste 100 m² bedragen; d. de goothoogte van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping mag ten hoogste 3,30 m bedragen, indien de bestaande bouwhoogte hoger is dan de gestelde 6 meter, tenzij de bestaande goothoogte hoger is van een bijbehorend bouwwerk, in welk geval de bestaande goothoogte geldt; e. de bouwhoogte van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping mag niet meer bedragen dan: 1. 6,50 m, indien in de zijdelingse perceelgrens wordt gebouwd; 2.
de hoogte van een punt in een denkbeeldige lijn van 45°, getrokken vanuit een punt op 3,30 hoogte op de zijdelingse perceelgrens; met dien verstande dat de bouwhoogte van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping ten minste 1,00 m lager is dan de bedrijfswoning. 4.2.3 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de bedrijfswoning(en) of de bedrijfsgebouw(en) ten hoogste 2,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van vrijstaande reclameobjecten, geen vlaggenmasten zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen; d. er zullen geen windturbines worden gebouwd met uitzondering van kleinschalige energieopwekking; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
80/95
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Bouwen buiten bouwvlak Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder c in die zin dat gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen ten hoogste de oppervlakte van het op de verbeelding aangeduide bouwvlak bedraagt; b. de gebouwen en overkappingen achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, het bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden anders dan ten dienste van de verblijfsrecreatieve voorziening, indien de horecavloeroppervlakte groter is dan 50 m²; c. het splitsen van een bedrijfswoning zodanig dat er meer dan één woning ontstaat; d. het gebruik van gedeelten van een bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen bij de bedrijfswoning, voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, indien 1.
het beroep of bedrijf niet wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de bedrijfswoning, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte in de bedrijfswoning meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning; 3. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte meer dan 50 m² bedraagt; 4. parkeren niet op eigen erf plaatsvindt; 5. detailhandel en opslag plaatsvindt anders dan kleinschalige opslag en uitstalling van eigen producten vanuit een verplaatsbaar/verrijdbaar stalletje van ten hoogste 2,00 m²; e. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; f. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijbak met de daarbijbehorende bouwwerken, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend g. het gebruik van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor zelfstandige woonruimte; 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Paardrijbakken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.4 onder f in die zin dat gronden, voorzover gelegen binnen het bestemmingsvlak, worden gebruikt voor de aanleg van een paardrijbak ten behoeve van het eigen hobbymatige gebruik met de daarbijbehorende bouwwerken, mits: a. de paardrijbak zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare weg wordt gesitueerd ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing; b.
er vanwege de paardrijbak geen onevenredige hinder (geur, geluid, licht en stof) wordt veroorzaakt voor
81/95
nabijgelegen woningen van derden (minimale afstand 50 m tot de woonbestemmingsgrens). c. er geen onevenredige verstoring van het bodemarchief wordt veroorzaakt d. lichtmasten ten behoeve van de verlichting van paardrijbakken zijn niet toegestaan; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 2,00 m zal bedragen. 4.6
Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Wijzigen naar wonen Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in dié zin dat de bestemming "Recreatie Verblijfsrecreatieve gebouwen" wordt gewijzigd in de bestemming "Wonen” of “Wonen - Voormalig boerderijpanden”, ten behoeve van een functieverandering van een bestemmingsvlak, mits: a. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van respectievelijk artikel 34 of 36 uit het bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel van overeenkomstige toepassing zijn; b. de bedrijfsmatige verblijfsrecreatieve voorzieningen zijn beëindigd; c. de aangrenzende (agrarische) bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; d. de woonfunctie ondergebracht wordt in de voormalige bedrijfswoning, dan wel een aanwezig voormalig boerderijpand; e. een aanwezig voormalig boerderijpand of andere beeldbepalende bouwvorm als landschappelijk waardevolle verschijningsvorm worden gehandhaafd; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
82/95
Artikel 5
Waarde - Archeologisch waardevol terrein
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol terrein' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Bouwwerken Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m², moet alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 5.2.2 Voorwaarden Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Vergunningsplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen, een omgevingsvergunning vereist: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van energie-, transport- en of communicatieleidingen. 5.3.2 Uitzondering vergunningsplicht Het bepaalde in lid 5.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
83/95
a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,50 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 50 m² beslaan. 5.3.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 5.3.4 Onderzoeksplicht Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen moet worden besloten dat de omgevingsvergunning pas kan worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 5.3.5 Beoordelingscriteria Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.
5.3.6 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit het in lid 5.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid 5.4.1 Verwijderen dubbelbestemming Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming "Waarde Archeologisch waardevol terrein" ter plaatse wordt verwijderd, mits de archeologische waarden niet langer aanwezig zijn.
84/95
Artikel 6
Waarde - Cultuurhistorie
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Cultuurhistorie ……. ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen, zoals beschreven in paragraaf 4.1 van de toelichting. 6.2 Bouwregels a. Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden mag worden gebouwd overeenkomstig onderliggende bestemmingen en rekening houdend met de waarden zoals genoemd in artikel 6.1 6.3 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met de waarden zoals genoemd in artikel 6.1; b. die reeds in uitvoering zijn, danwel krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
85/95
Artikel 7
Waarde - Relief
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Reliëf' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de reliëfrijke gronden van terpen en kruinige percelen en de reliëfrijke verhoogde boerderijplaatsen. 7.2 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het diepploegen, egaliseren, afgraven, afschuiven en/of ophogen van gronden; b. het dempen en/of graven van sloten en/of andere waterlopen en/of -partijen. 7.3 Afwijken van de gebruiksregels 7.3.1 Werken en werkzaamheden Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2 in die zin dat gronden worden afgegraven en/of worden opgehoogd, dan wel dat sloten en/of andere waterlopen en/of -partijen worden gedempt en/of gegraven, mits: a. het om een zeer beperkte ingreep gaat die wordt uitgevoerd ten behoeve van een landbouwkundige en/of bedrijfstechnische noodzaak dan wel het om de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs waterlopen gaat; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gaafheid van het gebied of de verhoogde boerderijplaatsen zoals dat is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf'.
7.4 Wijzigingsbevoegdheid 7.4.1 Verwijderen dubbelbestemming Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming "Waarde - Reliëf" ter plaatse wordt verwijderd, mits het reliëf vanwege maatschappelijk dringende redenen geheel of gedeeltelijk moet worden verwijderd.
86/95
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
87/95
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met enige bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, tenzij voor de gronden waarvoor een omgevingsvergunning voor kleinschalig kamperen is verleend; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bedrijfsactiviteiten, bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; d. het storten van puin en afvalstoffen; e. de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; f. het gebruik van de gronden voor het plaatsen en/of aanbrengen van niet-perceelsgebonden handelsreclame en/of reclame voor ideële doeleinden of overtuigingen, tenzij hiervoor een vergunning is verleend; g. het gebruik van gronden voor het plaatsen van meer dan één evenementenbord per dorp.
88/95
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van de oppervlaktematen, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangst-, sirene- en antennemasten wordt vergroot, mits: 1. de antenne niet geplaatst kan worden op een bestaand bouwwerk, zoals een hoogspanningsmast, een windturbine, een reclamemast, een torensilo, of een daarmee gelijk te stellen bouwwerk; 2. de mast radiografisch noodzakelijk is; 3. bij plaatsing binnen de grenzen van een bouwperceel of binnen grenzen van een woon- of bedrijfsbestemming de bouwhoogte van de mast ten hoogste 30,00 m mag bedragen; 4. bij plaatsing binnen de grenzen van een bouwperceel of binnen grenzen van een woon- of bedrijfsbestemming gelegen aan een weg, een viaduct of een verkeersknooppunt, de bouwhoogte van de mast ten hoogste 15,00 m mag bedragen; 5. het aantal masten binnen de gemeente niet meer mag bedragen dan strikt noodzakelijk is voor de realisatie van een adequaat dekkend netwerk van voldoende capaciteit; c. het bestemmingsplan ten aanzien van de voorgeschreven minimale en maximale dakhelling ten behoeve van het toestaan van afwijkingen in kapvormen; d.
de regels en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; e. de regels en toestaan dat gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, openbaar vervoer, bediening van kunstwerken, sanitaire voorzieningen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje ten hoogste 50 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte van een gebouwtje ten hoogste 3,00 m mag bedragen; f. de regels en toestaan dat bouwwerken ten behoeve van jongerenontmoetingsplekken worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje ten hoogste 65 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte van een gebouwtje ten hoogste 3,00 m mag bedragen; g. de regels, ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m, waarbij de hoogte van reclamemasten ten hoogste 6,00 m zal bedragen; h. de regels ten aanzien van de maximale (bouw)bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen wordt vergroot, mits: 1.
de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging ten hoogste 10% van het betreffende bouwvlak mag bedragen; 2. de vergroting ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; i. het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen het bouw- c.q. bestemmingsvlak en toestaan dat de grenzen van het bouw- c.q. bestemmingsvlak naar de buitenzijde worden overschreden
89/95
door: 1. trappen, trappenhuizen, galerijen, entreeportalen, luifels, veranda's, balkons en overstekende daken, mits de bouwgrens met niet meer dan 1,50 m overschrijdend; 2. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de bouwgrens met niet meer dan 1,00 m overschrijdend.
90/95
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met niet meer dan 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
91/95
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Healbeamswei 4 Anjum'
92/95
93/95
Verbeelding
94/95
bew iers terp aa
Plangebied F 686
Plangrens
Enkelbestemmingen G-WE
Groen - Waardevolle erfbeplanting
R-VG
Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen
F 684
F 870
Dubbelbestemmingen
F 685
WR-AWT
10A
F 796
14
Skânserwei
Waarde - Archeologisch waardevol terrein
WR-C
Waarde - Cultuurhistorie
WR-REL
Waarde - Relief
Bouwvlakken F 898
bouwvlak
1
F 675
3
5
3A
F 660
2
F 672
F 664 F 663
F5T673 F 674
Jewier
1
F 899
F 803 F 812
F 813
G-WE 3
F 662
R-VG
F 665 F 793
WR-REL 4
WR-AWT
F 9975
F 792
WR-C d
F 977
F 956 F 668
6
eams
Healb
F 655
wei
Gemeente Noardeast-Fr sl n Healbeamswei 4 Anjum
Bestemmingsplan F 978
PROJECT
20201161
FORMAAT
A2
SCHAAL
1:1000
Vastgesteld
KAART
1/1
Ontwerp
25-01-2022
GETEKEND
RV
Voorontwerp
14-06-2021
IDN
NL.IMRO.1970.BpAnHealbeamswei4-ON01
Concept
04-12-2021
RHO ADVISE RS
info@rho.nl www.rho.nl
N