Bijlage 1 - BP 'Augsbuurt - Steenharst 1'
Tekst van het document
Bij de ontwikkeling in het plangebied worden geen graafwerkzaamheden uitgevoerd van meer dan 2.500m2. Omdat er sprake is van een bestemmingswijziging, adviseert de FAMKE om bij ingrepen groter dan 2.500 m2 archeologisch onderzoek te doen. Onder een 'grootte van een ingreep' verstaat de FAMKE de totale
30/372
oppervlakte van een bestemmingswijziging ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Als een ingreep kleiner is dan de oppervlakte in de desbetreffende advieszone, dan is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Bij een overschrijding van die grens is dat wel het geval. Met de oppervlakte van een 'ingreep' wordt dus niet de letterlijke omvang van de verstoring van de bodem bedoeld, maar de oppervlakte waarvan de bodem door bestemmingswijziging nu of in de toekomst verstoord kan gaan worden. De grootte van de ingreep is dus gelijk aan de oppervlakte van de eventuele verstoring die planologisch wordt mogelijk gemaakt. Op basis van de definitie die de FAMKE geeft van 'grootte van ingreep' is gekeken naar de omvang van de planologische mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt. In voorliggend bestemmingsplan is de oppervlakte van het bouwvlak (waarbinnen hoofdgebouwen gebouwd mogen worden) plus de toegestane ondergeschikte bebouwing kleiner dan 2.500 m2 en het bestemmingsplan maakt geen ingrepen groter dan 2.500m2 mogelijk. Om te voorkomen dat in de toekomst archeologische resten verloren gaan, is een archeologsche dubbelbestemming opgenomen. Vanuit het omgevingsaspect Archeologie is er geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een bestemmingsplan worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Op grond van de Cultuurhistorische Kaart Fryslan kan worden geconcludeerd dat het plangebied is gelegen in het een gebied met boerderijplaatsen. Dat wil zeggen dat er op deze locatie al lange tijd boerderijen aanwezig zijn geweest. De historische boerderij wordt met de ontwikkeling in het plangebied zoveel mogelijk behouden. Daarmee wordt de verwijzing naar deze cultuurhistorische waarde in herinnering gehouden. De kop-hals-rompboerderij in het plangebied heeft cultuurhistorische waarde. In dit bestemmingsplan worden de karakteristieke waarden van het gebouw in de regels van het bestemmingsplan geborgd en wordt de landschappelijke inpassing op het perceel middels een tuinbestemming geborgd. Hiermee wordt de cultuurhistorische waarde van het pand geborgd. Tot slot is de weg Steenharst een historische slaperdijk. De weg wordt bij de ontwikkeling van het plangebied niet gewijzigd en dit bestemmingsplan heeft dan ook geen invloed op de cultuurhistorische waarde van deze dijk.
4.8
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Omdat er in het plangebied gevoelige functies worden toegevoegd (woningen) is het noodzakelijk om aan te
31/372
tonen dat de grond geschikt is voor het beoogde gebruik. Daarom is een bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat op basis van de gemeten concentraties in de grond en het grondwater de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, formeel gezien niet juist is. De concentraties zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Het verkennend bodemonderzoek is als Bijlage 11 bij dit bestemmingsplan opgenomen. Wel is nader onderzoek nodig gebleken naar de eventuele aanwezigheid van asbest in de grond als gevolg van afstromen van het dak. Hieruit blijkt dat er in de mengmonsters van de bovengrond geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. Het onderzoek is als Bijlage 12 toegevoegd.
4.9
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.
Hieruit blijkt dat in of nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Ook valt het plangebied niet in het invloedgebied van routes voor gevaarlijke stoffen of buisleidingen. Het aspect externe veiligheid vormt voor dit bestemmingsplan dan ook geen beperkingen en aanvullend onderzoek kan achterwege blijven. In haar advies op de beoogde ontwikkeling geeft de brandweer (zie Bijlage 13) aan dat er aandacht moet worden besteed aan de bluswatervoorziening en bereikbaarheid bij brand. Bij de uitwerking van de planning worden deze adviezen meegenomen.
4.10 Kabels en leidingen In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. In en rond het plangebied zijn geen kabels of leidingen aanwezig waarmee met dit bestemmingsplan rekening
32/372
gehouden dient te worden. Wel kunnen er enkele kleinere huisaansluitingen voor bijvoorbeeld gas, water en riool zijn. Met de uitvoering van de plannen wordt met deze leidingen rekening gehouden. Voor het bestemmingsplan behoeven deze leidingen geen bescherming. Daarnaast loopt door het plangebied een radarverstoringsgebied met daarbij een verbod op bouwwerken hoger dan 65 meter. Met dit bestemmingsplan worden dergelijke bouwwerken niet mogelijk gemaakt.
33/372
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische regeling
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het bestaande bestemmingsplan 'Grote Dorpen'. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
In deze paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen zoals deze op de verbeelding en in de regels zijn opgenomen, beschreven. De wijze van bestemmen is afgestemd op het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Agrarisch Deze bestemming bevat de bepalingen die relevant zijn voor de agrarische gebiedsbestemming. Ten opzichte van de bestemming 'Agrarisch' in het plan Buitengebied zijn de regels in verband met een agrarisch bouwvlak verwijderd. Binnen deze bestemming is de specifieke bouwaanduiding - ontwikkelingsvlak uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen. Hierdoor behoudt de boerderij op Steenharst 3 haar ontwikkelmogelijkheden op het aan de overzijde van de weg gelegen perceel bij Steenharst 3. De relatie tussen de percelen is middels een figuur op de verbeelding aangegeven. De bedrijfswoning op Steenharst 2 wordt op dit moment niet bewoonden is in verval. In het kader van de herbestemming van Steenharst 1 wordt de bedrijfswoning Steenharst 2 op termijn gesloopt. In dit bestemmingplan komt de planologische mogelijkheid voor een tweede bedrijfswoning op het perceel Steenharst 3 te vervallen. Hierdoor neemt het aantal woningen in het buitengebied niet toe. Agrarisch met waarden - Open gebied Deze bestemming bevat de bepalingen die relevant zijn voor de agrarische cultuurgronden. Hiermee wordt de openheid van het landschap tussen de percelen geborgd.
Tuin De tuin ten zuiden en ten oosten van het plangebied heeft de bestemming Tuin. Binnen deze bestemming is het
34/372
niet toegestaan om bouwwerken op te richten. Hiermee blijft het aanzicht vanaf de weg op de boerderij behouden. Wonen - 2 Het plangebied krijgt de bestemming 'Wonen'. Binnen de bestemming is een woonfunctie, eventueel in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis mogelijk. De cultuurhistorische waarden van het pand (vorm, positie en massa) zijn in de regels geborgd door het bouwvlak om de aanwezige bebouwing te leggen en de aanwezige goot- en bouwhoogte vast te leggen en aan te geven dat de bestemming is bedoeld voor het behoud van de hoofdvorm van het bestaande hoofdgebouw. Het bouwvlak is om het bestaande hoofdgebouw heen gelegd, waardoor ook de met de boerderij verbonden bijgebouwen als hoofdgebouw worden gezien. Binnen de woonbestemming zijn ook wellness-voorzieningen toegestaan zodat de tuin ten noordwesten van het hoofdgebouw voor die functie kan worden gebruikt. Waarde - Archeologie De gronden in het plangebied waarvoor een bouwmogelijkheid bestaat, hebben in dit bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming. Voor bouwwerkzaamheden van meer dan 2.500m2 moet door middel van een archeologisch onderzoek in beeld worden gebracht welke archeologische waarden aanwezig zijn. Gebiedsaanduiding vrijwaringszone - radar grondstation Burum Met de 'vrijwaringszone - radar grondstation Burum' wordt het radarbeeld van het luchtruim vrijgehouden.
Binnen de aanduiding is een maximale bouwhoogte van 65 meter toegestaan.
35/372
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie Voorafgaand aan de planontwikkeling zijn de bewoners van Steenharst 1, 2 en 3 geïnformeerd over de plannen. De bewoners van Steenharst 1 werken mee onder voorwaarde dat zij een stal, mestplaat en garage mogen realiseren. Ze zijn zich zeer bewust van het feit dat deze boerderij toekomstperspectief nodig heeft. Steenharst 2 wordt niet bewoond, is in verval en wordt in het kader van de herbestemming van Steenharst 1 op termijn gesloopt. De bewoner van Steenharst 3 is op de hoogte van de plannen en heeft eerder mondeling toegezegd afstand te doen van de mogelijkheid tot het gebruik van de tweede bedrijfswoning, Steenharst 2. Eigenaren zijn en blijven in gesprek met bewoners van Steenharst 1 en 3. Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt een nadere toelichting. Overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Bro) voorgelegd aan de provincie Fryslân, het Wetterskip Fryslân en de Brandweer Fryslân. De ingekomen reacties reacties, die in Bijlage 13 zijn opgenomen, zijn hierna samengevat en van een gemeentelijk standpunt voorzien.
Wetterskip Fryslân Het waterschap heeft per mail te kennen gegeven dat in het onderdeel 'Water' moet worden vermeld dat er geen ongezuiverde lozingen mogen plaatsvinden. Dit is verwerkt in paragraaf 4.5. Brandweer Fryslân De Brandweer geeft aan geen bezwaar te hebben tegen het bestemmingsplan, maar geeft wel een aantal adviezen over de bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid. Deze zaken zijn aan de orde bij de uitvoering van de plannen. Bij de uitvoering van de plannen zal uiteraard rekening worden gehouden met de eisen ten aanzien van de bluswatervoorziening voorzieningen en de bereikbaarheid en zal de brandweer indien nodig worden geraadpleegd. Provincie Fryslân De provincie geeft te kennen de volgende opmerkingen ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan te hebben: Wonen De provincie acht het borgen van de sloop van de woning Steenharst 2 in de gebruiksregels van de bestemming
36/372
'Agrarisch' onvoldoende geregeld en verzoekt om een om de sloop van de vervallen bedrijfswoning te borgen door het bouwvlak te verwijderen rondom de woning Steenharst 2 en in de regels expliciet een voorwaardelijke verplichting tot sloop op te nemen. Gemeentelijke reactie: Mede conform het beleid van de provincie om geen extra woningen aan het buitengebied toe te voegen is, teneinde 3 woningen mogelijk te maken op het perceel Steenharst 1, de mogelijkheid voor de tweede bedrijfswoning op het perceel Steenharst 3 vervallen. Dit betreft in principe alleen het verbod op het gebruik van de gronden en bouwwerken bij het agrarische bedrijf voor een tweede bedrijfswoning. De bouwmogelijkheden en dus ook het bouwvlak van het agrarische bouwperceel op het adres Steenharst blijven overeenkomstig de huidige regeling gehandhaafd. Het is weliswaar de bedoeling dat de bedrijfswoning, die in verval is en niet meer als zodanig in gebruik is, wordt gesloopt. De bouwmogelijkheden op die plek blijven conform de huidige regeling echter wel bestaan. Het opnemen van een voorwaardelijke verplichting tot sloop is dan ook niet relevant, omdat het plan niet beoogt bebouwing te slopen, maar uitsluitend de mogelijkheid voor een tweede bedrijfswoning weg te bestemmen.
Archeologie De provincie constateert dat voor het perceel Steenharst 1 op grond van de FAMKE archeologisch onderzoek nodig is, omdat de bestemmingsplanwijziging groter is dan 5.000 m² en er een onderzoeksplicht geldt vanaf 2.500 m². Voor Steenharst 3 geldt die onderzoeksplicht niet. Gemeentelijke reactie: De percelen Steenharst 1 en 3 worden planologisch gezien als één agrarisch bouwperceel. Dit is met een relatieteken geborgd. Het perceel Steenharst 3 is uitsluitend in het voorliggende bestemmingsplan meegenomen om de mogelijkheid voor de tweede bedrijfswoning weg te bestemmen. Er vinden in het kader van het plan vooralsnog geen geen ingrepen plaats waarvoor archeologisch onderzoek is vereist. Wel is naar aanleiding van de opmerking van de provincie een archeologische dubbelbestemming opgenomen waarmee voor daadwerkelijke ingrepen groter dan 2.500 m² archeologisch onderzoek verplicht wordt. Voor het perceel Steenharst 1 is de oppervlakte van de planologische bouwmogelijkheden die met dit bestemmingsplan worden gerealiseerd kleiner dan 2.500m 2. De planologische mogelijkheden betreffen de oppervlakte van het bouwvlak (waarbinnen hoofdgebouwen gebouwd mogen worden) plus de toegestane ondergeschikte bebouwing. Omdat het bestemmingsplan geen ingrepen mogelijk maakt die groter zijn dan 2.500m 2 is het uitvoeren van archeologisch onderzoek op dit moment niet aan de orde.
Wel is naar aanleiding van de reactie van de provincie een archeologische dubbesbestemming opgenomen. Duurzame energie De provincie geeft aan dat de regels in het plan over duurzame energie een verkeerde verwijziging naar de Verordening Romte bevatten en artikel 11.4 een verwijzing naar bestemmingen bevat die niet in het plan voorkomen. De provincie verzoekt dit aan te passen. Verder wordt ten aanzien van waterwindmolens opgemerkt dat de bouwhoogte daarvan moet worden gewijzigd naar tiphoogte. Gemeentelijke reactie:
37/372
De regels zijn daar waar nodig aangepast aan de opmerkingen van de provincie, met dien verstande dat de regeling voor het toestaan waterwindturbines is geschrapt, omdat deze in het voorliggende plan niet relevant is. Landschappelijke inpassing De provincie verzoekt het landschappelijk inpassingsplan dat in overleg met landschapsbeheer Friesland is gemaakt op te nemen in het bestemingsplan en ten behoeve van de uitvoering daarvan een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Gemeentelijke reactie: In de algemene gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing conform het inpassingsplan dat als bijlage 4 bij de toelichting is opgenomen. Ecologie Er wordt aangegeven dat het nader ecologisch onderzoek ontbreekt. Verzocht wordt om in de toelichting te onderbouwen of gekozen wordt voor de werkwijze kleinschalige initiatieven (WKI) of dat er jaarrond onderzoek gaat plaatsvinden met betrekking tot onderzoek op jaarrond beschermde nesten van kerkuil, huismus en ringmus en op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Gemeentelijke reactie: Inmiddels is het nader ecologisch onderzoek uitgevoerd en op basis daarvan wil initiatiefnemer gebruik maken van de werkwijze Kleinschalige initiatieven. Hiervoor zal een aanvraag worden ingediend. In paragaaf 4.2 is de toelichting op dit onderdeel aangevuld.
Ontgronding De provincie merkt op dat er in geval er een zwembad wordt geplaatst als onderdeel van de wellnessvoorzieningen mogelijk een ontgronding nodig is ingevolge de Ontgrondingenverordening Friesland. Verzocht wordt te onderbouwen of hiervan wel of geen sprake is. Gemeentelijke reactie: Het gaat hier om de realisatie van kleinschalige welnessvoorzieningen die, mochten er al ontgravingen nodig zijn, onder de grens blijven van de omvang waarvoor een ontgrondingvergunning nodig is. Dit is in de toelichting verduidelijkt. Plantechnisch/juridisch 1. Verzocht wordt de bestaande goot- en bouwhoogte van de karakteristieke kop-hals-romp boerderij aan de Steenharst 1 vast te leggen. 2. Verder wordt geconstateerd dat in de toelichting is opgenomen dat karterend onderzoek nodig is bij een oppervlakte van 1.500 m², dit moet 2.500 m² zijn. 3. Tenslotte wordt aangegeven dat er een zwembad in de tuin komt, dit komt niet overeen met de bestemmingsomschrijving waar welnessvoorzieningen worden toegestaan. Verzocht wordt een begrip voor deze welnessvoorzieningen een begrip op te nemen. Gemeentelijke reactie:
38/372
1. De gemeente heeft voor dit deel van het gemeentelijk grondgebied (voormalige gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland) geen beleid ten aanzien van een regeling voor karakteristieke panden in bestemmingsplannen en om die reden is niet gekozen om de bestaande maatvoeringen exact vast te leggen. Wel zijn we bij nader inzien van mening dat het behoud ervan zoveel mogelijk kan worden geborgd door een sloopvergunning op te nemen waaraan voorwaarden zijn gekoppeld. De in het plan opgenomen sloopregeling is gebaseerd op de regeling die voor karaktertistieke panden in de voormalige gemeente Dongeradeel (thans ook gemeente Noardeast Fryslân) geldt. 2. Paragraaf 4.7 van toelichting is op deze omissie aangepast 3. Zoals in de vorige beantwoording van de reactie al is aangegeven, gaat het hier om de realisatie van kleinschalige welnessvoorzieningen. Hiervoor is in artikel 1 een begripsomschrijving opgenomen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder is daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Vaststellingsfase Het gewijzigde bestemmingsplan wordt vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld.
Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat hier om een particulier initiatief. De gemeente draagt geen financiële verantwoordelijkheid en risico's. De economische uitvoerbaarheid is daarmee voldoende aangetoond. De gemeente moet, volgens de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de gemaakte gemeentelijke kosten verhalen op de initiatiefnemers van de ontwikkeling indien er sprake is van een bouwplan, zoals gedefinieerd in het Bro. Er is geen sprake van een bouwplan in de zin van het Bro. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet verplicht. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Hierin worden onder andere afspraken met betrekking tot de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en planschade gemaakt. De 6 recreatieverblijven in de stalgebouw worden ontwikkeld in samenwerking met Royal Werkbedrijf. Royal Werkbedrijf ondersteund mensen bij het vinden van een zinvolle levensinvulling en een plek op de arbeidsmarkt. Vanwege haar contacten met zorginstellingen richt de exploitatie zich onder meer op recreanten met een zorgbehoefte. Medewerkers van Royal Werkbedrijf met een afstand tot de arbeidsmarkt zullen participeren in onderhoud en de exploitatie van de Steenharst.
Met Royal Werkbedrijf wordt een huurovereenkomst afgesloten voor een nog te bepalen periode met mogelijkheid tot verlenging. Daarmee zijn er de nodige inkomsten die de investering ten behoeve van recreatieve herbestemming mogelijk maken.
39/372
40/372
Bijlagen toelichting
41/372
42/372
Bijlage 1
43/372
Voorlopig ontwerp
VOORLOPIG ONTWERP HERBESTEMMING BOERDERIJ STEENHARST werk: herbestemming karakteristieke kop-hals-rompboerderij locatie: Steenharst 1, 9292 MK Augsbuurt
datum: 19-10-2021 01-10-2021
00 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11
inleiding luchtfoto situatie bestaand begane grond bestaand verdieping bestaand doorsnede bestaand gevels bestaand situatie ontwerp begane grond ontwerp verdieping ontwerp doorsnede ontwerp gevels ontwerp
INHOUD Dorenbos Architekten Trynwaldsterdyk 20 9061 DB Gytsjerk 058 2562003
www.dorenbosarchitekten.nl
Algemeen Aan de Steenharst 1 te Augsbuurt staat een karakteristieke kop-hals-rompboerderij welke al enige jaren niet meer in functie is als boerenbedrijf. In het kader van het project K(l)eigoed is onderzocht hoe de boerderij ingevuld kan worden met hoogwaardige recreatieve overnachtingsaccommodaties. Op deze manier proberen de huidige eigenaren de boerderij en het erf weer nieuw leven in te blazen. Tevens wordt op deze manier een bijdrage geleverd aan de toeristisch economische ontwikkeling en leefbaarheid van Augsbuurt en omstreken. Naast de huisvesting van overnachtingsaccommodaties is gekozen voor het huisvesten van een grote gezamelijke multifunctionele keukenruimte en loungeruimtes. Ontwerp De oude boerderij regisseert het programma en er wordt optimaal gebruik gemaakt van de bestaande karakteristieke bebouwing en constructie. De woning van de boerderij (kop + hals) blijft behouden als woonhuis. Er is gekozen om de bestaande schuur als geïsoleerde schil in te zetten voor de huisvesting van de recreatieaccommodaties. Dat wil zeggen dat overal onder het bestaande dak comfortabele leefruimtes liggen. In de schuur wordt één groot houten volume geplaatst waarin zich de verblijfsruimten bevinden. De ruimte ervoor (aan de oostzijde) worden ingezet voor de entreezone, gezamelijke keuken en de loungeruimte op de verdieping.
In dit deel van de schuur blijft het bintwerk en kapconstructie direct zichtbaar. De rest van het bintwerk openbaart zich op verrassende wijze in het interieur van de accommodaties. De recreatieaccommodaties gaan hierdoor een samenspel aan met de bestaande boerderij en raakt hierdoor verweven met met de bestaande structuren. Opvallend in het interieur is het behoud van de bestaande muren van de jongveestal t.p.v. de gezamelijke keuken. De keukeninrichting tast de bestaande muur aan met 1 overhoekse ingreep. waardoor contact ontstaat met de eettafel(s) en de rest van de schuur. Er ontstaat een luchtig en ruimtelijke geheel. Er is geprobeerd het exterieur van de boerderij op subtiele wijze aan te tasten en waarnodig te restaureren. De asbest/golfplaten op het dak worden weer vervangen met riet, passend bij het oorspronkelijke uiterlijk van de boerderij. T.p.v. de noordelijke inwendige hoek tussen de gebouwen, is de schuur dermate aangetast door een voormalige schuur, dat er is gekozen om een deel van de muur en het dak te laten vervallen. Hiermee wordt de schuur 'opengebroken' waardoor ook daglicht in de accommodaties wordt gehaald, die aan deze gevel grenzen. De nieuwe betonvloer van de schuur wordt door deze sparing naar buiten doorgetrokken en vormt hier een beschut terras.
Rondom in het dakvlak wordt op strategische punten daglicht naar binnen gehaald doormiddel van dakramen. Aan de zuidzijde wordt in de oude stalmuur driemaal een 'ingreep' gedaan om daglicht in entree's mogelijk te maken. Deze puien zijn voorzien van draaibare luiken aan de buitenzijde welke in te zetten zijn als zonwering. De ingrepen volgen het duidelijke ritme van de stalramen.
inleiding
Om exclusiviteit toe te voegen aan de recreatieve functie wordt er in de Noord-hoek van het erf een wellness-weide opgenomen. Hier kan gebruik worden gemaakt van een gym, sauna en zwembad omringd door lokale bloem-, planten boomsoorten.
luchtfoto
Steenharst
kad. gemeente: Kollum sectie: E nummer: 366
1 0G0000
situatie bestaand schaal 1:500
E 0033
KLM00
woonkamer
kantoor (opkamer)
kelder
gang
slaapkamer berging
achterom
leefkeuken bijkeuken
koelkamer
begane grond bestaand schaal 1:150
entreehal
verdieping bestaand schaal 1:150
11560+
6510+
3020+ 2510+
PEIL = 0
doorsnede stal
PEIL = 0
doorsnede bijgebouw
doorsnede bestaand schaal 1:100
6280+
Westgevel
gevels bestaand schaal 1:150
Zuidgevel
Noordgevel
gevels bestaand schaal 1:150
Oostgevel
Steenharst
kad. gemeente: Kollum sectie: E nummer: 366
parkeren
welness-weide gym sauna zwembad
parkeren
sloop garage
terras
sloop schuur
1 0G0000
snoeien boom
kap kastanjes
aanplanten groen oude mestoplag invullen als speeltuin
situatie ontwerp schaal 1:500
E 0033
KLM00
route door bloementuin naar de welness-weide
woonkamer
kantoor kelder
(opkamer)
gang
slaapkamer berging
achterom
leefkeuken
koelkast bijkeuken
entreehal
toilet
sanitair 4.8 m2
hal 6.3 m2
sanitair 6.2 m2
slapen 01 14.1 m2
stalhuis I
leefruimte 18 m2
leefruimte 41 m2
betonvloer doortrekken naar buiten
terras
grasweide
kk kk
stalhuis II
leefruimte 18 m2
2-4 p. 2-4 p.
GO: 40 m2 40 m2
slapen 01 12.6 m2
slapen 01 8.3 m2
(de stalhuizen hebben een slaapzolder met 2 bedstedes)
sanitair 4.8 m2
A
gang
pui
kk
schuurhuis A (miva): schuurhuis B (miva): schuurhuis C (miva): schuurhuis D (miva):
8 p. 6 p. 6 p. 6 p.
ca. 180 m2 ca. 120 m2 ca. 95 m2 ca. 95 m2
Totaal:
30-34 p.*
570 m2
terras
leefruimte 34.3 m2
gemeenschappelijke leefkeuken 120 m2
leefruimte 36 m2
kk
recreatie stalhuis I stalhuis II
aantal pers.:
sanitair 6.2 m2
schuurhuis B
overzicht ruimtes: verblijf:
toilet
oude stalmuur
A
kk
schuurhuis A
bar/keuken: opening in de oude stalmuren leefruimte 33 m2
*: incl. steekzolder stalhuis excl. evt baby/kleuterbedden.
keuken met eiland
overig entreezone m.k. / techn. gemeenschap. leefkeuken sanitair lounge zolder
-
43.5 m2 3 m2 120 m2 5 m2 40 m2
Totaal:
-
211.5 m2
entreezone 43.5 m2
eten
schuurhuis C
entree hal
toilet
sanitair 6.2 m2
schuurhuis D entree hal
slapen 01 14.1 m2
slapen 01 13 m2
sanitair 7 m2 toilet
oude stalvloer behouden lounge
m.k. / techn.
sanitair
parkeren
begane grond ontwerp schaal 1:150
kk
slapen 01 8.3 m2
toilet
2e verdieping schuurhuis A
overloop
2100+
1500+
vide
sanitair 6.9 m2
glaspui
slapen 04 20 m2 2100+
vide
zolderruimte woonhuis
sanitair 6.2 m2
slaapzolder 'kids'
slapen 02 19.4 m2
A
bedstee
vide tot het dak met daklicht
slapen 02 17.3 m2 2100+
sanitair 6.2 m2
vide
slaapzolder 'kids'
slapen 03 13.5 m2
overloop/ loungeplek 19 m2
slapen 03 12 m2
A
bedstee
bedstee
slapen 03 8 m2
1500+ bedstee slapen 02 12 m2
overloop
slapen 02 12.8 m2
slapen 03 9.9 m2
sanitair
loungezolder
2100+
2100+ overloop
1500+
verdieping ontwerp schaal 1:150
overloop/ loungeplek 26.2 m2
vide
kap gedeeltelijk verwijderen
2100+
bedstee
bedstee
11560+
dakraam
dakraam
7010+
dakraam
kap + muur gedeeltelijk verwijderen
PEIL = 0 betonvloer doortrekken naar buiten als terras
doorsnede A-A
doorsnede ontwerp schaal 1:100
2965+
Westgevel
vervangen dakkapel voor dakramen
nieuwe puien in westzijde dwarsschuur
entree's Stalhuizen (v.v. luiken t.b.v. zonwering)
gevels ontwerp schaal 1:150
Zuidgevel
Noordgevel
aangetaste gevel verwijderen, gedeelte dak weghalen. t.p.v. onderzijde riet een koperen goot aanbrengen.
gevels ontwerp schaal 1:150
Oostgevel
60/372
Bijlage 2
61/372
Behoefteonderzoek
De Steenharst draagt onderscheidend bij aan slimme groei Expert-view op De Steenharst: wat is de unieke toegevoegde waarde? In het kader van de prijsvraag Erfgoed Deal Waddenkust K(l)eigoed! hebben de eigenaren en toekomstige exploitant van boerderij De Steenharst in Augsbuurt aan ZKA Strategy gevraagd om een expert-view te geven op hun plan voor de transitie van de traditionele Friese kop-hals-rompboerderij naar een eigentijdse logiesaccommodatie. Daarbij wordt gekeken naar enerzijds de mate waarin dit initiatief bijdraagt aan het realiseren van de voor ‘slimme groei’ beoogde beleidsdoelstellingen en anderzijds naar de wijze waarop het concept kwalitatief onderscheidend is van ander logiesaanbod in de regio. We bestudeerden diverse (beleids)documenten1 en vrijdag 22 oktober bezochten we de boerderij, spraken we met bewoner en voormalig melkveehouder de heer Prins, de eigenaren Arthur en Donia d’Ansembourg en exploitant Alberto Kinderman van Royal Werkbedrijf. In dit memo zetten we onze expert-view uiteen. Allereerst gaan we in op de missie, visie en het concept van De Steenharst (1-3). Vervolgens geven we aan hoe deze uitgangspunten geborgd zijn in het eigendom en de organisatie (4). We geven aan welke betekenis het beoogde concept van De Steenharst heeft voor de het ecosysteem in de regio (5).
Ten slotte maken we een afweging van de mate waarin De Steenharst -ook volgens de geldende criteria- bijdraagt aan slimme groei en in hoeverre het initiatief fundamenteel onderscheidend is (6).
1. Missie van eigenaren: zorg voor de omgeving Boerderij De Steenharst is al bijna 4 eeuwen in handen van voorname Friese geslachten, waarvan de huidige eigenaar (de familie d’Ansembourg) sedert lange tijd deel uitmaakt. Rode draad door de eeuwen heen is de zorg om het eigen erfgoed in stand te houden en waarde te geven. Enerzijds gebeurt dat door te investeren in het behoud van gebouwen en landerijen en anderzijds door continu te werken aan het (her)scheppen van toegevoegde waarde van het erfgoed voor de omgeving. Begrippen als transitie en innovatie zijn impliciete kernwaarden van de familie(s). De betekenis van het erfgoed voor de omgeving heeft daarbij meerdere dimensies zoals: leefbaarheid, gezondheid, economie, bestuur, natuur- en landschapsbeheer. Dankzij continue aandacht en zorg kan het erfgoed ook vruchten voortbrengen. Eeuwenlang gebeurde dat in de vorm van agrarische producten, maar heden ten dage zijn dat vaak ook kwaliteiten en diensten (of ervaringen) in de vrijetijdseconomie, de zorg, de volkshuisvesting en educatie.
2. Visie van De Steenharst: vaste kernwaarden in een snel veranderende samenleving De eeuwenlang bestaande filosofie van de eigenaren heeft ook in de 21e eeuw betekenis. De samenleving heeft immers behoefte aan stabiliteit, continuïteit en vaste kernwaarden. Deze vormen 1
Oa. het boekje ‘logeren op De Steenharst’, erfgoed-deal documentatie, Slimme Groei beleidsdocumenten aanbodbestand logiesaccommodaties Noardeast-Fryslân en diverse websites van aanbieders.
1
een anker voor de bevolking en de omgeving van Noardeast-Fryslân. Wij denken dat in de huidige, dynamische maatschappij, waarin veranderingen elkaar snel opvolgen, juist die vaste kernwaarden, beelden (zoals landmarks) en patronen cruciaal zijn voor het geluk van de mens. Zeker in de omgeving van De Steenharst zijn stabiele waarden cruciaal. Er zijn immers signalen dat veel jongeren in deze regio het tempo van de maatschappij niet altijd kunnen bijhouden. De sociaaleconomische status is het laagst van Fryslân (SCP en FSP 2019). Er zijn zorgen over de gezondheidssituatie, het relatief lage opleidingsniveau en de groeiende zorgbehoefte. Tegenover deze bedreigingen wil De Steenharst een tegenwicht bieden door op en om het bedrijf kansen te scheppen voor achterstandsgroepen in de vorm van toekomstbestendige (en zoveel mogelijk jaarrond) banen in een prettige en stabiele werkomgeving.
3. Concept: zorg voor mens en omgeving in een marktgericht bedrijf De eigenaren van De Steenharst en de exploitant Royal Werkbedrijf vormen in marktkundig opzicht een unieke combinatie van zorg voor de mens en zorg voor de omgeving.
Zorg voor de mens heeft daarbij verschillende dimensies zoals: •
Werkleren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zodat een bredere arbeidsparticipatie ontstaat. De achterstandspositie moet economisch en mentaal worden doorbroken. In praktijk gebeurt dit door te werken met een eigentijdse variant van de ‘sociale werkplaats’. Oudere ambachtslieden leiden jongeren op door ambachtelijke vaardigheden en levenswijsheid door te geven. Het resultaat is dat mensen uit de regio weer toekomstperspectief krijgen. Op De Steenharst zijn er leer- en werkplaatsen mogelijk in facilitaire dienst, gastvrijheid, keuken en (groen)onderhoud;
•
Het organiseren van activiteiten voor de gasten van de logiesaccommodatie, waarbij naast ontspanning ook nadruk wordt gelegd op het ontdekken van de rijkdom van het Friese platteland met haar tradities en lokale voedselketens. Stedelijke gasten krijgen daardoor meer kennis van en begrip voor de uitdagingen van het platteland en komen mede daardoor weer in balans met zichzelf en hun omgeving;
•
Het bieden van zingeving voor gasten en regionale bevolking door hen met elkaar en met de lokale cultuur en natuur in aanraking te brengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan door plaatselijke ‘gidsen’ verzorgde excursies naar vogelrijke weidegebieden en dito plassen, wandelingen door oude dorpskernen en kerkjes met hun interessante geschiedenis en bezoeken aan het Lauwersmeergebied (wellicht met fluisterboot door de oude trekvaart!), waar verschillende verhalen over inpoldering, natuurontwikkeling en kustveiligheid elkaar doorkruisen. Dit geeft zingeving aan een verblijf op De Steenharst.
Zorg voor de omgeving heeft eveneens meerdere dimensies: •
Door herontwikkeling van de beeldbepalende kop-hals-rompboerderij met rijke (familie)historie blijft het erfgoed in stand en zal het esthetisch een impuls krijgen met als gevolg dat de ruimtelijke kwaliteit van dit open landschap wordt verbeterd;
•
Door de eigenaar en exploitant van het logiesconcept worden in de realisatie- en exploitatiefase waar mogelijk allerlei particuliere aanbieders in de omgeving actief betrokken. Dit vergroot hun draagkracht; 2
•
De Steenharst bevordert tijdens de exploitatiefase de participatie van lokale bewoners door hun talenten en beroepsmatige vaardigheden te mobiliseren. Denk aan iemand met vogelkennis die gasten meeneemt de landerijen in, een sterrenkundige die gasten ’s-nachts leert sterrenkijken en een natuurliefhebber die gasten de rijkdom van het landschap laat ervaren;
•
De Steenharst wil de band tussen de stedeling en landbouw herstellen zodat stedelingen zich meer bewust worden van de grote bijdrage die de landbouwsector levert aan voedselvoorziening en behoud van landschap, natuur en sociale cohesie (het dorpse leven). Deze dimensie zit sterk verankerd in de identiteit van de eigenaren.
4. Eigendom en beheer: twee competente en ervaren partners die elkaar versterken In de constructie van De Steenharst worden de middelen en competenties van twee elkaar versterkende partners optimaal ingezet: de familie d’Ansembourg ontwikkelt en blijft duurzaam betrokken als eigenaar/financier van de opstallen, Royal Werkplaats is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van zowel gastvrijheid als zorg in de vorm van begeleid werken.
De eigenaar blijft als ervaren rentmeester duurzaam betrokken Anders dan in veel andere vastgoedconstructies blijft de eigenaar risicodragend en inhoudelijkconceptueel (inbrengen van kennis en netwerk) betrokken bij de transitie en de borging van kwaliteit. Dit is geen loze kreet maar een voortzetting van 400 jaar beleid en ervaring op dit gebied. De eigenaar heeft immers generaties lang competenties en middelen ontwikkeld om veranderprocessen op het platteland te leiden. Vroeger was de eigenaar bestuurlijk betrokken in de grietenijen van de regio en nu bespreekt ze tijdens pachtzittingen met de (agrarische) grondbeheerders wat ze kan doen om bijvoorbeeld de landbouwtransitie en andere hedendaagse opgaven van het platteland op te lossen of te agenderen op bijvoorbeeld provinciale (bestuurlijke) tafels. Ook de vanzelfsprekende interactie met de omgeving is onderdeel van het DNA van deze rentmeesters-familie. Dat komt onder andere tot uiting bij de herontwikkeling van het erfgoed (gebouwen en landerijen), waarbij men continu alert is op kwaliteit, duurzaamheid en esthetiek. Eigendom brengt verplichtingen met zich mee jegens de mens en zijn omgeving, dat ziet de eigenaar als een belangrijke opgave.
De exploitant is professioneel, maar kiest voor de menselijke maat Royal Werkbedrijf heeft al 20 jaar expertise en competenties opgebouwd om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (zoals eenzame jongeren, statushouders) een leerplek te geven door hen te helpen hun leven in te richten, te participeren op de arbeidsmarkt en een zinvolle invulling van de dag te geven. Royal Werkbedrijf organiseert de zorgkant van de dienstverlening: facilitaire dienst, onderhoud en groenvoorziening. Sinds 2013 voegt ze daar een gastvrijheidsrol aan toe door bij Heide State in Noardburgum gasten te ontvangen in een herontwikkelde boerderij. Ze realiseert een jaarrond bezetting van 70% of meer. Het bedrijf is dan ook 12 maanden operationeel. Dankzij de samenwerking met Belvilla trekt de
3
ondernemer niet alleen gasten uit Nederland of Duitsland, maar ook uit Engeland, Frankrijk en de VS. Veelal zijn dit cultuurtoeristen met een bijzondere band met en/of belangstelling voor Fryslân. De exploitant neemt zijn verantwoordelijkheid door mee te investeren in inventaris en in de wellness (!). Een bewijs van zijn geloof in de zaak. De gasten verblijven veelal in wisselende gezelschappen in een setting met een hoog comfortniveau. Ook op De Steenharst wil Royal Werkbedrijf de gasten in contact brengen met de omgeving en met de lokale bevolking, zoals vogelliefhebbers, de activiteiten in het kerkje van Augsbuurt en met aanbieders van lokaal voedsel. Daardoor wordt een verdieping gegeven aan het verblijf (‘bewust ergens zijn’) en dit schept dierbare herinneringen die veel gedeeld worden. De exploitatie van De Steenharst wordt meer profijtelijk dan elders, omdat een flexibele indeling met 30 bedden zorgt voor voldoende capaciteit en de mogelijkheid om te schakelen met kamers en gezelschappen zodat meerdere groepen/stellen ook op hotelbasis en met voldoende privacy kunnen verblijven.
Ziel en zaligheid: met ervaring en passie aan de slag Wij schatten in dat de familie d’Ansembourg en Royal Werkbedrijf vanuit hun hart met ziel en zaligheid aan het werk gaan. Ze zetten hun expertise in op een bedrijfseconomisch gezonde wijze in het belang van het erfgoed, de omgeving en de mensen: werknemers, bewoners in de omgeving en gasten. Werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt worden al in de realisatiefase (tijdens de bouw) waar mogelijk betrokken. Met respect voor ieders bijdrage en beperking in het leven willen de initiatiefnemers de inbreng van de lokale bevolking op hun juiste waarde inschatten. Ze werken niet volgens gestandaardiseerde formules en handboeken, maar houden rekening met de zwakke en sterke eigenschappen van medewerkers en partners.
5. Effecten op de vrijetijdseconomie Een toekomstbestendig en dus veerkrachtig recreatief gebied heeft kenmerken van een natuurlijk ecosysteem. Het bevat namelijk vier ecologische principes die onderling in balans zijn: diversiteit van aanbod en vraag (compleetheid), verbondenheid tussen aanbieders in de omgeving, draagkracht en menselijk handelen dat gericht is op de lange termijn (ZKA Strategy en prof. Van der Putten, 2019). Wij zien dat een logiesfunctie in De Steenharst met het beoogde concept en de organisatorische opzet een bijdrage levert aan al deze principes en dus aan de toekomstbestendigheid en veerkracht van het omliggende recreatieve ecosysteem in de regio Noardeast-Fryslân: •
Diversiteit: in absolute beddenaantallen (30) is De Steenharst klein vergeleken met een hotel of vakantiepark. Toch vergroot De Steenharst met haar marktconcept de diversiteit van het logiesaanbod in de regio Noardeast-Fryslân. De regio bevat 125 b&b’s/gastenkamers en 7 (kleinschalige) hotels met ca. 125 kamers (vitaliteitsonderzoek, 2019). Er zijn dus meer b&bkamers in deze regio dan hotelkamers. Er is relatief weinig beddencapaciteit in de regio. Noardeast vertegenwoordigt slechts 11% van de Friese logiesbedden. Ongeveer de helft van de kleinschalige bedrijven is vitaal, een kwart is niet vitaal en het resterende deel zit er tussenin. Toeristisch-recreatief is de regio dus ijl. Dit stelt hoge eisen aan nieuwe concepten en aan ondernemerschap. In onze optiek is bijzonder aanbod met een hoog kwaliteits- en serviceniveau een waardevolle toevoeging. Dat past ook bij allerlei trends en ontwikkelingen. 4
De Steenharst vergroot met haar concept in onze ogen de diversiteit in de regio. De ligging in het fraaie weidse landschap met vogelweidebeheer is kwalificerend. Ofwel: een schitterende ligging moet je hebben om op de shortlist van de gast te komen. De innerlijke waarde van de Steenharst met de 400 jaar oude familiewaarden en hoge reputatie (niveau Erfgoedlogies) zijn orderwinnend. Hiermee win je uiteindelijk de boeking vergeleken met ander (erfgoed)logiesaanbod in de regio. Zo bezien vormt De Steenharst een unieke en uiterst waardevolle toevoeging aan het veelkleurige logiesaanbod in de regio. Dit trekt natuur- en cultuurgasten die geïnteresseerd zijn in verhalen en échtheid. •
Verbindingen: De Steenharst zoekt enerzijds actief naar partnerships met boeren in de omgeving (streekproducten), watersportbedrijven (elektroboten), fietsverhuurders, musea, culturele programmering in kerkjes, evenementen (denk aan bramen plukken tijdens het Brommels-festijn) en karaktervolle horeca. Anderzijds worden actieve bewoners betrokken bij de dienstverlening. Denk aan een vogelgids, sterrenkijker, gidsen in het NP Lauwersmeer en wandeltochten door Kollum met bijzondere verhalen. Deze verbindingen worden vooraf en tijdens hun verblijf actief aangeboden aan gasten en digitaal ontsloten via website en arrangementen. Zo worden gasten geïnspireerd door de verhalen en rijkdom van de streek. Aansluiting van De Steenharst bij het Gastengilde ligt voor de hand zodat een leereffect ontstaat tussen de aanbieders onderling.
•
Draagkracht: impulsen bij De Steenharst vergroten de draagkracht onder voorzieningen (supermarkt, horeca, cultuur) in de omgeving, ook in de toeristisch rustiger maanden. Daarnaast leert de ervaring binnen het Gastengilde maar ook bij Heide State dat diverse gasten de liefde die ze ervaren voor het gebied omzetten in het besluit om hier te gaan wonen, werken of te ondernemen.
•
Menselijk handelen gericht op lange termijn: dit laatste ecosysteem-principe gaat over de rol van de mens in het richten van een recreatieve bestemming op meer rentmeesterschap en arbeidsparticipatie. De combinatie van de familie d’Ansembourg (400 jaar rentmeester) en Royal Werkbedrijf (bevordering brede arbeidsparticipatie) is uniek in onze ogen en draagt daaraan zeer positief bij.
6. Slotafweging: plan De Steenharst voldoet ruim aan criteria ‘Slimme Groei’ De Provincie Fryslân heeft in haar beleidsvisie op de gastvrijheidssector voor 2028 gekozen voor het streven naar ‘slimme groei’. Deze groei is concreet gemaakt in de vorm van een aantal ambities. Deze vormen ook de basis voor de inhoudelijke criteria ten behoeve van het beoordelen van het initiatief van De Steenharst in de Erfgoed Deal Waddenkust K(l)eigoed! De ambities of criteria zijn hieronder in cursief beschreven en daaronder staat het aanbod (in samenvattende zin) van De Steenharst waarmee men aan deze criteria verwacht te voldoen: •
Bijdragen aan een prettige en gezonde woon-en leefomgeving (geluk op 1 voor de Friezen) door behoud en benutten van natuur- en cultuurerfgoed. Het op hoogwaardige wijze restaureren van de oude Friese kop-hals-rompboerderij, het beschermen van het omliggende landschap en het betrekken van bewoners (zoals natuurgidsen) 5
en het omliggende ecosysteem (musea, kerkje, botenverhuur, NP, etc.) in het beheer sluiten goed aan bij deze ambitie. Feitelijk is dit een pure vorm van circulair werken. •
Logiesaccommodaties voeren de uitzonderlijk hoge kwaliteit van de natuurlijke en culturele omgeving op een eigenzinnige manier tot in de finesses door in hun producten en dienstverlening, zodat alle zintuigen van gasten geprikkeld worden. Bij het restauratieproces wordt het authentieke karakter zoveel mogelijk intact gelaten of hersteld. In de accommodatie komen de eeuwenoude familieverhalen op subtiele wijze naar voren. Denk diverse elementen uit de Friese Stijlkamer, schilderijen, kamernamen, zichtbare binten en andere details. In de exploitatie wordt ingezet op ‘slow food’, dat wil zeggen dat het netwerk van regionale aanbieders van vlees, groente en fruit prioriteit krijgen en dat daarin vooral wordt ingezet op unieke Friese streekproducten.
•
Inzetten op de natuur- en cultuurtoeristen die geïnteresseerd zijn in identiteit en authenticiteit van het gebied. Royal Werkbedrijf weet nu al de groep van cultuurtoeristen (bijvoorbeeld Amerikanen en Canadezen met Friese ‘roots’) te bereiken en denkt dat met De Steenharst deze groep van geïnteresseerden en identiteitszoekers nog beter zullen worden gevonden. De diensten en het programma zal, mede door het betrekken van lokale bewoners en lokale bedrijven, deze belangstelling ook verder opwekken. Zo zijn er in de directe omgeving door de eigenaar nu al meer dan twintig boeren geïdentificeerd die gasten van onder andere De Steenharst op hun eigen boerderij met streekeigen producten bij een maaltijd willen bedienen.
•
Bieden van toekomstbestendige banen. De exploitant van De Steenharst is professional in het leer-werkbedrijf. Hij leidt lokale of regionale mensen op om een vak te leren en daarmee wil hij deze vaak ook lokaal gewortelde mensen een toekomstbestendige positie op de arbeidsmarkt bieden. Het leer-werkbedrijf verzorgt het lespakket -mede met aangekochte professionele manuals- op verschillende niveaus en in diverse geledingen. Schoonmakers, onderhoudstechnici, timmerlieden, hoveniers, koks, bedienend personeel kunnen alle worden opgeleid en begeleid op De Steenharst.
•
Aanbod- en marktgroei a. in tijd (seizoensverbreding door jaarrond beschikbare bedden): De Steenharst zet in op een jaarrond bezetting. De beoogde exploitant heeft bewezen in vergelijkbare situatie (Heide State) in deze regio dat 70% of meer bezetting ruim haalbaar is en dat betekent dus 12 maanden gezonde reuring in de regio. Op De Steenharst lijken deze mogelijkheden nog wat gunstiger vanwege de flexibele capaciteit (30 bedden) en de fraaie omgeving bevestigt hier de identiteit van Fryslân; b. in ruimte (toeristische vraag en het profijt hiervan ook in de niet-toeristische gebieden van Fryslân ontsluiten): Toevoeging van logiesaanbod op De Steenharst ligt geheel in lijn met de ambities van het Friese Actieplan Vitale Logiesaccommodaties dat inzet op karaktervolle aanbod- en marktgroei in Noardeast-Fryslân. De Steenharst is aangewezen op de omgeving voor beleving, verdieping, ontspanning en toelevering en wil dat ook nadrukkelijk zijn en blijven.
6
Tot slot In onze ogen zit de toegevoegde waarde van logies in De Steenharst in deze regio vooral in maatschappelijk opzicht voor de omgeving (bieden van vaste waarden en continuïteit), bewoners (zingeving door te participeren in de gastvrije dienstverlening), medewerkers (brede arbeidsparticipatie) en gasten (unieke ervaringen in een schitterende omgeving op niveau van Erfgoedlogies die zingeving bevorderen). Daarnaast is de continuïteit van de familie-betrokkenheid na 400 jaar eigendom bijna vanzelfsprekend. De samenwerking met de Friese exploitant borgt professioneel en gastvrij beheer en het mobiliseren van lokale arbeidskrachten met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarmee is een logiesfunctie op De Steenharst in onze ogen een logische, professionele en slimme aanvulling voor de vrijetijdssector in Noardeast-Fryslân.
Den Bosch, 26 oktober 2021 Merlijn Pietersma Han Verheijden
Over ZKA Strategy ZKA Strategy levert adviesdiensten in de vrijetijdseconomie en beschikt over ruime kennis en praktijkervaring. De strategen adviseren toonaangevende vrijetijdsondernemers en overheden. In opdracht van de provincie Fryslân verrichte ZKA het vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties (2019) en ze stelde het Friese actieplan Vitale Logiesaccommodaties op (2021).
7
Bijlage 3
69/372
Omschrijving karakteristieke waarden
Karakteristieke panden in Kollumerland en Nieuwkruisland Object ID: Type: Adres: Bouwjaar: Gebruiksdoel: Architectonische waarde: Stedenbouwkundige waarde: Cultuurhistorische waarde: Gaafheid: Blz. boekje Bouwkunst in Kollumerland:
394 Structuur bepalend Steenharst 1 Augsbuurt 1825 woonfunctie industriefunctie 2 3 2 1
In hoek van de weg gelegen erf met kop-hals-romp boerderij. Voorhuis voorzien van licht getoogde vensters, eenvoudige goot op klossen. Zadeldak met dakpannen en schoorstenen op de hoeken. Schuur met rieten dak overdekt met golfplaten, pannen onderlangs. Uileborden met makelaar. Zijgevels met licht getoogde stalvensters. Achtergevel voorzien van staldeur met zijen bovenlicht en dubbele schuurdeur. Voor het overige deels gewijzigd. Mooi groen erf met haag langs de weg.
9 augustus 2013
Gemeente Kollumerland c.a. Postbus 13 9290 AA Kollum
Karakteristieke panden in Kollumerland en Nieuwkruisland ID:394, Steenharst 1 Augsbuurt
9 augustus 2013
Gemeente Kollumerland c.a. Postbus 13 9290 AA Kollum
72/372
Bijlage 4
73/372
Erfinrichtingsplan
PLAN ERFINRICHTING STEENHARST 1 TE AUGSBUURT Definitief – 9 februari 2023
Inleiding Plan voor de inrichting van het (voormalige boeren)erf aan de Steenharst 1 te Augsbuurt. In de bestaande situatie wordt de boerderij bewoond door de heer Prins. In de toekomstige situatie blijft hij wonen in het voorhuis van de boerderij. De rest van de boerderij wordt in de toekomst grondig verbouwd ten behoeve van recreatieve verblijven. Deze worden geëxploiteerd door Royalwork die een werkplek biedt aan mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Hiermee vindt er niet alleen in de boerderij een tweedeling plaats, maar ook op het erf. In dit document worden de verschillende onderdelen, die weergegeven worden op de twee bijgevoegde schetsen (bestaande situatie en toekomstige situatie/erfinrichting) beknopt beschreven. In eerste instantie volgt een beschrijving van de bestaande situatie, van diverse in de schets weergegeven legenda-eenheden. Daarna wordt hetzelfde gedaan voor de schets van de toekomstige situatie c.q. erfinrichting. Op basis van hetgeen beschreven in de tekst en weergegeven in de schetsen, is een plantlijst gemaakt (soorten en aantallen te planten). Aan Landschapsbeheer Friesland is gevraagd om een inrichtingsplan voor het erf te maken. Tijdens het bezoek op 29 september is gesproken over diverse onderwerpen die betrekking hebben op de toekomstige inrichting van het erf.
Over diverse onderdelen van het toekomstige erf was ten tijde van het bezoek nog onduidelijkheid, bijvoorbeeld over de (locatie, c.q. bouw en/of aanleg van de) paardenstal, mestplaat en paardenbak. Ook de ligging van de toekomstige toegang tot deze onderdelen, in de vorm van een toegangspad, is nog onduidelijkheid. In feite behoren deze onderwerpen ook niet tot de (gebruikelijke) onderdelen van een erfinrichtingsplan, omdat dit juist gaat over de inpassing van het erf in het landschap, door middel van ‘groene erfelementen’, om het leefklimaat voor bewoners geschikt(er) te maken, maar ook voor bijvoorbeeld tal van diersoorten (biodiversiteit). Om de ligging van ‘groene’ elementen te kunnen bepalen, c.q. in te kunnen tekenen op kaart, is het wel nodig om de genoemde ‘grijze onderdelen’ (stal, mestplaat, paardenbak, toegangspad e.d.) ook op kaart weer te geven. Aan de hand van de bespreking tijdens het bezoek, zowel aan de keukentafel als in het veld, alsook een beoordeling van een conceptplan en naar aanleiding daarvan een aantal kleine aanpassingen daarin, is het voorliggende plan gemaakt.
Bestaande situatie (zie bijgevoegde gelijknamige schets) Groene elementen Canadese es Aan de zuidwestzijde van het erf staat een rij van een aantal Canadese essen, geplant door de huidige bewoner van de boerderij, de heer Prins. Het gaat om een aantal flinke, beeldbepalende bomen. Gewone es Aan de oostzijde van het erf, op de grens van het erf en de wegberm, staat een aantal gewone essen aan weerszijden van de toegang tot het erf. De bomen zijn van kleiner formaat als de Canadese essen en vertonen iets dood hout, waarschijnlijk als gevolg van de essentaksterfte. Kers Ten noordwesten van de boerderij staat een oude kers. Het is de enige resterende fruitboom, van fruitbomen die er in het verleden gestaan hebben (de heer Prins noemde ‘Groninger kroon’, ‘Rode Joop’, augustuspeer en steenpeer, als soorten/rassen die er in het verleden gestaan hebben. Linde Voor de gevel van het voorhuis staat een forse linde. Een fraaie boom, die in het verleden voor schade aan de schoorsteen gezorgd heeft tijdens een storm. Knotlinde Vlakbij de ‘gewone’ linde staat voor de gevel een knotlinde. Een prachtige boom met een forse stam en een aantal flinke zijtakken die al lang geleden geknot zijn. De boom heeft een min of meer kandelaarvorm. Knotwilg Aan de zuidoostzijde van het erf staan een vijftal knotwilgen. Ze zijn geplant als solitaire wilgen door de heer Prins, maar in een later stadium geknot.
Van een afstand zijn het mooie bomen, maar van dichter bij is te zien dat ze niet in heel goede staat verkeren. Het voorstel is om deze knotwilgen te rooien. Meidoorn (roodbloeiend) In het grasland aan de zuidzijde van de boerderij staan een tweetal meidoorns, die volgens de heer Prins roodbloeiend zijn. De beide struiken zijn slecht van kwaliteit, waarschijnlijk mede omdat ze grotendeels onder de Canadese essen staan. Meidoornheg Als afscheiding van het erf staat er langs de zuidzijde van het grasland een oude maar fraaie meidoornheg. Paardenkastanje Langs de zuidelijke gevel van boerderij (stal) staan een drietal flinke paardenkastanjes. In het verleden zijn dit er zeven geweest (mededeling de heer Prins). In ieder geval de meest westelijke van de drie bomen is slecht van kwaliteit, hoewel de kroon van de boom er redelijk uitziet. Echter in het
onderste deel van de stam is een flinke hoeveelheid zwammen aanwezig, duidend op ‘slecht hout’. Vanwege de hoge en brede kronen van de drie bomen is er een flinke hoeveelheid mosgroei aanwezig op het rieten dak van de boerderij/stal. Daarnaast staat er een vierde, jongere paardenkastanje aan het begin van het (loop)pad vanaf de weg naar de voordeur van de boerderij. De stam van deze boom staat in de meidoornheg. Houtsingel Langs de noordzijde van het erf staat een houtsingel langs de hier liggende sloten. De singel bestaat uit verschillende soorten bomen en struiken, met name uit esdoorn, gewone es en zomereik. De beplanting in de houtsingel is flink uitgegroeid, d.w.z. met hier en daar flinke stammen en een hoge, breed uitgroeide kroon. Tevens staan er in het westelijke deel van de singel een tweetal zeer forse populieren. Grijze elementen De diverse ‘grijze elementen’ zoals de gebouwen (boerderij, oude schuur, voormalige stal) alsook de onderdelen zoals de kuilplaat, paardenbak e.d.) en de ondergrond van het erf (bv. grazige vegetatie, siertuin, sloot e.d.) worden in de schets weergegevens, spreken voor zich en worden hier verder niet beschreven m.u.v. de oude kuilsilo’s. Oude kuilsilo’s Ten zuidoosten van de boerderij staat een tweetal oude kuilsilo’s. Ze zijn lang geleden gebouwd als een van de eersten in het land. Ze deden dienst als opslag van kuil.
Toekomstige situatie – erfinrichting (zie bijgevoegde gelijknamige schets) Groene elementen Planten fruitbomen Van oudsher horen fruitbomen thuis op een boerenerf. Ze hadden vanzelfsprekend de functie van de voorziening in fruit. Er waren vaak meerdere soorten en rassen op een erf aanwezig (appels, peren, pruimen en soms kersen). Ook nu kunnen ze uiteraard voorzien in fruit, maar tegenwoordig worden fruitbomen juist ook aangeplant ‘voor biodiversiteit’. Zo profiteren insecten van de bloei en nestelen diverse vogelsoorten graag in de bomen, al dan niet in holten die veelal ontstaan bij het ouder worden van de bomen. Indien mogelijk c.q. verkrijgbaar, zou het interessant zijn om de soorten/rassen toe te passen die in het verleden ook op het erf hebben gestaan. Het verdient de aanbeveling om hoogstamfruitbomen te gebruiken. Deze hebben een hogere (eerste) vertakking dan halfstambomen, waarmee het beheer van het grasland (maaien en/of begrazen) eenvoudiger is. Tevens verdient het de aanbeveling om niet te kleine bomen te planten, maar iets forsere, bijvoorbeeld de maten 10-12, 12-14 of 14-16 (deze getallen zijn de omvang van de stam in centimeters op ca. anderhalve meter hoogte). In het grasland aan de zuidoostzijde van het erf is er ruimte voor in ieder geval vijf fruitbomen. Daarnaast kunnen er nog twee geplant worden ten noorden van de boerderij c.q. paardenbak.
Aanvulling op dit element n.a.v. gemeentelijke opmerkingen, in het bijzonder de opmerking over ‘Functioneel deel van het dierengedeelte van de boerderij’ Dat blijft bestaan. In de huidige situatie wordt het grasland begraasd door schapen en indien gewenst kan dit in de toekomst onverminderd zo blijven. Mochten de schapen niet blijven dan kan het grasland (extensief) gemaaid worden. Middels de fruitbomen wordt het erf verder ingekleed en ruimte bieden aan biodiversiteit. In het verleden stonden er op een andere locatie op het erf fruitbomen (noordwest). Daar is nu geen ofwel veel minder ruimte voor fruitbomen, derhalve is het betreffende grasland een prima optie. Hoewel de ligging van de boerderij (het gebouw dus) op het erf niet is zoals in veel andere gevallen, kan het betreffende grasland beschouwd worden als de ‘zijkant’ van het erf en juist dit was in het verleden dé plek voor fruitbomen. Planten rode beuk Op het grasland ten zuiden van de boerderij is ruimte voor een solitaire boom. Soorten als zomereik of linde komen daarvoor in aanmerking, maar ook beuk. Naast de groene beuk werd in het verleden vaak rode beuk (Fagus sylvatica ‘atropunicea’) gebruikt, juist als ‘statig’ element op het erf. Omdat dergelijke bomen ‘solitair’ geplant worden, krijgen ze de ruimte om flink uit te groeien en die ruimte hebben ze ook nodig, om zich te ontwikkelen tot een beeldbepalende boom.