CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - BP 'Augsbuurt - Steenharst 1'

It Beslút 20 juli 2023, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Augsbuurt - Steenharst 1'23.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Augstbuurt - Steenharst 1 Noardeast-Fryslân

DATUM IMRO IDN

16-02-2023 NL.IMRO.1970.BpAuSteenharst-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Geke van Halteren

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Particuliere initiatiefnemer 20220297

AUTEUR STATUS

Geke van Halteren ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Begrenzing plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

10

Planbeschrijving

11

2.1

Omgeving van het plangebied

11

2.2

De bestaande situatie

11

2.3

Initiatief

13

2.4

Uitgangspunten van de gemeente

14

2.5

Gewenste situatie

15

2.6

Verkeer en parkeren

18

Beleid

19

3.1

Rijksbeleid

19

3.2

Provinciaal beleid

21

3.3

Gemeentelijk beleid

22

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

24

4.1

MER-beoordeling

24

4.2

Ecologie

24

4.3

Milieuzonering

26

4.4

Geluid

28

4.5

Water

28

4.6

Luchtkwaliteit

30

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

30

4.8

Bodem

31

4.9

Externe veiligheid

32

4.10

Kabels en leidingen

32

Hoofdstuk 5

Juridische regeling

34

5.1

Algemeen

34

5.2

Toelichting op de bestemmingen

34

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

3/372

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

36

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

36

6.2

Economische uitvoerbaarheid

39

Bijlagen toelichting

41

Bijlage 1

Voorlopig ontwerp

43

Bijlage 2

Behoefteonderzoek

61

Bijlage 3

Omschrijving karakteristieke waarden

69

Bijlage 4

Erfinrichtingsplan

73

Bijlage 5

Memo verkeersgeneratie en parkeren

87

Bijlage 6

Vormvrije mer-beoordeling

91

Bijlage 7

Stikstofonderzoek

105

Bijlage 8

Ecologische quickscan

119

Bijlage 9

Nader ecologisch onderzoek

143

Bijlage 10

Watertoets

155

Bijlage 11

Verkennend bodemonderzoek

163

Bijlage 12

Nader bodemonderzoek (asbest)

203

Bijlage 13

Reacties vooroverleg

255

Regels Hoofdstuk 1

265 Inleidende regels

266

Artikel 1

Begrippen

266

Artikel 2

Wijze van meten

278

Bestemmingsregels

280

Artikel 3

Agrarisch

280

Artikel 4

Agrarisch met waarden - Open gebied

286

Artikel 5

Tuin

290

Artikel 6

Wonen - 2

295

Artikel 7

Waarde - Archeologie

302

Hoofdstuk 3

Algemene regels

304

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

304

Hoofdstuk 2

4/372

Artikel 9

Algemene bouwregels

305

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

306

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

307

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

308

Artikel 13

Algemene procedureregels

310

Artikel 14

Overige regels

311

Overgangs- en slotregels

312

Artikel 15

Overgangsrecht

312

Artikel 16

Slotregel

313

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels

315

Bijlage 1

Staat van bedrijven

317

Bijlage 2

Landschapskenmerken

323

Bijlage 3

Lijst van toegestande beroepen en bedrijven aan huis

335

Bijlage 4

Handleiding inrichtingsplan

339

Verbeelding

5/372

371

Toelichting

6/372

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In het kader van het project Erfgoeddeal Waddenkust K(l)eigoed hebben initiatiefnemers een plan ontwikkeld voor de ontwikkeling van recreatieve verblijven in een bestaand agrarisch pand dat niet meer in bedrijf is, maar dat vanwege de cultuurhistorische waarde behoudenswaardig is. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft ingestemd met een herbestemming van het pand, waarbij het bestaande asbestdak wordt gesaneerd en het waardevolle pand voor de toekomst behouden kan worden. In het pand worden recreatieverblijven gerealiseerd en er komen wellnessvooerzieningen. Het project wordt in samenwerking met Royal Werkbedrijf geëxploiteerd. Het perceel heeft in de huidige situatie een agrarische bestemming. Bewoning van de woning is alleen toegestaan ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. De initiatiefnemers zijn voornemens om de bedrijfswoning en de daarmee verbonden stal te verbouwen tot maximaal 3 woningen en 6 recreatieverblijven. De voormalige bedrijfswoning blijft als woning in gebruik en in de schuur worden recreatieverblijven gerealiseerd. Om voldoende financiële zekerheid te bieden, wordt de mogelijkheid geboden om de bedrijfswoning en maximaal 2 recreatieverblijven als woning te gebruiken. Het agrarische bouwvlak krijgt een woonbestemming waarbinnen recreatief gebruik is toegestaan.

Hiermee biedt het plan de nodige flexibiliteit om zowel recreatieverblijven als woningen toe te staan met een maximum van 7 eenheden (waaronder maximaal 3 woningen). Daarnaast wordt in de buitenruimte ten noordwesten van het bestaande gebouw een wellnesstuin aangelegd. De gemeente heeft in een principebesluit aangeven medewerking te willen verlenen aan het voornemen. De gewenste uitbreiding past niet in het geldende bestemmingsplan dat voor het plangebied van toepassing is (zie ook 1.3). Dit bestemmingsplan geeft daarom het juridisch-planologische kader dat de nieuwe functies mogelijk maakt.

1.2

Begrenzing plangebied

Het perceel ligt nabij de kern Augsbuurt (Lytsewâld) in het buitengebied van de gemeente Noardeast-Fryslân, ongeveer 1.500 meter ten zuidoosten van Kollum en ongeveer 1.500 ten noordoosten van Buitenpost. De begrenzing van het plangebied is afgestemd op de nieuwe situatie op de percelen Steenharst 1, 2 en 3 vanwege de onderlinge relatie tussen de percelen in dit nieuwe bestemmingsplan. Daarop wordt nader ingegaan in paragraaf 1.3. De ligging van het plangebied is globaal weergegeven in figuur 1.1.

7/372

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied

1.3

Planologische regeling

De planologische mogelijkheden van de locatie zijn vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied 2012, dat is vastgesteld op 12 november 2014. De gronden zijn daarin bestemd als 'Agrarisch' met een bouwvlak. Daarnaast bevat het bestemmingsplan de figuur 'relatie' om het verband aan te geven tussen het perceel Steenharst 1 en het agrarische perceel aan de overzijde van de Steenharst (hiermee wordt aangeduid dat binnen de met elkaar verbonden agrarische percelen maximaal 1 grondgebonden agrarisch bedrijf mag worden gerealiseerd). Binnen deze bestemming is wonen alleen toegestaan binnen de bedrijfskavel ten behoeve van de bedrijfsvoering. Burgerwoningen zijn binnen de bestemming dan ook niet toegestaan. In figuur 1.2 is een uitsnede uit het huidige bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.2. Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2012

8/372

Voor het plangebied geldt tevens de aanduiding 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied'. Dit ter bescherming van het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Bebouwing hoger dan 65 meter is binnen de aanduiding niet toegestaan. De gronden rondom de agrarische percelen hebben de bestemming Agrarisch met waarden - Open gebied. Deze gronden mogen zijn bestemd voor agrarische cultuurgronden en mogen niet bebouwd worden (met uitzondering kleine bouwwerken van maximaal 50 m2). Binnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden - Open landschap' zijn geen gewone woningen en recreatieverblijven toegestaan. Daarom is dit bestemmingsplan opgesteld als juridisch planologische basis voor de gewenstte ontwikkeling. Relatie met Steenharst 1, 2 en 3 Binnen het huidige bestemmingsplan is middels een figuur aangegeven dat er een relatie is tussen het perceel Steenharst 1 en het perceel aan de overzijde van de weg (zoals hierboven uitgelegd) en tussen het perceel Steenharst 3 en het perceel dat daar aan de overzijde van de weg ligt (in figuur 1.2 gaat het om de bouwvlakken ten oosten van Steenharst 1 en 3). De provincie vindt het niet wenselijk dat er woningen aan het buitengebied worden toegevoegd.

Om 3 woningen mogelijk te maken op het perceel Steenharst 1, moet dan ook de mogelijkheid tot een woning op het perceel Steenharst 3 (waar op basis van de bestaande situatie volgens het huidige bestemmingsplan een tweede bedrijfswoning - Steenharst 2 - aanwezig is) vervallen. Omdat in de huidige situatie de woning Steenharst 2 niet meer wordt bewoond, in verval is en in het kader van de herbestemming van de Steenharst 1 op termijn gesloopt zal worden, wordt in dit bestemmingsplan de gewenste situatie vastgelegd (maximaal 3 woningen in Steenharst 1) waarmee de planologische mogelijkheid tot een extra bedrijfswoning bij Steenharst 3 vervalt. Om de nieuwe situatie voor beide percelen goed te regelen, is ook het perceel Steenharst 3 in dit bestemmingsplan meegenomen. In Hoofdstuk 3 wordt de onderbouwing van deze keuze nader toegelicht aan de hand van het provinciaal en gemeentelijk beleid. Verder gelden voor het perceel de volgende planologische regelingen: Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslan Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27 januari 2022 en is opgesteld naar aanleiding van de gewijzigde vaststelling van de Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (windturbines). Door deze wijziging kan de provincie nu onder voorwaarden windturbines bij agrarische bouwpercelen realiseren.

Door deze wijziging zijn ook in de gemeente Noardeast-Fryslân diverse initiatieven ingediend voor het plaatsen van kleine turbines. De geldende bestemmingsplannen zijn gebaseerd op verouderd provinciaal beleid en faciliteren deze kleine windturbines echter (nog) niet. Om een een gemeentedekkende planologische regeling te hebben met een eensluidende regeling voor windturbines bij agrarische bouwpercelen is het paraplubestemmingsplan opgesteld. Dit plan heeft geen invloed op het onderhavige bestemmingsplan. Partiele herziening afwijkingsmogelijkheid 2e agrarische bedrijfswoning Dit bestemmingsplan, vastgesteld op 24 juni 2020, is opgesteld naar aanleiding van de wens om het beleid ten aanzien van een tweede agrarische bedrifjswoningen binnen de nieuwe gemeente Noardeast-Fryslan (ontstaan

9/372

door de fusie van de voormalige gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. per 1 januari 2019) te harmoniseren. De regeling uit dit bestemmingsplan is niet relevant voor onderhavig bestemmingsplan. Partiele en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 Dit bestemmingsplan is deels onherroepelijk in werking en vastgesteld op 28 september 2017 en heeft betrekking op een herziene regeling voor 3 percelen omdat de regeling in het bestemmingsplan Buitengebied 2012 ten aanzien van deze percelen is vernietigd. Dit bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor onderhavig bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

10/372

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

De beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen. Ook wordt de inpassing in de huidige situatie behandeld.

2.1

Omgeving van het plangebied

De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door een open agrarisch gebied met opstrekkende verkaveling. Kenmerkend van het gebied is de grootschalige openheid met verspreid liggende agrarische percelen. Behalve rondom de agrarische bebouwing is er geen opgaande beplanting. Het plangebied ligt in de nabijheid van toeristische trekpleisters zoals De Friese Wouden, waar fietsrecreatie volop aanwezig is, en het Lauwersmeergebied. Ook de steden Groningen, Leeuwarden en Dokkum zijn vanaf het plangebied goed bereikbaar, vanwege de ligging nabij de N355 die een goede ontsluitingmogelijkheid biedt.

2.2

De bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Noardeast-Fryslân aan de Steenharst 1 te Augsbuurt. Hier was in het verleden een agrarisch bedrijf gevestigd. De bedrijfsvoering is inmiddels beëindigd. Op het perceel staat agrarische bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf bestaande uit een karaktervolle, maar geen monumentale, kop-hals-romp boerderij. Aan de noordzijde van de boerderij is een schuur aangebouwd. De zuid- en oostzijde van het perceel zijn ingericht ten behoeve van privé gebruik in de vorm van een tuin. Een aanzicht op de zuidkant is weergeven in figuur 2.1. Rondom het perceel zijn houtsingels aanwezig die het pand vanaf de straatzijde deels aan het zicht onttrekken. In de kom van de weg Steenharst zijn nog restanten van het agrarische gebruik zichtbaar (zie figuur 2.2). De ligging van het pand op het perceel in de bestaande situatie is weergegeven in figuur 2.3.

11/372

Figuur 2.1 Overzicht huidige situatie

Figuur 2.2. Aanzicht oostzijde

12/372

Figuur 2.3 Overzicht bestaande situatie bebouwing en groen Steenharst 1

2.3

Initiatief

In het kader van het project Erfgoeddeal Waddenkust K(l)eigoed hebben initiatiefnemers de gemeente Noardeast Fryslân gevraagd om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van recreatieve verblijven in het stalgebouw van het voormalige agrarische bedrijfspand aan de Steenharst 1 te Augsbuurt. Het gaat om een 200 jaar oude, karakteristieke kop-hals-romp boerderij met asbest-problematiek. De eigenaren, leden van de Dorps Ontwikkelingsmaatschappij Kollum (Dom-Kollum), en andere betrokkenen, menen dat de boerderij het waard is om behouden te blijven voor de toekomst. Dat is mogelijk door de boerderij een recreatieve bestemming te geven die tegemoet komt aan de wensen van het kwaliteitstoerisme. Gezien de groeiende vraag daarnaar en het unieke karakter van de weidse omgeving, is de locatie bijzonder geschikt voor een dergelijke ontwikkeling. Omdat de recreatieve verblijven na oplevering worden geëxploiteerd door Royal Werkbedrijf - dat kansen biedt aan mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt - krijgt de herbestemming niet alleen een recreatieve, maar ook een sociaal - maatschappelijke betekenis. Via het project Erfgoeddeal Waddenkust K(l)eigoed van de gemeente Noard-East Fryslân zijn er subsidie mogelijkheden waardoor het mogelijk is om het pand een herbestemming te geven die zich richt op restauratie en ontwikkeling van 6 verblijfseenheden in het stalgebouw.

Naast het stalgebouw (op de noordwesthoek van het perceel) is er ruimte voor aanleg van een wellness met barrel sauna en hottub. Initiatiefnemer wil hiermee aanbod scheppen voor de kwaliteitstoerist.

13/372

In het hoofdstalgebouw komen twee kleinere verblijven van 40 m2 met ruimte voor 2-4 personen per verblijf. Daarnaast komen twee grotere verblijven die (met een kamer op de 1ste verdieping) een oppervlakte hebben van 180 en 120 m2 voor resp. 8 en 6 personen. In de zijvleugel komen twee verblijven die (met een kamer op de 1ste verdieping) een oppervlakte hebben van 95 m2 voor elk 6 personen. Inclusief een steekzolder is er dan ruimte voor groepen van 30-34 personen op een totale oppervlakte van 570 m2. (Zie verderop: Figuur 2.5 Plattegrond begane grond gewenste situatie. En zie ook Bijlage 1 Voorlopig Ontwerp) Omdat de ontwikkeling van 6 verblijfseenheden in het stalgebouw een forse investering vergt, is het voor de financiering van het Nationaal Restauratiefonds en voor initiatiefnemer van belang om in geval van een economische crisis en / of faillissement van de exploitant te kunnen omschakelen naar verhuur van drie woonverblijven. Daarvoor is het wenselijk dat het voorhuis en twee recreatieve verblijven in het stalgebouw een dubbele functie woon- en recreatieverblijf krijgen. De gemeente heeft hiermee ingestemd op voorwaarde dat de agrarische functie van de boerderij wordt opgegeven, evenals het bouwvak tegenover Steenharst 1, en het ernaast gelegen arbeidershuisje (Steenharst 2) bij Steenharst 3 wordt gesloopt.

In het pand worden recreatieverblijven gerealiseerd en er komen wellnessvooerzieningen. Het project wordt in samenwerking met Royal Werkbedrijf geëxploiteerd.

2.4

Uitgangspunten van de gemeente

De gemeente Noardeast Fryslan heeft ingestemd met het verlenen van medewerking aan de ontwikkeling in het plangebied van: ten hoogste drie woningen en ten hoogste zes recreatieverblijven; bij de recreatieverblijven horende ondergeschikte recreatievoorzieningen in de vorm van een wellness; onder de voorwaarden dat: het aantal woningen en recreatieverblijven samen ten hoogste zeven is; voor het gebruik van een tweede woning het gebruik van de woning op de gronden van het perceel aan de Steenharst 2 in juridische zin niet (meer) mogelijk is en blijft; de gronden binnen het bouwvlak ten oosten van de Steenharst waarmee het bouwvlak op het perceel aan de Steenharst 1 is verbonden worden bestemd als Agrarisch met waarden – Open gebied zonder de aanduiding “bouwvlak” en “specifieke bouwaanduiding – ontwikkelingsvlak”; uit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het perceel aan de Steenharst 1 een aanvaardbaar woon- en leefmilieu gewaarborgd wordt (of kan worden) en ter plaatse van het perceel aan de Steenharst 2 en aan de Steenharst 3 een aanvaardbaar ondernemersmilieu gewaarborgd wordt (of kan worden); de activiteiten bij/van de recreatieverblijven – met inbegrip van de hierbij horende voorzieningen – de activiteiten als bedoeld in categorie A van bijlage 4 van de uitgave Bedrijven en milieuzonering niet overschrijden; in het hiervoor op te stellen bestemmingsplan voor het bestaande

hoofdgebouw een aanduiding (zoals “karakteristiek”) wordt opgenomen op grond waarvan tenminste het behoud van de in het rapport Inventarisatie karakteristieke panden gemeente Kollumerland c.a. omschreven waarden wordt gewaarborgd. Dit bestemmingsplan is opgesteld op basis van bovenstaande uitgangspunten. Ten aanzien van de aanduiding

14/372

karakteristiek is door de voormalige gemeente Kollumerland een inventarisatie gemaakt van de karakterstieke panden in de gemeente. De omschrijving van de karakteristieke waarde van de boerderij op Steenharst 1 uit deze inventarisatie is als Bijlage 3 opgenomen. De voormalige gemeente Kollumerland heeft hiervoor echter geen beleid vastgesteld op basis waarvan in dit bestemmingsplan een juridische status als karakteristiek pand kan worden vastgelegd. Om de behoudenswaardige elementen van het pand (vorm, positie, massa) te waarborgen, zijn de regels zodanig opgesteld dat deze waarden geborgd worden. De inrichting van het terrein rondom de boerderij is geborgd door middel van de bestemming 'Tuin' aan de zijde van de straat Steenharst.

2.5

Gewenste situatie

De kop-hals-rompboerderij aan de Steenharst 1 is al enige jaren niet meer in gebruik als boerenbedrijf. In het kader van het project K(l)eigoed is onderzocht hoe de boerderij ingevuld kan worden met hoogwaardige recreatieve overnachtingsaccommodaties om de boerderij en het erf nieuw leven in te blazen. Daarnaast wordt op deze wijze een bijdrage geleverd aan de toeristisch economische ontwikkeling en leefbaarheid van Augsbuurt en omstreken. Voor het plan is een voorlopig ontwerp opgesteld dat als Bijlage 1 is toegevoegd. Naast de overnachtingsaccommodaties wordt een multifunctionele keukenruimte en loungeruimte gerealiseerd en buiten is ruimte voor wellnessfaciliteiten in de vorm van een gym, sauna en (opbouw)zwembad omringd door lokale bloem-, plant- en boomsoorten. De sauna heeft een beperkte omvang en wordt aan de noordwestzijde van het perceel gesitueerd, binnen de bestaande beplanting die het perceel omzoomt. Het gaat hier om de realisatie van kleinschalige welnessvoorzieningen waarvoor geen ontgrondingvergunning nodig is. De oude boerderij en de inrichting van de omliggende tuin zijn het uitgangspunt geweest bij het ontwerp. De bestaande karakteristieke bebouwing en constructie worden optimaal gebruikt. De huidige woning van de boerderij (kop + hals) blijft behouden als woonhuis.

De bestaande schuur blijft gehandhaafd en hierin worden de recreatie-accommodaties en verblijfsruimten gerealiseerd in een groot houten volume. Daarvoor zijn een entree, gezamenlijke keuken en loungeruimte op de verdieping voorzien. De boerderij blijft aan de buitenkant waar mogelijk behouden en wordt waar nodig gerestaureerd. Het bestaande asbestdak wordt vervangen door riet zodat het beter passend is bij het oorspronkelijke uiterlijk van de boerderij. Aan de noordzijde van het pand wordt een deel van de muur en het dak opengebroken en vervangen door ramen zodat er meer licht in de accommodaties komt. Aan deze zijde wordt een beschut terras gerealiseerd. Verder worden er rondom op strategische punten dakramen geplaatst en aan de zuidzijde worden ook ingrepen gedaan in de oude stalmuur om meer daglicht binnen te laten. Bij het ontwerp wordt het ritme van de stalramen gevolgd. In figuur 2.4 is een impressie opgenomen van de gewenste situatie en figuur 2.5 bevat een impressie van de nieuwe plattegrond. (Zie ook Bijlage 1 voor meer details)

15/372

Figuur 2.4 Impressie gewenste situatie

16/372

Figuur 2.5 Plattegrond begane grond gewenste situatie (afbeelding gespiegeld t.o.v. situatie) Functionele inpassing De ontwikkeling vindt plaats in een gebied waar agrarische functies voorkomen. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt aan Steenharst 3 en op voldoende afstand. In paragraaf 4.3 wordt ingegaan op de milieutechnische aanvaardbaarheid van deze situatie. Landschappelijke inpassing Het plan wordt ingepast binnen de huidige landschappelijke structuren op het perceel. De bomen op het perceel worden grotendeels gehandhaafd; alleen de paardenkastanjes die aan de zuidzijde tegen de stal aan staan, zullen gekapt worden. De staat van deze bomen is zodanig dat de locatie zo dicht bij woningen een gevaarlijke situatie kan opleveren. Door de bestaande waardevolle bebouwing te handhaven en de inrichting van het perceel ondergeschikt te maken aan de aanwezige landschappelijke structuren wordt het karakteristieke ensemble op de locatie zo goed mogelijk bewaard. Er is in samenwerking met landschapsbeheer Friesland een landschappelijk inpassingsplan gemaakt waarin wordt aangegeven hoe de landschappelijke waarden optimaal worden behouden. Dit erfinrichtingsplan is als Bijlage 4 opgenomen. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee deze landschappelijke inpassing is geborgd.

17/372

2.6

Verkeer en parkeren

De Steenharst is een verkeersluwe ontsluitingsroute bestemd voor bestemmingsverkeer aan deze weg. De Steenharst sluit aan op de Rijksweg N355 (Oost). Deze 80-km/h-weg heeft ruim voldoende capaciteit voor de nieuwe functie van het perceel. Er wordt gebruik gemaakt van een bestaande aansluiting op deze weg. Aan deze weg worden geen aanpassingen voorgesteld. Doordat het aantal woningen toeneemt zal de verkeersgeneratie toenemen. Omdat er echter sprake is van recreatieappartementen is het niet aannemelijk dat de toename structureel is uitgegaan van de maximale te verwachten toename. Gezien de ligging van het plangebied nabij de Rijksweg N355 waarlangs het verkeer kan aan- en afrijden zal de impact van de ontwikkeling beperkt zijn op de Steenharst en vormt het plan geen belemmering voor de verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 381. De beoogde ontwikkeling ligt in het buitengebied. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetalen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De beoogde ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom. Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de optie die het meeste parkeerbehoefte vraagt, namelijk 3 woningen en 4 recreatieappartementen.

Voor de recreatieappartementen geldt een parkeerbehoefte van 2,7 parkeerplaatsen en voor de woningen, uitgaande van een combinatie van 1 vrijstaande woning (het voorhuis) en 2 appartementen, 6,2 parkeerplaatsen. Totaal moeten er dus 9 parkeerplaatsen worden aangelegd. Deze worden op het erf gerealiseerd. Hiervoor is op het terrein voldoende ruimte. Een berekening van de verkeer en parkeerbehoefte is opgenomen als Bijlage 5

18/372

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De gemeente Noardeast-Fryslan, waarvan het plangebied deel uitmaakt, is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI en is in overeenstemming met de opgave om de regio sterker en leefbaarder te maken en draagt bij aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het bestemmingsplan is niet in strijd met de uitgangspunten uit de NOVI.

19/372

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR, de voorloper van de NOVI. Dit bestemmingsplan raakt geen nationale belangen. Eén van de aspecten die is opgenomen, betreft de zones rond radarstations. Door het plangebied loopt een radarverstoringsgebied. Er geldt hierbij een verbod op bouwwerken hoger dan 65 meter. Met dit bestemmingsplan worden geen bouwwerken mogelijk gemaakt groter dan 65 meter. Het rijksbeleid vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In 2017 is de Ladder herzien. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningen ligt de ondergrens 'in beginsel' op 12 woningen. Er moet echter ook sprake zijn van een nieuw beslag op de ruimte waarvan sprake is als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan op grond van het planologische regime mogelijk was of kon worden gerealiseerd. In dit geval is sprake van een project dat plaatsvindt op een bestaand perceel in een bestaand gebouw in het landelijk gebied. Er worden nieuwe functies toegevoegd, maar er is sprake van hergebruik van bestaande bebouwing. Op basis van bovengenoemde criteria is dan ook geen sprake van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling en is de Ladder niet van toepassing. Wanneer de Ladder niet van toepassing is, moet wel worden gemotiveerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van uitvoerbaarheid moet onder andere aandacht worden besteed aan de behoefte aan het plan.

Ter onderbouwing van de ontwikkeling is inzichtelijk gemaakt wat de toegevoegde waarde is voor de omgeving. Het verslag daarvan is als Bijlage 2 toegevoegd. Samengevat draagt het plan (De Steenharst) bij aan de toeristische voorzieningen in de regio doordat het recreatieve aanbod in deze omstreken beperkt is. Dankzij de fraaie ligging in het Friese landschap heeft De Steenharst de toerist iets te bieden. Daarnaast biedt De Steenharst boeren (streekproducten), watersportbedrijven (bootverhuur), fietsverhuurders, musea etc. mogelijkheden om hun producten en diensten aan te bieden. Dankzij de samenwerking met Royal Werkbedrijf heeft De Steenharst toegang tot een aantrekkelijk netwerk van diverse groepen toeristen (bijv. cultuurtoeristen) die gebruik kunnen maken van de accommodatie en de faciliteiten in de regio. Omdat de recreatieve verblijven op de Steenharst zullen worden geëxploiteerd door een werk-leerbedrijf, biedt het baangelegenheid voor (kwetsbare) groepen in de regio die hier kunnen worden opgeleid en begeleid. Omdat De Steenharst jaarrond geopend is, wordt er het hele jaar door een bijdrage geleverd aan de reuring in de

20/372

regio. De toevoeging van het logiesaanbod op De Steenharst ligt in lijn met de ambities van het Friese Actieplan Logiesaccommodaties dat inzet op karaktervolle aanbod- en marktgroei in Noardeast-Fryslan. (Zie daarvoor: Uitvoeringsprogramma Gastvrij Fryslân) Hiermee is voldoende duidelijk dat er behoefte is aan de ontwikkeling in het plangebied.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030 - 2050 uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. De insteek om de ambities te realiseren is niet door verandering tegen te houden, maar door de gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. De planontwikkeling past binnen het principe van zuinig ruimtegebruik. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een nieuwe invulling voor vrijgekomen agrarische bebouwing. Hierbij wordt de karakteristieke bebouwing zoveel mogelijk in stand gehouden of gerestaureerd. Het bestaande asbestdak van de schuur wordt vervangen door een rieten dak, wat beter aansluit op de overige bebouwing. Er wordt een erfinrichtingsplan opgesteld om een goede landschappelijke inpassing te realiseren. Hiermee wordt aangesloten bij de ambities van de provincie.

Verordening Romte Fryslân Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Deze verordening behelst een aanpassing van de op 15 juni 2011 vastgestelde verordening en is op 16 augustus 2014 in werking getreden. In deze verordening is het beleid, zoals verwoord in het Streekplan, vertaald naar regels voor bestemmingsplannen. Op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 kunnen in een bestemmingsplan voor het landelijk gebied nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt wanneer sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. Stedelijke ontwikkelingen die hierbij mogelijk zijn, zijn: 1. wonen, onder de voorwaarde dat dit alleen mogelijk is in een voormalige bedrijfswoning en in bestaande "karakteristieke gebouwen"; 2. verblijfsrecreatie onder de voonwaarde dat het aantal recreatiewoningen ten hoogste 15 is en logies onder de voorwaarde dat de schaal hiervan klein is en dat deze alleen in de bestaande gebouwen mogelijk zijn. Algemene voorwaarden hierbij zijn: bestaande "karakteristieke gebouwen" moeten behouden blijven; er mogen geen beperkingen zijn voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving. In artikel 1.2 van de verordening worden regels gegeven gericht op het hergebruiken van vrijkomende

21/372

(agrarische) bebouwing. Wonen is toegestaan in de voormalige bedrijfswoning en in aanwezige karakteristieke gebouwen. Tevens moeten bestaande karakteristieke en monumentale gebouwen behouden blijven en mogen geen beperkingen ontstaan voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving. In artikel 3 is bepaald dat een ruimtelijk plan voor woningbouw in overeenstemming moet zijn met een woonplan dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Hiervan mag afgeweken worden indien het woningbouwproject niet meer dan 3 woningen omvat. In onderhavig bestemmingsplan is sprake van hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. De woon- en recreatiefunctie vinden plaats in de voormalige kop-hals-romp boerderij en er wordt voornamelijk interne verbouwd waardoor het bestaande pand behouden blijft. Het pand heeft weliswaar geen officiële status als monumentaal of karakteristiek, maar heeft op grond van een gemeentelijke inventarisatie beeldbepalende panden wel een bijzondere status. Hier wordt nader op ingegaan onder het gemeentelijk beleid. Met de ontwikkeling ontstaan geen beperkingen voor de ontwikkelingen van agrarische bedrijven in de omgeving. Hier wordt in paragraaf 4.3 specifiek op ingegaan. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014.

3.3

Gemeentelijk beleid

Woonvisie 2020-202 De gemeente Noardeast-Fryslân heeft samen met inwoners, corporaties en belangenorganisaties de Woonvisie 2020-2025 gemaakt. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente. In de visie wordt uitgelegd waar de gemeente in 2025 op het gebied van wonen wil staan. In de Woonvisie staan geen specifieke uitgangspunten die aansluiten bij de ontwikkeling in het plangebied. Wel heeft de gemeente in reactie op de voorgenomen ontwikkeling een toetsing uitgevoerd aan haar beleid. Hierin werd genoemd dat het toestaan van meer dan één woning in het buitengebied (wat middels het bestemmingsplan is toegestaan), in dit geval ten hoogste drie woningen, nadere aandacht vraagt. Op grond van het woonbeleid van de gemeente is er niet direct sprake van een aantoonbare (getalsmatige) behoefte voor drie woningen. Desondanks mag worden verondersteld dat altijd sprake is van een zekere behoefte aan specifieke woningen als deze (betaalbaar, huur, levensloopbestendig). De gemeente acht maximaal drie woningen daarmee passend binnen de huidige woonbehoeften. Bovendien draagt het initiatief, en daarmee de vraag voor een mogelijke derde woning, bij aan een hoger doel, namelijk het behoud van een waardevol te achten bouwensemble in het buitengebied. De ontwikkeling in het plangebied is dan ook passend binnen het gemeentelijke woonbeleid.

Visie Toerisme en Recreatie in Noordoost-Fryslan 2020-2030 Op 6 februari 2020 is de visie ' Land waar je landt; eropuit in de regio Noordoost-Fryslân' vastgesteld. Dit is een gezamenlijke visie op Toerisme en Recreatie in Noordoost-Fryslân 2020-2030. In de visie is de ambitie opgenomen "om de recreatie en toerisme sector de komende jaren fors te laten groeien [. . met als resultaat een stimulering van de lokale economie, meer omzet en meer banen, en een betere leefomgeving voor onze eigen inwoners. 'De groei van de recreatie en het toerisme moet bijdragen aan maatschappelijke opgaven zoals

22/372

het behouden van lokale voorzieningen, cultureel erfgoed, een prettige leefomgeving voor en het welbevinden van de eigen inwoners'. De bouw en het gebruik van zes recreatieverblijven draagt bij aan het halen van de ambitie. Hierdoor is er namelijk een groei in het aantal recreanten en toeristen mogelijk waardoor het ook de plaatselijke economie kan ondersteunen. Dit op een schaal die past in de omgeving Inventarisatie karakteristieke panden gemeente Kollumerland c.a. Het bestaande pand op Steenharst 1 is niet aangemerkt als monumentaal of karakteristiek pand. Wel is het bestaande hoofdgebouw in de in juli 2012 tot februari 2015 uitgevoerde Inventarisatie karakteristieke panden aangeduid als 'structuurbepalend'. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in het rapport Inventarisatie karakteristieke panden gemeente Kollumerland c.a. van februari 2015. Hieruit blijkt dat volgende waardering voor het gebouw: architectuurhistorische waarde: "waardevol"; stedenbouwkundige waarde "zeer waardevol"; cultuurhistorische waarde: "waardevol"; gaafheid: redelijk waardevol". Hieruit is af te leiden dat aan het bestaande hoofdgebouw belangrijke bepaalde stijlkenmerken zijn te zien, het gebouw zeer belangrijk is voor het ruimtelijke karakter van het plangebied en de omgeving en ook een belangrijk uiting van de ontwikkeling daarvan.

De gemeente Noardeast-Fryslan heeft haar medewerking aan het initiatief verleend op voorwaarde dat in het vast te stellen bestemmingsplan voor het bestaande hoofdgebouw een aanduiding (zoals "karakteristiek") wordt opgenomen op grond waarvan tenminste het behoud van de in het rapport Inventarisatie karakteristieke panden gemeente Kollumerland c.a. omschreven waarden wordt gewaarborgd. Omdat deze inventarisatie niet als beleid is vastgesteld, is er geen juridische borging vanuit het beleid. In dit bestemmingsplan is via de regels geborgd dat de karakteristieke waarden (vorm, positie, massa) worden behouden en via de bestemming Tuin is de landschappelijke inpassing geborgd.

23/372

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

MER-beoordeling

In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied van 100 hectare of meer en/of met 2.000 of meer woningen. Dit bestemmingsplan blijft ruim onder deze grenzen en is dus niet rechtstreeks planMER-, projectMER- of m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is.

In dat kader wordt afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Om dit te beoordelen is een vormvrije mer-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 6 bij dit bestemmingsplan opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen aanleiding is voor het volgen van een mer-procedure.

4.2

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Natuurbeschermingswet. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur). Stikstofgevoeligheid In de omgeving van het plangebied liggen de Natura 2000-gebieden Lauwersmeer en Waddenzee. De afstand tot het Lauwersmeer bedraagt circa 6,5 km en de afstand tot de Waddenzee bedraagt circa 15 km. De Waddenzee is tevens een NNN-gebied. Er is in het plangebied geen sprake meer van een agrarische functie. Met de nieuwe woonbestemming zijn agrarische activiteiten niet meer mogelijk, wat een positief effect heeft op de

24/372

milieusituatie (o.a. ammoniakreductie). Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling in het plangebied treden geen nadelige effecten op voor deze NNN. Per 1 juli 2021 trad de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Op 2 november 2022 is in de zaak van Porthos een uitspraak gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak over deze partiële bouwvrijstelling. Uit deze uitspraak blijken art. 2.9a van de Wnb en art. 2.5 Bnb in strijd met art. 6 van de Habitatrichtlijn uit de Wet natuurbescherming. Er wordt daarom teruggegaan naar de situatie vóór 1 juli 2021 waarbij ook de aanlegfase van bouwprojecten moet worden doorgerekend voor stikstofdepositie om significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden te kunnen uitsluiten. In dat kader is een stikstofonderzoek uitgevoerd (Bijlage 7) met de meest recente versie van de Aerius-calculator (26 januari 2023) voor de aanleg- en exploitatie-fase van de ontwikkeling op Steenharst 1 te Augsbuurt. In deze berekening is rekening gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van met diesel aangedreven materieel.

Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn daarom niet aan de orde. Soortenbescherming Voor de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden voor het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. De aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect, omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. In verband met de beoogde ontwikkelingen in het plangebied is een ecologische quickscan uitgevoerd (zie hiervoor Bijlage 8). Hieruit blijkt dat er geen negatieve effecten worden verwacht op het omliggende weidevogelkansgebied omdat de afscherming van het plangebied ten opzichte van het weidevogelkansgebied wordt gehandhaafd. Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk jaarrond beschermde nesten van kerkuil, huismus en ringmus, algemene broedvogels en verblijfplaatsen van vleermuizen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn.

Om overtredingen op de Wet natuurbescherming te voorkomen, is voor jaarrond beschermde nesten van kerkuil, huismus en ringmus en voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen nader onderzoek uitgevoerd (Bijlage 9). Er is tijdens het onderzoek geen verblijfplaats van de kerkuil aangetroffen. Er zijn tijdens het onderzoek twee nestlocaties van huismus aangetroffen binnen het plangebied. Er zijn geen zomer/kraamverblijfplaatsen van vleermuizen geconstateerd. Om de ecologische waarden in het plangebied te compenseren, wordt gebruik gemaakt van de regeling kleine initiatieven van de provincie. Hiertoe wordt een compensatieplan opgesteld waarin in ieder geval twee huismusverblijven en de te verwachten paarverblijven worden overgecompenseerd. Ook moeten negatieve

25/372

effecten zoveel mogelijk worden voorkomen, waardoor mogelijk ook mitigerende maatregelen (ecologische begeleiding) nodig zijn. Het compensatieplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de provincie. Na goedkeuring wordt een ecologisch werkverslag bijgehouden dat dient als bewijsvoering voor een uitvoering conform het opgestelde compensatieplan. Voor algemene broedvogels moet een aantal mitigerende maatregelen worden genomen. Het heeft de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Als de werkzaamheden toch aan het begin van het vogelbroedseizoen of middenin het vogelbroedseizoen beginnen, moeten maatregelen worden gevolgd conform de beschrijving in paragraaf 6.3 van de ecologische quickscan. Bij de realisatie van nieuwbouw wordt geadviseerd om natuurinclusief te bouwen. Natuur inclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen, waarbij er meer plek voor verschillende diersoorten gerealiseerd wordt. Hierbij kan worden gedacht aan het aanbrengen van inbouwkasten in de muur of speciale dakpannen voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen.

4.3

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Voor het agrarische perceel aan de overzijde van de weg geldt dat hier in het huidige bestemmingsplan op grond van de aanduiding ' relatie' een verbinding bestaat binnen de bestemming Agrarisch. Op grond van de aanduiding "relatie" is op de gronden binnen het plangebied en de gronden binnen het hiermee verbonden bouwvlak ten oosten van de Steenharst de vestiging van maximaal één grondgebonden agrarisch bedrijf mogelijk. De aanduiding "relatie" betekent dat de gronden binnen het plangebied en binnen het hiermee verbonden bouwvlak ten oosten van de Steenharst in juridische zin als één bouwperceel/-vlak beoordeeld moeten worden. De afstand tussen het plangebied en het hiermee verbonden bouwvlak ten oosten van de Steenharst 1 is ongeveer 21 m.

Hiermee is sprake van een onderschrijding van de in de uitgave Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeente opgenomen richtafstand van 100 m voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Dit betekent dat er in beginsel mogelijk sprake is van milieuhinder ter plaatse van de woning(en) en recreatieverblijven in het plangebied wanneer binnen het bouwvlak ten oosten van de Steenharst 1 alsnog de vestiging van een agrarisch bedrijf plaatsvindt. Of andersom: binnen het bouwvlak is het niet mogelijk om een aanvaardbaar ondernemersmilieu te waarborgen als de bouw en het gebruik van woningen in het plangebied plaatsvindt. Omdat het voor de nieuwe functie in het plangebied niet nodig en niet wenselijk is om op de gronden aan de overzijde van de Steenharst 1 agrarische bebouwing te realiseren, worden de gronden binnen het bouwvlak ten

26/372

oosten van de Steenharst 1 bestemd als Agrarisch zonder de aanduiding "bouwvlak". Vanwege de in het geldende bestemmingsplan gebruikte stelsel voor de regels betekent dit dat de gronden in dit bestemmingsplan niet langer de aanduiding "specifieke bouwaanduiding – ontwikkelingsvlak" hebben. Deze bouwaanduiding hangt namelijk samen met de aanduiding "bouwvlak". In de nieuwe situatie houdt dit perceel de bestemming Agrarisch, maar de mogelijkheid om hier een grondgebonden agrarisch bedrijf te realiseren vervalt zodat er vanuit milieuzonering geen belemmering ontstaat voor de agrarische bedrijfsvoering. Ten noorden van het plangebied grenst het perceel aan de Steenharst 2 en aan de Steenharst 3. De gronden binnen deze percelen zijn ook voor een deel bestemd als Agrarisch en ook hier is een bouwvlak opgenomen. Hierbij liggen alle gronden binnen één bouwvlak. Ook voor dit bouwvlak is een "relatie" opgenomen met de gronden ten oosten van de Steenharst 3. De situatie op grond van het bestemmingsplan is voor het perceel aan de Steenharst 2 en aan de Steenharst 3 dan ook overeenkomstig de situatie voor het plangebied. Dit betekent dat ook hier de vestiging van ten hoogste één grondgebonden agrarisch bedrijf mogelijk is.

Ook betekent dit dat op grond van de uitgave Bedrijven en milieuzonering in beginsel een (richt)afstand van 100 m gewaarborgd moet worden tussen de gronden binnen het bouwvlak op het perceel aan Steenharst 2 en aan de Steenharst 3 en het plangebied om een aanvaardbaar ondernemersmilieu op deze percelen te waarborgen en een aanvaardbaar woon- en leefmilieu in het plangebied. De kleinste afstand tussen de bouwvlakken is ongeveer 87 m. Hiermee is er sprake van een onderschrijding van de richtafstand. Dit betekent dat er in beginsel mogelijk sprake is van milieuhinder ter plaatse van de woning(en) en recreatieverblijven in het plangebied en de ontwikkelingsmogelijkheden van een agrarisch bedrijf op het perceel aan de Steenharst 2 en Steenharst 3 beperkt worden. Het bestaande hoofdgebouw in het plangebied staat op een afstand van ongeveer 105 m van het bouwvlak op het perceel aan de Steenharst 2 en aan de Steenharst 3. Bovendien vervalt ten behoeve van dit bestemmingsplan de woonfunctie op het perceel Steenharst 2, waarmee de meest gevoelige functie nabij het plangebied verdwijnt. Vanuit milieuzonering is er dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. De woning(en) en de recreatieverblijven functioneren in principe onafhankelijk van elkaar en moeten dan ook beoordeeld worden als afzonderlijke "bestemmingen".

Op grond van de uitgave Bedrijven en milieuzonering moet er in beginsel een afstand van 10 m tussen de woning(en) en de recreatieverblijven gewaarborgd worden. In de voorliggende situatie is het waarborgen van deze afstand niet mogelijk. De bouw en het gebruik van de woning(en) de recreatiewoningen vindt allemaal in het bestaande hoofdgebouw plaats. Uit de uitgave blijkt ook dat de recreatieverblijven (waarneer deze overeenkomstig een hotel en/of pension met keuken worden beoordeeld) beoordeeld kunnen worden als een "bestemming" "die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd". Ter onderbouwing wordt aangehaald dat 'de eisen uit het Bouwbesluit voor de scheiding tussen wonen en bedrijven

27/372

daarbij toereikend zijn'. Voorwaarde hierbij is wel dat (de effecten van) de activiteiten bij/van de recreatieverblijven de activiteiten als bedoeld in categorie A van bijlage 4 van de uitgave Bedrijven en milieuzonering niet overschrijden (dit is de categorie activiteiten die "aanpanding aan woningen kunnen worden uitgevoerd"). Dat is met dit bestemmingsplan geborgd. Er is in de nieuwe situatie geen sprake van een grote commerciële keuken en/of centrale speelplek. Het parkeren wordt binnen de bestemming opgelost, zodat ook hiervan geen hinder voor de buurt zal optreden. Vanwege de relatieve kleinschaligheid van de functie is het aanvaardbaar om deze functie aangrenzend aan de woonfunctie mogelijk te maken.

4.4

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Met dit bestemmingsplan worden recreatieappartementen toegevoegd maar recreatieappartementen gelden niet als geluidgevoelige functie. Omdat er in de nieuwe situatie echter woningen kunnen worden toegevoegd, is er sprake van een nieuwe situatie in de zin van de Wet geluidhinder. Voor de voormalige bedrijfswoning is de situatie in de bestaande situatie aanvaardbaar. Bovendien ligt Steenharst 1 al op ruime afstand (200 meter) van de N355. De toe te voegen woningen worden achter deze bestaande woning gerealiseerd, op grotere afstand van de gezoneerde weg (N355).

Al met al is het niet aannemelijk dat de geluidsituatie in de nieuwe woningen slechter is dan die in de bestaande woning waar geen sprake is van geluidhinder van de weg. Ook mag worden aangenomen dat aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB wordt voldaan en dat er geen hogere waarde procedure nodig is (vanwege de afstand tot de weg en de situering van de woningen). Het wegverkeerslawaai is daarmee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.5

Water

Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (Bijlage 10). Hieruit blijkt dat de korte procedure kan worden gevolgd. In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon.

28/372

Veilig Naast de verdedigingswerken moet worden ingezet op aanpassingen in de ruimtelijke ordening en calamiteitenbeheersing. Er is in dit verband sprake van meerlaagse veiligheid, dit staat voor Veiligheid in drie lagen. In het kader van ruimtelijke ordening is vooral laag 2 van belang. Het gaat er dan om dat de ruimte op een duurzame manier wordt ingericht. Bijvoorbeeld door geen gevoelige functies te realiseren op plekken die kunnen overstromen. In dit plan worden geen gevoelige functies zoals binnen dit thema bedoeld gerealiseerd. Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Uit de Klimaatatlas Friesland blijkt dat er in het plangebied geen sprake is van wateroverlast. Compensatie Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden.

Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren het Wetterskip de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Voor het plangebied geldt de norm voor de boezem (5%). Met de verbouw van de boerderij neemt de verharde oppervlakte in het plangebied niet toe. Het is dan ook niet nodig om water te compenseren in het plangebied. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater gescheiden af te voeren. Voor de nieuwe appartementen wordt aangesloten op de bestaande voorziening. Er wordt vanuit gegaan dat in voldoende capaciteit kan worden voorzien.

Afstromend hemelwater vanaf de verhardingen kunnen infiltreren of worden afgevoerd via de watergangen rondom het plangebied. Ongezuiverde lozingen op het oppervlaktewater zijn niet toegestaan. Waterkwaliteit De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen.

29/372

In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen. Vanuit het omgevingsaspect Water is er geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.6

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. In Friesland zijn geen knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten blijkt dat er in Augsbuurt en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plan valt binnen de Nibm-regeling, omdat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling van minder dan 2.000 woningen. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Vanuit het omgevingsaspect Luchtkwaliteit is er geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In de Monumentenwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor Noardeast-Fryslân wordt gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). Deze geeft advies over benodigd onderzoek naar archeologische resten uit twee perioden: de ijzertijd tot de middeleeuwen en de steentijd tot de bronstijd. Voor de periode Middeleeuwen wordt op basis van de FAMKE karterend onderzoek 2 geadviseerd. Er moet archeologisch onderzoek worden gedaan bij bodemingrepen groter dan 2500 m2. Voor de periode steentijd-bronstijd wordt voor het plangebied ook karterend onderzoek 2 geadviseerd. Er moet archeologisch onderzoek worden gedaan bij bodemingrepen groter dan 2.500m2. Met dit bestemmingsplan is sprake van een functiewijziging voor een perceel van circa 6.425m2 (van agrarische bestemming naar woonbestemming). Doordat de bouwmogelijkheden aan de overzijde van de weg vervallen (bouwvlak met een oppervlakte van circa 8.919 m2), nemen de bouwmogelijkheden per saldo af met circa 2.500m2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=68a781bd-00c7-4f36-9fd6-debd762833bf