Bijlage 1 - Bestemmingsplan ‘Dokkum - Locatie Mollema' (NL.IMRO.1970.BpDkDeveiling1-VA02) avg
Tekst van het document
De geluidbelasting vanwege alle individuele wegen op de gevels van de woningen is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Maatregelen ter beperking van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Rondweg-Noord invallend op de gevels van het woongebouw zijn niet kostenefficiënt, vanuit stedenbouwkundige perspectief niet wenselijk en/of stuiten op bezwaren van verkeerskundige aard. Voor het woongebouw dient een hogere waarde procedure te worden doorlopen. Om een in akoestische zin acceptabel woon- en leefklimaat binnen de te realiseren appartementen en woningen te waarborgen moet worden voldaan aan een binnenniveau van 33 dB. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met een cumulatie van geluid als gevolg van de Slachterij. Andere
25
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De aanwezige bedrijven worden niet belemmerd in de bedrijfsvoering. Daarmee is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
bedrijven hebben een effect op woningen die niet relevant worden gelast door geluid van wegverkeer. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt voor het woongebouw is berekend op 60 dB. Voor de woningen bedraagt de cumulatieve geluidbelasting ten hoogste 56 dB. Hierbij is geen rekening gehouden met de, in de regels vastgelegde voorwaarde, om met geluidswerende voorzieningen te voldoen aan een de richtwaarde voor inrichtingslawaai. De geluidsbelasting zal in de praktijk dus lager worden. Om binnen het nieuw te realiseren woongebouw een binnenniveau van 33 dB te realiseren, conform de daarvoor geldende eisen van het Bouwbesluit 2012, bedraagt de benodigde gevelgeluidwering ter plaatse van de zuid-, west- en oostgevel 60 – 33 = 27 dB. Dit is gebruikelijk te realiseren met een beperkte voorzieningen (geluidgedempte ventilatie en een licht geluidisolerende beglazing). Ter plaatse van de meest zuidelijk gelegen grondgebonden woningen bedraagt de benodigde gevelgeluidwering 56 – 33 = 23 dB. Voor de overige woningen kan worden uitgegaan van de standaard vereiste gevelgeluidwering van ten minste 20 dB(A) (minimumeis Bouwbesluit 2012). Voor nieuwbouwwoningen geldt dat de gevelgeluidwering gebruikelijk circa 3 tot 5 dB hoger is, zeker als de woning volledig mechanisch wordt geventileerd.
Verwacht wordt dat voor de grondgebonden woningen binnen het plangebied geen aanvullende voorzieningen nodig zijn en met een standaardgevelopbouw kan worden voldaan. Bij het indienen van de bouwaanvraag zal dit middels een nader gevelgeluidweringsonderzoek moeten worden aangetoond.
4.4 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen voorkomen. Vanuit externe veiligheid bestaan er daarom geen belemmeringen voor de ontwikkeling van een nieuw woongebied.
26
4.5 Verkeer en parkeren Toetsingskader Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat in het plan wordt beoordeeld dat de ontsluitende wegen (met name de kruispunten hierin) voldoende capaciteit hebben om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. Daarnaast moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, om overlast van geparkeerde auto’s te voorkomen. Hierbij wordt uitgegaan van de verkeerkentallen uit CROW uitgave 381.
- Ontsluiting Rondweg Noord De verkeersafwikkeling is voor dit plan in de basis goed geregeld. De hoofdontsluiting van het gebied is zowel in de huidige, als de nieuwe situatie op De Veiling. Deze ontsluiting is ontworpen op het verwerken van relatief grote verkeersstromen en de weg is ruim gedimensioneerd. De aansluiting op de Rondweg-Noord is voorzien van een opstelstrook voor links afslaand verkeer. Op basis van de analyse zullen vanuit het woongebied gemiddeld 839 auto’s per weekdag in en uit het nieuwe woongebied rijden. Met de huidige 260 auto’s vanaf de bedrijven aan De Veiling wordt dit gemiddeld 1.099 ritten per weekdag en 1.209 ritten per werkdag. Op basis van dat laatste getal is beoordeeld of de aansluiting van De Veiling op de Rondweg Noord dit op een acceptabele wijze kan afwikkelen. Geconcludeerd wordt dat in ieder geval tot de planhorizon van dit bestemmingsplan (2032) sprake is van een kleine wachttijd van maximaal 15 seconden op piekmomenten (ochtendspits). Ook in 2042 zijn de wachttijden op het kruispunt Rondweg Noord – De Veiling acceptabel voor alle richtingen die voorrang moeten verlenen. Indien nodig kan in de toekomst bij nog verder toenemende intensiteiten voor het kruispunt Rondweg Noord – De Veiling worden gezocht naar een andere kruispuntinrichting, waarbij een rotonde in eerste instantie de meest logische kruispuntvorm lijkt.
Echter is het op basis van de uitgevoerde berekeningen niet nodig om daar op voorhand op voor te sorteren. In veel gevallen is uitgegaan van het worstcase scenario. Over een andere kruispuntvorm kan nagedacht worden op het moment dat de intensiteiten daar aanleiding voor geven. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat op basis van de kentallen uit CROWpublicatie 381 voor een tuincentrum wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van 14 tot 17 mvt/etmaal per 100 m2 bruto vloeroppervlak. De oppervlakte van het voormalig tuincentrum is 5.100 m2, waarmee er theoretisch dagelijks 714 tot 867 auto’s van en naar het terrein reden. Het geldende bestemmingsplan staat een verdubbeling hiervan toe.
27
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Toetsing Verkeersafwikkeling Om een objectief beeld te verkrijgen van enerzijds de verkeersafwikkeling op de Rondweg Noord en anderzijds de vormgeving van de aansluitingen op de Aalsumerweg, is een verkeerskundige analyse voor het plan uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 5. Voor het onderdeel vormgeving zijn niet alleen de aansluitingen op de Aalsumerweg beschouwd, maar is ook een ontwerptoets uitgevoerd. Deze heeft geen invloed op het bestemmingsplan, maar wordt meegenomen in de uitwerking van het technisch ontwerp van de openbare ruimte.
Overeenkomstig het advies uit de verkeerskundige analyse wordt het plangebied, inclusief De Veiling, vanaf het kruispunt met de Rondweg Noord, ingericht als 30 km/uur-zone.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
- Ontsluiting Aalsumerweg Het plan krijgt geen aansluitingen voor autoverkeer op de Aalsumerweg. De Aalsumerweg is een erftoegangsweg, die vooral wordt gebruik door de aanliggende percelen en verkeer tussen Aalsum en Dokkum. Vanuit de woonwijk Weeshuislanden is noordelijk alleen een fietsverbinding op deze weg aanwezig en in het zuiden een aansluiting voor autoverkeer. Het plan krijgt twee langzaam verkeersroutes die aansluiten op de Aalsumerweg. Op deze manier wordt het plan goed verweven in de verkeersstructuur van Dokkum, maar ontstaat geen extra druk op het verkeersbeeld van de Aalsumerweg, voor wat betreft autoverkeer. De ontsluiting in het zuidwesten van het plangebied sluit goed aan op de aansluiting van de Weeshuislanden en op de fietstunnel onder de Rondweg-Noord, richting het centrum. Door de geringe verkeersintensiteit op de Aalsumerweg is het niet nodig om hiervoor maatregelen te nemen. Parkeren Het uitgangspunt voor parkeren is het voorkomen van een onevenredige parkeerdruk in de omgeving. De parkeerbehoefte is op basis van de normering als volgt bepaald: Woningtype Sociale huur Appartement huur Koop tussen/hoek Twee onder een kap Vrijstaand Totaal
Aantal 14 24 40 28 4
Gemiddelde norm 1,6 pp/w 1,6 pp/w 2,0 pp/w 2,2 pp/w 2,3 pp/w
Parkeerbehoefte 15,6 pp 38,4 pp 80 pp 61,6 pp 9,2 pp 204,8 pp
Op basis van deze kentallen zijn in het plangebied 205 parkeerplaatsen nodig. In totaal worden 63 parkeerplaatsen op eigen erf aangelegd bij de vrijstaande en halfvrijstaande woningen en 142 parkeerplaatsen in de openbare ruimte, voor de rijenwoningen en appartementen en voor bezoek. Daarmee komt het parkeeraanbod op 205 parkeerplaatsen. Daarmee wordt aan de parkeernormen voldaan en is gewaarborgd dat het plan geen parkeerhinder in de omgeving veroorzaakt. In de regels van dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen die dit waarborgt.
4.6 Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming.
28
Toetsing: gebiedsbescherming Natura 2000- gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur).
Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt niet voor het Natura 2000-gebied de Waddenzee, maar wel voor de duingebieden op Ameland en Schiermonnikoog. In het kader van dit bestemmingsplan is een stikstofonderzoek uitgevoerd, waarin zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beoordeeld. De rapportage is opgenomen in bijlage 6. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen resultaten hoger dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot een negatieve effecten doorn een potentiële toename van stikstof op daarvoor gevoelige gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Toetsing: soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de nieuwe Wet natuurbescherming.
Op grond van deze wet mogen geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, worden verstoord. Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV, zoals vleermuizen, van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen niet negatief worden beïnvloed door bijvoorbeeld bouwactiviteiten. Om uit te wijzen of sprake is van beschermde soorten waar bij de uitvoering van dit project rekening mee gehouden moet worden, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Voor dit onderzoek heeft een ecoloog een bezoek aan de locatie gebracht, om de ecologische potenties in beeld te brengen. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 7.
29
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Het plangebied ligt in stedelijke omgeving en maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Waddenzee. Deze ligt op circa 7 kilometer van het plangebied. Gezien de afstand, aard en de schaal van de ontwikkeling kan gesteld worden dat er geen directe effecten op natura-2000 gebieden zal plaatsvinden.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Uit de quickscan is gebleken dat in en rondom het plangebied potenties aanwezig zijn voor beschermde soorten. Het gaat in de eerste plaats om broedvogels. Door buiten het broedseizoen met de werkzaamheden aan te vangen zijn conflicten met de Wnb te voorkomen. Wel is in het noorden van het plangebied een nest aangetroffen dat mogelijk van een sperwer of ransuil is en daarmee jaarrond beschermd is. Daarvoor is een nader onderzoek (tijdens het broedseizoen) uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 8. Uit het onderzoek blijkt dat het nest niet meer wordt gebruikt. Er zijn op dit vlak geen vervolgacties meer aan de orde ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Uit de quickscan blijkt verder dat binnen het plangebied geen potenties zijn voor vleermuizen, maar in de omgeving wel. Wanneer ‘s avonds of ’s nachts wordt gewerkt gedurende de actieve periode voor vleermuizen (circa 15 april tot en met 15 oktober), kan er lichtverstoring door het gebruik van bouwverlichting optreden. Dit kan worden voorkomen door tijdens de bouw vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van kleine marterachtigen die mogelijk dit jaar weer onder een zwaarder beschermingsregime vallen aanwezig. Voor de overige soorten geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat alles gedaan of gelaten moet worden om opzettelijk verstoren van de soort te voorkomen.
4.7 Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Uit informatie die bekend is bij de gemeente zijn op en rondom de locatie verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn opgesteld in het kader van het woon-werkgebied en het tuincentrum en dateren van de periode 2003 tot 2007. Voor de uitvoering van de plannen is een actueel verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 9. De gemeten licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater zijn dusdanig dat aanvullend onderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygienisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen plannen. Bij afvoer van grond vanaf het perceel moet rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Op basis van de beoordeling van het onderzoek door de gemeente zal de bovengrond aan de westzijde van het geprojecteerde woongebouw (punten 36, 37 en 38 in het onderzoek) tot circa 0,5 m -mv apart worden afgevoerd. Andere bovengrond zal als industriegrond worden afgevoerd.
Na de afvoer van deze bovengrond zal de achtergebleven bodem opnieuw worden gekeurd en in een rapport worden geëvalueerd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen dient dit rapport te worden aangeleverd en beoordeeld. Op deze manier is gewaarborgd dat de woningen niet op verontreinigde grond worden gebouwd.
30
4.8 Watertoets Toetsingskader Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de uitgebreide watertoetsprocedure doorlopen. De uitkomsten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 10.
Het plan wordt relatief groen ingericht. Er komt 7.870 m2 aan openbare bestratingen en 10.163 m2 aan verharding op de kavels. Dit is in totaal 18.033 m2. In de huidige situatie is er op het terrein 14.643 m2 aan verharding. Dit betekent dat de toename aan verharding 3.390 m2 bedraagt. Hiervan moet 10% worden gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Als gevolg van de uitvoering van het plan wordt 475 m2 aan water gedempt, waarmee de totale watercompensatie op 814 m2. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied wordt hierop geanticipeerd door het percentage verhard oppervlak laag te houden (circa 50%) en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Het onderhavige plan draagt hieraan bij.
Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld op het hemelwaterriool.
31
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen.
Vervolg Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Het wateraspect wordt gecommuniceerd met de ontwikkelaar en geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het plan.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
4.9 Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Om te beoordelen of sprake is van archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied is de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) geraadpleegd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, voor de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. Een fragment van de kaarten is weergegeven in figuur 4.3.
Figuur 4.3
Fragment kaarten FAMKE
Voor het plangebied geldt voor de steentijd-bronstijd dat geen onderzoek is vereist (groene kleur). Voor de ijzertijd-middeleeuwen wordt onderzoek geadviseerd bij ingrepen groter dan 2.500 m2. Aangezien in het plangebied een grootschalige herontwikkeling voorstelt, in een gebied dat deels nog niet is bebouwd, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage 11.
32
4.10 Cultuurhistorie Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing Volgens de Cultuur Historische kaart is er geen sprake van cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Rondom het plan liggen wel historische routes, waaronder het tracé van de oude spoorverbinding (nu de Rondweg-Noord) en de Aalsumerweg. Het plan doet geen afbreuk aan deze structuren. Op deze manier is in voldoende mate rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden.
4.11 Luchtkwaliteit en gezondheid Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling. Specifiek voor de landelijke omgeving rondom Dokkum is verder een beschouwing gemaakt van de invloed van intensieve veehouderijbedrijven op gezondheidsaspecten. Hiervoor is de GGD-richtlijn medische milieukunde: Veehouderij en gezondheid gehanteerd.
33
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Uit het onderzoek volgt dat in de bodem van het onderzoeksgebied geen aanwijzingen zijn gevonden voor menselijke bewoning of activiteit. De bodemopbouw wijst erop dat het gebied niet aantrekkelijk was als vestigingsplaats, vanwege regelmatige overstromingen door de zee. De verwachting voor archeologische waarden is daarom laag in het onderzoeksgebied. Voor het noordelijk deel van het plangebied is in 2003 al geconcludeerd dat er een lage verwachting was op archeologische waarden. Daarom wordt geadviseerd om het hele plangebied vrij te geven wat betreft de archeologie. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding moet worden gedaan.
Toetsing In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Dokkum en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Met dit plan worden 110 woningen gerealiseerd. Daarmee geldt voor dit plan de NIBM-regeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Ten aanzien van gezondheidsaspecten zijn voor dit plan zorgen geuit, vanwege de aanwezigheid van een pluimveebedrijf bij Aalsum. Dit bedrijf ligt op een kilometer afstand ten noorden van het plangebied. De aanwezigheid van intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. De GGD'en hebben de richtlijn 'Veehouderij en gezondheid' ontwikkeld zodat ze op dezelfde manier hierover kunnen adviseren. De coördinatie van de richtlijn ligt bij het RIVM. De GGD heeft twee uitgangspunten bij zijn adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen. Voor het ‘nabij’ gelegen bedrijf is door GGD Fryslân een specifiek advies uitgebracht over de potentiële gezondheidsaspecten (2019). Hieruit blijkt dat door geur en fijnstof nergens knelpunten ontstaan.
Vanuit de overwegingen van gezondheidseffecten door endotoxine en infectieziekten is er wel een verhoogd risico voor de woningen binnen 250 meter vanaf het bedrijf. Buiten die afstand bestaan geen belemmeringen voor het toevoegen van nieuwe woningen. Dit geldt ook voor de locatie Mollema.
4.12 Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Er zijn ook geen andere planologisch relevante zones aanwezig.
34
5 Juridische regeling
5.1 Algemeen
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.
5.2 Toelichting op de regels Het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’, ‘Wonen’ en 'Wonen - Woongebouw'. Hierbij is aangesloten bij de gemeentelijke standaard. De regels zijn afgestemd op het bestemmingsplan Dokkum Regiostad. De ligging van de bestemmingen en de bouwvlakken is bepaald op het in hoofdstuk 2 beschreven stedenbouwkundig plan. Groen De belangrijkste groenstructuren in het plangebied zijn onder de bestemming ‘Groen’ gebracht. De bestemming richt zich hoofdzakelijk op het behoud en mogelijk maken van de groenvoorziening. Hierbij kan sprake zijn van een combinatie met water(partijen), fiets- en wandelpaden, bijvoorbeeld in parken. Deze functies zijn dan ook bij recht mogelijk in deze bestemming. Verkeer - Verblijfsgebied De verkeersstructuur inclusief de (semi)openbare parkeerterreinen zijn bestemd als ‘Verkeer - Verblijfsgebied. De gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor straten, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Het verblijfsgebied duidt op gebieden die naast een verkeersfunctie ook een nadrukkelijke verblijfsfunctie hebben. Hieronder vallen onder meer voetgangersgebieden en pleinen. Ook reguliere woonstraten (erfontsluitingswegen) hebben deze bestemming. De wegen in deze bestemming hebben maximumsnelheid van 30 km/uur.
Voor de verblijfsfunctie zijn ook speelvoorzieningen toegestaan binnen de bestemming. 35
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Water De uitbreiding van de waterpartij rondom het woongebouw is bestemd als ‘Water’. Deze bestemming is bedoeld voor structuurbepalende waterpartijen, die tevens een belangrijke waterhuishoudkundige functie hebben. Wonen De woonpercelen worden bestemd als ‘Wonen’. Deze bestemming is afgestemd op grondgebonden woningen. Qua bouwregels is aangesloten op de geldende regeling, waarbij de hoofdgebouwen zijn vastgelegd in het bouwvlak en de maatvoering (goothoogte, bouwhoogte en dakhelling) zijn vastgelegd op de verbeelding respectievelijk in de regels. Er is hierbij onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. Hoofdgebouwen (de woonhuizen) moeten in een bouwvlak worden gebouwd. Voor bijbehorende bouwwerken geldt de standaardregeling van de gemeente Noardeast-Fryslân. Het maximum aantal woningen is per bouwvlak aangegeven, waarmee ook richting wordt gegeven aan de type woningen. Binnen de woonbestemming zijn ook aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en logiesverstrekking in de vorm van bed and breakfast mogelijk. Wonen - Woongebouw Het te realiseren appartementengebouw is bestemd als ‘Wonen-Woongebouw’. Ook hier is het bouwvlak afgestemd op de geprojecteerde bebouwing. Er is een maximum bouwhoogte van 15 meter opgenomen. Hiermee wordt voorzien in een gebouw dat bestaat uit vijf bouwlagen met enige marge.
Op de begane grond komen bergingen en daarbovenop vier bouwlagen met woningen. Met een gevellijn is de gevel aangeduid die als dove gevel uitgevoerd moet worden. De definitie hiervan is overgenomen uit de Wet geluidhinder. Verder is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen om op de andere gevels te voldoen aan een etmaalwaarde van 50 dB(A), wat overeenkomt met 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. Hieraan kan bijvoorbeeld worden voldaan als geluidsafschermende voorzieningen aan de gevels worden getroffen, zoals geluidsschermen aan de westzijde van de balkons/te openen geveldelen. Deze regel dient ter waarborg van een goede woonsituatie.
36
6 Uitvoerbaarheid
6.1 Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
Vooroverleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De plannen worden in ieder geval besproken met Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân, Gasunie, Liander en Brandweer Fryslân. De direct belanghebbenden, in dit geval de belenden bedrijven, zijn bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan op de hoogte gebracht en worden ook op de hoogte gehouden over de voortgang. Het plan is op basis van de inspraakverordening als voorontwerp ter inzage gelegd in de periode van 22 september tot en met 19 oktober 2022. Gedurende de bovengenoemde periode zijn er zeven inspraakreacties en drie vooroverlegreacties binnengekomen op het bestemmingsplan. Deze zijn samengevat en beantwoord in de Nota inspraak en overleg, die is opgenomen in bijlage 12. Naar aanleiding van de ingekomen reacties is het plan, met de name de onderbouwing, op onderdelen aangevuld en aangepast. De belangrijkste inhoudelijke aanpassing is het schrappen van de ontsluiting voor autoverkeer op de Aalsumerweg.
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens van 6 april tot en met 17 mei 2023 ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar te maken. In deze periode zijn 9 zienswijzen ingediend, waarvan één buiten de termijn. Deze is omwille van zorgvuldigheid wel meegenomen in de besluitvorming. De zienswijzen zijn door de gemeente samengevat en beantwoord in de reactienota zienswijzen, die als bijlage bij het vaststellingsbesluit is opgenomen. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn enkele aanvullingen en correcties, in de toelichting van het bestemmingsplan en in de verkeersanalyse, doorgevoerd. Het juridisch bindende deel, de regels en de verbeelding, zijn niet aangepast. De zienswijzen worden meegewogen in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Indieners wordt hiervan op de hoogte gesteld.
37
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is op 5 oktober 2023 ongewijzigd vastgesteld. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en aan de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat in de bodemprocedure uitspraak op de beroepen is gedaan. Op 8 maart 2024 heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State uitspraak gedaan. Het plan is op deze twee onderdelen geschorst. Naar van de gedeeltelijke schorsing is onderzocht, gemotiveerd en afgewogen of het, met het oog op het voorkomen van onnodige risico’s in de bodemprocedure, wenselijk of noodzakelijk is om het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan (verbeelding en planregels) aan te passen via een herstelbesluit. De aanvullende motivering en afweging is opgenomen in een oplegnotitie, die is opgenomen in bijlage 13. Artikel 6:19 van de Awb biedt de mogelijkheid om eventuele onvolledigheden in een besluit te herstellen. Omdat sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard en de aanpassingen ook tegemoet komen aan eerder ingediende zienswijzen, kan terinzagelegging van een aangepast ontwerpbestemmingsplan achterwege kan blijven. De gemeenteraad kan het bestemmingsplan gewijzigd vaststellen waarna het ter inzage ligt voor beroep bij de Afdeling.
De aanpassingen hebben alleen betrekking op de twee geschorste plandelen. Op basis van het voorgaande is besloten tot een herstelbesluit, dat ertoe strekt om het bestemmingsplan met toepassing van artikel 3.1 Wro opnieuw, maar nu gewijzigd, vast te stellen.
6.3 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de realisatie van een woongebied met 110 woningen. De initiatiefnemer heeft aangetoond over voldoende financiële middelen te beschikken voor de uitvoering van dit plan. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
38
De gemeente en initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
39
Bijlage 1
xxx 0.39
xxx 0.40
V→
3x pvc Ø250 bob -2.28 nap
13
13/15
15
14
16 4' 20.192
8
17
4
4.00
4.04 V→
10x20
0 5/2
20.218 10x20
20.217 10x20
18
20.216 13/15
←V
13/15
V→
20.193 12x25
5/20
←V
V←
5/20
12x25
13/15
8'
←P
13/15
20.224
6x20
←V
12x25 ←V
BK
←P
20.223
19
6x20 13/15
6x20
13/15
13/15
6 V→
←V
12x25
←V
13/15
12x25 ←V
←V
20
6x20
←V
6'
←V
12x25
12
77 76 8 7 9 7 0 82 81 8
13/15
160
11
12x25
13/15
←V
20.194
21
160 V←
160 6x20
12x25
12x25
V←
6x20
20.215
125
6x20
6x20
←V
12x25
125
75
84
74
←V
125
85
12x25
3'
12x25
20.195
23
73
6x20
20.214
V← 13/15
←V
22
12x25
V←
6x20
10
12x25
125
13/15
83
4.11
4.00
12x25
9
125
86
72
6x20
V←
13/15
24
6x20 6x20
12x25
←V 125
160 V←
160
12x25 13/15
160
6x20
160
←V
6x20
8
20.196
70 71 9 6 8 6 7 65 66 6
12x25
20.213
25 12x25 6x20
7
45 60
7
13/15
12x25
V←
12 x
25
←V
26
10x20
x2 5
6x20
12x25
45 60
12
20.198
6x20
←P
←P
5/20
12x25
13/15
←P
V←
20.212
←P
7'
6x20
13/15
←V
←V
BK
20.211
27
6x20
20.197
V← 12x25
20.210
12x25
20.199
13/15
160 V←
160
29
12x25
13/15
6x20
←V 160
5
V←
6x20
6 12x25
28
55 54 6 5 7 5 8 60 59 5 125
6x20
←V 6x20
12x25
53
125
61
12x25
V←
6x20
←V
20.209 6x20
63
31
50
125
64
20.200
12x25 6x20
3
42
12x25
51
125
←V 12x25
30
V← 13/15
12x25
52
125
62
13/15
4
V←
125 6x20
6x20
125
125 160
V←
160
6x20
9 47 48 4 6 4 5 4 43 44
←V 12x25
36 33 34 35
32
20.201
160
160
160
20.208
40 41 37 38 39
12x25
13/15
2
125 125
←V
6x20
1
13/15
12x25
5' 160
5
12x25
13/15
12x25
10
V→
←V
12x25
13/15
5/20
12x25
12x25
V→
10'
6x20
5/20
V→ 12x25
←V
13/15
←V
v ouw te b rou
12x25
6x20
V→
→V
6x20
12x25
160
BK
13/15
6x20
V→
11
5/20
P←
←V
20.222
6x20
P←
6x20
←V
13/15
→V
12x25
→V
13/15
160
13/15
V←
V→
6x20
1 →V
←V
20.202
12x25 13/15
←V
20.221
20.205 13
20.219 12x25
/15
←V
20.206
er erke
20.220
20.207
5/20
V→
←V
SPEELTOESTEL 6 x 10 m
2' 13/15
←V
12x25
12x25
13/15
V←
V← V←
V←
13/15
6x20
12x25
12x25
12x25
←V
V→
V←
9
11'
13/15
12x25
5/20
V←
3
13/15
20.203
20.204
2 9'
24 app.
1'
0
Legenda 20.205
20.223
20.203
5
10
15
Maten in meters, tenzij anders vermeld Materiaalmaten in mm, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld
nieuwe lichtmasten met mastnummers verharding mast type: 5,5m met enkele uithouder, STAAL, RAL kleur 7035 verlichtingstype: Armatuur Orange Fortika S22 4S24P 2700K L19 500mA 2615lm S22 Flat nieuwe lichtmasten met mastnummers mast type: 5,5m met enkele uithouder, STAAL, RAL kleur 7035 verlichtingstype: Armatuur Orange Fortika S22 4S24P 2700K L18 200mA 770lm S22 Flat nieuwe lichtmasten VVE appartementen met mastnummers bebording 30km zone
N
20m
projectleiding
|
voorbereiding
|
directievoering
opdrachtgever:
Zwanenburg project:
Mollema locatie Dokkum INT er ra Matenplan onderdeel:
bebording fietspad
project grens
interra civiel oer de feart 163 8502 cv joure tel: (0513) 412418 fax: (0513) 418941 info@interra.nl www.interra.nl
Situatietekening totaal blad
van
status:
1
5
Concept
projectnr:
besteknr:
schaal:
formaat:
tekeningnr:
datum:
21/448
-
1:500
A1
MP21-448.001
14-07-2023
Bijlage 2
LOCATIE MOLLEMA DOKKUM Planologisch akoestisch onderzoek milieuzonering De Veiling (geluid) 14 maart 2023
1/12
2/12
DATUM KENMERK
14 maart 2023 20211443
PROJECT PROJECTLEIDER
Locatie Mollema Dokkum
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Zwanenburg Projecten 20211443
AUTEUR STATUS
Definitief
INHOUD 1. 2.
3.
4.
INLEIDING MILIEUZONERING
5 6
2.1 2.2 2.3
6 7 8
Beoordelingskader Systematiek geluid en ruimtelijke ordening Toetsing geluid in het milieuspoor (Activiteitenbesluit)
BEREKENING GELUIDCONTOUREN
9
3.1 3.2
9 11
Berekening op basis van kentallen Berekening op basis van bedrijfsvoering Bouwbedrijf A. van der Wal
BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE
BIJLAGEN 1
BEGRIPPEN
2
INVOERGEGEVENS REKENMODEL KAVELEMISSIE
3
RAPPORTAGE BOUWBEDRIJF A. VAN DER WAL
3/12
12
4/12
1. INLEIDING Aan de Rondweg-Noord, tussen het woonlint aan de Aalsumerweg en de woon-/werklocatie aan De Veiling, wordt een nieuwe woningbouwlocatie ontwikkeld. Het gaat om de herontwikkeling van een voormalig tuincentrum (locatie Mollema). Rondom deze locatie zijn bedrijven aanwezig. Aan de oostzijde ligt De Veiling, waar 13 woon-/werkkavels liggen. Deze gronden zijn bestemd als bedrijventerrein, waarbinnen bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 in combinatie met bedrijfswoningen mogelijk zijn. De situatietekening van het woonprogramma is weergegeven in figuur 1.1. De woon-/werklocatie aan De Veiling is hierbij in het roze aangegeven. De nieuwe woningen zijn deels op ongeveer 20 meter en deels op ongeveer 12 meter vanaf de erfgrenzen van De Veiling geprojecteerd. Daarmee wordt niet aan de richtafstand van 30 meter voldaan (zie ook hoofdstuk 2). Voorliggend indicatief onderzoek/beoordeling is opgesteld om te beoordelen of de woningen op deze plek nadelige effecten hebben voor de bedrijven en de gebruiksmogelijkheden op de woon-/werklocatie en of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen.
5/12
Figuur 1.1:
beoogde situatie plangebied
2. MILIEUZONERING 2.1
Beoordelingskader
Om een belangenafweging tussen een goed woon‐ en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG‐publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor milieugevoelige functies. Voor de woon-werklocatie wordt uitgegaan van bedrijven tot en met milieucategorie 2. De VNG‐publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG‐brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt aansluiting gezocht bij de VNG‐publicatie.
6/12
2.2
Systematiek geluid en ruimtelijke ordening
De VNG‐brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“ De definitie van een gemengd gebied is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen.
Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“ De inpassing van een woongebied in een gemengde omgeving, nabij verschillende bedrijven en de Rondweg-Noord, rechtvaardigen een toetsing in het kader van milieuzonering als “gemengd gebied”. In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën (t/m 3.2). Tabel 2.1:
richtafstanden per milieucategorie t/m 3.2
Milieucategorie
Richtafstand Rustige woonwijk en rustig buitengebied
Gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
De achterliggende geluidnormen die in de VNG‐publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weer‐ gegeven in tabel 2.2 (geluid meestal bepalend). Tabel 2.2:
geluidnormen (richtwaarden) voor een rustige woonwijk/rustige buitengebied en gemengd gebied
Periode
dagperiode (07:00 - 19:00 uur) avondperiode (19:00 - 23:00 uur) nachtperiode (23:00 - 07:00 uur)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) rustige woonwijk/ gemend gebied rustig buitengebied 45 dB(A) 50 dB(A)
Maximale geluidniveaus (LAmax) rustige woonwijk/ gemend gebied rustig buitengebied 65 dB(A) 70 dB(A)
40 dB(A)
45 dB(A)
60 dB(A)
65 dB(A)
35 dB(A)
40 dB(A)
55 dB(A)
60 dB(A)
Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG‐brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgeno‐ men in bijlage B5.3 van de VNG‐publicatie. Het stappenplan omvat de volgende methodiek:
7/12
stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk; stap 2: indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 45 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde), 65/60/65 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 50 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder); stap 3: indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 50 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 55 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70/65/60 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 65 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Met betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de beoordeling plaatsvindt exclusief de maximale geluidniveaus vanwege aan‐ en afrijdend verkeer.
In het kader van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.
2.3
Toetsing geluid in het milieuspoor (Activiteitenbesluit)
Voor bedrijven die onder de werking van het Activiteitenbesluit gelden algemene geluidvoorschriften. Dit geldt voor alle bedrijven die op de woon-/werklocatie zijn gevestigd of nog kunnen vestigen. Afdeling 2.8. Geluidhinder Artikel 2.17 1.
Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat:
a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur
19:00–23:00 uur
23:00–07:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. g. 3.
de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; de in tabel 2.17a aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein.
In afwijking van het eerste lid geldt voor een inrichting die is gelegen op een bedrijventerrein, dat: a.
het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) op de in tabel 2.17c genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; b. de in de periode tussen 07:00 uur en 19:00 uur in tabel 2.17c opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; Tabel 2.17c 07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
8/12
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
75 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
3. BEREKENING GELUIDCONTOUREN 3.1
Berekening op basis van kentallen
Voor de nieuwe woonbestemmingen binnen de locatie Mollema geldt dat er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Binnen de aangrenzende woon-/werklocatie zijn bedrijven t/m milieucategorie 2 toegestaan. Een theoretische inschatting van het akoestisch klimaat vanwege de bedrijven in deelgebied 1 kan worden gemaakt met berekeningen op basis van kavelbronnen. De bronsterke per m2 per milieucategorie kan rekenkundig worden bepaald op basis van de benaderingswijze van de Rondommethode (methode II.5) uit de “Handleiding meten en rekenen industriela‐ waai”. Een overzicht is gegeven in tabel 3.1 voor de woon-/werklocatie op basis van een gemiddelde kavelgrootte van 2.500 m2. Voor wat betreft de bronvermogens geldt dat deze zijn gebaseerd op de richtafstanden van de VNG en bijbehorende grenswaarden, dat wil zeggen 45 dB(A) voor een “Rustige woonwijk/rustig buitengebied”, waarop de richtafstanden primair zijn gebaseerd. Deze waarden zijn etmaalwaarden, wat betekent dat in de avond- en nachtperiode 5 dB respectievelijk 10 dB lagere waarden gelden. Dit komt overeen met de algemene situatie dat bedrijven in de dagperiode vol in bedrijf zijn, en meestal minder in de avond- en nachtperiode.
Het is daarom gebruikelijk om in dergelijke berekeningen de voor de dagperiode bepaalde bronsterkte te corrigeren met een bedrijfsduurcorrectie Cb van 5 dB in de avondperiode en 10 dB in de nachtperiode. Tabel 3.1:
richtafstanden en daarop gebaseerde bronsterkte in dB(A) per m2 Milieucategorie 1 2
Richtafstand 10 m 30 m
Kavelbronsterkte LW in dB(A) per m2 50,2 54,4
In figuur 3.1 is een overzicht gegeven van de berekende geluidcontouren (etmaalwaarden) als uitgegaan wordt van bovenstaande kavelgeluidemissie voor de woon-/werklocatie. Er is uitgegaan van maximaal een categorie 2 kavelemissie van LW = 54,4 dB(A)/m2 voor het totale gebied.
9/12
Figuur 3.1:
berekende 45/50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontouren o.b.v. kentallen
Uit figuur 3.1 blijkt dat de 50 dB(A)-contouren van de bedrijven op basis van een gemiddelde bedrijfsvoering net buiten het gebied van De Veiling komt. De eerstelijnsbebouwing binnen het ontwikkelgebied op de locatie Mollema ligt globaal tussen de 45 dB(A) en 50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontouren.
10/12
3.2
Berekening op basis van bedrijfsvoering Bouwbedrijf A. van der Wal
Bij één specifiek bedrijf is een meer gedetailleerd akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het betreft Bouwbedrijf A. van der Wal aan De Veiling 3. Dit onderzoek is gegeven in bijlage 2,waarbij is uitgegaan van ruimte (worst-case) bedrijfstijden en uitgangspunten. De geluidemissie is vastgelegd in een akoestisch rekenmodel. Om een indruk te krijgen van de mogelijke geluidemissie vanwege alle bedrijven aan de westzijde van De Veiling is dit akoestisch rekenmodel 5x gedupliceerd. Een overzicht van dit rekenmodel en de berekende geluidbelastingen en geluidcontouren is gegeven in figuur 3.2. Figuur 3.2:
11/12
berekende 45/50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontouren o.b.v. geluidgegevens Bouwbedrijf A. van der Wal (5x gedupliceerd)
4. BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE Voor wat betreft het aspect geluid vanwege bedrijven is in het kader van een nieuw bestemmingsplan voor een woongebied op de locatie Mollema te Dokkum gekeken naar het akoestisch woon- en leefklimaat vanwege de woon-/werklocatie aan De Veiling. Uitgaande van een “Gemengd gebied” geldt voor bedrijven in milieucategorie 2 een richtafstand van 10 meter, waar net niet aan wordt voldaan als wordt gekeken naar de bestemmingsgrenzen. In het kader van VNG stap 2 is op basis van een geluidemissie per vierkante meter, gebaseerd op de toegestane milieucategorie 2, de planologische geluidemissie vanwege De Veiling bepaald. Naast de kentalbenadering is voor één specifiek bedrijf de geluidemissie meer gedetailleerd in kaart gebracht, het betreft Bouwbedrijf A. van der Wal aan De Veiling 3, waar een bedrijfsbezoek is gebracht en geluidmetingen zijn uitgevoerd. De geluidemissie is vervolgens representatief geacht voor meerdere bedrijven op De Veiling (de bedrijven grenzend aan het ontwikkelgebied). Op basis van beide benadering kan worden geconcludeerd dat ter plaats van de nieuwe geprojecteerde woningen (op een afstand van ongeveer 15 meter vanaf de bedrijven) een cumulatieve geluidbelasting van tussen de 45 dB(A) en 50 dB(A) is te verwachten (zie figuur 3.1/3.2).
Voor de eerstelijnsbebouwing (gezien vanaf De Veiling) geldt daarmee dat er wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) in het kader van VNG stap 2 (uitgaande van de gebiedstypering “Gemengd gebied”). Voor de tweedelijnsbebouwing wordt zonder meer voldaan aan deze richtwaarde. In de berekening is zelfs nog geen rekening gehouden met de afscherming door de eerstelijnsbebouwing. Voor wat betreft het aspect milieuzonering/geluid kan worden geconcludeerd dat het plan mogelijk is op basis van de VNGbrochure. De eerstelijnsbebouwing voldoet niet aan de richtwaarde van 50 dB(A), maar wel aan de afwegingsruimte tot 50 dB(A). Cumulatieve aspecten zijn aan de zijde van De Veiling niet relevant (dit geldt meer voor het zuidelijk deel van het plangebied). Bestaande bedrijven worden niet in de bedrijfsvoering beperkt door het realiseren van nieuwe woningen. Vanuit milieu/Activiteitenbesluit geldt een geluidgrenswaarde van 50 dB(A) voor de woningen binnen het plangebied. Uit het akoestisch onderzoek van bijlage 3 blijkt dat er geen sprake is van overschrijdingen/belemmeringen. Ook blijkt dat de bestaande bedrijfswoningen op De Veiling in vergelijkbare mate belemmerend zijn; weliswaar op kortere afstand, maar met een 5 dB hogere grenswaarde op grond van het Activiteitenbesluit.
Maximale geluidniveaus vanwege de woon-/werk locatie zijn minder relevant, en met name het gevolg van laden/lossen in de dagperiode (buiten beschouwing te laten in het kader van het Activiteitenbesluit). De indeling van de woon-/werklocatie is zodanig dat eventueel laden/lossen aan de voorzijde plaatsvindt en niet aan de zijde van de locatie Mollema (afstand en afscherming). Samenvattend kan worden gesteld dat milieuzonering, bekeken vanuit De Veiling, en het aspect geluidbeperkingen voor bedrijven geen belemmering zijn voor de ontwikkeling.
12/12
Bijlage 1:
begrippen
Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.
gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,
Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.
Dokkum-locatie Mollema Model: Groep:
Groep --
Bijlage 2: geluidemissie milieucategorie 2
milieuzonering (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Naam 1
Omschr. milieucategorie 2
X-1 196114,40
Y-1 594300,55
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Hoogte 5,00
Maaiveld 0,00
Omtrek 712,46
14-4-2022 11:03:09
Dokkum-locatie Mollema Model: Groep:
Groep --
Bijlage 2: geluidemissie milieucategorie 2
milieuzonering (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Oppervlak 21714,15
TypeLw False
Cb(%)(D) 100,000
Cb(%)(A) 31,623
Cb(%)(N) 10,000
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Tb(u)(D) 12,0000
Tb(u)(A) 1,2649
Tb(u)(N) 0,8000
Cb(D) 0,00
Cb(A) 5,00
14-4-2022 11:03:09
Dokkum-locatie Mollema
Bijlage 2: geluidemissie milieucategorie 2
Model: Groep:
milieuzonering (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Groep --
Cb(N) 10,00
DeltaL 5,0
DeltaH 5,0
LwrM2 125 40,60
LwrM2 250 42,60
LwrM2 500 46,90
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
LwrM2 1k 49,60
LwrM2 2k 49,10
LwrM2 4k 42,90
LwrM2 8k 35,80
14-4-2022 11:03:09
Dokkum-locatie Mollema Model: Groep:
Groep --
Bijlage 2: geluidemissie milieucategorie 2
milieuzonering (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie LwrM2 Totaal 54,43
Lwr 31 67,97
Lwr 63 76,97
Lwr 125 83,97
Lwr 250 85,97
Lwr 500 90,27
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
Lwr 1k 92,97
Lwr 2k 92,47
Lwr 4k 86,27
Lwr 8k 79,17
14-4-2022 11:03:09
Dokkum-locatie Mollema Model: Groep:
Groep --
Bijlage 2: geluidemissie milieucategorie 2
milieuzonering (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Lwr Totaal 97,80
LwrM2 31 24,60
LwrM2 63 33,60
Lw Totaal 133,20
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam
14-4-2022 11:03:09
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN AAN CC
14 april 2022 20211443_0002
PROJECT OPDRACHTGEVER
Dokkum-locatie Mollema Zwanenbug Projecten