Bijlage 1 - Bestemmingsplan ‘Dokkum - Locatie Mollema' (NL.IMRO.1970.BpDkDeveiling1-VA02) avg
Tekst van het document
DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
BESTEMMINGSPLAN VASTGESTELD (HERSTELBESLUIT) 28 MEI 2024
Gemeente Noardeast-Fryslân Bestemmingsplan Dokkum, locatie Mollema Status Datum IMRO
: Vastgesteld (herstelbesluit) : 28 mei 2024 : NL.IMRO.1970.BpDkDeveiling1-VA02
COLOFON Opdrachtgever
: Zwanenburg Projecten
Auteur Projectnummer
: De heer : 21 - 722
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Ligging plangebied Planologische regeling Leeswijzer
1 1 2 2 3
2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Bestaande situatie Nieuwe situatie Ruimtelijke inpassing
4 4 5 6
3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 12 14
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Mer-beoordeling 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Geluid (wet geluidhinder) 4.4 Externe veiligheid 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Ecologie 4.7 Bodemkwaliteit 4.8 Watertoets 4.9 Archeologie 4.10 Cultuurhistorie 4.11 Luchtkwaliteit en gezondheid 4.12 Planologische zones
18 18 19 25 26 27 28 30 31 32 33 33 34
5 Juridische regeling 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de regels
35 35 35
6 6.1 6.2 6.3
37 37 37 38
Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13
Matenplan Mollema Onderzoek milieuzonering De Veiling Onderzoek milieuzonering slachterij Onderzoek wegverkeerslawaai Verkeerskundige analyse Stikstofonderzoek Ecologische quickscan Nader onderzoek beschermd nest Verkennend bodemonderzoek Digitale watertoets Archeologisch onderzoek Nota inspraak en vooroverleg Oplegnotitie herstelbesluit
1 Inleiding
1.1 Aanleiding en doel
De gemeente Noardeast-Fryslân staat voor een grote opgave om te voorzien in de vraag naar woningen en invulling te geven aan ambities voor sociale woningbouw en binnenstedelijke ontwikkeling. Daarom is verleend de gemeente medewerking aan het opstarten van een planologische procedure, waarbij het rekening houden met de belangen van omliggende woningen en bedrijven een belangrijke voorwaarde is. Bedrijven mogen niet onevenredig worden belemmerd door de uitvoering van de plannen. Dit bestemmingsplan is opgesteld om de uitvoering van het stedenbouwkundig plan binnen deze randvoorwaarden mogelijk te maken. Deze plantoelichting beschrijft het plan en op welke manier rekening wordt gehouden met de belangen van derden. Herstelbesluit vaststelling De gemeenteraad heeft op 5 oktober 2023 besloten het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen. Hiertegen is beroep ingesteld en aan de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat in de bodemprocedure uitspraak op de beroepen is gedaan. Op 8 maart 2024 heeft de voorzieningenrechter van de Raad van State uitspraak gedaan. Het plan grotendeels in werking getreden, maar op twee plandelen verwacht de voorzieningenrechter dat het bestemmingsplan op dit punt met de tot nu toe gegeven onderbouwing in de bodemprocedure geen stand zal houden. Het plan is op deze twee onderdelen geschorst.
Voor de twee plandelen nader onderzocht, gemotiveerd en afgewogen of het, met het oog op het voorkomen van onnodige risico’s in de bodemprocedure, wenselijk of noodzakelijk is om het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan (verbeelding en planregels) aan te passen via een herstelbesluit. Op basis hiervan is besloten tot een herstelbesluit, dat ertoe strekt om het bestemmingsplan met toepassing van artikel 3.1 Wro opnieuw, maar nu gewijzigd, vast te stellen. De aanvullende motivering en afweging is opgenomen in een oplegnotitie, die is opgenomen in bijlage 13. Deze notitie maakt hierna integraal deel uit van de plantoelichting.
1
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Langs de Rondweg-Noord in Dokkum ligt het terrein van het voormalig tuincentrum Mollema. Sinds de sluiting van het tuincentrum in 2012 heeft het gebouw lange tijd leeggestaan, waarna het is gebruikt voor verkoopevenementen. De prominente ligging van het terrein op een zichtlocatie aan de Rondweg van Dokkum en op korte afstand van de binnenstad, vraagt om meer hoogwaardige invulling. In combinatie met de grote behoefte aan woningen is dit aanleiding geweest om plannen te maken voor een herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. Zwanenburg Projecten heeft hiervoor een stedenbouwkundig plan uitgewerkt met 86 grondgebonden woningen in verschillende segmenten en 24 appartementen.
1.2 Ligging plangebied
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Het plangebied betreft het perceel De Veiling 1, dat ten noorden van de Rondweg-Noord, tussen de Aalsumerweg en De Veiling ligt. Het plangebied is afgestemd op de grens van de huidige bestemming en de kadastrale perceelsgrenzen. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1
De ligging van het plangebied
1.3 Planologische regeling Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Dokkum Regiostad, dat is vastgesteld op 28 juni 2018 en het Reparatieplan Dokkum Regiostad, dat is vastgesteld op 4 juni 2020. Het plangebied heeft hierin grotendeels de bestemming ‘Bedrijventerrein’, waarbinnen bedrijven uit milieucategorieën 1 en 2 mogelijk zijn. Daarbij zijn een tuincentrum en perifere detailhandel specifiek aangeduid. Op het terrein ligt een bouwvlak van ongeveer 11.000 m2, waarbinnen bedrijfsgebouwen gebouwd kunnen worden. Dit is de bestaande 5.100 m2 met uitbreidingsruimte in noordelijke richting. Een perceel van ongeveer 3.000 m2 (ongeveer 10% van het plangebied) in het noordwestelijk deel van het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch – Cultuurgrond’. Deze bestemming is van toepassing op in cultuur gebrachte agrarische gronden die in hoofdzaak zijn bestemd voor het voortbrengen van landbouwproducten. Naast dit gebruik wordt de instandhouding van de landschappelijke waarden nagestreefd.
2
Een fragment van de plankaart van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.
Fragment geldend bestemmingsplan
1.4 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan en de vertaling naar uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt het juridische systeem toegelicht. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.
3
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Figuur 1.2
2 Planbeschrijving
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
2.1 Bestaande situatie Het voormalig tuincentrum Mollema ligt aan de noordoostelijke entree van Dokkum, in een gemengd gebied aan de noordzijde van de Rondweg-Noord. Het ligt hier achter een grote waterpartij, tussen het bebouwingslint aan de Aalsumerweg en dat aan De Veiling. Aan de Aalsumerweg staan vooral woonhuizen, met op de hoek van de Rondweg-Noord een bedrijfsterrein van het Slachthuis Dokkum en daarnaast een autoschadebedrijf. Aan De Veiling ligt is een woon-werklocatie aanwezig met 13 kavels voor lichte bedrijvigheid in combinatie met een woning. Tot in het midden van de 20ste eeuw was waar nu de rondweg ligt, ter hoogte van het plangebied, het stationsgebied van Dokkum aanwezig. In deze tijd was alleen langs de Aalsumerweg enige bebouwing aanwezig, waaronder de slagerij. Met de aanleg van de rondweg eind jaren ’70 is het gebied ingrijpend veranderd en is ook begraafplaats Lindenhof aangelegd. Pas sinds 2005 is het gebied tussen de bebouwing aan de Aalsumerweg en de begraafplaats ingevuld met het tuincentrum Mollema en de andere kavels aan De Veiling. Het tuincentrum is om verschillende reden niet succesvol gebleken en is in 2012 gesloten. Sindsdien is er voor de locatie geen duurzame invulling gevonden. Het zuidelijk deel van het terrein is grotendeels verhard en bebouwd. Er staat ongeveer 5.100 m 2 gebouwen, waaronder een deel kassen.
Op het voorterrein ligt een parkeerterrein. Het achterste deel is nog ingericht als grasland met enkele boomsingels. Op een groot deel hiervan was aanvankelijk een uitbreiding van het tuincentrum voorzien. De belangrijkste entree van het terrein is op De Veiling, aan de zuidoostzijde van het plangebied. Aan de zijde van de Aalsumerweg zijn aftakking richting het plangebied aanwezig en een oprit naar de achterzijde van het terrein. Een luchtfoto van het plangebied en de omgeving is weergegeven in figuur 2.1.
4
Luchtfoto plangebied
2.2 Nieuwe situatie Het initiatief omvat de herontwikkeling van het terrein met in totaal 110 woningen. De bestaande bebouwing van het voormalig tuincentrum wordt gesloopt. Er wordt uitgegaan van een gedifferentieerd programma van grondgebonden woningen en een woongebouw aan de waterpartij aan de zuidzijde. De voorzijde krijgt, gezien de ligging op een zichtlocatie aan de entree, veel aandacht in het ontwerp. De waterpartij wordt uitgebreid, zodat het deze om het appartementengebouw komt te liggen en wordt voorzien in voldoende watercompensatie. Aansluitend op het terrein van het slachthuis wordt een parkachtig zone gerealiseerd met ruimte voor speelvoorzieningen. Deze zone vormt tevens een bufferzone voor eventuele milieuhinder vanuit het slachthuis. De andere randen van het plan hebben ieder een eigen ontwerpopgave. In de basis voegt het plan zich in de omliggende bebouwingsstructuur door in de randen uit te gaan van losse bebouwing in de vorm van voornamelijk halfvrijstaande en enkele vrijstaande woonhuizen. Centraal in het gebied is plek voor rijenwoningen. Voor autoverkeer wordt aangesloten op de bestaande ontsluiting aan De Veiling. Deze route is al voldoende gedimensioneerd. Voor De Veiling geldt dat deze onderdeel wordt van een 30 km/uurzone.
Voor langzaam verkeer worden twee aansluitingen gemaakt op de Aalsumerweg, één op de bestaande zijtak en één ter plaatse van de huidige oprit naar het terrein. Deze laatst kan ook als calamiteitenontsluiting dienen. Hiermee ontstaat voor fietsers en wandelaars een fraaie en veilige route, via de fietstunnel, naar de binnenstad.
5
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Figuur 2.1
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Het stedenbouwkundig (maten)plan is weergegeven in figuur 2.2. Dit matenplan is tevens ter verduidelijking informatief opgenomen in bijlage 1.
Figuur 2.2
Voorgestelde situatie
2.3 Ruimtelijke inpassing Voor het stedenbouwkundig ontwerp van het nieuwe woongebied geldt vanuit de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het gebied een aantal randvoorwaarden. Deze vormen randvoorwaarden vormen ook een belangrijke basis voor dit bestemmingsplan. Het gaat om aspecten die betrekking op de stedenbouwkundige inpassing in het gebied en om de functionele inpassing van woningen nabij bedrijven.
6
Naast het woongebouw ontstaat een zicht op oostelijk gelegen woonstraat, waarmee het gevoel van diepte ontstaat en het achterliggende woongebied zichtbaar wordt. De sluit ook aan op de zichtlijn door De Veiling, aan de andere zijde van het woongebouw. De groene, parkachtige omgeving achter het Slachthuis ondersteund zowel het ruimtelijk beeld als milieusituatie ter plaatse van de woningen. Langs de achterzijde van de bedrijven aan De Veiling wordt een bosplantsoen en een schouwpad aangelegd. Hiermee wordt de bestaande bomenrij op het eigen terrein van de huidige Mollemalocatie voortgezet. Deze inrichting zorgt enerzijds voor fysieke afscherming die privacy voor zowel de bedrijven als de woningen bevordert en anderzijds voor voldoende ruimte tussen de bedrijven en de woningen. Aan de noordzijde vormt het plan een stukje nieuwe stadsrand. Drie royale vrijstaande woningen passen hier goed bij het bebouwingsbeeld van deze rand. Om de overgang naar het landelijk gebied te benadrukken wordt hier een lagere goothoogte voorgesteld, namelijk 4 meter. In het verlengde van de weg wordt een aarden wal ter hoogte van maximaal één meter aangebracht en/of een groenafscherming aangebracht. Hiermee wordt het uitschijnen van koplampen in het landelijk gebied beperkt.
Aansluitend op De Veiling wordt een brede groenstrook aangelegd, met daarin een wandelroute in het verlengde van het pad (voor werkverkeer) naar begraafplaats Lindenhof. In de rand achter het woonlint aan de Aalsumerweg komen twaalf halfvrijstaande woningen. Deze komen op royale afstand achter de bestaande woningen. Aan de noordzijde wordt ter plaatse van de huidige oprit naar de achterzijde van het terrein, een aansluiting voor fietsers en wandelaars aangelegd. De bestaande zijtak aan de Aalsumerweg wordt doorgetrokken, eveneens als fiets- en wandelpad. Deze ontsluitingswijze zorgt ervoor dat het plan zowel qua uitstraling als fysiek onderdeel wordt van de bestaande stedelijk structuur en hierin geen ‘eiland’ vormt. In paragraaf 4.5 wordt verder ingegaan op de effecten op de verkeersstructuur. Het centraal gelegen gebied wordt ingevuld met betaalbare rijenwoningen, die gedeeltelijk in de sociale huur komen. Hiermee wordt invulling gegeven aan een grote actuele behoefte aan woningen in dit segment.
7
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Stedenbouwkundige inpassing Voor de stedenbouwkundige inpassing is met name van belang dat het plan zich voegt in de stedelijke structuur van dit deel van Dokkum. De voor de profielen van de stedenbouwkundige opzet is gekeken naar de nabij gelijken binnenstedelijke straten. De zelfde afstand van gevel tot gevel en straatprofielen zijn aangehouden. Door deze relatief smalle straten zullen de auto’s minder snel rijden en zal de wijk als kindvriendelijk worden ervaren. Voor de uitstraling van het gebied zijn vooral de randen van belang. Voor alle randen geldt dat hier wordt ingezet op het behoud of de aanleg van een veel groen. Deze voorzijde is de markering van de nieuwe wijk. Het woongebouw op deze plek staat op ruime afstand tot de Rondweg-Noord en komt vrij te staan in de uit te breiden waterpartij. Een gebouw met vijf bouwlagen is daarom op zijn plaats om het allure te geven.
Beeldkwaliteit Voor dit gebied zal een nieuw beeldkwaliteitsplan worden opgesteld. De uitstraling van de woningen zal een mix van jaren ’20 en jaren ’30 woningen zijn met een voornamelijk stenig karakter. De woningen zullen bestaan uit 1 tot 2 bouwlagen met een kap. Het appartementengebouw krijgt zijn eigen uitstraling.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Enkele impressies van de woningtypen die zijn beoogd (grondgebonden, rijen en halfvrijstaand) zijn weergegeven in figuur 2.3.
Figuur 2.3
Impressies woningtypen
Functionele inpassing Bij de ontwikkeling van een woongebied in een gemengde omgeving moet met name rekening worden gehouden met het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat, zonder dat dit te koste gaat van de (ontwikkelings)mogelijkheden van de aanwezige bedrijven. Voorafgaand aan de voorbereiding van dit bestemmingsplan is daarom onderzoek gedaan naar deze aspecten en advies ingewonnen bij FUMO. In hoofdstuk 4 is de beoordeling van deze aspecten vanuit de milieuwetgeving en ruimtelijke ordening beschreven. In deze paragraaf is kort beschreven hoe de belangen zijn afgewogen.
8
Qua milieubelasting van bedrijven zijn de woon-werklocatie aan De Veiling en de planologische mogelijkheden hiervoor, het slachthuis en het autoschadebedrijf relevant. De verschillende locaties vragen verschillende wijzen van onderzoek en afweging. Voor de woningen kan onderscheid worden gemaakt tussen wonen in een rustig woongebied of wonen in een gemengd gebied. Hierbij horen voor geluid een streefwaarde (langtijd gemiddeld) van respectievelijk 45 dB en 50 dB. De inpassing van een woongebied in een gemengde omgeving, nabij verschillende bedrijven en de Rondweg-Noord, rechtvaardigen een toetsing als gemengd gebied. Vanuit milieunormering geldt een richtwaarde van 50 dB.
Slachthuis Dokkum Het slachthuis heeft een milieubelasting op het gebied van zowel geur als geluid. De mogelijkheden voor dit bedrijf zijn vastgelegd in een ‘milieuvergunning’. Hierin zijn toetspunten opgenomen, waar een bepaalde maximale belasting geldt. In overleg met het bedrijf heeft het onderzoeksbureau dat de belasting voor de vergunning in beeld heeft gebracht (WNP Ingenieurs, nu Noorman advies), deze doorgerekend op het stedenbouwkundig plan. Uit dit onderzoek is gebleken dat op alle woningen in en rondom het plangebied wordt voldaan aan de richtwaarden (50 dB(A)). Voor het appartementengebouw is de geluidbelasting hoger. Op de westgevel wordt de grenswaarde van 55 dB(A) overschreden met 2 dB. Ook maximale geluidsniveaus worden hier overschreden. Voor het appartementengebouw zijn bouwtechnische maatregelen nodig om de geluidsbelasting binnen en op de ‘open’ gevels van de appartementen op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Deze maatregelen worden in de regels van dit bestemmingsplan geborgd, door het verplicht stellen van een dove westgevel en door het voorschrijven van maatregelen om de gevelbelasting op de andere gevels terug te brengen naar 50 dB(A) en de maximale geluidsniveaus naar 70, 65 en 60 dB(A) (dag/avond/nacht), waarmee een goed woon en leefklimaat gewaarborgd is.
In het onderzoek is op basis van een schetsontwerp van het appartementengebouw berekend dat dit haalbaar is. Hierbij is uitgegaan van de toepassing van balkonschermen richting het slachthuis. Uit het onderzoek blijkt dat met de voorgestelde schermen is in ieder geval een belasting van ten hoogste 51 dB(A) haalbaar, waarbij de mogelijkheid bestaat om het geluid verder te reduceren door de schermen hoger te maken. Met de maatregelen is ook de maximale geluidsbelasting terug te brengen naar aanvaardbare niveaus. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
9
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Woon-werklocatie De Veiling Op de woon-werklocatie aan De Veiling zijn 13 kavels ingevuld met bedrijvigheid en een bedrijfswoning. Voor de bedrijven geldt dat er lichte bedrijfsvormen uit milieucategorie 1 en 2 mogelijk zijn. Dit zijn de bedrijven die in gemengde gebieden in veel gevallen verenigbaar zijn met de woonfuncties. De bepalende milieuhinder is veelal geluidhinder. In paragraaf 4.2 wordt een akoestisch onderzoek beschreven, waaruit blijkt dat de geluidsbelasting op de woningen overal ruimschoots voldoet aan de richtwaarde voor woningen in een gemengd gebied en aan de grenswaarden voor woningen in een rustige woonomgeving. Daarmee is gewaarborgd dat de bedrijven aan De Veiling, met voldoende marge, niet worden belemmerd in de bedrijfsmogelijkheden. De berekende waarden vallen binnen de bandbreedte waar de gemeente vanuit een goede ruimtelijke ordening en de spelregels van de VNG-systematiek, motiveringsvrijheid heeft in de beoordeling of er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Gelet op de aard van de omgeving en het type bedrijven dat zich feitelijk heeft, dan wel theoretisch kan vestigen aan De Veiling, is beoordeeld dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Verdere maatregelen zijn hier niet nodig.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Ten aanzien van geurhinder wordt geconcludeerd dat nagenoeg overal wordt voldaan aan de grenswaarden, maar dat er wel overschrijding van de gebruikelijk te hanteren richtwaarden voor nieuwe situaties aan de orde zijn. Gelet op de bestaande situatie met woningen binnen deze contouren en het feit dat de geurbelasting is bepaald op basis van de maximale vergunde situatie, die in de praktijk lager ligt, wordt dit geurniveau aanvaardbaar geacht. Autoschade De Jager Voor een autoschadebedrijf valt niet in een specifieke milieucategorie. Een garagebedrijf, autospuiterij of plaatwerkerij valt in categorie 2, 3.1 of 3.2. Gelet op aard en omvang van het bedrijf en de locatie, is de bedrijfsvoering vergelijkbaar met ten hoogste milieucategorie 3.1. Hierbij hoort een richtafstand van 30 meter tot woningen in een gemengd gebied. De nieuwe woningen komen op minimaal 30 meter vanaf het bedrijf. Daarnaast zijn er op 6 meter afstand al woningen aanwezig. Omdat de nieuwe woningen op voldoende afstand staan en bovendien niet maatgevend zijn voor de geluiduitstraling van het bedrijf, is gewaarborgd dat de nieuwe woningen geen belemmering vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf en dat ter plaatse van de woningen wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.
10
3 Beleidskader
3.1 Rijksbeleid
En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Het plangebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI.
Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.
11
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Dit bestemmingsplan stelt een herontwikkeling van een bestaand stedelijk gebied voor, zoals bedoeld in de begripsbepaling van het Bro. Het project voorziet voor een groot deel in een transformatie van een leegstaand gebouw naar een nieuw woongebied. Ongeveer 90% van het plangebied is bestemd voor stedelijke functies (bedrijventerrein). De overige 10% is een reststukje agrarisch cultuurgrond binnen de stedelijke structuur. Voor het plan moet overwogen worden of er behoefte is voor de stedelijke ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Voor de woningbouw in het plangebied geldt het voorgestelde programma goed aansluit op de vraag die uit de uitgevoerde marktanalyse blijkt. Hierop gaat paragraaf 3.3 nader in. Het programma biedt een gedifferentieerd aanbod aan woningen. De rijenwoningen en appartementen zijn geschikt voor zowel starters, alleenstaande en ouderen. Daarbij wordt voorzien in de grote vraag naar moderne halfvrijstaande woningen. Hiermee wordt ook weer doorstroming gestimuleerd in de woningmarkt en kunnen elders in Dokkum weer goedkopere woningen vrijkomen.
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, voldoet aan het uitgangspunt van duurzame verstedelijking. De vraag naar woningen in Dokkum overstijgt het aanbod. Het plan komt tot stand via herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied en doet daarbij ook recht aan de ruimtelijke kwaliteit van deze omgeving. Voor het plandeel dat buiten het bestaand stedelijk gebied ligt, is tevens een motivering nodig van waarom niet in het bestaand stedelijk gebied in dit behoefte kan worden voorzien. Deze motivering is opgenomen in de oplegnotitie hersbesluit, in bijlage 13. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het rijksbeleid.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. In Dokkum overstijgt de vraag naar woningen het aanbod. Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt onder andere ingezet op het versterken van de natuur in het stedelijk gebied. Natuurinclusief bouwen is een aspect dat niet in bestemmingsplan geregeld kan worden. Het gaat om uitvoeringszaken, zoals speciale stenen toe te passen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een
12
tuininrichting die biodiversiteit stimuleert. De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft een checklist opgesteld met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Voor de ontwikkeling worden geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak. Wel is de checklist bij de initiatiefnemer kenbaar gemaakt als inspiratiekader. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4.8 gaat hier verder op in.
Bundeling De verordening streeft naar bundeling van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. De begrenzing hiervan is op een fragment van de kaarten bij de verordening weergegeven in figuur 3.1.
Figuur 3.1 Wonen
Begrenzing bestaand stedelijk gebied (Verordening Romte Fryslân 2014)
13
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Verordening Romte Fryslân In 2014 is de Verordening Romte Fryslân vastgesteld en deze is in 2018 partieel herzien. Het plangebied maakt deel uit van bestaand stedelijk gebied. De beoogde ontwikkeling van het realiseren van woningen wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. In de Verordening Romte is een aantal regels van toepassing op het plangebied.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Met betrekking tot het thema wonen, geldt vanuit de verordening dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In paragraaf 3.3 is uiteengezet dat het voorgenomen initiatief past in het gemeentelijk woningbouwprogramma, waarover afspraken zijn gemaakt met de provincie. Daarmee is het plan in overeenstemming met het gestelde in de Verordening Romte Fryslân. Ontgrondingenverordening Friesland Op grond van de Ontgrondingenwet is een ontgrondingsvergunning nodig voor afgravingen. De provincie is bevoegd gezag voor dergelijke ontgrondingen. De Ontgrondingenverordening zijn vrijstellingen opgenomen. Onder andere is bepaald dat geen vergunning nodig is voor ontgrondingen die noodzakelijk zijn voor de verwerkelijking van een in een bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming, mits in de bij het bestemmingsplan behorende regels is aangegeven dat de verwerkelijking van het plan een ontgronding inhoudt of insluit, de diepte van de ontgronding niet meer bedraagt dan 2,00 m beneden het maaiveld en bij de ontgronding niet meer dan 10.000 m 3 bodemmateriaal naar elders wordt afgevoerd of in depot wordt gezet. Voor het plan is watercompensatie nodig.
Dit gaat om een beperkte ontgronding die ruim binnen de vrijstellingsgrenzen ligt. Hiervoor is zodoende geen ontgrondingvergunning nodig. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum In 2008 is de Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum opgesteld. Deze visie is samen met de provincie en de voormalige gemeente Dantumadeel opgesteld door de gemeente Dongeradeel. De gemeente Noardeast-Fryslân werkt momenteel aan een nieuwe Omgevingsvisie, die een actueel beleidskader biedt. Vooralsnog wordt aangesloten bij het oude beleid uit de structuurvisie. Dokkum is in het Streekplan aangewezen als Regiostad en is daarmee één van de zes stedelijke centra die gezamenlijk het stedelijk netwerk Fryslân vormen. De Regiostad dient haar centrale positie te versterken. Op het gebied van wonen en werken gaat het om een hoogwaardige invulling van het bundelingsgebied met wervende woonmilieus en een breed scala aan bedrijven, kleine tot middelgrote kantoren, diverse voorzieningen met een (boven)regionale uitstraling en verschillende toeristische activiteiten. De stedelijke centra dienen aantrekkelijk te zijn voor alle groepen van de samenleving, niet alleen om er te werken maar ook om er te wonen. Er wordt gestreefd naar levendige en tevens veilige binnensteden. De gemeente zet in op goed en betaalbaar wonen voor iedereen, zowel in bestaand bebouwd gebied als in uitleglocaties aansluitend op Dokkum.
Dit vraagt om gevarieerd bouwen, en om revitalisering en het op peil houden van bestaande bebouwing en voorzieningen.
14
Voor actueel beleid op het wonen in Dokkum wordt verwezen naar de Woonvisie 2020-2025. Ten aanzien van de locatie wordt in de visie nog ingezet op een invulling met bedrijvigheid in combinatie met werken. Een uitbreiding van woon-werklocatie De Veiling naar het noorden is één van de genoemde projecten in de uitvoeringslijst. Het verdwijnen van het tuincentrum werd ten tijde van het opstellen van de structuurvisie nog niet voorzien. Een transformatie naar wonen daarmee ook niet. Ook zijn er geen concrete plannen voor een uitbreiding van De Veiling.
Woonvisie 2020-2025 De gemeente Noardeast-Fryslân heeft samen met inwoners, corporaties en belangenorganisaties de Woonvisie 2020-2025 gemaakt. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente. In de visie wordt uitgelegd waar de gemeente in 2025 op het gebied van wonen wil staan. Ook wordt het gebruikt voor het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties en levert het belangrijke informatie op voor de Omgevingsvisie. De visie is op 21 januari 2021 door de raad vastgesteld. In de woonvisie staan 7 speerpunten uitgewerkt: 1. Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; 2. Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; 3. Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; 4. Wonen en zorg in dorpen en wijken; 5. Energietransitie en verduurzaming; 6. Leefbare dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; 7. Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt speelt vooral in op speerpunten 2 en 3, maar sluit direct of indirect ook aan op de andere punten, vooral op het gebied van duurzaamheid en participatie. In hoofdstuk 6, onder de maatschappelijke uitvoerbaarheid, wordt verder ingegaan op de wijze waarop participatie heeft plaatsgevonden.
De gemeente zet in op de realisatie van voldoende nieuwbouwwoningen, om in te spelen op de vraag naar woningen voor diverse doelgroepen en in verschillende segmenten. Dus bouwen naar reële behoefte. Gemengd bouwen is het uitgangspunt. De gemeente wil daarmee de doorstroming bevorderen en monotone buurten voorkomen. Samen met de corporaties houdt de gemeente de vinger aan de pols (aan de hand van kengetallen) om keuzes te maken voor afname, stabiliteit of groei van de sociale voorraad. Voor de invulling van het stedenbouwkundig plan wordt veel aandacht gevraagd voor een goede omgevings- en beeldkwaliteit en klimaatadaptie. Flexibele woningbouwprogrammering
15
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Wel geldt dat de ontwikkeling van het woongebied op de locatie Mollema past in de visie op wonen en daarmee in ingezet beleid. Bovendien belemmert het plan een eventuele doorontwikkeling van De Veiling in noordelijke richting niet. Daarmee is de ontwikkeling goed in te passen bij de doelstelling van het beleid zoals opgenomen in de structuurvisie.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
In Noardeast-Fryslân zijn momenteel meer woningzoekenden dan woningen. Dat geldt voor zowel de koop- als de (sociale) huurmarkt. Dit zorg voor veel druk op de woningmarkt. De gemeente heeft de ambitie om dit in balans te brengen. Om dit proces te versnellen is een flexibel woningbouwprogramma en daarbij behorende afstemming met de provincie nodig. Om hierin te ondersteunen is de provincie in 2020 een experiment gestart met de regio Noordoost-Fryslân. Dit experiment loopt tot 2025. Dit houdt in dat de provincie niet actief stuurt op de verdeling van contingenten, maar de regie bij de regio legt. Gemeenten zijn binnen het experiment vrij in het programmeren van zowel binnen- als buitenstedelijke projecten. Gemeenten zijn binnen het experiment verantwoordelijk voor een onderbouwing van de programmering rekening houdend met de geprognosticeerde behoefte. Bij deze verantwoordelijkheid hoort ook de afweging van woningbouwplannen en de onderbouwing daarvan. Daarbij geldt duurzame verstedelijking als belangrijk vertrekpunt. De gemeente geeft deze onderbouwing vorm aan de hand van de woningmarktanalyse, Dorpenatlas en monitoring. Behoefte Uit de woningmarktanalyse blijkt dat het aantal huishoudens de komende jaren nog stijgt en dat dit, samen met het nu al onder druk staande woningaanbod, de komende jaren leidt tot een aanhoudende behoefte is aan goede, betaalbare en duurzame woningen.
Daarbij moet rekening worden gehouden met een vergrijzende regio en grote vraag naar sociale huur in de voorzieningenkernen. Momenteel spelen er in Dokkum drie grotere woningbouwplannen, waaronder Mollema. Deze bedienen allemaal een andere doelgroep. Voor deze locatie wordt ingezet op een gedifferentieerd aanbod, met voor een groot deel betaalbare woningen. De behoefte aan betaalbare woningbouw is zoals genoemd zowel gemeentelijk, regionaal, provinciaal als landelijk hoog. Zowel vanuit de woningmarktanalyse als de Dorpenatlas is het inzetten op deze doelgroep gunstig. De locatie is hier temeer geschikt voor gelet op de korte afstand tot voorzieningen en openbaar vervoer. Er is vanuit de gemeente in goed overleg met de ontwikkelaar ingezet op zoveel mogelijk betaalbaar. Het bestemmingsplan is een lopend plan, waarbij kostenstijging van invloed kan zijn op het aandeel betaalbaar.
Er worden 14 grondgebonden woningen ontwikkeld ten behoeve van sociale huur. Een deel van de koopwoningen zal onder de 405.000 (NHG) euro worden gerealiseerd. Het aandeel betaalbaar is niet in de planregels vastgelegd. Wel zijn deze nadere afspraken vastgelegd in een op 17 mei 16
2022 getekende intentieovereenkomst met de projectontwikkelaar. Daarnaast zijn deze afspraken vastgelegd in een overeenkomst tussen de projectontwikkelaar en de woningcorporatie Thús Wonen en wordt er nog een exploitatieovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de projectontwikkelaar.
Locatie Binnenstedelijk bouwen is zowel vanuit de ladder voor duurzame verstedelijk als binnen de Woonvisie voorkeursoptie. Locatie Mollema is de binnenstedelijke locatie, die tussen een woongebied en een woonwerkgebied aan ligt. Deze locatie heeft vanuit de flexibele programmering dan ook prioriteit. Inzet op binnenstedelijke woningbouw sluit ook aan bij de met de provincie gemaakte afspraken in het kader van het experiment ‘woningmarkt in balans. Door binnenstedelijk woningbouw te realiseren wordt bijgedragen aan een passende volkshuisvestelijke invulling met aandacht voor zorgvuldig ruimtegebruik in de nabijheid van de voorzieningen binnen de kern. Conclusie Het plan is onderdeel van het flexibele woningbouwprogramma van de gemeente. In het kader van het experiment ‘woningmarkt in balans’ krijgt de gemeente van de provincie ruimte om plannen te faciliteren en te ontwikkelen die aansluiten bij de behoefte van markt. Het plan is prioritair binnen het woningbouwprogramma van de gemeente op basis van het inspelen op de behoefte en de binnenstedelijke locatie. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
17
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Door in te zetten op met name zo betaalbaar mogelijke woningbouw wordt ingespeeld op deze grote behoefte aan dit segment binnen de woningmarkt. Het toevoegen van een substantieel aantal betaalbare woningen binnen de kern Dokkum draagt in belangrijke mate bij aan deze opgave. Tevens is de verbinding gelegd met de behoefte aan sociale huurwoningen in Dokkum. Met de aansluiting met de lokale corporatie Thús Wonen is een intentieovereenkomst gesloten om samen invulling te geven aan de sociale woningbouwopgave binnen de gemeente.
4 Milieu- en omgevingsaspecten
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
4.1 Mer-beoordeling Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer deze niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten beoordelen of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit wordt een vormvrije mer-beoordeling genoemd. Daarbij moet wordt getoetst op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, maar hoort geen formele procedure. De omstandigheden betreffen de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject is in het besluit opgenomen als beoordelingsplichtige activiteit. De drempelwaarden die hierbij horen zijn een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Toetsing Kenmerken en plaats van het project Dit bestemmingsplan maakt een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk. Dit ligt qua omvang ruim onder de drempelwaarden. Het is ook geen onderdeel van een grotere ontwikkeling, waarmee cumulatie van effecten te verwachten is.
Het project voorziet in de bouw van 110 woningen in een aaneengesloten gebied van ongeveer 3 hectare, waarvan 1,5 hectare al is ingericht als stedelijk gebied en 90% als zodanig is bestemd. Het plangebied ligt in een gemengde stedelijke omgeving. Met de omliggende belangen (mogelijkheden bedrijven en hinder woningen) is in de planvorming rekening gehouden. Het plan ligt niet nabij gevoelige gebieden, zoals bedoeld in de EEG-richtlijn. Vanuit de plaats en de kenmerken van het project wordt geen belangrijke milieueffecten verwacht. Kenmerken potentiële effecten De transformatie van bedrijfsterrein naar een woongebied leidt uitsluitend tot lokale effecten. Anders dan de effecten die enkel optreden tijdens de realisatie van het plan, treedt er vooral een verandering in de milieuzonering op. Daarnaast zijn er effecten op de waterhuishouding en verkeersituatie te verwachten. Alle potentiële effecten van het project zijn in de paragrafen in dit hoofdstuk beschreven. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure. 18
4.2 Bedrijven en milieuzonering
De VNG-brochure werkt op basis van een stappenplan. Wanneer niet wordt voldaan aan de richtafstanden, is nader onderzoek naar de milieubelasting (waarbij geluid veelal maatgevend is) nodig. Daarbij geldt dat voor een gemengd gebied zowel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat vanuit goede ruimtelijke ordening, als voor het milieuspoor een richtwaarde voor geluid van 50 dB(A) voor het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor de maximale niveaus. Het gaat om etmaalwaarden, in de avond- en nachtperiode zijn de richtwaarden respectievelijk 5 en 10 dB lager. Wanneer niet aan de richtwaarde kan worden voldaan kan gemotiveerd worden afgeweken tot de grenswaarde, weer 5 dB hoger ligt. In een gemengd gebied wordt uitgegaan van een richtwaarde van 50 dB(A) waar dit in een rustig woongebied 45 dB(A) is. De grenswaarde voor een rustig woongebied is 50 dB(A). Deze waarde kan dus in een rustig woongebied ook aanvaardbaar worden geacht. Daarvoor moet gemotiveerd worden waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel wordt geacht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Beoordeling woongebied De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen.
Voor het bepalen van het gebiedstype is niet de bestemming van het te beoordelen gebied van belang, maar of er sprake is van naast elkaar voorkomende functies (definities VNG-brochure). Ook als ‘Wonen’ bestemde gebieden langs de hoofdinfrastructuur valt onder het gebiedstype gemengd gebied. De omgeving van de locatie Mollema is in de huidige situatie nog duidelijk een gemengd gebied. Het nieuwe woongebied wordt hierin ingepast en kan daarom wordt beoordeeld als een gemengd gebied. De beoordeling van het woonmilieu past namelijk bij die van een gebied met een matige tot sterke functiemenging, waarin direct naast woningen ook andere functies voorkomen. De gemeente hanteert wel als uitgangspunt dat in dit gebied wordt voldaan aan de hier geldende richtwaarden (voorkeurswaarde) en niet aan de uiterste grenswaarden. Daarmee wordt automatisch ook voldaan aan de grenswaarde voor een rustig woongebied.
19
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Aanwezige bedrijfscategorieën In de nabijheid van het plangebied komen verschillende bedrijven voor. Het gaat om 13 kavels op de woon-werklocatie aan De Veiling, het Slachthuis Dokkum en Autoschade De Jager. Op De Veiling zijn bedrijven tot een met milieucategorie 2 toegestaan. Uit een inventarisatie van de aanwezige bedrijven blijkt dat ook alleen bedrijven uit categorie 1 en 2 aanwezig zijn. Bij deze bedrijven hoort een richtafstand van 10 meter tot woningen in een gemengd gebied. Het Slachthuis valt onder milieucategorie 3.2, waarbij een richtafstand van 50 meter tot woningen in een gemengd gebied hoort. Hierbij geldt dat naast geluid ook geur een bepalende factor is. Dit bedrijf valt onder een milieuvergunning, waarin voorschriften zijn opgenomen die de milieuruimte bepalen. Een autoschadebedrijf kan in verschillende categorieën vallen. Het bedrijf is bestemd als garagebedrijf. De normale autoreparatie, behorende bij een garagebedrijf, valt onder milieucategorie 2. Wanneer er sprake is van een spuiterij of plaatwerkerij, dan gaat het om respectievelijk categorie 3.1 of 3.2. Voor het bedrijf geldt dat er wel plaat- en spuitwerk wordt verricht, maar op beperkte schaal. Omdat dit onder milieucategorie 3.2 kan vallen, geldt een richtafstand van 50 meter. De categorieën richtafstanden en feitelijke afstanden van deze bedrijven zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Bedrijf/locatie
Cat.
Richtafstand gemengd
Afstand tot woningen
Voldoet?
De Veiling (bestemming) Slachthuis Dokkum Autoschade De Jager
2
10 m
>14 m
Ja
3.2 3.2
50 m 50 m
30 m 30 m
Nee Nee
De woningen nabij De Veiling staan met de achterzijde naar de bedrijven, waarmee rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid van vergunningvrij bouwen (tot 4 meter achter de achtergevel). In de praktijk betekent dit dat een richtafstand van 14 meter aangehouden moet worden. Met het herstelbesluit (zie oplegnotitie herstelbesluit), wordt aan deze afstand voldaan. Daarmee wordt voor de bedrijven aan De Veiling voldaan aan de richtafstanden voor woningen in een gemengd gebied. Voor het Slachthuis en het autoschadebedrijf wordt aan niet voldaan aan de richtafstanden. Alle drie de locatie zijn nader beschouwd.
20
Beoordeling per bedrijf/locatie
Voor beoordeling van de milieusituatie tussen de nieuwe woningen en de bedrijven die zijn gevestigd aan De Veiling (of zich zullen vestigen), is geluidhinder over het algemeen bepalend. Door inzicht te krijgen in de theoretische maximale geluidsbelasting van de bedrijven op de woningen kan een duidelijker inzicht worden gegeven in de potentiële effecten van de woningen op de bedrijfsvoering en mogelijkheden van de bedrijven en ook uitspraken worden gedaan over het woonen leefklimaat ter plaatse van de woningen. Hiernaar is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen in bijlage 2. In het onderzoek is eerst de systematiek van de VNG-brochure beschreven. Van belang is om onderscheid te maken tussen richtafstanden, richtwaarden en grenswaarden. In het gebied daartussen geldt dat de gemeente motiveringsvrijheid heeft om een gedegen belangenafweging te maken, bijvoorbeeld tussen het belang om binnenstedelijk te voorzien in de woningbouwopgave, de aanvaardbaarheid van het woonklimaat en de bewegingsvrijheid van aanwezige bedrijven. De Veiling wordt voor een belangrijk deel gebruikt voor weinig geluidproducerende activiteiten, waardoor de feitelijk geluidsbelasting van de bedrijvigheid gering is. Daarom moet een theoretische onderzoekaanpak worden toegepast om een representatief beeld te krijgen van de potentiële geluidssituatie.
De meest belastende activiteiten aan De Veiling direct ook praktisch maatgevend voor bedrijven in milieucategorie 2, namelijk aannemersbedrijven met een werkplaats. Hierin vinden vooral handelingen met hout plaats en op het buitenterrein verkeersbewegingen en op- en overslag. In het onderzoek is de potentiële geluidsbelasting berekend. Hiervoor zijn twee methodieken gebruik. Enerzijds een theoretische benadering op basis van kentallen voor kavelbronnen die passen bij bedrijven in milieucategorie 2. Anderzijds een praktische benadering op basis van de maatgevende bedrijven. Op de meest zuidelijke kavel aan de westzijde van het plan is een aannemersbedrijf gevestigd, dat op de kortste afstand vanaf de geprojecteerde woningen staat. Dit bedrijf is daarmee maatgevend in de ruimtelijke afweging. Voor dit bedrijf is een gedetailleerd akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het geluidsmodel voor dit bedrijf is vervolgens op iedere kavel aan de westzijde van De Veiling opgenomen, om te bepalen wat de geluidsbelasting op de woningen zou zijn als alle kavels door aannemersbedrijven in gebruik zouden worden genomen.
21
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Woon-werklocatie De Veiling Op De Veiling is sprake van een gecombineerd woon-werkgebied, waarin relatief weinig milieubelastende bedrijfsactiviteiten zijn beoogd. Doordat de locatie onder de bestemming ‘Bedrijventerrein’ is gebracht, geldt voor de geluidsbelasting op de bedrijfswoningen een hogere grenswaarde, namelijk 55 dB(A) in plaats van 50 dB(A). Voor andere hinderaspecten, zoals geur, gevaar en stof geldt geen ruimer kader. Daardoor geldt voor bedrijven waarbij dergelijke hinderfactoren bepalend zijn, dat op een woon-werklocatie altijd rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van gevoelige functies en dergelijke bedrijven veelal niet passend zijn of maatregelen moeten nemen ter beperking van hinder (bijvoorbeeld toepassing geurfilters).
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat ter plaatse van vrijwel alle woningen wordt voldaan aan de richtwaarde voor geluid in een rustig woongebied. Voor de woningen die grenzen aan de kavels aan De Veiling wordt voldaan aan de richtwaarde voor een gemengd gebied (die gelijk staat aan de grenswaarde voor een rustig woongebied). Uit het onderzoek blijkt op basis van de kentallen-benadering de geluidsbelasting op de dichtstbijzijnde bouwvlakken voor de woningen varieert tussen 46 en 49 dB(A). Wanneer op alle bedrijfskavels een aannemersbedrijf zou vestigen, is de geluidsbelasting maximaal 50 dB(A). Dit is een gecumuleerde geluidsbelasting van alle mogelijk aanwezige bedrijven gezamenlijk, waarmee wordt voldaan aan stap 3 van de beoordelingssystematiek als wordt uitgegaan van een rustig woongebied. De bedrijvigheid wordt pas belemmerd door de aanwezigheid van woningen als op individueel niveau niet kan worden voldaan aan de geluidsnorm van 50 dB(A) op de gevels van woningen, zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit. Deze norm wordt zelfs in geval van vijf gelijktijdig opererende aannemersbedrijven met werkplaats niet overschreden. Dit betekent dat met voldoende zekerheid kan worden geconcludeerd dat de bedrijven niet worden belemmerd in een reële bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Verdere maatregelen zijn hier niet nodig.
Het berekende geluidsbelasting is bepaald op basis van een worst-case benadering. Deze blijft binnen de bandbreedte van wat redelijkerwijs aanvaardbaar is op een woning en woonperceel in een stedelijke omgeving. Zoals benoemd hebben de gevestigde bedrijven in de praktijk een lagere geluidsbelasting. Dit is een beeld dat ook op veel andere woon-werklocaties wordt gezien. Ook op die locaties zelf is een aanvaardbaar woonklimaat van belang. Gelet op het voorgaande is het voor de woningen op de locatie Mollema, het vanuit een goede ruimtelijke ordening, aanvaardbaar om af te wijken van de richtafstand en richtwaarden, zoals die voor een rustig woongebied worden gehanteerd. Slachthuis Dokkum Het slachthuis heeft een milieubelasting op het gebied van zowel geur als geluid. De mogelijkheden voor dit bedrijf zijn vastgelegd in de voorschriften van een ‘milieuvergunning’. Hierin zijn toetspunten opgenomen, waar een bepaalde maximale belasting geldt. De woningbouw op de locatie Mollema vormt voor het bedrijf maatgevende toetspunten, die opgenomen moeten worden in de voorschriften van de vergunning. In overleg met het bedrijf heeft het onderzoeksbureau dat de belasting voor de vergunning in beeld heeft gebracht, de belasting op het stedenbouwkundig plan bepaald. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Hierin wordt ingegaan op geluid en geur.
- Geluid Voor geluid zijn twee zaken onderzocht, namelijk de geluidsbelasting op de nieuwe woningen en het effect van het plan op de geluidsbelasting ter plaatse van bestaande toetspunten uit de vergunning (tevens bestaande woningen). Voor de ruimtelijke afweging is tevens beoordeeld wat de geluidsbelasting op de woningen is als deze wordt gecumuleerd met wegverkeerslawaai. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan.
22
Uit het onderzoek blijkt dat, wanneer het bedrijf de maximale geluidruimte binnen de vergunning benut, de geluidsbelasting op de grondgebonden woningen overal voldoet aan de richtwaarde van 50 dB(A) voor een gemengd gebied c.q. de grenswaarde voor een rustig woongebied. Bovendien geldt deze geluidsbelasting alleen aan de voorzijde. De overige gevels zijn geluidsluw. Op het appartementengebouw is de geluidsbelasting ten hoogste 57 dB(A). Hiermee wordt zowel de richtwaarde als de grenswaarde van 55 dB(A) overschreden en zijn maatregelen nodig. Het gaat alleen om de zijgevel. Op de voorgevel is de geluidsbelasting berekent op 55 dB(A). Door het gebouw zo te ontwerpen dat de zijgevel een ‘dove gevel’ is, zijn deze niet maatgevend en wordt op de maatgevende gevels voldaan aan de grenswaarde, maar niet aan de richtwaarde.
Gelet op de ligging van de belaste gevels aan de doorgaande weg, moet bij de uitwerking van het ontwerp voor het gebouw rekening gehouden met een hogere geluidsbelasting. Omdat de geluidsbelasting tussen 50 dB(A) en 55 dB(A) niet zonder meer aanvaardbaar is, moet het ontwerp akoestisch geoptimaliseerd worden om de geluidsbelasting op de niet-dove gevels (zoveel mogelijk) aan de richtwaarde te laten voldoen. Dit is vastgelegd in een voorwaardelijke verplichting in de regels voor het woongebouw. Hiermee is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Dat deze maatregelen ook uitvoerbaar zijn, is ook onderzocht op basis van een schetsontwerp van het gebouw. Wat betreft de effecten van het plan op de bestaande toetspunten is geconstateerd dat aan de zuidzijde het geluid met 1 dB(A) toeneemt, als gevolg van reflecties van het plan. De geluidsbelasting is hier maximaal 40 dB(A) en van een dergelijke toename is bekend dat dit voor het menselijk oor niet waarneembaar is. Voor de woning aan de Aalsumerweg 23 geldt dat de geluidsbelasting met 2 dB(A) toeneemt. Dit komt door het slopen van tussenliggende (afschermde) bebouwing. De geluidsbelasting blijft voor deze woning maximaal 50 dB(A). Voor de maximale geluidsniveaus is het beeld soortgelijk. moet opgemerkt worden dat het geen verplichting is om de bestaande gebouwen te laten staan.
De veranderingen op de betreffende woning zijn daarmee geen direct gevolg van de woningbouw op de locatie. Alle veranderingen zijn vergunbaar. Deze moeten in de vergunning van het Slachthuis worden aangepast. - Geur Ook voor de geurbelasting geldt dat er in een deel van het plangebied een waarde tussen de richtwaarde (0,55 ouE/m3 als 98-percentiel) en grenswaarde (1,5 ouE/m3 als 98-percentiel) is berekend. Aan de grenswaarde (en tevens de huidige vergunde waarde) van ten hoogste 1,5 ouE/m3 als 98percentiel kan zowel ter plaatse van de bestaande woningen als ter plaatse van de geprojecteerde woningen worden voldaan. De beoogde nieuwe woonbestemmingen binnen het plangebied liggen buiten de 1,5 ouE/m3-contour (als 98-percentiel). Ter plaatse van de omliggende, bestaande woningen wordt onverminderd aan de grenswaarde voldaan. Het bedrijf wordt daarmee niet in haar vergunde rechten aangetast. Binnen het plangebied wordt de richtwaarde overschreden. Bij de woningen wordt wel voldaan aan de grenswaarde. Er is daarmee sprake van een als aanvaardbaar te beoordelen en vergunbare geursituatie. Voor de inrichting geldt dat aan de beste beschikbare technieken (BBT) wordt voldaan. Naar verwachting is de geurbelasting in de feitelijke situatie lager dan de vergunde situatie.
23
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Voor de maximale geluidsniveaus worden de richtwaarden op enkele woningen overschreden, maar wordt, met uitzondering van de westgevel van het appartementengebouw, wel voldaan aan de grenswaarden.
BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA
Autoschade De Jager Het autoschadebedrijf is bestemd als garagebedrijf en valt daarmee planologisch onder categorie 2. Feitelijke vinden er op beperkte schaal activiteiten uit categorie 3.1 en 3.2 plaats, namelijk spuiten plaatwerk. Voor Autoschade De Jager geldt dat de nieuwe woningen niet maatgevend zijn voor geluiduitstraling en andere hinderaspecten. In figuur 4.2 is de inrichtingsgrens weergegeven ten opzichte van bestaand maatgevende woningen en de dichtstbijzijnde nieuwe bouwgrenzen voor woningen. Hieruit blijkt dat de woningen op relatief grote afstand staan. De huidige woningen staan op 6 meter afstand, de nieuwe op ruim 30 meter. Voor geluid geldt dat vuistregel dat het geluidsniveau met 6 dB zal afnemen voor elke verdubbeling van de afstand. Uitgaande van bronnen op het zuidelijk deel van het bedrijfspand (waar het relatieve afstandsverschil het kleinst is) geldt dat de afstand van de nieuwe woningen twee keer zo ver weg ligt als de bestaande woningen (20 om 40 meter). Dat betekent dat wanneer op de bestaande woningen wordt voldaan aan een geluidsbelasting van 50 dB(A), de geluidsbelasting op de nieuwe woningen 44 dB(A) is. Op de bestaande woningen kan met maatwerk 55(A) dB worden toegestaan (worst-case situatie), in welk geval de geluidbelasting op de nieuwe woningen 49 dB(A) bedraagt.
Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting als gevolg van Autoschade De Jager op de nieuwe woningen ruimschoots voldoet aan de richtwaarde. Omdat de nieuwe woningen niet maatgevend zijn, is automatisch gewaarborgd dat de nieuwe woningen geen belemmering vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf en dat ter plaatse van de woningen wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.
Nieuwe bouwvlakken Maatgevende woningen
40m
20m
55m
Inrichting
Figuur 4.2
Afstanden Autoschade De Jager tot woningen
Conclusie Binnen het grootste deel van het woongebied dat dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is sprake van een rustig woonklimaat. Langs de randen van het plangebied, aansluitend op De Veiling en nabij het Slachthuis, is sprake van een geluidsbelasting die past bij een gemengd gebied. De 24
geluidsbelasting is zowel De Veiling als voor het Slachthuis bepaald op basis van de bestaande rechten, die niet in de praktijk niet volledig worden benut. Op basis hiervan wordt het woonklimaat als acceptabel beoordeeld, passend bij een stedelijk woonmilieu. Bedrijven worden in elk geval niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. De geurbelasting rondom het Slachthuis is op basis van de huidige vergunning relatief hoog. In de huidige situatie liggen er al woningen tussen de richtwaarde en de grenswaarden voor slachterijen. Daar komen nu woningen bij. Er wordt voldaan de grenswaarde voor geur, waarmee er sprake is van een vergunbare situatie.
4.3 Geluid (wet geluidhinder) Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevel hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale hogere waarde van 63 dB. Toetsing Voor het plan is voornamelijk de Rondweg-Noord van belang. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarin ook geluid van de andere wegen is beoordeeld. De rapportage is opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat vanwege de Rondweg-Noord, de in de Wet geluidhinder opgenomen voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij het woongebouw wordt overschreden. De geluidbelasting vanwege de Rondweg-Noord bedraagt ten hoogste Lden = 55 dB (gecorrigeerd). Aan de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB(A) wordt wel voldaan. Vanwege de overige individuele wegen wordt de in de Wet geluidhinder opgenomen voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij de gevels van de woningen niet overschreden.