CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan ‘Dokkum - Locatie Mollema' (NL.IMRO.1970.BpDkDeveiling1-VA01) met bijbehorende bijlagen

It Petear 14 september 2023, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presentatie bestemmingsplan 'Mollema Locatie Dokkum'39.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ter plaatse van de meest zuidelijk gelegen grondgebonden woningen bedraagt de benodigde gevelgeluidwering 56 – 33 = 23 dB. Voor de overige woningen kan worden uitgegaan van de standaard vereiste gevelgeluidwering van ten minste 20 dB(A) (minimumeis Bouwbesluit 2012).

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Voor nieuwbouwwoningen geldt dat de gevelgeluidwering gebruikelijk circa 3 tot 5 dB hoger is, zeker als de woning volledig mechanisch wordt geventileerd. Verwacht wordt dat voor de grondgebonden woningen binnen het plangebied geen aanvullende voorzieningen nodig zijn en met een standaardgevelopbouw kan worden voldaan. Bij het indienen van de bouwaanvraag zal dit middels een nader gevelgeluidweringsonderzoek moeten worden aangetoond.

4.4 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen voorkomen. Vanuit externe veiligheid bestaan er daarom geen belemmeringen voor de ontwikkeling van een nieuw woongebied.

4.5 Verkeer en parkeren Toetsingskader Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat in het plan wordt beoordeeld dat de ontsluitende wegen (met name de kruispunten hierin) voldoende capaciteit hebben om het verkeer van en naar het plangebied af te wikkelen. Daarnaast moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, om overlast van geparkeerde auto’s te voorkomen. Hierbij wordt uitgegaan van de verkeerkentallen uit CROW uitgave 381. Toetsing Verkeersafwikkeling Om een objectief beeld te verkrijgen van enerzijds de verkeersafwikkeling op de Rondweg Noord en anderzijds de vormgeving van de aansluitingen op de Aalsumerweg, is een verkeerskundige analyse voor het plan uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 5. Voor het onderdeel vormgeving zijn niet alleen de aansluitingen op de Aalsumerweg beschouwd, maar is ook 26

een ontwerptoets uitgevoerd. Deze heeft geen invloed op het bestemmingsplan, maar wordt meegenomen in de uitwerking van het technisch ontwerp van de openbare ruimte. - Ontsluiting Rondweg Noord De verkeersafwikkeling is voor dit plan in de basis goed geregeld. De hoofdontsluiting van het gebied is zowel in de huidige, als de nieuwe situatie op De Veiling. Deze ontsluiting is ontworpen op het verwerken van relatief grote verkeersstromen en de weg is ruim gedimensioneerd. De aansluiting op de Rondweg-Noord is voorzien van een opstelstrook voor links afslaand verkeer.

Indien nodig kan in de toekomst bij nog verder toenemende intensiteiten voor het kruispunt Rondweg Noord – De Veiling worden gezocht naar een andere kruispuntinrichting, waarbij een rotonde in eerste instantie de meest logische kruispuntvorm lijkt. Echter is het op basis van de uitgevoerde berekeningen niet nodig om daar op voorhand op voor te sorteren. In veel gevallen is uitgegaan van het worstcase scenario. Over een andere kruispuntvorm kan nagedacht worden op het moment dat de intensiteiten daar aanleiding voor geven. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat op basis van de kentallen uit CROWpublicatie 381 voor een tuincentrum wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van 14 tot 17 mvt/etmaal per 100 m2 bruto vloeroppervlak. De oppervlakte van het voormalig tuincentrum is 5.100 m2, waarmee er theoretisch dagelijks 714 tot 867 auto’s van en naar het terrein reden. Het geldende bestemmingsplan staat een verdubbeling hiervan toe. Overeenkomstig het advies uit de verkeerskundige analyse wordt het plangebied, inclusief De Veiling, vanaf het kruispunt met de Rondweg Noord, ingericht als 30 km/uur-zone. - Ontsluiting Aalsumerweg Het plan krijgt geen aansluitingen voor autoverkeer op de Aalsumerweg. De Aalsumerweg is een erftoegangsweg, die vooral wordt gebruik door de aanliggende percelen en verkeer tussen Aalsum en Dokkum.

Vanuit de woonwijk Weeshuislanden is noordelijk alleen een fietsverbinding op deze weg aanwezig en in het zuiden een aansluiting voor autoverkeer. Het plan krijgt twee langzaam verkeersroutes die aansluiten op de Aalsumerweg. Op deze manier wordt het plan goed verweven in de verkeersstructuur van Dokkum, maar ontstaat geen extra druk op het verkeersbeeld van de Aalsumerweg, voor wat betreft autoverkeer. De ontsluiting in het zuidwesten van het plangebied sluit goed aan op de aansluiting van de Weeshuislanden en op de

27

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Op basis van de analyse zullen vanuit het woongebied gemiddeld 839 auto’s per weekdag in en uit het nieuwe woongebied rijden. Met de huidige 260 auto’s vanaf de bedrijven aan De Veiling wordt dit gemiddeld 1.099 ritten per weekdag en 1.209 ritten per werkdag. Op basis van dat laatste getal is beoordeeld of de aansluiting van De Veiling op de Rondweg Noord dit op een acceptabele wijze kan afwikkelen. Geconcludeerd wordt dat in ieder geval tot de planhorizon van dit bestemmingsplan (2032) sprake is van een kleine wachttijd van maximaal 15 seconden op piekmomenten (ochtendspits). Ook in 2042 zijn de wachttijden op het kruispunt Rondweg Noord – De Veiling acceptabel voor alle richtingen die voorrang moeten verlenen.

fietstunnel onder de Rondweg-Noord, richting het centrum. Door de geringe verkeersintensiteit op de Aalsumerweg is het niet nodig om hiervoor maatregelen te nemen.

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Parkeren Het uitgangspunt voor parkeren is het voorkomen van een onevenredige parkeerdruk in de omgeving. De parkeerbehoefte is op basis van de normering als volgt bepaald: Woningtype Sociale huur Appartement huur Koop tussen/hoek Twee onder een kap Vrijstaand Totaal

Aantal 14 24 40 28 4

Gemiddelde norm 1,6 pp/w 1,6 pp/w 2,0 pp/w 2,2 pp/w 2,3 pp/w

Parkeerbehoefte 15,6 pp 38,4 pp 80 pp 61,6 pp 9,2 pp 204,8 pp

Op basis van deze kentallen zijn in het plangebied 205 parkeerplaatsen nodig. In totaal worden 63 parkeerplaatsen op eigen erf aangelegd bij de vrijstaande en halfvrijstaande woningen en 142 parkeerplaatsen in de openbare ruimte, voor de rijenwoningen en appartementen en voor bezoek. Daarmee komt het parkeeraanbod op 205 parkeerplaatsen. Daarmee wordt aan de parkeernormen voldaan en is gewaarborgd dat het plan geen parkeerhinder in de omgeving veroorzaakt. In de regels van dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen die dit waarborgt.

4.6 Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Toetsing: gebiedsbescherming Natura 2000- gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur). Het plangebied ligt in stedelijke omgeving en maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Waddenzee. Deze ligt op circa 7 kilometer van het plangebied. Gezien de afstand, aard en de schaal van de ontwikkeling kan gesteld worden dat er geen directe effecten op natura-2000 gebieden zal plaatsvinden.

28

Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt niet voor het Natura 2000-gebied de Waddenzee, maar wel voor de duingebieden op Ameland en Schiermonnikoog. In het kader van dit bestemmingsplan is een stikstofonderzoek uitgevoerd, waarin zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beoordeeld. De rapportage is opgenomen in bijlage 6. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen resultaten hoger dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot een negatieve effecten doorn een potentiële toename van stikstof op daarvoor gevoelige gebieden.

Toetsing: soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de nieuwe Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet mogen geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, worden verstoord. Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV, zoals vleermuizen, van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen niet negatief worden beïnvloed door bijvoorbeeld bouwactiviteiten. Om uit te wijzen of sprake is van beschermde soorten waar bij de uitvoering van dit project rekening mee gehouden moet worden, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Voor dit onderzoek heeft een ecoloog een bezoek aan de locatie gebracht, om de ecologische potenties in beeld te brengen. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 7. Uit de quickscan is gebleken dat in en rondom het plangebied potenties aanwezig zijn voor beschermde soorten. Het gaat in de eerste plaats om broedvogels. Door buiten het broedseizoen met de werkzaamheden aan te vangen zijn conflicten met de Wnb te voorkomen. Wel is in het noorden van het plangebied een nest aangetroffen dat mogelijk van een sperwer of ransuil is en daarmee jaarrond beschermd is. Daarvoor is een nader onderzoek (tijdens het broedseizoen) uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 8.

Uit het onderzoek blijkt dat het nest niet meer wordt gebruikt. Er zijn op dit vlak geen vervolgacties meer aan de orde ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Uit de quickscan blijkt verder dat binnen het plangebied geen potenties zijn voor vleermuizen, maar in de omgeving wel. Wanneer ‘s avonds of ’s nachts wordt gewerkt gedurende de actieve periode voor vleermuizen (circa 15 april tot en met 15 oktober), kan er lichtverstoring door het gebruik van bouwverlichting optreden. Dit kan worden voorkomen door tijdens de bouw vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen.

29

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van kleine marterachtigen die mogelijk dit jaar weer onder een zwaarder beschermingsregime vallen aanwezig. Voor de overige soorten geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat alles gedaan of gelaten moet worden om opzettelijk verstoren van de soort te voorkomen.

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

4.7 Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Uit informatie die bekend is bij de gemeente zijn op en rondom de locatie verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn opgesteld in het kader van het woon-werkgebied en het tuincentrum en dateren van de periode 2003 tot 2007. Voor de uitvoering van de plannen is een actueel verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 9. De gemeten licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater zijn dusdanig dat aanvullend onderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygienisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen plannen. Bij afvoer van grond vanaf het perceel moet rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Op basis van de beoordeling van het onderzoek door de gemeente zal de bovengrond aan de westzijde van het geprojecteerde woongebouw (punten 36, 37 en 38 in het onderzoek) tot circa 0,5 m -mv apart worden afgevoerd. Andere bovengrond zal als industriegrond worden afgevoerd.

Na de afvoer van deze bovengrond zal de achtergebleven bodem opnieuw worden gekeurd en in een rapport worden geëvalueerd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen dient dit rapport te worden aangeleverd en beoordeeld. Op deze manier is gewaarborgd dat de woningen niet op verontreinigde grond worden gebouwd.

4.8 Watertoets Toetsingskader Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de uitgebreide watertoetsprocedure doorlopen. De uitkomsten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 10. Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen.

30

Het plan wordt relatief groen ingericht. Er komt 7.964 m2 aan openbare bestratingen en uitgaande van gemiddeld 50% verharding op de kavel, komt er 8.874 m2 aan verharding op de kavels. Dit is in totaal 16.838 m2. In de huidige situatie is er op het terrein 14.210 m 2 aan verharding en 433 m2 halfverharding, die voor 40% wordt meegerekend, aanwezig. Dit komt neer op 14.643 m2 op te ruimen verharding. Dit betekent dat de toename aan verharding 2.200 m2 bedraagt. Hiervan moet 10% worden gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Als gevolg van de uitvoering van het plan wordt 588 m2 aan water gedempt, waarmee de totale watercompensatie op 808 m2.

Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld op het hemelwaterriool. Vervolg Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Het wateraspect wordt gecommuniceerd met de ontwikkelaar en geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het plan.

4.9 Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.

31

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied wordt hierop geanticipeerd door het percentage verhard oppervlak laag te houden (circa 50%) en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Het onderhavige plan draagt hieraan bij.

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Om te beoordelen of sprake is van archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied is de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) geraadpleegd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, voor de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. Een fragment van de kaarten is weergegeven in figuur 4.3.

Figuur 4.3

Fragment kaarten FAMKE

Voor het plangebied geldt voor de steentijd-bronstijd dat geen onderzoek is vereist (groene kleur). Voor de ijzertijd-middeleeuwen wordt onderzoek geadviseerd bij ingrepen groter dan 2.500 m2. Aangezien in het plangebied een grootschalige herontwikkeling voorstelt, in een gebied dat deels nog niet is bebouwd, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage 11. Uit het onderzoek volgt dat in de bodem van het onderzoeksgebied geen aanwijzingen zijn gevonden voor menselijke bewoning of activiteit. De bodemopbouw wijst erop dat het gebied niet aantrekkelijk was als vestigingsplaats, vanwege regelmatige overstromingen door de zee. De verwachting voor archeologische waarden is daarom laag in het onderzoeksgebied. Voor het noordelijk deel van het plangebied is in 2003 al geconcludeerd dat er een lage verwachting was op archeologische waarden. Daarom wordt geadviseerd om het hele plangebied vrij te geven wat betreft de archeologie. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding moet worden gedaan.

32

4.10 Cultuurhistorie Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.

4.11 Luchtkwaliteit en gezondheid Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling. Specifiek voor de landelijke omgeving rondom Dokkum is verder een beschouwing gemaakt van de invloed van intensieve veehouderijbedrijven op gezondheidsaspecten. Hiervoor is de GGD-richtlijn medische milieukunde: Veehouderij en gezondheid gehanteerd. Toetsing In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Dokkum en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Met dit plan worden 110 woningen gerealiseerd. Daarmee geldt voor dit plan de NIBM-regeling.

Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Ten aanzien van gezondheidsaspecten zijn voor dit plan zorgen geuit, vanwege de aanwezigheid van een pluimveebedrijf bij Aalsum. Dit bedrijf ligt op een kilometer afstand ten noorden van het

33

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Toetsing Volgens de Cultuur Historische kaart is er geen sprake van cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Rondom het plan liggen wel historische routes, waaronder het tracé van de oude spoorverbinding (nu de Rondweg-Noord) en de Aalsumerweg. Het plan doet geen afbreuk aan deze structuren. Op deze manier is in voldoende mate rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden.

plangebied. De aanwezigheid van intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. De GGD'en hebben de richtlijn 'Veehouderij en gezondheid' ontwikkeld zodat ze op dezelfde manier hierover kunnen adviseren. De coördinatie van de richtlijn ligt bij het RIVM.

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

De GGD heeft twee uitgangspunten bij zijn adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen. Voor het ‘nabij’ gelegen bedrijf is door GGD Fryslân een specifiek advies uitgebracht over de potentiële gezondheidsaspecten (2019). Hieruit blijkt dat door geur en fijnstof nergens knelpunten ontstaan. Vanuit de overwegingen van gezondheidseffecten door endotoxine en infectieziekten is er wel een verhoogd risico voor de woningen binnen 250 meter vanaf het bedrijf. Buiten die afstand bestaan geen belemmeringen voor het toevoegen van nieuwe woningen. Dit geldt ook voor de locatie Mollema.

4.12 Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Er zijn ook geen andere planologisch relevante zones aanwezig.

34

5 Juridische regeling

5.1 Algemeen

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2 Toelichting op de regels Het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’, ‘Wonen’ en 'Wonen - Woongebouw'. Hierbij is aangesloten bij de gemeentelijke standaard. De regels zijn afgestemd op het bestemmingsplan Dokkum Regiostad. De ligging van de bestemmingen en de bouwvlakken is bepaald op het in hoofdstuk 2 beschreven stedenbouwkundig plan. Groen De belangrijkste groenstructuren in het plangebied zijn onder de bestemming ‘Groen’ gebracht. De bestemming richt zich hoofdzakelijk op het behoud en mogelijk maken van de groenvoorziening. Hierbij kan sprake zijn van een combinatie met water(partijen), fiets- en wandelpaden, bijvoorbeeld in parken. Deze functies zijn dan ook bij recht mogelijk in deze bestemming. Verkeer - Verblijfsgebied De verkeersstructuur inclusief de (semi)openbare parkeerterreinen zijn bestemd als ‘Verkeer - Verblijfsgebied. De gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor straten, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Het verblijfsgebied duidt op gebieden die naast een verkeersfunctie ook een nadrukkelijke verblijfsfunctie hebben. Hieronder vallen onder meer voetgangersgebieden en pleinen. Ook reguliere woonstraten (erfontsluitingswegen) hebben deze bestemming. De wegen in deze bestemming hebben maximumsnelheid van 30 km/uur.

Voor de verblijfsfunctie zijn ook speelvoorzieningen toegestaan binnen de bestemming. 35

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

Water De uitbreiding van de waterpartij rondom het woongebouw is bestemd als ‘Water’. Deze bestemming is bedoeld voor structuurbepalende waterpartijen, die tevens een belangrijke waterhuishoudkundige functie hebben. Wonen De woonpercelen worden bestemd als ‘Wonen’. Deze bestemming is afgestemd op grondgebonden woningen. Qua bouwregels is aangesloten op de geldende regeling, waarbij de hoofdgebouwen zijn vastgelegd in het bouwvlak en de maatvoering (goothoogte, bouwhoogte en dakhelling) zijn vastgelegd op de verbeelding respectievelijk in de regels. Er is hierbij onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. Hoofdgebouwen (de woonhuizen) moeten in een bouwvlak worden gebouwd. Voor bijbehorende bouwwerken geldt de standaardregeling van de gemeente Noardeast-Fryslân. Het maximum aantal woningen is per bouwvlak aangegeven, waarmee ook richting wordt gegeven aan de type woningen. Binnen de woonbestemming zijn ook aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en logiesverstrekking in de vorm van bed and breakfast mogelijk. Wonen - Woongebouw Het te realiseren appartementengebouw is bestemd als ‘Wonen-Woongebouw’. Ook hier is het bouwvlak afgestemd op de geprojecteerde bebouwing. Er is een maximum bouwhoogte van 15 meter opgenomen. Hiermee wordt voorzien in een gebouw dat bestaat uit vijf bouwlagen met enige marge.

Op de begane grond komen bergingen en daarbovenop vier bouwlagen met woningen. Met een gevellijn is de gevel aangeduid die als dove gevel uitgevoerd moet worden. De definitie hiervan is overgenomen uit de Wet geluidhinder. Verder is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen om op de andere gevels te voldoen aan een etmaalwaarde van 50 dB(A), wat overeenkomt met 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. Hieraan kan bijvoorbeeld worden voldaan als geluidsafschermende voorzieningen aan de gevels worden getroffen, zoals geluidsschermen aan de westzijde van de balkons/te openen geveldelen. Deze regel dient ter waarborg van een goede woonsituatie.

36

6 Uitvoerbaarheid

6.1 Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

Vooroverleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De plannen worden in ieder geval besproken met Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân, Gasunie, Liander en Brandweer Fryslân. De direct belanghebbenden, in dit geval de belenden bedrijven, zijn bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan op de hoogte gebracht en worden ook op de hoogte gehouden over de voortgang. Het plan is op basis van de inspraakverordening als voorontwerp ter inzage gelegd in de periode van 22 september tot en met 19 oktober 2022. Gedurende de bovengenoemde periode zijn er zeven inspraakreacties en drie vooroverlegreacties binnengekomen op het bestemmingsplan. Deze zijn samengevat en beantwoord in de Nota inspraak en overleg, die is opgenomen in bijlage 12. Naar aanleiding van de ingekomen reacties is het plan, met de name de onderbouwing, op onderdelen aangevuld en aangepast. De belangrijkste inhoudelijke aanpassing is het schrappen van de ontsluiting voor autoverkeer op de Aalsumerweg.

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens van 6 april tot en met 17 mei 2023 ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar te maken. In deze periode zijn 9 zienswijzen ingediend, waarvan één buiten de termijn. Deze is omwille van zorgvuldigheid wel meegenomen in de besluitvorming. De zienswijzen zijn door de gemeente samengevat en beantwoord in de reactienota zienswijzen, die als bijlage bij het vaststellingsbesluit is opgenomen. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn enkele aanvullingen en correcties, in de toelichting van het bestemmingsplan en in de verkeersanalyse, doorgevoerd. Het juridisch bindende deel, de regels en de verbeelding, zijn niet aangepast. De zienswijzen worden meegewogen in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Indieners wordt hiervan op de hoogte gesteld.

37

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Het raadsvoorstel luidt het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

BESTEMMINGSPLAN DOKKUM, LOCATIE MOLLEMA

6.3 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de realisatie van een woongebied met 110 woningen. De initiatiefnemer heeft aangetoond over voldoende financiële middelen te beschikken voor de uitvoering van dit plan. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente en initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.

38

Bijlage 1

xxx 0.39

xxx 0.40

V→

3x pvc Ø250 bob -2.28 nap

13

13/15

15

14

16 4' 20.192

8

17

4

4.00

4.04 V→

10x20

0

5/2

20.218 10x20

20.217 10x20

18

20.216 13/15

←V

13/15

V→

20.193 12x25

5/20

←V

V←

5/20

12x25

13/15

8'

←P

13/15

20.224

6x20

←V

12x25 ←V

BK

←P

20.223

19

6x20 13/15

6x20

13/15

13/15

6 V→

←V

12x25

←V

13/15

12x25 ←V

←V

20

6x20

←V

6'

←V

12x25

12

77 76 8 7 9 7 0 82 81 8

13/15

160

11

12x25

13/15

←V

20.194

21

160 V←

160 6x20

12x25

12x25

V←

6x20

20.215

125

6x20

6x20

←V

12x25

125

75

84

74

←V

125

85

12x25

3'

12x25

20.195

23

73

6x20

20.214

V← 13/15

←V

22

12x25

V←

6x20

10

12x25

125

13/15

83

4.11

4.00

12x25

9

125

86

72

6x20

V←

13/15

24

6x20 6x20

12x25

←V 125

160 V←

160

12x25 13/15

160

6x20

160

←V

6x20

8

20.196

70 71 9 6 8 6 7 65 66 6

12x25

20.213

25 12x25 6x20

7

45 60

7

13/15

12x25

V←

12

x2

5

←V

26

10x20

25

6x20

12x25

45 60

12 x

20.198

6x20

←P

←P

5/20

12x25

13/15

←P

V←

20.212

←P

7'

6x20

13/15

←V

←V

BK

20.211

27

6x20

20.197

V← 12x25

20.210

12x25

20.199

13/15

160 V←

160

29

12x25

13/15

6x20

←V 160

5

V←

6x20

6 12x25

28

55 54 6 5 7 5 8 60 59 5 125

6x20

←V 6x20

12x25

53

125

61

12x25

V←

6x20

←V

20.209 6x20

63

31

50

125

64

20.200

12x25 6x20

3

42

12x25

51

125

←V 12x25

30

V← 13/15

12x25

52

125

62

13/15

4

V←

125 6x20

6x20

125

125 160

V←

160

6x20

9 47 48 4 6 4 5 4 43 44

←V 12x25

36 33 34 35

32

20.201

160

160

160

20.208

40 41 37 38 39

12x25

13/15

2

125 125

←V

6x20

1

13/15

12x25

5' 160

5

12x25

13/15

12x25

10

V→

←V

12x25

13/15

V→ 12x25

13/15

←V

o te b

5/20

12x25

12x25

V→

10'

6x20

←V

5/20

rou

12x25

6x20

V→

→V

6x20

12x25

160

BK

13/15

6x20

V→

11

5/20

P←

←V

20.222

6x20

P←

6x20

←V

13/15

→V

12x25

→V

13/15

160

13/15

V←

V→

6x20

1 →V

←V

20.202

12x25

←V

uwv

13/15

20.221

20.205

20.207

5/20

er

12x25

/15 13

20.219

←V

20.206

erke

20.220

V→

←V

SPEELTOESTEL 6 x 10 m

2' 13/15

←V

12x25

12x25

13/15

V←

V← V←

V←

13/15

6x20

12x25

12x25

12x25

←V

V→

V←

9

11'

13/15

12x25

5/20

V←

3

13/15

20.203

20.204

2 9'

24 app.

1'

0

Legenda 20.205

20.223

20.203

5

10

15

Maten in meters, tenzij anders vermeld Materiaalmaten in mm, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld

nieuwe lichtmasten met mastnummers verharding mast type: 5,5m met enkele uithouder, STAAL, RAL kleur 7035 verlichtingstype: Armatuur Orange Fortika S22 4S24P 2700K L19 500mA 2615lm S22 Flat nieuwe lichtmasten met mastnummers mast type: 5,5m met enkele uithouder, STAAL, RAL kleur 7035 verlichtingstype: Armatuur Orange Fortika S22 4S24P 2700K L18 200mA 770lm S22 Flat nieuwe lichtmasten VVE appartementen met mastnummers bebording 30km zone

N

20m

projectleiding

|

voorbereiding

|

directievoering

opdrachtgever:

Zwanenburg project:

Mollema locatie Dokkum INT er ra Matenplan onderdeel:

bebording fietspad

project grens

interra civiel oer de feart 163 8502 cv joure tel: (0513) 412418 fax: (0513) 418941 info@interra.nl www.interra.nl

Situatietekening totaal getekend:

gecontroleerd:

blad

van

status:

M. Lageveen

H. Lageveen

1

5

Concept

projectnr:

besteknr:

schaal:

formaat:

tekeningnr:

datum:

21/448

-

1:500

A1

MP21-448.001

14-07-2023

Bijlage 2

LOCATIE MOLLEMA DOKKUM Planologisch akoestisch onderzoek milieuzonering De Veiling (geluid) 14 maart 2023

1/12

2/12

DATUM KENMERK

14 maart 2023 20211443

PROJECT PROJECTLEIDER

Locatie Mollema Dokkum

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Zwanenburg Projecten 20211443

AUTEUR STATUS

Definitief

INHOUD 1. 2.

3.

4.

INLEIDING MILIEUZONERING

5 6

2.1 2.2 2.3

6 7 8

Beoordelingskader Systematiek geluid en ruimtelijke ordening Toetsing geluid in het milieuspoor (Activiteitenbesluit)

BEREKENING GELUIDCONTOUREN

9

3.1 3.2

9 11

Berekening op basis van kentallen Berekening op basis van bedrijfsvoering Bouwbedrijf A. van der Wal

BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE

BIJLAGEN 1

BEGRIPPEN

2

INVOERGEGEVENS REKENMODEL KAVELEMISSIE

3

RAPPORTAGE BOUWBEDRIJF A. VAN DER WAL

3/12

12

4/12

1. INLEIDING Aan de Rondweg-Noord, tussen het woonlint aan de Aalsumerweg en de woon-/werklocatie aan De Veiling, wordt een nieuwe woningbouwlocatie ontwikkeld. Het gaat om de herontwikkeling van een voormalig tuincentrum (locatie Mollema). Rondom deze locatie zijn bedrijven aanwezig. Aan de oostzijde ligt De Veiling, waar 13 woon-/werkkavels liggen. Deze gronden zijn bestemd als bedrijventerrein, waarbinnen bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 in combinatie met bedrijfswoningen mogelijk zijn. De situatietekening van het woonprogramma is weergegeven in figuur 1.1. De woon-/werklocatie aan De Veiling is hierbij in het roze aangegeven. De nieuwe woningen zijn deels op ongeveer 20 meter en deels op ongeveer 12 meter vanaf de erfgrenzen van De Veiling geprojecteerd. Daarmee wordt niet aan de richtafstand van 30 meter voldaan (zie ook hoofdstuk 2). Voorliggend indicatief onderzoek/beoordeling is opgesteld om te beoordelen of de woningen op deze plek nadelige effecten hebben voor de bedrijven en de gebruiksmogelijkheden op de woon-/werklocatie en of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen.

5/12

Figuur 1.1:

beoogde situatie plangebied

2. MILIEUZONERING 2.1

Beoordelingskader

Om een belangenafweging tussen een goed woon‐ en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG‐publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor milieugevoelige functies. Voor de woon-werklocatie wordt uitgegaan van bedrijven tot en met milieucategorie 2. De VNG‐publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG‐brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt aansluiting gezocht bij de VNG‐publicatie.

6/12

2.2

Systematiek geluid en ruimtelijke ordening

De VNG‐brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“ De definitie van een gemengd gebied is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“ De inpassing van een woongebied in een gemengde omgeving, nabij verschillende bedrijven en de Rondweg-Noord, rechtvaardigen een toetsing in het kader van milieuzonering als “gemengd gebied”. In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën (t/m 3.2). Tabel 2.1:

richtafstanden per milieucategorie t/m 3.2

Milieucategorie

Richtafstand Rustige woonwijk en rustig buitengebied

Gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

De achterliggende geluidnormen die in de VNG‐publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weer‐ gegeven in tabel 2.2 (geluid meestal bepalend). Tabel 2.2:

geluidnormen (richtwaarden) voor een rustige woonwijk/rustige buitengebied en gemengd gebied

Periode

dagperiode (07:00 - 19:00 uur) avondperiode (19:00 - 23:00 uur) nachtperiode (23:00 - 07:00 uur)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) rustige woonwijk/ gemend gebied rustig buitengebied 45 dB(A) 50 dB(A)

Maximale geluidniveaus (LAmax) rustige woonwijk/ gemend gebied rustig buitengebied 65 dB(A) 70 dB(A)

40 dB(A)

45 dB(A)

60 dB(A)

65 dB(A)

35 dB(A)

40 dB(A)

55 dB(A)

60 dB(A)

Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG‐brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgeno‐ men in bijlage B5.3 van de VNG‐publicatie. Het stappenplan omvat de volgende methodiek:

7/12

stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk; stap 2: indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 45 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde), 65/60/65 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 50 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder); stap 3: indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 50 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 55 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70/65/60 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 65 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Met betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de beoordeling plaatsvindt exclusief de maximale geluidniveaus vanwege aan‐ en afrijdend verkeer.

In het kader van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.

2.3

Toetsing geluid in het milieuspoor (Activiteitenbesluit)

Voor bedrijven die onder de werking van het Activiteitenbesluit gelden algemene geluidvoorschriften. Dit geldt voor alle bedrijven die op de woon-/werklocatie zijn gevestigd of nog kunnen vestigen. Afdeling 2.8. Geluidhinder Artikel 2.17 1.

Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat:

a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

b. g. 3.

de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; de in tabel 2.17a aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein.

In afwijking van het eerste lid geldt voor een inrichting die is gelegen op een bedrijventerrein, dat: a.

het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax) op de in tabel 2.17c genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; b. de in de periode tussen 07:00 uur en 19:00 uur in tabel 2.17c opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; Tabel 2.17c 07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

8/12

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

75 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

3. BEREKENING GELUIDCONTOUREN 3.1

Berekening op basis van kentallen

Voor de nieuwe woonbestemmingen binnen de locatie Mollema geldt dat er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Binnen de aangrenzende woon-/werklocatie zijn bedrijven t/m milieucategorie 2 toegestaan. Een theoretische inschatting van het akoestisch klimaat vanwege de bedrijven in deelgebied 1 kan worden gemaakt met berekeningen op basis van kavelbronnen. De bronsterke per m2 per milieucategorie kan rekenkundig worden bepaald op basis van de benaderingswijze van de Rondommethode (methode II.5) uit de “Handleiding meten en rekenen industriela‐ waai”. Een overzicht is gegeven in tabel 3.1 voor de woon-/werklocatie op basis van een gemiddelde kavelgrootte van 2.500 m2. Voor wat betreft de bronvermogens geldt dat deze zijn gebaseerd op de richtafstanden van de VNG en bijbehorende grenswaarden, dat wil zeggen 45 dB(A) voor een “Rustige woonwijk/rustig buitengebied”, waarop de richtafstanden primair zijn gebaseerd. Deze waarden zijn etmaalwaarden, wat betekent dat in de avond- en nachtperiode 5 dB respectievelijk 10 dB lagere waarden gelden. Dit komt overeen met de algemene situatie dat bedrijven in de dagperiode vol in bedrijf zijn, en meestal minder in de avond- en nachtperiode.

Het is daarom gebruikelijk om in dergelijke berekeningen de voor de dagperiode bepaalde bronsterkte te corrigeren met een bedrijfsduurcorrectie Cb van 5 dB in de avondperiode en 10 dB in de nachtperiode. Tabel 3.1:

richtafstanden en daarop gebaseerde bronsterkte in dB(A) per m2 Milieucategorie 1 2

Richtafstand 10 m 30 m

Kavelbronsterkte LW in dB(A) per m2 50,2 54,4

In figuur 3.1 is een overzicht gegeven van de berekende geluidcontouren (etmaalwaarden) als uitgegaan wordt van bovenstaande kavelgeluidemissie voor de woon-/werklocatie. Er is uitgegaan van maximaal een categorie 2 kavelemissie van LW = 54,4 dB(A)/m2 voor het totale gebied.

9/12

Figuur 3.1:

berekende 45/50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontouren o.b.v. kentallen

Uit figuur 3.1 blijkt dat de 50 dB(A)-contouren van de bedrijven op basis van een gemiddelde bedrijfsvoering net buiten het gebied van De Veiling komt. De eerstelijnsbebouwing binnen het ontwikkelgebied op de locatie Mollema ligt globaal tussen de 45 dB(A) en 50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontouren.

10/12

3.2

Berekening op basis van bedrijfsvoering Bouwbedrijf A. van der Wal

Bij één specifiek bedrijf is een meer gedetailleerd akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het betreft Bouwbedrijf A. van der Wal aan De Veiling 3. Dit onderzoek is gegeven in bijlage 2,waarbij is uitgegaan van ruimte (worst-case) bedrijfstijden en uitgangspunten. De geluidemissie is vastgelegd in een akoestisch rekenmodel. Om een indruk te krijgen van de mogelijke geluidemissie vanwege alle bedrijven aan de westzijde van De Veiling is dit akoestisch rekenmodel 5x gedupliceerd. Een overzicht van dit rekenmodel en de berekende geluidbelastingen en geluidcontouren is gegeven in figuur 3.2. Figuur 3.2:

11/12

berekende 45/50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontouren o.b.v. geluidgegevens Bouwbedrijf A. van der Wal (5x gedupliceerd)

4. BESPREKING RESULTATEN EN CONCLUSIE Voor wat betreft het aspect geluid vanwege bedrijven is in het kader van een nieuw bestemmingsplan voor een woongebied op de locatie Mollema te Dokkum gekeken naar het akoestisch woon- en leefklimaat vanwege de woon-/werklocatie aan De Veiling. Uitgaande van een “Gemengd gebied” geldt voor bedrijven in milieucategorie 2 een richtafstand van 10 meter, waar net niet aan wordt voldaan als wordt gekeken naar de bestemmingsgrenzen. In het kader van VNG stap 2 is op basis van een geluidemissie per vierkante meter, gebaseerd op de toegestane milieucategorie 2, de planologische geluidemissie vanwege De Veiling bepaald. Naast de kentalbenadering is voor één specifiek bedrijf de geluidemissie meer gedetailleerd in kaart gebracht, het betreft Bouwbedrijf A. van der Wal aan De Veiling 3, waar een bedrijfsbezoek is gebracht en geluidmetingen zijn uitgevoerd. De geluidemissie is vervolgens representatief geacht voor meerdere bedrijven op De Veiling (de bedrijven grenzend aan het ontwikkelgebied). Op basis van beide benadering kan worden geconcludeerd dat ter plaats van de nieuwe geprojecteerde woningen (op een afstand van ongeveer 15 meter vanaf de bedrijven) een cumulatieve geluidbelasting van tussen de 45 dB(A) en 50 dB(A) is te verwachten (zie figuur 3.1/3.2).

Voor de eerstelijnsbebouwing (gezien vanaf De Veiling) geldt daarmee dat er wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) in het kader van VNG stap 2 (uitgaande van de gebiedstypering “Gemengd gebied”). Voor de tweedelijnsbebouwing wordt zonder meer voldaan aan deze richtwaarde. In de berekening is zelfs nog geen rekening gehouden met de afscherming door de eerstelijnsbebouwing. Voor wat betreft het aspect milieuzonering/geluid kan worden geconcludeerd dat het plan mogelijk is op basis van de VNGbrochure. De eerstelijnsbebouwing voldoet niet aan de richtwaarde van 50 dB(A), maar wel aan de afwegingsruimte tot 50 dB(A). Cumulatieve aspecten zijn aan de zijde van De Veiling niet relevant (dit geldt meer voor het zuidelijk deel van het plangebied). Bestaande bedrijven worden niet in de bedrijfsvoering beperkt door het realiseren van nieuwe woningen. Vanuit milieu/Activiteitenbesluit geldt een geluidgrenswaarde van 50 dB(A) voor de woningen binnen het plangebied. Uit het akoestisch onderzoek van bijlage 3 blijkt dat er geen sprake is van overschrijdingen/belemmeringen. Ook blijkt dat de bestaande bedrijfswoningen op De Veiling in vergelijkbare mate belemmerend zijn; weliswaar op kortere afstand, maar met een 5 dB hogere grenswaarde op grond van het Activiteitenbesluit.

Maximale geluidniveaus vanwege de woon-/werk locatie zijn minder relevant, en met name het gevolg van laden/lossen in de dagperiode (buiten beschouwing te laten in het kader van het Activiteitenbesluit). De indeling van de woon-/werklocatie is zodanig dat eventueel laden/lossen aan de voorzijde plaatsvindt en niet aan de zijde van de locatie Mollema (afstand en afscherming). Samenvattend kan worden gesteld dat milieuzonering, bekeken vanuit De Veiling, en het aspect geluidbeperkingen voor bedrijven geen belemmering zijn voor de ontwikkeling.

12/12

Bijlage 3

Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu

MEMO Datum:

3 februari 2023

Onze referentie:

22210029.M01e

Betreft:

Nieuwbouw ‘locatie Mollema’ te Dokkum – onderzoek geluid en geur slachterij ‘Wadden Vlees’

Behandeld door:

Inleiding Het perceel ten noodoosten van de bestaande slachterij van Wadden Vlees Dokkum B.V. (verder: ‘Wadden Vlees’) aan de Aalsumerweg 5 te Dokkum (gemeente Noardeast-Fryslân), de zogenoemde ‘locatie Mollema’, wordt ontwikkeld tot een nieuwe woonwijk met 86 woningen en 24 appartementen. Het voormalige tuincentrum dat op de locatie is gevestigd, wordt vanwege de nieuwbouw gesloopt. In opdracht van Interra is een onderzoek gedaan naar de geluid- en geurbelasting op het nieuwbouwplan vanwege de activiteiten bij slachterij ‘Waddenvlees’. Van belang is enerzijds dat Waddenvlees niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt en anderzijds dat ter plaatse van de beoogde nieuwbouw sprake is van een qua geluid en geur aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een impressie van het nieuwbouwplan is gegeven in figuur 1. Wijzigingen ten opzichte van memo 22210029.M01b van 22 april 2022 In het kader van de verdere planontwikkeling zijn enkele wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de inrichting van het plangebied, met name in relatie tot de geurcontouren van slachterij ‘Wadden Vlees’. De afstand van de meest nabij de slachterij geprojecteerde woningen tot de slachterij is vergroot, zodat deze nieuwe woningen niet binnen de 1,5 ouE/m³-geurcontour (als 98 percentiel) liggen, zie in dit kader ook figuur 3.

De waarde van 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel is als vergunde waarde ter plaatse van de omliggende woningen in de vigerende vergunning van de slachterij opgenomen.

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Daarnaast is de geluidbelasting vanwege slachterij ‘Wadden Vlees’ berekend ter plaatse van de geprojecteerde woningen en het woongebouw, uitgaande van de nu geactualiseerde situatietekening als weergegeven in figuur 1. Voor het binnen het nieuwbouwplan nieuw te realiseren appartementengebouw is door Studio DWP inmiddels een schetsontwerp gemaakt (‘Schetsontwerp Locatie Mollema | Dokkum, d.d. 23 mei 2022). Rekening houdend met de geluidbelasting vanwege ‘Wadden Vlees’ is in het ontwerp voorzien in het ‘doof’’1 (zonder te openen delen) uitvoeren van de westgevel. Ook worden de appartementen aan de zuidzijde uitgevoerd met uitkragende balkons. Ter beperking van de geluidbelasting vanwege ‘Wadden Vlees’ worden deze balkons aan de westzijde, over de volle breedte van het balkon voorzien van een tenminste 2 m hoog (transparant) geluidscherm als weergeven in afbeelding 1. De te openen ramen en deuren van de achterliggende woonkamers grenzend aan het balkon (en het balkon zelf) worden daarmee deels afgeschermd voor het van ‘Wadden Vlees’ afkomstige geluid. Opgemerkt wordt dat ter voorkoming van reflecties via de onderzijde van de balkons deze bij voorkeur geluidabsorberend dienen te worden uitgevoerd. Ramen in de zuidgevel die niet grenzen aan het balkon worden daarnaast voorzien van een vaste beglazing, waarmee deze geveldelen feitelijk ‘doof’ worden uitgevoerd.

Aan de achterzijde van het appartementengebouw is verder voorzien in een galerij, met aan de westzijde een (gesloten uitgevoerd) trappenhuis. Dit trappenhuis schermt de achterliggende galerij en noordgevel in belangrijke mate af voor het van ‘Wadden Vlees’ afkomstige geluid en is daarmee relevant voor het akoestisch onderzoek (zie ook afbeelding 2). Opmerking: Uit het onderzoek wegverkeerlawaai (rapport 22210029r01a-1, d.d. 29 juni 2022) volgt dat de Rondweg-Noord maatgevend is voor de geluidbelasting invallend op de zuidgevel van het appartementengebouw. In dit onderzoek is geen rekening gehouden met de in afbeelding 1 aangegeven balkonschermen. De Rondweg-Noord loopt parallel aan het appartementengebouw. Enerzijds zal het verkeerslawaai vanuit westelijke richting door de balkonschermen worden afgeschermd, anderzijds kan door reflecties het verkeerslawaai (invallend op de gevels) vanuit oostelijke richting enigszins toenemen. Per saldo hebben de balkonschermen daarmee geen effect op de uiteindelijk gevelbelasting vanwege wegverkeerlawaai.

1

Onder een dove gevel wordt verstaan: een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

22210029.M01e

pagina 2 van 15

www.noormanadvies.nl

Afbeelding 1: Detail aanzicht zuidgevel appartementengebouw (conform schetsontwerp) Balkonscherm richting ‘Wadden Vlees’

Afbeelding 2: Uitsnede plattegrond appartementengebouw met de positie van het trappenhuis (conform schetsontwerp) en de situering van ramen met een vaste beglazing

ramen met vaste beglazing

trappenhuis

ramen met vaste beglazing

22210029.M01e

pagina 3 van 15

www.noormanadvies.nl

In deze aangepaste memo is rekening gehouden met de hiervoor benoemde bouwkundige maatregelen [geluidafschermende werking balkonschermen en trappenhuis + ‘dove’ gevel(delen)]. Aanvullend is op verzoek van het bevoegd gezag de cumulatieve geluidbelasting vanwege ‘Wadden Vlees’ (industrielawaai) tezamen met het wegverkeer op de omliggende wegen (wegverkeerslawaai) inzichtelijk gemaakt. Tot slot wordt opgemerkt dat er in de praktijk ook voor kan worden gekozen om de balkonschermen hoger te maken. Dit geldt ook voor de hoogte/breedte/lengte van het trappenhuis. Bij grotere afmetingen neemt de geluidafschermende werking mogelijk nog enigszins toe.

Geluid Wettelijk kader VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ Een mogelijk toetsingskader voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen is vastgelegd in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ (editie 2009). De publicatie wordt gebruikt als hulpmiddel bij planologische ontwikkelingen en geeft o.a. richtafstanden en stappenplannen om te komen tot het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de directe omgeving van (geluid)gevoelige functies nabij bedrijven. In tabel 1 is een overzicht gegeven van de aanbevolen richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave: Tabel 1: Richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ Gebiedstype

Richtwaarde*

Grenswaarde*

Rustige woonwijk

LAr,LT ≤ 45 dB(A)

LAr,LT ≤ 50 dB(A)

LAmax ≤ 65 dB(A)

LAmax ≤ 70 dB(A)

indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)

indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)

LAr,LT ≤ 50 dB(A)

LAr,LT ≤ 55 dB(A)

LAmax ≤ 70 dB(A)

LAmax ≤ 70 dB(A) **

indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)

indirecte hinder LAeq ≤ 65 dB(A)

Gemengd gebied

*

Als etmaalwaarde

**

Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer

22210029.M01e

pagina 4 van 15

www.noormanadvies.nl

De VNG-richt- en grenswaarden hebben uitsluitend betrekking op de geluidbijdrage vanwege bedrijven. De voor de beoordeling te hanteren VNG richt- en grenswaarden zijn afhankelijk van de aard van de woonomgeving. Het voorgenomen nieuwbouwplan is gesitueerd in een zogenoemd gemengd gebied. Onder het omgevingstype gemengd gebied wordt een gebied verstaan met een matige tot sterke functievermenging. Als aangegeven dient de VNG-publicatie als hulpmiddel en geeft het een mogelijk toetsingskader. Het bevoegd gezag kan gemotiveerd van de richt- en grenswaarden afwijken. De geldende milieuregelgeving kan daarbij een rol spelen. In de motivatie dient te worden aangegeven waarom het bevoegd gezag in deze concrete situatie de (hogere) geluidbelasting aanvaardbaar acht, waarbij tevens de cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening De inrichting van ‘Wadden Vlees’ heeft een vigerende omgevingsvergunning. De voor de milieuaspecten geur en geluid relevante vergunningsvoorschriften zijn gegeven in bijlage 1. Bij eventuele toekomstige wijzigingen in de bedrijfsvoering (en daartoe aan te vragen milieuvergunning) dient de geluidsituatie opnieuw te worden beoordeeld. In dat kader is de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening” van belang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=5ddfa51d-3d8b-4014-a2b8-f0b8f2dab07b