Bijlage 1 - Bestemmingsplan ‘Dokkum – Dockumer Sluys'
Tekst van het document
4.3
Geluid (wet geluidhinder) Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevel hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale hogere waarde van 63 dB. Toetsing De binnenstad valt in een 30 km/uur-zone. Toetsing aan de Wet geluidhinder is daarom niet aan de orde. Vanuit goede ruimtelijke ordening is het wel van belang te beoordelen of er sprake kan zijn van hinder door wegverkeer. Omdat dit project niet aan een belangrijke doorgaande autoweg ligt, is hiervan geen sprake. Wel zal er sprake zijn van enige geluidbelasting vanaf het parkeerterrein en de bevoorrading die aan de zijde van de Stroobossersteeg zal plaatsvinden. Aangezien de nieuwe woning in een binnenstad worden gebouwd, waardoor de sterke mate van functiemenging enig reuring te aanvaarden is, is een nadere beschouwing van deze aspecten niet nodig. Er is sprake van een goed woonklimaat, passend bij een binnenstad.
4.4
Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
25
verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen voorkomen. Vanuit externe veiligheid bestaan er daarom geen belemmeringen voor de ontwikkeling in het plangebied.
4.5
Verkeer en parkeren Autoverkeer De verkeersituatie in een binnenstad is altijd een aandachtspunt bij herontwikkelingen. Met name in een historisch gebied als binnen de bolwerken van Dokkum. Het realiseren van parkeerterreinen en brede wegen ondermijnt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en het realiseren van parkeerkelders onder bebouwing is kostentechnisch niet realistisch. Desondanks moet het gebied wel bereikbaar blijven en is het van belang dat er geen parkeerknelpunten ontstaan. Het plangebied is goed bereikbaar voor autoverkeer en aan de overzijde van de Strobossersteeg ligt het parkeerterrein Acht Zaligheden. Dit parkeerterrein is aangelegd in dezelfde periode als de Dockumer Sluys. In centrumgebieden is het gebruikelijk dat de functies een beroep doen op de aanwezige openbare parkeerplaatsen. Voor de ruimtelijke toets voor een transformatie wordt beoordeeld of de ontwikkeling een extra ruimtebeslag legt en daarmee mogelijk tot knelpunten leidt. Het parkeerterrein Acht Zaligheden is gelijktijdig met het winkelcentrum aangelegd. Hier zijn ongeveer 70 parkeerplaatsen aanwezig ten behoeve van de functies in de stad, waaronder het winkelcentrum. Dit komt deels te vervallen. Het gaat om een oppervlakte van ruim 1.800 m2 bruto vloeroppervlak, waarvan ruim 1.100 m2 wordt gesloopt. Een supermarkt heeft een parkeervraag van ongeveer 4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo.
Voor een gemiddelde invulling van een binnenstad gaat het om 3,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Met het te slopen deel vervalt een behoefte van minimaal 39 parkeerplaatsen. Voor de wat kleinere appartementen in een binnenstad geldt een norm van 0,7 tot 1,5 parkeerplaatsen per woning. Uitgaande van minimaal 1 parkeerplaats ligt de behoefte op 32 tot 48 parkeerplaatsen. Het is een optie om per woning maximaal één parkeerplaats per eenheid toe te kennen aan het parkeerterrein Acht Zaligheden of een andere parkeerplaats in de nabijheid, waarmee de behoefte op 32 parkeerplaatsen komt. Uitgaande van de gemiddelde norm is de behoefte 35 parkeerplaatsen, waarmee is aangetoond dat het project geen extra parkeervraag op het openbare gebied legt. Bovendien is het logisch om de bewoners en ondernemers in het gebied een plek naast de deur aan te bieden. Bezoekers van het centrum kunnen wel een eindje lopen. In de CROW zijn acceptabele loopafstanden voor verschillende functies beschreven. Voor wonen is dit 100 meter. Voor
26
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
winkelen is dit 200 tot 600 meter. Lopen vanaf het parkeerterrein aan de Lyceumweg naar de Keppelstraatzijde van het projectgebied is 350 meter. Deze afstand is acceptabel. Geconcludeerd wordt dat het plan geen parkeerknelpunten veroorzaakt in de openbare ruimte en dat het voorstelbaar is om het parkeerterrein gedeeltelijk aan te wenden voor de ontwikkeling. Fietsen Verder is er door de gemeente gevraagd om aandacht te besteden voor mogelijkheden om fietsen te stallen, voor zowel horeca als voor bewoners. Voor de horecagelegenheden geldt, net als voor het parkeren van auto’s, dat een mooie toevoeging is om hiervoor gelegenheden te bieden, maar dat niet uit het oog moet worden verloren dat de horecabedrijven toevoegingen zijn op het aanbod in het centrum. Dit is voor de meeste ondernemingen in het centrum niet realistisch om hiervoor eigen gelegenheden aan te bieden. Dit geldt ook voor de ondernemingen in het project. De Keppelstraat kent een gesloten gevelbeeld dat direct aan de openbare ruimte grenst. Het is van belang dat er in de binnenstad plekken zijn waar fietsen gestald kunnen worden, zonder dat dit overlast veroorzaakt. Wel wordt aan de zijde van de Strobossersteeg voorzien van een plek waar enkele fietsen gestald kunnen worden, bij door poort naar de binnentuin. Voor de woningen wordt voorzien met de aanleg van gezamenlijke fietsenbergingen aan de Molensteeg.
Hierin is ruimte voor minimaal 60 fietsen (2 per appartement). Bevoorrading Tot slot zal de bevoorrading van de horeca en versmarkt in principe via de zijde van de Strobossersteeg verlopen. Hier is de meeste ruimte voor het parkeren van een vrachtauto hiervoor.
4.6
Ecologie Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. In het kader van de herontwikkeling is een ecologische beoordeling uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in bijlage 2. De resultaten zijn hierna beschreven. Toetsing: gebiedsbescherming Natura 2000- gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur).
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
27
Het plangebied ligt in stedelijke omgeving en maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Waddenzee, die op 8 kilometer afstand ligt en het Lauwersmeer, op bijna 10 kilometer afstand. De Groote Wielen ligt op 12 kilometer afstand. Gezien de afstand, aard en de schaal van de ontwikkeling kan gesteld worden dat er geen directe effecten op natura-2000 gebieden zal plaatsvinden. Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt niet voor het Natura 2000-gebieden Groote Wielen, de Waddenzee en het Lauwersmeer. Relevante gebieden liggen op minimaal 16 kilometer afstand, namelijk de duingebieden op Ameland en Schiermonnikoog. In het kader van dit plan is een indicatieve stikstofberekening uitgevoerd naar de aanlegfase en de gebruiksfase van de 32 woningen en de uitgebreide horecafuncties. Deze berekening is opgenomen in bijlage 3. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen resultaten hoger dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het plan niet leidt tot negatieve effecten door een potentiële toename van stikstof op daarvoor gevoelige gebieden.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Toetsing: soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de nieuwe Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet mogen geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, worden verstoord. Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV, zoals vleermuizen, van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen niet negatief worden beïnvloed door bijvoorbeeld bouwactiviteiten. Om uit te wijzen of sprake is van beschermde soorten waar bij de uitvoering van dit project rekening mee gehouden moet worden, is een als onderdeel van de ecologische beoordeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Voor dit onderzoek heeft een ecoloog een bezoek aan de locatie gebracht, om de ecologische potenties in beeld te brengen.
Er bevinden zich diverse invliegmogelijkheden onder nok- en hoekvorsten, opwippende dakpannen en gevelpannen, die toegang geven tot de daklaag. Het planvoornemen maakt dat de ruimtes aldaar worden aangetast. De aanwezigheid van diverse invliegmogelijkheden maken dat zomeren paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Nader onderzoek kan de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen uitsluiten dan wel bevestigen.
28
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
Naast de gebiedsbescherming zijn de werkzaamheden getoetst aan Europees en nationaal beschermde soorten. In de wijde omgeving komen verschillende beschermde soorten voor. Het betreffen diverse broedvogels waarvan de nesten (jaarrond) beschermd zijn. Van de huismus en gierzwaluw die in de omgeving voorkomen zijn de verblijfplaatsen/nesten jaarrond beschermd. Op basis van de resultaten van de quickscan wordt geconcludeerd dat jaarrond beschermde nesten van de huismus en gierzwaluw in het plangebied kunnen worden uitgesloten. Naast jaarrond beschermde verblijfplaatsen/nesten kunnen er tijdens het broedseizoen (grofweg 15 mrt. t/m 15 juli) broedvogels in het pand broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Voor deze soorten dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat. Daarom wordt het aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Verder dient men tijdens de uitvoer van de werkzaamheden rekening te houden met de Zorgplicht (Artikel 1.11 wnb). De Zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen.
Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Vervolgonderzoek Op basis van de quickscan is een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 4. Voor dit onderzoek zijn vijf veldbezoeken uitgevoerd. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied niet aanwezig zijn. Op basis van het nader onderzoek leiden de werkzaamheden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen.
4.7
Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Op de locatie zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Volgens het Bodemloket geldt dat de resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek aangeven dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. De laatst bekende onderzoek dateert van 3 november 2004. Voorafgaand aan de uitvoering van dit bestemmingsplan is een actueel verkennend bodemonderzoek nodig. Dit onderzoek wordt uitgevoerd na de sloop van de gebouwen. De uitvoerbaarheid van het plan is gelet op de uitkomsten van eerder onderzoek en het gebruik van de locatie sinds de uitvoering daarvan niet in het geding.
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
29
4.8
Watertoets Toetsingskader Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de korte watertoetsprocedure doorlopen. De uitkomsten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 5. Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Het plangebied is in de huidige situatie al vrijwel geheel verhard. In de nieuwe situatie wordt iets meer groen geïntroduceerd, waarmee het verhard oppervlak afneemt. Het is daarom niet nodig om compenserende maatregelen te nemen. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst.
Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied wordt hierop geanticipeerd door het percentage verhard oppervlak laag te houden en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Het onderhavige plan draagt hieraan bij. Drooglegging Het plangebied ligt vrij voor de boezem, waar een fluctuerend boezempeil van -0,52 m NAP wordt aangehouden. Het plangebied ligt relatief hoog, op de rand van een terp. De aanleghoogte is ongeveer +2 m NAP, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de droogleggingsnorm van 1,10 meter voor gebouwen met kruipruimte en 0,70 meter voor gebouwen zonder kruipruimte en verhardingen. Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal.
30
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld op het hemelwaterriool. Vergunningen Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Het wateraspect wordt gecommuniceerd met de ontwikkelaar en geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het plan.
4.9
Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Om te beoordelen of sprake is van archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied is de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) geraadpleegd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, voor de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. Een fragment van de kaarten is weergegeven in figuur 4.1.
Figuur 4.1
Fragment kaarten FAMKE
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
31
Het plangebied ligt op een oude terp, waarop de historische binnenstad van Dokkum ligt. Dit is een terrein van hoge archeologische waarde, waar de provincie streeft naar behoud. De gemeente heeft voor dit gebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologisch waardevol gebied’ opgenomen. Hier geldt dat voor het bouwen van bouwwerken (of bij andere ingrepen) groter dan 50 m 2 een archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Op voorhand is duidelijk is dat de bodemopbouw in het plangebied, door de bouwactiviteiten van de Dockumer Sluys in de jaren ’70, is verstoord. Gelet op de hoge historische waarde van de binnenstad van Dokkum is het desondanks van belang om hier adequaat onderzoek te verrichten. In 2012 is een inventariserend archeologisch onderzoek op de locatie uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 6. Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bodem veel puin bevat. In de drie diepere boringen zijn vermengde lagen met houtskoolspikkels en oud puin waargenomen. De onderkant van dit pakket bevindt zich ter hoogte van de tuin tot minimaal drie meter diepte en begint dicht onder het maaiveld. Gezien deze lagen en de locatie van het plangebied, wordt archeologisch vervolgonderzoek middels proefsleuven geadviseerd. De door gesloten bebouwing binnen het plan is het nu niet doelmatig om een archeologisch onderzoek uit te voeren.
Voorgesteld wordt om dit onderzoek uit te voeren in samenhang met de sloop van de gebouwen. De Steekproef is heeft hiervoor een plan van aanpak opgesteld. Hierin zijn de volgende stappen beschreven: 1. Opstellen Programma van Eisen op basis van het booronderzoek uit 2012 en een uitgebreide actualisatie van het bureauonderzoek. Op voorhand wordt uitgegaan van een dekkingsgraad van 10% van het onderzoeksgebied met proefsleuven. De werkzaamheden mogen pas beginnen als de gemeente dit document heeft goedgekeurd. Dit wordt ook afgestemd met de provincie. 2. Voorbereiding en uitvoering veldwerk, bestaande uit proefsleuven tijdens of voorafgaand aan het verwijderen van de funderingen; 3. Evalueren, rapporteren uitkomsten van het onderzoek. Rapportages worden met gemeente en provincie besproken. Na oplevering van het uiteindelijke eindrapport zal de velddocumentatie en het vondstmateriaal gedeponeerd worden. In het plan is een dubbelbestemming opgenomen die waarborgt dat bij ingrepen met een grotere oppervlakte dan 50 m2 en dieper dan 30 cm een archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding moet worden gedaan.
4.10
Cultuurhistorie Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
32
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
Toetsing Voor dit plan moet met name rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde van de binnenstad van Dokkum. Deze binnenstad is een beschermd stadsgezicht, mede door de hoge mate van gaafheid van het centrum. Deze waarden worden met dit plan gerespecteerd en versterkt, door het terugbrengen van een passend bebouwingsbeeld aan de Stroobossersteeg. Het gebied rondom de Acht Zaligheden is één van de weinige locaties in de binnenstad waar de oorspronkelijke structuren zijn verdwenen en het plan biedt een kans dit deels te herstellen.
4.11
Luchtkwaliteit en gezondheid Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.
Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling. Toetsing In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Dokkum en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. De herontwikkeling binnen het plangebied omvat de realisatie van 32 nieuwe woningen. Voor het overige gaat het om onderschikte functieveranderingen. Daarmee geldt voor dit plan de NIBM-regeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.12
Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan.
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
33
Wel ligt het plangebied binnen de molenbiotopen van de molen De Hoop (die op 104 ten zuiden van het plan staat) en molen Zeldenrust (die op 220 meter ten westen van het plan staat). In de molenbiotoop zijn beperkingen gesteld aan de bouwhoogte van gebouwen, teneinde de windvang te beschermen. De molens hebben vooral een cultuurhistorische waarde, maar de mogelijkheid voor het draaien van de molen is daarin een belangrijke meerwaarde. De regel in de molenbiotoop is dat in de eerste 100 meter vanaf de molens de bebouwing niet hoger mag worden dan de onderzijde van de wieken, daarna is deze hoogte 1/30 van de afstand plus de hoogte van de onderzijde van de wieken. Wanneer hier niet aan kan worden voldaan is afstemming met de beheerder van de betreffende molen nodig. De molens staan op de bolwerken, die op ongeveer +4 meter NAP liggen. De beide molens hebben een verhoogd platform, dat ongeveer op de hoogte van de onderzijde van de wieken ligt. Voor molen zeldenrust is dat platform op ongeveer 10 meter hoogte (+14 m NAP) en voor De Hoop is dit ongeveer 7 meter (+11 m NAP). De contouren waar de bebouwing in principe onder moet blijven is weergegeven in figuur 4.2.
Figuur 4.2
Bouwhoogtecontour molenbiotopen (groen)
Hieruit blijkt dat voor molen Zeldenrust ruimschoots wordt voldaan. Voor molen De Hoop blijft het plan er nét onder. De hoogtebeperking ligt hier op +14,5 m NAP en de aanleghoogte is ongeveer +2 m NAP. Daarmee is de bouwhoogte maximaal 12,5 meter. Het plan wordt maximaal ruim 11 meter hoog. Bovendien geldt dat de nieuwbouw aansluitend op bestaande bebouwing met dezelfde bouwhoogte wordt gebouwd en dat de prevalerende windrichting zuid/zuidwest is. Daarmee is de kans dat het project een effect heeft voor de windvang van de molens verwaarloosbaar.
34
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
5
Juridische regeling
5.1
Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.
5.2
Toelichting op de regels Voor de wijze van bestemmen is aangesloten bij de gemeentelijke standaard. De regels zijn afgestemd op het bestemmingsplan Dokkum Regiostad. De ligging van de bestemmingen en de bouwvlakken is bepaald op het in hoofdstuk 2 beschreven stedenbouwkundig plan. Gemengd De bestemming 'Gemengd' heeft betrekking op de aanloopstraten in de binnenstad van Dokkum, zoals die zijn aangewezen in de Visie Binnenstad Dokkum (2016). Dit betreffen de uitlopers van het kernwinkelgebied waar detailhandel, horeca en dienstverlening worden afgewisseld door wonen. In de huidige situatie heeft het totale plangebied deze bestemming. In dit bestemmingsplan behoud alleen de zijde van de Keppelstraat (aanloopstraat) deze bestemming. Vanuit de visie is de bedoeling om deze straten af te waarderen en alleen ruimte te bieden voor kleinschalige winkelfuncties, ambachtelijke bedrijven, galeries en dienstverlening. Overal mag gewoond worden. Samenvattend worden in de bestemming de volgende functies toegestaan: • detailhandel, ambachtelijke bedrijven, dienstverlening, galeries/ateliers: overal; • wonen: overal, zowel verticaal als horizontaal; • horeca: bestaande functies vastgelegd.
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
35
Ter plaatse van de aanduiding ‘verblijfsgebied’ moeten gronden openbare toegankelijk zijn tijdens de openingstijden van de horecafuncties in het plangebied. Hiermee wordt de doorwaadbaarheid van het plangebied geborgd, zodat bezoekers van het centrum van het parkeerterrein naar de Keppelstraat kunnen lopen. Dit betekent voor de gronden binnen de bestemming ‘Gemengd’ dat er een doorgang onder de bebouwing gehandhaafd moet worden. Dit mag afgesloten worden buiten de openingstijden van de horeca, vanuit overwegingen van sociale veiligheid. Verkeer - Verblijfsgebied Aan de zijde van de Stroobossersteeg, vóór de grondgebonden woning, is een klein strookje grond bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Dit wordt onderdeel van de openbare ruimte. Wonen De grondgebonden woning wordt bestemd als ‘Wonen’. Deze bestemming is afgestemd op grondgebonden woningen. Qua bouwregels is aangesloten op de geldende regeling, waarbij de hoofdgebouwen zijn vastgelegd in het bouwvlak en de maatvoering (goothoogte, bouwhoogte en dakhelling) zijn vastgelegd op de verbeelding respectievelijk in de regels. Er is hierbij onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. Hoofdgebouwen (de woonhuizen) moeten in een bouwvlak worden gebouwd. Voor bijbehorende bouwwerken geldt de standaardregeling van de gemeente Noardeast-Fryslân.
In het bouwvlak is één woning mogelijk, waarmee Binnen de woonbestemming zijn ook aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en logiesverstrekking in de vorm van bed and breakfast mogelijk. Wonen - Woongebouw De appartementengebouwen zijn mogelijk binnen de bestemming ‘Wonen - Woongebouw’. De bouwvlakken en goot- en bouwhoogte zijn afgestemd op het in hoofdstuk 2 beschreven plan. Per bouwvlak is het maximum aantal woningen op de verbeelding aangegeven. Ter plaatse van de aanduiding ‘verblijfsgebied’ moeten gronden openbare toegankelijk zijn tijdens de openingstijden van de horecafuncties in het plangebied. Hiermee wordt de doorwaadbaarheid van het plangebied geborgd, zodat bezoekers van het centrum van het parkeerterrein naar de Keppelstraat kunnen lopen. Ook is een voorwaardelijkheid opgenomen waarmee is gewaarborgd dat de geluidwering van de naar de horeca gerichte gevels van de woongebouwen een gevelwering van minimaal 30 dB(A) moeten krijgen. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat in het woongebouw naast de terrassen namelijk gewaarborgd. Dubbelbestemming Waarde - Archeologisch waardevol gebied In het plangebied is sprake van archeologische waarden die beschermd moeten worden volgens de FAMKE-kaart. In paragraaf 4.9 is dit nader omschreven. Bepaalde werken en werkzaamheden zijn omgevingsvergunningsplichting.
36
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
Dubbelbestemming Waarde - Beschermd stadsgezicht Voor de binnenstad geldt naast de basisbestemmingen, de bestemming 'Waarde - Beschermd stadsgezicht'. Het beleid is er in zijn algemeenheid op gericht om de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden in het plangebied te beschermen en zo mogelijk te versterken. In de regeling zijn met name bepalingen opgenomen over bouwen, de parcellering, verhoudingen tussen hoogte en breedte van hoofdgebouwen, dakvormen en de maatverhouding van de gevelopeningen. Voor het plaatsen van bijbehorende bouwwerken gelden ook een aantal aanvullende (kwalitatieve) criteria. Van deze bepalingen kan, onder voorwaarden, worden afgeweken. Naast de bouwregels is er ook een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Hiermee kunnen activiteiten die niet onder het bouwen vallen maar die wel afbreuk kunnen doen aan de waarden van het beschermd stadsgezicht, aan een vergunning worden gekoppeld. Gebiedsaanduiding vrijwaringszone - molenbiotoop De vrijwaringszone – molenbiotoop regelt de bescherming van de windvang van de molens. Hierin is in paragraaf 4.12 getoetst.
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
37
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Het project raakt geen grote maatschappelijke belangen. Omwonenden zijn op de hoogte gebracht van de plannen voor de totale herontwikkeling tijdens een buurtbijeenkomst. Een verslag hiervan is opgenomen in bijlage 7. Op 19 oktober 2023 is een bijeenkomst worden georganiseerd om de belangstellenden te informeren over de actuele plannen en inzichten en de bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze avond zijn ongeveer 8 personen aanwezig geweest. Deze hebben overwegend positief gereageerd. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ten behoeve van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het bestemmingsplan toegezonden aan de vooroverlegpartners. Er is een reactie ontvangen van provincie Fryslân, Steunpunt Monumentenzorg, Brandweer Fryslân en Monumentenbehoud NoardeastFryslân. De overlegreacties zijn samengevat en beantwoord in de Nota vooroverleg, die is opgenomen in bijlage 8.
De overlegreacties geven geen aanleiding tot het inhoudelijk aanpassen van het bestemmingsplan. Wel is opdracht gegeven voor het opstellen van een actueel onderzoek en een programma van eisen, voor een verantwoorde omgang met de archeologische verwachtingswaarde van de locatie. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens met ingang van 7 december 2023, gedurende zes weken, ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het bestemmingsplan kenbaar maken. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend. In de nota vooroverleg is als antwoord aan de provincie gesteld dat voor de vaststelling van het bestemmingsplan een geactualiseerd archeologisch onderzoek bij het bestemmingsplan te voegen. In overleg met de provincie en het archeologisch adviesbureau is gekozen om een uitgebreid programma van eisen op te stellen en hierover af te stemmen met gemeente en provincie. Dit proces maakt deel uit van de vergunningverlening. Dat betekent dat de archeologisch bescherming in stand blijft. Paragraaf 4.9 is hierop aangepast.
38
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorgesteld wordt om het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.3
Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de transformatie van een stedelijk gebied. De ontwikkelkosten worden gedragen door de exploitatie of verkoop van de woningen en commerciële ruimten. De gemeente heeft hiermee geen directe financiële bemoeienis. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente en initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade.
Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.
Dokkum - Dockumer Sluys 22-787-3 | Vastgesteld
39
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek Woon- en leefklimaat
Dockumer Sluys Herontwikkeling Keppelstraat/Strobossersteeg Dokkum 22.080.01 versie 02
Behandeld door:
Opdrachtgever : KB Food en Drinks p/a LEEUWARDEN Hengelo, 15 september 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1
Inleiding en beschrijving van de situatie
4
2
Toetsingskader
6
2.1 Grenswaarden goede ruimtelijke ordening
6
2.2 Grenswaarden Activiteitenbesluit/Bruidschat
8
2.3 Grenswaarden omgevingswet
9
Aanpak van het onderzoek
10
3.1 Representatieve bedrijfssituatie
10
Toelichting modellering
11
4.1 Bronvermogen stemgeluid
11
4.2 Stemgeluid open deel serre
11
4.3 Stemgeluid serre
12
4.4 Luchtbehandeling en Warmtepompen
12
4.5 Piekniveaus
12
Resultaten
13
5.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau tijdens RBS (LAr,LT)
13
5.2 Maximaal A-gewogen geluidniveaus tijdens RBS (LAmax)
14
Bespreking en conclusies
15
3
4
5
6
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
2
FIGUREN EN BIJLAGEN
Figuur 1: Figuur 2:
Situatie omgeving met ligging KB Food en Drinks Geplande indeling en vormgeving terras
Figuur 3-1: Figuur 3-2: Figuur 3-3: Figuur 3-4: Figuur 4:
Weergave rekenmodel HMRI in ondergrond Weergave rekenmodel HMRI zonder ondergrond Rekenmodel detail ligging geluidbronnen Weergave rekenmodel HMRI ligging objecten en bodemgebieden Rekenmodel met hoogte schermen en serre
Bijlage 1-1/1-2: Bijlage 1-3:
Uitgangspunten stemgeluid bij terrassen Geluidvermogen ventilatie en laden/lossen
Bijlage 2-1: Bijlage 2-2:
Relevante invoergegevens LAr,LT Bronvermogens LAmax
Bijlage 3-1: Bijlage 3-2:
Resultaten per punt LAr,LT Resultaten per bron en per punt LAmax
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
3
1
Inleiding en beschrijving van de situatie In opdracht van KB Food en Drinks is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting in de omgeving als gevolg van de activiteiten van dit restaurant met terras. Het voornemen is om een verbinding te realiseren tussen restaurant KB Food en Drinks en lunchroom Haagens, een lokale versmarkt, appartementen (ook voor recreatief verblijf), een glazen corridor tussen KB en Haagens en een stadstuin. De plannen worden uitgevoerd in drie verschillende fases. Om de ontwikkeling te realiseren, is het algemene plan opgedeeld en in verschillende onderdelen uitgewerkt. De eerste fase, de uitbreiding van KB, is inmiddels vergund. Aanvraagprocedures voor de omgevingsvergunning in de tweede fase zijn gestart. Daarin wordt een verslokaal voor Haagens gerealiseerd. Daarnaast wordt een appartement op de eerste verdieping aan de kant van de Keppelstraat gerealiseerd. De derde en laatste fase van het plan betreft de realisatie van appartementen en terrassen achter KB.
Deze rapportage geeft inzicht in de te verwachten geluidbelasting als gevolg van de nieuwe activiteiten ter plaatse van de bestaande en de nog te realiseren woningen. De geluidbelasting als gevolg van fase 1 is nihil. In het restaurant KB Food en Drinks wordt alleen achtergrondmuziek gespeeld. De activiteiten in fase 2 omvatten de lunchroom Haagens met daarbij een deels open terras dat wordt overdekt door bovenliggende woningen. De lunchroom betreft daghoreca zonder activiteiten in de avond- en nachtperiode. Zowel de ontwikkeling in fase 1 als in fase 2 is voor het geluid naar de omgeving niet relevant.
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
4
Maatgevend voor het geluid naar de omgeving is het terras van Restaurant KB Food & Drinks. Het terras dat nu aanwezig is, wordt opnieuw ingericht waarbij de huidige overkappingen verdwijnen en er een nieuwe buitenruimte wordt gerealiseerd. In plaats van een 2 meter hoge muur wordt er een nieuwe overdekte buitenruimte geplaatst met een hoogte in de daknok van 6 meter. Op deze wijze worden de bestaande woningen aan de Keppelstraat 1 tot en met 3 afgeschermd van de activiteiten op het terrein. De geluidbelasting op de woningen wordt veroorzaakt door het gebruik van het terrein in de vorm van stemgeluid en -in mindere mate- door het ventilatiegeluid. Het huidig terras van KB Food en Drinks is passend binnen het vigerend bestemmingsplan. De ontwikkeling fase 3 is als geheel nog niet passend binnen het bestemmingsplan. Om het gewenst gebruik door KB Food en Drinks plus in het gehele plan in te passen is een afwijkingsprocedure noodzakelijk. Onderdeel van deze procedure is een goede ruimtelijke onderbouwing door middel van een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting in de omgeving. In figuur 1 is een weergave opgenomen van het gehele plan van fase 1, 2 en 3. In dit onderzoek wordt inzicht gegeven in de te verwachten geluidbelasting als gevolg van de gehele ontwikkeling ter plaatse van de bestaande woningen en de nog te realiseren woningen.
Alle gebouwhoogtes en de indeling van het plan is afgestemd op tekeningen van Adema Architecten, projectnummer 21059 laatst gewijzigd 22-02-2023. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, HMRI 1999.
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
5
2
Toetsingskader Om de gewenste activiteiten mogelijk te maken moet het bestaande bestemmingsplan worden aangepast. Bij de aanpassing van de bestemming van het terrein moet worden beoordeeld of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening”. Daarnaast moet sprake zijn van een “vergunbare situatie”. De geplande activiteiten vallen op dit moment (april 2023) onder het Activiteitenbesluit. In het onderstaande worden de uitgangspunten verder uiteengezet.
2.1 GRENSWAARDEN GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING Bij de afweging of ten aanzien van het aspect geluid sprake is van een goede ruimtelijke ordening dient de handelwijze te worden gevolgd volgens de VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering”. De VNG hanteert voor het toetsingskader van geluid 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. De bedrijven in de VNG-brochure met richtafstanden zijn gebaseerd op een gemiddelde. In deze situatie zijn de woningen in en direct naast het bedrijf gelegen is nader onderzoek wenselijk. Stap 2: indien stap 1 niet toereikend is, Inpassing is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk/buitengebied van maximaal: 45 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 65 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq Op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting van maximaal: 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 70 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v.
verkeersaantrekkende werking LAeq In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dB(A) lager. Stap 3 indien stap 2 niet toereikend is: Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk of buitengebied van maximaal: 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 70 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: 55 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 70 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; 65 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq.
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
6
Bij stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom een concrete geluidbelasting acceptabel wordt geacht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Indien aan deze waarden wordt voldaan is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Stap 4: bij een hogere geluidbelasting aangegeven in stap 3 zal een aanpassing van de bestemming doorgaans niet mogelijk zijn. Indien deze systematiek wordt toegepast op deze omgeving moet worden bepaald als welk gebiedstype dit gebied moet worden gedefinieerd. Als woonwijk/buitengebied of als gemengd gebied. Deze gebieden zijn in de VNG-publicatie als volgt omschreven: De definitie van een rustige woonwijk / rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“ De definitie van een gemengd gebied is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.” Uit het voorgaande blijkt dat sprake is van gemengd gebied. Indien wordt voldaan aan de genoemde waarden onder stap 2 voor gemengd gebied kan gemotiveerd van de richtafstand worden afgeweken en is het aspect geluid geen beletsel voor de inpasbaarheid van het plan. Deze waarden zijn als volgt: 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 70 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax 50 dB(A) t.g.v. verkeersaantrekkende werking LAeq In de avond en nacht liggen de normen 5 resp. 10 dB(A) lager.
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
7
2.2
GRENSWAARDEN ACTIVITEITENBESLUIT/BRUIDSCHAT Het bedrijf valt onder de werkingssfeer van het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer”, verder te noemen het Activiteitenbesluit. In dit besluit zijn regels opgenomen om geluidhinder te voorkomen. Kort samengevat mag de geluidbelasting niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde bij een gevoelig gebouw van derden. Piekgeluiden mogen niet hoger zijn dan 20 dB boven de geluidregels voor de gemiddelde geluidbelasting. Bij de toetsing van deze piekgeluiden blijft het geluid van de laad- en losactiviteiten en het hiermee samenhangend komen en gaan van voertuigen in de dagperiode buiten beschouwing. Volgens artikel 2.17 lid 3 gelden samengevat de volgende eisen: 07:00–19:00 uur 19:00–23:00 uur 23:00–07:00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
In artikel 2.18 is verder opgenomen: Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20, blijft buiten beschouwing: het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein. Het huidig terras van KB Foods is niet toegankelijk vanaf de openbare weg. Verder wordt het terras op dit moment omsloten door overkappingen zodat duidelijk sprake is van een binnenterrein. De gewenste ontwikkeling in fase 3 betreft een binnenterrein dat rechtstreeks toegankelijk wordt vanaf de openbare weg zonder dat men door het restaurant hoeft te lopen. Deze toegang ontsluit ook de lokale versmarkt en lunchroom Haagens. In de toekomstige situatie is dit gebied niet meer eenduidig als binnenterrein aan te merken. In dit onderzoek moet een ruimtelijke afweging worden gemaakt. Hierbij moeten alle geluiden worden betrokken. Om deze reden wordt inzicht gegeven in het geluid inclusief het stemgeluid van het terras. Dit terras wordt gerealiseerd aan een nieuwe doorgang vanaf de parkeerplaats aan de Strobosserstreeg naar de Keppelstraat.
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
8
2.3
GRENSWAARDEN OMGEVINGSWET Deze rapportage is opgesteld na het bekend worden van de definitieve ingangsdatum van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Zowel het terras als de nieuwe woningen zullen niet zijn gerealiseerd voor deze datum. Op het moment dat deze activiteiten plaatsvinden, zal het geluid dus worden getoetst aan de regels voor deze activiteiten die volgen uit de Omgevingswet. Het stemgeluid moet -ook in de nieuwe Omgevingswet- altijd in de beoordeling worden meegenomen. Het toepassen van een immissiewaarde om stemgeluid zoals praten en schreeuwen te reguleren is niet toegestaan op basis van de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Maatregelen voorschrijven om stemgeluid te voorkomen of te beperken mag wel. Bijvoorbeeld door het aantal bezoekers op het terras te beperken en/of de omvang van het terras te maximeren. Als er sprake is van zang of als het stemgeluid is vermengd met muziekgeluid, is het toepassen van een immissiewaarde wel mogelijk. Met de komst van de Omgevingswet moet het stemgeluid dus wel worden betrokken in de besluitvorming. Als de activiteit eenmaal is toegestaan dan wordt het stemgeluid niet meer numeriek getoetst aan een geluidbelasting (immissiewaarde) bij woningen.
Indien de regels uit de Omgevingswet, het Activiteitenbesluit en de VNG-Publicatie worden gecombineerd, vertaalt dit zich in de volgende aanpak: Tot een geluidbelasting van: 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 70 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax Is er sprake van een goed woon- en leefklimaat en is er geen noodzaak voor het treffen van nadere voorzieningen. Boven een geluidbelasting van deze waarden moeten maatregelen worden getroffen. Aan de bron (stemgeluid) zijn geen verdere maatregelen mogelijk. Het uitgangspunt van 70 dB(A) kan worden gereduceerd tot 65 dB(A) indien wordt uitgegaan van een rustig restaurant, maar dat is een discutabele aanname en wordt daarom gebruikt. In het voortraject is een hoge en geheel gesloten afscherming in de vorm van een overdekte buitenruimte in de plannen verwerkt om het geluid in de richting van de Keppelstraat 2 af te schermen. De geluidbelasting die hierna ontstaat is inherent aan de activiteiten. Een verlaging van de geluidbelasting LArLT kan alleen worden bereikt door het verminderen van het gebruik van het terras. Met de huidige opzet van de buitenruimte is het terras nog rendabel te exploiteren. Het halveren van het aantal bezoekers geeft een reductie van 3 dB. Een halvering van het aantal bezoekers leidt tot een niet rendabel plan en kan na realisatie alsnog leiden tot een intensiever gebruik.
Er wordt uitgegaan van 100 bezoekers op het terras waarvan 50% met stemverheffing spreekt. De geluidbelasting op de woningen moet worden getoetst ter plaatse van de gevels. De geluiden die leiden tot een hoge geluidbelasting zijn afkomstig van het terras en dan in de avond- en nachtperiode. Het is niet wenselijk de woningen te voorzien van een geheel gesloten gevel (dove gevel) vanwege een overschrijding van grenswaarden die een enkele keer per week plaats kan vinden. In dit onderzoek wordt daarom een voorstel gedaan om de geluidwering van de gevel zodanig te verhogen dat wordt voldaan aan de volgende voorkeursgrenswaarden in de woningen. 35 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr;LT 45 dB(A) voor het maximaal (piekgeluiden) LAmax Deze aanpak is in lijn met de systematiek van de toekomstige Omgevingswet. Zie ook Omgevingswet (Artikel 5.66 Bkl, lid 2).
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
9
3
Aanpak van het onderzoek Het geluid naar de omgeving bestaat alleen uit stemgeluid vanaf het terras. De geluidbelasting moet worden bepaald nadat het terras in gebruik is zoals gewenst. Er moet een inschatting worden gemaakt van het aantal mensen dat praat, eet of luistert. Daarnaast moet een inschatting worden gemaakt met welk stemniveau wordt gesproken. Al deze veronderstellingen zijn aannames en zijn per definitie voor discussie vatbaar. In bijlage 1 is een notitie opgenomen hoe wordt omgegaan met stemgeluid vanaf een terras. Om neutraliteit over de aannames zeker te stellen is aangesloten bij deze notitie. Voor een nadere onderbouwing van de terrasbezetting en de bronvermogens wordt verwezen naar bijlage 1. De gegevens zijn in een rekenmodel opgenomen conform de HMRI 1999. Met dit rekenmodel kan de geluidbelasting op elk willekeurig punt in de omgeving berekend worden, rekening houdend met de bedrijfsduur, de invloed van afscherming en gebouwen, de invloed van het tussengebied, etc. In de volgende paragrafen wordt meer ingegaan op de uitgangpunten.
3.1
REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE Om het geluid in de richting van de Keppelstraat 2 zoveel als mogelijk te reduceren, zijn verschillende varianten onderzocht. Het meest voor de hand liggend is te werken met een hoog scherm of beperkende maatregelen in de vorm van een beperkt aantal bezoekers. Een beperkt aantal bezoekers is niet wenselijk en naar de toekomst toe biedt dit geen zekerheid als eenmaal de bestemming is aangepast. Een hoog scherm geeft schaduwwerking naar de buren toe en is ook niet wenselijk. In overleg met de architect is een tuinkamer/serre als maatregel voorgesteld. Deze tuinkamer bestaat uit enkel (of dubbel) glas met een geluidwering van minimaal 20 dB. Indien er bezoekers aanwezig zijn dan zullen de ramen van het dak en aan de zijde van de woning op nummer 2 gesloten zijn. Alle deuren aan de zijde van de binnentuin kunnen wel worden geopend. Aan de zijde van Keppelstraat 6 is reeds een overkapping aanwezig. Er zal een optopping worden gerealiseerd dat als scherm zal dienen richting de ramen aan de achterzijde van de Keppelstraat 6. De maatgevende situatie treedt op indien er mensen buiten zitten in het middendeel, plus bezoekers onder de overkapping of in de tuinkamer. Bij een gemiddeld terras wordt volgens bijlage 1 uitgegaan van één bezoeker per 1.4 m2. Het buitenterrein is 140 m2 groot.
In het rekenmodel is, na afronding naar boven, uitgegaan van 100 personen die buiten zitten op het middenterrein. Eventuele bezoekers die binnen aanwezig in de serre geven geen bijdrage aan het totale geluidniveau maar zijn wel in de berekeningen betrokken. De gekozen uitgangspunten geven een representatief beeld van de geluidbelasting die mag worden verwacht bij maximaal 100 bezoekers op het terras. Elke bezoeker spreekt 50% van de tijd. Op het buiten gedeelte van het terras zijn tot uiterlijk 01.00 uur mensen aanwezig.
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
10
4
Toelichting modellering
4.1
BRONVERMOGEN STEMGELUID In dit onderzoek is aangesloten bij de opgegeven waarde in bijlage 1 voor luid spreken van 70 dB(A) per persoon. In bijlage 1-1 is een nadere onderbouwing opgenomen van deze waarde. Piekgeluiden als gevolg van het roepen bedragen circa 100 dB(A). Voor het gemiddeld spectrum voor het stemgeluid van mannen en vrouwen is aangesloten bij het A-gewogen spectrum. In het rekenmodel is een oppervlaktebron opgenomen met een bronvermogen van 70 dB(A). Het terras is circa 140 m2 groot. Dit vertaalt zich volgens bijlage 1-1 in een maximale bezetting van 100 personen op het terras. Uitgegaan wordt van een situatie wanneer 50% van de bezoekers spreekt. De oppervlaktebron is verhoogd met een factor 50 voor 50 sprekende personen door ophoging van 10*log(50 personen) = 17 dB. In het model is een negatieve demping ingevoerd van 17 dB. Op het terrein zijn verspreid bronnen opgenomen in de vorm van een oppervlaktebron. Hierbij liggen ongeveer 30 bronnen verspreid over het terrein met een totaal bronvermogen van 70 dB(A). Met een toeslag van 10 log(50)= 17 dB is het aantal sprekende personen verrekend. Er is een bedrijfsduur toegepast van 50% in de dagperiode (6 uur), 50% in de avondperiode (2 uur) en 50% tussen 23.00 en 01.00 uur (1 uur). De bezettingsgraad wordt verrekend via de bedrijfsduurcorrectie.
4.2
STEMGELUID OPEN DEEL SERRE Het spreken van 50 mensen komt overeen met een bronvermogen van 70 plus 17 = 87 dB(A). Door toepassing van een oppervlaktebron wordt dit bronvermogen evenredig verdeeld over het deel van het terras dat zich in de buitenlucht bevindt. Voor het open deel van de serre is dezelfde aanpak gekozen. Ook hier is een bronvermogen van 87 dB(A) aangehouden en verdeeld over het open vlak van de serre. Deze aanname houdt in dat alle personen in de opening van de serre staan te spreken en de geluidenergie van alle sprekende personen via het open deel van de serre naar buiten gaat. Er is een bedrijfsduur toegepast van 50% in de dagperiode (6 uur), 50% in de avondperiode (2 uur) en 50% tussen 23.00 en 01.00 uur (1 uur). De bezettingsgraad wordt verrekend via de bedrijfsduurcorrectie. In deze aanname is verrekend dat het terras niet altijd 100% vol is. Tijdens het eten zullen mensen minder spreken. Ook zal het terras niet gedurende 07.00 tot 19.00 volledig en voor 100% bezet zijn.
Akoestisch onderzoek – DOCKUMER SLUYS – DOKKUM – 22.080.01 VERSIE 02
11
4.3
STEMGELUID SERRE De serre heeft een afschermende functie. In deze serre kunnen ook 100 personen aanwezig zijn waarbij de serredeuren aan de terraszijde zijn geopend. Met 50 mensen in de serre is het totaal bronvermogen 87 dB(A). Deze waarde is in paragraaf 4.1 onderbouwd. Uitgaande van dit bronvermogen kan het gemiddeld geluidniveau in de serre van 50 sprekende mensen worden bepaald met de relatie: Lp=Lw+10*log(4/A). In de serre zal de nagalmtijd door aankleding van deze ruimte maximaal 2 seconden bedragen anders is het niet prettig verblijven in deze ruimte. Uitgaande van circa 200m3 bedraagt het aantal Sabine (A): A=V/6T = 150/12 =16.7 m2. Het geluidniveau in de ruimte bedraagt dus gemiddeld: 87 minus 10*log(4/16.7) = 87-6.2 dB. Uitgaande van dit geluidniveau is de geluidafstraling van het glazen dak en de glazen gevel van de serre aan de terraszijde in gesloten toestand bepaald. Er is een glasdikte aangehouden van 6mm. Waarschijnlijk zal worden gekozen voor gelaagd glas waarvan de geluidwering hoger ligt. In de volgende tabellen is het opgenomen bronvermogen weergegeven. Glazen dak serre met 6mm glas
4.4
LUCHTBEHANDELING EN WARMTEPOMPEN Op het dak van de uitbouw van blok D wordt een warmtepomp geplaatst. Hierbij is een bronvermogen aangehouden van 65 dB(A) zoals dit door de leverancier is opgegeven. Zie bijlage 1-6. De huidige koelinstallatie (zie bijlage 1-3) blijft bestaan.
4.5
PIEKNIVEAUS Bij luid praten tot roepen is het bronvermogen 30 dB hoger dan normaal spreken en bedraagt het bronvermogen 100 dB. De bronvermogen is tevens representatief voor andere activiteiten zoals bijvoorbeeld het afruimen van de tafels of het rammelen van kopjes en schotels. Er is een afzonderlijk rekenmodel opgesteld voor het bepalen van de piekgeluiden. In dit model is tevens de bevoorrading in de dagperiode vanaf het parkeerterrein aan de Strobossersteeg betrokken. Aangenomen is dat 3x in de dagperiode een palletwagen of een rolcontainer (zie bijlage 1-3 en 1-4) langs de woningen rijdt. In figuur 3-3 is een weergave opgenomen van het rekenmodel voor het bepalen van de piekgeluiden. De bronvermogens zijn verspreid over het gehele terrein waar gasten kunnen zijn.