CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 01 Rapport Verkenning fietspad Súd Ie Arcadis

It Beslút 10 februari 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Fietspad Súd Ie13.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 11/06/2020 09:29:34 CEST ID: 7b2609ca-4444-47b8-9507-ffdd09295bb2 Auth: Scribble

Programmabureau Súd Ie en Wetterfront

Verkenning fietspad Súd Ie C03091.000601 | DEFINITIEF | VERSIE 5.0 | 7 APRIL 2020 ARCADIS LANDSCHAPSARCHITECTUUR & STEDENBOUW

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

COLOFON IN OPDRACHT VAN

Programmabureau Súd Ie en Wetterfront Dokkum

OPGESTELD DOOR

Arjan Thurkow I Projectleider Timo Cents I Landschapsarchitect Floor van Gils I Adviseur Landschap en Cultuurhistorie Herman Bouman I Ecoloog Fred van de Voort I Kostendeskundige Sjors de Greeff I Landschapsontwerper Ferry Streng I Landschapsontwerper

GECONTROLEERD DOOR

Arjan Thurkow I Projectleider John Boon I Hoofd Landschapsarchitectuur & Stedenbouw

VRIJGEGEVEN DOOR

John Boon I Hoofd Landschapsarchitectuur & Stedenbouw Datum: 07 APRIL 2020 Status: definitief, versie 5.0 Projectnummer: C03091.000601

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

INHOUD Inleiding 05 Aanleiding 07 Doel 07 Leeswijzer 07 Gebiedsbeschrijving 09 Landschapsgenese 11 Ruimtelijke analyse 17 Huidig fiets- en wandelroutenetwerk 23 Beschrijving tracévarianten 25 Beschrijving tracévarianten 27 Grondeigendommen en gebruiksfuncties 31 Beoordelingsmethodiek 33 Inleiding 35 Beoordelingsschaal 35 Beoordelingscriteria 35 Beoordeling tracévarianten 37 Inleiding 39 Beoordeling deeltracé 1 39 Beoordeling deeltracé 2 39 Beoordeling deeltracé 3 45

Beoordeling deeltracé 4 Beoordeling deeltracé 5

51 55

Afweging voorkeursvariant Inleiding Afweging voorkeursvariant

59 61 65

Conclusies en aanbevelingen 73 Conclusies 74 Aanbevelingen 75 Bijlagen Bijlage A: Overzichtskaart varianten Bijlage B: Overzichtskaart voorkeursalternatief Bijlage C: Deelgebiedenkaart voorkeursalternatief

INLEIDING

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Referentieontwerp fietspad Súd Ie (Presentatie Startbijeenkomst verkenningsfase Fietspad Súd Ie d.d. 6 november 2019)

6

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

AANLEIDING Met het uitvoeringsprogramma Súd Ie en Wetterfront Dokkum wordt watersportstad Dokkum versterkt en wordt de Súd Ie bevaarbaar gemaakt voor middelgrote motorboten. Binnen dit programma werken de gemeente Noardeast-Fryslân, de provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en andere partijen met elkaar samen om gebiedsopgaven te realiseren, met een belangrijke bijdrage van het Waddenfonds. De aanpak van de Súd Ie kent drie fasen. De eerste twee fasen betroffen het op diepte brengen van het water van de Súd Ie en het ophogen van bruggen. Tegelijkertijd met het bevaarbaar maken van de Súd Ie zijn vispassages aangelegd en zijn de oevers ecologisch verrijkt. In de derde fase worden de volgende deelopgaven voor het buitengebied uitgewerkt: •

Een verhard fietspad als belevingsroute langs de vaarroute Súd Ie, tussen Oostmahorn (Lauwersmeer) en Dokkum. Dit vormt een vitale schakel in het regionale fiets- en wandelroutenetwerk;

•

Waterbelevingsstekjes voor de pleziervaart als ‘eilandjes’ in het water van de Súd Ie;

•

Enkele toeristische overstapplaatsen langs de vaarroute Súd Ie die het aantrekkelijk maken om, via aansluitende paden, de terpdorpen en het landschap te verkennen.

Opdrachtgever voor deze opgaven is het Programmabureau Súd Ie en het werk wordt uitgevoerd in het kader van de samenwerking tussen provincie Fryslân, gemeente NoardeastFryslân en Wetterskip Fryslân. Waddenfondsaanvraag In de Waddenfondsaanvraag fase 3 ‘Verbinding rondom de Súd Ie’ is voor het fietspad een referentieontwerp opgenomen. Deze route volgt zoveel mogelijk de oevers van de Súd Ie, waarbij afwisselend de noordoever of de zuidoever wordt gevolgd. Op het tracé Jouswier – Dokkum wordt ook (deels) gebruik gemaakt van bestaande paden. In de aanvraag is voorzien in de aanleg van circa 8 km nieuw fietspad en circa 4 km op te waarderen

fietspad. Daarnaast maken de inrichting van enkele recreatieve op- en overstapplaatsen langs de vaarroute en de realisatie van (minimaal) twee waterbelevingsstekjes langs de Súd Ie onderdeel uit van de subsidieaanvraag. In het voorliggende rapport zijn deze onderdelen verkend.

DOEL Het doel van deze verkenningsfase is om, in afstemming met direct belanghebbenden en stakeholders, te komen tot een onderbouwd advies voor het voorkeurstracé voor het fietspad langs de Súd Ie. Op basis van dit advies zal het voorkeurstracé worden vastgesteld door de stuurgroep, college van burgemeester en wethouders en vervolgens de gemeenteraad. Dit besluit geldt als uitgangspunt voor het latere formeel op te pakken traject. Daarbij dienen eerst de kansrijke varianten voor het tracé voor het fietspad in beeld gebracht te worden en vervolgens beoordeeld te worden aan de hand van een integraal afwegingskader.

LEESWIJZER Deze verkenning begint met een beschrijving van het plangebied. Hier wordt ingegaan op de ontstaanswijze van het landschap en wordt een analyse gemaakt van de in het gebied aanwezige natuur- en cultuurhistorische waarden en de huidige recreatieve structuren. Daarna worden de verschillende varianten nader beschreven. Vervolgens wordt de beoordelingsmethodiek toegelicht en worden de varianten beoordeeld. Tevens wordt gekeken naar de grondeigendommen en de bereidheid mee te werken. Op basis hiervan volgt een afweging en onderbouwing van het voorkeursalternatief. Tot slot worden conclusies getrokken en aanbevelingen gegeven voor vervolgonderzoek en verdere uitwerking in de vervolgfase(n).

7

GEBIEDSBESCHRIJVING

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Ezumazijl

Locatie Sud

d

Ie

ti

ca

Lo

u eS

Ie

Dokkumer Ee

geomorfologische kaart van Nederland met daarop de zeedijken en vaarwegen Súd Ie en Dokkumer Ie (bron: Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000)

10

Lauwersmeer

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

LANDSCHAPSGENESE Tienduizend jaar gelegen kwam er een einde aan de laatste ijstijd. Door het smelten van landijs steeg de zeespiegel en daarmee ook het grondwaterpeil. Langs de kustlijn ontstonden uitgestrekte moerassen waarin veenvorming plaatsvond. Naarmate de zeespiegel hoger kwam te liggen, werd de verdere veenvorming in de kustzone door het zoute water en afzetting van klei belemmerd. Verder landinwaarts breidde het veenmoeras nog wel verder uit. Tijdens het Holoceen kreeg de zee grote invloed op de vorming van het landschap in noordoost Friesland, ook dieper landinwaarts. Vanaf ongeveer 1000 voor Christus werd daardoor over het gehele gebied een laag klei afgezet. Dit kwelderlandschap werd doorsneden door talloze getijdekreken die door de eb- en vloedwerking een dynamisch karakter hadden. Het zeekleilandschap dat zo ontstond, werd begrensd door grote estuaria waaronder het estuarium van de Lauwers (het huidige Lauwersmeer). De zee drong, via de Lauwers, de Oude Ried en de Dokkumer Ee en haar zijkreken, diep het land binnen. Bij vloed werd klei afgezet op de kwelders en meer zandig materiaal langs de kreken. Op de bodem van de kreekgeulen zelf bezonken de zwaardere zandkorrels. Bij eb voerden de kreken het overtollige water van de kwelders weer af. Ook langs de huidige Súd Ie ontstonden zo stroken die bestonden uit lichte klei of zavel (mengsel van klei en zand).

Legenda Kwelderwal

Terp/hoogwatervluchtplaats

Kweldervlakte

Vlakgegraven

Erosiegeul

Water

Getij/riviermondrug

Stad

Bewoningsgeschiedenis De eerste bewoners vestigden zich op de hoge (en daardoor droge) zandige gronden. In droge periodes en ook om landbouw mogelijk te maken, werd de klei ontwaterd. Daardoor ging de bodem inklinken. De zandige oude kreken en hun oevers klonken echter veel minder in dan de kweldervlaktes. Als gevolg hiervan kwamen de kreekbeddingen als kwelderwallen hoger in het landschap te liggen (inversie). Na verloop van tijd nam het aantal overstromingen als gevolg van het stijgen van de zeespiegel toe. Hierdoor zag men zich genoodzaakt woonplaatsen op te hogen. Vanaf circa 500 voor Christus ontstonden dan ook de eerste terpen of wierden in het gebied, waarvan sommigen zich uiteindelijk ontwikkelden tot terpdorpen. De benaming ‘wier(de)’ duidt dan ook op een kunstmatig opgehoogde woonplaats (bijvoorbeeld Metslawier en Jouswier). De ligging van de terpen geeft in de meeste gevallen een goede indicatie van de ligging van de kwelderwallen. Dit waren immers al de hoogste delen in het landschap en daarmee waren deze plekken bij uitstek geschikt voor bewoning. Bedijkingen De zeewering aan de westkant van het huidige Lauwersmeer dateert uit de elfde eeuw. Onderdeel van deze oorspronkelijke zeewering waren de dam in de Súd Ie en de dijken langs de Dokkumer Ie. De uitwateringssluizen (of zijlen) waren van groot belang voor de afwatering van het gebied.

Zoutwinning In de Middeleeuwen werd op grote schaal veen afgegraven voor de zoutwinning. Door de zoute veenlagen in de bodem uit te graven, vervolgens te verbranden en de as uit te koken, werd het zout uit de bodem gewonnen. De percelen kwamen hierdoor lager te liggen. In het natuurgebied De Anjumer Kolken en Jouswierpolder zijn op deze wijze grote oppervlaktes veen afgegraven. Deze gebieden zijn vandaag de dag duidelijk in het landschap te herkennen door hun uitgestrektheid en lagere ligging. 11

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Anjum

Anjum

Metslawier

Wetsens

Metslawier

Ie ud S ie at Jouswier oc

d

Wetsens

L

Aalsum

u eS

ti

ca

Lo

Ie Jouswier

Aalsum

Oostrum

Ee

Oostrum

Dokkum

Ee

Dokkum

1500 v. Chr. Het gebied wordt gekenmerkt door veenvorming

500 v. Chr. Zeearmen (Peasenssysteem) en kreken breken door de veenrug en zetten klei en zand af

Anjum

Anjum

Metslawier

Ie d Su it e Jouswier ca

Wetsens Aalsum

Metslawier

Wetsens

Lo

Aalsum

Oostrum

Ee

Dokkum 100 n. Chr. In het dynamische kwelderlandschap ontstaan nieuwe watersystemen (Lauwerszeesysteem)

12

Lo

ca

tie

d

Su

Ie Jouswier

Oostrum

Ee

Dokkum 800 n. Chr. Er ontstaan nieuwe kwelders en kwelderruggen, de zeearmen strekken verder landinwaarts

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Anjum

Anjum

Metslawier

Wetsens

Metslawier

Ie ud S ie at Jouswier oc

d

Wetsens

L

Aalsum

u eS

ti

ca

Lo

Ie

Jouswier

Aalsum

Oostrum

Ee

Oostrum

Dokkum

Ee

Dokkum

1000 n. Chr. De Súd Ie ontstaat als zeeslenk, veel terpen groeien uit tot dorp of stad

1500 n. Chr. De zeewering langs de Lauwerszee zorgt voor verminderde invloed van de zee

Anjum

Anjum

Metslawier

Metslawier

Ie

Wetsens Aalsum

d Su ie Jouswier

Wetsens

t ca

Lo

Oostrum

Aalsum

Ee

Dokkum 1850 n. Chr. Tot ver in de 19e eeuw vormen waterwegen de belangrijkste transportroutes

ie

Lo

t ca

d

Su

Lauwersmeer

Ie

Jouswier

Oostrum

Ee

Dokkum

Dokkumer Ee 2000 n. Chr. Het huidige zeekleilandschap (bron: Atlas van Nederland in het Holoceen, 2018)

13

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Nieuw te maken sluis Oostmahorn

(gebied buiten scope voor deze studie)

Vaarverbinding Súd Ie - Esonstad

(gebied buiten scope voor deze studie)

Súd Ie

Súd Ie

d

Sú

Ie

Súd Ie

Dokkumer Ee

Luchtfoto: de hoger gelegen kwelderwallen zijn in gebruik als akkerland en de lager gelegen kweldervlakten als grasland

14

Lauwersmeer

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Vaarverbinding Sus Ie - ezonstad (buiten scope)

Locatie Sud

Ie

Lauwersmeer

d

Ie

i

at

c Lo

u eS

Dokkumer Ee

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN): de natuurgebieden Jouswierpolder en Anjumer Kolken zijn herkenbaar als laaggelegen gebieden als gevolg van de zoutwinning

15

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Súd Ie

Súd Ie

d

Sú

Ie

Súd Ie

Dokkumer Ee

Bodemkaart van Nederland: de knippige poldervaaggronden, ontwikkeld in opgevulde erosiegeulen, liggen als gevolg van klink nu als flauwe ruggen in het landschap (BRO Bodemkaart van Nederland 1:50.000)

16

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

RUIMTELIJKE ANALYSE Bodem Op de Bodemkaart worden alle gronden die in plangebied worden aangetroffen, gerekend tot de ‘zeekleigronden’. Deze zijn in het Holoceen gevormd door getijdenafzettingen (zie ook: Landschapsgenese). Het plangebied wordt gerekend tot het ‘jonge zeekleilandschap’. Vrijwel alle jonge zeekleigronden bestaan uit poldervaaggronden. Kwelderwallen Op de jongste kwelderwallen liggen kalkrijke poldervaaggronden. Op de oudere kwelderwallen komen kalkarme poldervaaggronden voor. De terpen liggen veelal op de kwelderwallen.

Erosiegeulen In Friesland zijn als gevolg van zeeinbraken, gedurende de 9e tot 12e eeuw, erosiegeulen ontstaan die vervolgens weer zijn dichtgeslibd met klei. In deze opgevulde erosiegeulen zijn zogenaamde ‘knippige’ poldervaaggronden ontwikkeld. Knippigheid wijst hierbij op de matige drainage van het bodemprofiel. Landbouwkundig gezien zijn deze gronden dan ook minder geschikt. In natte periodes treedt wateroverlast op doordat de overtollige hoeveelheid neerslag niet snel kan wegzakken in de bodem. Drechtvaaggronden bestaan uit zware klei op veen. Door de slechte ontwateringstoestand zijn deze gronden in gebruik als grasland. Nesvaaggronden bestaan uit klei op een slappe (vaak venige) ondergrond.

Legenda Lichte zavel, kalkarme poldervaaggronden Zware zavel/knippige poldervaaggronden Klei/knippige poldervaaggronden Klei/knippige poldervaaggroden Klei, kalkarme nesvaaggronden Zware klei, drechtvaaggronden Lichte zavel, kalkrijke poldervaaggronden Koopveen/zeggeveen/rietzeggeveen Lichte zavel/kalkrijke nesvaaggronden Zware klei, knippoldervaaggronden Terp Locatie Súd Ie

17

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Oosternijkerk

Anjum Morra

Niawier Metslawier

Eanjumer Kolken Jouswier

Wetsens

Jouswierpolder Aalsum

Oostrum

Ee

Dokkum

Landschappelijke- en cultuurhistorische structuren (bron: Cultuurhistorische kaart Fryslân, Historische topografische kaart 1850 en Rapport DK nr. 2009/dk 116-B, landschappelijke onderlegger Grontmij 18-10-2010)

18

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Landschap De Súd Ie loopt door het (zee)kleigebied van Oostergo. Het gebied bestaat uit een serie parallelle kwelderwallen met daarachter lager gelegen kweldervlakten. De kwelderwallen zijn te herkennen doordat op deze hoger gelegen delen reeksen terpdorpen voorkomen. De verkavelingsstructuur in het gebied (blokverkaveling) staat haaks op de kwelderwallen. Het grondgebruik op de kwelderwal bestaat veelal uit akkerbouw terwijl de lagergelegen kweldervlakte in gebruik is als grasland. Veel paden en wegen in de lager gelegen delen (insteekwegen) lopen dood of zijn later doorgetrokken als ruilverkavelingswegen. Vroeger was het waterwegennet van opvaarten en miedvaarten belangrijk. Het vormde vaak de enige ontsluiting van boerderijen en dorpen. Behalve wegbeplanting en verspreid voorkomende erfbeplanting bij dorpen en boerderijen is er weinig opgaand groen in het plangebied. Kenmerkend is de grootschalige openheid. De Súd Ie is deels gekanaliseerd. Op enkele plaatsen langs de provinciale weg is de van oorsprong meanderende rivier rechtgetrokken ten behoeve van de scheepvaart.

Legenda Oude kavelstructuren

Hooidam

Historische opvaart

Oeverwal

Kreek als opvaart

Zoutontginning

Kreek

Verdedigingswerk

Oude loop Súd Ie

Oude wegen

Gekanaliseerd

Oude verdwenen paden

Terp

Verdwenen landwegen (reed)

Cultuurhistorie In het landschap zijn nog veel cultuurhistorische waarden terug te vinden. De belangrijkste cultuurhistorische structuur in het huidige landschap is een reeks terpdorpen (Anjum, Jouswier, Oostrum, Ee, Morra, Lioessens, Oostmahorn en Metslawier). Deze terpdorpen kenmerken zich door de hoger gelegen positie in het landschap en de aanwezigheid van een kerk. De dorpen hebben een karakteristieke ronde opbouw. Naast de terpdorpen zijn er ook verhoogde boerderijplaatsen. Om deze dorpen en boerderijen te bereiken, zijn op verschillende plekken opvaarten gegraven. Kenmerkend is het stelsel van opvaarten vanuit de Súd Ie (oude zeeslenk). De opvaarten zijn meestal te herkennen als rechte lijnen in het landschap maar soms zijn ook oude kreken gebruikt. In het gebied liggen veel waardevolle historische elementen. Nabij de Súd Ie zijn vooral de volgende elementen noemenswaardig: • De doorgaande zeedijk rond Oostergo (uit de 11e eeuw); • Het gemaal Dongerdielen, gemaal Tibster Ryd en gemaal De Kolk Anjum; • De Sluis Ezumazijl (Rijksmonument); • de Petruskerk in Jouswier (Rijksmonument); • Twee ‘Van Asperen Eendenkooien’ in de Anjumer Kolken. Als gevolg van ruilverkavelingen zijn, in het stroomgebied van de Súd Ie, routes verdwenen en nieuwe routestructuren juist ontstaan.

Zo is in een eerdere ruilverkaveling bijvoorbeeld een nieuwe weg aangelegd met de Wite Brêge en in een nog vrij recente ruilverkaveling de brug tussen Ee en Metslawier en de Saatsenwei. Ook is een onverhard recreatief voetpad tot stand gekomen vanaf het dorpsbos bij Ezumazijl tot aan een recreatieplek bij de Wite Brêge. Veel oude paden en de zogeheten “reed” (een eenvoudig onverharde of met puin verharde landweg) zijn verdwenen of veranderd in verharde wegen. De kaart laat duidelijk zien dat het historische wegennet zich concentreert op de hoger gelegen delen in het landschap (kwelderwallen). In de lagere, nattere delen zijn veel paden doodlopend. 19

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Tureluur

Koolmees

Grutto

Krakeend

Kievit

Kuifeend

Scholekster

Meerkoet

Verdwenen Tureluur Verdwenen Grutto Verdwenen Kievit Verdwenen Scholekster Boerenzwaluw

Pimpelmees

Gele Kwikstaart Graspieper Grauwe Gans Kleine Plevier Kluut

Putter Ganzenfoerageergebied

Rietzanger Metslawier

Slobeend

Natuurgebied Bochtjesplaat

Vistrap

Torenvalk Vistrap

Veldleeuwerik Waterhoen

Natuurgebied Eanjumer Kolken

Vistrap

Wilde Eend

Jouswier

Van Asperen eendenkooi

Van Asperen eendenkooi

Witte Kwikstaart

Natuurgebied Ezumakeeg

Zomertaling

Knobbelzwaan

* Telgegevens broedvogels. BondFrieseVogelWachten, levering monitoringgegevens. (2020)

Natuurgebied Jouswierpolder

Ganzenfoerageergebied Tibma

Eendenkooi Ald Terp

Ganzenfoerageergebied

Oostrum Brânbuorren

Dokkum

Natuurgebieden (NNN, natura 2000, Natuur buiten EHS), Weidevogelkansgebieden en Ganzenfoerageergebied (Natuur overzichtskaart Provincie Fryslân, 2019, Broedvogelparen volgens BondFrieseVogelWacht, 2020)

20

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Natuur I Nationaal beleid Rondom de Súd Ie zijn verschillende natuurgebieden aanwezig. Het Lauwersmeergebied is aangewezen als Natura 2000-gebied onder de Vogelrichtlijn vanwege het belang als broedgebied voor broedvogels van rietmoerassen en rietruigtes en de grauwe kiekendief. Ook buiten de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) - het huidige Natuur Netwerk Nederland (NNN) - zijn natuurgebieden en landschapselementen te vinden, waaronder het natuurgebied Eanjumer Kolken ( Natuur buiten EHS) en het natuurgebied Jouswierpolder (Natuur buiten EHS). Bij aantasting van deze natuur moet worden gecompenseerd. Dit moet in het vervolgtraject verder onderzocht worden. KRW-waterlichaam; De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de bescherming van water en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een ‘goede toestand’ hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. De Súd Ie heeft vanaf de Jaarlasloot tot aan Ezumazijl de status van KRW-waterlichaam. Natuur I Provinciaal beleid Ganzenfoerageergebied; In de provincie Friesland zijn ganzenfoerageergebieden ingesteld. Dit zijn gebieden waar ganzen vrij mogen neerstrijken om te rusten en te eten. Er zijn algemene en soortspecifieke foerageergebieden. In de algemene gebieden worden ganzen van 1 november tot en met 31 maart opgevangen.

In de soortspecifieke gebieden loopt dit van 1 november tot en met 30 april en soms tot 31 mei. Dit is een regeling tussen grondeigenaren en provincie. Legenda Natura2000 gebied

Vispassage

Natuurgebied buiten EHS

Omvormen plas dras*

Natuurgebied NNN

Omvormen* naar struweel

Ganzenfoerageergebied Weidevogelkansgebied

* Omvormen beplanting uit: kaart waterverbinding tussen Dokkum en Waddenzee, fase 1. (2011)

Bij aantasting van deze regeling moet dit worden gecompenseerd. Dit moet in het vervolgtraject verder onderzocht worden. Weidevogelkansgebied; Delen van het gebied zijn aangewezen door de provincie Friesland als weidevogelkansgebied. Dit zijn ruime zoekgebieden waarbinnen de weidevogelkerngebieden geselecteerd en ontwikkeld worden. De provincie legt het initiatief om binnen weidevogelkansgebieden tot weidevogelkerngebieden te komen bij de betrokken partijen in het gebied. Of hier effecten optreden die leiden tot compensatie zal verder moeten worden uitgezocht met de provincie. De compensatie heeft een eigen beleidsmatig afwegingskader. Het compensatiebedrag is op een normbedrag gebaseerd. Het bedrag stort de gemeente in het provinciale weidevogelfonds. Bij voorkeur wordt het compensatiebedrag ingezet voor herstel van de aantasting van het betreffende kerngebied of de parel. Een herbegrenzing van het gebied kan hierbij aan de orde zijn. In de ‘Regeling weidevogelcompensatie’ is dit verder uitgewerkt. Natuur I Soortenbescherming Langs de Súd Ie komen onder andere de volgende beschermde soorten voor die gebruik maken van de Súd Ie als leefgebied, foerageergebied of ter navigatie: • Meervleermuis. Voor deze soort vormt de Súd Ie een belangrijk foerageergebied. Deze soort is gevoelig voor licht (er komt overigens geen verlichting langs het fietspad). • Waterspitsmuis.

Deze gebruikt de oeverzone van uiteenlopende wateren. Een belangrijke randvoorwaarde is helder water. Wanneer een afstand van ca. 5m uit de rand van het water wordt gehanteerd, wordt de oeverzone en dus het foerageergebied van de waterspitsmuis ontzien. Het fietspad zal daardoor het leefgebied van de waterspitsmuis niet beïnvloeden. • Otter. Op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen bekend van de otter in de Súd Ie op het hele traject vanaf het Lauwersmeer tot aan Dokkum. Bij de verdere ontwikkeling van het fietspad moet hiermee rekening gehouden worden. Natuur I Natuurontwikkeling Vismigratie; Door de aanleg van dijken, sluizen en gemalen zijn hindernissen ontstaan waardoor vissen de Súd Ie niet meer kunnen bereiken. Om vismigratie weer mogelijk te maken worden vispassages aangelegd. Zo zijn van de Súd Ie naar het natuurgebied Eanjumer Kolken en van het Jellegat naar de Jaarlasloot vispassages aangelegd om migratie van de driedoornige stekelbaars en geslachtsrijpe paling mogelijk te maken. Omvormen opgaande beplanting; In het rapport van Grontmij (28-10-2010), in opdracht van de gemeente, is het advies gegeven om opgaande beplanting die is toegevoegd tijdens de ruilverkavelingsperiode om te vormen tot plas, dras of om te vormen naar struweel. 21

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Anjum Buttema state Kerk 13e eeuw

Old Huystra state

Anjumer molen

Kerk 19e eeuw Stiem

Kerk 15e eeuw Metslawier

Marrekrite Parkeerplaats

Waterloop Súd Ie Terpdorp Jouswier

Kerk 13e eeuw

l ng ssi mi

Wetsens Parkeerplaats Ankerplaats Boothelling Vissteigers

Kerk 13e eeuw

ink

j

47

Stiem

Eanjumer Kolken

Ald Terp

Mellema state Kerk 13e eeuw Oostrum

m

Historische sluis Noorderverlaat Historische sluis Oosterverlaat in de Súd Ie

kd lin

m ku ok

u str oo nk

sing mis

Van Asperen eendenkooi

Van Asperen eendenkooi

r ie sw Kerk 15e eeuw u o

Tibma

li ng

Vissteigers

en kolk

Jouswierpolder si mis

Vissteigers

k missing lin

Marrekrite

Aalsum

Waterloop Súd Ie

Vissteiger

Kerk 13e eeuw Ee Vlasmuseum

Kerk 14e eeuw Museum Het Admiraliteitshuis

Dokkum Zeldenrust

Nieuwe fietsbrug

Rijksmonument Steenfabriek Oostrum

De hoop Kerk 18e eeuw

Het huidige fiets- en wandelroutenetwerk met landschappelijke- en cultuurhistorisch waardevolle plekken, in roze aangegeven de “missing links”

22

Rijksmonumentale sluis, brug en gemaal

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

HET HUIDIGE FIETS- EN WANDELROUTENETWERK Het huidige fietsnetwerk bestaat uit routes over bestaande wegen. Periodiek maakt ook zwaar landbouwverkeer gebruik van deze wegen. In de praktijk is dit voor fietsers niet altijd optimaal, zowel in het gebruik (veiligheid) als de beleving. In het huidige fiets- en wandelroutenetwerk zijn duidelijk “missing links” te ontdekken; ontbrekende verbindingen tussen twee knooppunten of naar bezienswaardige plekken. In de huidige situatie vormen relatief veel fietsroutes noordzuidverbindingen tussen de dorpen, haaks op de Súd Ie. Aantrekkelijke oost-westverbindingen zijn schaarser. In de Jouswierpolder, tussen Jouswier en Oostrum, liggen bijvoorbeeld enkele doodlopende wegen waardoor hier nu geen verbinding is. Ook ten noorden van de Eanjumerkolken is er geen oostwest fietsverbinding (tussen knooppunt 47 en knooppunt 13). Door het ontbreken van deze verbindingen zijn er minder mogelijkheden voor (kortere) fiets- of wandelrondjes.

De huidige fiets- en wandelroutes zijn ook niet altijd even afwisselend en ontsluiten niet of nauwelijks de bestaande landschappelijke parels (zowel cultuur- als natuurlandschap) en cultuurhistorisch gezien waardevolle plekken; het ontbreekt aan een belevingsroute langs de Súd Ie. Het huidige fietsnetwerk heeft weinig interactie met de recreatievaart. Waterrecreanten worden daardoor nauwelijks verleid het gebied per (vouw)fiets te verkennen. Dit heeft uiteraard ook een economische kant; ze geven ook niet of nauwelijks geld uit in de dorpen. Op een hoger schaalniveau ontbreekt een aantrekkelijke fietsverbinding tussen de stad Dokkum en het natuurgebied Lauwersmeer / vakantiepark Esonstad (inclusief de koppeling met het ‘Rondje Lauwersmeer’).

Legenda Terpdorp Mogelijke recreatieve verbinding Fietsknooppuntroute dijkroute Fietsknooppuntenroute Natuurgebied buiten EHS Natuurgebied NNN Bestaand onverhard wandelpad

23

BESCHRIJVING TRACÉVARIANTEN

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Oosternijkerk Anjum Morra

61

Tracédeel 2 3

Tracédeel 1 2

N3

Tracédeel 3 4 Niawier

47 3b

Metslawier Huiskavel Marrekrite aanlegplaats

4a Wetsens

4

Ankerplaats Boothelling Vissteiger

op

o terl Wa

Súd

Huiskavel

5b Oostrum

eel

26

2 Ezumazijl 2a

Eanjumer Kolken Jouswier

4b

Tracéd 5

Overzichtskaart tracévarianten

2b

Marrekrite aanlegplaats vissteiger en parkeerplaats

3a

Jouswierpolder

Ie

5a

Dokkum

Waterloop Súd Ie

eel Tracéd 5 4

Aalsum

3

Ee

Tracédeel 1

1

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

BESCHRIJVING TRACÉVARIANTEN Op basis van de ruimtelijke analyse en de analyse van het bestaande fiets- en wandelnetwerk is geconstateerd dat er “missing links” in het recreatieve routenetwerk zijn. Door het oplossen van deze “missing links” ontstaat een aantrekkelijke recreatieve verbinding tussen Dokkum en het Lauwersmeer/ Vakantiepark Esonstad. Om dit tot stand te brengen, moeten er nieuwe (oost-west)verbindingen komen tussen Ezumazijl en Jouswier enerzijds en tussen Jouswier en Dokkum anderzijds. Belangrijk is daarbij dat het fietspad Súd Ie een toevoeging is aan het bestaande netwerk, de beleving van het gebied vergroot en bovendien kan rekenen op een zo groot mogelijk draagvlak.

Binnen deze verkenning is een groot aantal mogelijke routes en tracévarianten bekeken. Op basis van onder meer (technische en financiële) haalbaarheid, doelrealisatie en de aansluiting op bestaande routes is binnen de projectgroep een keuze gemaakt welke tracévarianten kansrijk zijn en nader onderzocht worden. Daarbij zijn ook het bij de Waddenfondsaanvraag ingediende referentietracé en de door stakeholders uit het gebied aangedragen alternatieve routes betrokken. Bij deze eerste trechtering zijn twee tracévarianten afgevallen die nadere toelichting behoeven. De eerste is een mogelijke noordelijke route langs de N361 (Lauwersseewei). Deze is niet meegenomen in verband met de verkeersveiligheid en het feit dat door deze drukke autoweg de gewenste beleving niet gerealiseerd kan worden. De tweede is een variant langs de zuidoever van de Súd Ie, net ten oosten van Dokkum. In de ontwikkeling van de Centrale As is destijds namelijk geen rekening gehouden met een fietstunnel onder de N361 waardoor deze variant op voorhand financieel gezien niet haalbaar is. In deze verkenning worden vijf deeltracés onderscheiden. Voor de meeste deeltracés zijn verschillende tracévarianten uitgewerkt.

Legenda Fietsroute

deeltracé

verbinding

tracévarianten

Fietsroute bestaande weg

1

Ezumazijl-Saatsenwei

1

Fietsroute potentieel

2

Saatsenwei-Kriensenswei

2, 2a en 2b

Op te waarderen fietsroute

3

Kriensenswei-Reidswâl

3, 3a en 3b

Vaarverbinding

4

Reidswâl-Mellemawei/Tichelwei 4, 4a en 4b

Huidige fietsknooppuntenroute

5

Mellemawei/TichelweiOostrum/Dokkumer Grutdjip

Fietsknooppunt

5a en 5b

Marrekrite aanlegplaats Terp Huiskavel *

Natuurgebied NNN

Natuur buiten EHS

Natura 2000 gebied

* Een huiskavel is de kavel waarop de bedrijfsgebouwen staan met aaneengesloten landbouwkundige percelen. Deze kavel kent geen doorsnijdingen van wegen of grote wateren.

27

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Uitgangspunten fietspad: •

Bij een vrijliggend fietspad wordt uitgegaan van een 2m breed betonnen pad. Dit is volgens de ASVV richtlijnen de juiste breedte voor een landelijk fietspad waar fietsers elkaar kunnen passeren.

•

In het kader van beheer is gekozen voor het materiaal beton. Beton kent een lagere beheerslast dan bijvoorbeeld schelpen. Dit uitgangspunt is meegegeven door de gemeente.

•

Alle dijklichamen langs de Súd Ie hebben de status ‘lokale waterkering’. Het beleid van het waterschap is om recreatief medegebruik van lokale waterkeringen onder voorwaarden toe te staan. Dit zal na deze verkenning verder vorm moeten worden gegeven.

•

In deze verkenning wordt er van uitgegaan dat langs elk nieuw, vrijliggend fietspad een kavelsloot/teensloot komt te liggen. Dit belemmert het betreden van agrarische gronden door recreanten of bijvoorbeeld honden. Het waterschap heeft aangegeven er de voorkeur aan te geven dit niet te doen langs lokale waterkeringen waar nu ook geen kavelsloot/teensloot langs ligt. Dit is een aandachtspunt voor het vervolg.

•

Het fietspad is het gehele jaar open en heeft geen verlichtingsmasten.

2m betonpad lokale waterkering

Súd Ie

principeprofiel fietspad in landelijk gebied

28

bestaande of te onderzoeken kavelsloot/teensloot

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

DEELTRACÉ 1 (EZUMAZIJL-SAATSENWEI) Deeltracé 1 begint circa 300 meter ten zuiden van de Ezumazijl en loopt vanaf de Esonbuorren via het bestaande wandelpad Kostverloren door het dorpsbosje (Staatsbosbeheer) en over de zuidoever van de Súd Ie, tot aan de Saatsenwei. Voor dit deeltracé zijn geen varianten onderscheiden.

Tevens moet hier een nieuwe sloot worden aangelegd om ongewenste toegang tot de agrarische percelen te belemmeren. Omdat de gronden hier vrij hoog liggen, zijn relatief lange taluds nodig om voldoende breed water te krijgen. Variant 3a loopt over de zuidoever van de Súd Ie. Ook deze variant kruist relatief veel watergangen waar duikers of bruggen aangelegd moeten worden. Variant 3b, ten slotte, loopt over bestaande wegen (Kriensenswei, Weardwei en Keechsdyk). Deze wegen maken in de huidige situatie ook al deel uit van het fietsknooppuntennetwerk.

DEELTRACÉ 2 (SAATSENWEI-KRIENSENSWEI)

DEELTRACÉ 4 (REIDSWÂL-MELLEMAWEI/TICHELWEI)

Deeltracé 2, van de Saatsenwei naar de Kriensenswei, kent drie varianten (2, 2a en 2b). Variant 2 volgt de noordelijke oever van de Súd Ie, langs de Kolken-Noord. Het fietspad loopt hier over het kruinige dijkje dat in eigendom is van It Fryske Gea. In verband met achterstallig onderhoud en bodemdaling is hier een combinatie mogelijk met herstel van de lokale waterkering. Deze moet daarbij verbreed worden, ook omdat de huidige lokale waterkering te smal is om er een fietspad van 2,0 meter breed op te leggen. Om te belemmeren dat recreanten of bijvoorbeeld honden de agrarische gronden betreden wordt langs de verbrede waterkering een nieuwe teensloot gegraven. Variant 2a loopt langs het natuurgebied Eanjumer Kolken en volgt daarbij de zuidoever van de Súd Ie. Het fietspad ligt hier op een recent versterkte lokale waterkering die al voldoende breed is. Wel moet hier deels een nieuwe teensloot als afscherming gemaakt worden. Variant 2b loopt over enkele bestaande wegen ten noorden van de Sú Ie (Saatsenwei, Monnikhústerwei en Brede Koaiwei).

Deeltracé 4 loopt vanaf het buurtschap Reidswâl (Humaldawei) naar de Mellemawei/Tichelwei. Ook voor dit deeltracé worden drie varianten onderscheiden (4, 4a en 4b). Variant 4 volgt de zuidoever van de Súd Ie. Daarbij kruist het tracé relatief veel watergangen waar duikers of bruggen aangelegd moeten worden. Een nieuw te graven sloot voorkomt ongewenste betreding van de aangrenzende landbouwgronden. Variant 4a loopt langs het terpdorp Jouswier; het eerste stuk over de bestaande weg (Bergsmawei). Waar deze weg smaller wordt, komt in deze variant een vrijliggend fietspad parallel aan de Bergsmawei te liggen. Deze buigt op een gegeven ogenblik af in noordelijke richting. Het pad gaat dan dwars door de weilanden naar de zuidoever van de Súd Ie en takt daar aan op variant 4. Er zijn verschillende opties voor deze doorsteek. De meest logische, gezien de reeds bestaande dammen, is nu gekozen. In het vervolg van het project kan hier uiteraard, om moverende redenen, een andere keuze gemaakt worden. Het verdere verloop in westelijke richting gaat over de lokale waterkering als beschreven bij variant 4. In variant 4b loopt de route eerst als vrijliggend fietspad, parallel aan de bestaande weg (Bergsmawei) en langs de noordzijde van het natuurgebied Jouswierpolder. Waar de Bergsmawei doodloopt, gaat deze variant verder als vrijliggend fietspad door de weilanden richting de Mellemawei.

Het pad volgt daarbij zoveel mogelijk bestaande sloten waardoor slechts aan één zijde een nieuwe sloot gegraven hoeft te worden (ter voorkoming van ongewenste betreding van de weilanden).

DEELTRACÉ 3 (KRIENSENSWEI-REIDSWÂL)

DEELTRACÉ 5 (MELLEMAWEI/TICHELWEI-OOSTRUM/DOKKUMER GRUTDJIP)

Deeltracé 3 loopt van de Kriensenswei tot aan het buurtschap Reidswâl (Humaldawei). Het fietspad doorkruist hier een hogere kwelderwal en het landschap wordt gekenmerkt door een grote openheid. Voor dit deeltracé worden wederom drie verschillende varianten onderscheiden (3, 3a en 3b). Variant 3 volgt de noordoever van de Súd Ie. Deze route kruist een flink aantal watergangen waar duikers of bruggen aangelegd moeten worden.

Deeltracé 5 vormt de aansluiting op het bestaande fietsknooppuntennetwerk en kent twee onderdelen die complementair zijn aan elkaar (5a en 5b). Onderdeel 5a loopt grotendeels over de bestaande Tichelwei. Alleen de verbinding tussen de Súd Ie en de plek waar de Tichelwei doodloopt is nieuw te maken. Deze route sluit aan op het fietsknooppuntennetwerk langs het Dokkumer Grutdjip. Onderdeel 5b loopt grotendeels over de bestaande Mellemawei. Bij Tilbuorren wordt de route om het buurtschap gelegd vanwege de privacy van de bewoners en hun bedrijfsvoering. De route sluit net ten westen van Oostrum aan op het bestaande fietsknooppuntennetwerk. 29

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Oosternijkerk

Anjum Morra

2b 3b

Metslawier

2 Ezumazijl

3

2a 3a

4a

Jouswier

4

Wetsens

4b

Aalsum

5b

5a

Oostrum

Dokkum

Overzichtskaart grondeigenaren en draagvlak voor de fietsverbinding van (agrarische) grondeigenaren en gebruikers

30

Ee

1

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

GRONDEIGENDOMMEN Voor de realisatie van een aantal tracévarianten moet grond aangekocht worden. Daarom zijn de huidige grondeigendommen geïnventariseerd. Daarnaast zijn keukentafelgesprekken gevoerd met de grondeigenaren en gebruikers langs de tracés om zodoende een beeld te krijgen van het draagvlak bij hen. Op basis van deze oriënterende gesprekken is onderstaand overzicht gemaakt. Deeltracé 1 Voor deeltracé 1 is voldoende draagvlak aanwezig. Het tracé loopt over een reeds versterkte lokale waterkering die in eigendom is van de gemeente Noardeast-Fryslân. Deeltracé 2 Voor deeltracé 2 zijn drie varianten onderscheiden. Variant 2 loopt over de lokale waterkering aan de noordzijde van de Súd Ie. Deze is in eigendom bij It Fryske Gea. Hier is de aankoop van een strook van circa zes meter (exacte metrages worden na deze verkenning uitgewerkt) agrarische grond noodzakelijk. Hier ligt bovendien mogelijk nog een ontwerpopgave om de lokale waterkering te versterken. Het waterschap is dit aan het onderzoeken. Deze gronden zijn in eigendom van verschillende grondeigenaren. Bij de agrarische grondeigenaren is onvoldoende draagvlak voor de realisatie van deze variant 2. Bij It Fryske Gea is wel draagvlak voor deze variant. Variant 2a loopt over de lokale waterkering aan de zuidzijde van de Súd Ie. Deze gronden zijn eigendom van It Fryske Gea.

Bij deze organisatie is onvoldoende draagvlak voor deze variant. Variant 2b loopt grotendeels over bestaande wegen. Hier is draagvlak daardoor geen issue.

Deeltracé 3 Voor deeltracé 3 zijn ook drie varianten onderscheiden. Zowel voor de realisatie van variant 3a als variant 3b, over respectievelijk de noord- en de zuidoever van de Súd Ie, moet agrarische grond worden aangekocht. Deze gronden zijn in bezit van verschillende grondeigenaren. Beide varianten doorsnijden bovendien een huiskavel. Er is onvoldoende draagvlak bij de agrarische grondeigenaren voor deze varianten. Variant 3b loopt over bestaande wegen. Hiervoor hoeven geen gronden te worden aangekocht. Draagvlak is bij deze variant geen issue. Deeltracé 4 Voor deeltracé 4 zijn eveneens drie varianten onderscheiden. Voor variant 4 (langs de zuidover van de Súd Ie) is geen draagvlak bij de grondeigenaren langs de Humaldawei. Voor variant 4a is bij de betreffende grondeigenaren voldoende draagvlak. Voor variant 4b is geen draagvlak; voornamelijk vanwege de privacy. Deeltracé 5 Deeltracé 5 bestaat uit twee onderdelen. Onderdeel 5a loopt grotendeels over bestaande wegen. De grondeigenaren staan in beginsel neutraal tegenover de realisatie van dit onderdeel, waarbij er in de uitwerking aandacht gevraagd wordt voor bijvoorbeeld een te maken passeerstrook voor landbouwverkeer op de bestaande weg. Voor het plaatselijk omleggen van het fietspad, om Tilbuorren heen (onderdeel 5b), is bij de grondeigenaren voldoende draagvlak aanwezig.

31

BEOORDELINGSMETHODIEK

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Hoofdcriterium

Subcriterium

Doelbereik: kwaliteit van de fietsverbinding voor de gebruiker

Herkenbaarheid route Beleving recreant

Effecten op huidige waarden en functies in het gebied tijdens de aanleg- en gebruiksfase

Mate waarin een logische fietsroute ontstaat (o.a. logica routing, way finding)

Beleving landschap

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van de landschappelijke waarden van het gebied

Beleving cultuurhistorie

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van cultuurhistorische elementen in het gebied

Beleving natuur

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van de ecologische waarden in het gebied

Relatie met waterrecreatie

Mate waarin de variant aansluit bij de voorzieningen voor de waterrecreatie

Relatie met bestaande fietsroutenetwerk

Mate waarin de variant bijdraagt aan het bestaande fietsknooppuntennetwerk

Verkeersveiligheid

Mate waarin de variant verkeersveilig is

Landbouw

Effect van de variant op landbouwareaal Effect van de variant op areaal huiskavel

Landschappelijke waarden

Effect van de variant op bestaande landschappelijke waarden

Cultuurhistorische waarden

Effect van de variant op bestaande cultuurhistorische waarden

Natuurwaarden

Effect van de variant op het weidevogelgebied Effect van de variant op het ganzenfoerageergebied Effect van de variant op het rustgebied rondom eendenkooien

Omgeving

Mate van overlast tijdens de realisatie Mate van bereikbaarheid woningen/bedrijven/kavels tijdens aanleg

Planning en kosten

Doorlooptijd

Korte doorlooptijd bij realisatie Snelle aanvang realisatie

Financieel

Investeringskosten

Investeringskosten Verwerven gronden (al in bezit/in de minne verwerven/onteigenen) Eenvoud van de oplossing (complexiteit oplossing) Efficiënt met beschikbare middelen omgaan

Onderhoudskosten

Onderhoudskosten (laag/gemiddeld/hoog) De mate waarin het profiel voor werktuigen (o.a. maaien van bermen) een optimale beheeroplossing realiseert Levensduur (laag/gemiddeld/hoog)

Mogelijkheden voor financiering Vergunbaarheid (tijd voor de planvoorbereiding; draagvlak)

Beleidskader en draagvlak

Mate waarin kosten mogelijk gedekt kunnen worden vanuit andere opgaven Mate waarin kosten gedekt zijn binnen de Waddenfondsbeschikking Passend binnen bestaand beleid Draagvlak voor variant bij de stakeholders Duidelijkheid van beheergrenzen met nevenliggende functies Vergunbaarheid van de variant

34

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

INLEIDING Om een afweging te kunnen maken uit de beschreven varianten voor de deeltracés is een uniform afwegingskader opgesteld. Dit kader bestaat uit een groot aantal criteria waaraan de varianten worden getoetst. De beoordeling vindt kwalitatief plaats waarbij een vijfpuntschaal wordt gehanteerd. De optelsom van de afzonderlijke scores bepaalt de eindscore van een variant. Bij alle criteria is een gelijkwaardige weging toegepast.

BEOORDELINGSSCHAAL Bij de beoordeling van de effecten van een variant zijn per criterium de onderstaande beoordelingen mogelijk. Hierbij wordt de situatie van de variant vergeleken met de huidige situatie. Zeer positief: de variant heeft een sterke positieve uitwerking ten opzichte van de huidige situatie.  Positief: de variant heeft een positieve uitwerking ten opzichte van de huidige situatie.  Neutraal: de variant is niet of nauwelijks van invloed ten opzichte van de huidige situatie.  Negatief: de variant heeft een negatieve uitwerking ten opzichte van de huidige situatie.  Zeer negatief: de variant heeft een sterke negatieve uitwerking ten opzichte van de huidige situatie.

BEOORDELINGSCRITERIA Het afwegingskader wordt gevormd door vier hoofdcriteria. Deze worden in de volgende paragrafen verder toegelicht.

Doelbereik: kwaliteit van de fietsverbinding voor gebruiker Het afwegingskader wordt voor een groot deel gevormd door het hoofdcriterium ‘doelbereik’. Het gaat hierbij om de kwaliteit van de fietsverbinding voor de gebruiker (recreant). Bijbehorende subcriteria waaraan wordt getoetst zijn: de herkenbaarheid van de route, de beleving van landschappelijke-, cultuurhistorische-, en natuurwaarden en de relatie die de route legt met de waterrecreatie op en langs de Súd Ie en het bestaande fiets- en wandelroutenetwerk. Ook wordt het fietspad beoordeeld op verkeersveiligheid. Effecten op huidige waarden en functies Het tweede hoofdcriterium omvat de effecten op huidige waarden en functies in het gebied tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Hierbij wordt enerzijds getoetst aan de huidige landschappelijke-, cultuurhistorische- en ecologische waarden in het gebied en anderzijds aan de effecten op het huidige landbouwkundig gebruik en de omgeving. Planning en kosten Het derde hoofdcriterium betreft de planning en kosten voor aanleg en beheer. Hierbij wordt getoetst aan de investeringskosten en benodigde verwerving van gronden. Daarnaast wordt middels de subcriteria ook getoetst aan onderhoudskosten, levensduur en de mate waarin kosten gedekt worden binnen de Waddenfondsbeschikking of eventueel door andere opgaven die in het gebied spelen.

Vergunbaarheid Het laatste hoofdcriterium gaat over vergunbaarheid. Hierbij wordt naar de kansrijkheid voor de realisatie van het fietspad gekeken (bestaand beleid en draagvlak).

35

BEOORDELING TRACÉVARIANTEN

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

38

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

INLEIDING

BEOORDELING DEELTRACÉ 2

In dit hoofdstuk worden, per deeltracé, de varianten beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria in het afwegingskader. De beoordeling wordt ondersteund door een beoordelingstabel.

SAATSENWEI-KRIENSENSWEI

BEOORDELING DEELTRACÉ 1 EZUMAZIJL-SAATSENWEI Deeltracé 1 kent geen varianten. Het tracé scoort positief voor het hoofdcriterium doelbereik. De fietsroute volgt de zuidoever van de Súd Ie en is daardoor logisch en herkenbaar. Het tracé draagt bij aan de beleving van landschappelijk-, cultuurhistorische- en natuurwaarden (ganzen en weidevogels) in het gebied en draagt bij aan de beleving van het water van de Súd Ie en boten die daar varen. Deeltracé 1 vormt, in combinatie met deeltracé 2, een nieuwe verbinding tussen de bestaande fietsknooppunten 46 en 13. Het betreft een vrijliggend fietspad en scoort daarom positief op verkeersveiligheid. Er zijn geen effecten op landbouwareaal of huiskavels. Voor dit onderdeel dus een neutrale score. Vanwege de aantasting van het dorpsbosje scoort dit deeltracé negatief bij het effect op bestaande landschappelijke waarden. Deeltracé 1 scoort ook negatief bij het effect op natuurwaarden door verstoring van het soortspecifiek Ganzenfoerageergebied (algemene gebieden worden van 1 nov t/m 31 maart beschermd; de soortspecifieke gebieden van 1 nov t/m 30 april en hier soms zelfs tot 20 mei). Deeltracé 1 valt buiten de begrenzing van Weidevogelkansgebieden (neutrale score). De doorlooptijd is positief beoordeeld: de gronden zijn al in eigendom van de gemeente Noardeast Fryslân.

Dit deeltracé scoort zeer positief op eenvoud van de oplossing vanwege de grondpositie en de geschikheid van de huidige lokale kering er een fietspad op aan te leggen. Omdat de lokale waterkering voldoende breed is voor onderhoudsvoertuigen is dit onderdeel beoordeeld als zeer positief. De levensduur van een vrijliggend fietspad is hoog, de aanleg past binnen de Waddenfondsbeschikking (beide positief) en de variant past binnen de vigerende bestemming (agrarisch gebruik en waterkering). Beleidskader en draagvlak zijn positief beoordeeld.

Deeltracé 2 kent drie verschillende varianten: variant 2 (via de noordoever van de Súd Ie), 2a (via de zuidoever van de Súd Ie) en 2b (over bestaande wegen via de Saatsenwei, de Monnikhústerwei en de Brede Koaiwei). Tracévariant 2 (via de noordoever van de Súd Ie) Tracévariant 2 scoort positief voor herkenbaarheid van de route. Ter hoogte van de brug Saatsenwei gaat het tracé weliswaar verder langs de andere oever dan deeltracé 1, maar fietsers blijven wel langs het (herkenbare) water van de Súd Ie fietsen. Deze variant scoort positief op alle onderdelen van de beleving door recreanten. Voor de relatie met waterrecreatie scoort deze zelfs zeer positief omdat hij direct langs de Marrekrite aanlegplaats, parkeerplaats en vissteiger aan de noordoever van de Súd Ie loopt. Ondanks de kruising met de Saatsenwei (80 km/uur) is de verkeersveiligheid positief beoordeeld. Daarbij is er vanuit gegaan dat hier een ongelijkvloerse kruising gerealiseerd wordt (een onderdoorgang onder De Saatsenwei). Het effect op de landbouw scoort negatief. De verwachting is namelijk dat de lokale waterkering op termijn niet voldoet voor zijn functie als waterkering. Doordat deze in het bodemdalingsgebied ligt, bestaat een gerede kans dat de kruin opgehoogd moet worden en de taludhellingen opnieuw geprofileerd moeten worden. Bovendien is de huidige kruin te smal voor een fietspad van 2,0 meter breed.

Hoewel het waterschap (nog) geen normstelling heeft voor lokale waterkeringen, is er vanuit gegaan dat over de gehele lengte een circa zes meter brede strook grond onttrokken moet worden aan de agrarische functie. Het effect op de landschappelijke waarden van deze verbreding scoort neutraal. Het kruinige karakter van de dijk gaat weliswaar verloren door de verbreding maar dit is op termijn sowieso onafwendbaar gezien de waterveiligheidsfunctie van de lokale waterkering en de bodemdalingsproblematiek. Het tracé valt binnen het gebied dat in het provinciale beleid is aangewezen als Weidevogelkansgebied en eveneens binnen de begrenzing van het natuurgebied Eanjumer Kolken (natuur buiten EHS, nationaal beleid). Op de kruinige kade loopt nu overigens een wandelpad (zie: kaart blz 22) dat ook voor verstoring zorgt. Omdat de effecten enigszins toenemen scoort deze variant toch negatief voor het subcriterium natuurwaarden. Vanwege het versterken van de lokale waterkering en de benodigde grondaankopen kent deze variant een relatief lange doorlooptijd (negatieve score). Om dezelfde redenen scoort deze variant op het subcriterium investeringskosten negatief tot zeer negatief. Daarnaast liggen er nog ontwerpopgaven om het gemaal te passeren en op hoogte aan te komen bij de Kriensenwei.

Wanneer echter de aanleg van deze variant gekoppeld kan worden aan de versterking van de lokale waterkering of een waterbergingsopgave kan mogelijk werk met werk gemaakt worden. Dit drukt de kosten mogelijk. Beheerbaarheid is als zeer positief beoordeeld, er vanuit gaande dat de waterkering verbreed is. Op beleidskader en draagvlak scoort deze variant negatief omdat voor de aankoop van het landbouwareaal onvoldoende draagvlak is. 39

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Ieldobbewei

3b

2b

Waerdwei

Marrekritesteiger

Ezumazijl

Sud ie

Tibster Ryd

2a

n rre

Van Asperen Eendenkooi

Eso

Landbouwweg geen optie vanwege functionaliteit huiskavel

uo

3a

1

tsen

Eanjumer Kolken

nb

ontweropgave passeren gemalen

Huiskavel

2

wei

De Kolk

Saa

3

Krie

nse

nwe

i

Parkeerplaats en vissteiger Verwijderen bestaande brug (mogelijk hergebruik)

Legenda Fietsroute Fietsroute Huidige Fietsknooppunt Marrekrite Terp Huiskavel Natuurgebied Natuurgebied

40

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Tracévariant 2a (via de zuidoever van de Súd Ie) Omdat deeltracé 1 ook al langs de zuidoever loopt, ontstaat met tracévariant 2a een herkenbare en continue fietsroute langs de Sú Ie. Deze variant scoort daarom zeer positief voor herkenbaarheid route. Deze variant scoort positief op de bijdrage aan de beleving van het landschap, de cultuurhistorie (Van Asperen eendenkooien) en de natuurwaarden in het gebied (natuurgebied Eanjumer Kolken). De relatie met de waterrecreatie is positief beoordeeeld door het directe contact met de Sud Ie. Ook de bijdrage die deze variant levert aan het bestaande fietsknooppuntennetwerk is positief beoordeeld. Deze variant zorgt immers voor een nieuwe oost-westverbinding (missing link). De verkeersveiligheid is ook positief beoordeeld. Er zijn geen effecten te verwachten op landbouwareaal, huiskavels, landschappelijke waarden of cultuurhistorische waarden (neutrale score). Het effect van deze variant op natuurwaarden is zeer negatief beoordeeld. Het tracé valt namelijk binnen het provinciale beleid Weidevogelkansgebied en de begrenzing van het natuurgebied Eanjumer Kolken (natuur buiten EHS, nationaal beleid). De verstoring van natuurwaarden in de Eanjumer Kolken zal groot zijn. Het aantal broedvogels dat geteld is, is hoog (BFVD monitoring 2019) en in de Eanjumer Kolken kunnen ganzen ook foerageren na 30 april.

Vanwege de relatief korte afstand (circa 200 meter) is het effect op het rustgebied rondom de Van Asperen eendenkooien als negatief beoordeeld. Op doorlooptijd scoort deze variant zeer negatief. De aanleg van een kavelsloot kan namelijk negatieve effecten hebben op de stabiliteit van de lokale waterkering; dit vergt nader onderzoek. Ook bij deze variant liggen er bovendien ontwerpopgaven om het gemaal te passeren en op hoogte aan te komen bij de Kriensenwei. Op beheer scoort deze variant zeer positief. Op beleidskader en draagvlak, tenslotte, scoort variant 2a negatief met name door het gebrek aan draagvlak bij It Fryske Gea.

Profiel 1

Profiel 2

* Nieuwe lokale waterkering indicatief moet nog ontworpen worden

Noord

Profiel 2a * lokale waterkering indicatief, recent opgehoogd. Moet nog ingemeten worden Zuid

Profiel 2b Bestaand

alle profielen zijn indicatief en er kunnen geen rechten aan ontleend worden

41

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Noord

Zuid

Bestaand

Tracé 1

Tracé 2

Tracé 2a

Tracé 2b

Mate waarin een logische fietsroute ontstaat (o.a. logica routing, way finding)

+

+0

++

-

Beleving landschap

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van landschappelijke waarden in het gebied (waddenlandschap, Súd Ie)

+

+

+

0

Beleving cultuurhistorie

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van cultuurhistorische elementen in het gebied (o.a. terpen, historische paden, eendenkooien)

+

+

+++

0

Beleving natuur

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van de ecologische waarden in het gebied (o.a. weidevogels, ganzen, oevers)

+

+

+++

+

Relatie met waterrecreatie

Mate waarin de variant aansluit bij de voorzieningen voor de waterrecreatie (o.a. Marrekrite aanlegplaatsen, beleving van boten/water)

+

++

+

0

Relatie met bestaande fietsroutenetwerk

Mate waarin de variant bijdraagt aan het bestaande fietsknooppuntennetwerk (o.a. verbinden van twee knooppunten die nu niet verbonden zijn, vergroten van de dichtheid van het netwerk)

+

+

+

+

Verkeersveiligheid

Mate waarin de variant verkeersveilig is (vrijliggend fietspad scoort hoger dan fietsen op de rijbaan)

+

+-

+

---

Effect van de variant op landbouwareaal

0

-

0

-

Effect van de variant op areaal huiskavel

0

0

0

0

Effect van de variant op bestaande landschappelijke waarden

-

0-

0

0

Cultuurhistorische waarden

Effect van de variant op bestaande cultuurhistorische waarden aantast

0

0

0

0

Natuurwaarden

Effect van de variant op het weidevogelgebied

0

-

---

-

Effect van de variant op het ganzenfoerageergebied

-

-

0 --

0

Effect van de variant op het rustgebied rondom eendenkooien

0

0

0-

0

Mate van overlast tijdens de realisatie

0

0

-

-

Mate van bereikbaarheid woningen/bedrijven/kavels tijdens aanleg

0

0

0

0

Hoofdcriterium

Subcriterium

Doelbereik: kwaliteit van de fietsverbinding voor de gebruiker

Herkenbaarheid route

Beleving recreant

Effecten op huidige Landbouw waarden en functies in het gebied tijdens de aanleg- en gebruiksfase Landschappelijke waarden

Omgeving

42

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Hoofdcriterium

Subcriterium

Planning en kosten

Doorlooptijd

Investeringskosten

Financieel

Onderhoudskosten

Noord

Zuid

Bestaand

Tracé 1

Tracé 2

Tracé 2a

Tracé 2b

Korte doorlooptijd bij realisatie

+

---

--+

0

Snelle aanvang realisatie

+

---

--+-

-

Investeringskosten (lengte fietspad/kunstwerken/grondaankoop/ophogen verbreden lokale waterkering) Verwerven gronden (al in bezit/in de minne verwerven/onteigenen)

0

--

-

-

0

+

-

-

0

Eenvoud van de oplossing (complexiteit oplossing)

++

---

---

-

Efficiënt met beschikbare middelen omgaan

+

+

+

0

Onderhoudskosten (laag/gemiddeld/hoog)

0

0

0

0

De mate waarin het profiel voor werktuigen (o.a. maaien van bermen) een optimale beheeroplossing realiseert Levensduur (laag/gemiddeld/hoog)

++

++

++

0

+

+

+

0

0

+ 0

0

0

+

0

+ 0

0

Passend binnen bestaand beleid

+

-

-

+

Draagvlak voor variant bij de stakeholders

+

-

-

-

Duidelijkheid van beheergrenzen met nevenliggende functies

+

+

+

0

Vergunbaarheid van de variant

+

0-

-

0

Mogelijkheden voor Mate waarin kosten mogelijk gedekt kunnen worden vanuit andere opgaven (o.a. financiering ophogen/verbreden lokale waterkering) Mate waarin kosten gedekt zijn binnen de Waddenfondsbeschikking Vergunbaarheid (tijd voor de planvoorbereiding; draagvlak)

Beleidskader en draagvlak

Beoordeling Afwegingskader Deeltracé 1 en Deeltracé 2 (varianten 2, 2a en 2b)

43

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

44

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Tracévariant 2b (over bestaande wegen) Tracévariant 2b loopt via bestaande wegen (de Saatsenwei, de Monnikhústerwei en de Brede Koaiwei). Deze variant vormt daardoor een minder logische fietsroute (negatief). Deze variant levert geen toegevoegde waarde voor de beleving van het landschap en de cultuurhistorische waarden in het gebied. Daarom een neutrale score voor deze onderdelen. De natuurwaarden van het weidegebied kunnen wel beleefd worden (positieve score). Het tracé ligt verder weg van de Súd Ie waardoor er geen meerwaarde geleverd wordt voor de voorzieningen voor de waterrecreatie (neutrale score). Op verkeersveiligheid scoort deze variant zeer negatief. Het fietspad loopt over bestaande wegen en is daardoor minder verkeersveilig dan een vrijliggend fietspad. Daarnaast is deze weg gemiddeld slechts 3m breed en er zijn weinig uitwijkmogelijkheden. In combinatie met het landbouwverkeer kan dit een zeer verkeersonveilige situatie opleveren. Vanuit diezelfde verkeersveiligheid moet langs de Saatsenwei (80 km/ uur) een vrijliggend fietspad worden gerealiseerd. Hiervoor moet landbouwareaal worden aangekocht. Daarom scoort deze variant negatief op landbouw. Het effect op landschappelijke-, cultuurhistorische- en natuurwaarden van deze variant is neutraal beoordeeld. Er is wel sprake van overlast tijdens de realisatie (o.a.

aanleg brug en vrijliggend fietspad Saatsenwei) en daardoor scoort variant 2b hier negatief. De doorlooptijd is beoordeeld als neutraal, de snelle aanvang van de realisatie als negatief. Financieel scoort deze variant neutraal. De investeringskosten voor de aanleg van dit tracé zijn laag omdat de route grotendeels over bestaande wegen loopt. Op beleidskader en draagvlak scoort deze variant neutraal tot positief. Er is voldoende draagvlak bij stakeholders voor deze variant behalve bij de grondeigenaar die grond af moet staan voor het vrijliggende fietspad naast de Saatsenwei.

BEOORDELING DEELTRACÉ 3 (KRIENSENSWEI-REIDSWÂL) Tracévariant 3 (via de noordoever van de Súd Ie) Tracévariant 3 draagt voor recreanten positief bij aan de beleving. Vanwege de directe ligging langs het water van de Súd Ie scoort deze variant ook positief voor relatie met waterrecreatie. Omdat deze variant als een vrijliggend fietspad wordt aangelegd, is de verkeersveilig eveneens beoordeeld als positief. Voor de realisatie van dit tracé moeten agrarische gronden worden aangekocht. Dit gaat ten koste van landbouwareaal (negatief) en areaal huiskavel (zeer negatief). Er worden geen bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden aangetast (neutraal). Deze variant ligt binnen Weidevogelkansgebied en Ganzenfoerageergebied. Het effect op natuur scoort daarom wel negatief. Vanwege het grote aantal grondeigenaren en de vele kunstwerken en duikers die moeten worden aangelegd over de vrijafwaterende sloten en opvaarten heeft dit tracé een relatief lange doorlooptijd (negatief). Vanwege de hoge ligging van de kwelderwal wordt de kavelsloot veel breder en is de complexiteit van de ingreep hoger. De investeringskosten zijn hierdoor ook hoger. Dit is beoordeeld als zeer negatief. Op het subcriterium ‘beleidskader en draagvlak’ scoren draagvlak en vergunbaarheid negatief. Er is namelijk onvoldoende draagvlak bij de grondeigenaren voor de realisatie van dit tracé.

Tracévariant 3a (via de zuidoever van de Súd Ie) Deze variant scoort positief voor de herkenbaarheid van de route en de beleving van het landschap, de ecologische waarden in het gebied en de waterrecreatie. De beleving van de cultuurhistorische waarden is neutraal. Het betreft een vrijliggend fietspad en is daarmee verkeersveilig (positief). Voor de realisatie van deze variant moet agrarische grond worden aangekocht. Dit geeft een negatief effect op het criterium landbouwareaal en een zeer negatief effect op de huiskavel. Het gebied is aangewezen als Weidevogelkansgebied en Ganzenfoerageergebied. Dit levert een negatieve score op voor het effect op natuurwaarden. Vanwege de verschillende grondeigenaren en het groot aantal kunstwerken en duikers dat nodig is om de vrijafwaterende sloten en opvaarten te kruisen zijn de investeringskosten voor dit tracé hoog (zeer negatief). Daar komt bij dat vanwege de hoge ligging van de kwelderwal de kavelsloot veel breder wordt en de complexiteit van de ingreep groter is. Er is niet voldoende draagvlak bij de grondeigenaren voor de realisatie van deze variant (negatief).

45

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Welgelegen

Ieldobbewei

Waerdwei

3b

Keec

hsdij

k

Krie n

sen

wei

Marrekritesteiger

Reidswâl Oostdongeradeel

3

Marrekritesteiger

Sud Ie Huiskavel

3a

46

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Tracévariant 3b (over bestaande wegen) Tracévariant 3b loopt via de Kriensenswei, de Weardwei en de Keechsdyk. Het tracé maakt in de huidige situatie al deel uit van het fietsknooppuntennetwerk. Daarmee wordt voor het hoofdcriterium ‘doelbereik’ nauwelijks meerwaarde behaald. Deze variant scoort dan ook voor de meeste subcriteria hierbinnen neutraal.Omdat deze variant over (bestaande) wegen loopt, waar ook ander verkeer gebruik van maakt, is deze minder verkeersveilig dan een vrijliggend fietspad (negatief). Ook op het hoofdcriterium ‘effecten op huidige waarden’ scoort deze variant neutraal. Voor wat betreft het hoofdcriterium ‘planning en kosten’ geldt hetzelfde, behalve voor het subcriterium ‘eenvoud van de opossing’; deze is als zeer positief beoordeeld omdat er feitelijk nauwelijks iets hoeft te gebeuren. Op beleidskader en draagvlak scoort deze variant overwegend positief omdat er veel draagvlak is bij de grondeigenaren voor de realisatie van dit tracé (deze route is aangedragen door grondeigenaren en gebruikers in het gebied).

Profiel 3 Noord

Legenda Fietsroute Fietsroute bestaande weg Profiel 3a

Huidige fietsknooppuntenroute

Zuid

Fietsknooppunt Marrekrite aanlegplaats Terp Huiskavel Natuurgebied buiten EHS Natuurgebied NNN

Profiel 3b Bestaand

alle profielen zijn indicatief er en kunnen geen rechten aan ontleend worden

47

VERKENNING FIETSPAD SÚD IE

Noord

Hoofdcriterium

Subcriterium

Doelbereik: kwaliteit van de fietsverbinding voor de gebruiker

Herkenbaarheid route

Bestaand

Tracé 3a

Mate waarin een logische fietsroute ontstaat (o.a. logica routing, way finding)

0

+ 0

0

Beleving landschap

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van landschappelijke waarden in het gebied (waddenlandschap, Súd Ie)

+

+

0

Beleving cultuurhistorie

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van cultuurhistorische elementen in het gebied (o.a. terpen, historische paden, eendenkooien)

+

0

0

Beleving natuur

Mate waarin de variant bijdraagt aan de beleving van de ecologische waarden in het gebied (o.a. weidevogels, ganzen, oevers)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=eba94d11-a046-4dec-b8e0-816002e48435