250409 Bijlage - Transitieplan Definitief Omgevingsplan
Tekst van het document
Instructieregels besluit kwaliteit leefomgeving In het Bkl staan bijna 250 instructieregels die hebben te maken met het gemeentelijke omgevingsplan. Ze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • • • •
waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van de waterbelangen (5.1.3) beschermen van de gezondheid en van het milieu (5.1.4) beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (5.1.5) behoud van ruimte voor toekomstige functies (5.1.6) behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (5.1.7) bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (5.1.8)
22
•
de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving (afdeling 5.2)
Het grootste deel van deze instructieregels gaat over een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1, Bkl). Ze regelen vooral milieuaspecten en milieuthema’s als geluid, geur, lucht, trilling en bodem, maar ook de meer milieugerelateerde thema’s als water en externe veiligheid. Daarnaast gaan ze over nationale belangen, zoals elektriciteitsvoorziening, doorvaart Rijksvaarwegen en erfgoed. In afdeling 5.2 van het Bkl staan instructieregels voor het omgevingsplan vanwege de uitvoering van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze gaan bijvoorbeeld over het voorkomen van belemmeringen voor de hoofd(spoor)wegen en het vastleggen van een bebouwingscontour jacht. De meeste regels zijn algemeen bedoeld en gelden voor alle gemeenten. Er gelden ook regels voor specifiek aangewezen gebieden. Niet alle aangewezen gebieden zijn voor de gemeente relevant (bijvoorbeeld IJsselmeergebied, Grote rivieren, Mainportontwikkeling Rotterdam), andere juist wel: Waddenzee en Kust. Het Rijk stelt eisen aan de inhoud van het omgevingsplan en op welke wijze daaraan uitvoering wordt gegeven. Het Rijk draagt de gemeenteraad op een aantal zaken in het omgevingsplan te regelen. Soms is gedetailleerd vastgesteld hoe deze zaken geregeld moeten worden. Soms wordt volstaan met de verplichting iets te regelen, maar is de gemeenteraad vrij om te bepalen hoe dat gebeurt.
Er zijn drie soorten regels en gradaties. Regels met de inhoud “in acht nemen”, “rekening houden met” en “betrekken bij” “In acht nemen “Rekening houden met”
“Betrekken bij'
De gemeente móét aan die instructieregel voldoen Afwijken van de regel is alleen toegestaan als de gemeente daar goede redenen voor heeft. Het bestuursorgaan moet dit dan wel goed motiveren. Dit brengt de zwaarwegende positie van een belang bij de belangenafweging tot uitdrukking, zonder echter dwingend te sturen op de uitkomst daarvan. De gemeente schenkt aandacht aan feiten of verwachtingen van feiten. De bestuurlijke afwegingsruimte is groot.
De instructieregels zijn onder te verdelen in regels die gaan over de inhoud van het omgevingsplan verplichten en regels om bepaalde gebieden aan te wijzen. Meer informatie over de specifieke instructieregels is te vinden in bijlage III
Milieu Provinciale instructieregels Het Rijk geeft ook instructies aan de provinciebesturen. Er zijn onderwerpen die de provincie moet regelen in de provinciale omgevingsverordening. In de omgevingsverordening van de kustprovincies staan in ieder geval instructieregels om de kernkwaliteiten van het kustfundament te beschermen en in stand te houden. De omgevingsverordening van een aantal provincies bevat instructieregels om de kernkwaliteiten van de aangewezen werelderfgoederen in stand te houden en te versterken. En de omgevingsverordening moet regels bevatten om de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland te beschermen, in stand te houden, te verbeteren en te ontwikkelen. De provincie wijst in de omgevingsverordening de gebieden aan die het natuurnetwerk Nederland vormen. Er zijn ook instructieregels die provincies verplichten om regels over bepaalde taken op te nemen in de verordening. Bijvoorbeeld het voorkomen van geluid bij stiltegebieden en het beschermen van de kwaliteit van grondwater bij grondwaterbeschermingsgebieden. Deze regels kunnen doorwerken naar de omgevingsplannen van de gemeenten.
23
De provincie kan op haar beurt via de omgevingsverordening instructies geven aan de gemeenten om in het omgevingsplan te verwerken. Dat zijn dan: • •
Instructieregels over de uitoefening van de gemeentelijke taken en bevoegdheden Beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen.
Een verdere concrete lijst met instructieregels uit de omgevingsverordening Fryslân kan worden gevonden in bijlage III.
Andere aanwijzingen In de Omgevingswet en AMvB’s worden nog andere aanwijzingen gegeven die ook in bijlage III kort zijn benoemd. Uitgangspunten: We starten met een verdiepingsslag om verdere kennis en ervaring op te doen met de instructieregels. De instructieregels voor de verschillende milieuonderwerpen pakken we thematisch op tegelijk met de bruidsschat. Instructieregels die geen verband houden met de bruidsschat kunnen mogelijk eerder opgepakt worden in de planning. Voor de verplichte gebiedsaanwijzingen geldt overgangsrecht en is er dus geen noodzaak om deze met directe ingang op te nemen in het omgevingsplan.
3.15 Toepasbare regels Toepasbare regels zijn juridische regels die zijn vertaald naar begrijpelijke taal voor initiatiefnemers. Ze worden gebruikt in het Omgevingsloket, bij de Vergunningcheck, vergunningaanvragen en Maatregelen op maat. Toepasbare regels helpen initiatiefnemers om te bepalen of ze een vergunning moeten aanvragen voor hun plan, welke maatregelen ze bij een activiteit moeten nemen of welke indieningsvereisten gelden. Deze regels zijn te zien als vragenbomen, waarbij initiatiefnemers vragen beantwoorden. Het maakt de regels niet alleen toegankelijker, maar ook de naleving ervan eenvoudiger en transparanter. Ieder bestuursorgaan (Rijk, provincie, waterschap, gemeente) maakt zelf toepasbare regels voor de eigen juridische regels. Dat gebeurt volgens een voorgeschreven standaard. Het inregelen van de toepasbare regels voor de indieningsvereisten van omgevingsvergunningen is een verplichting. Het maken van een vergunningcheck bij een activiteit of uitleg over regels is niet verplicht. Met het oog op een goede dienstverlening heeft een gemeente idealiter goed uitgewerkte toepasbare regels voor elke activiteit, zodat de initiatiefnemer automatisch goed online geholpen wordt bij het gebruik van de functies in het Omgevingsloket. Het kost wel de nodige inzet om de vragenbomen te maken en vervolgens te onderhouden. Dit is een nieuwe en specialistische taak.
Deze taak wordt uitgevoerd door een regelanalist.
Strategie voor het maken van toepasbare regels Het maken van toepasbare regels is iets waar alle gemeenten nog ervaring mee moeten opdoen. Hoe stel je effectief toepasbare regels op? Wanneer is het de moeite waard om een toepasbare regel te maken? Hoe werkt dat in het Digitale Stelsel (DSO)? Wat zijn de ervaringen met het Omgevingsloket? Deze vragen worden in de komende jaren verder beantwoord. Het is belangrijk dat we als gemeente daarop inspelen en een strategie bepalen voor het omgaan met toepasbare regels.
24
We stellen niet voor alle activiteiten in het omgevingsplan toepasbare regels voor de vergunningcheck op. Op basis van de huidige kennis en ervaring met toepasbare regels verwachten we dat deze met name effectief kunnen zijn voor onze zogenaamde ‘topactiviteiten’. Dit zijn de activiteiten waarvan de meeste vergunningaanvragen en meldingen bij de gemeente binnenkomen. Door met name deze regels toepasbaar te maken, ondervangen we het overgrote deel van de behoefte naar informatieverstrekking en is de balans tussen inzet en effect optimaal. Op deze manier beogen wij onze dienstverlening te optimaliseren in relatie tot de beschikbare capaciteit. Ook zijn er voor het wegwijs maken in de regelgeving ook andere mogelijkheden om initiatiefnemers te bereiken. Als een activiteit niet vaak voorkomt dan zijn er misschien ook andere manieren om te communiceren over de regels voor deze activiteit. Op de website of via een flyer. Gaat het om activiteiten voor een specifieke sector? Zijn het professionals die de vergunning aanvragen? Dan is een vergunningcheck niet altijd het meest voor de hand liggende middel. Vaak zijn die initiatiefnemers wel bekend en kunnen we ze via bijvoorbeeld voorlichtingsbijeenkomsten gerichter informatie geven.
Als voor de vergunningcheck veel lastige vragen moeten worden beantwoord, dan kan er misschien beter overleg plaatsvinden tussen gemeente en initiatiefnemer. In die gevallen kunnen we beter verwijzen naar de contactgegevens van de gemeente. Of kan bijvoorbeeld een webpagina met uitgebreide informatie handiger zijn. Tijdens de transitie is er daarom frequent contact tussen de planmakers en dienstverlening vanuit het Klant contact centrum/Publyksaken om te bespreken welke nieuw te regelen activiteiten in het omgevingsplan het meest geschikt zijn om daarvoor een vergunningcheck van Omgevingsloket op te nemen. Dat doen we dan aan de hand van de volgende vragen: 1. Is het een activiteit die veel voorkomt? 2. Wie is de initiatiefnemer voor de activiteit? 3. Is de vergunningcheck als hulpmiddel goed bruikbaar? Later in de transitie kan er eventueel worden gekozen voor opschaling van de toepassing van toepasbare regels als uit ervaring blijkt dat dit een gunstig effect heeft. Alhoewel we nog niet voor alle nieuwe activiteiten in het omgevingsplan toepasbare regels gaan schrijven, bereiden we ons hier al wel op voor. Dat doen we door bij het maken van de juridische regels al te denken vanuit vragenbomen en we gebruiken zo duidelijk mogelijke taal. Op die manier schrijven we duidelijkere regels, die bovendien toepasbaar zijn.
Huidige stand van zaken Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben we al toepasbare regels in het omgevingsloket gemaakt voor topactiviteiten op grond van de eigen gemeentelijke regelgeving. Voor meer voorkomende activiteiten uit de bruidsschat heeft de gemeente toepasbare regels van het Rijk overgedragen gekregen. Deze moeten we nu zelf beheren en onderhouden. Ons uitgangspunt betreffende de bruidsschat is om deze zo beleidsneutraal als mogelijk in het definitief omgevingsplan te plaatsen. Dit betekent dat er naar verwachting weinig aan de bijbehorende toepasbare regels gedaan hoeft te worden. Mocht er wel iets wijzigen bij het overplaatsen van de bruidsschatregels, dan moet er ook scherp naar de bijbehorende toepasbare regels gekeken worden. De regels en toepasbare regels moeten altijd in overeenstemming zijn en blijven. Ook voor bepaalde regelgeving van het rijk is de gemeente het uitvoerende bestuursorgaan. Het rijk zorgt zelf voor de toepasbare regels in het omgevingsloket en doet daarvan het beheer en onderhoud. Het rijk heeft ook daarvoor voor bepaalde topactiviteiten gekozen.
25
Hieronder volgt de lijst met topactiviteiten die momenteel in het omgevingsloket zijn opgenomen bestaande uit regelgeving van de gemeente zelf, regelgeving vanuit de bruidsschat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan en regels van het rijk die de gemeente uitvoert.
Overzicht toepasbare regels Noardeast-Fryslân in Omgevingsloket 2024 Gemeentelijke regelgeving: bomenverordening, Erfgoedverordening, APV, bestemmingsplan Boom kappen of houtopstand vellen Alarminstallatie hebben Activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument Handelsreclame maken of voeren Roerende zaken opslaan op de weg (langdurig) Bouwwerk slopen in een gemeentelijk beschermd of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht Bouwwerk slopen Uitweg maken, hebben of veranderen of het gebruik daarvan veranderen Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren Weg of spoorweg, zonder geluidproductieplafonds, aanleggen of wijzigen Uit de bruidsschat in hoofdstuk 22 tijdelijk Omgevingsplan Acculader in werking hebben Afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen, in stand houden of gebruiken Afvalwater, afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen, lozen in het riool of op of in de bodem Afvalwater, afkomstig van het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen, lozen in het riool of in de bodem Afvalwater, afkomstig van een gemeentelijke voorziening voor inzameling en transport van afvalwater, lozen in het riool of op of in de bodem Afvalwater, afkomstig van onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken, lozen in het riool of op of in de bodem Afvalwater, afkomstig van het schoonmaken van drinkwaterleidingen, lozen in het riool of op of in de bodem Afvloeiend
hemelwater, niet afkomstig van een bodembeschermende voorziening, lozen in het riool of in de bodem Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken Antihagelkanonnen in werking hebben Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken Bouwwerk veranderen Bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering bouwen, in stand houden of gebruiken Zonnepaneel of zonnecollector bouwen, in stand houden of gebruiken Dakkapel bouwen, in stand houden of gebruiken Dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening bouwen, in stand houden of gebruiken Dieren slachten en dierlijke bijproducten bewerken of vlees, vis of organen uitsnijden Dierlijke mest opslaan Elektriciteit opwekken met een windturbine die slagschaduw of lichtschittering veroorzaakt Erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht Geluid veroorzaakt door activiteiten
26
Geluid veroorzaakt door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen Geluid veroorzaakt door windturbines en windparken Gesloten bodemenergiesysteem installeren gereguleerd in het omgevingsplan Geur veroorzaakt door het exploiteren van zuiveringtechnische werken Grondwater, afkomstig van een sanering of ontwatering, lozen in het riool of op of in de bodem Huishoudelijk afvalwater lozen in het riool of op of in de bodem Kozijn, kozijninvulling, gevelpaneel of boeideel, of stucwerk bouwen, in stand houden of gebruiken Kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen opslaan gereguleerd in het omgevingsplan Landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels fokken, houden of trainen LPG tanken Milieubelastende activiteit bij de voedingsmiddelenindustrie Motorvoertuigen wassen Voedsel bereiden, geen voedingsmiddelenindustrie Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage Polyesterhars verwerken gereguleerd in het omgevingsplan Propaan of propeen opslaan in meer dan twee opslagtanks Recreatief nachtverblijf bouwen, in stand houden of gebruiken Sport- of speeltoestel bouwen, in stand houden of gebruiken Trillingen door een activiteit Tuinmeubilair bouwen, in stand houden of gebruiken Gewoon onderhoud verrichten aan een bouwwerk Vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken Zonwering, rolhek, luik of rolluik bouwen, in stand houden of gebruiken Zwembad,
bubbelbad of soortgelijke voorziening of vijver bouwen, in stand houden of gebruiken Zwerfafval Energiebesparing bij milieubelastende activiteiten die niet zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving Geur veroorzaakt door andere agrarische activiteiten Geur veroorzaakt door het houden van landbouwhuisdieren of paarden en pony's voor het berijden, in een dierenverblijf Kleinschalig graven (25 m3 of minder) in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Volgens regelgeving Rijk – Besluit bouwwerken leefomgeving /Besluit activiteiten leefomgeving Normaal onderhoud uitvoeren Bouwwerk brandveilig gebruiken Rijksmonument veranderen en slopen Diverse milieubelastende activiteiten
Uitgangspunten: - We stellen niet voor alle nieuwe activiteiten toepasbare regels op. - We schrijven verplichte toepasbare regels voor indieningsvereisten. - We schrijven toepasbare regels voor de vergunningcheck voor de topactiviteiten. - Die topactiviteiten bepalen we in goed overleg met het Klantcontact centrum.
27
- We onderhouden de bestaande toepasbare regels uit de bruidsschat. - We onderhouden de bestaande toepasbare regels die we voor gemeentelijke regelgeving over activiteiten hebben gemaakt. - Bij het maken van de juridische regels denken we al vanuit vragenbomen en gebruiken we zo duidelijk mogelijke taal.
3.16 Plan-MER In de Omgevingswet is opgenomen dat voor het instrument omgevingsplan een plan-MER opgesteld moet worden als het plan activiteiten bevat die MER- (beoordelings-)plichtig kunnen zijn en het plan daar kaders voor stelt. Ook moet mogelijk in navolging daarvan een passende beoordeling worden gemaakt op grond van de Wet Natuurbescherming. In hoeverre ook daadwerkelijk een plan-MER moet worden uitgevoerd, is afhankelijk van de reikwijdte van de wijziging van het omgevingsplan en de mogelijkheid die de wijziging direct biedt om activiteiten te verrichten die effecten kunnen hebben op het milieu (zoals aangegeven in bijlage 5 van het Omgevingsbesluit). Als het niet geheel zeker is of er milieueffecten optreden, dan kan er eerst een procedure worden gestart voor een plan-MER beoordeling om dat nader te bepalen. Zo ja, dan volgt het opstellen van een planMER. Is het meteen wel duidelijk dat er milieueffecten optreden bij de aangewezen activiteiten en dat het plan daar kaders voor stelt, dan moet een plan-MER procedure worden gevolgd. Het uitgangspunt bij de transitie naar het definitieve omgevingsplan is dat de bestaande regels de basis zijn. Die regels zijn eerder al in plannen en verordeningen vastgesteld. Wij gaan er daarom van uit dat er geen sprake is van nieuwe kaders. We starten in de voorbereiding dan ook geen plan-MER procedure op.
Pas nadat we een onderdeel van de transitie hebben afgerond kunnen we aan de hand van de eventuele wijzigingen een eerste inschatting maken of er sprake is van nieuwe kaderstellende regelgeving met milieueffecten. Wij houden een overzicht bij van de wijzigingen in de regelgeving bij (bijvoorbeeld als gevolg van de harmonisatie). Als we inschatten dat er nieuwe kaderstellende regelgeving voor activiteiten met milieueffecten in het plan opgenomen gaan worden dan starten we eerst een plan-MER procedure op om met hulp van ter zake deskundigen te bepalen of daar inderdaad sprake van is. Die procedure valt dan samen met de wijzigingsprocedure van het omgevingsplan. Het volgen van een plan-MER procedure is dusdanig specialistisch werk, dat we in het geval dat deze vereist is ondersteuning nodig hebben van een hierin gespecialiseerd adviesbureau. Rekening wordt gehouden met de externe kosten hiervoor in de begroting. Uitgangspunten: In de voorbereiding van het overzetten van de bestaande regelgeving naar het definitieve omgevingsplan starten we geen plan-MER procedure op. Pas na afronding van het betrokken deelplan maken we aan de hand van de wijzigingen een eigen eerste inschatting in of sprake is van nieuwe kaderstellende regelgeving met milieueffecten. Als we inschatten dat sprake is van kaders met milieueffecten, dan starten we een plan-MER beoordelingsprocedure op.
Dat gebeurt in samenwerking met een hierin gespecialiseerd bureau. Daaruit blijkt of al dan niet een plan-MER wordt opgesteld.
28
Hoofdstuk 4 Projectaanpak 4.1 Beschrijving projectorganisatie Het definitieve omgevingsplan wordt ontwikkeld met eigen personeel in een projectgroep en volgens de aanpak zoals omschreven in het voorliggen transitieplan. Gezien de ontwikkeling van het omgevingsplan diverse deskundigheid vereist betreft de projectgroep een multidisciplinair team. Opdrachtgever en projectleider Het clusterhoofd van het cluster Omjouwing en Ekonomy betreft de ambtelijk opdrachtgever. De opdrachtgever is eindverantwoordelijke voor het eindresultaat van het project. De projectleider krijgt van de opdrachtgever de verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor de dagelijkse gang van zaken in het project. De belangrijkste verantwoordelijkheid van de projectleider is ervoor te zorgen dat het project de gewenste resultaten oplevert. En dat binnen de tijd en het beoogde budget. De projectleider rapporteert aan de opdrachtgever. De teamleden zijn verantwoordelijk voor het opleveren van producten en uitvoeren van taken wat leidt tot het realiseren van het definitief omgevingsplan. Dat doen ze volgens de specificatie van het voorliggende transitieplan en zoals afgestemd met de projectleider. Structuur, projectorganisatie & rolbeschrijving In Figuur 2 is de projectorganisatie gevisualiseerd.
Figuur 2 Visualisatie projectorganisatie
De teamleden moeten samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen. Een goede samenwerking vereist een duidelijke taakverdeling. In onderstaande tabel zijn naast de teamleden en taken ook de verantwoordelijkheden van de verschillende teamleden duidelijk gedefinieerd. Naast de opgesomde verantwoordelijkheden wordt ook verwacht dat een ieder zich inzet voor de uitvoering van algemene taken.
29
Rol
Taken
Clusterhoofd Omjouwing en Ekonomy Projectleider
Opdrachtgever
Verantwoordelijkheden
•
Eindverantwoordelijke voor het project
Dagelijkse leiding van het project
• • • •
Dagelijkse leiding, planning en rapportage aan de opdrachtgever; communicatie intern en extern; budgetbeheer; risicomanagement en verantwoordelijkheid voor besluitvorming.
Planmaker / toepasbare regelanalist
Projectmedewerker
• •
Harmoniseren van de bestaande regels; Regels schrijven voor het omgevingsplan en het integreren van de bestaande regels; Invoeren in GISkit (incl. annoteren); Maken vragenbomen/toepasbare regels ; Heldere en toepasbare regels opstellen en invoeren in Berkeley Bridge software;
• • • Vergunningverlener
Projectmedewerker
• • •
Beleidsmedewerker ruimtelijke ontwikkeling
Projectmedewerker
• • • • • •
Kenner omgevingsvisie en programma’s
Projectmedewerker
Geo-specialist
Projectmedewerker
• • • • • •
Omgevingsplanregels toetsen op uitvoerbaarheid; Inbrengen van praktijkervaring, delen van ervaring met bestaande knelpunten in bestemmingsplannen of verordeningen; Beoordelen regelkwalificatie; Harmoniseren van de bestaande regels; Regels schrijven voor het omgevingsplan en het integreren van de bestaande regels; Invoeren in GisKit (incl. annoteren); Bewaakt de inhoudelijke kwaliteit en samenhang met andere plannen van bijvoorbeeld provincie; Begeleiden van het participatietraject; Uitleggen omgevingsplan aan collega’s; Vertalen gemeentelijke beleidsdoelen (omgevingsvisie) naar concrete regels; Toetsing nieuwe regels aan omgevingsvisie; Coördineren van interne samenwerking: stemt af met andere vakdisciplines. Tekent en beheert de geometrie Zorgt voor (door)ontwikkeling van de geobeheerstrategie Blijft betrokken bij landelijke ontwikkelingen op het gebied van geobeheer van het omgevingsplan
4.2 Communicatie en participatie 4.2.1 Interne communicatie Voor de interne communicatie worden de volgende strategieën gehanteerd: Wie
Rol
Hoe worden ze betrokken?
Opmerking
Clusterhoofd Omjouwing en Ekonomy
Opdrachtgever
De projectleider rapporteert aan de opdrachtgever
Rapportage vindt 1x in de vier weken mondeling plaats.
Wethouder
Portefeuillehouder
De projectleider rapporteert aan de portefeuillehouder
Mondeling bij het portefeuillehoudersoverleg. Frequentie naargelang bestuurlijke afstemming gewenst is.
College van B&W
Politiek eindverantwoordelijk voor de transitie van het omgevingsplan
Het college is belast met de voorbereidingen van het omgevingsplan. De uitkomsten en keuzes wat betreft de
Door middel van een collegevoorstel opgesteld door de RO’er in afstemming met de projectleider.
30
harmonisatie, het concept omgevingsplan en de daaropvolgende versies (ontwerp en definitief) worden ter besluitvorming voorgelegd aan het college. Gemeenteraad
Stelt de kaders vast voor het
De raad is belast met de vaststelling van het
Door middel van een raadsvoorstel opgesteld door de RO’er in
omgevingsplan
omgevingsplan. De uitkomsten en keuzes wat betreft de harmonisatie en het vast te stellen omgevingsplan worden ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
afstemming met de projectleider.
Medewerkers RO/VTH
Moeten werken met het omgevingsplan
De projectleider informeert de medewerkers RO/VTH
Door middel van een digitale, maandelijks en vrijblijvende standup door de projectleider worden de medewerkers van RO/VTH op structurele wijze op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen omtrent de transitie binnen de gemeente. Deze stand-up bestaat uit maximaal 15 minuten presentatie, waarna nog 15 minuten ruimte is voor vragen.
Vakdisciplines fysieke leefomgeving
Meedenken en advies geven
Kenner omgevingsvisie en programma’s is de verbindende schakel tussen beleid en omgevingsplan.
De vakdisciplines leveren input over beleidsregels die vertaald moeten worden in het omgevingsplan.
4.2.2 Externe communicatie Voor de externe communicatie worden de volgende strategieën gehanteerd: Stakeholder(s)
Rol van de stakeholder(s)
Hoe worden de stakeholders betrokken?
Communicatie met stakeholders: hoe, wie en wat?
Inwoners en bewonersorganisaties
Participeren
Zie paragraaf 4.2.3
Zie paragraaf 4.2.3
Bedrijven en ondernemers
Participeren
Zie paragraaf 4.2.3
Zie paragraaf 4.2.3
Belangenorganisaties
Belangen behartigen op specifieke thema’s
Zie paragraaf 4.2.3
Zie paragraaf 4.2.3
Externe belanghebbenden
Geïnformeerd worden
Updates d.m.v. gemeentepagina (H4.4)
Zie H4.4 resultaatdefinities voor de aanpak.
Vooroverleg partners
Toezien op de samenhang van het omgevingsplan met regionale plannen en doelen
Informele afstemming vóór het officiële vooroverleg en officieel vooroverleg.
RO’er communiceert op gebruikelijke wijze met vooroverleg partners.
FUMO
Adviseren over milieuaspecten en
Door middel van adviesverzoek.
RO’er vraagt indien nodig advies van de FUMO.
31
handhaving van de milieuregels
4.2.3 Participatie Participatie is het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van besluitvorming over een project of activiteit. Participatie bij de transitie naar een definitief omgevingsplan is van groot belang, omdat het omgevingsplan een belangrijke stap is in de integratie van verschillende wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Wij gaan zoveel als mogelijk beleidsneutraal over naar een definitief omgevingsplan. Dat betekent dat er geen wijzigingen zijn in het beleid of de onderliggende principes van de regels die gelden voor de fysieke leefomgeving. Er wordt dus in principe geen verandering doorgevoerd in de wijze waarop de omgeving wordt beheerd; de overgang richt zich alleen op het herstructureren en integreren van bestaande regels en wetgeving in één nieuw instrument, het omgevingsplan. Vanwege de harmonisatie ontkomen we echter niet aan inhoudelijke veranderingen. Deze inhoudelijke veranderingen kunnen van invloed zijn op de leefomgeving. Hoewel dit naar verwachting geen grote veranderingen zullen zijn, is participatie nog steeds van belang tijdens de transitie.
Het is cruciaal om ervoor te zorgen dat betrokkenen goed geïnformeerd zijn en dat er transparantie is over wat er precies verandert en waarom, maar we willen de mienskip niet belasten met overmatige participatie. Het doel van participatie in dit traject is informeren. De focus ligt voornamelijk op het verstrekken van relevante informatie aan belanghebbenden, zodat zij goed op de hoogte zijn van de veranderingen en het proces. Het draait dus niet zozeer om het verzamelen van meningen en het actief betrekken van de gemeenschap bij het besluitvormingsproces, maar meer om het transparant en duidelijk communiceren van het proces en de gevolgen daarvan. Het doel van informeren is: 1. Bewustwording creëren: Betrokkenen moeten begrijpen wat een omgevingsplan is, waarom de transitie plaatsvindt en hoe het oude beleid en de nieuwe regels zich tot elkaar verhouden. 2. Duidelijkheid verschaffen: Participatie is dan bedoeld om uitleg te geven over de stappen in het proces van de transitie, inclusief de planning, de betrokken partijen en de wettelijke kaders die van toepassing zijn. 3. Transparantie en inzicht in de wijzigingen: Het omgevingsplan presenteert de regels straks op een andere manier dan we gewend zijn. Betrokkenen moeten inzicht krijgen in deze nieuwe indeling en begrijpen dat de inhoudelijke regels zoveel als mogelijk dezelfde blijven.
Daarbij is het belangrijk dat waar wel wijzigingen plaatsvinden de regels goed worden uitgelegd, vooral als dat gevolgen kan hebben voor de dagelijkse praktijk van burgers of bedrijven (bijvoorbeeld in verband met vergunningaanvragen). 4. Zorgen voor een breed draagvlak: Zelfs wanneer participatie voornamelijk gericht is op informeren, kan het helpen om een breed draagvlak voor het proces de creëren. Als mensen goed geïnformeerd zijn, is de kans groter dat ze de veranderingen accepteren, zelfs als ze het niet altijd eens zijn met elke wijziging.
32
Informeren gebeurt via verschillende communicatiemiddelen zoals de gemeentelijke website, social media, publicatie in huis-aan-huis blad, digitale FAQ’s en wellicht informatieavonden. Duidelijke uitleg is essentieel, omdat de betrokkenen het gevoel moeten hebben dat ze begrijpen wat er gaat gebeuren, zelfs als het beleid en de regels op zich niet veranderen. Kortom participatie in dit geval richt zich vooral op transparantie, communicatie en het betrekken van belanghebbenden bij de technische en organisatorische veranderingen die plaatsvinden bij de overgang naar het omgevingsplan.
4.3 Planning, fasering en mijlpalen 4.3.1 Transitie tot 2032 De implementatie van de Omgevingswet is complex en heeft veel impact. Dit geldt ook voor de transitie naar een definitief omgevingsplan. De gegeven implementatietijd tot 2032 lijkt lang, maar alles wijst erop dat we deze tijd zeker nodig gaan hebben. De huidige verwachtingen laten zien dat we zeker tot 2031 de tijd nodig hebben om alle regelbronnen in het definitieve omgevingsplan een plekje te geven. We houden daarmee één jaar speling voor onverwachte tegenvallers en vertraging. Omdat we te maken hebben met een erg lang en complex projecttraject is er gekozen om eerst een gedetailleerde planning voor de periode 2025-2026 te maken. Door een gebrek aan specialistische kennis, onzekerheden m.b.t. bepaalde regelbronnen en vooral de complexiteit van het transitietraject is het onrealistisch om nu al een gedetailleerde uitwerking te geven aan alle onderdelen van de transitie. Door het uitwerken in blokken van 2 jaar bouwen we flexibiliteit in voor evaluatie en het verwerken van leerpunten voor de resterende transitieperiode. We verwachten dat de kennis en ervaring die wij op gaan doen in 2025-2026 het transitieproces voor de daaropvolgende jaren zal versnellen.
4.3.2 Planning gehele transitie Er is gekozen om de transitie naar het definitieve omgevingsplan te starten met het overzetten van de meest statische regelbronnen. Op deze manier kunnen we met de meest eenvoudige regelbronnen ervaring opdoen en onze ontwikkelde methode testen. We starten het traject daarom met de voorbeschermingsregels, de vangnetregeling, parapluplannen, een deel van de APV, de parkeerverordening, de bouwverordening en de algemene verordening ondergrondse infrastructuren. Daarnaast starten we ook een harmonisatietraject voor de bestemmingsplannen van de dorpen in Noardeast-Fryslân en Dokkum. Als voorbereiding op het verwerken van milieuregels starten we een verdiepingstraject van de bruidsschatregels en een analyse van de instructieregels. We verwerken doorlopend BOPA’s, OPA’s, kruimelgevallen en bouw- & sloopregels uit de bruidsschat in de eerste twee jaar. Ten slotte wordt er gedurende het traject rekening gehouden met participatie, het informeren van externe partijen en onderhoud aan het omgevingsplan. De aanpak van deze onderdelen is verwerkt in resultaatdefinities welk in hoofdstuk 4.4 te raadplegen zijn. In de periode 2027-2028 staan vervolgens de bomenverordening, bruidsschatregels m.b.t. geur en geluid, de verordening geurhinder en melkveehouderij, de begraafplaatsenverordening, welstand en de afvalstoffenverordening ingeplant.
In 2029-2030 komen de resterende milieuregels, erfgoed en de beheersverordening Waddenzee aan de beurt. In 2028 start een nieuw harmonisatietraject van de resterende bestemmingsplannen. Schematisch is dit weergegeven in Figuur 3.
33
Q1
Q2
2025 Q3
Gebiedsgericht omgevingsplan opbouwen Omgevingsplan opbouwen Dorpen Omgevingsplan opbouwen Kollum Omgevingsplan opbouwen Dokkum Buitengebied Natuurgebied Bestemmingsplannen Thematisch overzetten Voorbeschermingsregels Vangnetregeling Parapluplannen bomenverordening Bruidsschat - milieu Bodemfunctieklassenkaart Bodembeheersgebied Verordening geurhinder en melkveehouderij Instructieregels Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Erfgoedverordening Welstand APV (+ vergunni ngvri j a a nl eggen en onderhouden va n ui twegen ) Afvalstoffenverordening + uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Bruidsschat- aanleggen wegen of spoorwegen beheersverordening waddenzee Beleidsregels Gebiedsgericht doorlopend overzetten TAM-omgevingsplan BOPA OPA Bruidsschat- bouw & sloop Bouwverordening Kruimelgevallen
Q4
Q1
Q2
2026 Q3
Q4
Q1
Q2
2027 Q3
Q4
Q1
Q2
2028 Q3
Q4
Q1
Q2
2029 Q3
Q4
Q1
Q2
2030 Q3
Q4
Q1
Q2
2031 Q3
Dorpen Kollum Dokkum Buitengebied Natuurgebied Harmonisatietraject 'De Dorpen & Dokkum'
Harmonisatietraject 'Het Buitengebied'
Bomen
Verdieping
Geluid & geur
Bodem
Resterend
Bodem Bodem Geur Lucht & geur
Ana l ys e
Geluid
Bodem
Resterend
Begraafplaatsen Erfgoed Welstand APV pakket 1
APV pakket 2 Afvalstoffen Parkeren Ond. Infrastr. Spoor- en wegen Waddenzee
Dorpen
Dorpen
Kol l um
Kollum
Dokkum
Dokkum
Bui teng.
Buitengebied
Na tuurg.
Natuurgebied
Update website Participatie Onderhoudswijzingsbesluit
Detailplanning 2025-2026
Figuur 3 planning gehele transitie
34
Q4
4.3.3 Detailplanning 2025-2026 Hieronder een algemene toelichting bij de detailplanning 2025-2026. De onderstaande mijlpalen/meetpunten worden ook gepresenteerd op de detailplanning in Figuur 4. Het is raadzaam om deze beschrijving parallel te lezen met de resultaatdefinities in hoofdstuk 4.4 van dit transitieplan. Voorbereiding (Q1 2025) De eerste drie maanden van 2025 worden gebruikt om het harmonisatietraject voor te bereiden en te starten met de verdieping in de milieuthema’s. Daarnaast zullen voorbereidingen worden getroffen voor het kunnen plaatsen van updates en informatie op de gemeentewebsite. Start uitvoering (Q2 – Q3 2025) Aan het begin van april is de voorbereiding afgerond en wordt er gestart met het harmonisatietraject voor de dorpen en Dokkum. Op ditzelfde moment start de inventarisatie van de kruimelgevallen, bouwregels in de bruidsschat, de BOPA’s en OPA’s. Aan het eind van juli zijn de eerste bestemmingsplanregels geharmoniseerd en overgezet naar het omgevingsplan. Deze periode geeft ons een moment om te evalueren op het harmonisatietraject dusver en waar we in de rest van de transitieperiode rekening mee moeten houden. Daarnaast worden op ditzelfde moment de inventarisaties van de kruimelgevallen, bouwregels uit de bruidsschat, de BOPA’s en de OPA’s afgerond. Vanaf augustus worden de eerste regels uit deze bronnen overgezet naar het omgevingsplan.
Deze ontwikkelingen worden gebruikt als input voor de update op de gemeentewebsite welke ook eind juli zal worden uitgevoerd. 2e helft 2025 (Q3 – Q4 2025) Aan het einde van het eerste transitiejaar zijn de eerste thematische regelbronnen overgezet. Hoewel dit de eenvoudigere regelbronnen betreffen, moet de praktijk uitwijzen of onze beoogde schrijf- en annotatiestrategie ook voor deze regels werkbaar is. Op dit punt zijn al verschillende kruimelgevallen, bouwregels en BOPA’s en OPA’s verwerkt in het omgevingsplan. Deze ontwikkelingen zijn allemaal voeding voor de update op de gemeentewebsite welke in januari 2026 zal worden uitgevoerd. Start 2026 (Q1 – Q3 2026) Het overgrote deel van 2026 zal bestaan uit een continuering van werkzaamheden uit het vorige jaar. Daarnaast worden een aantal regels uit de Algemene plaatselijke verordening en de bouwverordening in deze periode overgezet. Zodra dit is afgerond worden de parkeerverordening en de algemene verordening ondergrondse infrastructuren overgeheveld. Eind september zijn alle bestemmingsplanregels voor de dorpen omgezet naar het omgevingsplan en is een algehele juridische controle van de overgeplaatste regels in gang gezet. Eind 2026 (Q4 2026) In Q4 van 2026 wordt het overzetten van de parkeerverordening en de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren afgerond.
De relevante TAM-omgevingsplannen zijn hier ook aan de beurt. In dit kwartaal wordt tevens participatie uitgevoerd voor de aankomende wijziging van het omgevingsplan waarmee de verwerkte regels uit 2025 en 2026 worden gepubliceerd. Ten slotte staat het laatste kwartaal in het teken van evaluatie, voortang en het vervolg van de transitie. De ervaringen van 2025-2026 gaan uitwijzen of de planning van de algehele transitie reëel is of als deze aangepast moet worden. Deze evaluatie zal onderdeel zijn van de rapportage voortang en vervolg 2027-2028. Tevens zal in deze rapportage gedetailleerde resultaatdefinities en financiële gevolgen voor de volgende twee jaar worden uitgewerkt. De rapportage voortgang en vervolg 2027-2028 zal in Q4 van 2026 worden aangeleverd.
35
Q1 Jan Financiële dekking incidenteel budget 2024 Bestemminggericht overzetten Harmonisatietraject 'De Dorpen & Dokkum' STAP 1 Inventarisering regels + voorstel keuze STAP 2 Gedragen regelkeuze STAP 3 Omzetten naar omgevingsplan (alleen dorpen) Juridische controle Thematisch overzetten Voorbeschermingsregels Vangnetregeling Parapluplannen Bruidsschat milieu Instructieregels APV (algemene plaatselijke verordening) Parkeerverordening Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Beleidsregels
Feb
Ma
Voorbereiding harmonisatie
2025 Q3 Jun Jul
Mei
1
1
2 1
Aug
3 2 1 Afstem.
Q4 Okt
Sep
4 3 2
5 4 3
Nov
Dec
Q1 Jan
Feb
Q2 Apr
Ma
Harmonisatietraject 'De dorpen & Dokkum' 6 7 8 9 10 11 5 6 7 8 9 10 4 5 6 7 8 9
Afstem.
Afstem.
Afstem.
Afstem.
2026 Q3 Jun Jul
Mei
12 11 10
13 12 11 Afstem.
Aug
14 13 12
15 14 13
Q4 Okt
Sep
15 14
Afstem.
Nov
Dec
15 Juridische controle
Voorbeschermingsregels Vangnetregeling Parapluplannen Verdieping milieu thema's Analyse instructieregels Pakket 1 Parkeerverordening Algemene verordening ondergrondse infrastructuren
Gebiedsgericht doorlopend overzetten TAM-omgevingsplan BOPA OPA (voormalige wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheid) Bruidsschat - bouw & sloop Bouwverordening Kruimelgevallen gebruik dorpen Update communicatie inwoners d.m.v. website Participatie Onderhoudsbesluit
Q2 Apr
Overzetten TAM BOPA's inventariseren
Verwerken 1
Verwerken 2,3 & 4
Verwerken 5, 6 & 7
Verwerken 8, 9 & 10
Verwerken 11, 12 & 13
OPA's inventariseren
Verwerken 1
Verwerken 2,3 & 4
Verwerken 5, 6 & 7
Verwerken 8, 9 & 10
Verwerken 11, 12 & 13
Verw. 14 & 15 Verw. 14 & 15
Bouwregels inventariseren
Aanpassen 1
Aanpassen 2,3 & 4
Aanpassen 5, 6 & 7
Aanpassen 8, 9 & 10
Aanpassen 11, 12 & 13
Aanpassen 14 & 15
Kruimelgevallen inventariseren
Verwerken 1
Verwerken 2,3 & 4
Verwerken 8, 9 & 10
Verwerken 11, 12 & 13
Verw. 14 & 15
Bouw
In gebruikname webpagina
update
Verwerken 5, 6 & 7
update
update Participatietraject Onderhoudsbesluit
Einde voorbereiding. Start uitvoering.
Harmonisatie en overzet regels pakket 1 afgerond. Kruimelgevallen inventarisatie afgerond.
Eerste alternatieve regelbronnen overgezet en afgerond. Meenemen in update webpagina.
Afronden overzetten bestemmingsplanregels. Afronden optioneel onderhoudsbesluit.
Opleveren rapportage voortgang en vervolg 2027-2028
Figuur 4 detailplanning periode 2025-2026
36
4.4 Resultaatdefinities Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanpak van het overzetten van de verschillende regelbronnen naar het definitief omgevingsplan, voor de periode 2025-2026. Omwille van overzicht en de leesbaarheid van dit transitieplan is gekozen om de resultaatdefinities op te nemen in bijlage IV. De resultaatdefinities geven concrete uitwerkingen voor de beschrijving, aanpak en resultaten voor de regelbronnen waarvoor in de periode van 2025-2026 acties worden uitgevoerd. Daarnaast is vermeld welke specialistische kennis nodig is voor het succesvol uitvoeren van de beoogde acties en van welke bronnen we daarbij gebruik maken.
4.5 Financiële en personele inzet Gebaseerd op de gedetailleerde planning voor de periode 2025-2026, is een inschatting voor capaciteit gemaakt. Vervolgens zijn met de basistarieven binnen de gemeente de benodigde financiële middelen berekend voor deze periode. Dit resulteert in het kostenplaatje voor de transitie naar het definitief omgevingsplan voor 2025-2026. Daarnaast zijn overige kosten berekent voor eventuele MER-procedures en ondersteuning van adviesbureaus tijdens de transitie. Samen vormt dit het uiteindelijke kostenoverzicht voor het uitvoeren van de transitie voor de periode 2025-2026. Financiën en personele inzet 2025-2026 Uitvoering Figuur 5 geeft een overzicht van de taken welke in 2025-2026 uitgevoerd gaan worden met de bijbehorende benodigde ureninzet per week en een kostenindicatie voor het uitvoeren van de taken. Figuur 6 geeft een overzicht van de benodigde en beschikbare capaciteit in de periode 2025-2026. Wat opvalt is dat de benodigde capaciteit gedurende de zomer van 2025 significant toeneemt. Dit is een gevolg van het starten van de uitvoering van de harmonisatie. De beschikbare capaciteit gaat vanaf juli 2025 enigszins omhoog door het verder vrijspelen van de planmaker/toepasbare regelanalist. Dit valt mooi samen met het moment waarop we de eerste bestemmingsplanregels naar het omgevingsplan gaan vertalen.
De kostenindicatie is tot stand gekomen door de benodigde uren per week te vermenigvuldigen met de basistarieven en het aantal weken dat deze taak staat ingepland Op de uitvoering is vervolgens een inschattingsbuffer van 5% doorberekend. Algemene taken binnen het project Naast de berekende benodigde inzet van de projectleider in de uitvoering, zijn uren voor algemene taken binnen het project begroot voor o.a. het overleggen met het management en de wethouder, deelname aan kennissessies, het voorbereiden en presenteren van de maandelijkse stand-up, communicatie intern/extern, het sturen van het project en het schrijven van de rapportage voortgang en vervolg 20272028. Dit is begroot op 8 uren per week. Voor de geo-specialist zijn 12 uren per week begroot voor het verder ontwikkelen van de geobeheerstrategie en het uitvoeren van algemene taken benodigd voor het beheren van geometrie voor het omgevingsplan.
37
Kostenindicatie Bestemminggericht overzetten Harmonisatietraject 'De Dorpen & Dokkum' STAP 1 Inventarisering regels + voorstel keuze STAP 2 Gedragen regelkeuze STAP 3 Omzetten naar omgevingsplan (alleen dorpen) Juridische controle Thematisch overzetten Voorbeschermingsregels Vangnetregeling Parapluplannen Bruidsschat milieu Instructieregels APV (algemene plaatselijke verordening) Parkeerverordening Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Beleidsregels
Projecleiding Advies Uur / week Uur / week
€ 136.320,00 € 128.880,00 € 194.496,00 € 7.020,00
20 6 24 1
2 4 7 1
0 12 0 4
€ 2.412,00 € 4.824,00 € 5.868,00 € 21.384,00 € 2.934,00 € 4.608,00 € 12.888,00 € 12.888,00 € 10.752,00
1 2 2 6 2 2 4 4 0,5
1 2 1 3 0,5 0 1 1 0
0 0 2 0 0 0 0,5 0,5 0,5
€ 15.192,00 € 86.184,00 € 8.064,00 € 16.506,00 € 402,00 € 57.204,00
11 8,5 1 1 0,5 6
2 2 0 0,5 0,5 1
0 0 0 0,5 0 0
0 4 2
1 4 1
0 2 1
Gebiedsgericht doorlopend overzetten TAM-omgevingsplan BOPA OPA (voormalige wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheid) Bruidsschat - bouw & sloop Bouwverordening Kruimelgevallen gebruik dorpen Update communicatie inwoners d.m.v. website Participatie Onderhoudsbesluit
Uitvoering Uur / week
€ 1.680,00 € 7.968,00 € 4.716,00 Totaal uitvoering 2 jaar € 743.190,00
Figuur 5 overzicht ureninzet en kostenindicatie per regelbron 2025-2026
Figuur 6 overzicht benodigde & beschikbare capaciteit in uren per week
Kosten rest transitie Voor de resterende transitieperiode van 2027 tot 2032 is het nog niet mogelijk om een goede financieel kostenplaatje te maken. Dit heeft te maken met het feit dat het werken met de nieuwe techniek van het omgevingsplan en het overzetten van bestaande regels naar deze vorm nieuw en complex is. Daarnaast is het nog niet geheel duidelijk of de transitieopgave voor bijvoorbeeld de bruidsschatregels gelijk blijft of dat er mogelijk bruidsschatregels alsnog terug moeten worden getrokken naar het bevoegd gezag van het Rijk. Hoe snel wij ons in 2025-2026 gaan ontwikkelen in de nieuwe methodiek is moeilijk
38
in te schatten maar heeft wel veel invloed op de personeelsinzet van het vervolgtraject. Wellicht zullen processen zoals het harmoniseren van het buitengebied minder tijd kosten, door de leermomenten van 2025-2026, echter zal dit ook gecompenseerd worden met de grote opgaven welke de milieuregels uit de bruidsschat en instructieregels betreffen. Bij de financiële berekeningen is rekening gehouden met een prijsindexatie van 1% per jaar. Naast de ureninzet van projectmedewerkers zijn er overige kosten begroot: -
Er is een bedrag van € 100.000,- begroot voor een eventuele MER-procedure welke kan worden vereist voor het in procedure brengen van de overgeplaatste regels. Er is een jaarlijks bedrag van € 20.000,- begroot voor extra ondersteuning door adviesbureaus. Dit resulteert in het bedrag van € 40.000,-. Er is een risicobudget begroot van € 15.000,- per jaar. Dit bedrag is gereserveerd voor het voorkomen van eventuele onverwachte gebeurtenissen en/of vertraging. Dit gebaseerd op de risico als aangegeven in hoofdstuk 4.6.
Ongeveer 88% van de benodigde kosten komen voort uit de ureninzet van het projectteam. Zo’n 12% is voor eventuele externe ondersteuning en het uit laten voeren van MER-procedures. Uiteindelijke projectbegroting Voor de implementatie van de Omgevingswet in 2024 is eerder door de raad een krediet verleend. Het onderdeel welke bedoeld was voor de voorbereiding van de transitiefase definitief omgevingsplan bedraagt €580.920,-. Hiervan is nog € 341.711,18 beschikbaar welke wordt overgeheveld naar de uitvoeringsfase. Vanuit het Gemeentefonds wordt voor 2025 een bedrag van € 80 miljoen door het Rijk beschikbaar gesteld voor gemeenten voor de implementatie van de Omgevingswet. De verwachting is dat hiervan ongeveer € 391.000,- ten goede komt voor gemeente Noardeast-Fryslân. Daarnaast zijn in de begroting financiële middelen vrijgemaakt voor de structurele benodigde capaciteit voor de implementatie van de Omgevingswet. Deze middelen zijn in onderstaande overzicht verrekend met het benodigde bedrag voor de uitvoering in dit transitieplan voor de periode 2025-2026. Bovenstaande gegevens resulteert in de volgende afgeronde projectbegroting:
Kosten algemene taken binnen project Kosten uitvoering 2025-2026 Inschattingsbuffer 5% uitvoering Totaal kosten werkzaamheden 2025-2026
€ 191.000 € 743.000 € 37.000 € 971.000
Overige kosten Middelen van voorbereiding transitie Middelen kadernota functies Omgevingswet Middelen Gemeentefonds 2025 Schatting kosten transitie omgevingsplan Benodigd aanvullend budget
€ 170.000 € 341.711 € 218.686 € 391.000 € 1.141.000 € 190.000 (afgerond)
4.6 Afhankelijkheden en risico’s De transitie naar een definitief omgevingsplan kent diverse afhankelijkheden en risico’s die bepalend zijn voor het succes ervan. In deze paragraaf benoemen we de afhankelijkheden en risico’s die van invloed kunnen zijn op het verloop van de transitie. Dit helpt ons om de afhankelijkheden en risico’s zo goed mogelijk te beheersen.
39
De opdrachtgever, clusterhoofd van de eenheid Romtlik Belied en Plannen, is uiteindelijk eindverantwoordelijk voor de transitie. 1. Ambtelijke capaciteit en beschikbare middelen Voor de ontwikkeling van het definitief omgevingsplan zijn voldoende beschikbare middelen en ambtelijke capaciteit nodig. Beperkte personeelscapaciteit of een tekort aan beschikbare middelen kan leiden tot vertragingen en kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het definitieve omgevingsplan. Bepalend is of de financiële middelen die met dit plan van aanpak worden aangevraagd toegekend worden. Vanuit het voortraject in 2024 zijn nog middelen beschikbaar om een deel van de uitvoering in 2025 van te bekostigen. In de begroting in dit plan van aanpak is daar rekening mee gehouden. Maatregel: Bij het plotseling uitvallen van betrokken personeel kijken we eerst binnen het projectteam of deze leemte gevuld kan worden. Teamleden hebben hun eigen specialisatie maar bezitten over het algemeen specialisme-overstijgende kennis. Bij uitvallen van de geo-specialist zal contact op worden genomen met de coördinator Bron en Informatiebeheer om mogelijke oplossingen te bespreken. Bij het uitvallen van een andere medewerker kan zo nodig externe hulp worden ingeschakeld. Er is rekening gehouden met een financiële buffer van 5% in de begroting.
Samen met de uren welke door de afwezige personeelslid niet worden geschreven kan eventuele tijdelijke externe hulp worden ingeroepen. 2. Wisseling bestuur Veranderingen in het bestuur kunnen leiden tot wijzigingen in prioriteiten, beleid en beslissingen, wat de voortgang van het project kan beïnvloeden. Inhoudelijke beleidswijzigingen kunnen leiden tot een herziening van de uitgangspunten en kan invloed hebben op de wijze waarop keuzes worden gemaakt in relatie tot de transitie naar het definitief omgevingsplan. Maatregel: We vragen krediet aan voor de gehele transitieperiode waardoor de financiële middelen vooraf worden gereserveerd. Hierdoor wordt dit risico deels gemitigeerd. Bij onverwachte veranderingen in de organisatie gaat de projectleider in gesprek met coördinatoren, clusterhoofden en eventueel de directie om het belang van het project duidelijk te maken. 3. Digitalisering Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is een centraal onderdeel van de transitie. Technische problemen of vertragingen kunnen impact hebben op de planning en bruikbaarheid van het definitieve omgevingsplan. Dit geldt ook voor de software van GISkit die we gaan gebruiken voor het opstellen van het definitieve omgevingsplan. Maatregel: Op de werking van het DSO hebben we geen invloed.
Wel nemen we deel aan de consultatie van VNG en Aan de slag met de Omgevingswet, waarbij we een eerste publicatie van het omgevingsplan doen in het DSO. VNG en Aan de slag met de Omgevingswet gebruiken de bevindingen uit de consultatie voor het verbeteren van de algemene ondersteuning van gemeenten bij het publiceren van omgevingsdocumenten. Voor wat betreft de software GISkit hebben we een contract van 1 jaar, waarna we na een evaluatie kunnen kiezen voor het verlengen van het contract of kunnen kiezen voor een andere leverancier. 4. Complexiteit in relatie tot de planning Gezien de omvang en complexiteit van de transitie is het onzeker of de huidige planning realistisch is. Met name omdat de transitieperiode tot 2032 duurt is het moeilijk nu al een gedetailleerde planning te maken na 2026. Deze algehele omvang en complexiteit vraagt om een flexibele benadering, waarbij de planning regelmatig moet worden geëvalueerd. Maatregel: Een gedetailleerde planning is uitgewerkt voor de eerste twee jaar van de transitieperiode. Aan het eind van 2026 wordt een rapportage met evaluatie op de voortgang en een vervolgplanning
40
voor de periode 2027-2028 opgeleverd. Dit is een belangrijk moment om bij te sturen mocht dat nodig zijn. 5. Inhoudelijke kennis Het opstellen en implementeren van het definitieve omgevingsplan vraagt om specialistische kennis. Niet alle kennis is momenteel intern geborgd in de organisatie. Dit is bijvoorbeeld het geval voor kennis en ervaring op het gebied van milieu. Met name bij het overzetten van de bruidsschat en instructieregels is dit nodig. Dit veroorzaakt een bepaalde mate van afhankelijkheid van externe partijen, zoals in dit geval de FUMO. Maar ook kennis in de digitalisering van het definitieve omgevingsplan is nodig. Een gebrek aan interne kennis op dit gebied maakt ondersteuning van externe specialisten noodzakelijk. Maatregel: door het gebrek aan benodigde kennis is besloten om de nieuwe milieuregels in de bruidsschat en de instructieregels die daarop aanhaken in later stadium in het omgevingsplan te verwerken. Op deze manier kunnen we optimaal gebruik maken van landelijke ontwikkeling op het gebied van deze regelbronnen. Bij plotselinge noodzaak aan kennis nemen we contact op met de FUMO en maken we gebruik van het deelplatform PLEIO om andere gemeenten te bevragen over hun aanpak. Daarnaast kunnen we tevens specifieke vragen stellen aan adviesbureaus. Hiervoor is een budget in de begroting verwerkt.
Ook hebben we een verdiepingstraject voor de milieuregels van de bruidsschat ingeplant in Q1 en Q2 van 2025 om meer kennis op te doen van deze specialistische regels. Mocht er onvoldoende kennis zijn op het gebied van digitalisering kunnen specialisten op dit gebied worden ingehuurd. Hiervoor is budget in de begroting verwerkt. 6. Juridische onzekerheid Aangezien we te maken hebben met nieuwe wetgeving bestaat de kans dat er nog aanpassingen in worden doorgevoerd. Dit kan gevolgen hebben voor de transitie en zorgt voor juridische onzekerheid. Daarnaast heerst er nog veel onduidelijkheid over de definitieve toekomst van de bruidsschatregels bij de gemeente Zoals eerder in dit rapport is toegelicht moet worden gekeken wat het advies van de MERcommissie gaat betekenen voor het borgen van milieuregels bij de gemeenten. Dit advies kan grote gevolgen hebben voor de plek van de bruidsschat in de gemeentelijke omgevingsplannen. Maatregel: We hebben geen invloed op eventuele aanpassingen in de wetgeving. Voor wat betreft de transitie van de bruidsschatregels plannen we deze iets later in waardoor we ruimte krijgen om af te wachten. We richten al wel een verdiepingstraject voor de milieuregels in, zodat we weten waar we het over hebben. We houden de ontwikkelingen in de gaten. 7.
Nieuwe ontwikkelingen en samenloop van plannen Het definitieve omgevingsplan dient rekening te houden met nieuwe initiatieven en gelijktijdig lopende ontwikkelingen. Een goede afstemming is essentieel om ervoor te zorgen dat de plannen op elkaar aansluiten en op de juiste wijze worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan. Maatregel: Allereerst blijven we in principe werken met TAM-omgevingsplannen zolang dit door het Rijk wordt toegelaten. Dit lost vooralsnog de samenloopproblematiek van ontwikkelingen op. Na het aflopen van de gebruiksmogelijkheden van de TAM-omgevingsplannen gaan we nieuwe ontwikkelingen vooralsnog in aparte hoofdstukken in het omgevingsplan verwerken. Hierdoor houden we het overzicht zolang we nog te weinig ervaring hebben met de technische en procesmatige werking met het omgevingsplan. In GISkit werken we in verschillende werksets. Pas als het gepubliceerd wordt zetten we het in de productie. 8. Invulling van nieuwe functie geo-specialist De geo-specialist krijgt een erg specialistische rol binnen het projectteam. De werkzaamheden van deze functie is begin 2025 sterk afhankelijk van de voortgang van het harmonisatietraject en het
41
overzetten van regels naar het omgevingsplan. Mochten deze processen vertraging oplopen kan het zijn dat de geo-specialist te weinig input krijgt om zijn taak goed uit te kunnen voeren. Maatregel: Allereerst krijgt de geo-specialist de taak om een volledig en efficiënte geobeheerstrategie te ontwikkelen. Vanuit dit plan van aanpak ligt er een eerste ontwerp waarop voortgeborduurd kan worden. Dit zal in het eerste deel van 2025 veel tijd vragen wat mogelijk de balans brengt met een nog opbouwende vraag naar geometrie vanuit de projectgroep. Mocht de geo-specialist onverhoopt toch nog niet volledig zijn functie kunnen vervullen in het projectteam, dan is het mogelijk om tijdelijk werkzaamheden vanuit de eenheid bron- en informatiebeheer op te pakken. Hierover is contact geweest met de coördinator bron- en informatiebeheer.
42
Bijlage I Hoofdstukstructuur We nemen in het omgevingsplan de volgende hoofdstukken op: Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Hoofdstuk 6: Hoofdstuk 7: Hoofdstuk 8: Hoofdstuk 9: Hoofdstuk 10: Hoofdstuk 11: Hoofdstuk 12: Hoofdstuk 13: Hoofstuk 14:
Algemene bepalingen Doelen en omgevingswaarden Omgevingsprogramma’s Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Aspecten in de fysieke leefomgeving Activiteiten Beheer en onderhoud Financiële bepalingen Procedureregels Handhaving Monitoring en informatie Overgangsrecht Gereserveerd [voor toekomstige ontwikkelingen] Slotbepalingen
Lagen In de hoofdstukken is het mogelijk om de volgende lagen op te nemen in een omgevingsplan: laag 1 2 3 4 5 6 7 8
inhoud hoofdstuk titel afdeling • Paragraaf (subparagraaf) (subsubparagraaf) ▪ Artikel - lid.
Let op: meer dan deze 8 lagen zijn vanwege het DSO niet mogelijk! Het is belangrijk om hier rekening mee te houden bij het opbouwen van het omgevingsplan. In de schrijf- en annotatiestrategie worden de lagen nader toegelicht.
Toelichting hoofdstukken Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
1
Waar gaat het over?
Wat houdt het in?
Verplicht?
Begrippen
Definieert de begrippen uit omgevingsplan
ja
Willen we het opnemen? + argumenten ja
Begrippen zijn noodzakelijk om te definiëren wat een onderwerp precies inhoudt. Omdat we beleidsneutraal over willen, kiezen we er ook voor om met de begrippen inhoudelijk aan te sluiten bij onze bestemmingsplannen. We moeten wel een check doen met de AMvB’s om te beoordelen of de begrippen ‘Omgevingswetproof’ zijn. We gaan enigszins terughoudend om met het toevoegen van ‘extra’ begrippen, maar vinden het belangrijker om via begrippen zoveel mogelijk duidelijkheid te kunnen geven. We nemen alle begrippen op in hoofdstuk 1 (en verwijzen dus niet naar de begrippen in de AMvB’s of in bijlagen).
Hoofdstuk 2 – Doelen en omgevingswaarden Waar gaat het over?
Wat houdt het in? Reden?
Verplicht?
1
Doelen
Om te beschrijven welke doelen we willen bereiken met dit omgevingsplan
nee
2
Omgevingswaarden
Je kan hiermee de kwaliteit vastleggen die we voor (onderdelen van) de fysieke leefomgeving willen bereiken.
ja en nee
Willen we het opnemen? + argumenten Ja, om duidelijk te maken welke doelen we willen bereiken alleen de verplichte
Doelen Het omgevingsplan wordt vastgesteld met het oog op de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet. Het is niet nodig om deze doelen één-op-één over te nemen in het omgevingsplan. Wel zal de gemeente duidelijk moeten maken waarop het omgevingsplan is gericht. De formulering van de doelen van het omgevingsplan is relevant voor de gehele structuur van het omgevingsplan, omdat het een samengevatte weergave is van de redenen (de te dienen algemene belangen) waarom de in het omgevingsplan vervatte regels worden gesteld. In artikel 2.1, derde lid, van de Omgevingswet is een facultatieve, niet-limitatieve en niet-definitieve uitwerking gegeven van de doelen waarop het omgevingsplan (net als andere instrumenten op basis van de Omgevingswet) is gericht. Deze uitwerking kan door gemeenten worden aangepast voor eigen gebruik in het omgevingsplan. Dat is overigens niet verplicht; als het omgevingsplan geen uitwerking geeft, gelden de maatschappelijke doelen van de wet. In deze structuur is ervoor gekozen een uitwerking van de doelen van het omgevingsplan op te nemen in hoofdstuk 2 van het omgevingsplan. Naast het bieden van een overzicht van alle doelen in het omgevingsplan is artikel 2.1 ook van belang wanneer er gebruik wordt gemaakt van een (binnenplanse) inherente afwijkingsbevoegdheid.
Bij het gebruiken van die bevoegdheid kan dan een activiteit die in strijd is met de regels in hoofdstuk 5 van het omgevingsplan toch worden toegelaten als dat toelaten kan worden gemotiveerd vanuit de volle breedte van de doelen van het omgevingsplan, zoals ze in artikel 2.1 zijn opgesomd. Bij het stellen van doelen in het omgevingsplan moet een te beperkte reikwijdte worden vermeden. Aan de andere kant leidt een doel met een te ruime reikwijdte tot een bredere motiveringsplicht. Het is dus zaak om bewust om te gaan met de doelen met het oog waarop het omgevingsplan wordt vastgesteld. Het gaat erom dat de lijst klopt voor de gemeente: de regels van het omgevingsplan dienen een bijdrage te leveren aan het bereiken van de doelen. Deze structuur helpt daarbij door de doelen expliciet te maken, zodat transparant is wat de doelen zijn en deze in onderlinge verhouding kunnen worden bezien.