CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Definitief_Openbaar_Eindrapport_Regioanalyse_ANNO-Regio_V2

It Beslút 11 juli 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Concept Energievisie Fryslân18.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regioanalyse ANNO-regio Eindrapportage

Openbaar

Leeswijzer Hoe lees ik dit rapport? Dit rapport is bondig opgesteld, waarbij de kernboodschap in het hoofdgedeelte beschreven staat. In de bijlagen zijn uitgevoerde analyses en meer toelichting op ontwikkelingen en de infrastructuur terug te vinden. Het rapport bevat informatie over zowel het elektriciteits- als het gasnet. Als iets betrekking heeft op het elektriciteitsnet is dit in geel aangegeven en in blauw als het betrekking heeft tot het gasnet.

1

Introductie • Aanleiding en vraag • Situatie van het net

2

Handelingsperspectief • Elektriciteitsnet • Gasnet

3

Oorzaak • Elektriciteit • Gas Bijlage A. Ontwikkelingen in energievraag en -aanbod Bijlage B. Impact op de energie-infrastructuur Bijlage C. Handelingsperspectief Bijlage D. Proces

Openbaar

Wat is een regioanalyse? Een regioanalyse onderzoekt het energiesysteem en de energieinfrastructuur in een bepaalde regio en kijkt vooruit naar (energie)ontwikkelingen in die regio. De gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytsjerksteradiel (de ANNO-regio) zijn als gebied onderzocht omdat ze samenwerken op het strategische thema ‘Energie en klimaat’ en daarnaast voor een belangrijk deel gebruik maken van dezelfde energie-infrastructuur. In dit gebied is het elektriciteitsnet in beheer van Liander en het gasnet in beheer van Stedin. De focus ligt op de knelpunten van zowel het elektriciteits- als het gasnet. Waar andere infrastructuur of energetische oplossingen soelaas kunnen bieden, worden deze onderzocht en verkend. Een regioanalyse heeft drie algemene doelen • Beantwoorden van de hoofdvraag ‘Welke ontwikkelingen ten aanzien van energievraag en -aanbod zijn er tot aan 2035, en wat betekenen deze voor de benodigde infrastructuur?’ – zowel op het gas- als het elektriciteitsnet • Gezamenlijk, actueel beeld creëren van regionale ontwikkelingen tussen netbeheerders (Liander en Stedin) en gemeenten. Hierdoor wordt de impact op de infrastructuur duidelijk en worden ontwikkelingen meegenomen in investeringsbeslissingen van de netbeheerders.

• Nog betere informatiedeling en samenwerking tussen netbeheerders en gemeenten, zodat toekomstige ontwikkelingen in de regio effectiever geagendeerd kunnen worden. 2

Disclaimer De regioanalyse is een momentopname; situatie en ontwikkelingen veranderen door de tijd heen De data- en informatieverzameling voor deze regioanalyse heeft vooral plaatsgevonden in oktober 2023. Kleinere wijzigingen zijn daarna nog doorgevoerd. Op het moment van publicatie van deze studie kan het zijn dat de data alweer verouderd is. De ontwikkelingen binnen de energietransitie gaan snel en informatie moet regelmatig geactualiseerd worden. Het document bevat om deze redenen dus geen absolute waarheden, maar geeft wel een goede benadering van de ontwikkelingen en het toekomstige energiesysteem in de ANNO-regio.1

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan figuren of cijfers uit deze rapportage Gegevens en analyses aangeleverd door de netbeheerders zijn uitsluitend bedoeld om een schets van het huidige en toekomstige energiesysteem te faciliteren en handelingsperspectieven te formuleren. Het betreft hierbij expliciet schetsen, die de onzekerheid van de toekomst niet volledig vatten. De studie speelt geen rol bij de behandeling van eventuele klantaanvragen.

Openbaar

1) Bijlage D bevat een omschrijving van het doorlopen proces, dat gebruikt kan worden voor een toekomstige update.

3

Begrippenlijst Begrip

Betekenis

Afname

Ook wel: levering, of: verbruik. De elektriciteit die wordt geleverd vanuit het net (bijv. voor het opladen van elektrische auto’s).

Aftoppen (wind of zon)

Het beperken van het maximale vermogen van een windmolen of zonnepaneel. Ook: curtailment.

All-electric warmtepomp

Een installatie waarbij met elektriciteit warmte wordt geproduceerd (vergelijkbaar met omgekeerde airco).

Aquathermie

Verzamelnaam voor het verwarmen en koelen van gebouwen door gebruik van warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater.

Bijmengverplichting

Verplichting voor energieleveranciers om vanaf 2025 (oplopend) groen gas bij te mengen bij gaslevering aan de gebouwde omgeving.

Biogas

Gas (vergelijkbaar met lage kwaliteit aardgas) opgewekt uit biologische bronnen zoals mest en biologisch afval.

Boosterstation

Een station waarin gas van lage naar hoge druk kan worden gebracht.

Cable pooling

Het aansluiten van zowel zon-pv als windmolens achter een enkele aansluiting.

Capaciteitsbeperking

Als de vraag naar gas kleiner is dan de groengas-invoedcapaciteit, en de groengas-invoeders dus minder dan 8.000 uur per jaar kunnen draaien, is er sprake van capaciteitsbeperking.

Congestie

Als de vraag naar of het aanbod van elektriciteit groter is dan de transportcapaciteit van het elektriciteitsnet, ontstaat er congestie.

Druk (bar)

Drukkracht per oppervlakte-eenheid. Eén bar is ongeveer gelijk aan de luchtdruk in de atmosfeer.

Drukvlakken

Delen van het gasnet waarop het drukniveau hetzelfde is (bijv. 67 bar, 40 bar, 8 bar, etc.)

EHS

Extra hoge spanning (220 kV), beheerd door TenneT.

Elektronen

De deeltjes die door elektriciteitskabels heen stromen en die zorgen voor elektriciteit.

Energie (GWh)

Gigawattuur is de vermenigvuldiging van het vermogen, met de tijdsspanne waarin het vermogen wordt gevraagd.

Openbaar

4

Begrippenlijst Begrip

Betekenis

Energy hub

Lokale samenwerking tussen meerdere partijen, waarbinnen energieopwek, -opslag en -gebruik onderling op elkaar wordt afgestemd.

EV

Elektrische personenauto’s (Electric Vehicle).

Gasontvangstation (GOS)

Een station waar gas vanaf de Gasunie naar de regionale netbeheerders gaat.

Geothermie

Een techniek waarbij energie (in de vorm van warmte) wordt gewonnen uit de aardkorst.

G-gas

Laagcalorisch gas met de kwaliteit van Gronings gas; een mengsel van brandbaar methaangas en zo’n 14% niet brandbaar stikstofgas. Standaard voor levering aan huishoudens en ‘gewone’ bedrijven.

GGI

Groengas-invoeder.

GO

Gebouwde omgeving

Groen gas

Biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit.

Groengas-invoedcapaciteit

De vraag die van een drukvlak gevraagd wordt gedurende minimaal 8.000 uur per jaar.

GTS

Gasunie Transport Services

GV

Grootverbruik

GvO

Garantie van Oorsprong; certificaten die worden verkregen door producenten van duurzame energie, waaronder ook groen gas. Deze certificaten zijn verhandelbaar en worden gekocht door energieleveranciers en bedrijven.

H-gas

Hoogcalorisch gas; bevat nagenoeg alleen maar brandbaar methaangas. Word soms direct geleverd aan gas-intensieve industrie.

HS

Hoogspanning (110 kV), beheerd door TenneT.

HTL

Hoofdtransportleidingnet, beheerd door Gasunie Transport Services (GTS).

Openbaar

5

Begrippenlijst Begrip

Betekenis

Invoeding

Het injecteren van (groen) gas in het gasnet.

KV

Kleinverbruik

LNG

Liquified natural gas; aardgas dat sterk is gekoeld en daardoor vloeibaar wordt.

LS

Laagspanning (0,4 kV), beheerd door Liander.

Meet- en Regelstation (M&R)

Een station waarin een omslag van het hoofdtransportleidingnet naar het regionaaltransportleidingnet plaatsvindt. Ook zorgt het voor drukbeveiliging en odorisatie.

Middenspanningsruimte (MSR)

Een ruimte waarin elektriciteit van middenspanning naar laagspanning wordt getransformeerd (en andersom), zodat die naar individuele woningen kan worden getransporteerd.

Moleculen

De deeltjes die door gasleidingen heen stromen, zoals aardgas, groen gas en waterstof.

MS

Middenspanning (3-23 kV), beheerd door Liander.

Netneutraliteit

Een object (bijvoorbeeld een batterij) veroorzaakt of verergert congestie niet, maar lost het ook niet op.

Netvlakken

Deel van het elektriciteitsnet waarop het spanningsniveau hetzelfde is (bijv. 220 kV, 110 kV, 0,4 kV, etc.)

Onderstations (OS)

Een station waarin elektriciteit van hoogspanning naar middenspanning wordt getransformeerd en andersom.

Regelstation (RS)

Een station met een regeltransformator die de spanning over grote afstanden op niveau houdt.

RTL

Regionaaltransportleidingnet, beheerd door Gasunie Transport Services (GTS).

Schakelstation (SS)

Een station waarin de elektriciteit dezelfde spanning behoudt, waar geschakeld wordt naar meerdere kabels die aankomen en/of vertrekken met dezelfde spanning.

SDE++-subsidie

Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie-subsidie

Openbaar

6

Begrippenlijst Begrip

Betekenis

Smart grid

Verzamelnaam voor verschillende technieken om vraag en aanbod van elektriciteit optimaal op elkaar af te stemmen.

Spanning (volt)

De druk die de bron van elektriciteit uitoefent om stroom door kabels te duwen.

Stroom (ampère)

De hoeveelheid elektronen die door een kabel of apparaat stromen.

TEA

Thermische energie uit afvalwater

TEO

Thermische energie uit oppervlaktewater

Teruglevering

De elektriciteit die wordt (terug)geleverd aan het net (bijv. via zonnepanelen).

Vergassing

Omzetting van biomassa in biogas door middel van verhitting tot hoge temperaturen of hoge druk.

Vergisting

Omzetting van biomassa in biogas door middel van bacteriën en schimmels.

Vermogen (MW)

Megawatt is de hoeveelheid energie per seconde, die bepaalde apparatuur vraagt of levert.

Vluchtstrook

Het reservenetwerk van het elektriciteitsnet. Het elektriciteitsnet is dubbel aangelegd. Bij storingen worden deze vluchtstroken open gezet om stroomlevering te garanderen. Meer informatie over de vluchtstrook op: https://www.liander.nl/overliander/transportschaarste/innovaties/reservecapaciteitinzetten

Vollasturen

Het equivalent van het aantal uren dat een apparaat op zijn maximale vermogen draait.

Warmtekrachtkoppeling (WKK)

Mini-energiecentrale, veelal bij glastuinders, waarvan zowel elektriciteit, warmte, als CO 2 worden gebruikt.

Windopwek

Elektriciteitsproductie door middel van (standaard) windmolens.

Zonne-opwek (pv)

Elektriciteitsproductie door middel van (standaard) photo voltaic zonnepanelen.

Zon-thermische opwek

Warmteproductie (meestal in de vorm van heet water) door middel van zonnecollectoren.

Openbaar

7

Introductie

Openbaar

INTRODUCTIE

Aanleiding en vraag Het elektriciteitsnet zit vol en ook op het gasnet bestaan er beperkingen voor het invoeden van groen gas In de gehele provincie Friesland, en dus ook de ANNO-regio, is het elektriciteitsnet op slot voor teruglevering van elektriciteit en is er ook voor afname nog maar beperkte capaciteit op het hoogspanningsnet. Daarnaast geldt voor een gedeelte van de ANNO-regio (het westen en noorden) dat er ook congestie is voor afname van elektriciteit. In het noorden vinden er momenteel ook congestieonderzoeken plaats. Voor de hele ANNO-regio lijkt het erop dat de beschikbare capaciteit verder opraakt, voordat er meer capaciteit wordt gerealiseerd.1 Daarnaast speelt met name in de gemeente Noardeast-Fryslân dat er capaciteitsbeperkingen zijn voor groengas-invoeding, door een groeiend aantal

invoeders en een afnemende vraag naar gas.2 Deze ontwikkeling lijkt ook in andere delen van de ANNO-regio ophanden te zijn, mede door de aangekondigde bijmengverplichting die naar verwachting de invoeding van groen gas zal laten toenemen. Bedrijvigheid is in gevaar, woningbouw en verduurzaming van bestaande woningen kan vooralsnog doorgaan Gevolg van deze infrastructurele beperkingen is dat de uitbouw en verduurzaming van bedrijvigheid in het gedrang komt. Hierdoor is het vestigingsklimaat van de regio onder druk komen te staan, en is er een reële angst voor vertrek van bestaande bedrijvigheid, met alle gevolgen van

dien voor de werkgelegenheid en de leefbaarheid van de regio. Woningbouw die concreet en specifiek bij de netbeheerder is gemeld vóór de afkondiging van een transportbeperking (congestie) hebben een reservering op het net. Ook voor het verbouwen en verduurzamen van bestaande woningen is door de netbeheerder ruimte gereserveerd op het elektriciteitsnet. Particulieren kunnen dus altijd verder met het verduurzamen van hun woning. Hoe kan er perspectief geboden worden voor de woningbouw en het bedrijfsleven?

Vanuit de ANNO-regio is binnen deze context de vraag ontstaan welke handelingsperspectieven er zijn, gegeven het energiesysteem, om de woningbouw en het bedrijfsleven perspectief te geven tot aan 2035.

Openbaar

1) Zie Bijlage B1 voor additionele informatie over de capaciteit en belasting van onderstations op het elektriciteitsnet. 2) Zie Bijlage B2 voor additionele informatie over de capaciteit voor groengas-invoeding op het gasnet.

9

INTRODUCTIE

Het elektriciteitsnet bestaat uit verschillende netvlakken Het elektriciteitsnet1 bestaat uit verschillende spanningsniveaus (ook wel netvlakken), waarbij… • … de verantwoordelijkheid verdeeld is tussen netbeheerders Liander (MS en LS) en TenneT (HS). • … de elektriciteit steeds meer twee kanten op gaat (van hoog naar laag en andersom) door decentrale (zonne- en wind)opwek. • … een capaciteitsprobleem op een hoger netvlak onderliggende netvlakken beïnvloedt. • … de capaciteit wordt bepaald door de stations die beperkt zijn in de hoeveelheid vermogen die zij kunnen transporteren.2

Hoogspanning Doorgaans bovengronds

Middenspanning Doorgaans ondergronds Voorbeelden: • Aansluiting van zonnepark/ enkele windmolens • Grote industriële partijen

Voorbeelden: • Aansluiting van windpark op zee • Industriële clusters

Connectie met andere provincies

220 kV

110 kV

Laagspanning Ondergronds

Voorbeelden: • Grootschalig zon-op-dak • Grote bedrijvenpanden

Voorbeelden: • Woningen en/of kleine bedrijven met zonnepanelen

0,4 kV

3-23 kV

TenneT

Liander EHS-HS-station

Openbaar

Kleinverbruik aansluitingen

HS-MS-station

MS-MS-station

MS-LS-station

1) Voor meer informatie over het elektriciteitsnet, zie: https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Basisdocument_over_energie-infrastructuur_143.pdf 2) Naast capaciteitstekorten kunnen er ook spanningsproblemen ontstaan, met name bij laagspanning. Deze worden niet expliciet behandeld in deze studie.

10

INTRODUCTIE

Het elektriciteitsnet knelt. Natuurlijk wordt er al hard aan gewerkt! 220 kV TenneT

EHS-HS-station

Knelpunten komen naar TenneT: congestie voren op alle op het 110 kV-net netvlakken voor teruglevering in de regio. voor heel Friesland tot in 2025.

Maar er wordt ook al hard gewerkt.

Openbaar

110 kV

Er wordt in 2025 extra capaciteit gerealiseerd bij EHSHS-stations Louwsmeer en er komt een verzwaring van de lijn tussen Burgum en Drachten.

HS-MS-station (Onderstations)

MS-MS-station (Schakelstations)

• Focus in dit onderzoek op HS-MSstations (ook wel onderstations) Dokkum en Burgum maar ook OS Louwsmeer en Leeuwarden worden bekeken.1 • Bij Dokkum congestie voor afname, bij Burgum voor teruglevering. • Grootverbruikaansluitingen zijn nagenoeg niet meer mogelijk, uitzonderingen daargelaten. • Op OS Dokkum komt in 2026 (+20MW) en 2030 (+60 MW) capaciteit vrij. • OS Burgum wordt in 2025 uitgebreid met ca. 110 MW. 2

0,4 kV

3-23 kV

MS-LS-station

Kleinverbruik aansluitingen Liander

Onderliggend aan OS Leeuwarden hebben… • … schakelstation (SS) Ryptsjerk en Regelstation (RS) Hallum congestie voor afname én teruglevering. Onderliggend aan OS Burgum hebben… • … SS Burgum (installatie 1), SS Twizelerheide en SS Kollum en Regelstation (RS) Bûtenpost (installatie 1) congestie voor afname én teruglevering. • … en SS Gerkeskleaster, SS Noardburgum congestie voor alleen teruglevering.

• Onderliggend aan OS Burgum wordt er gewerkt aan een nieuw 20 kV RS Bûtenpost (2025), een nieuw 20 kV RS Droegeham (2026) en extra MSringen (bekabeling) (2025). • Onderliggend aan OS Leeuwarden wordt er gewerkt aan een nieuw 20 kV RS Hallum Noord en het overzetten SS Stiens en RS Hallum naar OS Dokkum. • Daarnaast is Programma NULelie in uitvoering,3 waarin ruim 2.100 km kabel wordt gelegd en ca. 300 MS-MS en MS-LS stations worden geplaatst. Geplande realisatie in 2025.

1) Meer informatie over de onderstations, waaronder voedingsgebieden zijn weergegeven in Bijlage B1. 2) Indicatieve belastingprognose van onderstations Dokkum en Burgum zijn verderop, en in meer detail in Bijlage B1, weergegeven. 3) Meer informatie over programma NULelie is te vinden op https://www.liander.nl/nulelie.

11

INTRODUCTIE

Het gasnet bestaat uit meerdere drukvlakken Het gasnet1 bestaat uit verschillende drukniveaus (ook wel drukvlakken) en gaskwaliteiten, waarbij… • … er een verschil zit in kwaliteit (calorische waarde) tussen Gronings gas (G-gas) en hoogcalorisch gas (H-gas) dat veelal wordt geïmporteerd. Door H-gas te mengen met stikstof wordt het omgezet in G-gas, en vervolgens naar lagere druknetten vervoerd. • … de verantwoordelijkheid verdeeld is tussen netbeheerders Gasunie (HTL en RTL) en Stedin (distributienetten). • … het gas zich standaard van hoge naar lage druk verplaatst (dus niet bi-directioneel zoals bij elektriciteit). Om het gas andersom te laten bewegen zijn boosterstations nodig die het gas comprimeren. • … invoeding van groen gas via vergisting meestal op het lagedruknet plaatsvindt. • … er op ieder drukvlak altijd balans is: er stroomt net zoveel gas in als uit. Hoofdtransportleidingnet (HTL) RegionaalLandelijke netwerken met connecties met andere transportleidingnet (RTL) provincies en beperkt aantal directe aansluitingen Regionaal netwerk met beperkt Voorbeelden aansluitingen: aantal directe aansluitingen • Industriële grootverbruikers Voorbeeld aansluitingen: 2 • Gasopslagen, gaswinning en LNG-import • Grootverbruikers van gas • Groengas-invoeding via vergassing (bijv. SCW zoals de voedingsindustrie systems)

Distributienetten Lokaal netwerk, bestaande uit meerdere drukken vanaf 8 bar. Veruit grootste deel van afnemers op deze drukvlakken. Voorbeelden: • Grote bedrijven (1-8 bar) • Individuele woningen en kleine bedrijven (<1 bar) • Groengas-invoeders via vergisting

<1 bar 40 bar 67 bar H-gas Gasunie

Openbaar

Stikstof

Mengstation

67 bar G-gas Meet-en regelstation (M&R)

8 bar

Gasontvangstation (GOS)

1-8 bar

Overslagstation

<1 bar

Districtstation

Stedin

1) Voor meer informatie over het gasnet, zie: https://eduweb.eeni.tbm.tudelft.nl/TB141E/?aardgas-transport 2) Gasopslagen hebben additionele eisen aan de kwaliteit (bijvoorbeeld als het gaat om vocht), waardoor groen gas nog niet direct opgeslagen kan worden. De gasvraag tot aan 2035 is landelijk nog zo hoog dat dit ook nog niet van belang is.

12

INTRODUCTIE

Ook op het gasnet beginnen er beperkingen te komen op het lagedruknet. Acties worden ondernomen. De groengas-invoedcapaciteit is de capaciteit die gevraagd wordt van een drukvlak gedurende minimaal 8.000 uur per jaar Ondanks dat er momenteel grote hoeveelheden gas naar bedrijven en consumenten worden getransporteerd, beginnen er ook op het gasnet beperkingen te ontstaan voor het invoeden van groen gas. Groengas-productie op basis van vergisting is namelijk zeer constant gedurende het jaar, terwijl de gasvraag zeer seizoensafhankelijk is. Het aantal uren dat de gasvraag hoog is, is daarom beperkt, terwijl groengas-invoeding juist vele draaiuren nodig heeft om een businesscase rond te krijgen. Hier is de SDE++ ook op ingericht. Deze subsidie maximaliseert bij 8.000 draaiuren. Ondanks dat de gasvraag fluctueert en vele malen groter kan zijn, hanteren we in deze studie dat de groengas-invoedcapaciteit gelijk is aan de vraag die op een drukvlak minimaal 8000 uur per jaar bestaat.1 Hoofdtransportleidingnet (HTL) 67 bar 67 bar H-gas G-gas Mengstation Knelpunten zitten nu vooral op het lagedruknet

Distributienetten 8 bar

40 bar

M&R station

Groengas-potentie past niet op RTL Er zijn signalen dat er op het RTL in Friesland beperkingen voor groengasinvoeding zullen aankomen, gezien de grote potentie van groen gas in de provincie.2

Werkzaamheden zijn nu gericht op het vergroten van capaciteit lage druk

Openbaar

Regionaal- transportleidingnet (RTL)

GOS

1-8 bar Overslagstation

Door beperkte jaarronde gasvraag op lage druk, is er relatief weinig groengas-invoedcapaciteit in de hele regio • Het 8 bar-gasnet in Dokkum-Hallum (cluster 1) in Noardeast-Fryslân zit vol voor groengas-invoeding.3 • Capaciteit bij Gytsjerk (cluster 3) is beperkt.

Er wordt een verzamelleiding4 in gebruik genomen tussen Harlingen en Koatstertille. Momenteel in studiefase, capaciteitswinst nog niet bekend, verwachte realisatie in 2026.

Er komt een netkoppeling tussen Stedin en Liander tussen Stiens en Hallum. Dit gaat 1.500 m3/h aan ruimte op het 8 bar-gasnet opleveren en zal in maart 2024 gereed zijn.

1) Bijlage B2 bevat een nadere uitwerking van hoe de invoedcapaciteit van het gasnet wordt bepaald. 2) In Bijlage C is de potentie van groen gas voor de gehele provincie weergegeven. 3) In Bijlage B2 is de invoedcapaciteit van de verschillende 8 bar-clusters weergegeven.

<1 bar Districtstation Op lageredruknetten (< 8 bar) is weinig invoedcapaciteit. Aanvragen moeten individueel beoordeeld worden. Buffercapaciteit creëren door verlaging van leverdruk in twee gasontvangstations (gerealiseerd in 2023).

4) Een verzamelleiding is een oude HTL (70 bar-)leiding die op een druk van 6 bar een grote hoeveelheid gas kan opslaan. Het plaatsen van een booster om gas naar het GTS-net van de Gasunie te transporteren is onderdeel van het plan. Het project wordt in samenwerking met de Gasunie gerealiseerd.

13

Handelingsperspectief

Openbaar

HANDELINGSPERSPECTIEF - ELEKTRICITEIT

Capaciteitsproblematiek vraagt handelen gericht op het creëren van meer ruimte… Aanpakken van capaciteitsproblematiek heeft geen eenduidige oplossing, maar omvat een scala aan handelingen De capaciteitsproblematiek op het elektriciteitsnet die ervoor zorgt dat de (nog bij Liander onbekende) woningbouw en bedrijvigheid klem komen te zitten, vereist handelen gericht op het snel creëren van meer capaciteit én het effectiever omgaan met de bestaande capaciteit (zie volgende pagina). Voor de gemeente, netbeheerder, bedrijven en het Rijk zijn hier concrete acties voor te benoemen. Hierbij bestaat er niet ‘één oplossing’ die het gehele capaciteitsprobleem oplost, maar zijn oplossingen verschillende stukjes van de puzzel van een toekomstbestendig energiesysteem. Versneld creëren van meer capaciteit op het elektriciteitsnet De netbeheerder heeft al diverse uitbreidingen op de planning staan om meer transportcapaciteit te realiseren in de regio. Ook met deze uitbreidingen lijkt dit echter niet voldoende. Om te zorgen dat er zo snel mogelijk voldoende capaciteit is voor de toekomst… … kan de gemeente • In nauwe samenwerking met netbeheerders,2 ruimte aanwijzen en reserveren voor energie-infrastructuur, waaronder een nieuw onderstation ter aanvulling op onderstation Dokkum.

Daarnaast is er ook ruimte nodig in de wijk, waar minimaal een verdubbeling van het aantal MSR’s nodig is, en ruimte voor gasinfrastructuur zoals boosters. • Vergunningstrajecten en andere procedures voor het versnellen en optimaliseren van energie-infrastructuur. • In gesprek gaan met netbeheerders (TenneT en Liander) en buurgemeenten over de verdeling van nieuwe capaciteit in grensgebieden, zoals de capaciteit die beschikbaar komt bij OS Louwsmeer.1 • Plannen concretiseren en zekerheid bieden aan de netbeheerder, zodat plannen in volledigheid mee kunnen worden genomen in investeringsbeslissingen. Denk hierbij aan plannen voor warmtenetten, woningbouw en bedrijventerreinen. … kunnen de netbeheerders • Interne processen blijven optimaliseren waardoor uitvoering versneld kan plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan is de laagspanningproductiestraat, waarbij Liander niet meer acteert op incidenten, maar kijkt welke wijken er het eerste grootschalig dienen te worden aangepast. • De uitbreidingsplannen voor (met name) OS Dokkum opvoeren, gezien hier zelfs na uitbreiding een capaciteitstekort dreigt te ontstaan richting 2035. Indien dit niet mogelijk is, dienen TenneT en Liander op zoek te gaan naar een locatie voor een nieuw onderstation. • Onderzoeken hoe de ruimte die beschikbaar komt op OS Louwsmeer ook ruimte op onderstations Burgum en Dokkum kan vrijmaken.

Openbaar

1) In Bijlage B1 is een verdere toelichting gegeven op de situatie van onderstation Louwsmeer. 2) Liander verzoekt de gemeente om medewerking te verlenen aan en mee te denken met Liander over mogelijke grondposities en procedures, met als doel het snel realiseren van een nieuw onderstation (in een nog door Liander en TenneT te bepalen zoekgebied).

15

HANDELINGSPERSPECTIEF - ELEKTRICITEIT

… en de capaciteitsproblematiek vraagt om handelen gericht op het beter benutten van de huidige ruimte (1/2) De infrastructuur knelt niet constant, beter benutten van capaciteit maakt meer mogelijk Gegeven dat het creëren van extra ruimte tijd kost, zijn er ook handelingen die op kortere termijn kunnen worden uitgevoerd, maar die ook op de langere termijn effectief zijn. Hiermee worden onnodige (publieke) netinvesteringen voorkomen en kunnen bedrijven en woningbouw zich wel blijven ontwikkelen. Deze handelingen hebben als doel om de capaciteit beter te benutten. De infrastructuur knelt namelijk niet constant, maar op een beperkt aantal momenten (uren) per jaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de koude winteravond, wanneer iedereen thuiskomt, de elektrische auto aan de lader hangt en de warmtepomp en de oven aanzet. Deze handelingen zullen de belasting op het net verlichten, maar netinvesteringen blijven nodig om capaciteitsproblemen (met name op bedrijventerreinen Betterwird en Hallum) op te lossen. Meer doen met (huidige) capaciteit Meer transportcapaciteit realiseren is effectief maar duurt ook lang. Deze tijd (meerdere jaren) hebben niet alle partijen. Er zijn ook handelingen die uitgevoerd kunnen worden om de bestaande capaciteit beter te benutten, op individueel, bedrijventerrein-, wijk- en regioniveau.

Meer doen met huidige aansluiting De gemeenten en netbeheerders kunnen individuele bedrijven (en burgers) bewust maken van mogelijkheden ‘achter de meter’. Ook zouden de gemeenten aanvullende stimuleringsmaatregelen kunnen nemen om hierin te ondersteunen. Voorbeelden van maatregelen zijn: • Batterij gebruiken achter de aansluiting om meer energie en vermogen te realiseren, zonder een grotere aansluiting nodig te hebben. • Zonne- en wind-opwek1 achter dezelfde aansluiting (cablepooling) realiseren. De gezamenlijke capaciteitsvraag is nauwelijks hoger dan één van de twee apart. • Vraag en aanbod bij elkaar brengen. Vanuit het net gezien wordt elektriciteit idealiter op dezelfde tijd en plek afgenomen als waar die geproduceerd wordt. Het liefst zelfs áchter de aansluiting. Een batterij kan helpen als het gaat om tijd. Daarbij geldt dat energie achter het station houden (leveren aan de buren) dezelfde voordelen heeft, maar wel onder de verantwoordelijkheid van de netbeheerder valt. Energiehubs zijn hier voorbeelden van. • Alternatieve contracten afsluiten. De netbeheerder kan contractuele afspraken maken met verbruikers waarin spitsuren worden vermeden en daluren beter worden benut. • Aftoppen (curtailment) van opwek.2 In geval van congestie kan hierdoor extra opwek gerealiseerd worden terwijl de netimpact beperkt blijft en de totale energieopbrengsten toenemen. Openbaar

1) In Bijlage C is een verdere toelichting gegeven op windopwek en hoe het formaat van windmolens van invloed is op de opbrengsten. 2) In Bijlage C is het effect van aftoppen geïllustreerd.

16

HANDELINGSPERSPECTIEF - ELEKTRICITEIT

…en de capaciteitsproblematiek vraagt om handelen op het beter benutten van de huidige ruimte (2/2) Meer doen met andere energiedragers1 en opwek via wind Door andere energiedragers een belangrijkere rol te geven wordt de impact op het elektriciteitsnet verminderd. Ook is windopwek voor het net minder belastend dan zonne-opwek. De gemeenten kunnen hierbij een sturende rol innemen. In het geval van wind, zullen zij ook de provincie moeten overtuigen. Voorbeelden van maatregelen zijn: • Stimuleren van verduurzaming via biogas en/of groen gas in de industrie in plaats van verduurzaming via elektrificatie.2 Met name via een directe pijplijn wordt de impact op de infrastructuur beperkt. • Stimuleren van warmte(netten) door de potentie van aquathermie te benutten.3 Ook aardwarmte (waaronder geothermie), restwarmte en zon-thermische opwek kunnen de impact op het net verlichten. • Stimuleren van windopwek in plaats van zonne-opwek. De gelijktijdigheid van windopwek met het verbruik is veel groter dan bij zonneopwek, waardoor er minder transport nodig is. Daarnaast is de opbrengst per MW hoger, doordat het vaker waait dan dat de zon schijnt. Tot slot leveren windmolens kwadratisch meer op, naar mate ze hoger worden.4 Zonder windopwek raken gemeentelijke doelen uit het zicht.

Meer doen met (collectieve) slimme oplossingen Slimme oplossingen kunnen zich op meerdere niveaus manifesteren, denk hierbij aan slimme apparatuur in huis, maar ook laadpalen, energy hubs en smart grids. Wat ze gemeen hebben is dat ze vraag en aanbod op basis van data- en informatie-uitwisseling op elkaar afstemmen. Hieronder een aantal mogelijkheden, waarop de gemeente kan inzetten om de impact op het net te verlagen. • Energy hubs en smart grids5 waar energie onderling wordt uitgewisseld en er afspraken zijn over wie wat wanneer afneemt. Bedrijventerreinen zijn hier logische locaties voor. Hier is het samenbrengen van bedrijven en netbeheerder de eerste stap. Daarnaast kunnen energiecoöperaties dergelijke oplossingen ook gebruiken.6 Idealiter, gaat het dan om onderlinge directe levering van elektriciteit. Dit is momenteel nog niet toegestaan. Daarom ligt er hier ook een taak voor het Rijk om te kijken of dit mogelijk gemaakt kan worden. • Ook kunnen slim laden en slim aansturen van warmtepompen helpen.7 Met name in dichtbevolkte gebieden met relatief veel publieke laadpalen liggen hier mogelijkheden voor gemeenten.

Openbaar

1) Waterstof wordt voor deze studie buiten beschouwing gelaten. Voor de aankomende 15 jaar is het zeer onzeker dat hier in deze regio (op grote schaal) gebruik van gemaakt kan worden. Mogelijk is dit op de langere termijn, of zeer lokaal, wel relevant. 2) Zie volgende pagina voor meer informatie over handelingsperspectief voor de beperking voor groengas-invoeding. 3) Analyse over de potentie van aquathermie en diens verlichtende impact op de energie-infrastructuur zijn te vinden in Bijlage C. 4) In Bijlage C is een verdere toelichting gegeven op wind opwek en hoe het formaat van windmolens van invloed zijn op de opbrengsten. 5) Meer informatie over smart grid-oplossingen, zoals welke belemmeringen er zijn, welke problemen ze oplossen en aanbevelingen er zijn, is te vinden in Bijlage C. 6) Een gebiedswaardecoöperatie is een bredere vorm van een energiecoöperatie en richt zich op samenwerking rondom lokale inzet van voedsel, mobiliteit en energie. 7) Wet- en regelgeving werken momenteel nog belemmerend voor slimme aansturing.

17

HANDELINGSPERSPECTIEF - GAS

Om meer ruimte te creëren voor groengas-invoeding zijn er ook acties te ondernemen (1/2) Groen gas is belangrijk in de energietransitie maar ook hier zijn er beperkingen Voor de verduurzaming van onder andere moeilijk te isoleren woningen is groen gas een belangrijke verduurzamingsmethode. Dit wordt ook onderschreven door het nationale doel van 2 bcm (miljard m3) productie in 2030, vastgelegd in het Klimaatakkoord. Mede hierom is de bijmengverplichting aangekondigd,4 die energieleveranciers verplicht om hun gas (administratief) te verduurzamen door Garantie van Oorsprongcertificaten (GvO’s) te kopen. Mede hierdoor neemt het aantal groengas-invoeders toe in de regio,1 terwijl tegelijkertijd de gasvraag als gevolg van elektrificatie achteruit gaat.2 Deze invoeders zijn veelal veehouders, die in landelijk gebied (waar de gasdruk laag is) volcontinu groen gas produceren, terwijl de vraag zich juist centreert in stedelijk gebied en seizoensafhankelijk is. Hierdoor is de hoeveelheid gas die kan worden ingevoed beperkt en is dit maximum in delen van de ANNO-regio al bereikt. Om deze invoedbeperking het hoofd te bieden, kunnen netbeheerders, gemeenten, invoeders en het Rijk aan de slag. Netbeheerders zijn bezig om meer reikwijdte te geven aan groen gas3 Netbeheerders zijn al aan de slag om de capaciteit van het net te vergroten, maar kunnen nog stappen zetten.

• Op dit moment wordt de samenwerking tussen Liander en Stedin versterkt doordat netten worden gekoppeld. Omdat er veel werkzaamheden gaan plaatsvinden aan het elektriciteitsnet (Liander) en de grond dus regelmatig open moet, is het raadzaam om scherp te zijn op mogelijke koppelkansen met het oog op het gasnet (Stedin). • Ook wordt er momenteel gewerkt aan een verzamelleiding, die zowel een grote buffer biedt, als een verbinding vormt tussen de gebieden Harlingen tot aan Dokkum, waardoor de invoedcapaciteit toeneemt. • Omdat de potentie van groen gas in de regio en de provincie groot is, lijken de volumes (in de zomer) te groot om binnen de provincie te consumeren. Op termijn is dus een booster nodig om groen gas naar het landelijk net te transporteren. Logischerwijs gebeurt dit bij de verzamelleiding, omdat dit een voormalige RTL-leiding is, en dus al in contact staat met het RTL-netwerk. Het Rijk moet oog hebben voor de netsituatie • Er is flankerend beleid nodig bij de bijmengverplichting,4 dat erop toeziet dat de congestie op het elektriciteitsnet niet verergert, dat er mogelijkheden ontstaan om groen gas in te voeden, én dat meer biomassa nuttig wordt ingezet. • Het Rijk moet overwegen of het lokaal aanbieden van GvO’s beter aansluit bij de doelen.

Het net kan de fysieke stroom (momenteel) niet faciliteren en lokale gemeenschapen ervaren nu niet de baten, maar wel de lasten.

Openbaar

1) In Bijlage A5 staat een overzicht van de verwachte groei in groengas-invoeders. 2) Bijlage A4 geeft een indicatie van de gasvraagreductie door elektrificatie van de gebouwde omgeving.

3) Bijlage C geeft een overzicht van acties die een netbeheerder kan ondernemen om meer capaciteit te realiseren. 4) Pagina 23 geeft een nadere toelichting op de (bij)effecten van de bijmengverplichting.

18

HANDELINGSPERSPECTIEF - GAS

Om meer ruimte te creëren voor groengas-invoeding zijn er ook acties te ondernemen (2/2) Meer vraag naar lage druk en invoeding op hoge druk De invoedcapaciteit voor groen gas wordt bepaald door de vraag naar gas op drukvlakken met dezelfde, of lagere druk. Daar stroomt het gas immers naartoe. De capaciteit neemt dus toe naarmate de vraag op lagere drukvlakken toeneemt/niet afneemt en invoeding plaatsvindt op een hoger drukvlak. Om dit te bewerkstelligen zijn er een aantal handelingsperspectieven. Gemeente kunnen ervoor kiezen om bepaalde gebieden in de gebouwde omgeving aan het gas te houden Een gemeente kan overwegen om bepaalde wijken aan het gas te laten, om de vraag te behouden. De zomervraag is dan bepalend voor de capaciteit.1 • Het is een mogelijkheid om de beschermde dorpsgezichten te verduurzamen via groen gas, zodat op lage druk de gasvraag blijft bestaan.2 In deze dorpsgezichten komen dan geen warmtepompen, wat zowel het aanzicht als de impact op het elektriciteitsnet ten goede komt. Zoals eerder vermeld, kunnen consumenten op dit moment echter nog geen GvO’s kopen, noch bepalen welk (fossiel vs. groen) gas er door het regionale net wordt geleverd. Hiervoor zal een nieuwe lokale organisatievorm met invoeders, bewoners en lokale opslag nodig zijn. Als bijkomend effect kan het draagvlak voor vergisting toenemen.

Invoeders kunnen… • Zich gezamenlijk organiseren, om genoeg massa te creëren en een aansluiting op het RTL of zelfs HTL te realiseren. Een andere optie is een duale aansluiting op zowel het lokale distributienet van de regionale netbeheerder, als het GTS-net, zodat er ook op het hogere drukvlak geleverd kan worden. • Lokaal groen gas opslaan. Door het gas op te slaan bij minder vraag, kan er met minder invoed-uren net zoveel geproduceerd worden. Deze extra investering komt echter de businesscase niet ten goede. • Zich verplaatsen naar clusters waar wel nog voldoende ruimte is voor invoeding van groen gas in het gasnet. • Directe afnemers vinden, en zo dus aanbod bij vraag plaatsen. Bij voorkeur gebeurt dit via een rechtstreekste verbinding, voor biogas of groen gas. De industrie (met een relatief vlak verbruikersprofiel) is hiervoor een logische partner, omdat invoeding ook vrijwel constant gebeurt. Ook is er samenwerking met energiecoöperaties en burgerinitiatieven mogelijk, die het gas dan in de winter lokaal kunnen opslaan of daar een andere toepassing (WKK) voor hebben. Afnemers kunnen… • Het verbruik verplaatsen van het HTL/RTL naar het lagedruknet. Afhankelijk van het (productie)proces, kan er onderzocht worden of er ook met een (duale) aansluiting op het gasnet van de regionale netbeheerder geopereerd kan worden.

De netbeheerders kunnen dit onderzoeken en hier sturend in zijn, maar hier moeten dan geen tegenwerkende prikkels voor zijn. Het Rijk moet daarom… • Een aansluiting op het RTL/HTL ontmoedigen. Een aansluiting op dit net is namelijk gratis, terwijl er voor een aansluiting op het lagedruknet betaald moet worden. Openbaar

1) In Bijlage B2 wordt nader toelichting gegeven op hoe de capaciteit van het gasnet wordt bepaald. 2) In Bijlage C is de impact van verduurzaming via groen gas van beschermde dorpsgezichten op het elektriciteitsnet en het gasnet geanalyseerd.

19

Oorzaak

Openbaar

OORZAAK - ELEKTRICITEIT

De noodzaak voor handelen komt door ontwikkelingen in energievraag en –aanbod… De vraag naar elektriciteit groeit door verduurzaming en verdere

Ook het decentrale aanbod van elektriciteit groeit sterk

economische groei in de ANNO-regio1

in de ANNO-regio1

De grootste groei in vermogensvraag komt uit de verduurzaming van bestaande

Met name bij opwek op daken wordt er nog een fikse groei

bouw, waar ca. 25.000 all-electric warmtepompen worden verwacht en ca. 10.000

van ongeveer 400 MW verwacht. Daarnaast wordt er ook op

hybride warmtepompen. Daarnaast worden er ca. 3.500 woningen gebouwd. Er

land (en water) nog 200 MW aan grootschalige zonneweides

worden ca. 20.000 elektrische personenauto’s verwacht, en daarnaast nog zo’n 4.000

verwacht. Het vergunde project Zonnepark Skûlenboarch

elektrische bestelbussen en ca. 450 elektrische vrachtwagens. Verduurzaming van de

(50MW) is hier een voorbeeld van. Windopwek speelt, mede

bestaande bedrijven vraagt ongeveer 70 MW en tot slot wordt er nog 73 ha aan

door het provinciaal beleid, een relatief kleine rol en wordt

nieuwe bedrijventerreinen ontwikkeld.

wellicht alleen bij bedrijventerreinen mogelijk gemaakt.

Vermogensvraaggroei per ontwikkeling2 tot aan 2035 [MW]

Vermogensgroei door decentrale opwek2 tot aan 2035 [MW]

Legenda bandbreedte 95

70

250 200

45

150

35 20 7

Openbaar

13

Nieuwbouw

Verduurzamen

EV

woningen

bestaande bouw persoonsvervoer

EV-logistiek

Verduurzaming

Nieuwe

bedrijven

bedrijventerreinen

1) In Bijlage A worden de ontwikkelingen en hun vermogensvraag verder toegelicht. 2) Ontwikkelingen hebben onzekerheid, deze is gevat in de weergegeven bandbreedtes.

Zon-op-dak

Zon-op-dak (GV)

Zonneweides

Windopwek

21

OORZAAK - ELEKTRICITEIT

… die de infrastructuur niet kan transporteren

2035

2050

2035

2050

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2050

2034

2035

Hoog scenario

Laag scenario

2034

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2050

2035

2033

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2034

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2033

Onderstation Burgum Teruglevering [MW]

Afname [MW]

Jaarpiek

Openbaar

Onderstation Dokkum Teruglevering [MW]

Afname [MW]

2023

Zelfs mét de geplande uitbreidingen is er 350 niet voldoende capaciteit voor de toekomst1 Op basis van prognoses (zie hiernaast), lijkt de 300 250 infrastructuur niet voldoende capaciteit te bevatten (zelfs met geplande uitbreidingen), om 200 de jaarlijkse piekvraag (koude winteravond) te 150 kunnen transporteren. Op onderstation Dokkum 100 lijkt al snel na uitbreiding te weinig capaciteit 50 voor afname. Na 2035 lijkt hetzelfde probleem ook voor te doen bij Onderstation Burgum. 0 Meer transportcapaciteit nodig in ANNOregio, onderzoek naar nieuw onderstation noodzakelijk 500 Door beperkte uitbreidingsmogelijkheden (na de 400 geplande werkzaamheden) bij OS Dokkum lijkt een nieuw onderstation noodzakelijk om de 300 infrastructuur toekomstbestendig te maken. TenneT en Liander starten in 2024 de opzet voor 200 een gezamenlijke netvisie voor de ANNO-regio 100 (incl. Schiermonnikoog en Ameland) waarin dit wordt meegenomen.2 0

Capaciteit3

1) Zie Bijlage B1 voor meer informatie over de uitbreidingen per onderstation en verdere uitsplitsing van de belastingprognoses. 2) Deze Regioanalyse dient als input voor het opstellen van deze gezamenlijke netvisie tussen Liander en TenneT. 3) Capaciteit tussen afname en teruglevering verschilt doordat voor teruglevering de ‘vluchtstrook’ gebruikt kan worden. Deze extra capaciteit kan gebruikt worden voor (grote) zonneparken. Meer informatie over de vluchtstrook op: https://www.liander.nl/over-liander/transportschaarste/innovaties/reservecapaciteitinzetten

22

OORZAAK - GAS

De bijmengverplichting stimuleert het aanbod van groen gas en heeft interactie met congestie Bijmengverplichting zorgt voor waardetoename van groen gas Door de bijmengverplichting neemt de vraag naar en de waarde van Garanties van Oorsprong (GvO’s) toe (waarde groen gas = waarde GvO + waarde gas). De route van biogas opwaarderen en invoeden op het gasnet (zie hieronder), wordt hierdoor voordeliger, ten opzichte van inzet op Warmte Kracht Koppelingen (WKK’s). Druk op elektriciteits- en gasinfrastructuur loopt op Als er minder WKK’s op biogas opereren neemt het (stabiel) aanbod van (groene) elektriciteit af, waardoor dit lokaal afnamecongestie kan verergeren. Wel komt er meer ruimte voor andere duurzame opwek. Daarnaast zorgen meer invoeders voor extra druk op de gasinfrastructuur.

Verwachte groei in groengas-invoeders in de ANNO-regio [m3/uur]1 500 225

533

65 273

295 312

1500

35

278

389

500 89

65

125

275

1500

Warmtenet

3

Warmte

Mest

3

Stroom

Biogas WKK

Veehouderij

Elektriciteitsnet

Vergister

Groen gas Opwaarderen

Openbaar

Stedin huidige groengas-invoeders (m3/uur) Stedin scenario groengas-invoeders (m3/uur)2 ANNO verwachte groengas-invoeders (m3/uur) SDE++-aanvraag groengas-invoeder (m3/uur)

Gasnet 1) Zie Bijlage A5 voor verdere toelichting op de verwachte groei van groengas-aanbod. 2) De scenario’s zijn niet gekoppeld aan specifieke bedrijven of partijen, maar zijn een indicatie van locatie en volume voortkomend uit de beschikbare biomassa.

23

OORZAAK - GAS

Invoedcapaciteit is nu al beperkt en capaciteit (=vraag) loopt verder terug Momenteel al geen invoedcapaciteit in delen van de ANNO-regio De invoedcapaciteit wordt bepaald door de jaarronde vraag binnen een cluster.1 Omdat een invoeder jaarrond een stabiel invoedprofiel heeft, maar de vraag zeer seizoensafhankelijk is, is de invoedcapaciteit maar een gedeelte van de jaarlijkse vraag. Huidige groengas-invoedcapaciteit van 8-barclusters [m3/uur]2

Gasvraag zal door verduurzaming nog flink afnemen3 Hieronder is de afname van de gasvraag als gevolg van verduurzaming van de gebouwde omgeving per 8-bar-cluster weergegeven. Eventuele extra, of vermindering in gasvraag vanuit de industrie is hierin niet meegenomen. Procentuele reductie van de gasvraag door verduurzaming gebouwde omgeving in 20354

53% 59% 55%

68%

Groengasinvoedcapaciteit:

64%

61%

61%

58%

Capaciteit Beperkte capaciteit Zeer beperkt capaciteit Geen capaciteit

Openbaar

1) Zie Bijlage B2 voor verdere toelichting. 2) Figuur aangeleverd door Stedin; betreft capaciteit voor 8.000 uur invoeding. Aan deze figuur kunnen geen rechten worden ontleend.

3) Zie Bijlage A4 voor verdere toelichting. 4) Vanwege privacygevoelige informatie kon van postcodes met minder dan 10 aansluitingen geen gasverbruikdata worden gebruikt, percentages liggen daarom (tot ca 15%) lager.

24

Bijlagen

Openbaar

Bijlage A: Ontwikkelingen in energievraag en -aanbod

Openbaar

ONTWIKKELINGEN IN VRAAG EN AANBOD VAN ENERGIE

Energievraag en -aanbod ontwikkelen zich door ontwikkelingen in verschillende segmenten ELEKTRICITEITSVRAAG

GASVRAAG

afname

UITBREIDING

ELEKTRIFICATIE

Bestaande bouw Bijlage A.1

Mobiliteit Bijlage A.1

Bedrijven Bijlage A.1

Bedrijventerreinen Bijlage A.1

ELEKTRICITEITSAANBOD

REDUCTIE1

Nieuwbouw Bijlage A.1

Gebouwde omgeving Bijlage A.4

FLEXIBILITEIT

GASAANBOD

teruglevering

GROEN GAS

DUURZAME OPWEK

Zon-op-dak (KV) Bijlage A.2

Zon op dak (GV) Bijlage A.2

Zonneweides Bijlage A.2

Wind Bijlage A.2

Batterijen Bijlage A.3

Invoeders Bijlage A.5

De ontwikkeling van deze segmenten is zo goed mogelijk volgens de laatste inzichten in beeld gebracht. Daarnaast is een vertaling gemaakt van wat die ontwikkelingen betekenen voor de verwachte energievraag richting 2035. Openbaar

1) De reductie in gasvraag omvat meer dan de gebouwde omgeving. Door beperkte informatievoorziening is in deze studie alleen de reductie uit de gebouwde omgeving weergegeven.

27

KENGETALLEN

Impact kengetallen voor ontwikkelingen Kengetallen om impact op onderstationsniveau te bepalen Om de impact van bepaalde ontwikkelingen in te schatten, is er gebruik gemaakt van kengetallen. Deze kengetallen geven de vermogensvraag weer op onderstationsniveau, dit is niet hetzelfde als de vermogensvraag ‘aan de stekker’. De getallen geven slechts richting en kunnen in werkelijkheid uiteraard afwijken. Kengetallen worden doorlopend herijkt en kunnen dus door de tijd heen worden aangepast. Kengetallen zijn aangeleverd door Liander.

Openbaar

Segment

Beschrijving

Kengetal

Bestaande bouw

Impact van all-electric luchtwarmtepomp op onderstation

3,5 kW/woning

Bestaande bouw

Impact van all-electric bodemwarmtepomp op onderstation

2,5 kW/woning

Bestaande bouw

Impact van hybride warmtepomp op onderstation

1 kW/woning

Bestaande bouw

Gasvraagreductie bij hybride warmtepomp1

68%

Bestaande bouw

Gasvraagreductie bij all-electric warmtepomp

100%

Nieuwbouw

Impact van nieuwe laagbouwwoningen op onderstation

2,4 kW/woning

Nieuwbouw

Impact van nieuwe hoogbouwwoningen op onderstation

1,75 kW/woning

Nieuwe industrie

Impact van nieuw te ontwikkelen lichte industrie op onderstation

400 kW/ha

Nieuwe industrie

Impact van nieuw te ontwikkelen zware industrie op onderstation

1000 kW/ha

Mobiliteit

Impact van elektrische personenauto’s op onderstation

1 kW/auto

Mobiliteit

Impact van elektrische bestelbussen op onderstation

4 kW/bus

Mobiliteit

Impact van elektrische vrachtwagens op onderstation

50 kW/vrachtwagen2

Opwek

Impact van zonne-opwek op onderstation

1000 kW/ha

1) Eindrapportage-installatiemonitor.pdf 2) Impact van vrachtwagens is zeer afhankelijk van situatie en laadmethodiek. Dit varieert van 5 kW tot zelfs 1 MW.

28

Bijlage A1. Elektriciteitsvraagontwikkelingen

Openbaar

BIJLAGE A.1: NIEUWBOUW

Tot en met 2035 staat de bouw van ca. 3.500 woningen in de programmering programmering in de ANNO-regio Dit betreft woningen die op dit moment nog niet in aanbouw zijn. Ongeveer een derde van deze woningen worden naar verwachting in Dokkum gebouwd. De totale programmering heeft een vermogensvraag (op

onderstationsniveau) van ca. 8,5 MW. Over een deel van deze verwachte woningbouw bestaat

Aantal nieuwbouwwoningen

Er staan nog zo’n 3.500 woningen in de

300

Tytsjerksteradiel

Achtkarspelen

Noardeast-Fryslân

Dantumadiel

250 200 150 100 50 0

er nog te veel onzekerheid om hiervoor ruimte te reserveren op het net. Locatie en doorgangszekerheid zijn 1500

Aantal nieuwbouwwoningen

hierin bepalend.

1200

Advies aan gemeenten: Informeer de netbeheerder steeds bij concretisering en/of wijzigingen in de woningbouwplannen.

Openbaar

900 600 300 0

30

BIJLAGE A.1: VERDUURZAMING BESTAANDE BOUW

De bestaande bouw zal vooral verduurzamen via warmtepompen, een klein deel via warmtenetten (1/2) Verduurzaming in de ANNO-regio gaat naar verwachting voornamelijk

Plannen voor warmtenetten, mate van zekerheid verschilt

via (hybride) warmtepompen

Door de gebouwde omgeving via een warmtenet te verwarmen, wordt

Het middenscenario vanuit Liander verwacht dat er in 2035 ca. 37.500

de impact op de elektriciteitsinfrastructuur beperkt. De netbeheerder

woningen in de ANNO-regio zijn verduurzaamd via hybride en all-electric

reserveert vooralsnog ruimte voor verduurzaming via elektrificatie.

warmtepompen. In 2050 zal dit zijn opgelopen naar circa 55.000 woningen.

Mocht er gekozen worden voor een warmtenet, komt er dus weer

ruimte vrij voor andere activiteiten. De drie plannen in de regio zijn: Collectief lagetemperatuur-warmtenet in Dokkum1,3 • Bron: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), met opwaardering in woningen. • Temperatuur van 12-15 ˚C. • 940 woningen. • Fasering in 2025-2028. Realisatie is echter nog niet zeker.

Aantal All-electric warmtepomp (lucht)

All-electric warmtepomp (bodem)

Aantal Hybride warmtepomp

Vermogensvraag verduurzaming GO tussen de 60 en 100 MW in 2035

Openbaar

Impact

2035

2050

Hoogscenario

100 MW

170 MW

Middenscenario

95 MW

160 MW

Laagscenario

60 MW

110 MW

Lagetemperatuur-warmtenet Eanjum • 480 woningequivalenten (WEQ), waarvan 101 WEQ utiliteitsbouw. • Bron: thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Lauwersmeer met warmte-koude-opslag (WKO). • 2 centrale warmtepompen met lokaal opgewekte zonne-energie. • 2 piekketels op groen gas. • Planning: 2024-2025 aanbesteding en uitvoering van het definitief ontwerp. Start realisatie in 2026, oplevering in 2030. Warmtenet in Ryptsjerk2 • 300 woningen. • Project zit nu in de verkenningsfase en wordt na 2026 gerealiseerd. De slagingskans is op dit moment lager dan 50%.

1) Transitievisie Warmte Noardeast-Fryslân: Samen aan de slag voor een aardgasvrij Noardeast-Fryslân. 2) Warmtevisie Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel: Wonen en werken zonder aardgas. 3) Dit plan werd op 15 januari 2024 gepresenteerd.

31

BIJLAGE A.1: VERDUURZAMING BESTAANDE BOUW

De bestaande bouw zal vooral verduurzamen via warmtepompen, een klein deel via warmtenetten (2/2) Impact van gemeentelijk vastgoed is beperkt Ook het gemeentelijk vastgoed (zoals zwembaden, buurt- en gemeentehuizen) heeft invloed op de elektriciteitsinfrastructuur. Verduurzamingsplannen of nieuwbouw-/sloopplannen moeten daarom worden doorgegeven aan de netbeheerder. Maar gezien het beperkte aantal gebouwen en de relatief beperkte (totale) energievraag zijn deze

ontwikkelingen minder bepalend voor de energie-infrastructuur. Er zijn twee ontwikkelingen met een relatief grote energievraag die de komende tijd extra aandacht vragen: • Verduurzaming van zwembad Hallum; mogelijk word hier naar een hybride verwarming overgestapt. • De mogelijke komst van een AZC.

Tot slot is er ook nog een significante energievraag vanuit de nutsvoorziening. In Noardburgum is een aanvraag gedaan voor de watervoorziening. Advies aan gemeente: Concretiseer de verduurzamingsroutes in de gebouwde omgeving (zowel voor woningen als voor gemeentelijk vastgoed) zodat deze correct worden meegenomen bij de investeringen van de netbeheerder en er ruimte komt voor andere activiteiten.

Openbaar

32

BIJLAGE A.1: UITBREIDING BEDRIJVENTERREINEN

Richting 2035 wordt er ca. 73 ha aan nieuwe bedrijventerreinen verwacht Er wordt veel uitbreiding van bedrijvigheid verwacht, het type bedrijvigheid is nog onzeker waardoor ook de impact onzeker is In het Convenant bedrijventerreinen Noardeast Fryslân 2022-2035 is door de ANNOregio een planning gemaakt voor de uitbreiding van bedrijventerreinen tot aan 2035. Deze programmering geeft richting aan de locaties en het type bedrijvigheid. Echter, de vestiging van daadwerkelijke bedrijvigheid bepaalt in welke mate er een

Legenda Schakelstation Regelstation Onderstation

Nieuwe bedrijventerreinen tot 2035 (in hectaren)

vermogensvraag komt. De verwachte vermogensvraag zal tussen de 30 en 75 MW uitkomen, afhankelijk van het type industrie. 35 MW lijkt nu waarschijnlijk. Sweco onderzoekt momenteel waar nieuwe bedrijventerreinen in Tytsjerksteradiel het

Aantal hectare

beste ingepast kunnen worden. 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

Openbaar

nu-2025

2026-2035

Gemeente Achtkarspelen, geen specifieke locatie

33

BIJLAGE A.1: VERDUURZAMING VAN INDUSTRIE

Impact van verduurzaming industrie onzeker door keuzes tussen duurzame gassen en elektriciteit Netbeheerders intensiveren samenwerking om voorspellingen van elektriciteitsvraag te verbeteren

Industrieterrein Hallum • Meerdere voedingsindustriepartijen

industrieterrein Betterwird • Green Deal gesloten1

Door de verdeelde verantwoordelijkheid tussen Stedin (gas) en Liander (elektriciteit), werken voorspellingsmodellen op basis van gasvraag vanuit Liander niet optimaal. Dit traject heeft de samenwerking geïntensiveerd, zodat deze en andere kwesties rondom de interactie tussen het gas- en Bûtenpost • Kunststofextrusie

elektriciteitsnet geadresseerd kunnen worden. Hiernaast wordt industrie met een relatief grote energievraag geografisch weergegeven. Vermogensvraaggroei zeer afhankelijk van mate van inzet van duurzame gassen Met name de inzet van bio-/groen gas is bepalend voor de groei van de vermogensvraag op het elektriciteitsnet. Op basis van aanvragen en enkele

individuele contacten tussen industrie en netbeheerders is de verwachte groei tussen de 40 en 100 MW tot aan 2035. Concretisering van verduurzaming in Q1 2024 Vanaf Q1 2024 zullen er in het kader van de PCES (Provinciale Cluster Energie Strategie) verdere gesprekken tussen individuele industriële partijen en netbeheerders plaatsvinden met als doel een

scherper beeld krijgen van de verduurzamingsplannen in de regio. Deze concretisering is voor de netbeheerder noodzakelijk om gepaste investeringen te doen.

Openbaar

1) In Green Deal opgenomen: Betterwird kijkt naar de mogelijkheden van een energy hub, met een focus op het balanceren van het net en uitbreiding van het terrein.

Gespreid over Dantumadiel • Meerdere voedingsindustriepartijen

Koatstertille • Asfaltproductie, cluster 6 • Betonproductie

Industrieterrein Burgum Lichtmastfabricage

Industrieterrein Burgum-Sumar • Voornaamste industrie: • Vleesafvalverwerking, cluster 6 • Betonproductie • Zware staalbouw • Hygiëne papier • Mogelijk Green Deal-aanpak

Garyp • Industriële bakkerij

Industrieterrein Skûlenboarch • Voornaamste industrie: • Betonvloeren • Stalen netten voor betonconstructies

34

BIJLAGE A.1: VERDUURZAMING VAN MOBILITEIT

Elektrificatie in openbaar, personen-, en logistiekvervoer vragen om vermogen en laadinfrastructuur Elektrificatie van personenvervoer gaat rap door

Ov-concessie leidt mogelijk tot meer elektrische bussen

Groei van aantal elektrische personenauto’s (EV’s) loopt naar

Liander heeft contact met de provincie over de nieuwe ov-concessie (emissieloze

verwachting op tot tussen de 11.000 en 24.000 in 2035,1 een

bussen vanaf 2030). De locaties van busstations en opstalplekken, en de routes

vertienvoudiging ten opzichte van de huidige hoeveelheid. Dit leidt tot

zijn nog niet zeker. Liander monitort de ontwikkelingen, maar gemeenten

een toename in de vermogensvraag van tussen de 10 en 25 MW. De

houden Liander op hun beurt proactief op de hoogte. Er is een grote kans dat

publieke Laadinfrastructuur groeit hier naar verwachting in mee tot

deze bussen elektrisch worden, maar waterstofaandrijving is ook een

tussen 800 en 2000 laadpalen (excl. thuisladen, hiervoor wordt een

mogelijkheid.

veelvoud verwacht.) Industrieterrein Hallum Logistiek

2023 2050 0 Aantal EVs 20.000

Laagscenario

40.000 Middenscenario

60.000

80.000

Hoogscenario

Ook de logistiek maakt naar verwachting een elektrificatieslag, dat heeft een impact van ca. 15 MW Naar verwachting zullen er in 2035 tussen de 4.000 en 7.500 elektrische bestelbussen en tussen 300 en 600 elektrische vrachtwagens zijn. De logistieke sector zal (in tegenstelling tot personenvervoer) heel centraal

laden, waardoor op bepaalde locaties de vermogensvraag zal toenemen. Hierdoor kunnen op het laagspanningsnet problemen ontstaan. In de figuur hiernaast staat geografisch weergegeven waar hoge vermogens als gevolg van elektrisch laden te verwachten zijn. Openbaar

1) Gegevens op basis van Stichting ElaadNL.

Dokkum Noord Snellaadpunten Nieuwe busremise Dokkum bedrijventerrein zuid Snellaadpunten

Industrieterrein Skûlenboarch Logistiek Quatrebas/Hurdegaryp centrum Snellaadpunten (carpool)

De Harkema Logistiek

Industrieterrein Burgum Logistiek Burgum-Sumar/centrum Snellaadpunten Duurzamebrandstoffen

Bûtenpost Snelladers

Garyp Snellaadpunten

Surhústerfean Busremise snellaadpunten

35

Bijlage A2. Elektriciteitsaanbod

Openbaar

BIJLAGE A.2: ZON OP DAK

Zon-op-dak neemt de komende jaren gestaag toe Totaal vermogen zon-op-dak groeit naar verwachting tot ca. 400 MW In de ANNO-regio zijn op dit moment ca. 25.500 kleinverbruikers (woningen en kleine bedrijven/winkels) die elektriciteit terugleveren aan het net, in totaal ca. 135 MW. Door een hogere dakvullingsgraad en toenemende efficiëntie is de verwachting dat het totaal vermogen bij kleinverbruikers nog oploopt tot ca. 250 MW (middenscenario) in 2035. Bij grootverbruikers zijn er nu ca. 165 bedrijven die terugleveren aan het net, met een totaal opgesteld vermogen van circa 60 MW. Ook hier wordt nog veel extra opwek verwacht. Met ongeveer 150 MW (middenscenario) in 2035 is dat een ruime verdubbeling ten opzichte van het huidige

vermogen.

450

200

400

180

350

160

300 250 200 150 100 50

140 120 100 80 60 40 20

0

0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2050

Openbaar

Verwachte groei zon-op-dak grootverbruik

Opgesteld vermogen in MW

Opgesteld vermogen in MW

Verwachte groei zon-op-dak kleinverbruik

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2050

37

BIJLAGE A.2: ZONNEWEIDES

Er komt naar verwachting ruim 200 MW aan zonneweides bij richting 2030 Bijna 200 MW aan grootschalige zonneweides in overweging

Zonnepark Willem van der Ploegweg1

Het is nog onzeker of alle plannen doorgang zullen vinden. Liander reserveert capaciteit voor concrete aanvragen. Zonneparken 60

een bepaald slagingspercentage meegenomen in de prognoses.

50

Tot aan 2025 zijn alleen Zonnepark Skûlenboarch en mogelijk het kleine zonnepark in Hantumhuzen gerealiseerd. Het gros van de ontwikkelingen zal na 2025 plaatsvinden.

Voor een geografische spreiding van de zonneweides, zie pagina 40.

Vermogen (MW)

Zonnepark Skûlenboarch op de zandwinplas is vergund. Zonnepark zonneweides zitten nog in de oriënterende fase.

Zomerweg en Koumarwei

40

Panhuyspoel 30 Mts. van Oosten

20 10 0

Oriëntatie

Openbaar

Zonnepark Skûlenboarch

Verwachte zonneweides [MW]

waarvan de realisatie nog onzeker is worden als ontwikkelingen met

Stoppelsoal is in afwachting van een vergunning. Andere, kleinere

Zonnepark Stoppelsoal

Vergunning aangevraagd

Vergund

1) De vergunning voor het zonnepark op de Willem van der Ploegweg is voorlopig geweigerd. De definitieve besluitvorming moet nog plaatsvinden.

38

BIJLAGE A.2: WIND

Mogelijk 13 MW windenergie in 2035, provinciaal beleid drukt op ontwikkelingen Provinciaal beleid zorgt voor restricties met betrekking tot grote

Grootschalige wind

windmolens, waardoor wind een beperkte rol speelt in de ANNO-regio

6

De provincie stuurt aan op windmolens met een maximale tiphoogte van 100 meter en beperkt het aantal gebieden waar deze zijn toegestaan,1 om het slechts 13 MW aan windopwek geraliseerd door netbeheerders en gemeenten. Windenergie op bedrijventerreinen is nodig om netcongestie het hoofd te bieden Om bedrijven op bedrijventerreinen Betterwird en Hallum te behouden, is

windenergie noodzakelijk, zeker op de korte termijn (15 jaar). Op beide bedrijventerreinen bestaat er de wens om grote windmolens te

Vermogen [MW]

open karakter van het Friese landschap te waarborgen. Hierdoor is er in totaal

5 4 3 2 1 0

plaatsen, om in de energievoorziening van lokale bedrijven te voorzien. Uit

Hallum

Dokkum (Betterwird)

Vervanging turbines Wyns

Garyp

berekeningen van Berenschot is naar voren gekomen dat windmolens met een tiphoogte van ca. 150 meter hiervoor gewenst zijn.2

Openbaar

1) Bestuursakkoord Friesland 2023 – 2027: Oparbeidzje foar Fryslân. 2) Zie Bijlage C voor een toelichting en analyse van diverse windmolens van verschillende formaten.

39

BIJLAGE A.2: WIND

Geografische spreiding zonneweides en windenergie Legenda Schakelstation Regelstation Onderstation Wind (MW) Zonneweides (MW)

2

10

2

56

5

5

2

55

10 20 1

Openbaar

50

40

Bijlage A3. Flexibiliteit

Openbaar

BIJLAGE A.3: BATTERIJEN

Mogelijk 500 MW aan batterijen in ANNO-regio Batterijen zijn cruciaal voor de energietransitie Batterijen vormen een belangrijke oplossing voor het toekomstige dynamische karakter van ons energiesysteem. Met batterijopslag kan elektriciteit uit duurzame bronnen, zoals zon en wind, worden opgeslagen. Wanneer er veel vraag naar elektriciteit is, wordt deze vrijgegeven. Om in de toekomst het systeem in balans te houden, vormen batterijen dus een belangrijke oplossing.1 Batterijen worden steeds meer toegepast en komen ruwweg in drie vormen voor: 1) achter de meter bij afnemers, 2) achter de meter bij opwek, en 3) losstaand. Batterijen achter de meter worden gebruikt om effectiever om te gaan met aansluitingscapaciteit en om energie goedkoop (bij veel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=f91cd05b-286b-4524-b6a6-5cb44130a5df