CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Maatschappelijk Ondersteuning Nissewaard 2024; verordening

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning 202418.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zaaknummer: 4115733

Pagina 1 van 49

Besluit van de raad van de gemeente Nissewaard, houdende regels voor de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid en participatie (Verordening maatschappelijke ondersteuning Nissewaard 2024) De raad van de gemeente Nissewaard; gelezen het voorstel van het college burgemeester en wethouders van 22 mei 2024; gelet op de artikelen 2.1.3 tot en met 2.1.7, 2.3.6, en 2.6.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikelen 3.8 en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Nissewaard van 25 maart 2024; gezien het advies van de Commissie Sociaal Domein van 16 mei 2024; besluit vast te stellen de volgende Verordening maatschappelijke ondersteuning Nissewaard 2024.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Wettelijke begripsbepalingen De begripsbepalingen, bedoeld in de artikelen 1.1.1 en 1.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die van toepassing zijn op deze verordening en de daarop berustende bepalingen, staan in bijlage 1 bij deze verordening. Artikel 1.2 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:  algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van de zelfredzaamheid of participatie en die financieel gedragen kan worden met een inkomen op het minimum; 

pgb: persoonsgebonden budget;

professionele zorgaanbieder: de aanbieder die maatschappelijke ondersteuning biedt in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;

professionele zorgverlener: een persoon, niet zijnde een partner of familielid van de cliënt, die in het bezit is van branche-specifieke diploma’s voor het verlenen van de betreffende maatschappelijke ondersteuning en die voor het verlenen van de betreffende ondersteuning in dienst is bij een professionele zorgaanbieder of een detacheringsbureau of die hiervoor als zelfstandige zonder personeel geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel;

Zaaknummer: 4115733 

VOG: verklaring omtrent het gedrag;

wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

zorg in natura: door de gemeente ingekochte zorg bij zorgorganisaties.

Pagina 2 van 49

Artikel 1.3 Afstemming op gebruikelijke hulp en mantelzorg De maatschappelijke ondersteuning wordt zo doelmatig als mogelijk is, afgestemd op de gebruikelijke hulp en mantelzorg. Het college bepaalt in nadere regels op welke wijze dit gebeurt. Artikel 1.4 Reikwijdte van deze verordening Deze verordening regelt de uitvoering van het plan met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, en de ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen, met dien verstande dat: a. de regels voor beschermd wonen en opvang staan in de Verordening maatschappelijke ondersteuning beschermde woonvormen Zuid-Hollandse Eilanden 2022 respectievelijk de Verordening maatschappelijke opvang en vrouwenopvang Zuid-Hollandse Eilanden 2023; b. de regels voor cliëntenparticipatie staan in de Verordening Adviesraad Sociaal Domein Nissewaard en aanvullend in de Inspraak- en participatieverordening Nissewaard 2020.

Hoofdstuk 2 Integrale ingang Artikel 2.1 Zorgplicht college voor integrale toegang en intake Het college zorgt er voor dat inwoners die daar om verzoeken: a. worden voorzien van relevante informatie in begrijpelijke vorm ten aanzien van: i.

het gemeentelijk beleid en de wijze waarop uitvoering wordt geven aan de wettelijke taken in het sociaal domein, en;

ii.

hoe de toegang tot de diverse voorzieningen is georganiseerd;

b. worden ondersteund bij het verhelderen van een mogelijke ondersteuningsbehoefte; c. worden doorverwezen naar de passende instanties voor verdere ondersteuning, en

Zaaknummer: 4115733

Pagina 3 van 49

d. dat degene die een melding, aanvraag of verzoek indient wordt gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze cliëntondersteuning zoals genoemd in artikel 2.2.4 van de wet. Artikel 2.2 Afstemming met andere vormen van hulp en ondersteuning 1. De afstemming heeft in ieder geval betrekking op hulp, ondersteuning en instanties vanuit: a. de Jeugdwet, b. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, c. de Participatiewet, d. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, e. de Wet langdurige zorg, f.

de Wet op het passend onderwijs,

g. de Leerplichtwet, h. de Wet Inburgering, i.

de Wet publieke gezondheid,

j.

de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg,

k. de Wet kinderopvang, l.

de Zorgverzekeringswet,

m. Lokaal zorgnetwerk, Zorg & Veiligheidshuis en Veilig thuis. 2. De afgestemde hulp en ondersteuning wordt zodanig ingezet dat dit leidt tot: a. het opheffen van een situatie die voor cliënt, jeugdige of zijn ouders of diens omgeving levensbedreigend is, of met grote waarschijnlijkheid leidt tot ernstige gezondheidsschade; b. stabilisatie van een crisissituatie, anders dan bedoeld onder a; c. voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van cliënt of jeugdige of zijn ouders, voor zover dat binnen het vermogen ligt; d. voldoende mate van meedoen in de lokale samenleving voor cliënt, jeugdige of zijn ouders, voor zover dat binnen het vermogen ligt. 3. Het college weegt bij de afstemming van hulp en ondersteuning de volgende aspecten mee: a. de behoefte aan hulp en ondersteuning van de cliënt of het gezin, almede de eigen kracht en mogelijkheden van het sociale netwerk; b. welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect sorteert en in hoeverre hulp en ondersteuning gelijktijdig kan of moet worden ingezet; c. welke hulp en ondersteuning leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 4 van 49

Artikel 2.3 Afbakening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet Als een voorziening op grond van de Jeugdwet wordt verstrekt dan kan het college alleen Wmovoorzieningen verstrekken die niet als jeugdhulp aangemerkt kunnen worden, zoals: a. voorzieningen in de vorm van hulpmiddelen, woningaanpassingen en een gebarentolk; b. een vervoersvoorziening om te kunnen reizen naar verschillende locaties, zoals sportvereniging en recreatieplekken; c. een maatwerkvoorziening voor opvang, indien jeugdige met ouder(s) meekomt als een ouder de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld huiselijk geweld, mishandeling of een huisuitzetting. Artikel 2.4 Afbakening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Participatiewet 1. Als naar het oordeel van het college met betrekking tot gelijksoortige problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gaat de Wmo voor. 2. In afwijking van het eerste lid worden reïntegratievoorzieningen op grond van de Participatiewet niet vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verstrekt.

Hoofdstuk 3 Melding & Onderzoek Artikel 3.1 Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning 1. Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning zoals bedoeld in artikel 2.1, wordt door de cliënt gemeld. Als de cliënt zicht laat bijstaan of vertegenwoordigen, dan wordt de onderlinge relatie schriftelijk kenbaar gemaakt. Als er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie wijst het college nadrukkelijk op onafhankelijke cliëntondersteuning zoals bedoeld in artikel 3.2. 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en starten zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek. 3. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het toegangsproces. Artikel 3.2 Cliëntondersteuning 1.

Als er sprake is van een vertegenwoordiger borgt het college onafhankelijkheid bij het onderzoek zoals bedoeld in artikel 3.3 en verder, door onafhankelijke cliëntondersteuning te bieden.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 5 van 49

2.

Bij een melding zoals bedoeld in artikel 3.1 dient de verhouding tussen de cliënt en vertegenwoordiger en het doel van de vertegenwoordiging duidelijk te zijn om zo objectief mogelijk de hulpvraag en de voorziening te kunnen vaststellen.

3.

Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot cliëntondersteuning.

Artikel 3.3 Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan 1.

Het college verzamelt voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet, in aanvulling op de informatie verzameld bij de integrale ingang, zoals bedoeld in hoofdstuk 2, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maken zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.

2.

Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stellen hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.

3.

Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.

4.

Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 3.4 Onderzoek 1.

Het college onderzoekt zo nodig met behulp van deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, waar mogelijk met de mantelzorger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f.

de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;

g. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen, bedoeld in artikel 2.2 van

Zaaknummer: 4115733

Pagina 6 van 49

de wet, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i.

welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en

j.

de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.

2.

Als de cliënt een persoonlijk plan zoals bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek.

3.

Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.

4.

Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, beperkt het college het onderzoek in aanvulling op de bekende gegevens ten behoeve van de hulpvraag.

Artikel 3.5 Onderzoeksverslag 1.

Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek.

2.

Na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek.

3.

Als de cliënt een aanvraag wil indienen dan kan dit door het verslag te ondertekenen, dan wel door gemotiveerd aan te geven waarom in aanvulling of in afwijking een voorziening nodig is. Dit verslag is het ondersteuningsplan deel 1, dat wordt gebruikt voor de beoordeling van de aanvraag.

Hoofdstuk 4 Aanvraag maatwerkvoorziening Artikel 4.1 Aanvraag maatwerkvoorziening 1.

Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

2.

Het college kan een ondertekend verslag van het onderzoek aanmerken als aanvraag als de cliënt dit op het verslag heeft aangegeven.

Artikel 4.2 Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: 

ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt;

Zaaknummer: 4115733

Pagina 7 van 49

voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen; en

als de maatwerkvoorziening, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 3.4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

3. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover: a. hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; en b. het betreft een van de volgende voorzieningen: i. voor het gebruik van een eigen auto; ii. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel; iii. verhuis- en (her)inrichtingskosten; of iv. een voorziening waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura beschikbaar is. 4. Voor de tegemoetkoming zoals bedoeld in het derde lid, geeft het college opdracht om nader vast te stellen wat per voorziening, in aanvulling op wat algemeen gebruikelijk is, maximaal verstrekt kan worden. Dit geldt voor de voorzieningen: a. verhuis- en herinrichtingskosten; b. de aanschaf en het onderhoud van een sportrolstoel; c. het gebruik van een eigen auto; d. waarbij niet tijdig een passende voorziening in natura beschikbaar is en stelt het college het bedrag vast. 5.

Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning: a. voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, b. waarbij van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.

6. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven: a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;

Zaaknummer: 4115733

Pagina 8 van 49

b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 7.

Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.

Artikel 4.3 Woonvoorziening 1. Een woonvoorziening is een bouwkundige of niet-bouwkundige individuele aanpassing in of aan de woning van een cliënt, waardoor de cliënt in de woning kan blijven. 2. Als de kosten van de woonvoorziening hoger zijn dan € 6.000,00, dan wordt onderzocht of de cliënt kan verhuizen naar aangepaste woonruimte. Als dat het geval is, dan wordt de gevraagde woonvoorziening geweigerd en een verhuiskostenvergoeding aangeboden. 3. Als er een geschikte woning beschikbaar is waar de cliënt naar toe kan verhuizen en de cliënt dit niet wil, wordt aan de cliënt op verzoek voor de betreffende aanpassing een vergoeding verstrekt. De hoogte van deze vergoeding is maximaal het bedrag dat wordt verstrekt bij een verhuizing. 4. Het college stelt nadere regels met betrekking tot de hoogte van het in het derde lid genoemde bedrag. De vergoeding wordt alleen verstrekt als de verhuizing binnen een jaar na het besluit tot toekenning van de verhuisvergoeding plaatsvindt. Artikel 4.4 Vergoeding aanpassing keuken en badkamer 1. Bij het geheel of gedeeltelijk vervangen van de keuken of badkamer wordt rekening gehouden met de afschrijftermijn. Wanneer een keuken of badkamer vervangen moet worden in verband met de beperkingen van de cliënt, dan betaalt de cliënt zelf het deel van de kosten dat gezien de leeftijd van de keuken of badkamer als afgeschreven geldt. 2.

Als de te vervangen voorziening de leeftijd van de afschrijftermijn nog niet bereikt dan worden de meerkosten die nodig zijn als gevolg van de beperking en een deel van de vervangingskosten vergoed. Op de vergoeding van de vervangingskosten wordt een percentage van de vervangingskosten in mindering gebracht voor elk jaar dat de voorziening oud is: a. bij een badkamer geldt een afschrijftermijn van 20 jaar met een afschrijfpercentage van 5% per jaar; b. bij een keuken geldt een afschrijftermijn van 15 jaar met een afschrijfpercentrage van 6,7% per jaar. 3. Is de voorziening ouder dan de gestelde afschrijftermijn, dan vergoedt de gemeente alleen de meerkosten die nodig zijn als gevolg van de beperking. Artikel 4.5 Weigering woonvoorziening 1. Geen woonvoorziening wordt verstrekt:

Zaaknummer: 4115733

Pagina 9 van 49

a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning; d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; f. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door burgemeester en wethouders; g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten gerealiseerd kan worden.

Artikel 4.6 Bezoekbaar huis Een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt voor het bezoekbaar maken van één woning in de gemeente Nissewaard ten behoeve van de ingezetene die op basis van een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg zijn hoofdverblijf heeft in een instelling in de gemeente Nissewaard:  regelmatig een bezoek brengt aan de bezoekbaar te maken woning; 

het bezoek voor de cliënt noodzakelijk is voor het onderhouden van sociaal contact;

hij deze woning niet op een normale manier kan betreden of bereiken; en

hij in de woning geen gebruik kan maken van het toilet.

Artikel 4.7 Voorwaarden en weigeringsgronden Het college kan een maatwerkvoorziening, gericht op het versterken of behouden van de zelfstandigheid of participatie weigeren, als naar hun oordeel: a. een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat, voor zover de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning; b. ondersteuning niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden, begeleiding of kortdurend verblijf; c. de cliënt géén ingezetene is van de gemeente Nissewaard;

Zaaknummer: 4115733

Pagina 10 van 49

d. voorafgaand aan het optreden van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie, voor zover aan de zijde van de cliënt, geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie; e. het een voorziening betreft die de cliënt vóór het verstrekken van de beschikking zoals bedoeld in artikel 4.5 heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak van de voorziening achteraf nog kan worden vastgesteld; f. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die al eerder aan cliënt is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken; i. tenzij de verstrekte voorziening niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen zoals omschreven in artikel 6.1; ii. tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; iii.

tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten.

g. een woonvoorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; h. de voorzieningen ten behoeve van een woningaanpassing in hotels, pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers betreft; i. het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft in aantoonbaar voor mensen met een beperking of ouderen bedoelde gebouwen; j. de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; k. de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college; l. de cliënt verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden; m. de cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande; n.

de cliënt niet of onvoldoende wil meewerken aan het opstellen en nakomen van het ondersteuningsplan dat naar oordeel van het college noodzakelijk is voor het bereiken van resultaten; o. de cliënt niet of onvoldoende wil meewerken aan behandelingen die in redelijkheid gevraagd kunnen worden en hierdoor onnodig een beroep op de wet gedaan moet worden.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 11 van 49

Artikel 4.8 Verstrekkingsvorm 1. Een maatwerkvoorziening kan in de volgende verstrekkingsvormen worden verstrekt: a.

zorg in natura (ZIN)

b.

persoonsgebonden budget (pgb)

2. Een combinatie van ZIN en pgb is mogelijk tussen verschillende voorzieningen. 3. Een combinatie van ZIN en pgb binnen één individuele maatwerkvoorziening is niet mogelijk. 4. Wijziging van het verstrekkingsvorming is mogelijk, maar alleen nadat het college heeft getoetst of de nieuwe verstrekkingsvorm voldoet aan de daaraan gestelde eisen, als bedoeld in deze verordening. Artikel 4.9 Beoordeling van de aanvraag pgb 1.

Om te bepalen of een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb verstrekt kan worden toetst het college conform artikel 2.3.6, tweede lid, onder a, van de wet of de cliënt of diens eventuele vertegenwoordiger voldoende pgb-vaardig is. Het college toetst dat aan de volgende 10 criteria: a. de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger overziet de situatie van de zorgvrager en heeft een duidelijk beeld van de zorgvraag; b. de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of weet deze informatie zelf bij de desbetreffende instanties te vinden; c. uit de aanvraag moet blijken wat het doel is van de ondersteuning en welke prestaties er worden geleverd in relatie tot de ondersteuningsbehoefte van de cliënt in samenhang met de thuissituatie, huisgenoten, mantelzorgers, het sociaal netwerk of andere professionals; d. uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger in staat is om te beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; e. uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger in staat is om te communiceren met de zorgverlener, huisgenoten, mantelzorgers, het sociale netwerk en andere professionals en de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan ook bij verlof en ziekte van de zorgverlener; f.

uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger in staat is om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen;

g. de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger is in staat om afspraken te maken met de zorgverlener, die vast te leggen in een zorgovereenkomst en om dit te verantwoorden aan de verstrekkers van het pgb; h. uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger voldoende budgetvaardig is om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden waardoor hij inzicht heeft in de bestedingen van het pgb; i.

uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger voldoende vaardig is om te communiceren met de gemeente, de SVB en zorgverleners. Daaronder wordt in ieder

Zaaknummer: 4115733

Pagina 12 van 49

geval begrepen het beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift, het voldoende digitaal vaardig zijn en het beschikken over een DigiD; j.

uit de aanvraag moet blijken dat de cliënt of de eventuele vertegenwoordiger voldoende juridische kennis heeft over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weet te vergaren, zodat hij in staat is om als werk- of opdrachtgever op te treden, een redelijk uurloon overeen te komen met de zorgverleners, de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren, loon door te betalen bij ziekte, een redelijke opzegtermijn te hanteren.

2. De cliënt of diens vertegenwoordiger stelt een pgb plan op en dient dit in bij het college. Dit pgb plan bevat in ieder geval: a. een concrete omschrijving van de zorg die de zorgvrager nodig heeft; b. een concrete omschrijving van het doel dat de zorgvrager middels het pgb wil behalen en de wijze waarop de zorgvrager dit verwacht te doen; c. een concrete omschrijving op welke wijze de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; d. een concrete omschrijving van de manier waarop de zorgvrager het pgb wil besteden; e. de naam van de organisatie of persoon die de zorg of ondersteuning levert; f.

de frequentie waarmee de zorg wordt ingezet;

g. een concrete omschrijving van de manier waarop de kwaliteit van de verstrekking is gewaarborgd; h. de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal uren of producten. 3. In het geval de cliënt zelf niet over de benodigde vaardigheden beschikt om over het pgb regie te voeren, kan toch een pgb verstrekt worden als iemand uit het eigen netwerk of een vertegenwoordiger van de cliënt de regie namens de cliënt kan voeren. Deze persoon zal in dat geval ook bij de gesprekken aanwezig zijn en zal aan de criteria genoemd in het eerste lid moeten voldoen. Artikel 4.10 Regels voor het pgb 1. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 13 van 49

2. De hoogte van een pgb voor een cliënt ten behoeve van een zaak, zoals een hulpmiddel, woningaanpassing en autoaanpassing, wordt vastgesteld op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak volgens het gecontracteerde tarief in natura zou zijn verstrekt. Daarbij wordt rekening gehouden met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 3. De hoogte van een pgb voor een cliënt die gebruik maakt van het collectief vervoer wordt vastgesteld op basis van de kilometerprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer, inclusief btw en na aftrek van de eigen bijdrage, overeenkomstig de door het college vast te stellen nadere regels. 4. De hoogte van een pgb voor een cliënt ten behoeve van een dienst wordt vastgesteld op basis van het door het college gecontracteerde tarief in natura dat voor alle diensten geldt, overeenkomstig de door het college vast te stellen nadere regels, waarbij wordt uitgegaan van: a. 100% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een professional in dienst van een zorgaanbieder; b. 80% van het tarief in natura wanneer het professionele ondersteuning betreft die geboden wordt door een ter zake gediplomeerde zelfstandige zonder personeel; c.

het wettelijk minimumloon indien het zorgverlening door een persoon uit het sociaal netwerk betreft; d. het toepasselijke Cao-loon indien de huishoudelijke hulp of begeleiding van de cliënt wordt uitgevoerd door een ter zake deskundige gediplomeerde persoon uit het sociaal netwerk; e. wanneer de door de cliënt gecontracteerde zorgverlener een lager tarief rekent dan het tarief voor zorg in natura, dan vergoedt de gemeente het lagere tarief. 5. Een pgb mag niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het pgb beheer; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen van een pgb; d. kosten voor coördinatie; e. reiskosten van de zorgverlener; f.

hulpmiddelen of aanpassingen die door progressiviteit van het ziektebeeld snel vervangen dienen te worden;

g. voorzieningen waarvoor een algemene of collectieve voorziening aanwezig is; h. feestdagenuitkeringen aan de zorgverlener; i.

een vrij besteedbaar bedrag of vrijwilligersvergoeding;

6. Een pgb is niet bedoeld voor besteding in het buitenland. In individuele gevallen kan het college hiervan afwijken.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 14 van 49

7. Het college kan nadere regels stellen voor het pgb. Artikel 4.11 Inhoud beschikking 1.

De zorgaanbieder stelt het zorgplan op de te bieden maatwerkvoorziening op, gebaseerd op het onderzoeksverslag en maakt onderdeel uit van de beschikking. Dit plan is het ondersteuningsplan deel 2, dat wordt gebruikt voor de beoordeling van de geboden zorg. Wanneer een pgb wordt toegekend is het zorgplan gelijk aan het pgb-plan.

2.

Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; e. dat wanneer er sprake is van een te betalen bijdrage, de cliënt daarover in de beschikking wordt geïnformeerd.

3.

Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f.

de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb;

g. dat een gesloten zorgovereenkomst aan de gemeente wordt overhandigd alvorens men overgaat tot het uitkeren van het pgb; h. dat wanneer er sprake is van een te betalen bijdrage, de cliënt daarover in de beschikking wordt geïnformeerd. Artikel 4.12 Kwaliteitseisen pgb 1.

Uit de aanvraag moet blijken dat de aanbieder van de met het pgb in te kopen ondersteuning, verantwoorde hulp levert, waaronder wordt verstaan hulp van een goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de behoefte van de cliënt.

2.

Indien de met het pgb in te kopen ondersteuning wordt geleverd door een professionele zorgaanbieder komen de kwaliteitseisen overeen met de kwaliteitseisen die gesteld zijn aan

Zaaknummer: 4115733

Pagina 15 van 49

zorgaanbieders die zorg in natura leveren. De kwaliteitseisen zorg in natura zijn opgenomen in bijlage 2. 3.

Indien het ondersteuning betreft die geboden wordt door ter zake deskundig persoon uit het sociaal netwerk, dient de ondersteuning overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.2 van deze verordening passend en toereikend te zijn gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de cliënt. Dit is afhankelijk van de deskundigheid van de hulpverlener, de wijze van hulpverlenen en van de situatie en de achtergrond van de problematiek van de cliënt. Voorts wordt minimaal voldaan aan de volgende vereisten: a. de zorgverlener verstrekt een verklaring omtrent het gedrag (VOG), specifiek voor de betreffende functie en op het moment dat de levering van de maatwerkvoorziening aanvangt maximaal drie maanden oud; b. de zorgverlener beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift; c. er bestaat geen belangenverstrengeling of schijn van belangenverstrengeling; d. de zorgverlener de hulp niet als gebruikelijke zorg of als mantelzorger kan verlenen; en e. de zorgverlener dient aan te kunnen geven dat de ondersteuning aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt.

4.

Het college ziet toe op de besteding van het pgb. Hiertoe kan zij gegevens opvragen om te beoordelen of de geleverde zorg voldoet aan de onder het eerste tot en met het derde lid gestelde kwaliteitseisen. De cliënt of zijn vertegenwoordiger moet hiertoe op aanvraag alle gevraagde en relevante gegevens overleggen.

Artikel 4.13 pgb woningaanpassing 1.

2. 3. 4.

5.

6.

Als een pgb wordt aangevraagd voor een woningaanpassing, dan stelt de gemeente, eventueel in samenwerking met een externe adviseur, een programma van eisen op voor de goedkoopst adequate woningaanpassing. De woningeigenaar vraagt op basis van dat programma van eisen twee offertes bij aannemers op. Het college beoordeelt welke offerte de goedkoopst adequate oplossing biedt. Het college geeft toestemming voor de woningaanpassing, op voorwaarde dat niet reeds zonder toestemming een begin is gemaakt met de werkzaamheden waarop het pgb betrekking heeft. De woningeigenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningaanpassing conform het programma van eisen en de eventuele daarmee samenhangende formele opdrachtverlening aan de aannemer. Het college verleent slechts een pgb voor een woningaanpassing als aan de door hem aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt verricht. Controle vindt achteraf plaats. De genoemde personen moeten ook inzicht krijgen in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing en de gelegenheid krijgen de woningaanpassing te controleren. Het pgb wordt uitbetaald aan de aanvrager tenzij deze toestemming heeft verleend aan de gemeente om het aan de woningeigenaar uit te betalen. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden, doch

Zaaknummer: 4115733

Pagina 16 van 49

uiterlijk binnen drie maanden na het verlenen van toestemming voor het aanpassen van de woning, verklaart diegene aan wie het pgb wordt uitbetaald aan de gemeente dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid (de gereedmelding). Deze gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van het pgb. De gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorziening is voldaan aan de voorwaarden waaronder het pgb is verleend. Degene aan wie het pgb wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van vijf jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. 7. De gemeente dan wel de cliënt is niet gehouden de woningaanpassing ongedaan te maken, indien de cliënt niet langer gebruik maakt van de woning. Artikel 4.14 Contra-indicaties, weigeringsgronden en herzieningsgronden voor het pgb 1. Een aanvraag voor een pgb van de cliënt of diens vertegenwoordiger kan door het college worden geweigerd als: a. het pgb wordt beheerd door de zorgverlener, die aan een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad naar het oordeel van het college geen onafhankelijke zorg verleent; b. de vertegenwoordiger ook zorgverlener is of een andere functie heeft bij de hulpverlenende instantie; c. de vertegenwoordiger zelf onder bewind, mentorschap of curatele staat; d.

de vertegenwoordiger verslavingsproblematiek;

zelf

te

maken

heeft

met

schuldenproblematiek

of

e. de vertegenwoordiger zelf een indicatie heeft waaruit blijkt dat hij niet of niet langer pgb vaardig is; f.

de aanvrager zich in het verleden niet aan de voorwaarden voor een pgb heeft gehouden en er eerder een pgb is ingetrokken of beëindigd door het college vanwege het handelen van de cliënt of diens vertegenwoordiger;

g. de aanvrager de ondersteuning middels het pgb in wil kopen bij een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder voor zorg in natura, waarbij de kosten voor het pgb hoger zijn dan de kosten voor de natura-voorziening, in dat geval kan voor dit deel de aanvraag voor een pgb worden geweigerd. 2. Een indicatie voor een pgb van de cliënt of diens vertegenwoordiger kan door het college worden herzien of ingetrokken als: a. de aanvrager het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bedoeld; b. het pgb niet binnen 6 maanden na toekenning is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden; c. de voorziening niet noodzakelijk zal zijn gedurende de gehele afschrijvingstermijn; d. het pgb wordt gebruikt voor zaken waarvoor het conform artikel 4.7, vijfde lid niet gebruikt mag worden.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 17 van 49

Artikel 4.15 Wisselen van zorgverlener Wisselingen van zorgaanbieder worden in principe toegestaan met dien verstande dat het college een onderzoek in kan stellen naar de doelmatigheid van de geboden zorg naar aanleiding van het verzoek. Het college onderzoekt of de nieuwe zorgaanbieder voldoet aan de gestelde eisen, bedoeld in deze verordening.

Hoofdstuk 5 Bijdrage in de kosten Artikel 5.1 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 1. Een cliënt is geen eigen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van algemene voorzieningen. 2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 3. De hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het tweede lid, voor een of meer voorzieningen samen is gelijk aan het bedrag, bedoeld in artikel 2.1.4a, vierde lid van de wet. 4. In afwijking van het derde lid is voor de maatwerkvoorziening Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) een door het college in de nadere regels vastgestelde eigen bijdrage verschuldigd; 5. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders; b. degene die anders dan als ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 6. De kostprijs van de voorziening is gelijk aan de waarde van de investering die de gemeente zich moet getroosten om de voorziening te kunnen realiseren.

Hoofdstuk 6 Kwaliteit en Veiligheid Artikel 6.1 Kwaliteitseisen aanbieders maatschappelijke ondersteuning 1.

Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 18 van 49

2. Het college kan aan de hand van de in bijlage 2 genoemde kwaliteitseisen bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 6.2 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. Artikel 6.3 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet 1.

Het college informeert een cliënt of zijn vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

2.

Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.

3.

Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat de cliënt langer dan drie maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet.

4. Indien het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 met toepassing van artikel 2.3.10, onderdeel a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en van degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. 5. Ingeval het recht op een in bruikleen of in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 6. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s. Artikel 6.4 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien

Zaaknummer: 4115733

Pagina 19 van 49

van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 6.3, derde lid. 3. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van het verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 6.5 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 6.6 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die zij hanteren voor door derden te leveren diensten, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de verrichten taken; b. een redelijke toeslag voor overhead kosten; c. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en d. kosten voor bijscholing van het personeel. 2.

Het college houdt in het belang van een goede prijs kwaliteitsverhouding bij de vaststelling van de tarieven die zij hanteren voor door derden te leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met: a. de marktprijs van de voorziening; en b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: 1°. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; 2°. instructie over het gebruik van de voorziening; 3°. onderhoud van de voorziening; en 4°. verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden.

Hoofdstuk 7 Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten Artikel 7.1 Jaarlijkse waardering mantelzorgers Mantelzorgers van cliënten van de gemeente Nissewaard kunnen in aanmerking komen voor jaarlijkse activiteiten die op basis van artikel 2.1.6. van de wet georganiseerd worden.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 20 van 49

Artikel 7.2 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Het college kan een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan personen met een beperking of chronische problemen.

Hoofdstuk 8 Klachten en medezeggenschap Artikel 8.1 Klachtregeling en medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten en voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, ten aanzien van alle voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen en medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Hoofdstuk 9 Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 9.1 Evaluatie Het college evalueert periodiek het gevoerde beleid. Artikel 9.2 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van deze verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 9.3 Nadere regels Het college is bevoegd om via de vaststelling van nadere regels een nadere uitwerking te geven aan de uitvoering van de wet en verordening. Artikel 9.4 Intrekking oude verordening De Verordening maatschappelijke ondersteuning Nissewaard 2023 wordt ingetrokken. Artikel 9.5 Overgangsrecht Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de in artikel 9.4 genoemde regeling, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. Artikel 9.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2024.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 21 van 49

Artikel 9.7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Nissewaard 2024. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nissewaard op 29 mei 2024. De griffier,

De voorzitter,

mr. S.J.M. Mackay

mr. F. van Oosten

S. Mackaij

F. van Oosten

Zaaknummer: 4115733

Pagina 22 van 49

Bijlage 1, bedoeld in artikel 1.1: wettelijke begrippen De artikelen 1.1.1 en 1.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 bevatten op 1 juli 2024 de volgende begripsbepalingen die voor deze verordening en de daarop berustende bepalingen van toepassing zijn: -

Aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren;

-

Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;

-

Begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven

-

Beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving

-

Beroepskracht: natuurlijke persoon die in persoon beroepsmatig werkzaam is voor een aanbieder;

-

CAK: het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg; - Calamiteit: niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid;

-

CIZ: het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg;

-

Cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid;

-

Cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;

-

College: college van burgemeester en wethouder

Zaaknummer: 4115733

Pagina 23 van 49

-

Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;

-

Gegevens over gezondheid: gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming; Verwijderen? Komt niet voor in verordening

-

Geweld bij de verstrekking van een voorziening: seksueel binnendringen van het lichaam van of ontucht met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft;

-

Huiselijk geweld: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring;

-

Huiselijke kring: een familielid, een huisgenoot, de echtgenoot of voormalig echtgenoot of een mantelzorger;

-

Hulpmiddel: roerende zaak die bedoeld is om beperkingen in de zelfredzaamheid of de participatie te verminderen of weg te nemen;

-

Maatschappelijke ondersteuning: 1°.bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2°.ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3°.bieden van beschermd wonen en opvang;

-

maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1°.ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2°.ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3°.ten behoeve van beschermd wonen en opvang;

Zaaknummer: 4115733

Pagina 24 van 49

-

Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;

-

Opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;

-

Participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer;

-

Personen of rechtspersonen die als vertegenwoordiger als bedoeld in het eerste lid kunnen optreden zijn de curator, de mentor of de gevolmachtigde van de cliënt, dan wel, indien zodanige persoon of rechtspersoon ontbreekt, diens echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, diens ouder, kind, broer of zus, tenzij deze persoon dat niet wenst.

-

Persoonsgebonden budget: bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken;

-

Persoonsgegevens, gegevens over gezondheid, verwerking van persoonsgegevens, bestand, verwerkingsverantwoordelijke en verwerker: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming;

-

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard: persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming;

-

Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;

-

Toezichthoudende ambtenaar: persoon als bedoeld in de artikelen 4.3.1, 6.1 en 6.2 van de wet;

-

Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

-

Veilig Thuis: Veilig Thuis-organisatie als bedoeld in artikel 4.1.1 van de wet;

-

Vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake;

Zaaknummer: 4115733 -

Pagina 25 van 49

Vertrouwenspersoon: 1°.persoon die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger personen die bij een melding aan een Veilig Thuis-organisatie betrokken zijn op hun verzoek ondersteunt bij de uitoefening van hun rechten jegens Veilig Thuis; 2°.die onafhankelijk is van de Veilig Thuis-organisatie waarmee de persoon die bij een melding betrokken is, te maken heeft, en 3°.voor wie een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is afgegeven;

-

Voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening;

-

Woningaanpassing: een bouwkundige of niet-bouwkundige individuele aanpassing in of aan de woning van een client, waardoor de client in de woning kan blijven;

-

Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Zaaknummer: 4115733

Pagina 26 van 49

Bijlage 2, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid: Kwaliteitseisen zorg in natura (o.b.v. Kwaliteitskader: Jeugdwet, Wmo gemeente Nissewaard d.d. 1 januari 2023 versie 1.1) Inzet erkende methodieken

De zorgaanbieder dient bij voorkeur methodieken en interventies in te zetten die onafhankelijk zijn onderzocht en daarbij effectief zijn bevonden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van interventies en methodieken die zijn opgenomen en beschreven in een van volgende databanken, of vergelijkbaar. • Movisie: Databank Effectieve Sociale Interventies. • Nederlands Jeugd Instituut: Databank Effectieve Jeugdinterventies. • Trimbos Instituut: Databank Erkende interventies GGZ. Met vergelijkbaar wordt bedoeld een databank of erkenningsregeling die op een met de werkwijze van Movisie, NJI of Trimbos instituut overeenkomstig protocol tot een onafhankelijke, goed geborgde en deskundige beoordeling komt van interventies en deze kenbaar maakt door middel van een actueel, transparant en goed toegankelijk openbaar register. Het werken met erkende methodieken, of vergelijkbaar, houdt onder meer in dat de zorgaanbieder de ondersteuning uitvoert op een doelgerichte, planmatige en geordende wijze. De zorgaanbieder plant en bewaakt de voortgang van de ondersteuning en is op verzoek van de gemeente bereid en in staat om te rapporteren over de voortgang van de ondersteuning en de mate waarin stappen zijn gezet naar de te bereiken resultaten.

De gemeente behoudt zich het recht voor om interventies die niet zijn opgenomen in een van de genoemde databanken, of vergelijkbaar, te beoordelen op de vraag of deze een voldoende en aantoonbare bijdrage leveren aan het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie.

Uitgangspunten kwaliteit Ondersteuning op grond van de Wmo 2015

De onderstaande uitgangspunten zijn van toepassing op perceel hulp bij het huishouden, begeleiding en dagbesteding en casusregie over Wmo cliënten betreft. Voor de aanbestedende dienst is de kwaliteit van de ingezette ondersteuning van wezenlijk belang. Wij sluiten hiervoor aan bij de landelijke standaard, zoals deze is neergelegd in de basis set Kwaliteitseisen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Zaaknummer: 4115733

Pagina 27 van 49

(VNG). Zorgaanbieders dienen te voldoen aan de in de basis set neergelegde kwaliteitseisen. Er wordt waar mogelijk inclusie bevordert conform de doelstellingen van het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap. De cliënt wordt betrokken • Het handelen van de zorgaanbieder is professioneel en gericht op het behoud, het herstel en het versterken van de eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt en het versterken van het sociale netwerk en de veerkracht van de cliënt. Er wordt uitgegaan van wat een cliënt wil en belangrijk vindt. Als het handelen van de cliënt een ernstig gevaar oplevert voor hem en/of zijn omgeving, dan moet de betrokken medewerker van de zorgaanbieder noodzakelijke actie(s) ondernemen. De ondersteuning sluit aan bij de leefwereld van de cliënt, in taalgebruik, denkniveau, cultuur en tempo en houdt rekening met de levensfase en de eigen kracht en zelfredzaamheid van een client. De aard, omvang en frequentie van de ondersteuning, wordt door de zorgaanbieder in samenspraak met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger en/of zijn mantelzorger bepaald, uitgevoerd en geëvalueerd. De Ondersteuning is veilig • De relatie tussen cliënt en medewerker van de zorgaanbieder is voor de cliënt vertrouwd en stabiel. Wijzigingen in (schriftelijk) gemaakte afspraken tussen cliënt en professional worden binnen 5 dagen en op een bij de cliënt passende manier gemeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14106299/6