CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen beleidsplan Beschermd Thuis in Nissewaard 2023-2027; beleidsplan

Gemeenteraad 11 oktober 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Beleidsplan beschermd thuis15.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er moet preventief regie gevoerd kunnen worden op grond van een hulpvraag bij (dreigende) huisvestingsproblematiek, ongeacht de zelfredzaamheid van de inwoner op dat moment. Het doel is immers juist het afwenden van de dreiging en het her-stabiliseren van de woonsituatie zodat de inwoner zijn zelfredzaamheid behoudt en zonder (extra) hulp verder kan. Daarom is het belangrijk dat Thuis in Nissewaard medewerkers casuïstiek laagdrempelig kunnen bespreken met deze regisseur en indien nodig kunnen overdragen, zodat inwoners tijdig geholpen kunnen worden. Het voorstel is om een gemeentelijk regisseur wonen kwetsbare doelgroepen aan te stellen (structureel) die casussen ook preventief kan oppakken en de benodigde regie voeren in het werken met woonzorgcontracten (zie 5.2.3.). 5.2.2. Mandaat en budget voor spoedinterventies Om situaties van dreigende dak- en thuisloosheid effectief af te kunnen wenden is het belangrijk dat de gemeentelijke regisseurs (inclusief de klantmanager nazorg ex-gedetineerden) snelle interventies kunnen plegen t.b.v. preventie of een doorbraak in casuïstiek. Het gaat vaak om interventies op het vlak van bestaanscondities en basisbenodigdheden die ook door de gemeente kunnen worden bekostigd vanuit bijvoorbeeld bijzondere bijstand, maar waar de budgetten door toepassing van regelgeving niet beschikbaar zijn op het moment dat dit nodig is.

Denk aan het inlossen van beginnende huurachterstanden, verstrekken van leefgeld/voorschot, vergoeden van kosten voor ID kaart, openbaar vervoer, etc. Maar het kan ook gaan om het inzetten van een maatwerkvoorziening. Het voorstel is om het gemeentelijke mandaatbesluit zo aan te passen dat de gemeentelijke regisseurs tot een bepaald bedrag maatwerkinterventies kunnen inzetten, en deze te bekostigen uit de huidige beschikbare maatwerkbudgetten. Verkend wordt of deze voor dit doel kunnen worden samengevoegd. 5.2.3. Werken met woonzorgcontracten De samenwerkende gemeenten op de Zuid-Hollandse Eilanden hebben met elkaar afgesproken om structureel en zoveel mogelijk uniform te gaan werken met woonzorgcontracten voor bepaalde groepen inwoners. Een woonzorgcontract is een aanvulling op een (tijdelijk) huurcontract voor inwoners die (nog) begeleiding nodig hebben bij het wonen na uitstroom uit beschermd wonen, opvang of residentiële of forensische jeugdhulp, die een laatste kans krijgen van een woningcorporatie of die hun huis zijn kwijtgeraakt door een bestuurlijke sluiting. De samenwerkende partijen (gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties) willen een samenwerkingsovereenkomst afsluiten die alle partijen helderheid verschaft over de verdeling van taken, rollen en verantwoordelijkheden bij het werken met woonzorgcontracten. Het uiteindelijke 19

doel van deze samenwerkingsovereenkomst is om kwetsbare inwoners die weer thuis gaan wonen een ‘zachte landing’ te geven en hun situatie duurzaam stabiel te houden. Deze samenwerkingsafspraken worden medio 2023 ondertekend door de gemeenten, woningcorporaties en zorgorganisaties in de regio ZHE. Om de afspraken in de overeenkomst na te kunnen komen, moet de gemeente de inzet kunnen bieden die van haar wordt gevraagd rondom het afsluiten van een woonzorgcontract. Concreet gaat het voor Nissewaard om een aantal regisserende werkzaamheden: - opstarten van ambulante Wmo-ondersteuning in de laatste periode van verblijf in een instelling, om zo de overgang naar het wonen zo goed mogelijk te laten verlopen; - coördineren van de totstandkoming van woonzorgtrajecten, het monitoren van de lopende trajecten en het zorgdragen voor een goede afsluiting en waar nodig opvolging van de trajecten; - afgeven van beschikkingen die qua startdatum, inhoud, intensiteit en duur aansluiten bij de woonzorgcontracten; - flexibel op- en afschalen van de geïndiceerde ondersteuning om overlastsituaties of crisissituaties snel aan te kunnen pakken; - inzetten van een time-out voorziening waar nodig; - komen tot een sluitende aanpak met alle betrokken partijen wanneer een traject niet goed loopt.

Afgaande op de cijfers uit de Woonzorganalyse over de jaarlijkse uitstroom uit beschermd wonen, opvang en residentiële jeugdzorg naar Nissewaard is de inschatting dat het jaarlijks om ongeveer 90 woonzorgcontracten gaat die worden afgesloten. Vermoedelijk is een (groot) deel van deze inwoners nu ook al bij de gemeente in beeld en wordt hierop al enige vorm van regie gevoerd. Omdat de begeleiding voor deze inwoners nu aan de voorkant goed geregeld wordt, wordt de kans op escalatie verkleind. De gevraagde gemeentelijke regisseursrol past goed bij de voorgestelde regisseur die zich richt op huisvestingsproblematiek (zie 5.2.1.). 5.2.4. Hospitaverhuur faciliteren en promoten Een deel van de huidige problemen op de woningmarkt en daardoor toegenomen dak- en thuisloosheid wordt veroorzaakt doordat de beschikbare woningvoorraad niet aansluit bij de vraag. Kort gezegd zijn er veel grote woningen en veel kleine huishoudens. Woningen delen is een manier om bestaande woningen beter en sneller te benutten. Dat helpt woningzoekenden, ontlast de jaarlijkse bouwopgave (de 100.000 woningen) en doet geen beroep op schaarse ruimte, natuur en CO2-budget. Hospitaverhuur is één van de meest laagdrempelige vormen van woningdelen: het verhuren van één of meerdere kamers door de huidige bewoner(s).

Als goed voorbeeld kan worden geleerd van een aantal landelijke initiatieven die hiermee succesvol aan de slag zijn, waaronder ‘Onder de Pannen’. Dit initiatief laat landelijk een duidelijk positieve businesscase zien: 1 euro investering in de matching tussen een kamerverhuurder en een kamerhuurder zou in de orde van 4 euro aan (im)materiële baten kunnen opleveren. Het grootste deel van de becijferde baten komt ten goede aan de gemeente. Daarnaast profiteren de dakloze inwoners zelf (welzijn) en de kamerverhuurders (inkomen en welzijn)10. Ambtelijk is een verkennend onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat de kosten van het invoeren van ‘Onder de Pannen’ (een social franchise constructie) qua kosten niet opweegt tegen de baten voor de gemeentegrootte van Nissewaard. Daarom kiezen we ervoor om dit niet te doen. We kiezen er in plaats daarvan voor om de essentie, namelijk het mogelijk maken en promoten van hospitaverhuur, als beleidsmaatregel uit te voeren. Voor het realiseren van hospitaverhuur geldt dat enkele aanpassingen nodig zijn in het gemeentelijke beleid, o.a. dat inwoners (tot een bepaald bedrag) inkomen mogen verwerven uit onderhuur zonder hiervoor gekort te worden op hun uitkering. Dit is nu niet toegestaan. Ook zijn afspraken met de 10

https://www.cebeon.nl/wp-content/uploads/2020/08/20810-1.-Wonen-bij-burgers.pdf

20

woningcorporaties nodig, want het is nu niet toegestaan voor huurders om een kamer onder te verhuren aan iemand anders. Het faciliteren en promoten van hospitaverhuur brengt beperkte eenmalige kosten met zich mee. De eventueel benodigde praktische begeleiding aan inwoners kan worden geboden vanuit Thuis in Nissewaard. 5.3. Realiseren nieuwe opvang- en woonvormen Het merendeel van dak- en thuisloze inwoners van Nissewaard is in hoge mate zelfredzaam. Zij hebben vooral praktische ondersteuning nodig om hun leven weer ‘op de rit’ te krijgen. Voor hen is het van cruciaal belang dat zij zo zelfredzaam mogelijk blijven. Dat kan alleen vanuit een (relatief) stabiele woonsituatie. Daarom is het voorstel om voor deze groep inwoners diverse vormen van tijdelijke woonruimte te realiseren, gekoppeld aan praktische ondersteuning gericht op het vinden en behouden van duurzame woonruimte en eventueel bepaalde woonvaardigheden. Met deze voorstellen wordt (deels) invulling gegeven aan de volgende punten uit het Coalitieakkoord: - We koesteren onze inwoners en willen dat zij wooncarrière in Nissewaard kunnen maken. - Een veilige en passende plek om te wonen is een basisbehoefte. Bovendien is dit een randvoorwaarde voor inwoners om aan problemen op andere leefgebieden te werken.

- Flexwonen met behulp van tijdelijke woningen kan kansen bieden voor verschillende doelgroepen, die nu in de knel komen of tussen wal en schip vallen. - Het streven is om een aanzienlijk aantal woningen voor (alleenstaande) jongeren te creëren door actief op zoek te gaan naar mogelijkheden met pandeigenaren. - Onderzoek naar de mogelijkheid om het initiatief ‘Onder de Pannen’ in te voeren in Nissewaard. 5.3.1. Sociaal pension voor kortdurende opvang Landelijk bestaan er veel verschillende invullingen van een ‘sociaal pension’. Hier bedoelen we een sociaal pension naar het voorbeeld van de gemeente Enschede11. Het is een plek waar alleenstaande mensen terecht kunnen die dakloos raken of zijn geraakt en soms ook andere problemen ervaren (maar geen 24-uurs zorg nodig hebben). Ze huren zelf een gemeubileerde en gestoffeerde kamer op basis van volpension.

In het pension zijn diverse vormen van laagdrempelige ondersteuning aanwezig, o.a.:  contact maken en inventariseren of er een zorgbehoefte aanwezig is  raad en (waar nodig) daad aan bewoners die vragen hebben over post, instanties, papierwerk of andere zaken  observeren en signaleren van onderliggende problematiek en dit ook bespreekbaar maken  begeleiden van bewoners die wensen uit te stromen zodat deze uitstroom succesvol verloopt en duurzaam is  nazorg leveren en/of zorgen voor een warme overdracht  gemeenschappelijke activiteiten Het plan moet nog verder worden uitgewerkt, maar we streven naar een samenwerking met een ondernemer, dus een particulier initiatief, waar bewoners zelf de all-in kosten voor hun kamer betalen en de gemeente structureel de aanwezige begeleiding financiert. We streven naar een start per april 2024. 5.3.2. Flexwonen De term ‘flexwonen’ gaat over flexibele woonoplossingen die relatief snel en goedkoop kunnen worden gerealiseerd. Kenmerkend is het ‘tijdelijke karakter’ van de woning zelf, de bewoning of het gebruik van een locatie waarop de woning wordt geplaatst. Het stimuleren van flexwonen wordt – met het oog op de krapte op de woningmarkt - steeds belangrijker. Vanuit het vastgoed geredeneerd 11

https://pensionvredenberg.nl/

21

biedt flexwonen met name kansen in geval van leegstand, transformatie of modulair vastgoed. Het is bedoeld voor mensen die met spoed een woning nodig hebben. Denk daarbij onder andere aan studenten, thuislozen of mensen die net gescheiden zijn. Ze hoeven geen ondersteuningsvraag te hebben, maar het kan wel. Flexwonen kent een positieve businesscase. De directe kosten en baten zijn vaak vergelijkbaar met reguliere woonconcepten voor reguliere doelgroepen. De indirecte kosten (beheer en zorg) vallen vaak iets hoger uit dan bij regulier vastgoed, maar daar staan hogere indirecte maatschappelijke baten tegenover dan bij regulier vastgoed, door de vele maatschappelijke effecten. Deze positieve maatschappelijke effecten landen in eerste instantie bij de doelgroepen, maar indirect hebben ook vastgoedeigenaren, maatschappelijke organisaties, de omgeving en gemeenten veel profijt van flexwonen. Voor de totstandkoming van Flexwonen geldt dat de gemeente hier zonder grondpositie en/of middelen om zelf te investeren in ‘stenen’ niet direct in kan sturen. Wel kan zij hierover het gesprek aangaan met corporaties en marktpartijen ‘verleiden’ om voor deze doelgroepen te (ver)bouwen, o.a. door het creëren van gunstige randvoorwaarden. De verwachting is dat Flexwonen in Nissewaard op kleine schaal kan starten per januari 2024.

Voor het succes van Flexwonen is het belangrijk dat er sociaal beheer actief is in het complex. Die ondersteunt bij het creëren van onderlinge verbinding tussen bewoners (beheersbaarheid en leefbaarheid binnen de woonvoorziening), maar is veelal ook gericht op het maken van verbinding met de wijk/kern en de bredere lokale samenleving. Het voorstel is om te onderzoeken of dit deels door de gemeentelijke combinatiefunctionarissen geleverd kan worden. Daarnaast is het belangrijk om een hiervoor een vorm van woningtoewijzing in te richten omdat Flexwonen niet via de normale woonruimteverdeling loopt. Er zal worden verkend of voor jongvolwassenen aanpalend beleid nodig en mogelijk is in de vorm van een aanvulling op de uitkering totdat zij 21 jaar zijn, om zelfstandige bekostiging van de woonruimte mogelijk te maken. 5.3.3. Begeleide woonvormen Begeleid wonen zien we als oplossing voor twee verschillende doelgroepen:  Jongvolwassenen die dak- of thuisloos zijn/raken (door problematische gezinssituatie of uitstroom uit residentiële jeugdhulp) en nog niet in staat zijn om zelfstandig te wonen maar daar wel een reëel perspectief op hebben;  (Jonge) moeders met minderjarige kinderen die dak- of thuisloos zijn/raken en die het zelfstandig niet lukt om hun leven weer op de rails te krijgen.

Rondom begeleide woonvormen en kleinschalige opvang zijn landelijke MKBA’s beschikbaar die een positieve businesscase laten zien12. We streven naar een palet aan begeleide woonvormen waar de inwoners zelf huur betalen en de gemeente de kosten van de begeleiding financiert, waarbij we verkennen of dit samen met Voorne aan Zee kan worden gedaan. Vanuit de Blokhuismiddelen worden tijdelijk diverse pilots gesubsidieerd voor begeleide woonvormen voor één van beide doelgroepen, waarvan twee in Nissewaard. Het gaat om de pilot ‘Baarsveen’ (doelgroep jonge moeders), en Room first (doelgroep jongvolwassenen). In de (tussen)evaluaties van deze pilots zal worden bekeken of en zo ja hoe deze initiatieven ingebed kunnen worden in het te realiseren lokale aanbod. We streven ernaar om een structurele capaciteit realiseren van 15 begeleide woonplekken voor moeders met kinderen en 35 begeleide woonplekken voor jongvolwassenen vanaf 2025. In 2024 willen we al 10 plekken realiseren voor moeders met kinderen en 9 plekken voor jongvolwassenen, zodat er een geleidelijke afbouw kan plaatsvinden van de huidige regionale opvangvoorzieningen waar het accent ligt op woonbegeleiding.

12

https://www.cebeon.nl/wp-content/uploads/2020/08/20810-5.-Integrale-ondersteuning-jongeren-bijwonen.pdf ; https://www.cebeon.nl/wp-content/uploads/2020/08/20810-2.-Kleinschalige-opvang.pdf

22

5.3.4. Housing First Met een regionale voorziening voor wonen met 24/7 zorg, het lokaal beschikbaar komen van begeleide woonvormen én een betere lokale preventie van dak- en thuisloosheid is de verwachting dat de behoefte aan ‘klassieke’ maatschappelijke opvang af zal nemen en dat de capaciteit in de komende jaren dus kan worden afgebouwd. De uiteindelijke gewenste eindsituatie is dat er geen maatschappelijke opvang meer nodig is, want uiteindelijk wordt niemand beter van een verblijf in de maatschappelijke opvang. Voor de doelgroep dakloze inwoners met complexe multiproblematiek maar geen 24/7 zorgbehoefte, is Housing First een oplossing. Het concept Housing First is een bewezen effectief zorgprogramma voor mensen die veel hulp nodig hebben om uit dakloosheid te komen en veel hulp nodig hebben om uit dakloosheid te blijven. Het gaat om mensen of gezinnen die vaak als moeilijker in de omgang worden beschouwd, achterdochtig zijn, een hardnekkige verslaving en soms een lange hulpverleningsgeschiedenis hebben. De MKBA van de situatie waarin dak- en thuislozen met multiproblematiek direct een woning krijgen toegewezen met begeleiding (‘Housing First’), laat zien dat 1 euro investering binnen 5 jaar ongeveer 2,5 euro aan (im)materiële baten oplevert die vooral ten goede komen aan de gemeente en de dakloze zelf13.

We gaan uit van een jaarlijkse ‘instroom’ van vier huishoudens, waarbij de woningen middels een omklapconstructie worden verhuurd. 5.3.5. Time-out voorziening Voor sommige inwoners die nog zelfstandig wonen maar in acute psychische nood of (dreigende) onveiligheid in de thuissituatie verkeren, is een time-out voorziening nodig. Dit is een opvangvoorziening waar mensen kortdurend kunnen verblijven en tot rust kunnen komen en eventueel kunnen worden geobserveerd. De voorziening voorkomt verder escalatie in de thuissituatie en daarmee een crisisopname en/of verlies van huisvesting. De bedoeling is dat een inwoner binnen vier weken weer teruggaat naar zijn thuissituatie. De inschatting is dat deze voorziening het beste op regionaal niveau kan worden opgezet en aangeboden, dit wordt nog verder verkend. Daarom is deze voorziening hier nu niet verder uitgewerkt. 5.4. Realisatie, monitoring en evaluatie van het beleid In dit beleidsplan zijn diverse maatregelen opgenomen. Na vaststelling door de Raad kunnen deze door het College worden vertaald naar concrete plannen met een berekening van het benodigde budget. Vervolgens is het belangrijk om de realisatie te monitoren en zorg te dragen voor een evaluatie van het beleid.

Omdat de maatregelen overwegend volgtijdelijk worden gerealiseerd, zal de evaluatie aan het einde van de looptijd van het beleidsplan zich in elk geval richten op: - de mate waarin de voorstellen zijn gerealiseerd - welke kansen en knelpunten zich daarbij hebben voorgedaan - de uitnutting van het beschikbare budget - eerste beeld van de mate waarin het gerealiseerde aansluit op de lokale behoefte (kwalitatief en kwantitatief) - eerste beeld van de baten in relatie tot de kosten Er is ambtelijke capaciteit nodig voor de nadere uitwerking, voor de realisatie van de plannen en voor de monitoring en evaluatie van het beleid. Incidenteel gaat het om een projectleider voor de duur van één jaar die belast is met het realiseren van een aantal concrete woon- en opvangvormen, deze is in april reeds gestart met een aantal activiteiten en het procesmatig begeleiden van de totstandkoming van de woonzorgvisie. Daarnaast om extra beleidsregie op dit dossier voor 8 uur per week voor de periode september 2023 tot juli 2025. Dit in verband met het complexe en strategische karakter van dit beleid en de noodzaak om de lokale inzet goed af te stemmen op de ontwikkelingen rondom de centrumgemeentelijke taken Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.

13

https://www.cebeon.nl/wp-content/uploads/2022/04/20810-7.-Wonen-eerst.pdf

23

Structureel gaat het om de inzet van een beleidsmedewerker op het dossier voor 28 uur per week vanaf oktober 2023, wanneer het beleidsplan is vastgesteld. Deze zal zich bezig houden met het realiseren van diverse beleidsvoorstellen, adviseren van het college op dit dossier, het monitoren en waar nodig bijstellen van het beleid en de evaluatie ervan. Daarnaast is een kwaliteitsmedewerker nodig voor het ontwerpen, inrichten en onderhouden van werkprocessen rondom de gewenste klantstroom/klantreis en de nieuw in te richten toegang tot lokale woon- en opvangvormen. Structureel gaat het om 18 uur per week vanaf augustus 2023.

24

6. Financieel kader In dit hoofdstuk is een indicatieve begroting voor dit beleidsplan opgenomen. Het doel van deze indicatieve begroting is om op basis van de nu bekende informatie een zo goed mogelijke inschatting te maken van de beschikbare middelen en de lasten inzake de uitvoering van het lokale beleidsplan beschermd thuis. De raad wordt gevraagd om o.b.v. de huidige inschatting van de beschikbare middelen en lasten het financiële kader vast te stellen. Qua uitvoering van de maatregelen van het beleidsplan zal elke maatregel nader worden uitgewerkt qua inhoud en dekking. Per beleidsmaatregel volgt daarover nadere advisering aan het college. In de praktijk kan het voorkomen dat een beleidsmaatregel bijvoorbeeld meer of minder lasten met zich meebrengt dan nu is ingeschat/begroot. Voor het totaal uit te voeren beleidsplan is het door de raad vastgestelde financiële kader dan leidend. 6.1. Beschikbaar budget Elke gemeente op de Zuid-Hollandse Eilanden krijgt voor 2022 en 2023 budget uitgekeerd vanuit de centrummiddelen om in te zetten voor preventie en nazorg van beschermd wonen en opvang. Het gaat om 5% van de totale rijksbijdrage voor Beschermd wonen, naar rato van inwoneraantal verdeeld over de gemeenten. Voor gemeente Nissewaard komt dit voor beide jaren op een totaal budget van €399.740.

Er is een aantal onderlinge afspraken verbonden aan de besteding van dit budget, welke bestuurlijk zijn overeengekomen in de regionale Stuurgroep OGGZ+: - De middelen worden ingezet conform de lokale doelen uit de intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst: a) preventieve activiteiten en voorzieningen; b) betaalbare, adequate en goed gespreide woonmogelijkheden; c) sociale infrastructuur t.b.v. vroegsignalering en –interventie; - De middelen worden niet ingezet voor substitutie van bestaande lokale uitgaven; - De gemeenten zetten zich in voor onderlinge kruisbestuiving en om elkaar te informeren over doelen, beoogde effecten en resultaten van de inzet van de middelen. Met de in de aanpak voorgestelde maatregelen komen we deze afspraken na. Vanaf 2025 krijgt elke gemeente vanuit de landelijke doordecentralisatie een deel van de regionale middelen beschermd wonen uitgekeerd. Voor Nissewaard gaat het conform de septembercirculaire 2021 in het eerste jaar van de doordecentralisatie (2025) om een bedrag van €589.571 en in het tweede jaar (2026) ontvangt Nissewaard een bedrag ad € 1.692.828. Een deel van deze middelen zal door Nissewaard vrijwel zeker afgedragen moeten worden t.b.v. de regionale inkoop van de gezamenlijk georganiseerde beschermde woonvormen voor de regio ZHE. Op dit moment is echter lastig te prognosticeren om welk deel het gaat.

Daarom wordt voorzichtigheidshalve uitgegaan van het budget uit het eerste jaar van de doordecentralisatie als structurele inkomsten voor dit beleid, ook voor de jaren erna. Tot de landelijke doordecentralisatie van het rijksbudget maken we als samenwerkende gemeenten onderling afspraken over welk deel van de doeluitkering beschikbaar kan worden gesteld aan de individuele gemeenten. Voor 2024 en elk eventueel jaar dat de landelijke doordecentralisatie verder wordt uitgesteld, gaan we daarbij uit van hetzelfde bedrag als het berekende bedrag voor het eerste jaar van invoering van het objectief verdeelmodel BW, zoals hierboven weergeven: €589.571 voor gemeente Nissewaard. Een positief advies hierop van de Stuurgroep OGGZ+ wordt verwacht eind september 2023. Dit bedrag komt dan in de plaats van de bedragen voortvloeiend uit de eerdere afspraken over de 5%, welke voor 2022 en 2023 zijn overgemaakt. Daarnaast wil het college voor de dekking van de maatregelen in dit beleidsplan gebruik maken van het lokale budget voor bemoeizorg en een deel van het budget voor de implementatie van de woonzorgvisie (waar dit beleid onderdeel van uitmaakt). Voor de dekking van de verwachte incidentele kosten t.b.v. verwerven of verbouwen van benodigde locaties voor nieuwe opvang- en 25

woonvormen, wordt een beroep gedaan op middelen die Nissewaard in 2024 zal ontvangen uit de voorgenomen tweede vrijval van een deel van de reserve centrumtaken. Het gaat om een bedrag van naar verwachting €10 miljoen euro te verdelen over de deelnemende ZHE-gemeenten. Hierop wordt eind september 2023 een positief advies verwacht van de regionale Stuurgroep OGGZ+. Voor Nissewaard betekent dit een incidenteel budget van ongeveer 2,9 miljoen euro, waarvan 1 miljoen door het College reeds is bestemd voor incidentele lasten inzake het project in Hoogwerfsingel 2. Voor dit beleid resteert dan nog circa 1,9 miljoen euro. De Raad wordt gevraagd om bovengenoemde structurele en incidentele middelen als financieel kader voor dit beleidsplan vast te stellen. De Rijksoverheid heeft enige jaren geleden het voornemen geuit om op termijn ook het landelijke budget voor maatschappelijke opvang door te decentraliseren. Er is echter nog geen concrete planning voor de landelijke doordecentralisatie van maatschappelijke opvang bekend, evenmin als welk budget Nissewaard vanuit de landelijke doordecentralisatie zal ontvangen. Als we uitgaan van de verdeelsleutel uit het objectieve verdeelmodel BW, zou het aan het einde van een eventueel ingroeipad kunnen gaan om zo’n €775.000 per jaar.

We verwachten dat een eventuele doordecentralisatie van dit budget niet voor 2028 zal plaatsvinden, deze is daarom niet (als PM) opgenomen in de begroting. 6.2. Geraamde uitgaven De geraamde incidentele uitgaven bestaan uit diverse soorten kosten voor het opstarten van de voorgestelde maatregelen/voorzieningen. De geraamde structurele uitgaven bestaan met name uit kosten voor verschillende vormen van ondersteuning en begeleiding door zorgaanbieders en andere maatschappelijke partijen, zoals informatie en advies, preventieve ondersteuning (inclusief bemoeizorg), woonbegeleiding in diverse vormen en sociaal beheer. Door de financiële impuls vanuit de vrijval reserve centrumtaken is de begroting dekkend over de gehele beleidsperiode. Financiële opmerking is dat de structurele lasten van de op te zetten voorzieningen na 2026 hoger dan de nu beschikbare structurele middelen op dit dossier. Daarom is in het raadsvoorstel vanaf 2027 een taakstelling opgenomen voor het sluitend maken van de indicatieve begroting. Voor de periode tot 2027 zorgen de incidentele inkomsten uit de 2e vrijval reserve centrumtaken voor een sluitende indicatieve begroting. Tabel 1: Sluitend maken indicatieve begroting beleidsplan 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Storting reserve € 294.034 sociaal domein Onttrekking reserve € 1.250.485 € 426.161 € 411.035 € 80.400 sociaal domein Taakstelling € 330.635 € 411.035

Omdat uit diverse onderzoeken (die in dit beleidsplan ook zijn vermeld bij de diverse maatregelen die het betreft) blijkt dat elke euro die wordt geïnvesteerd in deze ondersteuningsvormen tot hogere baten (en dus een netto besparing) leidt op andere gemeentelijke dossiers/domeinen, is de aanname dat de uitvoering van dit beleid uiteindelijk netto budgetneutraal kan plaatsvinden voor de gemeente. Het voorstel is dan ook om deze beleidsperiode te zien als een periode waarin met structurele én incidentele middelen wordt geïnvesteerd in het opzetten, inrichten en inbedden van structureel ondersteuningsaanbod. Het is een periode dat de kosten uitgaan voor de baten. Aanname is dat door deze investeringen, andere kosten van de gemeente voldoende afnemen om de ondersteuningsvormen in dit beleid budgetneutraal te kunnen organiseren voor inwoners.

26

6.3. Indicatieve begroting Tabel 2: indicatieve begroting

Indicatieve begroting bij beleidsplan 'Beschermd thuis in Nissewaard' Beschikbare middelen: 609782 Lokale preventie MO Landelijke doordecentralisatie BW, toe te voegen aan budget 609782 Lokale preventie MO 609755 Wet verplichte ggz Implementatie woonzorgvisie Inkomsten uit eigen bijdrage voor voorzieningen Totaal beschikbare middelen

2023 € 399.740

2024 € 589.571

€ 91.569 € 100.000

€ 98.510

€ 591.309

2025

2026

2027

€ 589.571

€ 589.571

€ 589.571

€ 98.510

€ 98.510

€ 98.510

PM PM PM PM € 688.081 € 688.081 € 688.081 € 688.081

Begrote uitgaven: 2023

2024

2025

2026

2027

Preventie en voorzorg: 1 Eén lokaal punt voor informatie, advies en ondersteuning

€ 35.000

€ 60.000

€ 60.000

€ 60.000

€ 60.000

2 Preventieve en proactieve ondersteuning

€ 91.569

€ 211.010

€ 248.510

€ 248.510

€ 248.510

3 Evaluatie bemoeizorg 4 Deskundigheidsbevordering Regievoering: 5 Mandaat en budget voor interventies 6 Werken met woonzorgcontracten 7 Hospitaverhuur faciliteren en promoten Opvang- en woonvormen: 8 Sociaal pension

€ 20.000

€ 7.500

€ 7.500

€ 7.500

€ 7.500

€ 30.000

-

-

-

€ 112.500

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

9 Flexwonen

€ 80.000

€ 80.000

€ 80.000

€ 80.000

10 Housing First

€ 53.400

€ 53.400

€ 53.400

€ 53.400

11 Begeleid wonen jonge moeders

€ 56.510

€ 84.765

€ 84.765

€ 84.765

12 Begeleid wonen jongvolwassenen

€ 49.334

€ 191.856

€ 191.856

€ 191.856

€ 15.126 € 84.469 € 54.147 € 84.469

€ 84.469 € 54.147 € 84.469

€ 84.469 € 54.147 € 84.469

-

€ 1.000.000

13 Incidentele kosten t.b.v. verbouwen/inrichten locaties Realisatie, monitoring, evaluatie beleid: 14 Incidentele projectleiding (inhuur) 15 Incidentele beleidsregie (in dienst, team Ontwikkeling) 16 Structurele capaciteit beleid (team Ontwikkeling) 17 Structurele capaciteit kwaliteit (team A&K) 18 Structurele capaciteit regisseur wonen (team Zorg)

€ 74.925 € 13.269 € 20.373 € 21.766 € 20.373

€ 24.975 € 30.252 € 84.469 € 54.147 € 84.469

Totale uitgaven

€ 297.275 € 1.938.566 € 1.114.242 € 1.099.116 € 1.099.116

Saldo middelen

€ 294.034 € -1.250.485

€ -426.161 € -411.035

€ -411.035

Toelichting per nummer/maatregel: 1 In 2023 betreft het incidentele opstartkosten en vanaf 2024 subsidie t.b.v. structurele personele inzet. 2 In 2023 betreft het uitsluitend bemoeizorg. Vanaf april 2024 komen hier kosten bij voor andere vormen van ondersteuning (inkoop/subsidie). 3 Evaluatie door extern bureau 4 Deels vanuit bestaande middelen van gemeentebreed opleidingsbudget 5 Uitvoering binnen bestaande middelen 6 Uitvoering binnen bestaande middelen 7 Incidentele kosten om hospitaverhuur door inwoners te realiseren

27

8 DV: 20-40 kamers Betreffen structurele lasten voor subsidieverlening voor begeleiding door partner. Geplande start is per april 2024. 9 Structurele lasten voor subsidieverlening inzake sociaal beheer en woningtoewijzing 10 Structurele lasten dmv subsidieverlening voor begeleiding eerste 3 maanden en risico huurderving op 4 woningen. 11 Structurele lasten voor begeleiding op 10 (2024)/15 (va 2025) woningen, zijnde meerkosten t.o.v. ambulante begeleiding voor moeder en kind (inkoop/ subsidie) 12 Structurele lasten voor begeleiding op 9 (2024)/35 (va 2025) woningen, zijnde meerkosten t.o.v. ambulante begeleiding (inkoop of subsidie) 13 Ingeschat €350.000 voor begeleid wonen jongvolwassenen, €150.000 voor begeleid wonen jonge moeders, €500.000 voor sociaal pension en flexwonen. 14 Inhuur van april 2023 t/m maart 2024 15 Tijdelijke formatie sept 2023 tot juli 2025, schaal 12, 0,22 fte 16 0,78 fte; schaal 10; vanaf 1-10-2023 17 0,5 fte; schaal 10 vanaf 1-8-2023 18 0,78 fte; schaal 10 vanaf 1-10-2023

28

Bijlage 1

Onderzoek naar dak- en thuisloosheid in Nissewaard

Vaak wordt het aantal dak- en thuislozen in kaart gebracht aan de hand van cijfers over het gebruik van de opvangvoorzieningen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de landelijke cijfers die het CBS publiceert. Door deze aanpak blijven dak- en thuislozen die op straat leven of bij verschillende mensen op de bank slapen buiten beeld. In de regio was daardoor behoefte aan een verdiepend onderzoek naar de aard en omvang van dak- en thuislozen, zodat elke gemeente de eigen aanpak voorkomen dak- en thuislozen kan verbeteren en regionaal bepaald kan worden of de maatschappelijke opvang aansluit op de vraag. Gezien de positieve resultaten die in Hoeksche Waard waren behaald met het uitvoeren van een onderzoek door Phlinq, is besloten dit onderzoek ook in de andere ZHE-gemeenten uit te voeren. De gemeenten hebben voor de uitvoering van het onderzoek budget gekregen vanuit de centrummiddelen. In Nissewaard is het onderzoek begin 2022 uitgevoerd door Phlinq14. Onderzoeksaanpak In de aanpak van Phlinq worden alle organisaties die zicht hebben op de totale groep dak- en thuislozen, gevraagd om via een app enkele vragen te beantwoorden voor elke persoon die onder de definitie valt.

Het gaat dan om mensen die in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente zijn opgenomen, en in de periode tussen 1 juni 2021 en 1 april 2022 op straat leven, bij familie of vrienden slapen of gebruik maken van tijdelijke opvang of op plaatsen verblijven waar permanent wonen niet is toegestaan. De vragenlijst meet tien levensgebieden in mate van ernst en houdt rekening met combinaties van ernst en aard van problematiek in relatie tot dakloosheid. Op basis van de ingevulde vragenlijst wordt een individueel profiel gegenereerd, waarbij zowel op individueel niveau, als op populatieniveau de aard en ernst van de problematiek inzichtelijk gemaakt kan worden. De gebruikte onderzoeksaanpak is vernieuwend en heeft ons meer kennis opgeleverd over de lokale aanwezigheid van dak- en thuislozen en hun problematiek. Tegelijkertijd zijn er een aantal kanttekeningen bij de onderzoeksaanpak te plaatsen, waardoor de resultaten indicatief van aard zijn en vergelijking tussen gemeenten niet (goed) mogelijk is. Een belangrijke kanttekening is dat niet elke organisatie/functionaris de problematiek van een dak- of thuisloze even goed kan inschatten of beschikt over voldoende informatie om dat te kunnen doen. De gehanteerde brede definitie maakt het lastiger om deze doelgroep precies in beeld te brengen en uit te sluiten dat er sprake is geweest van dubbelingen in de telling.

Ook hebben niet alle partijen die zijn benaderd, gereageerd op de oproep om informatie te delen. De resultaten moeten dus met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt en het maakt dat we dit onderzoek niet willen herhalen. Toch is het heel belangrijk dat dit onderzoek gedaan is. Enerzijds omdat dit de eerste keer is dat binnen Nissewaard een dergelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, het is dus de beste informatie die we momenteel beschikbaar hebben. Anderzijds zal de opgedane ervaring in dit onderzoek een volgend onderzoek eenvoudiger en betrouwbaarder zal maken, er zit dus ook een groot leereffect in. Bevindingen Uit het onderzoek komt naar voren dat er gedurende de periode van het onderzoek in Nissewaard 243 inwoners te maken hadden met dak- of thuisloosheid. 40% van deze inwoners was tussen de 18 en 27 jaar. Bijna de helft van de dak- en thuisloze inwoners in het onderzoek was vrouw15. Dat is fors hoger dan het landelijke percentage van 18% (bron: CBS). Er is niet bekend waar dit verschil door veroorzaakt wordt. Qua problematiek zien we de volgende risicofactoren relatief vaak voorkomen:

14 Phlinq, Verslag data-analyse dak- en thuislozen Nissewaard, juli 2022.

15

Helaas is niet onderzocht in hoeverre het hier alleenstaande moeders met (minderjarige) kinderen betrof.

29

1. Ontbreken steunend sociaal netwerk - Ongeveer driekwart van de dak- of thuisloze inwoners ontbeert een sociaal netwerk met een duidelijk positieve invloed. 2. Financiële problemen – ruim de helft van de dak- of thuisloze inwoners heeft schulden, waarvan bijna de helft ernstige tot momenteel onoplosbare schulden. 3. Geen maatschappelijke participatie – de helft van de dak- of thuisloze inwoners heeft geen zinvolle daginvulling (dagbesteding, werk en/of studie). 4. Beperkte zelfregie – bij 42% van de dak- of thuisloze inwoners is vaker niet dan wel sprake van het (kunnen) nemen van eigen verantwoordelijkheid voor de consequenties van gemaakte keuzes. Van de onderzochte dak- en thuisloze inwoners is 68% op basis van hun totale ‘score’ als in hoge mate zelfredzaam beoordeeld. Zij hebben vooral praktische ondersteuning nodig om hun leven weer ‘op de rit’ te krijgen. Bij 14% van de dak- of thuisloze inwoners zijn matige tot ernstige belemmeringen op meerdere leefgebieden geïnventariseerd maar wel een goed perspectief op herstel: een relatief beperkte complexiteit van de problematiek en een intrinsieke motivatie om mee te werken aan het verbeteren van de eigen situatie.

Bij 2% van de dak- of thuisloze inwoners zijn zware belemmeringen op meerdere leefgebieden geïnventariseerd en een beperkt of minimaal perspectief op herstel: een relatief hoge complexiteit van de problematiek en licht tot sterk zorgmijdend gedrag.

30

Bijlage 2

Beleidskader dak- en thuisloosheid toegepast op Nissewaard

De landelijk opererende Preventie Alliantie heeft voor gemeenten een wetenschappelijk onderbouwd beleidskader gemaakt ten behoeve van de aanpak van dak- en thuisloosheid (Wolf, 2021). Huisvesting vormt daarin de basis. De vier pijlers uit dit landelijke beleidskader zijn:  Opgaven op bestaanscondities  Opgaven op voorzorg  Opgaven op herstelzorg  Opgaven op inclusief wonen Om de lokale Nissewaardse opgave in beeld te brengen is gebruik gemaakt van een brede uitvraag binnen de gemeentelijke organisatie naar welke maatregelen, regelingen en interventies wel of niet beschikbaar zijn binnen de gemeente (preventie scanner) en van gesprekken over knelpunten die in de praktijk worden ervaren in de ondersteuning aan dak- en thuisloze inwoners. Deze opgaven zijn geen beleidsvoorstellen, het betreft een inventarisatie van de verbeterruimte die er is binnen Nissewaard op dit thema. Het kan worden gezien als een ‘menukaart’ waaruit de concrete beleidsvoorstellen in hoofdstuk 5 zijn geselecteerd maar het overzicht is ook van belang voor de toekomst; het stelt de gemeente in staat om haar lokale aanpak bij te stellen op basis van nieuwe inzichten. A.

Opgaven op bestaanscondities: stabiele basis van een thuis Bestaanscondities verwijzen naar wat mensen nodig hebben voor een goed leven, inclusief het vermogen en de veerkracht om zelf in hun bestaansvoorwaarden te voorzien, tegenslagen op te vangen en een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de samenleving. Doel is een stabiele basis van een thuis. Inzet is voorkomen dat mensen maatschappelijk achterop raken, uitvallen en dakloos worden. Inzet op bestaanscondities komt ten goede aan alle inwoners in de gemeente maar is het meest van waarde voor kwetsbare inwoners. A1. Aanpak van betalingsachterstanden en woononzekerheid De gemeente Nissewaard heeft diverse regelingen voor inwoners met een laag inkomen of schulden om hen financieel zelfredzamer te maken. Om dak- en thuisloosheid te voorkomen kan er aanvullend ingezet worden op de volgende maatregelen:  Inzetten op het voorkomen van huisuitzettingen/woningontruimingen door kleine (huur)schulden voor inwoners te betalen en zo ‘tijd’ te kopen voor duurzame oplossingen. Gekoppeld hieraan het inzetten van stevig financieel beheer en intensieve woonbegeleiding, bijvoorbeeld middels het afsluiten van een woonzorgcontract.  Het afsluiten van een regeling met brancheverenigingen particuliere verhuur over de betaling van huurachterstanden en het afwenden van een huisuitzetting conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

 Invoeren van een regeling voor het op maat en/of versneld verstrekken van uitkering of leefgeld voor volwassenen, naast de huidige regeling voor inwoners tot 27 jaar. Het is ook belangrijk dat deze regeling daadwerkelijk wordt benut.  Het bieden van een tegemoetkoming16 in de inrichtingskosten van een nieuwe woonplek, zodat inwoners met een laag inkomen zonder sociaal netwerk in staat wordt gesteld een veilige en stabiele leefomgeving in te richten.

16

Nissewaard hanteert op dit moment een tegemoetkoming in de vorm van een lening.

31

A2. Preventieve interventies bij verhoogd risico op dak- en thuisloosheid Bepaalde groepen inwoners hebben meer risico om dak- of thuisloos te raken dan anderen. Vanuit het oogpunt van preventie loont het om bij deze doelgroepen specifiek te investeren in het behouden/herstellen van een stabiele woonsituatie. Aanvullend op het huidige beleid kan Nissewaard inzetten op de volgende maatregelen:  Uitoefenen van gemeentelijk toezicht op de kwaliteit en betaalbaarheid van huisvesting voor groepen kwetsbare personen geboden door particuliere verhuurders.  Afspraken met particuliere huurders aangesloten bij brancheverenigingen van particuliere verhuur over afwenden van huisuitzetting en regelingen met deze brancheverenigingen over de betaling van huurachterstanden.  Het opzetten van een programma voor jonge delinquenten die met 1 been in de criminaliteit staan.  Signaleren en aanpakken van woningvervuiling/hoarding gecombineerd met psychische ondersteuning, bijvoorbeeld door inzet van de GGD.  Het opzetten van een programma voor de versteviging of opbouw van het sociaal netwerk van kwetsbare inwoners zodat zij op anderen kunnen terugvallen.  Het inzetten van bemiddeling voor gezinnen met oplopende conflicten, met risico’s van huisverlaten of weglopen. B.

Opgaven op voorzorg: behouden van een thuis Voorzorg omvat, om erger te voorkomen, vroegtijdige, proactieve ondersteuning als draaglast en draagkracht uit balans zijn na een ingrijpende gebeurtenis en mensen meer risico’s lopen om achterop te raken, zichzelf of anderen schade te berokkenen en/of hun onderdak te verliezen. Doel is het behouden van een thuis. Op dit onderdeel heeft gemeente Nissewaard nog veel te winnen voor haar inwoners. Nu wordt er veelal reactief en vanuit afzonderlijke dienstopdrachten gehandeld, in plaats van proactief/preventief en vanuit een integrale blik op de problematiek en risico’s. Effectieve maatregelen die nog ontbreken in Nissewaard zijn:  Beschikbaar stellen van informatie over hoe inwoners zelf hulp kunnen krijgen en onderdak kunnen vinden (bijvoorbeeld via website of brochures)  Het realiseren van één gemeentelijk loket waar inwoners gerichte informatie, advies en hulp kunnen krijgen om dakloosheid te voorkomen  Het inkopen/subsidiëren van preventieve ondersteuning door professionals (bijvoorbeeld wijkteams of maatschappelijk werkers) voor inwoners die dreigend dak- of thuisloos zijn  Het inkopen/subsidiëren van outreachende interventies om bij reëel en hoog risico op dakloosheid per direct ondersteuning te kunnen bieden voor tegengaan van dakloosheid.

(Denk aan: ‘Erop af’)  Beschikbaar maken van psychiatrische expertise en coaching (incl. expertise verslaving) ter ondersteuning van deze professionals  Bijscholing van klantmanagers, Wmo- en jeugdhulp professionals en eerstelijnszorg medewerkers voor het signaleren van risico’s op dakloosheid, het onderkennen van onderliggende problematiek (bijv. lvb) en het passend bejegenen en ondersteunen van kwetsbare inwoners (bijv. ‘Nu niet zwanger’).  Opdracht geven aan gecontracteerde aanbieders om goed onderbouwde (gesprek)tools en materialen te gebruiken met het oog op het signaleren van risico’s op dakloosheid en hoe hiermee om te gaan (bijv. screening geldzorgen en schuldsituatie; licht verstandelijke beperkingen; risico op uitval en dakloosheid).  Duidelijke afspraken maken over de op- en afschaling van de ondersteuning van kwetsbare inwoners in de keten van ondersteuning, zorg en opvang, en de taakverdeling hierbij van alle betrokken ketenpartners, waar nodig in overleg met zorgverzekeraars. 32

 

Toezicht houden op de kwaliteit en betaalbaarheid van incassobureaus en bewindvoerders. Het realiseren van een time-out voorziening waar kwetsbare inwoners tijdelijk kunnen verblijven en kunnen stabiliseren, waarna zij terug kunnen naar hun eigen (huur)woning. Bijvoorbeeld bij dreigende escalatie van hun ggz-problematiek of dreigende situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

C. Opgaven op herstelzorg: borgen van een beschermd thuis Herstelzorg is ondersteuning van mensen die achterop zijn geraakt, moeite hebben om zichzelf te handhaven in de samenleving en - tijdelijk of langdurig – extra steun nodig hebben, zoals na vertrek uit een instelling, ook om te voorkomen dat zij (weer) dakloos raken. Doel is het borgen van een (beschermd) thuis. Herstelzorg als vorm van nazorg is in Nissewaard zeer beperkt voor handen, afgezien van de ‘standaard’ Wmo-begeleiding die is ingekocht. Deze algemene begeleiding is niet altijd passend qua intensiteit, duur of expertise. Ook moet deze door de inwoner worden aangevraagd, waar het belangrijk kan zijn om deze proactief te kunnen bieden aan inwoners. Effectieve maatregelen die nog ontbreken in Nissewaard zijn:  Herstel- of krachtgroepen die inwoners ondersteunen bij hun herstelproces met ‘een rugzak vol bagage’ en terugval in bijvoorbeeld middelengebruik of heropname helpen tegengaan (bijv. ‘Op eigen kracht’, ‘Herstellen doe je zelf’ of ‘Let it be’).

Dit kan ook in de vorm van ervaringsdeskundige ‘buddy’s’ die mensen ondersteunen bij hun herstel  Het bieden van proactieve ondersteuning/nazorg na vertrek uit een GGZ-instelling of verslavingskliniek (behandeling)  Het bieden van proactieve ondersteuning/nazorg aan jongvolwassenen na vertrek uit een residentiële jeugdinstelling  Ondersteuning door ervaringsdeskundigen bij het (leren) navigeren door het complex van regelingen en instanties voor het realiseren van hun sociale basisrechten en het krijgen van de juiste zorg  Gerichte trainingen/programma’s die mensen helpen om hun huishouden te voeren, zoals training woonvaardigheden Voor inwoners die verblijven in een zorg- of opvanginstelling met een reëel perspectief op uitstroom, is het belangrijk om tijdig te werken aan deze vervolgstap zodat de kans op duurzame uitstroom zo groot mogelijk is. De gemeente Nissewaard zou daarvoor kunnen investeren in: • Werkwijze voor het standaard opstarten van ambulante Wmo-ondersteuning tijdens het verblijf om de ‘landing’ in de wijk/kern zo soepel mogelijk te maken.

• Opdracht van gemeente aan zorg- en opvanginstellingen voor systematische ondersteuning van huishoudens vóór en tijdens vertrek met het oog op een succesvolle overgang naar (begeleid) zelfstandig wonen • Een werkwijze rondom het afsluiten van woonzorgcontracten en het voeren van gemeentelijke regie op de uitvoering hiervan17 • Het inzetten van ‘waakvlamcontact’ als Wmo-voorziening om met enige regelmaat contact te kunnen leggen met inwoners die zelfstandig zijn gaan wonen om na te gaan hoe het met hun gaat.

17

Hier wordt momenteel aan gewerkt

33

D. Opgaven op inclusief wonen: duurzaam wonen Inclusief wonen omvat een breed arsenaal aan woonplekken met variaties in ondersteuning. Het gaat specifiek om: 1) tijdelijke woonplekken voor mensen met een acute woonvraag als gevolg van verlies van onderdak (secundaire preventie); 2) woonplekken met ambulante begeleiding en begeleide woonvormen voor mensen die vertrekken uit een verblijfsinstelling (tertiaire preventie). Doel is passende en (uiteindelijk) duurzame huisvesting., zodat mensen hun leven weer kunnen oppakken. Hier is nog een wereld te winnen door gemeente Nissewaard voor haar inwoners. Inwoners zijn nu aangewezen op de regionale voorzieningen voor opvang en beschermd wonen, die vaak niet helpend zijn voor hun problematiek en waar zij meestal niet voor in aanmerking komen door de toegangscriteria en lange wachtlijst. Ook is er geen lokaal loket of team waar dak- of thuisloze Nissewaarders terecht kunnen voor hulp en ondersteuning. Alle inwoners die dak- of thuisloos raken en zich melden bij de gemeente, komen direct terecht bij de centrale toegang tot opvang voor de hele regio ZHE die alleen toetst op het recht op opvang, briefadres en uitkering. D1.

Noodzakelijke basisbenodigdheden voor her-stabiliseren na verlies van onderdak Voor inwoners die acuut dakloos zijn of dreigen te worden, is het noodzakelijk basisbenodigdheden voor stabiel wonen te (helpen) regelen, zoals directe inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP), zo nodig via een briefadres; een voorschot/bijzondere bijstand voor eerste levensbehoeften en een identiteitsbewijs (zonder ID geen bankrekening); een (basis)bankrekening regelen (zo nodig via Convenant Basisbankrekening) en een afspraak maken met zorgverzekeraar over per direct afsluiten zorgverzekering na inschrijving in BRP. Door het ontbreken van lokale functionarissen die tot taak hebben om (dreigend) dak- en thuisloze Nissewaarders zo goed mogelijk op weg te helpen in brede zin, krijgen inwoners nu vaak niet direct wat ze wel direct nodig hebben om hun situatie te kunnen stabiliseren nadat zij dakloos zijn geraakt. Aanvragen voor een briefadres worden bijvoorbeeld afgewezen omdat iemand zich bij zijn netwerk zou moeten inschrijven, terwijl dat in de praktijk om diverse redenen niet altijd mogelijk is. Ook wordt op dat moment niet breder gekeken naar wat nodig en mogelijk is. Een dergelijke werkwijze leidt tot het uit beeld raken van dak- en thuisloze inwoners en waarna hun problemen verergeren en zij vaak na enkele maanden weer bij de gemeente aankloppen. D2.

Toegang tot onderdak en voorzieningen voor onderdak Er zijn op dit moment geen lokale vormen van onderdak of tijdelijk wonen met of zonder begeleiding beschikbaar in Nissewaard. Dat betekent dat er alleen onderdak geregeld kan worden voor inwoners als ze op grond van de criteria in aanmerking komen voor de regionale opvangvoorzieningen. Er moet dan sprake zijn van andere problemen naast het ontbreken van huisvesting, maar dat is (gelukkig) op dat moment vaak (nog) niet het geval. Voor zelfredzame Nissewaardse inwoners die dakloos raken na een relatiebreuk, verlies van baan, verlies van tijdelijke huisvesting, een huisuitzetting, remigratie of vertrek uit een zorginstelling betekent dit concreet dat zij nu niet verder geholpen kunnen worden door de gemeente en letterlijk op straat staan. Om afglijden en uiteindelijk alsnog in een verblijf in de maatschappelijke opvang af te wenden, zou de gemeente Nissewaard voor deze inwoners kunnen investeren in: • Een loket voor mensen zonder onderdak, voor informatie en advies voor het krijgen van onderdak. • Realiseren van tijdelijke ‘logeerplekken’, bijvoorbeeld in een woning in een wijk/kern. • Organiseren van een vorm van kamerverhuur door particulieren met matching voor alleenstaande inwoners die bijv.

door verlies van baan of door echtscheiding op straat terecht komen en die geen ggz- of verslavingsproblematiek hebben (‘Onder de Pannen’) 34

• • • • •

Realiseren van vormen van Flexwonen: tijdelijk wonen in snelle instap woonruimte met huurcontracten voor bepaalde tijd. Toewijzen van woonruimte in de wijk/kern met een woonzorgcontract (acceptatie van verplichte woonbegeleiding, evt. met budgetbeheer). Hostel of pension voor eerste opvang van ex-gedetineerden, inwoners met psychische en/of verslavingsproblemen, economisch dakloze mensen en jongeren. ‘Skaeve Huse’ (of andere woonunits) voor inwoners met complexe multiproblematiek die niet in zorginstellingen te handhaven zijn. Faciliteiten om huishoudens te helpen om na een overbruggingsperiode met tijdelijke woonruimte zo snel als mogelijk duurzame woonruimte (voor onbepaalde tijd) te vinden.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13144365/1